2. Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden.pdf
Tekst van het document
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. b.
artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.
Artikel 59 1.
2.
3.
4.
Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater
Een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie. De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft. Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput. Bij maatwerkvoorschrift kan worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of dat systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b.
als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
29
Artikel 60 1.
2.
3.
Aansluiting op distributienet voor warmte
Een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden is aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van het indienen van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.
Paragraaf 5.4.3 Artikel 61 1. 2.
3.
2.
3.
Bluswatervoorziening
Een bouwwerk heeft een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist. De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of als deze niet aanwezig is een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m. De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.
Artikel 62 1.
Bereikbaarheid voor hulpdiensten
Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten
Tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen ligt een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m² en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m², bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m² ; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m² , bepaald volgens NEN 6090; d. d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist. Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg: a. een breedte van ten minste 4,5 m; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m, die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram;
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
30
4. 5.
c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en d. een doeltreffende afwatering. Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
Artikel 63 1.
2.
3.
4. 5.
Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen
Bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zijn zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd. Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m² en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m² , bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m²; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m², bepaald volgens NEN 6090; of d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist. De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m. Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 22.14, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen. Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
Paragraaf 5.4.4 Artikel 64
Gebruik van bouwwerken
Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.
Artikel 65 1.
2.
Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk
Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren. Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
31
c. 3.
het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken als bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
32
Afdeling 5.5
Slopen van bouwwerken
Paragraaf 5.5.1
Slopen van een bouwwerk in een waardevol gezicht
Artikel 66
Aanwijzing activiteiten
Deze paragraaf is van toepassing op het slopen van bouwwerken ter plaatse van het werkingsgebied 'waardevol gezicht'.
Artikel 67
Oogmerken
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. b.
cultuurhistorische waarden; bouwhistorische waarden.
Artikel 68 gezicht
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen slopen van een bouwwerk in een waardevol
Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van het werkingsgebied 'waardevol gezicht' een bouwwerk geheel of gedeeltelijk te slopen, anders dan onderdelen waarvan vervanging vanuit het oogpunt van onderhoud noodzakelijk is.
Artikel 69
Algemene regels slopen van een bouwwerk in een waardevol gezicht
Het verbod als bedoeld in Artikel 67 geldt niet voor sloopwerkzaamheden die: a. b.
die reeds in uitvoering zijn ten tijde van het in werking treden van Artikel 67; mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning.
Artikel 70
Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
[gereserveerd]
Artikel 71
Beoordelingsregels slopen in een waardevol gezicht
De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 67 wordt alleen verleend indien: a. b. c.
d.
de karakteristieke c.q. waardevolle hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld; de karakteristieke c.q. waardevolle hoofdvorm in redelijkheid niet te handhaven is; het delen van een gebouw of bijbehorende bouwwerken betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek c.q. waardevol zijn aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke c.q. waardevolle hoofdvorm plaatsvindt; er een omgevingsvergunning voor vervangende nieuwbouw of herinrichting van de vrijkomende gronden kan worden verleend en voldoende is aangetoond dat de vergunde werkzaamheden binnen een termijn van vijf jaar na verlening van de omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk gerealiseerd
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
33
zullen zijn.
Artikel 72
Maatwerk- en vergunningvoorschriften
Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 67 kunnen voorschriften worden verbonden met het oog op het beschermen van de waarden als genoemd in Artikel 70.
Artikel 73
Advies
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 67 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275.
Paragraaf 5.5.2 Artikel 74
Slopen van een historisch gebouw
Aanwijzing activiteiten
Deze paragraaf is van toepassing op het slopen van een gebouw ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch gebouw'.
Artikel 75
Oogmerken
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. b.
cultuurhistorische waarden; bouwhistorische waarden.
Artikel 76
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen slopen van een historisch gebouw
Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch gebouw' een bouwwerk geheel of gedeeltelijk te slopen, anders dan onderdelen waarvan vervanging vanuit het oogpunt van onderhoud noodzakelijk is.
Artikel 77
Algemene regels slopen van een historisch gebouw
Het verbod als bedoeld in Artikel 75 geldt niet voor sloopwerkzaamheden die: a. b.
die reeds in uitvoering zijn ten tijde van het in werking treden van Artikel 75; mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning.
Artikel 78
Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
[gereserveerd]
Artikel 79
Beoordelingsregels slopen van een historisch gebouw
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
34
De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 75 wordt alleen verleend indien: a. b. c.
d.
de karakteristieke c.q. waardevolle hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld; de karakteristieke c.q. waardevolle hoofdvorm in redelijkheid niet te handhaven is; het delen van een gebouw of bijbehorende bouwwerken betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek c.q. waardevol zijn aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke c.q. waardevolle hoofdvorm plaatsvindt; er een omgevingsvergunning voor vervangende nieuwbouw of herinrichting van de vrijkomende gronden kan worden verleend en voldoende is aangetoond dat de vergunde werkzaamheden binnen een termijn van vijf jaar na verlening van de omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk gerealiseerd zullen zijn.
