4. Verbeelding, regels, toelichting en bijlagen.pdf
Tekst van het document
Het bevoegd gezag voor het verlenen van een ontheffing zijn gedeputeerde staten van de provincie. Als eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, dan haakt de ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming daarbij aan. Binnen het plangebied zijn thans geen nieuwe ontwikkelingen voorzien, die nader onderzoek naar flora en fauna-aspecten noodzakelijk maken. Het gaat om de legalisatie van reeds vergunde en bestaande woningen. en de regeling c.q. verruiming van de mogelijkheden voor de voormalige detailhandelsvestiging. 4.7.3 Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning. Indien eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een activiteit waarvoor tevens een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is vereist, dan haakt de natuurtoets aan bij de omgevingsvergunning. Verder moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
De regels met betrekking tot het NNN zijn opgenomen in de provinciale verordening. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. In de omgeving van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Grensmaas, ten westen van Stein en Urmond. Ook zijn in de omgeving diverse gebieden aanwezig welke deel uitmaken van de Natuur Netwerk Nederland (NNN). Het plangebied zelf maakt geen deel uit van deze waardevolle gebieden. Binnen het plangebied zijn geen nieuwe ontwikkelingen voorzien, die nader onderzoek naar de mogelijke effecten op de Natura
bestemmingsplan Havenstraat 34-36 Stein
23
2000-gebieden en NNN-gebieden noodzakelijk maken. Het gaat om de legalisatie van reeds vergunde en bestaande woningen binnen bestaand bebouwd gebied. Daarnaast blijft de bestaande detailhandelsvestiging of een vergelijkbare functies (praktijkruimte, dienstverlening) gehandhaafd c.q. toegestaan. Er is hierbij geen sprake van realisatie en het bestaande gebruik blijft ongewijzigd. Met deze bestemmingsplanherziening worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die tot stikstofdepositie leiden.
Conclusie Vanuit natuur, landschap en ecologie zijn geen belemmeringen voor het planvoornemen aanwezig.
4.8
Externe veiligheid
4.8.1 Algemeen Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Daarbij gaat het om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt, of om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen.
Het planvoornemen voorziet in de legalisering van zeven vergunde en bestaande woningen, waarvoor in het verleden bouwvergunningen zijn verleend. Daarnaast blijft de bestaande detailhandelsvestiging of een vergelijkbare functies (praktijkruimte, dienstverlening) gehandhaafd c.q. toegestaan. Het betreft een reeds bestaande situatie. Hiermee worden geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Daarnaast neemt het aantal personen op de locatie niet toe. Geconcludeerd kan worden dat de huidige situatie niet wijzigt.
Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
4.9
Water
4.9.1 Waterhuishoudkundige situatie Het beleid is gericht op het vasthouden van gebiedseigen water en het voorkomen van wateroverlast. Met name door afkoppelen van verhard oppervlak, in combinatie met infiltratie- en percolatievoorzieningen kan hier invulling aan gegeven worden. Het streven naar ecologisch gezond water is gericht op het voorkomen van emissies naar het grondwater. Dit betekent onder meer dat het materiaalgebruik dient te voldoen aan de eisen van het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen. Tevens dient het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen vermeden te worden.
24
bestemmingsplan Havenstraat 34-36 Stein
4.9.2 Watertoets Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. De watertoets is in het leven geroepen omdat met name het waterbeleid een wezenlijk andere oriëntatie heeft gekregen: van reageren naar anticiperen. Water heeft een aantal specifieke kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen waar de ruimtelijke ordening rekening mee moet houden. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van de herbestemming van het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. 4.9.3 Afvoer schoon en vuil water Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mag het schone hemelwater niet meer geloosd worden op het gemengde rioleringsstelsel. Verhard oppervlak van nieuwe bebouwing mag niet aangekoppeld worden op de riolering. In eerste instantie dient te worden onderzocht of infiltratie van het hemelwater mogelijk is. Wanneer dat niet het geval is, wordt naar de mogelijkheid van afvoer naar het oppervlaktewater bekeken. Hemelwater van schoon dakoppervlak kan rechtstreeks worden afgevoerd naar het oppervlaktewater.
Hemelwater dat afstroomt van wegen en parkeerplaatsen mag via een filtervoorziening lozen op het oppervlaktewater.
De versnelde afvoer van hemelwater door toename van het verhard oppervlak moet worden gecompenseerd door de aanleg van compenserende berging. Deze kan bestaan uit een voorziening die loost op het oppervlaktewater of uit een uitbreiding van het oppervlaktewater. Bij het bepalen van de benodigde bergingscapaciteit wordt verwezen naar het beleid van het waterschap.
Aangezien het de legalisering van reeds vergunde en bestaande woningen betreft en de regeling c.q. verruiming van de mogelijkheden voor de bestaande detailhandelsvestiging bevat, zijn de mogelijkheden om duurzaam waterbeheer voor de bestaande bebouwing te concretiseren beperkt. De huidige situatie wijzigt niet, er wordt geen verharding toegevoegd. De huidige bebouwing is reeds aangesloten op het bestaande rioolstelsel. Ook deze situatie wijzigt niet.
4.10
Archeologie en cultuurhistorie
4.10.1 Archeologie Bij de opstelling en de uitvoering van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met bekende archeologische waarden. De gemeente Stein heeft op 1 april 2010 daartoe het 'Facetbestemmingsplan Archeologie Stein 2009' vastgesteld.
