concept woonzorgvisie Stein 170423'.pdf
Tekst van het document
WOONZORGVISIE STEIN 2023-2028 Dat maakt Stein voor mij … “een goed thuis (voor iedereen)”
concept versie 17 april 2023
1
Inhoud Voorwoord ...............................................................................................................................................3 Inleiding ...................................................................................................................................................4 1.
De basis van onze woonzorgvisie ...............................................................................................5
2.
Invloeden en ontwikkelingen .......................................................................................................8 Factsheet demografie en bevolking ....................................................................................8
2.2.
Factsheet leefomgeving.......................................................................................................10
2.3.
Factsheet woningmarkt en woonbehoefte.......................................................................11
2.4.
Factsheet trendontwikkelingen ..........................................................................................13
2.5.
Relevante wet en regelgeving............................................................................................14
3.
2.1.
Wat willen we? ..............................................................................................................................16 Vanuit het mensperspectief: ..............................................................................................16
3.2.
Vanuit het perspectief leefomgeving ................................................................................16
3.3.
Vanuit het perspectief wonen.............................................................................................18
3.4.
Vanuit woonzorg perspectief ..............................................................................................22
3.5.
Andere doelgroepen .............................................................................................................27
4.
3.1.
Hoe realiseren we onze ambities en actiepunten? ................................................................33 4.1.
Onze strategie .......................................................................................................................33
4.2.
Instrumenten.........................................................................................................................34
4.3.
Monitoring ..............................................................................................................................35
4.4.
Financieel kader ....................................................................................................................35
Bijlage I: Woningbouwprogrammering ...........................................................................................36 Bijlage II: Financieel overzicht .........................................................................................................37 Bijlage III: Woningbehoefteonderzoek............................................................................................39 Bijlage IV: Begrippenlijst ...................................................................................................................40
2
Voorwoord PM
3
Inleiding Aanleiding PM Proces totstandkoming PM Leeswijzer In het eerste hoofdstuk wordt de basis van onze woonzorgvisie en met name de relatie met de inwoners en de leefomgeving inzichtelijk gemaakt. Daarbij maken we gebruik van een op maat van de gemeente Stein uitgewerkte holistische benadering. Vervolgens maken we in hoofdstuk twee de relevante invloeden en ontwikkelingen inzichtelijk aan de hand van factsheets die betrekking hebben op (1) demografie en bevolking, (2) onze leefomgeving (3) de lokale woningmarkt en de woonbehoefte, (4) de megatrendontwikkelingen en tenslotte de systeemkaders c.q. een overzicht van de actuele wet- en regelgeving. Het derde hoofdstuk vormt de kern van onze woonzorgvisie. Hierin formuleren we onze concrete ambities en doelstellingen waarbij uitwerking plaatsvindt in een actieprogramma 2023-2028. Dit doen we op niveau mens, leefomgeving, wonen en woonzorg. Het vierde en laatste hoofdstuk maakt inzichtelijk hoe we onze ambities en actiepunten willen realiseren. We gaan hier in op de strategie die we hanteren, de instrumenten die we gaan inzetten en de wijze van het monitoren van voortgang en realisaties. Daarbij maken we ook de gemeentelijke financiën inzichtelijk.
4
1.
De basis van onze woonzorgvisie
De woonzorgvisie is een programma afgeleid uit de Omgevingsvisie Gemeente Stein 2040. De vraag wat voor gemeente we willen zijn, is hierin al beantwoord: “Stein is een eigenzinnige, groene woongemeente in de Zuid-Limburgse Maasvallei waar het mogelijk is dorps te wonen in een verstedelijkt gebied met kwalitatief hoogwaardige voorziening en ruimte voor ondernemerschap.”
Figuur – ambities gemeente Stein
Bron: Omgevingsvisie Gemeente Stein 2040
Met leefkwaliteit bedoelen wij de mate waarin onze inwoners in staat zijn om te leven in onze leefomgeving die voldoet aan hun basisbehoeften en die bijdraagt aan hun welzijn en geluk. Het omvat elementen zoals gezondheid, veiligheid, huisvesting, toegang tot diensten en faciliteiten, sociale en culturele participatie en een gevoel van verbondenheid met de gemeenschap. Met de woonzorgvisie focussen wij voornamelijk op de elementen van huisvesting en toegang tot zorg waarbij wij de leefkwaliteit voor onze inwoners op zijn minst behouden en borgen, maar nog liever verbeteren.
5
De relatie tussen onze inwoners, onze leefomgeving en de leefkwaliteit is complex en onderling van elkaar afhankelijk. In onderstaand figuur is de samenhang en afhankelijkheid van inwoners en hun leefomgeving schematisch weergegeven mede in relatie tot de trendontwikkelingen.
Figuur – systeem mens-leefomgeving-wonen en trends
6
De horizon van de woonzorgvisie is 2040 (overeenkomstig de Omgevingsvisie gemeente Stein 2040). De relevante recente onderzoeken (Woonbehoefte onderzoek Stec en Woonzorg door InnDev) focussen cijfermatig op de plantermijn 2030 met doorkijk naar 2040. Voor de korte termijn planning c.q. de uitvoeringsmaatregelen is de overzienbare plantermijn van vijf jaar aangehouden dus de periode 2023-2028.
Figuur – termijn uitgangspunten
horizon woonzorgvisie 2040 onderzoeken 2030
2040
korte termijn planning 2028
7
2.
Invloeden en ontwikkelingen
In dit hoofdstuk benoemen we de belangrijkste ontwikkelingen die relevant zijn voor de woonzorgopgave in onze gemeente op vlak van demografie en bevolking, de woningmarkt en de woonbehoefte, de leefomgeving en de relevante wet- en regelgeving. Naast gemeente specifieke informatie maken we ook de actuele maatschappelijke trends inzichtelijk.
2.1. Factsheet demografie en bevolking Krimp, vergrijzing en ontgroening Sinds 2005 daalt het aantal inwoners in onze gemeente. Deze trend zet zich verder door de komende decennia. De totale bevolking daalt van 24.800 personen in 2022 naar 24.600 in 2030 en 21.600 in 2040. Dit leidt tot een andere samenstelling van de bevolking: het aantal jeugdigen, de beroepsbevolking en het aantal potentiële mantelzorgers neemt gestaag af. Het aantal 80-plussers daarentegen verdubbelt in de periode 2020-2040. Huishoudensontwikkeling: 11.600 in 2020 ontwikkeling met -110 tot +125 tot 2030 Wat betreft de huishoudensontwikkeling gaan we uit van twee scenario’s: een scenario “migratie normaal” en een scenario “migratie hoog” waarbij rekening is gehouden met de omslag in de binnenlandse verhuizingen de afgelopen jaren. Hierdoor ontstaat een plus op de huishoudensontwikkeling tot 2030. In de periode 2030-2040 zal de huishoudenskrimp zich doorzetten binnen een bandbreedte -780 tot -240 huishoudens. In de prognoses zijn de migratiebewegingen het moeilijkst te voorspellen. Het betreft naast het binnenlands migratiesaldo van vertrekkers (vaak jeugdigen) en vestigers (onder andere ruimtezoekers) ook immigratiestromen van vluchtelingen, statushouders, arbeidsmigranten en kenniswerkers. Figuur huishoudensontwikkeling
8
Een andere huishoudsamenstelling Ondanks het afnemende inwonertal is het aantal huishoudens toch nog gegroeid de afgelopen 20 jaar. Dit wijst op huishoudensverdunning. Er is een forse daling van het aantal gezinnen en een toename van het aantal alleenstaanden geweest die nog verder zal aanhouden. Het aantal stellen is tot nu toe relatief stabiel gebleven, maar zal de komende decennia ook fors dalen. Figuur - verwachte huishoudensontwikkeling
Groei van de groep kwetsbare ouderen Kwetsbare ouderen zijn ouderen die moeite hebben om de regie over hun leven te voeren en daarmee zelfstandigheid te behouden. De kwetsbaarheid kan zich uiten in combinaties van fysieke, cognitieve en sociale belemmeringen en psychische kwetsbaarheid. Zij hebben vaak meerdere chronische aandoeningen tegelijkertijd. In totaal wonen in de gemeente Stein 1300 kwetsbare ouderen wonen momenteel. In totaal 915 van hen maken gebruik van langdurige wijkverpleging vaak gecombineerd met hulp bij het huishouden (in totaal 705 65-plussers). 210 van hen maken gebruik van Wlz zorg in een intramurale zorgvoorziening. Als gevolg van de voortschrijdende vergrijzing zal het aantal kwetsbare ouderen de komende 20 jaar meer dan verdubbelen. Dubbele vergrijzing en extramuralisering leiden tot toename van de thuiswonende kwetsbare ouderen. Overige doelgroepen Als gevolg van de doordecentralisatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt de gemeente vanaf 2024 zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de ondersteuning en bijbehorende huisvesting en de uitvoering daarvan. De impact op de woonzorgopgave is momenteel nog onduidelijk maar wordt opgepakt in regionaal verband. Tenslotte is het opvallend dat binnen de gemeente (nog) geen woonvoorziening voor inwoners met een verstandelijke beperking aanwezig is.
