CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Onderzoeksrapport Coelo.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 18 november 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Onderzoek BsGW Rekenkamercommissie Stein17.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit blijkt bijvoorbeeld uit de informele formulering van een deel van de grieven ten opzichte van de rest van het bezwaarschrift. 34 Omdat het webformulier een beperkt aantal standaardbezwaren formuleert en er specificaties worden gegeven in de bezwaren is het onwaarschijnlijk dat deze aanvullende bezwaren volledig geautomatiseerd worden opgesteld. Aangezien er deels standaardteksten worden gebruikt is het aannemelijk dat medewerkers deze kopiëren en vervolgens aanvullen op basis van de informatie die beschikbaar is over het object.

34

Een andere aanwijzing dat er handmatig wordt gewerkt is dat er een enkele keer vergissingen lijken te worden

gemaakt. Zo is er een bezwaarschrift dat twee keer dezelfde grief vermeldt, of wordt er soms te veel tekst gekopieerd uit de bestanden die worden gebruikt (bijvoorbeeld het meekopiëren van het woord ‘toelichting’).

COELO

31 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

Tekstbox 3 Voorbeelden van meermaals gebruikte grieven in aanvullende bezwaarschriften bedrijf 2. De vierkante haken geven aan waar de specificaties voor een object worden vermeld, de geel gearceerde tekst

U heeft onvoldoende rekening gehouden met de ligging van onderhavig object aan of nabij een drukke doorgaande weg. Dat de (specifieke) ligging van een object een waardedrukkende factor is, moge duidelijk zijn uit de reeds in grote getale bestaande jurisprudentie inzake dit punt. Zo heeft de Rechtbank 'sGravenhage in haar uitspraak van 10 februari 2006 met nummer ECLI:NL:RBSGR:2006;AY0268, bijvoorbeeld geoordeeld dat het algemeen bekend is dat kopers bereid zijn voor een huis in een rustige woonomgeving een aanmerkelijk hogere koopsom te betalen dan voor een huis in een straat met veel doorgaand verkeer. [specificatie straat] Wij vragen ons af in hoeverre u rekening heeft gehouden met het o.a. onderstaande waardedrukkende factoren aan de binnenzijde van de woning: [specificatie waardedrukkende factoren, zoals niet geïsoleerde muren of dak, of enkelglas] Dat achterstallig onderhoud een rol speelt bij de waardebepaling van een onroerende zaak blijkt uit uitspraak ECLI:NL:GHAMS;2014:3209, waarin volgens het Hof de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning, alsmede de daarop gebaseerde aanslag, niet te hoog zijn vastgesteld. Het verschil tussen de staat van onderhoud van de woning en die van de vergelijkingsobjecten is zodanig dat in dit opzicht ernstig moet worden getwijfeld aan de representativiteit van die vergelijkingsobjecten.

De heffingsambtenaar heeft niet voldoende (geobjectiveerd) aannemelijk gemaakt in welke mate bij de waardering van de woning met de staat van onderhoud en uitrusting rekening is gehouden. Onderstaande waardedrukkende factoren zijn van toepassing voor onderhavig object en hebben betrekking op de buitenzijde van de woning. [specificatie waardedrukkende factoren zoals lekkage dak, vervallen berging of garage] Wij zijn van mening dat hiermee onvoldoende rekening is gehouden bij het waarderen van onderhavig object. Er is onvoldoende rekening gehouden met het achterstallige schilderwerk aan de buitenzijde van de woning. Gezien de volgende jurisprudentie heeft achterstallig schilderwerk een waardedrukkend effect. De uitspraak heeft op 13-04-2011 plaatsgevonden en is uitgesproken door de Rechtbank Breda met procedurenummer AWB 10/3270 ( ECLI:NL:RBBRE:2011 :BQ5191).

[specificatie hoe oud het schilderwerk is; dezelfde formulering wordt gebruikt voor achterstallig schilderwerk binnenzijde woning] Wij vragen ons af in hoeverre u rekening heeft gehouden met het feit dat er sprake is van vochtoverlast, vochtoverlast aan de binnenzijde van een woning speelt een rol bij de waardebepaling van een onroerende zaak zoals blijkt uit de uitspraak van Gerechtshof 's-Gravenhage, 22-06-2010 BK-09/00425, waarin het Hof van oordeel is dat de Inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat met betrekking tot de waardevaststelling in voldoende mate rekening is gehouden met de onderhoudstoestand van de woning. [specificatie van de vochtoverlast, bijvoorbeeld dat dit uit de kruipruimte komt of dat dit vochtoverslag is van buiten naar binnen].

Samenvatting indienen bezwaren Uit het voorgaande blijkt dat de acht volgens de Waarderingskamer grootste bedrijven die namens belanghebbenden bezwaar maken tegen de woz-waarde verschillen in de manier waarop zij hun bezwaren opstellen. Uit de gegevens die wij hebben, krijgen wij de indruk dat één bedrijf (bedrijf 7) de bezwaarschriften inclusief grieven grotendeels automatisch indient. De geformuleerde grieven komen overeen met de bezwaren die belanghebben kunnen aankruisen op het webformulier dat zij moeten invullen als ze het bedrijf willen machtigen om namens hen bezwaar te maken. De grieven in de bezwaarschriften van dit bedrijf zijn iedere keer op precies dezelfde manier geformuleerd en komen in dezelfde volgorde aan de orde. Er is niet bij alle bedrijven een één op één relatie te leggen tussen webformulier en de weergegeven grieven. Wel valt op dat ook in bezwaarschriften van andere bedrijven

COELO

32 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

een groot deel van de grieven bestaat uit een standaardtekst met daarbij eventueel een toevoeging die betrekking heeft op het specifieke object. Voor de meeste bezwaren geldt dat het opstellen van een bezwaarschrift niet complex is en geen gespecialiseerde kennis vereist.

3.4. Hoorzitting Zoals we zagen in paragraaf 3.3 vragen de meeste bedrijven standaard een hoorzitting aan in het bezwaarschrift. 35 Het bijwonen van een hoorzitting wordt gezien als een afzonderlijke proceshandeling en als een bezwaar geheel of gedeeltelijk wordt gehonoreerd wordt hiervoor een proceskostenvergoeding uitgekeerd van 268 euro als hier om is verzocht (paragraaf 2.4). Een hoorzitting kan door een belanghebbende of gemachtigde worden gebruikt om een bezwaar inhoudelijk toe te lichten. Om de proceskostenvergoeding te krijgen is het alleen nodig om te verschijnen op de hoorzitting, een inhoudelijke inbreng is niet vereist. Worden bezwaren van bedrijven die bezwaar indienen namens derden gehonoreerd zonder inhoudelijke inbreng op een hoorzitting? Een aanwijzing dat dit het geval is, is als hoorzittingen weinig tijd in beslag nemen maar er wel bezwaren worden gehonoreerd. We hebben 14 samenwerkingsverbanden informatie opgevraagd over hoorzittingen met bedrijven die werken op basis van no cure nog pay. We hebben ervoor gekozen om deze gegevens op te vragen bij samenwerkingsverbanden omdat zij de belastingen uitvoeren voor meerdere gemeenten en daarom een grotere groep belanghebbenden vertegenwoordigen dan hetzelfde aantal afzonderlijke gemeenten. We hebben van vier samenwerkingsverbanden bruikbare gegevens ontvangen.

