Bijlage 1 B&W nota BC Fase 2/Bijlage 3 RVS BC Fase 2 EindrapportLarideDefinitief
Tekst van het document
Businesscase Ruimtelijke situatie De Maaskei Urmond
Businesscase Ruimtelijke situatie De Maaskei Urmond 21 januari 2025
Businesscase Ruimtelijke situatie De Maaskei Urmond 21 januari 2025
RO groep Wilhelminasingel 58 Postbus 3086 6202 NB Maastricht info@rogroep.nl +31 43 350 00 50 www.rogroep.nl
Inhoud 01
Inleiding
4
01-1 01-2 01-3
Opgave Proces Leeswijzer
4 5 5
02
Toetsingskader
6
03
De functies
8
03-1 03-2 03-3 03-4 03-5 03-6
8 9 10 11 11 12
04
Uitgangspunten Basisonderwijs Kinddiensten Bouwprogramma Buitenruimte Mogelijke aanvulling: bewegingsonderwijs
Relevante ruimtelijke ontwikkelingen
13
04-1 04-2
13 14
Transformatievisie Urmond-Oost Bramert Noord
05
Optie 1: Renovatie / Uitbreiding
16
06
Optie 2: Vervangende Nieuwbouw
20
07
Analyse
23
07-1 07-2 07-3 07-4 07-5
Huidige basisschool Sportcomplex Bramert Noord Pleinscenario Pleinscenario - Kloosterlocatie
23 25 28 30 33
Bouwen voor de (Urmondse) toekomst
37
08-1 08-2 08-3 08-4 08-5 08-6 08-7 08-8
37 39 40 41 42 43 44 45
08
09
Bijlage 1
Duurzaamheid Naar een toekomstvast en flexibel gebouw Ruimtelijke afwegingen Realisatie en aanbesteding Regulier Realiseren Alternatief 1: Modulair Bouwen Alternatief 2: Duurzaam door continuïteit Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting
Conclusie en advies
47
09-1 09-2 09-3 09-4
47 49 50 51
Bevindingen Advies locatie Advies aanbesteding Inspraak van omwonenden
Ruimteprogramma
52
1. Ruimtebehoefte onderwijs 2. Ruimtebehoefte opvang 3. Ruimtebehoefte terrein 4. Ruimtebehoefte parkeren 5. Ruimteprogramma kindcentrum 6. Samenvatting ruimtevraag
52 52 53 53 53 54
Bijlage 2 Scoreblad afwegingskader
55
RO groep +31 43 350 00 50 info@rogroep.nl
01
Inleiding
01-1
Opgave
In het integrale huisvestingsplan voor de gemeente Stein voor de periode 2021-2036 werden de verschillende ambities en uitgangspunten van gemeente, schoolbesturen in primair en voortgezet onderwijs en kindpartners beschreven. Partijen hebben hun gezamenlijke ambities en opvattingen verwoord rondom de belangrijke beleidsthema’s: - aanbod en samenwerking; - passend en inclusief onderwijs; - flexibiliteit en ruimtegebruik; - duurzaamheid; - huisvesting kinderopvang. Partijen hebben afgesproken om samen te investeren in kwalitatief hoogwaardige locaties voor onderwijs en opvang. Het garanderen van doorgaande leer- en ontwikkellijnen voor jeugdigen is een belangrijker pijler. Partijen hebben de ambitie uitgesproken om te werken aan brede kindcentra met een geïntegreerd aanbod van onderwijs en opvang, al dan niet aangevuld met andere maatschappelijke dienstverlening. Belangrijke opgave in het IHP is dat het schoolgebouw van OBS De Maaskei in Urmond kwalitatief achterhaald is en niet meer voldoet aan de redelijke eisen in ruimtelijk, functioneel en technisch opzicht. Gemeentelijke zorgplicht is hier aan de orde. Het advies was om te voorzien in vervangende nieuwbouw met de intentie om een kindcentrum te realiseren waarvan in elk geval basisonderwijs, peuteropvang en buitenschoolse opvang onderdeel zijn.
Integratie van kinderdagopvang is een optie, die door de dienstverlener in de realisatiefase onderzocht zal worden. De voorkeur voor vervangende nieuwbouw was primair ingegeven door kostentechnische overwegingen. Doel is om een hedendaags en toekomstbestendig kindcentrum te realiseren waar onderwijs en opvang deel van uitmaken. Vanwege de urgentie (capaciteitstekort, binnenklimaat) heeft de gemeenteraad van Stein via een motie in de raadsvergadering van 14 december 2023 gevraagd voor een snelle opstart van het proces. De gemeente heeft in goed overleg met schoolbestuur Stichting Kindante en kindpartner MIK Spelenderwijs (onderdeel van MIK & PIW Groep) opdracht gegeven voor een onderzoek naar het beste scenario. Daarin is de extra vraag gesteld om – in afwijking op de voorzet uit het IHP – levensduurverlengende renovatie van het schoolgebouw inclusief capaciteitsuitbreiding objectief opnieuw te wegen. Aanvullend moesten scenario’s voor vervangende nieuwbouw worden onderzocht op de huidige schoollocatie en op drie andere mogelijke plekken in de kern Urmond. De rapportage moest aangevuld worden met een aanbestedingsadvies. Belangrijke uitgangspunten vormen het integrale huisvestingsplan, met name de basisbeginselen en de beschreven kindvisie, en verder de vigerende wet- en regelgeving en ook de ruimtelijke belangen van de kern.
Deze zijn verwoord in de Transformatievisie Urmond-Oost en in de ruimtelijke ontwikkeling van Bramert Noord. Uit prognoses (voor het onderzoek geactualiseerd) is gebleken dat er een leerlingenpotentieel voor het
4
voedingsgebied Urmond is van 205 leerlingen in 2036 met een normatieve ruimtebehoefte van 1.231 m2 bvo. Realisatie van het nieuwe kindcentrum is voorzien in 2027. 01-2
Proces
Voor het scenario-onderzoek is een projectorganisatie ingericht waarin gemeente Stein, schoolbestuur Stichting Kindante en MIK Spelenderwijs de deelnemende partijen zijn. Daarna is bestuurlijk een toetsingskader vastgesteld met inhoudelijke, ruimtelijke en financiële criteria waar de locaties (scenario’s) aan moesten worden beoordeeld zijn. De verschillende scenario’s zijn daarna in goede samenspraak tussen de deelnemende partijen getoetst op wenselijkheid, geschiktheid en haalbaarheid. De bevindingen zijn in voorliggende rapportage opgenomen. Op basis van voorliggend voorstel kunnen bestuurders een keuze maken voor een scenario, in eerste instantie binnen de stuurgroep. Nadat de stuurgroep een besluit heeft genomen over deze eindrapportage kunnen de interne trajecten starten binnen de gemeente, het schoolbestuur en de kindpartner om te komen tot definitieve besluitvorming. Alleen als alle partners zich akkoord verklaren met de inhoud van het eindrapport is er een basis om het vervolgproces te starten. 01-3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft het toetsingskader. In hoofdstuk 3 zijn enkele de relevante uitgangspunten beschreven, wordt ingezoomd op onderwijs, opvang en sport en is het ruimteprogramma opgenomen. Relevante gebiedsontwikkelingen worden beschreven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt de optie renovatie/uitbreiding verkend en besloten met een conclusie. Scenario’s voor vervangende nieuwbouw zijn beschreven in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 bevat de beschrijvende analyse en beoordeling van de scenario’s voor vervangende nieuwbouw aan de hand van het toetsingskader. In hoofdstuk 8 volgt een samenvatting, conclusie en advies over een voorkeurscenario voor het kindcentrum. Hoofdstuk 9 bevat advies over het vervolgproces en de te volgen aanbesteding. In bijlage 1 is een indicatief programma van eisen voor gebouw en terrein gegeven, waarmee de footprint en inpassing bepaald kan worden. Bijlage 2 bevat het scoreblad van het toetsingskader.
