bijlage 2d Bramert-Noord Fase 1 Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
Bramert-Noord Fase 1 Gemeente Stein
BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -
Bramert-Noord Fase 1 Gemeente Stein
IDN-nummer:
NL.IMRO.0971.BPBramertNoordF1-0003
Status:
vastgesteld
Datum:
23 juni 2022
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 6 6 8
Aanleiding Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving
9
2.1 2.2 2.3
9 9 10
Ruimtelijke en functionele context Huidige situatie Beoogde situatie
Hoofdstuk 3 Beleidskader
21
3.1 3.2 3.3 3.4
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid
21 21 24 27
3.5
Gemeentelijk beleid
29
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten
33
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
33 33 35 38 40 41 41 43 47 48 48 48 51 56
Inleiding M.e.r.-beoordeling Bodem Geluid Geur veehouderijen Agrarisch gebruik en spuitzones Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Kabels en Leidingen Zoneringen Archeologie en cultuurhistorie Natuur Waterparagraaf
Hoofdstuk 5 Juridische opzet
61
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
61 61 62 62 63
Inleiding Uitgangspunten Toelichting op de planregels Bestemmingen Algemene regels
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
3
5.6
Overgangs- en slotregel
64
Hoofdstuk 6 Haalbaarheid
65
6.1 6.2 6.3 6.4
65 65 65 65
Inleiding Economische haalbaarheid Maatschappelijke haalbaarheid Conclusie
Hoofdstuk 7 Procedure
67
7.1 7.2 7.3
67 67 67
De te volgen procedure Wettelijk vooroverleg Vaststelling
Toelichting
4
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Gemeente Stein is voornemens om de gronden gelegen ten noorden van de wijk Urmond-Oost te ontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Het betreffen gronden gelegen binnen de uitbreidingslocatie Bramert-Noord, waar oorspronkelijk de ontwikkeling van in totaal maximaal 400 woningen is voorzien. Met oog op de ontwikkeling van in totaal maximaal 400 woningen, zijn in het geldend bestemmingsplan 'Bramert-Noord' uitwerkingsregels opgenomen op basis waarvan 400 woningen planologisch-juridisch gezien kunnen worden toegestaan. Dit betreft dus een uitwerkingsverplichting om de realisatie van woningen planologisch-juridisch mogelijk te maken ter plaatse van deze uitbreidingslocatie. Inmiddels bestaat het concrete voornemen om in het zuidwesten van de uitbreidingslocatie Bramert-Noord een woongebied bestaande uit 50 woningen te ontwikkelen. Het woongebied krijgt een bijzonder groen en landelijk karakter. Er wordt een parkachtige woonomgeving gecreëerd met boomgaarden, met maaskeien gedecoreerde wadi's en mogelijkheden voor natuurlijk spelen. In het hele woongebied wordt de biodiversiteit bevorderd, door het gebruik van bloemrijke bermen, een diversiteit aan bomen, boomgaarden en Limburgse gemengde hagen. Ten behoeve van de aanleg van de openbare ruimte is het beeldkwaliteitsplan 'Openbare Ruimte Bramert-Noord' (Bureau Verbeek, d.d. november 2020) opgesteld.
Dit beeldkwaliteitsplan is geen gedetailleerd en uitgewerkt plan. Het heeft een globaal karakter en bevat een voorbeelduitwerking en richtlijnen voor het openbaar gebied. In het beeldkwaliteitsplan zijn de hoofdstructuur van het nieuwe woongebied en de randvoorwaarden voor de woningbouwontwikkeling vastgelegd. De exacte verkaveling en inrichting zijn niet vastgelegd, zodat bij de uitvoering van de plannen nog flexibiliteit bestaat en er kan worden ingespeeld op de marktsituatie en de wensen van de nieuwe bewoners. Voor wat betreft de uitwerking van het huidige planvoornemen geldt dat het lastig is om aan de uitwerkingsregels uit het bestemmingsplan 'Bramert-Noord' daterend uit 2010 te voldoen. Dit geldt vooral voor de uitwerkingsregels om conform het beeldkwaliteitkader het plan uit te werken omdat het oude beeldkwaliteitkader met de huidige inzichten niet meer actueel is. Om deze reden wordt ten behoeve van het planologisch-juridisch mogelijk maken van het woongebied bestaande uit 50 woningen in combinatie met de groen-, water-, verkeer- en parkeervoorzieningen geen uitwerkingsplan opgesteld, maar wordt het geldend bestemmingsplan herzien. Hiertoe is dit bestemmingsplan opgesteld. Dit betekent dat er een overlap is tussen het plangebied van het oude bestemmingsplan uit 2010 en onderhavig bestemmingsplan.
Door het toevoegen van deze 50 woningen met dit bestemmingsplan blijft onverlet dat in het resterende deel van Bramert-Noord op basis van de uitwerkingregels nog steeds 400 woningen planologisch-juridisch mogelijk blijven, waardoor er, zonder het bestemmingsplan uit 2010 te herzien, in totaal 450 woningen gerealiseerd zouden kunnen worden. Deze toename is niet wenselijk en ook niet de intentie. Gezien de redactie van de uitwerkingsregels in het vigerende bestemmingsplan 'Bramert-Noord' uit 2010 is het daarom noodzakelijk om het aantal van 400 woningen in dat bestemmingsplan met 50 woningen te verlagen, naar 350 woningen, waardoor dit planologisch-juridsch geborgd wordt. Hiervoor wordt gelijktijdig met onderhavig bestemmingsplan voorzien in een partiële herziening van het bestemmingsplan 'Bramert-Noord' uit 2010 in procedure gebracht, zodat het totale aantal te realiseren woningen, zijnde 400 woningen, in ieder geval niet toeneemt. Voorliggend bestemmingsplan heeft, aansluitend op het beeldkwaliteitsplan, een globaal karakter: het legt de hoofdlijnen van de nieuwe ontwikkeling vast, maar maakt binnen deze hoofdstructuur nog verschillende invullingen van het plan mogelijk. Belangrijke randvoorwaarden, zoals het maximaal aantal te bouwen woningen (50), de maximale goot- en bouwhoogte en te handhaven (groen- en water)structuren, zijn in het
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
5
bestemmingsplan wel vastgelegd door middel van specifieke bestemmingen (Groen, Verkeer en Wonen met bijbehorende bouwstroken).
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied betreft een onbebouwd terrein dat onderdeel uitmaakt van de uitbreidingslocatie Bramert-Noord. Het is gelegen ten noorden van de wijk Urmond-Oost en ten oosten van de weg Molenweg Zuid. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Urmond, sectie C, nummers 792, 795 (ged.), 860, 894, 898 (ged.), 892 en 1004 (ged.). Het plangebied wordt in het oosten begrensd door de weg Molenweg Zuid. De noordelijke, oostelijke en zuidelijke zijden van het plangebied worden begrensd door akkers en grasland. De zuidwestelijke zijde van het plangebied wordt begrensd door woonpercelen gelegen aan de Molenweg Zuid. De gronden zijn onbebouwd en momenteel agrarisch in gebruik zoals uit onderstaande luchtfoto ook blijkt.
