CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2024-2027

Beeldvormende bijeenkomst 1 november 2023, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Programmabegroting 2024-202735.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De grondoverdracht zal, naar verwachting in 2024 plaatsvinden, en wel op het moment dat 70% van de kavels is verkocht door de ontwikkelaar. Voor het gebied is gezocht naar een efficiënte inrichting van de openbare ruimte,

73

waardoor de raming van de openbare ruimte is bijgesteld. Dit heeft een positief effect op het resultaat. De grondexploitatiebegroting sluit in 2025 met een positief resultaat op eindwaarde van € 441.000. Met inachtneming van de richtlijnen vindt winstneming plaats middels het 'Percentage of Completion', hierdoor bedraagt de winstneming in 2024 € 313.000. In overeenstemming met de nota 'Reserves en voorzieningen wordt het positieve resultaat ten gunste van de Algemene Reserve gebracht. Complex Bedragen x € 1.000

Geraamde boekwaarde ultimo: 2024

Samen bouwen Meerdel 0 Poolster 0 Elckerlyc 0 Bramert-Nrd - 1.250 fase 1 Totaal -1.250 * = negatief (-/-) betekent verlies

2025

2026

2027

Verwacht resultaat ultimo 2024* - 82 - 197 141 441

0

0

Jaar van realisatie

2024 2024 2024 2025

0

Strategische gronden Gebleken is dat het verwerven van grond ten behoeve van ontwikkelingen (groenprojecten, infra) binnen de gemeente steeds vaker een knelpunt wordt. Derhalve is in de nota Grond- en vastgoedbeleid ingezet op anticiperende, proactieve en gelegenheidsverwerving. Bij de verantwoording van de strategische gronden worden de richtlijnen van de commissie BBV in acht genomen. Middels een raadsinformatiebrief en via de P&C cyclus wordt de raad achteraf geïnformeerd over het beschikbaar gesteld budget voor anticiperende , proactieve en gelegenheidsverwerving.

Risico's

In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat door de toenemende complexiteit van de ontwikkelingen, de hoogte van de investeringen de risico’s in de grondexploitaties alsmaar groter worden. Inzicht in het verloop van de financiële prognoses alsmede de risico’s is daarom van groot belang. Voorziening te verwachten verliezen grondexploitaties Geldend beleid is dat positieve exploitatiesaldi ten gunste van de Algemene Reserve worden geboekt en dat de voorziening “Te verwachten verliezen grondexploitatie” de buffer vormt voor verliezen en risico’s binnen de grondexploitatie. Begrote stand en verloop voorzieningen: Voorziening te verwachte verliezen grondexploitaties

Ultimo 2024

Ultimo 2025

Ultimo 2026

Ultimo 2027

0

0

0

Grondexploitatie Samen bouwen Meerdel 0 Grondexploitatie Poolster

0

Totaal

0

Op basis van de risicoanalyse en de uitgangspunten voor de “Voorziening te verwachten verliezen grondexploitaties” zoals opgenomen in de Nota Reserves en Voorzieningen en de Nota Grond- en vastgoedbeleid is de hoogte van de voorziening als volgt opgebouwd.

74

• •

Het verwachte verlies op de grondexploitatie ‘Samen bouwen Meerdel'. Het verwachte verlies op de grondexploitatie ‘Poolster'.

Mutaties In 2024 wordt de voorziening 'Te verwachten verliezen grondexploitaties' aangesproken om het tekort van de grondexploitatie 'Samen bouwen Meerdel' en de grondexploitatie Poolster op te vangen. Weerstandsvermogen Om inzicht te krijgen in de risico’s van de grondexploitaties wordt een risico-inventarisatie uitgevoerd. Deze risico-inventarisatie is opgenomen in de gemeente brede risico-inventarisatie, zie paragraaf “Weerstandsvermogen”.

75

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

In de openbare ruimte vinden activiteiten plaats in het kader van wonen, werken en recreëren. Hiervoor is de openbare ruimte ingericht met kapitaalgoederen (infrastructuur). Deze kapitaalgoederen worden onderhouden en tijdig vervangen. De door de raad gewenste kwaliteit van de kapitaalgoederen is vastgesteld in beleidskaders. De vastgestelde beleidskaders zijn daarna, door het college, vertaald in beheerplannen waarin de kosten voor vervanging en onderhoud zijn opgenomen. De beheerplannen worden verwerkt in de begroting. De volgende kapitaalgoederen zijn in deze paragraaf opgenomen: • gebouwen en overige accommodaties • wegen • openbare verlichting • bruggen • rioleringen • groen

Gebouwen en overige accommodaties

Actualisatie beheerplannen In 2023 hebben herinspecties plaatsgevonden ten behoeve van een actualisatie voor de bouwkundige en sporttechnische meerjarenonderhoudsplannen. In deze meerjarenonderhoudsplannen wordt de basis vastgesteld voor het exploitatieonderhoud, het groot bouwkundig en sporttechnisch onderhoud (voorziening BOP en SOP). De vertaling van de actualisatie van deze plannen konden niet tijdig worden afgerond. De geactualiseerde versie van de bouwkundige en sporttechnische meerjarenonderhoudsplannen inclusief financiële vertaling, zal voorgelegd worden aan de Raad eind 2023. De financiële gevolgen worden verwerkt via een aparte begrotingswijziging. Beheerplan Waar mogelijk worden de werkzaamheden gebundeld en volgens de geldende inkoopprocedures in de markt gezet. Bij de gemeentelijke accommodaties is, gebaseerd op de geldende NEN 2767 normering (BOP), geen sprake van achterstallig onderhoud. Directe lasten onderhoud gebouwen X € 1.000

Rek. 2022

Begr. 2023

Begr. 2024

Begr. 2025

Begr. 2026

Begr. 2027

Bouwkundig onderhoud BOP Sporttechnisch onderhoud SOP

290 88

382 157

384 136

386 122

394 122

402 123

Ten laste van voorziening: Groot onderhoud accommodaties BOP Groot sporttechnisch onderhoud SOP

362 28

443 82

658 15

507 73

692 190

959 100

Totaal exploitatie + voorziening

768

1.064

1.193

1.088

1.398

1.584

Onderhoudsbudget exploitatie:

Financiële vertaling Voor het groot bouwkundig en sporttechnisch onderhoud is een voorziening gevormd. Hierin wordt op basis van het vastgesteld beheerplannen jaarlijks een bedrag gestort. De hoogte van de storting wordt telkens bij het vaststellen van het beheerplannen geactualiseerd. In 2024 bedraagt de storting in de voorziening bouwtechnisch onderhoud € 538.400 en in de voorziening sporttechnisch onderhoud € 48.300 op basis van het huidige beheersplan. Nadat de actualisatie van de bouwkundige en sporttechnische meerjarenonderhoudsplannen door de Raad zijn goedgekeurd

76

zullen de stortingen in de voorzieningen wijzigen. De onderhoudslasten van de gemeentelijke accommodaties worden afhankelijk van de gebruiksfunctie verantwoord op de programma's 'Sport Cultuur en Recreatie', 'Sociaal domein' of 'Bestuur en Ondersteuning'.

Wegen

Beleidskaders Op 17 februari 2022 heeft de raad het Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) vastgesteld. De vastgestelde kwaliteit is van toepassing op de instandhouding van de verhardingen gedurende de technische levensduur in die gebieden waar de komende jaren geen grootschalige reconstructies of wijzigingen zijn gepland. Beheerplannen Om de 2 jaar wordt - via inspectie - het beheerplan wegen geactualiseerd en wordt een doorkijk gegeven voor 15 jaren. Na beëindiging van het groot onderhoud 2021 zijn alle wegen in Stein geïnspecteerd. Op basis van deze inspectie is het nieuwe beheerplan opgesteld dat op 13 juli 2022 is vastgesteld door het college. De financiële gevolgen van het beheerplan zijn verwerkt in deze begroting. Bij wegen is geen sprake van achterstallig onderhoud. Een nieuwe inspectie wordt in het najaar van 2023 uitgevoerd. In 2024 wordt een nieuw beheerplan wegen vastgesteld. Tevens vindt er in 2024 een nieuwe aanbesteding plaats voor klein onderhoud wegen. Om de 2 jaar wordt - via inspectie - het beheerplan wegen geactualiseerd en wordt een doorkijk gegeven voor 15 jaren. Na beëindiging van het groot onderhoud 2021 zijn alle wegen in Stein geïnspecteerd. Op basis van deze inspectie is het nieuwe beheerplan opgesteld dat op 13 juli 2022 is vastgesteld door het college. Een nieuwe inspectie wordt in het najaar van 2023 uitgevoerd.

