CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 15 PPS PALL Grensmaas Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling

Oordeelsvormende raadsvergadering 7 februari 2024, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een bypass PALL-leiding Grensmaas door Petrochemical Pipeline Services B.V.15.711 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.5

Lucht Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) bevat luchtkwaliteitseisen voor luchtkwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen kunnen effect hebben op de luchtkwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling (het aanleggen van de nieuwe PALL) valt onder de categorie die ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit doordat er geen wijziging van het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie optreedt. Een project valt in de bovengenoemde categorie wanneer de bijdrage van de activiteit onder 3% blijft van de jaargemiddelde grenswaarde van de concentraties fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Het in te zetten materieel bij de HDD en bij de overige aanlegactiviteiten (vrachtwagens, kranen, tractors) heeft een relatief kleine emissie naar de lucht. Daarnaast kan bij droge grond door verstuiving enige emissie van stof plaatsvinden. De emissies hebben een tijdelijk karakter. Gezien het feit dat de HDD plaatsvindt in een beperkt gebied en het tijdelijke karakter van de werkzaamheden (en daarmee de emissies), worden de effecten op de luchtkwaliteit niet relevant (verwaarloosbaar) geacht. Een buisleiding voor gevaarlijke stoffen zelf heeft geen emissie en geen effect op de luchtkwaliteit.

blad 26 van 41

datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas

Conclusie Er wordt geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema luchtkwaliteit.

3.6

Licht Uitgangspunt is dat de werkzaamheden overdag plaatsvinden. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om ook ’s avonds of ’s nachts te werken. Er zal enkel verlichting worden aangebracht voor beveiligingsdoeleinden op de in te richten werkterreinen. Eventuele lichthinder is naar verwachting niet aan de orde. Een buisleiding voor gevaarlijke stoffen zelf heeft geen emissie van licht. Licht kan in het kader van ecologische waarden daarnaast mogelijk hinder geven op verschillende diersoorten, in paragraaf 3.9 wordt hier verder op in gegaan. Er wordt nader onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen in het kader van de natuurtoets. Uit dit nadere onderzoek moet blijken of de locatie van de werkzaamheden onderdeel is van essentiële vliegroutes. Indien uit het onderzoek blijkt dat dit het geval is worden maatregelen genomen omtrent (beveiligings)verlichting in het donker.

Conclusie Op basis van bovenstaande gegevens kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema licht.

3.7

Verkeer en transport De werkzaamheden hebben geen gevolgen voor de overige infrastructuur in het gebied. Wel kan er tijdens de uitvoering mogelijk beperkt en relatief kortdurend hinder ondervonden worden door een toename van verkeersintensiteiten in de nabijheid van de werkstrook. De leiding wordt onder de nieuwe hoogwaterbrug door gelegd. Hierdoor wordt gedurende de aanlegwerkzaamheden geen verkeershinder in de vorm van wegafzettingen verwacht, de ontsluiting van de kern Maasband blijft open. In het kader van verkeer zal in overleg met de wegbeheerder worden bepaald of specifieke verkeersmaatregelen nodig zijn tijdens de werkzaamheden (bijvoorbeeld bebording en tijdelijke afzettingen). Door het treffen van specifieke maatregelen (indien nodig) zal eventuele hinder zo veel mogelijk worden tegengegaan. De PALL zelf zal geen verkeersaantrekkende werking hebben.

Conclusie Het voornemen leidt niet tot belangrijke nadelige milieueffecten betreffende het thema verkeer.

3.8

Geluid en trillingen Geluid Gedurende de werkzaamheden kan tijdelijk geluidhinder optreden in verband met wegverkeer en het mobiliseren en gebruiken van installaties. Bij dergelijke bouw- en aanlegactiviteiten is het Bouwbesluit van toepassing en hierbij is voorgeschreven welke dagwaarde (geluidemissie in dB(A)) gedurende maximaal hoeveel dagen aan de orde mag zijn. Aan de desbetreffende normen zal worden voldaan. In de praktijk levert dit geen/nauwelijks knelpunten op. Het streven is om hinder zoveel mogelijk te beperken. De grootste bron van geluidemissie betreft de HDD-machine gedurende de aanlegwerkzaamheden. Deze machine komt aan de Belgische zijde te staan. Het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object betreft een boerderij welke zich op ongeveer 1 kilometer van de boormachine zal bevinden. Daarnaast zullen de werkzaamheden enkel overdag plaatsvinden. Het projectgebied bevindt zich op geruime afstand van gebieden die als stiltegebied zijn aangemerkt, zie Figuur 3.6.

blad 27 van 41

datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas

Figuur 3.6 Ligging projectgebied (rode cirkel) t.o.v. Nederlandse stiltegebieden (paars gearceerde vlakken)

Voor de Belgische zijde van de werkzaamheden geldt dat in de aanlegfase overdag geluidshinder kan optreden door de aan- en afvoer van materialen en machines, alsook door de werkzaamheden in het kader van de aanleg van de leiding. Er worden zoveel als mogelijk trillingvrije en/of trillingdempende uitvoeringstechnieken toegepast. Eventuele hinder vervalt na de realisatie van het projectvoornemen gezien geluid en trillingen niet inherent zijn aan de exploitatiefase van ondergrondse leidingen. Het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object aan Belgische zijde bevindt zich op een afstand van ten minste 300 meter van de boormachine. Trillingen Ervaring leert dat met de HDD-techniek slechts beperkt trillingen ontstaan en dat deze zullen uitdoven in het grindpakket onder de Maas. Ook de overige uitvoeringswerkzaamheden veroorzaken geen trillingen die in de omgeving schade of hinder kunnen veroorzaken. Tijdens gebruik veroorzaakt de PALL-leiding geen significante trillingen of laagfrequent geluid in de omgeving.

