A De economie van de gemeente Stein 20211022 Eindrapportage.pdf
Tekst van het document
De gemeente Stein beschikt niet over onderscheidend aanbod binnen de branche ‘In & om Huis’. Gardenz in Sittard-Geleen (o.a. Hornbach en Intratuin) en de Woonboulevard in Heerlen (o.a. IKEA en diverse woonwinkels) zijn hierin de voornaamste trekkers in Zuid-Limburg.
29
Inwoners uit Stein besteden € 76,8 miljoen aan dagelijkse artikelen en € 80,5 miljoen aan niet dagelijkse artikelen. De koopkrachtbinding voor dagelijkse artikelen is gemiddeld en ligt op 82%. De hoge binding is te verklaren door de aanwezigheid van een aantrekkelijk dagelijks aanbod met moderne supermarkten en diverse (vers)speciaalzaken. Hierdoor kunnen inwoners van Stein voor dagelijkse boodschappen uitstekend terecht in de eigen gemeente. De koopkrachtbinding voor niet dagelijkse artikelen is 18% en laag in vergelijking met andere gemeenten van 20.000 – 35.000 inwoners. De inwoners van Stein zijn (sterk) georiënteerd op de centra van Sittard-Geleen en Maastricht (recreatief winkelen), evenals Gardenz en de woonboulevard (doelgericht winkelen).
3.8
Landbouw
De landbouw in Stein is een relatief kleine sector die krimpt, maar ontwikkelingen in deze sector hebben een grote invloed op het landschap en het buitengebied.
De landbouw is in aantal bedrijven een kleine sector in Stein. De meeste bedrijven zijn actief in de akkerbouw of hebben grasland. Er is een beperkt aantal bedrijven actief in tuinbouw, maar dat aantal is wel toegenomen tussen 2010 en 2020. Deze bedrijven verbouwen hoofdzakelijk fruit en tuinbouwgroenten (tabel 11a-b, figuur 3). Het aantal bedrijven in de veehouderij is beperkt en hun aantal is gedaald sinds 2010. Er worden voornamelijk runderen, varkens en schapen gehouden. Het aantal runderen en varkens is redelijk stabiel. Het aantal gehouden schapen is toegenomen tussen 2010 en 2020.
Grondgebruik In de gemeente Stein is in 2020 8.891 ha grond in gebruik voor agrarische doeleinden. Hiervan is ca 54% in gebruik voor akkerbouw, ca 2% voor tuinbouw, ca 44% voor grasland en groenvoedergewassen. In vergelijking met Limburg en Zuid-Limburg heeft Stein naar verhouding meer grond in gebruik voor akkerbouw en minder voor tuinbouw. Tussen 2010 en 2020 is het gebruik van de gronden voor akkerbouw met 20% toegenomen, het gebruik voor tuinbouw nam met 16% toe, terwijl het gebruik van graslanden en voor groenvoedergewassen met 16% afnam. Trends en ontwikkelingen Het Zuid-Limburgse landschap wordt voor een groot deel bepaald door het bouwplan van de agrarische ondernemer en is in de afgelopen decennia nauwelijks (procentueel) gewijzigd. Naar verwachting zal het bouwplan de komende jaren niet sterk zal wijzigen. De LLTO spreekt over de volgende ontwikkelingen29: De verwachting is dat de omvang van de cultuurgrond zal afnemen door grondclaims voor andere functies. De afname van landbouwgrond kan mogelijk geremd worden door meervoudig gebruik, zoals boerenbuffers en boerennatuur. Het aantal akkerbouwbedrijven neemt af. Naar verwachting zal er in Zuid-Limburg door de perceelvormen, grondsoort en hellingen weinig veranderen in het bouwplan.
De verwachting van de ZLTO is dat de melkveestapel zich niet zal uitbreiden of afnemen, maar dat de schaalvergroting zich verder zal doorzetten. Lokale afzet van producten zal slechts voor een beperkt aantal bedrijven uitkomst kunnen bieden. Ook de kans voor het direct vermarkten van vleesproducten wordt als beperkt gezien
LLTO: Moderne landbouw in een kleinschalig landschap. Een blik op Zuid-Limburg, 2019
Vrijdag 22 oktober 2021
19
3 Sectoren De economie van de gemeente Stein
30 31 32
door de lengte van de keten tussen agrariër en de consument. Kringlooplandbouw: de Zuid-Limburgse mengvorm van grondgebonden veehouderij- en extensieve akkerbouwbedrijven kunnen elkaar in de kringloop goed aanvullen. Lokaal voedsel, korte ketens: De meeste producten die in Zuid-Limburg worden geproduceerd moeten (kostentechnisch efficiënt en daarmee grootschalig) worden verwerkt. Om tot kortere ketens te komen zijn structurele wijzigingen noodzakelijk in de afzetstructuur. Ruimtelijke ordening: Door het grote aantal stoppers in de komende jaren verliezen sommige agrarische gebouwen hun oorspronkelijke functie. Dit geldt ook voor historische gebouwen die onderdeel vormen van het cultureel erfgoed. Het bestemmingsplan Erfgoed Stein is recent door de gemeenteraad van Stein vastgesteld met voor een groot gedeelte van het buitengebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Historisch groen en landschap’. Water in balans: De recente wateroverlast onderstreept de noodzaak om de erosie tegen te gaan en het water de ruimte te bieden. Agrarische ondernemers in ZuidLimburg zijn verplicht bij het bewerken van hun land gebruik te maken van de niet-kerende grondbewerking30, zodat er meer organische stof in de bovenlaag blijft en de waterinfiltratie verbeterd. Voor de land- en tuinbouw is de ambitie ongeveer 10 mm neerslag extra vast te houden in vergelijking met nu.
Multifunctionele landbouw: aanvullende activiteiten zijn bijvoorbeeld agrotoerisme, verblijfsrecreatie, horeca, boerderijwinkel/huisverkoop, zorgboerderijen, boerderijeducatie, stalling van goederen, verwerking van landbouwproducten, agrarisch natuurbeheer, agrarische kinderopvang en energieproductie. Ten behoeve van de
verdere professionalisering en de verbreding zijn reeds meerdere samenwerkingsverbanden opgezet.
3.9
De gemeente Stein geeft in haar accommodatiebeleid aangegeven rekening te houden met de bevolkingskrimp in de komende jaren en met de vergrijzing. Ingezet wordt op accommodaties die duurzaam te exploiteren zijn en er wordt gekeken hoe functies gecombineerd kunnen door gezamenlijk en multifunctioneel gebruik.
Niet-commerciële voorzieningen
Stein heeft een goed aanbod aan niet-commerciële voorzieningen. De voorziene vergrijzing en bevolkingskrimp vragen om actief beleid om het voorzieningenniveau op peil te houden.
Groenewald college: vmbo, havo en vwo. 5 basisscholen met in totaal 8 vestigingen.
De niet-commerciële voorzieningen in Stein zorgen mede voor het goede vestigingsklimaat van de gemeente en versterken ook de positie van de detailhandel. Circa een derde van het aantal arbeidsplaatsen in Stein is verbonden met een niet-commerciële sector, zoals cultuur, onderwijs, zorg of overheid. De geanalyseerde data geeft echter geen inzicht in hoeverre deze arbeidsplaatsen commercieel of niet-commercieel worden ingevuld31. Het aantal arbeidsplaatsen is van 2011-2020 met ca 2% gegroeid, maar het aantal bedrijven is met meer dan de helft toegenomen tot 700 in 2020. Dit wijst er waarschijnlijk op een toename van commerciële bedrijven, waaronder ZZP-ers. De gemeente Stein heeft een ruim voorzieningenaanbod32. In totaal gaat het om: 6 sporthallen/-zalen; 7 buitensportaccommodaties: 5 voetbalclubs en 2 tennisverenigingen; 8 buurthuizen, multifunctionele accommodaties en verenigingsgebouwen; 5 culturele gebouwen: Museum voor Grafcultuur, n Streekmuseum Schippersbeurs, Kapel Catsop, Huisvesting LOS, en IVN-gebouw.
Bij Niet Kerende Grondbewerking (NKG) wordt de bodem niet dieper dan 12 centimeter bewerkt en gewasresten alleen oppervlakkig vermengd met de bodem. Dat wil zeggen: afhankelijk is van verkoop in de markt of van bijdragen en subsidies van overheden of derden als verzekeraars. Startnotitie accommodatiebeleid gemeente Stein.
