1. Ontwerpbestemmingsplan Erfgoed Stein.pdf
Tekst van het document
Dit zijn gebieden waarbij de middeleeuwse structuur, het karakter en de historie nog herkenbaar en voelbaar aanwezig is. Het betreft o.a. de kernen van Catsop; in Stein Keereind, de kern rond kerk en een deel van Houterend; de oude kernen Klein en Groot Meers; Maasband en in Berg a/d Maas de Berger Maasstraat, Kerkstraat en Julianastraat. Sommige van deze gebieden hebben een latere verandering en verdichting ondergaan, waardoor de intrinsieke waarde van het gebied in enige mate is aangetast. Dit is tot uitdrukking gebracht in de waardering van de verschillende gebieden. Gebieden die verband houden met de mijnbouw met oorspronkelijke structuur en het karakter -
Vanaf ca. 1930 heeft het grondgebied van Stein grote veranderingen ondergaan als gevolg van de opening van de nabijgelegen Mauritsmijn. Arbeiders moesten worden gehuisvest en infrastructuur werd aangelegd. In een aantal gebieden hiervan is de oorspronkelijke opzet en structuur behouden gebleven. Omdat de mijn een belangrijk onderdeel van de Steinse geschiedenis vormt is het wenselijk om ook aandacht te besteden aan deze periode en gebieden.
werkwijze Voor de inventarisatie en selectie van historische nederzettingen zijn primair historische kaarten bestudeerd. Het betreft de kadastrale minuutkaarten uit het begin van de 19 e eeuw, de topografische kaart van 1850 en topografische kaarten uit de 20e eeuw. Vervolgens zijn de gebieden bezocht en in samenhang met de bebouwing gewaardeerd. waarden In oorsprong bestond de gemeente Stein uit een agrarische gemeenschap met dito kernen. De agrarische oorsprong en het karakter is nog op vele plaatsen in min of meerdere mate herkenbaar aanwezig. Deze gebieden zijn in cultuurhistorische zin van belang vanwege de sociaal-economische ontwikkeling die verband houdt met de agrarische geschiedenis van de verschillende gebieden. Vaak is er sprake van een bijzondere samenhang tussen historische agrarische functies, de schaal en de verschijningsvorm van bebouwing, wegen, groenvoorziening en open ruimten. De gebieden hebben een bijzondere beeldkwaliteit vanwege de streekeigen bebouwing en inrichting. Het betreft bebouwing met streekeigen materialen en bouwwijzen en streekeigen beplantingen en groenelementen etc.
Hoofdstuk 3
19
In de eerste helft van de 20e eeuw veranderde het agrarische landschap drastisch. De opening van de staatsmijn Maurits betekende een keerpunt in de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Stein. De komst van de mijnen had met name gevolgen voor de infrastructuur, zoals het Julianakanaal waarvoor het westelijke deel van Elsloo moest verdwijnen en elders werd teruggebouwd. Ook had de komst van de mijnen en de bijbehorende infrastructuur een behoorlijke expansie van de kern Stein tot gevolg. De gebieden die in deze periode zijn ontstaan, zijn van belang vanwege de sociaal-economische ontwikkelingen die verband houden met de steenkoolwinning en de komst van de staatsmijn Maurits. Daar waar in Elsloo de herbouw en expansie met name plaatsvond langs bestaande wegen, werden in Stein ook nieuwe wijken aangelegd. De nieuwbouw langs bestaande wegen is van belang vanwege de architectonische kwalitatief hoogwaardige interbellum architectuur met een grote verscheidenheid. In tegenstelling tot Geleen, Sittard en de Oostelijke mijnstreek kent Stein, met uitzondering van de Belboom en Nieuwdorp, geen echte mijnkolonies. De uitbreidingswijken die vanwege de mijnbouw zijn ontstaan zijn van belang vanwege ruimtelijke, functionele kwaliteiten, op basis van een herkenbaar stedenbouwkundig concept.
De waarde van dergelijke gebieden is afhankelijk van de herkenbaarheid en gaafheid van de oorspronkelijke historisch-ruimtelijke structuur, de bebouwing en (functionele) opzet als geheel. Ieder gebied heeft uiteraard in de loop der tijd veranderingen ondergaan. De waardering is derhalve afhankelijk van de mate in hoeverre de oorspronkelijke structuur en het oorspronkelijke beeld herkenbaar is gebleven. De gaafheid vanuit historisch ruimtelijk, stedenbouwkundig, functioneel of landschappelijk oogpunt bepaalt over het algemeen ook de zeldzaamheid van een gebied. Daar waar andere gebieden hun historische karakter hebben verloren, is het hier bewaard gebleven. Reeds beschermde gezichten Elsloo en Urmond De gemeente Stein kent een tweetal rijksbeschermde gezichten, Elsloo en Urmond. Urmond is van rijksbelang vanwege de compacte stedelijke bebouwingsstructuur als belangrijke versterkte havenplaats. Elsloo is van rijksbelang vanwege de agrarische lintbebouwing en schilderachtige ligging in de helling van het Maasdal en de combinatie met het Maasvaart (waarvan het Schippershuis het belangrijkste relict vormt) en huidige kasteel (voormalige Panhuis, brouwerij).
In Elsloo is aansluitend aan het beschermde gezicht nog een deel van de Raadhuisstraat als zeer waardevol aangemerkt vanwege de nog aanwezige huisweiden, die het agrarische karakter ondersteunen en de begin 20 e-eeuwse bebouwing (waaronder het voormalige gemeentehuis) aan de oostkant van de Raadhuisstraat. In Urmond is, aansluitend aan het beschermde gezicht, het gebied dat de zuidelijke steilrand (die onderdeel was versterkte vestiging) alsmede een deel van de Beekstraat en de Bergstraat (die onderdeel zijn van de historische structuur en waar de historisch bebouwing nog deels aanwezig is) omvat als zeer waardevol aangemerkt. Ook in het gebied tussen de Brugstraat en Oude Poort (voorheen eveneens gelegen in de versterkte nederzetting) is de historische structuur en bebouwing nog bewaard gebleven. Dit gebied is als waardevol aangemerkt. Catsop Het gebied waar de agrarische ruimtelijke structuur en het karakter het best bewaard is gebleven is Catsop. Het gaat daarbij niet alleen om de historische boerderijen, wegen en de Dries, maar ook om de historische inrichting van de erven. Aan de achterzijde van vele boerderijen zijn de huisweiden, omzoomd met meidoornhagen en voorzien van hoogstamfruitbomen bewaard gebleven. In de overige kernen en gehuchten is dat vanwege de verdichting van de bebouwing veelal niet meer het geval.