In de gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde bestaat een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 250 m² en een verstoringsdiepte groter dan 40 cm beneden maaiveld. Bij gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde is de onderzoeksplicht aanwezig bij bodemingrepen groter dan 2.500 m² en een verstoringsdiepte groter dan 40 cm beneden maaiveld. Voor alle overige gebieden bestaat geen onderzoeksplicht. Deze voorwaarden zijn als dubbelbestemming archeologie in het vigerende bestemmingsplan “Havens Stein” vastgelegd. Hieruit blijkt dat voor het plangebied geen dubbelbestemming waarde – Archeologie geldt. Eventuele archeologische waarden zijn daardoor niet in het geding. Daarnaast betreft het een bestaande situatie waar geen bodemingrepen zijn voorzien. Het betreft enkel het opnieuw planologisch/juridisch regeling van de bestaande situatie.
bestemmingsplan Havenstraat 34-36 Stein
25
4.10.2 Cultuurhistorie Het planvoornemen oefent geen nadelige invloeden uit op de in het plangebied en de omgeving daarvan gelegen cultuurhistorische objecten, omdat het de legalisering van vergunde en bestaande woningen betreft en verruiming van de gebruiksmogelijkheden van de detailhandelsvestiging. Er wordt geen bebouwing toegevoegd en/of gewijzigd. De bestaande bebouwing waarin de woningen en de detailhandelsvestiging zijn gerealiseerd heeft eveneens geen enkele cultuurhistorische waarden.
Conclusie Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat archeologie en cultuurhistorie geen belemmering vormen voor onderhavig planvoornemen.
26
bestemmingsplan Havenstraat 34-36 Stein
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische aspecten
Inleiding
Op basis van de Wet ruimtelijke ordening, bepaalt een viertal zaken de opzet en inrichting van de bestemmingsplanregels, te weten: de digitale raadpleegbaarheid; de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SBVP 2012); de Woningwet; het vigerende bestemmingsplan 'Havens Stein' (vastgesteld 25 april 2013). Op 25 april 2013 is een nieuw bestemmingsplan voor de haven van Stein vastgesteld door de gemeente Stein: 'Havens Stein'.
5.2
Verbeelding
Op de verbeelding zijn aangegeven: Grens van het plangebied; Bouwvlak; Enkelbestemming 'Wonen'; Functieaanduidingen 'gemengd' en 'specifieke vorm van detailhandel - niet dagelijkse goederen' ; Gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie'; Aanduiding 'maximum bouwhoogte'; De structuur van het plan is zodanig dat de verbeelding de primaire informatie geeft over waar en hoe gebouwd mag worden. Bij het raadplegen van het bestemmingsplan dient dan ook eerst naar de verbeelding gekeken te worden. Vervolgens kan in de regels teruggelezen worden welk gebruik en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan.
5.3
Regels
De regels zijn conform de SVBP 2012 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) als volgt opgebouwd: Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels Aan gronden is de bestemming 'Wonen' toegekend. De regels binnen deze bestemming bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouw- en gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan ‘Havenstraat 34-36 Stein’ zijn opgebouwd conform de door het SVBP2012 voorgeschreven systematiek en omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels, en ten slotte de overgangs- en slotregels.
bestemmingsplan Havenstraat 34-36 Stein
27
28
bestemmingsplan Havenstraat 34-36 Stein
Hoofdstuk 6 6.1
Haalbaarheid
Economische en financiële haalbaarheid
De gemeente is in beginsel verplicht om op grond van artikel 6.12 eerste lid Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur (hierna: Bro) aangewezen bouwplan is voorgenomen. De gemeenteraad kan echter besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien: 1. 2. 3.
het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins is verzekerd; het bepalen van een tijdvak voor de exploitatie of een fasering van de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen niet nodig is, en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onder b, c en d Wro niet noodzakelijk is.
Met het planvoornemen is geen sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Er is immers sprake van de legalisatie van vergunde en bestaande woningen en de regeling c.q. verruiming van de mogelijkheden voor de bestaande detailhandelsvestiging. . Dit betekent dat de gemeenteraad niet verplicht is om een exploitatieplan op te stellen of dat het kostenverhaal anderszins verzekerd dient zijn.
6.2
Maatschappelijke haalbaarheid
Aangenomen mag worden dat tegen het planvoornemen geen overwegende maatschappelijke bezwaren zullen bestaan. Het betreft immers het planologisch-juridisch regelen van bestaande en vergunde woningen.
Met onderhavig bestemmingsplan is aangetoond dat er met deze ontwikkeling geen problemen te verwachten zijn en er geen negatieve gevolgen zijn voor de waarden in en nabij het plangebied.
Onderhavig bestemmingsplan wordt conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar zienswijzen indienen.
6.3
Conclusie
Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren gezien het feit dat het gaat om de legalisering van reeds bestaande en vergunde woningen.
bestemmingsplan Havenstraat 34-36 Stein
29
30
bestemmingsplan Havenstraat 34-36 Stein
Hoofdstuk 7 7.1
Procedure
De te volgen procedure
Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedure: a. b.
c.
d.
e.
