1. Voorlopig concept Ontwerp-Omgevingsvisie.pdf
Tekst van het document
8.2
Wat gaan we doen?
De volgende hoofddoelen zijn in de Energievisie opgenomen: • Faciliteren en bijdragen aan de realisatie van de energietransitie • Stimuleren verduurzamen woningen en gebouwen (warmte en elektriciteit) • Zorgvuldige inpassing van de maatregelen ten behoeve van de energietransitie in de omgeving • Bedrijven stimuleren om deel te nemen aan de energietransitie • Verduurzamen van de mobiliteit. In deze Omgevingsvisie sluiten we aan bij de uitgangspunten van de Energievisie. De energietransitie zien we als een rode draad die dwars door de andere vier thema’s van de Omgevingsvisie loopt. We zullen per thema de ambities met betrekking tot de energietransitie aangeven. Daarnaast gaan we in op de opgaven die voor onze gemeente voortvloeien uit de Regionale Energiestrategie Zuid-Limburg. Tot slot is energiebesparing als aparte opgave geformuleerd.
8.2.1 Sociale en vitale wijken en de energietransitie We faciliteren onze inwoners bij de totstandkoming van de energietransitie. Wij informeren onze inwoners en stimuleren projecten en eigen initiatieven van inwoners. Hierbij staat betrokkenheid en participatie van onze inwoners centraal. Woningcorporaties zien wij als startmotor bij het meenemen van het particuliere bezit in de energietransitie. Naast de energietransitie is energiebesparing een belangrijke maatregel. De energietransitie in wijken en kernen verbinden wij aan de transformatie en het verduurzamen van de woningvoorraad (zie hoofdstuk 5). In 2050 dienen uiteindelijk alle woningen en gebouwen in Nederland van het gas af te zijn en aangesloten te zijn op een alternatieve warmtebron. De doelstelling voor 2030 is om 20% van de woningen in Nederland van het aardgas af te sluiten en middels een alternatieve warmtebron te verwarmen. Naast plaatsing van zonnepanelen op daken en mogelijkheden voor duurzame opwek van energie op land vanuit de RES wordt de Transitievisie Warmte (TVW) opgesteld. De resultaten van de RES en de Regionale Structuur Warmte (onderdeel van de RES) vormen input voor deze TVW. In de TVW wordt vastgesteld welke wijk voor 2030 van het gas af gaat en welke alternatieve warmtebron in deze wijk volgens de gemeente de beste oplossing is.
Hierbij wordt ook een doorkijk gegeven naar 2050 wanneer de gehele woningvoorraad van het (aard)gas af moet zijn. De TVW wordt uiterlijk in december 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De doelen uit de TVW worden in een vervolgtraject verwerkt in specifieke wijkuitvoeringsplannen waarin per wijk de transitie wordt
2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 63
beschreven die de wijk dient te ondergaan om van het (aard)gas te gaan en aangesloten te worden op een alternatieve warmtevoorziening. In het kader van de leefkwaliteit van onze wijken en kernen hanteren we het uitgangspunt van multifunctioneel ruimtegebruik. Dit wil zeggen dat een combinatie van verschillende functies de voorkeur heeft boven enkelvoudige functies.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen? Naar aanleiding van deze ambities uit onze Energievisie en onze visie op levensloopbestendig wonen is het project Dubbel Duurzaam ontstaan. Dit project bestaat uit diverse deelprojecten, zoals het aanbieden van energie- en zorgscans, pilot Dubbel Duurzaam in Urmond-Oost en Nieuwdorp én het Huis van de Toekomst, die tezamen het project Dubbel Duurzaam Stein vormen. Alle deelprojecten hebben als doel om inwoners uit de gemeente Stein te informeren en enthousiasmeren aangaande levensloopbestendig wonen en het verduurzamen van woningen.
8.2.2 Een veilige en gezonde leefomgeving en de energietransitie Om de veiligheid en gezondheid te waarborgen willen wij zicht hebben op de veiligheidsaspecten die samenhangen met de energietransitie en nieuwe technische ontwikkelingen zodat wij risicobronnen kunnen identificeren en meenemen in de verdere planvorming. Wij zetten in op een veilige energietransitie.