Conclusie Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema geluid en trillingen.

3.9

Natuur Het project kan worden uitgevoerd indien de werkzaamheden niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming (Wnb) en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In het kader daarvan is door Antea Group een natuurtoets uitgevoerd (Antea Group, 23 juni 2023; Natuurtoets PPS PALL Grensmaas projectnummer 0476077.100, revisie 1.0, opgenomen in bijlage 7). De resultaten daarvan zijn hieronder uiteengezet. Conclusies beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met een terreinbezoek is gebleken dat de volgende in het kader van de Wnb beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden binnen de verstoringszone van het plangebied (50 meter aan weerszijden van het tracé) tijdens de aanlegwerkzaamheden: Vogels met een jaarrond beschermd nest (grote gele kwikstaart); Algemene broedvogels; Bevers;

blad 28 van 41

datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas

-

Dassen; Vleermuizen.

Vogels met een jaarrond beschermd nest – grote gele kwikstaart De grote gele kwikstaart nestelt langs snelstromende beken in natuurlijke oevers of onder bruggen en aan gebouwen. De grote gele kwikstaart is tijdens het terreinbezoek op de oevers van de grindplas van firma L’Ortye waargenomen. Het is goed mogelijk dat de grote gele kwikstaart hier ook broedt, alsmede langs de oevers van de Maas, vanwege de aanwezigheid van geschikt nestbiotoop. Er dient bij de werkzaamheden rekening met de grote gele kwikstaart te worden gehouden. De grindplas wordt momenteel opgevuld met dekgrond uit het Grensmaasproject, hierdoor is er waarschijnlijk ten tijde van de geplande werkzaamheden geen geschikt nestbiotoop voor de grote gele kwikstaart meer aanwezig. Algemene broedvogels De omgeving van het tracé is geschikt voor algemene broedvogels. De algemene broedvogelsoorten welke tijdens het terreinbezoek zijn waargenomen en mogelijk ook in de nabijheid van of zelfs in het plangebied broeden, zijn: gaai, graspieper, grauwe gans, grote bonte specht, grote Canadese gans, holenduif, houtduif, kauw, kievit, kleine plevier, kneu, knobbelzwaan, koolmees, nijlgans, oeverloper, pimpelmees, putter, roodborsttapuit, scholekster, spreeuw, tapuit, veldleeuwerik, vink, visdief en wilde eend. Aangezien het terreinbezoek buiten het broedseizoen heeft plaatsgevonden is deze lijst incompleet.

Van de grote bonte specht zijn bovendien holen gevonden in een es binnen de invloedsfeer van het tracé. Het bureauonderzoek geeft aanleiding om ervan uit te gaan dat andere (al dan niet algemene) broedvogels, zoals bergeend, blauwborst, bosrietzanger, casarca, geelgors, gele kwikstaart, grasmus, grote zaagbek, meerkoet, rietgors, sprinkhaanzanger, tureluur en zwarte roodstaart mogelijk in de nabijheid van of zelfs in het plangebied broeden. Bevers Uit het bureauonderzoek bleek dat de bever, streng beschermd vanuit bijlage II en IV van de Habitatrichtlijn, ter hoogte van het tracé voorkomt. Tijdens terreinbezoek zijn verse sporen zoals knaagsporen en loopsporen gevonden in natuurgebied Grensmaas nabij Meers, ten zuiden van het onderzoeksgebied. Tijdens de terreinbezoeken zijn geen verstoringsgevoelige burchten of holen aangetroffen binnen de invloedsfeer van het tracé. Gezien de dynamische leefwijze van de bever dient er bij de voorbereiding en uitvoering van de werkzaamheden rekening met de bever te worden gehouden. Dassen Uit het bureauonderzoek komt de das naar voren als beschermd onder artikel 3.10, onderdeel A van de Wnb. De das heeft een potentieel leefgebied binnen het onderzoeksgebied, al zijn er tijdens het terreinbezoek geen dassen, burchten of sporen van dassen waargenomen.

Het natuuronderzoek uit 2017 ten behoeve van Grensmaasprojectlocatie Maasband werden twee locaties van dassenburchten vastgesteld. Eén van deze locaties is door de overstromingen in 2021 vernietigd. De tweede dassenburcht bevindt zich in de bosstrook langs de waterzuivering en ligt circa 50 meter buiten de invloedsfeer van het tracé. Gezien de veranderlijkheid van het gebied door het Grensmaasproject en de goede populatieontwikkeling van de das in het gebied, dient er bij de voorbereiding en uitvoering van de werkzaamheden rekening met de das te worden gehouden. Vleermuizen Uit het bureauonderzoek komen geen vleermuizen naar voren. Het natuuronderzoek uit 2017 ten behoeve van Grensmaasprojectlocatie Maasband heeft de aanwezigheid van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en watervleermuis vastgesteld. Vanwege de afwezigheid van bebouwing binnen het plangebied is de aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen uitgesloten. Diverse bomen binnen het plangebied zijn gecontroleerd op geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. Tijdens het terreinbezoek werden in een es binnen de invloedsfeer van het tracé spechtholen ontdekt, welke geschikt zijn als vleermuisverblijfplaats. Binnen de invloedsfeer van het nieuwe tracé van de PALL-leiding zijn drie vleermuizenkasten door het Grensmaasproject gehangen op een es en twee populieren, waarvan één afgestorven.