Artikel 80
Maatwerk- en vergunningvoorschriften
Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 75 kunnen voorschriften worden verbonden met het oog op het beschermen van de waarden als genoemd in Artikel 78.
Artikel 81
Advies
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 75 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275.
Paragraaf 5.5.3 Artikel 82
Slopen van een gebouw met een bouwhistorische verwachting
Aanwijzing activiteiten
Deze paragraaf is van toepassing op het slopen van een gebouw ter plaatse van het werkingsgebied 'bouwhistorische verwachting'.
Artikel 83
Oogmerken
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. b.
cultuurhistorische waarden; bouwhistorische waarden.
Artikel 84 verwachting
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen slopen van een gebouw met een bouwhistorische
Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van het werkingsgebied 'bouwhistorische verwachting' een gebouw geheel of gedeeltelijk te slopen, anders dan onderdelen waarvan vervanging vanuit het oogpunt van onderhoud noodzakelijk is.
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
35
Artikel 85
Algemene regels slopen van een gebouw met een bouwhistorische verwachting
Het verbod als bedoeld in Artikel 83 geldt niet voor sloopwerkzaamheden die: a. b.
die reeds in uitvoering zijn ten tijde van het in werking treden van Artikel 83; mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning.
Artikel 86 a. b.
Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
(....) een inventarisatie van bouwhistorische waarden van het betreffende gebouw, uitgevoerd door een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige.
Artikel 87
Beoordelingsregels slopen van een gebouw met een bouwhistorische verwachting
De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 83 wordt alleen verleend indien: a. b. c.
d.
e.
de karakteristieke c.q. waardevolle hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld; de karakteristieke c.q. waardevolle hoofdvorm in redelijkheid niet te handhaven is; het delen van een gebouw of bijbehorende bouwwerken betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek c.q. waardevol zijn aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke c.q. waardevolle hoofdvorm plaatsvindt; er een omgevingsvergunning voor vervangende nieuwbouw of herinrichting van de vrijkomende gronden kan worden verleend en voldoende is aangetoond dat de vergunde werkzaamheden binnen een termijn van vijf jaar na verlening van de omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk gerealiseerd zullen zijn. Indien uit de inventarisatie als bedoeld in Artikel 85 blijkt dat muren, (vakwerk)wanden, kelders, balklagen en kapconstructies met bouwhistorische waarden aanwezig zijn, dan moeten deze behouden blijven, tenzij uit het advies als bedoeld in Artikel 88 blijkt dat sloop met het oog op herbestemming nodig is en de bouwhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast.
Artikel 88
Maatwerk- en vergunningvoorschriften
Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 83 kunnen voorschriften worden verbonden met het oog op het beschermen van de waarden als genoemd in Artikel 86.
Artikel 89
Advies
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 83 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275.
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
36
Afdeling 5.6
Activiteiten met betrekking tot open erven en terreinen
Paragraaf 5.6.1
Algemeen
Artikel 90
Aanwijzing activiteiten
Deze afdeling is van toepassing op activiteiten op erven en terrein nabij bouwwerken.
Artikel 91
Oogmerken
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. b. c.
het waarborgen van de veiligheid; het beschermen van de gezondheid; en het voorkomen van hinder en overlast.
Artikel 92 1. 2.
Maatwerkvoorschriften
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over deze afdeling, met uitzondering van [gereserveerd]. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in deze afdeling.
Paragraaf 5.6.2 Artikel 93 1. 2.
3.
4. 5.
Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken
Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken
Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in navolgende tabel aanwezig. Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in navolgende tabel aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: I. de verpakking tegen normale behandeling bestand is; II. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en III. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.
Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend. In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
37
oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoorten op zodanige wijze worden opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.
Paragraaf 5.6.3 Artikel 94 1.
Staat en gebruik van open erven en terreinen
Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen
De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
38
2.
3.
Degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren. Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud van het open erf of terrein waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt.
Artikel 95
Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.
Artikel 96 gebouwen
Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
Artikel 97 1.
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
Het is verboden om - anders dan toegelaten in het kader van ter plaatse uitgeoefende activiteiten en de daarvoor op grond van dit omgevingsplan geldende regels - in de openlucht of buiten de openbare weg, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor eencommercieel doel; d. mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
39
Afdeling 5.7
Activiteiten met milieugebruiksruimte
Paragraaf 5.7.1
Algemeen
Artikel 98
Aanwijzing activiteiten
Deze afdeling gaat over activiteiten met milieugebruiksruimte, met uitzondering van a. b.
(gereserveerd) (...)
Artikel 99
Oogmerken
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. b. c.
een goed woon- en leefklimaat; de gezondheid; het milieu, waaronder begrepen: 1. het beschermen tegen milieuverontreiniging; 2. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 3. het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; 4. een doelmatig beheer van afvalstoffen; 5. het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder; 6. het beperken van de kans op en het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige 7. gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet; 8. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; 9. het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; en 10. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.
