CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden.pdf

Beeldvormende bijeenkomst 6 oktober 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Bouwsteen Omgevingsplandeel Woonkernen26.877 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden Bijlage bij: Afrondende procesnotitie deel woonkernen September 2021

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

4

Afdeling 1.1

Begripsbepalingen

4

Hoofdstuk 2

Doelen

5

Afdeling 2.1 Afdeling 2.2 Afdeling 2.3

Doelen omgevingsplan Verplichte omgevingswaarden Facultatieve omgevingswaarden

5 6 6

Hoofdstuk 3

Programma’s

7

Afdeling 3.1

Programma’s met programmatische aanpak

7

Hoofdstuk 4

Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

8

Afdeling 4.1

Gebieden

8

Hoofdstuk 5

Activiteiten

9

Afdeling 5.1 Afdeling 5.2 Afdeling 5.3 Afdeling 5.4 Afdeling 5.5 Afdeling 5.6 Afdeling 5.7 Afdeling 5.8 Afdeling 5.9 Afdeling 5.10 Afdeling 5.11 Afdeling 5.12 Afdeling 5.13 Afdeling 5.14 Afdeling 5.15 Afdeling 5.16 Afdeling 5.17 Afdeling 5.18 Afdeling 5.19

Inleidende bepalingen Benutten van de fysieke leefomgeving Ruimtelijke bouwactiviteit Technische bouwactiviteit Slopen van bouwwerken Activiteiten met betrekking tot open erven en terreinen Activiteiten met milieugebruiksruimte Wonen Detailhandel Horeca Dienstverlening Kantoren Maatschappelijke doeleinden Bedrijfsmatige activiteiten met een beperkt effect Activiteiten met betrekking tot cultuurhistorisch erfgoed Activiteiten met betrekking tot flora en fauna Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente Activiteiten in vrijwaringszones leidingen en waterstaatswerken 78 Overige activiteiten

9 11 13 28 33 37 40 42 46 48 50 52 54 56 57 65 68

Hoofdstuk 6

Beheer en onderhoud

89

Afdeling 6.1 Afdeling 6.2

Onderhoud- en instandhoudingsverplichtingen Gedoogplichten

89 89

Hoofdstuk 7

Financiële bepalingen

90

Afdeling 7.1 Afdeling 7.2

Kostenverhaal Nadeelcompensatie

90 90

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

88

2

Hoofdstuk 8

Procedureregels

91

Afdeling 8.1 Afdeling 8.2 Afdeling 8.3 Afdeling 8.4 Afdeling 8.5

Voorbereiding van besluiten Gemeentelijke projecten van publiek belang Advies Maatschappelijk draagvlak Andere bestuursorganen

91 91 91 91 91

Hoofdstuk 9

Handhaving

92

Afdeling 9.1 Afdeling 9.2

Strafbepalingen Kwaliteitsbevordering en afstemming uitvoering en handhaving

92 92

Hoofdstuk 10

Monitoring en informatie

93

Afdeling 10.1

Monitoring

93

Hoofdstuk 11

Overgangsrecht

94

Afdeling 11.1 Afdeling 11.2

Overgangsrecht Bruidsschat

94 94

Hoofdstuk 12

Slotbepalingen

95

Afdeling 12.1 Afdeling 12.2

Uitvoerbaarheid en evaluatie Overige bepalingen

95 95

Hoofdstuk 13

Bijlagen bij het omgevingsplan

96

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

3

Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

Afdeling 1.1

Begripsbepalingen

Paragraaf 1.1.1

Algemene begrippen

Artikel 1

Begripsbepalingen

Lid 1.1 Van toepassingverklaring Artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij daar in Lid 1.2 van is afgeweken.

Lid 1.2 Begripsbepalingen omgevingsplan [gereserveerd]

Artikel 2

Meet- en rekenvoorschriften

[gereserveerd]

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

4

Hoofdstuk 2

Doelen

Afdeling 2.1

Doelen omgevingsplan

Paragraaf 2.1.1

Algemene doelen

Artikel 3

Gemeentelijke omgevingsdoelen

Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n. o. p. q. r. s.

het waarborgen van de veiligheid; het beschermen van de gezondheid; het beschermen van het milieu; het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; het behoud van cultureel erfgoed; de natuurbescherming; het tegengaan van klimaatverandering; de kwaliteit van bouwwerken; de energiezuinigheid van bouwwerken; een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; het benutten van locaties en bouwwerken; het beschermen van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; het beheer van infrastructuur; het beheer van watersystemen; het beheer van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; het beheer van natuurlijke hulpbronnen; het beheer van natuurgebieden; het beperken van hinder; (...)

Artikel 4

Gebiedsgerichte doelen

Lid 4.1 Buitengebied In het Buitengebied gelden in aanvulling op de omgevingsdoelen in de volgende gebiedsgerichte doelen: a.

[gereserveerd]

Lid 4.2 Bedrijventerrein Voor een Bedrijventerrein gelden in aanvulling op de omgevingsdoelen in de volgende gebiedsgerichte doelen: a.

[gereserveerd]

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

5

Lid 4.3 Landelijke kern Voor een Landelijke kern gelden in aanvulling op de omgevingsdoelen in de volgende gebiedsgerichte doelen: a.

[gereserveerd]

Lid 4.4 Verstedelijkte kern Voor een Verstedelijkte kern gelden in aanvulling op de omgevingsdoelen in de volgende gebiedsgerichte doelen: a.

[gereserveerd]

Lid 4.5 Dorpslint Voor een Dorpslint gelden in aanvulling op de omgevingsdoelen in de volgende gebiedsgerichte doelen: a.