Als uitwerking van het Rijksbeleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ dient gemeente Stein beleid vast te stellen voor woonwagens en standplaatsen als onderdeel van haar volkshuisvestingsbeleid. Onder andere moet een woningzoekende woonwagenbewoner, die dat
9
wenst, binnen redelijke termijn kans maken op een eigen standplaats. Daarnaast is een (subregionale) uniforme wachtlijstbeheer en toewijzing nodig.
2.2. Factsheet leefomgeving We kijken breder naar de factoren die de leefomgeving en de kwaliteit van leven beïnvloeden. Zo worden gezondheid en welzijn niet alleen bepaald door de omgeving waarin men woont, maar ook door de mensen uit die buurt en de relaties met die mensen. Zo kunnen de buren een rol spelen in hoe fijn het ergens wonen is. Of persoonlijke factoren. Men kan in nog zo’n mooie omgeving wonen, maar als men eenzaam is en geen waardevolle relaties heeft met mensen uit de omgeving, dan zal men daar minder van genieten. Middels het gebruik van het concept “woonmilieus” leggen we een koppeling tussen de leefomgeving en de invulling van het wonen. We hanteren het leidend principe dat we de woonmilieus willen afstemmen op de toekomstige samenstelling van de bevolking en de ontwikkeling in wensen en behoeften. Binnen onze gemeente onderkennen we drie woonmilieus met unieke kwaliteiten.
10
2.3. Factsheet woningmarkt en woonbehoefte 11.810 woningen in 2022 De woningvoorraad van Stein bestaat in totaal uit circa 11.810 woningen (CBS, 2022). Het merendeel hiervan is een eengezinskoopwoning (70%). Dit is ruim meer dan het aandeel in de regio Zuid-Limburg (52%). Daarentegen staan er in Stein juist relatief weinig meergezinswoningen (appartementen). Ook het aandeel huurwoningen is relatief laag, zowel in corporatie- als particulier bezit. Binnen de gemeente is er een groot aantal verpleegzorggeschikte woningen (BAT4).
Bronnen: STEC en InnDev
11
Kwalitatieve woonbehoefte tot 2030
Bron: STEC
•
•
Overschotten bevinden zich in de reguliere grondgebonden eengezinswoningen, zowel in goedkoper/kleiner als in het duurder/groter segment. Dit overschot hangt samen met de vergrijzing en ontgroening. Ongeacht het migratiescenario worden risico’s in het grondgebonden koopsegment gesignaleerd. Ook ongeacht het scenario is de vraag naar ruimere en duurdere nultredenwoningen groot en deze trend zet zich op gelijke wijze door tot 2040. De vraag komt van ouderen die nu nog in relatief grote grondgebonden woningen en niet veel woonruimte willen inleveren. Zij hebben doorgaans meer vermogen dan jonge huishoudens en/of overwaarde op hun huidige koopwoning.
Confrontatie woningbehoefte en plancapaciteit 2023-2030
12
In de confrontatie valt op dat er wordt ingezet op een divers nieuwbouwaanbod dat voor een deel ook al goed aansluit op de toekomstige woningbehoefte. Wel valt op dat de plancapaciteit aan grondgebonden koopwoningen relatief groot is gezien het verwachte overschot aan dit type. Om goed aansluiting te vinden op de toekomstige woonwensen van de huishoudens van Stein lijkt het verstandig minimaal een deel van deze grondgebonden woningen levensloopgeschikt te bouwen. Ook dan lijkt er echter nog een overschot aan reguliere grondgebonden koopwoningen te bestaan. Sloop en nieuwbouw of het aanpassen van dit type woning biedt mogelijk kansen. Op dit moment liggen er ook plannen om naast reguliere woningbouw ook 55 tijdelijke woningen op twee locaties toe te voegen, ruimte te geven aan een CPO en het aantal locaties voor woonwagenbewoners met vijf standplaatsen uit te breiden. Hiermee kunnen de woonwensen van doelgroepen voorzien worden, die minder snel in een reguliere woning in Stein (willen) wonen. Extra behoefte aan zorgwoningen De behoefte aan geclusterde zorgwoningen voor ouderen neemt fors toe, mede als gevolg van de extramuralisatie van de verpleeghuiszorg c.q. de stop op uitbreiding van intramurale verpleeghuisplaatsen. Tot 2040 zijn er in totaal 280 extra zorgwoningen nodig voor Wlz zorgvragers.
Daarnaast zijn nog 100 extra zorgwoningen nodig voor mensen met langdurige wijkverpleging en/of hulp bij het huishouden (bron InnDev).
2.4. Factsheet trendontwikkelingen Gerelateerd aan de reeds geschetste ontwikkelingen moeten we rekening houden met een aantal trends die grote impact hebben. Een aantal van deze ontwikkelingen zorgt eveneens voor onzekerheid. De voornaamste megatrends zijn te onderkennen in de economie, technologische ontwikkeling, klimaat, systeemcomplexiteit en sociale structuur/cultuur. De economie is de belangrijkste megatrend die van directe invloed is op de bevolking (groei, migratiedruk), de woningmarkt (rentestand als woningmarktmeester) en de zorg (houdbaarheid en betaalbaarheid). Door de globalisering is de kwetsbaarheid van de economie groter geworden en zijn de landelijke/regionale sturingsmogelijkheden een afgeleide van de internationale context. Zo zorgt de inflatiepolitiek van de Verenigde Staten voor een afkoeling van de woningmarkt in Nederland momenteel. De technologische ontwikkeling en voortschrijdende digitalisering heeft grote wisselende impact op vele fronten. Het biedt innovatiemogelijkheden bijvoorbeeld in bouwtechnieken of de manier van zorgverlening. Anderzijds is door internet koopgedrag de behoefte aan winkelruimte kleiner en wordt de behoefte aan distributiecentra groter.
Een andere gamechanger zijn de internationale klimaatakkoorden die direct grote impact hebben bijvoorbeeld voor de verduurzaming van woningen, de implementatie van stikstofbeleid in relatie tot nieuwe planontwikkelingen en het nemen van maatregelen ter voorkoming van overstromingen. Gegeven alle ontwikkelingen is er sprake van “systeemcomplexiteit”. Dat betekent dat de wereld ingewikkeld is geworden. Voor grote delen van de bevolking wordt het moeilijker wordt om te blijven aanhaken. Een ander aspect is dat door de complexiteit “het systeem” erg crisisgevoelig is
13
geworden. De afgelopen jaren zijn we geconfronteerd met pandemie, energiecrisis, bankencrisis, grootschalige datalekken, grondstoffentekorten, woningmarktcrisis, migratiecrisis, politieke crisissen en grootschalige oorlog in de directe omgeving. Tenslotte is de sociale structuur/cultuur enorm gewijzigd de afgelopen decennia. De jongere generaties hebben (weer) een andere leefstijl en de samenleving is veel meer gepolariseerd rond onder andere de hierboven beschreven thema’s en elementen. In alle discussies spelen social media een grote rol. Ondanks het feit dat we steeds meer een beroep willen doen op inclusie en actieve sociale netwerken zien we een beweging van individualisering en het verdwijnen van de solidariteit tussen generaties. Een voorbeeld hiervan is de discussie over de doorstroming van ouderen op de woningmarkt (ten faveure van starters) versus de honkvastheid. De discussie over de economische kosten van de laatste levensjaren versus niet-behandelbeleid is een ander voorbeeld uit de zorg.