Hoofdstuk 3
20
Achter de boerderij in Catsop zijn veelal nog huisweiden aanwezig welke zijn omzoomd met meidoornhagen en voorzien van hoogstam fruitbomen.
Elsloo Behoudens de als rijksbeschermd gezicht aangewezen oorspronkelijke kern kent Elsloo nog meer waardevolle gebieden. In het gehucht Terhagen bij Elsloo, dat dateert van vóór 1800, is de historische agrarische structuur eveneens nog redelijk herkenbaar. Dit gebied is als waardevol aangemerkt. Het westelijke deel van de Stationsstraat, oorspronkelijk een veedrift en later verbinding met de gemeente Beek, bevatte begin 20e eeuw enkele verspreide boerderijen. Met de aanleg van het kanaal in de jaren ’30 werd langs deze weg architectonische kwalitatief hoogwaardige woningen met een grote architectonische verscheidenheid gerealiseerd. Dat geldt eveneens voor het oostelijke deel van de Stationsweg, De Heirstraat en de Julianastraat. De oorspronkelijke bebouwing en het oorspronkelijke karakter is redelijk goed bewaard gebleven. Om deze reden zijn deze gebieden als waardevol aangemerkt. Maasband en Meers Meers bestaat oorspronkelijk uit twee afzonderlijke delen, Klein Meers en Groot Meers, met noordoostelijk hiervan het gehucht Veldschuur. Deze bebouwingsclusters dateren van vóór 1800. Ook hier zijn de historische agrarische structuur in relatie tot het Maaslandschap met dijken en uiterwaarden nog redelijk herkenbaar. Dat geldt eveneens voor de kern Maasband. Deze gebieden zijn als waardevol aangemerkt.
Stein In de historische kern van Stein zijn drie gebieden als zeer waardevol aangemerkt. Het betreft allereerst de structuur in de nabijheid van de kerk, waarvan het vermoeden bestaat dat het een vluchtburcht was, samen met de aangrenzende straten, Houterend, de Steeg, de Kruisstraat (gedeeltelijk), de Valderstraat en de Kelderstraat. In dit gebied is de oorspronkelijke agrarische structuur nog herkenbaar. Dat geldt eveneens voor het historische agrarische bebouwingslint Keerend. De omgeving van het kasteel, met economiegebouwen (de voormalige molen) en het kasteelpark (met begraafplaats) vormt eveneens een zeer waardevol ensemble. De wijk Belboom nabij het Steinerbos is een van de twee mijnkoloniën die Stein rijk is. De wijk is opgezet volgens het stedenbouwkundige en architectonische concept van een tuindorp, dat de basis vormde voor vele mijnwerkerswijken in de oostelijke en westelijke mijnstreek. De bebouwing in het gebied heeft een bijzondere stedenbouwkundige
Hoofdstuk 3
21
opzet en architectonische kenmerken die voortkomen uit de uit de tuindorp-architectuur zoals deze door de vereniging “Ons Limburg” werd gebezigd. Van soortelijke woningen zijn er meerdere in de mijnstreek gerealiseerd. Ook dit gebied is aangemerkt als zeer waardvol ensemble. Nieuwdorp is een van de laatste mijnkoloniën die in Limburg werd gerealiseerd. De kolonie die is gebouwd op het voormalige kamp (gezamenlijke landbouwgronden) van Stein, werd direct na de oorlog gerealiseerd door de Staatsmijn Maurits. De wijk heeft de opzet van een tuindorp. Vanwege het gebrek aan bouwmaterialen werden de ca. tweehonderd (semi-permanente) woningen gebouwd in één bouwlaag en met alternatieve bouwmaterialen die later vervangen zijn. Nieuwdorp is als laatste mijnkolonie van Limburg en vanwege de stedenbouwkundige structuur aangemerkt als waardevol gebied. Berg aan de Maas Tot slot is de historische lintbebouwing van Berg aan de Maas als waardevol gebied aangemerkt. Ook hier is de agrarische oorsprong van het gebied nog herkenbaar en redelijk gaaf bewaard gebleven. Daarnaast is de ruimtelijke relatie van de lintbebouwing met de oude veerlocatie van cultuurhistorische waarde.
Overzichtskaart met waardevolle gebouwde ensembles c.q. waardevolle dorpsgezichten
Hoofdstuk 3
22
Oude pand (<1800) Grotestraat 31 te Urmond, dat omstreeks 1900 werd gemoderniseerd en de huidige uitstraling kreeg
Grote straat 63 te Urmond, voormalige school en kosterwoning behorende tot de Hervormde Kerk.