5
02 Toetsingskader Op basis van acht criteria zijn de potentiële scenario’s beoordeeld op inhoudelijke, ruimtelijke en financiële factoren. Ze houden rekening met het belang van het kind en sluiten aan bij de thema’s uit het IHP en de Transformatievisie Urmond Oost. Het kader bevat naast objectieve criteria (aan de hand van feiten, cijfers en normen) ook items waarbij een meer subjectieve beoordeling van toepassing is. Het toetsingskader is bestuurlijk geaccordeerd door de gemeente Stein, schoolbestuur Stichting Kindante en MIK Spelenderwijs • Samenwerken in kindcentrum Geeft de mate aan waarin de locatie, gebouw(en) en omgeving passen bij de gezamenlijke visie op onderwijs en opvang. Kan het (toekomstige) onderwijs en opvang optimaal uitgevoerd worden? Kansen voor visie op kindontwikkeling (opvang en onderwijs) op basis van de thema’s uit het IHP, waaronder doorgaande leerlijnen Duurzame samenwerkingspartners en kansen voor geïntegreerd aanbod Kansen voor het bevorderen van gezondheid en bewegen • Toekomstbestendigheid Biedt het scenario voldoende mogelijkheden tot (toekomstige) flexibiliteit in gebruik, om in te spelen op eventuele veranderende omstandigheden in de toekomst.
Wat zijn gevolgen voor het voortbestaan van andere maatschappelijke voorzieningen? Mate van flexibiliteit, toekomstbestendigheid en transformeerbaarheid Gevolgen voor continuïteit van andere (gemeenschaps-) voorzieningen • Bijdrage aan leefbaarheid Wat is de impact op de leefbaarheid in de kern en in de wijk? Biedt het kindcentrum kansen om de leefbaarheid te bevorderen? Kan het dienen als spil of aanjager voor nieuwe ontwikkelingen op dit vlak? Kansen voor leefbaarheid Bijdrage aan Transformatie-agenda Urmond Oost Samenhang met andere maatschappelijke voorzieningen, activiteiten en omgeving • Ruimtelijke inpassing De mate van fysieke reële inpasbaarheid op basis van de visie op onderwijs en opvang en het bijbehorende normatief ruimteprogramma. Fysiek inpasbaar Planologisch kader Ruimte voor (toekomstige) aanvullende functies • Ruimtelijk (omgeving) De effecten voor gebouw(en) en omgeving die een scenario met zich meebrengt en consequenties voor ruimtelijke kaders. Stedenbouwkundig Bereikbaarheid, verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling Bereikbaarheid tot sportzaal
6
-
Parkeren Uitstraling en belevingswaarde
• Financieel Inzicht in investeringskosten, opbrengstmogelijkheden en veranderingen in exploitatielasten, met nadruk op de verschilmakende aspecten. Stichtingskosten gebouw (in relatie tot eindtermijn) Exploitatie Overige gemeentelijke kosten (aankoop gronden/gebouwen, boekwaarden, sloop, herinrichting plangebied) Overige gemeentelijke opbrengsten (verkoop/afstoten van gronden/gebouwen) Tijdelijke huisvesting (Subsidies) • Duurzaamheid De mate waarin wordt bijgedragen aan de duurzaamheidsambities van de partners, volgens uitgangspunten IHP. Bereik van duurzaamheidsambities Hergebruik/herbestemming gebouwen/gebouwdelen Exploitatie (onderhoud, energieverbruik) Binnenklimaat • Risico’s Welke risico’s en aandachtspunten zijn te benoemen voor de scenario’s. Planning Overlast tijdens de bouw Draagvlak Financieel Kwaliteit Overig
7
03 De functies 03-1
Uitgangspunten
In de oriënterende gesprekken en de eerste projectgroep zijn de relevante kaders en uitgangspunten benoemd voor de opgave. Met vaststelling van deze notitie worden de punten bestuurlijk geaccordeerd. •
De gemeente is opdrachtgever voor het onderzoek. De uitwerking daarvan zal handvatten bieden voor bestuurlijke besluitvorming. Partners maken in gelijkwaardigheid een keuze voor een van de scenario’s en de voorwaarden voor realisatie. Als alle partners inhoudelijk akkoord gaan met de inhoud van het eindrapport, is er een basis om het vervolgproces te starten.
•
De oplossing moet toekomstvast zijn en langjarig voorzien in voldoende ruimte voor zowel onderwijs als opvang, mede rekening houdend met mogelijke (onvoorziene) toename van kinderopvangvraag in de toekomst.
•
De visie op inhoud en samenwerking tussen school en kindpartner dient leidend te zijn bij de uitwerking van de scenario’s. Een gebouw moet hierin faciliterend en ondersteunend zijn. Daartoe moet, bij de start van de realisatiefase, een ruimtelijk programma van eisen worden gemaakt. Dit zal in functionaliteit en opbouw op onderdelen sterk afwijken van de huidige school.
•
De oplossing moet voldoen aan de actuele eisen en inzichten ten aanzien van binnenklimaat en buitenruimte (o.a. frisse scholen).
•
Uitgangspunt voor dit onderzoek is de handhaving van de bestaande sportzaal, waarbij de bereikbaarheid een punt van aandacht is in de analyse. In latere fase vindt eventueel een aanvullende overweging plaats over de positie van de sportzaal, mede afhankelijk van het te kiezen scenario en andere ontwikkelingen in Urmond.
•
In dit onderzoek wordt geen rekening gehouden met een eventuele toevoeging van functies buiten basisonderwijs en kinderopvang. In de analyse wordt de kans om aanvullende functies (zoals een sportzaal) te integreren wel gewogen.
•
Er wordt afstemming gezocht met de Tranformatievisie Urmond-Oost en de eventuele rol van een nieuw kindcentrum in de transformatie-agenda.
•
Er moet rekening worden gehouden met andere aanbieders van kinderopvang in Urmond naast MIK Spelenderwijs en hun eventuele positie in relatie tot het beoogd kindcentrum.
•
Het uitbreidingsplan Bramert Noord heeft mogelijk impact op de vraag naar voorzieningen in Urmond waaronder de behoefte aan opvang en onderwijs. Het is van belang om op projectgroepniveau nader in te zoomen op mogelijke scenario’s en de te verwachten effecten ervan, aannames te expliciteren en te bepalen op welke wijze vertaling naar de businesscase plaatsvindt.
•
De gemeente wil mogelijkheden onderzoeken voor circulair en modulair bouwen en heeft de ambitie om daarin koploper te zijn. De aanpak zou eventueel model kunnen staan voor andere (toekomstige) opgaven binnen de eigen gemeente of voor andere gemeenten.
•
De afgesproken planning is leidend, met dien verstande dat zorgvuldigheid gewaarborgd moet zijn (kwaliteit boven snelheid).
8
03-2
Basisonderwijs
De vestiging van OBS De Maaskei in Urmond is een openbare basisschool met 207 leerlingen op teldatum 1-10-2023. Het leerlingaantal is in de afgelopen jaren toegenomen en volgens prognoses loopt het leerlingaantal van de school op met een verwachte piek in 2030 (231 leerlingen), waarna weer een daling inzet tot ongeveer het huidige niveau (< 207 leerlingen). De leerlingen van de school komen overwegend uit Urmond zelf (86%). Overige leerlingen zijn voornamelijk afkomstig uit naastliggende kernen zoals Berg en Oud Stein (10%). Het schoolgebouw dateert uit 1982 (met een uitbreiding uit 1999) en heeft volgens het onderzoek van TEAM Architec/kten een omvang van 1.104 m2 bvo (kleine afwijking ten opzichte van het IHP). Daarvan is 110 m2 in gebruik voor de peuteropvang, waardoor de school feitelijk 994 m2 bvo ter beschikking heeft, normatief voldoende voor 158 leerlingen1. De school heeft een acuut tekort aan ruimte. Voor het scenario-onderzoek baseren we het ruimteprogramma voor basisschool De Maaskei op de voor het onderwijs gebruikelijk normeringen. Voor het leerlingaantal sluiten we aan bij de meest recente prognose uit juni 2024. Leerlingenprognose Jaar
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2035
2040
2044
Leerlingen 207 212 Omvang 1241 1266 normatief (m2 bvo) Bron: Xxllnc juni 2024
221 1312
224 1327
225 1332
228 1347
231 1362
214 1276
204 1226
202 1216
Extra uitbreidingsplannen op de langere termijn, zoals van de wijk Lindehagen, zijn niet meegenomen in de prognose.