2.5. Relevante wet- en regelgeving De systeemelementen is het geheel van wet- en regelgeving en bijbehorende uitvoeringsprogramma’s. Voor de beeldvorming geven we onderstaand een korte opsomming. • •
•
Nieuwe wetten: Wet kwaliteitsborging en Omgevingswet (ingangsdatum nu gepland op 1 januari 2024). Omgevingswet stuurt (grotere) participatie aan. Meer overheidsregie via bestuursakkoorden/Nationale bouw- en woonagenda (heracceptatie overheidsbemoeienis) o Nationale Prestatieafspraken (vanuit Nationale bouw en woonagenda); ▪ Beschikbaarheid (30%-norm en meer bouwen sociale en middenhuur); ▪ Betaalbaarheid (huurmatiging) ▪ Duurzaamheid (verduurzamen woningvoorraad) ▪ Leefbaarheid o Woondeal (als uitwerking van de afgesloten prestatieafspraken tussen Rijk en provincie) o Panorama Zuid-Limburg, ruimtelijke agenda en ruimtelijke arrangementen (Provincie Limburg) o Het Wetsvoorstel “Wet versterking regie volkshuisvesting” geeft het Rijk, de provincies en gemeenten de wettelijke instrumenten om samen met de regionale afstemming regie te voeren op de volkshuisvesting om nu in de toekomst te sturen op hoeveel, waar en voor wie we bouwen. De wet omvat onder andere een verplicht volkshuisvestingsprogramma vanaf 2026. Verdere transformatie van het zorgstelsel o.a. IZA (Integraal ZorgAkkoord), GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) en WOZO (Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen).
Een belangrijke rol is weggelegd voor de woningcorporaties bij de huidige volkshuisvestelijke opgave: o Realiseren van betaalbare huisvesting (waaronder ook flexwoningen); o Het herstellen van balans in de markt; o Sneller vernieuwen bestaande woningvoorraad;
14
Corporaties kunnen zich meer gaan toeleggen op hun kerntaken: Het realiseren en goed onderhouden van betaalbare woningen voor mensen die dat nodig hebben. Voor de realisatie van de opgaven zijn talrijke subsidies zoals Volkshuisvestingsfonds (VHF), woningbouwimpuls, SPUK-regelingen, Stimuleringsregeling wonen en zorg, enzovoort beschikbaar.
15
3.
Wat willen we?
Dit onderdeel geeft de essentie van onze woonzorgvisie weer. We formuleren onze ambities en we vertalen deze in concrete actiepunten voor de periode 2023-2028. We doen dit voor de eerder geschetste perspectieven “mens”, “leefomgeving”, “wonen” en “woonzorg”.
3.1. Vanuit het mensperspectief: We willen de leefkwaliteit optimaliseren door mensen maximaal de mogelijkheid bieden om een “thuis” te hebben. Thuis is een plek waar mensen zich veilig en comfortabel voelen, en waar ze een gevoel van verbondenheid en identiteit ervaren. Het kan een huis, appartement, woonunit in beschermde setting, tiny house of andere woonruimte zijn, maar het gaat vooral om het gevoel van vertrouwdheid en geborgenheid dat men in die ruimte ervaart. Bieden van keuzemogelijkheden We willen maximaal aansluiten op wensen en behoeften en realiseren ons daarbij dat de ideale woning niet bestaat en dat verhuismomenten onvermijdelijk zijn. Door live events zoals huwelijk, krijgen van kinderen, ziekte, relatiebreuken, verandering van baan of verlies van werk krijgen wooncarrières vaak een andere wending. Daarenboven willen niet in de valkuil trappen om uit te gaan van stereotyperingen van doelgroepen : “dé starter” of “dé oudere” bestaat niet. Het gaat om heterogene groepen die keuzes maken op basis van individuele afwegingen en hun (financiële) mogelijkheden of fysieke/mentale beperkingen.
Actiepunten 2023-2028 • Verdere continuering van de betrokkenheid van onze inwoners bijvoorbeeld in de ontwikkeling van visies en uitwerkingen op buurten/wijkniveau onder meer via de DOPsgewijze aanpak; • We maken gebruik van de ervaringsdeskundigheid van diverse stakeholders; • Naast betrokkenheid stimuleren we het eigen initiatief bij de inwoners bijvoorbeeld ten behoeve van ontmoetingsplaatsen of CPO-ontwikkelingen; • Wij geven voorlichting en informatie bij opgaven waarbij de burger zelf aan zet is (bijvoorbeeld dubbel duurzaam en bevordering doorstroming op de woningmark); • Indien nodig laten we gericht (behoefte)onderzoek uitvoeren en maken gebruik van expert opinions. In dat kader onderzoeken we de mogelijkheden van de leefstijlbenadering in de verdere uitwerking van plannen en ambities.
3.2. Vanuit het perspectief leefomgeving Uitgaande van de ambitie "sociale en vitale wijken en kernen" van onze omgevingsvisie stemmen we onze woonmilieus af op de toekomstige samenstelling van de bevolking op basis van een op maat gerichte aanpak. Daarbij is het de uitdaging om vanuit de sturing op de leefomgeving een actieve bijdrage te leveren aan de leefkwaliteit.
16
Een op maat gerichte aanpak
Actiepunten 2023-2028 • Realisatie van de herstructureringsopgaven aan de hand van de Transformatievisies (Elsloo en Urmond-Oost) en Wijkactieprogramma Nieuwdorp. Voor de overige wijken/ buurten worden eveneens Transformatievisies opgesteld zoals ook aangegeven tijdens de beeldvormende raadsessie m.b.t. TV Elsloo op 11 mei 2022. Het betreft dan: o Catsop o Meers/Maasband o Oud-Stein/Kerensheide/Stein centrum o Oud-Urmond/Berg aan de Maas/Nattenhoven • Bijdragen aan de leefkwaliteit door vergroening middels klimaatadaptief bouwen. Hierbij hanteren we een kwalitatief kader: o Bij ieder nieuw woningbouwplan dient voldoende groen te worden geïmplementeerd (ook bij verbouwingen/ functiewijzigingen kijken naar ontharding). o Hemelwateropvang en infiltratie op eigen terrein o Erfscheidingen uitgevoerd in haag o Stimuleren meer groen op eigen perceel. • We geven op basis van het geaccordeerde accommodatiebeleid verdere uitwerking aan het "samenleven" door ontmoetingsmogelijkheden verder te faciliteren en stimuleren. Ontmoeting genereert activiteiten, vriendschappen en betrokkenheid bij de buurt. De gemeente draagt bij in het faciliteren van ontmoetingsruimten in de vorm van MFC's, maar zeker ook van buurtcentra of huiskamers die door die door de inwoners zelf worden beheerd en zijn ontstaan vanuit de
17
•
•
DOPsgewijze aanpak. Dit conform het raadsbesluit d.d. 15 december 2022 inzake laagdrempelige ontmoetingslocaties. We bevelen aan dat verantwoordelijken binnen infrastructuur en gezondheid/welzijn het ontmoeten in de buitenruimte maximaal mogelijk maken en daarbij een relatie leggen met een gezonde leefstijl en zetten in op een beweegvriendelijke openbare ruimte. Het is van belang om de aanwezigheid en bereikbaarheid van het (basis)voorzieningenniveau maximaal op peil te houden. Vanuit het thema wonen zorgen wij door concentratie van nieuwbouw in kernen met een groter voorzieningenaanbod, dat deze voorzieningen levensvatbaarder blijven.
