CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Voorlopig concept Ontwerp-Omgevingsvisie.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 27 mei 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorlopig concept Ontwerp-Omgevingsvisie (versie april 2021)28.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

6.2.1 Landelijke verstilling Stein vormt het ‘Hart van de Maasvallei’. In dit hart van het grensoverschrijdende RivierPark Maasvallei, onderscheidt onze gemeente zich door zijn eigen unieke, stille belevingswereld binnen het druk bezochte Zuid-Limburg. Ook uit de gesprekken met inwoners en stakeholders is gebleken dat het landschap en natuur in onze gemeente enorm wordt gewaardeerd en belangrijk gevonden voor het verder versterken van de leefkwaliteit, maar ook voor de verbondenheid en betrokkenheid van onze inwoners met de identiteit van gebied. Daarnaast spelen het landschap en natuur een belangrijke rol bij de grote opgaven met betrekking tot klimaat (hoofdstuk 6), energietransitie (hoofdstuk 9), maar dragen ook bij aan de identiteit van onze gemeente en gezondere en vitalere inwoners. Tot slot zijn landschap en natuur ook steeds belangrijker in relatie tot het versterken van het toeristisch profiel van onze gemeente als ‘Hart van de Maasvallei’. In deze paragraaf wordt voor wat betreft landelijke verstilling ingegaan op de volgende onderdelen: verder versterken van ons landschap, natuurlijk water als bijdrage aan een gezond waterecosysteem, natuur & biodiversiteit en bodem & ondergrond. Onze ambities met betrekking tot landelijke verstilling zijn grotendeels uitgewerkt in het groenbeleidsplan. Dit beleidsplan dateert uit 2016.

Na vaststelling van de GOVI wordt bekeken of het groenbeleidsplan als programma op onderdelen moeten worden geactualiseerd.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 44

Verder versterken van ons landschap Wij willen de kwaliteiten van ons unieke landschap (Maasdal en het Middenterras met de plateaus van Graetheide en Schimmert) behouden en verder versterken. Hierbij willen wij tevens het contrast tussen de landschappelijke karakteristieken en de kunstmatige ingrepen als potentie om de identiteit van het groen in de gemeente te versterken. We stimuleren en faciliteren initiatieven gericht op onderhoud, herstel en aanleg van groene en cultuurhistorische landschapselementen, routestructuren voor extensieve recreatie(wandelen, fietsen) en het verankeren van de zorg voor het landschap in de lokale gemeenschap. Hierbij speelt ook de beleving van de kwaliteiten van ons unieke landschap een belangrijke rol. Wij profileren ons nadrukkelijk als ‘Hart van de Maasvallei’. Met het grensoverschrijdende Rivierpark Maasvallei als belangrijke troef. (Zie ook 7.2.3. versterken van ons toeristisch profiel). Samen met Provincie geven wij uitvoering aan het Nationaal Landschap Zuid-Limburg en werken aan een duurzaam Nationaal Landschap Zuid-Limburg in de vorm van het versterken van het landschappelijk raamwerk in de omgeving van Catsop. Daarnaast werken we aan de buitengebieden Meers, Maasband, Urmond, Berg a/d Maas en Nattenhoven in samenhang met de Grensmaaswerken aan de groen-blauwe mantel zoals opgenomen in de POVI.

Voor deze gebieden willen wij de kernkwaliteiten beschermen en versterken. De kernkwaliteiten in het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg zijn: het reliëf, het open-besloten karakter, het groene karakter en het cultuurhistorisch erfgoed. De kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Deze kernkwaliteiten zijn vastgelegd in de POVI. De uiteenlopende belangen die spelen in deze gebieden willen wij in samenhang verbinden en hierbij wordt gezocht naar maximale synergie. Om de unieke omgevingskwaliteiten te beschermen willen wij verrommeling van het landschap tegen gaan en willen wij voorkomen dat er te veel particuliere extensieve recreatie plaatsvindt. Er dient sprake te zijn van een balans tussen toerisme, recreatie en vrijetijdseconomie enerzijds en landelijke verstilling anderzijds. Om de leefkwaliteit in de kernen te versterken willen wij meer verbinding creëren tussen het Maasdal en de woonkernen, maar ook willen wij ook de groene en blauwe verbindingslijnen tussen de kernen versterken.

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het versterken van ons landschap? Voor het Nationaal Landschap Zuid-Limburg is een LEADER-programma opgesteld. Het Europese programma LEADER biedt ondersteuning en subsidies aan ondernemers, inwoners en organisaties die op een vernieuwende manier met projecten bijdragen aan duurzame landschapskwaliteit en sociaaleconomische ontwikkeling van het gebied. Kernbegrippen daarbij zijn ondernemerschap, lokale initiatieven, zelfsturing en burgerparticipatie. Projecten in dit kader gerealiseerd of in voorbereiding zijn Dorpswinkel Ut Bakkes Maasband, kennis- en informatiecentrum Maasvallei, kwaliteitsverbetering en maatschappelijke verbreding Kasteelpark Elsloo en reconstructie kloostertuin De Bath. Bufferzones beschermen de natuurgebieden tegen schadelijke invloeden van buitenaf. De gebieden van de groenblauwe mantel vervullen reeds in belangrijke mate ook een functie als bufferzone. In deze gebieden stimuleren we extensief grondgebruik, behoud en aanleg van landschapselementen en maatregelen die de biodiversiteit bevorderen. (Zie ook verduurzaming water en bodembeheer, propositie heuvelland)

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 45

Natuurlijk water als bijdrage aan een gezond waterecosysteem In hoofdstuk 5 (Veilige en gezonde leefomgeving) stond het thema water in relatie tot een gezonde en veilige leefomgeving centraal. Water zorgt ook voor een goed leefgebied voor planten en dieren die er thuishoren en vervult een belangrijke rol bij het versterken van de landelijke verstilling en het uitbouwen van onze authentieke waarden door de ligging aan het water. Het realiseren van een gezond waterecosysteem levert een bijdrage aan onze unieke omgevingskwaliteiten. Wij willen hiermee: • onze ecologische structuur verbeteren: beekdalen die robuust en veerkrachtig zijn vormen de ruggengraat van natuurherstel in het landelijk gebied; In erosiegevoelig gebied is het wenselijk hiervoor ruimte te reserveren. • tegengaan van wateroverlast en verdroging: door beekdalen robuust en veerkrachtig in te richten wordt een bijdrage geleverd aan minder wateroverlast en verdroging (zie ook 6.2.3 een klimaatbestendig Stein). • goede waterkwaliteit: veilig gebruik door mensen en dieren

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot natuurlijk water als bijdrage aan een gezond waterecosysteem? In het beleidsplan Water en klimaatadaptatie zullen onze ambities met betrekking tot natuurlijk water als bijdrage aan een gezond waterecosysteem nader worden uitgewerkt.

Natuur & biodiversiteit Natuur en groen maken een belangrijk onderdeel uit van Stein als woongemeente. Ook uit het onderzoek onder het bewonerspanel, de straatinterviews en tijdens de stakeholdersbijeenkomst kwam naar voren dat de natuur binnen onze gemeente belangrijk wordt gevonden. Natuur en biodiversiteit zijn belangrijke troeven in het kader van landelijke verstilling binnen een verstedelijkt gebied. Eén daarvan is het Natura 2000 gebied Bunder- en Elsloërbos dat deels binnen ons grondgebied ligt. Het is één van de parels op het gebied van natuurgebieden in Limburg, met een unieke flora en fauna en met stringente bescherming vanuit Europees en landelijk natuurbeleid. Wij willen de natuur en biodiversiteit behouden en zoveel mogelijk versterken. En niet alleen in natuurgebieden, ook in wijken en kernen en tussen wijken en kernen. Maatregelen zijn o.a. berm- en akkerranden beheer, voorkomen van overlast van o.a. de eikenprocessierups. Meer natuur en groen in wijken en kernen draagt tevens bij aan klimaatadaptatie waaronder het verkleinen van hittestress en het afvoeren van overtollig regenwater (zie ook hoofdstuk 6). Wij denken hierbij ook aan vergroening van bedrijventerreinen.