Uitgangspunt bij (vervangende) nieuwbouw is dat huisvesting toegewezen moet worden met het perspectief van 15 jaar vooruit. Volgens de huidige prognoses betekent peildatum 2040 dat onvoldoende recht gedaan wordt gedaan aan de verwachte ruimtebehoefte gedurende de gehele periode omdat er een kleine tussentijdse piek te verwachten is. Aanvullend zijn er woningbouwplannen voor de langere termijn, die kunnen leiden tot latere groei. Het is belangrijk om flexibiliteit in te bouwen, waarmee voorzien kan worden in zowel toename als afname van leerlingen. Bij de scenariobeoordeling zijn we uitgegaan van: - een permanente ruimtebehoefte voor 204 leerlingen. Volgens de gemeentelijke verordening komt dit overeen met 1.226 m2 bvo; - een aanvullende ruimtebehoefte voor ongeveer 27 leerlingen (ofwel 136 m2 bvo) in flexibele vorm in te richten. Het programma van eisen zal in de realisatiefase de exacte ruimtecapaciteit bepalen. Daarbij zijn dan aan de hand van de meest recente prognoses definitieve keuzes te maken ten aanzien van de onderwijsomvang. In praktische zin zal dan ook de synergie (moeten) worden onderzocht rondom meervoudig gedeeld ruimtegebruik met opvang en eventuele andere maatschappelijke partners.
1 Uit: Rapport Teams Architec/kten over gebouwaanpassingen De Maaskei 15-12-2022
9
03-3
Kinddiensten
In de kern Urmond is een compleet aanbod aan kinddiensten (peuteropvang, kinderdagopvang, VVE en BSO) aanwezig. Dit aanbod wordt geleverd door verschillende dienstverleners: Huidige situatie aanbod kinderopvang Urmond Soort opvang
Aantal kindplaatsen
Adres
Aanbieder
Bijzonderheden
POV Peuterland
16
Middenveld 1
MIK Spelenderwijs
Huurt een lokaal in De Maaskei
BSO De Maaskei
30
Middenveld 1
MIK Spelenderwijs
Medegebruik van ruimten in De Maaskei
BSO Dolfijn
24
Graetheidelaan 58a
M. Geelen
KDV Dolfijn
24
Graetheidelaan 58a
M. Geelen
KDV Twinkle
14
Graetheidelaan 56a
KDV Twinkle
Bron: LRK juli 2024
MIK Spelenderwijs is momenteel met peuteropvang (POV) en buitenschoolse opvang (BSO) in het schoolgebouw gehuisvest en wil deze diensten geïntegreerd met de school blijven aanbieden, ook in het nieuwe kindcentrum. Een keuze om kinderdagopvang (KDV) in de school aan te bieden is afhankelijk van marktontwikkelingen in het gebied van de gemeente Stein en de keuze en planning van de locatie. Ze wil daarbij rekening houden met de continuïteit van andere aanbieders van kinderopvang in Urmond. Met Twinkle en Dolfijn hebben in het kader van het onderzoek verkennende gesprekken plaatsgevonden. Daarbij hebben deze partijen aangegeven een tevreden te zijn over de eigen positie en hun continuïteit. Beide partijen staan positief tegenover een versterkte samenwerking met het nieuwe kindcentrum. Twinkle staat er open voor gesprekken om haar (kleinschalige) dienstverlening naar het nieuwe kindcentrum te verplaatsen. Voor kinderopvang zijn de ingeplande aantallen kinderen en het ruimteprogramma gebaseerd op een eerste opgave van MIK Spelenderwijs. Omdat deelname van KDV per scenario verschilt en in welke omvang nog onzeker is, worden vier scenario’s geschetst: zonder KDV en met KDV in één, twee of drie groepen. In de feitelijke realisatiefase zal het definitieve aanbod aan kinddiensten worden bepaald.
10
Toekomstige situatie t.b.v.. kindcentrum Soort opvang
Aantal kindplaatsen
Bijzonderheden
POV
16
1 groepsruimte (norm 3,5 m2 netto functionele ruimte per kind)
BSO
22-24
Volledig medegebruik van ruimten
KDV
16
Optioneel, 1 groepsruimte
32
Optioneel, 2 groepsruimten
48
Optioneel, 3 groepsruimten
Bron: opgave MIK Spelenderwijs juli 2024
Het ruimteprogramma voor kinddiensten kent op de verschillende locaties van elkaar afwijkende varianten. Deze zijn onder andere afhankelijk van de keuzes rondom kinderdagopvang. De varianten zijn voor wat betreft de ruimtevraag in onderstaande tabel vermeld. In de ruimtebehoefte voor dagopvang is uitgaande van medegebruik van ruimten met de school. POV en KDV hebben eigen groepsruimten nodig. Voor de facilitaire ruimten (bv. sanitair) wordt ook uitgegaan van medegebruik. Ruimteprogramma kindcentrum in 4 varianten KDV (indicatief) Basisschool pernent
Basisschool tijdelijk
Opvang 0 groep KDV
Opvang 1 groep KDV
Opvang 2 groep KDV
Opvang 3 groep KDV
1.226
136
100
204
318
419
Voor de inpassing (kunnen de plannen worden gerealiseerd op de verschillende locaties) gaan we voor wat betreft de kinderopvang zekerheidshalve uit van de maximale variant (3 groepen KDV). 03-4
Bouwprogramma
Voor de verdere analyse is uitgegaan van het volgende programma op hoofdlijnen. Footprint gebouw Tweelaagse bouw met school (1.226 m2 bvo) plus kinddiensten (419 m2 bvo). In totaal worden 1635,2 bvo voor 50% op de begane grond en 50% op de verdieping gerealiseerd en daarmee ontstaat een gebouw met een foorprint van 820 m2. Dit wordt tijdelijk aangevuld met 136 m2 (basisschool tijdelijk) op de begane grond. 950 m²
Bij de realisatie van het uiteindelijke gebouw zal een programma van eisen worden gemaakt. Daarbij zal gezocht worden naar een optimale invulling van het nieuwe gebouw. Dit te realiseren programma zal afwijken van bovenstaand pro forma programma, dat uitsluitend voor dit onderzoek wordt gehanteerd. 03-5
Buitenruimte
Voor de buitenruimte (spelen, parkeren, opslag, verkeer) zijn wettelijke voorschriften en richtlijnen gevolgd, waaronder de VNG-modelverordening onderwijshuisvesting, het Kwaliteitskader huisvesting voor funderend onderwijs en CROW-richtlijnen. Indicatief hanteren we onderstaande getallen:
11
Terrein Speelterrein onderwijs verhard Speelterrein onverhard
Aantal
Oppervlakte
200-400 ll.
600 m²
230 ll.
460 m²
Berging en container
25 m²
Speelterrein POV
16 kp.
48 m²
Speelterrein KDV
48 kp.
144 m²
Speelterrein BSO in medegebruik
-
Subtotaal speelterrein Fietsenstalling
0 m² 1.277 m²
111 stuks
90 m²
Auto parkeren
11 pp.
275 m²
Kiss & ride
28 pp.
700 m²
TOTAAL TERREIN
03-6
2.342 m²
Mogelijke aanvulling: bewegingsonderwijs
Voor bewegingsonderwijs maakt de school gebruik van sporthal Overmunthe, aan de Raadhuisstraat 62 in Urmond. Ook basisschool De Avonturijn in Berg a/d Maas maakt gebruik van deze sportzaal. De afstand vanaf de huidige locatie van OBS De Maaskei naar de sportzaal bedraagt 1.400 m. Een afstand tot 1.000 m. hemelsbreed wordt toelaatbaar gevonden en de huidige afstand valt binnen deze norm. De gemeente heeft de intentie om de bestaande sportzaal te handhaven. Toevoegen van bewegingsonderwijs aan de onderwijslocatie is geen onderdeel van de opgave. Dat laat onverlet dat op een later moment een nieuwe (andere) afweging kan worden gemaakt in relatie tot de wettelijke noodzaak voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Indien besloten wordt tot vervanging van de sportzaal dan kan verplaatsen naar de schoollocatie worden overwogen. Dat heeft een inhoudelijke toegevoegde waarde omdat dat de mogelijkheden om bewegingsonderwijs in te passen in het reguliere onderwijs verbetert. Bij de analyse of er voldoende ruimte is voor realisatie, wordt daarom ook gekeken of het mogelijk is om een sportzaal op termijn toe te voegen. Het bouwvolume voor een sportzaal bedraagt ongeveer 1.040 m2 bvo.
12
04 Relevante ruimtelijke ontwikkelingen 04-1
Transformatievisie Urmond-Oost
De Transformatievisie Urmond-Oost stelt vast dat het Urmond ontbreekt aan een herkenbare dorpskern: een publieke buitenruimte waar functies en voorzieningen verbonden worden aan een betekenisvolle ontmoetingsplek in het hart van het dorp. Momenteel worden vanuit stedenbouwkundig oogpunt scenario’s verkend om functies in zo’n verbindend centrumgebied bij elkaar te brengen. Onderwijs is daar een belangrijke factor in. De locatie nabij het Sint Antoniusplein/Oud Klooster wordt als een kansrijke plek gezien om tot centrumvorming te komen. Relevante elementen zijn de aanwezigheid van beeldbepalende gebouwen, bedrijvigheid, het Sint Antoniusplein en het aanwezige woningcorporatiebezit. Op 22 juni 2023 heeft de gemeenteraad de Transformatievisie vastgesteld en zijn aanzetten gemaakt voor het vervolg (beschikbaarstelling voorbereidings-kredieten, aanstelling kwartiermaker). De gemeenteraad heeft het college de opdracht gegeven om de haalbaarheid van het realiseren van een centraal plein te onderzoeken.
