CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrekening 2025

Oordeelsvormende en Besluitvormende Raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Jaarrekening 202533.634 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

5

580

0

Totaal

5

580

0

Opbrengst uit beleggingen De gemeente heeft aandelen in vennootschappen. Zoals eerder beschreven wordt door enkele vennootschappen dividend uitgekeerd. In onderstaand overzicht zijn de belangrijkste baten (dividend) en lasten van de aandelen opgenomen. Werkelijk Begroting na Primaire wijziging begroting (x € 1.000) 2025 2025 2025 Dividend Enexis en B.N.G. Financieringslasten Totaal

466

462

232

-9

-13

-13

457

449

219

Rente De aandelen van bovenvermelde beleggingen zijn als activa op de balans opgenomen. Van deze activa worden rentelasten aan de exploitatie doorberekend.

Algemene uitkering Het gemeentefonds is een fonds op de rijksbegroting waaruit de gemeenten jaarlijks een algemene uitkering ontvangen. In de besteding van de algemene uitkering is de gemeente vrij, er staan echter wel wettelijke taken tegenover. Over de besteding hoeft geen verantwoording aan het Rijk te worden afgelegd. De gegevens die in deze jaarrekening zijn opgenomen ten aanzien van het gemeentefonds zijn in onderstaande tabel weergegeven:

47

(* € 1.000) Algemene uitkering IU Participatie DU Alleenverdieners problematiek DU VTH provinciale taken DU Voorschoolse voorziening peuters DU Armoedebestrijding kinderen DU Wet betaalbare huur DU Invoeringskosten omgevingswet DU Bibliotheekmiddelen DU Impulsgelden Weerbaar bestuur DU Versterking omgevingsveiligheid DU Extra capaciteit BOA DU Landelijke aanpak adreskwaliteit DU Wet kwaliteitsborging bouw DU Meerkosten Oekraïne SD DU Anti-discriminatievoorziening DU Einde lening inburgeringsplicht DU Jeugdhulp kinderen DU Implementatie plateau 2 (inburgering) DU Spreidingswet DU Regeling extern veiligheidsrisico DU Uitvoeringskosten LBV en LBV + DU Ondersteuning lokale energiehulp Algemene uitkering voorgaande jaren Totaal

Werkelijk 2025 54.892 2.796 53 149 30 79 27 115 100 7 7 33 2 13 18 3 2 1 13 32 2 19 9 -59 58.344

Begroting na Primaire wijziging begroting 2025 2025 54.410 50.032 2.796 2.644 53 0 149 149 30 30 79 79 26 26 115 0 100 100 7 7 7 0 33 33 2 0 13 13 0 0 3 0 2 0 1 2 0 0 32 0 2 0 19 0 0 0 0 0 57.879 53.117

Er is een afwijking zichtbaar in de laatste bijgestelde begroting 2025 en de realisatie 2025 ter hoogte van € 465.000. Dit wordt deels veroorzaakt door de decembercirculaire. Deze wordt te laat gepubliceerd om dit nog in de begroting bij te stellen. Dit zorgt dan ook voor een afwijking van € 180.000 in de jaarrekening. Het resterende deel van de afwijking wordt veroorzaakt door correcties voorgaande jaren en actualisatie maatstaven door het ministerie.

Overige baten en lasten Stelposten

(x € 1.000)

Werkelijk Begroting na Primaire wijziging begroting 2025 2025 2025

Stelpost loonstijgingen

0

0

-673

Stelpost participatiebedrijf

0

0

216

Onderuitputting kapitaallasten

0

32

32

Stelpost herbezetting OR

0

-53

-53

Stelpost verkoop verlof

0

-5

-43

Stelpost ziek en piekpot

0

0

-500

Stelpost taxaties verzekerde objecten

0

-10

-10

Stelpost arbeidsmarktbeleid binden boeie

0

-17

-30

Stelpost flexibele beloning

0

-9

-30

-62

-1.091

Totaal

48

Onvoorzien

(x € 1.000)

Onvoorzien Totaal

Werkelijk Begroting na Primaire wijziging begroting 2025 2025 2025 0

0

-25 -25

Mutaties reserves Binnen dit taakveld zijn alle reserves opgenomen. Voor een verder overzicht verwijzen wij naar de jaarrekening, toelichting op de balans, onderdeel Eigen Vermogen.

49

Algemene dekkingsmiddelen In deze paragraaf zijn baten en de daaraan gerelateerde lasten opgenomen, die geen directe relatie hebben met de programma's. Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de algemene dekkingsmiddelen. Realisatie

Begroting na wijziging

Primaire begroting

2025

2025

2025

(x € 1.000)

Lasten

Baten

Saldo

Lasten Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Saldo financieringsfunctie

50

55

5

-530

50

580

39

39

Dividend

9

466

457

13

462

449

13

232

219

58.344

58.344

42 57.879

57.837

53.662

53.662

868

868

62

997

935

1.091

665

-426

6.585

6.460

242

6.520

6.278

216

6.485

6.268

Algemene uitkeringen Overige algemene dekkingsmiddelen Lokale heffingen

125

184 66.318 66.134

-170 65.908 66.078

1.360 61.083 59.723

Relatie verbonden partij met realisatie programma Verbonden partij BsGW

Samenwerkingsvorm GR

Wat is de bijdrage aan dit programma? Het een zo groot mogelijk maatschappelijk rendement halen uit samenwerking tussen lokale overheden op gebied van belastingheffing en inning.

BNG

Privaat

Het genereren van extra inkomsten voor de gemeente uit eventueel verkregen dividend.

Enexis Holding

Privaat

Het genereren van extra inkomsten voor de gemeente uit eventueel verkregen dividend.

50

Wat heeft het gekost ? Baten en lasten

(x € 1.000)

Werkelijk Begroting na Primaire wijziging begroting 2025 2025 2025

Lasten

17.381

16.033

16.310

Baten

67.248

66.809

61.710

Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten

49.866

50.777

45.400

Toevoeging reserves

18.524

18.926

5.342

Onttrekking reserves

20.468

23.459

6.674

Gerealiseerd resultaat

51.810

55.309

46.733

51

Paragrafen Lokale heffingen Lokale heffingen Het pakket van de gemeentelijke belastingen en heffingen bestaat in Stein uit een zestal heffingen. Deze worden gelegitimeerd door verordeningen die de raad elk jaar vaststelt. De lokale heffingen worden ingedeeld in twee categorieën: • Belastingen: Deze worden door de overheid dwangmatig opgelegd. Voor de belastingbetaler staat hier geen individuele aanwijsbare prestatie tegenover. Belastingplichtigen hebben feitelijk geen keuzemogelijkheid. • Heffingen: Dit zijn betalingen aan de overheid voor een door de overheid individueel geleverde specifieke overheidsprestatie. De heffingen zijn gebaseerd op het profijtbeginsel. Iemand die van de overheid profiteert, betaalt hiervoor een bijdrage. De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. De gemeente Stein kent de volgende niet bestedingsgebonden heffingen Werkelijk Begroting na Primaire wijziging begroting (x € 1.000) 2025 2025 2025 Toeristenbelasting

291

248

209

Rioolheffing

3.404

3.428

3.403

OZB woningen

4.292

4.240

4.240

OZB niet woningen

2.228

2.245

2.245

Leges

1.246

1.239

915

Afvalstoffenheffing

4.167

4.080

3.978

15.629

15.480

14.990

Totaal

Algemeen Waarom wordt belasting geheven? Een gemeente genereert geen winst zoals een private onderneming. De lasten die de gemeente jaarlijks maakt voor het lokaal bestuur en het onderhouden en in stand houden van wegen, riolering, scholen, openbaar groen etc. worden voor een groot gedeelte gedekt uit de van het Rijk ontvangen algemene uitkering. Omdat de algemene uitkering niet de volledige uitgaven dekt, moet de gemeente zelf ook baten genereren. Dit gebeurt door het heffen van belastingen en (privaatrechtelijke) heffingen. Verschil algemene heffingen en specifieke heffingen: Bepaalde belastingen/heffingen mogen alleen worden opgelegd als kosten worden gemaakt voor dit doel. Zo mag bijvoorbeeld de opbrengst van de afvalstoffenheffingen niet hoger zijn dan de kosten die hiervoor worden gemaakt. Er zijn ook belastingen/ heffingen die een algemeen karakter hebben. Deze zijn wat hoogte en besteding betreft niet voor een specifiek doel bestemd, maar dienen ter dekking van algemene uitgaven. De heffingen van de gemeente Stein zijn: • Onroerende Zaak Belastingen (OZB) • Afvalstoffenheffingen • Rioolheffingen • Toeristenbelasting

