CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Brink - Scheerwolde.pdf

Politieke Markt 2 juni 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Brink - Scheerwolde9.952 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Scheerwolde - Brink ID plan: NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP-VA01 datum: 6 april 2020 status: Vastgesteld auteur: T. Melenhorst Vastgesteld door de raad dd. dd-maand-jjjj de griffier, de voorzitter,

Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink Inhoudsopgave toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1 1.2 Uitgangspunten voor het plan 1 1.3 Plangebied 1 1.4 Leeswijzer 2 Hoofdstuk 2 Huidige situatie 3 2.1 Ligging plangebied 3 2.2 Huidige planologische regime 3 2.3 Strijdigheid met het bestemmingsplan 5 2.4 Ruimtelijke en functionele structuur 5 2.5 Planbeschrijving 8 Hoofdstuk 3 Gebiedsvisie en uitgangspunten 11 3.1 Rijksbeleid 11 3.2 Provinciaal beleid 12 3.3 Gemeentelijk beleid 13 Hoofdstuk 4 Milieuhygiënische en planologische aspecten 16 4.1 Externe veiligheid 16 4.2 Flora en fauna 16 4.3 Bodem 18 4.4 Water 19 4.5 Parkeren en verkeer 21 4.6 Archeologie, landschap en cultuurhistorie 22 4.7 Bedrijven en milieuzonering 25 4.8 Luchtkwaliteit 27 4.9 Geluid 28 4.10 Vormvrije m.e.r-beoordeling 29 4.11 Conclusie 29 Hoofdstuk 5 Juridische opzet 30 5.1 Toelichting 30 5.2 Toelichting op de planregels 30 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 33 6.1 Grondexploitatie 33 6.2 Economische uitvoerbaarheid 33 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 33 Bijlagen 34 Bijlage 1. Ecologische quickscan 34 Bijlage 1a. Memo aanvullend ecologisch onderzoek 35 Bijlage 2. AERIUS-berekening 36 Bijlage 3. Verkennend bodemonderzoek 37 NL.IMRO.1708.BKHhetstrandBP -VA01 Bijlage 4. Digitale watertoets 38 Bijlage 5.

Verslag informatieavond 39 Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink 1 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling De Brink in Scheerwolde was lange tijd de locatie van OBS de Brinkschool. Deze school heeft door een teruglopend leerlingenaantal haar functie verloren. Het gebouw is reeds ge- sloopt en in overleg met de woningbouwcorporatie is gezocht naar een passende nieuwe invulling van de locatie. Dit heeft geleid tot een passende nieuwe invulling van de locatie, in de vorm van woningbouw. Onderdeel van de plannen is de sloop van drie naastgele- gen sociale huurwoningen en het verkavelen van een aangrenzend perceel openbaar groen aan de Schoolstraat. Het plan voorziet (inclusief de vervanging van de bestaande sociale huurwoningen) in de realisatie van elf woningen. Binnen het geldende bestemmingsplan is woningbouw niet binnen het gehele plangebied mogelijk. Om dit wel mogelijk te maken dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. 1.2 Uitgangspunten voor het plan Het plangebied ligt aan de rand van Scheerwolde, te midden van bestaande bebouwing. De locatie biedt mogelijkheden om dorpsvernieuwing te realiseren.

De belangrijkste uit- gangspunten daarbij zijn: - het realiseren van sociale huurwoningen - het plan moet passen binnen de woonvisie en overig ruimtelijk relevant beleid; - het plan moet bijdragen aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; - het plan moet stedenbouwkundig zijn afgestemd op de omgeving; - er dient rekening gehouden te worden met ruimtelijke en milieukundige aspecten. 1.3 Plangebied Het plangebied ligt aan de Brink in Scheerwolde. Op de volgende afbeelding is de ligging weergegeven. In hoofdstuk twee wordt het plangebied nader beschreven en gevisuali- seerd. Ligging plangebied.

NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP -VA01 2 Ter plaatse heeft een school gestaan. Deze school is gesloopt. Ten oosten van de voorma- lige locatie van de school staat een rijtje van drie sociale huurwoningen. De noordkant van het plangebied ligt tegenover de ingang van de begraafplaats. De zuidkant van het plange- bied kijkt uit op de Brink. Hier bevindt zich een openbaar gebied dat vrij recent is ingericht met speeltoestellen. Het plan voorziet in de sloop van de huurwoningen en de transformatie van het (deel openbaar) gebied naar woningbouw in de vorm van acht sociale huurwoningen en drie starterswoningen, inclusief ontsluiting. Onderliggend bestemmingsplan maakt deze ontwikkeling mogelijk. 1.4 Leeswijzer In de hierna volgende hoofdstukken van deze toelichting komen onder meer de volgende elementen aan de orde: - project- en gebiedsbeschrijving - toetsing aan het vigerende planologische regime; - beschrijving beleidskaders op diverse schaalniveaus; - overeenstemming met toekomstige bestemming en ruimtelijke inrichting; - toetsing aan milieuwetgeving en andere ruimtelijke wetgeving met betrekking tot bestaande of potentiële belemmeringen in de omgeving van het project (geluids- overlast, bodemkwaliteit, waterparagraaf, archeologische waarden en natuurlijke en landschappelijke aspecten); - haalbaarheid (financieel en maatschappelijk).

Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink 3 Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Ligging plangebied Het plangebied ligt centraal in het dorp Scheerwolde, aan de Brink. Scheerwolde is een klein dorp in de gemeente Steenwijkerland. Op onderstaande foto is de ligging van het plangebied binnen Scheerwolde weergegeven. Ligging en bereikbaarheid plangebied. Scheerwolde is vanaf de Blokzijlseweg (N333, de provinciale weg tussen Steenwijk en de Noordoost Polder), bereikbaar. Via de Blokzijlseweg en de Kooiweg is de Brink bereikbaar. 2.2 Huidige planologische regime Het plangebied maakt onderdeel uit van veegplan ‘Noordelijke kernen’ (2016). Binnen dit plan kent de locatie van de voormalige school een maatschappelijke bestemming. De soci- ale huurwoningen kennen een woonbestemming en de bestemming tuin. Daarnaast heeft de noordelijke punt van het plangebied de bestemming ‘groen’. Op de volgende afbeel- ding is een uitsnede uit dit bestemmingsplan weergegeven. Uitsnede verbeelding geldende bestemmingsplan.

NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP -VA01 4 Maatschappelijk De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a) bibliotheek; b) gezondheidszorg; c) jeugd- en kinderopvang; d) onderwijs; e) sociaal-culturele doeleinden; f) openbare dienstverlening; g) religie; h) verenigingsleven; i) welzijnsinstelling; j) zorginstelling; k) een pastorie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wo- nen - pastorie'; l) uitsluitend een woonzorgcomplex, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'spe- cifieke vorm van wonen - woonzorgcomplex'; m) een terras, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'terras'; n) een zorgboerderij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij'; met daaraan ondergeschikt: 1. groenvoorzieningen; 2. parkeervoorzieningen; 3. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Woningbouw is binnen deze maatschappelijke bestemming niet mogelijk. Wonen - 1 De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a) wonen; met daaraan ondergeschikt: 1. rietopslag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agra- risch - rietopslag'; 2. tuinen; 3. parkeervoorzieningen op eigen terrein; 4. groenvoorzieningen; 5. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen; b. parkeren; c.

water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende voorzieningen. Groen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink 5 a. groenvoorzieningen, zoals trapvelden, speelplaatsen, plantsoenen, waterpartijen met de daarbij behorende voet- en fietspaden en andere voorzieningen; b. structurele beplantingen; c. een boomgaard, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - boom- gaard'; d. behoud, herstel en ontwikkeling van het structureel groen en/of de aanwezige landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden, ter plaatse van de aandui- ding 'specifieke vorm van groen - waardevol groen'; e. recreatief medegebruik; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. openbare nutsvoorzieningen; 2.3 Strijdigheid met het bestemmingsplan Binnen de bestemmingen ‘maatschappelijk’, ‘tuin’ en ‘groen’ is geen woningbouw moge- lijk. Onderliggend bestemmingsplan maakt deze bestemming wel mogelijk. Daarnaast wordt de planologische situatie ter plaatse van de bestaande woonbestemming, in over- eenstemming gebracht met de beoogde woningen. Het gaat hierbij om bouwhoogten, de omvang en locatie van bouwvlakken en de ontsluiting van het plangebied.

2.4 Ruimtelijke en functionele structuur Algemeen Scheerwolde werd in de jaren vijftig gesticht om als woonplaats te dienen voor landarbei- ders in verband met de nieuwe inpolderingsplannen in deze omgeving. Met de vrijwel ge- lijktijdig opkomende landbouwmechanisatie heeft Scheerwolde voor dat doel nauwelijks betekenis gehad. Er was bijna geen vraag meer naar arbeidskrachten in de agrarische sec- tor. Het dorp heeft het dan ook jarenlang moeilijk gehad en is klein gebleven. Bebouwing In het dorp bevinden zich enkele bedrijven en een begraafplaats, maar de woonfunctie overheerst. De bebouwing in Scheerwolde bestaat zodoende voornamelijk uit woningen. Het woningbouwtype is gemengd en bestaat zowel uit rijwoningen, vrijstaande woningen als tweekappers. Op de volgende afbeelding is de bestaande morfologie rondom het plangebied weergege- ven. NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP -VA01 6 Morfologie rondom het plangebied. Bron: B+O architecten. Functioneel Centraal in het dorp ligt een als groen bestemde openbare ruimte in de vorm van een brink. Bij de herinrichting van het openbaar gebied in Scheerwolde is het toenmalige gras- veld getransformeerd tot een openbare speelvoorziening. Rondom de brink bevinden zich woningen en het Streekcentrum. Ook de Brinkschool bevond zich hier. Vanaf de brink is een vrij uitzicht richting de Scheerwolderweg.

Achter de locatie van de voormalige school bevindt zich een grasveld. Op de volgende afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van omliggende functies weergegeven. Ligging en plangebied en omliggende functies. Ten zuiden van het dorp ligt het kanaal Steenwijkerdiep. Tussen het kanaal Steenwijker- diep en de Scheerwolderweg is woningbouw gepland. Deze woningbouw komt niet goed van de grond. Wonen Wonen Wonen Streekcentrum Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink 7 Op de volgende foto’s is een impressie van het plangebied en haar omgeving gegeven. Situatie met de voormalige school. Deze school is reeds gesloopt. Bron: Google maps. De drie bestaande woningen aan de Brink die gesloopt worden. Bron: Google maps. Openbaar groen aan de noordkant van het plangebied . Bron: Google maps.

NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP -VA01 8 Achter het plangebied bevinden zich rijwoningen. Deze achterkanten zijn bereikbaar via de Schoolstraat en komen uit op parkeerplaatsen. Voor langzaamverkeer is er een door- gang naar de Kolk. Foto links: Woningen achter de school/bestaande woningen. Foto rechts: parkeerterrein achter deze woningen. Bron: Google maps (links) e igen foto (rechts). 2.5 Planbeschrijving Het pand van de voormalige Brinkschool heeft wegens een afname van het aantal leer- lingen haar functie verloren. Om een achteruitgang van de ruimtelijke kwaliteit en de openbare omgeving te voorkomen is de school vooruitlopend op een nieuwe bestemming voor het terrein gesloopt. Voor de locatie zijn nieuwe plannen ontwikkeld die aansluiten bij de sociale woningbouw- opgave die zowel de gemeente als de corporatie hebben. Bij de planvorming is vanuit ruimtelijk, financieel en duurzaam oogpunt besloten ook het naastgelegen blokje van drie bestaande sociale huurwoningen bij de ontwikkeling te betrekken. Deze woningen worden op een duurzame wijze vervangen in onderliggend bestemmingsplan. Ook het aangren- zende openbaar groen aan de Schoolstraat wordt bij de plannen betrokken om aan de ge- wenste behoefte te kunnen voldoen. De ontwikkeling voorziet zodoende in de sloop van de school en drie bestaande woningen en vervangende nieuwbouw in de vorm van elf so- ciale huurwoningen.

Het betreft drie starterswoningen en 8 sociale huurwoningen. Om te komen tot een goede ruimtelijke en functionele invulling van het plangebied heeft een verkavelingsstudie plaatsgevonden. Op onderstaande afbeelding is het plangebied voor de herontwikkeling weergegeven. Zoekgebied herontwikkeling. Bron: B+O architecten.

Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink 9 Uitgangspunten verkaveling Bij de verkaveling zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - oriëntatie van de woningen aan de Schoolstraat richting de begraafplaats - projecten van de woningen aan de Schoolstraat in lijn met de bestaande woningen naast het plangebied - behoud van de bestaande ontsluiting aan de Schoolstraat - oriëntatie van de woningen aan de Brink naar het zuiden - het voorkomen van een ‘front’ van woningen aan de Brink - voldoende parkeerplaatsen Vertaling in het plan Voorgaande uitgangspunten zijn vertaald in een stedenbouwkundig plan/verkavelings- plan. Daarbij zijn de woningen aan de Schoolstraat in lijn gerealiseerd met de bestaande woningen, waarbij de ontsluiting van de bestaande woningen aan de Schoolstraat intact is gebleven. Aan de Brink worden acht woningen gerealiseerd, bestaande uit twee blokken van vier woningen. Hierdoor blijft het dorpse karakter intact en kunnen de woningen door middel van een pad worden ontsloten. Parkeren vindt plaats achter de woningen, waardoor het blik uit het straatbeeld blijft. Een en ander krijgt zijn vertaling in het stedenbouwkundige plan dat op de volgende af- beelding is weergegeven. Stedenbouwkundige verkaveling . Bron: B+O architecten.

NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP -VA01 10 Beeldkwaliteit De woningen worden ingepast op basis van een goede afstemming met de omgeving. Op onderstaande afbeeldingen is een impressie van de beeldkwaliteit van de sociale woning- bouw aan de Brink weergegeven. Impressie wo ningen. Bron: B+O architecten.

Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink 11 Hoofdstuk 3 Gebiedsvisie en uitgangspunten 3.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteitsaan- pak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruim- telijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwer- kingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het Rijk formuleert drie hoofddoe- len om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middel- lange termijn (2028) en verbindt hier 13 nationale belangen aan. Het bepaalde in dit bestemmingsplan is in lijn met het gestelde in de SVIR. Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) De juridische borging van de nationale belangen uit de SVIR vindt plaats in het Besluit al- gemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Het Besluit algemene regels ruimtelijke orde- ning (Barro) is op 22 augustus 2011 vastgesteld (en aangevuld op 28 augustus 2012) en heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen door- werken tot op lokaal niveau. Onderliggend plan maakt geen onderdeel uit van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur, waardoor de Barro niet van toepassing is. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. De ladder voor duurzame verstedelijking is gericht op een zorgvuldige afweging en transpa- rante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder moet alleen worden doorlopen als er (in navolging van de artikelen 1.1.1 en 3.1.6 van de Bro) sprake is van een ontwikkeling in een bestaand stedelijk gebied of een stedelijke ontwikkeling.

In de Bro worden deze begrippen als volgt gedefinieerd: Bestaand stedelijk gebied Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienst- verlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Stedelijke ontwikkeling Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, de- tailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De ladder is op 1 juli 2017 gewijzigd, waarmee ruimtelijke besluiten moeten worden gemo- tiveerd op basis van de volgende punten: - Beschrijving dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP -VA01 12 - Beschrijving in hoeverre binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien, door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Jurisprudentie wijst uit dat een plan pas hoeft worden onderbouwd op basis van de Lad- der indien het om 12 woningen of meer gaat. Onderliggend initiatief betreft geen stedelijke ontwikkeling, omdat het om de ontwikkeling van minder dan 12 woningen gaat. Er wor- den per saldo acht woningen toegevoegd aan de voorraad. Derhalve hoeft het plan niet onderbouwd te worden aan de hand van de Ladder voor Duurzame verstedelijking.

3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel Provinciale staten van de provincie Overijssel hebben op 12 april 2017 de ‘Omgevingsvisie Overijssel 2017, Beken kleur’ vastgesteld. De visie gaat over hoe de provincie de leefomge- ving in de provincie wil inrichten en ontwikkelen. De Omgevingsverordening Overijssel 2017 is een vertaling van de Omgevingsvisie in bindende regels voor derden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. De provincie hanteert de volgende definitie van duurzaamheid: ‘duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien.’ Ruimtelijke kwaliteit definieert de provincie als: ‘datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is.’ Ruimtelijke kwaliteit gaat voor de provincie dus niet zozeer over ‘mooi’, maar vooral over ‘goed’: functioneel, mooi en toekomstbestendig. Deze benadering van ruimtelijke kwaliteit is in overeenstemming met de gangbare definitie.

Deze is een optelsom van: - gebruikswaarde: functionaliteit, bereikbaarheid, toegankelijkheid, nut en nood- zaak van een initiatief dat ontwikkeld wordt - belevingswaarde: beeldkwaliteit, het ‘mooie’, de identiteit van een gebied, het ge- voel van (toekomstige) gebruikers en bewoners - toekomstwaarde: het vermogen om ruimtelijke gevolgen van veranderende om- standigheden op te vangen (flexibiliteit, beheerbaarheid) - Ruimtelijke kwaliteit is geen luxe, maar maatschappelijke noodzaak. Ruimtelijke kwaliteit is van grote betekenis voor het vestigingsklimaat voor bedrijven, bewo- ners en de toeristische mogelijkheden van een gebied. En daarmee ook voor de werkgelegenheid. Met andere woorden: de inzet op ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan versterking van de sociaaleconomische positie van Overijssel. - De rode draad ‘sociale kwaliteit’ gaat over het welzijn of ‘goed voelen’ van de mens. Daarbij spelen zaken als gezondheid en vitaliteit een belangrijke rol, maar ook arbeidsparticipatie (mede in relatie tot onderwijs), sociale uitsluiting en ar- moede. In de Omgevingsvisie beperkt de provincie zich tot het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink 13 De ambitie van Overijssel is om een vitale samenleving tot ontplooiing te laten komen in een mooi landschap.

Een samenleving, waarin alle Overijsselaars zich thuis voelen en par- ticiperen. Met bloeiende steden als motoren voor cultuur en werkgelegenheid, ingebed in een landschap, waarin wonen, natuur, landbouw en water elkaar versterken. Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarische cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoor- waarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en voor- waarden op basis van gebiedskenmerken, kunnen te maken hebben met landschappelijke inpassing, infrastructuur, milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water et cetera. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor onderliggend plan zijn de Laag ‘Steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken en streekcentra’ en de laag ‘Woonwijken 1955 – nu’ van belang. Relatie met het initiatief Onderliggend initiatief voorziet in de transformatie van de locatie van een (voormalig) schoolgebouw naar woningen. Tevens worden bestaande woningen gesloopt en vervan- gen door nieuwe (duurzame) woningen. Het plan draagt daarmee bij aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De school had haar functie reeds verloren.

Bij langdurige leegstand zou het in verval raken, wat ten koste zou gaan van de ruimtelijke kwaliteit. Door een passende nieuwe functie te realiseren, wordt een bijdrage geleverd aan de bele- vingswaarde van de leefomgeving. Het dorp knapt er van op en er wordt ruimte geboden aan mensen om een nieuwe woning te betrekken. De sociaaleconomische positie van Scheerwolde wordt daarmee ook verbeterd. Binnen de provinciale structuurvisie ligt het plangebied binnen de laag ‘Steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken en streekcentra’. Dat betekent dat er een passend en flexibel aanbod van woonmilieus moet zijn, die voorziet in een kwalitatieve en kwantitatieve vraag. Met onderliggend plan wordt hier in de vorm van sociale woningbouw invulling aan gegeven. Daarnaast ligt het plangebied binnen de laag ‘Woonwijken 1955 – nu’. Daarbinnen dienen bestaande kwaliteiten te worden beschermd. Door middel van onderliggend plan wordt tegengegaan dat de bestaande dorpse/stedenbouwkundige structuur wordt onderbroken en wordt aangetast. De invulling van het plangebied sluit aan op de bestaande bebouwde omgeving. Zowel vanuit structuur als vanuit beeldkwaliteit. Onderliggend plan is in lijn met het provinciale beleid. 3.3 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie 2017 De Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland bevat een integrale (en globale) visie op de ontwikkeling van de hele gemeente tot 2030.