8.2.3 Unieke omgevingskwaliteiten en de energietransitie Zoals eerder aangegeven is voor de energietransitie (schaarse) ruimte in de fysieke leefomgeving noodzakelijk. Dit betekent dat er ruimtelijke keuzen gemaakt dienen te worden. Het leidende principe voor ons als gemeente is een zorgvuldige inpassing van de maatregelen in de fysieke leefomgeving en dan met name in ons buitengebied, zodat een balans bestaat tussen enerzijds het versterken van onze unieke omgevingskwaliteiten en anderzijds de urgente opgaven in het kader van de energietransitie. Om onze unieke omgevingskwaliteiten te behouden en te versterken hanteren we het uitgangspunt van multifunctioneel ruimtegebruik. Dit wil zeggen dat een combinatie van verschillende functies de voorkeur heeft boven enkelvoudige functies. In hoofdstuk 7 (onderdeel bodem en ondergrond) is reeds gewezen op de mogelijk toenemende ruimtelijke druk ten gevolge infrastructurele maatregelen in het kader van de energietransitie. Op dit moment is nog niet duidelijk wat dit voor onze gemeente betekent. In dit stadium, waarin nog een alternatieve warmtebron gekozen moet worden en onduidelijk is waar en hoeveel elektriciteit lokaal opgewekt gaat worden en het benodigde transport hiervan, is het nog te vroeg om conclusies te trekken voor wat betreft kabeldruk. Wij zullen dit in de toekomst uitdrukkelijk monitoren.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen? PM afwegingskader
2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 64
8.2.4 Een bereikbare en bedrijvige gemeente en energietransitie In de Energievisie hebben wij als hoofddoel opgenomen dat we bedrijven willen stimuleren om deel te nemen aan de energietransitie. In het kader van het verduurzamen van onze bedrijventerreinen is de energietransitie hier een onderdeel van. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het plaatsen van zonnepanelen op daken of het vergroenen van daken. In hoofdstuk 8 zijn wij ingegaan op onze ambitie om de lokale economie te versterken door een transitie naar een duurzame economie (CO2-neutraal in 2050) waarbij hergebruik van grondstoffen (mede in relatie tot afvalbeheer) kansen biedt. Een van de doelstellingen uit onze Energievisie is het verduurzamen van de mobiliteit. In hoofdstuk 7 hebben wij onze ambities geformuleerd met betrekking tot duurzame mobiliteit en logistiek. Onze ambities met betrekking tot duurzame mobiliteit zijn nader uitgewerkt in het Programma Mobiliteit.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen? Momenteel wordt onderzocht hoe in samenwerking met de RUD Zuid-Limburg een pilot gestart kan worden om bedrijven te begeleiden in het proces van deelname aan de energietransitie. Daarnaast is er een informatie- en energiebesparingsplicht die bedrijven stimuleert en verplicht om energiebesparingsmaatregelen te nemen met een terugverdientijd van vijf jaar.
8.2.5 Regionale Energiestrategie (RES) Zuid-Limburg In 2019 is het Nationaal Klimaatakkoord getekend. Dit Klimaatakkoord is de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van de klimaattop van Parijs in 2015. Op basis van het Klimaatakkoord stellen alle gemeenten, provincies en waterschappen gezamenlijk per regio een Regionale Energie Strategie (RES) op. De RES is een instrument om gezamenlijk te komen tot keuzes voor (1) grootschalige opwek van duurzame elektriciteit op land (door middel van zonnepanelen op daken en land en windmolens), (2) de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (Regionale Structuurvisie Warmte (RSW)) en (3) de benodigde opslag en infrastructuur. De Regionale Energiestrategie (RES) bestaat uit 2 opgaven: • Opgave Elektriciteit: Een strategie voor een onderbouwd en afgewogen aanbod van de regio voor wat betreft mogelijk op te stellen duurzaam opwekvermogen op land, minimaal onderverdeeld in zon en wind. De opgave elektriciteit is bedoeld als bijdrage aan de landelijke behoefte van duurzame energie. Deze duurzame energie dient te worden opgewekt met zonneparken en windmolens op land, totaal voor alle gemeenten samen 35 TWh. • Opgave Gebouwde omgeving: Een strategie voor de Regionale Structuur Warmte (RSW) met daarin opgenomen de huidige situatie op het gebied van warmteaanbod, warmtevraag en infrastructuur op regionaal niveau.