52

•

Leges

Totstandkoming van de tarieven: Jaarlijks worden bij het vaststellen van de begroting ook de opbrengsten voor de belastingen/heffingen en retributies door de gemeenteraad vastgesteld. In de raad van 7 november 2024 is programmabegroting 2025 vastgesteld. In de raad van 12 december 2024 is, per belasting/heffing een aparte verordening vastgesteld met daarin opgenomen het doel, de grondslag en de definitieve tarieven 2025 van de belasting/heffing. Belastingbeleid: Op 18 maart 2021 is het Belastingbeleidsplan door uw raad vastgesteld. In dit plan is het belastingbeleid voor de komende jaren beschreven. Voor de rioolheffing geldt het principe van 100% kostendekkendheid. Dat betekent dat de opbrengst van de rioolheffing voldoende moet zijn om de kosten die gemaakt worden voor de instandhouding en verbetering van het watersysteem te borgen. Schommelingen in de rioolheffing worden opgevangen middels de daartoe gevormde (egalisatie)voorziening. Voor de afvalstoffenheffing geldt hetzelfde kader van kostendekkendheid. Bij deze heffing kan de ingestelde egalisatiereserve ingezet worden om schommelingen in de tarieven tegen te gaan. Uitgangspunt bij zowel de rioolheffing als de afvalstoffenheffing is dat niet uitgegeven middelen middels de voorziening respectievelijk egalisatiereserve ingezet worden om tariefstijgingen te dempen.

Daarnaast wordt bij voortduring kritisch gekeken naar de uitgaven om daarmee de lasten voor inwoners en bedrijven te beperken.

Onroerende zaakbelasting OZB

(x € 1.000)

O.Z.B. eigenaar woningen

Werkelijk Begroting na Primaire wijziging begroting 2025 2025 2025 4.292

4.240

4.240

O.Z.B. gebruiker niet woningen

961

961

961

O.Z.B. eigenaar niet woningen

1.267

1.284

1.284

Totaal

6.520

6.485

6.485

Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van de Onroerende zaakbelasting (OZB) is een algemeen dekkingsmiddel. Tegenover deze belastingopbrengsten staan geen specifieke uitgaven. Wie is belastingplichtig? De OZB wordt geheven van: • de eigenaren van alle woningen en • de eigenaren en gebruikers van niet-woningen (bedrijven, scholen, trafo’s etc.) binnen de gemeentegrenzen. Grondslag van de heffing: De grondslag voor de heffing is de WOZ-waarde. Dit is de waarde volgens de Wet Onroerende Zaken. De tarieven voor de OZB zijn mede afhankelijk van de getaxeerde WOZ-waarden. Overige informatie: Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De algemene uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen, maar ook verschillen in belastingcapaciteit. Voor de belastingcapaciteit wordt een afgeleide van de waarde van onroerende zaken gebruikt. Gemeenten

53

die binnen hun grenzen veel hoog gewaardeerd onroerend goed hebben, ontvangen een lagere uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevol onroerend goed. Van de waarde van woningen wordt met 80% rekening gehouden en van de waarde van niet-woningen 70%. Hierop wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is globaal afgeleid van het gemiddelde OZB-tarief. Het OZB-tarief dat de gemeente hanteert, is niet relevant voor deze aftrekpost bij de algemene uitkering. Relatie met programma's: Omdat de onroerende zaakbelasting een algemeen dekkingsmiddel is worden de opbrengsten van deze heffing verantwoord op het programma Bestuur en Ondersteuning en algemene dekkingsmiddelen.

Afvalstoffenheffing Doel van de belasting/heffing: De opbrengsten van deze heffingen worden benut voor het dekken van de kosten voor het ophalen, verwijderen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen en de kosten voor heffing en invordering. Wie is belastingplichtig? De gebruiker van een perceel waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan, is belastingplichtig. Dit kan een woning zijn, maar ook bijvoorbeeld een vakantiehuis naast een woonhuis. Grondslag van de heffingen Voor de afvalstoffenheffingen worden hoofdzakelijk tarieven per kilo aangeboden afval, per lediging afvalbak en een vastrecht gehanteerd. Verdeling van de kosten De gemeente heeft een wettelijk inzamelplicht voor het afval van huishoudens. Het totale saldo van baten en lasten voor het uitvoeren van deze inzamelplicht bedroegen in 2025 € 3.615.000. Om deze kosten transparant te maken, zijn de kosten naar taakveld uitgesplitst. Uit onderstaande overzicht blijkt dat het grootste deel van de gemeentelijke kosten zijn verantwoord op het taakveld afval (€ 3.364.000). Deze kosten bestaan vooral uit het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het huishoudelijke afval inclusief het scheiden van afval en het recyclen. Ook de kosten voor de heffing en invordering van de afvalstoffenheffingen worden binnen dit taakveld verantwoord. Denk hierbij aan het versturen van juiste aanslagen aan de juiste personen.

Het saldo onder taakveld afval was in 2025 lager dan begroot, door o.a. lagere afrekening RWM en hogere poortinkomsten milieupark. In 2025 is € 251.000 uitgegeven aan taken die onder het taakveld verkeer en wegen vallen. Zo draagt het schoonmaken en het schoonhouden van de wegen bij aan een afvalvrije openbare ruimte. De kosten voor straatreiniging waren in 2025 € 36.000 hoger dan begroot. Deze kosten komen voor 50% ten laste van afvalcompartiment. Daarnaast is € 559.000 toegerekend van het taakveld overhead. Dit zijn kosten die worden gemaakt voor de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. De compensabele BTW bedroeg € 487.000 en is, conform de BBVwetgeving, eveneens aan het afval toegerekend. Herkomst middelen Gemeenten mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer voor de inzameling van het afval van huishoudens een afvalstoffenheffing invoeren. In 2025 was de opbrengst van de afvalstoffenheffing € 4.167.000. Zetten we deze opbrengst af tegen de totale kosten, groot € 3.999.000 dan betekent dit we in 2025 een voordelig saldo van € 168.000 op het afvalcompartiment hebben gerealiseerd. Omdat het afvalcompartiment maximaal 100% kostendekkend moet zijn wordt dit overschot toegevoegd aan de daartoe bestemmende egalisatiereserve.

54

Op 12 december 2024 zijn de verordening Afvalstoffenheffing 2025 en de definitieve tarieven voor 2025 vastgesteld. Relatie met programma's: De opbrengsten van de afvalstoffenheffing worden verantwoord op het programma Volksgezondheid en Milieu. De kosten die in de heffing worden meegenomen worden verantwoord op het programma volksgezondheid en milieu en het programma verkeer vervoer en water.

Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing 2025 bedragen x € 1.000 lasten taakvelden 2.1 wegen en vervoer

251

7.3 afval

3.364

totaal lasten taakvelden

3.615

baten taakvelden 7.3 afval

662

totaal baten taakvelden

662

netto lasten taakvelden

2.953

toe te rekenen lasten: overhead

559

compensabele BTW

487

totale netto lasten

3.999

baten opbrengst heffingen onttrekking uit egalisatiereserve totaal baten

kostendekking:

4.167 -168 3.999

100%

Rioolheffing Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van deze heffingen wordt benut voor het dekken van de kosten van afval-, hemel- en grondwater (inclusief rioleringen).