3.3. Vanuit het perspectief wonen We willen de woningvoorraad kwantitatief en kwalitatief transformeren rekening houdende met de wijzigende samenstelling van de bevolking uitgaande van ons adagium dorps wonen. Hierbij sturen wij op kwaliteit. Om deze doelstelling te realiseren willen we: o de bestaande woningvoorraad aanpassen middels sloop, renovatie en onderhoud, verduurzaming en vastgoedtransacties; o de juiste woning realiseren op de juiste plek op het juiste moment voor elk huishouden; o een nieuwe woningbouwprogrammering hanteren; o focussen op kwaliteit; o en de doorstroming verder op gang brengen.
Woningbouwprogrammering Onderstaande tabel maakt de woningbouwprogrammering voor de komende jaren inzichtelijk op projectniveau. In bijlage 1 vindt nadere specificatie naar typologie en prijssegmenten plaats. Bij de uitwerking van de actiepunten gaan we inhoudelijk in op voorliggende woningbouwprogrammering en de wijze waarop we deze willen invullen.
18
Tabel woningbouwprogramma
2025 E.V.
JAAR ONBEKEND
0 0 0 0 0
0 12 17 19 18
0 0 0 0 0
0 0
0 0
36 64
0 0
0 0 11 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
24 0 0 0 0 0 0
0 6 0 50 0 9 3
0 0 2 0 10 0 0
0 0 0 ?
0 0 0 0
0 0 0 0
5 48 0 0
0 0 197 100
0 0 0 0
646
-83
11
15
77
531
12
42
-4
9
19
2
0
12
74
0
0
0
0
0
74
116
-4
9
19
2
0
86
KERN
PLANNAAM
TOTAAL + -
Elsloo Elsloo Elsloo Elsloo Elsloo
CPO Meerdel / Elserveldstraat Locatie BLT-Terrein Locatie De Poolster Locatie Elckerlyc Stationsstraat 170 (van Molken) WAP Nieuwdorp: Kwadrant Zaam Wonen WAP Nieuwdorp: Bruisend hart Herbestemming St Jozefkerk Kerensheide CPO Steskensstraat Stein Kattekop fase 3 Urmond Bramert Noord, fase 1 Bergerveste/Beatrixplein Locatie vml basisschool Meers Heuvelstraat Meers Standplaatsen/chalets woonwagenbewoners Flexwoningen tranche 1 Plusambitie Flexwoningen (tranche 2) Ambitie Transformatieopgave
15 12 17 19 18
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
15 0 0 0 0
36 64
-83 0
0 0
24 6 13 50 10 9 3
0 0 0 0 0 0 0
5 48 197 100
TOTALEN
Stein Stein Stein Stein Urmond Urmond Urmond Meers Meers Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente
Gemeente Gemeente
Bouwtitels in uitvoering (vanaf vooroverleg) Restant ongebruikte particuliere bouwtitels TOTALEN
2022
2023 2024
Bron – gemeente Stein
Actiepunten 2023-2028 Aanpak bestaande voorraad: Het grootste deel van de woningvoorraad van de toekomst staat er nu al. Vanwege de mismatch van de huidige (en toekomstige woningbehoeften) en de huidige woningvoorraad, is er daarom vooral een transformatieopgave van de bestaande woningvoorraad in plaats van een nieuwbouwopgave. Een deel van de bestaande voorraad zal moeten worden verbeterd of vervangen. De aanpak is echter complex, vergt veel tijd en energie en is financieel moeilijk haalbaar. Vooral in deze tijd met stijgende woningprijzen. Onze actiepunten ten aanzien van de bestaande woningvoorraad zijn daarom:
19
• • •
•
•
Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad (gemiddeld energielabel B in 2030 a rato); Maximaal toepassen van de principes van dubbel duurzaam in de bestaande woningvoorraad; We stimuleren hierbij woningaanpassingen op vlak van doorgankelijkheid en toegankelijkheid om te voorzien in de vraag naar nultredenwoningen (en bouwen hiermee het overschot aan reguliere woningen af); Woningcorporaties kunnen door het inponden van koopwoningen en het tegelijkertijd herstructureren (door middel van sloop en nieuwbouw) van de sociale huurwoningvoorraad een belangrijke bijdrage aan de transformatieopgave leveren. Zeker op de lange termijn zullen dit soort ingrepen noodzakelijk zijn. Vergrijzing en ontgroening zetten naar verwachting immers door, met grotere overschotten aan reguliere grondgebonden koopwoningen als gevolg. Wij zullen moeten kijken naar ons grondbeleid om de corporaties ook in de gelegenheid te stellen om de benodigde plannen (schuifruimte) te realiseren; Naast herstructurering in de sociale huurvoorraad door woningcorporaties, blijft ook een gerichte aanpak voor (delen van) de particuliere woningvoorraad noodzakelijk.
De juiste nieuwe woningen op de juiste plek • Onze ambitie is om 650 bruto woningtoevoegingen1 te realiseren tot en met 2030 in overeenstemming met de woonbehoefte. o Daarbij realiseren we voldoende betaalbare woningen (met streven naar 1/3de sociale huur in 2030 a rato); o De focus op het toevoegen van nultredenwoningen vergroot de doorstroomkansen voor (toekomstige) ouderen en draagt direct bij aan de beschikbaarheid van woningen voor jonge huishoudens die nu geen plek kunnen vinden op de woningmarkt. De levensloopgeschikte woningen die worden toegevoegd kunnen later ook door andere doelgroepen worden bewoond (terwijl ouderen meestal niet in niet-levensloopgeschikte woningen kunnen wonen). Zo bouwen wij complementair en toekomstbestendig. Bij een gemiddelde verhuisketen van circa 2,5 verhuisbeweging die op gang komt als gevolg van het toevoegen van één nieuwbouwwoning, is de impuls die het bijbouwen van nultredenwoningen in de woningmarkt geeft dubbel keer zo groot als wanneer een rijwoning wordt toegevoegd. Bovendien zit aan het einde van iedere verhuisketen weer een starterswoning. De impuls van nultredenwoningen toevoegen is dan ook kwantitatief en kwalitatief het meest gewenst. Daarom zetten wij hier op in. • Wij zetten daarnaast in op een flexibele/tijdelijke schil rondom permanente woningvoorraad. Bepaalde doelgroepen vinden in Stein niet hun gewenste woning.
Daarom zijn nieuwe betaalbare woningen, flexibel en het liefst in de buurt van voorzieningen nodig. Op het moment is de woningmarkt zeer gespannen. Dit heeft nadelige gevolgen voor de betaalbaarheid van de woningvoorraad en daarmee voor de kansen van huishoudens met minder bestedingskracht, waaronder starters. Flexibele woonvormen kunnen helpen om huishoudens die moeilijk hun plek kunnen vinden op de woningmarkt toch te bedienen, zonder dat hiermee de risico’s voor de kwetsbare bestaande voorraad vergroot worden. Woningcorporaties realiseren deze woningen binnen onze gemeente op ruimtelijk passende plekken en wij volgen daarin niet persé een kerngerichte strategie. • Op basis van de geconstateerde verschillen tussen de kernen willen we nieuwbouw primair concentreren in grotere kernen met een groter voorzieningenaanbod. Dit betekent niet dat 1 Bij bruto woningtoevoegingen is geen rekening gehouden met sloop of onttrekking van bestaande woningen.
20
nieuwbouw in de overige kernen volledig is uitgesloten, maar we zien het daar vooral als aanvulling (en dus in kleinere aantallen) op het aanpassen van bestaande woningvoorraad (van huishoudens die heel graag in hun huidige woonkern willen blijven wonen). • Wij staan open voor initiatiefnemers die met innovatieve woonconcepten komen bijvoorbeeld op vlak van intergenerationeel wonen of tiny houses. Naar een nieuwe woningbouwprogrammering • In de huidige planvoorraad staat een groot aantal plannen dat al jaren in de programmering is opgenomen. De woningmarkt verandert snel (economische, demografische of maatschappelijke ontwikkelingen). Daar moet meer op worden ingespeeld. Dit betekent dat: o Wij de ontwikkelingen goed moeten monitoren; o plannen sneller moeten kunnen worden aangepast om beter aan te sluiten op de ontwikkeling van de behoefte. o gewenste plannen uit de bestaande planvoorraad snel worden gerealiseerd, maar dat ook overtollige en verouderde plannen worden bijgesteld of opgeruimd. Dit ten faveure van goede, nieuwe plannen. Deze ‘use it or lose it’ benadering gaat voor alle plannen gelden. We willen daarom gaan werken met een adaptieve woningbouwprogrammering. Dit vereist een flexibele programmering waarbij gestuurd wordt op het proces (en minder op de inhoud). • Wij gaan de ongebruikte particuliere woningbouwtitels schrappen.
