Bijlage 15 PPS PALL Grensmaas Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling PPS PALL Grensmaas
namens PPS Pipelines te Elsloo
projectnummer 0476077.100 definitief revisie 1.1 4 juli 2023
www.anteagroup.nl
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas namens PPS Pipelines te Elsloo projectnummer 0476077.100 definitief revisie 1.1 4 juli 2023
Auteurs W. van Hoof W. Evers
Opdrachtgever Petrochemical Pipeline Services B.V. Postbus 200 6160 AE GELEEN
Colofon Projectgroep Wouter van Hoof Wim Evers
Gecontroleerd W. Evers
datum 4 juli 2023
beschrijving Definitief tbv indiening
vrijgave Roel Eerden
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Waarom een m.e.r-beoordeling? Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r-beoordeling? Leeswijzer en bronnen
4 6 7 8
2.
Plaats en kenmerken van de activiteit
10
2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.2 2.3 2.4
Motivatie tracékeuze Continuïteit bedrijfsvoering Toestemmingen en ruimtelijke borging Technische uitvoering Leidingmanagement Conclusie Beschrijving van de activiteit Werkzaamheden Productie van afvalstoffen
10 11 12 14 14 15 15 16 16
3.
Relevante milieueffecten
18
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.11.1 3.11.2 3.12
Water Bodem Grondmechanica Bodemkwaliteit Archeologie Landschap en cultuurhistorie Lucht Licht Verkeer en transport Geluid en trillingen Natuur Gezondheid Veiligheid Externe veiligheid Niet gesprongen explosieven Effectkenmerken
18 20 20 20 21 24 26 27 27 27 28 32 32 32 38 38
4.
Conclusie
40
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding Petrochemical Pipeline Services B.V. (vanaf hier: PPS) is voornemens een nieuwe buisleiding aan te leggen, namens PALL N.V., om een bypass te creëren voor het bestaande tracé van de PALL (Pijpleiding AntwerpenLimburg-Luik). Aanleiding voor de aanleg van een nieuw tracédeel voor de PALL waardoor een bypass-functie ontstaat is de calamiteit omtrent de bestaande kruising van de Maas met de PALL-leidingbundel als gevolg van de overstroming in Limburg in juli 2021. In juli 2021 is de PALL-zinkerbundel, bestaande uit vier leidingen, onder de Grensmaas ter hoogte van km 36.3 onherstelbaar beschadigd. Door de enorme afvoer van de Grensmaas naar aanleiding van het vele regenwater dat was gevallen in Wallonië en de Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts, was sprake van een piekafvoer van 3.218 m3/s. In een normale hoogwatersituatie is sprake van 1.500 m3/s. De extreme waterafvoer door de Maas heeft geleid tot een uitspoeling van de Nederlandse oever tot circa 50 meter landinwaarts, waardoor de PALL-zinkerbundel in zijn opgaande gedeelte vrij kwam te liggen. Het resultaat van de uitspoeling was dat de zinkerbundel beschadigd en onbruikbaar werd. Om het transport van de vloeibare koolwaterstoffen te herstellen is door middel van een HDD (Horizontal Directional Drilling, een gestuurde boring) de productvoerende leiding hersteld.
Deze werkzaamheden zijn afgerond in september 2021. Als beheerder van de PALL heeft PPS zich gerealiseerd dat het hebben van een productleiding en een reserveleiding op dezelfde locatie en met dezelfde functie een groot risico met zich meebrengt bij een calamiteit ter hoogte van de kruising van de Grensmaas. Om die reden is het voornemen gelanceerd om de verbinding (huidige HDD) aan te vullen met een tweede tracé (c.q. kruising van de Grensmaas) waarmee dit risico in de toekomst tot een minimum kan worden beperkt. Het voorgenomen project zal dan zorgen voor een tweetal kruisingen van de Grensmaas, waarbij de huidige productleiding gevuld met stikstof gaat dienen als reserveleiding (bypass) naast de nog aan te leggen productleiding, waarvan de realisatie is gepland vanaf september 2024. Hiermee wordt redundantie gegarandeerd, wat betekent dat het systeem door het achter de hand houden van een bypassleiding goed blijft functioneren, ook in het geval dat een van beide kruisingen van de Grensmaas uitvalt. Voor de ligging van het nieuwe tracé is een traject ontworpen dat ligt binnen de ruimtelijke reservering voor een buisleidingenstrook zoals opgenomen in de Structuurvisie buisleidingen 2012 – 2035 en het POL-Grensmaas (POL = Provinciaal Omgevingsplan Limburg).
Daarbij gaat de nieuwe productleiding zoveel mogelijk het bestaande tracé van de buisleidingenbundel van Air Liquide volgen (zoals opgenomen in het bestemmingsplan en in overeenstemming met de ruimtereservering volgens de Structuurvisie buisleidingen 2012 – 2035) en in de buurt van de kruising van Air Liquide ook de Grensmaas kruisen (deze kruising is in de Structuurvisie buisleidingen 2012 – 2035 vermeld als ‘grensovergang Stein/Meers (Limburg) – Maasmechelen (Limburg (B)’). Aan de overzijde van de Grensmaas moet dan vanzelfsprekend een aansluitend deeltracé ontworpen worden voor een nieuwe aansluiting op het bestaande tracé vanuit Antwerpen. Daarbij sluit het nieuwe tracé tevens aan op het Vlaamse plan voor de GRUP-leidingstraat Antwerpen-Ruhr (Geleen), waarover overigens nog geen besluit is genomen (bron: Startnotitie voor het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) voor de aanleg van de Leidingstraat Antwerpen-Ruhr). Deze leidingstraat betreft een mogelijk toekomstige ontwikkeling op langere termijn. De ligging van het nieuw aan te leggen tracé is in Figuur 1.1 weergegeven in de situatie van voor de uitvoering van het Grensmaasproject waarmee een nevengeul van de Maas wordt aangelegd nabij de kern Maasband. De leiding (totaal ongeveer 4 kilometer) wordt grotendeels aangelegd in open ontgraving.
De kruising van de buisleiding onder de Grensmaas door gebeurt middels een HDD. Figuur 1.2 geeft een indicatie van de ligging van het nieuwe tracédeel van de PALL na aanleg van de nevengeul. Via https://pps-pipelines.com/nl/overppspipelines/referenties kan een film worden bekeken waarin aan de hand van een dronevlucht het projectgebied voor de aanleg van het nieuwe tracédeel van de PALL wordt gepresenteerd.
blad 4 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
In paragraaf 2.2 wordt verder ingegaan op de werkzaamheden.
Figuur 1.1 Indicatieve ligging nieuwe PALL-leiding.
blad 5 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
Figuur 1.2 Indicatieve ligging nieuwe PALL-leiding na realisatie van het Grensmaasproject ‘Nevengeul Maasband’, oranje lijnen rechts boven en links beneden betreffen het bestaande PALL-tracé, de blauwe lijn betreft de locatie van de HDD, de rode lijn betreft het tracédeel dat grotendeels met een open ontgraving wordt aangelegd.