55

Wie is belastingplichtig? De belasting wordt geheven: • van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot heeft van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en • van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd dan wel dat belang heeft bij nakoming van de gemeentelijke waterzorgplichten, verder te noemen: gebruikersdeel. Grondslag van de heffing: Stein baseert zich op het eigendomsrecht. Per perceel wordt een vast bedrag opgelegd. Daarnaast worden de verbruikers aangeslagen op basis van het watergebruik. Verdeling van de kosten: De gemeente is wettelijk verplicht haar zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater na te komen. De totale kosten voor het uitvoeren van deze zorgplichten bedroegen in 2025 € 2.323.000. Om deze kosten transparant te maken, zijn de kosten naar taakveld uitgesplitst. Het merendeel van de gemeentelijke kosten worden verantwoord op het taakveld riolering. In 2025 was dit € 2.179.000. Deze kosten bestaan vooral uit kosten voor het nakomen van de gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater, met name aanleg en onderhoud van rioleringen en de kosten voor heffen en invorderen van de rioolheffingen.

In 2025 is € 144.000 uitgegeven aan straatreiniging, een kostenpost die onder het taakveld verkeer en wegen valt. Dit voorkomt overbelasting van het rioolstelsel bij piekbelasting. Verder is in 2025 een bedrag van € 359.000 toegerekend voor overhead. Dit zijn kosten voor de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. De compensabele BTW bedroeg € 393.000 en is, conform de BBVwetgeving, eveneens aan het riool toegerekend. Herkomst middelen: Gemeenten mogen op grond van artikel 228a van de Gemeentewet een rioolheffingen invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn. In 2025 was de opbrengst van de rioolheffing € 3.403.000. Om 100% kostendekking te realiseren is een bedrag van € 328.000 toegevoegd aan de rioolvoorziening. Het verschil wordt veroorzaakt doordat de in 2025 gerealiseerde kosten en kapitaallasten voor de zorgplichten voor afval-, hemel en grondwater lager zijn dan begroot. Met name een herrekening van het rentepercentage heeft gezorgd voor aanzienlijk lagere rentelasten van € 177.000. Bij de berekening van de tarieven 2025 is rekening gehouden met het uitgangspunt uit het coalitieakkoord 'Kansrijk besturen' dat niet uitgegeven middelen binnen het rioolcompartiment middels de voorziening ingezet worden om toekomstige tariefstijgingen te dempen. Op 12 december 2024 zijn de verordening Rioolrecht 2025 en de definitieve tarieven voor 2025 vastgesteld.

Relatie met programma's De opbrengsten van de rioolheffing worden verantwoord op het programma Volksgezondheid en Milieu. De kosten die in de heffing worden meegenomen worden verantwoord op het programma volksgezondheid en milieu en het programma verkeer vervoer en water.

56

Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing 2025 bedragen x € 1.000 lasten taakvelden 2.1 wegen en vervoer

144

7.2 riolering

2.179

totaal lasten taakvelden

2.323

netto lasten taakvelden

2.323

toe te rekenen lasten: overhead

359

compensabele BTW

393

totale lasten

3.075

baten bijdrage aan voorziening

-328

opbrengst heffingen

3.403

totale baten

3.075

kostendekking:

100%

Toeristenbelasting Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van deze belasting is een algemeen dekkingsmiddel. Een deel van de opbrengst wordt aangewend voor de revitalisering van het toerisme en de recreatie. Wie is belastingplichtig? Belastingplichtige is die persoon die verblijft (overnacht) in de gemeente Stein zonder in het bevolkingsregister van deze gemeente te zijn opgenomen. Grondslag van de heffing: Per persoon wordt per overnachting een bedrag geheven. Tarieven 2025: Tarief per overnachting: € 2,21 (was € 2,13 in 2024) Kampeerterrein/kamperen bij de boer € 0,10 (was € 0,10 in 2024) Overige informatie: De toeristenbelasting wordt per kwartaal, op aangifte, achteraf opgelegd.

57

Relatie met programma's: De baten van de toeristenbelasting worden verantwoord op het programma Economie. Werkelijk Begroting na Primaire wijziging begroting (x € 1.000) 2025 2025 2025 Toeristenbelasting

291

248

209

Totaal

291

248

209

Kwijtscheldingen Stein hanteert de zogenaamde 100% norm voor de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen. Of een belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en/of vermogenstoets. Bij deze toets wordt met de kosten van bestaan volgens de bijstandsnorm voor 100% rekening gehouden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Leidraad Invorderingswet 1990. Kwijtschelding wordt alleen verleend indien het een aanslag betreft voor onroerende zaakbelastingen, rioolheffingen en vastrecht van de afvalstoffenheffingen.

Leges Voor de legesverordening is kostendekkendheid nagestreefd. Doel van de belasting/heffing Het heffen van leges vindt plaats als vergoeding voor geleverde diensten. Wie is belastingplichtig? Leges worden geheven van de aanvrager van de dienst. Grondslag van de heffing De grondslag is divers en afgestemd op de gevraagde dienstverlening. Tarieven De hoogte van de tarieven is divers en afhankelijk van de dienst die wordt aangevraagd. Overige informatie De geraamde totale legesopbrengst mag niet hoger zijn dan de geraamde totale uitgaven. Bij het bepalen van de legestarieven wordt hier mee rekening gehouden. De legesverordening bestaat uit drie delen (zogeheten titels) die vervolgens weer zijn opgebouwd uit hoofdstukken. De kostendekkend wordt per hoofdstuk in beeld gebracht. In onderstaande tabellen is de kostendekkendheid van de leges opgenomen conform het BBV. Het bepalen van de mate van kostendekkendheid is een continu proces. Het BBV schrijft voor dat de kostendekkendheid op deze manier wordt gepresenteerd. Titel 1 – Algemene dienstverlening We streven naar 100% kostendekkendheid, maar zijn hierin beperkt door de gemaximeerde legestarieven vanuit het Rijk. Zie hieronder de mate van kostendekkendheid voor de leges burgerzaken. Titel 1 : Algemene dienstverlening

lasten

baten

kosten dekking

Burgerlijke stand

29.371

19.442

66%

Reisdocumenten

408.185

365.282

89%

58

Rijbewijzen

96.654

95.824

99%

Verstrekkingen uit gemeentelijke basisregistraties

36.021

32.300

90%

Kansspelen

1.200

610

51%

Verkeer en Vervoer

19.854

9.920

50%

Diversen

1.200

610

51%

Totaal

592.485

523.988

85%

Titel 2 – Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Het grootste gedeelte van de kosten en opbrengsten binnen titel 2 vallen binnen het hoofdstuk van de Omgevingsvergunning. Titel 2 : Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgevings-vergunningen

lasten

baten

kosten dekking

Omgevingsvergunningen

601.468

563.628

94 %

Binnen titel 2 wordt dus 94% van de kosten gedekt door baten. Titel 3 – Dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn Titel 3 vormt een klein gedeelte van onze legesinkomsten. Onze tarieven zijn hier niet kostendekkend, de mate van kostendekkendheid ligt rond de 51%. Titel 3 : Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn

lasten

baten

kosten dekking

Horeca

4.800

2.441

51%

Organiseren van evenementen en markten

62.426

31.587

51%

Lokale woonlastendruk In onderstaande tabel worden de gemiddelde woonlasten 2025 van een eigenaar/gebruiker en een huurder in Stein vergeleken met de gemeenten van Limburg. De cijfers zijn afkomstig uit het Belastingoverzicht 2025 van de provincie Limburg. Lastendruk Stein

OZB 363

Aanslag eigenaar en gebruiker afval riool totaal 362 283 1.008

Aanslag huurder 439

Per regio Maastricht-Heuvelland Midden-Limburg

416 353

383 310

291 266

1.091 930

487 407

Noord-Limburg Parkstad

389 389

261 337

323 297

883 1.023

308 513

Westelijke Mijnstreek Limburg

395 372

328 326

355 239

979 937

353 421

522 420

306 314

138 292

966 1.025

324 434

Per inwonersklasse 0 - 10.000 10.001 - 20.000

59

20.001 - 50.000

364

311

283

957

390

>= 50.001

363

344

210

917

431

Om een inschatting te geven waar Stein staat wat betreft de lastendruk eigenaar en gebruiker, en de lastendruk huurder zijn in onderstaande tabellen de gemiddelde aanslagen, de gemeenten met de hoogste en de laagste aanslagen en de aanslagbedragen van Stein opgenomen. Bij Stein is de positie aangegeven op de ranglijst van gemeenten van Limburg. Lastendruk eigenaar/gebruiker

Positie

Aanslag

Limburg

gemiddeld

947

Meerssen

hoogste

1.358

Stein

21e van 31

1.008

Beesel

laagste

802

Lastendruk huurder

Positie

Aanslag

Limburg

gemiddeld

415

Voerendaal

hoogste

711

Stein

e

17 van 31

438

Nederweert

laagste

190

60

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond De gemeente Stein acht het wenselijk om risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Om inzicht in de risico’s van de gemeente te kunnen verkrijgen is er een risico-inventarisatie uitgevoerd. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie. Op basis van de geïnventariseerde risico’s is tevens het weerstandsvermogen berekend.