In 2020 en 2021 vinden hoorzittingen mede door de coronacrisis meestal niet op locatie (gemeentehuis) plaats, maar vaak telefonisch of via videobellen, soms zelfs schriftelijk. Overigens gebeurde dit bij een deel van de gemeenten en samenwerkingsverbanden ook al vóór de coronacrisis. Zoals aangegeven in de vorige paragraaf hebben we van twee gemeente alle bezwaarschriften ontvangen. Deze zijn afkomstig van negen verschillende bedrijven. 36 Vier van deze bedrijven vragen in het bezwaarschrift expliciet om een telefonische hoorzitting. Tabel 6 laat zien hoe lang een hoorzitting gemiddeld per object duurt bij de acht grootste bedrijven. De gemiddelden gelden voor zowel bezwaren tegen de wozbeschikking van woningen als van niet-woningen. 37 Tussen haken is iedere keer

35

Zie ook WODC, blz. 71.

36

Dit zijn zeven van de acht volgens de Waarderingskamer grootste bedrijven en twee kleinere bedrijven.

37

Omdat niet-woningen veel vaker incourant zijn dan woningen is het voor niet-woningen complexer om de waarde te

bepalen. Een hoorzitting over de waarde van een niet-woning zal daarom naar verwachting langer duren dan een hoorzitting over een woning.

COELO

33 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

vermeld voor hoeveel objecten een hoorzitting is gehouden. 38 De tabel laat zien dat een hoorzitting gemiddeld in veel gevallen niet meer dan 5 minuten kost per object.

Tabel 6 Schatting gemiddelde duur hoorzitting per object in minuten door samenwerkingsverbanden (tussen haken het aantal objecten dat bij de ter sprake kwam bij de hoorzittingen) Samenwerkingsverband 1

Samenwerkingsverband 2

Samenwerkingsverband 3

Samenwerkingsverband 4

n.v.t. (0) 0,9 (175) 2,5 (159) 4 (391) 7,5 (138) n.v.t. (0) 1,3 (285) 2,5 (11)

andersa (11) schriftelijk (372) schriftelijk (393) 5 (1703) 4 (196) 3 (157) 2 (321) 4,5 (47)

13,7 (3) schriftelijk (218) schriftelijk (264) 2,6 (660) 7,5 (317) andersb (0) schriftelijk (341) schriftelijk (36)

5 (41) 3 (669) 5 (754) 5 (1.020) 3 (545) n.v.t. (0) 5 (327) 10 (86)

Bedrijf 1 Bedrijf 2 Bedrijf 3 Bedrijf 4 Bedrijf 5 Bedrijf 6 Bedrijf 7 Bedrijf 8

Bron: vragenlijsten samenwerkingsverbanden. a Er is één gesprek geweest van 8 minuten voor alle bezwaren tegelijk waarin niet op individuele gevallen in werd gegaan, maar werd aangegeven dat vanwege covid alle woz-waarden waartegen door het bureau bezwaar is gemaakt zouden moeten worden verlaagd. b Er is één bezwaar ingediend door dit bureau bij dit samenwerkingsverband. Dit is ingetrokken vóór de hoorzitting. “n.v.t.” Bedrijf heeft geen bezwaar ingediend bij dit samenwerkingsverband.

Twee samenwerkingsverbanden geven aan dat hoorzittingen voor enkele bedrijven uitsluitend schriftelijk worden gehouden. In dat geval stuurt het bedrijf de tekst op die aan de orde zou komen tijdens een gesprek. Er vindt geen telefonische zitting plaats. Dit kan alleen als beide partijen hiermee akkoord gaan. Een reden voor gemeenten en samenwerkingsverbanden om hiermee akkoord te gaan is dat een schriftelijke ‘hoorzitting’ ook hen aanzienlijk minder tijd kost dan een telefonische hoorzitting. De stukken die ze nu opgestuurd krijgen zouden anders aan telefoon worden voorgelezen. Het samenwerkingsverband moet bij een telefonische hoorzitting wel verslag doen van de hoorzitting en dus aantekeningen maken. Als de tekst wordt opgestuurd is dat niet nodig. Bij een schriftelijke hoorzitting is een discussie over de waarde van een object niet goed mogelijk. Het is immers niet mogelijk om standpunten uit te wisselen. Een schriftelijke “hoorzitting” kost bedrijven de minste inspanning. Dit is echter alleen zinnig voor bedrijven als bezwaren ook worden gehonoreerd na een schriftelijke hoorzitting. We gaan daarom na hoe vaak gevallen worden gehonoreerd als de hoorzitting schriftelijk plaatsvindt.

In figuur 3 is voor dezelfde samenwerkingsverbanden en bedrijven als in tabel 6 weergegeven welk percentage van de ingediende bezwaarschriften geheel of gedeeltelijk is gehonoreerd nadat er een hoorzitting heeft

38

Dit is niet altijd gelijk aan het aantal ingediende bezwaarschriften. Een aantal bedrijven trekt bezwaren in voor of

tijdens de hoorzitting. Het gaat in de meeste gevallen om enkele procenten van de ingediende bezwaren. Uitzondering is bedrijf 2 dat bij elk van de in tabel 6 opgenomen samenwerkingsverbanden meer dan 30 procent van de bezwaren weer intrekt.

COELO

34 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

plaatsgevonden. 39 Bij de rode staven zijn hoorzittingen schriftelijk afgehandeld, bij de blauwe zijn de hoorzittingen via de telefoon of videobellen gehouden. In alle gevallen waar geen enkel bezwaar is gehonoreerd is de hoorzitting via de telefoon of via videobellen gehouden. De figuur laat zien dat het weinig verschil maakt voor het deel van de bezwaren dat wordt gehonoreerd na hoorzitting of dit via de telefoon gebeurt of schriftelijk.

Figuur 3 Percentage bezwaren dat is gehonoreerd (rode staven: schriftelijke hoorzitting, blauwe staven: telefonische hoorzitting of via videobellen)

Samenwerkingsverband 1

Samenwerkingsverband 2

70%

70%

60%

60%

50%

50%

40%

36%

31%

30%

0%

Bedrijf 1

Bedrijf 2

Bedrijf 3

Bedrijf 4

n.v.t. Bedrijf 5

Bedrijf 6

Bedrijf 7

Bedrijf 8

0%

0% Bedrijf 1

Bedrijf 2

67%

67%

60%

Bedrijf 4

Bedrijf 5

Bedrijf 6

Bedrijf 7

Bedrijf 8

70% 60%

50%

48%

43%

40%

36% 29%

30%

50% 40%

32%

30%

20%

20%

10%

10%

0%

Bedrijf 3

Samenwerkingsverband 4

Samenwerkingsverband 3 70%

33%

29%

10%

4%

n.v.t.

40%

46% 38%

20%

14%

10%

37%

30%

23%

20%

20%

47%

43%

0% Bedrijf 1

Bedrijf 2

Bedrijf 3

Bedrijf 4

Bedrijf 5

Bedrijf 6

Bedrijf 7

Bedrijf 8

0%

24%

19% 13%

10%

8% 0% Bedrijf 1

Bedrijf 2

Bedrijf 3

Bedrijf 4

Bedrijf 5

In de vorige paragraaf zijn we nader ingegaan op de manier waarop bedrijf 2 en bedrijf 7 bezwaar indienen. Bedrijf 2 stuurt in eerste instantie bezwaren waar geen grieven zijn opgenomen. De aanvullende bezwaren die daarna worden opgestuurd bestaan uit standaardteksten die veelal (handmatig) worden aangevuld met gegevens die specifiek betrekking hebben op het object. Bedrijf 7 stuurt meteen grieven mee. Deze kunnen grotendeels elektronisch worden opgesteld op basis van een webformulier dat belanghebbenden invullen. In figuur 3 is te zien dat dit bedrijf bij 39

De percentages zijn berekend door het totale aantal bezwaren dat geheel of gedeeltelijk is gehonoreerd op een

moment nadat de hoorzitting is gehouden te delen door het totaal aantal ingediende objecten waarvoor bezwaar is ingediend. Na een afwijzing bij een hoorzitting wordt voor een klein deel van de objecten nog in beroep gegaan via de rechtbank. Het uiteindelijke percentage geheel of gedeeltelijk gehonoreerde bezwaren kan daarom uiteindelijk hoger uitvallen.