Voormalige boerderij Kelderstraat 5 te Stein, gemoderniseerd in 1923
Woonhuis Houterend 95 te Stein, met neo-classistische stijlkenmerken uit 1925
Het havengebouw en de hijskraan in de haven van Stein
Vakwerk schuur (<1800) achter Raadhuisstraat 19 te Elsloo
Hoofdstuk 3
23
3.3 Gebouwen 3.3.1 Inleiding Van oudsher was de focus van monumentenzorg gericht op gebouwde monumenten. Daarom spreken deze, als het gaat om erfgoed, ook het meest tot de verbeelding van de inwoners. Voor de definitie en selectiecriteria voor gebouwde monumenten wordt kortheidshalve verwezen naar paragraaf 3.1. Naast monumenten die door het rijk zijn aangewezen omdat ze van nationaal cultuurhistorisch belang worden geacht, is er een groot aantal gebouwen die op lokaal niveau van belang worden geacht vanwege de aanwezige monumentale waarden. Het betreffen gebouwen die een weerspiegeling zijn van de ontwikkelingsgeschiedenis van de gemeente en bijdragen aan de identiteit van de omgeving. 3.3.2 Waardering Tijdslagen Voor gebouwen is aansluiting gezocht bij de kernkwaliteiten van de verschillende kernen en gebieden. Daarnaast is onderscheid gemaakt tussen de van oudsher aanwezige agrarische gebouwen en de bebouwing die verband houdt met de komst van de mijnen. De agrarische bebouwing kent meerdere tijdslagen, terwijl de bebouwing die verband houdt met de komst van de mijnen met name de periode 1930-1950 bestrijkt. Agrarische gebouwen -
-
-
Voor wat betreft de agrarische gebouwen is er sprake van verschillende tijdslagen. Vanuit de historie bestaat de agrarische bebouwing van Stein vooral uit langgevelboerderijen die haaks op de weg waren gesitueerd, met aan de weg het woongedeelte en hierachter de stallen en schuur. Vanuit de langgevelboerderijen, ook wel bekend als dwarshuis ontstonden L-vorming boerderijen. Stein kent veel van dit soort agrarische gebouwen, vaak keuterboerderijen. De boerderijen van rijkere boeren ontwikkelden zich reeds in de middeleeuwen tot U-vormige boerderijen, die uiteindelijk ook aan de voorzijde gesloten werden, waardoor de carré-boerderij ontstond. Oorspronkelijke waren de boerderijen opgetrokken uit vakwerk met leemvullingen en de rijkere boerderijen uit mergel en (ook vanwege de aanwezige klei) uit baksteen. In de loop der jaren zijn ook de meeste vakwerkboerderijen in fases versteend. Vanaf het einde van de 19e eeuw vonden ingrijpende verbeteringen in de landbouw en veeteelt plaats. Deze verbeteringen hadden ook gevolgen voor de bouw en inrichting van nieuwe boerderijen, waarvan ook enkele voorbeelden in Stein aanwezig zijn.
Gebouwen die verband houden met de mijnbouw -
Vanaf circa 1930 heeft het grondgebied van Stein grote veranderingen ondergaan als gevolg van de komst van de nabijgelegen Mauritsmijn. Er werden met name woningen gebouwd, waarbij vooral in de jaren ’30 sprake was van een hoge architectonische kwaliteit en verscheidenheid. Behoudens woningen werden als gevolg van de hoogconjunctuur van de mijnen ook andere bijzondere gebouwen gebouwd, zoals o.a. het havengebouw in Stein.
Werkwijze De inventarisatie en selectie van gebouwen heeft in samenhang met de historische nederzettingen plaatsgevonden. Hiervoor zijn primair historische kaarten bestudeerd. Het betreft de kadastrale minuutkaarten uit het begin van de 19e eeuw, de topografische kaart van 1850 en topografische kaarten
Hoofdstuk 3
24
uit de 20e eeuw. Vervolgens zijn de gebouwen bezocht en samen en in samenhang met de nederzettingsstructuren gewaardeerd. Waarden In totaal zijn aan de hand van de selectiecriteria circa 550 gebouwen geselecteerd. Daarvan zijn circa 100 gebouwen aangemerkt als zeer waardevol (gemeentelijk monument), ca. 210 gebouwen aangemerkt als waardevol (beeldbepalend pand) en circa 250 gebouwen aangemerkt als vrij waardevol (beeldondersteunend pand). zeer waardevolle gebouwen De circa 100 zeer waardevolle gebouwen zijn in hoge mate gaaf en authentiek. Deze gebouwen zijn in hun geheel beschermenswaardig. waardevolle gebouwen De circa 210 waardevolle gebouwen hebben een mindere mate van gaafheid en authenticiteit dan de zeer waardevolle gebouwen. Vaak zijn de oorspronkelijke ramen vervangen of is de indeling van de ramen gewijzigd. De architectuur, gevelindeling en gevelornamenten zijn over het algemeen wel gaaf bewaard gebleven en als zodanig in cultuurhistorische zin van belang. vrij waardevolle gebouwen De circa 250 vrij waardevolle gebouwen zijn met name beeld- of ruimtelijk ondersteunend. Deze gebouwen zijn met name van belang vanwege ruimtelijke aspecten, de situering, afmeting en richting van de bouwmassa, die bijdraagt aan de beleving van de (historische) nederzettingsstructuur.
bouwhistorische verwachting Op basis van de kadastrale minuutkaart weten we welke bebouwing begin 19 e eeuw reeds aanwezig was. Ook kunnen we op basis van uiterlijke kenmerken zien of een pand een oude kern heeft. Van de bovenstaande panden zijn er circa 240 panden die vermoedelijk nog een oudere kern hebben en waarin bijvoorbeeld oude kelders, schouwen of constructieonderdelen, zoals balklagen of oude kapconstructies nog aanwezig zijn.
Spoorbrug bij Terhagen te Elsloo
Hoofdstuk 3
Op de Dries 31 te Catsop
25
3.4 Klein gebouwd erfgoed 3.4.1 Inleiding Naast woningen, boerderijen en andere gebouwen is er ook klein gebouwd erfgoed dat van waarde is. Het betreft kruisen en kapellen, maar ook andere kleine gebouwde elementen zoals tuinmuren, straatmeubilair (o.a. pompen), bakhuisjes, etc. 3.4.2 Waardering Stein kent veel kruisen en kapellen. De meeste kruisen en kapellen zijn opgericht door buurtgemeenschappen en worden door heemkundige verenigingen, stichtingen of vrijwilligers onderhouden. Dit geldt ook voor andere kleinere landschapselementen en historische relicten, zoals beeldjes, gevelstenen, gedenkstenen, etc. Over het algemeen hebben dit soort objecten een hoge geschiedkundige waarde en zijn ze beeldbepalend voor de omgeving. Ze vormen een belangrijk onderdeel van het cultuurhistorisch erfgoed en Limburgse landschap. Een beperkt aantal van deze objecten heeft ook monumentale waarde die selectie van deze objecten rechtvaardigen. Tijdslagen Ook voor wat betreft dit klein erfgoed is aansluiting gezocht bij de kernkwaliteiten van de verschillende kernen en gebieden. Ook hier is er sprake van verschillende tijdslagen, alhoewel deze tijdslagen in mindere mate zichtbaar zijn. Werkwijze De basis voor de selectie van het klein erfgoed wordt gevormd door de inventarisatie van de Werkgroep Kleine Monumenten.