Vrijdag 22 oktober 2021
20
3 Sectoren De economie van de gemeente Stein
Tabel 5c: Ontwikkeling vestigingen in topsectoren 2015-2020
Tabel 5a: Vestigingen in topsectoren gemeente Stein 2015
2020
Mutatie
Agrifood (incl. detailhandel food & horeca)
157
164
4,0%
Creatieve industrie
121
161
33,0%
HTSM
129
127
-2,0%
Logistiek
55
62
13,0%
Agrifood (excl. Detailhandel food & horeca)
47
54
15,0%
Tuinbouw en uitgangsmaterialen
29
25
Life Sciences & Health
3
4
Chemie
4
Energie
5
Zuid-Limburg
Limburg
Creatieve industrie
33%
26%
26%
Life Sciences & Health Agrifood (excl. detailhandel food, & horeca)
33%
18%
11%
15%
-31%
13%
14%
-14,0%
Logistiek Agrifood (incl. detailhandel food & horeca)
4%
-6%
3%
33,0%
HTSM
-2%
7%
8%
3
-25,0%
Tuinbouw en uitgangsmaterialen
-14%
-1%
-6%
2
-60,0%
Chemie
-25%
5%
3%
3
1
-67,0%
Energie
-60%
35%
23%
470
521
10,9%
Water
-67%
42%
24%
14,4%
Totaal
11%
12%
10%
Water Totaal topsectoren
Tabel 6b: Aandeel topsectoren in totaal topsectoren, 2020
Stein
Totaal economie
1.775
2.031
Aandeel topsectoren
26,2%
36,0%
32,5%
41,8%
38,2%
Logistiek
32,4%
11,4%
17,6%
0%
HTSM
21,9%
25,0%
23,0%
15%
Creatieve industrie
7,7%
8,2%
6,2%
Agrifood (excl. detailhandel food & horeca)
4,3%
9,4%
10,7%
Chemie
3,3%
11,0%
6,9%
Life Sciences & Health
1,7%
3,1%
1,8%
Tuinbouw en uitgangsmaterialen
1,5%
3,2%
8,2%
Energie
0,4%
2,2%
1,5%
Water
0,1%
1,1%
0,7%
Bron: Vestigingenregister Limburg/LISA
2015
2020
Stein
Zuid-Limburg
Agrifood (incl. detailhandel food & horeca)
31,5%
33,3%
34,2%
Creatieve industrie
30,9%
33,9%
28,1%
HTSM
24,4%
20,2%
19,7%
Creatieve industrie
160
200
24,7%
Logistiek
11,9%
6,7%
7,5%
Agrifood (excl. detailhandel food & horeca)
100
110
4,8%
Agrifood (excl. Detailhandel food & horeca)
10,4%
8,1%
13,2%
Tuinbouw en uitgangsmaterialen
4,8%
5,7%
10,9%
Life Sciences & Health
0,8%
1,4%
1,1%
Chemie
0,6%
1,2%
Energie
0,4%
0,9%
Water
0,2%
0,7%
Bron: Vestigingenregister Limburg/LISA *Totalen tellen niet op tot 100% door dubbeltellingen
Vrijdag 22 oktober 2021
Agrifood (incl. Detailhandel food & horeca)
830
830
0,7%
Logistiek
820
830
2,0%
590
560
Stein
Zuid-Limburg
Limburg
Creatieve industrie
24,7%
18,3%
17,2%
Agrifood (excl. detailhandel food & horeca)
4,8%
-10,8%
6,1%
Life Sciences & Health
4,8%
7,3%
7,6%
Logistiek
2,0%
3,9%
27,9%
Mutatie
Topsector
HTSM
Bron: Vestigingenregister Limburg/LISA *Totalen tellen niet op tot 100% door dubbeltellingen
Tabel 6c: Ontwikkeling banen in topsectoren 2015-2020
Tabel 6a: Banen in topsectoren gemeente Stein
Limburg
-4,1%
Agrifood (incl. detailhandel food & horeca)
0,7%
2,7%
7,1%
HTSM
-4,1% 64,0% 66,4% 85,7% 95,5%
19,8%
9,3%
-0,1%
2,4%
-13,9%
-6,2%
-9,4%
-9,5%
-21,6%
-14,7%
Chemie
240
90
-64,0%
Tuinbouw en uitgangsmaterialen
110
40
-66,4%
Life Sciences & Health
40
40
4,8%
0,9%
Energie
80
10
-85,7%
Tuinbouw en uitgangsmaterialen
0,7%
Water
70
10
-95,5%
0,6%
Energie
Totaal topsectoren
2670
2560
-4,1% 1,9%
Totaal economie
9.113
9.290
Aandeel topsectoren
29,3%
27,6%
Bron: Vestigingenregister Limburg/LISA Cijfers afgerond op 10-tallen
Limburg
Agrifood (incl. detailhandel food & horeca)
Bron: Vestigingenregister Limburg/LISA
Tabel 5b: Aandeel topsectoren in totaal topsectoren, 2020*
Zuid-Limburg
Stein
Chemie
Water
Bron: Vestigingenregister Limburg/LISA *Totalen tellen niet op tot 100% door dubbeltellingen
21
3 Sectoren De economie van de gemeente Stein
Tabel 7d: Leegstand bedrijfsvastgoed
Tabel 7a: Werklocaties, aantal vestigingen Vestigingen 2011
2015
2020
'11-'15
'15-20
Business Park Stein
116
124
125
6,9%
0,8%
Kerensheide
26
26
37
0,0%
42,3%
DSM-Urmond (SD)
3
8
90
166,7%
1.025,0%
Paalweg
25
26
25
4,0%
-3,8%
Haven Stein
10
13
12
30,0%
-7,7%
Schuttersstraat
12
16
28
33,3%
75,0%
Overige locaties
1.401
1.562
1.714
11,5%
9,7%
Totaal
1.593
1.775
2031
11,4%
14,4%
w.v. op een BT
Aantal
Totaal m2
Beschikbaar
7
3.016
431
Transactie
4
4.312
1.078
Beschikbaar
7
6.376
911
Transactie
2
1.898
949
Beschikbaar
4
1.650
413
Transactie
2
201
101
Beschikbaar
1
83
83
Transactie
--
--
--
Beschikbaar
1
losse grond
--
Transactie
2
losse grond
--
Beschikbaar
1
2.860
2.860
Transactie
--
--
--
Mutatie
192
213
317
12%
12%
16%
Bedrijfshal Kantoor Winkel Horeca Agrarische grond Bouwgrond
Bron: REBIS/VRL
Gem. m2
Bron: Funda in business
Tabel 7b: Werklocaties, aantal werkzame personen Aantal wp
Mutatie
2011
2015
2020
'11-'15
'15-'20
3.269
3.625
4.118
10,9%
13,6%
Kerensheide
493
432
214
-12,4%
-50,5%
DSM-Urmond (SD)
424
338
187
-20,3%
-44,7%
Paalweg
313
259
199
-17,3%
-23,2%
Haven Stein
156
186
144
19,2%
-22,6%
Business Park Stein
Schuttersstraat
47
46
125
-2,1%
171,7%
Totaal werklocaties
4.702
4.886
4.987
-2,1%
2,1%
Niet-werklocaties
4.278
4.227
4.298
-1,2%
1,7%
Totaal
8.980
9.113
9285
1,5%
1,9%
Bron: REBIS/VRL
Tabel 7c: Voorraad werklocaties, 1-1-2021 Bruto
Netto
Restcapaciteit
Terstond
Niet-terstond
Business Park
87,1
59,7
0,7
-
0,7
Haven Stein
90,4
67,3
1,2
1,2
-
Kerensheide
19,8
17
-
-
-
Paalweg
8,8
7,7
0,6
0,6
-
Schuttersstraat
5,7
4,8
-
-
-
Totaal Stein
212
156
2,5
180,0%
70,0%
Bron: REBIS 2021
Figuur 2 Uitgifte bedrijventerreinen
Uitgifte bedrijventerreinen Stein 2001 -2021 5,0 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0
4,4 4,3 3,1 2,7
1,3
1,3 0,7 0,7
1,1 0,6 0,5 0,0 0,0 0,0
0,4
0,8 0,0 0,0 0,0 0,0
Uitgegeven vorig jaar
Gemiddelde uitgifte 2001-2021
Gemiddelde uitgifte 2011-2021
Gemiddelde uitgifte 2001- 2011
Bron: IBIS/REBIS 2002-2021
Vrijdag 22 oktober 2021
22
3 Sectoren De economie van de gemeente Stein
Tabel 8d: Banen in de vrijetijdseconomie, Stein
Tabel 8a: Vestigingen in Stein de vrijetijdseconomie 2015
2020
2015-2020
Horeca
75
78
4,0%
Sport
31
41
Cultuur, recreatie, amusement
31
Overig Vervoer
Tabel 9a: Toeristische bestedingen per inwoner
2015
2020
2015-2020
Logiesverstrekking
220
220
0,0%
Verblijfstoerisme
€
635
€
302
€
1.071
32,3%
Horeca
180
210
16,7%
Dagrecreatie
€
739
€
855
€
1.539
37
19,4%
Cultuur, recreatie en amusement
40
40
0,0%
11
13
18,2%
Sport
20
30
50,0%
11
13
18,2%
Detailhandel/Groothandel
20
20
0,0%
Detailhandel/Groothandel
12
12
0,0%
Vervoer
30
20
-33,3%
Logiesverstrekking
5
8