Begrenzing plangebied
1.3
Geldend bestemmingsplan
Op basis van het geldend bestemmingsplan 'Bramert-Noord' (vastgesteld 26 januari 2010) heeft het plangebied de bestemming 'Wonen - Uit te werken' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2'. De als 'Wonen - Uit te werken' gronden zijn o.a. bestemd voor woondoeleinden, tuinen, erven en verharding, maatschappelijke doeleinden en groen-, verkeer- en parkeervoorzieningen. Er zijn uitwerkingsregels opgenomen op basis waarvan het plangebied ingericht mag worden ten behoeve van de realisatie van in totaal maximaal 400 grondgebonden woningen. De voor 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud en bescherming van de aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Ter plaatse van 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden geldt een archeologische onderzoeksplicht bij bodemverstorende ingrepen met een oppervlak van minimaal 250 m2 en een verstoringsdiepte van minimaal 40 centimeter beneden maaiveld. Ter plaatse van 'Waarde - Archeologie
6
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
2' aangewezen gronden geldt een archeologische onderzoeksplicht bij bodemverstorende ingrepen met een oppervlak van minimaal 2.500 m2 en een verstoringsdiepte van minimaal 40 centimeter beneden maaiveld.
Uitsnede geldend bestemmingsplan met plangebied bij rode contour
Inmiddels bestaat het concrete voornemen om 50 woningen te realiseren ter plaatse van de als 'Wonen - Uit te werken' gronden. Voor wat betreft de uitwerking van het huidige planvoornemen geldt dat het lastig is om aan de uitwerkingsregels uit het bestemmingsplan 'Bramert-Noord' daterend uit 2010 te voldoen. Om deze reden wordt ten behoeve van het planologisch-juridisch mogelijk maken van het huidige planvoornemen geen uitwerkingsplan opgesteld, maar wordt het geldend bestemmingsplan voor onderhavig plangebied herzien om de beoogde 50 woningen met bijbehorende voorzieningen planologisch-juridisch mogelijk te maken. Het overige deel van het geldend bestemmingsplan 'Bramert-Noord' blijft ongewijzigd, met dien verstande dat middels een partiële herziening het maximum aantal toegestane woningen in de uitwerkingsregels aangepast wordt van 400 woningen naar 350 woningen. Daarnaast geldt het bestemmingsplan 'Erfgoed Stein' (vastgesteld 22 juli 2021). In dit paraplubestemmingsplan is het erfgoedbeleid zoals in 2019 vastgesteld planologisch-jurdisch verankerd, waarbij tevens is voorgesorteerd op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor het plangebied geldt op basis van dit bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' in combinatie met de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - hoog' en 'specifieke vorm van waarde - middelhoog'.
Deze dubbelbestemming treedt daarmee in de plaats van de dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 1 en Waarde - Archeologie 2 uit het geldende bestemmingsplan 'Bramert-Noord.
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
7
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt eerst een beschrijving van de omgeving van het plangebied, het plangebied zelf en het planvoornemen gegeven (Hoofdstuk 2). Daarna worden de beleidskaders van het Rijk, de provincie en de gemeente uiteengezet (Hoofdstuk 3). Vervolgens wordt aandacht besteed aan de verschillende omgevingsaspecten, zoals bodem- en grondwaterkwaliteit, geluidhinder, luchtkwaliteit, bedrijven en milieuzonering, externe veiligheid, water, archeologie en cultuurhistorie, alsmede flora en fauna (Hoofdstuk 4). Dan volgt een hoofdstuk met een toelichting op de juridische regeling van het planvoornemen (Hoofdstuk 5). Tenslotte wordt aandacht besteed aan de haalbaarheid (Hoofdstuk 6) en de voor de onderhavige bestemmingsplanherziening te doorlopen procedure (Hoofdstuk 7).
8
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Ruimtelijke en functionele context
Het plangebied is gelegen ter plaatse van de uitbreidingslocatie Bramert-Noord. Bramert-Noord is globaal gezien gesitueerd tussen de woonbebouwing van Urmond, de A2, Molenweg Zuid en de Louisegroeveweg. Het Molenpark ten zuiden van het plangebied ligt als schakel tussen Urmond en Bramert-Noord met de molen als markant baken. De grotere context van de omgeving van het plangebied is gevarieerd te noemen: Chemelot en de A2 aan de oostzijde, agrarisch gebied en de kern Graetheide aan de noordzijde, de oude dorpen Urmond en Berg aan de Maas aan de zuid- en westzijde. De bebouwing in de omgeving van het plangebied blijft beperkt tot een aantal boerderijen met bijgebouwen, meerdere woningen en een aantal bedrijfspanden langs de Louisegroeveweg en de Molenweg Zuid en recreatieve voorzieningen in het Molenpark met de aangrenzende sportvelden.
Ligging plangebied in wijdere omgeving
2.2
Huidige situatie
Het plangebied is volledig onbebouwd heeft een overwegende agrarische functie, het bestaat vooral uit akkerland en intensief beheerde graslandpercelen (weilanden). Het akkercomplex wordt gekenmerkt door afwisselende teeltvakken met voornamelijk tarwe en maïs. De relatief grote kavels binnen het plangebied bieden weidse vergezichten.
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
9
Aanzicht plangebied vanaf Molenweg Zuid
2.3
Beoogde situatie
2.3.1 Algemeen Het voornemen bestaat om binnen het plangebied een landelijk en groen woongebied als overgang naar het aangrenzende buitengebied te ontwikkelen, bestaande uit 50 grondgebonden woningen. De entree van het woongebied ligt aan de Molenweg Zuid, alwaar de woningen uitkijken op het Julianakanaal. De nieuwe woningen worden gesitueerd aan een bloemrijke berm met enkele fraaie bomen. De ingang wordt gemarkeerd met groen als entree tot het woongebied. Overal in het woongebied wordt een bestrating van gemêleerde straatbakstenen aangelegd, hetgeen bijdraagt aan een landelijke uitstraling en langzaam rijdend verkeer. Wandelaars worden door de parkachtige woonomgeving geleid over half verharde paden. In het hart van het woongebied krijgt de opvang van hemelwater vorm door wadi's, gedecoreerd met natuurlijke materialen en mogelijkheden tot natuurlijk spelen. Rondom de wadi's vinden diverse boomsoorten hun plek, waardoor de woningen hier uitkijken op een natuurlijk en informeel decor. Dieper in het woongebied wordt weer een nieuwe sfeer geopend, waar geclusterde woningen omgeven zijn door boomgaarden, die van oudsher aan de dorpsranden geplant werden. De clustering vindt plaats in de vorm van hofjes (brinkjes), een verwijzing naar oorspronkelijke dorpspleinen.
De boomgaarden zijn omzoomd met Limburgse (gemengde) hagen, die overigens de begrenzing van het gehele woongebied bepalen op een binnen het plaatselijke landschap passende en zachte manier. Onderstaand figuur geeft de beoogde inrichting van het plangebied c.q. woongebied weer.
