Programmabegroting 2024-2027
Tekst van het document
Gemeente Stein heeft op dit vlak een maatschappelijke verantwoordelijkheid en hecht veel belang aan het beschermen van de privacy van haar inwoners. Een hoge betrouwbaarheid van de informatievoorziening zorgt voor een
47
betrouwbare dienstverlening en maakt efficiënt werken mogelijk. Wij houden ons hierbij aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming, de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming, de Baseline Informatiebeveiliging Overheid en de Wet Politiegegevens. We merken overal om ons heen dat er meer aandacht gevraagd wordt voor informatiebeveiliging. Dat zien we in het dreigingsbeeld zoals dat door de VNG is opgesteld maar ook op Europees niveau met de vaststelling van de NIS 2 richtlijn (Network and Information Systems). Lidstaten moeten deze richtlijn uiterlijk in oktober 2024 hebben omgezet in lokale wetgeving. In Nederland gaat deze wet NIB2 heten (Netwerk- en Informatiebeveiliging). Het is duidelijk dat deze wet voor de informatiebeveiliging van gemeenten flinke gevolgen zal gaan krijgen. In 2024 wordt er gestart met de aanbesteding en implementatie van een Security Information & Event Management (SIEM), Security Operations Center (SOC). Een SIEM/SOC draagt er toe bij dat computerdreigingen, zoals hackpogingen of malware beter worden gemonitord en in kaart worden gebracht. Het helpt de gemeente om beter digitaal weerbaarder te worden.
Om te voldoen aan de norm 12.4 uit de “Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO)” zal zoals in de kadernota 2024 aangekondigd de aanschaf van een SIEM-SOC applicatie voor een eenmalig bedrag van € 10.000 en structureel € 45.000 nodig zijn Voor 2024 wordt er verder gewerkt om de ‘privacy-volwassenheid’ binnen de gemeente naar een hoger niveau te tillen. Blijvende aandacht is nodig om privacy op een natuurlijke manier tot de organisatiecultuur te laten behoren. Ensia Ieder jaar verantwoorden wij ons middels ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) over informatieveiligheid in relatie tot de gemeentelijke domeinen en basisregistraties. Mogelijke aanbevelingen uit de audit zullen worden verwerkt in een verbeterplan en worden opgepakt zoals we dat ook voorgaande jaren hebben gedaan. Het college legt, net als voorgaande jaren, middels een collegeverklaring verantwoording af. Audit Wet Politie Gegevens Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) voeren in verschillende domeinen toezicht- en handhavingstaken uit die vallen onder de opsporingsbevoegdheid. De Wet Politiegegevens (Wpg) bevat de verplichting een privacy audit Wpg uit te voeren voor het gebruik van politiegegevens door de boa’s. In de audit wordt onderzocht in welke mate de opzet, bestaan en werking van de verplichtingen uit de Wpg zijn gerealiseerd.
Ter voorbereiding op de externe audit Wpg door een onafhankelijke IT auditor in 2025, wordt in 2024 (jaarlijks) een interne audit Wpg uitgevoerd. Informatiebeleid Binnen de huidige begroting zijn alleen de structurele exploitatielasten opgenomen. Dit geeft echter geen volledig beeld van de verwachte kosten voor informatievoorziening voor de komende jaren. Er zijn extra investeringen nodig, op de eerste plaats om de basis op orde te krijgen en op de tweede plaats om externe ontwikkelingen bij te kunnen houden. Wat de basis op orde betreft: de totale bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie leunt sterk op digitale informatievoorzieningen. Deze afhankelijkheid is door de nieuwe taken enkel toegenomen. Het is van groot belang dat zowel de informatiehuishouding als de technische infrastructuur veilig en up-to-date blijven. Daarbij moeten wij de ‘integriteit’ van onze gegevens waarborgen, niet enkel voor onszelf, maar ook om het vertrouwen van onze inwoners te behouden. Een efficiënte informatiehuishouding en grondige digitalisering is noodzakelijk om in de toekomst meer taken te vervullen. Er zijn al diverse vervangingsprojecten uitgevoerd, maar er staan nog belangrijke projecten op de planning om zowel technische achterstanden aan te pakken als achterstanden op het gebied van archivering.
48
Wat externe ontwikkelingen betreft: sinds het laatste Informatiebeleidsplan uit 2018 hebben we er als gemeente diverse nieuwe taken bijgekregen, zoals de Omgevingswet, de Wet Open Overheid (WOO) en de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (WMEBV). Deze taken hebben stuk voor stuk een digitaliseringscomponent. Behalve al deze interne en externe ontwikkelingen hebben we te maken met druk op de arbeidsmarkt, zeker ook waar het informatiserings-functies betreft. De druk op het team Informatiemanagement is de laatste jaren dan ook significant toegenomen. Het is noodzakelijk om naar structurele oplossingen te kijken die de soms te hoge belasting voor het team in de toekomst voorkomen. Een herstructurering is onvermijdelijk om zowel robuust als wendbaar te blijven. Het uiteindelijke doel is om de informatievoorziening zodanig af te stemmen dat deze beter aansluit bij de wensen van de organisatie voor interne en externe dienstverlening. Datgene wat nodig is om klaar te zijn voor de toekomst, komt in een nieuw informatiebeleidsplan. Op basis van grondig onderzoek wordt daarin aangegeven wat de strategie voor de komende jaren wordt. Om de informatievoorziening te optimaliseren en het team Informatiemanagement te herstructureren, zijn extra investeringen vereist. Op dit moment wordt gewerkt aan een diepgaand onderzoek om de benodigde investering goed te kunnen onderbouwen.
Dat onderzoek is op dit moment nog niet voltooid. Wel hebben we een grove inschatting van de middelen die daarvoor benodigd zijn, maar prioritering en fasering over de jaren heen moet nog gedaan worden. Zodra dat beeld compleet is, zal dit in een apart voorstel aan de raad worden voorgelegd. Visie op communicatie In Stein willen we niet alleen denken en praten maar ook vooral doen; resultaat creëren. Met een afnemend vertrouwen in de overheid, arbeidskrapte en de implementatie van een scala aan nieuwe taken voor gemeenten staat de afdeling communicatie voor nieuwe uitdagingen. In juni 2023 is de nieuwe “visie op communicatie“ aan de raad voorgelegd. Zoals in de kadernota 2024 is opgenomen, zijn er voor de komende jaren extra middelen nodig. Deze middelen bedragen exclusief eventuele extra lasten voor 2024 € 45.500, voor 2025 € 50.500, voor 2026 € 33.500 en voor 2027 € 28.500. Missie Een afdeling communicatie binnen een gemeente staat niet op zichzelf, maar heeft veel raakpunten. De missie wordt de komende jaren, naast de toenemende dagelijkse en nieuwe taken die de gemeente op zich af ziet komen, meer toegespitst op het ontwikkelen van duidelijk taalgebruik door alle medewerkers, het creëren van een positiever sociale mediaklimaat en het werken aan een positief imago van de gemeente Stein.
Strategie Een uitgebreide analyse van de huidige situatie leert ons dat de huidige afdeling communicatie wordt overvraagd. Bij de huidige onderbezetting en krapte op de arbeidsmarkt betekent dit, dat er naast het op sterkte brengen van de afdeling ook duidelijke prioriteiten moeten worden gesteld en dat er steeds efficiënter moet worden gewerkt. Dat kan door de juiste keuzes te maken en automatisering in te zetten als het om de website en digitale communicatie gaat. We blijven ons de komende jaren vol aandacht richten op de toenemende dagelijkse en nieuwe opdrachten vanuit de verschillende werkvelden. Daarnaast zal er aandacht zijn voor de implementatie van de duidelijke taal, een positief sociale media klimaat, gebiedsgerichte communicatie, de ontwikkeling van de lokale omroepen in samenwerking met de gemeenten Sittard-Geleen en Beek, het ontwikkelen en implementeren van een vernieuwde website en een nieuw inkoopbeleid dat inspeelt op stijgende prijzen en de toenemende specialisatie van aanbieders in de markt. De veelheid en diversiteit van vragen waar communicatie in adviseert, vraagt om een meer planmatige aanpak. De door de gemeenteraad vastgestelde visie op communicatie wordt begin
49
2024 concreet uitgewerkt, in lijn met de keuzes die gemaakt worden in het organisatieontwikkeltraject.