Artikel 100 1.
Specifieke zorgplicht
De specifieke zorgplicht, bedoeld in Artikel 11, houdt voor activiteiten met gebruiksruimte in ieder
geval in dat: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; de beste beschikbare technieken worden toegepast; geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet; afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd; metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd; voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
40
2.
3.
j. afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit. De specifieke zorgplicht houdt ook in dat: a. de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt; b. beslag op gebruiksruimte buiten de locatie waar de activiteit wordt verricht, onder meer door zichtbare stofverspreiding, zo veel mogelijk wordt voorkomen of beperkt; c. buitenverlichting op de locatie van de activiteit is beperkt tot het noodzakelijke voor het verrichten van de nodige werkzaamheden op die locatie, de bewaking of de beveiliging; en d. verlichting zodanig is opgesteld en ingericht en de lampen zodanig zijn afgeschermd, dat hinderlijke lichtstraling voor de omgeving zo veel mogelijk wordt voorkomen of beperkt. Het eerste lid geldt niet voor een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
41
Afdeling 5.8
Wonen
Paragraaf 5.8.1
Algemeen
Artikel 101
Aanwijzing activiteiten
Deze afdeling gaat over wonen en bij het wonen behorende ondergeschikte activiteiten.
Artikel 102
Oogmerken
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. b. c.
een goed woon- en leefklimaat; de gezondheid. (...)
Artikel 103 1. 2. 3.
4.
5.
Algemene regels over wonen
wonen is toegestaan binnen wonen. In één woning woont slechts één huishouden. Voor de toepassing van deze regels geldt als één huishouden ook een huishouden dat mantelzorg verleent, waarbij de ontvanger van mantelzorg in de woning woont of in een gebouw dat bij de woning hoort. Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte. Het derde lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.
Paragraaf 5.8.2 Artikel 104
Wijzigen woningvoorraad
Aanwijzing activiteiten
Deze paragraaf gaat over het wijzigen van de woningvoorraad.
Artikel 105
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen wijzigen woningvoorraad
Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. b. c. d.
door het bouwen van een gebouw als bedoeld in Afdeling 5.3 een woning toe te voegen aan de woningvoorraad, voor zover het maximum aantal woningen als bedoeld in Artikel 29 wordt overschreden; een bestaand gebouw om te zetten of omgezet te houden in woonruimte; een woonruimte van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden ten behoeve van de huisvesting van meer dan twee personen; en een woonruimte te splitsen tot twee of meer woonruimten of in die verbouwde staat te houden.
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
42
Artikel 106
Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
[gereserveerd]
Artikel 107
Beoordelingsregel omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de woningvoorraad als bedoeld in Artikel 104 kan door het bevoegd gezag worden verleend indien: a.
(...)
Paragraaf 5.8.3 Artikel 108
Bij wonen behorende ondergeschikte activiteiten
Aanwijzing activiteiten
Deze paragraaf gaat over het uitoefenen van bij wonen behorende ondergeschikte activiteiten.
Artikel 109
Verboden activiteiten
De volgende activiteiten zijn verboden als (ondergeschikte) activiteit bij wonen: a. b. c.
activiteiten anders dan bedoeld in deze Paragraaf 5.8.3; milieubelastende activiteiten waarop het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is; (...)
Artikel 110 1.
2.
Meldingsplicht activiteiten
Het is verboden de volgende activiteiten te verrichten zonder dit ten minste 4 weken voor het begin ervan te melden: a. kinderopvang aan huis als bedoeld in Artikel 112; b. het uitoefenen van een ambachtelijk of consument verzorgend bedrijf aan huis als bedoeld in Artikel 113; c. het uitoefenen van een webshop aan huis als bedoeld in Artikel 114; d. een bed & breakfast als bedoeld in Artikel 115 De melding bevat de informatie die nodig is om te beoordelen of wordt voldaan aan de algemene regels, bedoeld onder 1, waarbij in ieder geval duidelijk leesbare situatietekeningen worden overgelegd, voorzien van maatvoering en schaalaanduiding.
Artikel 111
Vergunningplichtige activiteiten
[gereserveerd]
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
43
Artikel 112
Algemene regels uitoefenen van een beroep aan huis
Bij het uitoefenen van een beroep aan huis wordt voldaan aan de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g.
een beroep aan huis is toegestaan in een woning en in bijbehorende bouwwerken; degene die het beroep uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; maximaal 1/3 van de brutovloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt voor een beroep aan huis; de totale brutovloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken tezamen die wordt gebruikt voor een beroep aan huis mag per woning niet meer dan 40 m2 bedragen; er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van aan het beroep inherente en ondergeschikte detailhandel; het aantal verkeersbewegingen van bezoekers in verband met het beroep aan huis mag per dag niet meer bedragen dan 10; er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform Paragraaf 5.1.2.