Bron: Transformatievisie Urmond-Oost
Uitsnede plangebied
In de Transformatieagenda zijn drie mogelijke scenario’s genoemd: de verbinding met de kloostertuin, het seniorenhofje en het St. Antoniusplein. Deze worden onderzocht in samenspraak met belanghebbende partijen en inwoners. De scenario’s grijpen in op de bestaande situatie met mogelijke vervanging van veelal verouderde woningen in het gebied, verplaatsing van bedrijven en aanpassingen in de infrastructuur. In onderstaande afbeelding is de bestaande situatie rond het Sint Antoniusplein gegeven met aanduiding van de belangrijkste onderdelen waar ontwikkelingskansen liggen:
13
1. St. Antoniusplein 2. Mauritslaan 3. Oud klooster 4. Buitenruimte oud klooster 5. Seniorenhofje 6. Flatgebouw zonder lift 7. Woonblok slagboomweg 8. Pater Kolbe huis Bron: Transformatievisie Urmond-Oost
De gemeente heeft intussen het Pater Kolbe-huis aangekocht ter voorbereiding op toekomstige ontwikkelingen. De gemeente werkt aan de uitwerking van een Masterplan. Het toevoegen van een kindcentrum in dit gebied is een mogelijkheid. In een pleinscenario kan zo’n school een ontmoetingsfunctie krijgen in relatie tot een gemeenschapshuis en/of een senioren-inloop. Nb.: in het zogenaamde pleinscenario (inpassing in de centrumvorming) is primair gekeken naar nieuwbouw in het gebied. Daarnaast is onderzocht of het kindcentrum een plek kan krijgen in het “Oud Klooster”, eventueel in combinatie met andere (maatschappelijke) functies. Dit gebouw is eigendom van Van der Valk Business Center en wordt momenteel als kantoorruimte verhuurd aan ondernemingen. 04-2
Bramert Noord
Voor het gebied Bramert Noord aan de Molenweg Zuid is een gebiedsontwikkeling aan de orde, met de bouw van 62 woningen (Fase 1 - westelijk deel). In najaar 2024 wordt gestart met de bouw. De nieuwe wijk draagt de naam Lindehagen. De betreffende bestemmingsplannen Bramert Noord (2010) en Partiële herziening Bramert Noord zijn vastgesteld op 23-6-2022.
Plangebied Fase 1: 62 woningen
14
Plangebied overig: max. 350 woningen Het plan voorziet in de mogelijkheid om op termijn 350 woningen toe te voegen. Uitwerking van het plangebied is door de gemeente niet ter hand genomen. Het gevestigde voorkeursrecht op dit plangebied door de gemeente uit 2010 is in 2020 verjaard. De mogelijke woningbouwplannen in dit gebied zijn niet meegewogen in het IHP omdat de ontwikkeling onzeker is: ze is afhankelijk van de toekomstige behoefte aan woningen in relatie tot uitbreidingsplannen van Chemelot en het dan noodzakelijke werven van (buitenlands) personeel. Eventuele latere uitvoering van de plannen zal uiteraard gevolgen hebben voor het gewenste voorzieningenniveau in de kern Urmond en (ook) de behoefte aan capaciteit voor onderwijs en opvang. Deze zullen dan in beeld moeten worden gebracht. De locatie ligt in het buitengebied van de kern. Dit staat het plan niet in de weg. Wel zal de ontwikkeling goed gemotiveerd moeten worden, en getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarbij zullen beslissingen aan de orde zijn over de toegankelijkheid van het gebied en de bereikbaarheid van de nieuwe onderwijslocatie.
In het kader van de eerdere omgevingsprocedures (voor Fase 1) is eerste onderzoek op hoofdlijnen gedaan naar overlast door stank (melkveebedrijf), geluid (Chemelot en snelweg A2) en veiligheidsrisico’s (uitstoot Chemelot en vervoer gevaarlijke stoffen over het Julianakanaal en A2). Deze risico’s zijn toentertijd door de betreffende deskundigen aanvaardbaar geacht met de kanttekening dat aanvullende maatregelen geadviseerd worden.
15
05 Optie 1: Renovatie / Uitbreiding Als onderdeel van het onderzoek naar het beste scenario voor OBS De Maaskei heeft RO groep onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor hergebruik (door renovatie en uitbreiding) van het bestaande schoolgebouw. Daarvoor zijn twee onderzoeksactiviteiten uitgevoerd. De locatie is bezocht, waarbij een QuickScan van het gebouw is gemaakt. Aanvullend is in overleg met de directie van onderwijs en opvang een programma van eisen op hoofdlijnen gemaakt. Ingezoomd is op de wensen vanuit het onderwijsconcept dat partners de afgelopen jaren ontwikkeld hebben.
QuickScan Gebouw & Omgeving Via een QuickScan is de kwaliteit van het gebouw op zes aspecten beoordeeld: bouwkundige staat, installaties & binnenklimaat, flexibiliteit, onderwijskundig perspectief, uitstraling & belevingswaarde en omgevingsperspectief. De figuur vat de resultaten van de QuickScan samen. Aanvullend is met de directeur van de school het technische oordeel aangevuld met praktische aandachtpunten met betrekking tot de functionaliteit van het schoolgebouw in relatie tot het onderwijsconcept. Het gebouw vertoont geen zichtbare constructieve gebreken en is in een goede staat van onderhoud. Tegelijk scoort de school op alle bouwkundige onderdelen een (ruime) onvoldoende. Dak en gevel hebben weinig tot geen isolatie en bij regenval vindt waterinfiltratie plaats via de kozijnen. Het interieur van het gebouw is voorzien van courante afwerkingsmaterialen maar die hebben op meerdere onderdelen hun technische levensduur bereikt hebben en moeten vervangen worden. Ook op het gebied van de technische installaties zijn forse investeringen nodig om het gebouw te laten voldoen aan moderne voorwaarden van Frisse Scholen (uitgangspunt klasse B): ventilatie, thermisch comfort winter, thermisch comfort zomer en visueel comfort scoren onvoldoende. Elektra en sanitaire voorzieningen zijn als redelijk te beoordelen.
Tenslotte is vastgesteld dat de opbouw van het gebouw weinig flexibiliteit biedt. De school heeft een relatief groot aantal dragende binnenwanden, die niet eenvoudig verwijderd kunnen worden om tot aanpassingen te komen en er is een onregelmatig gevelstramien. Dit maakt het een lastige opgave om binnenruimten aan te passen aan veranderende behoeften vanuit onderwijsinhoud (pedagogische visie). Nb.: RO groep heeft de quickscan getoetst aan de eerdere uitkomsten van de gebouwopname van ICS bij gelegenheid van het integrale huisvestingsplan. Daarbij zijn geen discrepanties vastgesteld.
16
Onderwijsperspectief Naast onderwijs (waar een normatief tekort aan ruimte aan de orde is van 250 m2 bvo), biedt kindpartner MIK Spelenderwijs in het schoolgebouw peuteropvang (POV) en buitenschoolse opvang (BSO) aan en gebruikt daarvoor één daarvoor aangewezen ruimte. BSO maakt buiten schooltijden ook van andere ruimtes gebruik. Vanuit het gekozen concept bestaat de wens om te onderzoeken of binnen het gebouw (op deze locatie) een mogelijkheid is voor uitbreiding met kinderopvang. Daarvoor is geen plek. Er is een fors ruimtegebrek en dat is merkbaar in het gehele gebouw. Zo zijn een verwerkingszone voor onderwijs en atelierruimtes enkele jaren geleden omgebouwd tot een extra groepsruimte (voor groep 4). Er is echter nog steeds behoefte aan aanvullende onderwijsruimte. Daarnaast is er behoefte aan een (geschikte) teamkamer, (flex-) werkplekken, atelierruimte, leerpleinen voor verwerking, toiletten, fietsenstallingen en ruimtes voor grote activiteiten. Het gebouw functioneert slecht in relatie tot het beoogde onderwijsconcept. Alle ruimte(n) zijn volledig en in sommige gevallen bovennormatief in gebruik (als voorbeeld geldt 2 kleutergroepen met 35 leerlingen) en er resteren weinig verwerkingszones. Meervoudig ruimtegebruik is waar mogelijk al van toepassing en verdere flexibel gebruik van het gebouw is lastig.