1.2
Waarom een m.e.r-beoordeling? Deze aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling is opgesteld in het kader van een vergunningaanvraag Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze aanvraag wordt gedaan voor het afwijken van de regels ruimtelijke ordening ‘voor overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat’ (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wabo, artikel 2.12 lid 1a sub 30) en voor het uitvoeren van werk en werkzaamheden (voorheen aangeduid als aanlegvergunning). De grondslag voor de aanvraag van de omgevingsvergunning (Wabo-vergunning) is toegelicht in bijlage 2. Volgens het Besluit milieueffectrapportage dient voor activiteiten van onderdeel D te worden bepaald of er ten gevolge van de voorgenomen activiteit sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Afhankelijk van waarschijnlijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu is een milieueffectrapportage (m.e.r., de procedure) al dan niet nodig en dient er wel of geen MER (milieueffectrapport, het document) te worden opgesteld. Dit is ter beoordeling aan het bevoegd gezag. De voorliggende aanmeldingsnotitie ten behoeve van de m.e.r.-beoordeling gaat in op de mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu in verband met de aanvraag voor het afwijken van de regels ruimtelijke ordening.
Met deze informatie zal het bevoegd gezag bepalen of er al dan niet een MER dient te worden opgesteld. In relatie met leidingen ten behoeve van het transport van vloeibare koolwaterstoffen is van belang categorie D 8.1 uit het Besluit milieueffectrapportage: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een buisleiding voor het transport van gas, olie of CO2-stromen ten behoeve van geologische opslag of de wijziging of uitbreiding van een buisleiding voor het transport van chemicaliën”.
blad 6 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
Er is hier sprake van een m.e.r.-beoordeling, omdat de drempelwaarden van deze categorie D 8.1 uit het Besluit milieueffectrapportage worden overschreden. De voorgenomen PALL-leiding kruist namelijk het Natura 2000gebied Grensmaas (“onderdoor” met een gestuurde boring over een lengte van ongeveer 130 meter breedte van het Natura 2000 gebied ‘Grensmaas’) en een NNN-gebied (over een lengte van ongeveer 3.3 kilometer). In totaliteit overschrijdt de lengte van de leiding binnen gevoelig gebied zodoende de grenswaarde van 1 km. Uitgangspunt is dat de voorliggende m.e.r.-beoordeling tevens zal worden gebruikt bij toekomstige besluitvorming over ruimtelijke besluiten (bestemmingsplannen of omgevingsplannen) voor de PALL-leiding door de gemeente Stein.
1.3
Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r-beoordeling? Wet milieubeheer en m.e.r.-beoordeling Volgens artikel 7.16 Wet milieubeheer deelt de initiatiefnemer het voornemen mee aan het bevoegd gezag. Bij deze mededeling dient in ieder geval de volgende informatie te worden verstrekt: a. een beschrijving van de activiteit, met in het bijzonder: 1) een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerken; 2) een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; b. een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; c. een beschrijving, voor zover er informatie over deze gevolgen beschikbaar is, van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van: 1) indien van toepassing, de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; 2) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn en, voor zover relevant, met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van gevolgen voor het milieu.
Voorts kan bij de mededeling een beschrijving worden verstrekt van de kenmerken van de voorgenomen activiteit en van de geplande maatregelen om waarschijnlijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen. Op grond van de mededeling (het voorliggende document) neemt het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na ontvangst een beslissing omtrent de vraag of er bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt (artikel 7.17 Wet milieubeheer). Het bevoegd gezag houdt bij zijn beslissing rekening met de in bijlage III bij de EU Richtlijn MER aangegeven criteria. Criteria EU Richtlijn Op grond van de EU Richtlijn MER bijlage III (genoemd in de Wet milieubeheer, artikel 7.16) moet worden getoetst op een aantal criteria. In de voorliggende notitie vindt deze toetsing plaats. 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) de omvang en het ontwerp van het gehele project; b) de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; c) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; d) de productie van afvalstoffen; e) verontreiniging en hinder;
blad 7 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
f) g)
het risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling).
2. Plaats van de projecten De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, moet in aanmerking worden genomen, en met name: a) het bestaande en goedgekeurde landgebruik; b) de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan; c) het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: i. wetlands, oeverformaties, riviermondingen; ii. kustgebieden en het mariene milieu; iii. berg- en bosgebieden; iv. natuurreservaten en -parken; v. gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; vi. gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als nietnagekomen; vii. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; viii. landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3.
Soort en kenmerken van het potentiële effect De waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van projecten moeten, in samenhang met de onder punten 1 en 2 van deze bijlage hierboven uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met aandacht voor het effect van het project op de in artikel 3, lid 1, uiteengezette factoren, met inachtneming van: a) de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); b) de aard van het effect; c) het grensoverschrijdend karakter van het effect; d) de intensiteit en de complexiteit van het effect; e) de waarschijnlijkheid van het effect; f) de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; g) de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; h) de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
1.4
Leeswijzer en bronnen Het vervolg van het rapport is als volgt opgebouwd: hoofdstuk 2: de plaats van de activiteit en de kenmerken van de activiteit (aard en omvang); hoofdstuk 3: de kenmerken van het potentiële effect van de activiteit; hoofdstuk 4: conclusie. Voor de projectinformatie zijn de onderstaande rapportages evenals de door de opdrachtgever aangeleverde stukken geraadpleegd: Voorontwerptekeningen; Een multicriteria-analyse; Historisch bodemonderzoek; Archeologisch bureauonderzoek;
blad 8 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
-
Historisch vooronderzoek Niet-gesprongen explosieven (Nederlandse zijde); Historisch vooronderzoek Niet-gesprongen explosieven (Belgische zijde); Onderzoek externe veiligheid (QRA); Natuurtoets; Een pré NEN 3651-toets; Wet- en regelgeving.
Bijlagen waarnaar wordt verwezen zijn als zelfstandige documenten via OLO aan de gemeente ter beschikking gesteld. Bijlage 1 bevat het overzicht van de ingediende bijlagen.
blad 9 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
2.
Plaats en kenmerken van de activiteit
2.1
Motivatie tracékeuze Voor het aanleggen van een nieuw tracédeel van de PALL-leiding zijn twee alternatieven onderzocht en afgewogen. Vervolgens is een keuze gemaakt voor één van deze alternatieven om uit te werken in een ontwerp. De alternatieven zijn gekenmerkt als een zuidelijk en een noordelijk tracé: Tracé 1: parallel aan de Grensmaas (Maas) met de kruising onder de rivier en aansluiting op de bestaande PALL-leiding aan de zuidzijde. De leiding ligt ten oosten van de bestaande Air Liquide-leiding; Tracé 2: haaks op de Grensmaas (Maas) met een kruising onder de rivier en aansluiting op de bestaande PALL aan de noordzijde. De tracéalternatieven zijn weergegeven in Figuur 2.1.
Figuur 2.1: Weergave alternatieven 1 en 2 van de nieuwe PALL-leiding.
Door middel van een multicriteria-analyse (MCA) is een keuze gemaakt voor één van beide alternatieve tracés. De MCA bevat vier hoofdcriteria:
blad 10 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
1. 2. 3. 4.
Continuïteit bedrijfsvoering: het verkleinen of verspreiden van de risico’s in de bedrijfsvoering vergelijkbaar met de calamiteit in 2021; Toestemmingen en ruimtelijke borging: het verkrijgen van toestemmingen bij overheden, landeigenaren en overige partijen voor de aanleg van de leiding en de ruimtelijke borging van de leiding in ruimtelijke plannen; Technische uitvoering: technische haalbaarheid van de aanleg van de leiding; Operationeel leidingmanagement: wat is de impact van de oplossing op het management van de leiding op de lange termijn.
In het vervolg van deze paragraaf wordt nader toegelicht welke keuzes zijn gemaakt per criterium.