Natuur en biodiversiteit zijn ook gebaat bij een omschakeling van de gangbare, traditionele landbouw naar een vorm van natuurinclusieve/kringlooplandbouw (zie ook 6.2.4) Door de unieke omgevingskwaliteiten meer naar de wijken en kernen te halen, kunnen inwoners de natuur in de eigen directe leefomgeving beleven en kan dit bijdragen aan een gezondere leefstijl (zie hoofdstuk 6), en zullen we inwoners, verenigingen, scholen, bedrijven blijven uitdagen om een bijdrage te leveren aan het beheer van natuur en landschap.

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot natuur & biodiversiteit? Wij willen de groenfuncties in samenhang versterken (beeldbepalende, structurerende, recreatieve, economische, ecologische en fysische functie).

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 46

Met opmerkingen [PJ12]: Toegevoegd tekstvoorstel NMF Limburg

Met opmerkingen [PJ13]: Toegevoegd tekstvoorstel NMF Limburg

Planten van bomen zowel in zowel stedelijk als landelijk gebied vinden we belangrijk. Daarvoor zoeken we naar mogelijkheden in combinatie met projecten, stimuleren we inwoners tot vergroenen van de woonomgeving en stimuleren we kleine landschapselementen aan te planten in het landelijke gebied. Daarnaast willen we onze inwoners nog meer betrekken bij (het beleven van) de natuur, ook in de eigen directe leefomgeving (bijvoorbeeld door dorpsommetjes). Zodat we de unieke omgevingskwaliteiten meer naar de wijken en kernen halen. In het jaarprogramma met IKL zijn reeds activiteiten opgenomen met scholen, vrijwilligers en inwoners van Stein. Voorbeelden van activiteiten zijn het aanleggen van een schoolgaard. zijn hakhoutdagen voor inwoners georganiseerd en hebben aanplantdagen van hoogstamboomgaarden plaatsgevonden.

Bodem & ondergrond Ook de bodem en de ondergrond maken deel uit van de fysieke ruimte en vervullen diverse (maatschappelijke) functies waardoor ook de ruimtelijke druk op met name de ondergrond kan toenemen. Denk hierbij aan kabels, leidingen en buizen noodzakelijk voor ondergronds transport. De verwachting is dat de komende jaren de druk op de ondergrond zal toenemen o.a. ten gevolge van de energietransitie. Maar ook door het gebruik van buisleidingen als alternatief voor transport over bijvoorbeeld de weg. Voor andere aspecten van bodem en ondergrond wordt verwezen naar hoofdstuk 5 (onderdeel bodemkwaliteit) wordt, 6.2.2. (beschermen en versterken van onze cultuurhistorische waarden en 7.2.2 (optimaliseren (digitale) bereikbaarheid).

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot bodem en ondergrond? Wij hebben aandacht voor het afstemmen van regels bij ondergrondse infrastructuur en zorgen voor voldoende ruimte in de ondergrond ook met het oog op de opgaven in het kader van de energietransitie en Verleggingsregeling. Ook hebben wij oog voor de effecten van het in de toekomst toenemende transport door middel van buisleidingen en de effecten voor het gebruik van de ondergrond. Wij zijn ons bewust van de na-ijlende effecten van de steenkoolwinning in de Westelijke Mijnstreek.

6.2.2 Beschermen en versterken van onze cultuurhistorische waarden Onze cultuurhistorische waarden (ook wel cultureel erfgoed) bestaan uit sporen uit het verleden en heden, die zichtbaar en tastbaar zijn in de leefomgeving. Onze gemeente heeft een rijk verleden, karakteristieke oude kernen en een bijzonder landschap. Het is één van de oudste bewoonde gebieden van Nederland. Er zijn veel bijzondere vondsten gedaan, zowel uit de tijd van de eerste bewoners, de Bandkeramiekers (ca. 5300 voor Chr,), als uit de Romeinse tijd. Het beschermen en beheren van cultureel erfgoed is één van de belangen van de Omgevingswet. De Omgevingswet definieert cultureel erfgoed als: ‘monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen’. Ander cultureel erfgoed zoals roerend erfgoed of immaterieel cultureel erfgoed is alleen onderdeel van de definitie als het deel uitmaakt van de fysieke leefomgeving, of als het daar anderszins relevant voor is. Een voorbeeld hiervan is het toedelen van een functie aan een locatie die samenhangt met een (lokaal) volksgebruik dat wordt aangemerkt als immaterieel erfgoed.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 47

Erfgoed vormt de basis voor ruimtelijke beleving, identiteit en diversiteit van de verschillende kernen. Deze identiteit maakt dat mensen zich thuis voelen in hun omgeving. Met het benutten en versterken van bestaande cultuurhistorische waarden willen we onze eigenheid en identiteit behouden en versterken (zie hoofdstuk 5). Het beschermen en versterken van onze cultuurhistorische waarden als onderdeel van de unieke omgevingskwaliteiten maakt onderdeel uit van dit hoofdstuk. Wij willen dan ook onze cultuurhistorische waarden behouden, beschermen en verder versterken. Het gaat om de (h)erkenning van erfgoed, het verbeteren van de kwaliteit van erfgoed en de beleving van erfgoed. Hoe wij dat willen doen en welke rol wij als gemeente hierbij willen vervullen, hebben wij uitgewerkt in de Nota Erfgoedbeleid 2019. Ook willen we de beleving en toegankelijkheid van onze cultuurhistorische waarden verbeteren en zo ook het toeristisch profiel van onze gemeente versterken en verder uitbouwen (zie paragraaf 7.2.3) waarbij wij ook kijken naar de cultuurhistorische verbindingen met Belgisch Limburg. Een bijzonder onderdeel is de educatieve beleving van onze cultuurhistorische waarden voor onze kinderen en jongeren.

Het vertellen en beleven van het verhaal van de plek en de geschiedenis hiervan waar je opgroeit zijn belangrijk bij het versterken en doorgeven van onze trots en identiteit aan de jeugd (zie ook hoofdstuk 5).

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het beschermen en versterken van onze cultuurhistorische waarden?

In 2019 hebben wij de Nota Erfgoedbeleid vastgesteld. Uitgangspunt in deze nota is een integraal ruimtelijk erfgoed, waarbij rekening wordt gehouden met het totaal van (ruimtelijke) cultuurhistorische waarden: een combinatie van archeologie, landschap, groen, gebouwde monumenten en historische bebouwingsstructuren. Voor wat betreft de bescherming van erfgoed in o.a. onze wijken en kernen is in deze nota vooruit gelopen op de nieuwe Omgevingswet en in bijzonder het Omgevingsplan. De bescherming van waardevol ruimtelijk erfgoed zal plaatsvinden in een facetbestemmingsplan en later één op één worden overgenomen in het Omgevingsplan. De ambities en speerpunten uit de Nota Erfgoedbeleid hebben wij integraal overgenomen in de Omgevingsvisie.

6.2.3 Versterken en uitbouwen van ons toeristisch profiel Wij hebben een aantal toeristische trekpleisters binnen onze gemeente, waaronder Kasteelpark Elsloo, Steinerbos en het Rivierpark Maasvallei. Wij zijn al sinds enkele jaren bezig met het verder uitbouwen van de toeristische mogelijkheden door ze met elkaar te verbinden. Het gaat dan met name om verbindingen tussen water- en natuurrecreatie, cultuurhistorie, wandelen en fietsen met kleinschalige horeca. Hierbij zoeken wij tevens samenwerking met aangrenzende gemeenten (inclusief België) in de Maasvallei om deze verbindingen te realiseren. Naast het wandelen en fietsen met de daaraan verbonden infrastructuur kiezen wij voor een heldere toeristische profilering met een aantal speerpunten. Onder de noemer van Stein Stil Genieten, willen wij ons de komende jaren gericht profileren als het Hart van de Maasvallei en dé Maasgemeente met een rijke cultuurhistorie met een focus op bijbehorende evenementen. De focus ligt op het extra aantrekken van dagjesmensen die gebruik maken van de lokale horeca, de musea en de plaatselijke middenstand, waardoor het voorzieningenniveau ook voor onze inwoners in stand blijft. Maar ook mensen die (primair) in onze gemeente overnachten willen wij kennis laten maken met al het moois dat onze gemeente en directe omgeving te bieden heeft.