Voorbereiding: Ontwerp: Publicatie en terinzagelegging Een ieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen bij de gemeenteraad Vaststelling: Vaststelling door de Raad Mogelijkheid reactieve aanwijzing Publicatie en terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan gedurende de beroepstermijn Inwerkingtreding: Na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan) Beroep: Beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
In het kader van deze procedure is het voor eenieder mogelijk om zijn/haar zienswijze (bij de gemeenteraad) kenbaar te maken. In publicaties met betrekking tot de diverse stappen die het plan moet doorlopen wordt daarvan steeds melding gemaakt. Wanneer beroep wordt ingesteld, beslist uiteindelijk c.q. in hoogste instantie, de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan.
7.2
Vooroverleg ex art. 3.1.1. Bro
In het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro heeft vooroverleg plaatgevonden. Naar aanleiding van het concept ontwerpbestemmingsplan zijn 2 reacties ontvangen van respectievelijk de provincie Limburg en DSM/chemelot. Deze reacties hebben geleid tot aanpassingen in het akoestisch onderzoek (Bijlage 1). De consequenties daarvan zijn tevens aangepast in de toelichting van dit bestemmingsplan.
7.3
Vaststellingsprocedure
p.m.
bestemmingsplan Havenstraat 34-36 Stein
31
Bestemmingsplan - Bijlagen bij toelichting -
Havenstraat 34-36 Stein Gemeente Stein
BESTEMMINGSPLAN - Bijlagen bij toelichting -
Havenstraat 34-36 Stein Gemeente Stein
IDN-nummer:
NL.IMRO.0971.BPHavenstraatStein-0001
Status:
ontwerp
Datum:
20 november 2020
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek HGW
6
Bijlage 2
Bijlage I bij akoestisch onderzoek: Rekenresultaten
25
Bijlage 3
Bijlage II bij akoestisch onderzoek: Gevelweringonderzoek
27
bestemmingsplan Havenstraat 34-36 Stein
3
4
bestemmingsplan Havenstraat 34-36 Stein
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Havenstraat 34-36 Stein
5
Bijlage 1
6
Akoestisch onderzoek HGW
bestemmingsplan Havenstraat 34-36 Stein
Afdeling Specialismen Discipline Geluid Rapportage Hogere grenswaarde procedure Havenstraat 34-36 te Stein
Rapportage
Akoestisch onderzoek HGW Havenstraat 34-36 Stein
Bevoegd gezag
Gemeente Stein
Contactpersoon
Hans Janssen Hans.janssen@gemeentestein.nl
Extern kenmerk Uitvoerende instantie
RUD Zuid Limburg
Zaaknummer
2020-205988
Zaaktype
Advies geluid en trillingen
Omschrijving
Akoestisch onderzoek HGW procedure Havenstraat 34-36 Stein
Toelichting
Onderzoek naar de milieuhygiënische belemmeringen ten behoeve van de gewenste bestemmingswijziging van de woningen Havenstraat 34-36 te Stein
Status
Definitief
Datum rapportage
19 november 2020
Behandelaar
L.M.M. van den Akker +31 6 41 22 65 90 lmm.van.den.akker@rudzl.nl
Collegiale toetser
R. Alferink
Aantal bijlagen
2
Wij verwerken persoonsgegevens. Voor meer informatie zie www.rudzuidlimburg.nl/privacy+en+proclaimer.
SAMENVATTING In opdracht van de gemeente Stein is door RUD Zuid Limburg een inventarisatie uitgevoerd van de eventuele milieuhygiënische beperkingen voor de bestemmingsplanwijziging van de woningen aan de Havenstraat 34-36 te Stein. Het pand Havenstraat 34-36 maakt planologisch deel uit van het bedrijventerrein Haven Stein. Op basis van het vigerend bestemmingsplan rust op het pand Havenstraat 36 de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ en is volgens de planregels maximaal één bedrijfswoning toegestaan. De woningen in het pand betreffen echter geen bedrijfswoning meer die functioneel onderdeel dient te zijn van het bedrijventerrein. De wens bestaat om alle 7 in het pand gerealiseerde woningen te bestemmen als woningen buiten het bedrijventerrein.
ii
INHOUDSOPGAVE
Samenvatting .............................................................................................................ii Inhoudsopgave ......................................................................................................... iii Inleiding..................................................................................................................4 1.1 Vraagstelling........................................................................................................................... 4
Milieu-invloed bedrijven........................................................................................6 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Systematiek wetgeving ........................................................................................................... 6 Wet geluidhinder..................................................................................................................... 6 Milieuaspecten ....................................................................................................................... 6 Bescherming van gevoelige objecten ...................................................................................... 6 Beoordeling inbreuk milieurechten omliggende bedrijven ........................................................ 7
Goede ruimtelijke ordening ................................................................................ 11 3.1 VNG-handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” .................................................................... 11 3.1.1. Werking handreiking op hoofdlijnen............................................................................. 11 3.1.2. Typering gebied .......................................................................................................... 11 3.1.3. Richtafstanden............................................................................................................ 12 3.2 Beoordeling inbreuk planologische rechten omliggende bedrijven ......................................... 13 3.3 Beoordeling goed woon- en leefklimaat................................................................................. 13 3.4 Bepaling geluidbelasting ....................................................................................................... 14 3.5 Toekomstige ontwikkelingen en zone Hanven Stein .............................................................. 15 3.6 Binnenwaarden .................................................................................................................... 15
Aan te vragen hogere waarden .......................................................................... 16 Conclusie ............................................................................................................. 16
iii
INLEIDING In opdracht van de gemeente Stein is door RUD Zuid Limburg een inventarisatie uitgevoerd naar de eventuele milieuhygiënische beperkingen voor de bestemmingsplanwijziging van de woningen aan de Havenstraat 34-36 te Stein. De woningen Havenstraat 34-36 maken planologisch deel uit van het bedrijventerrein Haven Stein. Het betreft echter geen bedrijfswoningen die functioneel onderdeel dienen te zijn van het bedrijventerrein. De wens bestaat om de woningen te bestemmen als woningen buiten het bedrijventerrein. In figuur 1.1 is de ligging van de woningen weergegeven. 1.1
Vraagstelling
Onderzocht dient te worden of de herbestemming van de woningen Havenstraat 34, 34b, 34c, 36a, 36b, 36c en 36d (verder te noemen Havenstraat 34-36) met het oog op milieu-invloeden van inrichtingen in de omgeving kan worden ingepast. Daarbij dient beoordeeld te worden of inbreuk in bestaande milieurechten plaatsvindt en of een acceptabel woon- en leefklimaat bij de woningen kan worden gewaarborgd.