2.1.1
Continuïteit bedrijfsvoering Het criterium met betrekking tot de continuïteit van de bedrijfsvoering betreft de leveringszekerheid van de leiding. Naar aanleiding van de calamiteit in 2021 is de productvoerende leiding hersteld met een HDD onder de Grensmaas. Alternatief leidingtracé 2 is parallel aan deze leiding geprojecteerd. Voor de herstelde leiding is een tijdelijke watervergunning (tot 1 september 2025) als productvoerende leiding verkregen van Rijkswaterstaat, waardoor naast een terugvaloptie ook gezorgd moet worden voor een oplossing voor de huidige tijdelijke verbinding. Met het oog hierop is PPS met RWS in gesprek om de in 2021 herstelde leiding voor onbepaalde tijd vergund te krijgen als terugval (back-up / bypass) verbinding. Onder gewone omstandigheden is deze leiding in dat geval gevuld met stikstof om bij een incident te kunnen dienen als terugvaloptie om product te transporteren. Tracé 1 Voor deze optie geldt dat de PALL wordt voorzien van twee verschillende kruisingen onder de Grensmaas, namelijk de huidige noordelijke kruising en de kruising aan de zuidzijde. Dit zorgt voor een betere spreiding van de risico’s ten opzichte van een dubbel uitgevoerde kruising op één en dezelfde locatie. Met alternatief 1 wordt tevens voorzien in een buisleiding parallel aan én aan beide zijden van de rivier, dat wederom zorgt voor spreiding van het risico.
Gedurende de overstromingen in het gebied van de Grensmaas in 2021 zijn in de directe omgeving van de nieuwe locatie van de kruising met de rivier van tracé 1 geen zinkgaten ontstaan. Natuurmonumenten heeft aangegeven dat zij de voorkeur heeft om de rivier in de toekomst zoveel mogelijk haar natuurlijke beloop te willen laten. Dit levert bij tracé 1 minder risico’s op, aangezien tracé 1 meer potentiële ruimte voor de rivier overlaat. Tracé 2 Ten opzichte van de herstelde leiding kan optie 2 met de nieuwe aanleg nog dieper worden aangelegd dan met de huidige (tijdelijke) leiding is gedaan en op een afstand van circa 20 tot 50 meter van de huidige kruising. De Grensmaas is en blijft ook na de aanleg van de nevengeul ter plaatse van optie 2 het smalst. De stroomsnelheden van de rivier zijn hier daardoor het hoogst. Dit brengt grotere risico’s met zich mee op het gebied van bodemerosie dan bij optie 1. Ter plaatse van de kruising van optie 2 zijn er in periode van de overstromingen in 2021 meerdere zinkgaten ontstaan, oplopend in grootte tot 14 meter diep. De beleidsvoorkeur van Natuurmonumenten om de rivier haar natuurlijke beloop te laten geeft voor optie 2 grotere risico’s op zinkgaten en mogelijke blootlegging door erosie in het smalle deel van de rivier dan bij optie 1.
Recentelijk hebben de Belgische autoriteiten een verleggingsbevel uitgesproken voor het verleggen van een deel van de PALL-leiding op Belgisch grondgebied. Het gaat om ongeveer 1 kilometer van de leiding parallel aan de Grensmaas vanaf de bestaande kruising. Er is nog veel onzekerheid over dit project met betrekking tot planning, benodigde onderzoeken en de beschikbaarheid van een alternatief tracé. Dit is niet alleen problematisch wat betreft de benodigde toekomst vaste functionaliteit maar ook wat betreft de noodzaak om voor 1 september 2025 over een nieuw kruising van de Grensmaas te beschikken. Met betrekking tot het criterium voor de risico’s rondom de continuïteit van de bedrijfsvoering heeft tracé 1 de voorkeur boven tracé 2.
blad 11 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
2.1.2
Toestemmingen en ruimtelijke borging Dit criterium bekijkt de mogelijkheden van de verschillende tracéalternatieven op het gebied van de haalbaarheid en complexiteit om diverse wettelijk vereiste publiekrechtelijke toestemmingen te verkrijgen. Ook wordt in dit criterium gekeken naar de ruimtelijke borging van buisleidingen in ruimtelijke plannen en visies, met name in de Structuurvisie Buisleidingen 2012 – 2035 van de Rijksoverheid. Tracé 1 Uit een vergunningeninventarisatie volgt een aantal vergunningplichten voor dit tracéalternatief. Het gaat om diverse omgevingsvergunningen en watervergunningen. Voor tracé 1 geldt dat deze ruimtelijk is geborgd in de Structuurvisie buisleidingen 2012 – 2035 van de Rijksoverheid. Deze structuurvisie geeft de visie van de Nederlandse overheid omtrent ondergrondse buisleidingen ten behoeve van het transport van gevaarlijke stoffen. Hierin zijn voor heel Nederland stroken aangeduid die zijn gereserveerd voor ondergrondse buisleidingen. De structuurvisie bevat tevens een aantal vastgelegde grensoverschrijdingspunten alwaar buisleidingen de grens met België of Duitsland kunnen overschrijden. Momenteel bevindt de leiding van Air Liquide zich al binnen deze leidingenstrook. In de toekomst zullen buisleidingen in beginsel allemaal binnen deze strook worden gelegd.
Zie figuur 2.2 voor de ligging van deze buisleidingenstrook in de omgeving van Maasband.
Figuur 2.2: Weergave buisleidingenstrook (paarse lijn, 45 m breed) uit de Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 omgeving Maasband (ruimtelijkeplannen.nl, geraadpleegd op 28 juni 2023).
Naast de Structuurvisie buisleidingen is het ruimtelijk beleid voor het Grensmaasgebied vastgelegd in een aanvulling op het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL). Dit betreft de POL-aanvulling Grensmaas, vastgesteld door de provincie Limburg op 1 juli 2005. Op het gebied van leidingen is het doel geformuleerd om waar nodig te verdiepen of bescherming te bieden aan hoofdleidingen en leidingen te verleggen naar een nieuw aan te wijzen strook voor nationale hoofdleidingen. In dit aanvullende plan wordt de aanwezigheid van een hoofdtransportleiding aangehaald, inclusief de huidige kruising onder de Maas ter hoogte van rivierkilometer 32,8. Om project Grensmaas mogelijk te maken wordt gesteld dat de bestaande leiding zou moeten worden verlegd naar de nationale leidingstrook van 45 meter breed waarbinnen aangepast beheer van de natuurontwikkeling ten behoeve van de integriteitsbescherming van de leidingen wordt gewaarborgd. Dit betreft de Air Liquide-leiding waar het nieuwe PALL-tracé naast geprojecteerd is. In deze strook worden meer leidingen voorzien, hetgeen zorgt voor een ruimtelijke borging voor de nieuw PALL-leiding binnen de betreffende leidingenstrook.
blad 12 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
Tracé 1 ligt voor het overgrote deel binnen de leidingenstrook zoals gereserveerd in de Structuurvisie. Hier zal het de landsgrens met België onder de Maas kruisen op het beoogde grensoverschrijdingspunt uit de Structuurvisie. In België is het Gewestelijk Regionaal Uitvoeringsplan (GRUP) van kracht. In het GRUP is ook een ruimtelijke reservering opgenomen met betrekking tot buisleidingen, inclusief het eerdergenoemde grensoverschrijdingspunt. Op dit overschrijdingspunt sluiten de Structuurvisie en het GRUP op elkaar aan. Ook aan Belgische zijde betreft deze variant een beter vergunbare situatie. Er is een Omgevingsvergunning nodig voor stedenbouwkundige handelingen en ingedeelde inrichtingen, een machtiging van de Vlaamse Waterweg (domeinvergunning) en enkele Federale vergunningen (Verklaring van Openbaar Nut en gasvervoervergunning). Er worden aan Belgische zijde geen belemmeringen verwacht op het gebied van vergunningen vanwege de bestaande bestemmingsplannen en de aanwezigheid van de reeds bestaande lijninfrastructuur (hoogspanningsleiding). Tracé 2 Het noordelijke tracé is binnen de aanvulling van de Provinciale Omgevingsverordening Limburg (POLaanvulling) niet gelegen binnen een ruimtelijk vastgelegd grensoverschrijdingspunt met België, in tegenstelling tot het zuidelijke tracé (Structuurvisie Buisleidingen 2012 – 2035).