Deze is vervangen door de Omgevingsvisie 2017. Een van de belangrijkste uitgangspunten van de Omgevingsvisie is dat de kwaliteit van Steenwijkerland leidend is voor de toekomstige ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de versterking van Steenwijkerland en het leefbaar houden van de NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP -VA01 14 kernen. De OMgevingsvisie heeft als uitgangspunt dat ontwikkelingsruimte wordt gebo- den voor wonen, werken en recreëren. Relatie met het initiatief Onderliggend initiatief faciliteert deze ontwikkelingsruimte door woningen te realiseren die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van Scheerwolde. Voor de doel- groep sociale huur is behoefte aan woningen, zie het kopje ‘Woonvisie’. Omgevingsvisie (2017) De Omgevingsvisie richt zich op de fysieke omgeving: de ruimte waarin bewoners, bezoe- kers, instellingen en ondernemingen van de gemeente zich bevinden en het leefgebied van mensen, planten en dieren. De gemeente Steenwijkerland wil met de Omgevingsvisie de omgevingskwaliteit van Steenwijkerland naar een hoger plan tillen.

Omgevingskwaliteit wordt gedefinieerd als de integrale kwaliteit van ruimtes; het gaat er niet alleen om hoe deze ruimtes eruitzien, maar ook waartoe en op welke manier ze functioneren, hoe ze ge- bruikt worden en hoe de (functies van de) ruimtes met elkaar samenhangen en bijdragen aan het beter functioneren van de samenleving. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat voor alle kernen aandacht is. Daarbij wordt een aantal prioriteiten genoemd. Leefbaarheid is een dergelijke prioriteit. Doordat de Steenwij- kerlandse bevolking vergrijst en er op termijn sprake is van krimp, staat de leefbaarheid in verschillende kernen in de gemeente onder druk. Als er niet genoeg inwoners zijn om een voorziening als een school, bibliotheek of kerk in stand te houden, zal deze verdwijnen. In Scheerwolde is dat met de school gebeurd. Waar voorzieningen in de directe omgeving verdwijnen, neemt de betekenis van sociale samenhang en eigen inzet toe. Voortbouwend op de sterke sociale cohesie in Steenwijker- land en het sterke verenigingsleven binnen de kernen, spelen inwoners zelf een belangrijke rol om de leefbaarheid op peil te houden. Er ligt een stevige opgave om leegstand en verpaupering in de kernen tegen te gaan en de leefbaarheid op het huidige niveau te houden.

Daarom geeft de gemeente meer ruimte aan initiatiefnemers dan nu het geval is, om leegstaande gebouwen als scholen, kantoorpanden en leegstaande winkels om te vormen naar wonen of andere functies. Relatie met het initiatief Door woningen te realiseren blijft het inwoneraantal van Scheerwolde op peil. In het kader van onderliggend plan worden zodoende de sociale cohesie, de leefbaarheid en de ruimte- lijke kwaliteit bevorderd. De basisschool is reeds gesloopt, wat voorkomt dat ten gevolgen van (langdurige) leegstand een aantasting van de ruimtelijke kwaliteit plaatsvindt. De her- ontwikkeling van de locatie gebeurt op basis van een goede (beeld) kwaliteit, afgestemd op de omgeving. De gemeente en de woningbouwcorporatie werken hier proactief aan mee. Woonvisie Steenwijkerland 2017 - 2021 In de woonvisie zijn de gemeentelijke doelstellingen ten aanzien van het woonbeleid ge- formuleerd. Een belangrijke doelstelling van de gemeente is passende woonruimte voor alle inwoners. Met onderliggend plan wordt hier invulling aan gegeven door woningen te bouwen in de sociale huursector. Hiermee wordt een specifieke doelgroep bediend, waar- mee invulling wordt gegeven aan prestatieafspraken tussen de gemeente en de corporatie. Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink 15 Ook het bouwen van goede kwaliteit behoort tot de doelstellingen.

De te bouwen nieuw- bouwwoningen hebben deze kwaliteit en zijn duurzaam. Een andere doelstelling van de gemeente is om geen nieuwe locaties voor nieuwbouw te ontwikkelen buiten de bebouwde kom en om de leefbaarheid te vergroten door leegstand en verpaupering te voorkomen. Onderliggend plan voorziet hier in, er is sprake van een inbreidingslocatie en de voormalige school is reeds gesloopt. Door vroegtijdige sloop is potentiele verpaupering voorkomen. Scheerwolde hoort in de woonvisie van de gemeente Steenwijkerland tot de noordelijke kernen. In deze kernen is de prognose dat op basis van autonome groei de komende tien jaar het aantal huishoudens nog toeneemt met tussen de 10 en de 45 huishoudens per kern. In de Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021 wordt aangegeven dat voor de sociale huur tenminste de 0-lijn dient te worden aangehouden in Steenwijkerland. Om hieraan te vol- doen hebben de woningcorporaties een investeringsplan sociale huur opgesteld, waarin de ontwikkeling aan de Brink in Scheerwolde is opgenomen. Relatie met initiatief Onderliggend plan geeft invulling aan de behoefte van de woningcorporaties aan sociale huurwoningen op basis van transformatie van leegkomend vastgoed. Tevens wordt mid- dels onderliggend plan invulling gegeven aan de opgave om de toename van 10 tot 45 huishoudens in de noordelijke kernen op te vangen.

Het plan is zodoende in lijn met de gemeentelijke woonvisie. NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP -VA01 16 Hoofdstuk 4 Milieuhygiënische en planologische aspecten 4.1 Externe veiligheid Beleidskader In het kader van ruimtelijke procedures conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient het aspect externe veiligheid in acht te worden genomen. Het gaat hierbij om risico's ten aanzien van het vervoer, de opslag en het bewerken van gevaarlijke stoffen. De risico's met betrekking tot gevaarlijke stoffen worden geduid in het zogenaamde Plaatsgebonden ri- sico (PR) en het Groepsrisico (GR). Het groepsrisico dient in veelal de meeste ruimtelijke procedures verantwoord te worden. De verantwoording is erop gericht om een welover- wogen besluit te nemen over het groepsrisico. Het uiteindelijke besluit is aan het bevoegd bezag. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) staat wanneer het groepsrisico moet worden verantwoord. In de artikelen 12 en 13 van het Bevi is de verantwoordingsplicht voor het bevoegd gezag ten aanzien van de acceptatie van het groepsrisico wettelijk gere- geld. Artikel 12 regelt de verantwoordingsplicht bij omgevingsvergunningen voor de acti- viteit milieu en artikel 13 bij de vaststelling van besluiten in het kader van de Wet ruimte- lijke ordening.