De afgestorven populier is

blad 29 van 41

datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas

na het veldbezoek voor de Natuurtoets omgevallen. De twee resterende vleermuiskasten zijn medio april 2023 op advies van een vleermuisdeskundige, na een controle op aanwezigheid van vleermuizen, omgehangen naar nabije solitaire populieren net buiten het zoekgebied en werkstrook van het toekomstige PALL-tracé. Bij de werkzaamheden zal rekening worden gehouden met de mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het onderzoeksgebied, voornamelijk de spechtholen. Verder maken vleermuizen gebruik van lijnvormige landschapselementen (zoals bomenrijen en watergangen) als vliegroutes. Lijnvormige bosschages liggen net buiten de invloedsfeer van het nieuwe tracé van de PALLleiding. Er is een opdracht verstrekt aan een gespecialiseerd ecoloog om volgens de daarvoor geldende protocollen te onderzoeken of de lijnvormige bosschages essentiële vliegroutes zijn. De Maas heeft een functie als migratieroute voor vleermuizen, deze migratieroute wordt door de werkzaamheden echter niet aangetast. Reptielen Er zijn tijdens het terreinbezoek geen reptielen aangetroffen. Ook de NDFF toont geen waarnemingen van beschermde reptielen in het zoekgebied van het toekomstige PALL-tracé. Gezien het aanwezige biotoop kan de aanwezigheid van beschermde reptielen echter niet worden uitgesloten. Negatieve effecten op reptielen kunnen daarom niet worden uitgesloten.

Om de aanwezigheid van beschermde reptielen al dan niet uit te sluiten wordt aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd met behulp van transecten met platen in de periode april-augustus 2023. Insecten – Dagvlinders Tijdens het terreinbezoek is het icarusblauwtje en de koninginnenpage aangetroffen, beiden zijn niet beschermd door de Wnb. De aanwezigheid van beschermde dagvlinders (zoals grote weerschijnvlinder) kan echter niet worden uitgesloten. Het kruidenrijk grasland in het zuidelijk deel van het zoekgebied van het toekomstige PALL-tracé biedt geschikt biotoop voor beschermde dagvlinders. De NDFF toont geen waarnemingen van beschermde dagvlinders in het beoogde tracé. Tijdens het voorjaar en de zomer van 2023 wordt een nader ecologisch onderzoek naar dagvlinders uitgevoerd door een deskundig ecoloog. Samenvatting beschermde soorten Tabel 3.1 geeft een samenvatting van de bevindingen uit het bureauonderzoek gecombineerd met het terreinbezoek wat betreft de soorten die een beschermde status hebben op grond van de Wnb en mogelijk voor kunnen komen binnen het onderzoeksgebied. Voor een aantal soorten is aanvullend onderzoek aanbevolen. Een overzicht hiervan is tevens opgenomen in Tabel 3.1. De genoemde onderzoeken zijn ingepland en worden vanaf het voorjaar van 2023 uitgevoerd, volgens de protocollen die daar op van toepassing zijn.

Tabel 3.1 Mogelijk voorkomen van en effecten op beschermde soorten in het projectgebied Soort

Ingreep verstorend?

Nader onderzoek?

Ontheffing nodig?

Opmerkingen

Grote gele kwikstaart (jaarrond beschermd nest)

Mogelijk

Nee, alleen bij werkzaamheden in het broedseizoen.

Nee

Indien er geen nestplaatsen permanent worden vernietigd, kan worden gewerkt buiten het broedseizoen.

Algemene broedvogels

Mogelijk

Nee, alleen bij werkzaamheden in het broedseizoen.

Nee

Werken buiten het broedseizoen.

Bever

Mogelijk

Nee, wel terreinbezoeken ter controle op mogelijke aanwezigheid.

Wellicht

Kan werkzaamheden in de toekomst mogelijk belemmeren.

Das

Mogelijk

Nee, wel terreinbezoeken ter controle op mogelijke aanwezigheid.

Wellicht

Kan werkzaamheden in de toekomst mogelijk belemmeren.

blad 30 van 41

datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas

Soort

Ingreep verstorend?

Nader onderzoek?

Ontheffing nodig?

Opmerkingen

Vleermuizen

Mogelijk

Ja, om vast te stellen of er Essentiële vliegroutes zijn en indien bomen met potentiële verblijfplaatsen moeten worden gekapt.

Nee, alleen bij aantreffen essentiële vliegroutes en aantreffen van vleermuizen in te kappen bomen.

In acht nemen van potentiële verblijfplaatsen.

Reptielen

Mogelijk

Ja, transecten met platen in de periode april-augustus.

Nee, alleen bij aantreffen beschermde reptielen.

Rekening houden met veranderlijkheid van het gebied.

Insecten – Dagvlinders

Mogelijk

Ja, onderzoek naar dagvlinders in het voorjaar.

Nee, alleen bij aantreffen beschermde dagvlinders.

Focus op zuidelijk deel van het beoogde tracé.