Artikel 113
Algemene regels kinderopvang aan huis
Bij kinderopvang aan huis wordt voldaan aan de volgende regels: a. b. c. d. e.
kinderopvang is toegestaan in een woning en in bijbehorende bouwwerken; degene die de activiteiten uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; maximaal 1/3 van de brutovloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt voor kinderopvang; de totale brutovloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken tezamen die wordt gebruikt voor kinderopvang mag per woning niet meer dan 40 m 2 bedragen; er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform Paragraaf 5.1.2.
Artikel 114
Algemene regels uitoefenen ambachtelijk of consumentverzorgend bedrijf aan huis
Bij het uitoefenen van een ambachtelijk of consumentverzorgend bedrijf aan huis wordt voldaan aan de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. h.
een bedrijf aan huis is toegestaan in een woning en in bijbehorende bouwwerken. degene die het bedrijf uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; maximaal 1/3 van de brutovloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt voor een bedrijf aan huis; de totale brutovloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken tezamen die wordt gebruikt voor een bedrijf aan huis mag niet meer dan 40 m2 bedragen; er vindt geen buitenopslag of buitenstalling plaats; er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van ondergeschikte detailhandel in zelfgemaakte producten; het aantal verkeersbewegingen van bezoekers in verband met het bedrijf aan huis mag per dag niet meer bedragen dan 10; er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform Paragraaf 5.1.2.
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
44
Artikel 115
Algemene regels webshop aan huis
Bij het uitoefenen van een webshop aan huis wordt voldaan aan de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
een webshop aan huis is toegestaan in een woning en in bijbehorende bouwwerken. degene die de activiteiten uitoefent dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de totale brutovloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken tezamen die wordt gebruikt voor een bedrijf aan huis mag niet meer dan 40 m2 bedragen; er vindt geen buitenopslag of buitenstalling plaats; de producten mogen niet aan huis worden bezichtigd, getest, gepast, afgehaald, besteld of verkocht; het aantal verkeersbewegingen in verband met de webshopactiviteiten aan huis mag per dag niet meer bedragen dan 10.
Artikel 116
Algemene regels bed & breakfast
Bij bieden van bed & breakfast wordt voldaan aan de volgende regels: a. b. c. d. e.
de bed & breakfast wordt uitsluitend uitgeoefend in de woning of in bijbehorende bouwwerken; de woning heeft een minimale inhoud van 500 m3; er worden ten hoogste 4 slaapplaatsen aangeboden; er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform Paragraaf 5.1.2; de bed and breakfast is door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet geschikt is voor zelfstandige bewoning (een aparte kookgelegenheid bij de bed and breakfast is niet toegestaan).
Artikel 117
Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
[gereserveerd]
Artikel 118 1. 2.
Maatwerk- en vergunningvoorschriften
Maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften kunnen worden gesteld over Artikel 111 tot en met Artikel 115 Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van Artikel 111 tot en met Artikel 115 om te waarborgen dat: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; b. het gebruik geen ernstige of onevenredige hinder oplevert voor het woonmilieu en geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de omgeving. c. het gebruik niet leidt tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen.
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
45
Afdeling 5.9
Detailhandel
Paragraaf 5.9.1
Algemeen
Artikel 119
Aanwijzing activiteiten
Deze afdeling gaat over detailhandel en bij detailhandel behorende ondergeschikte activiteiten.
Artikel 120
Oogmerken
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. b. c. d.
een goed woon- en leefklimaat; een duurzaam voorzieningenniveau; de gezondheid; (...)
Artikel 121 1. 2. 3. 4. 5.
Detailhandel is toegestaan binnen detailhandel. Detailhandel in de vorm van een supermarkt is alleen toegestaan binnen supermarkt Detailhandel is uitsluitend toegestaan op de begane grond. In afwijking van het bepaalde onder 3 is detailhandel op de verdieping toegestaan binnen detailhandel op de verdieping tot maximaal 10% van de bedrijfsvloeroppervlakte. Binnen [werkingsgebied] mag de brutovloeroppervlakte aan detailhandel maximaal [xxx] m2 bedragen.
Artikel 122 1. 2.
Algemene regels over detailhandel
Algemene regels ondergeschikte detailhandel
Detailhandel als ondergeschikte activiteit in de vorm van een boerderijwinkel is toegestaan binnen ondergeschikte detailhandel. De winkelvloeroppervlakte mag maximaal [koppeling met maatvoering] m2 bedragen.