In artikel 13 lid 1 onder a tot en met i staat aangegeven welke onderwerpen in de verantwoordingsplicht aan de orde moeten komen. Analyse Het onderhavige plan voorziet in een nieuwe kwetsbare functie (wonen) voor de omge- ving. In het plangebied zijn, op basis van de risicokaart, geen (potentiële) gevaarbronnen aanwezig die in strijd zijn met onderliggend plan. Conclusie Het aspect externe veiligheid is niet van invloed op onderliggend plan. 4.2 Flora en fauna Beleidskader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond hoe de ontwikkelingen die hierin moge- lijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van ge- bieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld in de Wet natuurbescherming. Op het gebied van gebiedsbescherming regelt de wet de be- scherming van zes verschillende soorten natuurgebieden: het natuurnetwerk Nederland, bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, nationale parken, bijzondere nationale natuurgebieden en Natura 2000-gebieden. Bij activiteiten of ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op instandhoudingsdoelen voor een van deze gebieden moet een vergunning worden aangevraagd.

Analyse In het kader van onderliggend plan heeft een ecologische quickscan plaatsgevonden om te kunnen beoordelen of het plan negatieve effecten heeft op beschermde soorten en/of gebie- den. Het onderzoek is als bijlage 1 opgenomen, de resultaten zijn als volgt. Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink 17 Soortenbescherming Uit het onderzoek naar beschermede soorten worden de volgende conclusies getrokken: Concreet betekent dit dat er rekening gehouden dient te worden met het volgende. In opgaande begroeiing zijn broedvogels mogelijk. Bij het rooien van opgaande begroeiing in het broedseizoen is verstoring van broedsels en sterfte te verwachten. Daarom dienen deze ingrepen buiten het broedseizoen plaats te vinden tenzij een schouw aantoont dat geen broedsels in de begroeiing voorkomen. De piek van het broedseizoen beslaat de peri- ode van 15 maart tot 15 juli, maar eerdere en vooral latere broedgevallen zijn mogelijk. Onder het dak van de te slopen woningen kunnen vaste nestplaatsen van huismus en gier- zwaluw aanwezig zijn. Door de sloop gaan deze verblijfplaatsen verloren en kan ook sterfte optreden van vogels. Dit is verboden volgens de Wnb. Daarom dient aanvullend onderzoek plaats te vinden naar de functies die de woningen voor huismus en gierzwaluw hebben. In de gebouwen kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn die door de sloop verloren gaan.

Ook kan dit sterfte en verstoring veroorzaken. Deze gevolgen zijn verboden volgens de Wnb. Hieruit volgt dat een aanvullend onderzoek naar de functies van het ge- bouw voor vleermuizen vereist is. Er kan niet eerder een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden afgegeven op basis van dit bestemmingsplan dan wanneer uit dit aanvullende onderzoek is uitgevoerd en eventuele mitigerende maatregelen of vergun- ningen/vrijstellingen ten gevolge van dit aanvullende onderzoek zijn uitgevoerd/afgege- ven. Als bijlage 1a van deze toelichting is een memo opgenomen waarin is onderbouwd dat het plan desondanks uitvoerbaar is, omdat redelijkerwijs verondersteld kan worden dat het plan binnen de planperiode van tien jaar uitgevoerd kan worden. Gebiedsbescherming Het plangebied is geen onderdeel van beschermde gebieden. In de omgeving van het plan- gebied liggen onderdelen van het NNN en Natura 2000-gebieden. De afstand tot de

NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP -VA01 18 beschermde natuurgebieden bedraagt minimaal 750 meter. Op grond van de kleine schaal van de ingreep en de toekomstige bestemming is een negatief effect op natuurgebieden niet te verwachten. Desondanks heeft in het kader van onderliggend initiatief een beoorde- ling van de stikstofdepositie in natuurgebieden ten gevolge van dit plan plaatsgevonden. Onderzoek wijst uit dat het plan geen depositieresultaten oplevert boven 0,00 mol/ha/jr. De resultaten zijn als bijlage 2 opgenomen. Conclusie Ten behoeve van onderliggend plan heeft ecologisch onderzoek plaatsgev onden. Hieruit blijkt dat nader onderzoek nodig is. Er kan niet eerder een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden afgegeven dan wanneer dit aanvullende onderzoek is uitgevoerd en eventuele mitigerende maatregelen of vergunningen/vrijstellingen ten gevolge van dit aanvullende onderzoek zijn uitgevoerd. 4.3 Bodem Beleidskader Bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan en/of bestemmingsplan dient rekening te wor- den gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aan- wezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde be- stemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Voor een bestem- ming zoals wonen, gelden andere normen dan voor bijvoorbeeld de bestemming bedrij- ven.

Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreini- ging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerk- zaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Analyse In het kader van onderliggend plan heeft een verkennend bodemonderzoek plaatsgevon- den. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 3. Doel van het verkennend bodemonder- zoek is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). Resultaten en conclusies Middels een verkennend bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bo- dem ter plaatse van de onderzoekslocatie Brink 26 te Scheerwolde vastgelegd. De gestelde hypothese dat lichte verhogingen in het grondwater worden verwacht is bevestigd. Ba- rium is licht verhoogd aangetoond. De gestelde hypothese dat geen verhogingen in de grond worden verwacht is niet bevestigd. Er zijn enkele lichte verhogingen aangetoond. De aangetoonde lichte verhogingen vormen geen aanleiding om een aanvullend onder- zoek te verrichten. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmeringen voor de afgifte van een omgevings- vergunning. De afgifte van de omgevingsvergunning blijft echter een beleidsmatige afwe- ging van de gemeente zelf.