Het lijkt vreemd om net in de huidige woningmarkt dit te doen. Op nationale schaal is er immers een fors woningtekort. Dit zijn de redenen waarom: o Wij hebben nog ruim 75 ongebruikte woningbouwtitels Van de ruim 150, hoofdzakelijk particuliere, woningbouwtitels in 2013 is nu slechts de helft daadwerkelijk gebruikt of elders ingezet. Dat betekent dat er na 8 jaar nu nog ruim 75 ongebruikte woningbouwtitels resteren. Veel van die woningbouwtitels zijn al oud. De kans is dus groot dat die woningen ook nooit meer worden gebouwd. Iedere perceeleigenaar is namelijk eerder per brief door de gemeente geïnformeerd over de beperkte houdbaarheid van de woningbouwtitels en slechts een deel is in actie gekomen. o Ongebruikte woningbouwtitels vormen een belemmering voor nieuwe, goede woningbouwplannen Wettelijk geldt vaak dat een gemeente bij een nieuw woningbouwplan moet aantonen dat ze die nieuwe woningen nodig heeft. De 75 ongebruikte woningbouwtitels vormen daarbij onbedoeld een hindernis. Waarom een nieuw woningbouwplan op de ene plek planologisch mogelijk maken terwijl er ook eerst gebruik kan worden gemaakt van de nog onbenutte woningbouwmogelijkheden in de bestaande bestemmingsplannen? Kortom: Door het schrappen van onbenutte woningbouwtitels wordt ruimte gecreëerd voor goede woningbouw elders in de gemeente Stein.
o Deze oude bouwtitels sluiten vaak niet goed aan bij huidige woningbehoefte Het woningtekort in onze gemeente geldt alleen in specifieke segmenten. Er is vanwege de bevolkingsdaling beperkt sprake van een kwantitatieve woningopgave (in termen van nieuwbouw), maar zeker wel van een kwalitatieve opgave: Onze bestaande woningvoorraad sluit onvoldoende aan bij onze huidige woningbehoeften. De vraag verandert naar kleinere woningen (voor een- en twee- persoons huishoudens) en nultredenwoningen en naar sociale en middeldure huurwoningen. De particuliere woningbouwtitels hebben vaak betrekking op traditionele (vrijstaande) eengezinskoopwoningen en ‘matchen’ daarom niet meer met de behoefte.
21
o
Wij hebben hierover afspraken gemaakt met de Provincie Onze gemeente heeft eerder met de provincie Limburg nadere afspraken gemaakt over het opnemen van vigerende bouwtitels in de huidige bestemmingsplannen. De provincie kon zich er in vinden dat deze bouwtitels nog één keer werden meegenomen bij de actualisering van de bestemmingsplannen. Na deze periode dienen de onbenutte woningbouwtitels alsnog te worden wegbestemd. De woningbouwtitels zijn daarom destijds (2013-2016) opgenomen in de vastgestelde bestemmingsplannen.
Focus op kwaliteit • Bij de realisatie van nieuwbouwplannen hanteren we een afwegingskader dat onder meer uitgaat van no regret invulling, een bijdrage aan (leef)kwaliteit en de koppeling met de bestaande voorraad en bestaande plancapaciteit. Daarbij leggen we de link met omgevingskwaliteiten en participatie van onze inwoners. • Waar mogelijk passen wij de Maasland stijl in / rondom oude kernen en faciliteren woningtoevoegingen in beeldbepalende / monumentale panden. • We stimuleren natuurinclusief en circulair bouwen. Doorstroming verder op gang brengen • We introduceren een gericht toewijzingsbeleid met voorrang voor eigen inwoners met sociaalmaatschappelijke en economische binding. • We realiseren een actieplan ter bevordering van de doorstroming op de woningmarkt.
3.4. Vanuit woonzorg perspectief De wijze van zorgverlening in Nederland verandert in een snel tempo. Diverse oorzaken liggen hieraan te grondslag. Primair dient de zorg en afgeleid het woonzorg aanbod aan te sluiten op wijzigende behoeften. Daarnaast wil de overheid de houdbaarheid van het zorgstelsel garanderen gegeven de groeiende grote schaarste aan personeel, de stijgende zorgvraag en daaraan verbonden kosten. De nieuwe norm is: zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan. Vanuit woonzorg perspectief betekent dit dat we het intramuraal voorzieningenniveau niet verder uitbreiden en dat we voorzien in "tussenvoorzieningen" voor zorgvragers die niet langer thuis in de eigen omgeving kunnen blijven wonen, maar ook niet de intensieve zorg en ondersteuning van een intramurale voorziening nodig hebben. Het uitgangspunt wordt dat mensen thuis blijven wonen, tenzij dat niet meer kan. Dit laatste is de essentie van alle veranderingen. De komende jaren zal ook in onze gemeente invulling moeten worden gegeven aan dit nieuwe beleid. Dat geldt voor alle kwetsbare inwoners met beperkingen die behoefte aan ondersteuning en zorg nodig hebben. Qua volume situeert de grootste opgave zich in de ouderenzorg.
Onderstaande visualisatie van het ministerie van VWS illustreert de beweging die in de ouderenzorg in gang moet worden gezet met WOZO, het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen.
22
Figuur – Visualisatie programma Wonen, Ondersteuningen Zorg voor Ouderen
Bron: ministerie VWS
Actiepunten 2023-2028 • Wij pakken als gemeente de woonzorg opgave op samen met het zorgkantoor, zorgverzekeraars in afstemming met zorgaanbieders, woningcorporaties en de eerstelijns gezondheidszorg. Waar nodig schalen we op regionaal niveau op. Daarbij gaan we uit van een gezamenlijke strategie en uitvoeringsprogramma om de kwantitatieve opgave zo optimaal mogelijk in te concretiseren. Wij hanteren het uitgangspunt dat een fair share van de regionale opgave wordt gerealiseerd binnen onze gemeente. • Wij gaan uit van een dekkend netwerk van woonzorgzones. De woonzorgzones geven zowel invulling aan fysieke en sociale elementen voor een welbepaald gebied zodat optimaal invulling wordt gegeven aan de behoefte aan zorg, ondersteuning en de daarbij behorende huisvesting en voorzieningenniveau volgens het principe van sociale en vitale kernen en wijken. Bij de uitwerking van de woonzorgzonering sluiten we aan op de onderscheiden woonmilieus binnen onze gemeente. • Voor kwetsbare ouderen geven we invulling aan de woonzorg behoefte door o Het aantal verpleegplaatsen (beschermd wonen) te laten groeien op basis van de toenemende vraag. ▪ Als eerste stap bepalen we samen met de stakeholders de intramurale nullijn. Immers, de huidige intramurale capaciteit is 208 plaatsen verspreid over vier
23
▪
▪
▪
▪
▪
▪
o
locaties en bepaald dient te worden of en hoe deze capaciteit in de (nabije) toekomst nog zal toenemen. In principe dient de toekomstige behoefte aan verpleeghuisplaatsen extramuraal te worden ingevuld middels VPT (Volledig Pakket Thuis) en MPT (Modulair Pakket Thuis). Deze groei bedraagt afgerond 165 woningen tot 2030 (290 woningen tot 2040). Bij de invulling van deze behoefte richten wij ons in eerste instantie op het bestaand aanbod- van geclusterde zorgwoningen in de gemeente en bepalen de wijze waarop dit woningaanbod (deels) kan worden ingezet voor de kwetsbare ouderen met een Wlz-zorgindicatie. Vanuit het perspectief van een optimale spreiding van de zorg richten wij ons op de mogelijkheden om witte vlekken in het verpleegzorgaanbod in te vullen. Momenteel wordt al invulling gegeven aan woonzorg planontwikkelingen in Nieuwdorp (Bruisend Hart) en Kerensheide (voormalige kerkgebouw). Witte vlekken in de gemeente zijn de kern Berg (een geraamde Wlz zorgvraag van 26 verpleegplaatsen in 2030) en de kern Meers (13-16 geraamde Wlz zorgvraag). We geven prioriteit aan de herontwikkelings- en uitbreidingsopgave van en rond woonzorgcentrum de Moutheuvel mede in relatie tot de voormalige zwembadlocatie.