Treasury Saldo financieringsfunctie Dit betreft voornamelijk het saldo van de rente over de eigen financieringsmiddelen en het saldo van de toegerekende rente aan de producten van de programma's. Rekening Begroting Begroting Meerjarenraming 2022 (x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
2027
Saldo financieringsfunctie
17
193
0
0
0
0
Totaal
17
193
0
0
0
0
Opbrengst uit beleggingen De gemeente heeft aandelen in vennootschappen. Door enkele vennootschappen wordt dividend uitgekeerd. In onderstaand overzicht is een specificatie van de belangrijkste baten (dividend) en lasten van de aandelen opgenomen. Rekening Begroting Begroting Meerjarenraming (x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Dividend Enexis en B.N.G.
350
643
154
232
232
232
Rentelasten beleggingen
-9
11
-13
-13
-13
-13
341
632
141
219
219
219
Totaal
Rentelasten beleggingen: De aandelen van de beleggingen zijn als activa op de balans opgenomen. Van activa worden rentelasten aan de exploitatie doorberekend. BNG Bij de berekening van het dividend van BNG is, conform begrotingsbrief van de provincie, in de begroting 2024 en in de meerjarenraming 2025-2027 rekening gehouden met een bedrag van € 2,50 per aandeel. Enexis Bij de berekening van het dividend van Enexis is, conform begrotingsbrief van de provincie, in de begroting 2024 rekening gehouden met een bedrag van € 0,23 per aandeel en in de meerjarenraming 2025-2027 is rekening gehouden met een bedrag van € 0,40 per aandeel.
Belastingen
Dit subtaakveld betreft de OZB belastingen. Rekening Begroting Begroting 2022 (x € 1.000)
2023
2024
Meerjarenraming 2025
2026
2027
OZB woningen
3.879
3.922
4.087
4.258
4.412
4.553
OZB niet-woningen
2.004
2.139
2.185
2.276
2.358
2.434
Belastingen overig
54
-219
-202
-204
-210
-215
5.938
5.842
6.070
6.331
6.560
6.771
Totaal
50
Algemene uitkering Het gemeentefonds is een fonds op de rijksbegroting waaruit de gemeenten jaarlijks een algemene uitkering ontvangen. Met deze uitkering moeten gemeenten hun taken vervullen, minimaal op het niveau zoals dit door de wet wordt voorgeschreven. Ook wordt hiermee het bestuurlijke en ambtelijke apparaat in stand gehouden. Van verschillende ministeries krijgen gemeenten daarnaast specifieke uitkeringen om specifieke taken te vervullen. In de besteding van de algemene uitkering is de gemeente vrij. Wel staan hier wettelijke taken tegenover. Over de besteding hoeft geen verantwoording aan het Rijk te worden afgelegd. De algemene uitkering is voor gemeenten de belangrijkste vrij besteedbare inkomstenbron. De gegevens die in deze begroting zijn opgenomen ten aanzien van het gemeentefonds zijn, in tegenstelling tot vorige jaren, gebaseerd op de gegevens uit de septembercirculaire 2023. Rekening Begroting Begroting € x 1.000
2022
Algemene uitkering
2023
2024
Meerjarenraming 2025
2026
2027
42.563
44.427
48.093
50.356
47.001
48.684
2.832
2.799
2.606
2.443
2.188
2.049
Voogdij 18 plus
494
423
0
0
0
0
Wet inburgering
93
0
0
0
0
0
Brede school comb.functies
106
0
0
0
0
0
VTH provinciale taken
149
149
149
149
149
149
Voorschoolse voorz. peuters
32
30
30
30
30
30
Armoedebestrijding kinderen
70
69
61
61
61
61
Einde lening inburgeringsplichtig
3
1
0
0
0
0
Maatschappelijke begeleiding
50
24
0
0
0
0
Meerkosten regeling Oekraïne
19
0
0
0
0
0
Gezond in de Stad
25
0
0
0
0
0
Extra kosten verkiezingen
55
0
0
0
0
0
Centrale stemopneming
10
0
0
0
0
0
Leerlingenvervoer Oekraine
22
16
0
0
0
0
Versterken sociale basis
22
0
0
0
0
0
Invoeringskosten omgevingswet
217
0
0
0
0
0
Inkomstenderving corona
144
0
0
0
0
0
7
7
7
0
0
0
Uitvoering klimaatakkoord
203
0
0
0
0
0
Extra capaciteit BOA's
33
33
33
33
33
33
Wet kwaliteitsborging bouw
36
13
13
13
13
Taal voor ontheemden Oekraine
0
6
0
0
0
0
Goed verhuurderschap
0
7
0
0
0
0
Impulsgelden Weerbaar bestuur
0
7
7
7
7
0
Algemene uitkering voorgaande jaren
38
0
0
0
0
0
47.223
48.018
50.998
53.091
49.482
51.006
Integratie uitkeringen Participatie
Decentralisatie uitkeringen
Versterking omgevingsveiligheidsdiensten
Totaal
51
Septembercirculaire 2023 De septembercirculaire 2023 is volgens planning op Prinsjesdag verschenen. Deze circulaire bevat informatie over de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2027 en een actualisatie van het LPO accres op basis van de Miljoenennota 2024. Sinds de meicirculaire 2022 is het volume deel bevroren tot en met 2025. Vooruitlopend op een nieuwe financieringssystematiek heeft het kabinet in de septembercirculaire 2022 eenmalig € 1 miljard extra beschikbaar gesteld in 2026. Het volumedeel staat hierdoor vast tot en met 2026. Bij de Voorjaarsnota 2023 is dit bedrag vanaf 2027 structureel gemaakt (geeffectueerd in septembercirculaire 2023) en is besloten om de volumeontwikkeling vanaf 2027 te indexeren op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. De nieuwe financieringssystematiek is, zoals aangekondigd in de meicirculaire 2023, in de Miljoenennota 2024 uitgewerkt. De indexatie voor het volumedeel wordt vanaf 2027 gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Voor de jaren tot en met 2026 geschiedt de index voor loon-prijsontwikkeling op basis van de CPBraming van de loonvoet sector overheid, index materiele overheidsconsumptie en overheidsinvesteringen. Hierbij wordt een verdeling van 60% loonontwikkeling, 20% consumptie en 20% investeringen aangehouden.
Vanaf 2027 volgt de indexatie voor inflatie de prijs bbp van het lopend jaar. In de septembercirculaire 2023 zijn de LPO accressen voor de jaren 2024 tot en met 2028 bijgewerkt. Het effect van de septembercirculaire 2023 is voor de gemeente Stein als volgt: 2023
2024
2025
2026
2027
546
459
414
1.277
Uitkeringsfactor, algemeen Accresontwikkeling Overige mutaties uitkeringsfactor
452
-19
-15
-21
-100
Subtotaal:
452
527
444
393
1.177
Hoeveelheidsverschillen
295
342
401
379
389
Ontwikkeling uitkeringsbasis
-188
-113
-111
-107
-143
Subtotaal:
106
230
290
272
247
2
120
49
7
7
Veilig wonen
7
7
7
7
Subtotaal:
7
7
7
7
WOZ-waarden mutaties
-88
-92
-92
-92
-92
Subtotaal:
-88
-92
-92
-92
-92
Participatie (IU)
39
35
32
28
25
Subtotaal:
39
35
32
28
25
Totaal verschil
518
827
731
615
1.365
Effecten aan lastenkant
-219
-324
-289
-294
-311
Totaal effect septembercirculaire
299
503
442
321
1.053
Uitkeringsfactor, ontwikkeling uitkeringsbasis
Taakmutaties Totaal IU/DU/SU
WOZ
3 D’s in het sociaal domein
52
Stelpost Jeugd Rijk en VNG werken al enige tijd aan de Hervormingagenda jeugdzorg. Onderhandelingen hierover zijn afgerond. Vooruitlopend op de uitkomsten van deze onderhandelingen zijn in de meicirculaire voor de jaren 2022, 2023, 2024 en 2025 aanvullende, incidentele middelen toegevoegd aan het gemeentefonds, in lijn met de financiële reeks van de uitspraak van de Commissie van Wijzen (CvW). Naast de besparingsopgave die volgt uit de uitspraak van de Commissie van Wijzen heeft het kabinet besloten tot het realiseren van een aanvullende besparing van structureel € 511 miljoen, welke een Rijksverantwoordelijkheid is gemaakt. Concreet betekent dit dat het aan de Rijksoverheid is om de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen. Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd kunnen worden. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. De provincies als financieel toezichthouder erkennen de noodzaak om op deze ontwikkelingen te anticiperen en hebben beoordeeld in hoeverre het ramen van de financiële reeks van de CvW na 2025 als reëel kan worden beoordeeld (artikel 203 lid 1 Gemeentewet).