In 2024 wordt een nieuw beheerplan wegen vastgesteld. Tevens vindt er in 2024 een nieuwe aanbesteding plaats voor klein onderhoud wegen. Op 31 augustus 2022 heeft het college het Beheerplan wegmeubilair 2022-206 vastgesteld. De financiële gevolgen van beide beheerplannen zijn verwerkt in deze begroting. Bij wegen en het wegmeubilair is gen sprake van achterstallig onderhoud. x € 1.000

Rek. 2022

Begr. 2023

Begr. 2024

Begr. 2025

Begr. 2026

Begr. 2027

Onderhoudsbudget exploitatie: Klein onderhoud wegen Wegvoorzieningen (o.a. belijningen)

144 22

192 72

212 73

192 69

192 27

192 28

Ten laste van voorziening: Groot onderhoud wegen

840

1.258

824

1.103

325

435

1.006

1.522

1.109

1.364

544

655

Totaal exploitatie + voorziening

Financiële vertaling Vanaf 2010 is voor groot onderhoud wegen een voorziening gevormd. Hierin wordt op basis van het vastgesteld beheerplan jaarlijks een bedrag gestort. De hoogte van de storting wordt telkens bij het vaststellen van het beheerplan wegen geactualiseerd. Vanaf 2022 bedraagt de storting in de voorziening groot onderhoud wegen € 750.000. In de bestuursrapportage 2023 is dit bedrag verhoogd, om de impact van de hoge indexeringen op te vangen. Het jaarlijkse beheerplan wordt in 2024 opnieuw vastgesteld. Op basis hiervan zal er een verdere actualisatie plaatsvinden van de budgetten via de reguliere P&C cyclus. In de voorziening groot onderhoud wegen worden geen kosten van rehabilitaties of reconstructies van wegen verantwoord. Deze worden, als investering op het programma ‘Verkeer, vervoer en water' verantwoord en waar nodig toegelicht. Ook de onderhoudskosten worden op het programma 'Verkeer, vervoer en wegen' verantwoord.

77

Openbare verlichting

Beleidskaders In 2023 is een geactualiseerd beleids- en vervangingsplan vastgesteld voor de periode 2023 2027. Het beleidsplan is ook gericht op verdere energiebesparing en terugdringing van de C02 uitstoot. Op basis van dat vervangingsplan zal in 2024 worden voorzien in de vervanging van 587 armaturen. De kosten hiervan bedragen € 233.500 euro. Beheerplannen Het beheer van de openbare verlichting is op basis van een beheer- en onderhoudsplan uitbesteed aan 2 externe partijen. Bij openbare verlichting is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Directe lasten openbare verlichting x € 1.000 Onderhoudsbudget exploitatie: Energie Onderhoud Totaal exploitatie

Rek. 2022

Begr. 2023

Begr. 2024

Begr. 2025

Begr. 2026

Begr. 2027

121 158 379

299 100 399

165 103 268

141 105 246

141 108 249

141 110 251

Zowel de onderhoudskosten als ook de energielasten van de openbare verlichting worden verantwoord op het programma 'Verkeer, vervoer en wegen'.

Bruggen

Beleidskaders In 2021 is het beheerplan civieltechnische kunstwerken opgesteld. Beheerplannen Op basis van de 2 jaarlijkse bruginspectie is in 2021 het meerjaren onderhoudsplan opgesteld. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Directe lasten onderhoud bruggen x € 1.000

Rek. 2022

Begr. 2023

Begr. 2024

Begr. 2025

Begr. 2026

Begr. 2027

Onderhoudsbudget exploitatie: Onderhoud kleine kunstwerken

5

5

5

5

5

5

Ten laste van voorziening: Groot onderhoud bruggen

23

31

19

100

50

50

Totaal exploitatie + voorziening

28

36

24

105

55

55

Financiële vertaling Voor het onderhouden van de kunstwerken is een voorziening gevormd. Op basis van het huidige beheerplan wordt jaarlijks € 42.750 in de voorziening gestort. De tot het meerjaren onderhoudsplan en het projectenplan behorende investeringen en onderhoudsbudgetten worden verantwoord op het programma ‘Verkeer, Vervoer en Waterstaat’.

Riool

Beleidskaders In 2021 is het Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie vastgesteld. Dit is de actualisatie van het hiervoor benoemde plan waarbij ook de klimaatthema's hitte en droogte zijn meegenomen. Het beleids- en uitvoeringskader voor de omgang met water en de klimaatadaptatie bestaat uit vier plannen (beleidsplan, beheerplan, kostendekkingsplan en projectplan). Het beleidsplan is samen

78

met de betrokken partijen in de waterketen van de Westelijke Mijnstreek opgesteld. Hiermee is de samenwerking van de afgelopen jaren voortgezet en beheren we de waterketen op een structurele en doelbewuste manier. In dit plan benoemen we alle zaken die we belangrijk vinden en geven onze strategie hierop aan. In 2021 is ook de optimalisatie van het basisrioleringsplan en de klimaatstresstest afgerond. De vanuit het basisrioleringsplan en klimaatstresstest verkregen bevindingen leveren een belangrijke inbreng voor het beleidsplan Water & Klimaatadaptatie. Ook vindt in 2021 een integrale afweging plaats waarbij behalve de diverse sectorale onderhoudsplannen ook de resultaten van het basisrioleringsplan en klimaatstresstest worden betrokken. Dit kan resulteren in een herprioriteren van de investeringen in de jaren 2022 en verder. Beheerplannen Met het in juli 2021 vastgestelde Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie 2022-2027 als basis zal in 2024 verder invulling worden gegeven aan het verbeteren, beheren en onderhouden van onze (afval)watersystemen en voorzieningen. Directe lasten onderhoud riolering x € 1.000

Rek. 2022

Begr. 2023

Begr. 2024

Begr. 2025

Begr. 2026

Begr. 2027

Onderhoudsbudget exploitatie: Onderhoud

711

811

810

810

811

817

Totaal exploitatie

711

811

810

810

811

817

Financiële vertaling De tot het beheerplan en het projectenplan behorende investeringen en onderhoudsbudgetten worden verantwoord op het programma ‘Volksgezondheid en milieu’.

Groen

Beleidskaders De gemeenteraad heeft in 2022 de kwaliteitsniveaus voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (IBOR) geactualiseerd. Beheerplannen De vastgestelde beleidskaders voor het beheer en onderhoud van het groen zijn verwerkt in het Integraal Beheerkwaliteitsplan, in het groenbeheerplan en bomenbeheerplan. In de beheerplannen staat beschreven hoe op welke manier het openbaar groen onderhouden wordt (om de gewenste kwaliteit te behalen maar ook om aan bewoners het inzicht te geven waarom we het doen en hoe). Hierdoor is ook in beeld wat nodig is en wat dit financieel betekent. Het beheerplan groen wordt in 2024 geactualiseerd voor een nieuwe periode 2024-2029. Het groenonderhoud wordt zowel uitgevoerd door de Wijkteams, RWM Sittard (onkruidbestrijding/bladverwijdering) en drie groenaannemers voor het specialistisch onderhoud van de bermen, sportvelden en bomen. De werkzaamheden die dienen te worden uitgevoerd zijn als zodanig verwerkt in de groenonderhoudsbestekken. Deze bestekken worden als leidraad gebruikt voor de uitvoering. Directe lasten onderhoud groen x € 1.000 Rek. Begr. Begr. Begr. Begr. Begr. 2022 2023 2024 2025 2026 2027 Onderhoudsbudget exploitatie: Bestrijden onkruid 191 195 232 232 232 232 Bermen 64 62 63 64 65 66 Landschapsplannen 58 60 61 62 63 64 Onderhoud openbaar groen 693 770 818 817 824 838 Totaal exploitatie

1.006

1.087

1.174

1.175

1.184

1.200

79

Financiering Algemeen

De financieringsparagraaf is een verplicht voorgeschreven paragraaf in het BBV. Hier zijn de kaders gesteld voor de inrichting en uitvoering van de treasury functie van de decentrale overheden. In de door de raad vastgestelde financiële verordening (artikel 212 gemeentewet) is ook de financieringsfunctie opgenomen. De paragraaf financiering in de begroting is bedoeld om de uitvoering van de financieringsfunctie te volgen. Bij de vernieuwing van het BBV is ook een rentenotitie gepubliceerd. In de notitie is aangegeven hoe rentelasten en baten in de begroting en in de jaarstukken verwerkt moeten worden. De bepalingen en richtlijnen van die notitie zijn in deze begroting doorgevoerd. In deze paragraaf is aangegeven wat de uitgangspunten voor financiering en wat het beleid is ten aanzien van rente.