Deze strategie is tevens belangrijke input voor de Transitievisie Warmte (TVW) die elke gemeente voor het einde van 2021 moet vaststellen. Deze TVW schetst per wijk het tijdspad naar aardgasvrije wijken. Voor de wijken waarvan de transitie vóór 2030 gepland is, zijn ook de potentiële alternatieve energiebronnen en -infrastructuren bekend. Elke gemeente neemt hiermee een deel van de klimaatdoelstellingen voor haar rekening. De RES heeft een horizon van 2030 met een doorkijk naar 2050. Als het gezamenlijke bod van de 30 regio’s aan de nationale opgave niet optelt tot het gestelde landelijke doel van 35 TWh, zal het Rijk de nationale doelstellingen door middel van een regionale herverdelingssystematiek toedelen. Anders gezegd: ‘van bovenaf aanwijzen’. De inspanningsverplichting die de RES nu inhoudt, wordt dan een resultaatsverplichting.
2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 65
In de RES-regio Zuid-Limburg wordt de RES vormgegeven vanuit drie sub-regio’s. Dit zijn MaastrichtHeuvelland, Parkstad en de Westelijke Mijnstreek. PM RES
8.2.6 Energiebesparing Energiebesparing kan niet los worden gezien van de energietransitie. Energie die wordt bespaard, hoeft immers niet te worden opgewekt. Energiebesparing leidt dus indirect tot ruimtebesparing.
Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen? Wij stimuleren inwoners (middels ons Dubbel Duurzaam project en het Huis van de Toekomst), bedrijven (middels de nog op te starten pilot) en maatschappelijke organisaties om energiebesparende maatregelen te nemen en verspilling van energie tegen te gaan. Als gemeente geven wij zelf ook het goede voorbeeld door hiermee actief aan de slag te gaan (o.a. verduurzamen van ons maatschappelijk vastgoed, reduceren van het energieverbruik van de openbare verlichting).
8.3
Uitgangspunten thema Energietransitie
Energiebesparing is onlosmakelijk verbonden met de energietransitie. Energie die bespaard wordt hoeft niet te worden opgewekt. Er vindt een zorgvuldige afweging en inpassing plaats van de ruimtelijke maatregelen die samenhangen met de energietransitie, zodat een balans bestaat tussen enerzijds het versterken van onze unieke omgevingskwaliteiten en anderzijds de urgente opgaven in het kader van de energietransitie. We gaan uit van multifunctioneel ruimtegebruik. Dit wil zeggen dat een combinatie van verschillende functies de voorkeur heeft boven enkelvoudige functies. De rangorde binnen de benutting van gronden voor de energietransitie volgt het afwegingkader RES (PM afwegingskader RES)
2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 66
Deel
Deel III Basisprincipes en uitgangspunten
2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 67
Hoofdstuk 9
Integraal beleid fysieke leefomgeving
In de hoofdstukken 4 tot en met 8 hebben wij onze ambities, ontwikkelingen en uitgangspunten thematisch uitgewerkt en waarbij een verbinding is gemaakt met onze strategische toekomstvisie. In de Omgevingsvisie dienen de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid weergegeven te worden. Hoewel thematisch ingestoken, geven de voorgaande hoofdstukken ieder vanuit een bepaalde invalshoek invulling aan de leefkwaliteit in onze gemeente. Zoals eerder aangegeven gebruiken we het begrip ‘leefkwaliteit’ als kapstok om de vijf thema’s onderling te verbinden. Leefkwaliteit is een breed begrip en omvat zowel fysieke, sociale, culturele, economische en milieukenmerken van de leefomgeving. De vijf thema’s geven ieder hun een eigen accent aan deze aspecten van leefkwaliteit. Zo ligt in het thema sociale en vitale wijken en kernen een accent op het sociale aspect van de fysieke leefomgeving en bij het thema een bereikbare en bedrijvige leefomgeving ligt de nadruk op de economische kenmerken. Door deze verschillende accenten per thema kunnen spanningsvelden ontstaan tussen de verschillende aspecten van leefkwaliteit. Om per thema focus aan te brengen is zijn in de afzonderlijke hoofdstukken een aantal uitgangspunten opgenomen die als basis dienen voor ons integraal te voeren beleid.
