CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan BTL.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 2 juni 2022, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Bestemmingsplannen woningbouwlocaties Elsloo23.264 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Algemeen............................................................................................................................. 36

7.2

Toelichting, regels en verbeelding....................................................................................... 36

7.2.1

Toelichting ....................................................................................................................................... 37

7.2.2

Regels .............................................................................................................................................. 37

7.2.3

Verbeelding ..................................................................................................................................... 38

8

9

Vooroverleg, inspraak en formele procedure ..................................................... 39 8.1

Inleiding ............................................................................................................................... 39

8.2

Vooroverleg ......................................................................................................................... 39

8.3

Inspraak ............................................................................................................................... 40

8.4

Formele procedure .............................................................................................................. 41

8.4.1

Algemeen ......................................................................................................................................... 41

8.4.2

Zienswijzen ...................................................................................................................................... 41

Bijlagen ............................................................................................................. 42

M217388.002/PSO

1

Inleiding Op de locatie Stationsstraat 57-61 te Elsloo was tot voor kort een hoveniersbedrijf/adviesbureau gevestigd. De bedrijfslocatie is medio 2020 door de initiatiefnemer gekocht met de bedoeling deze te ontwikkelen tot een woningbouwlocatie. In samenspraak met de gemeente Stein is een passende invulling gevonden. Een gedeelte van het bedrijfscomplex, bestaande uit de oude boerderijwoning, blijft voor de toekomst behouden en wordt een kantoorruimte met bovenwoning. De achterliggende schuren maken plaats voor een woningbouwplan met twaalf nultredenwoningen. Door stedenbouwkundig bureau Pouderoyen-Tonnaer is een schetsontwerp gemaakt van het woningbouwplan.

Uitsnede topografische kaart met aanduiding plangebied

Het woningbouwplan kan niet worden uitgevoerd op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Kern Elsloo’. In dit bestemmingsplan is aan het plangebied de bestemming ‘Bedrijf’ toegekend, op basis waarvan woningbouw niet direct mogelijk is. Vandaar dat een wijziging van het geldende bestemmingsplan in procedure dient te worden gebracht. De gemeenteraad van de gemeente Stein heeft op 18 maart 2021 een voorbereidingsbesluit genomen ten aanzien van drie beoogde woningbouwplannen, waaronder voor de beoogde plannen voor de locatie Stationsstraat 57-61 te Elsloo. Het voorbereidingsbesluit is bijgevoegd in bijlage 1. Voorliggend document voorziet in een toelichting op bijbehorende regels en verbeelding voor de bestemmingsplanwijziging.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

1 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

2

Plangebied en planontwikkeling In dit hoofdstuk worden het plangebied, de huidige situatie en het project beschreven. Tevens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de ruimtelijke effecten van het project.

2.1

Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de Stationstraat te Elsloo. Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente Elsloo – sectie B – nummers 4563 en 4565.

Luchtfoto met aanduiding plangebied

Het plangebied betreft een grotendeels verhard bedrijfsterrein in de kern Elsloo. Het terrein is ontsloten via de Stationsstraat door middel van een ingang tussen de objecten Stationsstraat 61 en Stationsstraat 69. De omgeving betreft overwegend woningen en enkele centrumvoorzieningen langs de Stationsstraat, zoals een bloemist en bakkerij.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

2 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

De bestaande situatie wordt weergegeven aan de hand van navolgende foto’s.

Foto bestaande situatie entree Stationsstraat 61 en achterterrein

Foto bestaande situatie bebouwing achterterrein

2.2

Beoogde planontwikkeling Door stedenbouwkundig adviesbureau Pouderoyen-Tonnaer is een schetsontwerp van het beoogde woningbouwplan gemaakt. Het woningbouwplan is opgezet als een woonhof waarbij de woningen rondom een centraal gelegen plantsoen zijn gesitueerd. Gezocht is naar een mix van woningen, waarbij zowel vrijstaande , twee-onder –een-kap, geschakelde en aaneengebouwde woningen kunnen worden gerealiseerd. Hiermee wordt invulling gegeven aan de woningbehoefte van zowel starters als ouderen. De woningen zijn geschikt voor levensloopbestendig wonen. Bij dit type

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

3 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

woningen is de toegang van de woning en het woongebouw zonder belemmeringen bereikbaar. De woning en het woongebouw hebben geen of minimale drempels. De basisfuncties (woonkamer, toilet, badkamer en de hoofdslaapkamer) liggen op één verdieping. Het openbare groen geeft kwaliteit aan de buitenruimte en zorgt voor de infiltratie van het hemelwater. In de ontsluitingsweg zijn parkeerplaatsen voorzien. Het bouwplan wordt aan de hand van navolgende figuren inzichtelijk gemaakt.

Schetsontwerp woningbouwplan (PouderoyenTonnaer)

3D-impressie woningbouwplan (PouderoyenTonnaer)

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

4 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

2.3

Ruimtelijke effecten Elk bouwplan gaat gepaard met ruimtelijke effecten. Van belang is dat de ruimtelijke effecten aanvaardbar zijn. De planontwikkeling heeft betrekking op een bestaand binnenterrein dat is ontsloten via de Stationsstraat te Elsloo. Feitelijk is sprake van een inbreidingslocatie binnen de bebouwde kom. De bestaande bouwmassa met een waardevolle boerderij / herenhuis aan de entree aan de Stationsstraat blijft behouden. De ruimtelijke impact van de zijde van de Stationsstraat is dan ook zeer beperkt. De inbreidingslocatie grenst aan de achtertuinen van de woningen aan de Stationsstraat 55 tot en met 77a en aan de achtertuinen van de woningen aan de Jurgensstraat met de huisnummers 48 tot en met 66. In het beoogde woningbouwplan grenzen deze woningen aan de achtertuinen van de 12 nieuwe woningen. Het woningbouwplan is opgezet als een woonhof waarbij de woningen rondom een centraal gelegen plantsoen zijn gesitueerd. Het openbare groen geeft kwaliteit aan de buitenruimte en zorgt voor de infiltratie van het hemelwater. De initiatiefnemer heeft in het kader van de omgevingsdialoog afspraken gemaakt met de direct omwonenden. Deze afspraken hebben betrekking op het realiseren van hagen en leibomen en het beperken van zicht in achtertuinen vanuit de te realiseren woningen.