10
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
Stedenbouwkundig plan (CroonenBureau5, d.d. 28 juli 2021)
In het gehele woongebied wordt de biodiversiteit bevorderd, doordat de oorspronkelijke agrarische functie plaats maakt voor het gebruik van bloemrijke bermen, een diversiteit aan bomen, boomgaarden en Limburgse gemengde hagen. De Limburgse gemengde hagen, die begrenzing geven aan de openbare ruimte, komen op gemeentelijk eigendom te groeien en worden zodoende ook door de gemeente onderhouden. De hagen bieden dekking aan diverse vogelsoorten, insecten, zoogdieren en reptielen. De verlichting zal worden aangebracht naar de standaard van de gemeente Stein, echter op een vleermuisvriendelijke manier. In de openbare ruimte vindt de oppervlakkige afstroming van hemelwater plaats naar de aanwezige wadi's. Op schaal van de kavels komt er een verplichting tot hergebruik van hemelwater, of infiltratie hiervan op het eigen erf. Binnen het woongebied worden drie woonsferen onderscheiden, namelijk 1) wonen aan de groene entree, 2) wonen aan het parkje en 3) wonen in de dorpsmantel (zie ook onderstaand figuur). In navolgende paragrafen worden de drie verschillende woonsferen toegelicht.
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
11
Onderscheiding woonsferen binnen plangebied 2.3.2 Wonen aan de groene entree Het bestaande lint aan de Molenweg Zuid is doorgetrokken met vijf nieuwe kavels, waar vrijstaande woningen uitkijken op het beeldbepalende Julianakanaal. In tegenstelling tot het bestaande lint, waar verschillende stijlen in tuinen tot aan de weg voeren, is een gemeentelijke bermzone met een aantal bomen voorzien. Deze zorgt voor een eenduidige begrenzing. De berm zal bloemrijk en kleurrijk zijn met een inheems mengsel aan zaden. Enkele fraaie bomen geven de berm een meer besloten karakter. Parkeren langs de Molenweg Zuid vindt plaats via groene inritten die 'in de berm steken'.
12
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
Wonen aan de groene entree 2.3.3 Wonen aan het parkje In het hart van het woongebied wordt een parkje ingericht waar omheen woningen worden gerealiseerd. Aan de noordzijde van het parkje zijn geschakelde woningen in blokken van 5 woningen voorzien. Deze woningen zijn gelegen aan een rustige eenrichtingsweg, die aanvoelt als een woonpad. Aan de zuidzijde van het parkje zijn twee-onder-één-kapwoningen voorzien. Deze woningen zijn gelegen aan de landelijke hoofdweg. Het parkje met verschillende boomsoorten vormt het decor waar de woningen op uitkijken. De bomen staan rondom de groene wadi's, die zorgdragen voor het natuurlijk opvangen van regenwater. In en rondom de wadi's ontstaan kansen voor biodiversiteit rondom de nattere vegetatie en de dynamiek van het regenwater. Indien deze vegetatie bloemrijk en voldoende dekkend is, kan de wadi dienst doen als ecologische verbindingszone voor kleine zoogdieren, amfibieën en vlinders. Natuurlijke materialen passen in dit geheel als decoratie, maar ook als mogelijkheid voor kinderen om te spelen. Langs de parkachtige zone lopen wandelroutes, die als verbindende schakels worden doorgetrokken verder de woonwijk in. De paden zijn aan weerszijden omgeven door bloemrijke bermen. Deze bermen vormen ook de groene scheiding met de verharde rijbaan.
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
13
Wonen aan het parkje
Het parkeren in de openbare ruimte vindt hier geclusterd plaats in het groen, om het zicht op de auto's zoveel mogelijk te voorkomen. De geclusterde parkeerplaatsen worden op de 'koppen' van de woonpercelen gesitueerd. Zo kunnen niet alleen alleen de bewoners van de kavels gelegen aan het parkje van de parkeerplekken gebruikmaken, maar ook de bewoners van de aangrenzende vrije kavels van de Molenweg Zuid (westzijde) en de vrije kavels met het uitzicht naar het landschap (oostzijde).
14
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
Geclusterd parkeren op de 'koppen' van de woonpercelen 2.3.4 Wonen in de dorpsmantel Dieper het woongebied in gaat het groene karakter van het woongebied over in een nieuwe sfeer ('Wonen in de dorpsmantel'), die gezien de ligging aan de rand van het agrarisch gebied nog landelijker is ingericht. Binnen deze woonsfeer vertakken de wegen zich, zoals landwegen dit in de nabijheid van het plangebied ook doen. Wonen vindt binnen deze woonsfeer plaats in twee varianten, namelijk vrije kavels en geclusterde kavels. Vrije kavels: er zijn 6 vrije kavels voorzien als overgang van wonen aan het parkje naar de geclusterde kavels. Deze kavels zijn ruim van opzet en naast elkaar gelegen aan de hoofdontsluiting. Deze kavels grenzen aan de achterzijde grotendeels aan de aanliggende kavels van het wonen aan het parkje en kijken aan de voorzijde uit op een groen tafereel van wadi's en bijbehorende bomen. Hierachter beginnen de boomgaarden, waar de woningen van de geclusterde kavels ingebed zijn. Geclusterde kavels: er zijn 16 kavels in 3 clusters voorzien als overgang naar het aangrenzende buitengebied. Deze kavels zijn gelegen rondom een hofje (brink), in de vorm van een cul-de-sac met een doorzicht naar het aangrenzende buitengebied.
Het hofje is een verwijzing naar de open ruimte in een (dorpse) nederzetting (brink), die tegenwoordig vaak omgevormd is naar een dorpsplein en dus een gemeenschappelijke functie heeft. De meest beeldbepalende kwaliteit van de woonsfeer 'Wonen in de dorpsmantel' is de aanplant van boomgaarden die de brinken omgeven met bijzonder groene en besloten karakter. De hoogstamboomgaarden kunnen ecologisch gezien een aantrekkelijke leefomgeving vormen voor broedvogels, zoogdieren, dagvlinders en (hogere) planten. Dit wordt versterkt door een verscheidenheid aan rassen en soorten fruitbomen te kiezen en door de aanwezigheid van het water in de nabijgelegen wadi's en door de groene omheining in de vorm van hagen. Om de boomgaarden heen, maar ook om de andere perceelsgrenzen van de gehele woonwijk, begrenzen
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
15
Limburgse gemengde hagen de rand op een landelijke manier. Visueel vormen zij de zachte verbinding met het omliggende Limburgse landschap. Wandelpaden lopen door de boomgaard naar uitzichtpunten en sluiten aan op bestaande wandelroutes richting het zuidelijk gelegen Molenpark, maar ook het aangrenzende buitengebied.
Wonen in de dorpsmantel
16
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
Parkeren vindt plaats aan de entree van de hofjes. Dit kan groen worden ingepast, zodat het zicht op de auto's wordt verzacht en geminimaliseerd.