Voorts heeft in samenhang met gebouwen, historische nederzettingen en landschap een aanvullende inventarisatie plaatsgevonden. Waarden In totaal zijn aan de hand van de selectiecriteria 59 objecten geselecteerd. Daarvan zijn 20 kleine gebouwde objecten aangemerkt als zeer waardevol (gemeentelijk monument), 22 kleine gebouwde objecten aangemerkt als waardevol (beeldbepalend) en circa 17 kleine gebouwde objecten aangemerkt als vrij waardevol (beeldondersteunend). De zeer waardevolle kleine gebouwde objecten zijn in hoge mate gaaf en authentiek. De overige waardevolle en vrij waardevolle kleine gebouwde objecten hebben een mindere mate van gaafheid, authenticiteit, ouderdom en zeldzaamheid. Zo zijn bijvoorbeeld houten kruisen vaak vervangen door nieuwe exemplaren. Al deze objecten zijn in hun geheel beschermenswaardig.
Kapel aan de Kaak te Elsloo
Hoofdstuk 3
Boom-kastkapel Catsop
Gevelkruis Meers
Waterpomp Berg a/d Maas
26
3.5 Groen- en landschap 3.5.1 Inleiding De gemeente Stein ligt in het noorden van het Zuid-Limburgse heuvelland en betreft een krijt- en lössgebied doorsneden door het rivierdal en de terrassen van de Maas. De landschapselementen met hun vegetatie hangen samen met de klei-, löss- en zandbodems. Opvallende landschappen van Stein zijn de plateau’s, de holle wegen, de hellingbossen met bronnen, de beekdalen en de rivieroevers. Ze zijn bepalend voor de nederzettingsgeschiedenis en de ligging van groenelementen in de verschillende tijdslagen. Voor wat betreft de inventarisatie en waardering van groen is er onderverdeling gemaakt in: Cultuurlandschap en landschapsgebieden Cultuurlandschap en landschapsgebieden zijn nog herkenbare historische geografische gebieden waarvan de historische structuur bewaard is gebleven. De verschillende landschapsgebieden bevatten vaak een of meer landschapselementen die zijn ingebed in hun omgeving. Landschapselementen Landschapselementen zijn duidelijk begrensde delen van een landschapsgebied die met bomen en/of struiken zijn begroeid. Het betreft een bos, bosje, houtwal, heg, laan, park, begraafplaats, boomgaard e.d. Bomen of struiken De bomen en struiken die zijn geïnventariseerd en gewaardeerd zijn over het algemeen zeer bijzondere en zeldzame (groepen van) bomen of struiken.
Ze zijn meestal onderdeel van landschapselementen, zoals oude vechtheggen, oude zeldzame zwarte populieren, oude hakhoutsloven.
Rij van oude knothaagbeuken op een wal-talud: autochtone haagbeuken uit de tijdslaag van vóór 1850 (Koestraat, Kerensheide), een oude landweer).
Hoofdstuk 3
27
3.5.2 Waardering Tijdslagen Daarnaast is er bij de inventarisatie van groen- en landschapselementen onderscheid gemaakt tussen de verschillende tijdslagen. Als de oudste tijdslaag benoemen we de periode vóór ca. 1850, het preindustriële landschap. Voor het bepalen van de oudste periode van landschapselementen (vóór 1850) geeft de topografische kaart van rond 1850 een eerste indicatie. Bij deze oudste tijdslaag zijn zowel de cultuurhistorische waarde, de natuurwaarde en de genetische waarden van de bomen en struiken van belang. In de jongere periode ca.1850-1970 zijn vooral cultuurhistorische waarden van belang. Vóór 1850 gaat het om de begroeiingen van de holle wegen, beekdalen, hellingbos en de oude beplantingen van heggen, houtwallen en soms individuele markante bomen binnen het agrarische gebied. Na 1850 zijn met name beplantingen van pleinen, boomgaarden, lanen, straten, wegen, erven en parken van cultuurhistorische betekenis. Vaak zijn beide tijdslagen aanwezig. Bij de inventarisatie en waardering ligt het accent op cultuurhistorische waarden van de landschapselementen met de bomen en struiken. Die gaan uiteraard veelal samen met natuurwaarden. Werkwijze Voor de waardering van groen- en landschap is een aantal factoren en kenmerken van belang. Allereerst is de geomorfologische basis bepalend voor de aard van het landschap en de plaats waar nederzettingen ontstaan.
De historisch-geografische onderlegger met de aard van de dorpen en buurtschappen, de perceelsvormen en grondgebruik zijn de basis voor de landschapselementen. De aard van het perceel en de perceelscheidingen, erf-, akker- of graslandgrenzen, wallen, sloten, waterlopen, steilhellingen en holle wegen. Daarna wordt verder ingezoomd op het groen zelf. Betreft het een houtwal, houtsingel, laan, heg, bosstrook of bos. Van belang is vervolgens om de aard van de beplanting te bepalen, bijvoorbeeld een heg langs een akker of aan de bovenrand van een holle weg, bomen op een wal of onder op het talud. Vervolgens komt het (cultuur-)historische beheer aan de orde: betreft het opgaande bomen, hakhout, knotbomen, al dan niet gevlochten heggen e.d. Ten slotte is gekeken naar de soort boom of struik en soms zelfs ook karakteristieke variëteiten uit oogpunt van cultuurhistorie. Waarden Veel soorten bomen en struiken hebben cultuurhistorische waarde vanwege het allerhande vroegere gebruik en toepassingen. In de kruid- en struiklaag kunnen soorten voorkomen die indicatief zijn voor een lange voorgeschiedenis zoals bosanemoon, bosviooltje, paarbladig goudveil, tweestijlige meidoorn en viltroos. Soorten zoals tweestijlige meidoorn en viltroos zijn niet of nauwelijks in de handel, zodat ze als oorspronkelijk inheems of autochtoon beschouwd kunnen worden.