COELO

8% n.v.t.

35 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

Bedrijf 6

Bedrijf 7

Bedrijf 8

samenwerkingsverband 3 de hoorzittingen schriftelijk afhandelt. Toch wordt bij dit samenwerkingsverband in 2020 48 procent van de bezwaren na de hoorzitting gehonoreerd (163 van 343 bezwaren). Ook bedrijf 2 handelt bij twee samenwerkingsverbanden (2 en 3) de hoorzittingen schriftelijk af, met slagingspercentages van respectievelijk 29 en 26 procent.

3.5. Samenvatting In dit hoofdstuk kijken hoe bedrijven die namens anderen bezwaar maken tegen de woz-beschikking te werk gaan bij het indienen van de bezwaren. Daarnaast gaan we na hoeveel tijd zij besteden aan het bijwonen van hoorzittingen. We richten ons daarbij op de acht bedrijven die verreweg de meeste bezwaren indienen. Uit de jaarverslagen die een deel van de bedrijven moet deponeren bij de Kamer van Koophandel blijkt dat de bedrijven klein zijn. Het aantal werknemers is minder dan 50 en in de meeste gevallen minder dan 10. Deze bedrijven dienen in 2021 wel meer dan 80 duizend bezwaren in. Dit is mogelijk als er veel tijdelijk personeel kan worden ingezet of als processen in hoge mate kunnen worden geautomatiseerd. We hebben van één kleine gemeente alle bezwaarschriften ontvangen en van een andere gemeente alle bezwaarschriften van twee door ons geselecteerde bedrijven. Daarnaast hebben we de websites van de bedrijven bezocht. We zijn nagegaan hoe belanghebbenden bezwaar in kunnen dienen. Zeven van de acht bedrijven maken hiervoor gebruik van een webformulier. Uit een analyse van de bezwaarschriften blijkt dat grieven vaak in ieder geval ten dele bestaan uit standaardteksten. We zien dezelfde formuleringen terugkomen. Bij sommige bedrijven worden deze standaardteksten aangevuld met objectspecifieke gegevens.

Dit is echter niet bij alle bedrijven het geval, bij één bedrijf zien wij alleen standaardteksten die ook nog eens in iedere brief in dezelfde volgorde worden gepresenteerd. Wij zien ook een directe relatie tussen redenen voor bezwaar die belanghebbenden bij dit bedrijf aankruisen op het webformulier en de gebruikte standaardteksten. Een bedrijf kan blijkbaar bezwaren grotendeels geautomatiseerd indienen. Voor de meeste bezwaren geldt dat het opstellen van een bezwaarschrift niet complex is en geen gespecialiseerde kennis vereist. Bedrijven blijken standaard een hoorzitting aan te vragen. Dit levert een aparte vergoeding op als het bezwaar wordt toegekend. Hoorzittingen vinden, mede door corona maar ook daarvoor al, vaak telefonisch plaats of via videobellen. Een aantal bedrijven wil hoorzittingen graag schriftelijk afhandelen. Sommige samenwerkingsverbanden gaat hiermee akkoord omdat dit ook hen tijd scheelt. Als een hoorzitting schriftelijk wordt afgehandeld is geen dialoog mogelijk, maar is de benodigde inspanning minimaal. Uit de ontvangen gegevens blijkt echter dat de kans dat een bezwaar wordt gehonoreerd niet kleiner is wanneer een hoorzitting schriftelijk plaatsvindt. Dit geldt ook als de bezwaren grotendeels geautomatiseerd zijn ingediend én er een schriftelijke hoorzitting heeft plaatsgevonden.

COELO

36 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

We concluderen dat het voor bedrijven die voor belanghebbenden bezwaar aantekenen tegen de woz-beschikking mogelijk is om met zeer beperkte inspanning een kostenvergoeding te ontvangen op basis van het Bpb.

COELO

37 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

4 Bedrijfsmodel

Een bedrijf dat namens belanghebbenden bezwaar indient bij gemeenten tegen de woz-beschikking zal voldoende winst moeten maken. In dit hoofdstuk bespreken we het bedrijfsmodel van deze bedrijven, dat wil zeggen de wijze waarop zij geld kunnen verdienen. Daarbij kijken we zowel naar de inkomsten als naar de kosten. De winst is immers gelijk aan de inkomsten minus de kosten, en de winst is maximaal als het (positieve) verschil tussen inkomsten en kosten maximaal is.

4.1. Model Zoals aangegeven in paragraaf 2.4 is de hoogte van de kostenvergoeding op basis van het Bpb afhankelijk van de proceshandelingen die een bedrijf uitvoert en de punten die daarmee worden verdiend. In principe levert elke proceshandeling een punt op. Ook aangegeven is dat het in de bezwaarfase om de volgende proceshandelingen gaat: 1. het bezwaar indienen (eventueel in eerste instantie pro forma), 2. een hoorzitting bijwonen. Als een bedrijf zelf een taxatierapport op laat stellen dan krijgen zij, als het bezwaar (gedeeltelijk) wordt gehonoreerd, hier ook een vergoeding voor. Een gehonoreerd bezwaar tegen de woz-beschikking van een woning inclusief hoorzitting en uitpandige taxatie levert in de bezwaarfase in 2021 maximaal 636 euro op (twee maal 265 euro voor het bezwaar en de hoorzitting, plus 106 euro voor de taxatie; zie paragraaf 2.4). Omdat bijna 90 procent van de bezwaren door de bedrijven woningen betreft (Waarderingskamer, 2021b), richten we ons hier op in het eerste deel van dit hoofdstuk. In paragraaf 4.4 kijken we ook kort naar het bedrijfsmodel van bedrijven die bezwaar maken tegen de woz-beschikking van niet-woningen.

De in het Bpb bepaalde bedragen zijn dan wel gebaseerd op geschatte uurtarieven en tijdsbestedingen, maar zij zijn forfaitair en worden na honorering van een bezwaar uitgekeerd ongeacht de werkelijk bestede tijd of het werkelijke uurtarief (en dus het opleidings- en ervaringsniveau) van het personeel. Als een bezwaar geheel of gedeeltelijk wordt gehonoreerd, is de opbrengst van het bedrijf voor elk van de drie handelingen (twee proceshandelingen plus taxatierapport) een vast bedrag dat onafhankelijk is van de inspanning die het bedrijf in de betreffende fase heeft geleverd. 40 We gebruiken de term inspanning hier in de betekenis die er in de economische theorie aan wordt gegeven. Inspanning heeft dan zowel betrekking op de hoeveelheid tijd die ergens aan wordt besteed als op de intensiteit waarmee dit gebeurt. De vergoeding is dus niet afhankelijk van de kwantiteit of de kwaliteit van wat het bedrijf heeft gedaan. Dit is opvallend, immers, voor verreweg de meeste bedrijven 40

Zoals aangegeven is het in theorie mogelijk dat een bedrijf niet één punt ontvangt voor een proceshandeling, maar

een halve. Dat kan bijvoorbeeld zijn afgesproken als hoorzittingen schriftelijk worden gehouden (zie paragraaf 3.4). Dit laten we hier buiten beschouwing,