Deze afspraken zijn als voorwaardelijke verplichting vastgelegd in de planregels van voorliggend bestemmingsplan. De ruimtelijke effecten worden aanvaardbaar geacht.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

5 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

3

Beleid In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid. Het Rijksbeleid wordt besproken aan de hand van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Voor de beschrijving van het provinciale beleid is gebruik gemaakt van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL). Het gemeentelijke beleid is ontleend aan de ‘Ruimtelijke Structuurvisie Stein 2015-2025’, de ‘Strategische toekomstvisie: 2018-2022’, de ‘Energievisie gemeente Stein 2018-2021’ en het bestemmingsplan ‘Kern Elsloo’.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de nieuwe Omgevingswet, die per 1 januari 2022 in werking treedt, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Deze visie is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 wordt in de Nationale Omgevingsvisie de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden vier prioriteiten onderscheiden:  Ruimte voor klimaat adaptatie.  Duurzaam economisch groeipotentieel.  Sterke en gezonde steden en regio's.  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes:  Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies.  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal.  Afwentelen wordt voorkomen. Bovendien worden hieronder de belangrijkste keuzes en bijbehorende doelen in de Nationale Omgevingsvisie toegelicht.  Gestreefd wordt naar een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat Nederland zo wordt ingericht dat het de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast.

Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden;  Bovendien wordt een verandering van de energievoorziening beoogd. Bij de inpassing van duurzame energie bestaat oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat eerst wordt gekeken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen;  Overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied;  De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland wordt nagestreefd. Hiermee wordt

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

6 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

3.1.2

gestuurd op een goed bereikbaar netwerk van steden waarbij de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland zo goed mogelijk worden gebruikt. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Daarbij wordt gewerkt aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388):           

project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; verstedelijking in het IJsselmeer; defensie; erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; ecologische hoofdstructuur.

3.1.3

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven.

3.1.4

Conclusie Rijksbeleid De beoogde planontwikkeling levert geen strijd op met de Nationale Omgevingsvisie, het Barro en de Rarro. Het Rijksbeleid is niet aan de orde, omdat sprake is van een kleinschalige ontwikkeling en er geen onderwerpen vanuit de NOVI en Barro op het plangebied van toepassing zijn. Ook gelden er vanuit de Rarro geen beperkingen ten aanzien van het planvoornemen.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

7 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Limburg (POVI) Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld, met inachtneming van de aanvaarde amendementen. De Omgevingsvisie Limburg vervangt de Omgevingsvisie POL 2014. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In het POVI is het plangebied gelegen in de zone ‘Stedelijk gebied’. Vanuit beleidsmatig oogpunt in relatie tot voorliggende ontwikkeling is geen sprake van relevante wijzigingen. Over deze zone is in het POVI het volgende opgenomen.

Uitsnede kaart 'Limburgse principes' POVI met ligging plangebied

Stedelijk gebied Het stedelijk gebied omvat de bebouwde gebieden van de Westelijke Mijnstreek, Heerlen, Brunssum, Landgraaf en Kerkrade en de steden Maastricht, Venlo, Roermond, Weert en Venray. Hier vind je een breed scala aan locaties met functies zoals wonen, winkels, scholen, voorzieningen, wegen en openbare ruimte. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten. 3.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014 De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in de Omgevingsverordening Limburg 2014 geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

8 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

De Omgevingsverordening Limburg was een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening Limburg is op 1 januari 2011 in werking getreden. In 2014 is de Omgevingsverordening opnieuw gewijzigd, vanwege de vaststelling van POL 2014, waarin is bepaald dat er een nieuw hoofdstuk "Ruimte" aan de Omgevingsverordening wordt toegevoegd. Dat hoofdstuk "Ruimte" is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van POL 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Het POL 2014 zet sterk in op het zoveel mogelijk concentreren van nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied. In de omgevingsverordening komt dit tot uiting in de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 2). Daarin wordt gesteld dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening houdt met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. In paragraaf 3.2.4 (ladder voor duurzame verstedelijking) wordt ingegaan op het feit dat onderhavig planvoornemen een stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied betreft en dat aan de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt voldaan. Hiermee wordt ook voldaan aan de kaders voor duurzame verstedelijking zoals opgenomen in het POL.

Verder is ten aanzien van het onderwerp 'Wonen' in het POL opgenomen dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Zoals beschreven in paragraaf 3.3.1, is de realisatie van de 12 nultredenwoningen op onderhavige locatie in overeenstemming met de Regionale Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. De beoogde nultredenwoningen worden gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied. Daarbij geldt dat met het planvoornemen wordt voorzien in een concrete (woon)behoefte, waardoor gesteld kan worden dat het planvoornemen voldoet aan de eisen voor duurzame verstedelijking. Tevens is het planvoornemen passend binnen de kaders van de Regionale Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. 3.2.3

Omgevingsverordening Limburg 2021 Naast de indeling in zoneringen is tevens sprake van diverse provinciale beschermingsgebieden, waartoe op grond van de Omgevingsverordening Limburg 2021 specifieke regelgeving geldt. Rekening houdend met de ligging van onderhavig plangebied staat voorop dat ter plekke geen milieubeschermingsgebieden aanwezig zijn die aanvullende bescherming behoeven.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

9 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

Uitsnede kaart ‘milieubeschermings-gebieden’ Omgevingsverordening Limburg met ligging plangebied

3.2.4

Ladder voor duurzame verstedelijking De zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder voor duurzame verstedelijking is door de provincie verankerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) in artikel 2.2.2, lid 1. Aanvullend op deze ladder heeft de provincie in de Omgevingsverordening Limburg bepaald dat tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen moet worden onderzocht. Uitgangspunt voor toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is dat sprake dient te zijn van een stedelijke ontwikkeling. Conform artikel 2.2.1 van de OvL2014 is de definitie van een stedelijke ontwikkeling een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.