4
Figuur 1.1: Ligging woning Havenstraat 34-36
5
MILIEU-INVLOED BEDRIJVEN 2.1
Systematiek wetgeving
Bedrijven die aan te merken zijn als een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer en waarop tevens een categorie uit bijlage I van het Besluit omgevingsrecht van toepassing is, dienen te voldoen aan de Wet milieubeheer. Onder de Wet milieubeheer kunnen inrichtingen te maken hebben met vergunningplicht, de algemene regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer of een combinatie daarvan. Het Besluit omgevingsrecht wijst bedrijven aan die vergunningplichtig blijven. Voor inrichtingen die niet als vergunningplichtig zijn aangewezen, zijn algemene regels van toepassing. Hiertoe is op 1 januari 2008 het Activiteitenbesluit milieubeheer in werking getreden. Met behulp van het Activiteitenbesluit milieubeheer is de milieuwet- en regelgeving gestroomlijnd en geüniformeerd. Het merendeel van de bedrijven, waar voorheen de vergunningplicht gold, valt nu onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Afhankelijk van het type inrichting kan het Activiteitenbesluit milieubeheer geheel of gedeeltelijk van toepassing zijn op de inrichting. De zogenaamde type C-inrichtingen vallen vooralsnog niet volledig onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor dergelijke inrichtingen geldt overigens wel dat het Activiteitenbesluit milieubeheer gedeeltelijk van toepassing is naast de omgevingsvergunningmilieu.
2.2 Wet geluidhinder Voor woningen die op het tijdstip van de vaststelling van de zone (op 23 oktober 1990 voor industrieterrein Haven Stein en 1987 voor industrieterrein Chemelot) binnen de zone aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd waren en die een geluidbelasting tussen de 50 en 55 dB(A) vanwege het industrieterrein ondervonden, geldt van rechtswege een hoogst toelaatbare geluidbelasting van 55 dB(A). Voor deze categorie woningen is een hogere waarde mogelijk tot maximaal 60 dB(A). Ten tijde van het vaststellen van de geluidzone van Haven Stein was ter plaatse van Havenstraat 34-36 al sprake van (bedrijf)woningen. De maximaal te verlenen hogere waarde vanwege het geluid van zowel industrieterrein Haven Stein als Chemelot bedraagt daarom 60 dB(A). 2.3
Milieuaspecten
Als gevolg van de activiteiten binnen bedrijven kunnen diverse emissies of invloeden buiten de inrichtingsgrenzen reiken. De navolgende milieuaspecten zijn hierbij relevant: - geluidemissies (langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT, maximaal geluidniveau LAmax en indirecte geluidhinder LAeq); - luchtemissies (geur, stof en vluchtige stoffen); - externe veiligheidsrisico’s (opslag van gevaarlijke stoffen en propaantanks); - overige aspecten zoals licht- en trillingshinder.
2.4
Bescherming van gevoelige objecten
De milieuvoorschriften die gelden voor de bedrijven hebben onder ander tot doel om gevoelige objecten in de nabijheid van deze bedrijven te beschermen tegen deze milieuaspecten. Woningen zijn aangemerkt als gevoelige objecten die bescherming toekomen. Daarnaast
6
beschermt de bijzondere systematiek van de Wet geluidhinder middels een geluidzone rond industrieterrein Haven de aanwezige bedrijven tegen ‘oprukkende’ woningbouw. Wanneer een nieuwe woning nabij een bestaand bedrijf en binnen de geluidzone van het industrieterrein wordt gerealiseerd, kan deze woning inbreuk maken op de vergunde milieurechten van dit bedrijf. In onderhavig geval is geen sprake van de fysieke realisatie van een nieuwe woning; de woningen aan de Havenstraat 34-36 zijn inmiddels bestaande woningen die nu alsnog wordt herbestemd buiten het industrieterrein Haven Stein en daarmee planologisch worden gelegaliseerd Woningen op een gezoneerd industrieterrein kunnen planologisch eigenlijk niet bestaan en mogen ook geen belemmering vormen voor de bedrijven op het industrieterrein. Een woning buiten het industrieterrein geniet een hoger beschermingsniveau dan een woning op het industrieterrein. 2.5
Beoordeling inbreuk milieurechten omliggende bedrijven
Zoals voorgaande reeds vermeld geniet een woning buiten een gezoneerd industrieterrein een hogere bescherming dan een woning op het industrieterrein. De woningen zijn buiten het gezoneerd industrieterrein gelegen, daarom wordt een bepaald beschermingsniveau aan de woningen toegekend. De herbestemming mag dan ook géén inbreuk plegen op de vergunde milieurechten van de omliggende bedrijven en de ruimte die de geluidzone bevat voor eventuele uitbreiding (maximaal planologische situatie). De woningen aan de Havenstraat 34-36 zijn momenteel niet verbonden aan een bedrijf dat onderdeel uitmaakt van het industrieterrein Haven Stein. In de omgevingsvergunningen (voorheen milieuvergunningen) van bedrijven in de directe omgeving van de woningen, zijn de woningen dan ook niet aangemerkt als een te beschermen object. Door de herbestemming wordt de woningen een regulier gevoelig object dat beschermd dient te worden tegen de milieuinvloed van deze bedrijven. Deze herbestemming kan dan ook mogelijk inbreuk plegen op de vergunde milieurechten van het bedrijf. Onderstaand wordt per milieuaspect beschouwd of de herbestemming een belemmering vormt. Geluid Het bedrijf L’Ortye is de dichtst bij de woningen gelegen inrichting. Het bedrijf is gelegen op het gezoneerde industrieterrein. In de vigerende milieuvergunning van het bedrijf (kenmerk CC 10307, d.d.