COELO

38 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

in andere sectoren geldt dat wanneer zij meer of beter werk leveren, zij daarmee meer kunnen verdienen. Deze wettelijke vergoedingsconstructie heeft gevolgen voor het bedrijfsmodel van bedrijven die op professionele basis bezwaar maken tegen de wozbeschikking. Zoals aangegeven ontvangt een bedrijf alleen een vergoeding als een bezwaar geheel of gedeeltelijk wordt toegekend. Vooraf is niet zeker dat dit zal gebeuren. Dat betekent dat we niet alleen moeten kijken naar de opbrengsten van een bedrijf bij ‘succes’, dus gehele of gedeeltelijke honorering, maar naar de situatie waarin het bezwaar wordt afgewezen. Dan heeft het bedrijf namelijk wel kosten gemaakt maar staan daar geen inkomsten tegenover. Dat betekent dat niet alleen de bedragen van de kostenvergoedingen maar ook de succeskans een rol speelt. De economische theorie gebruikt hiervoor het begrip verwachte opbrengst. Dit kan worden geïnterpreteerd als een gemiddelde opbrengst over alle zaken, dus inclusief de niet gehonoreerde bezwaren. Wiskundig gezien is het de gewogen gemiddelde opbrengst van een ingediend bezwaar, waarbij gewogen wordt met de kansen op succes versus geen succes: verwachte opbrengst = succeskans x opbrengst bij succes + (1-succeskans) x opbrengst bij geen succes. De succeskans is daarbij geformuleerd als een getal tussen 0 en 1, oftewel het succespercentage gedeeld door 100.

In de onderhavige situatie geldt dat als het bezwaar niet (geheel of gedeeltelijk) wordt gehonoreerd, de opbrengst gelijk is aan nul. Daarmee vervalt de tweede term in de formule en is de verwachte opbrengst dus voor elk van de drie hierboven beschreven handelingen van het bezwaarproces gelijk aan de succeskans maal de vaste kostenvergoeding volgens het Bpb. Zoals aangegeven is de winst van een bedrijf gelijk aan het verschil tussen de (verwachte) inkomsten en de kosten. Om een zo hoog mogelijke winst te kunnen realiseren is het wenselijk om de kosten zo laag mogelijk te houden. Kostenbesparing is mogelijk door processen zoveel mogelijk te automatiseren of door goedkoop personeel in te zetten. Bij automatisering zijn investeringen nodig. Deze kosten moeten wel worden terugverdiend om winst te realiseren. Daarnaast zijn er andere kosten die een bedrijf in ieder geval moet dekken. Dan gaat het bijvoorbeeld om huisvesting en andere overheadkosten. Processen kunnen niet volledig worden geautomatiseerd. Er zullen bijvoorbeeld potentiële klanten zijn die vragen hebben. Ook zal een bedrijf reclame willen maken. Ook deze kosten moeten worden terugverdiend. Tot op zekere hoogte kan een bedrijf invloed uitoefenen op de verwachte opbrengst door een grotere inspanning te leveren.

Meer inspanning heeft zoals eerder aangegeven geen invloed op de hoogte van de kostenvergoeding (opbrengst bij succes), maar leidt tot een betere onderbouwing van het bezwaar. Dat kan de succeskans vergroten. Meer inspanning betekent echter ook hogere kosten dan wanneer een minimale inspanning wordt geleverd. In het vorige hoofdstuk hebben we laten zien dat de bezwaarschriften van bedrijven kunnen worden gehonoreerd zonder dat zij hier veel inspanning voor hoeven te leveren.

COELO

39 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

4.2. Grafische weergave We kunnen het beste met een grafische weergave laten zien wat de vergoedingsstructuur zoals deze is vastgelegd in het Bpb betekent voor het bedrijfsmodel. In deze paragraaf beschouwen we eerst alleen de eerste handeling, het indienen van het bezwaar zelf. Daarna komen we terug op de hoorzitting en het taxatierapport. In figuur 4 is te zien wat het kan betekenen voor de winstmaximalisatie van een bedrijf als de hoogte van de opbrengst van een bezwaar maar beperkt afhangt van de voor dat bezwaar geleverde inspanning (paragraaf 4.1). Op de horizontale as staat de inspanning. Een bureau moet een minimale inspanning leveren om een bezwaar überhaupt te kunnen indienen (bijvoorbeeld voorbereidende werkzaamheden als software aanschaffen, klantenwerving, helpdesk, en daarnaast het verzamelen van de informatie van belanghebbende en het opsturen van het bezwaar naar de gemeente). Op de verticale as staan de gemaakte kosten en de verwachte opbrengst. De verwachte winst is het verschil tussen de verwachte opbrengst en de kosten. Bij winstmaximalisatie wordt dus precies die hoeveelheid inspanning geleverd waarbij dit verschil zo groot mogelijk is. Bij welk niveau van inspanning dit het geval is, hangt af van het verloop van de kosten- en opbrengstencurves.

In de figuur is de verwachte opbrengst voor de eenvoud lineair 41 en we gaan ervan uit dat de kosten meer dan evenredig toenemen met de inspanning. 42 Deze aannames zijn echter niet noodzakelijk. De vorm (lineair, convex of concaaf) doet er voor de uitkomsten niet zoveel toe – van belang is of de verwachte-opbrengstenlijn minder stijgt dan de kostenlijn. De forfaitaire kostenvergoeding betekent dat de lijn van de verwachte opbrengst relatief vlak is (paragraaf 4.1). Uit de empirische analyse van hoofdstuk 3 volgt dat de verwachte-opbrengstencurve inderdaad vlakker is dan de kostencurve. Immers, de empirische resultaten geven aan dat bezwaren vaak grotendeels geautomatiseerd worden ingediend en dat een bedrijf ook de proceskostenvergoeding kan ontvangen terwijl de inspanning beperkt is. Figuur 4 illustreert deze situatie en laat zien dat als de kosten sneller stijgen dan de opbrengsten, de winst het grootst is bij de minimaal noodzakelijke inspanning. Er is in deze situatie dus een financiële prikkel om de inspanning tot het minimum te beperken. Uit figuur 4 en de formule voor de verwachte opbrengst (die gelijk is aan de succeskans maal de opbrengst bij succes) kan ook worden afgeleid dat als de vaste kostenvergoeding relatief hoog is ten opzichte van de kosten, het ook bij een relatief lage succeskans nog winstgevend is om bezwaar aan te tekenen.

In dat geval is namelijk ondanks de lage succeskans de verwachte opbrengst nog hoger dan de 41

De verwachte opbrengst zou ook concaaf kunnen zijn, dus steeds minder snel stijgend naarmate de inspanning

toeneemt. Dat betekent dat extra inspanning steeds minder goed helpt om de succeskans te verhogen. Bijvoorbeeld, in eerste instantie helpt het om de grieven goed te onderzoeken en formuleren, maar daarna valt er moeilijk nog iets zinvols aan toe te voegen. Een concave verwachte opbrengst versterkt de conclusies omtrent de inspanning door het bedrijf. 42

Stijgende marginale kosten (oftewel steeds sterk stijgende kosten) zijn een gebruikelijke aanname in de

economische theorie. Bijvoorbeeld omdat een werknemer vermoeid raakt naarmate de dag verstrijkt, of omdat de taak zelf moeilijker wordt over de tijd. Dat laatste is hier het geval. Naarmate er meer tijd aan een bepaalde zaak besteed is, moet er meer inspanning verricht worden om er nog iets aan toe te voegen. Dat kan bijvoorbeeld door een hoger opgeleide (en dus duurdere) medewerker aan de zaak te laten werken.