Artikel 123
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Lid 123.1
Detailhandel op een andere locatie of van een grotere oppervlakte
Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. b. c.
detailhandelsactiviteiten uit te oefenen op een andere locatie dan is toegestaan op basis van Artikel 120 tot en met Artikel 121; de op basis van Artikel 120 toegelaten brutovloeroppervlakte te overschrijden; detailhandel uit te oefenen in de vorm van een supermarkt op een andere locatie dan is toegestaan op basis van Artikel 120;
Lid 123.2
Detailhandel als ondergeschikte activiteit
Het is verboden zonder omgevingsvergunning detailhandelsactiviteiten uit te oefenen als ondergeschikte
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
46
activiteit anders dan toegestaan op basis van Artikel 120 tot en met Artikel 121.
Artikel 124
Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
[gereserveerd]
Artikel 125
Beoordelingsregels omgevingsvergunning
Lid 125.1
Detailhandel op een andere locatie of van een grotere oppervlakte
De omgevingsvergunning als bedoeld in 122.1 kan door het bevoegd gezag worden verleend indien: a.
b. c.
d. e. f. g.
aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving en de provinciale omgevingsverordening wordt aangetoond dat behoefte bestaat aan de ontwikkeling en wordt voorzien in: 1. zorgvuldig ruimtegebruik; 2. het tegengaan van leegstand; wordt aangetoond dat de ontwikkeling past binnen het ten tijde van het indienen van de aanvraag geldende regionaal en gemeentelijk ruimtelijk-economisch beleid. Indien het gaat om het uitoefenen van detailhandelsactiviteiten op een andere locatie dan is toegestaan op basis van Artikel 120 tot en met Artikel 121, de locatie is gelegen binnen concentratiegebied of dorpshart; wordt aangetoond dat de aciviteiten passen binnen de doelen als beschreven in Hoofdstuk 2, dan wel in ieder geval geen afbreuk doen aan het bereiken van die doelen; de activiteiten geen ernstige of onevenredige hinder opleveren voor het woonmilieu de activiteiten niet leiden tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen; er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform Paragraaf 5.1.2.
Lid 125.2
Detailhandel als ondergeschikte activiteit
De omgevingsvergunning als bedoeld in 122.2 kan door het bevoegd gezag worden verleend indien: a. b. c. d.
wordt aangetoond dat de aciviteiten passen binnen de doelen als beschreven in Hoofdstuk 2, dan wel in ieder geval geen afbreuk doen aan het bereiken van die doelen; de activiteiten zijn gerelateerd aan c.q. passend zijn bij de ter plaatse uitgeoefende hoofdactiviteit; de activiteiten geen ernstige of onevenredige hinder opleveren voor het woonmilieu; de activiteiten niet leiden tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen.
Artikel 126 1. 2.
Maatwerkvoorschriften
Maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over Artikel 120. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van Artikel 120
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
47
Afdeling 5.10
Horeca
Paragraaf 5.10.1
Algemeen
Artikel 127
Aanwijzing activiteiten
Deze afdeling gaat over horeca en bij horeca behorende ondergeschikte activiteiten.
Artikel 128
Oogmerken
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. b. c. d.
een goed woon- en leefklimaat; een duurzaam voorzieningenniveau; de gezondheid; (...)
Artikel 129 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Horeca van categorie 1 is toegestaan binnen horeca van categorie 1. Horeca van categorie 2 is toegestaan binnen horeca tot en met categorie 2. Horeca van categorie 3 is toegestaan binnen horeca tot en met categorie 3. Horeca van categorie 4 is toegestaan binnen horeca tot en met categorie 4. Horeca van categorie 5 is toegestaan binnen horeca tot en met categorie 5. Horeca is uitsluitend toegestaan op de begane grond. Binnen [werkingsgebied] mag de brutovloeroppervlakte aan horeca maximaal [xxx] m2 bedragen.
Artikel 130 1. 2.
Algemene regels horeca
Algemene regels ondergeschikte horeca
Horeca als ondergeschikte activiteit is toegestaan binnen ondergeschikte horeca. De brutovloeroppervlakte mag maximaal [koppeling met maatvoering] m2 bedragen.
Artikel 131
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. b. c.
horeca-activiteiten uit te oefenen op een andere locatie dan is toegestaan op basis van Artikel 129; ondergeschikte horeca-activiteiten uit te oefenen op een andere locatie dan is toegestaan op basis van Artikel 129; de op basis van Artikel 129 dan wel Artikel 130 toegelaten brutovloeroppervlakte te overschrijden;
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
48
Artikel 132
Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
[gereserveerd]
Artikel 133
Beoordelingsregel omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 131 kan door het bevoegd gezag worden verleend indien: a.
b. c. d.
e. f. g. h.
aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving en de provinciale omgevingsverordening wordt aangetoond dat behoefte bestaat aan de ontwikkeling en wordt voorzien in: 1. zorgvuldig ruimtegebruik; 2. het tegengaan van leegstand. wordt aangetoond dat de ontwikkeling past binnen het ten tijde van het indienen van de aanvraag geldende regionaal en gemeentelijk horecabeleid. Indien het gaat om het uitoefenen van horeca-activiteiten van categorie 3 of hoger op een andere locatie dan is toegestaan op basis van Artikel 129, de locatie is gelegen binnen concentratiegebied of dorpshart; Indien het gaat om het uitoefenen van horeca-activiteiten op een andere locatie dan is toegestaan op basis van Artikel 129 en de locatie is gelegen binnen woongebied, in aanvuling op de onderbouwing als bedoeld onder a wordt gemotiveerd waarom de activiteiten niet (kunnen) worden uitgeoefend binnen concentratiegebied, dorpshart of aanloopgebied; wordt aangetoond dat de aciviteiten passen binnen de doelen als beschreven in Hoofdstuk 2, dan wel in ieder geval geen afbreuk doen aan het bereiken van die doelen; de activiteiten geen ernstige of onevenredige hinder opleveren voor het woonmilieu de activiteiten niet leiden tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen; er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform
Paragraaf 5.1.2.
Artikel 134 1. 2.
Maatwerkvoorschriften
Maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over Artikel 129. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van Artikel 129
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
49
Afdeling 5.11
Dienstverlening
Paragraaf 5.11.1
Algemeen
Artikel 135
Aanwijzing activiteiten
Deze afdeling gaat over dienstverlening en de daarbij behorende ondergeschikte activiteiten.
Artikel 136
Oogmerken
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. b. c. d.
een goed woon- en leefklimaat; een duurzaam voorzieningenniveau; de gezondheid; (...)
Artikel 137 1. 2. 3.
Algemene regels dienstverlening en kantoren
Dienstverlening is toegestaan binnen dienstverlening. Voor publiek toegankelijke ruimten uitsluitend zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond. Binnen [werkingsgebied] mag de brutovloeroppervlakte aan dienstverlening maximaal [xxx] m2 bedragen.
Artikel 138
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. b.
dienstverleningsactiviteiten uit te oefenen op een andere locatie dan is toegestaan op basis van Artikel 137; de op basis van Artikel 137 toegelaten brutovloeroppervlakte te overschrijden.
Artikel 139
Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
[gereserveerd]
Artikel 140
Beoordelingsregel omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 138 kan door het bevoegd gezag worden verleend indien: a.
b.
aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving en de provinciale omgevingsverordening wordt aangetoond dat behoefte bestaat aan de ontwikkeling en wordt voorzien in: 1. zorgvuldig ruimtegebruik; 2. het tegengaan van leegstand. wordt aangetoond dat de ontwikkeling past binnen het ten tijde van het indienen van de aanvraag geldende regionaal en gemeentelijk ruimtelijk-economisch beleid.
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
50
c.
d. e. f. g.
Indien het gaat om het uitoefenen van activiteiten op een andere locatie dan is toegestaan op basis van Artikel 137 en de locatie is gelegen binnen woongebied, in aanvuling op de onderbouwing als bedoeld onder a wordt gemotiveerd waarom de activiteiten niet (kunnen) worden uitgeoefend binnen concentratiegebied, dorpshart of aanloopgebied; wordt aangetoond dat de aciviteiten passen binnen de doelen als beschreven in Hoofdstuk 2, dan wel in ieder geval geen afbreuk doen aan het bereiken van die doelen; de activiteiten geen ernstige of onevenredige hinder opleveren voor het woonmilieu; de activiteiten niet leiden tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen; er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform Paragraaf 5.1.2.
Artikel 141 1. 2.
Maatwerkvoorschriften
Maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over Artikel 137. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van Artikel 137
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
51
Afdeling 5.12
Kantoren
Paragraaf 5.12.1
Algemeen
Artikel 142
Aanwijzing activiteiten
Deze afdeling gaat over kantoren en de daarbij behorende ondergeschikte activiteiten.
Artikel 143
Oogmerken
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. b. c. d.
een goed woon- en leefklimaat; een duurzaam voorzieningenniveau; de gezondheid; (...)
Artikel 144 1. 2.
Algemene regels zelfstandige kantoren
Zelfstandige kantoren zijn toegestaan binnen kantoor. Binnen [werkingsgebied] mag de brutovloeroppervlakte aan zelfstandige kantoren maximaal [xxx] m2 bedragen.
Artikel 145
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. b. c.
zelfstandige kantooractiviteiten uit te oefenen op een andere locatie dan is toegestaan op basis van Artikel 144; zelfstandige kantooractiviteiten uit te oefenen op een andere locatie dan is toegestaan op basis van Artikel 144 de op basis van Artikel 144 toegelaten brutovloeroppervlakte te overschrijden.
Artikel 146
Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
[gereserveerd]
Artikel 147
Beoordelingsregel omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 145 kan door het bevoegd gezag worden verleend indien: a.
aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving en de provinciale omgevingsverordening wordt aangetoond dat behoefte bestaat aan de ontwikkeling en wordt voorzien in: 1. zorgvuldig ruimtegebruik; 2. het tegengaan van leegstand.