In dit hoofdstuk worden basisprincipes geformuleerd die leidend zijn bij het voeren van integraal beleid in het kader van de fysieke leefomgeving. Daarnaast worden in dit hoofdstuk de eerder beschreven thematische uitgangspunten gebiedsgericht vertaald. Op deze wijze wordt een strategisch afwegingskader geformuleerd dat de basis vormt voor het maken van ruimtelijke keuzen zoals o.a. vastgelegd in het Omgevingsplan en de verdere uitwerking in programma’s. Daarnaast kunnen de basisprincipes en uitgangspunten als (afwegings)kader worden gebruikt bij concrete casussen waarbij van het omgevingsplan wordt afgeweken.
9. 1 Basisprincipes integraal beleid fysieke leefomgeving Basisprincipe 1 Als eerste basisprincipe hanteren we: ‘de gemeente Stein als eigenzinnige woongemeente in de Maasvallei waar het dorps wonen is in een verstedelijkt gebied met ruimte voor particulier initiatief en ondernemerschap’. Dit is wat we willen zijn en in onze strategische toekomstvisie hebben vastgelegd. Basisprincipe 2 Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat fysieke leefomgeving in al haar facetten een bijdrage dient te leveren aan het versterken van de leefkwaliteit in Stein als woongemeente. Dit betekent ook dat bij ruimtelijke opgaven en ontwikkelingen niet alleen het fysieke aspect centraal staat, maar alle facetten van leefkwaliteit (dus behalve de fysieke kenmerken ook sociale, economische, milieu, veiligheid en gezondheid) worden meegenomen en afgewogen. Basisprincipe 3 In de Uitgangspuntennotitie Omgevingsvisie is reeds opgenomen dat de specifieke kenmerken van een ruimtelijk gebied centraal staan in de Omgevingsvisie. Hierbij is onze gemeente ingedeeld in drie gebieden: woonkernen, bedrijventerreinen en buitengebied. Vanwege de verschillen en specifieke kenmerken en kwaliteiten in een gebied kunnen ook verschillende afwegingen gelden.
In de volgende paragraaf wordt dan ook onderscheid gemaakt in algemene afwegingsprincipes en afwegingen/prioriteiten die van toepassing zijn binnen een bepaald gebied. Basisprincipe 4 De Omgevingsvisie is weliswaar vastgesteld door de gemeenteraad, maar het is een visie die we niet alleen als gemeente verder gaan vormgeven, maar we doen dit uiteraard samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, mede-overheden en andere betrokkenen. Samenwerking is
2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 68
hierbij het sleutelwoord, waarbij we uitgaan van datgene wat ons allemaal bindt en dat is ervoor zorgen dat de gemeente Stein die eigenzinnige woongemeente blijft. Zoals ook tijdens de werkconferentie door stakeholders werd aangegeven moeten we niet denken en handelen in tegenstellingen. Het gaat er om dat ieder vanuit zijn eigen betrokkenheid, kennis, ervaring, en belang bijdraagt bij aan het grotere geheel en dat is het versterken van de leefkwaliteit in onze gemeente zodat we die eigenzinnige woongemeente in de Maasvallei blijven waar het dorps wonen is een verstedelijkt gebied met ruimte voor particulier initiatief en ondernemerschap. Basisprincipe 5 Om onze ambities verder vorm te geven zoeken we afhankelijk van de maatschappelijke opgave de samenwerking op een passend schaalniveau. Dit kan op kern- of wijkniveau, gemeentelijk, (sub)regionaal, provinciaal of grensoverschrijdend zijn. Samenvattend zien de basisprincipes er als volgt uit: Basisprincipe 1 De gemeente Stein is een eigenzinnige woongemeente in de Maasvallei waar het dorps wonen is in een verstedelijkt gebied met ruimte voor particulier initiatief en ondernemerschap. Basisprincipe 2 Bij ruimtelijke opgaven en ontwikkelingen worden alle facetten van de leefkwaliteit (fysiek, sociaal, economisch, milieu, veiligheid en gezondheid) integraal meegewogen.