COELO

40 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

kosten. Er is dus ook een financiële prikkel om naarmate de vaste kostenvergoeding hoger is meer zaken met lage succeskans aan te nemen.

Figuur 4: Kosten en verwachte opbrengsten van het bedrijf.

Voor de hoorzitting geldt hetzelfde verhaal. Ook hier is een zekere minimale inspanning nodig om in aanmerking te komen voor een vergoeding. Er moet iets worden voorbereid en een medewerker moet dit (fysiek, telefonisch of slechts schriftelijk, afhankelijk van wat is afgesproken met de gemeente) afhandelen. Ook bij de hoorzittingen lijkt het erop dat meer inspanning wel leidt tot hogere kosten, maar dat de verwachte opbrengst minder hard meegroeit. Immers, in het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat hoorzittingen per bezwaar in de praktijk weinig tijd in beslag nemen, en dat ook als hoorzittingen schriftelijk worden afgehandeld het bezwaarschrift (deels) kan worden gehonoreerd. Om een taxatierapport op te stellen moet een vergelijking worden gemaakt met andere objecten en een rapport geschreven. Dat betekent dat hier ook een zekere minimale inspanning geleverd moet worden om in aanmerking te komen voor de vergoeding. De verwachte opbrengst is ook hier gelijk aan de succeskans maal de kostenvergoeding en zal dus weinig toenemen met de inspanning. Theoretisch lijkt de situatie dus vergelijkbaar met die zoals weergegeven in Figuur 4. Echter, in verband met het ontbreken van empirische gegevens over taxatierapporten kunnen we geen nadere uitspraken doen over het niveau van inspanning waarbij de winst maximaal is.

Uit onderzoek van de Waarderingskamer (2021a) blijkt dat door bedrijven ingediende bezwaren minder vaak (geheel of gedeeltelijk) worden gehonoreerd dan bezwaren die zijn ingediend door belanghebbenden zelf, vooral bij bezwaren met betrekking tot

COELO

41 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

woningen. Dit is in overeenstemming met de twee conclusies uit de theorie in deze paragraaf, dat er een financiële prikkel is voor de bedrijven om de inspanning tot het minimum te beperken en dat zij (bij voldoende hoge kostenvergoeding) ook zaken met een relatief lage succeskans aannemen.

4.3. Bezwaar door belanghebbende Het bovenstaande bedrijfsmodel is alleen relevant als er belanghebbenden zijn die bereid zijn om het bedrijf in te schakelen om namens hen bezwaar te maken. Een belanghebbende kan ook zelf bezwaar aantekenen. Omdat de kostenvergoeding bedoeld is als tegemoetkoming in de kosten op het moment dat er een professionele derde wordt ingeschakeld ontvangt is een kostenvergoeding bij honorering in dit geval niet aan de orde. De verwachte opbrengst voor een belanghebbende is gelijk aan de succeskans maal het belastingvoordeel, en de kosten worden bepaald door de tijd en moeite die belanghebbende in het bezwaar steekt plus eventuele geldelijke kosten zoals reiskosten voor een hoorzitting. Een belanghebbende zal alleen zelf bezwaar maken als de (gepercipieerde) verwachte opbrengst positief is. Veel belanghebbenden hebben weinig of geen ervaring met het indienen van een bezwaar tegen een beschikking. Dat kan ertoe leiden dat men verwacht dat het complex is om bezwaar te maken of dat bezwaar maken toch geen zin heeft, bijvoorbeeld omdat men verwacht dat het bezwaar niet serieus wordt genomen. Dit kan ertoe leiden dat een belanghebbende tot de conclusie komt dat zelf bezwaar maken te veel tijd en moeite kost.

Als de belanghebbende echter een bedrijf inschakelt dat het bezwaar op no cure no pay basis indient, worden de kosten voor belanghebbende vrijwel tot nul gereduceerd. De enige inspanning is het aanmelden bij en machtigen van het bedrijf. Daar staat een mogelijke belastingvermindering tegenover. Dat betekent dat ook wanneer een belanghebbende verwacht dat de kans op succes gering of het mogelijke belastingvoordeel klein is, er een financiële prikkel is om het bedrijf bezwaar te laten maken. Dit geeft aan dat het bedrijfsmodel relevant is, en versterkt bovendien bovenstaande conclusie dat bedrijven naarmate de vaste kostenvergoeding hoger is meer zaken met lage succeskans aan te nemen – voor de belanghebbenden is dit immers ook aantrekkelijk.

4.4. Uitkomsten bij andere aannames In de paragrafen 4.1 en 4.2 beschrijven we het bedrijfsmodel van een bedrijf dat bezwaar maakt tegen de woz-beschikkingen van woningen en alleen streeft naar maximalisatie van de winst. In deze paragraaf onderzoeken we in hoeverre het bedrijfsmodel verandert als we andere aannamen maken. We geven eerst weer wat het betekent als een bedrijf niet alleen winst wil realiseren maar ook ideële doelen nastreeft, zoals het vergroten van de rechtsbescherming. Vervolgens gaan we na wat het betekent voor het bedrijfsmodel als een bedrijf voorselectie toepast, oftewel voor het indienen van een bezwaarschrift onderzoekt welke bezwaren kansrijk zijn en welke

COELO

42 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

niet. Ten slotte gaan we kort in op het bedrijfsmodel van bedrijven die bezwaar maken tegen de waarde van niet-woningen. Bij sommige bedrijven betaalt de belanghebbende in het geval van niet-woningen een deel van het belastingvoordeel als vergoeding aan het bedrijf. Het kan zijn dat een bedrijf dat namens belanghebbenden bezwaar maakt tegen wozbeschikkingen dit niet alleen doet om een zo groot mogelijke winst te realiseren, maar hierbij ook ideële doelen nastreeft, bijvoorbeeld het voorzien in rechtsbescherming van burgers. Dat kan betekenen dat een bedrijf een inspanning levert die groter is, en waarbij het verschil tussen de opbrengst en kosten kleiner is, dan wanneer er alleen wordt gestreefd naar maximalisatie van de winst. In figuur 4 is te zien dat er ook winst wordt gerealiseerd als er een grotere inspanning wordt geleverd. Het hoeft dan ook niet zo te zijn dat alle bedrijven die namens anderen bezwaar maken tegen de wozbeschikking er alleen naar streven om hun winst te maximaliseren en daarom een minimale inspanning leveren. Wel is duidelijk dat de huidige financiële prikkels zo zijn dat een maximale (verwachte) winst bereikt wordt bij een minimale inspanning. In paragraaf 3.3 beschrijven we op welke wijze bedrijven bezwaar indienen tegen de woz-beschikkingen van belanghebbenden.

Bij ten minste één bedrijf is duidelijk dat zij niet klakkeloos bezwaarschriften indienen op het moment dat een belanghebbende zich aandient, maar dat zij bepalen of een bezwaar kans maakt om te worden gehonoreerd (zie bedrijf 5 in paragraaf 3.3). Dit verhoogt de slagingskans van de ingediende bezwaren (de kansloze bezwaren worden er immers uitgefilterd), maar daar staat tegenover dat een extra inspanning nodig is om de selectie uit te voeren. Figuur 5 laat zien dat dit leidt tot een tweede sprong in de lijn van de verwachte opbrengst: ergens rechts van de ‘minimaal noodzakelijke inspanning’ bevindt zich het punt ‘minimaal noodzakelijke inspanning met voorselectie’, vanaf waar de lijn van de verwachte opbrengst nu parallel naar boven schuift. Omdat de hellingen van de curves hetzelfde blijven, blijft ook de conclusie dat de winst maximaal is bij een minimale inspanning dezelfde. De vraag is nu welk niveau van ‘minimale inspanning’ leidt tot de hoogste winst, inclusief of exclusief voorselectie. Blijkbaar verschilt dit per bedrijf, want in de praktijk doen sommige bedrijven wel aan voorselectie maar andere niet. In Figuur 5 is een situatie geïllustreerd waarin de maximale winst behaald wordt door voorselectie toe te passen.