• Gemeenten mogen in de jaarschijven 2026 en 2027 de middelen zoals die in de Hervormingsagenda zijn afgesproken als structurele en reële raming meenemen in hun meerjarenraming. Concreet gaat het om respectievelijk € 284 miljoen en € 211 miljoen (zie tabel). • Daarnaast mogen gemeenten in hun begroting rekening houden met een besparing op de uitgaven van €500 miljoen in 2025, € 500 miljoen in 2026 en vanaf 2027 € 511 miljoen (structureel) als gevolg van maatregelen die het Rijk zal uitwerken (zie tabel). Richtlijn financieel toezichthouder
2024
2025
2026
2027
500 miljoen
500 miljoen
511 miljoen
284 miljoen
211 miljoen
Meenemen in begroting bovenop circulaire Lager te ramen uitgaven Hoger te ramen middelen
Dit betekent dat in de begroting van de gemeente Stein conform bovenstaande een stelpost is opgenomen, die als volgt is opgebouwd: Bedragen in € Lager te ramen uitgaven
2024
2025
2026
2027
767.500
767.500
784.385
435.940
323.885
1.203.440
1.108.270
Extra ontvangsten rijksmiddelen Totale hoogte stelpost gemeente Stein
767.500
Problematiek niet-taakgebonden kortingen rijk Sinds het aantreden van het kabinet Rutte IV stond er voor het jaar 2026 een forse besparing op het gemeentefonds ingeboekt, in ruil voor een andere financieringssystematiek en/of een uitbreiding van het lokale belastinggebied. Het tekort dat gemeenten hierdoor in 2026 hadden, loopt op in de jaren erna en staat ook wel bekend als het ‘financiële ravijn’. Gemeenten vragen al anderhalf jaar om dit financiële probleem op te lossen. Alle gemeenten komen samen zo'n € 3 miljard te kort. Daar waar normaal gesproken het gemeentefonds een jaarlijkse groei laat zien om loon-, prijs- en volumeontwikkelingen op te vangen, is vanaf 2026 een daling zichtbaar. Concreet betekent dit dat de gemeente Stein als gevolg van de kortingen op het gemeentefonds in 2026 circa € 3,6 miljoen minder uit dit fonds ontvangen dan in 2025 en dat de jaren 2026 en 2027 als gevolg daarvan een 'financieel ravijn' vertonen, ondanks dat we voor 2026 en 2027 een eenmalige rijksbijdrage voor de nieuwe financieringssystematiek hadden ontvangen van respectievelijk € 1,1 en € 0,8 miljoen.
53
De VNG heeft aan haar leden geadviseerd om geen sluitende begroting te maken voor de jaren vanaf 2026 en daarmee de nadelige financiële gevolgen van het kabinetsbeleid zichtbaar te maken. Deze uitzonderlijke maatregel is volgens het bestuur nodig omdat de gemeentelijke financiën onvoldoende zijn voor het uitvoeren van het huidige takenpakket. De VNG wil doordat de gemeenten de tekorten laat zien het gesprek met het Rijk aangaan en de middelen binnen halen die de gemeenten toekomt. Het bestuur van de VNG erkent dat dit een uitzonderlijk advies is. Het is echter besproken in het landelijk Vakberaad Gemeentefinanciën van de provinciale toezichthouders, en zij herkennen het standpunt van de VNG. De provinciaal toezichthouder begrijpt de actie van de VNG wel en ook waarom zij dit hebben gedaan. Zij adviseert de gemeente Stein een structureel en reëel (SRE) sluitende begroting 2024 en 2025 op te stellen zodat er sprake is van repressief toezicht. Puur vanuit de wet- en regelgeving bekeken moeten de jaren 2026 en 2027 ook sluitend zijn. Echter hebben we hier te maken met de problematiek van niet-taakgebonden kortingen van het rijk waarover de VNG nog gesprekken zal gaan voeren. Met het advies en standpunt van de VNG en de toezichthouder is de urgentie om het tekort dat zou kunnen ontstaan als gevolg van de Rijksbezuinigingen op korte termijn weg te werken er niet meer.
Het VNG zal worden gevolgd, met wel de volgende kanttekeningen: • Het eventuele tekort voor 2026 en 2027 moet niet groter worden dan het betreffende ravijn. De gemeente moet zich niet in de nesten gaan werken. Behoudendheid is dus wel noodzakelijk. • Het is niet wenselijk om bezuinigingen in te zetten als die op een later moment niet nodig blijken te zijn. Echter zien we ook bij het Rijk financiële problemen ontstaan. Het zou zo maar kunnen zijn dat het ravijn niet of helemaal niet gedempt wordt. Daarom is het belangrijk om deze ontwikkelingen te blijven monitoren en hier dan ook vroegtijdig op te anticiperen en alsnog eventuele bezuinigingen door te voeren. Indien de 'ravijnjaren' niet alsnog door het rijk gecompenseerd worden en daardoor in de toekomst begrotingstekorten in die jaren ontstaan, dan zullen daarna mogelijke bezuinigingen doorgevoerd moeten worden. Dat traject vereist zorgvuldige afwegingen om ervoor te zorgen dat essentiële diensten en kwaliteit behouden blijven. Mogelijkheden hierbij zijn om onderdelen uit het bestuursakkoord 2022-2026 (deels) terug te draaien dan wel minder budget beschikbaar te stellen. Daarnaast kan het verhogen van inkomsten voor een gemeente een effectieve manier zijn om financiële tekorten aan te pakken zonder de kwaliteit van dienstverlening te verminderen.
Een redelijke verhoging van de onroerendgoedbelasting kan extra inkomsten genereren. Een verhoging van 1% onroerend zaakbelasting zal circa € 62.000 inkomsten opleveren.
Overige baten en lasten Stelposten Mutaties stelposten
Begroting 2024
(x € 1.000)
Meerjarenraming 2025
2026
2027
Stelpost loonstijgingen
-824
-1.587
-2.257
-2.873
Stelpost prijscompensatie
-50
-50
-50
-50
Stelpost participatiebedrijf
37
87
112
112
Stelpost bezuinigingen accommodaties
-4
-4
-4
-4
Stelpost herbezetting OR
-17
-17
-35
-35
Stelpost verkoop verlof
-42
-43
-43
-43
54
Mutaties stelposten
Begroting 2024
(x € 1.000)
Meerjarenraming 2025
2026
2027
Stelpost flexibele beloning
-40
-30
-31
-31
Stelpost onderuitputting BCF plafond
180
180
180
180
Stelpost ziek en piekpot
-676
-333
-339
-346
Stelpost formatie College
0
0
44
88
-24
-34
-24
-24
0
768
1.203
1.108
-1.460
-1.063
-1.243
-1.917
Stelpost taxaties verzekerde objecten Stelpost Jeugd extra middelen Totaal
Onvoorzien Rekening Begroting Begroting 2022
Onvoorzien
(x € 1.000)
Totaal
2023
2024
Meerjarenraming 2025
2026
2027
0
0
-25
-25
-25
-25
0
0
-25
-25
-25
-25
Mutaties reserves In onderstaande tabel staan de mutaties van de reserves opgenomen. Voor een verdere specificatie verwijzen wij naar de financiële begroting. Rekening Begroting Begroting Meerjarenraming 2022
Mutaties reserves Totaal
(x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
2027
1.313
4.394
1.383
411
374
284
1.313
4.394
1.383
411
374
284
55
Algemene dekkingsmiddelen
In deze tabel worden baten en de daaraan gerelateerde lasten toegelicht, die géén directe relatie hebben met de diverse programma's. Rekening Begroting Begroting 2022 (x € 1.000)
2023
2024
Meerjarenraming 2025
2026
2027
Lokale heffingen
5.938
5.842
6.070
6.331
6.560
6.771
Algemene uitkeringen
47.224
47.680
51.178
54.039
50.865
52.294
Dividend
341
632
141
219
219
219
Saldo financieringsfunctie
17
193
0
0
0
0
Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal (incl. mutaties reserves)
594
188
-952
-1.362
-2.033
-2.659
54.113
54.535
56.437
59.227
55.612
56.626
Relatie verbonden partij met realisatie programma Verbonden partij
BsGW
Samenwerkingsvorm GR
Wat is de bijdrage aan dit programma? Het een zo groot mogelijk maatschappelijk rendement halen uit samenwerking tussen lokale overheden op gebied van belastingheffing en- inning.