Mede daardoor is het niet mogelijk om het geambieerde onderwijsconcept met doorgaande leer- en ontwikkellijnen met de kindpartner tot ontplooiing te brengen. Het gebouw heeft een ‘semi-ronde’ opbouw. Groepsruimten liggen rondom een beperkt aantal, intern verbonden verwerkings- en verkeerszones. Dit maakt momenteel de ontplooiing van het onderwijsconcept nu al lastig en een aanvulling met een nieuw gebouwdeel kan daar verdere afbreuk aan doen. De noodzakelijke uitbreiding van het gebouw is daarbij ingewikkeld omdat vanuit het concept verbindingen tussen de schooldelen moeten ontstaan. Voor nu lijken alleen suboptimale opties mogelijk, waarbij significant ruimteverlies aan de orde zal zijn doordat er extra verkeers- en gangruimte gerealiseerd moeten worden. Nb.: De complexiteit van de opgave werd aangetoond in het onderzoek naar mogelijke gebouwaanpassingen van 15 december 2022 door Team Architecten.
Omgevingsperspectief De groei van de school in de afgelopen jaren heeft buiten het schoolgebouw geleid tot problemen. Er is een structureel tekort aan ruimte in de directe omgeving, zowel voor het stallen van fietsen als voor verkeer en parkeren tijdens piekmomenten (zoals het halen en brengen van kinderen). De straat waaraan de school ligt, is smal en er is slechts een beperkt aantal parkeerplaatsen beschikbaar. Het aanpassen van de verkeersituatie is niet goed mogelijk vanwege de beperkte ruimte. Deze locatievraagstukken nemen toe wanneer in de beperkte ruime op het terrein een aanvullend gebouw gerealiseerd wordt.
17
Analyse Om te kunnen voldoen aan de huidige algemeen aanvaarde kwaliteitseisen voor scholen (Frisse Scholen klasse B) en de voorwaarden met betrekking tot energiegebruik (Energieneutraal volgens Routekaart Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed) dient het gebouw fors te worden aangepakt. In ieder geval moet een sterk isolerende gebouwschil (vloeren, gevels en daken) worden gerealiseerd. Aanvullend moeten volledig nieuwe werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties en een nieuwe binnen-afwerking worden toegevoegd. Om te kunnen voldoen aan de onderwijskundige wensen zijn in de opbouw van het gebouw structurele aanpassingen nodig. Gezien de staat van het gebouw is in voorliggend geval rekening te houden met een met een renovatiebudget, waarbij per bestaande vierkante meter tussen de 80% tot 90% van de nieuwbouwkosten moet worden geïnvesteerd om een gebouw met een levensduur van 40 jaar te laten ontstaan. Volgens de laatste update (2024) van het Kwaliteitskader Huisvesting ligt het prijsniveau voor nieuwbouw tussen de 3.705 €/m² BVO en 3.761 €/m² BVO. Te verwachten is dat het renovatiebudget per m2 bvo ongeveer € 3.200. Om te voldoen aan de normatieve voorwaarden moet rekening worden gehouden met inpassingsverlies in het bestaande gebouw. Daardoor zullen aanvullende vierkante meters in nieuwbouw moeten worden toegevoegd bij het gebouw.
Ook zal, om tot een goede aansluiting tussen bestaande gebouw en aanbouw te komen, extra ruimte toegevoegd moeten worden. Daardoor ontstaat in totaliteit een bovennormatief (in omvang) gebouw (dat ook duurder in exploitatie zal zijn). Het totale investeringsbedrag zal dan ook bij hergebruik substantieel hoger zijn dan (vervangende) nieuwbouw. Bij renovatie en aanvullende nieuwbouw kan gedurende de realisatie geen gebruik worden gemaakt van het gebouw. Het is noodzakelijk om in tijdelijke huisvesting te voorzien voor een groot deel van de leerlingen. De kosten zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van ruimtes in de omgeving en kunnen pas in het project worden geraamd afhankelijk van de bouwplanning. Ervaring leert dat voor deze opgave extra kosten van tussen de € 1 en € 1,5 miljoen te verwachten zijn. Nb.: Bij een voorziening voor levensduurverlengende renovatie vanuit zorgplicht geldt 25 jaar als uitgangspunt. Door toevoeging van een gebouwdeel bij een bestaand gebouw ontstaat daarbij in dit geval een samengesteld gebouw met een nieuw deel bij een gerenoveerd schooldeel. Een keuze voor een semipermanent gebouw met een levensduur van 25 jaar kan dan beter passen dan een traditionele investering voor 40 jaar.
Dit zal overigens beperkte invloed hebben op de kosten van het aanpassen van het bestaande gebouw: de daar voorgestelde investeringen (schil en installaties) moeten in ieder geval worden uitgevoerd om een veilige en gezonde schoolomgeving te realiseren.
Conclusie Op basis van de analyse is vast te stellen dat renovatie en aanvulling van het gebouw geen efficiënte operatie is. De investering in het gebouw zal uitkomen op een kostenniveau voor nieuwbouw en het uiteindelijke nieuwe gebouwencomplex is groter dan normatief nodig door inpassingsverlies bij aansluiting van de bijbouw aan het bestaande gebouw. De kosten voor beheer (exploitatie, onderhoud) zullen daardoor hoger zijn dan bij vervangende
18
nieuwbouw. De locatie biedt door de samenstelling van de gebouwen onvoldoende flexibiliteit om ruimte te bieden voor eventuele later noodzakelijke aanvulling voor kinddiensten of onderwijs. Tenslotte zal door de bestaande ruimtelijke indeling de druk op de omgeving overeind blijven (vanwege parkeren en verkeer). Besloten is dit scenario niet als optie te overwegen en verder buiten beschouwing te laten.
19
06 Optie 2: Vervangende Nieuwbouw De gemeente Stein heeft vier locaties aangewezen die in aanmerking komen voor (vervangende) nieuwbouw van een kindcentrum. De locaties worden in dit hoofdstuk beschreven. A. Huidige locatie basisschool De Maaskei Urmond B. Sportcomplex voetbalvereniging Urmondia C. Bramert Noord D. Zogenaamde pleinscenario (als onderdeel van de Transformatievisie Urmond Oost)
Huidige basisschool (Middenveld 1) De locatie van de school omvat het perceel STEOO-L-16 met een oppervlakte van 3.945 m2, gelegen aan Middenveld 1 in Urmond. Het perceel is, zoals gebruikelijk, in juridisch eigendom van Stichting Kindante met economisch claimrecht bij de gemeente. Bij beëindiging van gebruik als school valt eigendom om niet aan de gemeente. De locatie heeft de bestemming ‘maatschappelijk’. Het bouwvlak valt samen met de contouren van het huidige gebouw. Het perceel is voor de ontwikkeling beschikbaar. De huidige school ligt in een woonwijk en is aan drie zijden omringd door straten. Aan één zijde ligt aangrenzend een groenstrook, die openbaar speelterrein is en ook gebruikt wordt door de school. Deze groenstrook is een verbindingszone tussen Middenveld en de Belikstraat en vormt een groenbuffer tussen schoolplein en de woningen erachter. De schoollocatie is vanaf verschillende zijden goed bereikbaar. De locatie wordt omringd door woningen in particulier eigendom. Aan de speelheuvel ligt een complex met seniorenwoningen in de huursector, eigendom van woningcorporatie Wonen Limburg.
20
Parkeren gebeurt in de straten in de directe omgeving van de school. In de huidige situatie worden op piekmomenten knelpunten ervaren in de verkeerscirculatie en verkeersveiligheid. Dit is een punt van aandacht. Als mogelijke oplossing voor dit vraagstuk is het gemeentelijke perceel aan de Conventuelenstraat (no 295) in beeld.
Sportcomplex (Swentiboldlaan 43) De locatie maakt deel uit van het perceel UMDOO-C-1195 en is gelegen aan de Swentiboldlaan 43 in Urmond. De locatie ligt aan de noordrand van de dorpskern en is in eigendom van de gemeente Stein.