Door de ontwikkeling van het Rivierenpark Maasvallei, het steeds drukker worden van het Heuvelland en het gezamenlijk verder ontwikkelen van het toerisme binnen de

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 48

regio Westelijke Mijnstreek, wordt vrijetijdseconomie een steeds belangrijkere factor binnen de economische pijler. Vrijetijdseconomie en recreatie zien wij als een belangrijke pijler voor de verdere ontwikkeling van onze lokale economie. Daarnaast leveren de sectoren toerisme en recreatie een belangrijke bijdrage aan de versterking van de economisch diversiteit binnen onze gemeente. Binnen ons toeristisch profiel leggen wij de nadruk op kleinschaligheid en kwaliteit om juist de balans te vinden tussen toerisme, recreatie en landelijke verstilling.

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het versterken en uitbouwen van ons toeristisch profiel? Onze ambitie met betrekking tot het versterken van het toeristisch profiel van onze gemeente krijgt steeds meer en concreet vorm door samen met ondernemers, Visit Zuid-Limburg en vrijwilligersorganisaties uitvoering te geven aan een aantal speerpunten. Deze speerpunten hebben wij vastgelegd in ons toeristisch uitvoeringsprogramma. Het gaat dan o.a. om het versterken van de cultuurhistorie, het ontsluiten verborgen pareltjes in onze gemeente, het verbeteren van de toeristische infrastructuur en toeristische routing & signing en het creëren van natuurtransferiums. Daarnaast hebben wij in juni 2020 samen met de 15 andere gemeenten in Zuid-Limburg de visie vrijetijdseconomie ZuidLimburg vastgesteld. Deze visie merkt Zuid-Limburg aan als toeristisch-recreatieve unieke bestemming door de nabijheid van zowel stedelijke als landschappelijke topkwaliteiten in een internationale context. De recreant en toerist in Zuid-Limburg heeft de voordelen van zowel de stad als het land steeds binnen handbereik. We staan echter samen aan de lat om ons voorzieningenniveau én de kwaliteit daarvan op peil te houden door (actief) te blijven investeren in de kwaliteitsverbetering, innovatie en duurzaamheid.

We hebben daarom de ambitie gesteld waarbij Zuid-Limburg in 2030 een toekomstbestendige bestemming is waarin: • toerisme blijft bijdragen aan duurzame economische structuurversterking van de regio; • kwalitatieve groei boven kwantitatieve groei gaat; • landschappelijke en stedelijke kwaliteiten elkaar versterken; • de vrijetijdseconomie helpt om natuur en landschap te ontwikkelen; • inwoners en gasten heel Zuid-Limburg kunnen beleven. De strategie voor de realisatie van de ambitie is opgebouwd uit vijf pijlers. De vijf pijlers bestaan uit: 1. Kwaliteit De focus ligt op groei in kwaliteit. Dit betekent: • Wederkerigheid creëren tussen het landschap en de vrijetijdssector: het landschap heeft baat bij een sterke sector, de sector heeft baat bij een mooi landschap. • Het behouden en verbeteren van de Zuid-Limburgse kernkwaliteiten: combinatie van stedelijke en landschappelijke kwaliteiten, met de landschap als belangrijkste drager voor de vrijetijdseconomie. • Benutten van de potentie die onder andere Maastricht biedt voor het zakelijk toerisme. • Verbeteren van de kwaliteit van de verblijfsaccommodaties en dagrecreatieve voorzieningen en zorgen voor een betere match tussen vraag en aanbod. • Goed meewegen van het belang van de vrijetijdseconomie in belangrijke keuzes in andere domeinen.

2. Verleiden We willen inwoners en gasten laten zien dat Zuid-Limburg over de gehele breedte veel moois te bieden heeft. We verleiden recreanten en gasten om onontdekte parels te ontdekken en bezoekers te verleiden

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 49

om langer te blijven en vaker terug te komen. Daarmee willen we geheel Zuid-Limburg laten profiteren van de positieve effecten van de vrijetijdseconomie en daarmee een te hoge recreatieve druk op toplocaties voorkomen. 3. Beleving van Zuid-Limburgse Grote Verhalen We willen inzetten op het ontwikkelen, ontsluiten en promoten van de belangrijkste Zuid-Limburgse verhalen. Hiermee komen de toeristisch-recreatieve kernkwaliteiten van Zuid-Limburg beter naar voren, worden alle deelbestemmingen betrokken, komen lokaal erfgoed en lokale cultuur beter tot hun recht en wordt het voor ondernemers gemakkelijker om gezamenlijk hun producten gericht te vermarkten. 4. Duurzame vernieuwing Om nieuwe doelgroepen aan te (blijven) trekken en economisch vitaal te blijven is continue vernieuwing van het toeristisch-recreatief product noodzakelijk. Dit betekent vestiging van nieuwe en ontwikkeling van bestaande attracties en bezienswaardigheden. Herontwikkeling en transformatie van verblijfsaccommodaties en ontwikkeling van verblijfsrecreatie wanneer dat bijdraagt aan een betere balans tussen vraag en aanbod. 5. Ondernemerschap en innovatie Het stimuleren van innovatie binnen de sector en cross-overs erbuiten, thema- en doelgroepgericht werken en verbinden van streekidentiteit aan ondernemers(chap).

De toeristische visie van de gemeente Stein en toeristische ontwikkelingen sluiten nauw aan bij de doelstellingen van de Visie Vrijetijdseconomie Zuid-Limburg.

6.2.4 Een toekomstbestendige land- en tuinbouw Zoals in hoofdstuk 4 is beschreven kent onze gemeente in vergelijking met andere kleinere gemeenten in Zuid-Limburg een beperkt aantal agrarische bedrijven. Slechts 39% van de totale oppervlakte van de gemeente is in gebruik is als agrarische cultuurgrond. Daar staat wel tegenover dat de agrarische sector een groot deel van de cultuurgrond in gebruik heeft en beheert als agrarische cultuurgrond (zie voor een gedetailleerde beschrijving hoofdstuk 4). Dit is de reden om in de Omgevingsvisie aandacht te besteden aan een toekomstbestendige land- en tuinbouw binnen onze gemeente. Wij willen samen met agrariërs, belangenorganisatie een duurzame en vitale landbouw ontwikkelen waarbij circulariteit en natuur-inclusiviteit belangrijke speerpunten zijn. Belangrijk hierbij is het behoud van een kleinschalig boerenlandschap waarbij wij de verbinding willen leggen met de landelijke verstilling door te zorgen voor meer verwevenheid met de natuur door bijvoorbeeld het aanleggen van akkerranden, brede bermen en houtwallen als belangrijke linten voor het landelijk gebied. De nadruk ligt op kleinschaligheid en nadruk op de natuur. Onder voorwaarden bieden wij van ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden voor duurzaam concurrerende en innovatieve bedrijven op bestaande locaties (door uitbreiding van bedrijven op bestaande locaties).