60,0%
Overig
20
10
-50,0%
176
202
14,8%
Totaal vrijetijdseconomie
520
550
5,8%
1.775
2.031
14,4%
Totale economie
9.110
9.290
1.9%
Totaal vrijetijdseconomie Totale economie Aandeel Vrijetijdseconomie
9,9%
9,9%
Aandeel Vrijetijdseconomie
Bron: Vestigingenregister Limburg/LISA
5,7%
Stein
Stein
Zuid-Limburg
Limburg
Cultuur, recreatie en amusement
18,3%
15,4%
15,0%
Detailhandel/Groothandel
5,9%
3,3%
Horeca
38,6%
Logiesverstrekking
4,0%
Tabel 9b: Bedden/plaatsen per 1.000 inwoners*
5,9%
Tabel 8e: Aandelen banen in de vrijetijdseconomie Stein
ZuidLimburg
Limburg
Cultuur, recreatie en amusement
7,3%
9,7%
8,8%
3,8%
Detailhandel/Groothandel
3,6%
1,8%
2,1%
37,0%
35,7%
Horeca
38,2%
53,9%
53,4%
10,5%
9,6%
Logiesverstrekking
40,0%
19,1%
19,2%
Vervoer
6,4%
7,0%
6,9%
Vervoer
3,6%
4,0%
4,3%
Sport
20,3%
18,7%
20,7%
Sport
5,5%
4,8%
5,3%
Overig
6,4%
8,1%
8,2%
Overig
1,8%
6,7%
6,8%
Totaal vrijetijdseconomie
100,0%
100,0%
1
Bron: Vestigingenregister Limburg/LISA
Totaal vrijetijdseconomie
Stein
Zuid-Limburg
Limburg
Cultuur, recreatie, amusement
19,4%
17,8%
19,1%
Detailhandel/Groothandel
0,0%
-10,7%
-6,2%
Logiesverstrekking
60,0%
10,1%
10,3%
Overig
18,2%
13,8%
12,2%
100,0%
Tabel 8f: Ontwikkeling banen in de vrijetijdseconomie, 2015-2020 Stein
Zuid-Limburg
Limburg
Cultuur, recreatie en amusement
0,0%
20,7%
15,7%
Detailhandel/Groothandel
0,0%
-14,6%
-10,0%
Horeca
16,7%
6,2%
4,2%
Logiesverstrekking
0,0% 33,3%
1,9%
1,1%
Restaurants
4,0%
8,1%
6,3%
Vervoer
Sport
32,3%
27,2%
25,1%
Sport
Vervoer
18,2%
16,6%
19,3%
Totaal vrijetijdseconomie
14,8%
13,2%
12,8%
Vrijdag 22 oktober 2021
100,0%
Bron: Vestigingenregister Limburg/LISA
Tabel 8c: Ontwikkeling vestigingenvrijetijdseconomie, 2015-2020
Bron: Vestigingenregister Limburg/LISA
100,0%
Z-Limb
Bron: ZKA, 2020, bewerking BRO
Bron: Vestigingenregister Limburg/LISA
Tabel 8b: Aandelen vestigingen in de vrijetijdseconomie
Grensmv
Stein
Grensmv
Z-Limb
Hotels
25
9
32
B&b en pensions
1
2
4
Vakantiewoningen
0
18
30
Groepsaccommodaties
1
0
2
Campings
0
2
11
Campings vast
0
2
2
Jachthavens vast
0
0
0
Jachthavens passanten
0
0
2
Bron: ZKA, 2020, bewerking BRO *in aantal bedden en plaatsen
Tabel 9c: Overnachtingen per 1.000 inwoners Stein
Grensmv
Z-Limb
Hotels
3.903
1.329
5.066
B&Bs
43
94
248
Bungalows / Appartementen
0
1.371
2.681
11
146
Campings toeristisch
0
187
1.495
Jachthavens passanten
0
0
7
Campings vast
0
1
2
Jachthavens vast
0
0
2
38
708
Groeps- accommodaties
Kleine vakantieparken en woningen Seizoens- plaatsen Totaal
-3,2%
10,9%
11,2%
13,2%
Overig
50,0% 50,0%
8,5%
10,3%
Totaal vrijetijdseconomie
5,8%
6,1%
5,3%
0
0
0
3999
3029
10.351
Bron: ZKA, 2020, bewerking BRO
Bron: Vestigingenregister Limburg/LISA
23
3 Sectoren De economie van de gemeente Stein
Tabel 9f: Bestedingen algemene dagtochten per inwoner
Tabel 9d: Dagbezoeken per 1.000 inwoners Stein
Grensmv
ZLimb
Adventure / outdoor
0
167
1.098
Adventure hoog
0 130
142
3.111
5.645
287
1.676
Atelier / galerie Attractie / dierentuin
6
Bezienswaardigheid / rondleiding
59
Bezoekerscentrum-
0
359
Bioscoop / filmhuis
0
2.535
Bowlen
0
Casino/ amusementcentra
0
372
4.812
10.940
149
504
0
Evenementen
4.301
Golf Musea
2.177
221
924
Overige sportvoorziening
0
241
Poppodium-
0
228
Proeverij / workshop
0
70
Speeltuin, kinderboerderij e.d.-
0
951
Theater
0
449
1.024
Tuinen en parken
23
91
Wandelingen /'tochten
30
538
Wellness
0
Zwembad
0
503
3.529
2.795
Bron: ZKA, 2020, bewerking BRO
Tabel 9e: Bestedingen verblijfstoerisme per inwoner
Tabel 10b: Koopstromen gemeente Stein
Stein
Grensmv.
Z-Limb.
Wandeling voor plezier
€ 30
€ 20
€ 63
Fietstocht voor plezier
€ 30
€ 28
€ 25
Toertochtjes met de auto
€ 33
€ 45
€ 92
Toertochtjes met de motor
€3
€8
€ 11
In Stein
Buiten Stein
In Stein
Buiten Stein
Recreëren aan water
€1
€2
€5
(binding)
(afvloeiing)
(binding)
(afvloeiing)
Recreëren niet aan water
€ 12
€8
€ 11
Vissen
€1
€1
€4
Mountainbiken
-
€1
€1
Winkelen voor plezier
€ 169
€ 394
€ 489
Totaal
€ 279
€ 507
€ 700
Bestedingen door inwoners van Stein: € 157,3 miljoen Dagelijks: € 76,8 mln
Niet Dagelijks: € 80,5 mln
€ 13,8 mln € 63,1 mln
€ 65,9 mln € 14,6 mln
€ 11,0 mln
Bron: ZKA, 2020, bewerking BRO
€ 7,9 mln
Uit Stein
Van buiten
Uit Stein
Van buiten Stein
(binding)
Stein
(binding)
(toevloeiing)
(toevloeiing)
Tabel 10a: Leegstandscijfers detailhandel VKP*
Dagelijks: € 74 mln
Niet Dagelijks: 22,4 mln
WVO**
Stein
11,5%
6,9%
Sittard-Geleen
17,0%
17,1%
Beek
11,5%
15,3%
Meerssen
7,9%
9,6%
Limburg
13,0%
12,3%
Nederland
8,0%
7,6%
Bestedingen gedaan in de gemeente Stein € 96,4 mln Bron: BRO/I&O Research 2019
Tabel 10c: Verkooppunten en Winkelvloeroppervlak, Stein, mei 2021
* Verkoopvloeroppervlak ** Winkelvloeroppervlak Bron: Locatus 2021
Aantallen Verkoop- Winkelvloerpunten oppervlak
Aandelen Verkoop- Winkelvloerpunten oppervlak
Dagelijkse artikelen
31
9.389
11,79%
23,26%
Mode & Luxe
30
3.943
11,41%
9,77%
4
406
1,52%
1,01%
26
9.945
9,89%
24,64%
Stein
Grensmv.
Z-Limb.
Vrije Tijd
Hotels
€ 627
€ 214
€ 814
In/Om Huis
B&B
€4
€9
€ 24
Detailhandel Overig
1
25
0,38%
0,06%
Vakantiewoningen
€ 68
€ 164
21
1.772
7,98%
4,39%
Groeps-accommodaties
€1
€5
Campings toeristisch
€6
€ 50
Transport, Brandstof* Leisure: Horeca, cultuur, ontspanning
70
9.561
26,62%
23,69%
€8
Diensten
52
2.642
19,77%
6,55%
€5
Leegstand
28
2.680
10,65%
6,64%
Totaal
264
40.366
100,00%
100,00%
€5
Camping vast Jachthavens Totaal
€ 635
Bron: ZKA, 2020, bewerking BRO
€ 303
€ 1.071
*In de zuivere definitie behoren deze niet tot de detailhandel Bron: BO/I&O Research 2019
Vrijdag 22 oktober 2021
24
3 Sectoren De economie van de gemeente Stein
Limburg
190
5.336
10.075
Figuur 3 Agrarisch grondgebruik
2010
2015
2020
Akkerbouw
23
20
21
185
5.349
10.338
Grasland
29
24
19
-2,60%
0,20%
2,60%
Runderen
20
18
12
Banen
Stein
Zuid-Limburg
Limburg
Tuinbouw
3
4
8
2015
940
29.990
60.160
Schapen
6
4
4
2020
920
29.950
59.610
Hokdieren
5
6
3
-0,90%
Paarden en pony's
3
4
1
Totaal
89
80
68
2015-2020
2015-2020 -2,10% -0,10% In 10-tallen (incl. internetwinkels en markthandel) Bron: VRL/LISA
Bron: CBS, landbouwtellingen
Limburg
2020
Zuid-Limburg
Stein (L.)