[gereserveerd]

Lid 4.6 Dorpshart Voor een Dorpshart gelden in aanvulling op de omgevingsdoelen in de volgende gebiedsgerichte doelen: a.

[gereserveerd]

Afdeling 2.2

Verplichte omgevingswaarden

[gereserveerd]

Afdeling 2.3

Facultatieve omgevingswaarden

[gereserveerd]

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

6

Hoofdstuk 3

Programma’s

Afdeling 3.1

Programma’s met programmatische aanpak

Paragraaf 3.1.1

Aanwijzing programma's

[gereserveerd]

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

7

Hoofdstuk 4

Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

Afdeling 4.1

Gebieden

Paragraaf 4.1.1

Aanwijzing gebieden

Artikel 5

Aanwijzingen voor de houtkap

De geometrische begrenzing van de bebouwingscontour houtkap als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen de regels over houtopstanden van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing zijn, is als geometrisch informatieobject "bebouwingscontour houtkap" opgenomen in bijlage I bij dit omgevingsplan.

Artikel 6

Aanwijzing openbare weg

De geometrische begrenzing van openbare wegen die in beheer zijn bij de gemeente, zijn opgenomen in het geometrische informatieobject “openbare weg” in bijlage I bij dit omgevingsplan

Artikel 7

Aanwijzing openbaar water

De geometrische begrenzing van openbare wateren die in beheer zijn bij de gemeente, zijn opgenomen in het geometrische informatieobject “openbaar water” in bijlage I bij dit omgevingsplan.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

8

Hoofdstuk 5

Activiteiten

Afdeling 5.1

Inleidende bepalingen

Paragraaf 5.1.1

Algemeen

Artikel 8

Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk gaat over activiteiten met gevolgen voor de fysieke leefomgeving.

Artikel 9

Normadressaat

Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 10

Algemene inherente afwijking

[gereserveerd]

Artikel 11

Specifieke zorgplicht

Degene die een activiteit verricht als bedoeld in dit hoofdstuk en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen, met het oog waarop de regels in de betreffende paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. b. c.

alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en; als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Paragraaf 5.1.2 Normen met betrekking tot het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving | parkeernormen auto's Artikel 12

Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het aanvangen of intensiveren van een gebruiksactiviteit en het bouwen dan wel uitbreiden van een bouwwerk.

Artikel 13

Voldoende parkeergelegenheid

Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de door de gemeente vastgestelde parkeernormen, die van kracht zijn op het moment: a. b.

de activiteit wordt aangevangen, dien daarvoor geen melding of vergunning voor nodig is; de voor de activiteit noodzakelijke melding wordt ingediend;

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

9

c.

de voor de activiteit benodigde omgevingsvergunning wordt aangevraagd.

Artikel 14

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van Artikel 13 voor zover naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. b.

op andere wijze in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien; of het voldoen aan dat artikel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

10

Afdeling 5.2

Benutten van de fysieke leefomgeving

Paragraaf 5.2.1

Algemeen

Artikel 15

Toepassingsbereik

[gereserveerd]

Artikel 16

Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d.

het bereiken en in stand houden van een goed woon- en leefklimaat; het voorkomen en beperken van hinder; het beschermen van de gezondheid; en het waarborgen van de veiligheid.

Paragraaf 5.2.2 Artikel 17

Functietoedeling

Toedeling van functies Aanloopgebied

Bouwwerken en gronden binnen het gebied Aanloopgebied hebben als functie(s): a. b. c. d. e. f. g.

detailhandel, voor zover in overeenstemming met de regels van Afdeling 5.9; dienstverlening, voor zover in overeenstemming met de regels van Afdeling 5.11; horeca, voor zover in overeenstemming met de regels van Afdeling 5.10; kantoor, voor zover in overeenstemming met de regels van Afdeling 5.11; maatschappelijke doeleinden, voor zover in overeenstemming met de regels van Afdeling 5.13; wonen, voor zover in overeenstemming met de regels van Afdeling 5.8; bij een Aanloopgebied passende functies, waaronder worden begrepen: 1. verkeersvoorzieningen ten behoeve van de ontsluiting van percelen en gebieden, in overeenstemming met de regels van Afdeling X; 2. groenvoorzieningen, in overeenstemming met de regels van Afdeling X; 3. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, in overeenstemming met de regels van Afdeling X; 4. nutsvoorzieningen, in overeenstemming met de regels van Afdeling X; 5. (...).

Artikel 18

Toedeling van functies Concentratiegebied

Bouwwerken en gronden binnen het gebied Concentratiegebied hebben als functie(s): a. b. c. d. e. f. g.

detailhandel, voor zover in overeenstemming met de regels van Afdeling 5.9; dienstverlening, voor zover in overeenstemming met de regels van Afdeling 5.11; horeca, voor zover in overeenstemming met de regels van Afdeling 5.10; kantoor, voor zover in overeenstemming met de regels van Afdeling 5.11; maatschappelijke doeleinden, voor zover in overeenstemming met de regels van Afdeling 5.13; wonen, voor zover in overeenstemming met de regels van Afdeling 5.8; bij een concentratiegebied passende functies, waaronder worden begrepen:

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

11

1. 2. 3. 4. 5.

verkeersvoorzieningen ten behoeve van de ontsluiting van percelen en gebieden, in overeenstemming met de regels van Afdeling X; groenvoorzieningen, in overeenstemming met de regels van Afdeling X; water en waterhuishoudkundige voorzieningen, in overeenstemming met de regels van Afdeling X; nutsvoorzieningen, in overeenstemming met de regels van Afdeling X; (...).