Indien verdere ontwikkeling op de huidige locatie niet mogelijk is en geen vrijkomende andere agrarische bedrijfslocatie benut kan worden, dan wordt ruimte geboden voor een nieuwe bedrijfslocatie na een goede ruimtelijke afweging. Nieuwe ontwikkelingen (inclusief vrijkomend agrarisch vastgoed) worden beoordeeld aan de hand van de specifieke kenmerken van het gebied, waarbij kleinschaligheid en kwaliteit voorop staan. Waarbij bij medewerking landschappelijke inpassing als basisprestatie verplicht is. Kortom ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het versterken van de unieke omgevingskwaliteiten. Wij willen ruimte bieden voor verbrede vormen van land- en tuinbouw, zoals aan het buitengebied gebonden vormen van kleinschalige en kwalitatieve recreatie en toerisme, maar ook aan bedrijven die in willen zetten op duurzaamheid. We streven naar diversiteit in het landschap, met daarin ruimte voor verschillende typen land- en tuinbouwbedrijven. Van agroforestry tot natuurinclusieve- en multifunctionele landbouw waarin de landbouwer een rol speelt in het leveren van streekproducten (ook

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 50

in relatie tot gezonde voeding) en korte afzetlijnen. Daarnaast zien we een belangrijke rol van landschapsbeheerder in het ondernemerschap bij de huidige en toekomstige ondernemers in de land- en tuinbouw. Wij hechten veel waarde aan een goede dialoog met de agrarische sector en tussen de sector en directe omgeving.

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot een toekomstbestendige land- en tuinbouw? De Provincie Limburg, het Waterschap Limburg, de LLTB, WML en zeven Limburgse gemeenten waaronder gemeente Stein werken samen aan de uitvoeringsovereenkomst ‘Propositie Heuvelland’. Deze overeenkomst heeft tot doel samen te gaan werken aan verduurzaming van water- en bodembeheer door agrariërs in het Heuvelland. Het werkgebied ligt rond de Beneden-Geul en het gebied ten oosten van het Bunder- en Elslooërbos. De hoofdopgaven van de verduurzaming van water- en bodembeheer in het heuvelland Zuid Limburg zijn: • Bereiken van goede milieu- en watercondities voor de (zeer soortenrijke) N2000-gebieden; • Bescherming en herstel van de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit in het Heuvelland, waaronder de grondwaterbeschermingsgebieden in Zuid-Limburg • Verminderen van de wateroverlastproblemen in de dorpen in de beekdalen. • Verdere verduurzaming van de landbouw naar toekomstbestendige en natuurinclusieve vormen van grondgebruik met een positieve bijdrage aan de effecten op water- en bodemkwaliteit, met een positief effect op CO2 en met ruimte voor andere – nieuwe - verdienmodellen voor de landbouw met minder milieubelasting. Het Limburgs aanvalsplan Stikstof gaat specifiek in op de aanpak van de stikstofproblematiek.

In de provinciale Omgevingsvisie en de omgevingsverordening zullen de opgaven in samenhang beschreven worden. Gemeenten (RUD) hebben de plicht om hun vergunningen en meldingen systematisch te registreren, actualiseren en daar waar nodig handhavend op te treden In het Uitvoeringsprogramma Middengebied is als een van de opgaven opgenomen om de vitaliteit van (agrarische) bedrijven te onderzoeken en de overstijgende ontwikkelmogelijkheden te bepalen met oog voor individuele belangen en het totaalbelang. Waarbij rekening wordt gehouden met onder andere meer investeringskracht, financieringsvraagstukken, het belang van een locatie voor het landschap, kleinschaligheid en de relatie met toerisme, energietransitie en klimaatopgaven. Ook binnen onze gemeente is gestart met een dergelijke vitaliteitsscan van agrarische bedrijven.

6.4 Uitgangspunten thema unieke omgevingskwaliteiten In het belang van het versterken van de unieke omgevingskwaliteiten in relatie tot de leefkwaliteit kiezen we om (toekomstige) ruimtelijke opgaven binnen dit thema in samenhang (te) bekijken en aan (te) pakken via een integrale gebiedsgerichte benadering waarbij de identiteit en kwaliteit van het gebied centraal staat. Hierbij betrekken we inwoners en (maatschappelijke) partners. Binnen het thema unieke omgevingskwaliteiten hanteren we kwaliteit en kleinschaligheid als basisprincipes om de leefkwaliteit in onze gemeente verder te versterken. Er dient bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake te zijn van een balans tussen toerisme, recreatie en vrijetijdseconomie enerzijds en landelijke verstilling anderzijds. Dit geldt ook voor het toekomstbestendig maken van de land- en tuinbouw. Nieuwe ontwikkelingen (inclusief vrijkomend agrarisch vastgoed) worden beoordeeld aan de hand van de specifieke kenmerken van het gebied, waarbij kleinschaligheid en kwaliteit voorop staan.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 51

Waarbij bij medewerking landschappelijke inpassing als basisprestatie verplicht is. Kortom ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het versterken van de unieke omgevingskwaliteiten.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 52

Hoofdstuk 7 Een bereikbare en bedrijvige gemeente

7.1 Wat is onze ambitie? Door de goede geografische ligging in de Euregio aan diverse snelwegen, de aanwezigheid van een haven, de nabijheid van de Chemelot Industrial Park, de Brightlands Chemelot Campus en Maastricht Aachen Airport en zeker niet te vergeten een sterk MKB, heeft Stein een gunstig economisch klimaat. Om dit klimaat verder te versterken is het van belang om juist die kansen te benutten die aansluiten bij de economische identiteit van onze gemeente en de economische diversiteit bevorderen. De coronacrisis heeft recentelijk aangetoond hoe belangrijk economische diversiteit is. Dit kunnen we niet alleen. Hiervoor is (Eu)regionale samenwerking noodzakelijk.

7.2 Wat is nodig? Om ons gunstig economisch klimaat verder te versterken dienen een aantal opgaven gerealiseerd te worden die bijdragen aan de economische aantrekkelijkheid van Stein als woongemeente. Hierbij benutten wij de kansen die zich voordoen voor wat betreft een innovatieve en circulaire economie op ZuiLimburgse schaal en de daarbij horende grensoverschrijdende kansen. Deze opgaven hebben een impact op de fysieke leefomgeving en dienen bij te dragen aan het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving.

7.2.1 Versterken lokale economie in de regio Regionale economie Zoals beschreven in bijlage 1 (PM) kent onze gemeente vier bedrijventerreinen, nl. Businesspark Stein, Haven en Paalweg, Kerensheide en Schutterstraat. Wij willen onze bedrijventerreinen verder versterken en verduurzamen. Hierbij sluiten wij aan bij de kerndoelen zoals opgenomen in de vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg: • • • • • •

• •

binnen onze gemeente worden geen bedrijventerreinen ontwikkeld; logistiek en productie op goed ontsloten (trimodale) locaties we blijven inzetten inzetten op kwaliteitsverbetering van de bestaande voorraad functiemenging of -wijziging kan alleen op stedelijke bedrijventerreinen. de ruimte op bedrijventerreinen dient zorgvuldig en duurzaam gebruikt te worden. Daarbij past structureel beheer via parkmanagement. functiemenging op bedrijventerreinen kan bijdragen aan de kwaliteit van die terreinen en aan een optimaal ruimtegebruik. Dat geldt zeker op campussen waar een menging van functies bijdraagt aan een uitnodigende werkomgeving. Op grote logistieke en productielocaties is functiemenging niet voor de hand liggend. De bedrijventerreinen met een overwegend lokale functie bieden soms meer mogelijkheden. terughoudendheid is op zijn plaats met functies die bij voorkeur in het stedelijk gebied of centrum thuis horen voor vestiging van zelfstandige kantoren en detailhandel op bedrijventerreinen is geen plaats. Deze functies horen bij uitstek thuis in steden, kernen of specifieke winkelgebieden. Kantoorruimte als onderdeel van productiebedrijven is wel mogelijk (mits ondergeschikt). Er moet ook ruimte zijn voor ondergeschikte verkoop van goederen die zich bij uitstek leent voor vestiging op dit soort terreinen.

Denk aan grove bouwmaterialen en ondergeschikte productiegerelateerde detailhandel. Het aantal branches is gelimiteerd en sluit aan bij lokaal beleid.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 53

•

de milieugebruiksruimte (geluidzones, risicocontouren, geurcirkels) van bedrijven en bedrijventerreinen wordt beheerd met het oog op een duurzame inpassing van bedrijven in hun omgeving.