De aanwezigheid van een groot waterwingebied aan Belgische zijde (afkomstig van de Kempen) is uitermate problematisch, zie Figuur 2.3. Dit zorgt voor een grote complexiteit met betrekking tot het verkrijgen van een vergunning. Nieuwe buisleidingen ten behoeve van het transport van gevaarlijke (vloei)stoffen worden namelijk in beginsel niet (meer) geaccepteerd binnen waterwingebieden. Bovendien is de zone bezwaard met het VEN-gebied (Vlaams Ecologisch Netwerk) en een Natura 2000-gebied en gelegen in een biologisch waardevolle zone. Daarnaast is de zone in het natuurbeheersplan ‘Dal van de Grensmaas’ opgenomen. Aan Belgische zijde worden meer knelpunten verwacht vanwege de aard van het gebied. Allereerst bevinden zich meer Natura 2000-gebieden in de directe omgeving van het noordelijke tracé. Verder is de Maas ter plaatse van dit tracé, zoals reeds beschreven, relatief smal, hetgeen zorgt voor hogere stroomsnelheden en zodoende grotere risico’s. Aan Belgische zijde bevindt zich tevens een grondwaterwingebied ter hoogte van deze tracévariant, in tegenstelling tot de zuidelijke variant. Ten slotte bevindt zich een overstromingsgebied van de Maas aan de Belgische zijde waarbij aanvullend plannen bestaan om de Maas aan Belgische zijde op deze locatie te verbreden. In totaliteit zorgen de genoemde punten voor een lastiger te vergunnen situatie.
blad 13 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
Figuur 2.3 Ligging tracévarianten (aangeduid met rode lijnen) t.o.v. waterwingebied België.
Voor tracé 1 geldt een groter aantal vergunningplichten dan voor tracé 2. Echter, voor tracé 1 geldt dat deze significant beter is geborgd binnen de Structuurvisie Buisleidingen 2012 – 2035 van de Nederlandse overheid, de POL-aanvulling Grensmaas van de provincie Limburg en in het aangepaste GRUP (grensoverschrijdingspunten Maas) van het Vlaamse Gewest. Dit tracé wijkt nauwelijks af van hetgeen is vastgelegd in de Structuurvisie en ligt grotendeels naast de reeds bestaande leidingenbundel van Air Liquide. PPS zal een voorlopende rol hebben met de aanleg van de nieuwe PALL-leiding binnen tracé 1. Deze zogeheten zuidelijke tracévariant heeft al met al de voorkeur binnen het criterium ‘Toestemmingen en ruimtelijke borging’.
2.1.3
Technische uitvoering Dit criterium betreft de technische uitvoering van de aanlegwerkzaamheden. De gebruiksfase van de leiding valt buiten dit criterium. Voor tracé 1 geldt dat hier, in tegenstelling tot tracé 2, over het overgrote deel van het tracé voldoende ruimte is voor (graaf)werkzaamheden. Ook is de gestuurde boring voorzien in een relatief open gebied, waardoor afdoende ruimte is voor de boring en het uitleggen van de leidingdelen. Wat betreft de technische uitvoering heeft tracé 1 de voorkeur boven tracé 2 aangezien er meer ruimte is voor de werkzaamheden. De HDD voor tracé 1 kan hierdoor in één keer worden uitgevoerd.
2.1.4
Leidingmanagement Dit criterium betreft het management van de leiding in de gebruiksfase, wanneer de aanlegwerkzaamheden gereed zijn. Het gaat hier om bereikbaarheid voor onderhoud en veiligheid. Tracé 1 Het zuidelijke tracé bevindt zich in een gebied dat momenteel een significante ontwikkeling ondergaat met het project Grensmaas door Consortium Grensmaas. De uitvoering van dit project is vertraagd. In de
blad 14 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
ontgrondingsvergunning is zijn de uitvoeringstermijnen van bepaalde werkzaamheden verlengd en gelden nu de volgende termijnen: Het winnen van specie, waaronder toutvenant tot 1 oktober 2024; Het winnen van specie, waaronder toutvenant ten behoeve van het verwijderen van werken en werkwegen tot 1 april 2025; Het inrichten van de terreinen dient op 1 april 2025 te zijn afgerond. Na afronding van het Grensmaasproject ontstaat in het gebied een stabiele situatie. De werkzaamheden rondom de aanleg van de leiding worden in beginsel gepland na afronding van de nevengeul, het hoofdonderdeel van het Grensmaasproject (volgens de ontgrondingsvergunning einddatum 1 oktober 2024). Dit betekent dat er ruimte zal zijn voor de aanleg van de leiding waarbij de werkzaamheden met Consortium Grensmaas worden afgestemd op de resterende werkzaamheden van het Grensmaasproject, te weten ‘het verwijderen van werken en werkwegen’ en ‘het inrichten van de terreinen’, beiden met einddatum 1 april 2025. Tracé 1 betreft een leidingenstrook waar reeds leidingen (3) van Air Liquide gebundeld liggen en waar mogelijk in de toekomst meerdere leidingen zullen worden aangelegd. Dit betekent dat de betreffende strook wordt beheerd door diverse partijen (leidingbeheerders) met deskundigheid over buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen.
De veiligheid van de leidingenstrook en derhalve ook van de nieuwe PALL-leiding is hierbij gebaat, hetgeen ook beoogd wordt met de Structuurvisie buisleidingen 2012 – 2035. Tracé 2 De relatie met het Grensmaasproject is voor tracé 2 in principe hetzelfde als voor tracé 1. Optie 2 ligt buiten de gereserveerde ruimte voor buisleidingen vanuit de Structuurvisie buisleidingen 2012 – 2035 van de Rijksoverheid en het daarin opgenomen grensoverschrijdingspunt (zie figuur 2.2). Hierdoor is tracé 2 in de toekomst minder beschermd door wet- en regelgeving tegen mogelijke conflicterende ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening, zoals bestemmingsplanwijzigingen. Ook in het operationele beheer heeft een ligging in een ruimtelijk gereserveerde strook de voorkeur vanuit veiligheid. Met betrekking tot het criterium omtrent het leidingenmanagement heeft tracé 1 de voorkeur.