Aanvulling op tabel 3.1

Voor de HDD moet een leidingenstreng van circa 800 meter lengte worden uitgelegd en gelast aan Nederlandse zijde omdat hiervoor aan Belgische zijde ruimte ontbreekt. Deze streng zal inclusief benodigde werkstrook worden uitgelegd dwars over de locatie waarvan de plas momenteel door het Consortium Grensmaas wordt opgevuld met dekgronden afkomstig uit de aanleg van de nevengeul. Deze gronden worden verdicht door de aan- en afvoer bewegingen van de vrachtauto’s en door werkzaamheden van kranen. Op deze locatie zal een spontane vegetatieontwikkeling gaan plaatsvinden. Deze tijdens zal tijdens de voorbereiding van de werkzaamheden worden gemonitord op beschermde flora en fauna. Conclusies natuurtoets beschermde gebieden Natura 2000 Het zoekgebied van het toekomstige PALL-tracé met aanleg in open ontgraving ligt nabij het Natura 2000gebied Grensmaas, op een afstand van minimaal 100 meter. Daarnaast loopt het tracé meer dan 20 meter onder het maaiveld van het Natura 2000-gebied door. Op basis van de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en voornoemde afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied kunnen significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied op voorhand worden uitgesloten. Provinciale Omgevingsverordening Limburg Het nieuwe tracé bevindt zich grotendeels binnen een NNN-gebied.

Het betreft volgens de Provinciale Omgevingsverordening 2014 een Goudgroene zone en volgens de Provinciale Omgevingsverordening 2021 (die ingaat met de Omgevingswet op 1 januari 2024) het Natuurnetwerk Limburg. Dit NNN-gebied is slechts gedeeltelijk ingericht als natuurgebied. Er is van directe aantasting van bestaande waarden binnen het NNNgebied geen sprake. De werkzaamheden zijn immers tijdelijk van aard en leiden niet tot een blijvende aantasting van het gebied. De werkputten vormen voor de voorgenomen inrichting van het uiterwaardengebied van de Grensmaas geen belemmering, aangezien deze buiten het inrichtingsgebied van het Grensmaasproject liggen. Buiten de NNN heeft de planontwikkeling geen negatieve effecten op de overige beschermde natuur- en landschapswaarden zoals beschreven in de Omgevingsverordeningen Limburg 2014 en 2021. De werkzaamheden zijn immers tijdelijk van aard en leiden niet tot een blijvende aantasting het gebied. De te realiseren afsluiterpost is mogelijk binnen de Bronsgroene landschapszone/Groenblauwe mantel gesitueerd, maar is dusdanig klein dat er geen significante effecten te verwachten zijn. Ook worden de herplantingen (zie houtopstanden) om de post heen gepland, wat ertoe bijdraagt dat er weinig van te zien zal zijn in het landschap.

blad 31 van 41

datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas

Houtopstanden Er moeten mogelijk enkele bomen worden gekapt ter plaatse van de noordelijk aansluiting op de bestaande PALL in het kader van veiligheid (binnen 5 meter van de leiding mogen geen houtopstanden aanwezig zijn). Hiervoor wordt indien noodzakelijk een kapvergunning aangevraagd. De overige houtopstanden die in de natuurtoets zijn geïnventariseerd kunnen waarschijnlijk worden gespaard en worden mogelijk enkel gesnoeid. Indien noodzakelijk (meer dan 20%) wordt voor het snoeien een vergunning aangevraagd en indien een boom toch moet worden gekapt dan wordt hiervoor ook een vergunning aangevraagd. Stikstofdepositie De stikstofdepositie van de exploitatiefase is een onderwerp van de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, maar tijdens de exploitatie heeft het nieuwe tracédeel van de PALL geen relevante stikstofdepositie, omdat slechts incidenteel hier (lichte) inspectie- en onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Het berekenen van de stikstofdepositie hiervan met AERIUS Calculator heeft geen zin, de stikstofdepositie hiervan is zeker lager dan 0,00 mol/ha/jr. op overbelaste Natura 2000-gebieden.

De stikstofdepositie van de aanlegfase is wel relevant, maar is geen onderwerp van de aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling, want de stikstofdepositie van de aanlegfase wordt beoordeeld in het kader van de omgevingsvergunning ‘Uitvoeren werk- en werkzaamheden’, een verplichting op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Grensmaas’, waarbij de gemeente Stein de provincie Limburg als bevoegd gezag voor de Wet natuurbeheer zal vragen om een Verklaring van geen bedenkingen. De aanlegwerkzaamheden zullen zo worden ingericht en gepland dat de stikstofdepositie zal voldoen aan de daarvoor geldende normen op grond van de Nederlandse en Belgische wet- en regelgeving. Dit zal met een stikstofdepositieberekening voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden worden aangetoond.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat de aanleg van de leiding zonder strijdigheid met de Wet natuurbescherming mogelijk is. Om strijdigheden door onvoorziene ontwikkelingen te voorkomen zal het werkterrein vóór en tijdens de werkzaamheden worden gemonitord op beschermde flora en fauna en zullen de werkzaamheden worden uitgevoerd volgens een nog op te stellen ecologisch werkprotocol. Na afloop van de leidingaanleg wordt het terrein in oorspronkelijke staat hersteld, zodat er geen blijvend effect is. Er is geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen ten aanzien van natuurwaarden.

3.10

Gezondheid Mede op basis van de beoordeling ten aanzien van water, lucht, licht en geluid is er geen sprake van specifieke risico’s door het voornemen voor de volksgezondheid of voor bijvoorbeeld waterverontreiniging of luchtvervuiling.