5 september 2000) zijn geluidnormen opgenomen ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving: I
GELUID:
1. Het equivalente geluidniveau (LAeq) veroorzaakt door de inrichting mag, ter plaatse van de immissiepunten zoals aangegeven in de figuur 1 , op een hoogte van 5 meter, niet meer bedragen dan in onderstaande tabel is aangegeven:
7
tot 3 jaar na het van kracht worden van de vergunning Immissiepunt
Equivalente geluidniveau [dB(A)] Dag
Avond
Nacht
1
54
46
40
2
50
44
33
3
56
46
38
4
59
52
44
5
59
53
44
6
49
37
33
na 3 jaar na het van kracht worden van de vergunning Immissiepunt
Equivalente geluidniveau [dB(A)] Dag
Avond
Nacht
1
54
46
40
2
50
44
33
3
56
44
38
4
52
43
34
5
53
48
40
6
49
36
33
2. Het maximale geluidsniveau Lmax mag tot 3 jaar na het van kracht worden van de vergunning, gemeten in de meterstand 'fast', ter plaatse van enige woning niet hoger zijn dan: 75 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur; 65 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur; 65 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur. Het maximale geluidsniveau Lmax mag na 3 jaar na het van kracht worden van de vergunning, gemeten in de meterstand 'fast', ter plaatse van enige woning niet hoger zijn dan: 70 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur; 65 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur; 60 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur. 3. Geluidmetingen en/of -berekeningen alsmede de beoordeling van de resultaten moeten geschieden overeenkomstig de handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999. 4. 3 jaar na het van kracht worden van de vergunning moet in overleg met en onder goedkeuring van de Directeur een rapport worden overgelegd waaruit blijkt of aan het gestelde in voorschrift 1 wordt voldaan.
De ligging van de immissiepunten 1 tot en met 6 is weergegeven in navolgende figuur 2.1.
8
Figuur 2.1: situering immissiepunten en woningen Havenstraat 34-36
Rood omcirkeld: immissiepunten 1 tot en met 6 Blauw omcirkeld: woning Havenstraat 34-36
De immissiepunten 3 en 4 zijn aan weerszijde van de woningen Havenstraat 34-36. Er is geen immissiepunt opgenomen ter plaatse van deze woningen. Overwogen dient te worden dat ter plaatse van de woningen (geluidgevoelig object) een vergunbare geluidbelasting ten gevolge van het bedrijf L’Ortye optreedt. Uit het door de RUD Zuid Limburg beheerde actuele zonebewakingsmodel blijkt dat het bedrijf L’Ortye ter plaatse van de woningen Havenstraat 3436 een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (dit is gelijk aan het ten tijde van vergunningverlening opgenomen equivalent geluidniveau) wordt berekend van ten hoogste 58 dB(A) in de dag-, 47 dB(A) in de avond- en 41 dB(A) in de nachtperiode (58 dB(A) etmaalwaarde). In de considerans bij de vigerende milieuvergunning van L’Ortye is de geluidbelasting enkel getoetst aan de zone en de vastgestelde hogere waarden ter plaatse van woningen (MTG’s). Derhalve is geen sprake van een directe inperking van de vergunningvoorschriften van L ‘Ortye. Ook is de geluidbelasting vergunbaar mits in de woning een binnenniveau van 35 dB(A) etmaalwaarde gegarandeerd wordt. Dit wordt behaald indien de geluidwering van de gevel minimaal 24 dB(A) bedraagt. Op basis van het uitgevoerde onderzoek naar de geluidisolatie van de uitwendige scheidingsconstructie kan hiervan worden uitgegaan. Momenteel is een nieuwe omgevingsvergunning voor L’Ortye in voorbereiding.
De aangevraagde geluidniveaus volgen uit rapport 20201180-R02 d.d. 11 september 2020 van Volantis. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau conform de aanvraag bedraagt ten hoogste 57 dB(A) in de dag-, 48 dB(A) in de avond- en 39 dB(A) in de nachtperiode (57 dB(A) etmaalwaarde).