Zowel vóór als na 1850 kunnen er typische cultivars van gekweekte bomen en struiken voorkomen. In Zuid-Limburg is er echter nog tot ver in de 19e eeuw inheems plantgoed gebruikt, zoals van zomerlinde en ruwe iep. Deze hebben soms nog een genetische verwantschap met de ‘wilde’ bomen van vroeger en zijn soms nog verwant aan genetisch materiaal uit bestaande oude boskernen en houtwallen. Er kunnen ook allerlei exoten, sierbomen en heesters tot de cultuurhistorische waarden gerekend worden zoals Robinia’s, Canadapopulieren, oude hazelaarrassen, hoogstam fruitbomen en seringen. Ze hebben dan een bepaalde ouderdom en behoren tot een cultuurhistorische waardevolle plek, een laan, gebouw of ensemble.
Hoofdstuk 3
28
Een oude vlechthaag bij Meers
Zeldzame autochtone viltroos bij Meers.
Links zeldzame oude cultivar van een treurwilg, waarschijnlijk de Franse treurwilg, Salix x sepulchralis ‘Salamonii’ (kasteelpark Elsloo), Rechts een monumentale boom van een oude kloon van een Canadapopulier: Populus canadensis ‘Serotina’ (bij Meers).
Gevuldbloemige eenstijlige meidoorn bij Berg. Het is een cultivar uit 1700.
De Kaukasische linde met opvallend getande bladeren; hoek Nieuwstraat-Boomgaardstraat te Stein.
Beeldondersteunende elementen van na 1945 Een apart aandachtspunt vormt de jongere generatie bomen en heesters zoals in de nieuwere naoorlogse wijken en de beplanting langs het Julianakanaal. Grote delen van de nieuwere woonwijken in Elsloo, Stein en Urmond dateren van na 1945 en later. Sommige beplanting is inmiddels een halve
Hoofdstuk 3
29
eeuw of meer oud en bomen kunnen voor deze tijdslaag karakteristiek zijn. Ze zijn zeer beperkt in de inventarisatie meegenomen, maar kunnen in de toekomst als cultuurhistorisch of beeldbepalend opgevat worden. Sommige, vaak toevallige, bijzondere en zeldzame bomen hebben dendrologische waarde, zoals een lampionboom (Koelruiteria panicilata), een Kaukasische linde (Tilia dasystyla subsp. caucasica) of de eenstijlige meidoorn met gevulde bloemen (Crataegus monogyna ‘Alboplena’). Maar ook minder zeldzame boomsoorten en variëteiten zijn karakteristiek voor de periode na 1945, zoals de smalkronige haagbeuken, lindesoorten, roodbladige esdoorns en platanen. De jongere tijdslaag is met dit cultuurhistorisch onderzoek en cultuurhistorische waardering nagenoeg buiten beschouwing gelaten. Alleen een drietal plantsoenen in de nieuwere wijken van Stein, uit de periode 1965-1970, met nog een deel van de oorspronkelijke beplanting is bij de inventarisatie opgenomen. Het Julianakanaal, dat rond 1938 in gebruik werd genomen, wordt begeleid door een strakke beplanting van Canadapopulieren en grauwe abelen, met een landschappelijke en beeldbepalende waarde. De populieren van ca. 20 à 40 jaar oud, betreffen inmiddels een tweede of derde generatie waarmee hun huidige cultuurhistorische betekenis gering is. De honderden maretakken in de kronen vertegenwoordigen een belangrijke natuurwaarde.
Twee generaties Canada-populieren langs het Julianakanaal bij Elsloo (ca. 1980 en latere inboet). De vele maretakken in de boomkronen hebben natuurhistorische waarden
De soorten bomen en struiken als cultuurhistorisch erfgoed Vooral in het landelijke gebied wisten mensen vroeger kwaliteiten van bomen en struiken goed te benutten. Afgaande op de vele voorwerpen die in musea bewaard zijn gebleven en door archeologen worden opgegraven, was er een grote kennis van de kwaliteiten van hout, bast, schors, blad, bomen en vruchten van veel soorten houtige gewassen. Brandhout was als energiebron onontbeerlijk, maar er was ook allerhande geriefhout nodig voor onder meer afrasteringen, wandconstructies en gereedschappen. Specifieke houtsoorten werden geselecteerd voor molenonderdelen, wagenwielen en klom-
Hoofdstuk 3
30
pen. De bast leverde vezels voor kleding, netten en touw. De schors van met name eiken was een basis voor looistof. Hout van allerlei soorten was meer en minder geschikt voor houtskool. Bladvoer van bomen, vooral van es, haagbeuk, linde en iep, was uiterst waardevol in periodes van lange winters. We zien het historische gebruik ervan terug in het beheer van knotbomen en hakhoutbomen. Hoogstamfruit is als cultuurhistorisch erfgoed bekend. De periode vóór 1850, van ca. 1450-1850, wordt wel de ‘Kleine IJstijd’ genoemd. Een periode van ijspret, maar ook van veel zorgen om het vee de winter door te krijgen. Blad- en takvoer van bomen waren een noodzakelijk onderdeel van het boerenbedrijf. Bloemen en vruchten leveren honing, thee, medicijnen en voedsel. Soorten bomen en struiken zijn daarmee cultuurhistorische parameters. Verlies van soorten uit bossen, bosranden, houtwallen, en hagen zijn daarom ook verlies van cultuurhistorie. Onder de cultuurhistorische waardevolle bomengroep komen vaak essen voor. Ook in de gemeente Stein is sprake van de essentaksterfte in meer en mindere mate. Bij de cultuurhistorische inventarisatie is geen rekening gehouden met de vitaliteit van de bomen. Voor meer informatie over de cultuurhistorische waarden van het groene erfgoed wordt verwezen naar bijlage 3.
Een hoog opgesnoeide knot-es (houtwal).