3.11

Veiligheid

3.11.1 Externe veiligheid Op basis van het Besluit externe veiligheid buisleidingen is de invloed van de geplande aanleg op het plaatsgebonden risico en groepsrisico inzichtelijk gemaakt. Hiervoor is een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd (Antea Group, 22 juni 2023. QRA PALL-leiding kruising Maas fase 2; Situatie 2023; projectnummer 0476077.100, definitief revisie 1.0, opgenomen in bijlage 8). Plaatsgebonden risico Middels de QRA is het plaatsgebonden risico bepaald. Dit geeft de kans om op een bepaalde plaats te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. In dat kader kunnen risicocontouren (10-6/jaar) worden bepaald. Binnen de 10-6/jaar-contour (die als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaarcontour als een

blad 32 van 41

datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas

richtwaarde. Daarnaast mag de 10-6/jaar van een nieuwe leiding niet verder dan 5 m uit het hart van de leiding liggen. Bepalend is de ligging van de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour. Uit de QRA blijkt dat deze contour niet aanwezig is. Er wordt zodoende automatisch voldaan aan de normen die op deze contour van toepassing zijn: de 10-6/jaar contour valt binnen 5 meter van het hart van de leiding en binnen de 10-6/jaar contour zijn geen kwetsbare objecten aanwezig. Groepsrisico Met de QRA is tevens het groepsrisico bepaald. Dit is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het groepsrisico is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Uit de berekening van het groepsrisico volgt een aantal van maximaal drie slachtoffers. Aangezien het groepsrisico gedefinieerd is vanaf 10 slachtoffers of meer, is het groepsrisico nihil. Voor het groepsrisico bestaat geen normwaarde. De oriëntatiewaarde heeft een attenderende waarde. De hoogte van het groepsrisico is één van de elementen die in het kader van de verantwoording van het groepsrisico moet worden beschouwd. Het groepsrisico zoals hier berekend is nihil.

Overige externe veiligheidsrisico’s Hierna wordt ingegaan op de volgende mogelijk risicoverhogende objecten:  Windturbines;  Vliegvelden;  Hoogspanningslijnen;  Aardbevingen bij breuklijnen;  Oude mijngangen: Na-ijlende gevolgen steenkolenwinning;  Buisleidingen Air Liquide;  De Maas, overstromings- c.q. uitspoelingsrisico. Windturbines Aan Nederlandse zijde zijn geen windturbines aanwezig in de omgeving van het nieuwe PALL-tracédeel. Het gebied tussen de Maas en het Julianakanaal is onderdeel van de ‘Uitsluitingsgebieden windturbines’ zoals vastgesteld met de geldende Omgevingsverordening Limburg 2014. In dit gebied mag een ruimtelijk plan niet voorzien in de plaatsing van een windturbine, bestaande uit een mast met een minimale hoogte van 25 m met daarop aangebracht een rotor. Gezien bovenstaande is er in de QRA geen rekening gehouden met windturbines in de nabijheid van de leiding. Aan Belgische zijde bedraagt de kortste afstand van het nieuwe tracédeel van de PALL tot een windturbine ruim 600 meter, dit overtreft ruim de veilig geachte afstand die overeenkomt met de tiphoogte van de windturbine. Bovendien is de oprichting van de bestaande windturbines van latere datum dan het bestaande PALL-tracé waarop het nieuwe tracédeel wordt aangesloten en moet de exploitant van de windturbine de veilige afstand hebben bepaald en gerespecteerd.

Bij de constructie van nieuwe toekomstige windturbines moet een minimale tussenafstand gehanteerd worden, gelijk aan de scheidingsafstand die volgens Vlaamse wet- en regelgeving berekend moet worden met het Vlaamse instrumentarium-windturbines. Indien deze scheidingsafstand niet gerespecteerd kan worden, moet er een kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd worden volgens de in Vlaanderen gehanteerde methodiek, momenteel het Handboek Windturbines, Rekenblad Windturbines en Beoordelings-kader Windturbines. Met andere woorden: de initiatiefnemer van windturbines moet zorgdragen voor een veilige afstand tot de PALL. Vliegvelden De kleinste afstand tot het vliegveld Maastricht-Aachen Airport bedraagt ongeveer 5,5 km en de PALL ligt niet onder de start- en landingsroutes. De afstand in combinatie met de start- en landingsroutes beoordelen we als te groot om tot verhoogde faalfrequenties van de buisleiding aanleiding te geven.

blad 33 van 41

datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas

Aan Belgische zijde is er geen vliegveld in de omgeving van het projectgebied. Hoogspanningslijnen Aan Nederlandse zijde zijn in het projectgebied geen hoogspanningslijnen gelegen (bron: www.atlasleefomgeving.nl, geraadpleegd op 27 juni 2023). Aan Belgische zijde kruist het tracédeel van de PALL een bovengrondse hoogspanningslijn. Met de exploitant van deze hoogspanningslijn zullen afspraken worden gemaakt over een veilige aanleg en exploitatie van het nieuwe tracédeel van de PALL. Aardbevingen bij breuklijnen Breuklijnen in Zuid-Nederland kennen een bepaalde mate van geologische activiteit. Het projectgebied ligt in een gebied dat door de provincie Limburg volgens de Mercallischaal is ingedeeld als ‘VIII Zware schade, algehele paniek, algemene schade aan gebouwen, zwakke bouwwerken gedeeltelijk vernield’. Ten zuiden van het projectgebied loopt de Geullebreuk(zone), min of meer langs de Geulle. Ten noorden van het projectgebied loopt de Heerlerheidebreuk(zone). Om nader te bepalen of er (lichtere) breuken in het projectgebied bekend zijn is een doorsnede met het DINO-loket gemaakt (25 juni 2023) nabij het nieuwe tracédeel van de PALL. Het resultaat hiervan geeft Figuur 3.7 weer.