Het eerste toetsingscriterium spitst zich toe op de vraag of onderhavige ontwikkeling moet worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, Bro. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is in uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State nader verduidelijkt. Een woningbouwproject wordt beoordeeld als een stedelijke ontwikkeling, indien twaalf of meer woningen worden gerealiseerd. Aangezien onderhavig voornemen is gericht op het realiseren van twaalf nultredenwoningen ter plaatse van een inbreidingslocatie in de kern

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

10 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

Stein, kan worden gesproken van een stedelijke ontwikkeling. Onderhavig planvoornemen ziet op het realiseren van 12 nultredenwoningen binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Stein. In de structuurvisie ‘Westelijke Mijnstreek Structuurvisie Wonen’ van de gemeente Stein wordt aangegeven dat woonontwikkelingen moeten bijdragen aan de gewenste kwalitatieve ruimtelijke en volkshuisvestelijke ontwikkeling van de regio. In deze structuurvisie komt naar voren dat wonen met zorg en levensloopgeschikt wonen in woonservicezones de voorkeur heeft. Daarmee zijn mensen in de regio in staat om, ook met een zorgvraag, zo lang mogelijk zelfstandig te wonen in de nabijheid van woonzorgvoorzieningen. Bij nultredenwoningen is de toegang van de woning en het woongebouw zonder belemmeringen bereikbaar. De woning en het woongebouw hebben geen of minimale drempels. De basisfuncties (woonkamer, toilet, badkamer en de hoofdslaapkamer) liggen op één verdieping. Met onderhavig planvoornemen wordt een toekomstige en duurzame invulling gegeven aan een open plek binnen de bestaande bebouwingsstructuur. Daarnaast wordt met het voornemen aangesloten bij de kwalitatieve en kwantitatieve woonbehoefte binnen de gemeente Stein. Nultredenwoningen zijn dan ook het meest gewenste en kansrijke woningsegment binnen Stein. Onderhavig planvoornemen aan de Stationsstraat sluit daar goed bij aan.

Overigens wordt opgemerkt dat nultredenwoningen niet alleen geschikt zijn voor senioren, maar ook voor andere doelgroepen die een (kleinere) (huur)woning zoeken. Op basis van voorgaande uiteenzetting wordt geconcludeerd dat met onderhavige ontwikkeling in overeenstemming wordt gehandeld met de afwegingskaders van de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2.5

Conclusie provinciaal beleid Gelet op vorenstaande uiteenzetting van het vigerende provinciale beleid, bestaan er geen onoverkomelijke belemmeringen met betrekking tot voorliggende ontwikkeling. De ter plekke van onderhavig plangebied van toepassing zijnde provinciale zonering 'Overig bebouwd gebied' impliceert geen belemmeringen vanuit beleidsoogpunt. Voorts is geen sprake van strijdigheid met provinciale beschermingsgebieden. Ook voldoet onderhavige ontwikkeling aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de 18 Zuid-Limburgse gemeenten, vanuit het besef dat ruimtelijke ontwikkelingen in één gemeente directe invloed hebben op andere gemeenten. Ook erkennen gemeenten met deze gemeenschappelijke aanpak, dat onderlinge concurrentie, zeker met de huidige bevolkingsontwikkeling en de ambities die Zuid-Limburg als kennisregio heeft, leidt tot negatieve effecten die uiteindelijk ten koste gaan van de kracht van de regio. Een overschot aan woningen is niet in het gezamenlijke belang, want dat kan negatieve gevolgen hebben voor de

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

11 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

bestaande woningvoorraad, met alle gevolgen van dien voor leefbaarheid, doorstroming en betaalbaarheid. Doel van deze visie is het creëren van een excellent woon- en leefklimaat in ZuidLimburg door een goed functionerende woningmarkt met aantrekkelijke, elkaar aanvullende woonmilieus. Dit is een voorwaarde voor het benutten van de economische potentie van de regio, een ambitie die Zuid-Limburg hoog in het vaandel heeft. De Zuid-Limburgse transformatieopgave op de woningmarkt is groot, complex en kosten- en arbeidsintensief. Door de interacties tussen gemeenten en regio’s zijn bindende beleidsafspraken en een gezamenlijke aanpak op de woningmarkt noodzakelijk. Basis voor de aanpak van de Zuid-Limburgse woningmarktopgave is de bestaande woningvoorraad centraal zetten. Dit betekent dat er confrontatie nodig is van de behoefte met het bestaande aanbod aan woningen en alleen nog maar woningen aan de woningmarkt kunnen worden toegevoegd die echt van meerwaarde zijn. Er is alleen sprake van een goed functionerende woningmarkt als vraag en aanbod in verhouding staan tot elkaar. Om dit te bereiken zullen gemeenten planologische-juridische, financiële en organisatorische kaders moeten bepalen, waarbinnen publieke en private partijen opereren. Op deze wijze kan de woningmarkt ook daadwerkelijk goed haar werk doen.

Om het mogelijk te maken om nieuwe, kwalitatief goede, woningbouwinitiatieven aan de vastgestelde woningmarktprogrammeringen toe te voegen, is een uniforme wijze van afwegen beschreven. Deze nieuwe woningbouwinitiatieven moeten worden gecompenseerd. Hiervoor is een werkwijze afgesproken: Compenseren met direct daaraan gekoppelde sloop of onttrekking. Als dit aantoonbaar niet mogelijk is, in afnemende volgorde: 1. Elke nieuw toe te voegen woning (per locatie 5 of minder woningen) wordt financieel gecompenseerd door middel van een op Zuid-Limburgs niveau uitgewerkte uniforme financiële compensatieregeling, waarvan de middelen in een subregionaal op te zetten sloopfonds vloeien; 2. De gemeente neemt de sloopverplichting over en voert deze binnen de raadstermijn uit, waarin dit besluit is genomen; 3. Door middel van het schrappen van reeds bestaande harde plancapaciteit in de subregionale woningmarktprogrammering. Deze moet minimaal in de verhouding van 1 : 4 (toe te voegen woning : te schrappen harde plannen) ingezet worden als compensatie voor het nieuwe woningbouwinitiatief. In het geval van een woningbouwinitiatief in een monument (niet zijnde rijksmonument) of beeldbepalend pand wordt volstaan met een compensatie van één woning uit de reeds bestaande harde plancapaciteit in de regionale woningmarktprogrammering.