BNG
Privaat
Het genereren van extra inkomsten voor de gemeente uit eventueel verkregen dividend.
Enexis Holding
Privaat
Het genereren van extra inkomsten voor de gemeente uit eventueel verkregen dividend.
Waterleidingmaatschappij Limburg NV
Privaat
56
Wat gaat het kosten ? Baten en lasten Bestuur en ondersteuning (x € 1.000)
Rekening Begroting Begroting 2022
2023
2024
Meerjarenraming 2025
2026
2027
Lasten
15.992
15.025
14.637
14.682
15.676
16.271
Baten
57.671
55.891
58.906
62.041
59.183
60.884
Saldo van baten en lasten
41.679
40.867
44.269
47.358
43.506
44.613
Toevoeging reserves
2.776
1.648
366
87
Onttrekking reserves
4.089
6.043
1.749
498
374
284
42.993
45.261
45.652
47.770
43.881
44.897
Resultaat
Toelichting relevante afwijkingen programma: Wat mag het kosten? Relevante afwijkingen tussen begroting 2023 en begroting 2024
Bedrag x € 1.000
Algemene uitkering en overige uitkeringen Vanwege het hogere accres en de herijking van het gemeentefonds is in 2024 een hoger bedrag geraamd aan Algemene Uitkering ten opzichte van 2023.
3.499
Burgerzaken In verband met 2 verkiezingen in 2023 was voor dat jaar een hoger budget (80) nodig. Daarnaast wordt in 2024 per saldo een hoger bedrag aan legesinkomsten verwacht (70) Beheer overige gebouwen en gronden In 2024 zijn er geen budgetten meer opgenomen voor het gebouw Elckerlyc Elsloo (70) en voor de Triviant Meers(185). I.v.m. sloop Viivaldi is in 2024 een budget beschikbaar(90)
150
165
OZB In 2024 is een hoger bedrag aan opbrengst OZB woningen en niet woningen geraamd ten opzichte van 2023.
120
Treasury In 2023 is een hoger bedrag aan dividend ontvangen. Dit met name als gevolg van de verkoop van Fudura door Enexis in 2023 (-490). Daarnaast is in 2024 een hoger bedrag aan (bespaarde) rente aan de programma's doorgerekend (84)
-406
Overhead Voor 2024 is conform kaderbrief rekening gehouden met CAO loonstijgingen, prijsstijgingen en actualisatie doorverdeling van de salarissen naar de taakvelden (-798). Ook is in 2024 rekening gehouden met een personeelsbudget van (-258)voor 3 FTE n.a.v. verdiepingsonderzoek VTH en WMO jeugd en voor incidentele inhuur van een projectledier bedrijfsprocessen(-120). Ook zijn in 2023 UWV middelen ontvangen (-158). Daarnaast is in 2023 inhuur reeds functioneel geraamd (1.123) en is in 2023 een budget voor project(leiding) ICT processen (225) en in 2024 voor outsourcing ICT een extra budget cf kadernota (-70). Daarnaast is in 2024 een lager bedrag beschikbaar voor doorontwikkeling (134). In 2024 zijn de opleidingskosten verhoogd (-40). De afschrijvingen zijn in 2024 op dit programma (-114) hoger.
-76
57
Relevante afwijkingen tussen begroting 2023 en begroting 2024
Bedrag x € 1.000
Reserves In 2024 vinden lagere onttrekkingen plaats aan de algemene reserve (-2.891), de reserve sociaal Domein (-244), de reserve krimp (-490), de reserve omgevingswet (134), de reserve duurzaamheid (-486), de reserve Afval (100), en de reserve Noodfonds (-207). Ook heeft in 2024 een toevoeging plaatsgevonden aan de reserve parkeerplaats Steinerbos ( -50). Daarnaast hebben zijn in 2024 onttrekkingen geraamd voor de bijdrage ESZL(50) en de reserve parkeerplaats Steinerbos(10). Daarnaast hebben in 2023 toevoegingen plaatsgevonden aan de reserves uitvoeringsprogramma toerisme (1.000), en reserve omscholingsfonds (500) en hebben mutaties op de reserve bouwgrondexploitaties zich voorgedaan(-167)
-3.010
58
Paragrafen Lokale heffingen
Inleiding
Het pakket van de gemeentelijke belastingen en heffingen bestaat in Stein uit een vijftal heffingen. Deze worden gelegitimeerd door verordeningen die de raad elk jaar vaststelt. De lokale heffingen worden ingedeeld in twee categorieën: • Belastingen: Deze worden door de overheid dwangmatig opgelegd. Voor de belastingbetaler staat hier geen individuele aanwijsbare prestatie tegenover. Belastingplichtigen hebben feitelijk geen keuzemogelijkheid. • Heffingen: Dit zijn betalingen aan de overheid voor een door de overheid individueel geleverde specifieke overheidsprestatie. De heffingen zijn gebaseerd op het profijtbeginsel. Iemand die van de overheid profiteert, betaalt hiervoor een bijdrage. Lokale heffingen De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. De gemeente Stein kent de volgende niet bestedingsgebonden heffingen. Rekening Begroting Begroting Meerjarenraming 2022
Afvalstoffenheffing
(x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
2027
3.288
3.535
3.734
3.842
3.938
3.936
Hondenbelasting
213
0
0
0
0
0
Leges
685
626
801
827
901
961
OZB niet woningen
1.992
2.139
2.185
2.276
2.358
2.434
OZB woningen
3.871
3.922
4.087
4.258
4.412
4.553
OZB-gebruikers
12
0
0
0
0
0
2.728
2.824
3.348
3.507
3.670
3.801
171
173
203
211
219
225
12.961
13.220
14.357
14.922
15.498
15.909
Rioolheffing Toeristenbelasting Totaal
Algemeen
Waarom wordt belasting geheven? Een gemeente genereert geen winst zoals een private onderneming. De lasten die de gemeente jaarlijks maakt voor het lokaal bestuur en het onderhouden en in stand houden van wegen, riolering, scholen, openbaar groen etc. worden voor een groot gedeelte gedekt uit de van het Rijk ontvangen algemene uitkering. Omdat de algemene uitkering niet de volledige uitgaven dekt, moet de gemeente zelf ook baten genereren. Dit gebeurt door het heffen van belastingen en (privaatrechtelijke) heffingen. Verschil algemene heffingen en specifieke heffingen: Bepaalde belastingen/heffingen mogen alleen worden opgelegd als kosten worden gemaakt voor dit doel. Zo mag bijvoorbeeld de opbrengst van de afvalstoffenheffingen niet hoger zijn dan de kosten die hiervoor worden gemaakt. Er zijn ook belastingen/ heffingen die een algemeen karakter hebben. Deze zijn wat hoogte en besteding betreft niet voor een specifiek doel bestemd, maar dienen ter dekking van algemene uitgaven.