Snoeilindes bij Bokkenrijderskapel van Urmond
3.6 Infrastructuur 3.6.1 Inleiding In de bijlage bij deze toelichting zijn de ontwikkelingen van het landschap en de kernen beschreven en is ook de ontwikkelingsgeschiedenis van de infrastructuur aan de orde gesteld. Onder infrastructuur worden in dit verband niet alleen wegen verstaan, maar ook waterlopen, dijken, landweren en veedriften. De situering van wegen en andere infrastructuur heeft een directe relatie met het landschap en
Hoofdstuk 3
31
voor een deel komt de waardevolle infrastructuur ook overeen met waardevolle landschapselementen, zoals holle wegen en restanten van landweren. 3.6.2 Waardering Werkwijze De basis voor de inventarisatie van oude wegen wordt gevormd door de landschapsgeschiedenis die in de bijlage is aangegeven. Ook de kadastrale minuutkaart uit het begin van de 19 e eeuw vormt een goede basis voor inventarisatie van de infrastructuur. De wegen die op deze kaart staan aangegeven zijn in de loop van de middeleeuwen ontstaan. Tijdslagen Ook voor wat betreft de infrastructuur is er sprake van een aantal tijdslagen. De oudste weg liep in de helling van het Maasdal. Naar mate het Graetbos verder in oostelijke richting werd ontgonnen, ontwikkelde zich ook het wegenstelsel, in eerste instantie dwars op lintdorpen die evenwijdig liepen aan de Maas. Later ontstonden op het plateau ook wegen evenwijdig aan de Maas, waarbij o.a. oude landweren de functie van veedrift kregen en zich later ontwikkelden tot wegen. Het is echter moeilijk aan te geven welke wegen op welk moment zijn ontstaan. Voorts is een deel van de oude infrastructuur opgegaan in nieuwbouwwijken of doorsneden door nieuwe wegen en als zodanig niet meer herkenbaar en beleefbaar.
Waarden Voor wat betreft de selectie en waardering van de historische infrastructuur gaat het met name om wegen, waterlopen, dijken, landweren en veedriften die nog in zekere mate gaaf bewaard zijn gebleven of als zodanig herkenbaar zijn. Wegen en paden Als meest waardevol gelden de oudste wegen. Dit is o.a. de oudste weg door de helling van het Maasdal, in feite niet meer dan een voetpad, waarover lastdieren achter elkaar werden geleid. Van deze weg is ten westen van Terhagen een klein gedeelte bewaard gebleven. Ook van de latere weg van Elsloo naar Stein op de Scharberg is nog een deel bewaard gebleven. Verder zijn de nog aanwezige, van oorsprong middeleeuwse wegen, die op de kadastrale minuutkaart uit het begin van de 19 e eeuw stonden, van waarde. Deze middeleeuwse wegen zijn vooral in de oude dorpskernen bewaard gebleven en nog herkenbaar. Enkele wegen zijn helaas verdwenen of niet meer herkenbaar. Dat geldt o.a. voor de 14 e-eeuwse Maesweghe, de oostwestverbinding van Antwerpen, via het veer van Berg a/d Maas naar Sittard en verder door naar het Duitse Rijnland. Deze weg werd in de 18e eeuw vervangen door de Bergerweg, met aftakking naar Urmond, die beide wel nog herkenbaar zijn. Ook de uit 14e eeuw daterende noordzuid gesitueerde heerbaan of heirweg, die destijds ten westen van de dorpen liep en waarvan weliswaar wel nog het tracé bestaat, maar niet meer herkenbaar is.
Dat geldt eveneens voor de latere noord-zuid verbindingen, de oude Postbaan (ca. 1750) en de oostelijker gelegen Postbaan (ca. 1825). Naast oude wegen zijn er oude voetpaden die van cultuurhistorische waarde zijn. Het betreft o.a. de Visserspaden naar de Maas in Urmond en de kruiwagenpaden of sjörgskarpaden in Meers.
Hoofdstuk 3
32
De Maaskaart uit 1847 met daarop de oude Maasarm en dijk (blauw) rond Maasband
De oude Maasarm en dijken rond Maasband is nog zichtbaar in het landschap
De landweer aan de Koeveldweg te Stein
De Hoolweg in Stein is een zeer oude holle weg
Graften aan de Eykskensweg te Catsop
Graften aan de Sickendaelweg te Catsop
Hoofdstuk 3
33
Waterlopen en dijken De belangrijkste waterstroom, de Maas, heeft in het verleden meerdere stromen gekend. Sinds circa 1650 stroomt de Maas door haar huidige bedding. De oude Maasbeddingen zijn in het landschap echter nog zichtbaar en ook nog in de verkaveling van percelen herkenbaar. Dat geldt met name rond de Maasband en in minder mate rond Meers. De oude Maasarmen in het landschap zijn van cultuurhistorische waarde. De benedenloop van beken, met name de Ur, is als gevolg van de aanleg van het Julianakanaal ingrijpend gewijzigd. Hieraan zijn geen cultuurhistorische waarden meer toe te kennen. In Meers en Maasband zijn nog verschillende oude dijken aanwezig. De oudste van deze dijken is waarschijnlijk de dijk die ten noorden van de Grote straat in Meers loopt en dateert uit ca. 1500. De overige nog aanwezige of herkenbare dijken dateren in de basis uit de 17 e en 18e eeuw. In Urmond is nog een deel van de oude kademuur van de haven bewaard gebleven, dat eveneens van waarde is. Landweer Van de landweer, die vroeger was bedoeld om de gemeneweiden te scheiden van het Graetbos, zijn nog enkele restanten aanwezig. De meeste restanten zijn van de laatste landweer uit 1875. De landweer ten noorden van Stein, aan de Koestraat is aangewezen tot rijksmonument en daarmee beschermd.
Dat geldt niet voor de overige overblijfselen van de landweer: het restant nabij de molen van Urmond, het restant ten zuiden van Nieuwdorp bij Stein, en de twee restanten tussen Stein en Elsloo, waarvan één restant bij de Moordkuil, waarschijnlijk een voormalige schans. Nadat de functie van landweer kwam te vervallen is een aantal van de landweren omgebouwd tot veedriften. Deze restanten, die voor een deel ook samenvallen met de groene landschapselementen, zijn waardevolle relicten van de landschapsgeschiedenis van Stein. Veedriften en holle wegen Vroeger werd het vee in het dorp verzameld om vervolgens naar de gemeneweiden te worden gedreven, welke, al naar gelang de situering van de kern, waren gelegen in de uiterwaarden of richting het Graetbos, later de Greatheide. De veedriften naar de uiterwaarden zijn met de aanleg van het Julianakanaal en vanwege de Grensmaaswerken grotendeels verdwenen. Ook de veedriften richting de Graetheide zijn voor een deel verdwenen of grotendeels niet meer herkenbaar. Deze oude veedriften zijn opgegaan in het wegenstelsel, waarlangs na de aanleg van het Julianakanaal nieuwe bebouwing ontstond. De veedriften die wel nog herkenbaar zijn, zijn de oude holle wegen, met daarnaast beplanting om het vee te geleiden. Holle wegen treffen we vooral aan rondom het heuvellandschap van Catsop, maar ook op de rand van het plateau, zoals de Hoolweg in Stein.