2015
Stein
Tabel 11a: Aantal agrarische bedrijven naar activiteit, Stein 2020
ZuidLimburg
Tabel 10d: Ontwikkeling detailhandelvestigingen en banen
Tabel 11b: Aantal gehouden dieren agrarische sector, Stein 2020 2010
2015
2020
Varkens
3.773
4.583
3.767
Rundvee
1.132
1.243
1.135
Schapen
682
578
720
Geiten
19
16
9
Paarden en pony's
97
115
2
Kippen
80
5.303
-
Totaal
5.783
11.838
5.633
2020 2015 2010 2020 2015 2010
2020 2015 2010 0%
50%
100%
Akkerbouw Tuinbouw open grond
Bron: CBS, landbouwtellingen
Bron: CBS, landbouwtellingen
Vrijdag 22 oktober 2021
25
4 Trends De economie van de gemeente Stein
4
Trends 4.1
Algemeen
Onderstaand zijn de algemene brede trends benoemd, die nationaal en veelal ook internationaal spelen en dus ook van grote invloed zullen zijn op de ontwikkeling van de lokale economie van Stein. De geanalyseerde data geeft echter geen inzicht in de wijze waarop deze trends zullen doorwerken of welke specifieke ontwikkelingen binnen de economie van de gemeente Stein verwacht kunnen worden. Om deze specifieke trends inzichtelijk te maken is een andere methode van onderzoek nodig en is het gewenst het direct gesprek aan te gaan met bedrijven, organisaties en instellingen. De maatschappelijke en technologische ontwikkelingen gaan de komende jaren onverminderd snel door. Deze veranderingen hebben ook grote gevolgen voor de economie in de komende jaren. De klimaatopgave, energietransitie, slimme mobiliteit en ontwikkelingen zoals smart cities staan nog maar aan het begin. Evenals de zorg voor betaalbare woningen en het grootschalig verduurzamen van de woningvoorraad. Op de arbeidsmarkt is momenteel in vrijwel alle sectoren een tekort aan vakbekwame medewerkers, zodat de verdere groei van bedrijven en organisaties en instellingen dreigt te stagneren. Relatief nieuwe technologieën, zoals 3D-printing, krijgen de komende jaren hun schaaldoorwerking in industrie en logistiek. Met mogelijk grote effecten op de globalisering en
Vrijdag 22 oktober 2021
de supply-chain, op de infrastructuur, de spreiding van logistieke clusters, de invulling van grootschalige bedrijventerreinen en van kleinschalige werklocaties. Ogenschijnlijke schaaltegenstellingen zijn bijvoorbeeld: Auto-industrie en oliemaatschappijen versus elektrificeren van mobiliteit; Elektrische mobiliteit versus waterstof gebruik; Globalisering in productie versus 3D-printing; Vastgoedbeleggingsmarkt versus nieuwbouw; Luchtvaart versus hyperloopontwikkeling; Landbouw grootschalig versus kleinschalig.
Onderstaand is ingegaan op de belangrijkste trends op een hoger schaalniveau. Om tot een verdiept en gedetailleerder beeld voor de kansen en bedreigingen voor de economie van Stein te komen is de inbreng van bedrijven, organisaties en instellingen gewenst.
Volgens prognoses van de Rabobank groeit de Nederlandse economie in 2021 met 3,8% en in 2022 met 3,7%. De transportsector, de industrie, de horeca en de zorg groeien dit jaar waarschijnlijk bovengemiddeld. Het onderwijs, de agrarische sector en de specialistische dienstverlening groeien mondjesmaat en voor de bouw wordt krimp verwacht.
Effect op de conjunctuur Volgens data van het CBS is de economie in het 2e kwartaal van 2021 in alle regio’s in Nederland sterk gegroeid ten opzichte van 2020. In Zuid-Limburg bedroeg de groei 11% tegen 9,7% landelijk. Daarmee is de achterstand ten opzichte van 2019 geheel ingehaald (figuur 4a-c). Vergeleken met twee jaar geleden (voor de Covid-19 pandemie is de economische omvang van de meeste regio’s even groot of groter. De industrie, de horeca en de reisbemiddeling waren de grootste groeiers, doordat zij het meeste profiteerden van de versoepeling van de Covid-19 pandemie maatregelen. Maar het niveau van voor de crisis is op de peildatum (1-8-2021) in deze sectoren nog niet bereikt.
De regio’s met een industriële en technologische specialisatie zoals Zuid-Limburg groeien waarschijnlijk het hardst (figuur 4a-c). De economische groei blijkt sterk af te hangen van regionale omstandigheden, zoals de nabijheid van kennisinstellingen, de kwaliteit van de beroepsbevolking, een gunstig leefklimaat en een goede bereikbaarheid. Dit zijn voorwaarden, die in of nabij de gemeente Stein aangetroffen kunnen worden. Maar de Rabobank constateert ook dat de Westelijke Mijnstreek na een periode van industriële bloei kampt met een verzwakte economische basis. De arbeidsproductiviteit ligt op het landelijke niveau, maar de brede welvaart is landelijk vergeleken relatief laag. Evenals het tempo van economische en demografische groei. Met Sittard-Geleen als werkgelegenheidscentrum vervult Stein volgens de Rabobank vooral een woonfunctie.
4.2
Covid-19 pandemie
De uitbraak van de Covid-19 pandemie en de maatregelen die verdere uitbraak van het virus moesten voorkomen hebben een flinke impact gehad op de maatschappij en de economie.
Drie op de tien ondernemers in Stein hebben in 2020 gebruik gemaakt van tenminste één overheidsregeling ten tijde van de lockdowns. Dit is iets minder vaak dan gemiddeld in Zuid-Limburg en Limburg. Het meest is gebruik gemaakt van uitstel van betaling van belastingen (14,3%) en de TOGS (14,8%). Van NOW 1.0 is door één op de 10 bedrijven in Stein gebruikt gemaakt. De NOW 2.0 en NOW 3.0 regelingen werden door 4,5% en 6,2% van de bedrijven gebruikt. Opvallend is dat er weinig
26
4 Trends De economie van de gemeente Stein
gebruik is gemaakt van de TOZO, slechts 3,9% van de bedrijven in Stein maakte hiervan gebruik. In de hele provincie Limburg was dit 10%. Effect op de economische structuur De Covid-19 pandemie heeft ook de kwetsbaarheden van de globalisering van de economie blootgelegd. Zo bleken er in het begin van de crisis in Europa nauwelijks nog fabrikanten van mondkapjes of beademingsapparatuur gevestigd te zijn. Ook zijn er grote problemen in productieketens ontstaan van elektronica-, machine- en autofabrikanten door lockdowns in de fabrieken in Zuidoost-Azië. Zo kampt de auto- en elektronica-industrie momenteel wereldwijd met grote tekorten aan computerchips. Ook de kosten voor vervoer met zeecontainers zijn verveelvoudigd door de lockdowns in Chinese havens. Deze ontwikkelingen leiden tot een roep om meer zelfvoorzienend te worden en als Europese landen meer zelf te gaan produceren. De Covid-19 pandemie crisis kan ertoe leiden dat een trend die al gaande was, het terughalen van productie naar Europa en Nederland (reshoring), wordt versneld. Voor de logistiek leidt reshoring mogelijk tot minder vervoer over lange afstanden en juist tot meer vervoer over kortere afstanden. De trend van reshoring zal mogelijk leiden tot een hogere vraag naar bedrijventerreinen. De provincie Limburg heeft in 2019 een aantal verkenningen uit laten voeren naar de digitale samenleving33.
Daarin is onder meer gekeken hoe ontwikkelingen als big data en cloud computing, Imaging technology, 3D printing en International transport and customs kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de Brightlights campussen: Chemelot
33 34 35
Campus, Maastricht Health Campus, Smart Services Campus en Greenport Venlo. Voor bedrijventerreinen wordt verwacht dat deze steeds meer een eigen ‘signatuur’ zullen krijgen, met meer clustering van bedrijven die elkaar aanvullen en versterken, met name op innovatie en logistiek vlak. De Covid-19 pandemie zal naar verwachting ook de kantorenmarkt beïnvloeden. Doordat een groter deel van het personeel vaker zal thuiswerken zal het aantal flexplekken groeien en het ruimtebeslag per werknemer dalen. Tegelijkertijd zullen er nieuwe faciliteiten nodig zijn om hybride te vergaderen mogelijk te maken. Ook zal op kantoren meer ruimte worden ingeruimd voor informele ontmoetingsplekken. Alles bij elkaar opgeteld, zal er naar verwachting vooral sprake zijn van een veranderend gebruik van kantoren en niet per se van minder kantoormeters34.
Foto 3: Markt Stein, bron: gemeente Stein
Arbeidsmobiliteit Thuiswerken waar mogelijk is de norm geworden tijdens de Covid-19 pandemie.. De kantoren maakten een desolate indruk en mensen communiceerden en vergaderden digitaal. Met het stopzetten van de beperkende maatregelen worden veel kantoren weer gebruikt, maar naar verwachting zullen ook meer mensen vaker thuis gaan werken. Ook al lijken de meest recente ontwikkelingen van het aantal dagelijkse files hiermee in tegenspraak. Het thuis kunnen werken kan ertoe leiden dat de gemiddelde afstand tussen woning en werk groter kan worden en mensen de stedelijke centra verruilen voor kleinere kernen in het buitengebied en de Randstad verruilen voor meer perifere regio’s35. Midden- en Noord-Limburg lijken hiervan al te profiteren met een positief saldo in de verhuizingen (figuur 4-d). Toch is deze trend nog niet overduidelijk en zijn er ook tegengeluiden die zeggen dat de stad zal blijven trekken, ondanks de prijsontwikkeling op de woningmarkt. Indien de verschuiving van stad naar de omliggende regio doorzet zal dit op korte termijn effecten met zich meebrengen in zowel de stedelijke gebieden als de omliggende gebieden, zoals in de spreiding van commerciële en nietcommerciële voorzieningen en mobiliteit, bereikbaarheid, infrastructuur en OV.