59
De heffingen van de gemeente Stein zijn: • Onroerende Zaak Belastingen (OZB) • Afvalstoffenheffingen • Rioolheffingen • Toeristenbelasting • Leges Totstandkoming van de tarieven: Jaarlijks worden bij het vaststellen van de begroting ook de opbrengsten voor de belastingen/heffingen en retributies door de gemeenteraad vastgesteld. In de raad van 9 november 2023 wordt, na vaststelling van de programmabegroting 2024, per belasting/heffing een aparte verordening vastgesteld met daarin opgenomen het doel, de grondslag en de definitieve tarieven 2024 van de belasting/heffing. Belastingbeleid: Op 18 maart 2021 is het Belastingbeleidsplan door uw raad vastgesteld. In dit plan is het belastingbeleid voor de komende jaren beschreven. Het opbrengstvolume van de OZB wordt in 2024 conform de kadernota met een indexering van 4,2 % verhoogd. Voor de rioolheffing geldt het principe van 100% kostendekkendheid. Dat betekent dat de opbrengst van de rioolheffing voldoende moet zijn om de kosten die gemaakt worden voor de instandhouding en verbetering van het watersysteem te borgen. Schommelingen in de rioolheffing worden opgevangen middels de daartoe gevormde (egalisatie)voorziening. Voor de afvalstoffenheffing geldt hetzelfde kader van kostendekkendheid. Bij deze heffing kan de ingestelde egalisatiereserve ingezet worden om schommelingen in de tarieven tegen te gaan.
Uitgangspunt bij zowel de rioolheffing als de afvalstoffenheffing is dat niet uitgegeven middelen middels de voorziening respectievelijk egalisatiereserve ingezet worden om tariefstijgingen te dempen. Daarnaast wordt bij voortduring kritisch gekeken naar de uitgaven om daarmee de lasten voor inwoners en bedrijven te beperken.
Onroerende zaakbelastingen (OZB)
Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van de Onroerende zaakbelasting (OZB) is een algemeen dekkingsmiddel. Tegenover deze belastingopbrengsten staan geen specifieke uitgaven. Wie is belastingplichtig? De OZB wordt geheven van: • de eigenaren van alle woningen en • de eigenaren en gebruikers van niet-woningen (bedrijven, scholen, trafo’s etc.) binnen de gemeentegrenzen. Grondslag van de heffing: De grondslag voor de heffing is de WOZ-waarde. Dit is de waarde volgens de Wet Onroerende Zaken. De tarieven voor de OZB zijn mede afhankelijk van de getaxeerde WOZ-waarden. Overige informatie: Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De algemene uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen, maar ook verschillen in belastingcapaciteit. Voor de belastingcapaciteit wordt een afgeleide van de waarde van onroerende zaken gebruikt. Gemeenten die binnen hun grenzen veel hoog gewaardeerd onroerend goed hebben, ontvangen een lagere uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevol onroerend goed. Van de waarde van woningen wordt met 80% rekening gehouden en van de waarde van niet-woningen 70%. Hierop wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is globaal afgeleid van het gemiddelde
60
OZB-tarief. Het OZB-tarief dat de gemeente hanteert, is niet relevant voor deze aftrekpost bij de algemene uitkering. Relatie met programma's: Omdat de onroerende zaakbelasting een algemeen dekkingsmiddel is worden de opbrengsten van deze heffing verantwoord op het programma Bestuur en Ondersteuning en algemene dekkingsmiddelen.
Afvalstoffenheffing
Doel van de belasting/heffing: De opbrengsten van deze heffingen worden benut voor het dekken van de kosten voor het ophalen, verwijderen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen en de kosten voor heffing en invordering. Wie is belastingplichtig? De gebruiker van een perceel waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan, is belastingplichtig. Dit kan een woning zijn, maar ook bijvoorbeeld een vakantiehuis naast een woonhuis. Grondslag van de heffingen Voor de afvalstoffenheffingen worden hoofdzakelijk tarieven per kilo aangeboden afval, per lediging afvalbak en een vastrecht gehanteerd. Verdeling van de kosten De gemeente heeft een wettelijk inzamelplicht voor het afval van huishoudens. Om deze kosten transparant te maken, zijn de kosten naar taakveld uitgesplitst. Uit onderstaande overzicht blijkt dat het grootste deel van de gemeentelijke kosten staat op het taakveld afval (€ 3.307.000). Deze kosten bestaan vooral uit het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het huishoudelijke afval inclusief het scheiden van afval en het recyclen. Ook de kosten voor de heffing en invordering van de afvalstoffenheffingen worden binnen dit taakveld verantwoord. Denk hierbij aan het versturen van juiste aanslagen aan de juiste personen. Naar verwachting wordt € 293.000 uitgegeven aan taken die onder het taakveld verkeer en wegen vallen.
Zo draagt het schoonmaken en het schoonhouden van de wegen bij aan een afvalvrije openbare ruimte. Daarnaast is € 490.000 toegerekend van het taakveld overhead. Dit zijn kosten die worden gemaakt voor de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. De compensabele BTW bedraagt € 483.000 en wordt, conform de BBV-wetgeving, eveneens aan de kosten toegerekend. Herkomst middelen Naar verwachting ontvangen we € 694.000 aan opbrengsten van de verwerking van het ingezamelde afval. Gemeenten mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer voor de inzameling van het afval van huishoudens een afvalstoffenheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn. In de begroting 2024 is een netto-kostenpost voor het afval van € 3.879.000 opgenomen terwijl de begrote opbrengsten van de afvalstoffenheffing € 3.734.000 bedragen. Deze bedragen zijn inclusief de extra incidentele en structurele kosten die nodig zijn voor het Uitvoeringsplan 'Van Afval Naar Grondstoffen 2022-2025'. Om een kostendekkendheid van 100% te realiseren is nog een onttrekking van € 45.000 uit de egalisatiereserve afval nodig. De hoogte van deze onttrekking ligt in lijn met het raadsbesluit van 23 juni 2022 betreffende de vaststelling van eerdergenoemd uitvoeringsplan.
Tevens wordt voorgesteld een extra onttrekking uit de egalisatiereserve in te zetten van € 100.000 gedurende de resterende looptijd van het UVP ( tot en met 2025).
61
Op basis van de geactualiseerde baten en lasten is in 2023 een vastrecht-tarief van € 246,45 (was € 228,15 in 2023) nodig om de gewenste 100% kostendekkendheid te realiseren. Op 9 november 2023 worden de verordening Afvalstoffenheffing 2024 en de definitieve tarieven voor 2024 vastgesteld.
Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing 2024 bedragen x € 1.000 lasten taakvelden 2.1 wegen en vervoer
293
7.3 afval
3.307
totaal lasten taakvelden
3.600
baten taakvelden 7.3 afval
694
totaal baten taakvelden
694
netto lasten taakvelden
2.906
toe te rekenen lasten: overhead
490
compensabele BTW
483
totale netto lasten
3.879
beschikking over egalisatiereserve
145
opbrengst heffing
3.734
totale opbrengst
3.879
kostendekking:
100%
Relatie met programma's: De opbrengsten van de afvalstoffenheffing worden verantwoord op het programma Volksgezondheid en Milieu. De kosten die in de heffing worden meegenomen worden verantwoord op het programma volksgezondheid en milieu en het programma verkeer vervoer en water.
Rioolheffingen
Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van deze heffingen wordt benut voor het dekken van de kosten van afval-, hemel- en grondwater (inclusief rioleringen).
62
Wie is belastingplichtig? De belasting wordt geheven: • van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot heeft van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en • van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd dan wel dat belang heeft bij nakoming van de gemeentelijke waterzorgplichten, verder te noemen: gebruikersdeel. Grondslag van de heffing: Stein baseert zich op het eigendomsrecht. Per perceel wordt een vast bedrag opgelegd. Daarnaast worden de verbruikers aangeslagen op basis van het watergebruik. Verdeling van de kosten: De gemeente is wettelijk verplicht haar zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater na te komen. Om deze kosten transparant te maken, zijn de kosten naar taakveld uitgesplitst. Het merendeel van de gemeentelijke kosten betreft het taakveld riolering € 2.437.000. De kosten bestaan vooral uit kosten voor het nakomen van de gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater, met name aanleg en onderhoud van rioleringen en de kosten voor heffen en invorderen van de rioolheffingen. De hoge indexeringen, die reeds zijn verwerkt in de bestuursrapportage 2023, hebben een behoorlijke impact op de kosten.