Onderhavig voornemen ziet op het toevoegen van woningen aan de bestaande woningvoorraad. In beginsel geldt op basis van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg als uitgangspunt dat nieuwe woningbouwplannen gecompenseerd dienen te worden. De beoogde planontwikkeling heeft betrekking op het toevoegen van 12 woningen aan de bestaande woningvoorraad. Op basis van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg geldt als uitgangspunt dat nieuwe woningbouwplannen gecompenseerd dienen te worden. Omdat de initiatiefnemer de beschikking heeft over 34 ongebruikte woningbouwcontingenten vanuit de gemeente Kerkrade, wordt een deel daarvan ingezet voor de beoogde invulling van voorliggende woningbouwontwikkeling. De gemeente Kerkrade heeft op 22 oktober 2020 ingestemd met het

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

12 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

inzetten van 34 gereserveerde bouwtitels op een bouwlocatie buiten de gemeente Kerkrade. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stein heeft op 23 november 2020 een intentieovereenkomst gesloten met de initiatiefnemer om te komen tot een woningbouwontwikkeling op drie locaties in de kern Elsloo. Eén van de beoogde locaties betreft de locatie Stationsstraat 57-61 te Elsloo. Geconcludeerd wordt dat met onderhavig woningbouwplan nieuwe wooneenheden aan de planvoorraad van de gemeente Stein worden toegevoegd. Het toevoegen van woningen binnen de gemeente Stein wordt echter gecompenseerd door middel van het inzetten van 12 onbenutte bouwtitels vanuit de gemeente Kerkrade. Daarmee wordt in overeenstemming gehandeld met de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Strategische toekomstvisie: 2018-2022 De strategische toekomstvisie 2018-2022 is een actualisatie van de visie uit 2011. In deze geactualiseerde visie is de strategische koers van de gemeente Stein voor de komende jaren vastgelegd aan de hand van een missie: 'een eigenzinnige woongemeente in de Zuid-Limburgse Maasvallei waar het mogelijk is dorps te wonen in een verstedelijkt gebied met kwalitatief hoogwaardige voorzieningen en ruimte voor ondernemerschap en particulier initiatief'. Drie kernwaarden vormen de ruggengraat van deze strategische toekomstvisie 2018-2022. Deze kernwaarden vormen in onderlinge samenhang het DNA, de identiteit van de gemeente Stein en zijn de bouwstenen voor de missie. De kernwaarden betreffen: Kernwaarde 1: Sociale en vitale kernen. Kernwaarde 2: Duurzame leefomgeving met unieke waarden. Kernwaarde 3: Een bereikbare en bedrijvige gemeente. Het planvoornemen heeft met name betrekking op de kernwaarden 1 en 2 en in mindere mate op kernwaarde 3. Sociale en vitale kernen worden voor een belangrijk deel gevormd door de identiteit van de kern in combinatie met de inwoners en ondernemers zelf. Het is daarbij belangrijk om bewust en trots te zijn op de eigen identiteit en kwaliteiten en dit ook te etaleren. Dit neemt niet weg dat ook samenwerking tussen de kernen onderling belangrijk is en gestimuleerd moet worden.

Dit is in de toekomst van groot belang om de kracht van Stein te behouden. Het planvoornemen draagt nadrukkelijk bij aan de sociale en vitale kern Stein omdat wordt voorzien in de realisatie van nultredenwoningen op een herontwikkellocatie binnen de kern. Daarnaast worden de woningen ingepast in haar omgeving en duurzaam ontwikkeld. Er wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de aanwezige landschappelijke waarden en waar mogelijk wordt dit versterkt. Het planvoornemen voor wat betreft de kernwaarde 1 en 2 zeker passend binnen de strategische visie 2018-2022.

3.4.2

Ruimtelijke Structuurvisie Stein 2015-2025 De gemeente Stein heeft de 'Ruimtelijke Structuurvisie Stein 2015-2025’ vastgesteld. In de structuurvisie heeft de gemeente de hoofdlijnen voor voorgenomen ontwikkelingen en het door de gemeente te voeren beleid vastgelegd. De structuurvisie geeft invulling op de strategische toekomstvisie 'Het Stein van morgen' dat het strategische beleid voor de periode 2011-2021 vormt.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

13 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

In deze visie verlegt de gemeente de ambitie van groei naar kwaliteitsborging. De structuurvisie is tot stand gekomen door de inbreng van vele mensen. Het samenspel tussen overheden, inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden wordt als belangrijk punt voor de ruimtelijke ontwikkelingen van Stein aangemerkt. Op de ‘Structuurvisiekaart Woonomgeving’ welke als bijlage is toegevoegd aan de ‘Ruimtelijke Structuurvisie Stein 2015-2025’ wordt inzichtelijk gemaakt dat onderhavig plangebied gedeeltelijk is gelegen binnen de zone ‘Toekomstige woonservicezone’. Dit betreft gebieden waar kansen aanwezig zijn voor wonen met zorg en levensloopgeschikt wonen. Onderhavig planvoornemen ziet op het realiseren van nultredenwoningen ten behoeve van de oudere doelgroep. Daarmee wordt invulling gegeven aan deze specifieke woonbehoefte. Het plan is daarmee passend binnen de gemeentelijke structuurvisie.

.