De ontwikkelzone betreft het gebied met de voetbalvelden van VV Urmondia, de tennisvelden van LTC Urmond en de loods van de carnavalsvereniging. De sportverenigingen beschikken elk over een clubgebouw op eigen terrein. In eerdere planvorming rondom de vestiging van een mogelijke fusieschool is bekeken in hoeverre dit gebied daarbij betrokken zou kunnen worden. Uitgangspunt voor nu is dat de sportvelden behouden blijven voor de gemeenschap: de voetbalvereniging VV Urmondia is een krachtige, groeiende vereniging met 200 leden, die continuïteit hoog in het vaandel heeft. In het gebied is voldoende fysieke ruimte voor aanvulling met een nieuwe onderwijslocatie. Daarbij zal uiteindelijk in het project nader bekeken moeten worden op welke wijze deze inpassing het beste kan plaatsvinden en welke oplossing voor andere maatschappelijke partners de beste mogelijkheden biedt. Bij gebruik van een (gedeelte van) een voetbalveld moet de impact op de veldcapaciteit en de behoeften van de vereniging in detail onderzocht worden. Nb.: oriënterend is in het kader van dit onderzoek gesproken met het bestuur van de voetbalvereniging en deze ziet kansen voor samenwerking en staat in algemene zin positief tegenover deze mogelijke ontwikkeling. Voorwaarde is wel dat de continuïteit niet in het geding mag komen en dat er steeds voldoende ruimte voor sport moet resteren.
In de uitwerking moet rekening worden gehouden met een aspecten, die voortvloeien uit de ligging ten opzichte van de Chemelot en de A2 ten aanzien van externe veiligheid en geluid.
Bramert Noord In paragraaf 4.2 is het plan Bramert Noord uiteengezet. In het plangebied behoort de ontwikkeling van een kindcentrum tot de mogelijkheden. Het bestemmingsplan voorziet naast woningen in gebouwen voor maatschappelijke doeleinden. Het gebied is agrarisch en in eigendom particulier eigendom en moet aangekocht worden.
21
Het gebied is lastig bereikbaar. Bij de gebiedsontwikkeling zal de ontsluiting, bereikbaarheid en aansluiting op bestaande bouw onderdeel vormen van het plan. Net als bij het sportcomplex vormen de veiligheidszones aan de oostzijde een aandachtpunt. Bij een geschikte situering binnen het plangebied is de ontwikkeling van een kindcentrum mogelijk. n de uitwerking moet rekening worden gehouden met een aspecten, die voortvloeien uit de ligging ten opzichte van de Chemelot en de A2 ten aanzien van externe veiligheid en geluid.
Pleinscenario (omgeving Sint Antoniusplein) In paragraaf 4.1 wordt de Transformatievisie Urmond-Oost beschreven. Het kindcentrum kan daarin geïntegreerd worden, waarbij het kindcentrum gebouwelijk en functioneel kan worden verbonden met een nieuwe publiek ruimte. Daarbij staat ontmoeting centraal: toevoeging van een kindcentrum plek heeft daarbij een grote meerwaarde. De concentratie van (maatschappelijke) voorzieningen zorgt voor een herkenbaar hart voor het dorp waar functies elkaar versterken. De situering moet in een groter geheel worden bezien. De mogelijke ontwikkelzone is van diverse zijden goed bereikbaar. In de verdere ontwikkeling van het gebied kan de ontsluiting worden geoptimaliseerd. Het voorzien in voldoende parkeerruimte en een goede en veilige verkeerscirculatie vormt onderdeel van het realisatieplan. Kloosterlocatie Als onderdeel van het project heeft RO groep gekeken naar de mogelijkheden om een deel van het bestaande kloostercomplex in Urmond in te zetten (door herbestemming en renovatie) ten behoeve van de ontwikkeling van de school. Daarvoor is een QuickScan en inhoudelijke analyse van het complex gemaakt
22
07
Analyse
De locaties zijn beoordeeld aan de hand van de criteria uit het afwegingskader. Dit hoofdstuk geeft de bijbehorende analyse per locatie.
07-1 Huidige basisschool Samenwerken in kindcentrum De locatie is geschikt voor een kindcentrum en kent geen beperkingen voor het realiseren van een toekomstbestendige voorziening. In de directe nabijheid zijn geen andere relevante (educatieve, maatschappelijke of sociaal-culturele) functies. Mogelijkheden voor inhoudelijke samenwerking met andere partijen naast onderwijs en opvang zijn niet vanzelfsprekend door de fysieke afstand. Voor sport en bewegingsonderwijs kan gebruik worden gemaakt van de bestaande sportzaal, zoals nu ook het geval is (loopafstand ca. 1.400 m.). Het nieuwe kindcentrum zal worden voorzien van een speellokaal voor het indoor-bewegen van de jongste kinderen (2-6 jaar). Daardoor zullen de verplaatsingen in omvang afnemen. Bij de inrichting van de nieuwe buitenruimte kan rekening worden gehouden met het toevoegen van moderne, halfopen beweegmogelijkheden. Toekomstbestendigheid Bij nieuwbouw ligt een focus op inpassing in een bestaande ruimte met in de omgeving een vaste structuur met privaat eigendom. Vanwege de ruimtelijke en maatschappelijke consequenties ligt het voor de hand om te kiezen voor realisatie van een pand met een langere levensduur en binnen dit concept aandacht te geven aan de moderne eisen met betrekking tot flexibiliteit, duurzaamheid en circulariteit.
Daarbij is dan wel rekening te houden met het reserveren van voldoende ruimte voor een latere uitbreiding, die in een flexibele bouwvorm (door inzet van modulaire principes) ingevuld kan worden. Bij nieuwbouw kan flexibiliteit in het ontwerp en in de keuze voor een bouwwijze (bijvoorbeeld modulair) optimaal toegepast worden om toekomstige groei of krimp van leerlingaantallen op te vangen. Als bij veranderende omstandigheden omvorming of herbestemming van het gebouw(delen) of locatie opportuun wordt dan is de uitgangssituatie in beginsel gunstig door de inbedding in de woonwijk inclusief de nabije ligging van de Speelheuvel. Bijdrage aan leefbaarheid Beperkt. Ruimtelijke inpassing Het perceel is vanwege gemeentelijk claimrecht beschikbaar. De bestemming is ‘maatschappelijk’ en geeft ruimte voor een kindcentrum. Gezien de omvang van het nieuwe complex zal een uitgebreide procedure aan de orde zijn. De locatie is voldoende ruim voor inpassing volgens het indicatieve ruimteprogramma. De perceeloppervlakte bedraagt 3.945 m².
23
De footprint voor het kindcentrum plus buitenruimte bedraagt (indicatief) 3.292 m2, waarbij, zoals gebruikelijk, is uitgegaan van een gebouw van twee verdiepingen. Het bestemmingsplan staat dit toe (goothoogte 6 m) met de kanttekening dat een tweede verdieping akoestisch beoordeeld zal moeten worden. Het perceel heeft voldoende omvang voor de inpassing van aanvullende ruimtevragen, zoals toekomstige uitbreiding. Het toevoegen van parkeerfuncties op het terrein is mogelijk, hoewel inpassing (ten dele) ten koste kan gaan van andere ruimtevragen. Aandachtpunt is dat de schoollocatie omgeven is door woningen. Bij vervangende nieuwbouw op deze plek zijn de gevolgen voor de omgeving in termen van toenemende drukte of bezwarende activiteiten beperkt. Het relatief grote aantal omwonenden betekent dat er een tijdsrisico is bij planprocedures, omdat de direct betrokkenen een belangrijkere stem krijgen in de voorbereiding. Toevoeging van een sportzaal is niet goed inpasbaar en de locatie wordt daarvoor ook niet geschikt gevonden vanwege de impact door volume, bouwhoogte en veranderende toestroom van bezoekers. In dat geval worden hogere risico’s verwacht ten aanzien van de planprocedures. Het huidige bestemmingsplan staat een bouwhoogte van meer dan 9 meter niet toe. Het perceel beperkt de flexibiliteit vanwege de perceelcontouren en de omgeving (bebouwing en stratenplan).