Bestedingspatronen De Covid-19 pandemie heeft geleid tot een versnelling van de verschuiving van consumentenuitgaven naar online, doordat de fysieke winkels gesloten waren en de consumenten gebruik maakten van thuisbezorgen. In de nonfood was deze beweging al eerder zichtbaar. In de foodsectoren is het aandeel internetbestedingen toegenomen
Strategische verkenning Digitale samenleving Limburg (2019) Rabobank, 2021 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/08/meer-verhuizingen-naar-regio-s-buiten-de-randstad
Vrijdag 22 oktober 2021
27
4 Trends De economie van de gemeente Stein
en ook het digitaal bestellen en thuisbezorgen van maaltijden is versterkt door de Covid-19 pandemie. De verschuiving lijkt in behoorlijke mate een structureel karakter te krijgen. In de Doe Het Zelf-branche nam de omzet toe, omdat veel consumenten de lockdown benutten om verbeteringen aan de eigen woning aan te brengen. Ook al doordat er niet gereisd kon worden of attracties, musea, evenementen en horeca konden worden bezocht. Deze sectoren hebben het, naast een groot deel van de detailhandel, dan ook zwaar gehad. De druk van de Covid-19 pandemie op horeca en toerisme dwongen ondernemers en gemeenten hun strategie te herzien. In de transformatie van de winkelgebieden zijn horeca en beleving niet meer vanzelfsprekend de oplossing. Tegelijkertijd zal verdere groei van online in de detailhandel leiden tot een toenemende vraag naar ruimte voor logistiek en distributiecentra. Het teruglopen van de bestedingen heeft geleid tot een toename van het spaargeld. Bij 35% van de Nederlanders is dit in 2020 toegenomen tot in totaal € 42 miljard. Tot op heden lijkt het er nog niet op dat de Nederlanders dit spaargeld op korte termijn massaal gaan uitgeven36.
4.3
Digitalisering
De maatschappij en de economie digitaliseren. Met de opkomst van de smartphone hebben mensen tal van communicatiemogelijkheden en informatie-, amusements-, financiele en gezondheidstoepassingen altijd bij de hand. Daarnaast worden machineparken steeds meer digitaal en doen robots hun intrede. Met de sterke verbreiding van snel breedband internet en de uitrol van het 5G-netwerk worden
36
apparaten steeds meer onderling en met mensen verbonden. Ook de ‘verglazing’ van de netwerken wordt de komende jaren versneld en de eerste research naar 6G-netwerken zijn inmiddels door de grote telecombedrijven opgestart. Dataficatie Moderne apparaten en machines, smartphones en slimme gebouwen genereren veel data (big data). Door de toepassing van kunstmatige intelligentie (AI) en het combineren van de data worden machines en apparaten steeds accurater en slimmer aan te sturen. Hierdoor ontstaan er nieuwe toepassingen en nieuwe markten. Effecten in de thuissituatie Digitalisering heeft ook grote impact op de thuissituatie. Zo kunnen mensen makkelijker thuis werken. Met name de periode van de Covid-19 pandemie heeft laten zien dat er meer mogelijk is dan eerder werd gedacht. Daarnaast kunnen meer mensen met een zorgbehoefte langer thuis blijven door monitoring op afstand. In de persoonlijke omgeving van inwoners ligt de komende jaren het accent op health en wellness en het toepassen van nieuwe technologie in de thuisomgeving (‘palio’-effect). De woning kan ook energiezuiniger worden gemaakt door slimme verwarming en verlichting en beter worden beveiligd door alarmsystemen die op afstand kunnen worden uitgelezen. Tot slot krijgen consumenten op basis van slimme algoritmes steeds meer aanbod op maat (bijvoorbeeld Google, Netflix en Spotify).
Internet of Things Apparaten zijn steeds meer onderling en met mensen verbonden via het Internet. In combinatie met big data en kunstmatige intelligentie (Artificial Intelligence, AI) kunnen steeds meer slimme apparaten en toepassingen worden ontwikkeld die mensen kunnen ondersteunen en processen kunnen verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan smart buildings, gebouwen die hun verlichting en temperatuur automatisch aanpassen aan de omstandigheden, monitoring van patiënten op afstand waardoor mensen met ziekten langer thuis kunnen blijven of eerder naar huis kunnen, domotica waarbij huizen slimmer worden en zich aanpassen aan de bewoners en ouderen in staat stelt langer thuis te wonen. Economische en arbeidsmarkteffecten De digitalisering van de maatschappij heeft grote effecten op de economie. Banken en verzekeringsmaatschappijen hebben het medewerkersbestand al flink ingekrompen, omdat steeds meer klanten hun zaken zelf digitaal kunnen regelen. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld de Belastingdienst. Contant geld wordt minder gebruikt en cryptomunten zijn in opkomst. Steeds meer aankopen worden via internet gedaan en via bezorgdiensten afgeleverd. Dit heeft geleid tot een krimp in de detailhandel en een flinke groei in de ecommerce logistiek (Bol.com, Coolblue, Amazon).
De hotelbranche heeft met de komst van AirBnB er een concurrent bij gekregen, net als de taxibranche te maken heeft gekregen met Uber. Kantoorautomatisering leidt er toe dat diverse kantoorberoepen verdwijnen en in steeds meer fabrieken nemen robots het eenvoudige en zware werk over van het personeel. Door al deze technologische ontwikkelingen verdwijnen er beroepen, maar er komen ook nieuwe beroepen bij. Ook
Rabobank (juni 2021) Wat verwachten Nederlanders komend jaar van hun spaar- en uitgavengedrag?
Vrijdag 22 oktober 2021
28
4 Trends De economie van de gemeente Stein
de vraag naar ICT-personeel neemt toe in alle bedrijfstakken. Daarbij veranderen de vereiste competenties van medewerkers. Naast kennis en (basis-)opleiding is het steeds vaker nodig dat mensen overweg kunnen met specifieke digitale toepassingen en apparaten kunnen programmeren en dat medewerkers ‘hun leven lang leren’37. Circulaire economie De komende jaren staat Nederland, samen met provincies en gemeenten, voor de uitdaging om de klimaatdoelstellingen te halen38: Energietransitie: de overstap van energie opgewekt uit fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen zoals energie uit: wind, zon, water en biomassa; Circulaire productie: gesloten productieketens waarbij afvalstromen worden gerecycled tot nieuwe grondstoffen; Klimaatadaptatie: de omgeving aanpassen op periode van droogte en hitte (hittestress) of periode van hevige regenval. In tegenstelling tot lineair produceren wordt bij circulaire produceren rekening gehouden met de levenscyclus van het product waarbij het uitgangspunt is dat een product dat verbruikt of verouderd is volledig gerecycled kan worden en waarvan de afvalstromen opnieuw worden gebruikt in het productieproces. De circulariteit kan op verschillende schaalniveaus plaatsvinden: binnen een bedrijf, binnen een bedrijventerrein of binnen een gemeente of regio.
Trends binnen de circulaire productie zijn het verkorten van de ketens, het hergebruik van grondstoffen en het bij voorkeur gebruiken van her-
37 38
nieuwbare grondstoffen van natuurlijke oorsprong (biobased economy). Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de ontwikkeling van biobased plastics, biobased bouwmaterialen en biobased energie zoals biofuels en biogas. Klimaatadaptatie en energiestrategie Het klimaat is aan het veranderen. In toenemende mate worden hete perioden met droogte afgewisseld met hevige regenval met kans op wateroverlast In de bebouwde omgeving zoals bedrijventerreinen en woonwijken kunnen de warme perioden leiden tot hittestress waarbij door oplopende temperaturen geen sprake meer is van een prettige woon- en werkomgeving. In de ontwerpen van woonwijken, bedrijventerreinen en kantoorlocaties zal hier rekening mee moeten worden gehouden, bijvoorbeeld door in de niet-bebouwde ruimte minder te verharden en meer groen toe te voegen, maar ook bij, op en aan gebouwen. Daarnaast moet rekening gehouden met voldoende waterberging zodat extreme regenval kan worden opgevangen en niet leidt tot wateroverlast.
Daarnaast stellen alle gemeenten in 2021 een Transitievisie warmte op. In deze visie geeft een gemeente aan hoe zij woningen en bedrijven wil verduurzamen, zodat de woningen op termijn ‘van het gas af’ kunnen. De RES 1.0 geeft een aantal suggesties die nader worden onderzocht: Restwarmte van Chemelot: Ingeschat wordt dat er voldoende restwarmte is om 70.000 tot 130.000 woningen te verwarmen; Geothermie; Aquathermie: de potentie is in Zuid-Limburg beperkt, maar op lokaal niveau zijn kleinschalige initiatieven denkbaar; Groengas; Waterstof. Voor Stein is er een goede mogelijkheid om aan te haken op het Warmtenet: Het groene net. Dit warmtenet wordt gevoed door twee lokale warmtebronnen: de hernieuwbare warmte van Biomassacentrale Sittard (BES) en de restwarmte van SABIC’s naftakraker Olefin 4 op Chemelot.
In 2021 heeft elke Nederlandse regio een Regionale Energie Strategie (RES) opgesteld. De RES 1.0 Zuid-Limburg heeft als ambitie opgenomen 1,3 TW aan duurzame energie op te wekken. Ingezet wordt op zonnepanelen op daken van (grote) bedrijven en agrarische gebouwen. Ook parkeerterreinen zijn als mogelijke locatie genoemd. Voor windenergie worden vooral mogelijkheden gezien op de grens met het stedelijk gebied, nabij grootschalige industrie of logistieke bedrijven en op locaties dichtbij de landsgrens waar al windturbines in het buitenland staan.
Door het UWV en andere organisaties wordt bijvoorbeeld gewerkt aan het ontwikkelen van zogeheten skills-paspoorten. Er is op gemeentelijk niveau geen data beschikbaar over de grondstoffenbalans kenmerken van MVO.