3.4.3

Energievisie gemeente Stein 2018-2021 Op 31 januari 2019 heeft de gemeenteraad de Energievisie gemeente Stein 2018-2021 vastgesteld. De gemeente werkt met de visie en het bijbehorende uitvoeringsprogramma aan een energieneutraal Stein. Gasloos-wonen vormt binnen de visie een belangrijk aandachtspunt. Onderhavig planvoornemen voorziet in de realisatie van 12 woningen die niet worden aangesloten op het gasnet. Verder zal de uitwerking van de woningen ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning ten behoeve van de activiteit bouwen zoveel mogelijk rekening gehouden worden met de energievisie om te komen tot energieneutrale woningen. Voor de beoogde woningen gelden al de BENG-normen: nieuwe regelgeving die moet zorgen voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen. De beoogde woningen moeten dus ook vanuit de geldende

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

14 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

bouwregelgeving voldoen aan de strengste eisen. Het planvoornemen is daarmee passend binnen de Energievisie.

3.4.4

Omgevingsvisie Gemeente Stein 2040 De gemeenteraad van de gemeente Stein heeft op 17 februari 2022 de ‘Omgevingsvisie Gemeente Stein 2040’ vastgesteld. De Omgevingsvisie gemeente Stein 2040 betreft een strategische visie voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De Omgevingsvisie is een uitwerking van de strategische toekomstvisie 2018-2022 en geeft verder richting aan de gemeente die Stein wil zijn op het gebied van de fysieke leefomgeving. De gemeentelijke Omgevingsvisie (GOVI) is geen optelsom van verschillende beleidsvisies, maar een samenhangende integrale visie op strategisch niveau waarin een koers wordt bepaald voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is breder dan alleen ruimtelijke aspecten. Ook ontwikkelingen op het gebied van o.a. cultureel erfgoed, economie, veiligheid en gezondheid, duurzaamheid, landschap, landbouw, milieu, natuur, water, verkeer, krijgen een plek in deze visie. De Omgevingsvisie werkt door in beleid, programma’s, plannen en projecten van de gemeente Stein. Het beleid voor de woonkernen is gericht op sociale en vitale wijken en kernen en een veilige, gezonde en groene leefomgeving. De ruimtelijke (economische) focus is primair gericht op een versterking van vitale stedelijke en landelijke centrumkernen. De uitgangspunten met betrekking tot de energietransitie worden ook in de woonkernen gehanteerd.

Energie die bespaard wordt hoeft niet te worden opgewekt. Energiebesparing is onlosmakelijk verbonden met de energietransitie. Het realiseren van extra woningen ter plekke van momenteel leegstaand vastgoed is een ontwikkeling die bijdraagt aan de versterking van de kern Elsloo. Omdat sprake is van nieuwbouw, gelden de strenge eisen van het geldende Bouwbesluit voor wat betreft isolatie en bijna energieneutraal bouwen. Het planvoornemen is dan ook in overeenstemming met de Omgevingsvisie gemeente Stein 2040.

3.4.5

Geldend bestemmingsplan Bestemmingsplan Kern Elsloo Ter plekke van onderhavig plangebied is het onherroepelijke bestemmingsplan ‘Kern Elsloo’ van kracht. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Stein op 9 november 2013. Op grond van dit bestemmingsplan is het plangebied bestemd tot ‘Bedrijf’. De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor bedrijven in categorie 1 en 2, die zijn opgenomen in de ‘Staat van Bedrijfsactiviteiten categorie 1 en 2’ welke als bijlage bij de planregels is gevoegd. Ten behoeve van een bedrijfsmatige invulling is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen bedrijfsgebouwen mogen worden opgericht. Bovendien is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen, met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde – archeologie 2’. Tevens is de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ van kracht.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

15 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

Initiatiefnemer heeft de wens om ter plaatse van onderhavig plangebied 12 nultredenwoningen te realiseren ten behoeve van de oudere doelgroep. Met inachtneming van de planregels van de ter plaatse geldende bestemming ‘Bedrijf’ geldt als uitgangspunt dat ter plekke bestaande bedrijfswoningen zijn toegestaan, zoals deze aanwezig zijn op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. In artikel 1.25 van de planregels is bepaald dat een bedrijfswoning slechts is bedoeld voor (het huishouden van) één of meer personen, wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw en/of terrein. Deze bepaling impliceert dat een bedrijfswoning enkel mag worden bewoond door een persoon die een functionele relatie heeft met het ter plekke gevestigde bedrijf.

Uitsnede verbeelding met aanduiding plangebied (rood omlijnd)

Onderhavige ontwikkeling is gericht op het realiseren van 12 wooneenheden. Deze ontwikkeling is op basis van het geldend planologisch-juridisch kader niet mogelijk. In het geldende bestemmingsplan zijn geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen om alsnog onderhavige ontwikkeling mogelijk te maken. De planontwikkeling is enkel mogelijk middels het doorlopen van een separate bestemmingsplanprocedure.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

16 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

Bestemmingsplan Erfgoed Stein De gemeenteraad van Stein heeft op 22 juli 2021 het bestemmingsplan 'Erfgoed Stein' vastgesteld. Dit bestemmingsplan dient om het erfgoed van de gemeente Stein beter te beschermen en het erfgoedbeleid planologisch-juridisch vast te leggen. Op basis van het facetbestemmingsplan Erfgoed Stein zijn ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' van toepassing evenals de functieaanduidingen 'specifieke vorm van waarde – middelhoge archeologische verwachting'. Gelet op het feit dat betreffende dubbelbestemming met bijbehorende gebiedsaanduiding van toepassing is op onderhavige locatie, maakt dat aanvullende voorwaarden gelden voor behoud en bescherming van te verwachten archeologische waarden. Met onderhavig voornemen worden betreffende waarden in acht genomen en worden te verrichten werkzaamheden uitgevoerd met respect voor de ter plaatse mogelijk aanwezige archeologische waarden. In paragraaf 5.1 is dit verder uitgewerkt.

3.4.6

Conclusie gemeentelijk beleid Gelet op vorenstaande uiteenzetting van het gemeentelijk beleid wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling in overeenstemming is met dit beleid.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

17 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

4

Milieutechnische aspecten Bij de realisering van een planontwikkeling moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het plangebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die het project heeft op zijn omgeving. Voor de locatie zijn in dit hoofdstuk de milieuaspecten bodem, geluid, milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid onderzocht.