Ruimtelijk (omgeving) De bereikbaarheid per fiets, auto en te voet is goed vanuit diverse kanten van het dorp en daarbuiten. Verkeer moet door de woonwijk heen en dat leidt in de huidige omstandigheden al tot klachten. Daarom zal bij een nieuwe ontwikkeling voldoende aandacht moeten zijn voor verkeersveiligheid en regulering van verkeer. Die mogelijkheden lijken beperkt binnen het bestaande stratenplan, die nu al druk naar de beperkte parkeerruimte in de wijk verlegt. Benutting van (ook) een deel van het schoolperceel kan uitkomst bieden omdat anders slechts suboptimale resultaten kunnen worden bereikt. Oriëntatie op de ruimtelijke mogelijkheden is nodig en is in het ontwerp mee te nemen. Door de ligging in de woonwijk zonder andere maatschappelijke functies in de buurt houdt het kindcentrum een standalone status. Financieel Verschilmakend onderdeel zijn de kosten voor tijdelijke huisvesting. Ervan uitgaande dat binnen de gemeenschap geen geschikt leegstaand gebouw is, komt het plaatsen van noodunits in beeld. Huurkosten daarvan zijn (indicatief) tussen de ongeveer € 1 en € 1,5 miljoen, incl. BTW voor twee jaar (schoolgebouw inclusief peuteropvang). Keuzes in comfort, kwaliteitsniveau en locatie (bv.
grondwerk, bouwplaatskosten) zijn bepalend voor de uiteindelijke prijs, evenals de uitkomsten van (Europese) aanbesteding (n.b.: de markt voor noodunits is overvraagd met hoge prijzen en lange levertijden tot gevolg). Als alternatief kan worden onderzocht om een bestaand gebouw binnen of in de buurt van de kern tijdelijk geschikt te maken. Daarmee kunnen significante kosten worden bespaard.
24
Duurzaamheid De mogelijkheid bestaat om duurzaam en circulair te bouwen op basis van de ambities uit het IHP en de expliciete wensen van gemeente, schoolbestuur en kindpartner. Hergebruik van gebouwdelen en materialen van het bestaande gebouw is een mogelijkheid die nader onderzocht kan worden. Bij nieuwbouw is een passende en toekomstvaste exploitatie te verwezenlijken. Risico’s Aan het scenario zijn geen risico’s van doorslaggevende aard verbonden. Procedures die nodig zijn voor bestemmingsplanwijziging worden licht van aard geacht, waarbij het risico beperkt is. Ook het risico op planschade is beperkt aangezien er geen wezenlijke wijziging plaatsvindt ten opzichte van de bestaande situatie. Bij toevoeging van een sportzaal wordt het risico significant verhoogd. Nb.: Aandachtpunt is dat voor de locatie Sportcomplex door de Omgevingsdienst Zuid Limburg op hoofdlijnen onderzocht is in hoeverre geluid en externe veiligheid een risico kunnen vormen voor realisatie (zie 7.2 voor de overwegingen). Daarbij is aan de orde gekomen in hoeverre deze thema’s ook op deze plek zouden kunnen spelen. Daarbij is vastgesteld dat voor de bestaande schoollocatie, die (meer) in de bebouwde omgeving ligt een grotere bescherming en vrijheidsgraad aan de orde is. Dat laat echter onverlet dat voor de volledigheid ook deze locatie nader onderzocht moet worden.
Aantekening energievoorziening: Op deze locatie kan gebruik worden gemaakt van de bestaande aansluiting (kleinverbruik (< 3 x 80 ampère). Deze levert momenteel geen beperkingen op. Bij toevoeging van functies zal dit nader onderzocht moeten worden.
07-2 Sportcomplex Samenwerken in kindcentrum De locatie is geschikt voor het realiseren van een kindcentrum en kent geen beperkingen voor een toekomstbestendige voorziening. Er zijn in de directe nabijheid voldoende relevante (educatieve, maatschappelijke of sociaal-culturele) functies aanwezig waarmee een inhoudelijke samenwerking kan ontstaan. De school komt op relatief grote afstand van de sportzaal te liggen (loopafstand ongeveer 1.900 m, binnen de geldende norm). Dat wordt primair veroorzaakt door de grotere afstand tot de kanaaloversteken. Voor het indoorbewegen van de jongste kinderen (2-6 jaar) wordt het kindcentrum voorzien van een speellokaal. Daarnaast kan samenwerking met de verenigingen aanvullende mogelijkheden bieden voor buitenluchtactiviteiten gericht op sport, spel en bewegen. Daarbij kunnen beweegmogelijkheden geoptimaliseerd worden in de groene omgeving. Toekomstbestendigheid Flexibiliteit kan in het ontwerp en in de keuze voor een bouwwijze (bijvoorbeeld modulair) optimaal toegepast worden om toekomstige groei of krimp van leerlingaantallen op te vangen. De locatie biedt ruimte daarvoor maximale vrijheid voor intekening van de locatie. Uitgangspunt is dat kinderdagopvang geïntegreerd onderdeel gaat uitmaken van het aanbod.
25
Deze locatie is goed bereikbaar en daardoor blijft op deze locatie ook op langere termijn perspectief voor een stabiel onderwijsaanbod. Transformeerbaarheid van gebouw(delen) naar andere functies in de toekomst zijn beperkt door de specifieke kenmerken van de locatie aan de rand van het dorp. De intentie van de gemeente om de kern Urmond een hart te geven “aan het plein” maakt dat het niet voor de hand ligt een tweede gemeenschapszone tot ontwikkeling te brengen. Door modulaire bouw is een verplaatsing van (delen van de) school naar andere locaties mogelijk. Bijdrage aan leefbaarheid Er ontstaat een betekenisvolle plek door de samenhang met lokale sportvoorzieningen. Ruimtelijke inpassing De sportvelden zijn eigendom van de gemeente. Voor de ontwikkeling van een kindcentrum is een uitgebreide procedure in het kader van de omgevingswet aan de orde. De locatie is ruim genoeg (te maken) voor de inpassing van een volledig ruimteprogramma voor het kindcentrum, inclusief aanvullende ruimtevragen zoals toekomstige uitbreiding. Integratie van een sportzaal op deze locatie is, afhankelijk van de wijze van inpassing, goed mogelijk en passend bij de al aanwezige sportbestemming. Er zijn synergievoordelen te bereiken in combinatie met het clubgebouw.
Impressie inpassing op verhard terrein
Impressie inpassing op voetbalveld
De locatie kent een beperkt aantal direct aanwonenden en bedrijven. Tegelijk is de impact van een functiewijziging groot: verkeer en (mede daardoor) geluidsinvloeden nemen significant toe. Nb.: Alternatieve locatie voor de school (zoals aangegeven door de voetbalvereniging) kan het agrarische gebied in de omgeving van de Carnavalsloods aan de Limbrichterweg zijn. Ruimtelijk (omgeving) Door de ligging aan de sportvelden wordt een verbinding met de omgeving mogelijk gemaakt en draagt bij aan profilering van het kindcentrum (sport en groen). De locatie is goed en veilig bereik per fiets, auto en te voet en kent maakt meerdere aanrijroutes mogelijk. Het aantal verkeersbewegingen zal toenemen en verkeersveiligheid moet door een goede infrastructuur worden geborgd. Dit is in het ontwerp mee te nemen. Ruimte hiervoor is aanwezig. Voor de parkeerbehoefte kan gebruik worden gemaakt van het al aanwezige parkeerterrein bij het sportcomplex. Inpassing van (aanvullend) parkeerfuncties op het terrein behoort ook
26
tot de mogelijkheden. De locatie biedt kansen om verkeersregulering in het ontwerp mee te nemen. Financieel Er dient rekening te worden gehouden met beperkte bijkomende kosten voor het bouwrijp maken en de eventuele aanleg van nieuwe infrastructuur en terreininrichting. Als de bestaande capaciteit van de voetbalvereniging wordt verminderd door de locatiekeuze, dan kunnen compenserende maatregelen aan de orde zijn. Duurzaamheid De mogelijkheid bestaat om duurzaam en circulair te bouwen op basis van de ambities zoals beschreven in het IHP en de expliciete wens van gemeente en schoolbestuur. Bij nieuwbouw is een passende exploitatie te verwezenlijken. Risico’s De risico’s van een keuze voor deze locatie zijn substantieel. Vanwege de mogelijke ontwikkeling is door de omgevingsdienst (ODZL) onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om op deze plek te bouwen. Daarbij zijn op voorhand weliswaar geen onmogelijkheden gebleken maar de locatie heeft op het gebied van externe veiligheid en geluid een aantal bezwaren. Deze hebben primair een relatie met de nabijheid van Chemelot en de A2. Ten aanzien van geluid heeft ODZL eerste berekeningen van de geluidsbelasting gemaakt. Deze raken de kritische voorwaarden voor de realisatie van een school en soms overschrijden ze deze.