Zoals aangegeven kan het zijn dat een belanghebbende die een bedrijf machtigt om bezwaar te maken tegen de woz-beschikking van een niet-woning een aanvullend tarief betaalt wanneer het bezwaar geheel of gedeeltelijk wordt gehonoreerd. Het bezwaarmakende bedrijf ontvangt dus in dit geval de kostenvergoeding op basis van het Bpb én een vergoeding van de belanghebbende. De vergoeding die de belanghebbende betaalt is afhankelijk van het belastingvoordeel dat ontstaat door de aanpassing van de woz-waarde. Het hierboven beschreven bedrijfsmodel kan in deze situatie nog steeds worden gebruikt, maar met een aanpassing voor wat betreft de verwachte opbrengsten. Deze aanpassing kan ook leiden tot een andere conclusie omtrent de mate van inspanning door het bedrijf. De verwachte opbrengsten zijn in dit geval niet alleen hoger, zij stijgen ook sterker met de inspanning, oftewel de lijn van de verwachte opbrengsten is nu steiler dan aangegeven in figuur 4. Dat komt doordat extra inspanning nu niet alleen zorgt voor een stijging van de verwachte inkomsten via

COELO

43 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

een grotere succeskans, maar ook via de te behalen waardevermindering zelf. 43 Het is nu voor het bedrijf niet meer alleen van belang óf het bezwaar gehonoreerd wordt, maar ook in welke mate. Een grotere waardevermindering betekent nu hogere inkomsten. Wanneer de opbrengstenlijn maar iets steiler is dan in figuur 4 weergegeven, geldt nog steeds dat de winst maximaal is bij de minimaal noodzakelijke inspanning. Maar wanneer deze veel steiler is (steiler dan de kostencurve op het niveau van de minimale inspanning), is dat niet langer het geval. De maximale winst wordt dan bereikt bij een hoger inspanningsniveau, op het punt waar de verticale afstand tussen de opbrengstenlijn en de kostencurve het grootst is. Dit hogere inspanningsniveau is ook intuïtief duidelijk. Stel voor dat een belanghebbende zélf bezwaar maakt, dan heeft hij een financiële prikkel om niet zomaar een vermindering maar een zo laag mogelijke woz-waarde te bewerkstelligen, immers een lagere wozwaarde betekent een sterkere belastingvermindering. Wanneer het tarief van het bedrijf een deel van belastingvermindering bedraagt, neemt het bedrijf als het ware een deel van deze financiële prikkel over.

Figuur 5: Kosten en verwachte opbrengsten van het bedrijf bij voorselectie.

43

Vaak zullen ook de kosten hoger zijn voor niet-woningen dan voor woningen, omdat de waardering van niet-

woningen vaak moeilijker is. Daarom geldt voor niet-woningen ook een hogere kostenvergoeding voor het taxatierapport. We gaan hier verder niet op in, omdat dit geen gevolgen heeft voor de structuur van het bedrijfsmodel.

COELO

44 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

4.5. Samenvatting In dit hoofdstuk hebben we onderzocht hoe een bedrijf winst kan maken gezien de kostenvergoeding die zij kunnen ontvangen op basis van het Bpb. Daarvoor hebben we de verwachte opbrengsten van een bezwaar afgezet tegen de te maken kosten. Zowel voor de proceshandeling van bezwaar maken als die van de hoorzitting geldt in de meeste gevallen (in ieder geval voor woningen) dat de opbrengst bij toekenning vastligt – deze is immers gelijk aan de forfaitaire bedragen van de kostenvergoeding volgens het Bpb. Het bedrijf kan met haar inspanningen de verwachte opbrengst daarom alleen vergroten door te werken aan verhoging van de succeskans. Dit model leidt tot twee belangrijke conclusies omtrent de financiële prikkels die het gedrag van deze bedrijven sturen. Ten eerste concluderen we met behulp van de empirische gegevens uit het vorige hoofdstuk dat het vergroten van de verwachte opbrengst via de succeskans maar beperkt mogelijk is en dat bedrijven daarom in het algemeen een financiële prikkel hebben om te kiezen voor een minimale inspanning. Er is dus een prikkel om net voldoende te doen om in aanmerking te komen voor de kostenvergoeding, maar ook niet meer dan dat. Zoals in het vorige hoofdstuk bleek kan dit voldoende zijn voor een geheel of gedeeltelijk gegrond bezwaar.

Ten tweede, als de vaste kostenvergoeding relatief hoog is dan is het ook bij een relatief lage succeskans nog winstgevend om bezwaar aan te tekenen. Dit is het geval zo lang de opbrengst hoger is dan de kosten. Dat betekent dat naarmate de vaste kostenvergoeding hoger wordt, er een financiële prikkel is om voor steeds meer zaken (met steeds lagere succeskans) bezwaar aan te tekenen. De enige uitzondering op de conclusie dat de bedrijven zich beperken tot een minimale inspanning betreft niet-woningen waarbij de belanghebbende bij toekenning van het bezwaar een deel van het belastingvoordeel betaalt als tarief aan het bezwaarmakende bedrijf. In dat geval heeft het bedrijf een sterkere financiële prikkel voor inspanning (vergelijkbaar met die van een belanghebbende die zelf bezwaar maakt), omdat de opbrengst bij toekenning nu hoger is naarmate het bedrijf de woz-waarde sterker weet te verminderen. Wanneer dit effect voldoende groot is, dus wanneer het af te dragen deel van het belastingvoordeel voldoende groot is, kan dit resulteren in een hoger inspanningsniveau. Zoals aangegeven bedraagt het grootste deel van de bezwaren door professionele derden (bijna 90 procent) echter bezwaren tegen de waarde van woningen.

COELO

45 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

5 Samenvatting en conclusie

Als burgers of bedrijven het niet eens zijn met een beschikking van een bestuursorgaan, kunnen zij hier bezwaar tegen aantekenen. Dit kunnen ze zelf doen, maar het is ook mogelijk om een professionele derde in te huren. Omdat de overheid het belangrijk vindt dat professionele ondersteuning toegankelijk is, wordt als dergelijke ondersteuning wordt ingeschakeld een vergoeding uitgekeerd wanneer het bezwaar geheel of gedeeltelijk wordt gehonoreerd. De hoogte van deze vergoeding is vastgelegd in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). De vergoedingen op basis van het Bpb bestaan uit forfaitaire bedragen. Deze zijn dus niet afhankelijk van de werkelijke tijdsbesteding door de professionele derde. De vergoedingen zijn gelijk voor ieder bezwaar tegen een beschikking van een bestuursorgaan, ongeacht of het gaat om een bezwaar rondom een besluit ten aanzien van bijvoorbeeld een uitkering, een asielaanvraag of een woz-waarde. Voor de woz-beschikking geldt, anders dan voor veel andere beschikkingen, dat alle eigenaren en gebruikers van zowel woningen als niet-woningen er jaarlijks een ontvangen. Bezwaren tegen de woz-beschikking worden in toenemende mate ingediend door bedrijven die belanghebbenden vertegenwoordigen op basis van no cure no pay. Als een bezwaar niet (geheel of gedeeltelijk) wordt gehonoreerd hoeft de belanghebbende niet te betalen.