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
52
b. c. d. e. f.
wordt aangetoond dat de ontwikkeling past binnen het ten tijde van het indienen van de aanvraag geldende regionaal en gemeentelijk ruimtelijk-economisch beleid. wordt aangetoond dat de aciviteiten passen binnen de doelen als beschreven in Hoofdstuk 2, dan wel in ieder geval geen afbreuk doen aan het bereiken van die doelen; de activiteiten geen ernstige of onevenredige hinder opleveren voor het woonmilieu; de activiteiten niet leiden tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen; er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform Paragraaf 5.1.2.
Artikel 148 1. 2.
Maatwerkvoorschriften
Maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over Artikel 144. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van Artikel 144
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
53
Afdeling 5.13
Maatschappelijke doeleinden
Paragraaf 5.13.1
Algemeen
Artikel 149
Aanwijzing activiteiten
Deze afdeling gaat over maatschappelijke doeleinden en de daarbij behorende ondergeschikte activiteiten.
Artikel 150
Oogmerken
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. b. c. d.
een goed woon- en leefklimaat; een duurzaam voorzieningenniveau; de gezondheid; (...)
Artikel 151 1. 2.
Algemene regels maatschappelijke doeleinden
Maatschappelijke doeleinden zijn toegestaan binnen maatschappelijke doeleinden. Binnen [werkingsgebied] mag de brutovloeroppervlakte aan maatschappelijke doeleinden maximaal [xxx] m2 bedragen.
Artikel 152
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. b.
activiteiten ten behoeve van maatschappelijke doeleinden uit te oefenen op een andere locatie dan is toegestaan op basis van Artikel 151; de op basis van Artikel 151 toegelaten brutovloeroppervlakte te overschrijden.
Artikel 153
Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
[gereserveerd]
Artikel 154
Beoordelingsregel omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 152 kan door het bevoegd gezag worden verleend indien: a.
b.
aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving en de provinciale omgevingsverordening wordt aangetoond dat behoefte bestaat aan de ontwikkeling en wordt voorzien in: 1. zorgvuldig ruimtegebruik; 2. het tegengaan van leegstand. wordt aangetoond dat de ontwikkeling past binnen het ten tijde van het indienen van de aanvraag geldende regionaal en gemeentelijk ruimtelijk-economisch beleid.
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
54
c.
d. e. f. g.
Indien het gaat om het uitoefenen van activiteiten op een andere locatie dan is toegestaan op basis van Artikel 151 en de locatie is gelegen binnen woongebied, in aanvuling op de onderbouwing als bedoeld onder a wordt gemotiveerd waarom de activiteiten niet (kunnen) worden uitgeoefend binnen concentratiegebied, dorpshart of aanloopgebied; wordt aangetoond dat de aciviteiten passen binnen de doelen als beschreven in Hoofdstuk 2, dan wel in ieder geval geen afbreuk doen aan het bereiken van die doelen; de activiteiten geen ernstige of onevenredige hinder opleveren voor het woonmilieu; de activiteiten niet leiden tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen; er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform Paragraaf 5.1.2.
Artikel 155 1. 2.
Maatwerkvoorschriften
Maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over Artikel 151. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van Artikel 151
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
55
Afdeling 5.14
Bedrijfsmatige activiteiten met een beperkt effect
[gereserveerd]
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
56
Afdeling 5.15
Activiteiten met betrekking tot cultuurhistorisch erfgoed
Paragraaf 5.15.1
Algemeen
Artikel 156
Aanwijzing activiteiten
Deze afdeling gaat over activiteiten met gevolgen voor cultuurhistorisch erfgoed.
Artikel 157
Oogmerken
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van: a. b. c. d. e.
de archeologische waarden in de grond; cultuurhistorische waarden; bouwhistorische waarden; infrastructurele waarden (...)
Artikel 158
Specifieke zorgplicht
[gereserveerd]
Paragraaf 5.15.2 Artikel 159
Archeologie
Aanwijzing activiteiten
Deze paragraaf gaat over bodemingrepen die archeologische waarden in de bodem verstoren of kunnen verstoren. Artikel 160 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen op gronden met een archeologische (verwachtings)waarde 1. 2. 3.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van het werkingsgebied 'archeologisch monument' een bouwwerk te bouwen. Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van het werkingsgebied 'hoge archeologische verwachting' een bouwwerk te bouwen. Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van het werkingsgebied 'middelhoge archeologische verwachting' een bouwwerk te bouwen.
Artikel 161 bouwen 1.
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen uitvoeren van werkzaamheden anders dan
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de gronden ter plaatse van het werkingsgebied 'archeologisch monument' de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm, waartoe worden gerekend het afgraven (ook het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van waterlopen en waterpartijen en het aanleggen van drainage; b. het ophogen van gronden;
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
57
c. d. e.
2.