In de gebiedsvisie Chemelot (zie hieronder) is als ambitie opgenomen bedrijventerreinen waar nodig aan te passen aan een duurzame en circulaire toekomst. Deze ambitie sluit aan bij het verder versterken en revitaliseren van onze bedrijventerreinen. De omgeving en Chemelot Hoewel het Chemelot Industrial Park en de Chemelot Brightlands Campus geen deel uitmaken van het grondgebied van onze gemeente (met uitzondering van de afvalzuiveringsinstallatie (IAZI) en een deel van de Haven Stein) heeft Chemelot vanuit verschillende invalshoeken (economisch, milieu, veiligheid, duurzaamheid en mobiliteit) impact op de fysieke leefomgeving in onze gemeente.

Met opmerkingen [PJ14]: Aangepast n.a.v. concept Gebiedsvisie Chemelot.

In het Masterplan 2030 van Chemelot staat de ambitie centraal ‘om samen ruimte te maken voor de meest veilige, meest duurzame en meest competitieve chemie- en materialensite in Europa’. Deze visie onderschrijven en ondersteunen wij. Deze ontwikkelingen dragen bij aan een economisch vestigingsklimaat in de regio en bieden kansen voor (nieuwe) opleidingen en werkgelegenheid waar wij als woongemeente van kunnen profiteren. Hoewel wij het belang van de economische ontwikkelingen begrijpen en ook onderschrijven hechten wij er grote waarde aan dat deze ontwikkelingen in balans zijn en blijven met de omgevingskwaliteit. Verder streven wij naar een afname van overlast en hinder, bijvoorbeeld op het gebied van geluid, trillingen en veiligheidsrisico’s (zie ook hoofdstuk 5). Daarnaast vinden wij het van belang dat de omgeving niet “op slot” gezet wordt en ruimtelijke ontwikkelingen, mits aanvaardbaar, de ruimte krijgen in het belang van de omgevingskwaliteit. In het Masterplan wordt aangegeven dat de geluidsruimte in de Haven Stein beperkt is. Onder de Omgevingswet ontstaat de mogelijkheid om die geluidsruimte te verbreden. Zoals al in hoofdstuk 6 aangegeven wordt onder regie van de Provincie Limburg een integrale visie voor de Haven Stein opgesteld, in relatie tot het Blueportsnetwerk en Knooppunt 046.

Daarbij dient enerzijds aandacht te zijn voor de economisch belangen van de bedrijven en de veranderende kijk op duurzame transportbewegingen maar anderzijds ook aandacht te zijn voor de leefkwaliteit in de omgeving van de haven en de verbindingsroute tussen de haven en Chemelot. Chemelot wil de mogelijkheden onderzoeken naar een multi-modale corridor tussen de site en de haven van Stein. Dit om de hinder van logistiek tussen de haven en de site te beperken. De ontwikkeling van een multi-modale corridor op het aangegeven tracé zal een grote impact hebben op Urmond. Nader onderzoek door Chemelot zal moeten aantonen of deze ontwikkeling mogelijk en wenselijk is. Op basis van nader onderzoek zal ook aandacht besteed moeten worden aan het bedrijfsbelang in relatie tot de belangen van de omgeving en de impact op de leefkwaliteit van de omgeving en welke maatregelen nodig zijn om te zorgen dat dit geen negatieve gevolgen heeft voor de leefkwaliteit. Chemelot zet daarbij uitgebreid in op de dialoog met de omgeving. Het initiatief daarvoor ligt bij Chemelot. Op basis van eventueel nog nader uit te voeren onderzoeken door Chemelot zal het college een standpunt innemen over de wenselijkheid van deze ontwikkeling.

Voor een eventuele aanpassing en uitbreiding van de IAZI zoals opgenomen in het Masterplan van Chemelot is de ambitie van DSM/Sitech om op de lange termijn te komen tot een volledig circulair waterbeheer voor de site.

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het versterken van de lokale economie in de regio? In samenspraak met Chemelot, DSM, de provincie, de gemeenten Sittard-Geleen en Beek en de omgeving zijn er momenteel diverse deelprojecten opgestart rondom Chemelot. Het gaat dan om

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 54

Met opmerkingen [PJ15]: Aangepast n.a.v. reactie DOP Stein en DOP Berg Met opmerkingen [PJ16]: Aangepast n.a.v. reactie Chemelot

opstellen van de gebiedsvisie voor Chemelot, de Veiligheidsvisie en het Omgevingsplandeel voor Chemelot. Wij zullen per deelproject kort de ontwikkelingen aangeven. Gebiedsvisie Chemelot In 2019 is besloten dat Chemelot samen met de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Provincie Limburg en bewonersorganisaties een strategische gebiedsvisie opstelt voor Chemelot en omgeving. Doel van deze gebiedsvisie is op de transformatie van Chemelot naar een circulaire kennisindustrie in chemie en materialen in balans met de omgeving te laten plaatsvinden. Deze integrale gebiedsvisie voor de omgeving van Chemelot moet richting geven aan lopende en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rondom Chemelot op korte en lange termijn, met bijzondere aandacht voor de samenhang met de omgeving en de toekomstige inrichting van gebieden. De gebiedsvisie vormt de basis voor de vertaling van de in de Omgevingsvisie. Belangrijke ingrediënten voor de visie zijn een veilige en leefbare (woon)omgeving, een waardevol landschap, Chemelot als economische motor, goede bereikbaarheid, duurzame ontwikkeling en aandacht voor de cultuurhistorie en identiteit van het gebied. Besluitvorming is vooralsnog gepland medio 2021.

Veiligheidsvisie Naar aanleiding van de aanbevelingen in het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft de provincie samen met de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek, de Veiligheidsregio Zuid-Limburg en de RUD Zuid-Limburg, en in nauwe betrokkenheid met de GGD Zuid-Limburg en de Inspectie SZW, de ‘Veiligheidsvisie Chemelot e.o.’ opgesteld. Deze visie is in 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. De Provincie Limburg is bevoegd gezag en houdt vanuit die rol toezicht op de veiligheid open rond de site. Uit de Veiligheidsvisie vloeien een aantal maatregelen voort: • het aanwijzen van aandachtsgebieden i.v.m. de diverse risicoscenario’s (zullen vertaling moeten krijgen in omgevingsplandeel); • het uitwerken van een integraal communicatieplan; • het inrichten van een externe onafhankelijke Technische Veiligheidscommissie (TVC) die een bovenwettelijk veiligheidskader incl. planologische zonering binnen en buiten Chemelot gaat opstellen, vast te leggen in een convenant; • het versterken van de rol van Chemelot Site Permit B.V. (CSP) om als houder van de koepelvergunning op te treden bij overtredingen; • het voortzetten van het extra toezicht in het kader van Brzo en de Wabo. De uitkomsten van deze acties en maatregelen worden mede gebruikt bij het bij het opstellen van het Omgevingsplandeel voor Chemelot.