Vrijdag 22 oktober 2021
29
4 Trends De economie van de gemeente Stein
Figuur 4a
Figuur 4b
Figuur 4c
Bron: Rabobank, 2021
Bron: CBS, 2021
Bron: CBS, 2021
Figuur 4d
Figuur 5 Gebruik regelingen Covid-19 pandemie
Bron: CBS, 2021
Bron: CBS
Vrijdag 22 oktober 2021
30
5 Demografie De economie van de gemeente Stein
5
Demografie 5.1
Bevolking
De bevolking van Stein ontgroent en vergrijst. De demografische druk neemt toe.
Groene en grijze druk De leeftijdsopbouw van de bevolking van Stein geeft een indicatie van de vitaliteit en groeimogelijkheden van het arbeidsaanbod (figuur 6a). Stein heeft een relatief vergrijsde bevolking. De leeftijdsgroepen 50 jaar - 75 jaar hebben het grootste aandeel in de bevolkingspiramide. Door de leeftijdsopbouw ontstaat er zogeheten demografische druk. De demografische druk (figuur 6b) is de verhouding tussen de mensen die de grootste groep werkenden39 vormen ten opzichte van de jongeren40 en de groep ouderen41. Deze is tussen 2015 en 2020 toegenomen van 73% naar 80%. De groene druk neemt af en de grijze druk is toegenomen. Ook in Zuid-Limburg en Limburg neemt de demografische druk toe en is sprake van vergrijzing. In de analyse voor de Westelijke Mijnstreek constateert de Rabobank, dat het tempo van economische en demografische groei laag is en deze elkaar beïnvloeden. Door de geringe werkgelegenheidsdynamiek stagneert ook de bevolkingsontwikkeling. De Westelijke Mijnstreek ziet inwoners per saldo al decennia lang vertrekken, met name jongvolwassenen. Naar de toekomst toe kan dit leiden tot onder
meer een tekort aan beschikbare medewerkers/arbeidspotentieel en een verandering van de vraag naar producten en diensten (bijvoorbeeld andere producten en meer zorg). Silver-economy Vergrijzing hoeft niet alleen een economische bedreiging te zijn (tekort aan medewerkers) maar kan ook een kans betekenen. De ‘silver economy’ verwijst naar de verandering van de vraag naar producten en diensten als gevolg van de vergrijzing. Samen met de gegroeide bestedingscapaciteit van de ouderen wordt uit gegaan van een positief economisch effect. Bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting en inrichting, transport, voedsel, verzekering, robotica, gezondheid en e-health, communicatie, sport en vrije tijd. Ook in Stein zal de zorgeconomie naar verwachting verder kunnen groeien. Het aantal 75+’ers nam tussen 2010 en 2020 met 45% toe van 2.010 inwoners tot 2.924 inwoners. In 2030 zal het aantal naar verwachting zijn opgelopen naar respectievelijk 4.172 en 4.679 inwoners. Eenzelfde beeld is te zien voor Zuid-Limburg waar het aantal 75+’ers naar verwachting toeneemt van 64.998 in 2020 naar 105.321 inwoners in 2040.
De groep inwoners tussen 15 en 75 jaar krimpt door vergrijzing. In Stein naar verwachting sneller dan in Zuid Limburg en Limburg.
Potentiële beroepsbevolking De omvang van de beroepsbevolking wordt bepaald door de potentiële beroepsbevolking en de participatiegraad (het aandeel van personen dat deelneemt aan het arbeidsproces). De groep 15- tot 75-jarigen wordt gerekend tot de potentiële beroepsbevolking (figuur 6c). Dit is de groep die zich in potentie kan aanbieden op de arbeidsmarkt. In 2020 bestaat de potentiële beroepsbevolking in Stein uit 19.085 inwoners. In 2015 waren dit er 19.400 en in 2010 19.820. Ten opzichte van 2010 is de potentiële beroepsbevolking daarmee gedaald met 3,7%, met name als gevolg van vergrijzing. Uit de prognoses van de provincie Limburg is op te maken dat deze trend zich de komende jaren zal doorzetten. In 2040 heeft de potentiële beroepsbevolking naar verwachting een omvang van 14.480 personen. Een afname van 23,7% ten opzichte van 2020. Deze trend doet zich over heel Zuid-Limburg en Limburg voor, maar Stein zal hier in versterkte mate mee te maken krijgen, omdat de vergroening in de gemeente sterker terugloopt. De mate waarin in de toekomst invulling gegeven kan worden aan vacatures bij bedrijven, organisaties en instellingen zal hierdoor afnemen. Daarmee dreigt een vicieuze cirkel te ontstaan: minder arbeidspotentieel – minder bedrijvigheid – wegtrekken van (met name) jongeren – minder arbeidspotentieel.
39
Alle inwoners tussen van 20 tot 65 jaar Groene druk: 0-20 jaar t.o.v. groep 20-64 jaar 41 Grijze druk: 65+jaar t.o.v. groep 20-64 jaar. 40
Vrijdag 22 oktober 2021
31
5 Demografie De economie van de gemeente Stein
5.2
Arbeidsparticipatie
Arbeidsparticipatie is in lijn met de referentiegebieden en licht gestegen tussen 2015 en 2020.
Niet iedereen die tot de potentiële beroepsbevolking behoort heeft een baan, wenst deze te hebben of is in staat betaald werk te verrichten. Zo zijn er veel jonge mensen die eerst een studie afronden, kiezen anderen voor de zorg voor het gezin of hebben een rol als mantelzorger en zijn er mensen die vanwege een beperking of ziekte niet in staat zijn betaalde arbeid te verrichten. De verhouding tussen het aantal werkenden (incl. geregistreerde werkloosheid) en de potentiële beroepsbevolking wordt de bruto arbeidsparticipatie genoemd. De bruto arbeidsparticipatie is in Stein tussen 2010 en 2020 licht toegenomen van 66% naar 66,8% (figuur 7a-c). Daarmee is de arbeidsparticipatie hoger dan in Zuid-Limburg, maar lager dan in de provincie Limburg. De arbeidsparticipatie onder de groep 25-45 jaar in Stein is met 90% hoog. Deze is ook een stuk hoger dan in ZuidLimburg en Limburg. Onder de groep 15-25 jaar is de arbeidsparticipatie met 70% een stuk lager dan in de groep 25-45 jaar, omdat in deze groep nog veel jongeren een opleiding volgen. Maar het percentage ligt hoger dan in ZuidLimburg of Limburg. Het laagste is de arbeidsparticipatie in de groep 45-75 jaar. In deze groep is er een behoorlijke aandeel mensen die inmiddels met ouderdomspensioen is. De arbeidsparticipatie in deze groep is wel licht gestegen tussen 2015-2020 en ligt tussen de percentages van Zuid-Limburg en Limburg in.
42
Opvallend is dat vooral de arbeidsparticipatie onder vrouwen laag is. In 2020 biedt in Stein 62,3% van de vrouwelijke potentiële beroepsbevolking zich aan voor een baan, terwijl onder de mannen dit 71,3% doet. Dit verschil is ook terug te zien in Zuid-Limburg en Limburg. Het is echter niet te verwachten dat een groei van de arbeidsparticipatie voldoende tegenwicht kan bieden aan de afname van de werkende beroepsbevolking als gevolg van de vergrijzing. Bij een hogere arbeidsparticipatie verandert de leeftijdsopbouw van de bevolking niet.
5.3
Beroepsbevolking
De beroepsbevolking in Stein is tussen 2015-2020 redelijk stabiel in omvang gebleven. De beroepsbevolking is gemiddeld iets lager opgeleid in Stein dan in Zuid-Limburg en Limburg. Het gemiddelde opleidingsniveau is gestegen in de afgelopen jaren.
De beroepsbevolking heeft in Stein in 2020 een omvang van 12.750. In 2015 bedroeg de omvang 12.940. De beroepsbevolking is daarmee met 0,5% afgenomen, na eerder tot 2019 te zijn gestegen (figuur 8a,b). Mogelijk dat de arbeidsparticipatie in 2020 wat teruggelopen is doordat personen zich onder invloed van de Covid-19 pandemie niet op de arbeidsmarkt hebben aangeboden. De ontwikkeling van de beroepsbevolking in Stein zit daarmee tussen die van Zuid-Limburg (daling) en Limburg (stijging) in. De beroepsbevolking wordt geleidelijk ouder. Het aandeel van de groep 45-75 is tussen 2015-2020 licht gestegen van 50,8% naar 51,3%. Dit gaat ten koste van de groep 25-45 jaar waarvan het aandeel licht is afgenomen. De beroepsbevolking is in 2020 gemiddeld genomen wat ouder in
Stein dan in Zuid-Limburg en Limburg. Het aandeel 45-75 jaar is er enkele procentpunten hoger. Opleidingsniveau Het gemiddelde opleidingsniveau is de afgelopen jaren gestegen (figuur 8c). De groep met alleen een praktische opleiding en geen startkwalificatie is in de periode 2015-2020 gedaald van 23,1% naar 16,7%. Ook in Zuid-Limburg en Limburg is deze trend zichtbaar. In Stein vormen de middelbaar opgeleiden de grootste groep in de beroepsbevolking. Deze groep heeft een relatief groot aandeel in vergelijking met Zuid-Limburg en Limburg. Zuid-Limburg en Limburg hebben een iets hoger aandeel hoger opgeleiden in de beroepsbevolking. Het aandeel hoger opgeleiden is overigens in alle vergeleken gebieden gestegen tussen 2015 en 2020. Het hoge tempo van de technologische ontwikkeling leidt er toe, dat er een mismatch ontstaat tussen de opleiding en de arbeidsmarkt stelt. De opleidingsprogramma’s en opleidingsrichtingen kunnen onvoldoende snel aangepast worden aan de eisen die de bedrijven aan nieuw instromende medewerkers stellen. De technologische ontwikkeling van de economie zal de komende jaren ook tot een drastische verandering op de arbeidsmarkt leiden42. Zo snel zelfs, dat veel jongeren nu worden opgeleid voor een beroep dat nu nog niet bestaat. Naast de juiste kennis zal vooral de behoefte aan de passende competenties (‘skills’) sterk toe, met name op de middenniveaus.