9
De woningen Havenstraat 34-36 zijn momenteel gesitueerd op het bedrijventerrein Haven Stein. Door de woningen buiten het bedrijventerrein te bestemmen, maken deze geen onderdeel meer uit van het bedrijventerrein. De woningen komen daarmee te liggen in de zone; dit is het gebied tussen het industrieterrein en de vastgestelde 50 dB(A)-zonegrens. Voor de woningen dient daarom een hogere waarde (MTG) vastgesteld te worden, hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). De hogere waarde dient vastgesteld te worden door de zonebeheerder, de RUD Zuid Limburg. Maximale geluidniveaus Voor de woningen Havenstraat 34-36 wordt voor de dagperiode een toetswaarde van het maximale geluidniveau LAmax van 75 dB(A) aangevraagd. Met name door de activiteiten van L’Ortye in de nabijheid van de woningen Havenstraat 34-36, ondanks dat het geluidscherm tussen de woningen en het bedrijf met 1,6 meter verhoogd wordt, is deze hoge toetswaarde van 75 dB(A) noodzakelijk en vergunbaar. Voor de avond- en nachtperiode wordt voldaan aan de maximale waarde van 65 dB(A) voor de avondperiode en 60 dB(A) voor de nachtperiode. Luchtkwaliteit
In de milieuvergunning zijn enkel eisen opgenomen om overlast door stuifgevoelige stoffen te voorkomen. De emissie ter plaatse van het emissiepunt moet voldoen aan de gestelde normen. De afstand van een emissiepunt tot aan een gevoelig object is hierbij niet relevant. De herbestemming van de woningen vormt dan ook geen belemmering ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. Externe veiligheid bedrijven
Voor het bedrijf L ‘Ortye zijn voor het aspect externe veiligheid gedragsvoorschriften opgenomen ten aanzien van de opslag van gevaarlijke stoffen. Er is geen sprake van te respecteren afstanden die reiken tot buiten de bedrijfsgebouwen. De herbestemming van de woningen vormt dan ook geen belemmering voor het bedrijf ten aanzien van externe veiligheid. Trillingen en lichthinder
In de milieuvergunning zijn geen specifieke eisen opgenomen ten aanzien van trillingen en lichthinder. De herbestemming van de woningen vormt dan ook geen belemmering voor het bedrijf ten aanzien van deze milieuaspecten.
10
GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING Wanneer een bestemmingsplan wordt herzien dient dit te voldoen aan een zogenaamde goede ruimtelijke ordening. Een goede ruimtelijke ordening houdt onder andere het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten in. Functiescheiding en milieuzonering zijn hierbij leidende begrippen.
3.1
VNG-handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”
De VNG-handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” (versie 2009) geeft op systematische wijze informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala aan bedrijfsactiviteiten. De handreiking is oorspronkelijk bedoeld als hulpmiddel bij de ruimtelijke planvorming. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vloeit voort dat de handreiking als hulpmiddel erkend is.
3.1.1. Werking handreiking op hoofdlijnen In de handreiking zijn bedrijven en bedrijfsactiviteiten ingedeeld in typen (milieubelastende) bedrijvigheid, gerangschikt naar SBI-code. Dit betekent dat er is gestandaardiseerd en dat is uitgegaan van gemiddelde situaties. De hieruit voortvloeiende richtafstanden (10 – 1.500 meter) geven een indicatie van de te verwachten milieubelasting. Deze milieubelasting dient vervolgens te worden afgezet tegen de belasting waarvan in de omgeving al sprake is. Ook dit is gestandaardiseerd, in dit geval in twee omgevingstypen: “rustige woonwijk/rustig buitengebied” en “gemengd gebied”. Samengevat dient men als volgt te werk te gaan: 1. bedrijf(activiteit) indelen in een SBI-code; 2. de hoogste bij de SBI-code behorende richtafstand is bepalend; 3. bepalen van welke omgevingstype er sprake is; 4. de richtafstand met 1 stap verlagen indien sprake is van type “gemengd gebied”.
3.1.2. Typering gebied In een intensief gebruikt gebied met veel functies en ‘bedrijvigheid’ wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. Dit heeft (onder andere) te maken met acceptatie, gewenning en achtergrondbelasting (/-hinder). De VNGhandreiking hanteert voor de omgevingstypen de volgende omschrijving: 1. “rustige woonwijk en rustig buitengebied” “Een rustige woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.”
11
2. “gemengd gebied” “Een gemengd gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” Bij het bepalen van de van toepassing zijnde omgevingstype moet niet gekeken worden naar de locatie zelf maar naar het (soort) gebied waarin de locatie ligt. De her te bestemmen woningen zijn gelegen aan de rand van het industrieterrein Haven Stein. Op het industrieterrein zijn conform het vigerende bestemmingsplan (bp havens Stein, vastgesteld 25 april 2013) enkel reeds bestaande bedrijven toegestaan en ter plaatse van de aanduiding “haven”: het op- en overslaan van zowel losgestorte bulk- als van stukgoederen en afvalstoffen in de ruimste zin en et uitvoeren van Value Added Logistics op zowel losgestorte bulk- als stukgoederen en afvalstoffen. Gelet op de omliggende bedrijvigheid kan het gebied waarin de woning is gelegen worden getypeerd als een gemengd gebied.