Basisprincipe 3 De specifieke kenmerken en kwaliteiten van een gebied staan centraal waarbij onderscheid wordt gemaakt in: woonkernen, buitengebied en bedrijventerreinen. Ook binnen staan deze gebieden staan de identiteit en unieke kenmerken van een gebied centraal, waarbij kwaliteit en kleinschaligheid leidende principes zijn. Basisprincipe 4 Om onze ambities vorm te geven werken we samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, mede-overheden en andere betrokkenen. Hierbij denken en handelen we niet in tegenstellingen, maar ieder draagt vanuit zijn eigen betrokkenheid, kennis en ervaring bij aan het versterken van de leefkwaliteit in onze gemeente. Basisprincipe 5 Afhankelijk van de opgave werken we samen op een passend schaalniveau. Dit kan op kernof wijkniveau, gemeentelijk, (sub)regionaal, provinciaal of grensoverschrijdend zijn.
9.2 Uitgangspunten integraal beleid fysieke leefomgeving In de voorgaande hoofdstukken waarin de afzonderlijke thema’s van de Omgevingsvisie centraal stonden zijn per thema uitgangspunten geformuleerd. In de volgende tabel is hier de gebiedsindeling (woonkernen, bedrijventerreinen en buitengebied) zoals geformuleerd in de basisprincipes aan toegevoegd. Elk gebied kent een primair thema of thema’s. De uitgangspunten die betrekking hebben op de energietransitie zijn niet specifiek toe te schrijven aan één gebied en lopen als een rode draad door alle drie de gebieden. Zoals eerder aangegeven vormen deze uitgangspunten een belangrijk afwegingskader en de basis voor keuzen die ten grondslag liggen aan het Omgevingsplan. Op deze wijze leggen we de verbinding tussen de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan.
2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 69
Gebied
Primaire thema
Uitgangspunten
Woonkernen
Sociale en vitale wijken en kernen
De identiteit en unieke kenmerken van een wijk of kern staan centraal.
Veilige en gezonde leefomgeving
Onze ruimtelijke (economische) focus is primair gericht op een versterking van vitale stedelijke en landelijke centrumkernen. In het kader van het versterken van de leefkwaliteit dient er een balans te zijn tussen bedrijvigheid in onze woonkernen (o.a. detailhandel, horeca, aan huis gebonden bedrijvigheid) en een veilige en gezonde leefomgeving. Binnen onze woonkernen maken we onderscheid in de volgende ruimtelijke subgebieden: • Stedelijke en landelijke centrumkernen met concentratiegebieden: hier is ruimte voor bedrijvigheid waarbij functies worden gecentraliseerd, behouden en versterkt. • Woongebieden met de focus op wonen en leefkwaliteit In deze gebieden worden voor de leegomgeving belastende functies beperkt. • Aanloopgebieden (tussengebieden) Een veilige en gezonde leefomgeving is een belangrijke voorwaarde om de leefkwaliteit in de gemeente Stein als woongemeente te versterken. Wij zetten in op het aan de voorkant verkleinen van veiligheidsrisico’s voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers, het voorkomen incidenten en een goede voorbereiding van rampen en crises mochten deze zich voordoen. De waterketen draagt bij aan een gezonde en veilige leefomgeving.
Energietransitie als rode draad door gebieden en thema’s De uitgangspunten met betrekking tot de energietransitie worden in alle drie de gebieden (woonkernen, buitengebied en bedrijventerreinen) gehanteerd.