Leningportefeuille Leningen (bedragen x € 1.000) Leningen (excl. aan woningst. verstrekte leningen per 1-1) Reguliere aflossingen Leningschuld per 31-12

2024

2025

52.574

2026

48.324

2027

44.421

40.519

4.250

3.902

3.902

3.102

48.324

44.422

40.519

37.417

In bovenstaand meerjarig overzicht geen is rekening gehouden met nieuwe leningen ter dekking van de geraamde financieringsbehoefte. Deze behoefte neemt toe door realisatie van de geraamde investeringen, waarbij ook desinvesteringen betrokken worden. De bepaling van de financieringsbehoefte gebeurt integraal (totaalfinanciering) waarbij alle kasstromen worden betrokken. In onderstaande tabel zijn de grootste investeringen opgenomen zoals deze zich in meerjarenperspectief voordoen. Voor een totaal meerjarig investeringsoverzicht verwijzen wij naar het hoofdstuk in de financiële begroting. 2024 2025 2026 2027 (x € 1.000)

Bestuur en ondersteuning Telefoontoestellen Hardware werkplekken mobiele devices Zaak / DMS / Makelaar Verkeer vervoer en waterstaat

0 0 0

0 0 0

0 0 0

150 220 375

Verkeerskundige aanpassingen Bergerstr. LED armaturen openbare verlichting GGA Stein centrum wegen

20 234 0

400 166 50

0 0 1.100

0 0 0

Vervanging lichtmasten Verkeersmaatr veilige schoolomgeving Aanpassen rotonde Steinerweg-Koolweg Jaagpaden Julianakanaal Doorfietspad / op-afrit Elsloo Gebiedsvisie Dorine Verschureplein Opknappen Beatrixplein Parkeerplaats Steinerbos GGA Nieuwdorp (wegen)

40 200 470 50 2.389 190 416 125 100

142 200 0 1.000 1.200 250 0 0 2.400

47 200 0 0 0 750 0 0 2.400

31 0 0 0 0 0 0 0 0

Maatregelen rotondevisie GGA Meers Stationsomgeving

101 50 1.500

0 2.550 0

0 2.550 0

0 0 0

80

2024

2025

2026

2027

(x € 1.000)

Bestuur en ondersteuning Fietspadenstructuur

650

0

0

0

400 750 1.200 0 0 500 0 200 0 0 190 155 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 500 656 50

0 0 0 50 750 0 0 0 100 50 0 0 175 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 184

0 750 0 1.050 0 0 50 0 0 650 0 0 0 50 50 0 0 0 0 100 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 1.650 0 0 0 0 0 0 550 600 400 400 350 750 1.900 550 100 2.500 0 0 0

Fietsrouteplan rivierplan Maasvallei Onderwijs

387

0

0

0

Uitbreiding Groenewald meubilair Uitbreiding Groenewald technische instal Uitbreiding Groenewald bouwkosten Sport, cultuur en recreatie

0 1974 3224

204 0 0

0 0 0

0 0 0

Vervangen speelvoorzieningen Renovatie kunstgrasveld Hetjen veld A Levensbomenbos Nieuwdorp buurttuin Volksgezondheid en milieu

186 457 148 0

27 0 0 450

0 0 0 0

0 0 0 0

Vervangen pompgemalen

170

44

44

44

GGA Stein centrum riool Vervangen / renoveren riool Vervangen en relinen vrijvervalriolen Wateroverlast maatregelen Emissie maatregelen Afkoppelen riolen

0 493 957 390 150 200

50 237 947 320 1.100 200

1.100 210 603 1.110 480 200

0 399 399 0 0 0

GGA Meers riool Aanp rotonde Steinerweg-Koolweg (riool)

50 180

1.000 0

500 0

0 0

Trage paadjes Herstel oude dorpskernen Reconstructie Michiel de Ruyterstraat Herinrichting Koolweg Doorfietspad Grote Straat Beekstraat (wegen) Heerstraat Zuid (wegen) Parkeerplaats Brasserie Steinerbos Nieuwdorp upgrade kerkplein Herinricht. Dross. Jonker van Kesselstr. Wegreconstructie Schoorweg Parkeerplaatsen Beekstraat/de Bath Kruising Meerser Eindstraat-Maasbanderke Rotonde Gerichtstraat / Heerstr.-Noord Rotonde Steinderweg / Merodestraat Aanpak rotonde Heerstr.-Zuid / Heistee Aanpak rotonde Steinderweg / Helmbloem Herinrichting Omphaliusstraat Herinrichting Gerichtstraat Herinrichting Heerstraat-Noord Beekstraat / De Bath - realiseren park. Herinrichting Odalaan Reconstructie Mauritslaan/Heirstraat Siekendaal weg Beek-Elsloo Reconstructie Bergerweg Omvormen jaagpad Molenweg tot fietspad Economie zaken

81

2024

2025

2026

2027

(x € 1.000)

Bestuur en ondersteuning Opknappen Beatrixplein (riool)

160

0

0

0

Grote Straat Beekstraat (riool) Heerstraat Zuid (riool) Waltstraat e.o. (riool) Ruimtelijke ordening

308 0 0

0 0 500

0 50 0

0 710 0

Starterslening

500

0

0

0

Jaarlijks wordt bekeken of zich mogelijkheden voordoen tot vervroegde aflossing of herfinanciering tegen lagere rente. De gewogen gemiddelde rentevoet van de aangegane leningen (exclusief woningbouw) bedraagt per 1 januari 2024 1,78%. De herfinanciering- en renteherzieningsmomenten vertonen een goede spreiding in de tijd waardoor het renterisico beperkt blijft. In de komende jaren laten de reguliere aflossingsbedragen een dalend bedrag zien van circa € 4,3 miljoen tot € 3,1 miljoen euro.

Kasbeheer

Voor het beheer van de financiële middelen houdt de gemeente Stein een rekening courant aan bij de NV Bank Nederlandse Gemeenten. De NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) fungeert als huisbankier. Met deze bank is een rente compensabel stelsel overeengekomen. Dit wil zeggen dat overschotten en tekorten op de verschillende bankrekeningen als een geheel worden gezien en hierop de renteberekening wordt gebaseerd. Ook het afromen van overtollige middelen naar de schatkist verloopt via de BNG.

Rente

Rentebeleid De afgelopen periode mogen we spreken van een zeer onzekere tijd. Onder andere de coronacrisis, de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis hebben geleid tot een hoog oplopende inflatie. Zelfs voor de nabije toekomst heerst er nog veel onzekerheid met betrekking tot de rente en eventuele bijbehorende verhogingen door de centrale banken om de inflatie te stabiliseren. De rente verhogingen zien we fors terug in de gestegen tarieven op de rente- en kapitaalmarkt. Bij de berekening van de rente over de eigen financieringsmiddelen en het financieringstekort tot aan het kasgeldlimiet en daarboven (zie hierna) is voor 2024 en verder uitgegaan van 3,5%. Onvoorziene renteontwikkeling met de huidige economische onzekerheden heeft uiteraard invloed op de financieringskosten van de gemeente Stein. Een wijziging van het rentepercentage met 1% zal, op basis van het geraamde financieringstekort, leiden tot meer of minder rente van circa € 205.000. Rente omslagpercentage In het kader van de vernieuwing van het BBV is de renteomslag berekend conform de nota rentenotitie van de commissie BBV. Vanwege het inzicht in de rentelasten van externe financiering het renteresultaat en de wijze van toerekening is onderstaand renteschema opgenomen. Het rente omslagpercentage wordt berekend door de totale rentekosten te delen door het totaal geactiveerd bedrag.

De totale rentekosten bestaan uit de rente voor vaste geldleningen, de bespaarde rente over de eigen financieringsmiddelen (reserves) en de rente van de financieringsbehoefte. Het omslagpercentage voor de begroting 2024 is per 14 juli 2023 berekend op 2,03% afgerond uiteindelijk naar 2%.

82

Renteschema: a.

b.

c.