Parkeren aan de entree van de hofjes 2.3.5 Landschappelijke inpassing in relatie tot de omgeving Naast de kwaliteit van het woongebied zelf, zoals in voorgaande paragrafen beschreven, is het ook van belang om de landschappelijke inpassing van het woongebied in relatie tot de omgeving te bezien. Het landschap in de directe omgeving wordt gemerkt door de volgende elementen: open agrarisch gebied, de bestaande dorpsrand en het beeldbepalend Julianakanaal. Het is daarbij van belang dat het nieuwe woongebied niet op zich staat maar zich verhoudt tot zijn omgeving. De nieuwe woningen aan de Molenweg-Zuid sluiten aan op de bestaande woningen c.q. lintbebouwing aan deze weg. De nieuwe woningen worden net als de bestaande woningen georiënteerd op deze weg. Deze woningen worden in dezelfde voorgevelrooilijn gelegd. Ook de kavelbreedte is vergelijkbaar zodat sprake is van een samenhangend en op elkaar afgestemd beeld. Wel wordt aan de voorzijde van deze woningen een groenvoorziening aangelegd. Enerzijds als overgang naar de woningen aan de overzijde van de Molenweg-Zuid en het daarachter gelegen Julianakanaal en anderzijds zodat daarmee het doorzicht vanuit de Molenweg-Zuid richting het buitengebied (in noordelijke richting) wordt gewaarborgd. Ondanks dat de lintbebouwing aan de Molenweg-Zuid wordt 'verlengd' blijft het karakter van deze
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
17
lintbebouwing door de situering, maat en schaal van de kavels gewaarborgd. Tevens blijft er tussen het nieuwe einde van de lintbebouwing en het agrarisch bedrijf op de hoek Molenweg-Zuid/Louisegroeveweg een 'venster' richting het open agrarische gebied behouden. Het plan sluit qua ontsluitingsstructuur en oriëntatie van de woningen aan de Molenweg en ook in het middengebied cq parkgebied (met de rijwoningen en 2-onder-1 kap woningen) aan op de omgeving. Het plan vormt aan de noordzijde een groene rand met limburgse hagen en een brede groene strook met daarin een extra wateropvangvoorziening i.v.m. hemelwateropvang afkomstig van het noordelijke gebied. Daardoor is zowel van binnen naar buiten als van buiten naar binnen een zachte, vriendelijke overgang merkbaar. Er is hiermee een duidelijke zachte rand van de dorpskern Urmond gecreëerd. Daar waar eerst de lintbebouwing aan de Molenweg de eerste, ongedefinieerde ingang van Urmond was, is nu sprake van een duidelijke rand en overgang de dorpskern Urmond in. Achter de eerste lijnsbebouwing wordt het woongebied verder ingericht waarin de intensiteit van de bebouwing richting het buitengebied vermindert. Het gebied waaiert als het ware uit in de groene omgeving met zicht op de open akkers in de omgeving.
Het gedeelte met de dorpsmantel zorgt voor een geleidelijke overgang naar het aangrenzende buitengebied doordat geen sprake is van een harde bebouwingsrand maar juist het beoogde groen vanuit het woongebied overgaat in het buitengebied. Door de drie woonclusters met daartussen het groen in de vorm van hoogstamboomgaarden als overgang ontstaat er richting het buitengebied een 'zachte' rand. Er zijn vele doorkijken en ook fysieke doorgangen in het oostelijke gebied. Tevens ontstaat er maar een gedeeltelijke nieuwe dorpsrand omdat het gebied niet volledig wordt volgebouwd. Het gebied behoudt grotendeels zijn open karakter doordat de openheid richting de bestaande bebouwingsrand aan Maalsteenstraat, de groenvoorziening aan het Mulderspad en het sportcomplex ongewijzigd en behouden blijft. Door de aanleg van hoogstamboomgaarden wordt het karakter van het buitengebied hier juist aantrekkelijker gemaakt. De overgang van de woonclusters naar het omliggende oostelijke en noordelijke gebied biedt mogelijkheden voor verdere 'uitwaaiering' of doorontwikkeling van deze hofjes. De vrijstaande woningen aan deze hofjes dienen alzijdig ontworpen te worden en een landelijk karakter te hebben. Dit omdat zij van alle kanten zelf zichtbaar zijn maar ook omdat zij zo gepositioneerd zijn dat er ook zichtlijnen zijn naar diverse kanten in het omliggende landschap en agrarisch gebied.
De verschijningsvorm van de woningen ligt niet vast en is verder ook welstandsvrij. De woningen mogen in twee bouwlagen met kap worden gerealiseerd. 2.3.6 Verkeer en parkeren Verkeer Het plangebied wordt middels een nieuwe ontsluitingsweg via de Molenweg Zuid ontsloten. Door toevoeging van 50 woningen neemt het aantal verkeersbewegingen binnen en rondom het plangebied toe. De toename in het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van de 50 woningen wordt ingeschat met behulp van de normen zoals opgenomen in de CROW-publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Er wordt uitgegaan van: de ligging van het plangebied in weinig stedelijk gebied, rest bebouwde kom; 27 dure koopwoningen, met een norm van maximaal 8,6 mvt bewegingen per etmaal; 8 twee-onder-een-kapwoningen, met een norm van maximaal 8,2 mvt bewegingen per etmaal; 15 huurwoningen (middenhuur), met een norm van maximaal 6 mvt bewegingen per etmaal. Op basis van bovenstaande uitgangspunten wordt de verkeersgeneratie ten gevolge van dit planvoornemen geschat op 388 mvt bewegingen per etmaal. De Molenweg Zuid betreft een verbindingsweg met de kern Urmond en is in staat deze toename in verkeersdruk probleemloos op te vangen. Door de verspreiding van het verkeer in de kern zal de (beperkte) toename van het verkeer ook hier niet tot problemen leiden.
18
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
Binnen het plangebied worden de wegen tevens zo ontworpen dat deze het toekomstig verkeer probleemloos kunnen afwikkelen. De wegen worden uitgevoerd als dorpse wegen met een groene berm. Hiermee is dus geen sprake van een standaard stoep-rijweg-stoep profiel. De hoofdweg heeft overal in de wijk een breedte van 4,80 meter. Dit is voldoende breed voor tweerichtingsverkeer en de benodigde capaciteit, welke afneemt naar mate je verder het plangebied in komt richting het 'Wonen in de dorpsmantel'. De gebakken sierbestrating zorgt voor een landelijke sfeer, waar ook fietser en voetgangers zich thuis voelen en de auto te gast is. Dit wordt versterkt door het creëren van éénrichtingsverkeer aan de 'bovenweg' van het parkje, die tien kavels aan de noordkant ontsluit. Deze weg is vormgegeven als een woonpad en heeft een breedte van 3,85m.
Parkeren Gemeente Stein heeft, gebaseerd op een parkeerstudie uitgevoerd door Royal Haskoning, de nota Gemeentelijk Parkeerbeleid opgesteld. De nota Gemeentelijk Parkeerbeleid dient als belangrijk instrument in het realiseren van het beleid op gebied van verkeer en vervoer, milieu en ruimtelijke ordening. In de nota zijn o.a. parkeernormen voor nieuwbouw opgenomen met als doel het parkeren en stallen van auto's zodanig te organiseren dat leefbaarheid, verkeersveiligheid en bereikbaarheid niet in het gedrang komen. Op basis van de parkeernormen als opgenomen in de 'Nota Parkeerbeleid Gemeente Stein' geldt voor een 'woning nieuw duur' een parkeernorm van 2,1 parkeerplaats per woning. De te realiseren vrijstaande woningen aan de groene entree (5) en in de dorpsmantel (20) worden als woningen in het dure segment aangemerkt. Voor een 'woning nieuw gemiddelde prijs' geldt een parkeernorm van 1,85 parkeerplaats per woning. De te realiseren twee-onder-een-kapwoningen ten noorden van het parkje (10) worden als woningen in het middeldure segment aangemerkt. Voor een 'woning nieuw goedkoop' geldt een parkeernorm van 1,55 parkeerplaats per woning. De twee- en/of drie-onder-een-kapwoningen ten zuiden van het parkje (15) worden als woningen in het goedkope segment aangemerkt. Tot slot geldt dat rekening moet worden gehouden met het parkeren door bezoekers.