4.1

Bodem Indien sprake is van een planologische functiewijziging danwel het realiseren van nieuwe verblijfsruimten, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Bij voorliggende ontwikkeling is sprake van een planologische functiewijziging omdat de woningbouwontwikkeling wordt beoogd ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’. Derhalve is een actueel bodemonderzoek dat inzicht geeft in de bodemkwaliteit noodzakelijk. Door MILON bv te Schijndel is in de periode februari t/m april 2018 een eindsituatiebodemonderzoek uitgevoerd ter plekke van het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform onderzoeksprotocol NEN 5725, 5740 en NTA 5755. De rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 2. Vooronderzoek Uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie en directe omgeving vanaf circa 1900 bebouwd is en in de loop der jaren omsloten wordt door bebouwing van de kern Elsloo. Vanaf 1984 heeft de locatie dienst gedaan als gemeentewerf voor groenvoorzieningen en een jaar later ook voor bestrijdingsmiddelen. Het gebruik is met aankoop van de locatie door BTL in 1990 niet veranderd. Op het terrein zijn een wasplaats met vloeistofdichte vloer, een bovengrondse dieseltank en brandstofopslag aanwezig. Inpandig ligt een vloeistofdichte vloer en worden bestrijdingsmiddelen opgeslagen.

Vanwege de kleinschaligheid van de inpandige opslag, de vloeistofdichte vloer en uitblijven van onderzoek naar het grondwater zijn de opslag van strooizout en kunstmest buiten beschouwing gelaten. Op de locatie en in de directe omgeving zijn geen bodemonderzoeken uitgevoerd. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet afdoende bekend. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek vinden er op de onderzoekslocatie meerdere bodembedreigende activiteiten plaats. Conform de NEN 5740 worden de locatie onderzocht conform de strategie horend bij de hypothese ‘onderzoeksstrategie verdacht diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld (VED-HE). Onderzoeksresultaten Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bovengrond bijmengingen waargenomen met grind, asfalt, baksteen en puin. Inpandig is 1 boring gestaakt op het stuiten van silex en uitpandig 1 boring op het treffen van een ondoordringbare laag. Voor het overige zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

18 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

Met een nader onderzoek is de verhoogde waarde aan minerale olie ingekaderd. Ter hoogte van boring 09 in de groenstrook in de noordoostelijke hoek van het terrein is de bovengrond sterk verontreinigd met minerale olie over een oppervlak van circa 4 m² met een omvang van circa 2 m³. Conclusie en aanbevelingen Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse. De eindsituatie is voldoende vastgesteld. Er zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten aangetroffen in de bovengrond bij de inpandige opslag en het terrein buiten. Vervolgonderzoek naar deze licht verhoogde gehalten wordt niet zinvol geacht. Er zijn geen verhoogde waarden aangetroffen ter hoogte van de verdachte activiteiten buiten bij de wasplaats, bovengrondse tank en opslag van brandstof. In de boven- en ondergrond zijn bij enkele boringen bijmengingen met puin aangetroffen. Er is geen informatie bekend over de herkomst en kwaliteit van het puin. Daarmee wordt het puin beschouwd als asbestverdacht en wordt geadviseerd een verkennend asbestonderzoek uit te voeren. In de groenstrook op het terrein is een sterke verontreiniging aan minerale olie aangetroffen over een oppervlak van 4 m² met een omvang van 2 m³. Deze verontreiniging dient geheel verwijderd te worden.

Gelet op het advies uit het eindsituatiebodemonderzoek heeft de initiatiefnemer nader onderzoek laten uitvoeren naar de aanwezigheid van asbest in de bodem. Door Aelmans Eco BV is in september 2020 een asbestonderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 3. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat met voldoende betrouwbaarheid is vastgesteld dar zowel in de bovengrond als in de ondergrond geen asbest aanwezig is. Vervolgonderzoek en maatregelen zijn niet noodzakelijk. Gelet op het vorenstaande vormt het aspect bodem geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling.

4.2

Geluid Met betrekking tot het aspect geluid kan sprake zijn van geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai, industrielawaai en spoorweglawaai. Ten aanzien van alle wegen, behalve 30 km/u wegen en wegen behorende bij een woonerf, geldt een geluidszone, die ook wettelijk is vastgelegd in de Wet geluidhinder. Voor wegen die buitenstedelijk zijn gelegen en die bestaan uit één of twee rijstroken, geldt een wettelijk vastgestelde geluidzone van 250 meter aan weerszijden van de weg (gemeten vanuit de wegas). Wanneer er ontwikkelingen worden gerealiseerd binnen geluidzones van wegen, zal middels een akoestisch onderzoek moeten worden aangetoond dat de gevelbelasting vanwege het wegverkeerslawaai niet zodanig is dat de, in de Wet geluidhinder opgenomen, voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor burgerwoningen wordt overschreden. Is dit wel het geval, dan zal een procedure voor het vaststellen van een Hogere Waarde gevolgd dienen te worden.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

19 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

Onderhavig plangebied is gelegen aan de Stationsstraat te Elsloo. Voor deze weg geldt een maximum snelheid van 50 km/u. Dergelijke wegen zijn op basis van de Wet geluidhinder gezoneerd. Derhalve is met betrekking tot onderhavige planontwikkeling een akoestisch onderzoek verricht. De rapportage hiervan is bijgevoegd als bijlage 4. In het akoestisch onderzoek is ook het aspect industrielawaai beoordeeld. Wegverkeerslawaai Uit het akoestisch onderzoek volgt dat in de nabijheid van de planlocatie geen zoneplichtige wegen aanwezig zijn. Daarnaast is de geluidbelasting ten gevolge van de niet zoneplichtige wegen dusdanig laag dat bij toetsing aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB deze niet wordt overschreden. Het verlenen van een hogere waarde ten gevolge van wegverkeerlawaai conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder is dan ook niet aan de orde. Industrielawaai De voorkeursgrenswaarde ten gevolge van industrielawaai wordt overschreden. Echter wordt de maximale ontheffingswaarde op geen enkele gevel binnen de planlocatie overschreden. Derhalve dient ten gevolge van het industrieterrein Chemelot een hogere grenswaarde vastgesteld te worden van 51 dB(A) voor de 12 te realiseren woningen op planlocatie.