2.1.5
Conclusie Met de vier criteria die hiervoor zijn beschreven is uiteindelijk een keuze gemaakt tussen de twee alternatieven. Voor beide varianten geldt dat het gebied visueel niet zal veranderen. Ter plaatse van de werkstrook voor de aanleg wordt het gebied in haar oorspronkelijke staat hersteld. Aangezien de leiding zich ondergronds bevindt zal er na de werkzaamheden, met uitzondering van de benodigde merkpalen, niets te zien zijn van de leiding. Uit de MCA komt een duidelijke voorkeur voor de eerste, zuidelijke, tracévariant. Dit tracé heeft met name de voorkeur vanwege de betere borging in de Structuurvisie Buisleidingen. Ook is het gebied waar dit tracé wordt gelegd geschikter voor de buisleiding gezien de ruimte in het gebied en risico’s rondom mogelijk nieuwe overstromingen. Alternatief 2 bevat daarnaast te veel onzekerheden rondom toekomstige ontwikkelingen op Belgisch grondgebied.
2.2
Beschrijving van de activiteit Naar aanleiding van de calamiteit in 2021 is het wenselijk de risico’s van uitval van de PALL-leiding te verminderen. De aanleg van de nieuwe leiding, waarbij de huidige leiding de functie van bypass zal krijgen in het geval de nieuwe hoofdleiding buiten gebruik wordt gesteld, is hiervoor de gewenste oplossing. Het tracé, zie Figuur 1.1, zal onderdeel zijn van de totale PALL-leiding zoals deze reeds in bedrijf is. De specificaties van het nieuw aan te leggen tracé zal zodoende grotendeels overeenkomen met die van de bestaande leiding. De materiaalspecificaties van de bestaande leiding zijn weergegeven in Tabel 2.1.
blad 15 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
Tabel 2.1 Materiaalspecificaties bestaande PALL-leiding Parameter
Eenheid
Verpompt product
Waarde Koolwaterstoffen (klasse K1 of K0)
Uitwendige diameter
inch
18” (457 mm)
Wanddikte
mm
11 (ter plaatse van gestuurde boring) 6,4 (ter plaatse van open ontgraving)
Inwendige diameter
mm
435 (ter plaatse van gestuurde boring) 444 (ter plaatse van open ontgraving)
Maximum druk
Bar
67,67
Diepteligging
m
Minimaal 1,2
Bijlage 3 bevat een overzichtslijst van de bij de aanleg van het nieuwe tracédeel van de PALL betrokken kadastrale percelen aan de Nederlandse zijde. De kruising van de leiding onder de Grensmaas wordt aangelegd middels een horizontaal gestuurde boring met een lengte van ongeveer 800 meter. Het overige deel van het tracé wordt aangelegd door middel van een open ontgraving, over een lengte van ongeveer 3.250 meter. Op enkele specifieke locaties is het echter niet mogelijk of wenselijk om de leiding middels open ontgraving aan te leggen. Op deze plaatsen wordt dan ook gekozen voor aanleg middels een korte HDD of persing. Het betreft in elk geval de kruising van het tracé onder een zijtak van de Urm de route van de lozing van de waterzuivering van Chemelot (voorheen IAZI), de historische dijk/weg en de nieuwe hoogwaterbrug. In deze gevallen gaat het om een lengte van maximaal enkele tientallen meters per HDD/persing. De definitieve uitvoeringskeuzes worden nader uitgewerkt in het definitieve ontwerp, waarbij een aanleg met een open ontgraving (nog) niet helemaal is uitgesloten. De grond die vrijkomt bij de open ontgravingen wordt lokaal opgeslagen. Na afloop van de werkzaamheden wordt de werkstrook in zijn oude staat hersteld met de tijdelijk opgeslagen grond. Er vindt geen afvoer van grond plaats.
2.3
Werkzaamheden Voor de werkzaamheden worden diverse mobiele werktuigen (boormachine, aggregaten en pompen) en transportmiddelen (vrachtwagens, tractoren en kranen) gebruikt. De energie daarvoor wordt in beginsel geleverd door dieselolie. Het gebruik van het plangebied blijft na afronding van de leidingaanleg hetzelfde en het karakter van het gebied waar de werkzaamheden worden uitgevoerd, wordt er niet blijvend door veranderd. Door de aanlegwerkzaamheden is, conform regelgeving, sprake van emissies ten aanzien van water, geluid, licht en lucht. Bij de effectbeschrijving wordt hierop nader ingegaan.
2.4
Productie van afvalstoffen Afvalwater Tijdens de aanlegwerkzaamheden wordt geen afvalwater geloosd. Wel bestaat de mogelijk dat scrubvloeistof en spuitwater moet worden afgevoerd vanuit het ontvangststation van de PALL in Geleen. Deze stromen worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Bij de eerder genoemde herstelwerkzaamheden naar aanleiding van de calamiteit bij de PALL is ongeveer 1 ton scrubvloeistof en 80 m3 spuitwater afgevoerd.
blad 16 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
Afvalstoffen Bij de werkzaamheden komen naar verwachting diverse afvalstromen vrij. Naar aanleiding van de herstelwerkzaamheden aan de PALL in 2021 zijn de volgende afvalstoffen vrijgekomen en afgevoerd naar erkende verwerkers: Bedrijfsafval (inclusief resthoeveelheid bentoniet): 3 ton; Vuil: 3 ton; Oude leidingen: 20 ton (ijzer). Deze stroom zal in het huidige project significant kleiner zijn, naar verwachting minder dan 1 ton, aangezien er geen oude leidingen moeten worden verwijderd dan wel vervangen.
blad 17 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
3.
Relevante milieueffecten Met name de aanlegwerkzaamheden hebben mogelijk invloed op het milieu. In dit hoofdstuk zijn de mogelijke milieueffecten van de aanlegwerkzaamheden beschreven, alsmede de eventuele effecten in de gebruiksfase van de PALL-leiding daarna. In dit hoofdstuk worden de volgende milieuaspecten beoordeeld: Water; Bodem: Grondmechanica; Bodemkwaliteit; Archeologie; Landschap en cultuurhistorie; Lucht; Licht; Verkeer en transport; Geluid en trillingen; Natuur; Gezondheid; Veiligheid: Externe veiligheid; Niet-gesprongen explosieven. Indien een milieuaspect een grensoverschrijdende component heeft wordt dit bij het desbetreffende milieuaspect behandeld.
3.1
Water Een aantal aspecten van het project omtrent de aanleg van de nieuwe PALL heeft raakvlakken met het milieuaspect ‘water’. Aanlegfase Allereerst zal de nieuwe leiding de Grensmaas kruisen om zowel in Nederland als België te kunnen worden aangesloten op het bestaande PALL-tracé. De leiding zal door middel van een gestuurde boring worden aangelegd, waarbij een diepte van meer dan 20 meter beneden maaiveld (m-mv) wordt aangehouden (deze diepte moet in het definitieve ontwerp nog worden bepaald in combinatie met de te verwerven watervergunning van Rijkswaterstaat). De leiding ligt zodoende op grote diepte onder de rivier. Daarnaast bevinden het in- en uittrede punt zich op geruime afstand van de rivier. Dit betreft voor het in- en uittredepunt in respectievelijk Nederland en België een afstand van ruim 100 meter en ruim 150 meter. De werkzaamheden hebben zodoende geen gevolgen voor de fysieke en hydrologische kenmerken van de Maas. Gedurende de werkzaamheden zal op enkele plaatsen mogelijk bemaling moeten worden toegepast, afhankelijk van de grondwaterstand ter plaatse op het moment van de werkzaamheden. De grondwaterstand varieert in het gebied, waardoor het lastig is om vooraf te bepalen of bemaling nodig is, maar in het algemeen is de verwachte grondwaterstand dieper dan de benodigde ontgravingen. Er wordt in een later stadium een bemalingsadvies opgesteld.