2024

De externe rentelasten over de korte en lange financiering: - Externe rente Vaste geldleningen - Externe rentelasten financiering investeringen - Externe rentelasten financieringstekort

€

719.246

-/- €

55.431

Totaal door te rekenen externe rente

€

1.842.401

-/- €

414.632

€

1.427.768

32.016.317 €

688.351

De rente die aan de grondexploitaties moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet

-/- €

28.882

€ -/-1

385.75

Saldo door te rekenen externe rente

d2.

Rente over eigen vermogen+voorz. Rente over voorzieningen (CW)

€

De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)

e.

f.

864.614 313.972

De externe rentebaten

worden doorberekend

d1.

€ €

De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) Saldo renteresultaat taakveld treasury

€

2.116.119

€

2.076.390

€

39.729

Rentevisie De rente is in belangrijke mate afhankelijk van de economische ontwikkeling en de inflatie. De afgelopen maanden is er sprake van veel economische onzekerheid en een fors stijgende inflatie door onder andere de bovengenoemde crisissen. De ECB verwacht in de tweede helft van 2023 en richting 2024 rentestijgingen te moeten doorvoeren om het inflatie percentage op de middellange termijn terug te dringen naar de gewenste 2%. Op dit moment heerst er een grote mate van onzekerheid, waardoor het lastig blijft een rentevisie op te schrijven. Hoewel de voorspelbaarheid van de rente zeker op langere termijn gering is, kan het toch wenselijk zijn tendensen aan te geven die als basis kunnen dienen voor het sluiten van transacties. Daarbij worden een aantal vuistregels gehanteerd:

83

• • • • •

De rente van vaste leningen is door de lange looptijd financieel van groter belang dan de rente van leningen met een korte looptijd. Bij een verwachte daling van de lange rente wordt het aantrekken van vaste langlopende leningen zoveel mogelijk uitgesteld tot de rentedaling is ingetreden. Bij een verwachte stijging van de lange rente vindt consolidatie plaats van korte schuld (korte schuld wordt omgezet in langlopende leningen). Bij een te verwachten stabiele renteontwikkeling wordt in de actuele financieringsbehoefte voorzien met de financieringsvormen die absoluut gezien de laagste rente dragen. Dit alles uiteraard binnen de mogelijkheden die de regelgeving biedt.

Uitgangspunten financiering

Onderstaand de belangrijkste beleidsmatige uitgangspunten die gehanteerd worden bij financiering. Hierbij moet rekening gehouden worden met het verplicht schatkistbankieren vanaf eind 2013. Het rentetarief van dit schatkistbankieren bedraagt momenteel 0%. • Overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet in de schatkist. • Indien een liquiditeitsbehoefte ontstaat worden middelen aangetrokken in de vorm van dag- en kasgeldleningen en kredietlimiet op de rekening courant. • Onderhandse geldleningen en vaste geldleningen worden aangetrokken voor financiering met een looptijd van langer dan één jaar. • Overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in euro. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties, uit hoofd van de publieke taak, worden zoveel mogelijk zekerheden bedongen. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties.

Resultaat uitzettingen

Voor de deelneming in Enexis is, zoals opgenomen in de begrotingsbrief 2024 van de Provincie Limburg, voor het jaar 2024 rekening gehouden met een bedrag van € 0,23 per aandeel en in de meerjarenraming 2025-2027 is rekening gehouden met een bedrag van € 0,40 per aandeel. De neerwaartse bijstelling ten opzichte van voorgaande jaren is het gevolg van de toegenomen kosten in de energietransitie. Het totaal verwachte dividend en rente van bovengenoemde uitzettingen komt daarmee uit op: Omschrijving: (x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 Dividend deelneming Enexis 2024-2027 (460.350 aandelen)

106

184

184

184

Wet Houdbare Overheidsfinancien (HOF)

In de wet zijn de Europese normen verankerd voor de hoogte van de overheidsschuld en de jaarlijkse groei van de overheidsschuld. Volgens de Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Die normen raken ook gemeenten, omdat de gemeenteschulden en financieringstekorten van gemeenten meetellen in de overheidsschuld van Nederland. Alle gemeenten samen krijgen een plafond voor het totale EMU-tekort van gemeenten in een jaar. Dat plafond wordt volgens de wet na bestuurlijk overleg voor een bepaalde periode overeengekomen. Het plafond voor de gezamenlijke gemeenten bedraagt 0,40% van het bruto binnenlands product. Met het plafond wordt de groei van de netto schuld (volgens de definitie voor het EMU-saldo) van de gezamenlijke gemeenten in een jaar beperkt. Voor de berekening van het EMU-saldo van de gemeente Stein wordt verwezen naar de paragraaf ‘EMU-saldo’.

84

Schatkistbankieren Decentrale overheden zijn met ingang van 2013 gaan schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Doel is om de EMU-schuld te verminderen. Er is sprake van een optische verbetering want de totale schuldpositie van de gezamenlijke overheden wijzigt niet. De deelnemende instellingen houden hun publieke middelen aan op een eigen rekening-courant bij het ministerie van Financiën. Alle decentrale overheden zijn aangesloten op de schatkist, ook als een decentrale overheid geen overtollige middelen heeft. Deelnemende gemeenten regelen het betalingsverkeer via de eigen bank(en). Een eventueel negatief saldo op de bankrekening(en) wordt aangezuiverd vanaf de rekening-courant die de gemeente heeft bij het ministerie van Financiën. Andersom wordt een positief saldo op deze bankrekening juist afgeroomd ten gunste van de rekening-courant van de gemeente bij het ministerie van Financiën. Er is een doelmatigheidsdrempel van 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1.000.000 per gemeente tot een maximum van € 500.000.000 euro. Voor Stein is deze gemiddelde drempel per kwartaal 2% x € 83.597.000 (het begrotingstotaal per 1/1/2024) = € 1.671.940 Op momenten dat de gemeente Stein over overtollige middelen beschikt zal dat in de schatkist ondergebracht worden.

Het rentetarief van het schatkistbankieren bedraagt momenteel 0%. Het is voor gemeenten wel mogelijk om overtollige middelen uit te lenen aan andere overheden, en daarmee een beter rendement te halen dan bij de schatkist. Hierbij bestaat de mogelijkheid om leningen die door BNG Bank aan een gemeente zijn verstrekt, over te dragen aan decentrale overheden die over overtollige middelen beschikken. Indien de BNG Bank een aan de gemeente verstrekte lening overdraagt aan een andere decentrale overheid, dan wordt deze andere decentrale overheid de nieuwe crediteur. Rente en aflossing zijn in dat geval niet langer verschuldigd aan BNG Bank, maar aan de decentrale overheid die de vordering heeft overgenomen. De voorwaarden van de lening blijven in geval van overdracht onveranderd. Cessie van vorderingen behoeft op grond van het Burgerlijk Wetboek geen instemming van de kredietnemer.

Risicobeheer Met risico’s wordt bedoeld renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s, koersrisico’s en debiteurenrisico’s. Het beheersen van risico’s komt tot uitdrukking via het gebruik van de instrumenten kasgeldlimiet en renterisiconorm. Beide instrumenten hebben tot doel het renterisico te begrenzen dat verbonden is aan financiering met korte en lange schuld. Renterisico op vlottende schuld Om het renterisico op de netto vlottende schuld te beheersen mogen gemeenten voor hun financieringsbehoefte niet onbeperkt kort geld aantrekken. Het aantrekken van kort geld is normaliter goedkoper dan lang geld, maar is ook aan fluctuaties onderhevig. De maximale toegestane netto vlottende schuld wordt bepaald door de zgn. kasgeldlimiet. Het kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Voor 2023 komt het kasgeldlimiet voor Stein neer op: Berekening kasgeldlimiet 2024 (a) (b)

(x 1.000 €)

Omvang van de programmabegroting per 1/1/2024: Bij ministeriële regeling vastgesteld percentage: Toegestane kasgeldlimiet voor 2024 (a) x (b):

€ €

83.597 8,5% 7.106

85

De kasgeldlimiet wordt aan het begin van het jaar vastgesteld. De kasgeldlimiet bedroeg de afgelopen jaren: Jaar:

Kasgeldlimiet (1.000 €)