Cumulatie Ter bepaling van de gecumuleerde waarde dient op basis van de Wet geluidhinder de totale geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder) te worden berekend van alle zoneplichtige (spoor)wegen, industrie en luchtvaart met een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde. In het onderhavige geval is dit niet aan de orde. Uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle (gemodelleerde) geluidbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan de ‘methode Miedema’. De maximale gecumuleerde waarde, welke voornamelijk wordt bepaald door de industrieterrein Chemelot bedraagt 51 dB(A), waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie ‘redelijk’ en daarmee van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij toepassing van standaard bouwmaterialen is een aanvaardbaar binnenniveau gewaarborgd. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aangezien de cumulatieve geluidbelasting aanzienlijk kleiner is dan 53 dB voor wegverkeerlawaai en kleiner is dan 55 dB(A) voor industrielawaai, is een nader onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevel niet nodig. Gelet op het vorenstaande vormt het aspect geluid geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

20 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

4.3

Milieuzonering Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: -

het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen wil mogelijk maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord. Uit bestudering van de omgeving van het plangebied volgt dat in de directe nabijheid van het plangebied bedrijven zijn gevestigd waar in het kader van de Wet milieubeheer rekening mee moet worden gehouden. Op de locatie stationsstraat 69 bevind zich een bloemisterij. Voor dergelijke bedrijven is de VNGuitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ geen aparte bedrijfscategorie opgenomen. Een bloemist valt onder de categorie ‘Detailhandel voor zover niet eerder genoemd’ (SBI 2008-code 47). Voor deze bedrijfscategorie is een grootste richtafstand opgenomen van 10 meter voor het aspect geluid. Op de locatie stationsstraat 85 bevind zich een autobedrijf. Voor dergelijke bedrijven is de VNGuitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ een aparte bedrijfscategorie opgenomen: ‘Handel in auto’s en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven’. (SBI 2008-code 451-452-454). Voor deze bedrijfscategorie is een grootste richtafstand opgenomen van 30 meter voor het aspect geluid. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Ter plekke van de locatie Stationsstraat 61 blijft een kantoor met bedrijfswoning aanwezig.

Deze locatie is bestemd tot ‘Bedrijf’, waarbij op basis van het geldende bestemmingsplan bedrijven in categorie 1 en 2 zijn toegestaan. Voor bedrijven in milieucategorie 2 is een grootste richtafstand van 30 meter opgenomen. Deze richtafstanden gelden tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’. De Stationsstraat wordt echter gekenmerkt door een zekere functiemenging, waarbij de woonfunctie overheerst maar ook detailhandel en dienstverlening aanwezig is. Gelet op deze functiemenging is sprake van een gemengd gebied, waardoor de richtafstanden met één afstandstap naar beneden worden bijgesteld. Dit betekent dat de richtafstand van 30 meter in een gebied met functiemenging maar 10 meter bedraagt. De richtafstand van 10 meter wordt 0 meter: in een gebied met functiemenging kunnen dergelijke functies direct naast elkaar plaatsvinden, waarbij sprake is van goede ruimtelijke ordening. Aan deze richtafstanden wordt voldaan. Het is dan ook niet nodig nader onderzoek te doen naar eventuele milieuhinder (geur, stof, geluid, gevaar) van bedrijven in de omgeving. De bedrijfsvoering van nabijgelegen bedrijven vormt geen belemmering voor de planontwikkeling. Omgekeerd zorgt de

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

21 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

planontwikkeling ook niet voor een belemmering van nabijgelegen bedrijven. Gelet op het vorenstaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Algemeen Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wm, staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm: -

4.4.2

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen.

Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. De beoogde planontwikkeling heeft betrekking op een woningbouwplan met 12 nultredenwoningen. De beoogde ontwikkeling blijft dan ook ruimschoots onder de ondergrens zoals opgenomen in de regeling NIBM. De planontwikkeling draagt niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

22 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

NIBM-tool InfoMil Ook zal het plan niet leiden tot een dusdanig aantal toenemende verkeersbewegingen dat de grenswaarde van de luchtkwaliteit daarmee wordt overschreden. InfoMil heeft een NIBM-tool ontwikkeld waarmee een ‘worst-case’ berekening kan worden verricht voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Dit rekenmodel toont aan dat tot 1.504 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij wordt uitgegaan van 0% vrachtverkeer. 4.4.3

Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Het besluit gevoelige bestemmingen is niet op de beoogde planontwikkeling van toepassing.

4.4.4

Conclusie Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

4.5

Externe veiligheid In onderhavig geval is sprake van het realiseren van zogenaamde kwetsbare objecten. Het beleid is derhalve van toepassing en er is een afweging gemaakt of de planontwikkeling ertoe leidt dat er een onaanvaardbaar risico ontstaat in het kader van de externe veiligheid.

4.5.1

Beleid Het beleid in het kader van de externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving voor wat betreft handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen, als op het vervoer van deze stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, vloeit de verplichting voort om in het kader van ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen.