Indien bemaling nodig is zal dit in relatief beperkte hoeveelheden zijn. Dit zal in elk geval beneden de grenswaarden voor een m.e.r.(-beoordeling) zijn. De invloed van eventuele bemaling zal gezien de hydrologie van het projectgebied (nabijheid van de Maas) van zeer geringe invloed zijn op de omgeving. Wanneer eisen aan de bemaling worden gesteld worden deze gerespecteerd. De aanleg van de leiding vindt deels plaats binnen de beschermingszones van primaire waterkeringen in beheer bij het Waterschap Limburg. Hiervoor zullen de benodigde toestemmingen worden aangevraagd bij het waterschap. Voor de aanleg van de leiding onder de Grensmaas door middel van de gestuurde boring wordt een watervergunning aangevraagd bij Rijkswaterstaat.
blad 18 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
Gebruiksfase In de gebruiksfase bevindt de nieuwe leiding zich ondergronds, deels binnen het overstromingsgebied van de Grensmaas. De leiding heeft door de ondergrondse ligging geen invloed op de werking en de aard van dit gebied. Ook heeft de buisleiding in de gebruiksfase geen invloed op de grondwaterstanden en grondwaterstroming. De leiding ligt op enkele plaatsen op geringe afstand van een primaire waterkering in beheer bij het waterschap. Een eventuele lekkage van de PALL in de gebruiksfase zou voor uitspoeling van deze waterkering kunnen zorgen. Dit aspect is onderzocht met stabiliteitsberekeningen (NEN 3651-toets), waaruit volgt dat de ligging tussen de leiding van Air Liquide en de waterkering mogelijk is. Wel is op enkele plaatsen de ruimte beperkter, waardoor wordt aangeraden om te zorgen voor afstemming met zowel het waterschap (‘4h’ verlagen gebaseerd op de berekeningen) als Air Liquide (mogelijk afstand tot de leiding verminderen). Met Air Liquide is overeenstemming bereikt om de PALL-leiding in beginsel op 1 meter afstand te leggen van de buitenste leiding van Air Liquide, dit draagt bij aan het oplossen van de aandachtspunten uit de NEN 3651-toets. Deze aandachtspunten worden, ook in het kader van het afstandscriterium ten opzichte van de waterkering, in afstemming met het waterschap verder opgelost en vastgelegd in een nog aan te vragen watervergunning.
De nieuwe PALL-leiding bevindt zich op geruime afstand van waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebied in zowel Nederland als België. In Figuur 3.1 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van deze gebieden weergegeven voor het Nederlandse deel van het projectgebied. Voor de ligging van het projectgebied ten opzichte van een groot waterwingebied in België wordt verwezen naar Figuur 2..
Figuur 3.1 Ligging projectgebied (rode cirkel) t.o.v. grondwaterbeschermingsgebieden in Nederland (bron: POLviewer 2014).
blad 19 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
Conclusie Ten aanzien van het milieuaspect ‘water’ is in zowel de aanleg- als exploitatiefase geen sprake van belangrijke nadele milieueffecten.
3.2
Bodem
3.2.1
Grondmechanica Er wordt grondmechanisch onderzoek gedaan naar de bodemopbouw ter plaatse van de Grensmaas ten behoeve van de HDD. De bodemopbouw is van belang met betrekking tot risicobeheersing tijdens de gestuurde boring. Bij Rijkswaterstaat wordt voor de gestuurde boring een watervergunning aangevraagd. Hierin worden de mogelijke gevolgen van de HDD beoordeeld. Eventuele eisen aan de gestuurde boring zullen worden opgenomen in de vergunning, waarmee eventuele effecten op het profiel van de Grensmaas worden voorkomen.
3.2.2
Bodemkwaliteit Verkennend historisch bodemonderzoek In de periode van augustus t/m november 2022 is een verkennend (historisch) bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het geplande leidingtracé (Antea Group, 9 februari 2023. Historisch bodemonderzoek nieuwe tracé PALL-leiding Grensmaas nabij Maasband; projectnummer 0476077.100; definitief revisie 02, opgenomen in bijlage 4). Dit onderzoek betreft een milieuhygiënisch vooronderzoek. Op basis van de resultaten van dit onderzoek is het volgende geconcludeerd: Ter plaatse van de voorgenomen werkzaamheden is geen sprake van verdachte activiteiten; Er zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen (water)bodemonderzoeken uitgevoerd. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie blijkt uit een verificatie-onderzoek van een CZV-lekkage (maart 2022, Antea Group) dat er geen sprake is van een restverontreiniging in de bodem en het grondwater aan fenolindex, methanol, glycolen en CZV. De verontreiniging is geheel verwijderd/afgebroken; Het Maassediment is diffuus, sterk verontreinigd met zware metalen (met name zink en lood). Verder is het diffuus licht verontreinigd met overige zware metalen, minerale olie en PAK tot de maximale ontgravingsdiepte van 2,5 m-mv. Op basis hiervan wordt verwacht dat de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie eveneens diffuus sterk verontreinigd kan zijn met zware metalen.
Daarnaast is dit terrein op basis van het feit dat het is gelegen binnen het overstromingsgebied van de Maas verdacht op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en GenX; Aangezien de onderzoekslocatie altijd in gebruik is geweest als agrarisch gebied waar geen gebouwen hebben gestaan is deze onverdacht met betrekking tot de aanwezigheid van asbest in de bodem, met uitzondering van de te kruisen (veld)wegen; Een aantal locaties op het tracé is aangemerkt als verdachte locaties. Het overige deel van het tracé is bestempeld als onverdacht gebied, waarvoor geen aanvullend bodem- en asbestonderzoek nodig is; De als verdacht aangemerkte locaties zijn: Waterbodem (waterkwaliteit uit de Waterregeling en uitgesloten van de BKK): Er worden geen conclusies getrokken op het gebied van mogelijk aanwezige verontreinigingen (redenen voor het als verdacht aanmerken van de locatie). Wel worden aanbevelingen gedaan omtrent de onderzoeksmethode gedurende het vervolgonderzoek; Veldwegen: Er wordt op basis van ervaring er van uitgegaan dat de te doorkruisen veldwegen bijmengingen van puin en/of baksteek bevatten.
Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek is noodzakelijk, waarbij iedere veldweg separaat onderzocht moet worden; Wegen inclusief bermen: Op basis van ervaring wordt aangegeven dat onder de asfaltverharding van wegen van te kruisen wegen een puinlaag aanwezig kan zijn, welke kan doorlopen tot in de wegbermen. Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek is noodzakelijk, waarbij iedere veldweg separaat onderzocht moet worden; Tijdelijke halfverharde weg firma L’Ortye:
blad 20 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
-
-
Het is onbekend uit welke materialen de halfverharding bestaat, waardoor niet is uitgesloten dat er sprake is van bijmenging met bodemvreemde en asbestverdachte materialen zoals puin en/of baksteen. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk; Tijdelijke bouwweg nabij de brug over de stroomgeulverbreding: Het is onbekend uit welke materialen de halfverharding bestaat, waardoor niet is uitgesloten dat er sprake is van bijmenging met bodemvreemde en asbestverdachte materialen zoals puin en/of baksteen. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk; Gelet op het type werkzaamheden (tijdelijke uitplaatsing, de (water)bodem verlaat de locatie niet), is onderzoek naar PFAS vooralsnog niet nodig. Echter, om eventuele afvoer van grond mogelijk te maken wordt aanbevolen de boven- en ondergrond te onderzoeken op PFAS en GenX. De kans is groot dat de toplaag van de bodem binnen het overstromingsgebied van de Maas PFAS bevat; Gelet op de sterk wisselende grondwaterstanden en de bekende grondwaterstand van 2,0 – 3,6 m-mv is er een kans dat tijdens de graafwerkzaamheden bemaling op een (beperkt) aantal locaties noodzakelijk is. Om het vervolgens te kunnen lozen wordt het grondwater onderzocht op de lozingsparameters uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (tabel 3.1a), aangevuld met naftaleen en PAK’s.