Met stakeholders bepalen we de opgave van specialistische voorzieningen zoals expertise- en behandelcentra voor specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld Korsakov en Parkinson), geriatrische revalidatiezorg en eerstelijnsverblijf en maken afspraken over de toekomstige verdeling van capaciteit over de regiogemeenten. Hieraan gekoppeld kunnen de (on)mogelijkheden voor anderhalvelijnszorg worden verkend.2
Het verpleegzorg aanbod (beschermd wonen) intramuraal en extramuraal verder kwalitatief te ontwikkelen. We willen daarbij innovatieve concepten omarmen die mee invulling geven aan: ▪ Een betere spreiding van het aanbod aansluitend op de woonzorgzonering binnen onze gemeente. ▪ Een wenselijke schaalgrootte van de woonzorg initiatieven uitgaande van maximale leefkwaliteit voor kwetsbare ouderen in relatie tot de borging van 24 uurs zorg met toezicht volgens de vigerende kwaliteitskaders zorg. ▪ Het genereren van draagvlak bij de wijkbewoners door ze ook actief te betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe aanbodvormen en voorzieningen. We stellen ook als voorwaarde dat elke woonzorgvoorziening een relatie naar de wijk heeft op vlak van zorgverlening en de beschikbaarheid van tijdelijke opvang plaatsen binnen de woonzorgzone. ▪ Een flexibele vastgoedbenadering waarbij woon(zorg) concepten worden gerealiseerd die ook voor andere zorgdoelgroepen en niet-zorgdoelgroepen op de woningmarkt zijn in te zetten.
2 Anderhalvelijnszorg is een intensieve samenwerking van huisartsen en medisch specialisten in speciale
centra buiten de muren van het verpleeghuis.
24
o
o
o
o
o
o
De realisatie van de opgave aan tussenvoorzieningen zijnde woonzorgvormen (verzorgd wonen) tussen “Thuis” en het verpleeghuis. Het zijn woonvormen waar zorg georganiseerd bereikbaar is. Er is een mogelijkheid tot het op afroep verkrijgen van 24uurs zorg. Het zijn mensen met een Wlz VPT/MPT of Zvw/Wlz zorgvraag die nog relatief zelfstandig zijn en een netwerk beschikbaar hebben. Dit doen we door: ▪ Het potentieel van de bestaande rolstoelgeschikte en verpleeggeschikte zorgwoningen beter te benutten door het labelen van zorgcomplexen, eventuele upgrades door te voeren en toewijzingscriteria op te stellen. ▪ De mogelijkheden van intergenerationele en andere innovatieve woonzorgvormen op te pakken zoals de toepassing van huismeester- of butlerconcepten “verzorgingshuis nieuwe stijl”. ▪ Een bijzonder aandachtspunt bij de realisatie van nieuwe woonzorgvormen is de all-inclusive betaalbaarheid. In de lijn van reeds ingezet beleid willen wij de kwetsbare ouderen in staat stellen om zolang als het kan "Thuis” in de eigen woning in de vertrouwde omgeving te laten verblijven. Daartoe zetten we in samenspraak met zorgkantoor en -verzekeraars preventie, mantelzorgondersteuning, reablement en het gebruik van zorgtechnologie in. Wij monitoren ontwikkelingen in relatie tot kostenontwikkeling en de impact daarvan op het Wmo budget.
Als omslagpunten bereikt zijn en opgeschaald moet worden, dienen betaalbare woonzorg alternatieven beschikbaar te zijn. Hierdoor kan vanuit woningmarktperspectief doorstroming plaatsvinden en daarnaast wordt zorgscheefwonen voorkomen. Bij de inrichting van de woonzorgzones wil de gemeente inzetten op het zo lang mogelijk vitaal en zelfredzaam houden van de bevolking. Dat betekent onder andere dat de inwoners moeten worden uitgedaagd om lichamelijk actief te worden en te blijven. We weten uit onderzoek dat dit niet zo goed werkt via therapie of bijvoorbeeld fitnesstoestellen, maar veel beter als bewegen geïntegreerd wordt in zogeheten betekenisvolle activiteiten, denk aan tuinieren met bakken op hoogte, zodat men niet hoeft te bukken maar ook de inrichting van paden die goed egaal zijn, pauzemogelijkheid hebben en uitnodigen om iedere dag een ommetje te maken en door bijvoorbeeld dagelijkse activiteiten zoals boodschappen doen op beperkte afstand mogelijk te maken. Samen bewegen, zoals koersballen is ook een goede optie. Dit geldt trouwens niet alleen voor ouderen maar voor de gehele bevolking. Voor de kwetsbare ouderen zullen er op termijn meer mogelijkheden voor dagopvang nodig zijn, om hen veiligheid te bieden en hun mantelzorgers niet verder te overbelasten met ‘oppassen’ of regelmatig moeten inspringen bij incidenten.
Specifiek kunnen in de thuissituatie pre-mantelzorgwoningen worden gerealiseerd. Rekening houdende met de gestage toename van levensverwachting en gezonde levensjaren conform de informatie van het RIVM stellen we hiervoor de leeftijd van 70 jaar als ondergrens. De gebruikte typologie van woonzorgvormen (“Thuis”, “tussenvoorzieningen” en “intramuraal”) willen we niet rigide benaderen. In het kader van vernieuwing en innovatie staan we open voor mantelzorgwoningen, knarrenhofjes, (leefstijl georiënteerde) woongroepen binnen complexen, Thuis Thuis concepten, meergeneratiewoningen, co-housing en andere mengvormen.
25
Onderstaand is een eerste contourenschets van de woonzorgzonering voor onze gemeente uitgewerkt vanuit het perspectief ouderenzorg. Dit is de basis voor verdere uitwerking bij de uitvoering van onderhavige woonzorgvisie. Figuur - kapstok woonzorgzonering gemeente Stein
26
•
Actiepunten voor de overige zorgdoelgroepen o Voor de doelgroep beschermd wonen realiseren we huisvesting middels Housing volgens de principes van "Beschermd Thuis" en de regionale afspraken die we hierover maken. Deze mensen zijn vaak alleenstaanden die zijn aangewezen op een goedkope sociale huurwoning. Ons doel is om voldoende en passend aanbod te bieden voor deze groepen, met in de wijken focus op draagkracht, kansgelijkheid en aandacht voor iedereen. Corporaties zorgen voor passende huisvesting. Uitgangspunt is hierbij dat steeds een maximaal percentage van de vrijkomende sociale huurwoningen voor deze doelgroep ter beschikking wordt gesteld. Dit percentage wordt jaarlijks vastgelegd in de prestatieafspraken. Voor 2023 is het percentage vastgesteld op maximaal 15% (dat wil zeggen voor beschermd wonen en statushouders). o We realiseren een transferhuis als opvangvoorziening in het kader van maatschappelijke opvang onder meer voor de doelgroep dak- en thuislozen als onderdeel van het plan Transformatie flexibele maatschappelijke opvang in de Westelijke Mijnstreek. o We werken mee aan (ouder)initiatieven die invulling willen geven aan de huisvestingsbehoefte van verstandelijk gehandicapte inwoners van onze gemeente.
o Bij nieuwe initiatieven bieden we ruimte van onderop en hanteren we een inspiratiekader voor een eerste kwalitatieve afweging waarbij toetsing van plannen plaatsvindt op basis van onder andere behoefte, spreiding, de toepassing van innovatieve woonzorgconcepten en draagvlak.