Aanbevolen wordt om de grond die tijdens de werkzaamheden vrijkomt te hergebruiken binnen de perceelsgrenzen. Indien dit niet mogelijk is kan de grond op basis van het rap- port worden afgevoerd naar een grondbank of -depot. Als de grond wordt afgevoerd voor Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink 19 hergebruik elders, is (normaliter) eerst een keuring nodig conform het Besluit Bodemkwa- liteit. Voordat grond wordt afgevoerd dient de grond te worden onderzocht op PFAS. Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwe- zigheid van een verontreiniging met asbest. De hypothese van een asbestonverdachte loca- tie wordt gehandhaafd. Conclusie Het plan is op basis van het aspect ‘bodemkwaliteit’ uitvoerbaar. 4.4 Water In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht ruimtelijke plannen te ‘toetsen op water’, de zogenaamde watertoets. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Deze waterparagraaf heeft betrekking op Brink 26 te Scheerwolde. Relevant beleid Het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het waterbe- heerplan 2016-2021. Specifiek voor het stedelijke gebied heeft het waterschap het beleid ge- formuleerd in ‘Water Raakt!’. Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden.

U kunt de genoemde documenten raadplegen op onze site www.wdodelta.nl. Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centi- meter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onder- zijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een klei- nere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlak- kige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voor- keur.

Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als in- filtratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP -VA01 20 omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Het gebruik van uitlogende materialen Het waterschap is verantwoordelijk voor een goede waterkwaliteit van het regionale wa- tersysteem. Om verontreiniging van het watersysteem te voorkomen worden materialen die uitlogen en het oppervlaktewatersysteem kunnen verontreinigen niet gebruikt. Watervergunning (of melding) op grond van de Keur Het wateradvies dat is afgegeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning of melding. Gaat u werkzaamheden verrichten in de beschermingszone van een water- staatswerk (dus: een dijk of een watergang)? Wordt hemelwater afgevoerd op oppervlak- tewater of wordt er grondwater onttrokken? Dan moet u een watervergunning aanvragen op de website: www.omgevingsloket.nl.

Op basis van de door u ingevulde gegevens ziet u hieronder welke watervergunning u nodig heeft. Indien hieronder geen specificatie staat, hoeft u geen watervergunning aan te vragen. Wetgeving lozen in oppervlaktewater In het plan vindt afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater plaats. Voor lozingen op het oppervlaktewater geldt een vergunning- of meldingsplicht in het kader van de Water- wet. Hemelwater van schone oppervlakken (zoals daken en tuinen) mag rechtstreeks geloosd worden. Hemelwater dat van een parkeerterrein afstroomt (of anderszins) vervuild raakt, dient via een bodempassage af te wateren. Indien u grondwater gaat onttrekken tijdens de aanleg en u wilt dat lozen in oppervlaktewater dan gelden er specifieke regels. Neem hier- over contact op met de medewerker advies Waterwet van het waterschap. Overstroombaar gebied Het plan ligt in een overstroombaar gebied. Onder overstroombaar gebied verstaan we ge- bieden die normaal niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder wa- ter staan). Het gaat zowel om uiterwaarden die frequent onder water staan (buitendijks) als om beschermde gebieden achter de dijk (binnendijks). Beide vallen onder het toepas- singsbereik van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR). De provincie Overijs- sel verplicht initiatiefnemers een overstromingsrisicoparagraaf op te stellen ten behoeve van het ruimtelijke plan.

In de overstromingsrisicoparagraaf moet worden aangegeven hoe rekening wordt gehou- den met waterveiligheid en voorzieningen voor noodsituaties (vluchtlocaties, aangepast bouwen, evacuatieroutes, bescherming van vitale infrastructuur, geleiding van water naar gebieden waar het minder schade toebrengt). Als er zwaarwegende maatschappelijke be- langen zijn om in deze laaggelegen gebieden nieuwe stedelijke functies toe te voegen, dient de waterveiligheid ook op langere termijn gegarandeerd te zijn, bijvoorbeeld door de technische inrichting van het gebied en/of de wijze van bouwen. Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het Waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink 21 en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding in ruimte- lijke zin. Deze conclusie is automatisch getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. (zie bijlage 4). Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan. Conclusie Onderliggend plan heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding.

Afvalwater ten gevolge van de nieuwe woningen wordt door middel van een gescheiden rioolstelsel afge- voerd. Regenwater wordt via een gescheiden stelsel afgevoerd of (indien mogelijk) ter plaatse in de grond geïnfiltreerd. Ten aanzien van het in veiligheid brengen van bewoners op het moment van (dreigende) overstroming, kan gebruik gemaakt worden van de bestaande infrastructuur of kunnen hogere gebieden (op daken van gebouwen) worden opgezocht om in veiligheid te komen. Om verontreiniging van het watersysteem te voorkomen dienen geen uitlogende materia- len te worden toegepast. 4.5 Parkeren en verkeer Beleidskader Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening gehouden worden met de par- keerbehoefte die ontstaat bij de nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen wor- den uitgevoerd op basis van de Nota parkeernormen 2015 van de gemeente Steenwijker- land. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor ver- keersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. In het ASVV2012 en de CROW-publicatie 317 zijn ac- tuele parkeerkencijfers opgenomen en richtlijnen voor de maatvoering van de verschil- lende parkeervakken vastgelegd.

Analyse Onderliggend plan voorziet in de sloop van een schoolgebouw en de sloop van drie wo- ningen, om acht sociale huurwoningen en drie starterswoningen terug te bouwen. Het aantal verkeersbewegingen wijzigt ten opzichte van de huidige bestemming als schoolge- bouw. Voor de drie te slopen woningen die ook worden teruggebouwd, blijft het aantal verkeerbewegingen hetzelfde. Verkeerbewegingen en parkeerbehoefte van een school is echter anders dan de beoogde woonbestemming. Een school kent wat betreft verkeer en parkeren piekmomenten. Op gezette tijden (twee maal per dag) werden kinderen gebracht en gehaald. Deze verkeersbewegingen zijn in- middels verdwenen en worden vervangen door verkeersbewegingen van 11 woningen. De bestaande infrastructuur en ontsluiting van het plangebied (via de Brink en de School- straat) is zodanig van aard dat de verkeersstroom van de woningen goed kan worden ver- werkt. Parkeren ten behoeve van de schoolfunctie vond met name plaats door pedagogisch perso- neel. Ten behoeve van de drie rijwoningen werd zowel gebruik gemaakt van de parkeer- plaatsen voor de woningen als parkeerplaatsen achter de woningen. In de toekomstige NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP -VA01 22 situatie dient de parkeeropgave van acht sociale huurwoningen en drie starterswoningen opgelost te worden.