Voor woningen geldt in het algemeen zelfs dat een belanghebbende nooit hoeft te betalen, ook niet als een bezwaar wel geheel of gedeeltelijk wordt gehonoreerd. Het bedrijf ontvangt dan de kostenvergoeding van de gemeente op basis van het Bpb. Bijna 90 procent van de bezwaren die worden ingediend tegen de beschikking van de woz-waarde hebben betrekking op woningen. Het aantal bezwaren tegen woz-beschikkingen neemt snel toe en een steeds groter aandeel ervan wordt door daarin gespecialiseerde bedrijven ingediend. Omdat eenzelfde toename van het aantal bezwaren niet te zien is bij andere, niet belastinggerelateerde besluiten, roept deze stijging de vraag op of de vergoeding op basis van het Bpb voor wat betreft de Wet woz wel aansluit bij de inspanning die nodig is om namens belanghebbenden bezwaar te maken tegen de woz-beschikking. Begin dit jaar is onder verantwoordelijkheid van het WODC een onderzoek verschenen naar de werkwijze van bedrijven die namens anderen bezwaar maken tegen wozbeschikkingen. Eén van de conclusies is dat er aanwijzingen zijn dat deze bedrijven oneigenlijk gebruik maken van procedures en dat zij niet altijd maatwerk leveren, maar dat daarom nog niet blijkt dat de bedrijven puur uit zijn op makkelijk te innen kostenvergoedingen.

44 De onderzoekers baseren zich hierbij op de informatie die zij hebben gekregen uit gesprekken met gemeenten, professionele derden en rechters. De gesprekken met gemeenten en professionele derden leveren een welles-nietes verhaal op, waarbij beide kampen elkaar tegenspreken. De onderzoekers hebben de conclusie vooral gebaseerd op gesprekken met rechters. 45 Rechters hebben echter 44

WODC 2021, blz. 92.

45

WODC 2021, blz. 92.

COELO

46 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

geen totaaloverzicht omdat zij slechts te maken hebben met een kleine, specifieke groep van bezwaren, namelijk bezwaren die in de bezwaarfase niet zijn gehonoreerd door gemeenten en waarvan de bedrijven toch menen dat er een kans is dat het bezwaar geheel of gedeeltelijk wordt gehonoreerd. Daarmee blijft onduidelijk in hoeverre bijvoorbeeld oneigenlijk gebruik van procedures slechts anekdotisch voorkomt of structureel. Wij kiezen voor dit onderzoek een ander perspectief. Nederland is een markteconomie. Van bedrijven wordt verwacht dat zij streven naar winst, binnen maatschappelijke randvoorwaarden. Bedrijven kunnen ook ideële doelen nastreven, maar om levensvatbaar te blijven is een minimaal niveau van winstgevendheid een voorwaarde. Dit geldt ook voor de bedrijven die het onderwerp zijn van dit onderzoek. We onderzoeken hoe deze bedrijven opereren en welke financiële prikkels uitgaan van de bestaande kostenvergoeding op basis van het Bpb. In dit onderzoek staan de volgende twee vragen centraal: 1 Sluit de vergoeding op basis van het Bpb voor wat betreft de Wet woz aan bij de inspanning die een bedrijf moet leveren om bezwaar te maken tegen de wozwaarde namens belanghebbenden? 2 In hoeverre werkt de vergoedingsstructuur op basis van het Bpb gedrag in de hand dat ingaat tegen het algemeen belang? Zoals aangegeven zijn de vergoedingen op basis van het Bpb forfaitair.

Een bedrijf kan in 2021 in de bezwaarfase 636 euro vergoeding krijgen voor het indienen van een bezwaar voor een woning (265 euro), het bijwonen van een hoorzitting (265 euro) en het laten opstellen van een taxatie op basis van een uitpandige taxatie (106 euro).

Beantwoording vraag 1 In het empirische deel van het onderzoek kijken we hoe de bedrijven te werk gaan bij het indienen van de bezwaren. Daarnaast gaan we na hoeveel tijd zij besteden aan het bijwonen van hoorzittingen. Omdat bedrijven niet standaard een eigen taxatierapport op laten stellen, laten we dit buiten beschouwing. We hebben van één kleine gemeente alle bezwaarschriften gekregen die zij in 2021 hebben ontvangen en van een andere kleine gemeente en een samenwerkingsverband een deel van de bezwaarschriften (geanonimiseerd). In een deel van de bezwaarschriften wordt alleen aangegeven dat de woz-waarde te hoog is maar niet waarom. Deze brieven kunnen in hoge mate geautomatiseerd worden opgestuurd. Bedrijven gebruiken hiervoor een standaardtekst waarin alleen de naw-gegevens en formele gegevens rondom het object (bijvoorbeeld aanslagnummer, woz-waarde) per bezwaar verschillen. Een vergelijking tussen de ontvangen bezwaarschriften en de websites van de bedrijven laat zien dat het ook mogelijk is om grotendeels geautomatiseerd grieven toe te voegen aan een bezwaarschrift. Als dit niet geautomatiseerd gebeurt dan wordt vaak gebruik gemaakt van standaardteksten die worden aangevuld met objectspecifieke kenmerken (bijvoorbeeld de naam van een overlastgevende weg).

COELO

47 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

Bedrijven blijken standaard een hoorzitting aan te vragen indien het bezwaar niet geheel wordt gehonoreerd. Een inhoudelijke inbreng bij de hoorzitting is niet vereist om hier een proceskostenvergoeding voor te krijgen. We hebben samenwerkingsverbanden gevraagd hoeveel tijd een hoorzitting gemiddeld duurt per object. Mede door corona zijn veel hoorzittingen in 2020 en 2021 telefonisch of via videobellen gehouden. Uit de gegevens van de samenwerkingsverbanden blijkt dat een hoorzitting gemiddeld vaak minder dan 5 minuten per object kost. Er blijken ook bedrijven te zijn die met het samenwerkingsverband afspreken om de hoorzitting schriftelijk af te handelen. Dat is bijzonder. Een hoorzitting is bedoeld om hoor en wederhoor en een uitwisseling van standpunten mogelijk te maken. Bij een schriftelijke afhandeling is dit niet mogelijk. Voor een samenwerkingsverband is dit aantrekkelijk omdat het minder tijd kost dan een telefonische hoorzitting. Voor een bedrijf is dit alleen aantrekkelijk als het bezwaar ook na een schriftelijke hoorzitting (gedeeltelijk) wordt gehonoreerd. Als het bezwaar niet geheel of gedeeltelijk wordt gehonoreerd ontvangen zij immers geen vergoeding. We vergelijken welk deel van de bezwaren wordt gehonoreerd wanneer een schriftelijke hoorzitting is gehouden met de gevallen waar dit telefonisch of via videobellen is gedaan. We zien geen verschil.

Eén van de bedrijven die met een samenwerkingsverband is overeengekomen om hoorzittingen schriftelijk te houden dient bezwaarschriften ook in hoge mate geautomatiseerd in. Ook dan worden bezwaren geheel of gedeeltelijk gehonoreerd en ontvangt het bedrijf een proceskostenvergoeding. Uit het bovenstaande blijkt dat de inspanning die een bedrijf levert beperkt kan blijven terwijl het bedrijf toch de proceskostenvergoeding kan ontvangen. Bezwaren kunnen ook worden gehonoreerd als een bedrijf bezwaarschriften inclusief grieven grotendeels geautomatiseerd indient en daarbij hoorzittingen schriftelijk afhandelt. Het Bpb stamt uit 1995. 46 In 1995 was het niet mogelijk om bezwaren geautomatiseerd op te stellen. De forfaitaire vergoedingen en vergoedingsstructuur in het Bpb (die zijn bedoeld als tegemoetkoming in de kosten) 47 is nog gebaseerd op de werkzaamheden die in 1995 nodig waren om een bezwaar in te dienen en een hoorzitting bij te wonen. Ons onderzoek laat zien dat dit niet meer aansluit bij de werkzaamheden die in 2021 nodig zijn voor de genoemde proceshandelingen. De benodigde inspanning is veel kleiner dan deze was in 1995. Hiermee is onderzoeksvraag 1 beantwoord.