3.5. Andere doelgroepen In dit laatste onderdeel van onze ambitiebepaling focussen we op de doelgroepen statushouders, arbeidsmigranten en woonwagenbewoners. 3.5.1. Statushouders De statushouders zijn aangewezen op een sociale huurwoning. Ons doel is om voor hen voldoende en passend aanbod te bieden, met in de wijken focus op draagkracht, kansgelijkheid en aandacht voor iedereen. Corporaties zorgen voor passende huisvesting van statushouders. Uitgangspunt is hierbij dat steeds een maximaal percentage van de vrijkomende sociale huurwoningen ter beschikking wordt gesteld. Dit percentage wordt jaarlijks vastgelegd in de prestatieafspraken. Voor 2023 is het percentage vastgesteld op maximaal 15% (inclusief de Housing opgave).
3.5.2. Arbeidsmigranten De krapte op de arbeidsmarkt, vergrijzing en ontgroening zorgen ervoor dat steeds meer bedrijven een beroep doen op buitenlandse arbeidsmigranten. Dit betekent ook een toenemende behoefte
27
aan geschikte huisvesting. Om te garanderen dat de huisvesting voldoet aan de geldende kwaliteitseisen, er geen onwenselijke of overlastsituaties voorkomen én de leefbaarheid voor zowel de arbeidsmigrant zelf als de omgeving te waarborgen is, is er helder beleid nodig. Hiertoe willen wij aansluiten bij het beleid dat gemeente Sittard-Geleen momenteel (2023) opstelt. (concept-)Beleidskaders: Definitie doelgroep: Het beleidskader richt zich op de arbeidsmigranten (zie definities). Op basis van verblijfsduur (in relatie tot specifieke woonbehoeften) worden hierbij drie groepen vastgesteld met de volgende verblijfstermijnen: • Short stay arbeidsmigranten (verblijf van maximaal 1 jaar binnen onze gemeente of Nederland) verblijven voor een korte periode in Nederland (bijvoorbeeld een seizoen). Deze groep heeft behoefte aan specifieke woonvoorzieningen gericht op een korte verblijfsduur en kan daarom niet terugvallen op de reguliere woningmarkt. • Mid stay arbeidsmigranten (verblijf van minimaal 1 en maximaal 3 jaar in onze gemeente of Nederland) zijn een groep welke nog niet heeft besloten of terugkeer naar het land van herkomst een optie is of juist voor langere tijd, soms zelfs permanent, zich te vestigen in Nederland.
• Long stay arbeidsmigranten (verblijf van langer dan 3 jaar of permanent in Nederland vestigt) vestigen zich voor een langere termijn of zelf permanent in Nederland. Deze groep kan veelal terugvallen op de reguliere woning- en huurmarkt. Woonvormen en locatie: Voorgesteld wordt om de volgende huisvestingsvormen met bijbehorende voorwaarden op te nemen in het beleid: • Huisvesting in de reguliere woningvoorraad: Reguliere woningen (incl. bedrijfswoningen) zijn bedoeld voor bewoning in gezinsverband én voor long stay arbeidsmigranten. Gedacht wordt aan een maximaal aantal van 4 arbeidsmigranten per woning, een maximumpercentage verhuurde woningen per straat en een afstandsnorm tussen verhuurde woningen. • Huisvesting in bestaande gebouwen, niet zijnde woningen: Dit toe te staan door middel van een tijdelijke omgevingsvergunning voor een maximale periode van 10 jaar voor de groep mid-stay arbeidsmigranten met inbegrip van randvoorwaarden ten aanzien van beheer, toezicht, minimale/maximale omvang van het aantal arbeidsmigranten en het verblijfsklimaat. Daarnaast is een goede communicatie met omwonenden en een zogeheten omgevingsdialoog voorwaardelijk. • Nieuw te realiseren tijdelijke huisvesting: Onderzoeken of tijdelijke huisvesting voor maximaal aantal mid-stay arbeidsmigranten gecombineerd kan worden met de te realiseren flexwoningen.
• Huisvesting bedrijventerreinen of in het buitengebied (bijv. bij agrarische bedrijven of in vrijkomende agrarische bebouwing): Dit niet toe te staan. Kwaliteit: Het garanderen van kwalitatief goede huisvesting is belangrijk. Voor het waarborgen van de kwaliteitscriteria voor huisvesting wordt verwezen wordt naar de geldende SNF-normen. Uit het rapport Roemer wordt de aanbeveling overgenomen dat er maximaal twee personen per kamer mogen worden gehuisvest. Leefbaarheid & openbare orde en veiligheid:
28
•
•
•
• • •
•
Voorgesteld wordt om de APV aan te passen en een exploitatievergunningplicht op te nemen voor het huisvesten van arbeidsmigranten. In de exploitatievergunning worden de volgende onderdelen opgenomen: instellen huisreglement, beheer, nachtregister, meldplicht verhuur woningen en gedragseisen exploitant beheerder. Iedereen die het voornemen heeft om 4 maanden (over een periode van 6 maanden) in Nederland te verblijven is verplicht zich in te schrijven in de Basisregistratie Personen (BRP). Wanneer iemand langer dan vier maanden in de gemeente verblijft en deze persoon na controle, van bijvoorbeeld het nachtregister, niet blijkt te zijn ingeschreven wordt er toeristenbelasting geheven. Een interne werkgroep bestaande uit de afdelingen KCC en Burgerzaken en Handhaving deelt samen gegevens over inschrijving en controleert op naleving van de inschrijving door het regelmatig uitvoeren van controles. Na vaststelling beleid eventuele huisvestingslocaties aan te schrijven, te onderzoeken of er zicht is op legalisatie en zo nodig te handhaven. Hierbij worden ook andere organisaties betrokken, waaronder de inspectie voor SZW, politie en het SNF-keurmerk. Verplichting dat de initiatiefnemer een omgevingsdialoog instelt bij initiatieven voor de huisvesting van arbeidsmigranten conform ons vastgesteld participatiebeleid Omgevingswet.
Van initiatiefnemer wordt een bepaalde maatschappelijke verantwoordelijkheid gevraagd voor het realiseren van een nieuw initiatief. Voor de meeste huisvestingsvormen is een vergunning nodig voor het afwijken van het bestemmingsplan. Deze vergunning dient te worden voorzien van een ruimtelijke onderbouwing, waarin (al dan niet op basis van onderzoeken) wordt aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening (rekening houden met woon- en leefklimaat van de omgeving). Het huisvesten van arbeidsmigranten vergroot de parkeerdruk in de gemeente. In veel gevallen hebben arbeidsmigranten een eigen auto. Bij huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten hanteren wij de geldende parkeernormen.
3.5.3. Woonwagenbewoners Op 12 juli 2018 heeft minister Ollongren aan gemeenten het Rijksbeleidskader ‘gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ aangeboden, met daarin de Rijksvisie op het standplaatsenbeleid. Deze visie komt erop neer dat gemeenten beleid moeten vaststellen voor woonwagens en standplaatsen als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid. Dit beleid moet voldoende rekening houden met, en ruimte geven aan het leven van woonwagenbewoners. Zolang er behoefte is aan standplaatsen is afbouw niet toegestaan. Middels ons integraal woonwagenbeleid (met een sterke sociale component) werken wij aan de balans tussen de uitvoering van het Rijksbeleidskader en een veilige en leefbare woonomgeving voor alle inwoners van de gemeente. Door het beleid voor woonwagens en standplaatsen nu op te nemen in deze woonzorgvisie en woningbouwprogrammering wordt het een vast onderdeel van ons volkshuisvestingsbeleid. Overdracht Wij dragen de resterende gemeentelijke standplaatsen en woonwagens zo spoedig mogelijk over aan de corporaties (Wonen Limburg, Zaam Wonen). Een locatie wordt hierbij overgedragen nadat er een goede nulsituatie is gecreëerd. Dat betekent onder andere dat het achterstallig onderhoud aan de gemeentelijke standplaatsen is weggewerkt en er geen illegale situaties meer zijn.