Artikel 19

Toedeling van functies Woongebied

Bouwwerken en gronden binnen het gebied Woongebied hebben als functie(s): a. b.

wonen, voor zover in overeenstemming met de regels van Afdeling 5.8; bij een woongebied passende functies, waaronder begrepen: 1. verkeersvoorziening ten behoeve van de ontsluiting van percelen en gebieden, in overeenstemming met de regels van Afdeling X; 2. groenvoorziening, in overeenstemming met de regels van Afdeling X; 3. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, in overeenstemming met de regels van Afdeling X; 4. nutsvoorzieningen, in overeenstemming met de regels van Afdeling X.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

12

Afdeling 5.3

Ruimtelijke bouwactiviteit

Paragraaf 5.3.1

Algemeen

Artikel 20

Aanwijzing activiteiten

Deze afdeling gaat over het bouwen en in stand houden van bouwwerken.

Artikel 21

Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d. e.

het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; het beschermen van het woon- en leefklimaat; het beschermen van de gezondheid'; en (...)

Artikel 22 1.

2.

Meetbepalingen

Voor de toepassing van de regels in deze afdeling wordt op de volgende wijze gemeten: a. de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is. b. het bebouwingspercentage: het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd. Voor zover op de kaart bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen. c. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. d. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. e. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen. f. de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand. g.

de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. h. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Bij de toepassing van het bepaalde in lid 1 worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouwgrens dan wel bestemmingsgrens met niet meer dan 2,00 m wordt overschreden.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

13

Artikel 23

Verboden bouwactiviteiten

De volgende bouwactiviteiten zijn verboden: a. b.

bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 2.15f van het Besluit bouwwerken leefomgeving, die niet voldoen aan de eisen in dat artikel; en bouwactiviteiten anders dan bedoeld in deze Afdeling 5.3.

Artikel 24 1.

2.

Repressief welstandstoezicht

Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijk eisen van welstand van toepassing zijn. [aan te wijzen in hoofdstuk 4 indien gewenst]

Paragraaf 5.3.2 Artikel 25 1. 2.

Bouwen van een hoofdgebouw

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over het bouwen en uitbreiden van een hoofdgebouw (...)

Artikel 26

Aanwijzing vergunningplicht hoofdgebouw

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen of uit te breiden.

Artikel 27

Algemene regels uitbreiden hoofdgebouw

Het verbod als bedoeld in Artikel 26 geldt niet voor: a.

het veranderen van een hoofdgebouw, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; 2. geen uitbreiding van het bouwvolume; en 3. het geen bouwwerk betreft als bedoeld in artikel 2.15f, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

14

Artikel 28 1.

2.

3.

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen of uitbreiden hoofdgebouw

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of het uitbreiden van een hoofdgebouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekening voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; b. het beoogde gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; en g. gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan Afdeling 5.1 h. voor zover dat op grond van artikel Artikel 277 verplicht is: een verantwoording van de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Ten behoeve van de toetsing aan de [welstandsnota xx] worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.

tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto’s van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking. Indien de aanvraag betrekking heeft op gronden ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch gebouw', dient tevens een inventarisatie van bouwhistorische waarden van het betreffende gebouw te worden overlegd, uitgevoerd door een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige, tenzij het bevoegd gezag het uitvoeren van die inventarisatie niet nodig is, omdat: a. reeds eerder een bouwhistorisch onderzoek heeft plaatsgevonden en op basis hiervan voor de verbouwing voldoende informatie voorhanden is over de bouw- en cultuurhistorische waarden van het desbetreffende gebouw; b. door een schouw ter plaatse door een door het college aangewezen deskundige is vastgesteld dat het interieur geen waardevolle historische onderdelen en/of constructies meer aanwezig zijn.

Artikel 29

Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen of uitbreiden hoofgebouw

Lid 29.1

Beoordelingsregels bouwen of uitbreiden hoofdgebouw algemeen

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien wordt voldaan aan de volgende regels: a. b. c. d.

het aangevraagde hoofdgebouw is gelegen binnen het bouwvlak; het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij (...); de voorgevels worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens; de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke, met dien verstande dat: 1. de diepte gemeten vanaf de grens van het bouwvlak maximaal 1,50 meter mag bedragen en de breedte maximaal 40% van de breedte van het gebouw mag bedragen;

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

15

2. de afstand van een erker tot de weg niet minder dan 3, 00 meter mag bedragen; e. voor woningen geldt dat er grondgebonden woningen mogen worden gebouwd (vrijstaand, halfvrijstaand, geschakeld); f. gestapelde woningen mogen alleen worden gebouwd binnen gestapelde woningen; g. het aantal woningen mag niet toenemen, tenzij [koppelen met maatvoering] of omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 104 is verkregen; h. de afstand van een vrijstaande zijgevel tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt 2,5 meter; i. de bouwhoogte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal [koppelen met maatvoering]; j. er wordt in maximaal 2 bouwlagen gebouwd, uitgezonderd [koppelen met maatvoering]; k. de hoogte van een bouwlaag bedraag maximaal 3,5 meter; l. de bouwhoogte van een erker bedraagt maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag (begane grond) van het hoofdgebouw m. de breedte van een hoofdgebouw bedraagt minimaal 6 meter; n. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, niet in strijd is met de reguliere omgevingskwaliteit, in ieder geval beoordeeld volgens de [welstandsnota x], tenzij het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend.