Omgevingsplandeel Chemelot De colleges van de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek en de provincie Limburg hebben besloten om in overleg met Chemelot (DSM als grondeigenaar en CSP BV) een Omgevingsplandeel voor Chemelot op te stellen. Om te voorkomen dat er voor de site verschillende regimes gaan gelden, is verder besloten om qua omgevingsaspecten één regeling voor Chemelot en het invloedsgebied te maken. Vertrekpunt voor het Omgevingsplandeel vormen in beginsel de vigerende bestemmingsplannen en relevante verordeningen, de verleende vergunningen en bestuurlijk vastgestelde afspraken. Hierbij gaat het om een ‘horizontale transitie’; van de huidige ruimtelijke ordeningssystematiek naar de systematiek die voortvloeit uit de nieuwe Omgevingswet. Toekomstige ontwikkelingen vallen buiten de scope van dit project. Het streven is om een eenduidige regeling te maken op basis van de anno 2021 geldende situatie, vertaald onder de nieuwe wet- en regelgeving van de Omgevingswet. De gemeenten SittardGeleen, Beek en Stein nemen hierbij de regie door een gezamenlijke omgevingsplanregeling op te stellen in goed overleg en in nauwe samenspraak met de provincie Limburg en Chemelot.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 55

Met opmerkingen [PJ17]: Toegevoegd n.a.v. concept Gebiedsvisie Chemelot

Versterken van de lokale economie Wij sluiten aan bij de vastgestelde kerndoelen winkels uit de Structuurvisie Ruimtelijke Economie ZuidLimburg. Het gaat om de volgende kerndoelen: •

•

• • •

•

•

• •

er is ruimte voor nieuwe winkelgebieden of uitbreidingen van bestaande winkelgebieden met regionale impact als deze aantoonbaar toegevoegde waarde bieden aan de regio, leiden tot versterking van de structuur en de vitaliteit van de binnensteden niet aantasten. Volgens de principes van het dynamisch voorraadbeheer moet de ontwikkeling ervan gepaard gaan met het verdwijnen van bestaande voorraad elders in de regio; er blijft ruimte voor verantwoorde doorontwikkeling van bestaande winkelgebieden elders in het bebouwd gebied, zolang deze passen in de winkelhiërarchie en geen ongewenste neveneffecten hebben op andere concentratiegebieden, zoals binnensteden. Volgens de principes van het dynamisch voorraadbeheer moet de ontwikkeling ervan gepaard gaan met het verdwijnen van bestaande voorraad elders in de regio. Buiten de concentratie- en balansgebieden willen we in principe geen nieuwe winkels, met uitzondering van zeer kleinschalige winkels winkels horen niet op bedrijventerreinen thuis, behalve als het gaat om verkoop van goederen die zich bij uitstek leent voor vestiging op een bedrijventerrein, zoals grove bouwmaterialen. naar de toekomst toe worden winkelgebieden in Zuid-Limburg compacter en streven we naar clustering van winkels.

voor grotere initiatieven binnen bestaande winkelgebieden, winkels of uitbreidingen zal steeds bekeken moeten worden of deze passen binnen deze structuurvisie, en de subregionale visies voor winkels en lokaal beleid. Er vindt daarover afstemming plaats in het juiste bestuurlijke gremium. aan de afweging ligt een onafhankelijke ruimtelijk-economische effectenstudie ten grondslag, waarvoor de initiatiefnemer zorg draagt. Bij de afweging speelt ook de Ladder voor duurzame verstedelijking een rol. voor nieuwe supermarkten en uitbreidingen van supermarkten binnen de hoofdstructuur die daarmee in totaal groter worden dan 1.200 m² wvo dient altijd op Zuid-Limburgs schaalniveau bestuurlijke instemming gezocht te worden. Voor nieuwe initiatieven en uitbreidingen van supermarkten tot in totaal maximaal 1.200 m² wvo volstaat afstemming op subregionaal niveau. het uitgangspunt dat supermarkten binnen de hoofdwinkelstructuur op passende niveaus van de winkelhiërarchie gevestigd moeten worden, is leidend. winkels in de centra van kleinschalige kernen, zonder concentratiegebieden en balansgebieden worden vrijgesteld van salderen wanneer de oppervlakte in wvo kleiner is dan 100 m². Vestiging van een kleine winkel tot dit oppervlak heeft geen neveneffecten op de winkelstructuur als geheel en draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid van deze kernen

Onze ruimtelijke economische focus ligt op het versterken van vitale centra. In de vastgestelde Transformatievisie Wonen zien wij Stein, Elsloo en als stedelijke kernen met historische centra en met commerciële en maatschappelijke voorzieningen en Urmond als landelijke kern met de aanwezigheid van de voornaamste dagelijkse voorzieningen (zie ook hoofdstuk 4). Vrijetijdseconomie, recreatie en toerisme zien we als belangrijke sectoren die een bijdrage leveren aan de economische diversiteit en versterking van de lokale economie binnen onze gemeente (zie hoofdstuk 6). We blijven aan huis gebonden bedrijvigheid faciliteren. Voorwaarde is wel dat er sprake is van een balans tussen bedrijvigheid en de leefkwaliteit in woonkernen. Bedrijvigheid aan huis moet geen negatieve gevolgen op de leefkwaliteit in de wijk of buurt.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 56

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het versterken van de lokale economie? In 2017 hebben wij ons economisch beleidsplan 2017-2020 vastgesteld. Een belangrijk doel is het ontwikkelen van een eigen identiteit als ondernemend Stein voor en door ondernemers. Om onze lokale economie verder te versterken (en te herstellen na de coronacrisis) stimuleren en faciliteren wij de samenwerking tussen gemeente en ondernemers, ondernemers onderling en ondernemers en onderwijs. Hiervoor is aandacht in het nieuwe economische beleidsplan dat wordt opgesteld. In samenwerking met andere gemeenten in de Westelijke Mijnstreek heeft een onderzoek plaastgevinden naar bedrijventerreinen en kantoorlocaties. Het doel is om de behoefte in kaart te brengen voor wat betreft bedrijventerreinen en kantoorlocaties in de Westelijke Mijnstreek in de periode 2021-2030. Daarnaast is een proces gestart om te komen tot een nieuw detailhandelsbeleid voor de Westelijke Mijnstreek. Het consumentengedrag verandert en de impact van het coronavirus brengt verschillende trends en ontwikkelingen in een stroomversnelling. Daarom is een heldere visie en een actueel detailhandelsbeleid essentieel.

Transitie naar een duurzame economie

Wij willen de lokale economie versterken door de transitie te stimuleren een naar een duurzame economie (reductie van CO2 in 2050 met 95%) waarbij hergebruik van grondstoffen (mede in relatie tot afvalbeheer 17) kansen biedt. Hierbij hebben wij tevens oog voor een goede balans met de kwaliteit van de leefomgeving. In onze Energievisie hebben wij opgenomen bedrijven te stimuleren deel te nemen aan de energietransitie (zie hoofdstuk 9)

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen rond de transitie naar een duurzame economie? Het Regionaal Beleidskader van afval tot grondstof 2021-2025 draagt bij aan de ambitie om in 2050 een circulaire economie te realiseren. Het beleid beoogt een bijdrage te leveren aan verduurzaming van de economie door materialen in de kringloop te houden. De bijdrage van de gemeente bestaat uit optimalisatie van de inzameling van grondstoffen bij huishoudens en bevordering van bewustwording en verantwoord gedrag bij de inwoners. Het sluiten van de economische materialenkringloop levert een bijdrage aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Om de hoeveelheid restafval te reduceren en een betere kwaliteit grondstoffen te verkrijgen wordt de focus met het nieuwe grondstoffenplan verbreed naar service op milieu en restafval. Samen met de andere Limburgse gemeenten (Afvalsamenwerking Limburg) willen wij in de toekomst het huishoudelijk afval in Limburg verwerken en er grondstoffen voor nieuwe producten van maken. De voorbereidingen voor deze circulaire afvalverwerking zijn reeds gestart. Eén van de hoofdopgaven van het NOVI-gebied Zuid-Limburg is een innovatieve, grensoverschrijdende en circulaire economie. Waarbij het doel is om een brede welvaart te realiseren door o.a.

grensbelemmeringen weg te nemen, de kenniseconomie te versterken en het benutten van de innovatieve chemie en kennisinstellingen als groeiversnellers voor de transformatie naar een duurzame economische en maatschappelijk welvarende toekomst. Wij onderschrijven deze ontwikkelingen en willen

17

Afvalbeheer is toegevoegd naar aanleiding van de straatinterviews.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 57

Met opmerkingen [PJ18]: Toegevoegd n.a.v. reactie NMF Limburg.

hier een actieve rol in vervullen mede in relatie tot de ontwikkelingen in het kader van knooppunt 046 (zie ook 7.2.2 optimale (digitale) bereikbaarheid.

7.2.2 Optimale (digitale) bereikbaarheid Wij willen onze (digitale) bereikbaarheid optimaliseren. Een goede (digitale) bereikbaarheid draagt niet alleen bij aan het versterken van ons economisch klimaat, maar zorgt ook voor het versterken van Stein als woongemeente met sociale en vitale wijken en kernen.