Voor het bezoekersparkeren geldt een norm van 0,3 parkeerplaats per woning. Gelet op bovenstaande parkeernormen in relatie tot de te realiseren woningen, wordt uitgekomen op een totale parkeerbehoefte van 83 parkeerplaatsen (zie ook onderstaande tabel).
Norm Aantal Woning nieuw duur 2,1 pp per woning 27 Woning nieuw gemiddelde 1,85 per woning 8 prijs Woning nieuw goedkoop 1,55 pp per woning 15 Totaal Bezoekersparkeren 0,3 pp per woning 50 Berekening parkeerbehoefte o.b.v. parkeernormen gemeente Stein
Totaal 56,7 14,8 23,25 94,75 (afgerond 95 pp) 15 pp
Het parkeren wordt gedeeltelijk op eigen terrein opgelost en gedeeltelijk in de openbare ruimte. Op het eigen terrein bij woningen aan de groene entree worden per woning twee parkeerplaatsen (eventueel naast elkaar) gerealiseerd. In totaal zijn hiermee (5*2=) 10 parkeerplaatsen voorzien. De twee-onder-een-kapwoningen ten zuiden van het parkje worden voorzien van een eigen parkeerplaats. In totaal zijn hiermee 8 parkeerplaatsen voorzien. Daar bovenop en voor de geschakelde woningen aan de noordzijde van het parkje is parkeren mogelijk in de openbare ruimte. Zoals beschreven in voorgaande paragraaf 2.3.3, heeft voor het parkeren in de openbare ruimte geclusterd parkeren aan weerszijden van het
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
19
parkgebied (op de 'koppen' van de woonpercelen) de voorkeur. In het geclusterd parkeren wordt in 60 parkeerplaatsen voorzien. Voor de woningen in de dorpsmantel geldt dat deze worden voorzien van twee parkeerplaatsen (eventueel naast elkaar) op eigen terrein. Dit zijn in totaal 44 parkeerplaatsen. Daar bovenop wordt voorzien in parkeren in de openbare ruimte, aan de entree van de hofjes. Dit betreffen in totaal 11 parkeerplaatsen. Het openbaar parkeren wordt hier opgelost in hofjes (zoals beschreven in paragraaf 2.3.4). Het totaal aantal parkeerplaatsen binnen het plangebied bedraagt (10+8+60+44+11=) 133 parkeerplaatsen. Hiermee wordt ruimschoots in de parkeerbehoefte voorzien. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
20
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Inleiding
Bij ieder plan vindt inkadering binnen het beleid van de overheid plaats. Door een toetsing aan rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid ontstaat een duidelijk beeld van de marges waarbinnen het bestemmingsplan wordt opgezet. De beleidsinkadering dient een compleet beeld te geven van de ruimtelijke overwegingen en het relevante planologisch beleid. Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. De belangrijkste kaders van Rijk en de provincie Limburg worden in het kort weergegeven, omdat deze zoals gezegd randvoorwaarden geven voor het lokale maatwerk in het bestemmingsplan. Tevens komt de ladder voor duurzame verstedelijking en het gemeentelijk beleid in dit hoofstuk aan bod.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en in werking getreden. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en vervangt enkele ruimtelijke doelen en uitspraken uit andere documenten. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de voormalige Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap (waaronder het beleid voor Nationale Landschappen) laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol.
Het Rijk borgt dat het rivierensysteem ruimte houdt om water over Rijntakken en Maas veilig af te voeren, ook voor de lange termijn, mede ter bescherming van het binnendijkse plangebied. Het belang van bescherming van de buisleidingen is in een aparte structuurvisie vastgelegd.
Gevolg planvoornemen Dit planvoornemen vindt niet plaats in of nabij een gebied waarin het rijk een nationaal belang heeft aangewezen. Om deze reden heeft de SVIR geen consequenties voor voorliggend plan. 3.2.2 Besluit en Regeling algemene regels ruimtelije ordening (Barro en Rarro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Hierin zijn in totaal 13 onderwerpen van nationaal belang opgenomen. Naast het Barro is ook de Rarro in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
21
verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Deze besluiten kennen ook beschermingszones en voorkeurstracés rondom buisleidingen van nationaal belang. In dat kader is de Vlaamse overheid bezig met de leidingstraat Antwerpen - Geleen - Ruhr. In het eind november 2021 aangeboden Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat van de Rijksoverheid wordt de Delta Corridor aangeduid als project van Nationaal Belang. Dit is een buisleidinginitiatief tussen de Rotterdamse haven, het Duitse achterland en Chemelot. Beide initiatieven wensen gebruik te maken van het aangeduide "voorkeurstracés buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen", parallel aan de A2 en gelegen in het moederbestemmingsplan Bramert-Noord. Echter de betreffende beschermingszone reiken niet tot het plangebied van onderhavig bestemmingsplan.
Leidingstraat en Delta corridor
Gevolg planvoornemen Het planvoornemen is niet gelegen in gebieden waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen. Het Barro en de Rarro leiden niet tot belemmeringen voor voorliggend plan. 3.2.3 Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. Per 1 juli 2017 zijn de 3 treden van de Ladder losgelaten en geldt dat de toelichting bij een bestemmingsplan die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaande stedelijk gebied, een motivatie waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Zoals gezegd is de Ladder-onderbouwing verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de Ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure.
22
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
Gevolg planvoornemen Aangezien op basis van het geldende bestemmingsplan via een uitwerkingverplichting de realisatie van 400 woningen planologisch-juridisch mogelijk is, is door gemeente concreet de vraag gesteld of in onderhavige situatie sprake is van een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder toets. Van de 400 woningen op grond van het geldend bestemmingsplan worden er met onderhavig bestemmingsplan slechts 50 woningen planologisch-juridisch mogelijk gemaakt. Om te voorkomen dat hiermee het totaal aantal toegestane woningen toeneemt met 50 woningen wordt parallel aan de bestemmingsplanprocedure voor dit bestemmingsplan een partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan 'Bramert Noord' (2010) in procedure gebracht, welke voorziet in de herziening van de uitwerkingsregels (artikel 9.2 sub a) waarbij het maximum aantal te realiseren woningen (bij uitwerking van het plan) op 350 woningen (in plaats van 400 woningen) wordt gesteld. Deze partiële herziening kan worden gezien als een direct gevolg van onderhavig (nieuw) bestemmingsplan voor Bramert Noord (fase 1), zodat planologisch-juridisch geen sprake is van toename van het aantal woningen ten opzichte van de huidige planologisch-juridische situatie.
Hiermee wordt geborgd dat het aantal woningen bij uitwerking van het resterende deel van het plangebied van het geldende bestemmingsplan uit 2010 wordt teruggebracht van 400 naar maximaal 350 woningen. Het totaal aantal woningen dat met beide bestemmingsplannen planologisch-juridisch mogelijk wordt gemaakt is en blijft 400 woningen. Een nieuwe toets aan de zogenoemde Ladder voor duurzame verstedelijking als bedoeld in artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening is in dit kader niet aan de orde, nu onderhavig bestemmingsplan in samenhang met de partiële herziening niet voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling ten opzichte van het vooralsnog geldende moederplan Bramert-Noord (2010). Het totaal maximum aantal toegestane woningen blijft immers gelijk. Daarmee is echter nog niet gezegd dat geheel voorbij kan worden gegaan aan de behoefte aan de resterende 350 woningen. Ook in het kader van de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen speelt het aspect behoefte namelijk een rol. Dit is in de partiële herziening nadrukkelijk onderbouwd. 3.2.4 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 juli 2022 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht.
Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstigbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied.
Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.
Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden, waarbij wordt gestreefd naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De wens is om daar naar toe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De opgave is daarbij om de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving zodanig te verbeteren dat in 2050 negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid naar een verwaarloosbaar laag niveau zijn gebracht.
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
23
Daarnaast streeft het kabinet ernaar om in 2030 te voldoen aan de huidige WHO-advieswaarden. Ook het tot een verwaarloosbaar niveau terugbrengen van omgevingsrisico's als gevolg van industriële activiteiten en transport (omgevingsveiligheid) is onderdeel van de opgave.
Gevolg planvoornemen Het planvoornemen vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, is gelegen binnen een reeds bestemde uitbreidingslocatie grenzend aan bestaand stedelijk gebied en wordt duurzaam, klimaatbestendig en natuurinclusief uitgevoerd. Het aanbod en de kwaliteit van het groen worden versterkt en de aansluiting op het groene buitengebied wordt verbeterd. Het planvoornemen draagt daarmee bij aan de ontwikkeling van een sterke, aantrekkelijke en gezonde leefomgeving.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) De nieuwe Omgevingswet treedt naar verwachting 1 juli 2022 in werking. De provincie moet dan beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie heeft in dat kader op 1 oktober 2021 de Omgevingsvisie Limburg (hierna: POVl) vastgesteld ter vervanging van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL). De POVI richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. Maar ook de aspecten gezondheid en een gezonde leefomgeving worden in de Omgevingsvisie meegenomen. De zoneringen op grond van het POL 2014 zijn opgenomen in de omgevingsverordening op de kaart 'Limburgse principes'. In de POVI is onderhavig plangebied, net als in het POL, aangemerkt als 'buitengebied'. Vanuit beleidsmatig oogpunt is geen sprake van relevante wijzigingen.
Uitsnede kaart 'Limburgse principes' met aanduiding plangebied
24
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
Het plangebied valt, zoals hiervoor aangegeven, op grond van de POVI in de zone 'buitengebied'. Hierbij geldt dat de POVI een weergave geeft van de feitelijke situatie: geplande en beoogde uitbreidingen in uitleglocaties maken er geen deel van uit, meestal vallen die onder het buitengebied. De precieze begrenzing van het (bestaand) bebouwd gebied gebeurt op gemeentelijk niveau. Het POL benadrukt dat er hierbij veel ruimte wordt gelaten voor gemeenten zelf. Ook in deze situatie geldt dat de uitleg- c.q. uitbreidingslocatie Bramert-Noord aan de noordelijke rand van de kern Urmond reeds is bestemd, maar nog aangemerkt wordt als buitengebied. Met het planvoornemen wordt een nieuwe stedelijke rand aan de noordzijde van de kern Urmond ontwikkeld. Hierbij is nadrukkelijke aandacht voor de landschappelijke inpassing van het woongebied in de omgeving en de overgang naar het aangrenzende buitengebied. Zo voorziet het woongebied aan de Molenweg Zuid in een landelijke entree, wordt vervolgens een parkje met verschillende boomsoorten en wadi's gecreëerd en worden dieper in het woongebied boomgaarden aangeplant om de landelijke sfeer te accentueren. Hiermee draagt het planvoornemen bij aan een geleidelijke overgang van stedelijk gebied naar buitengebied aan de noordzijde van Urmond.
Wat betreft woningbouw, op korte en middellange termijn, zit de grootste opgave in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Conjuncturele ontwikkelingen en migratiestromen beïnvloeden vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarnaast verandert de woonvraag waardoor het woningaanbod niet altijd aansluit op de vraag. Daardoor is er op korte termijn een vraag naar woningen voor specifieke doelgroepen (starters en senioren) en lokaal een overschot aan incourante plannen en woningen. Kortom, een woningaanbod/planvoorraad waarbij vraag en aanbod in evenwicht zijn, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht. Derhalve is er behoefte aan voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. Voor zover (harde en zachte) planvoorraad voorziet in de mogelijkheid om woningen te bouwen waar niet langer behoefte aan is, zal de Provincie in overleg met de gemeenten onderzoeken hoe deze planvoorraad aangepakt kan worden. Hiertoe is reeds in POL 2014 een oproep gedaan aan gemeenten, die Limburg breed nog niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Het gevolg is dat woningbouwplannen waaraan dringend behoefte bestaat, niet kunnen worden toegevoegd vanwege een te grote voorraad aan niet meer actuele plannen die niet meer aansluiten bij de behoefte.
Daarnaast zijn ook sociaal-economische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving zijn van belang. Leegstand, criminele activiteiten, ondermijning of verloedering en eenzijdig samengestelde woongebieden hebben invloed op de leefbaarheid en kunnen de kloof in de samenleving vergroten. Gemengde wijken met ruimte voor verschillende leefstijlen dragen bij aan een sterker sociaal weefsel en kunnen bijdragen aan het voorkomen van sociale problemen.
Gevolg planvoornemen Met het planvoornemen wordt voorzien in een concrete behoefte. De 50 woningen zijn opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering en zijn (sub)regionaal afgestemd als onderdeel van de uitbreidingslocatie Bramert-Noord. In deze uitbreidingslocatie zijn oorspronkelijk 400 woningen voorzien. Met de realisatie van de beoogde 50 woninge wordt hierin gedeeltelijk voorzien. Het woningbouwprogramma dat wordt ontwikkeld is gemengd en bestaat uit woning in het dure segement, het middeldure segment en het goedkopere segment. Hierdoor wordt er gebouwd voor diverse doelgroepen, waaronder starters, senioren, kenniswerkers van de Chemelot Campus en inwoners van de gemeente Stein die een volgende stap willen zetten in hun wooncarrière. De circulaire transitie die Chemelot de komende jaren gaat doormaken en de groei van de Chemelot Campus gaan naar verwachting plek bieden aan meer dan 8000 nieuwe werknemers. Door de toename van het aantal arbeidsplaatsen in de regio is er dan ook behoefte aan nieuwe woningen. Bramert-Noord kan hierin voorzien.
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
25
Dit ontwikkelgebied is dan ook opgenomen in de strategische gebiedsvisie omgeving Chemelot. De realisatie van Bramert-Noord met 50 woningen in diverse segmenten zorgt voor een stroom van verhuisbewegingen. Vastgoed dat vrijkomt door deze verhuisketen in Urmond-Oost krijgt, waar nodig, de kans om getransformeerd te worden tot kwalitatieve, duurzame woningen. Urmond-Oost is als woonkern binnen de gemeente Stein aangewezen voor de eerste transformatie opgave. Er wordt met de nieuwbouwwoningen in Bramert-Noord ook voorzien in de behoefte voor middenhuur woningen. Het woongebied dat wordt ontwikkeld heeft een parkachtige uitstraling. Er is nadrukkelijke aandacht voor een geleidelijke overgang van stedelijk gebied naar het aangrenzend buitengebied. Het woongebied is zo opgezet dat ruimte is voor een landelijke entree, een parkje met bomen en wadi's en fruitbomen c.q. hoogstamboomgaarden. Het woongebied dat op deze wijze wordt ontwikkeld is onderscheidend binnen de gemeente Stein. Een dergelijke parkachtige opzet is niet mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente. Daarbij geldt dat binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Stein een te beperkt areaal aan vrije ruimte beschikbaar is om überhaupt in de ontwikkeling van 50 woningen te voorzien.