Daarbij is dan nog geen rekening gehouden met de belasting door de omgeving (weg en sportvelden) en door eigen activiteiten van de school. De school komt dan in een bereik, dat bij de te kiezen gebouwelijke oplossing rekening moet worden gehouden met aanvullende voorwaarden (zoals geluidsdichte gevels en gebouwvorm). Deze kunnen invloed hebben op het functioneren van de school en kunnen leiden tot extra kosten. Om dat te kunnen beoordelen is nader onderzoek met geluidsmetingen en zijn specifieke berekeningen nodig. Met betrekking tot externe veiligheid ontstaat een vergelijkbare situatie. Voor een gebouw waar meerdere personen bij elkaar komen, moet aan specifieke veiligheidsvoorwaarden worden voldaan. Deze aanvullende eisen gelden om groepsrisico’s in relatie tot Chemelot te voorkomen. Ook met betrekking tot dit onderwerp is nadere studie noodzakelijk om tot een goede beoordeling te kunnen komen. Aanvullend aandachtpunt is dat de realisatie van een kindcentrum er niet toe mag leiden dat beperkingen ontstaan voor het functioneren van Chemelot. Om dat te kunnen beoordelen en bewaken is een specifiek toestemmingsregime afgesproken. De gemeente kan het verlenen van toekenning voor de bouw van een kindcentrum slechts beperkt beïnvloeden en daarnaast zal een afsprakenkader ontstaan dat de gemeente strikt moet bewaken.
Risicofactor is dat tijdens of na de ontwikkeling van de bouwplannen door derde partijen geen toestemming wordt verleend, waardoor dan alsnog een nieuwe locatiekeuze moet worden gemaakt en kostbare tijd en middelen zijn verspild. Tenslotte is ook de energietoevoer op deze locatie een risico. Nieuwbouw zal in principe gasloos worden uitgevoerd. Daartoe zal het kindcentrum een kleinverbruikaansluiting (3x80A) moeten krijgen. Die gaan momenteel gepaard met lange wachttijden. In een
27
overbruggingssituatie kan een batterij nodig zijn om overdag om opgewekte energie lokaal op te slaan. Daarnaast kan een noodstroomaggregaat nodig zijn om tijdelijke tekorten aan vermogen te dekken.
07-3 Bramert Noord Samenwerken in kindcentrum De locatie is geschikt voor het realiseren van een toekomstbestendig kindcentrum. Er zijn geen beperkingen aangezien de ruimtelijke inpassing vrij te bepalen is. In de directe nabijheid zijn geen andere relevante (educatieve, maatschappelijke of sociaal-culturele) functies gelegen en er zijn geen mogelijkheden voor inhoudelijke samenwerking vanwege de fysieke afstand. De sportzaal komt op afstand te liggen (loopafstand ongeveer 1.900 m, binnen de geldende norm). Het kindcentrum wordt voorzien van een speellokaal voor het indoor-bewegen van de jongste kinderen (2-6 jaar). Bij de inrichting van de accommodatie en de buitenruimte kan rekening worden gehouden met beweegmogelijkheden, mee te nemen in het ontwerp. Afhankelijk van de planinvulling zijn er mogelijkheden voor aansluiting bij de groene omgeving met aanvullend kansen voor buitenluchtactiviteiten gericht op bewegen. Toekomstbestendigheid Bij nieuwbouw kan door flexibiliteit in het ontwerp en in de keuze voor een specifieke bouwwijze (bijvoorbeeld modulair) optimaal ingespeeld worden op toekomstige groei of krimp van leerlingaantallen. De locatie biedt daarvoor voldoende ruimte en maximale vrijheid. Vestiging van het integrale kindcentrum aan de noordzijde van het dorp kan een ongewenste leerlingenstroom op gang brengen vanuit Berg.
Nb.: Uitgangspunt is dat kinderdagopvang geïntegreerd onderdeel gaat uitmaken van het aanbod. Bijdrage aan leefbaarheid Deze locatie biedt beperkte versterking van de leefbaarheid door de decentrale ligging op een locatie waar aanvullende woningbouw (nog) onzeker is. Ruimtelijke inpassing Het plangebied is voldoende ruim voor de inpassing van een kindcentrum volgens het indicatieve ruimteprogramma, inclusief eventuele aanvullende ruimtevragen en inclusief flexibiliteit voor (onvoorziene) toekomstige ontwikkelingen. Toevoeging van een sportzaal hoor tot de mogelijkheden. De locatie is geen eigendom van de gemeente en moet verworven worden. Ze maakt onderdeel uit van het plangebied Bramert Noord, waardoor verdere planuitwerking daarvan noodzakelijk is. Daarbij kan de inpassing van een kindcentrum naar wens ingetekend worden.
28
Ruimtelijk (omgeving) De locatie ligt decentraal ten opzichte van het dorp. Het kindcentrum wordt in een gebiedsontwikkeling ingepast en daardoor verbetert de relatie van de nieuwe woonwijk met de gemeenschap Urmond. Mocht de nieuwe woonwijk echter niet tot stand komen dan landt het IKC in een omgeving zonder (maatschappelijke) functies in een stand-alone situatie. Een goede bereikbaarheid per auto, fiets en te voet is in de planuitwerking te verwezenlijken. Het reguleren van verkeerstromen en het nemen van veiligheidsmaateregelen is te onderzoeken en kan in het ontwerp meegenomen worden. Daarin kan ook worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Financieel Er moet rekening worden gehouden met kosten die nodig zijn voor de verwerving van gronden en bouwrijp maken van het plangebied. Kosten daarvan zijn op voorhand niet bekend. Vorengenoemde kosten maken onderdeel uit van de totale gebiedsontwikkeling en zijn niet enkel toe te schrijven aan de stichtingskosten voor het kindcentrum. Duurzaamheid De mogelijkheid bestaat om duurzaam en circulair te bouwen op basis van de ambities zoals beschreven in het IHP en de expliciete wens van gemeente en schoolbestuur. Bij nieuwbouw is een passende exploitatie te verwezenlijken. Risico’s De locatie is onderdeel van een gebiedsontwikkeling. Er zijn (nog) onzekerheden ten aanzien van de feitelijke realiseerbaarheid daarvan.
Het kindcentrum moet daarom ingebed worden in een ruimtelijke indeling van het gebied, waarbij uiteindelijk rekening moet worden gehouden met verschillende scenario’s en lange uitvoeringstermijnen. Deze ontwikkeling kost tijd en breng impliciet onzekerheden met zich mee. Tegelijk moet rekening worden gehouden met de doorlooptijden voor de stedenbouwkundige uitwerking van plannen en de besluitvorming. De risico’s qua planning worden significant geacht. Gezien de onzekerheid ligt het voor de hand om in de bestaande school fysieke maatregelen te nemen (aanvullende tijdelijke huisvesting en kwaliteit verbeterende maatregelen). Aanvullend zijn er voor deze locatie risico’s ten aanzien van externe veiligheid en geluid, gerelateerd aan de nabijheid van Chemelot. Eerder zijn in relatie tot Bramert Noord onderzoeken gedaan die ontwikkeling van het gebied mogelijk maken maar daarbij zijn aandachtpunten benoemd. Realisatie van een IKC komt mogelijk in een bereik, dat bij de te kiezen gebouwelijke invulling rekening moet worden gehouden met aanvullende voorwaarden (zoals geluidsdichte gevels en gebouwvorm), die invloed hebben op het functioneren van de school en kunnen leiden tot extra kosten. Om dat te kunnen beoordelen is nader onderzoek naar gedetailleerde geluidsmetingen en specifieke berekeningen nodig, die rekening houden met de gebiedsontwikkeling.
Met betrekking tot externe veiligheid kan een vergelijkbare situatie ontstaan, met name rondom de noodzaak om groepsrisico’s te beperken. Aanvullend geldt dat de realisatie van een kindcentrum (of een woningengebied) er niet toe mag leiden dat beperkingen ontstaan voor Chemelot. Om dat te kunnen beoordelen en bewaken is een specifiek toestemmingsregime afgesproken, dat de gemeente slechts beperkt kan beïnvloeden. Risico is dat uiteindelijk door derden geen toestemming wordt
29
verleend, waardoor alsnog een nieuwe locatiekeuze moet worden gemaakt en kostbare tijd en middelen zijn verspild. Tenslotte is ook de energietoevoer op deze locatie een risico. Nieuwbouw zal in principe gasloos worden uitgevoerd. Daartoe zal het kindcentrum een kleinverbruik aansluiting (3x80A) moeten krijgen. Die gaan momenteel gepaard met lange wachttijden. In een overbruggingssituatie kan een batterij nodig zijn om overdag om opgewekte energie lokaal op te slaan. Daarnaast kan een noodstroomaggregaat nodig zijn om tijdelijke tekorten aan vermogen te dekken