3.1.3. Richtafstanden De richtafstanden van zowel een ‘rustige woonwijk’ als van ‘gemengd gebied’ zijn in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1: Richtafstanden en omgevingstype
Milieucategorie
Richtafstand tot omgevingstype “rustige woonwijk en rustig
“gemengd gebied”
buitengebied”
1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Omdat in het bestemmingsplan geen milieucategorie is opgenomen, enkel de aanduiding “haven” is niet direct een richtafstand vast te stellen. Echter haven gebonden activiteiten komen eerder overeen met een zwaardere milieucategorie en dus met een grotere richtafstand. Met opmaak: Regelafstand: Minimaal 14 pt
12
3.2
Beoordeling inbreuk planologische rechten omliggende bedrijven
Het ligt voor de hand dat de richtafstand (paragraaf 3.1.3) reikt tot over de woningen Havenstraat 34-36. De bedrijvigheid grenst immers direct aan de bestaande bebouwing van de woningen. Overige (bestaande) woningen zijn echter ook reeds aanwezig in de directe nabijheid van het industrieterrein. Deze bestaande woningen leggen reeds een beperking op aan de invulling van het industrieterrein. De herbestemming van de woningen Havenstraat 34-36 vormt, uitgaande van deze bestaande woningen, hierbij geen extra belemmering. De herbestemming van de woningen veroorzaakt dan ook geen inbreuk op de planologische rechten van de omliggende bedrijven.
3.3
Beoordeling goed woon- en leefklimaat
De beoordeling van het woon- en leefklimaat heeft in onderhavig geval uitsluitend betrekking op het aspect geluid: bij een bedrijfswoning kan worden verondersteld dat de bewoner de geluidbelasting van het eigen bedrijf minder hinderlijk ervaart in vergelijking met een burger die geen binding heeft met het bedrijf. In onderhavig geval is in de bestaande situatie echter reeds sprake van een burgerwoning. Door de herbestemming van de woningen, verandert de situatie voor de bewoners niet; ook in de toekomstige situatie is sprake van burgerwoningen. Met dien verstande dat zij voor de toekomst een duidelijk beeld hebben van de aan hen toekomende (geluid-) rechten. Bij de herbestemming wordt de grens van het industrieterrein Haven Stein verlegd en komen de woningen binnen de vastgestelde zone van het ingevolge de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterrein te liggen. De ligging van de oorspronkelijke zone ten opzichte van het plangebied is in navolgende figuur 3.1 weergegeven. Figuur 3.1: Geluidzone
13
De afstand van het plan tot de (nieuwe) grens van het gezoneerde industrieterrein bedraagt circa 10 meter. De afstand van het plangebied tot het akoestisch middelpunt van het gezoneerde industrieterrein bedraagt circa 350 meter. 3.4
Bepaling geluidbelasting
Door de RUD Zuid-Limburg is het actuele zonebewakingsmodel verstrekt. De rekenpunten ter plaatse van de woningen Havenstraat 34-36 zijn in navolgende figuur weergegeven. Figuur 3.2: Rekenpunten
Haven Stein BV (L’Ortye) Door de RUD Zuid-Limburg is het zonebewakingsmodel met daarin de opgenomen bronnen voor het bedrijf Haven Stein BV (L’Ortye) verstrekt. Hieruit blijkt dat de geluidbelasting ter plaatse van de woningen ten hoogste 57 dB(A) in de dag-, 48 dB(A) in de avond en 39 dB(A) in de nachtperiode bedraagt. Gezoneerd industrieterrein Haven Stein Uit het door de RUD Zuid-Limburg aangereikte actuele zonebewakingsmodel blijkt dat ter plaatse van de woningen Havenstraat 34-36 ten hoogste een geluidbelasting wordt berekend van 58 (57,53) dB(A) in de dag-, 49 (49,32) dB(A) in de avond en 42 (42,19) dB(A) in de nachtperiode. Dit komt overeen met de geluidbelasting ten gevolge van het bedrijf Haven Stein BV (L’Ortye). Dit bedrijf is dan ook het meest maatgevend voor de geluidbelasting ter plaatse van onderhavige woningen. Gezoneerd industrieterrein Chemelot De woningen Havenstraat 34-36 zijn eveneens gelegen binnen de zone van het industrieterrein Chemelot. Door de RUD Zuid-Limburg is de geluidbelasting ter plaatse van de woningen ten gevolge van dit industrieterrein bepaald. De geluidbelasting bedraagt 51 dB(A).
14
3.5
Toekomstige ontwikkelingen en zone Hanven Stein
Omdat de beschikbare ruimte binnen de krachtens de Wet geluidhinder vastgestelde zone nog niet volledig opgevuld is (er dient immers uitgegaan te worden van de maximaal planologische situatie) en om te voorkomen dat de nu vast te stellen hogere waarde onnodig belemmerend werkt voor de beschikbare geluidruimte binnen de zone, wordt voor alle rekenpunten ter plaatse van de woningen Havenstraat 34-36 een 1 dB hogere waarde vastgesteld. Ter plaatse van het rekenpunt met de hoogste geluidbelasting bedraagt de vast te stellen waarde derhalve 59 dB. 3.6
Binnenwaarden
Door Bureau Geluid is een onderzoek naar de geluidwering van de gevel van onderhavige woningen uitgevoerd. Om een voldoende akoestisch woon- en leefklimaat in de woningen te waarborgen dient het binnenniveau niet meer dan 35 dB(A) te bedragen. Bij een geluidbelasting van ten hoogste 59 dB(A) dient de geluidwering derhalve 24 dB te zijn. Uit het uitgevoerd onderzoek naar de geluidwering blijkt dat bij alle woningen een geluidwering van minimaal 21 dB wordt behaald. De laagste geluidwering (21 dB) is bepaald bij de woning Havenstraat 34. Hier bedraagt de vast te stellen hogere waarde 55 dB(A). Voor alle overige woningen wordt met de aanwezige gevelgeluidwering van minimaal 24 dB de grenswaarde van 35 dB(A) binnen de woning gerespecteerd en daarmee is er ook inpandig sprake van een goed woon- en leefklimaat voor het onderdeel geluid. Ten aanzien van de maximale geluidniveaus wordt een binnenwaarde van LAmax = 55 dB(A) geadviseerd. Uitgaande van een maximale waarde van 75 dB(A) gedurende de dagperiode zal met de minimaal vastgestelde gevelgeluidwering van 21 dB de binnenwaarde van maximaal 55 dB(A) worden gerespecteerd.