Tot slot is het zo dat binnen de uitbreidingslocatie Bramert-Noord de ontwikkeling van 400 woningen op basis van een uitwerkingsverplichting en onder voorwaarden planologisch-juridisch gezien reeds is toegestaan. Deze woningen staan qua behoefte niet ter discussie. De 50 woningen die met onderhavig bestemmingplan nu planolgogisch-juridisch rechtstreeks mogelijk worden gemaakt worden in mindering gebracht op het aantal woningen in het thans vigerende bestemmingsplan door een partiële herziening van dit bestemmingsplan. Het aantal woningen in de uitwerkingsregels (artikel 9.2 sub a) in dit bestemmingsplan wordt naar beneden bijgesteld naar 350 woningen. Hiermee wordt het maximum aantal woningen van 400 stuks planologisch-juridisch gewaarbord. Beide bestemmingsplannnen worden in dat kader dan ook gelijktijdig in procedure gebracht vanwege de onderlinge relatie. Het planvoornemen voorziet hiermee in de juiste woningen voor de juiste doelgroepen op de juiste plek en sluit hiermee nadrukkelijk aan bij de provinciale omgevingsvisie. 3.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Algemeen Bij het POL 2014 hoort de Omgevingsverordening Limburg. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld.
Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is, net als het POL, op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. De Omgevingsverordening Limburg is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening Limburg is op 1 januari 2011 in werking getreden. In 2014 is de Omgevingsverordening opnieuw gewijzigd, vanwege de vaststelling van POL 2014, waarin is bepaald dat er een nieuw hoofdstuk "Ruimte" aan de Omgevingsverordening wordt toegevoegd. Dat hoofdstuk "Ruimte" is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van POL 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Het POL 2014 zet sterk in op het zoveel mogelijk concentreren van nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied. In de omgevingsverordening komt dit tot uiting in de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 2).
Daarin wordt gesteld dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening houdt met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. In paragraaf 3.2.3 is reeds besproken dat dit planvoornemen aan de Ladder-toetsing voldoet.
26
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
Wonen In de verordening (artikel 2.4.2) is bepaald dat een ruimtelijk plan, zoals een bestemmingsplan, voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg niet mag voorzien in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen en/of aan de bestaande planvoorraad woningen, tenzij het plan voldoet aan de vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid - Limburg. In de toelichting op het plan dient te worden verwoord hoe een woningbouwplan zich verhoudt tot de afspraken die zijn vastgelegd in de Structuurvisie en hoe het plan bijdraagt aan de regionale opgave, gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen. Dit planvoornemen ziet toe op de realisatie van een landelijk en parkachtig woongebied, bestaande uit 50 grondgebonden woningen. De woningen zijn voorzien ter plaatse van de uitbreidingslocatie Bramert-Noord, waar op basis van een uitwerkingsverplichting en onder voorwaarden de realisatie van 400 woningen planologisch-juridisch gezien reeds is toegestaan. Zoals beschreven in paragraaf 3.4.1 is de realisatie van de 50 woningen binnen het plangebied passend binnen de Regionale Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg.
Overige kaders Het plangebied is niet gelegen binnen een beschermde landschaps- of natuurzone, een boringsvrije zone of milieubeschermingsgebied.
Gevolg planvoornemen Het planvoornemen is passend binnen de regionale woonvisie en geeft (gedeeltelijke) invulling aan reeds beoogde uitbreidingslocatie Bramert-Noord. Voor het planvoornemen gelden vanuit de Omgevingsverordening verder geen specifieke regels. Het plan is daarmee passend binnen de Omgevingsverordening.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1 Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg Deze regionale structuurvisie (SVWZL) is op 22 september 2016 door de gemeenteraad van Stein vastgesteld. De SVWZL is opgesteld door de 18 Zuid - Limburgse gemeenten (Beek, Brunssum, Eijsden - Margraten, Gulpen Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth-Onderbanken-Schinnen (nu Beekdaelen), Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal). Deze visie verwoordt de gezamenlijke aanpak van de Zuid-Limburgse gemeenten om te komen tot een excellent woon- en leefklimaat in Zuid-Limburg door een goed functionerende woningmarkt met aantrekkelijke, elkaar aanvullende woonmilieus. Dit is een voorwaarde voor het benutten van de economische potentie van de regio, een ambitie die Zuid - Limburg hoog in het vaandel heeft. De driedelige opgave die de structuurvisie bevat is: het verdunnen van de bestaande voorraad waar sprake is van een overschot; het terugdringen van de (ongewenste) planvoorraad tot het niveau van de transformatieopgave en; het toevoegen van woonproducten waar een tekort aan is, passend binnen de uitgangspunten van de structuurvisie. Om invulling te kunnen geven aan deze opgaven zijn een dertiental beleidsafspraken gemaakt.
Zo is onder meer afgesproken dat in een subregionale woningmarktprogrammering de toevoegingen en onttrekkingen op basis van de transformatieopgave per gemeente worden vastgelegd, wordt voorzien in het schrappen van harde plancapaciteit aan met name de randen van steden en kernen en in te zetten op herinvulling van cultuurhistorisch waardevol bestaand vastgoed. Tevens is voorzien in een compensatieregeling voor het
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
27
toevoegen van nieuwe woningen. De transformatieopgave per gemeente staat centraal in de ontwikkeling van de woningvoorraad. De transformatieopgave wordt bepaald door de combinatie van de leegstand in de woningvoorraad (minus een frictieleegstand van 2%) en de huishoudensontwikkeling. Daarnaast wordt er ingezet op het terugdringen van illegale kamerverhuur en op passende alternatieven voor kwetsbare groepen die behoefte hebben aan goedkope woonruimte. Concreet voor dit plangebied geldt dat 50 nieuwe woningen worden gerealiseerd ter plaatse van de uitbreidingslocatie Bramert-Noord, waar planologisch-juridisch gezien de realisatie van 400 woningen op basis van een uitwerkingsverplichting en onder voorwaarden reeds is toegestaan. De plancapaciteit neemt ten opzichte van het geldend bestemmingsplan 'Bramert-Noord' dan ook niet toe. De 50 woningen die met onderhavig bestemmingplan nu planologisch-juridisch rechtstreeks mogelijk worden gemaakt worden in mindering gebracht op het aantal woningen in het thans vigerende bestemmingsplan door een partiële herziening van dit bestemmingsplan. Het aantal woningen in de uitwerkingsregels (artikel 9.2 sub a) in dit bestemmingsplan wordt naar beneden bijgesteld naar 350 woningen. Hiermee wordt het maximum aantal woningen van 400 stuks planologisch-juridisch gewaarborgd.