Risicoprofiel Om de risico's van gemeente Stein in kaart te brengen wordt elkaar jaar bij de begroting en jaarrekening een risicoprofiel opgesteld. Bij het opstellen van dit risicoprofiel worden de verschillende risico's binnen de organisatie in beeld gebracht. Dit zijn zowel grote als kleine risico’s, risico’s met interne of externe oorzaak, operationeel dan wel strategisch van aard.

Risico

Schatting maximale omvang risico

Kans

Schatting verwachte omvang risico

Privacy risico’s

3.600.000

10%

360.000

Beveiligingsrisico’s

4.000.000

10%

400.000

Garantstellingen

1.400.000

5%

70.000

Grondexploitaties

400.000

10%

40.000

Dossier BAG B.V.

6.000.000

10%

600.000

100.000 512.000

50% 20%

50.000 102.000

Juridische risico’s

PM

PM

PM

Fiscale risico’s

PM

PM

PM

Loon en prijsontwikkeling

PM

PM

PM

Jeugd zorgaanbieders Risico’s gemeentefonds

Privacy risico’s Op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) kan een boete worden opgelegd van maximaal 4% van de omzet. Voor de gemeente Stein zou dit een maximale boete van € 3.600.000 kunnen betekenen. Beveiligingsrisico’s ICT ransomware en phishing: De ICT-systemen en- of data worden ontoegankelijk. Systemen zullen niet beschikbaar zijn en gegevens zullen niet meer te openen zijn. De dienstverlening naar interne medewerkers en inwoners zal hier hinder van ondervinden. Garantstellingen De gemeente staat garant voor instellingen als zij hun verplichtingen niet kunnen nakomen. Kans hierop is zeer klein, omdat er een waarborgfonds bij betrokken is. Grondexploitaties Belangrijke uitgangspunten bij het beoordelen van de resultaten van de grondexploitatie zijn het voorzichtigheidsprincipe (verliezen nemen wanneer ze zich voordoen) en realisatieprincipe (winsten

61

nemen bij voldoende zekerheid van behalen). Echter zijn er wel risico’s verbonden aan de grondexploitaties indien er niet voldoende kavels worden afgenomen, waardoor vertraging kan plaatsvinden. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat door de toenemende complexiteit van de ontwikkelingen en de hoogte van de investeringen de risico’s in de grondexploitaties alsmaar groter worden. Dossier BAG B.V. Er kan niet uitgesloten worden dat de gemeente Stein naar aanleiding van het faillissement van BAG B.V. geconfronteerd gaat worden met kosten, gericht op het verwijderen van de op het terrein aanwezige (minerale) reststoffen. Jeugd zorgaanbieders XONAR voldoet aan de voorwaarden voor trede 2 van het draaiboek maar kan nog niet volledig voldoen aan de voorwaarden voor de aanbestedingen van de jeugdregio. Er is een risico dat (delen van) de komende aanbestedingen niet gegund kunnen worden. Daardoor is er een verhoogd risico van nieuwe discontinuïteit. Om deze reden wordt de monitoring door de Jeugdautoriteit in 2026 gecontinueerd. Vanuit de jeugdregio zullen er elk kwartaal accountgesprekken plaatsvinden met Xonar over de strategische ontwikkelingen en financiële situatie bij Xonar. In het bindend advies van de Jeugdautoriteit is geregeld dat bij nieuwe continuïteitsproblemen de gemeenten niet opnieuw kunnen worden aangesproken op een financiële bijdrage.

In zo’n situatie wordt ingezet op scenario’s voor overdracht van zorg naar andere zorgaanbieders. De gemeenteraden in de jeugdregio hebben voor het herstelplan van XONAR maximaal en voor zover nodig 8,0 mln. ter beschikking gesteld. In een RIB hebben wij u geïnformeerd dat aan XONAR afgerond 4,2 mln. financiële steun is verstrekt. Dit bedrag wordt definitief vastgesteld aan de hand van een nog te ontvangen accountantsverklaring over rechtmatige declaratie. Daarnaast is aan JENS een garantie verstrekt van 1,8 mln. in verband met tijdens het dienstverband bij XONAR opgebouwde ontslagvergoedingen van overgestapte medewerkers. De garantie eindigt op 1-12029. Het risico beoordelen wij als laag. Het totale beslag op de 8,0 mln. is daarmee 4,2 mln. + 1,8 mln. = 6,0 mln. De resterende 2,0 mln. valt nu vrij naar de gemeenten met de aantekening dat er nog steeds een verhoogd risico is op discontinuïteit van XONAR en daarmee het risico van frictiekosten als gevolg van de herplaatsing van cliënten bij andere zorgaanbieders. Voor de gemeente Stein is de vrijval, onder voorbehoud van de nog te ontvangen accountantsverklaring, € 63.400 Mutsaersstichting heeft in de afgelopen periode verbeteringen gerealiseerd maar is zeker nog niet uit de problemen. Voor 2025 wordt een negatief exploitatieresultaat verwacht. Dit is conform de verwachting in het continuïteitsplan.

De exploitatie is nog zwak en daardoor erg gevoelig voor incidentele tegenvallers. Daarom blijven de Limburgse gemeenten ook in 2026 samen met de Jeugdautoriteit via maandelijkse monitoring de ontwikkelingen op de voet volgen en sturen waar mogelijk bij. Ook Zuid-Limburg neemt sinds november 2025 deel aan deze monitoring. Voor 2026 is sprake van een conservatieve begroting, met maximaal ingecalculeerde bekende risico’s om de kans op tegenvallers te minimaliseren. De jeugdregio heeft eerder om principiële redenen besloten geen financiële bijdrage te verlenen in het continuïteitsplan van de Mutsaersstichting. Tegelijkertijd zijn de gemeenten wettelijk verantwoordelijk voor de continuïteit van de jeugdzorg. In het geval van Mutsaersstichting ging het bij aanvang van het herstelplan om 700 à 800 van onze jeugdigen in zorg waarvoor wij verantwoordelijkheid dragen. Die verantwoordelijkheid nemen wij zeer serieus. Het ministerie geeft aan gebruik te maken van het instrument van in deplaatstelling als de gemeenten niet voldoen aan de wettelijke plicht om voldoende jeugdzorg in te kopen. Dit komt neer op een gedwongen betaling van 2,9 mln. door de gemeenten in de jeugdregio Zuid-Limburg waarbij de coördinatie en regie uit handen worden gegeven.