Beantwoording vraag 2 Voor de beantwoording van vraag 2 zijn we allereerst op basis van de empirische bevindingen nagegaan hoe bedrijven die woz-bezwaren indienen winst kunnen maken. Een bedrijf moet winst maken om te blijven bestaan. Over het algemeen streven bedrijven naar maximalisatie van de winst. De winst is daarbij het verschil tussen de kosten die het bedrijf maakt en de opbrengsten. Zoals aangegeven bestaat de opbrengst, als er bezwaar wordt gemaakt tegen de woz-beschikking van woningen (bijna 90 procent van de bezwaren door bedrijven), uit vergoedingen die het bedrijf ontvangt op basis van het Bpb op het moment dat een bezwaar geheel of gedeeltelijk 46

Staatsblad 1995, 763.

47

Staatsblad 1995, 763, blz. 5.

COELO

48 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

wordt gehonoreerd. Deze vergoedingsstructuur heeft gevolgen voor het bedrijfsmodel. Voor bedrijven in andere sectoren leidt een grotere inspanning (gedefinieerd als de combinatie van de hoeveelheid tijd en de intensiteit) tot een hogere opbrengst. Omdat de uitkering uit het Bpb bestaat uit forfaitaire bedragen leidt een grotere inspanning niet tot een stijging van de mogelijke opbrengst, maar alleen tot een hogere kans op toekenning. Een bedrijf moet een bepaalde basisinspanning leveren om bezwaarschriften in te dienen en hoorzittingen bij te wonen. Een grotere inspanning leidt slechts in beperkte mate tot een grotere verwachte opbrengst, maar wel tot hogere kosten. Deze opbrengststructuur geeft een bedrijf dat de winst maximaliseert dus een financiële prikkel om een zo laag mogelijke inspanning te leveren. Dit betekent ook dat als de vaste kostenvergoeding relatief hoog is ten opzichte van de kosten bij deze minimale inspanning, het ook bij een relatief lage succeskans nog winstgevend is om bezwaar aan te tekenen. Ondanks de lage succeskans is de verwachte opbrengst dan nog hoger dan de kosten. Er is dus ook een financiële prikkel om naarmate de vaste kostenvergoeding hoger is meer zaken met lage succeskans aan te nemen. Op het moment dat een gemeente een bezwaar tegen een woz-beschikking ontvangt, moet worden nagegaan of het bezwaar terecht is.

De woz-waarde moet volgens de Wet woz in principe de marktwaarde weergeven die een object had op de peildatum. 48 In de praktijk is dat moeilijk voor honderd procent te realiseren. Dat komt bijvoorbeeld omdat de waarde niet alleen wordt bepaald door harde gegevens als de oppervlakte of het aantal kamers, maar ook door minder objectieve kenmerken zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van een drukke weg of overlast. Hoe groot de waardevermindering door dit soort subjectieve kenmerken is, is altijd voor discussie vatbaar. In het rapport van het WODC wordt er daarnaast terecht op gewezen dat woz-waarden met modellen worden bepaald, terwijl er bij bezwaren naar individuele objecten wordt gekeken. 49 Het gevolg is dat er jaarlijks een groot aantal bezwaren worden verstuurd. Dit levert problemen op bij gemeenten. Het grootste probleem is niet zozeer het bedrag dat wordt uitgekeerd als kostenvergoeding. In 2020 is dit naar schatting 17 miljoen euro. 50 De ozb-opbrengst is hier een veelvoud van (4.309 miljoen euro in 2020). 51 Een groter probleem is dat het grote aantal bezwaren een groot beslag legt op de afdelingen binnen gemeenten die de Wet woz uitvoeren. Zij zijn niet alleen verantwoordelijk voor de jaarlijkse vaststelling van de woz-waarden, maar moeten ook de bezwaren afhandelen. Voor ieder bezwaar dat wordt ontvangen moet een aantal handelingen worden verricht.

Het gaat dan onder meer om: - controle of het bezwaar volledig is (zo niet dan moet de gemeente verzoeken om de ontbrekende gegevens), - gegevens opsturen waar bureaus om vragen, 48

Voor een deel van de niet-woningen geldt dat er geen marktwaarde kan worden bepaald omdat er te weinig of geen

transactiegegevens zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om winkels, ziekenhuizen, etc. Het is dan nog complexer om de waarde te bepalne. Ook in deze gevallen kan dus bezwaar worden aangetekend. 49

WODC, 2021, blz. 98; zie ook Goessens en Lebens, 2021.

50

Waarderingskamer 2021b.

51

Bron: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/

COELO

49 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

- hoorzitting inplannen en voorbereiden, verslag opstellen en delen met het bedrijf. Dit gaat ten koste van de tijd die de medewerkers hebben om de bestanden die de gemeente heeft bij te werken. Ook de grote aantallen bezwaren die uiteindelijk ongegrond blijken, nemen tijd in die nu niet kan worden besteed aan andere zaken. Op den duur kan dus een negatieve spiraal ontstaan. Doordat het bij de huidige regeling (Bpb) voor bedrijven financieel aantrekkelijk is om geautomatiseerd een groot aantal bezwaren in te dienen en het gezien het grote aantal gegevens dat worden gebruikt om te taxeren altijd mogelijk is dat een bezwaar wordt gehonoreerd zullen medewerkers van gemeenten minder tijd hebben om bestanden actueel te houden. Daardoor kunnen bezwaren in latere jaren vaker gegrond blijken te zijn, waardoor het nog aantrekkelijker wordt om geautomatiseerd een groot aantal bezwaren in te dienen. We concluderen dat de vergoedingsstructuur op basis van het Bpb perverse prikkels bevat, en daardoor gedrag beloont dat niet strookt met het algemeen belang. Dit kan worden opgelost door het Bpb, dat uit 1995 stamt, te moderniseren.

COELO

50 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

6 Referenties

Evers, M. 2019. WOZ-waarde ≠ Transactieprijs? https://www.ortecfinance.com/nlnl/insights/blog/woz-waarde-niet-gelijk-aan-transactieprijs.

Goessens, G., N. Lebens 2021. Toename (maatschappelijke) kosten no-cure-no-pay vraagt om nieuwe wetgeving. Belastingblad 2021/6.

Monsma, A.P. 2021. No-cure-no-pay in WOZ en BPM: serieus probleem? Weekblad Fiscaal Recht. 2021/93,

WODC 2021. Van beroep in bezwaar. Werkwijze en verdienmodel ‘no cure no pay’ bedrijven WOZ en BPM. ’s Gravenhage: WODC.

Waarderingskamer 2021a. Kwantitatief onderzoek naar de mate waarin en de redenen waarom (no-cure-no-pay-) WOZ-bezwaren worden gehonoreerd. ’s Gravenhage: Waarderingskamer.

Waarderingskamer 2021b. Staat van de WOZ 2021, https://www.waarderingskamer.nl/tabblad-waarderingskamer/staat-van-de-woz-2021/

COELO

51 Kostenvergoeding volgens Bpb en de woz-beschikking

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=45b37e6a-77a9-48f4-9c15-b9f04b50b292