Ten aanzien van de parkeernorm geldt voor de sociale huurwoningen (niet stedelijk, rest bebouwde kom) een norm van 1,6 parkeerplaatsen per huurwoning. Dat betekent een op- gave van 8 x 1,6 parkeerplaatsen = 13 (12,8) parkeerplaatsen. Voor drie starterswoningen geldt een norm van 2 pp per woning, wat leidt tot 3x2= 6 parkeerplaatsen. Er dienen zo- doende 19 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Het plan voorziet in 20 parkeerplaat- sen (rood gearceerd), waarmee het plan voldoet aan de norm. Oplossing parkeeropgave . Conclusie Ten aanzien van het aspect parkeren wordt voldaan aan de gestelde normen. Parkeren wordt binnen het plangebied opgelost. 4.6 Archeologie, landschap en cultuurhistorie Beleidskader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is per die datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Zolang de Omge- vingswet nog niet van kracht is, zijn deze artikelen opgenomen in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven. Het gaat hierbij, onder an- dere, om verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het ge- bied van archeologie.

Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink 23 Analyse Archeologie Onderliggend plan is door de Regioarcheoloog beoordeeld ten aanzien van het aspect ar- cheologie. De bevindingen zijn als volgt. Steenwijkerland heeft een gemeentelijke archeologische verwachtingen- en waardenkaart. De uitkomsten van deze kaart zijn verwerkt tot een archeologische beleidskaart, zie onder- staande uitsneden. Uitsnede archeologische verwachtingen - en waardenkaart. Uitsnede archeologische beleidskaart .

NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP -VA01 24 Het plangebied ligt in een zone met een lage archeologische verwachting. Het uitvoeren van archeologisch onderzoek is in dergelijke gebieden niet nodig. Dit is ook opgenomen in het bestemmingsplan Noordelijke Kernen. Er geldt voor het plangebied geen dubbelbestemming waard archeologie. In de directe omgeving is een aantal archeologische onderzoeken uitgevoerd: in 2004, 2005 en 2009. De onderzochte terreinen zijn vrijgegeven voor wat betreft nader archeologisch onderzoek. Ook is een waarneming/vondstmelding bekend: nr. 12366. Hier zijn enkele vuurstenen ar- tefacten gevonden, datering: mesolithicum. Conclusie Het uitvoeren van archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Het plangebied ligt in een zone met een lage archeologische verwachting. Mochten tijdens de uitvoering van de geplande werkzaamheden onverwachts toch archeo- logische resten worden aangetroffen, geldt, volgens de Erfgoedwet, art. 5.10, een mel- dingsplicht bij de minister (www.cultureelerfgoed.nl). Cultuurhistorie en landschap Scheerwolde werd in 1952 gesticht met een symbolische handeling door koningin Juliana. Zij onthulde een gedenksteen met daarop een Feniks; een vogel die volgens de mythe uit haar as kon herrijzen. Met dit symbool wilde men verwijzen naar het vroegere Scheer- wolde, dat ten noorden van het huidige dorp lag.

Deze nederzetting was in de 13e eeuw een parochie en staat in oude geschriften aangeduid als 'Scaerwold'. Het huidige dorp werd in de jaren vijftig opgericht om als woonplaats te dienen voor land- arbeiders in verband met de nieuwe inpolderingsplannen in deze omgeving. Een aantal woningen die als eerste zijn gebouwd, worden nu gesloopt. Met de vrijwel gelijktijdig op- komende landbouwmechanisatie heeft Scheerwolde voor dat doel nauwelijks betekenis gehad. Er was simpelweg bijna geen vraag meer naar arbeidskrachten in de agrarische sec- tor. Het dorp heeft het dan ook jarenlang moeilijk gehad. De bewoners zijn nu voorname- lijk werkzaam in naburige steden als Steenwijk en Meppel. Op de volgende kaarten is weergegeven hoe de inpoldering zich heeft voltrokken en hoe Scheerwolde is ontstaan.

Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink 25 In 1894 (bovenstaande afbeelding) was er van bewoning nog geen sprake. Het gebied was nat en al wel verkaveld. Op de volgende afbeelding is weergegeven dat omstreeks 1945 sprake was van verdere inpoldering. Het kavelpatroon is sterk gewijzigd. Vlak van de oorlog, in 1952, ontstond Scheerwolde en groeide het uit tot het drop wat het nu is (zie volgende afbeelding). Binnen het plangebied liggen geen monumenten of aanzichten die vanuit cultuurhistorisch oogpunt als waardevol zijn aangemerkt. Het plan doet, behoudens de sloopt van een van de eerste woningen uit het dorp, geen afbreuk aan cultuurhistorische waarden. Conclusie Onderliggend plan kent vanuit de aspecten archeologie, landschap en cultuurhistorie geen beperkingen. Wel dient bij de uitwerking rekening gehouden te worden met de wettelijke zorgplicht. 4.7 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of bedrijven in de omgeving worden belemmerd door de ontwikkeling en of ter plaatse van gevoelige functies, zoals woningen, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de

NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP -VA01 26 beoordeling wordt gebruik gemaakt van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG, editie 2009). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, de richtaf- stand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds als uiterste situering van de ge- vel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mo- gelijk is. De in de handreiking opgenomen afstanden indicatief en kunnen per ge- biedstype, waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden, verschillen. Hierbij is het uitgangs- punt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. Analyse Verschillende functies In het boekje “Bedrijven en milieuzonering 2009” is in hoofdstuk 4 aangegeven dat een dorpskern als functiemengingsgebied kan worden beschouwd. Daarbij wordt een café/bar (SBI 563.1) beschouwd als een categorie A. De feesten en partijen vallen mogelijk onder muziekcafé (SBI 563.2) met een categorie B (er gelden geen richtafstanden!) Echter is Scheerwolde dusdanig klein van opzet dat er geen sprake is van een dorpskern maar wel van een rustige woonwijk(je) in het buitengebie d. Hiervoor zijn richtafstanden van toepassing voor een categorie 2 bedrijf (komt overeen met de bestemmingsplan catego- rie 3) met de grootste richtafstand van 30 meter (geluid).

Horeca categorie 3 Voor geluid in het horeca gedeelte (feesten en partijen) is het gebruikelijk dat er muziek geluid aanwezig is. Het geluidniveau is hierbij globaal tussen de 85 en 100 dB(A) (bron: https://www.infomil.nl/onderwerpen/geluid/regelgeving/activiteitenbe- sluit/specifieke/horecabedrijven/vragen-antwoorden-0/faq-geluid/horeca-melding/). Er worden ook maaltijden bereidt waardoor er een deugdelijke afzuiging van de bakdam- pen moet plaats vinden waarbij de vrijkomende lucht geen geurhinder veroorzaakt voor de omgeving. Hiervoor zal een afzuiginstallatie met eventueel een ontgeuringsinstallatie moe- ten zijn gerealiseerd. Een ontgeuringsinstallatie is nodig indien een afvoerpijp redelijkerwijs niet op de vereiste hoogte kan worden aangebracht. Op basis van het Activiteitenbesluit moet de uitmonding van de pijp 2 meter bove n de hoogste daklijn van de in de omgeving liggende geurgevoelige objecten liggen. Daarbij moet een afstand van 25 meter t.o.v. het afvoerpijp in acht worden genomen. In het kader van het Activiteitenbesluit is in 2013 en 2016 een melding zonder akoestisch rapport voor de locatie Scheerwolderweg 26 (Streekcentrum de Wielewaal). Het bedrijf moet voldoen aan de algemene voorschriften uit het Activiteitenbesluit waarbij vo or het onderdeel geluid en geur de woningen maar ook de bestaande school maatgevend zijn (ge- luid en geurgevoelige gebouwen).