In deze context hebben de wethouders jeugdzorg van de jeugdregio besloten de colleges en gemeenteraden te adviseren akkoord te gaan met een financiële bijdrage van in totaal 2,9 mln. De financiële bijdrage is in de vorm van een geldlening en onder voorwaarden. Een delegatie van de wethouders jeugdzorg heeft contact gehad met de jeugdregio’s Midden- en Noord Limburg en het ministerie. In deze contacten is benadrukt

62

dat het uiteindelijk aan de gemeenteraden is om een uitspraak te doen over een financiële bijdrage. In de periode Q1/Q2 2026 nemen de gemeenteraden een besluit over een financiële bijdrage. Het aandeel van de gemeente Stein is € 117.800 Het herstelplan van Via Jeugd is in juli 2025 vastgesteld door de wethouders jeugdzorg van de jeugdregio. De gemeenten hebben de financiële problemen bij Via Jeugd kunnen oplossen door de reguliere bekostiging van de JeugdzorgPlus (JZ+) deels met terugwerkende kracht aan te passen naar de sterk gewijzigde situatie en regelgeving. Daardoor is voor het herstelplan geen financiële steun van de gemeenten nodig. Het herstelplan bestrijkt de periode 2025 t/m 2027 en is gebaseerd op aannames over continuïteit van zorgvolume, substitutie van JZ+ naar ambulante zorg en de inrichting van Zorg- en Onderwijsknooppunten. De JZ+ in de traditionele vorm zoals wij die nu kennen wordt in de komende jaren via om- en afbouw fors afgebouwd en vervangen door andere zorgvormen. Wij zien twee risico’s die forse gevolgen kunnen hebben voor de aannames in het herstelplan en daarmee de continuïteit van Via Jeugd. • Het recent nieuw gesloten contract voor JZ+ van Landsdeel Zuidoost (bestaande uit delen van Brabant en volledig Limburg), waaraan ook de jeugdregio Zuid-Limburg vanaf 2027 deelneemt. In het contract wordt reeds geanticipeerd op de om- en afbouw van JZ+.

De ambulante zorg die ervoor in de plaats komt is geen onderdeel van het contract. Afwijkingen in volumeontwikkeling of instroom in ambulante zorg kunnen gevolgen hebben voor de exploitatie en positionering van Via Jeugd binnen Landsdeel Zuidoost. • De vorming van Zorg- Onderwijsknooppunten (ZOK) krijgt mogelijk een andere invulling dan voorzien in het herstelplan dat uitgaat van een volwaardig ZOK voor Via Jeugd. Het implementatieplan voorziet in het werkgebied van Landsdeel Zuidoost enkele mini-ZOK. Indien de uiteindelijke inrichting afwijkt van de uitgangspunten in het herstelplan, kan dit gevolgen hebben voor zorgvolume, samenwerking met onderwijs en de financiële uitgangspunten van de organisatie. Hoewel Via Jeugd voldoet aan de voorwaarden van trede 2 van het draaiboek continuïteit jeugdhulp is in overleg tussen de organisatie zelf, Jeugdautoriteit en de gemeenten besloten de indeling in trede 3 vooralsnog te handhaven. Nu het nieuwe contract JZ+ van Landsdeel Zuidoost is gesloten en de bestuurlijke fusie met Stichting Koraal per 1 juli 2025 gerealiseerd is wordt een afschaling naar trede 2 opnieuw in overleg besproken en overwogen. De ontwikkelingen bij Via Jeugd worden gevolgd via een drie maandelijkse monitoring door gemeenten en jeugdautoriteit. Risico’s gemeentefonds De algemene uitkering is de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente.

Hierin spelen een aantal belangrijke ontwikkelingen, waarvan op dit moment niet te duiden is wat het financiële effect zal zijn. Hierin zitten wel bepaalde risico's. • Ontwikkeling accres: de ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het acres. Per 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd ingevoerd. Deze nieuwe systematiek houdt in dat het volume deel vanaf 2024 wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De indexatie voor inflatie volgt de prijs van het BBP van het lopende jaar. We zien echter dat de komende jaren we werkelijke inflatie hoger zal zijn dan het gemiddelde van BBP. Dus we krijgen de komende jaren waarschijnlijk te weinig middelen voor het opvangen van onze loon- en prijsstijgingen. • Het aantal specifieke uitkeringen is de laatste jaren fors gestegen. Dit leidt tot extra verantwoordings- en controlekosten bij gemeenten. Afgesproken is dat er een verlaging van het aantal specifieke uitkeringen gaat plaatsvinden inclusief een aangekondigde taakstelling van 10%. Dit wordt nog verder uitgewerkt met eventueel nieuwe vormen van uitkeringen. • Het Rijk komt in 2026 met een voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds, die in 2027 moet ingaan.

63

Juridische risico’s Onze gemeente loopt juridische risico’s in zijn algemeenheid, aangezien gemeenten besluiten neemt waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld. Fiscale risico’s De gemeente Stein wordt - mede door veranderingen in wet- en regelgeving - geconfronteerd met een aantal risico’s/onzekerheden op fiscaal gebied. Loon- en prijsontwikkeling Inflatie en CAO stijgingen zijn afgedekt met de in de circulaires genoemde percentages. De werkelijkheid kan positief dan wel negatief hiervan afwijken.

Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van deze risico's is een risicosimulatie (Montecarlo simulatie) uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van de maximale omvang van het risico ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de risico simulatie blijkt dat bij een zekerheidspercentage van 90% risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 2.970.000. De kans is een inschatting dat een risico ook daadwerkelijk zal plaatsvinden. Deze aanname wordt vervolgens geclusterd waarbij een kans tot 10% wordt aangemerkt als zeer klein, de kans tot 30% als klein, tot 50% als middel, tot 70% als groot en alles daarboven tot zeer groot.

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de financiële middelen en de mogelijkheden waarover onze gemeente beschikt om risico’s van financiële aard (niet-begrote kosten), die zich onverwacht voordoen en die van substantiële aard zijn, te kunnen dekken. Dit kunnen zowel incidentele als structurele middelen zijn. Op grond van de vereisten van het BBV heeft de gemeente Stein ervoor gekozen om onze weerstandscapaciteit uit de elementen algemene reserve en de post onvoorzien te vormen. Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand

Startcapaciteit

Algemene reserve (vrij besteedbaar)

€ 16.402.000

Post onvoorzien

€

Totale weerstandscapaciteit

0

€ 16.402.000

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, is de relatie gelegd tussen beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit is afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het hieronder geschetste weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit -------------------------------------- = Benodigde weerstandscapaciteit

€ 16.402.000 --------------- = 5,52 € 2.970.000

Onderstaande normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio.

64

Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6

Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende

Het ratio van de gemeente Stein valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen.

Financiële kengetallen In deze paragraaf zijn een aantal kengetallen opgenomen. Deze kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. Bij de toelichting hebben we aandacht voor toekomstige ontwikkelingen, leggen we, indien mogelijk, een relatie met de verschillende programma's en beoordelen wij de kengetallen. rekening 2024

begroting 2025

rekening 2025

Netto schuldquote

65%

103%

61%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

62%

100%

59%

Solvabiliteitsratio

34%

26%

35%

Structurele exploitatieruimte

5,7%

1,5%

6,4%

0%

-0,9%

-0,4%

103%

103%

111%

Indicator

Grondexploitatie Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens

Onderverdeling voor de beoordeling Om een beeld te geven hoe de financiële positie van de gemeente Stein zich ontwikkelt, is gebruik gemaakt van een onderverdeling naar drie categorieën. Dit zijn: groen (goed/weinig risico), oranje (voldoende/voorzichtigheid geboden) en rood (onvoldoende/veel risico). In onderstaande tabel de standaard percentages die daarvoor gebruikt worden. Deze percentages zijn gebaseerd op algemene normwaarden (worden onder andere gebruikt door de Provincie bij de publicatie van ranglijsten). Rood (onvoldoend e/ veel risico)

Groen (goed /weinig risico)

Oranje (voldoende/ voorzichtigheid geboden)

Netto schuldquote

< 90%

90% t/m 130%

> 130%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90%

90% t/m 130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

> 50%

20% t/m 50%

< 20%

Indicator

Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

Grondexploitatie

< 20%

20% t/m 35%

35%

Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens

< 95%

95% t/m 105%

> 105%

Hierna volgt een analyse per kengetal.