Lid 29.2 zijdakvlak

Beoordelingsregels dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar gebied gekeerd

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien wordt voldaan aan de volgende regels: a. b. c. d. e. f.

de dakkapel is voorzien van een plat dak; de hoogte gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet meer bedraagt dan 1,75 m; de onderzijde minimaal 0,5 m en maximaal 1 m boven de dakvoet wordt gesitueerd; de bovenzijde minimaal 0,5 m onder de daknok wordt gesitueerd; de zijkanten op meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak worden gesitueerd; het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, niet in strijd is met de reguliere omgevingskwaliteit, in ieder geval beoordeeld volgens de [welstandsnota x], tenzij het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend.

Lid 29.3 gezicht 1.

Beoordelingsregels bouwen of uitbreiden hoofdgebouw ter plaatse van

een waardevol

De omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een hoofdgebouw ter plaatse van het werkingsgebied 'waardevol gezicht' wordt alleen verleend indien wordt voldaan aan de volgende regels: a. het betreft de verbouwing van bestaande bebouwing, nieuwbouw is niet toegestaan, tenzij voor een de betreffende locatie een omgevingsvergunning voor een bestaand gebouw is verleend; b. de voorgevel van de bebouwing welke is gekeerd naar de openbare weg of openbare ruimte wordt gebouwd in de bestaande voorgevelrooilijn; c. de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen niet afwijken van de bestaande goot- en bouwhoogte; d. de kapvorm en kaprichting van hoofdgebouwen, waarvan de voorgevel is gekeerd naar de openbare weg, wijkt niet af van de bestaande kapvorm en kaprichting, dan wel de kapvorm en kaprichting zoals

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

16

2.

3.

die krachtens een verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd; e. de schuine daken (vijfde gevel) in geval van vervanging van de dakbedekking worden voorzien van keramische dakpannen of, indien oorspronkelijk aanwezig, (natuursteen) leien; f. de breedte en de parcellering van hoofdgebouwen, waarvan de voorgevel is gekeerd naar de openbare weg, wijkt niet af van de bestaande breedte en de parcellering, dan wel de breedte en parcellering zoals die krachtens een verleende omgevingsvergunning mag worden gebouwd; g. het geveltype en de geleding, het materiaal, kleurgebruik en ornamenten van hoofdgebouwen, waarvan de gevel is gekeerd naar de openbare weg, wijken niet af van het bestaande geveltype en de geleding, het bestaand materiaal, kleurgebruik en bestaande ornamenten dan wel het geveltype en de geleding, het materiaal, kleurgebruik en ornamenten zoals die krachtens een verleende omgevingsvergunning mogen worden gebouwd. De omgevingsvergunning voor het verbouwen van een hoofdgebouw ter plaatse van het werkingsgebied 'waardevol gezicht' kan in afwijking van het bepaalde onder 1 worden verleend indien naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige ruimtelijke historische structuur, het ruimtelijk historische beeld en ruimtelijk historische belevingswaarden.

De omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw hoofdgebouw na sloop van een bestaand hoofdgebouw ter plaatse van het werkingsgebied 'waardevol gezicht' kan in afwijking van het bepaalde onder 1, onder a worden verleend indien naar het oordeel van het bevoegd gezag naar evenredigheid rekening wordt gehouden met de oorspronkelijke stedenbouwkundige karakteristiek, de oorspronkelijke hoofdvorm en de oorspronkelijke nokrichting van het voorheen bestaande hoofdgebouw, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het ruimtelijk historisch beeld en de ruimtelijke historische belevingswaarde van het straat- en/of bebouwingsbeeld.

Lid 29.4

Aanvullende beoordelingsregel historisch gebouw

In aanvulling op Lid 29.1 en Lid 29.2 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch gebouw' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275: a. b. c.

geen aantasting van de aanwezige cultuurhistorische waarden van het gebouw plaatsvindt, zoals beschreven in Nota xxx; en de waardevolle bouw- en/of contructiedelen die zijn opgenomen in uit de uitgevoerde inventarisatie als bedoeld in Artikel 28 onder 3 behouden blijven; of naar evenredigheid rekening wordt gehouden met de oorspronkelijke stedenbouwkundige karakteristiek, de oorspronkelijke hoofdvorm en de oorspronkelijke nokrichting van het voorheen bestaande hoofdgebouw en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het ruimtelijk historisch beeld en de ruimtelijke historische belevingswaarde van het straat- en/of bebouwingsbeeld;

Lid 29.5 1.

2.

Aanvullende beoordelingsregel historische infrastructuur

In aanvulling op Lid 29.1 en Lid 29.2 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'te behouden historische infrastructuur' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275 geen onevenredige aantasting plaatsvindt van cultuurhistorische waarden, meer in het bijzonder van het behoud en herstel van nog aanwezige historische waardevolle infrastructurele elementen, zoals (restanten van) kademuren, dijken, etc. In aanvulling op Lid 29.1 en Lid 29.2 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'te herstellen historische infrastructuur' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van de

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

17

3.

adviescommissie als bedoeld in Artikel 275 geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de mogelijkheden om de ruimtelijke karakteristiek van historisch waardevolle waardevolle gebieden door middel van historische herinrichting van infrastructurele elementen zoals oude wegen, pleinen, waterpartijen, straatmeubilair, etc te herstellen. In aanvulling op Lid 29.1 en Lid 29.2 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'te behouden historisch tracé' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275 geen onevenredige aantasting plaatsvindt van cultuurhistorische waarden, meer in het bijzonder van het behoud, zichtbaar maken of herkenbaar maken van tracés van historische infrastructurele elementen, zoals oude wegen, waterlopen, kademuren, landweren, etc.

Lid 29.6 1.

2.

3.