Figuur 3.7 Doorsnede in DINO-loket nabij nieuw tracédeel van de PALL (geraadpleegd op 25 juni 2023)

Er zijn – minimaal - 2 breuken, 1 breuk(zone) in de zuidwestelijke hoek van het tracédeel en 1 breuk(zone) in de noordoostelijke hoek van het tracédeel. De breuken bepalen mede de sterke meandering van de Maas in het projectgebied en de tektoniek is hier vermoedelijk tijdens het Pleistoceen weer gereactiveerd. De activiteit van

blad 34 van 41

datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas

de breuken in het projectgebied is aanmerkelijk minder dan die van de Feldbissbreuk op circa 7 km noordoostelijker. Breukzones zijn min of meer lijnvormige structuren in het landschap waarlangs verplaatsingen optreden: aan de ene kant van de breuk verplaatst de grond zich in een andere richting of met een andere snelheid dan aan de andere kant van de breuk. Bij aardbevingen vindt deze verplaatsing schoksgewijs plaats, maar ook wanneer er geen voelbare aardbevingen plaats vinden kan deze verplaatsing doorgaan: dat noemt men kruip. Voor buisleidingen zijn voor tektonische bewegingen twee begrippen relevant:  Versnelling;  Kruip. Bij een aardbeving wordt de grond in een relatief korte tijd verplaatst. Een maat voor de grootte van de schok wordt gegeven door het begrip ‘versnelling’. Versnellingen kunnen met name schade toebrengen aan minder vervormbare bovengrondse bouwwerken die topzwaar zijn (zoals gebouwen). Infrastructuur welke zich in de grond bevindt zoals buisleidingen zijn relatief ongevoelig voor versnellingen. ‘Kruip’ is een maat voor de relatieve verplaatsing van de ene kant van de breuk ten opzichte van de andere kant van de breuk. Kruip is feitelijk een ongelijkmatige zetting. Van de hierboven genoemde breukzones is de Felsbissbreuk de zone met de meeste activiteit en de grootste kruip (zetting): in Zuid-Limburg bedraagt deze circa 0,8 mm per 10 jaar.

Over de levensduur van de leiding (circa 100 jaar) zal de verwachte kruip (zetting) als gevolg van de breukzones ruim lager dan 8 mm bedragen. De leiding is ontworpen om zettingen van 100 mm te kunnen weerstaan. De ingeschatte relatief geringe kruip vormt derhalve voor de leiding geen probleem. In België wordt het risico ten gevolge van geologische breuken niet meegenomen in de beoordeling van de veiligheid van buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Voor het nieuwe tracédeel van de PALL aan Belgische zijde is het aannemelijk dat deze conform de hierboven beschouwde situatie aan Nederlandse zijde voldoende is berekend op eventuele gevolgen van geologische breuken. Na-ijlende gevolgen steenkolenwinning De voormalige steenkoolwinning in Zuid-Limburg leidt tot na-ijlende effecten, met name in de vorm van bodembeweging. Deze brengen mogelijk belemmeringen met zich mee in het gebruik van de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld in geval van verzakkingen. Het is van belang goed met deze risico’s om te gaan. De betreffende gemeenten kunnen daartoe gebruik maken van alle informatie over de na-ijlende effecten die beschikbaar is via het Informatiecentrum Nazorg Steenkoolwinning en de kaartviewer van Het Gegevenshuis in Landgraaf.

Het betreft onder andere de onderzoeksrapporten en het kaartmateriaal van IHS die zijn opgesteld in het kader van het onderzoek naar de na-ijlende effecten van de steenkoolwinning, dat in opdracht van de minister van Economische Zaken en Klimaat is uitgevoerd en in december 2016 is gepubliceerd, en de vervolgonderzoeken die naar aanleiding hiervan door de regio (provincie en gemeenten) zijn uitgevoerd. In de onderzoeksrapporten wordt onder andere ingegaan op de mogelijke risico’s van de na-ijlende effecten voor de regio. Deze zijn ruimtelijk vertaald in kaartmateriaal. Tijdens het vooroverleg op 6 juni 2023 met de gemeente Stein, de RUD-ZL en de veiligheidsregio is de kaartviewer van Het Gegevenshuis geraadpleegd, met als resultaat het kaartje in figuur 3.8.

blad 35 van 41

datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas

Figuur 3.8 Kaart overzicht risico’s na-ijl gevolgen steenkolenwinning (bron: Het Gegevenshuis, geraadpleegd op 6 juni 2023). De blauwe stippen tonen het risico (EK3 – laag risico)) op sinkholes of verzakkingen aan het maaiveld door industriële oppervlakkige mijnbouwactiviteiten. De risico's van deze locaties van industriële ondiepe winningen zijn beoordeeld door de projectgroep IHS/GS-ZL, op basis waarvan locaties zijn ingedeeld in de categorieën (Einwirkings-Klassen) EK1, EK2 en EK3. De gebeurtenis bij Winkelcentrum 't Loon in Heerlen is een indicatie voor het potentieel effect van deze specifieke locaties.

Volgens Figuur 3.8 valt het nieuwe tracédeel van de PALL buiten de risicogebieden van de na-ijl gevolgen van de steenkoolwinning, dit wordt bevestigd door Figuur 3.9 waarin opgenomen een kaartje van de waargenomen relatieve bodemstijging door mijnwaterstijging langs geologische breuken (2015 – 2017).