Dat wil zeggen praktische vaardigheid en ervaring om met nieuwe productiemethoden en diensten om te gaan, in bijvoorbeeld een robot- of AI-omgeving of in de persoonlijke verzorging. Inspelen op deze trends vraagt vooral een regionale of provinciale benadering, omdat de
Zie onder meer: www.ser.nl/nl/thema/leven-lang-ontwikkelen
Vrijdag 22 oktober 2021
32
5 Demografie De economie van de gemeente Stein
Figuur 6b Demografische druk, 2015-2020
Figuur 7a Bruto arbeidsparticipatie 67,7
65,1
66,8
67,2
65,2
70
80%
66,7
66
80
66,6
100% 64,4
arbeidsmarkt een veel groter gebied beslaat dan dat van een gemeente.
60
Figuur 6a leeftijdsopbouw Bevolking Stein 2020 60% 90 tot 95 jaar
40%
50 41%
37%
36%
40 49%
42%
41%
80 tot 85 jaar
20
20%
70 tot 75 jaar
60 tot 65 jaar
30
32%
31%
33%
31%
30%
32%
2015
2015
2015
2020
2020
2020
Stein
Zuid- Limburg Limburg
Stein
Zuid- Limburg Limburg
10
0%
50 tot 55 jaar 40 tot 45 jaar 30 tot 35 jaar
2015
2020
0
2010
2015
Stein
2020
Zuid-Limburg
Limburg
Bron: CBS
20 tot 25 jaar
Groene druk
10 tot 15 jaar 0 tot 5 jaar
Figuur 6c Ontwikkeling potentiële beroepsbevolking (15-75 jaar)
Stein
Zuid-Limburg
Limburg
Prognose Stein
Prognose Zuid-Limburg
Prognose Limburg
Bron: CBS en Provincie Limburg
Vrijdag 22 oktober 2021
63,2
72,1
Limburg
69,8
60,4
62,3
71,3
72,5
61,9
2015
Zuid-Limburg
2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040
70
Stein
90
Stein
80 60 40 20 0
Limburg
110
59,7
Figuur 7b Bruto arbeidsparticipatie naar geslacht
Zuid-Limburg
1500
70,7
500 Vrouwen
72,5
Bron: CBS
Bron: CBS
-500 Mannen
60,8
-1500
Grijze druk
2020
Mannen
Vrouwen
Bron: CBS
33
5 Demografie De economie van de gemeente Stein
Bron: CBS
51,3%
47,6%
48,0%
36,3%
37,2%
37,3%
35,4%
37,5%
37,0%
12,9%
15,3%
15,1%
13,3%
14,9%
15,0%
2015 15 tot 25 jaar
25 tot 45 jaar
Stein
Limburg
Zuid-Limburg
Stein
Limburg
Stein
Zuid-Limburg
0
2015
2020 45 tot 75 jaar
15-25
Limburg
47,6%
Zuid-Limburg
47,5%
Stein
20
50,8%
Limburg
40
100% 80% 60% 40% 20% 0%
Zuid-Limburg
87,9
Figuur 8b Beroepsbevolking naar leeftijd, 20152020 57,4
67,9
63,2
54,9
56,1
56,7
70
86,3
90,4
88 67,4
54,9
60
64,3
55,5
80
69,5
100
86,4
91,4
Figuur 7c Bruto arbeidsparticipatie naar leeftijd
2020 25-45
45-75
Bron: CBS
Bron: CBS
Figuur 8c Beroepsbevolking naar opleiding, 2015-2020
Figuur 8a Ontwikkeling beroepsbevolking 20152020 (index 2015= 100)
33,1%
30,9%
33,3%
35,6%
34,5%
46,2%
43,2%
44,5%
50,0%
42,9%
43,4%
23,1%
23,6%
24,6%
21,5%
22,1%
Zuid-Limburg
Limburg
60%
30,8%
Limburg
80%
102
Zuid-Limburg
100%
40% 20%
100
Stein
0%
99 98
16,7%
Stein
101
2015
97 2015
2016 Stein
Vrijdag 22 oktober 2021
2017
2018
Zuid-Limburg
2019
2020
Limburg
Praktisch
2020
Middelbaar
Hoog
Bron: CBS
34
6 Werk, werkloosheid De economie van de gemeente Stein
6
Werk, werkloosheid
Vanuit werkgelegenheid gezien heeft Stein meer het karakter van een woongemeente dan van een werkgemeente. Er is een negatieve pendelbalans van 3.000 banen. Het aantal (moeilijk vervulbare) vacatures neemt in 2021 snel toe.
6.1
Werkgelegenheidsdraagvlak
De economische positie van een gemeente kan onder meer worden uitgedrukt in de verhouding tussen de omvang van de beroepsbevolking en het aantal arbeidsplaatsen. Boven de 100% heeft een gemeente een regionale werkgelegenheidsfunctie, onder de 80% heeft de gemeente een woonfunctie.
Stein en de sterke werkgelegenheidsrelatie met de omliggende gemeenten. Stein heeft een werkzame beroepsbevolking van 12.350 personen. Het aantal banen bedraagt 9.290 banen. Dit betekent dat er een negatief pendelsaldo is van ca. 3.000 banen. Van alle werknemersbanen in Stein wordt ongeveer 25% ingevuld door de beroepsbevolking van Stein. Daarnaast wordt een deel van de werkgelegenheid ingevuld door zelfstandig ondernemers (ca. 1.500 ZZP’ers). De grootste ‘uitwisseling’ is er met buurgemeente SittardGeleen. Ongeveer een kwart van de beroepsbevolking van Stein werkt in Sittard-Geleen en 15% van de werknemersbanen in Stein wordt ingevuld door inwoners uit Sittard-Geleen. Andere gemeenten waarmee veel pendelbewegingen zijn, zijn de gemeenten Maastricht, Beek, Heerlen en Eindhoven (vooral uitgaande pendel).
6.3 Het aantal arbeidsplaatsen in Stein ten opzichte van de beroepsbevolking bedraagt 73% (Zuid-Limburg en Limburg beide 95%). Dat betekent dat de gemeente Stein vooral een woonfunctie heeft.
6.2
Pendelbalans
Pendel is in Nederland een normaal verschijnsel, doordat in de meeste huishoudens meer dan één baan wordt ingevuld, door de grote mobiliteit en door de grote verscheidenheid aan beroepen. Een uitgaande en inkomende pendel van 50% ten opzichte van de omvang van de beroepsbevolking is ‘normaal’. De inkomende en uitgaande pendel in Stein is groot (tabel 12). In combinatie met het werkgelegenheidsdraagvlak van 73% onderschrijft dit de woonfunctie van de gemeente
43
Brain pull en brain drain
De economie wordt steeds technisch hoogwaardiger en gespecialiseerder. De mate waarin bedrijven kennis van elders weten aan te trekken naar Stein wordt aangeduid met de term brain pull. De mate waarin kenniswerkers Stein veelal verlaten om elders te gaan werken wordt ‘brain drain’ genoemd. Uit de pendelcijfers van Stein kan niet worden afgeleid in welke mate sprake is van brain pull. Ook over de mate van brain drain zijn geen cijfers voorhanden. Over het algemeen lijken jongeren in Stein sterker sociaal gebonden aan de gemeente en de regio, dan gemiddeld in Nederland en kiezen zij vaker voor een opleiding in de nabijheid.
Landelijk is er een trend bij jong volwassenen, die voor hun opleiding en eerste baan de thuisgemeente hebben verlaten om bij de overstap naar de tweede of derde baan en de start van een meer ‘gesettelde’ periode in de wooncarrière terug te keren naar de oorspronkelijke regio of gemeente van één of beide partners in het huishouden. Die trend wordt versterkt door de toename van het kunnen thuiswerken en de (verwachte sterke) toename van het aantal 1persoonshuishoudens in de komende jaren.
6.4
Vacatures
Het CBS constateert in de loop van het derde kwartaal van 2021 een groot tekort aan personeel bij bedrijven en organisaties. De meest actuele data van het UWV betreft het eerste kwartaal 2021, respectievelijk juli 202143. Het aantal openstaande vacatures in Zuid-Limburg is het hoogste in een aantal middelbaar of praktisch gerichte beroepen in de Techniek en de Transport en Logistiek (tabel 13a, b). In sommige type werkzaamheden is de roulatiesnelheid hoger dan in andere beroepen. Daarnaast speelt ook de mismatch tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt een rol. Het grootste tekort betreft ICT beroepen, zowel in ZuidLimburg, Limburg als Nederland. Gevolgd door Zorg en Welzijn en Openbaar Bestuur, Veiligheid en Juridisch. Op Nederlands niveau is de krapte in de technische beroepen hoger dan in Zuid-Limburg. Mogelijk door het verschil in opleidingsrichting en –niveau van Zuid-Limburg in vergelijking met Nederland.
De data is niet op het niveau van de gemeente beschikbaar.