3.
het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; het vellen of rooien van beplantingen waarbij wortels dieper dan 40 cm worden uitgegraven of gefreesd; f. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; g. het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de gronden ter plaatse van het werkingsgebied 'hoge archeologische verwachting' de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm, waartoe worden gerekend het afgraven (ook het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van waterlopen en waterpartijen en het aanleggen van drainage; b. het ophogen van gronden; c. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; e. het vellen of rooien van beplantingen waarbij wortels dieper dan 40 cm worden uitgegraven of gefreesd; f.
het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; g. het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de gronden ter plaatse van het werkingsgebied 'middelhoge archeologische verwachting' de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm, waartoe worden gerekend het afgraven (ook het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van waterlopen en waterpartijen en het aanleggen van drainage; b. het ophogen van gronden; c. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; e. het vellen of rooien van beplantingen waarbij wortels dieper dan 40 cm worden uitgegraven of gefreesd; f. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; g. het aanleggen van nieuwe ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
Artikel 162
Algemene regels bouwen van bouwwerken
Het verbod als bedoeld in Artikel 153 geldt niet voor: a.
b.
bouwwerken ter plaatse van het werkingsgebied 'archeologisch monument' indien: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwplan dat geen bodemverstorende activiteiten met zich meebrengt; 3. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen. bouwwerken ter plaatse van het werkingsgebied 'hoge archeologische verwachting' indien:
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
58
het verstoringsoppervlak van de bodemingreep kleiner is dan 250m2 of de diepte van de bodemingreep kleiner is dan 40 cm onder maaiveld; 2. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 3. een bouwplan dat geen bodemverstorende activiteiten met zich meebrengt; 4. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen. bouwwerken ter plaatse van het werkingsgebied 'middelhoge archeologische verwachting' indien: 1. het verstoringsoppervlak van de bodemingreep kleiner is dan 250m2 of de diepte van de bodemingreep kleiner is dan 40 cm onder maaiveld; 2. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 3. een bouwplan dat geen bodemverstorende activiteiten met zich meebrengt; 4. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen. 1.
c.
Artikel 163
Algemene regels uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen
Het verbod als bedoeld in 154 geldt niet voor: a.
b.
c.
werkzaamheden anders dan bouwen ter plaatse van het werkingsgebied 'archeologisch monument' indien: 1. de bodemingreep kleiner is dan 40 cm onder maaiveld; 2. indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden in de bodem zijn aangetroffen of dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3. indien de werkzaamheden gewoon onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; 4. de werkzaamheden reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van Artikel 154; 5. de werkzaamheden archeologisch onderzoek betreffen; 6. de werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning. werkzaamheden anders dan bouwen ter plaatse van het werkingsgebied 'hoge archeologische verwachting' indien: 1. het verstoringsoppervlak van de bodemingreep kleiner is dan 250m2 of de diepte van de bodemingreep kleiner is dan 40 cm onder maaiveld; 2. indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden in de bodem zijn aangetroffen of dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 3.
indien de werkzaamheden gewoon onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; 4. de werkzaamheden reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van Artikel 154; 5. de werkzaamheden archeologisch onderzoek betreffen; 6. de werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning. werkzaamheden anders dan bouwen ter plaatse van het werkingsgebied 'middelhoge archeologische verwachting' indien: 1. het verstoringsoppervlak van de bodemingreep kleiner is dan 250m2 of de diepte van de
Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden
59
2.
3.
4. 5. 6.
bodemingreep kleiner is dan 40 cm onder maaiveld; indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden in de bodem zijn aangetroffen of dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; indien de werkzaamheden gewoon onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; de werkzaamheden reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van Artikel 154; de werkzaamheden archeologisch onderzoek betreffen; de werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning.
Artikel 164 1.
2.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 153 wordt een archeologisch rapport overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden die door de aangevraagde activiteit worden verstoord is vastgesteld. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 154 wordt een archeologisch rapport overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden die door de aangevraagde activiteit worden verstoord is vastgesteld.
Artikel 165 1.
Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Beoordelingsregels bouwen van bouwwerken
De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 153 wordt alleen verleend indien: a. uit het bij de aanvraag overlegde archeologisch rapport blijkt dat er geen archeologische waarden te verwachten zijn; b. door nader archeologisch onderzoek uit te voeren de aanwezige waarden veilig kunnen worden gesteld; of c. schade aan het archeologisch bodemarchief kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het stellen van en in acht nemen van aan de vergunning te verbinden voorschriften als bedoeld in Artikel 160.
Artikel 166
Beoordelingsregels uitvoeren van werkzaamheden anders dan bouwen
De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 154 wordt alleen verleend indien: a. b. c.
uit het bij de aanvraag overlegde archeologisch rapport blijkt dat er geen archeologische waarden te verwachten zijn; door nader archeologisch onderzoek uit te voeren de aanwezige waarden veilig kunnen worden gesteld; of schade aan het archeologisch bodemarchief kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het stellen van en in acht nemen van aan de vergunning te verbinden voorschriften als bedoeld in Artikel 160.