65

Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager de netto schuldquote, hoe lager de relatieve schuldenlast. De netto schuldquote stijgt door de toename van de schulden (vreemd vermogen). De ontwikkeling daarvan wordt periodiek bij de opstelling van de jaarrekening en begroting gemonitord. Ten opzichte van de begroting 2025 is de werkelijke netto schuldquote lager. Dit wordt veroorzaakt doordat er minder vreemd vermogen is aangetrokken dan bij de begroting 2025 ingeschat. Dit komt door enerzijds meer inkomende geldstromen dan vooraf verwacht en minder werkelijke uitgaven dan geraamd. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Er is tevens een tweede berekening van de netto schuldquote, maar nu gecorrigeerd met de door verstrekte leningen aan woningbouwcorporaties en deelnemingen. In de eerste berekening van de netto schuldquote zijn deze verstrekte leningen niet meegenomen, omdat er een risico bestaat dat de gemeente deze bedragen niet (volledig) zal kunnen terugvorderen. Hier geldt hetzelfde als bij de netto schuldquote. Dit kengetal is in de realisatie lager dan vooraf begroot. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen eigen vermogen en totaal vermogen.

Het geeft weer in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio hoe beter de gemeente hier toe in staat is. Een solvabiliteitsratio van 20% wordt aangemerkt als voldoende. De jaarrekening 2025 geeft weer dat er een werkelijk solvabiliteitsratio is van 35%. Dit geeft een gunstiger beeld dan in de begroting 2025 was ingeschat. Tevens zien we een verbetering van deze ratio ten opzichte van de jaarrekening 2024. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente Stein heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief cijfer betekent dat het structurele deel voldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Er is sprake van een positief cijfer voor dit ratio in de jaarrekening 2025. Grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar, hetgeen niet het geval is.

Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens De indicator belastingcapaciteit geeft aan hoe hoog de gemiddelde woonlasten voor een gezin in de gemeente Stein zijn in vergelijking met het landelijke gemiddelde van het voorgaande jaar. Een laag percentage (lager dan 100%) betekent dat de gemeente relatief lage woonlasten heeft en daarmee in theorie meer belastingopbrengsten zou kunnen genereren. Of hiervan daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt, is een beleidskeuze. Omdat de belastingcapaciteit wordt berekend ten opzichte van het landelijke gemiddelde van het voorgaande jaar, heeft deze systematiek invloed op het uiteindelijke percentage. De totale woonlasten waren in 2025 in de gemeente Stein boven het gemiddelde van de provincie Limburg. Dit zie je ook terug in de omvang van het kengetal belastingcapaciteit.

66

Grondbeleid Inleiding Het grondbeleid van de gemeente Stein is vastgelegd in de nota Grondbeleid die de gemeenteraad op 11 december 2025 heeft vastgesteld. Het grondbeleid is geen doel op zich, maar een middel om de visie van de gemeente te realiseren. Gelijktijdig met het vaststellen van de nota Grondbeleid heeft de gemeenteraad ook de nota Kostenverhaal en Financiële bijdragen vastgesteld. Met laatstgenoemde nota maakt de gemeente gebruik van de mogelijkheid om kosten te verhalen die zij moet maken om een gebied geschikt te maken voor het gebruik dat de initiatiefnemer voor ogen heeft. Met deze beleidsnota's heeft de gemeenteraad invulling gegeven aan de verplichten uit de Omgevingswet en aan de mogelijkheden om kosten te verhalen die de in werking getreden Omgevingswet biedt.

Grondexploitaties Per 31 december 2025 zijn er 4 grondexploitaties in uitvoering: -Poolster Elsloo -Fase 1 Bramert-Noord Urmond -Bruisend Hart Nieuwdorp -CPO Steskensstraat Stein Van deze grondexploitaties wordt Poolster afgesloten bij deze jaarrekening. Bramert Noord heeft de raad bijgesteld bij de slotwijziging 2025 en de grondexploitatie CPO Steskensstraat heeft de raad vastgesteld op 25 september 2025. Met ingang van 2025 wordt het renteomslagpercentage gehanteerd bij de herrekening van grondexploitaties. In de begroting 2025 was dit percentage vastgesteld op 2% en is in deze jaarrekening herrekend naar 1,3%. De toelichting hiervoor is terug te vinden in de paragraaf financiering. Een lager rentepercentage is overigens niet altijd gunstig voor grondexploitaties omdat het omslagpercentage ook gehanteerd wordt over negatieve boekwaarden (als de opbrengsten eerder binnenkomen dan dat de lasten opkomen). In die gevallen leidt een lager omslagpercentage tot een lagere rentevergoeding over de negatieve boekwaarde van de grondexploitatie. Poolster In de Raadsvergadering van 2 juni 2022 is de grondexploitatiebegroting Poolster vastgesteld. Het plan omvat de realisatie van 17 kavels voor grondgebonden nultreden woningen, waarvan 10 kavels ten behoeve van sociale woningbouw op de locatie van de voormalige basisschool de Poolster.

De vastgesteld grondexploitatiebegroting sloot met een negatief resultaat op eindewaarde van € 241.104. Nadat in 2023 het gehele terrein bouwrijp is gemaakt en is verkocht aan zowel de woning corporatie als de projectontwikkelaar zijn in 2024 en 2025 de 7 koopwoningen en de 10 huurwoningen gebouwd en opgeleverd In 2025 is het terrein afgerond met openbare verlichting en groenaanplant. In 2024 is de grondexploitatie herzien naar een verwacht verlies van € 197.485. Nu de laatste werkzaamheden zijn afgerond kan de grondexploitatie bij deze jaarrekening worden afgesloten. Het uiteindelijk negatief resultaat van €222.054 wordt gedekt uit de gevormde voorziening 'te verwachte verliezen'.

67

Fase 1 Bramert-Noord In de Raadsvergadering van 23 juni 2022 is de grondexploitatiebegroting Fase 1 Bramert-Noord vastgesteld. De ontwikkeling omvat de realisatie van 50 bouwkavels voor diverse segmenten woningbouw. De initieel vastgesteld grondexploitatiebegroting sluit met een positief resultaat op eindwaarde van € 130.000. Het terrein waar de eerste 40 woningen van Bramert Noord (projectnaam Lindehagen) op gebouwd worden is in 2024 voorafgaand aan verkoop door de gemeente bouwrijp gemaakt. In oktober 2024 zijn de gronden verkocht aan de projectontwikkelaar. Er heeft een wijziging plaatsgevonden in het bouwprogramma waarbij de beoogde 10 grote schuurwoningen worden vervangen door 22 kleinere woningen, waaronder levensloopbestendige woningen. De gronden waar dit herziene bouwprogramma op zal worden gerealiseerd zijn in 2025 verkocht aan de ontwikkelaar. De totale oppervlakte en de grondprijs blijft gelijk waardoor dit geen nadelig effect heeft op de gemeentelijke grondexploitatie. Per 31 december 2024 bedraagt de boekwaarde € -218.039. De geprognosticeerde winst, per 31 december 2024 bedraagt volgens de herziene grondexploitatiebegroting 2024 € 411.198. Met inachtneming van de richtlijnen vindt winstneming plaats middels het 'Percentage of Completion', hierdoor heeft in 2024 reeds de tussentijdse winstneming van € 187.657 plaatsgevonden.

In 2025 is gebleken dat de scope wijziging anders dan verwacht nadelige financiële gevolgen had. De gevolgen van de scopewijziging alsmede de fasering en inflatie-effecten hebben tot gevolg dat de grondexploitatie van het project met € 583.000 in negatieve zin is bijgesteld en van een positief naar een negatief resultaat is gegaan. De tussentijdse winstneming is dientengevolge teruggedraaid en voor het te verwachten verlies is de voorziening verwachte verliezen grondexploitaties gevormd. Dit alles zoals de raad bij de slotwijziging 2025 heeft vastgesteld. De afronding van het project zal naar verwachting in 2027 plaatsvinden. Bruisend Hart Nieuwdorp In de Raadsvergadering van 4 juli 2024 is de grondexploitatiebegroting Bruisend Hart Nieuwdorp vastgesteld. De vastgesteld grondexploitatiebegroting sluit met een negatief resultaat op eindewaarde van € 335.666. In juli 2024 is het bestemmingsplan, inclusief de bijbehorende grondexploitatie, vastgesteld voor de gewenste woningbouw in het Bruisend Hart van Nieuwdorp (67 woningen in het huursegment waarvan 32 zorgwoningen). Met het ondertekenen van de projectovereenkomst tussen gemeente en Zaam Wonen in december 2024 is het project "Bruisend Hart Nieuwdorp" definitief in uitvoering gegaan en zijn de gereserveerde subsidiebedragen inmiddels toegekend. Als gevolg hiervan is de grondexploitatie herzien.