Naar verwachting wordt € 120.000 uitgeven aan straatreiniging, een kostenpost die onder het taakveld verkeer en wegen valt. Dit voorkomt overbelasting van het rioolstelsel bij piekbelasting. Verder is € 348.000 opgenomen voor het taakveld overhead. Dit zijn kosten voor de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. De compensabele BTW bedraagt € 443.000 en wordt, conform de BBV-wetgeving, eveneens aan de kosten toegerekend. Herkomst middelen: Gemeenten mogen op grond van artikel 228a van de Gemeentewet een rioolheffingen invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn. Om 100% kostendekking te realiseren is een bedrag van € 3.348.000 als opbrengst van de rioolheffing in de begroting opgenomen. In 2021 is het Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie en bijbehorend projectenplan vastgesteld. De financiële doorrekening van dit plan laat zien dat de toekomstige riooltarieven aanzienlijk hoger zijn dan het toenmalige tarief. Bij de vaststelling van dit plan is op basis van deze doorrekening door de raad bepaald dat het riooltarief met ingang van 2021 jaarlijks met € 8,50 wordt verhoogd om een gematigde stijging van het riooltarief voor de komende jaren mogelijk te maken. Uitgaande van de 100% kostendekkendheid is echter op basis van de geactualiseerde baten en lasten van het rioolcompartiment voor 2024 een tarief berekend van € 197,75.
(was in 2023 €153,10) Deze stijging wordt veroorzaakt door de indexeringen die forse impact hebben op de lasten van onderhoud en beheer van riool, en een stijging van met name de rentelasten. Op 9 november 2023 worden de verordening Rioolrecht 2024 en de definitieve tarieven voor 2024 vastgesteld.
63
bedragen x € 1.000 lasten taakvelden 2.1 wegen en vervoer
120
7.2 riolering
2.437
totaal lasten taakvelden
2.557
netto lasten taakvelden
2.557
toe te rekenen lasten: overhead
348
compensabele BTW
443
totale lasten
3.348
beschikking over voorziening ter demping tarieven
0
opbrengst rioolheffing
3.348
totale baten
3.348
kostendekking:
100%
Relatie met programma's De opbrengsten van de rioolheffing worden verantwoord op het programma Volksgezondheid en Milieu. De kosten die in de heffing worden meegenomen worden verantwoord op het programma volksgezondheid en milieu en het programma verkeer vervoer en water.
Toeristenbelasting Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van deze belasting is een algemeen dekkingsmiddel. Een deel van de opbrengst wordt aangewend voor de revitalisering van het toerisme en de recreatie. Wie is belastingplichtig? Belastingplichtige is die persoon die verblijft (overnacht) in de gemeente Stein zonder in het bevolkingsregister van deze gemeente te zijn opgenomen. Grondslag van de heffing: Per persoon wordt per overnachting een bedrag geheven. Tarieven 2024: Tarief per overnachting: € 2,13 (was € 2,04 in 2023) € 0,10 Kampeerterrein/kamperen bij de boer (was € 0,10 in 2023)
64
Overige informatie: De toeristenbelasting wordt per kwartaal, op aangifte, achteraf opgelegd. Relatie met programma's: De baten van de toeristenbelasting worden verantwoord op het programma Economie.
Leges
Titel 1 – Algemene dienstverlening We streven naar 100% kostendekkendheid, maar zijn hierin beperkt door de gemaximeerde legestarieven vanuit het Rijk. Zie hieronder de mate van kostendekkendheid voor de leges burgerzaken. Burgerzaken maakt deel uit van het programma Bestuur en Ondersteuning. Titel 1 : Algemene dienstverlening
lasten
baten
kosten dekking
Burgerlijke stand
31,0
23,5
76%
Reisdocumenten
263,0
240,5
91%
Rijbewijzen
106,1
95,8
90%
Verstrekkingen uit gemeentelijke basisregistraties
35,3
25,3
72%
Kansspelen
2,0
1,1
54%
Verkeer en Vervoer
15,8
13,0
82%
Diversen
2,0
1,1
54%
455,2
400,3
88%
Totaal
Titel 2 – Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Het grootste gedeelte van de kosten en opbrengsten binnen titel 2 vallen binnen het hoofdstuk van de Omgevingsvergunning. Omgevingsvergunningen maken deel uit van het programma Ruimtelijke Ordening. Titel 2 : Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgevings-vergunningen
lasten
baten
kosten dekking
Omgevingsvergunningen
439
261
59%
Totaal
439
261
59%
Binnen titel 2 wordt dus grofweg 59% van de kosten gedekt door baten. Titel 3 – Dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn Titel 3 vormt een klein gedeelte van onze legesinkomsten. Onze tarieven zijn hier niet kostendekkend, de mate van kostendekkendheid ligt rond de 57%. Deze leges maken deel uit van het programma Bestuur en Ondersteuning. Titel 3 : Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijnen
lasten
baten
kosten dekking
Horeca
6,8
3,6
53%
Organiseren van evenementen of markten
21,4
12,6
59%
Totaal
28,2
16,2
57%
65
Vergelijking regionaal
In onderstaande tabel worden de gemiddelde woonlasten 2023 van een eigenaar/gebruiker en een huurder in Stein vergeleken met de gemeenten van Limburg. De cijfers zijn afkomstig uit het Belastingoverzicht 2023 van de provincie Limburg.
Lastendruk Stein
OZB 342
Aanslag eigenaar en gebruiker afval riool totaal 320 227 889
Aanslag huurder 393
Per regio Maastricht-Heuvelland
352
339
252
943
428
Midden-Limburg Noord-Limburg
309 361
290 260
236 207
835 828
368 344
Parkstad Westelijke Mijnstreek
335 400
307 306
237 226
879 932
432 319
Limburg
347
299
231
877
383
0 - 10.000 10.001 - 20.000
503 388
261 284
137 266
901 938
279 394
20.001 - 50.000 >= 50.001
334 343
279 318
265 196
878 857
361 399
Per inwonersklasse
Om een inschatting te geven waar Stein staat wat betreft de lastendruk eigenaar en gebruiker, en de lastendruk huurder zijn in onderstaande tabellen de gemiddelde aanslagen, de gemeenten met de hoogste en de laagste aanslagen en de aanslagbedragen van Stein opgenomen. Bij Stein is de positie aangegeven op de ranglijst van gemeenten van Limburg. Lastendruk eigenaar/gebruiker
Positie
Aanslag
Limburg
gemiddeld
877
Meerssen Stein
hoogste 18e van 31
1.206 889
Roerdalen
laagste
776
Lastendruk huurder
Positie
Aanslag
Limburg
gemiddeld
383
Voerendaal
hoogste
624
Stein
17e van 31
393
Beesel
laagste
206
Kwijtscheldingsbeleid
Stein hanteert de zogenaamde 100% norm voor de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen. Of een belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en/of vermogenstoets. Bij deze toets wordt met de kosten van bestaan volgens de bijstandsnorm voor 100% rekening gehouden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Leidraad Invorderingswet 1990. Vanaf 2023 is de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Stein aangepast en is een wettelijke basis gecreëerd voor IB-ondernemers om onder voorwaarden kwijtschelding te kunnen vragen voor gemeentelijke heffingen. Kwijtschelding wordt alleen verleend indien het een aanslag betreft voor onroerende zaakbelastingen, rioolheffingen en vastrecht van de afvalstoffenheffingen
66
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding
De Gemeente Stein acht het wenselijk om risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Om inzicht in de risico’s van de gemeente te kunnen verkrijgen is er een risico-inventarisatie uitgevoerd. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie. Op basis van de geïnventariseerde risico’s is tevens het weerstandsvermogen berekend.