In aanvulling op Lid 29.1 en Lid 29.2 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groengebied' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van een door het bevoegd gezag aangewezen landschapsdeskundige geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het historisch waardevol natuur- of cultuurlandschap; In aanvulling op Lid 29.1 en Lid 29.2 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groenelement' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van een door het bevoegd gezag aangewezen landschapsdeskundige geen onevenredige aantasting plaatsvindt van historisch waardevolle groenelementen en groenstructuren, waaronder onder andere worden begrepen: houtwallen, bomenlanen, bos(restanten), (restanten van) boomgaarden en huisweiden, begraafplaatsen en park- en tuinaanleggen; In aanvulling op Lid 29.1 en Lid 29.2 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groenobject' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van een door het bevoegd gezag aangewezen landschapsdeskundige geen onevenredige aantasting plaatsvindt van historisch waardevolle groenobjecten, waaronder onder andere worden begrepen: bomen, hagen, struiken en andere beplanting;

Artikel 30 1.

2.

Aanvullende beoordelingsregel historisch groen en landschap

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel Lid 29.3 voor wat betreft de vormgeving, afmeting en de plaats van bebouwing ter plaatse van het werkingsgebied 'waardevol gezicht', in die zin dat aangesloten moet worden bij de uitwendige hoofdvorm bepaald door onder meer de dakvorm, goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakhelling en gevelindeling, materiaal, kleurgebruik en detaillering, in samenhang met het bestaande stedenbouwkundige beeld op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en met het oog op het versterken van de cultuurhistorische waarden en het voorkomen van onevenredige aantasting van het ruimtelijk historisch beeld en de ruimtelijke historische belevingswaarde van het gezicht, pand en/of gebouwd object.

Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel Lid 29.4 voor wat betreft de vormgeving, afmeting en de plaats van bebouwing ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch gebouw', in die zin dat aangesloten moet worden bij de uitwendige hoofdvorm bepaald door onder meer de dakvorm, goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakhelling en gevelindeling, materiaal, kleurgebruik en detaillering, in samenhang met het bestaande stedenbouwkundige beeld op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en met het oog op het versterken van de cultuurhistorische waarden en het voorkomen van onevenredige aantasting van het ruimtelijk historisch beeld en de ruimtelijke historische belevingswaarde van het gezicht, pand en/of gebouwd object.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

18

Paragraaf 5.3.3 Artikel 31 1. 2.

Bouwen van een bijbehorend bouwwerk

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over het bouwen en uitbreiden van een bijbehorend bouwwerk; (...)

Artikel 32

Aanwijzing vergunningplicht bouwen of uitbreiden bijbehorend bouwwerk

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk te bouwen of uit te breiden.

Artikel 33

Algemene regels bouwen of uitbreiden bijbehorend bouwwerk

Het verbod als bedoeld in Artikel 32 geldt niet voor: a.

b.

het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. er wordt gebouwd binnen het vlak bijbehorende bouwwerken; 2. het bijbehorend bouwwerk staat op de grond; 3. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; 4. de goothoogte bedraagt niet meer dan 3,30 meter; 5. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 5 meter; 6. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag, voor zover gelegen buiten het bouwvlak maximaal 75 m2 bedragen; het veranderen van een bijbehorend bouwwerk, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; 2. geen uitbreiding van het bouwvolume; en 3. het geen bouwwerk betreft als bedoeld in artikel 2.15f, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.

NB uitzonderingen vwb cultureel erfgoed e.d. nog niet verwerkt (niet vergunningvrij bij monumenten e.d.).

Artikel 34 bouwwerk 1.

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen of uitbreiden bijbehorend

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of het uitbreiden van een bijbehorend bouwwerk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekening voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; b. het beoogde gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; en

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

19

g. h.

2.

3.

gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan Afdeling 5.1 voor zover dat op grond van artikel Artikel 277 verplicht is: een verantwoording van de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Ten behoeve van de toetsing aan de [welstandsnota xx] worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto’s van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking. Indien de aanvraag betrekking heeft op gronden ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch gebouw', dient tevens een inventarisatie van bouwhistorische waarden van het betreffende gebouw te worden overlegd, uitgevoerd door een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige, tenzij het bevoegd gezag het uitvoeren van die inventarisatie niet nodig is, omdat: a.

reeds eerder een bouwhistorisch onderzoek heeft plaatsgevonden en op basis hiervan voor de verbouwing voldoende informatie voorhanden is over de bouw- en cultuurhistorische waarden van het desbetreffende gebouw; b. door een schouw ter plaatse door een door het college aangewezen deskundige is vastgesteld dat het interieur geen waardevolle historische onderdelen en/of constructies meer aanwezig zijn.

Artikel 35

Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen of uitbreiden bijbehorend bouwwerk

Lid 35.1 algemeen

Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen of uitbreiden bijbehorend bouwwerk

De omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een bijbehorend bouwwerk dat niet voldoet aan Artikel 33 kan door het bevoegd gezag worden verleend indien: a.

b. c. d. e.

de situering en omvang vanuit het oogpunt van de ruimtelijke kwaliteit en een goed woon- en leefklimaat aanvaardbaar is, hetgeen wordt beoordeeld aan de hand van: 1. het uiterlijk van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, aan de hand van de [welstandsnota x]; 2. de stedenbouwkundige en landschappelijk inpassing van het bouwwerk in de omgeving; 3. de bouwkundige c.q. architectonische ondergeschiktheid van het bijbehorend bouwwerk ten opzichte van het hoofdgebouw; 4. de gevolgen voor de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en gebouwen, waaronder begrepen gevolgen voor bezonning; 5. de wijze waarop het goed woon- en leeflklimaat wordt geborgd; de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij het betreffende hoofdgebouw niet meer bedraagt dan 150 m2; het bijbehorend bouwwerk bestaat uit niet meer dan één bouwlaag; afstromend hemelwater op eigen terrein wordt opgevangen en geïnfiltreerd; (...)