2021 2022 2023

5.610 5.633 6.574

Als de liquiditeitspositie een vlottende schuld vertoont die groter is dan de kasgeldlimiet, leidt dit tot het aflossen c.q. het consolideren van kort geld door aantrekken van vaste geldleningen. De wet Fido geeft aan dat in de financieringsparagraaf van de begroting informatie over de liquiditeitspositie opgenomen dient te worden. Dit is de gemiddeld netto vlottende schuld minus de gemiddeld vlottende middelen in relatie met de kasgeldlimiet. In onderstaande tabel is deze informatie opgenomen: Periode

Netto vlottende schuld /-overschot vlottende middelen

Kasgeldlimiet Overschrijding

Onderschrijding

3e kw 2022

-2.698

5.633

4e kw 2022

2.935

1.087

5.633

6.720

1e kw 2023

3.152

6.574

9.726

2e kw 2023

2.139

6.574

8.713

Renterisico op vaste schuld De renterisiconorm heeft als doel de leningportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. Met deze norm wordt het renterisico op leningen met een looptijd langer dan 1 jaar (vaste schuld) inzichtelijk gemaakt. Het doel van deze norm uit hoofde van de wet Fido is te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de door de gemeente te betalen rente. Dus hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor rente schokken bij herfinanciering. Een wijziging in de rentestand werkt daardoor vertragend op de rentelasten en rentebaten in enig jaar. Deze norm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Uit onderstaande berekening blijkt dat de komende vier jaar het renterisico ruim binnen de norm blijft. Berekening (bedragen x € 1.000) Stap

Variabelen Renterisico(norm)

2024

2025

2026

2027

(1) (2)

Renteherziening Aflossingen

0 4.250

0 3.902

0 3.902

0 3.102

(3)

Renterisico (1+2)

4.250

3.902

3.902

3.102

(4)

Renterisiconorm*

16.719

16.719

16.719

16.719

(5a) (5b)

Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm

12.469

12.817

12.817

13.617

* Berekening renterisiconorm: Begrotingstotaal 2024 € 83.597 x 20% = € 16.719

86

Liquiditeitenrisico Dit zijn risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en de meerjareninvesteringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. Momenteel wordt in de financieringsbehoefte voorzien met financieringsvormen die absoluut gezien de laagste rente hebben. Koersrisico’s Dit is het risico dat de financiële activa van de gemeente in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. De financiële vlottende activa van de gemeente omvatten rekening-courant gelden, kasgelden en deposito’s. De vaste financiële activa bestaan enerzijds uit aandelenbezit en deelname in gemeenschappelijke regelingen, aan derden verstrekte leningen en beleggingen in een garantiefonds. Een specificatie van het aandelenbezit van de gemeente Stein is opgenomen in de paragraaf verbonden partijen. Debiteurenrisico’s Dit betreft het risico dat vorderingen op debiteuren niet kunnen worden geïnd en afgeboekt moeten worden. Ter afdekking van mogelijk oninbare vorderingen van debiteuren is de voorziening dubieuze debiteuren gevormd. De voorziening dubieuze debiteuren sociale zaken is als buffer gevormd voor debiteuren die niet aan hun verplichtingen voldoen. Liquiditeitenontwikkeling In onderstaande tabel is de liquiditeitenontwikkeling van de gemeente Stein meerjarig in beeld gebracht. (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

Kasstroom uit operationele activiteiten Begrotingssaldo

2.499

4.401

561

812

Afschrijvingen

4.262

4.878

5.387

5.594

Mutaties reserves

-1.383

-411

-374

-284

-319

-256

146

126

-21.258

-15.113

-14.080

-12.162

-4.250

-3.902

-3.902

-3.102

-20.449

-10.403

-12.262

-9.016

Mutaties voorzieningen Kasstroom uit investeringsactiviteiten Vermeerderingen investeringen Kasstroom uit financieringsactiviteiten Geldleningen opnamen/aflossingen Ontwikkeling liquiditeiten

87

Bedrijfsvoering

Algemeen

Om de ambities van het gemeentebestuur te realiseren is een organisatie nodig van mensen en middelen. Het is belangrijk dat een dergelijke organisatie in lijn wordt gebracht met deze ambities. De paragraaf bedrijfsvoering schetst de manier waarop de organisatie hier invulling aan geeft en welke instrumenten hiervoor nodig zijn. Bedrijfsvoering is van belang voor het slagen van de gemeentelijke programma’s door er voor te zorgen dat primaire processen hun taken zo optimaal mogelijk kunnen uitvoeren. In deze paragraaf geeft de gemeente de beleidsvoornemens rondom de bedrijfsvoering aan. Bedrijfsvoering bestaat traditioneel uit de onderdelen personeel, automatisering, communicatie, organisatie, financieel beheer (waaronder de administratieve organisatie en de interne controle) en huisvesting, en heeft daarmee een duidelijke relatie met het programma Bestuur en Ondersteuning en Algemene Dekkingsmiddelen.

Rechtmatigheidsverantwoording

Tot en met de jaarrekening 2022 gaf de accountant in de controleverklaring een oordeel over de rechtmatigheid van het handelen van de gemeente. Vanaf 2024 (dus boekjaar 2023) legt het college van B&W rechtstreeks verantwoording af over de (financiële) rechtmatigheid van het gevoerde bestuur, aan de hand van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. De accountant controleert vervolgens de rechtmatigheidsverantwoording op getrouwheid. De accountant kijkt dus of hetgeen het college meldt in de rechtmatigheidsverantwoording, juist en volledig is.

Juridische advisering

Juridische advisering is een continu aandachtspunt. Voor advies over burgerlijk recht, bestuurs(proces)recht en gemeenterecht kunnen medewerkers terecht bij één van de concernjuristen. Kennis van deze rechtsgebieden kan niet van alle medewerkers worden verwacht.

Onderzoeksverordening doelmatigheid en doeltreffendheid

In het kader van deze verordening wordt onderzocht of de gemeente met betrekking tot bepaalde onderwerpen bereikt wat zij wilde bereiken (doeltreffendheid) en of dit tegen zo laag mogelijke kosten is gebeurd (doelmatigheid). Op basis van artikel 213a van de Gemeentewet onderzoeken we in 2024 de aanleg van de voetbalvelden bij de accommodaties ’t Hetjen (De Ster) en Mergelakker (Haslou). Hierbij onderzoeken we de vertraging in de aanleg van de velden, de financiële uitgaven en de communicatie met de verenigingen.

Juridische kwaliteitszorg

Juridische kwaliteitszorg is een continu aandachtspunt van en voor de organisatie. Door middel van juridische kwaliteitszorg worden risico’s systematisch in kaart gebracht en beheerst. Doel hiervan is tevens ervoor zorg dragen dat de kwaliteit van gemeentelijke producten en diensten aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Hiermee zijn onze inwoners, maatschappelijke instellingen en het bedrijfsleven gebaat. Door een gestructureerde wijze van aanpak, van hoog tot laag in de organisatie, worden juridische risico's zichtbaar en kunnen problemen op voorhand worden voorkomen. In de aankomende wijziging van de Algemene wet bestuursrecht wordt de juridische lat voor gemeenten nog hoger gelegd. Ombudsciommissie De tarieven van de Ombudscommissie Gemeente Stein zijn sedert 2006 niet geïndexeerd. De ombudscommissie verzoekt de raad om met ingang van 1 januari 2024 voor haar werkzaamheden dezelfde vergoedingen te hanteren als die welke gelden voor de Commissie Bezwaarschriften. Op grond van het bepaalde in artikel 7, derde lid, van de Verordening Externe Klachtbehandeling 2006 kan aanpassing plaatsvinden. De nieuwe tarieven bedragen voor de voorzitter € 220 en voor de leden € 170 per hoorzitting (plus reiskostenvergoeding).

88

Financiën

De financiële processen zijn voor een deel al gedigitaliseerd. Dit traject krijgt een vervolg door verdere digitalisering. Daarnaast worden bestaande processen continu geëvalueerd en waar mogelijk verbeterd.

Inkoop

In 2024 gaan we inzetten op een verdere professionalisering van de inkoopfunctie. Het meer in eigen beheer uitvoeren van inkooptrajecten, meer inzicht in aankomende trajecten en een structureel uitgebreidere begeleiding bij trajecten zal leiden tot verbeterde voorwaarden en winst op zowel juridisch als financieel vlak. Daarnaast blijven we de administratie van aanbestedingen en beheer van contracten verbeteren, waardoor meer inzicht en betere sturing mogelijk zal zijn.