Risicoprofiel
Om de risico's van Gemeente Stein in kaart te brengen wordt elkaar jaar bij de begroting en jaarrekening een risicoprofiel opgesteld. Bij het opstellen van dit risicoprofiel worden de verschillende risico's binnen de organisatie in beeld gebracht. Dit zijn zowel grote als kleine risico’s, risico’s met interne of externe oorzaak, operationeel dan wel strategisch van aard. Risico
Gevolgen
Kans Maximaal Fin. gevolg
Instellingen waarvoor de gemeente garant staat kunnen hun verplichtingen niet nakomen.
Financieel Aflossingsverplichting
10%
€ 2.000.000
Privacy risico’s: Financieel Op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) kan een boete worden opgelegd van maximaal 2% van de omzet. De omvang van de begroting 2024 bedraagt afgerond € 80 miljoen, zodat de boete maximaal € 1.600.000 zou bedragen.
10 %
€ 1.600.000
Beveiligingsrisico’s: Financieel ICT ransomware en phishing: De ICT-systemen en- of data worden ontoegankelijk. Systemen zullen niet beschikbaar zijn en gegevens zullen niet meer te openen zijn. De dienstverlening naar interne medewerkers en inwoners zal hier hinder van ondervinden.
10 %
€ 4.000.000
Niet controleren van alle toezichttaken.
Financieel - fin. aansprakelijkheid
10%
€1.000.000
Niet doorgaan van het groene net.
Financieel
75%
€ 200.000
Bramert-Noord 1 jaar vertraging Financieel Risico: in 2024 is niet 70% van de woningen verkocht waardoor geen afname van de bouwrijpe kavels plaatsvindt.
50%
€ 80.000
Fiscale risico’s. De gemeente Stein wordt - mede door veranderingen in wet- en regelgeving - geconfronteerd met een aantal risico’s/onzekerheden op fiscaal gebied, waaronder bijvoorbeeld Btw sport. Juridische risico’s Onze gemeente loopt juridische risico’s in zijn algemeenheid, aangezien gemeenten besluiten neemt waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld. Financiële risico’s Inflatie en CAO stijgingen zijn afgedekt met de in de circulaires genoemde percentages. De werkelijkheid kan positief dan wel negatief hiervan afwijken. Een andere onzekerheid is bijvoorbeeld de financiering van de bodemtaken bij de RUD. Totaal alle risico’s
€ 8.880.000
67
Benodigde weerstandscapaciteit
Op basis van deze risico's is een risicosimulatie (Montecarlo simulatie) uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 8.880.000) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de risico simulatie blijkt dat bij een zekerheidspercentage van 90% risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 2.735.000. De kans is een inschatting dat een risico ook daadwerkelijk zal plaatsvinden. Deze aanname wordt vervolgens geclusterd waarbij een kans tot 10% wordt aangemerkt als zeer klein, de kans tot 30% als klein, tot 50% als middel, tot 70% als groot en alles daarboven tot zeer groot. Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de risico simulatie blijkt dat bij een zekerheidspercentage van 90% risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 2.735.000.
Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de financiële middelen en de mogelijkheden waarover onze gemeente beschikt om risico’s van financiële aard (niet-begrote kosten), die zich onverwacht voordoen en die van substantiële aard zijn, te kunnen dekken. Dit kunnen zowel incidentele als structurele middelen zijn. Op grond van de vereisten van het BBV heeft de gemeente Stein ervoor gekozen om onze weerstandscapaciteit uit de elementen algemene reserve en de post onvoorzien te vormen. Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand
Startcapaciteit
Algemene reserve (vrij besteedbaar) Post onvoorzien
€ 17.554.000 € 25.000
Totale weerstandscapaciteit
€ 17.579.000
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit
Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, is de relatie gelegd tussen beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit is afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het hieronder geschetste weerstandsvermogen.
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 17.579.000 €
2.735.000
= 6,43
Onderstaande normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
Het ratio van de Gemeente Stein valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen.
68
Financiele kengetallen
In deze paragraaf zijn een aantal kengetallen opgenomen. Deze kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. Bij de toelichting hebben we aandacht voor toekomstige ontwikkelingen, leggen we, indien mogelijk, een relatie met de verschillende programma's en beoordelen wij de kengetallen.
Indicator
rekening begroting begroting 2022 2023 2023
begroting begroting begroting 2025 2026 2027
Netto schuldquote
80%
93%
106%
119%
136%
141%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
76%
89%
103%
116%
133%
138%
Solvabiliteitsratio
27%
23%
21%
22%
21%
21%
Structurele exploitatieruimte
7,8%
1,4%
3%
5,4%
0,7%
1,0%
Grondexploitatie
2,4%
2,0%
-1,5%
0,0%
0,0%
0,0%
Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens
103%
103%
103%
103%
103%
103%
Onderverdeling voor de beoordeling Om een beeld te geven hoe de financiële positie van de gemeente Stein zich ontwikkelt, is gebruik gemaakt van een onderverdeling naar drie categorieën. Dit zijn: groen (goed/weinig risico), oranje (voldoende/voorzichtigheid geboden) en rood (onvoldoende/veel risico). In onderstaande tabel de standaard percentages die daarvoor gebruikt worden. Deze percentages zijn gebaseerd op algemene normwaarden (worden onder andere gebruikt door de Provincie bij de publicatie van ranglijsten). Rood (onvoldoende / veel risico)
Groen (goed /weinig risico)
Oranje (voldoende/ voorzichtigheid geboden)
Netto schuldquote
< 90%
90% t/m 130%
> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90%
90% t/m 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
20% t/m 50%
< 20%
Structurele exploitatieruimte
> 0%
0%
< 0%
Grondexploitatie
< 20%
20% t/m 35%
0%
Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens
< 95%
95% t/m 105%
> 105%
Indicator
Hierna volgt een analyse per kengetal. Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager de netto schuldquote, hoe lager de relatieve schuldenlast. De netto schuldquote stijgt door de toename van de schulden (vreemd vermogen). De ontwikkeling daarvan wordt periodiek bij de opstelling van de jaarrekening en begroting gemonitord. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Er is tevens een tweede berekening van de netto schuldquote, maar nu gecorrigeerd met de doorverstrekte leningen aan woningbouwcorporaties en deelnemingen. In de eerste berekening van de netto schuldquote zijn deze verstrekte leningen niet meegenomen, omdat er een risico bestaat dat de gemeente deze bedragen niet (volledig) zal kunnen terugvorderen.
69
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen eigen vermogen en totaal vermogen. Het geeft weer in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio hoe beter de gemeente hier toe in staat is. Een solvabiliteitsratio van 20% wordt aangemerkt als voldoende. De begroting 2024 laat zien dat de grens van 20% in alle jaren wordt gehaald. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente Stein heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief cijfer betekent dat het structurele deel van de begroting voldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Gegeven de reeks 2024-2027 is dat aanwezig. Grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar, hetgeen niet het geval is.
Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens De indicator belastingcapaciteit geeft aan hoe hoog de gemiddelde woonlasten voor een gezin zijn in de gemeente Stein ten opzichte van het landelijke gemiddelde van het voorgaande jaar. We liggen hier net iets hoger dan het landelijk gemiddelde.
70
Grondbeleid
Inleiding
Het grondbeleid van de gemeente Stein is vastgelegd in de Nota Grond- en Vastgoedbeleid. Het grondbeleid is geen doel op zich, maar een middel om de visie van de gemeente te realiseren. Deze visie heeft de gemeente vastgelegd in de ”Strategische toekomstvisie 2018-2022”, de “Omgevingsvisie gemeente Stein" en het coalitieakkoord.
Nota grondbeleid
In 2019 heeft uw raad de nota Grond- en vastgoedbeleid vastgesteld. In de nota zijn de spelregels voor het grondbeleid incl. grondbeheer en vastgoedbeleid opgenomen. Grondbeleid is een middel om de doelen die de gemeente heeft voor het gebruik, het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving te bereiken. Hierbij vormen de (toekomstige) bewoners en gebruikers het uitgangspunt. Bij nieuwe ontwikkelingen voert de gemeente Stein voert zgn. 'situationeel grondbeleid'. Dat wil zeggen dat afhankelijk van de geformuleerde doelstelling en de prioriteit die de gemeente Stein aan een ontwikkeling geeft, wordt gekeken welke rol de gemeente in de ontwikkeling wil innemen. Gezien de invoering van de Omgevingswet wordt de nota geactualiseerd.