4.5.2

Quickscan externe veiligheid Door adviesbureau Kragten is een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s met betrekking tot de beoogde planontwikkeling. De rapportage hiervan is opgenomen in een quickscan externe veiligheid. Deze is opgenomen in bijlage 5. Uit de quickscan externe veiligheid blijkt het volgende: Transport over de weg De planlocatie bevindt zich niet binnen het invloedsgebied van een weg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg vormen derhalve geen belemmering voor het plan. Een verantwoording is niet aan de orde.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

23 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

Transport over het water Op een afstand van circa 710 meter bevindt zich de Maas. De Maas maakt onderdeel uit van de Maascorridor, die is opgenomen in het Basisnet water. Het plaatsgebonden risico en het PAG vormen geen aandachtspunt voor de planontwikkeling. Gebleken is dat het plangebied binnen het invloedsgebied van toxische gassen ligt, waardoor de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen over de Maas (toxisch scenario) meegenomen dienen te worden in een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Transport over het spoor Op circa 230 meter ten zuiden van het plangebied is de spoorlijn Lutterade – Visé (B) (route 100G) gelegen, waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plaatsgebonden risico en het PAG vormen geen aandachtspunt voor de planontwikkeling. Gebleken is dat het plangebied binnen het invloedsgebied van brandbare gassen en toxische gassen als gevolg van deze spoorweg ligt, waardoor de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen over deze spoorweg (BLEVE- en toxisch scenario) meegenomen dienen te worden in een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Buisleidingen Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een hogedrukaardgasleiding.

De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen geen belemmering voor de planvorming, waardoor een verantwoordingsplicht niet aan de orde is. Inrichtingen Het plangebied is niet gelegen binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving. Wel is het plangebied gelegen binnen de effectafstand 1% letaliteit van Chemelot. De invulling van het plangebied zal geen bijdrage leveren aan de hoogte van het groepsrisico. Wel dienen de risico’s als gevolg van Chemelot (toxisch scenario) meegenomen te worden in een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico. Naar aanleiding van de resultaten van de quickscan externe veiligheid dient de hoogte van het groepsrisico te worden verantwoord. In de rapportage ‘Verantwoording hoogte groepsrisico’, bijgevoegd in bijlage 6, is invulling gegeven aan deze verantwoordingsplicht.

4.5.3

Resultaten en conclusies externe veiligheid Als gevolg van onderhavige planontwikkeling ontstaan er geen (extra) risico’s in het kader van externe veiligheid. Daarbij kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid in casu goed te noemen is. Hierdoor is de planontwikkeling in het kader van de externe veiligheid verantwoord te noemen. Gelet op vorenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

24 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

5

Overige ruimtelijke aspecten Naast de diverse milieutechnische aspecten, zoals uiteengezet in hoofdstuk 4, dient tevens te worden gekeken naar de overige ruimtelijke aspecten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten archeologie, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding, natuur- en landschap, flora en fauna en duurzaamheid.

5.1

Archeologie

5.1.1

Archeologische monumentenzorg (Erfgoedwet) Archeologische waarden zijn bij wet beschermd. Daaromtrent zijn in de Erfgoedwet bepalingen opgenomen die de gemeenteraad in acht moet nemen.

5.1.2

Dubbelbestemming Waarde - Archeologie In het geldende bestemmingsplan ‘Kern Elsloo’ is ter bescherming van eventuele archeologische waarden de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen: De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van de aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Tevens is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde – archeologie 2’ van toepassing. In artikel 21.2.1 sub b van de planregels is bepaald dat in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het bouwen en/of vergroten van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bestaande bebouwing wordt vergroot ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologie 2', met een oppervlakte van meer dan 2500 m² en de bodem voor meer dan 0,40 meter beneden het maaiveld wordt verstoord, door de aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport dient te worden overgelegd.

5.1.3

Verricht archeologisch onderzoek Gelet op de opgenomen dubbelbestemming is het plangebied onderzocht door archeologisch onderzoeksbureau Archepro. De rapportage van het onderzoek is opgenomen in bijlage 7. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureaustudie en een veldonderzoek. Het inventariserend veldonderzoek heeft plaatsgevonden op 28 september 2021. De centrale vraagstelling van het bureauonderzoek luidt: welke archeologische verwachting en/of waarde kenmerkt het plangebied? De centrale vraagstelling van het inventariserend veldonderzoek verkennende fase luidt: Kan op basis van de resultaten van het IVO-O verkennende fase door middel van grondboringen de gespecificeerde archeologische verwachting en/of waarde worden bijgesteld? Op basis van de resultaten van de bureaustudie is geconcludeerd dat voor het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor nederzettingsresten, begravingen en/of off site resten uit het neolithicum, in het bijzonder de Bandkeramische cultuur, hoog voor off site fenomenen daterend vanaf de (volle) middeleeuwen en middelhoog voor bewoning en/of begraving daterend uit het

Bestemmingsplan Woningbouw locatie BTL Elsloo Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

25 Sjabloonversie feb. 2021

M217388.002/PSO

paleolithicum, mesolithicum, de metaaltijden en de Romeinse tijd. Archeologische resten kunnen naar verwachting zowel in de top van een pleistocene lössafzetting met een leembrikgrond als in en/of onder colluviale afzettingen voorkomen. Het verkennend booronderzoek heeft aangetoond dat de oorspronkelijk bodem binnen het westelijke deel van het plangebied uit een primaire pleistocene lössbodem met in de top een leembrikgrond bestaat. Binnen het oostelijke deel van het plangebied ontbreekt deze primaire lössleem en is sprake van een tweefasig, secundair leemcolluviumpakket tot circa 3 m –mv. Het bovenste colluviumpakket is relatief jong (vermoedelijk Romeinse tijd of jonger). Vanaf circa 2,3 m – mv is sprake van een oud (vermoedelijk pre-Romeins) colluviumpakket. Het colluviumpakket vormt de opvulling van het in de bureaustudie genoemde zuid-noord georiënteerde droogdal. Beide oorspronkelijke bodems zijn recent afgedekt met een verhardingspakket met een variabele dikte van 30 tot 90 cm. Voor de holocene leembrikgrondgronden in de glaciale lössleem binnen het westelijke deel van het plangebied gelden de EB- en/of de top van de Bt-horizont als een potentiële archeologische vondstlaag voor archeologische resten en sporen. Dit geldt eveneens voor de top van het oude colluvium (C2-horizont boringen 3 en 4) binnen het oostelijke deel van het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=d393692b-ecf3-4864-8131-6abb81452c09