ICT

De afgelopen 2 jaar zijn besteed aan het vervangen en verbeteren van algehele infrastructuur die gebruikt wordt bij door vakafdelingen binnen de primaire processen. Groot deel hiervan is afgerond, maar dit zal ook nog in 2024 aandacht vergen. Daarnaast start in 2024 een traject voor het vervangen en moderniseren van de kantoorautomatisering. Dit vraagt de komende maanden veel tijd en aandacht van de afdeling Informatievoorziening, naast de reguliere beheertaken.

Communicatie

De afdeling communicatie binnen de gemeente Stein speelt een essentiële rol in het tot stand brengen van een transparante, effectieve en open communicatie tussen de gemeente en haar gemeenschap en draagt bij aan het opbouwen van vertrouwen en begrip tussen beiden. De visie en missie voor communicatie is herijkt voor de komende jaren (2023-2027) en is in juni 2023 in uw raad behandeld. De zaken uit de bijbehorende uitvoeringsagenda zullen in 2024 volgens deze agenda worden uitgevoerd.

Formatieontwikkeling ambtelijk personeel

Voor een overzicht van de formatie wordt verwezen naar bijlage I (overzicht formatie). Indien formatieontwikkeling aan de orde is of de door uw raad vastgestelde formatie wijzigt, wordt de raad op de hiervoor bestemde momenten in de P&C cyclus nader geïnformeerd. De ambtelijke formatie stijgt met ingang van het begrotingsjaar 2023 tot 144,69 fte (bij de bestuursrapportage 2022 was dit nog 141,07 fte) De uitbreiding van de formatie is gebaseerd op een verdiepingsonderzoek naar de benodigde capaciteit voor de Teams WMO, VTH en communicatie. Uw college heeft hier op voorwaarde van goedkeuring van de onderhavige begroting mee ingestemd. Het betreft: 1,5 fte WMO 1,5 fte VTH 0,5 fte communicatie Tot slot ook keuzes binnen de bedrijfsvoering door lagere loonkosten tegen meer formatie of meer kosten en dan tegen minder formatie (per saldo +/+ 0,12 fte)

Organisatieontwikkeling

Om de doorontwikkeling van de organisatie te kunnen invoeren en implementeren was in het bestuursakkoord 2022-2026 een jaarlijks doorontwikkelingsbudget van € 100.000 opgenomen, oorspronkelijk voor de jaren 2023-2025. In de begroting 2023-2026 is dit bedrag structureel opgenomen, omdat het ontwikkelen van de organisatie een doorlopend proces is. Op basis van de missie en visie van de organisatie die in 2023 zijn vastgesteld, wordt de organisatie opnieuw ingericht. Dat zal begin 2024 zijn beslag krijgen. Maar dat is nog maar het begin: om de aangepaste organisatie optimaal werkend te krijgen, is (extra) aandacht voor zowel ontwikkeling van het management als de medewerkers nodig. En dat niet alleen individueel maar ook (en vooral) als team. Het is belangrijk om medewerkers ontwikkelmogelijkheden te bieden in het kader van ons personeelsbeleid, binden & boeien, zeker naarmate de arbeidsmarkt krapper wordt, en daar ook ons opleidingsbeleid op te herzien. Ons huidig opleidingsbudget is laag in vergelijking met landelijke benchmarkcijfers. Daarom brengen we

89

ons opleidingsbudget op het landelijke gemiddelde niveau van € 1.000 per medewerker (dus niet per fte), met als peildatum 1 juli van het jaar voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar. Ons opleidingsbudget wordt daardoor met € 39.700 opgehoogd. Daarnaast moet er worden geïnvesteerd in het optimaliseren én het vastleggen en borgen van de bedrijfsprocessen. Voor een goede eerste aanzet is een projectmatige aanpak nodig. Daar kan in 2024 - vooruitlopend op de besluitvorming over de organisatieontwikkeling - mee gestart worden. Voor een projectleider wordt voor 2024 een incidenteel budget van € 120.000 gevraagd. Tenslotte zal uit de nieuwe inrichting blijken, waar de doorontwikkeling consequenties heeft in de benodigde formatie. Eventuele financiële consequenties voor formatieaanpassingen zullen vanzelfsprekend - worden voorgelegd aan de gemeenteraad. De verdiepingsonderzoeken voor de teams VTH en Wmo-Jeugd zijn afgerond. De rapporten bevatten naast een formatie-impuls ook aanbevelingen/handreikingen (o.a. vastleggen processen). De aanbevelingen zijn uitgewerkt in actiepunten met een planning. De formatie-impuls bedraagt 3 fte en het personeelsbudget wordt daardoor met € 258.472 verhoogd. Voor het meer digitaal kunnen werken zijn systeemtechnische koppelingen noodzakelijk en moeten sjablonen worden aangepast en geactualiseerd.

De kosten hiervoor bedragen incidenteel € 53.150 en structureel € 5.600. Deze kosten zijn vertaald in de begroting. Stelpost ziek en piek In de begroting is een stelpost ziek- en piekpot opgenomen. Voor 2024 bedraagt het bedrag € 326.000. In de jaren 2022 en 2023 is de post inhuur steeds - lopende deze jaren - voor respectievelijk € 950.000 en € 700.000 opgehoogd. Belangrijkste oorzaak was de doorontwikkeling van de organisatie die voor een verhoogde claim op het inhuurbudget zorgde. Daar is in deze zelfde periode een krappere arbeidsmarkt bijgekomen, waardoor op enkele functies inhuur onvermijdelijk is gebleken. De doorontwikkeling van de organisatie loopt ook nog begin 2024 door en de situatie op de arbeidsmarkt is nog steeds nijpend. Om die reden wordt in deze begroting alvast de helft van het extra budget opgenomen dat in 2023 is gevraagd, dit wil zeggen € 350.000. Op die manier kan aan alle inhuurverplichtingen van het eerste halfjaar van 2024 worden voldaan en kan bij de bestuursrapportage van 2024 bekeken worden of er nog verdere aanvulling van het budget noodzakelijk is.

Uitgangspunten personeelskosten

In de Kaderbrief 2024 is voor de loonkostenontwikkeling 2024 en volgende jaren gekozen om de stelpost loonstijgingen conform meicirculaire vast te stellen. In de septembercirculaire zijn nog enkele mutaties geweest die tot de volgende bijgestelde percentages hebben geleid: 2024: 6,7% 2025: 5,8% 2026: 4,8% 2027: 4,2% Binnenkort starten de CAO onderhandelingen voor het jaar 2024. Op het moment dit definitief zijn beslag heeft gekregen en mocht blijken dat de stelpost loonstijgingen hier onvoldoende dekking aan kan bieden, zullen wij uw raad op de hiervoor bestemde momenten nader informeren.

Stelposten secundaire arbeidsvoorwaarden

Naast de reguliere salariskosten zijn er personele lasten die niet vooraf zijn toe te rekenen aan medewerkers of afdelingen (herbezetting, inzet IKB, uitbetaling leeftijdsverlof, flexibele beloning, Cao stijgingen, lokaal bezoldigingsbeleid en stijging sociale werkgevers-lasten). Hiervoor zijn stelposten opgenomen. Zodra voornoemde personele lasten zich voordoen worden deze in mindering gebracht op de stelposten. - Op basis van de septembercirculaire is de stelpost loonstijgingen voor 2024 verhoogd tot 6,7%.