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

20

Lid 35.2

Aanvullende beoordelingsregel historisch gebouw

In aanvulling op Lid 35.1 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch gebouw' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275: a. b. c.

geen aantasting van de aanwezige cultuurhistorische waarden van het gebouw plaatsvindt, zoals beschreven in Nota xxx; en de waardevolle bouw- en/of contructiedelen die zijn opgenomen in uit de uitgevoerde inventarisatie als bedoeld in Artikel 34 onder 3 behouden blijven; of naar evenredigheid rekening wordt gehouden met de oorspronkelijke stedenbouwkundige karakteristiek, de oorspronkelijke hoofdvorm en de oorspronkelijke nokrichting van het voorheen bestaande hoofdgebouw en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het ruimtelijk historisch beeld en de ruimtelijke historische belevingswaarde van het straat- en/of bebouwingsbeeld;

Lid 35.3 1.

2.

3.

In aanvulling op Lid 35.1 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'te behouden historische infrastructuur' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275 geen onevenredige aantasting plaatsvindt van cultuurhistorische waarden, meer in het bijzonder van het behoud en herstel van nog aanwezige historische waardevolle infrastructurele elementen, zoals (restanten van) kademuren, dijken, etc. In aanvulling op Lid 35.1 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'te herstellen historische infrastructuur' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275 geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de mogelijkheden om de ruimtelijke karakteristiek van historisch waardevolle waardevolle gebieden door middel van historische herinrichting van infrastructurele elementen zoals oude wegen, pleinen, waterpartijen, straatmeubilair, etc te herstellen.

In aanvulling op Lid 35.1 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'te behouden historisch tracé' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275 geen onevenredige aantasting plaatsvindt van cultuurhistorische waarden, meer in het bijzonder van het behoud, zichtbaar maken of herkenbaar maken van tracés van historische infrastructurele elementen, zoals oude wegen, waterlopen, kademuren, landweren, etc.

Lid 35.4 1.

2.

3.

Aanvullende beoordelingsregel historische infrastructuur

Aanvullende beoordelingsregel historisch groen en landschap

In aanvulling op Lid 35.1 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groengebied' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van een door het bevoegd gezag aangewezen landschapsdeskundige geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het historisch waardevol natuur- of cultuurlandschap; In aanvulling op Lid 35.1 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groenelement' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van een door het bevoegd gezag aangewezen landschapsdeskundige geen onevenredige aantasting plaatsvindt van historisch waardevolle groenelementen en groenstructuren, waaronder onder andere worden begrepen: houtwallen, bomenlanen, bos(restanten), (restanten van) boomgaarden en huisweiden, begraafplaatsen en park- en tuinaanleggen; In aanvulling op Lid 35.1 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groenobject' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van een door het bevoegd gezag

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

21

aangewezen landschapsdeskundige geen onevenredige aantasting plaatsvindt van historisch waardevolle groenobjecten, waaronder onder andere worden begrepen: bomen, hagen, struiken en andere beplanting.

Artikel 36

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

[gereserveerd]

Paragraaf 5.3.4 Bouwen van een gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, verkeersvoorzieningen of daarmee naar aard gelijk te stellen gebouwen Artikel 37 1. 2.

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over het bouwen en uitbreiden van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, verkeersvoorzieningen of daarmee naar aard gelijk te stellen gebouwen. (...)

Artikel 38

Aanwijzing vergunningplicht gebouw

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gebouw ten behoeve van nutsvoorzieningen, verkeersvoorzieningen of daarmee naar aard gelijk te stellen gebouw te bouwen of uit te breiden.

Artikel 39

Algemene regels bouwen of uitbreiden gebouw

[gereserveerd]

Artikel 40 1.

2.

Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen of uitbreiden gebouw

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of het uitbreiden van een hoofdgebouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekening voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; b. het beoogde gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; en g. gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan Afdeling 5.1 h. voor zover dat op grond van artikel Artikel 277 verplicht is: een verantwoording van de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Ten behoeve van de toetsing aan de [welstandsnota xx] worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.

tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

22

3.

blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto’s van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking. Indien de aanvraag betrekking heeft op gronden ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch gebouw', dient tevens een inventarisatie van bouwhistorische waarden van het betreffende gebouw te worden overlegd, uitgevoerd door een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige, tenzij het bevoegd gezag het uitvoeren van die inventarisatie niet nodig is, omdat: a. reeds eerder een bouwhistorisch onderzoek heeft plaatsgevonden en op basis hiervan voor de verbouwing voldoende informatie voorhanden is over de bouw- en cultuurhistorische waarden van het desbetreffende gebouw; b. door een schouw ter plaatse door een door het college aangewezen deskundige is vastgesteld dat het interieur geen waardevolle historische onderdelen en/of constructies meer aanwezig zijn.

Artikel 41

Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen of uitbreiden gebouw

Lid 41.1

Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen of uitbreiden gebouw algemeen

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien wordt voldaan aan de volgende regels: a. b. c.

d.

de bouwhoogte van het bedraagt maximaal 3 meter; de oppervlakte van een gebouw bedraagt maximaal 15 m2; het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, niet in strijd is met de reguliere omgevingskwaliteit, in ieder geval beoordeeld volgens de [welstandsnota x], tenzij het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend. (...)