Mobiliteit Mobiliteit zien wij als een belangrijk middel om een optimale bereikbaarheid voor onze inwoners, werknemers en bezoekers van onze gemeente en tussen kernen te realiseren. Een optimale bereikbaarheid is een belangrijke voorwaarde om onze ambitie om ons economisch klimaat verder te versterken te realiseren. En niet alleen dat, mobiliteit loopt als een rode draad door alle vijf de thema’s uit deze Omgevingsvisie en is een belangrijke drager om de leefkwaliteit in Stein als woongemeente verder te versterken. Onze ambitie met betrekking tot mobiliteit ziet er per thema als volgt uit: Ambitie Mobiliteit & sociale en vitale wijken en kernen: • het faciliteren en stimuleren van ontmoeten en verbinden door het toepassen van het STOMP 18 ontwerpprincipe in de kernen; • Het borgen van de bereikbaarheid tussen kernen onderling door de afhankelijkheid van de eigen auto te verkleinen.

Ambitie mobiliteit en een veilige en gezonde leefomgeving: • continu aandacht voor een veilige leefomgeving door het aanpakken van de verkeersveiligheid middels een risicogestuurde aanpak (Strategisch Plan Verkeersveiligheid); • het beschermen van de volksgezondheid en het milieu door te voldoen aan de wettelijke normen voor geluid- en luchtkwaliteit voor verkeer • het bevorderen van een (positief) gezonde leefstijl door: (maatschappelijke) voorzieningen goed bereikbaar te maken voor wandelaars en fietsers (dagelijkse activiteiten); het groen in de kernen en het buitengebied te verbinden voor wandelaars en fietsers (ontspannen). Ambitie mobiliteit en unieke omgevingskwaliteiten: • het versterken van de toeristische infrastructuur door het realiseren van een grensoverschrijdend kwalitatief recreatief fiets- en wandelnetwerk; • het faciliteren van de land- en tuinbouw door het aanwijzen van een landbouwroutenetwerk. Ambities mobiliteit en een bereikbare en bedrijvige gemeente: • het ondersteunen van de economische clusters door het optimaliseren van de multimodale bereikbaarheid. Ambities mobiliteit en energietransitie: • het verminderen van de CO2-uitstoot door het vergroten van het aandeel duurzame vervoerwijzen (modal shift) en het verduurzamen van de automobiliteit Deze ambities zijn nader uitgewerkt in het Mobiliteitsplan.

18

Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar en collectief vervoer, Mobility as a service en de Privéauto

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 58

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot mobiliteit? Onze ambities met betrekking tot mobiliteit zijn uitgewerkt in het Mobiliteitsplan. Hierbij hebben wij ook aansluiting gezocht bij de Mobiliteitsvisie Zuid-Limburg. In deze visie staan de volgende ambities centraal: • mobiliteit draagt bij aan het doorontwikkelen van de agglomeratiekracht van Zuid-Limburg waarbij steden als Eindhoven, Luik en Aken onderdeel worden van het ‘Daily Urban System’ en de bereikbaarheid binnen de agglomeratie toeneemt, • mobiliteit draagt bij aan het verbeteren van gezondheid, leefbaarheid en veiligheid in onze steden, het Heuvelland en binnen de dorpen door meer ‘actieve mobiliteitsvormen’ die minder ruimte innemen en veiliger zijn voor (kwetsbare) verkeersdeelnemers • mobiliteit draagt bij aan verduurzaming en CO2-reductie en • mobiliteit draagt bij aan een inclusievere samenleving en verbeterde collectieve bereikbaarheid waarmee de bewegingsvrijheid van mensen, hun kansen op werk, het gebruik van voorzieningen en het leggen van sociale contacten toenemen. Daarnaast wordt samen met de gemeenten Sittard-Geleen en Beek onder leiding van de Provincie Limburg momenteel gewerkt aan een Gebiedsverkenning Mobiliteitsopgave Westelijke Mijnstreek waarbij ook de ambities van Chemelot met betrekking tot mobiliteit worden meegenomen.

Logistiek Voor wat betreft logistiek ligt onze gemeente aan één van de mulitmodale hotspots Sittard-Geleen/SteinBeek (knooppunt 046) van Limburg. Hier komen meerdere vervoersmodaliteiten samen (spoor, weg, water, lucht) en is overslag mogelijk. De logistieke sector is een voorname sector die een bijdrage kan leveren aan een de versterking van het lokale en regionale economische klimaat. Samen met de Provincie, RWS en buurgemeenten willen wij bijdragen aan de verdere logistieke ontwikkeling van knooppunt 046. Een belangrijke ontwikkeling hierbij is het mede oplossen van mobiliteitsknelpunten door zoveel mogelijk goederenvervoer over het spoor en water (met het Julianakanaal als belangrijk onderdeel van de Maasroute) te vervoeren. De Haven Stein speelt hierbij een belangrijke rol. Daarom zijn wij voorstander om een integrale visie op te stellen voor de ontwikkelingen in de Haven Stein in relatie tot het Blueportsnetwerk en Knooppunt 046 waarbij enerzijds aandacht is voor de economisch belangen van de bedrijven en de veranderende kijk op duurzame transportbewegingen maar anderzijds ook aandacht is voor de leefkwaliteit in de omgeving van de haven en de verbindingsroute tussen de haven en Chemelot. De ambitie van Chemelot is gericht op het versterken van de multimodale transportinfrastructuur. Veiliger en duurzaam transport staat hierbij centraal.

Wij onderschrijven deze ontwikkeling maar hierbij dient tevens aandacht te zien voor de omgeving en het beperken van de risico’s vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen als over de weg en water (zie ook hoofdstuk 5). Enerzijds omdat een toename van het vrachtverkeer wordt verwacht, anderzijds omdat dit een doorontwikkeling van de haven Stein vereist. Wij zijn ons bewust dat de huidige dynamiek in de economie (door digitalisering, robotisering, energietransitie en next economy) en maatschappij (individualisme, veranderende vraag naar arbeidsskills) vragen om een gezamenlijke visie en inzet van publieke en private stakeholders op de juiste investeringen voor de optimalisatie van het Knooppunt 046 en het belang van een toename van

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 59

Met opmerkingen [PJ19]: Toevoeging n.a.v. reactie DOP Berg

intermodaal vervoer. Echter, maatregelen die moeten worden getroffen om de optimalisatie vorm te geven (zoals bijvoorbeeld de aanleg van een multimodale corridor, de aanleg van buisleidingen of uitbreidingen van de laadkade) dienen eerst grondig te worden onderzocht, op draagvlak te worden getoetst en in dialoog met de omgeving tot stand te komen. Op deze wijze willen wij zorgen voor een balans tussen enerzijds de leefkwaliteit in Stein als woongemeenten en anderzijds het stimuleren van de bedrijvigheid binnen onze gemeente.

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot logistiek? Binnen het Meerjarenprogramma voor Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) wordt samengewerkt aan de versterking van de Nederlandse logistieke positie via het programma Goederenvervoercorridors. De ambitie is een vlot, betrouwbaar, robuust, veilig en duurzaam transportsysteem dat bijdraagt aan duurzame economische groei, waarover de gebruikers tevreden zijn. Dit moet onder andere bereikt worden door het oplossen van knelpunten rond congestie en logistieke betrouwbaarheid, het versterken van innovatie en de concurrentiekracht en het verminderen van de negatieve externe effecten (klimaat en milieu) van vervoer. Het programma is georganiseerd rond vijf thema’s: bovengemiddelde knooppunten, doorstroming, service voor gebruikers, duurzaamheid en innovatie. Het wordt in drie fasen uitgevoerd, waarbij zeventien acties en projecten gerealiseerd moeten worden. Eén van deze acties gaan over de optimalisatie van de logistieke knooppunten op de corridors die van bovengemiddeld belang zijn voor het functioneren. Een van deze knooppunten betreft het knooppunt 046 (Sittard Geleen/Stein). Voor het Knooppunt 046 is een handelingsperspectief opgesteld en zijn concrete acties benoemd die in het kader van het MIRT worden opgepakt.