Figuur 3.9 Waargenomen relatieve bodemstijging (blauw) door mijnwaterstijging langs geologische breuken (2015-2017) met de drie risicogebieden voor differentiële bodembeweging a. Geleen, b. Brunssum, c. Eygelshoven/Kerkrade (bron: Staatstoezicht op de Mijnen, december 2021. Staat van de Sector Voormalige steenkoolwinning; Met constateringen en aanbevelingen voor nazorgbeleid delfstofwinning, figuur 13).

blad 36 van 41

datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas

Aan de Belgische zijde is ook sprake geweest van steenkolenwinning en na-ijl gevolgen van de mijnbouw zijn bij de Vlaamse overheidsinstanties bekend, maar speelt geen rol bij de beoordeling van vergunningaanvragen in het projectgebied van het nieuwe tracédeel van de PALL omdat er geen aanwijzingen zijn dat na-ijl gevolgen van de mijnbouw in dit gebied een mogelijk risico vormen voor buisleidingen. Buisleidingen Air Liquide PPS heeft met Air Liquide afgesproken dat er in het definitief ontwerp van het nieuwe tracédeel van de PALL gestreefd wordt naar een afstand van 1 meter tot de buitenste leiding van de buisleidingenbundel van Air Liquide om zodoende de bestaande dubbelbestemming ‘Leiding’ zo efficiënt mogelijk te gebruiken evenals de buisleidingenstrook uit de Structuurvisie buisleidingen 2012 – 2035 die hier 45 meter breed is in plaats van de standaardbreedte van 70 meter. De definitieve afstand zal niet kleiner zijn dan 1 meter en worden gebaseerd op een veiligheidsanalyse van mogelijke domino-effecten tussen de leidingen onderling conform de richtlijnen die daarvoor bestaan. Met Air Liquide zullen afspraken, mede op basis van KLIC-meldingen, worden gemaakt over de veilige aanleg van het nieuwe tracédeel van de PALL.

De aannemer zal werken volgens een daartoe op te stellen VenG plan en bij de Inspectie leefomgeving en Transport (ILenT) zal voorafgaand aan de aanleg een melding worden ingediend. De ILenT controleert PPS op de veilige aanleg en exploitatie van haar buisleidingen in Nederland. In België dient FOD (Federale OverheidsDienst) een wijziging van de vervoerstoelating af te geven. ADKV (Algemene Dienst Kwaliteit en Veiligheid) als toezichthouder dient de veiligheid en kwaliteit te waarborgen. De Maas, overstromings- c.q. uitspoelingsrisico Door het uitspoelen van de oever en de bodem van de Maas, met name wanneer dat snel gebeurt bij overstromingen, kunnen leidingen op korte afstand van de Maas en op of dicht onder de bodem van de Maas, bloot komen te liggen en beschadigd raken zoals is gebeurd in het bestaande PALL-tracé in juli 2019. Door de grote diepte van de nieuwe Maaskruising en de relatief grote afstand van het nieuwe PALL-tracé tot de Maas wordt het uitspoelingsrisico tot een aanvaardbaar minimum beperkt. Aan Belgische zijde is de Maasoever bovendien versterkt met stenen blokken. Bij passage van waterstaatswerken (zoals de Maas en het nieuwe viaduct richting Maasband) worden verder uit extra voorzorg dikkere buizen toegepast.

Calamiteitenbestrijding Vanaf de oplevering en ingebruikname valt de leiding onder het onderhouds- en beheerssysteem en het milieuzorgsysteem van PPS gericht op het minimaliseren van veiligheidsrisico’s. Tijdens de gebruiksfase is de kans op een calamiteit zeer klein en deze voldoet aan daaraan te stellen normen (zie de QRA in bijlage 8). De werking van de leiding wordt continue gemonitord en in het geval van een incident/calamiteit treedt het noodplan van PPS in werking. Mede door middel van een nieuwe afsluiterpost aan Belgische zijde kan het leidingdeel onder de Grensmaas worden afgeblokt in het geval van een incident. In het geval van een ongewoon voorval zal hiervan een melding worden gedaan bij de desbetreffende bevoegd gezag instanties in overeenstemming met artikel 10 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen. In het kader van de komende aanvraag van de omgevingsvergunning moet de Veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om een advies uit te brengen over de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van incidenten. Dit advies kan de gemeente meenemen in het optimaliseren van de veilige inrichting van de omgeving van het nieuwe PALL-tracé.

Conclusie Op basis van hiervoor beschreven onderzoeken en beschouwingen kan worden geconcludeerd dat er bij de benodigde werkzaamheden en het gebruik van het tracé geen sprake is van waarschijnlijk belangrijke nadelige milieueffecten betreffende het thema externe veiligheid. Voor de nieuwe PALL-leiding wordt voldaan aan de daarop van toepassing zijnde regelgeving voor externe veiligheid. In dit kader zijn er geen belemmeringen.

blad 37 van 41

datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas

3.11.2 Niet gesprongen explosieven In het kader van veiligheid is een historisch vooronderzoek naar de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven (NGE) gedaan voor zowel de Nederlandse (REASeuro B.V., 16 februari 2023. Historisch Vooronderzoek Niet Gesprongen Explosieven, Maasband PALL-leiding-NL; RO-220272 versie 1.0, opgenomen in bijlage 9) als de Belgische (REASeuro, 16 februari 2023. Historisch Vooronderzoek Niet Gesprongen Explosieven, Maasband PALL-leiding-BE; RO-220272 versie 1.0, opgenomen in bijlage 10) zijde van het tracé. NGE Nederlandse zijde Uit het onderzoek naar NGE aan Nederlandse zijde volgt dat er geen sprake is van een NGE-Verwachtingsgebied in (gedeelten van) de projectlocatie. Dit houdt in dat er geen NGE worden verwacht. Er zijn geen belemmeringen aanwezig aan Nederlandse zijde, de werkzaamheden kunnen zonder aanvullende maatregelen worden uitgevoerd. NGE Belgische zijde Op basis van de beoordeling en analyse van het bronnenmateriaal is een (horizontaal) NGE-Verwachtingsgebied afgebakend binnen een deel van de projectlocatie te Maasmechelen. In onderstaande tabel is dit NGEVerwachtingsgebied in tabelvorm uitgewerkt, waarbij de hoofdsoort, kaliber/type, oorlogshandeling, het verwachte aantal aan te treffen NGE en de verschijningsvorm zijn weergegeven. Tabel 3.2 Overzicht horizontale afbakening van NGE-Verwachtingsgebieden Nr.