Mogelijk dient er een infiltratieproef te worden uitgevoerd ter plaatse van de noordelijke aansluiting van de nieuwe leiding op de bestaande PALL-leiding, de kruising met de zijtak van de Ur en het graven van de ontvangst- of perskuip, afhankelijk van de werkzaamheden van de aannemer.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Op basis van de hierboven behandelde uitkomsten van het verkennend historisch bodemonderzoek wordt een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. De onderzoeksopzet hiervan is opgenomen in bijlage 5.
Conclusie Uit het verkennend historisch bodemonderzoek volgt dat de verwachte bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de nieuwe ligging van de PALL. De resultaten van het geplande verkennend bodem- en asbestonderzoek dienen ter verificatie hiervan. Met eventueel aan te treffen verontreiniging zal conform weten regelgeving worden omgegaan en de resultaten zullen worden gebruikt voor het bepalen van de veiligheidsklasse waaronder de werkzaamheden door de aannemer moeten worden uitgevoerd. In beginsel wordt door de aanleg en exploitatie van de PALL de bodemkwaliteit niet gewijzigd. Uitgaande van het opvolgen van de aanbevelingen die voortkomen uit het veldonderzoek is er geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ten aanzien van bodem.
3.3
Archeologie Door Antea Group is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het geplande leidingtracé (Antea Group, 20 juni 2023 Archeologie 2022/272; Bureauonderzoek PPS PALL-verlegging Grensmaas, Stein (gemeente Stein); projectnummer 0476077.100; revisie 02, opgenomen in bijlage 6). Archeologische verwachting Provinciale verwachtingskaart De provincie Limburg heeft haar verantwoordelijkheid voor archeologie beperkt tot waarden van provinciaal belang. In het kader van deze belangen is een aantal archeologische aandachtsgebieden aangewezen. Dit zijn representatieve en relatief gave delen van de verschillende Limburgse cultuurlandschappen met een groot potentieel aan archeologische waarden. Het plangebied ligt niet in een van deze aandachtsgebieden: circa 1 km ten noordoosten van het plangebied ligt het provinciaal aandachtsgebied de Graetheide. Gemeentelijke verwachtingskaart De archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Stein laten zien dat het grootste deel van het tracé een lage verwachting heeft. Enkele delen hebben geen verwachting vanwege verstoring. Enkele kleine delen hebben een middelmatige verwachting (gelegen op de rand van het Dryas-terras).
Archeologische verwachtingskaart voor het Maasdal tussen Mook en Eijsden De periodekaart ‘Jagers en Verzamelaars’ laat voor enkele zones van het plangebied een basisverwachting zien voor resten uit deze periode. Deze zones komen overeen met het Jonge Dryas en het interstadiaal terras.
blad 21 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
Binnen deze verwachtingszone zijn enkele zones die op 1 of 2 van 6 aanvullende criteria scoren. Voor de overige zones geldt geen verwachting voor deze periode. Op de periodekaart ‘Vroege Landbouwsamenlevingen’ (neolithicum en bronstijd) is te zien dat er voor drie zones een basisverwachting geldt. Daarvan scoren 2 zones op 3 van 5 aanvullende criteria en één zone scoort op 1 van 5 aanvullende criteria. Daarnaast geldt voor de holocene kronkelwaardrug 2 met oeverdek een basisverwachting op vindplaatsen gerelateerd aan water gebonden economische en rituele activiteiten. Voor de overige zones geldt geen verwachting voor deze periode. Op de periodekaart ‘Late Landbouwsamenlevingen’ (ijzertijd tot vroege middeleeuwen) is te zien dat, met uitzondering van het meest zuidelijke deel van het plangebied, een basisverwachting geldt voor deze periode. Daarbij scoort het grootste deel van het plangebied op 1 of 2 van 4 aanvullende criteria. Voor de Dryas-geul en de Holoceen 2 geul geldt een basisverwachting op vindplaatsen gerelateerd aan watergebonden economische en rituele activiteiten. Op de holoceen kronkelwaardrug 3 geldt een basisverwachting op vindplaatsen gerelateerd aan economische en rituele activiteiten. Voor de overige zones geldt geen verwachting voor deze periode.
Op de periodekaart ‘Staatssamenlevingen’ is te zien dat het gehele plangebied een basisverwachting heeft voor deze periode, waarbij de holocene gebieden enkel een verwachting hebben op vindplaatsen gerelateerd aan economische activiteiten hebben. De oudere landschapsdelen scoren daarenboven op 1 of 2 van 4 aanvullende criteria. Voor de geulen in het gebied geldt een basisverwachting op vindplaatsen gerelateerd aan water gebonden economische en rituele activiteiten. Voor ‘Alle perioden’ geldt voor het gehele plangebied een basisverwachting (Afbeelding 18). De aanvullende verwachting geeft aan dat deze verwachting middelhoog (cumulatieve score van 7-9) is op de meest westelijke rand van het interstadiaal terras en de meest westelijke rand van het Dryas-terras. De rest van het gebied heeft een lage verwachting met een cumulatieve score van 1-3. Conclusies en aanbevelingen Er kunnen resten aangetroffen worden uit het mesolithicum tot en met de nieuwe tijd. Resten uit het laat paleolithicum worden met name verwacht ten noordoosten van het tracé, in eventuele gradiëntzones op het terras van Caberg. De verwachting hierop is middelhoog. In het plangebied zijn resten uit deze periode naar alle waarschijnlijkheid geërodeerd door de Maas.
Resten uit het (midden- en laat-) mesolithicum kunnen mogelijk aangetroffen worden op eventueel aanwezige gradiëntzones op het terras van Geistingen (Jonge Dryas-terras). De verwachting hierop is laag tot middelhoog. Ook resten uit het neolithicum en de bronstijd worden op dit terras verwacht. De verwachting hierop is middelhoog. Vanaf de ijzertijd tot de vroege middeleeuwen werden naast dit terras mogelijk ook de afzettingen van de holocene kronkelwaard 2 bewoond. De verwachting hierop is laag tot middelhoog. Vanaf de late middeleeuwen konden ook de afzettingen van de holocene kronkelwaard 5 in gebruik genomen worden, hoewel deze waarschijnlijk niet bewoond werden. De verwachting hierop is laag tot middelhoog. Op basis van historische kaarten worden er naar alle waarschijnlijkheid geen bewoningssporen uit de nieuwe tijd verwacht. De delen van het tracé die uitgevoerd worden door middel van gestuurde boringen (HDD) kunnen worden vrijgegeven voor de geplande werkzaamheden. Enkele delen in het plangebied kunnen op basis van bekende verstoringen, eerder onderzoek of een lage verwachting vrijgegeven worden voor de geplande werkzaamheden. Omdat er een middelhoge kans is op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied, adviseert Antea Group om binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek d.m.v.