Grondbeleid in relatie tot de Programma’s
Het grondbeleid faciliteert aan de kernwaardes zoals vastgelegd in de ‘Strategische toekomstvisie 2018-2022’ en de kernthema's vanuit de Omgevingsvisie. Het grondbeleid draagt indirect bij aan de kernwaarde ‘Sociale en vitale wijken en kernen’ en de kernwaarde ‘Een duurzame leefomgeving met unieke waarden’. Het grondbeleid draagt bij aan het realiseren van effecten op het gebied van: Programma ‘Verkeer, vervoer en water’ • Wijkactieplan Nieuwdorp; • Snelfietspad • voortzetting van het actualiseren en vastleggen rechtmatig grondgebruik. Programma ‘Sport, cultuur en recreatie’ • Realisatie levensbomenbos • Natuurprojecten Programma ‘Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting’; • woningbouwontwikkeling Bramert-Noord; • herontwikkeling voormalige schoollocaties de Poolster en Elckerlyc in Elsloo; • woningbouw Meers; • het Wijkactieplan Nieuwdorp; • Woon- zorgvisie.
Ontwikkelingen
Voor de gemeente is een taak weggelegd om de kwalitatieve en kwantitatieve woningvoorraad (regionaal) af te stemmen op de daadwerkelijke behoefte en samenstelling van de bevolking. 'De juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment beschikbaar'. Ontwikkelingen op de woningmarkt en het (landelijk) volkshuisvestingsbeleid hebben eveneens gevolgen voor het grond(prijs)beleid. Woningmarkt Economen voorspellen voor 2024 een stabilisatie van de huizenprijzen. De laatste cijfers laten zien dat ook de bouwkosten stabiliseren. Door de stijgende inkomens kunnen huizenkopers in 2024 ongeveer evenveel lenen als voordat de rente begon te stijgen. In combinatie met lagere
71
huizenprijzen verbetert dat de kans van kopers. Vanwege de hoge nieuwbouwprijzen is bestaande bouw populair bij starters. Volkshuisvestingsbeleid De val van het kabinet betekent vervolgens uitstel of zelfs afstel van plannen van demissionair minister De Jonge voor het reguleren van de vrije sector, meer betaalbaar bouwen en meer regie in het verdelen van de vele ruimteclaims die een beroep doen de schaarse Nederlandse ruimte. De toekomst van de Wet versterking regie op volkshuisvesting is onzeker. Omgevingswet Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bevat een aantal instrumenten die ingrijpen op het grondeigendom. Het betreft de volgende instrumenten: • Voorkeursrecht • Onteigening • Kostenverhaal • (Afdwingbare) financiële bijdrage • Kavelruil • Inrichtingsprogramma, inrichtingsbesluit, ruilbesluit en besluit geldelijke regelingen • Gedoogplicht Bouwgrondexploitaties Volgens de richtlijnen van de commissie BBV is het startpunt van bouwgrond in exploitatie (BIE) het raadsbesluit met vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief grondexploitatiebegroting. Een grondexploitatiecomplex is gedefinieerd als een ruimtelijk plan, voorzien van een financiële vertaling. Woningbouw Meers In 2020 heeft de gemeente Stein een strategische grondaankoop aan de Heuvelstraat te Meers gedaan. In 2023 is de schoollocatie in Meers gesloopt.
Voor beide locaties wordt in 2023 gekeken naar een mogelijke invulling. Afhankelijk van de planologische en financieel-economische haalbaarheid zal het grondexploitatiecomplex inclusief de grondexploitatiebegroting in 2024 aan uw raad worden voorgelegd.
Grondexploitaties
Volgens de richtlijnen van de commissie BBV dient jaarlijks een herziening van de grondexploitatie plaats te vinden. Een actualisatie van de grondexploitatiebegroting met planinhoudelijke wijzigen, dan wel autonome wijzigingen met materiële financiële gevolgen, moet opnieuw door de raad worden vastgesteld. Conform de Nota Grond en Vastgoedbeleid is de herziening van de grondexploitaties gekoppeld aan de Planning- en Controlcyclus. Voor het opstellen c.q. herzien van de grondexploitaties worden onderstaande uitgangspunten gehanteerd. • Rente 2024-2027: 1,69% • Prijsindex cf. Kadernota 2024: 3%; 2025-2027: 2,4% • Disconteringsvoet: 2% • Activering van kosten binnen de grondexploitatie vindt plaats met inachtneming van de richtlijnen van de Commissie BBV (Besluit Begroten en Verantwoorden); Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken, juli 2019. • Winstneming vindt plaats middels de 'Percentage of Completion'-methode. Winstnemingen komen ten gunste van de Algemene Reserve. • Voor grondexploitaties met een geprognosticeerd nadelig saldo wordt een voorziening getroffen ter grootte van het tekort. Deze voorziening wordt gevormd ten laste van de Algemene Reserve.
72
Bouwgrond in exploitatie Per 1 januari 2024 zijn de volgende grondexploitatiecomplexen in exploitatie: • 'Samen Bouwen Meerdel'; • Woningbouwontwikkeling Poolster • Woningbouwontwikkeling Elckerlyc • Woningbouwontwikkeling Bramert-Noord, fase 1 'Samen bouwen Meerdel’ ‘Samen bouwen Meerdel’ is een woningbouwontwikkeling waarbij de gemeente een ‘Samenwerkings- en realisatieovereenkomst’ is aangegaan met de CPO-vereniging CPO Meerdel en de wooncorporatie Zaam Wonen voor de realisatie van 10 koopwoningen en 5 sociale huurwoningen. Bij Raadsbesluit van 29 april 2021 heeft uw Raad de grondexploitatiebegroting ‘Samen bouwen Meerdel’ vastgesteld. In 2024 wordt, na gereedmelding van de laatste woning binnen het plan, gestart met het woonrijp maken van het plan. In 2021 heeft de aanbesteding van zowel het bouw- als woonrijp maken van het plangebied plaatsgevonden. Volgens het contract worden de prijzen voor het woonrijp maken geïndexeerd met de GWW-index. De grondexploitatiebegroting sluit in 2024 met een negatief saldo op eindwaarde van € 82.500. Voor dit tekort is de voorziening 'Te verwachten verliezen' gevormd. Woningbouwontwikkeling Poolster De woningbouwontwikkeling Poolster betreft de herbestemming van de voormalige schoollocatie de Poolster te Elsloo en voorziet in de bouw van 17 grondgebonden nultredenwoningen.
Bij Raadsbesluit van 2 juni 2022 heeft uw Raad de grondexploitatiebegroting Poolster vastgesteld. In 2024 wordt de infiltratievoorziening aangelegd. Nadat de woningen gereed zijn wordt het gebied woonrijp gemaakt. De gunstige aanbesteding van de openbare ruimte in 2023 heeft een positief effect op het resultaat. De grondexploitatiebegroting sluit in 2024 met een negatief resultaat op eindwaarde van € 197.000. Voor het tekort is de voorziening 'Te verwachten verliezen' gevormd. Woningbouwontwikkeling Elckerlyc De woningbouwontwikkeling Elckerlyc betreft de herbestemming van de voormalige schoollocatie Elckerlyc te Elsloo en voorziet in de bouw van 19 appartementen. Bij Raadsbesluit van 2 juni 2022 heeft uw Raad de grondexploitatiebegroting Elckerlyc vastgesteld. De grondexploitatiebegroting sluit met een positief resultaat op eindwaarde 2024 van € 141.000. Woningbouwontwikkeling Bramert-Noord Het bestemmingsplan Bramert-Noord fase 1 maakt de bouw van 50 woningen mogelijk in het zuidwesten van het plangebied Bramert-Noord. Het woongebied krijgt een groen en landelijk karakter. Bij Raadsbesluit van 23 juni 2022 heeft uw Raad de grondexploitatiebegroting Bramert-Noord fase 1 vastgesteld. In 2024 wordt gestart met het bouwrijp maken van het gebied.