15
AAN TE VRAGEN HOGERE WAARDEN In onderstaande tabel 4.1 zijn voor de woningen Havenstraat 34-36 de aan te vragen hogere waarden weergegeven, inclusief 1 dB extra ten behoeve van de toekomstige ontwikkelingen. Tabel 4.1: Hogere waarden langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT in dB(A). Hogere Naam Punt Adres Hogere Waarde geluidgevoelige waarde Chemelot bestemming Haven Stein [dB(A)] [dB(A)] Woning
Zone 24 D_A
Havenstraat 34
55
Woning
Zone 24 D_B
Havenstraat 34B
57
--
Woning
Zone 24 C+M+N
Havenstraat 34C
55
--
Woning
Zone 24
Havenstraat 36A
56
51
Havenstraat 36B
59*
51*
--
E_A+F_A+G_A+H_A Woning
Zone 24 E_B+F_B+G_B+H_B
Woning
Zone 24 J+K+L
Havenstraat 36C
55
--
Woning
Zone 24 A+B+I+O
Havenstraat 36D
55
--
* De hoogst berekende waarden van het industrieterrein Haven Stein en Chemelot treden op ter plaatse van verschillende gevels. De gecumuleerde waarde zal nooit meer dan 59 dB(A) bedragen.
Voor alle woningen Havenstraat 34-36 zal een hogere waarde voor de maximale geluidniveaus LAmax = 75 dB(A) worden aangevraagd.
CONCLUSIE Ten behoeve van de herbestemming van de woningen Havenstraat 34-36 zijn de milieuhygiënische randvoorwaarden als gevolg van de aanwezige inrichtingen rondom het plangebied in kaart gebracht. Op basis van de beoordeling van de aanwezige bedrijven in de omgeving kan worden geconcludeerd dat zowel de vergunde milieurechten als de planologische rechten van de omliggende bedrijven niet worden aangetast door de herbestemming. Het woon- en leefklimaat van de woningen Havenstraat 34-36 wordt met name bepaald door het aspect geluid ten gevolge van het gezoneerde industrieterrein Haven Stein. De geluidbelasting bedraagt 59 dB(A) etmaalwaarde. Voor deze waarde kan het bevoegde gezaq een hogere waarde (MTG) vaststellen. Voor de maximale geluidniveaus LAmax ter plaatse van de woningen Havenstraat 34-36 wordt een maximale waarde van 75 dB(A) berekend. Er is voor onderhavige situatie sprake van een goede ruimtelijke ordening.
16
Bijlage I Rekenresultaten
17
Bijlage II Gevelwering onderzoek
1
Bijlage 2 Bijlage I bij akoestisch onderzoek: Rekenresultaten
bestemmingsplan Havenstraat 34-36 Stein
25
Naam
Omschrijving
LAr,LT [dB(A)] Dag
Avond
Nacht
Zone 24A_A
Havenstraat 36D
45,16
39,01
31,85
Zone 24B_A
Havenstraat 36D
47,85
41,08
34,23
Zone 24C_A
Havenstraat 34C
46,23
42,09
34,66
Zone 24D_A
Havenstraat 34
50,76
46,44
40,35
Zone 24D_B
Havenstraat 34B
56,24
48,61
42,05
Zone 24E_A
Havenstraat 36A
53,04
46,72
40,88
Zone 24E_B
Havenstraat 36B
57,53
49,32
42,02
Zone 24F_A
Havenstraat 36A
54,36
47,87
40,99
Zone 24F_B
Havenstraat 36B
57,10
49,30
41,86
Zone 24G_A
Havenstraat 36A
54,59
46,41
37,60
Zone 24G_B
Havenstraat 36B
55,98
47,90
38,74
Zone 24H_A
Havenstraat 36A
52,78
45,68
37,48
Zone 24H_B
Havenstraat 36B
54,43
46,94
38,77
Zone 24I_A
Havenstraat 36D
52,76
47,25
40,79
Zone 24J_A
Havenstraat 36C
52,57
47,20
40,73
Zone 24K_A
Havenstraat 36C
51,28
47,04
40,81
Zone 24L_A
Havenstraat 36C
52,24
47,54
42,19
Zone 24M_A
Havenstraat 34C
50,97
47,49
40,92
Zone 24N_A
Havenstraat 34C
51,06
47,06
40,50
Zone 24O_A
Havenstraat 36D
51,78
46,48
40,40
Bijlage 3 Bijlage II bij akoestisch onderzoek: Gevelweringonderzoek
bestemmingsplan Havenstraat 34-36 Stein
27