Lid 41.2

Aanvullende beoordelingsregel historisch gebouw

In aanvulling op Lid 41.1 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch gebouw' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275: a. b. c.

geen aantasting van de aanwezige cultuurhistorische waarden van het gebouw plaatsvindt, zoals beschreven in Nota xxx; en de waardevolle bouw- en/of contructiedelen die zijn opgenomen in uit de uitgevoerde inventarisatie als bedoeld in Artikel 40 onder 3 behouden blijven; of naar evenredigheid rekening wordt gehouden met de oorspronkelijke stedenbouwkundige karakteristiek, de oorspronkelijke hoofdvorm en de oorspronkelijke nokrichting van het voorheen bestaande hoofdgebouw en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het ruimtelijk historisch beeld en de ruimtelijke historische belevingswaarde van het straat- en/of bebouwingsbeeld.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

23

Lid 41.3 1.

2.

3.

In aanvulling op Lid 41.1 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'te behouden historische infrastructuur' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275 geen onevenredige aantasting plaatsvindt van cultuurhistorische waarden, meer in het bijzonder van het behoud en herstel van nog aanwezige historische waardevolle infrastructurele elementen, zoals (restanten van) kademuren, dijken, etc. In aanvulling op Lid 41.1 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'te herstellen historische infrastructuur' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275 geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de mogelijkheden om de ruimtelijke karakteristiek van historisch waardevolle waardevolle gebieden door middel van historische herinrichting van infrastructurele elementen zoals oude wegen, pleinen, waterpartijen, straatmeubilair, etc te herstellen.

In aanvulling op Lid 41.1 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'te behouden historisch tracé' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275 geen onevenredige aantasting plaatsvindt van cultuurhistorische waarden, meer in het bijzonder van het behoud, zichtbaar maken of herkenbaar maken van tracés van historische infrastructurele elementen, zoals oude wegen, waterlopen, kademuren, landweren, etc.

Lid 41.4 1.

2.

3.

Aanvullende beoordelingsregel historische infrastructuur

Aanvullende beoordelingsregel historisch groen en landschap

In aanvulling op Lid 41.1 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groengebied' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van een door het bevoegd gezag aangewezen landschapsdeskundige geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het historisch waardevol natuur- of cultuurlandschap; In aanvulling op Lid 41.1 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groenelement' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van een door het bevoegd gezag aangewezen landschapsdeskundige geen onevenredige aantasting plaatsvindt van historisch waardevolle groenelementen en groenstructuren, waaronder onder andere worden begrepen: houtwallen, bomenlanen, bos(restanten), (restanten van) boomgaarden en huisweiden, begraafplaatsen en park- en tuinaanleggen; In aanvulling op Lid 41.1 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groenobject' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van een door het bevoegd gezag aangewezen landschapsdeskundige geen onevenredige aantasting plaatsvindt van historisch waardevolle groenobjecten, waaronder onder andere worden begrepen: bomen, hagen, struiken en andere beplanting.

Artikel 42

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

[gereserveerd]

Paragraaf 5.3.5 Artikel 43 1. 2.

Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Aanwijzing activiteiten

Deze paragraaf gaat over het bouwen en uitbreiden van bouwwerken, geen gebouw zijnde. (...)

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

24

Artikel 44

Aanwijzing vergunningplicht bouwen of uitbreiden bouwwerk, geen gebouw zijnde

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk, geen gebouw zijnde te bouwen of uit te breiden.

Artikel 45

Algemene regels bouwen of uitbreiden bouwwerk, geen gebouw zijnde

Het verbod als bedoeld in Artikel 44 geldt niet voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen: a.

b.

c.

een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. niet hoger dan 4 m; en 2. alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; één zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het erf bij een woning of woongebouw, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. niet van een overkapping voorzien; 2. gesitueerd op ten minste 3 meter achter de achtergevelrooilijn van de woning of woongebouw; 3. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 3,00 meter; een erf- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m; 2. op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en 3. achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied; 4. op meer dan 1,00 m van openbaar toegankelijk gebied.

NB uitzonderingen vwb cultureel erfgoed e.d. nog niet verwerkt (niet vergunningvrij bij monumenten e.d.)

Artikel 46 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen of uitbreiden bouwwerk, geen gebouw zijnde 1.

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of het uitbreiden van een bouwwerk, geen bouwwerk zijnde worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt, voor zover aan de orde: a. de plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekening voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; b. het beoogde gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; en g. gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan Afdeling 5.1 h. voor zover dat op grond van artikel Artikel 277 verplicht is: een verantwoording van de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

25

2.

Ten behoeve van de toetsing aan de [welstandsnota xx] worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto’s van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking

Artikel 47 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen of uitbreiden bouwwerk, geen gebouw zijnde bij een hoofdgebouw De omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een bouwwerk, geen gebouw zijnde bij een hoofdgebouw waarbij niet wordt voldaan aan Artikel 45 wordt verleend indien wordt voldaan aan de volgende regels: a. b. c.

d.

e.

bouwwerken, geen gebouw zijnde bij een woning of ander hoofdgebouw mogen alleen worden gebouwd binnen het vlak bijbehorende bouwwerken, met uitzondering van erf- en perceelsafscheidingen; de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen bij een woning of ander hoofdgebouw mag achter de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 2,00 meter bedragen; de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen bij een woning of ander hoofdgebouw mag vóór de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 1,00 meter bedragen, uitgezonderd begroeide draaderfafscheidingen in de zijdelingse perceelsgrens grenzend aan de openbare ruimte, waarvan de bouwhoogte vóór de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter mag bedragen; erf- en perceelsafscheidingen in de zijdelingse perceelsgrens grenzend aan de openbare ruimte of op een afstand van minder dan 1 m van die perceelsgrens mogen uitsluitend bestaan uit begroeide draaderfafscheidingen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde bij een woning mogen niet meer bedragen dan 2,50 meter.