90

- Opleidingsbeleid en -budget. Uit onderzoek blijkt dat het belangrijk is om medewerkers ontwikkelmogelijkheden te bieden in het kader van personeelsbeleid, boeien & binden. Het huidige opleidingsbudget is laag in vergelijking met landelijke benchmarkcijfers (personeelsmonitor Gemeenten, A&O Fonds 2022). Als richtlijn wordt geadviseerd een bedrag van € 1.000 per medewerker te begroten. Om hierin mee te gaan wordt het opleidingsbudget met € 39.708 opgehoogd tot € 161.000. Voor 2024 zijn onderstaande stelposten geraamd: IKB (verkoop verlof) € Herbezetting OR € Flexibel belonen € Loonstijgingen € Totaal stelposten €

41.724 32.000 40.280 824.455 938.459

Indicatoren personeelsbeleid verzuimpercentage

stageplaatsen

werkervaringsplaatsen

Rekening 2022*

Begroot 2023

Begroot 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

9,62%

5,8%

5,8%

5,8%

5,8%

5,8%

Rekening 2022

Begroot 2023

Begroot 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

6

8

8

8

8

8

Rekening 2022

Begroot 2023

Begroot 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

4

4

4

4

4

4

* landelijk 6,7

91

Verbonden Partijen Er volgt nu van de publiekrechtelijke verbonden partijen een actueel overzicht van o.a. het openbaar belang, visie in relatie tot de doelstellingen, actuele beleidsvoornemens verwachte ontwikkelingen ten aanzien van het gemeentelijk belang en de financiële positie. Publiekrechtelijke verbonden partijen 1. Naam

Veiligheidsregio Zuid Limburg

2. Rechtsvorm

Gemeenschappelijke regeling van alle gemeenten in ZuidLimburg Maastricht Betreft de uitvoering van de aan Veiligheidsregio opgedragen taken, die zich met name richten op de brandweerzorg en de crisisbeheersing. Programma Veiligheid Alle gemeenten van Zuid-Limburg Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen bestaat de bestuursstructuur uit een Algemeen Bestuur (AB) en Dagelijks Bestuur (DB). De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente Stein in het AB. Alle gemeenten in Zuid-Limburg betalen, op basis van een verdeelsleutel, hun aandeel in de kosten. 31-12-2022 € 4.789.000 31-12-2023 € 4.460.000 31-12-2024 € 4.550.000 31-12-2022 € 59.386.000 31-12-2023 € 55.740.000 31-12-2024 € 50.450.000

3. Vestigingsplaats 4. Doelstelling en openbaar belang 5. Relatie met beleidsprogramma 6. Deelnemende partijen 7. Bestuurlijk belang

8. Financieel belang 9. Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen

10. Gemeentelijke bijdrage

11. Financieel resultaat

12. Risico’s

13. Ontwikkelingen

2022: € 1.590.880 2023: € 1.671.373 2024: € 1.707.658 2022: € - 401.920 2023: € nihil 2024: € nihil De risico's zijn beschreven in de risicoparagrafen van de begrotingen en jaarrekeningen van de Veiligheidsregio. De Veiligheidsregio beschikt over een eigen algemene reserve. nvt

92

1. Naam

GR Vidar Wsw

2. Rechtsvorm

Gemeenschappelijke regeling van de gemeenten SittardGeleen, Beek en Stein. Sittard-Geleen Uitvoering van de WSW en de Participatiewet.

3. Vestigingsplaats 4. Doelstelling en openbaar belang 5. Relatie met beleidsprogramma 6. Deelnemende partijen 7. Bestuurlijk belang

8. Financieel belang

9. Vermogen

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

10. Gemeentelijke bijdrage

11. Financieel resultaat

12. Risico’s

13. Ontwikkelingen

Programma Sociaal Domein Gemeente Sittard-Geleen, Beek en Stein Conform de WGR bestaat de bestuursstructuur uit een algemeen bestuur (twee wethouders per gemeente) en een dagelijks bestuur (wethouders met Participatie in hun portefeuille) . In de GR Vidar Wsw is het formele werkgeverschap van de Wsw-ers belegd en enkele bijbehorende taken als collectief vervoer en arbodienst. GR Vidar Wsw heeft de uitvoering van de Wsw en de werkgeverstaken belegd bij de centrumgemeente Sittard-Geleen. De centrumgemeente heeft de uitvoering van de Wsw-taken en de werkgeverstaken opgedragen aan Vidar B.V. Verder vinden er binnen de GR Vidar Wsw geen activiteiten plaats. Binnen het overzicht van baten en lasten, worden de verantwoorde loonkosten gedekt door de Rijksbijdrage en een aanvullende gemeentelijke bijdrage in het subsidietekort en overige lasten. 31-12-2022 € 0 31-12-2023 € 0 31-12-2024 € 0 31-12-2022 € 1.453.048 31-12-2023 € 1.393.000 31-12-2024 € 1.363.000 2022: € 642.433 2023: € 609.825 2024: € 625.308 2022: € 0 2023; € 0 2024: € 0 In geval er sprake is van een tekort t.o.v. de begroting moeten de gemeenten dit tekort aanzuiveren d.m.v. een hogere gemeentelijke bijdrage. De meerjarenraming laat zien dat de gemeentelijke bijdrage vanaf 2025 toeneemt. In absolute zin stijgt de rijkssubsidie. In beginsel leidt dit tot een gemeentelijke bijdrage die daalt.

Bepalende factoren in de stijgende gemeentelijke bijdrage zijn: - Stijgende loonkosten Wsw door Cao (autonome ontwikkeling) en de overname van de WHK-premie door werkgever (beleidskeuze). - Per 2025 vervalt het Lage Inkomensvoordeel (autonome ontwikkeling).

93

1. Naam

GGD Zuid Limburg

2. Rechtsvorm 3. Vestigingsplaats 4. Doelstelling en openbaar belang

Gemeenschappelijke regeling Heerlen en Maastricht Zorg dragen voor publieke gezondheid, toezicht op de kwaliteit Wmo, Veilig Thuis, GHOR, vangnetfunctie en crisiszorg verslaafden, dak- en thuislozen. Programma Volksgezondheid en milieu De 16 Zuid-Limburgse gemeenten Het Algemeen Bestuur van de GGD Zuid-Limburg bestaat uit 1 bestuurslid per deelnemende gemeente en 1 plaatsvervangend lid. Als lid van het Algemeen Bestuur kunnen slechts worden aangewezen leden van het college van de gemeenten. Het Dagelijks Bestuur (DB) bestaat uit bestuurders van 7 gemeenten, waaronder Stein. Besluitvorming vindt plaats via gewogen stemmen, gerelateerd aan het inwonersaantal. Subsidie/inkooprelatie/verliesbijdrage naar rato inwonertal. 31-12-2022 € 1.979.577 31-12-2023 € 1.979.577 31-12-2024 € 1.979.577 31-12-2022 € 30.169.271 31-12-2023 € 29.330.509 31-12-2024 € 28.530.509 Veilig Thuis Reguliere bijdrage JGZ 2022 € 262.320 2022 € 295.373 2022 € 706.554 2023 € 261.794 2023 € 341.522 2023 € 787.154 2024 € 279.868 2024 € 411.268 2024 € 831.120

5. Relatie met beleidsprogramma 6. Deelnemende partijen 7. Bestuurlijk belang

8. Financieel belang 9. Vermogen Eigen vermogen

Vreemd vermogen

10. Gemeentelijke bijdrage

11. Financieel resultaat

12. Risico’s 13. Ontwikkelingen

2022 € -1.697.412 2023 € 0,2024 € 0,Verliesbijdrage naar rato inwonertal. -Trendbreuk -IZA / GALA -aanpassing GR'en

94

1. Naam

Gemeenschappelijke regeling Omnibuzz

2. Rechtsvorm 3. Vestigingsplaats 4. Doelstelling en openbaar belang

Gemeenschappelijke regeling Sittard-Geleen Het zorg dragen voor het vervoer van klanten met een beperking die een beroep kunnen doen op de Wet maatschappelijke ondersteuning. Programma Sociaal Domein Gemeente: Beek, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Horst aan de Maas, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Nederweert, Nuth, Onderbanken, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Venray, Voerendaal, Weert. Kwalitatief goed en betrouwbaar vervoer op maat tegen reële kosten. De gemeente Stein heeft zitting in het algemeen bestuur van Omnibuzz en stelt met de vertegenwoordigers van de overige gemeenten de jaarrekening en begroting vast. De totale gemeentelijke bijdrage is opgebouwd uit twee delen: een bedrag per inwoner voor de bedrijfskosten en de vervoerskosten (het reisvolume/daadwerkelijk gebruik). 31-12-2022 € 1.039.428 31-12-2023 € 1.017.498 31-12-2024 € 1.011.373 31-12-2022 € 1.977.411 31-12-2023 € 5.406.774 31-12-2024 € 4.689.815 2022 € 345.503 2023 € 389.645 2024 € 394.238 2022 € 3.335.388 2023 € 0 2024 € 0 In geval er sprake is van een tekort t.o.v. de begroting moeten de gemeenten dit tekort aanzuiveren d.m.v. een hogere gemeentelijke bijdrage.