Beide bestemmingsplannnen worden in dat kader dan ook gelijktijdig in procedure gebracht vanwege de onderlinge relatie. Daarnaast wordt er met het planvoornemen een gevarieerd woonmilieu gecreëerd. Zo worden vrijstaande woningen gebouwd voor het dure segment en worden twee-onder-een-kapwoningen gebouwd voor het middeldure segment. Deze woningen zijn o.a. aantrekkelijk voor senioren, kenniswerkers van de Chemelot Campus en inwoners van de gemeente Stein die een volgende stap willen zetten in hun wooncarrière. Ook worden een aantal huurwoningen (middenhuur) gerealiseerd. Deze woningen zijn met name interessant voor starters. De realisatie van de 400 woningen binnen Bramert-Noord is opgenomen in het gemeentelijk woningbouwprogramma. Deze woningen staan qua behoefte niet ter discussie. De 50 woningen die met onderhavig bestemmingplan nu planolgogisch-juridisch rechtstreeks mogelijk worden gemaakt worden in mindering gebracht op het aantal woningen in het thans vigerende bestemmingsplan door een partiële herziening van dit bestemmingsplan. Het aantal woningen in de uitwerkingsregels (artikel 9.2 sub a) in dit bestemmingsplan wordt naar beneden bijgesteld naar 350 woningen. Hiermee wordt het maximum aantal woningen van 400 stuks planologisch-juridisch gewaarbord. Beide bestemmingsplannnen worden in dat kader dan ook gelijktijdig in procedure gebracht vanwege de onderlinge relatie.
Compensatie en toetsing aan de nieuwe beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021' is niet aan de orde. Het planvoornemen is daarmee passend binnen de regionale structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. 3.4.2 Strategische gebiedsvisie omgeving Chemelot De gebiedsvisie voor de omgeving Chemelot schetst een samenhangend toekomstperspectief voor de verschillende onderdelen in het gebied zoals Graetheide, de omgeving Stein, omgeving Geleen, de omgeving Beek en Chemelot zelf: het toekomstbeeld voor de omgeving van Chemelot. De woonwijken en kernen rond Chemelot zijn groen, klimaatadaptief en goed bereikbaar. Het voorzieningenniveau is op peil en ondersteunt de sociale cohesie en de gezondheid. Graetheide blijft groen en de landschappelijke en ecologische kwaliteiten worden versterkt met onder andere een ecologische verbinding tussen het Rivierpark Maasvallei en de vallei van de Geleenbeek en het Heuvelland. Het OV wordt verbeterd en aangevuld met mobiliteitshubs waar men gemakkelijk van vervoersmiddel kant wisselen. Groenstructuren en fietspaden in de wijken rondom Chemelot worden versterkt evenals de transportmogelijkheden via bijvoorbeeld buisleidingen en het kanaal.
Het centrum van Geleen wordt getransformeerd naar een proeftuin voor de circulaire economie en er vindt verbetering plaats van de fysieke verbinding en een complementaire programmering met de Brightlands Chemelot Campus. Diverse bedrijventerreinen in de omgeving van Chemelot worden gerevitaliseerd waarbij nieuwe, circulaire bedrijven een plek kunnen krijgen op leegstaande of vrijgekomen kavels. En de Campus kan onder voorwaarden uitbreiden op De Lexhy als er onvoldoende ruimte is binnen de huidige site.
28
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
Het woongebied Bramert-Noord maakt nadrukkelijk onderdeel uit van deze visie. Dit gebied aan de noordzijde van Urmond (onderdeel van de zogenaamde stad-landzone), is sinds 2010 bestemd als uitbreidingslocatie voor woningbouw voor 400 woningen. De eerste 50 woningen waarop dit bestemmingplan ziet worden gerealiseerd in een duurzame woonwijk met een landelijk karakter. Vanuit deze nieuwe woonomgeving wordt tegelijkertijd ook een goede relatie tot stand gebracht met het omringende landschap van Graetheide. De toevoeging van deze woningen en daarmee vernieuwde infrastructuur en aanleg van recreatieve verbindingen en fraaie groenstructuren geeft het nu landelijke gebied een opwaardering die zowel voor nieuwe bewoners als voor de omgeving nieuwe recreatieve mogelijkheden biedt. Het resterende gebied van Bramert-Noord kan gehandhaafd blijven als uitbreidingslocatie ten behoeve van woningbehoefte en groei, maar zou ook terug bestemd kunnen worden naar een groen en agrarisch gebied. Deze opties worden nog onderzocht. Bij ontwikkeling dient in elk geval rekening gehouden te worden met voldoende groen en ruimtelijke kwaliteit.
Uitsnede kaartbeeld Strategische gebiedsvisie Omgeving Chemelot
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1 Ruimtelijke Structuurvisie Stein 2015-2025 De gemeente Stein heeft op 26 februari 2015 de 'Structuurvisie bijdrage Ruimtelijke ontwikkeling 2011' vastgesteld. In de structuurvisie heeft de gemeente de hoofdlijnen voor voorgenomen ontwikkelingen en het door de gemeente te voeren beleid vastgelegd. De structuurvisie geeft invulling op de strategische toekomstvisie 'Het Stein van morgen' dat het strategische beleid voor de periode 2011-2021 vormt. In deze visie verlegt de gemeente de ambitie van groei naar kwaliteitsborging. De structuurvisie is tot stand gekomen door de inbreng van vele mensen. Het samenspel tussen overheden, inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden wordt als belangrijk punt voor de ruimtelijke ontwikkelingen van Stein aangemerkt. Als belangrijkste opgave voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Stein wordt de vergrijzing en ontgroening genoemd. Investeren in de kwaliteit en leefbaarheid van de dorpen binnen de gemeente wordt hierbij als één van de drie kernopgaven genoemd.
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
29
In de gemeentelijke beleidskaart is de provinciale beleidskaart (POL 2014) als onderlegger gebruikt. De provinciale beleidskaart is in paragraaf 3.3.1 reeds toegelicht en wordt daarom hier niet verder besproken.
Uitsnede Structuurvisie Totaalkaart (Urmond en omgeving)
In de Ruimtelijke Structuurvisie wordt Bramert-Noord genoemd als potentiële uitbreidingslocatie voor de kern Urmond. Bramert-Noord zou hierbij tevens ontwikkeld kunnen worden tot uniek woonmilieu bijvoorbeeld voor kenniswerkers van de Chemelotcampus. Ten tijde van het vaststellen van de structuurvisie was het bestemmingsplan voor Bramert-Noord reeds vastgesteld en was het woningbouwprogramma (400 woningen) ook regionaal afgestemd. Echter, door het aantal plannen voor nieuwbouwwoningen (1.400), een geplande sloop van 130 woningen en de verwachte huishoudensontwikkeling tot en met 2025, was destijds sprake van een planoverschot van ca. 250 woningen in de gemeente Stein. De gemeente heeft daarom in 2014 in haar nieuwe coalitieakkoord besloten een pas op de plaats te maken met de directe ontwikkeling van de reeds regionaal afgestemde woningbouwlocatie Bramert-Noord. In het nieuwe coalitieakkoord in 2018 is de woningbouwlocaite Bramert-Noord wederom aangemerkt als uitbreidingslocatie voor de bouw van 50 woningen ter afronding van de kern Urmond-Oost. Met dit bestemmingsplan wordt daar uitvoering aan gegeven. Inmiddels is zowel kwalitatief en kwantitatief sprake van een behoefte aan de (gedeeltelijke) ontwikkeling van Bramert-Noord. Met het planvoornemen worden daarom 50 grondgebonden woningen gerealiseerd voor