29
Verkoopverbod In onze gemeente zijn woonwagenbewoners uitsluitend Sinti. Zij zijn een zeer kwetsbare groep, van wie een groot aantal huishoudens aan de onderkant van de sociaal-maatschappelijke ladder leeft. Er is sprake van veel werkloosheid, laaggeletterdheid en een laag algemeen opleidingsniveau. Vanuit dit profiel zijn zeer velen aangewezen op betaalbare huurproducten. Ook uit de behoeftepeiling van Companen3 is gebleken dat de grootste behoefte bestaat aan huurstandplaats/huurwagen. Daarom verkoopt de gemeente (en na overdracht de rechtsopvolgers zijnde de corporaties) geen standplaatsen/huurwoonwagens/huurchalets aan woonwagenbewoners. Door eventuele verkoop ontstaat verdere versnippering van bezit/gronden dat het dagelijks beheer en handhaving bemoeilijkt. Daarnaast is er bij verkoop een groot risico op kwaliteitsverlies (op termijn) van een huidig courant woonproduct (goed onderhouden door corporaties). Uitbreiding woonwagenstandplaatsen/chalets Conform het Rijksbeleidskader moet een ‘woningzoekende woonwagenbewoner’, die dat wenst, binnen redelijke termijn kans maken op een standplaats. Op basis van de behoeftepeiling van Companen en rekening houdende met de wachttijd in de reguliere sociale huursector betekent dat voor nu een uitbreiding van 5 tot 7 standplaatsen voor onze gemeente.
Dit doen wij door 1 tot 2 standplaatsen met een huurwoonproduct (zie verkoopverbod) toe te voegen aan enkele bestaande woonwagenlocaties. Door milieutechnische belemmeringen (o.a. autosnelwegen/Chemelot/bedrijventerrein) is uitbreiding niet bij iedere locatie mogelijk. Daarnaast willen wij, omwille van o.a. openbare orde en veiligheid, een grote concentratie van standplaatsen op 1 plek voorkomen. Tevens vinden wij uitbreiding niet opportuun op een locatie waar recentelijk een herstructurering heeft plaatsgevonden (locatie Stegerweg/Achter de Hegge). De woningcorporaties (Zaam Wonen en Wonen Limburg) realiseren en exploiteren de huurwoonproducten. Centralisering aanbieden en belangstellendenregistratie Conform de inhoudelijke aanbevelingen vanuit het Rijksbeleidskader en het advies Companen is het logisch om trachten te komen tot centralisering van de belangstellendenregistratie en uniformering van het verhuurproces (toewijzingsbeleid) in (tenminste) de drie gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein in de Westelijke Mijnstreek. Het ligt voor de hand om voor het aanbieden van standplaatsen de (centrale) digitale portal/website “Thuis in Limburg” te gebruiken. Dit gezien de huidige praktijk in de reguliere sociale huursector. Via de corporaties dienen, in overleg met Thuis in Limburg, de logistieke mogelijkheden verder te worden uitgewerkt.
Gedacht kan worden aan het inbouwen van een aparte module voor het aanbod van ‘standplaatsen/woonwagens’. Het beheer van de nog te transformeren bestaande wachtlijsten (‘belangstellenden-registratie’ vanuit de historie) zou bij voorkeur in één hand gelegd moeten worden. Ook hierbij geldt dat de logistiek daaromheen, uitmondend in implementatie en een beheercontract nader uitgewerkt moet worden samen met de corporaties. Uniformering van het verhuurproces (toewijzingsbeleid) De voorkeur gaat om een aantal redenen uit naar een zogenaamd “aanbodmodel+”. Hierbij worden vrijkomende huurproducten met relevante informatie, waaronder van toepassing zijnde criteria, 3 Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg (2020, bureau Companen)
30
gepubliceerd via de digitale weg (bij voorkeur Thuis in Limburg). Gezien de specifieke doelgroep (waarin niet iedereen de digitale weg weet te bewandelen) wordt iedereen op de centrale belangstellendenregistratie aangeschreven en wordt aan betrokkenen de mogelijkheid geboden om zelf zijn/haar belangstelling kenbaar te maken (binnen een bepaalde termijn). Dit wordt ook opgenomen in het belangstellendenregister (feitelijk: de belangstellenden voor het betreffende vrijkomende huurproduct met al hun gegevens). Vanwege de beheerlogistiek is het raadzaam dat de regie m.b.t. de registratie in één hand ligt (zie centralisering belangstellendenregistratie hiervoor). Werkwijze toewijzing Op basis van de insteek ‘aanbodmodel+’ wordt onderstaande werkwijze afgesproken/gehanteerd: 1) Bekendmaking De eigenaar/beheerder maakt het beschikbaar komen van een woonwagenstandplaats (al dan niet in combinatie met een huurwoonwagen) bekend door publicatie op Thuis in Limburg. In deze publicatie worden vermeld: • het adres van de standplaats en de huurprijs, • de voorwaarden waaraan men moet voldoen, • welke documenten men daartoe moet indienen, • de termijn waarbinnen men zijn belangstelling kenbaar moet maken, • hoe aan de hand van het samengestelde belangstellingsregister de toewijzing zal plaatsvinden (de spelregels).
2) Voorwaarden Om in aanmerking te komen voor een huurstandplaats dienen de volgende gegevens te worden overlegd aan eigenaar/beheerder: a) een geldig identiteitsdocument waarin is opgenomen de naam, contactgegevens, leeftijd, nationaliteit en, indien van toepassing, een document waaruit de verblijfstitel van de aanvrager blijkt; b) het aantal personen dat deel uitmaakt van het huishouden; c) bescheiden aan de hand waarvan het huishoudinkomen van de aanvrager kan worden vastgesteld, te weten (i) een inkomstenverklaring (IB-60-verklaring) of een van de werkgever afkomstige jaaropgave betreffende het inkomen; (ii) een afschrift van een recente salarisstrook of een afschrift van een bewijs van uitkering; d) Een positieve verhuurdersverklaring (indien van toepassing); Indien de aanvraag op één of meer punten onvolledig is retourneert de eigenaar/beheerder de aanvraag en stelt de aanvrager daarbij in de gelegenheid de gegevens aan te vullen binnen een te stellen termijn. 3) Selectieprocedure Indien meerdere kandidaten reageren op de bekendmaking vindt toewijzing plaats aan de hand de volgende regels: a) eerste-, tweede-, en derdegraads bloedverwanten die ten tijde van het beschikbaar komen van de standplaats al ten minste één jaar op de betreffende locatie als inwonende verblijven (op volgorde: volwassen kinderen (op volgorde van leeftijd), dan eerstegraads-familieleden
31
van de betreffende locatie, daarna tweedegraads-familieleden en vervolgens derdegraadsfamilieleden); b) eerste -, tweede-, en derdegraads bloedverwanten die ten tijde van het beschikbaar komen van de standplaats niet meer op de betreffende locatie verblijven, echter daar in het verleden wel hebben gewoond (ook in volgorde); c) bloed- en aanverwanten van de bewoners van de betreffende woonwagenlocatie; d) bloed- en aanverwanten van de bewoners van overige lokale woonwagenlocaties; e) overige belanghebbenden voor een woonwagenstandplaats (op basis van inschrijfduur); f) bij gelijke geschiktheid vindt er een notariële loting plaats. Hardheidsclausule: Indien er naar het oordeel van eigenaar/beheerder in medisch en/of in sociaal-maatschappelijk opzicht sprake is van een aantoonbaar urgente situatie kan, in afwijking van bovenstaande, aan een standplaatszoekende voorrang worden verleend. Overleg Wij initiëren ieder voor- en najaar een gezamenlijk (ambtelijk) woonoverleg met 2 afgevaardigden van het Sinti Bewonersoverleg Stein. Naast de gemeente sluiten hierbij Zaam Wonen, Wonen Limburg en Partners in Welzijn aan. Ieder najaar vindt ook een bestuurlijk woonoverleg plaats tussen voornoemde partijen. Afspraken leggen wij vast in onze prestatieafspraken. Deze werkwijze komt nagenoeg overeen met de werkwijze bij de reguliere sociale huursector.
32
4.
Hoe realiseren we onze ambities en actiepunten?
4.1. Onze strategie Onze strategie is gebaseerd op de volgende elementen. • • • •