Vrijdag 22 oktober 2021
35
6 Werk, werkloosheid De economie van de gemeente Stein
De werkloosheid is laag in Stein, ook in vergelijking met de referentiegebieden. Stein kent relatief weinig mensen in een werkloosheidsuitkering, de bijstand en de WAO, maar relatief veel mensen met AOW.
6.5
Werkloosheid
In 2020 was 3,2% van de beroepsbevolking werkloos44. Dit komt neer op ca. 410 geregistreerde werklozen. De werkloosheid is daarmee laag in Stein en bevindt zich nabij het frictieniveau45. Het werkloosheidspercentage is tussen 2015 en 2019 gestaag gedaald. In 2020 is er weer een lichte opleving te zien, waarschijnlijk als gevolg van de Covid-19 pandemie. Ook in vergelijking met Zuid-Limburg en Limburg is de werkloosheid over de gehele linie in Stein een stuk lager. De data laat ook zien dat werklozen in Stein gemiddeld ouder zijn dan in Zuid-Limburg en Limburg. De leeftijdsgroep
‘ouder dan 50 jaar’ is relatief oververtegenwoordigd. De groep jonger dan 27 jaar is relatief kleiner dan in Zuid-Limburg en Limburg. Het is opvallend, dat in Stein in vergelijking met Zuid-Limburg en Limburg een relatief grote groep werklozen een middelbare opleiding of hogere opleiding heeft. De grootste groep werklozen is praktisch opgeleid en heeft geen startkwalificatie.
6.6
Uitkeringsgerechtigden
Stein heeft gemiddeld over 2020 ca. 2.130 inwoners met een uitkering die nog niet de AOW gerechtigde leeftijd hebben bereikt. Hiervan hadden 340 inwoners een werkloosheidsuitkering (WW), 300 inwoners hadden een bijstandsuitkering in het kader van de participatiewet en 1.420 inwoners hadden een uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid (WAO/WIA/Wajong). De gemeente heeft aan ca 160 inwoners met een sociale werkvoorziening-indicatie een betaalde baan onder aangepaste omstandigheden verstrekt.
De gemeente Stein telt in 2020 333 mensen met een uitkering per 1.000 inwoners, dit is iets hoger dan in Zuid-Limburg (330 per 1.000) en hoger dan in Limburg (315 per 1.000). Dit komt vooral door het relatief hoog aantal mensen met een AOW uitkering in Stein (251 per 1.000) in vergelijking met Zuid-Limburg (223 per 1.000) en Limburg (215 per 1.000). Het aantal personen in de bijstand is in Stein (13 per 1.000) juist veel lager dan in Zuid-Limburg (30 per 1.000) en Limburg (26 per 1.000). Ook het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen is relatief laag, met name in vergelijking met Zuid-Limburg. Tussen 2015 en 2020 is het aantal uitkeringsgerechtigden in Stein toegenomen van 327 per 1.000 inwoners tot 333 per 1.000 inwoners. Dit komt vooral door een toename van het aantal mensen met een AOW uitkering. Dit nam toe van 233 uitkeringsgerechtigden per 1.000 inwoners naar 251 AOW’ers per 1.000 inwoners.
Foto 4: Winkelcentrum Stein, bron: gemeente Stein
44 45
Niet-werkenden die zich niet laten registreren als werkloos, worden niet meegerekend. Voor de korte tijd van werkloosheid tussen twee banen wordt uitgegaan van 3%.
Vrijdag 22 oktober 2021
36
6 Werk, werkloosheid De economie van de gemeente Stein
Tabel 12: Top gemeenten pendel werknemers Figuur 9 Aantal personen met een uitkering, per 1000
500
AOW
Beekdaelen
200
Arbeidsongeschiktheid
Echt-Susteren
200
200
Roermond
200
200
Beekdaelen
5
2020 2015
Totaal
Bijstand en bijstandgerelateerd Werkloosheid
58 67 59
233 216 208
0 100 200 Zuid-Limburg Limburg
4 3 2
15 34 29 23 24 26
1 327 339 320
Totaal
300
333 330 315
300
0 2015
2016
2017
2018
2019
200
Kerkrade
200
Landgraaf
200
Bron: CBS
Meerssen
200
Figuur 10b Geregistreerde werkzoekenden zonder dienstverband naar leeftijd, 2020
Bron: CBS
Bron: CBS, december 2019
2020
400
Brunssum
Stein
4
Eindhoven
Werkloosheid
3,8
400
3,2
600
6
13 30 26 13 13 14
3,4
Heerlen
Bijstand en bijstandgerelateerd
3,2
400
7
2,9
700
56 66 58
3,9
Beek (L.)
Arbeidsongeschiktheid
3,6
400
3,1
1800
8
251 223 219
5
Maastricht
AOW
4,7
1900
4
1900
5,9
Stein (L.)
5,5
1400
4,9
2700
7
Sittard-Geleen
Figuur 10a Werkloosheidspercentage 2015-2020
6,6
Inkomend
5,7
Uitgaand
Stein
Zuid-Limburg
Limburg
100% 49,2%
45,5%
46,5%
43,7%
43,1%
9,8%
10,8%
10,4%
Stein
Zuid-Limburg
Limburg
80% 60%
40%
41,0%
20% 0%
< 27 jaar
27 - 50 jaar
>=50 jaar
Bron: CBS
Vrijdag 22 oktober 2021
37
7 Welvaart De economie van de gemeente Stein
7
Welvaart
In vergelijking tot Limburg en Zuid-Limburg hebben de inwoners van Stein: Gemiddeld een iets hoger inkomen; Een gemiddeld huishoudensvermogen Een iets hogere gemiddelde woningwaarde.
7.1
Vermogen
Het gemiddelde huishoudensvermogen bedraagt in Stein in 2019 € 173.700. Dit is hoger dan het gemiddelde vermogen van huishoudens in Zuid-Limburg (tabel 14b), maar lager dan het gemiddelde vermogen van huishoudens in Limburg. Tussen 2015-2019 is het gemiddelde huishoudensvermogen gegroeid met 35,1% in Stein. Dit is een iets snellere groei dan in de andere gebieden.
46
Gemiddelde woningwaarde
De waarde van de woningen zijn in Stein met 28,3% gestegen tussen 2015-2020 (tabel 14c). De gemiddelde WOZ waarde bedraagt € 220.000. Dit is hoger dan in Zuid-Limburg (€198.000) en Limburg (€ 215.000). De gemiddelde woningwaarde is in Stein ook sneller gestegen dan in Limburg. De waarde en waardestijging duidt op de aantrekkelijkheid van Stein als woongemeente, mogelijk in combinatie met een tekort aan beschikbare woningen.
Inkomen
Het gemiddelde gestandaardiseerd jaarinkomen per persoon in Stein bedroeg in 2019 € 31.600 en lag daarmee (iets) boven dat van Limburg en Zuid-Limburg (tabel 14a). Daarbij constateert de Rabobank dat het inkomen licht onder het Nederlands niveau ligt. Het inkomen is in 2019 12,1% gestegen ten opzichte van 2015. De ontwikkeling van het inkomen is wat lager dan in Zuid-Limburg en Limburg. Mogelijk komt dit doordat het aandeel mensen met pensioen in Stein sneller stijgt dan in de referentie gebieden.
7.2
7.3
7.4
Brede Welvaart
Stein scoort in vergelijking tot Limburg hoger op sociaal culturele aspecten, maar wat lager op ecologische en economische onderdelen. De onderdelen economie en sociaal-cultureel ontwikkelen zich positief in Stein.
Openbare data over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) zijn op gemeentelijk en hoger schaalniveau helaas niet beschikbaar. Mogelijk door de beperkingen vanuit AVG/GDPR, doordat de definities van MVO nog veel van elkaar verschillen of doordat het een relatief jong beleidsaandachtsveld betreft. De data-analyse heeft zich daarom moeten beperken tot gegevens over de zogeheten brede welvaart. Welvaart bestaat uit het beschikbaar inkomen en het vermogen, maar ook uit sociaal-culturele aspecten en ecologie46. Het Brabants Centrum voor Duurzame Ontwikkeling Telos publiceert sinds 2014 de Monitor Duurzame Gemeenten.
In de monitor voor 2020 scoort Stein in vergelijking tot Limburgse gemeenten licht bovengemiddeld op sociaal-cultureel kapitaal. Op ecologisch en economisch kapitaal scoort Stein beneden het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten, maar de verschillen zijn gering (zie figuur 11a-d). Op sociaal-cultureel kapitaal heeft Stein een bovengemiddelde score op economische participatie, onderwijs en veiligheid. De score op maatschappelijke participatie is lager dan gemiddeld. Op ecologisch kapitaal doet Stein het goed op lucht en energie in vergelijking tot het gemiddelde van de Limburgse gemeenten. De score op externe veiligheid en hinder en bodem en water is onder het gemiddelde. Op het economisch kapitaal springen de scores voor infrastructuur en bereikbaarheid er positief uit. De score op arbeid is lager dan gemiddeld in Limburg. De overige scores liggen onder het gemiddelde, al zijn de verschillen met het gemiddelde van de Limburgse gemeenten beperkt. Voor de periode 2014-2020 ontwikkelen alle aspecten zich positief. Vooral economisch kapitaal laat een sterke ontwikkeling zien. Het ecologisch kapitaal is na een flinke stijging tussen in de periode 2014- 2016 vervolgens tussen 2016 en 2020 weer licht gedaald.
Andere positieve ontwikkelingen in het kader van brede welvaart zijn: Social return on investment bij inkoopopdrachten (leveranciers bieden een tegenprestatie bij het verkrijgen van een opdracht). Bieden van leerwerkplekken aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.