boringen, verkennende fase, uit te voeren op de locaties met hoge en middelhoge kans, waar graafwerkzaamheden dieper dan 40cm -mv gepland zijn. Bovenstaande advies is weergegeven in figuur 3.2.
blad 22 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
Figuur 3.2 Advieskaart m.b.t. archeologisch vervolgonderzoek
De methode –een verkennend booronderzoek bestaande uit 6 boringen per hectare of 1 boring per 50m tracé is er niet primair op gericht om archeologische resten aan te treffen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om: 1. de aard van bodemopbouw en 2. de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw inclusief de archeologische sporendragende niveaus te bepalen. Op basis van het huidige advies zou het gaan om 19 boringen. De boringen dienen tot 1,8m diep gezet te worden (i.e. 30cm onder de beoogde verstoringsdiepte) of tot ten minste 30cm in de C-horizont. Indien uit het archeologisch booronderzoek blijkt dat de niveaus niet intact zijn dan kan vrijgave voor het plangebied volgen. Mocht blijken dat dit niet met zekerheid kan worden vastgesteld, dan kan een vervolgonderzoek noodzakelijk zijn op die locaties waar deze niveaus bereikt worden. Als de uiteindelijke ligging van het tracé bekend is, kan op basis van de KLIC-melding bekeken worden of vlakbij het tracé al bestaande kabels en leidingen de bodem verstoord hebben waardoor dit advies voor die delen van het tracé nog kan vervallen. Bovenstaande is een advies; het hierop nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze de gemeente Stein.
Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.
blad 23 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
Voor tracédelen waar de grond als niet verstoord wordt bevonden wordt een Programma van Eisen opgesteld. Hierin wordt vastgelegd hoe in de voorbereiding van de aanleg en tijdens de aanleg zelf moet worden omgegaan met mogelijk aanwezige archeologische waarden.
Conclusie Een groot deel van het tracé kan reeds worden vrijgegeven vanuit het uitgevoerde archeologische bureauonderzoek. De overige tracédelen kunnen naar verwachting met behulp van aanvullend archeologisch onderzoek worden vrijgegeven. Voor de tracédelen die niet kunnen worden vrijgegeven op basis van aanvullend archeologisch (boor)onderzoek wordt een Programma van Eisen opgesteld waarmee eventuele archeologische waarden worden beschermd. Hiermee kunnen belangrijke negatieve effecten met betrekking tot het aspect ‘archeologie’ worden uitgesloten.
3.4
Landschap en cultuurhistorie Landschap Het archeologische rapport geeft informatie met betrekking tot de geomorfogenese en geomorfologie van het projectgebied. Hieruit is gebleken dat de buisleiding in de gebruiksfase geen enkele invloed heeft op de geomorfologie. De aanleg betreft slechts een kleinschalige ingreep die geen gevolgen heeft op de geomorfologie in het gebied. Het landschap, inclusief haar bodemlagen, wordt na aanleg van de leiding in haar oorspronkelijke staat teruggebracht. Cultuurhistorie Gemeente Stein De gemeente Stein betreft een van de oudste bewoonde streken van Nederland en heeft dus een rijk verleden met karakteristieke oude dorpskernen en een bijzonder landschap. De gemeente heeft ter bescherming van haar erfgoed een erfgoedbeleid en -verordening opgesteld welke is verwerkt in bestemmingsplan ‘Erfgoed Stein’ (vastgesteld op 22 juli 2021). De verordening en het bestemmingsplan zien toe op de aanwijzing en bescherming van gemeentelijke monumenten en gemeentelijke dorpsgezichten. Het nieuw aan te leggen tracé ligt gedeeltelijk in deelgebied 8: ‘Maasband, Oeverendijk’ (cultuurhistorische waarde: zeer waardevol, cultuurhistorische karakteristiek: Uiterwaardenlandschap met meidoornheggen en hoogstamboomgaarde, tijdslaag vóór 1850). Het groen erfgoed in deelgebied 8 is weergegeven in Figuur 3.3.
Figuur 3.3 Verbeelding deelgebied 8 van erfgoedbeleid Stein
blad 24 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
Uit een analyse van het erfgoedbeleid in combinatie met de ligging van het tracé is bevonden dat het tracé twee als historisch waardevol bestempelde groenobjecten zou kruisen, beiden binnen de rode cirkel in figuur 3.3. Van de westelijke boom (rode stip in de figuur) is waargenomen dat deze in het kader van het nevengeulproject is verwijderd en zodoende geen obstakel (meer) vormt. Ook wordt op diezelfde locatie een historisch waardevolle infrastructuur gekruist. Een uitsnede van dit tracédeel met de betreffende historisch waardevolle elementen is weergegeven in Figuur 3.4. Er worden maatregelen genomen om de gevonden waardevolle groenobjecten en infrastructuur te sparen tijdens de aanlegwerkzaamheden. Naar alle waarschijnlijkheid wordt de leiding aangelegd met een persing of gestuurde boring in plaats van open ontgraving. Definitieve keuzes worden vastgelegd in het definitieve ontwerp.
Figuur 3.4 Uitsnede PALL-tracé met historisch waardevolle objecten en infrastructuur (waardevol groenobject in rood valt binnen de grenzen van project Grensmaas en is derhalve inmiddels verwijderd).
Provincie Limburg Naast de gemeente heeft ook de provincie Limburg monumenten en overige waardevolle objecten en landschapselementen aangewezen. Dit is vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening Limburg (POL). Deze verordening bevat een kaart met cultuurhistorische waarden. In de nabijheid van het leidingtracé bevinden zich geen waardevolle elementen die door de aanlegwerkzaamheden worden beïnvloed. Figuur 3.5 geeft een weergave van de ligging van de nieuwe PALL ten opzichte van de dichtstbijzijnde waardevolle elementen uit de Omgevingsverordening. Dit betreffen enkele waardevolle boerderijen en waardevolle kruisen, kapellen of beelden. De betreffende elementen bevinden zich allen op geruime afstand van het tracé, waardoor geconcludeerd wordt dat de aanleg en het gebruik van de nieuwe leiding geen invloed heeft op de cultuurhistorische waarden van de provincie Limburg.
blad 25 van 41
datum 4 juli 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling PPS PALL Grensmaas
Figuur 3.5 Ligging tracé t.o.v. waardevolle elementen (POL)
Conclusie De aan te leggen leiding wordt deels in open ontgraving, deels via horizontaal gestuurd boren (HDD) en deels via persen aangelegd. De delen van het tracé die aangelegd worden middels HDD of persen zullen geen invloed hebben op het landschap aangezien het maaiveld niet verstoord wordt. De werkzaamheden in open ontgraving hebben geen blijvende invloed op het landschap. Tijdens de activiteiten vindt er tijdelijk (met name visuele) beïnvloeding van het gebied plaats. De grond ter plaatse van sleuven en de in-uittredepunten van de HDD wordt laagsgewijs ontgraven en in dezelfde laagopbouw teruggebracht. Ook blijft het maaiveldreliëf gehandhaafd. Na afronding van de activiteiten zal vrijwel niets meer merkbaar zijn. Aantasting van waarden is dan ook niet aan de orde. Bovendien wordt na afronding van de werkzaamheden de uitgangssituatie weer zo goed mogelijk hersteld. De werkzaamheden hebben zodoende geen invloed op aardkundige waarden, rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. De aanlegwerkzaamheden hebben enkel een tijdelijk gevolg en leiden niet tot blijvende milieueffecten. Er is geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen ten aanzien van landschap en cultuurhistorie.