De Hoolweg is echter geen veedrift maar een zeer oude weg. Evenals bij de landweer vallen de oude veedriften en holle wegen voor een deel samen met de groene landschapselementen. Het zijn waardevolle relicten van de landschapsgeschiedenis van Stein. Graften Graften zijn steilhellingen in het Limburgse heuvelland, die de heuvels verdelen in minder steile terrassen. Om erosie tegen te gaan werden op de steilere bouwlanden in Limburg heggen en bosplantsoenen geplant. Doordat er tegen de heggen materiaal aanspoelde (colluvium) en achter de heggen materiaal wegspoelde, ontstonden graften of steilranden die de heuvels verdeelden in beter begaan- en bewerkbare terrassen. Rondom Catsop is een groot aantal graften bewaard gebleven die van waarde zijn. Omdat deze graften uit (historisch waardevolle) beplanting bestaan, zijn ze ook als waardevol groen landschapselement aangemerkt.
Hoofdstuk 3
34
3.7 Juridische vertaling In het erfgoedbeleid zijn diverse vormen van waardevol erfgoed onderscheiden. Er is onderscheid gemaakt in nederzettingsstructuren (zijnde de waardevolle stads- en dorpsgezichten), gebouwen, klein gebouwd erfgoed, groen en landschap en infrastructureel erfgoed. In voorliggende paraplubestemmingsplan is de bescherming van deze vormen van erfgoed vervat in drie verschillende dubbelbestemmingen. Aan het gebouwde erfgoed, bestaande uit de waardevolle gezichten (nederzettingsstructuren), gebouwen en kleine bouwwerken, is de dubbelbestemming ‘Waarde – Historische bebouwing en gezichten’ toegekend. Binnen deze dubbelbestemming is tevens de regeling voor gebouwd erfgoed met een bouwhistorische verwachting opgenomen. Voor de historisch waardevolle groen- en landschapselementen is de dubbelbestemming ‘Waarde – Historisch groen en landschap’ opgenomen. De regeling voor historisch waardevolle infrastructurele elementen is tot slot opgenomen middels de dubbelbestemming ‘Waarde – Historische infrastructuur’. Binnen deze dubbelbestemmingen zijn functieaanduidingen opgenomen, waarmee onderscheid is gemaakt tussen de verschillende typen erfgoed (bijvoorbeeld tussen een waardevol gebouw en een klein gebouwd elementen, geen gebouw zijnde).
Op de verbeelding is zodoende in één oogopslag te zien of op een specifieke locatie sprake is van gebouwd, landschappelijk of infrastructureel erfgoed, en welk type erfgoed het precies betreft (bijv. een gebouw, landschapsstructuur of historisch wegtracé). In de voorliggende paragraaf is toegelicht hoe de bescherming van het desbetreffende erfgoed in dit bestemmingsplan is geregeld. Dubbelbestemming ‘Waarde – Historische bebouwing en gezichten’ De dubbelbestemming ‘Waarde – Historische bebouwing en gezichten’ is opgenomen voor de in de gemeente Stein aangewezen behoudenswaardige bouwwerken en beschermde stads- en dorpsgezichten. Wat betreft de stads- en dorpsgezichten is alleen aan de meest waardevolle gezichten deze dubbelbestemming toegekend. De bescherming van de overige waardevolle gebieden, die in het erfgoedbeleid 2019 als waardevol zijn aangemerkt, zal in toekomstig welstandbeleid worden gereguleerd. Een nadere planologische bescherming is voor deze gebieden niet noodzakelijk. De dubbelbestemming is gericht op het behoud, herstel en het versterken van de aanwezige cultuurhistorische en bouwhistorische waarden. Voor het bouwen ter plaatse van deze dubbelbestemming en het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden zijn regels opgenomen, die dienen ter waarborging dat (bouw)werkzaamheden geen aantasting van de aanwezige waarden tot gevolg hebben.
In het kader van de vergunningverlening voor deze werkzaamheden dient een toets plaats te vinden of de werkzaamheden aanvaardbaar zijn in relatie tot de aanwezige waarden. Daarnaast geldt een omgevingsvergunningplicht voor het slopen van bebouwing ter plaatse van deze dubbelbestemming. Wanneer bij de sloop historisch waardevolle elementen verdwijnen, is de sloop alleen toelaatbaar indien deze waardevolle elementen redelijkerwijs niet behouden kunnen blijven (bijvoorbeeld omdat het gebouw niet meer veilig te gebruiken is). De regelgeving voor de verschillende typen bouwwerken en gezichten is grotendeels vergelijkbaar, waardoor deze in één dubbelbestemming vervat kan worden. Door middel van functieaanduidingen is onderscheid gemaakt tussen de diverse vormen van gebouwd erfgoed. Waar nodig zijn binnen de dubbelbestemming specifieke regels opgenomen die alleen van toepassing zijn op één of enkele
Hoofdstuk 3
35
typen gebouwd erfgoed. Deze specifieke regels zijn gekoppeld aan één of meerdere functieaanduidingen. Rijksmonumenten Historisch en/of ruimtelijk waardevolle gebouwen, geen rijksmonument zijnde Klein gebouwd erfgoed, bestaande uit historisch waardevolle bouwwerken die geen gebouw of rijksmonument zijn Historische nederzettingsstructuren Gebouwen met een bouwhistorische verwachting
specifieke vorm van waarde – rijksmonument specifieke vorm van waarde – historisch gebouw specifieke vorm van waarde - waardevol gebouwd element specifieke vorm van waarde - waardevol gezicht specifieke vorm van waarde - bouwhistorische verwachting
De Rijksmonumenten zijn benoemd binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Historische bebouwing en gezichten’ en specifiek op de verbeelding aangewezen als 'specifieke vorm van waarde – rijksmonument'. Wat betreft de regelgeving omtrent Rijksmonumenten is de Erfgoedwet van toepassing. In het bestemmingsplan is daarom geen afzonderlijke regelgeving voor Rijksmonumenten opgenomen. De Rijksmonumenten zijn slechts aangewezen op de verbeelding van het paraplubestemmingsplan om een compleet beeld te geven van het beschermde gebouwde erfgoed in de gemeente Stein. De historisch en/of ruimtelijk waardevolle gebouwen, die niet zijn aangewezen als Rijksmonument, zijn aangeduid als 'specifieke vorm van waarde – historisch gebouw'. Bouwen ter plaatse van deze aanduiding is slechts toegestaan indien daarbij geen aantasting plaatsvindt van de aanwezige cultuurhistorische waarden van het betreffende gebouw. In een bijlage bij de planregels is per gebouw aangegeven welke waardevolle elementen het gebouw bevat die bewaard moeten blijven. In de regels zelf is geen onderscheid gemaakt tussen monumentale, beeldbepalende en beeldondersteunende gebouwen. Dit onderscheid is terug te vinden in de bijlage bij de regels.