In de huidige situatie is de woning aan de zuidwest zijde (op 15 meter afstand van gebouw tot gebouw en nul meter tot aan de erfgrens) maatgevend. De nieuwe woningen worden op een grotere afstand gesitueerd en zijn ook niet direct aan- grenzend. De toegang tot het gebouw is aan de zuidzijde, evenals het parkeren. Ondanks dat de nieuwe woningen worden geprojecteerd binnen de richtafstand van 30 meter is er toch sprake van een goed woon en leefklimaat. Eventueel geluid van de inrichting wordt door de woning dusdanig afgeschermd dat de noordzijde van de woningen als geluidluw kunnen worden aangemerkt. Conclusie Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink 27 Er zijn vanuit milieu geen belemmeringen voor de wijziging van de functie t.b.v. woning- bouw. 4.8 Luchtkwaliteit Beleidskader Op 15 november 2007 is de nieuwe Wet Milieubeheer in werking getreden. In deze wet is ook de regeling voor luchtkwaliteit opgenomen. De wet is enerzijds bedoeld om de nega- tieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling, ondanks overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De Wet Milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belem- mering voor ruimtelijke ontwikkeling als: - er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grens- waarde; - een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; - een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL; - een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Analyse Het plan betreft de herbestemming van een locatie van schoolgebouw, van drie woningen en een perceel openbaar groen naar elf wooneenheden Het betreft hier een plan categorie 3A.2 (woningbouwlocatie) overeenkomstig bijlage 3a van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (milieukwaliteitseisen). Per ontsluitingsweg worden minder dan 1500 wo- ningen en/of minder dan 100.000 m2 bvo kantoor gerealiseerd. Volgens bijlage 3B van de Regeling draagt het plan hierdoor ‘niet in betekenende mate’ bij. Er hoeft daarom niet ge- toetst te worden aan de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof. Op basis van de rekentool NIBM kan dezelfde conclusie getrokken worden:

NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP -VA01 28 Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor het plan. 4.9 Geluid Beleidskader Geluidsoverlast kan worden veroorzaakt door industrielawaai, railverkeerslawaai, wegver- keerslawaai en luchtverkeerslawaai. De Wet geluidhinder en de Luchtvaartwet kennen grenswaarden voor geluid. Bepaalde geluidgevoelige objecten mogen alleen worden toege- laten als zij geen ontoelaatbare geluidsbelasting ondervinden. Daartoe moeten op grond van artikel 3.3.1 Besluit ruimtelijke ordening zones in het bestemmingsplan worden opgenomen rond geluidbronnen. Het bestemmingsplan moet de ligging en de afmetingen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen gelegen binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein als bedoeld in de Wet geluidhinder aange- ven. Als een bepaalde bestemming en/of een bepaalde geluids bron niet in de Wet geluid- hinder of Luchtvaartwet is geregeld, moet in het kader van de goede ruimtelijke ordening toch een akoestische afweging gemaakt worden. De Wet geluidhinder geeft mogelijkheden om een hogere waarde vast te stellen voor weg- verkeer, railverkeer en industrielawaai. Analyse In de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van spoorweglawaai, industrie- lawaai en/of luchtverkeerslawaai. Voor wegverkeerslawaai geldt het volgende.

Het plangebied ligt aan de Brink en gedeelte- lijk aan de Schoolstraat. Ook ligt op relatief korte afstand de Scheerwolderweg. Dit betreft 30-km wegen. De Wet geluidhinder geldt niet voor 30-km wegen en voor woonerven, ten- zij er redenen zijn (bijvoorbeeld type bestrating en verkeersintensiteit) die kunnen zorgen voor een (te) hoge geluidbelasting op de gevel. Dat is hier niet het geval. De Brink en de Schoolstraat zijn wegen voor bestemmingsverkeer met een lage intensiteit, waarbij het re- delijkerwijs niet te verwachten is dat de geluidbelasting op de gevel te hoog is. datzelfde geldt voor de Scheerwolderweg, die op bijna 80 meter van het plangebied ligt. Onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect akoestiek is geen beperkende factor voor onderliggend plan. Vastgesteld bestemmingsplan Scheerwolde - Brink 29 4.10 Vormvrije m.e.r-beoordeling Beleidskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richt- lijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet mili- eubeheer (Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde acti- viteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel.

In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling be- schreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden. 1. De initiatiefnemer stelt een aanmeldingsnotitie op. Indien de gemeente initiatief- nemer is hoeft die geen aanmeldnotitie op te stellen. 2. Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit be- sluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. 3. De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergun- ningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Vormvrije m.e.r-beoordeling Het besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikke- lingsprojecten met een omvang van: • een oppervlakte van 100 hectare of meer, • een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.

De oppervlakte van de voorgenomen activiteit blijft onder de drempelwaarden van 100 hectare en het bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m². De voorgenomen activiteit voor- ziet niet in het bouwen van 2000 of meer woningen. Wel is er gelet op de aard en de om- vang van het project (11 woningen in Scheerwolde) sprake van een stedelijke ontwikke- ling. 4.11 Conclusie Er zijn vanuit milieu geen belemmeringen voor de wijziging van de functie t.b.v. woning- bouw. Wel dient in het kader van het aspect ecologie nader onderzoek plaats te vinden ten aanzien van mogelijke verblijfplaatsen van beschermde dieren in de te slopen bebouwing. Bij de aanvraag voor de sloopvergunning van deze gebouwen dienen eventuele effecten en maatregelen ter verstoring van beschermde soorten in beeld te zijn gebracht. Indien de gemeente initiatiefnemer is, hoeft deze geen MER- aanmeldnotitie op te stellen. Daarom is in het kader van onderliggend plan geen aanmeldnotitie opgesteld. NL.IMRO.1708.SCWBrinkSchoostrBP -VA01 30 Hoofdstuk 5 Juridische opzet 5.1 Toelichting In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande en toekomstige situatie van het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van dit bestemmings- plan: de verbeelding (plankaart) en de regels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/9a3105a2-0387-4bde-821c-7bd150dc0e18?agendaItemId=c0cc9d2c-cd25-49f2-9d11-7ccf01bb1dcb