Verbeteren van de digitale bereikbaarheid In de toekomst zal een goede digitale bereikbaarheid voor Stein als woongemeente steeds belangrijker worden. De Corona-crisis heeft duidelijk gemaakt dat we onafhankelijk van tijd en plaats digitaal kunnen werken en leven. Wanneer de trend van meer digitaal vanuit thuis werken en studeren doorzet, kunnen we daar als woongemeente van profiteren. Mensen zijn minder gebonden aan vaste werklocaties ver buiten onze regio en werken meer vanuit thuis waardoor zij in de regio blijven wonen of terugkeren. Wij streven er dan ook naar om de digitale bereikbaarheid voor onze inwoners, bedrijven en ondernemers te optimaliseren.

Wat gebeurt er al en wat zijn de ontwikkelingen met betrekking tot het verbeteren van de digitale bereikbaarheid? Het grootste gedeelte van de gemeente Stein is reeds aangesloten op het glasvezelnetwerk. Wij streven ernaar om het glasvezelnetwerk uit te breiden naar 100%. Wij hebben de provincie Limburg gevraagd om Stein mee te nemen in het dossier “snel Internet in het buitengebied”. De provincie heeft de ambitie om tot een aanpak voor Zuid-Limburg te komen en de zeer dure adressen in heel Limburg van een aanpak te voorzien. Voor wat betreft het antennebeleid worden de volgende beleidsuitgangspunten gehanteerd voor wat betreft omgevingsvergunningplichtige antenne-installaties: Voor omgevingsvergunningplichtige antenne-installaties gelden de volgende algemene beleidsuitgangspunten: • plaatsing van een zendinstallatie op of bij monumenten en in de beschermde stads- en dorpsgezichten in het algemeen is niet toegestaan; • er moet steeds worden gestreefd naar maximale site-sharing; • de plaatsing op bestaande antennemasten of andere bestaande bouwwerken zoals hoogspanningsmasten, lichtmasten en verkeersportalen heeft nadrukkelijk de voorkeur; • er moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij bestaande bebouwing of elementen;

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 60

• • • • • • • • •

plaatsing zoveel mogelijk uit het zicht; de installaties dienen zoveel mogelijk te worden geïntegreerd in de architectuur en/of de omgeving; de installaties mogen geen afbreuk doen aan de visuele kwaliteit van een gebouw en de omgeving; specifieke architectonische kenmerken mogen niet aangetast worden; bij in aanmerking komende nieuwbouw dient rekening te worden gehouden met de integratie van de installatie; een goede vormgeving van installaties en montage- en bevestigingsmethodieken kan de integratie in de omgeving en acceptatie vergemakkelijken; voor het aanbrengen van installaties nabij bestaande masten en reclamezuilen gelden dezelfde beoordelingscriteria als voor de vormgevende aspecten van gebouwen; de antenne-installaties, alsmede de bijbehorende technische installaties en de bedrading moeten door middel van zorgvuldige materiaal- en kleurkeuze in de omgeving ingepast worden; het ter beoordeling voor te leggen materiaal dient een volledig inzichtelijk beeld te geven van de beoogde installatie in zijn omgeving, compleet met toebehorende infrastructuur.

Voor het verlenen van medewerking wordt onderscheid gemaakt in stimulerend en restrictief beleid voor bepaalde gebieden. Stimulerend beleid Hierbij wordt in principe medewerking verleend aan realisering van omgevingsvergunningplichtige antenne-installaties. Deze medewerking is afhankelijk van de functie van de locatie in een bepaald gebied. Stimulerend betekent dan ook ‘onder voorwaarden mogelijk’. Medewerking vindt plaats indien in ieder geval is voldaan aan de algemene beleidsuitgangspunten. Restrictief beleid Hierbij wordt geen medewerking verleend aan de realisering van antenne-installaties in de aangegeven gebieden/functies, tenzij door de aanvrager wordt aangetoond dat in de gebieden waar een stimulerend beleid wordt gevoerd geen adequate locatie c.q. oplossing gevonden kan worden. In zijn algemeenheid wordt een verzoek tot plaatsing van een antenne-installatie getoetst aan de volgende criteria: stedenbouwkundige, landschappelijke, bouwtechnische, ruimtelijke kwaliteit, monumentale en maatschappelijke aspecten. In een als ‘restrictief’ aangemerkt gebied/ functie gelden deze aspecten in versterkte mate. Samengevat ziet dit er als volgt uit: Antwoord

Woonfuncties

Werkfuncties

Recreatieve functies

Restrictief

Restrictief

Restrictief

Restrictief

Stimulerend

Stimulerend

Industriegebied

Restrictief

Stimulerend

Stimulerend

Capaciteit/ Dekking

Buitengebied

Restrictief

Stimulerend

Restrictief

Capaciteit/ Dekking

Infrastructuur

Restrictief

Stimulerend

Restrictief

Vraag Capaciteit Capaciteit

Gebied

Beschermd stadsen dorpsgezicht Stedelijk gebied/ Gebied binnen bebouwde kom

Capaciteit

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 61

7.4 Uitgangspunten thema een bereikbare en bedrijvige gemeente Het realiseren van de ambities is gericht op het versterken van het economisch klimaat mag niet leiden tot een inbreuk op de leefkwaliteit in onze woonkernen. Hiertoe is het van belang dat bij ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met economische bedrijvigheid inzichtelijk wordt gemaakt wat de impact is op de leefkwaliteit, welke maatregelen getroffen moeten worden om de negatieve gevolgen tegen te gaan en deze maatregelen in dialoog met de omgeving tot stand komen en op draagvlak worden getoetst.

Wij willen onze unieke omgevingskwaliteiten behouden en versterken waarbij kwaliteit en kleinschaligheid leidend zijn. Bij het realiseren van onze ambities met betrekking tot een bereikbare en bedrijvige gemeente zullen wij deze uitgangspunten niet uit het oog verliezen. De ambities en ontwikkelingen rond Chemelot zijn ook van belang voor onze gemeente in het kader van o.a. het versterken van de regionale en lokale economie, vestigingsklimaat en werkgelegenheid. Een absolute voorwaarde voor ons is dat er een balans moet zijn tussen deze ontwikkelingen enerzijds en de ontwikkelingsmogelijkheden van onze gemeente anderzijds. Ontwikkelingen binnen de inrichting Chemelot kunnen er immers toe leiden dat mogelijkheden voor bijvoorbeeld woningbouw en bedrijven in onze gemeenten in het gedrang komen vanwege milieuregelgeving, waaronder omgevingsveiligheid en geluidsregelgeving.

2e concept Ontwerp-Omgevingsvisie • 62

Met opmerkingen [PJ20]: Aanvulling n.a.v. DOP Berg

Hoofdstuk 8 8.1

Energietransitie

Wat willen we bereiken?

In het Klimaatakkoord is met het Rijk afgesproken dat provincies, gemeenten en waterschappen primair aan de lat staan om via de Regionale Energiestrategieën (RES-en) maatschappelijk gedragen (ruimtelijke) keuzes te maken voor duurzame elektriciteitsopwekking op land (35 Twh in 2030) en alternatieve warmtevoorzieningen in de gebouwde omgeving. Voor deze energietransitie is (schaarse) ruimte in de fysieke leefomgeving nodig zowel boven als onder de grond (zie ook hoofdstuk 7 onderdeel bodem). Voor de energietransitie zijn verschillende maatregelen op lokaal niveau noodzakelijk. De basis hiervoor is gelegd in onze Energievisie. Wij willen in de gemeente Stein een vermindering van de CO2uitstoot (in 2030 met 49% verlaagd en in 2050 is de gemeente Stein energieneutraal).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=d19b42b3-c056-4966-9bdb-7962051e15ad