Bij de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen dient een commissie van deskundigen te beoordelen of het bouwplan geen onevenredige aantasting van de aanwezige cultuurhistorische waarden tot gevolg heeft. Gebouwen met een bouwhistorische verwachting betreffen panden die vermoedelijk nog een oudere kern hebben en waarin bijvoorbeeld oude kelders, schouwen of constructieonderdelen, zoals balklagen of oude kapconstructies nog aanwezig zijn. Bij de verbouwing van een gebouw dat is aangeduid als ‘specifieke vorm van waarde - bouwhistorische verwachting’ dient voorafgaand aan de planvorming en verbouwing een onderzoek plaats te vinden naar de bouwhistorische waarden van het desbetreffende gebouw. Indien blijkt dat bouwhistorische waardevolle bouw- en/of constructiedelen aanwezig zijn, dan moeten deze behouden blijven. Voor behoudenswaardige historische bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - waardevol gebouwd element' opgenomen. Dit betreffen bouwwerken zoals tuinmuren, straatmeubilair en bakhuisjes met belangrijke historische waarde. Voor dergelijke elementen is de regels opgenomen dat deze niet gewijzigd mogen worden.
Middels een omgevingsvergunning kan van deze regel worden afgeweken voor het wijzigen van een dergelijk bouwwerk, mits hierbij geen afbreuk wordt gedaan aan het ruimtelijk historisch beeld en de ruimtelijke historische belevingswaarde en de cultuurhistorische waarden.
Hoofdstuk 3
36
Voor de beschermde stads- en dorpsgezichten is de aanduiding 'specifieke vorm van waarde waardevol gezicht'. Hieronder vallen zowel de rijksbeschermde dorpsgezichten als de waardevolle gebieden die direct aan deze rijksbeschermde gezichten grenzen. Deze gebieden behoren in ruimtelijke historische zin in feite bij het rijksbeschermde gezicht en zullen gelijktijdig met de vaststelling van dit bestemmingsplan worden aangewezen tot gemeentelijk beschermd dorpsgezicht. De planologische bescherming van de overige waardevolle gebieden, die in het erfgoedbeleid 2019 als waardevol zijn aangemerkt, wordt niet noodzakelijke geacht. Individuele beschermingswaardige bebouwing binnen de bovengenoemde gebieden wordt in dit bestemmingsplan al planologisch beschermd met de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – historisch gebouw’. Met het in werking treden van de Omgevingswet zal herziening van het welstandbeleid noodzakelijk zijn. In dit toekomstige welstandbeleid zullen criteria worden opgenomen ter verdere bescherming en regulering van de ruimtelijke kwaliteit van deze waardevolle gebieden. Zowel het gezicht zelf als de daarin aanwezige bebouwing is beschermd middels de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - waardevol gezicht'.
Een groot aantal individuele gebouwen en bouwwerken binnen de aangewezen waardevolle gezichten zijn tevens aangewezen als waardevol gebouw, klein gebouwd element, Rijksmonument of gebouw met een bouwhistorische verwachting. Binnen het beschermde gezicht gelden regels voor bouwen, waardoor wordt gewaarborgd dat het waardevolle gezicht niet wordt aangetast. Hiertoe zijn o.a. regels gesteld aan de ligging van de voorgevelrooilijn, kapvorm- en kaprichting, dakbedekking en het geveltype van gebouwen. Daarnaast zijn regels opgenomen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde. Het betreft regels ten aanzien van het aanbrengen van reclame-uitingen, wijzigen van kleuren, ornamenten, en oppervlakte structuur en ornamenten van gevels bij panden die niet de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – historisch gebouw’ hebben. Ook zijn er binnen de beschermde gezichten regels opgenomen voor het aanleggen en verharden van paden, wijzigeng van weg- of straatprofielen en oppervlakteverhardingen, graven en dempen van waterpartijen een aanleggen van energie-, transport- of communicatieleidingen en bijbehorende voorzieningen. Dubbelbestemming ‘Waarde – Historisch groen en landschap’ De dubbelbestemming ‘Waarde – Historisch groen en landschap’ is opgenomen voor de in de gemeente Stein aangewezen behoudenswaardige groen- en landschapselementen.
De dubbelbestemming is gericht op het behoud, herstel en versterken van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Binnen deze dubbelbestemming is onderscheid gemaakt tussen waardevolle landschappen (gebieden), groenstructuren en individuele groene objecten zoals bomen en hagen. Landschappen Groenstructuren Groenobjecten
specifieke vorm van waarde - historisch waardevol groengebied specifieke vorm van waarde - historisch waardevol groenelement specifieke vorm van waarde - historisch waardevol groenobject
Wat betreft het bouwen van bouwwerken geldt dat ter plaatse van deze dubbelbestemming, en binnen een zone van 1 meter uit de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde - historisch waardevol groenobject’ niet gebouwd mag worden. Hierdoor wordt gewaarborgd dat de toevoeging van bebouwing geen negatief effect heeft op het historisch groen en landschap. Daarnaast geldt binnen de
Hoofdstuk 3
37