Het geprognosticeerde verlies bedraagt volgens de actuele grondexploitatie ultimo 2025 € 294.567. Dit tekort wordt gedekt door aanwending van de Algemene Reserve en gestort in de voorziening 'te verwachten verliezen'. CPO Steskensstraat In 2025 is de grondexploitatie voor de ontwikkeling van 11 nultredewoningen aan de Steskensstraat opgesteld. In de raadsvergadering van 25 september 2025 is de grondexploitatie vastgesteld. De vastgestelde grondexploitatiebegroting sluit met een negatief resultaat op eindwaarde van €165.70. Dit tekort wordt gedekt door aanwending van de Algemene Reserve en dit te storten in voorziening ‘Te verwachten verliezen’.

68

Boekwaarde ultimo

Geraamde boekwaarde ultimo

(x € 1.000)

2025

2026

2027

Poolster Bramert-Nrd Bruisend Hart CPO Steskensstr

0 -1.078

0

0

-41

-623

-139

699

12

0

Totaal -420 * negatief (-/-) betekent verlies

-611

-139

2028

2029

Verwacht resultaat per einddatum

Realisatie

-222 -158

2025 2027

-295

2028

-166

2027

0

0

-841

Strategische gronden In de nota grond- en vastgoedbeleid wordt ingezet op anticiperende, proactieve en gelegenheidsverwerving. Hiervoor is een budget beschikbaar gesteld van € 558.571. (2019: € 500.000; 2021 € 58.571 verkoopwinst RWS). In 2024 heeft er grondverwerving plaatsgevonden in Elsloo. Er is geen restant meer beschikbaar van deze budgetten uit 2019 en 2021. Bij het vaststellen van de nota Grondbeleid op 11 december 2025 heeft de raad een aanvullend budget voor strategische verwervingen van € 500.000 beschikbaar gesteld. Hier is in 2025 nog geen gebruik van gemaakt. Onderstaand een overzicht van de strategisch verworven gronden ten laste van het budget. Jaar Perceel Ontwikkeling Verwervings- Raad verwerving kosten geïnformee rd 2019

Elsloo, A4652

2020

Urmond D194 en D206

2020

Elsloo, D792

Herinrichting stationsomgeving Randweg Bramert-Nrd en ruilgrond t.b.v. woningbouw Bramert-Nrd Gedeeltelijke verkoop aan RWS D209 t/m D211 Randweg Bramert-Nrd en ruilgrond t.b.v. woningbouw Bramert-Nrd Woningbouw Meers

2020

Urmond D209 t/m D211

2022

Urmond D526

Randweg Bramert-Nrd

€

2024

Elsloo B5430/B4167

Dorine Verschureplein

€ 171.467

2021

€ 35.662 € 112.009

RIB 26-112019 RIB 14-092020

-/- €

13.840

€

77.200

RIB 09-112020

€ 211.037

RIB 19-012021 RIB 14-032022

8.008

Seniorencon vent 26-042024

69

Risico’s Doordat ontwikkelingen steeds complexer worden en de investeringen bij grondexploitaties groot zijn, brengt dit risico 's met zicht mee. Inzicht in de financiële resultaten en het in kaart brengen van de risico's is daarom van groot belang. Voorziening te verwachten verliezen De voorziening 'Te verwachten verliezen grondexploitatie' vormt de buffer voor verliezen en risico's binnen de grondexploitatie. Zodra een (geactualiseerde) grondexploitatie een verlies laat zien dan wordt direct een voorziening gevormd ter hoogte van het becijferde bedrag. In 2025 hebben de volgende mutaties plaatsgevonden: • De grondexploitatie Poolster is afgesloten en naast een toevoeging voor het hogere negatieve eindresultaat is het volledige bedrag in de voorziening onttrokken om de boekwaarde van de Poolster te neutraliseren. • De herziening van Bramert Noord heeft geleid tot de vorming van een voorziening voor het te verwachten verlies. • Voor het te verwachten verlies van CPO Steskensstraat is bij de start van de grondexploitatie een voorziening gevormd Verloop voorziening Stand (x € 1.000)

Toename Afname

1-12025

Poolster

197

Bruisend Hart Nieuwdorp

296

Bramert Noord

0

157

Steskensstraat

0

165

493

348

Totaal

Stand 31-122025

26

222

2026

2028

2029

0 296

296

157

157

0

165

165

0

618

618

296

296

222

2027

0

0

0

Reserve grondexploitatie Naast de voorziening te verwachten verliezen is de reserve grondexploitaties in 2025 opnieuw in gebruik genomen. De voorziening is hierbij de afdekking van verliezen zoals die zijn vastgesteld door de raad in (geactualiseerde) grondexploitaties terwijl de reserve grondexploitaties het buffervermogen is om restrisico's in lopende grondexploitaties op te vangen. Dit betekent dat opkomende risico's niet meer met de algemene reserve verrekend hoeven te worden maar via de reserve grondexploitaties worden afgewikkeld. Bij het vaststellen van de nota's Grondbeleid en Kostenverhaal is een nulmeting uitgevoerd met betrekking tot deze restrisico's die hebben geleid tot een totaalrisico van € 213.000. Dit totaalrisico is als volgt opgebouwd:

70

Bramert Noord Bouw en woonrijpmaken 10% van 100.000

10.000

Bruisend Hart Bouw en woonrijpmaken 50% van 160.000 Vertraging 50% van 80.000

80.000 40.000

CPO Steskensstraat Bouw en woonrijpmaken 50% van 45.000 Uitgifte 50% van 25.000 Vertraging 50% van 25.000

22.500 12.500 12.500

Cumulatief risico Opslag 20% Reserve GREX bij aanvang

177.500 35.500 213.000

71

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In de openbare ruimte vinden activiteiten plaats in het kader van wonen, werken en recreëren. Hiervoor is de openbare ruimte ingericht met kapitaalgoederen (infrastructuur). Deze kapitaalgoederen worden onderhouden en tijdig vervangen. De door de raad gewenste kwaliteit van de kapitaalgoederen is vastgesteld in beleidskaders. De vastgestelde beleidskaders zijn daarna, door het college, vertaald in beheerplannen waarin de kosten voor vervanging en onderhoud zijn opgenomen. De beheerplannen worden verwerkt in de begroting. De volgende kapitaalgoederen zijn in deze paragraaf opgenomen: • gebouwen en overige accommodaties • wegen • openbare verlichting • bruggen • rioleringen • groen

Gebouwen en overige accommodaties Beleidsplan Het Integraal Beheerkwaliteitsplan 2022-2026 is vastgesteld op 17 februari 2022. In april 2025 is het accommodatiebeleid 2025-2029 gecombineerd met verduurzaming gemeentelijke accommodaties, meerjarenonderhoudsplan (MJOP) en exploitatieonderhoud (BOB) vastgesteld. Het accommodatiebeleid 2025-2029 bouwt voort op het bestaand beleid met extra aandacht voor klimaatadaptatie, meerjarenonderhoud, multifunctionaliteit en samenwerking. Beslissingen worden gebaseerd op langetermijnbehoeften en financiële haalbaarheid, met focus op het behoud van functies en activiteiten die de leefbaarheid versterken. Beheerplannen Jaarlijks wordt, voorafgaand aan de uitvoering, beoordeeld of de geplande werkzaamheden noodzakelijk zijn dan wel dat deze kunnen worden uitgesteld of doorgeschoven. Daarna worden de werkzaamheden waar mogelijk gebundeld en volgens de geldende inkoopprocedures in de markt gezet. Financiële vertaling Voor het groot bouwkundig en sporttechnisch onderhoud is een voorziening gevormd. Hierin wordt op basis van de vastgestelde beheerplannen jaarlijks een bedrag gestort. De hoogte van de storting wordt telkens bij het vaststellen van het beheerplannen geactualiseerd. In 2025 bedroeg de storting in de voorziening (groot) bouwkundig onderhoud € 952.369 en in de voorziening (groot) sporttechnisch onderhoud € 44.000.

