Verordening Fysieke Leefomgeving Steenwijkerland 2023
Tekst van het document
Artikel 24:9 Intrekking ligplaatsvergunning Het college kan de ligplaatsvergunning intrekken indien: a. de ligplaatsvergunning ten gevolge van onjuiste dan wel onvolledige gegevens is verstrekt; b. de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie; c. niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften; d. het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft, afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente; e. het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft niet voldoet aan eisen inzake milieuhygiëne of de volksgezondheid; f. het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft zonder toestemming van het college gedurende een periode langer dan 12 aaneengesloten weken buiten de gemeente verblijft; g. de vergunninghouder of zijn rechtsverkrijgende dit verzoekt. Artikel 24:10 Aansluiting aan drinkwaterleiding 1. De vergunninghouder is verplicht ervoor te zorgen dat het woonschip is aangesloten aan het distributienet van de openbare waterleiding. 2. Het college kan vrijstelling verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, indien het schip is voorzien van een of meer drinkwatertanks waarvan de gezamenlijke inhoud minimaal 250 liter bedraagt. Artikel 24:11 Aansluiting op elektriciteitsnetwerk 1.
De vergunninghouder is verplicht ervoor te zorgen dat het woonschip is aangesloten op het distributienet van het openbare elektriciteitsnet. 2. Het is de vergunninghouder niet toegestaan op de ligplaats elektriciteit op te wekken gebruikmakend van benzine- of dieselaggregaten, anders dan voor het incidenteel uitvoeren van onderhouds- of reparatiewerkzaamheden. 3. Het college kan vrijstelling verlenen van het bepaalde in het eerste en tweede lid, indien de afstand van het aansluitpunt voor de elektriciteitsvoorzieningen tot het woonschip groter is dan 100 meter. 4. De in het derde lid bedoelde afstand wordt gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaar kan worden gemaakt. Artikel 24:12 Aansluiting aan de riolering 1. De vergunninghouder is verplicht ervoor te zorgen dat het woonschip is aangesloten op het gemeentelijk riool. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing: a. in delen van de gemeente waarin geen gemeentelijke riolering aanwezig is; b. voor zover uitsluitend hemelwater wordt geloosd. 3. Het college kan vrijstelling verlenen van het bepaalde in het eerste lid, indien afvoer op een andere wijze zonder verontreiniging van water, bodem of lucht mogelijk is voor woonschepen die op een grotere afstand dan 40 meter van een openbaar riool zijn gelegen. 4.
De in het derde lid bedoelde afstand wordt gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt. Artikel 24:13 Bijboot 1. Bij een woonschip, waarvoor een ligplaatsvergunning als bedoeld in artikel 24:4, eerste lid van deze verordening is verleend, mag maximaal met één bijboot ligplaats worden ingenomen, tenzij naar het oordeel van het college daartegen bezwaren bestaan die verband houden met de belangen die deze verordening beoogt te beschermen. 2. Een bijboot mag de volgende afmetingen niet overschrijden: lengte: 7 meter; breedte: 3 meter. Artikel 24:14 Nakoming aanwijzingen 1. Met betrekking tot het innemen, hebben of veranderen van een ligplaats worden de door het college gegeven aanwijzingen binnen de daarbij gestelde termijn in acht genomen. 2. De vergunninghouder is verplicht gevolg te geven aan bevelen en aanwijzingen die door aangewezen ambtenaren van politie of de door het college aangewezen personen zijn gegeven, in het belang van de veiligheid van het verkeer, behoudens beroep op het bestuursorgaan. Artikel 24:15 Nadere regels Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een woonschip op de krachtens artikel 24:3, eerste lid, aangewezen plaatsen nadere regels stellen in het belang van: 1. de volksgezondheid; 2. milieuhygiëne; 3. het aanzien van de gemeente. 25.
TOEZICHT EN STRAFBEPALINGEN Artikel 25:1 Strafbepalingen Voor de artikelen in hoofdstuk 2 t/m 15 gelden de volgende bepalingen: 1. Overtreding van het bij of krachtens deze artikelen en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. Overtreding van het bij of krachtens artikel 6:4 bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:1 en 2:2 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, artikel 2:3, eerste lid, en artikel 8:1, tweede lid. 4. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. Artikel 25:2 Toezichthouders Voor de artikelen in hoofdstuk 2 t/m 15 gelden de volgende bepalingen: 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aangewezen personen. 2.
Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met dit toezicht. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften. Artikel 25:3 Strafbepalingen Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 16:2, 16:4, 16:6, 16:8 en 16:10 t/m 16:18 bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten. Artikel 25:4 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen uit hoofdstuk 16 zijn belast de door het college aangewezen ambtenaren. Artikel 25:5 Strafbepalingen Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen uit hoofdstuk 17 wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste twee maanden en kan bovendien gestraft worden met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel 25:6 Toezicht 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 17 zijn belast de door het college aanwezen personen. 2.
Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de marktmeester en de door het college aangewezen personen. Artikel 25:7 Strafbepalingen Overtreding van de artikelen 19:1 eerste, tweede en vierde lid, 19:4 derde lid en 19:8 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie. Artikel 25:8 Toezicht Het college wijst personen aan die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 19. Artikel 25:9 Strafbepalingen Degene, die handelt in strijdt met het vierde lid van artikel 20:9 wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden. Artikel 25:10 Toezicht 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 20 zijn belast: a. Met betrekking tot zakelijke monumenten: de toezichthouder monumenten, de toezichthouders bouwzaken, milieu of openbare ruimte, de controleurs openbare ruimte en de BAG-medewerker van de gemeente Steenwijkerland. b. Met betrekking tot monumentale terreinen; de toezichthouder monumenten, de toezichthouders bouwzaken, milieu of openbare ruimte, de controleurs openbare ruimte en de BAG-medewerker van de gemeente Steenwijkerland. 2.
Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 20 belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. Artikel 25:11 Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens hoofdstuk 22 bepaalde of aan een ontheffing verboden voorschriften en beperkingen worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel 25:12 Toezicht Overtreding van het bij of krachtens het bepaalde uit hoofdstuk 22 zijn belast de door het college dan wel de burgemeester aangewezen personen. Artikel 25:13 Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 23 zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen. Artikel 25:14 Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 24 zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen.
Artikel 25:15 Opsporingsambtenaren De opsporing van de in hoofdstuk 24 strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan de door het college van de gemeente Steenwijkerland aangewezen, in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren. Artikel 25:16 Strafbepalingen Overtreding van artikel 24:2 en 24:5 eerste lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie. 26. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 26:1 Intrekking verordeningen en vervallen artikelen 1. De volgende verordeningen worden ingetrokken: a. Marktverordening gemeente Steenwijkerland 2003; b. Woonschepenverordening Steenwijkerland 2009; c. Afvalstoffenverordening Steenwijkerland 2017; d. Erfgoedverordening 2010 gemeente Steenwijkerland; e. Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Steenwijkerland; f. Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Steenwijkerland; g. Verordening afvoer hemelwater en grondwater Steenwijkerland; h. Vaarverordening Steenwijkerland 2021; i. Winkeltijdenverordening Steenwijkerland 2015. 2. De volgende artikelen vervallen: a.
De artikelen 2.10, 2.11, 2.12, 2.15, 2.18, 2.21, 2.51, 2.52, 2.58, 2.60, 2.73, 2.73a, 4.2, 4.3, 4.5, 4.6, 4.9, 4.11, 4.11a, 4.11b, 4.11c, 4.11d, 4.11e, 4.12, 4.13, 4.15, 4.18, 4.19, 5.2, 5.3, 5.5, 5.6, 5.7, 5.8, 5.9, 5.10, 5.11, 5.12, 5.18, 5.19, 5.20, 5.24, 5.25, 5.26, 5.27, 5.28, 5.32, 5.33, 5.34 en 5.35 van de Algemene plaatselijke verordening Steenwijkerland 2021. Artikel 26:2 Overgangsrecht algemeen 1. Met het besluit tot vaststelling van deze verordening zijn bepalingen uit de navolgende verordeningen opgenomen in deze verordening: a. Algemene plaatselijke verordening Steenwijkerland 2021; b. Woonschepenverordening Steenwijkerland 2009; c. Afvalstoffenverordening Steenwijkerland 2017; d. Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Steenwijkerland; e. Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Steenwijkerland; f. Verordening afvoer hemelwater en grondwater Steenwijkerland; g. Vaarverordening Steenwijkerland 2021; h. Winkeltijdenverordening Steenwijkerland 2015. 2. Besluiten, beleidsregels en nadere regels, genomen krachtens de in het eerste lid bedoelde verordeningen worden mede geacht besluiten, beleidsregels en nadere regels krachtens het bepaalde in deze verordening te zijn. 3. Aanvragen voor vergunningen, ontheffingen en meldingen die voor het moment van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend, worden afgehandeld op grond van deze verordening.
Artikel 26:3 Overgangsrecht Marktverordening gemeente Steenwijkerland 2003 1. Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens de Markverordening gemeente Steenwijkerland 2003 blijven - indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 2. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de Markverordening gemeente Steenwijkerland 2003 blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze verplichtingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 3. Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze verordening te zijn. 4. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Marktverordening gemeente Steenwijkerland 2003 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.
Artikel 26:4 Overgangsrecht Erfgoedverordening 2010 gemeente Steenwijkerland Een krachtens de Erfgoedverordening 2010 gemeente Steenwijkerland aangewezen en geregistreerd gemeentelijke monument, wordt geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. Artikel 26:5 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024. Artikel 26:6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Fysieke Leefomgeving Steenwijkerland 2023. Bijlage 1 Hemelwaterscheidingsgebied Bijlage 2 Kaart ligplaatsverbod Bijlage 3 Ligplaatsenkaart