- Het openbaar vervoer (OV) biedt in steeds mindere mate een passend en aantrekkelijk alternatief voor mensen met een beperking. Deze ontwikkeling staat haaks op de ambitie om OV-gebruik onder klanten juist te stimuleren. Omnibuzz is in gesprek met de provincie Limburg en gemeenten om een toegankelijk OV na te streven. - De impact van COVID-19 is intussen verminderd, maar de nasleep van de pandemie is nog duidelijk merkbaar in de dienstverlening van Omnibuzz. Mede als gevolg van terugval in vervoer ten tijde van de coronacrisis zijn veel chauffeurs uitgeweken naar werk in andere sectoren. Veel vervoerders ondervinden sindsdien problemen met het aantrekken en behouden van voldoende gekwalificeerde chauffeurs. - We zien ook een groeiende zorgbehoefte bij klanten. De toename van dementie en/of verward gedrag binnen de

5. Relatie met beleidsprogramma 6. Deelnemende partijen

7. Bestuurlijk belang 8. Financieel belang

9. Eigen vermogen

10. Vreemd vermogen

11. Gemeentelijke bijdrage

12. Financieel resultaat

13. Risico’s

14. Ontwikkelingen

95

doelgroep heeft gevolgen voor de uitvoering van het vervoer en de dienstverlening. - De meeste kosten voor Omnibuzz worden jaarlijks geïndexeerd. Voor 2023 heeft dit geleid tot forse prijsstijgingen. Voor 2024 verwachten wij ook stijgende prijzen, maar in veel minder sterke mate.

96

1. Naam

Regionale Uitvoeringsdienst Zuid Limburg

2. Rechtsvorm 3. Vestigingsplaats 4. Doelstelling en openbaar belang

Gemeenschappelijke regeling Maastricht Het doel van de vorming van de RUD ZL is om hogere kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) te bereiken op het gebied van milieu voor minimaal de basistaken van alle 17 deelnemers en de specialistische milieutaken voor de deelnemers die ook deze taken inbrengen. De gemeente Stein heeft alle milieutaken ingebracht. De RUD ZL is tevens een BRZO-RUD omdat alle BRZO-taken provinciebreed hier zijn ondergebracht. De vorming van een RUD is wettelijk verplicht. Programma Volksgezondheid en milieu In Zuid-Limburg werken de gemeenten Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg, Voerendaal en de Provincie Limburg op basis van een gemeenschappelijke regeling samen in de RUD ZL. De gemeente Stein is vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur van de RUD ZL. De verdeling van de kosten vindt plaats op basis van de te besteden uren per deelnemer en het ingebrachte takenpakket per deelnemer.

31-12-2022 € 1.128.281 31-12-2023 € 619.000 31-12-2024 € 609.000 31-12-2022 € 2.329.200 31-12-2023 € 2.025.000 31-12-2024 € 2.025.000 2022 € 537.300 2023 € 645.027 2024 € 670.828 2022 € -/- 18.219 2023 € nihil 2024 € nihil In de GR ligt vast dat de financiële eindverantwoordelijkheid voor de financiële positie van de RUD ZL door de deelnemers wordt gedragen. Onverlet deze eindverantwoordelijkheid heeft de RUD ZL als zelfstandig orgaan een eigen verantwoordelijkheid om te zorgen voor de vorming van voldoende weerstandsvermogen. Discussie over de uitvoering van de bodemtaken, die verplicht moeten worden ingebracht in de RUD, en de bekostiging hiervan. De gemeenten die hiervoor een doeluitkering krijgen willen deze uitkering niet (geheel) overdragen. Mogelijk is de uitkomst dat er in de overige gemeenten (waaronder de onze) extra budget naar de RUD moet. Voor Stein gaat het dan om een bedrag van circa € 24.000.

5. Relatie met beleidsprogramma 6. Deelnemende partijen

7. Bestuurlijk belang 8. Financieel belang

9. Vermogen

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

10. Gemeentelijke bijdrage

10. Financieel resultaat

11. Risico’s

12. Ontwikkelingen

97

1. Naam

BelastingSamenwerking Gemeenten en Waterschappen

2. Rechtsvorm 3. Vestigingsplaats 4. Doelstelling en openbaar belang

Gemeenschappelijke regeling. Roermond BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen is een zelfstandig samenwerkingsverband voor heffing en inning van gemeentelijke belastingen en waterschapsbelastingen en voor uitvoering van de wet WOZ. 30 van de 33 Limburgse gemeenten en de twee Limburgse waterschappen werken samen in BsGW. Deze samenwerking betekent dat de uitvoeringstaken van de waterschapsbelastingen ,de gemeentelijke belastingtaken en administratieve taken van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ), worden verzorgd door BsGW.

5. Relatie met beleidsprogramma 6. Deelnemende partijen

7. Bestuurlijk belang

8. Financieel belang

9. Vermogen

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

De verzelfstandiging beoogt een zo groot mogelijk maatschappelijk rendement te halen uit samenwerking tussen lokale overheden op het gebied van belastingheffing en inning. Programma Bestuur en ondersteuning 30 van de 33 Limburgse gemeenten en de twee Limburgse waterschappen werken samen in BsGW. De deelnemende gemeenten zijn Beek, Beesel, Bergen, Brunssum, EchtSusteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Nederweert, Nuth, Onderbanken, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg, Venlo, Voerendaal, Weert. De waterschappen Peel en Maasvallei en het Waterschap Roer en Overmaas nemen deel aan de GR. Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen bestaat de bestuursstructuur uit een Algemeen Bestuur (AB) en een Dagelijks Bestuur (DB). De portefeuillehouder financiën vertegenwoordigt de Gemeente Stein in het AB. De processen voor waterschappen en gemeenten overlappen elkaar in grote mate en de benodigde basisgegevens worden gelijktijdig voor alle deelnemers opgebouwd. Omdat BsGW de processen voor alle belastingsoorten integraal uitvoert, zijn de daarmee samenhangende kosten zodanig met elkaar verweven dat kosten niet per belastingsoort gedifferentieerd kunnen worden.

De uitvoeringskosten van de productieprocessen worden om die reden toegerekend aan eenduidige, herkenbare hoofdprocessen, overeenkomstig de organisatieopzet van BsGW. Dit resulteert in vijf primaire producten van dienstverlening: Gegevensbeheer en heffen, Waarderen, Innen, Klantzaken en Parkeerbelasting. De verdeling van deze kosten over de deelnemers gebeurt hierna met behulp van eenheidstarieven per product van dienstverlening. 31-12-2022 € 1.982.000 31-12-2023 € 1.203.000 31-12-2024 € 1.203.000 31-12-2022 € 8.198.000 31-12-2023 € 7.259.000

98

11. Gemeentelijke bijdrage

10. Financieel resultaat

11. Risico’s

12. Ontwikkelingen

31-12-2024 € 6.973.000 2022 € 397.000 2023 € 495.304 2024 € 500.718 2022 € 792.000 2023 € 0 2024 € 0 In de GR ligt vast dat de eindverantwoordelijkheid voor de financiële positie van de BsGW door de deelnemers wordt gedragen. Onverlet deze eindverantwoordelijkheid heeft de BsGW als zelfstandig orgaan een eigen verantwoordelijkheid om te zorgen voor de vorming van voldoende weerstandsvermogen. n.v.t.

99

Privaatrechtelijke verbonden partijen De gemeente Stein heeft aandelen in de volgende vennootschappen: Instelling Aantal aandelen Bank Nederlandse Gemeenten NV 19.266 Enexis Holding NV 460.350 Steinerbos BV 1 Waterleidingmaatschappij Limburg NV 9 NV Theodora 219 LIOF NV 10 NV RWM 117

Nominale waarde € 48.165 € 460.350 €1 € 40.840 € 99.378 € 3.403 € 11.700

1. Naam

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

2. Rechtsvorm 3. Vestigingsplaats 4. Doelstelling en openbaar belang

Naamloze vennootschap Den Haag BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de inwoner. programma Bestuur en ondersteuning Aandeelhouders van de bank zijn uitsluitend overheden. De staat is houder van de helft van de aandelen. De andere helft is in handen van gemeenten en provincies. De gemeente Stein heeft stemrecht in de algemene vergadering van de aandeelhouders. De gemeente Stein is houder van 19.266 aandelen. 31-12-2022 € 4.615.000.000 31-12-2023 € 4.590.000.000 (halfjaarbericht) 31-12-2024 nnb 31-12-2022 € 107.459.000.000 31-12-2023 € 123.728.000.000 (halfjaarbericht) 31-12-2024 nnb 2022 € 300.000.000 2023 € 141.000.000 (halfjaarbericht) 2024 nnb Bij negatieve economische ontwikkelingen zijn de winstverwachtingen en dividenden onzeker. n.v.t.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=7d5f3320-e5fc-42f7-939f-ca34f6b1ef65