De onderhoudslasten van de gemeentelijke accommodaties worden afhankelijk van de gebruiksfunctie verantwoord op de programma's Sport Cultuur en Recreatie, Sociaal domein, Onderwijs en Bestuur en Ondersteuning.

Wegen Beleidskaders Op 17 februari 2022 heeft de raad het Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) vastgesteld. De vastgestelde kwaliteit is van toepassing op de instandhouding van de verhardingen gedurende de technische levensduur in die gebieden waar de komende jaren geen grootschalige reconstructies of wijzigingen zijn gepland.

72

Beheerplannen Om de 2 jaar wordt - via inspectie - het beheerplan wegen geactualiseerd en wordt een doorkijk gegeven voor 15 jaren. Na beëindiging van het groot onderhoud 2021 zijn alle wegen in Stein geïnspecteerd. Op basis van deze inspectie is het nieuwe beheerplan opgesteld dat op 2 april 2024 is vastgesteld door het college. Op 31 augustus 2022 heeft het college het Beheerplan wegmeubilair 2022-206 vastgesteld. De financiële gevolgen van beide beheerplannen zijn verwerkt in de begroting. Bij wegen en het wegmeubilair is geen sprake van achterstallig onderhoud. Financiële vertaling Vanaf 2010 is voor groot onderhoud wegen een voorziening gevormd. Hierin wordt op basis van het vastgesteld beheerplan jaarlijks een bedrag gestort. De hoogte van de storting wordt telkens bij het vaststellen van het beheerplan wegen geactualiseerd. Vanaf 2024 bedraagt de storting in de voorziening groot onderhoud wegen € 850.000. In de voorziening groot onderhoud wegen worden geen kosten van rehabilitaties of reconstructies van wegen verantwoord. Deze worden, als investering op het programma ‘Verkeer, vervoer en water' verantwoord en waar nodig toegelicht. Ook de onderhoudskosten worden op het programma 'Verkeer, vervoer en wegen' verantwoord. Wegen: Rek. 2023

Rek. 2024

Begr. 2025

Rek. 2025

Klein onderhoud wegen

192

212

192

193

Wegvoorzieningen (o.a. belijningen)

72

44

28

13

809

905

1.267

1.016

1.073

1.161

1.487

1.222

Directe lasten onderhoud wegen (x € 1.000)

Onderhoudsbudget exploitatie:

Ten laste van voorziening: Groot onderhoud wegen Totaal exploitatie + voorziening

Openbare verlichting Beleidskaders Op 8 juni 2023 is het nieuwe beleidsplan Openbare Verlichting vastgesteld. Beheerplannen Het beheer van de openbare verlichting is op basis van een beheer- en onderhoudsplan uitbesteed aan een externe partij. Financiële vertaling Bij de openbare verlichting is geen sprake van achterstallig onderhoud. Openbare verlichting: Directe lasten onderhoud openbare verlichting

Rek. 2023

Rek. 2024

Begr. 2025

Rek. 2025

Energie

301

164

171

175

Onderhoud

120

101

133

95

Totaal exploitatie

421

265

304

270

(x € 1.000)

Onderhoudsbudget exploitatie:

73

Bruggen Beleidskaders In 2025 is het beheerplan civieltechnische kunstwerken opgesteld. Beheerplannen Op basis van de 2 jaarlijkse bruginspectie is in 2025 het meerjaren onderhoudsplan opgesteld. In 2025 zijn alle bruggen geïnspecteerd die onderhoudsplichtig zijn door de gemeente Stein. De inspectieresultaten zijn vertaald in een meerjaren-onderhoudsplanning. In 2025 zijn de bruggen over de A76 opnieuw geconserveerd. Verder is het bruggetje bij het Ibis hotel voorzien van bescherming over de houten palen en is het bruggetje bij Nederhof voorzien van nieuwe houten planken. Financiële vertaling Voor het onderhouden van de kunstwerken is een voorziening gevormd. Op basis van het huidige beheerplan wordt jaarlijks € 20.000 in de voorziening gestort. De tot het meerjaren onderhoudsplan en het projectenplan behorende investeringen en onderhoudsbudgetten worden verantwoord op het programma ‘Verkeer, Vervoer en Waterstaat’. Bruggen: Rek. 2023

Rek. 2024

Begr. 2025

Rek. 2025

1

8

32

32

Groot onderhoud bruggen

8

4

73

53

Totaal exploitatie + voorziening

9

12

105

85

Directe lasten onderhoud bruggen (x € 1.000)

Onderhoudsbudget exploitatie: Onderhoud kleine kunstwerken Ten laste van voorziening:

Riolen Beleidskaders In 2013 is gestart met het opstellen van een regionaal beleid- en uitvoeringskader voor het stedelijk watermanagement. Deze kaders vervangen het traditioneel Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan voor de gemeenten Beek, Schinnen, Sittard-Geleen en Stein. Hierin participeren ook het waterschap Roer en Overmaas en Waterschapsbedrijf Limburg. De kaders voor Stein zijn op 30 oktober 2014 door de raad vastgesteld. In 2021 is het Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie vastgesteld. Dit is de actualisatie van het hiervoor benoemde plan waarbij ook de klimaatthema's hitte en droogte zijn meegenomen. Het beleids- en uitvoeringskader voor de omgang met water en de klimaatadaptatie bestaat uit vier plannen (beleidsplan, beheerplan, kostendekkingsplan en projectplan). Het beleidsplan is samen met de betrokken partijen in de waterketen van de Westelijke Mijnstreek opgesteld. Hiermee is de samenwerking van de afgelopen jaren voortgezet en beheren we de waterketen op een structurele en doelbewuste manier. In dit plan benoemen we alle zaken die we belangrijk vinden en geven onze strategie hierop aan. In 2021 is ook de optimalisatie van het basisrioleringsplan en de klimaatstresstest afgerond. De vanuit het basisrioleringsplan en klimaatstresstest verkregen bevindingen leveren een belangrijke inbreng voor het beleidsplan Water & Klimaatadaptatie.

74

De gemeente moet op grond van de Kader Richtlijn Water (KRW) maatregelen nemen om het overstorten op kwetsbare wateren te verminderen. Hierdoor heeft vooral het afkoppelen van regenwater grote invloed op het uitvoeringsprogramma. In het in 2021 afgeronde basisrioleringsplan heeft een toetsing plaatsgevonden van het effect van overstorten op kwetsbare wateren en zijn maatregelen voorgesteld hoe aan de KRW voldaan kan worden. Beheerplannen Met het in juli 2021 vastgestelde Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie 2022-2027 als basis is in 2024 verder invulling gegeven aan het verbeteren, beheren en onderhouden van onze (afval)watersystemen en voorzieningen. Naast het beleidsplan zijn in 2024 de volgende plannen leidend geweest: • Het beheerplan, waarin voor de Westelijke Mijnstreek staat beschreven hoe alle objecten worden beheerd. • De projectenplannen, waarin voor de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein staat beschreven welke projecten zij de komende jaren uitvoeren op het gebied van water en klimaatadaptatie. • De kostendekkingplannen, waarin voor de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein staat beschreven hoe de kosten voor water en klimaatadaptatie de komende jaren worden gedekt en hoeveel fte er nodig is om de werkzaamheden uit te voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=3904bea2-9e16-4be4-a96e-f20b3b035942