Hoofdsoort

Kaliber/type

Subsoorten

Oorlogshandeling

Aantal

Verschijningsvorm

1

Geschutmunitie

5 cm t/m 155 mm (Duits en Amerikaans

Brisant-, Brisantpantser-, Pantser-

Bevrijdingsgevechten in september 1944

Eén tot enkele

Verschoten

De ondergrens van het NGE-Verwachtingsgebied wordt bepaald door de maximale penetratiediepte van de te verwachten Niet Gesprongen Explosieven en is afhankelijk van het kaliber, de vorm en de wijze waarop NGE in de bodem terecht zijn gekomen en de bodemsamenstelling van de projectlocatie. Uit raadpleging van de Databank Ondergrond Vlaanderen is gebleken dat binnen de projectlocatie ten minste de eerste 3 m-mv bestaat uit fijnere zanden of grof zand. Dit bodemtype heeft doorgaans een hoge weerstand waardoor NGE relatief ondiep zullen zijn ingedrongen. Op basis van eerdere ervaringen op blindgeslagen NGE van geschutmunitie in vergelijkbare bodemsoorten is een indicatieve ondergrens van de verdachte laag vastgesteld. Het betreft hier een diepte van 2,5 m-mv WOII. Aan een voor NGE-onderzoek erkend onderzoeksbureau is een opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een detectieonderzoek van het projectgebied aan Belgische zijde. Dit onderzoek staat gepland in september 2023. Bij detectie zullen NGE worden benaderd en verwijderd. Bij de voorbereiding en uitvoering van de aanlegwerkzaamheden zal rekening worden gehouden met de resultaten en advies van het detectieonderzoek.

3.12

Effectkenmerken Hierna worden de effectkenmerken samengevat volgens de wettelijk voorgeschreven indeling. Orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden)  Orde van grootte van het effect: zie paragraaf 3.1 t/m 3.11.  Bereik van het effect: lokaal tot zeer lokaal.  Getroffen bevolking: de kans op calamiteiten is zeer gering. Aard van het effect  Aard van de effecten: zie paragraaf 3.1 t/m 3.11.

blad 38 van 41

datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas

Grensoverschrijdende karakter van het effect  Er is sprake van een grensoverschrijdend effect: zie paragraaf 3.1 t/m 3.11. Intensiteit en de complexiteit van het effect  De effecten zijn beperkt qua intensiteit en complexiteit (geen vervolgeffecten of indirecte effecten verwacht). Waarschijnlijkheid van het effect  Beperkte emissies geluid, lucht en licht zijn zeker.  Waarschijnlijkheid van effecten door calamiteiten is zeer gering. Verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect  Verwachte aanvang: Q3 2024.  Duur en periode indicatief: 4 – 6 maanden.  Frequentie: deze beoordeling betreft eenmalig de beschreven aanlegactiviteiten en daarna de permanente aanwezigheid en gebruik van de PALL-leiding.  Er is geen sprake van onomkeerbare effecten. Cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Op dit moment vindt het Grensmaasproject plaats waarbij een nevengeul voor de Maas wordt gegraven. In het geval van overmatige afvoer van water zorgt deze geul voor een verbeterde beheersing van het overstromingsrisico in het gebied in combinatie met natuurontwikkeling. De aanleg van het nieuwe tracédeel van de PALL start na afronding van de aanleg van de nevengeul.

In een vroegtijdig stadium heeft afstemming plaatsgevonden met de partijen die betrokken waren bij dit project, betreffende Rijkswaterstaat, Consortium Grensmaas, firma L’Ortye, Natuurmonumenten en Waterschap Limburg, provincie Limburg. Uit deze overleggen is onder andere bevonden dat beide projecten geen invloed op elkaar zullen hebben. Er is zodoende geen sprake van cumulatie van effecten. Mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen Per onderdeel worden de effecten van het project zo summier mogelijk gehouden. Door middel van verder onderzoek worden de te verwachten effecten verder in kaart gebracht en wordt bepaald welke mitigerende maatregelen genomen zullen worden om de effecten tot een aanvaardbaar niveau te beperken. Zie paragraaf 3.1 t/m 3.11.

blad 39 van 41

datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas

4.

Conclusie Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.16 en 7.17 Wet milieubeheer en is het maken van een milieueffectrapport voor de besluitvorming over het voornemen niet nodig. Deze conclusie geldt voor zowel de Nederlandse als Belgische zijde van het project. Mogelijk grensoverschrijdende gevolgen zijn meegenomen in de beoordeling van potentiële milieueffecten door de werkzaamheden en het gebruik van het nieuwe PALL-leidingtracé. Deze milieueffecten zijn bepaald in samenwerking met Antea Group België.

Antea Group Maastricht, 30 juni 2023

blad 40 van 41

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Wim Duisenbergplantsoen 21 6221 SE Maastricht Postbus 959 6200 AZ Maastricht

Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

www.anteagroup.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=b083e1d4-cd60-4150-a194-2a9580b4e9c8