Artikel 48 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen of uitbreiden bouwwerk, geen gebouw zijnde anders dan bij een hoofdgebouw De omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een bouwwerk, geen gebouw zijnde anders dan bij een hoofdgebouw, waarbij niet wordt voldaan aan Artikel 45 kan door het bevoegd gezag worden verleend indien: a.

b.

de situering en omvang vanuit het oogpunt van de ruimtelijke kwaliteit en een goed woon- en leefklimaat aanvaardbaar is, hetgeen wordt beoordeeld aan de hand van: 1. het uiterlijk van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, aan de hand van de [welstandsnota x]; 2. de stedenbouwkundige en landschappelijk inpassing van het bouwwerk in de omgeving; 3. de gevolgen voor de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en gebouwen, waaronder begrepen gevolgen voor bezonning; 4. de wijze waarop het goed woon- en leeflklimaat wordt geborgd; de bouwhoogte van speelvoorzieningen, kunstwerken, geluidwerende voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, verkeersgeleiding, voorzieningen ten behoeve van toeristisch-recreatieve routes en

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

26

c. d.

daarmee vergelijkbare bouwwerken, geen gebouw zijnde niet meer dan 5,00 meter bedraagt; de bouwhoogte van lichtmasten niet meer dan 10,00 meter bedraagt; de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2,00 meter bedraagt.

Artikel 49

Aanvullende beoordelingsregels

Lid 49.1

Aanvullende beoordelingsregel historische infrastructuur

1.

2.

3.

In aanvulling opIn aanvulling op Artikel 47 en Artikel 48 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'te behouden historische infrastructuur' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275 geen onevenredige aantasting plaatsvindt van cultuurhistorische waarden, meer in het bijzonder van het behoud en herstel van nog aanwezige historische waardevolle infrastructurele elementen, zoals (restanten van) kademuren, dijken, etc. In aanvulling op Artikel 47 en Artikel 48 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'te herstellen historische infrastructuur' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275 geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de mogelijkheden om de ruimtelijke karakteristiek van historisch waardevolle waardevolle gebieden door middel van historische herinrichting van infrastructurele elementen zoals oude wegen, pleinen, waterpartijen, straatmeubilair, etc te herstellen.

In aanvulling op Artikel 47 en Artikel 48 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'te behouden historisch tracé' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van de adviescommissie als bedoeld in Artikel 275 geen onevenredige aantasting plaatsvindt van cultuurhistorische waarden, meer in het bijzonder van het behoud, zichtbaar maken of herkenbaar maken van tracés van historische infrastructurele elementen, zoals oude wegen, waterlopen, kademuren, landweren, etc.

Lid 49.2 1.

1.

1.

Aanvullende beoordelingsregel historisch groen en landschap

In aanvulling op Artikel 47 en Artikel 48 geldt er plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groengebied' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van een door het bevoegd gezag aangewezen landschapsdeskundige geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het historisch waardevol natuur- of cultuurlandschap; In aanvulling op Artikel 47 en Artikel 48 ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groenelement' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van een door het bevoegd gezag aangewezen landschapsdeskundige geen onevenredige aantasting plaatsvindt van historisch waardevolle groenelementen en groenstructuren, waaronder onder andere worden begrepen: houtwallen, bomenlanen, bos(restanten), (restanten van) boomgaarden en huisweiden, begraafplaatsen en park- en tuinaanleggen; In aanvulling op Artikel 47 en Artikel 48 geldt ter plaatse van het werkingsgebied 'historisch waardevol groenobject' dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien naar het oordeel van een door het bevoegd gezag aangewezen landschapsdeskundige geen onevenredige aantasting plaatsvindt van historisch waardevolle groenobjecten, waaronder onder andere worden begrepen: bomen, hagen, struiken en andere beplanting.

Artikel 50

Maatwerk- en vergunningvoorschriften

[gereserveerd]

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

27

Afdeling 5.4

Technische bouwactiviteit

Paragraaf 5.4.1

Algemeen

Artikel 51

Aanwijzing activiteiten

Deze afdeling is van toepassing op technische bouwactiviteiten.

Artikel 52

Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. b. c. d.

het waarborgen van de veiligheid; het beschermen van de gezondheid; de duurzaamheid; en het voorkomen van hinder en overlast.

Artikel 53 1. 2.

Maatwerkvoorschriften

Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over deze afdeling, met uitzondering van [...]. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in deze afdeling.

Artikel 54

Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil

Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt niet begonnen voordat: a. b.

de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en het straatpeil is uitgezet.

Artikel 55

Specifieke zorgplicht bescherming omgeving bouwwerkzaamheden

De zorgplicht, bedoeld in Artikel 11, houdt in dat degene die bouwwerkzaamheden verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de werkzaamheden kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere wel of niet roerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouwterrrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren.

Paragraaf 5.4.2 Artikel 56

Aansluiting op nutsvoorzieningen

Aansluiting op distributienet voor drinkwater

Een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk is aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de

Bouwsteen Omgevingsplandeel Woongebieden

28

aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

Artikel 57

Aansluiting op distributienet voor electriciteit

Een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk is aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.

Artikel 58

Aansluiting op distributienet voor gas

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=84b2b2b9-f43f-4e91-a21a-27c095fd018f