Energiebesparing is onlosmakelijk verbonden met de energie-transitie. Energie die bespaard wordt hoeft niet te worden opgewekt.
We gaan uit van multifunctioneel ruimtegebruik. Dit wil zeggen dat een combinatie van verschillende functies de voorkeur heeft boven enkelvoudige functies.
De rangorde binnen de benutting van gronden voor de energietransitie volgt het afwegingkader RES (PM afwegingskader RES)
We bieden passende bescherming voor de effecten van klimaatverandering. Voor wat betreft milieu aspecten voldoen wij aan de daarvoor geldende wetten en normen. Wij houden hierbij rekening met de specifieke kenmerken van een gebied (woonkernen, bedrijventerreinen en buitengebied). Tevens houden wij rekening met de milieubeginselen (voorzorgsbeginsel, preventief handelen, voorrang voor bronbeleid en de vervuiler betaalt. Buitengebied
Unieke omgevingskwaliteiten
In het belang van het versterken van de unieke omgevingskwaliteiten in relatie tot de leefkwaliteit kiezen we om (toekomstige) ruimtelijke opgaven binnen dit thema in samenhang (te) bekijken en aan (te) pakken via een integrale gebiedsgerichte benadering waarbij de identiteit en kwaliteit van het gebied centraal staat. Hierbij betrekken we inwoners en (maatschappelijke) partners. Binnen het thema unieke omgevingskwaliteiten hanteren we kwaliteit en kleinschaligheid als basisprincipes om de leefkwaliteit in onze gemeente verder te versterken. Er dient bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake te zijn van een balans tussen toerisme, recreatie en vrijetijdseconomie enerzijds en landelijke verstilling anderzijds. Dit geldt ook voor het toekomstbestendig maken van de land- en tuinbouw. Nieuwe ontwikkelingen (inclusief vrijkomend agrarisch vastgoed) worden beoordeeld aan de hand van de specifieke kenmerken van het gebied, waarbij kleinschaligheid en kwaliteit voorop staan. Waarbij bij medewerking landschappelijke inpassing als basisprestatie verplicht is. Kortom ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het versterken van de unieke omgevingskwaliteiten.
2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 71
Bedrijventerre inen
Een bereikbare en bedrijvige gemeente
Het realiseren van de ambities is gericht op het versterken van het economisch klimaat mag niet leiden tot een inbreuk op de leefkwaliteit in onze woonkernen. Hiertoe is het van belang dat bij ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met economische bedrijvigheid inzichtelijk wordt gemaakt wat de impact is op de leefkwaliteit, welke maatregelen getroffen moeten worden om de negatieve gevolgen tegen te gaan en deze maatregelen in dialoog met de omgeving tot stand komen en op draagvlak worden getoetst.
Met opmerkingen [PJ21]: Aanvulling n.a.v. DOP Berg
Wij willen onze unieke omgevingskwaliteiten behouden en versterken waarbij kwaliteit en kleinschaligheid leidend zijn. Bij het realiseren van onze ambities met betrekking tot een bereikbare en bedrijvige gemeente zullen wij deze uitgangspunten niet uit het oog verliezen. De ambities en ontwikkelingen rond Chemelot zijn ook van belang voor onze gemeente in het kader van o.a. het versterken van de regionale en lokale economie, vestigingsklimaat en werkgelegenheid. Een absolute voorwaarde is dat er een balans moet zijn tussen deze ontwikkelingen bij Chemelot enerzijds en de ontwikkelingsmogelijkheden van onze gemeente anderzijds. Ontwikkelingen binnen de inrichting Chemelot kunnen er immers toe leiden dat mogelijkheden voor bijvoorbeeld woningbouw en bedrijven in onze gemeenten in het gedrang komen vanwege milieuregelgeving, waaronder omgevingsveiligheid en geluidsregelgeving.
2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 72
.
Overzicht bijlagen
Bijlage 1 Beschrijving huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving (incl. kaartmateriaal) PM Bijlage 2 Overzicht Global Goals en Omgevingsvisie Bijlage 3 Overzicht beleidsdocumenten PM
2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 75
2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 76