Toelichting - Ruimtelijke onderbouwing met bijlagen.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan " Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8" ID plan: NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-ON01 datum: Mei 2021 status: Vastgesteld auteur: BJZ.nu Vastgesteld door de raad dd. de griffier, de voorzitter,
NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 2 TOELICHTING NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 3 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ........................................................................... 5 1.1 AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 1.2 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 1.4 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 1.5 PLANOLOGISCHE REGIME ............................................................................................................................... 6 1.6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6 HOOFDSTUK 2 RUIMTELIJKE STRUCTUUR EN DE HUIDIGE SITUATIE ............ 7 2.1 RUIMTELIJKE STRUCTUUR ..............................................................................................................................
7 2.2 HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ....................................................................................................................... 7 HOOFDSTUK 3 GEWENSTE SITUATIE ........................................................... 9 3.1 ACHTERGROND ........................................................................................................................................... 9 3.2 GEWENSTE ONTWIKKELING ............................................................................................................................ 9 3.3 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 10 HOOFDSTUK 4 GEBIEDSVISIE EN UITGANGSPUNTEN ................................ 12 4.1 PLANOLOGISCHE KADERS ............................................................................................................................. 12 4.2 RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 12 4.3 PROVINCIAAL BELEID ..................................................................................................................................
13 4.4 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................................................. 21 HOOFDSTUK 5 PLANOLOGISCHE RANDVOORWAARDEN ........................... 24 5.1 GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 24 5.2 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 25 5.3 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 26 5.4 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 27 5.5 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 29 5.6 GEUR ...................................................................................................................................................... 31 5.7 ECOLOGIE .................................................................................................................................................
32 5.8 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 35 5.9 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 37 HOOFDSTUK 6 WATERPARAGRAAF .......................................................... 40 6.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 40 6.2 BELEID TEN AANZIEN VAN DE WATERHUISHOUDING........................................................................................... 40 6.3 WATERTOETS ............................................................................................................................................ 41 6.4 OVERSTROMINGSRISICO .............................................................................................................................. 43 HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE OPZET ............................................................ 45 7.1 INLEIDING .................................................................................................................................................
45 7.2 UITGANGSPUNTEN ..................................................................................................................................... 45 7.3 TOELICHTING OP DE PLANREGELS .................................................................................................................. 45 7.4 VERANTWOORDING VAN DE BESTEMMINGEN................................................................................................... 46 HOOFDSTUK 8 FINANCIËLE PARAGRAAF .................................................. 48 HOOFDSTUK 9 INSPRAAK, VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN ..................... 49 9.1 VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 49 9.2 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 49 NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 4 9.3 ZIENSWIJZEN ............................................................................................................................................. 49 BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ....................................................................
50 BIJLAGE 1 PLANONTWERP ................................................................................................................................. 51 BIJLAGE 2 AKOESTISCH ONDERZOEK ..................................................................................................................... 52 BIJLAGE 3 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 53 BIJLAGE 4 AERIUS-BEREKENING .......................................................................................................................... 54 BIJLAGE 5 STANDAARD WATERPARAGRAAF ........................................................................................................... 55 NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 5 HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Hoofdstraat 6 -8 in Oldemarkt. Voorheen stonden op het perceel twee woningen met een winkel en een smederij. Deze zijn alreeds gesloopt. Ook is de grond milieutechnisch gesaneerd. Momenteel betreft het perceel een braakliggend terrein. Waarop de initiatiefnemer voornemens is om ter plaatse vier woningen te realiseren, twee grondgebonden woningen en twee appartementen.
De herontwikkeling van het braakliggend terrein zorgt voor een passend e functie binnen de dorpskern Oldemarkt. In het geldende bestemmingsplan “Bestemmingsplan Oldemarkt” is het plangebied bestemd als ‘Centrum – 1’. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Daarom is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders. Er zal worden aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. 1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt aan de Hoofdstraat 6-8 in Oldemarkt. Deze locatie bevindt zich ten westen van Steenwijkerwold. Bij de gemeente Steenwijkerland is het plangebied kadastraal bekend als ge meente Steenwijkerwold, sectie H, perceelnummers 493 en 494. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte binnen de kern Oldemarkt en de ligging van het plangebied in directe omgeving weergegeven. Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied in de kern Oldemarkt (Bron: ArcGIS) NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 6 1.4 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” bestaat uit de volgende stukken: • verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01) en een renvooi; • regels.
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 1.5 Planologische regime De locatie ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Oldemarkt”. Het bestemmingsplan is op 19 maart 2013 door de gemeenteraad van Steenwijkerland vastgesteld. Op basis van het bestemmingsplan heeft het plangebied de volgende bestemmingen en aanduidingen: • Enkelbestemming: Centrum – 1; • Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 2; • Dubbelbestemming: Waarde – Cultuurhistorie; • Aanduiding: Bouwvlak; De gronden met de bestemming ‘Centrum – 1’ zijn bestemd voor detailhandel, bedrijven en/of het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten, culturele voorzieningen, (zakelijke) dienstverlening, horeca van categorie 1, kantoren, maatschappelijke voorzieningen en wonen.
Op het gehele perceel is doormiddel van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie’ bepaald dat deze gronden mede bestemd zijn voor de bescherming van archeologische waarden en mede bestemd voor het behoud van ter plaatse bestaan de cultuurhistorische en oudheidkundige waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing), patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen en het stedenbouwkundig beeld). Op de percelen is doormiddel van een ‘Bouwvlak’ bepaald waar gebouwen ten behoeve van de bestemming zijn toegestaan. 1.6 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 betreft de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de Provincie Overijssel en de gemeente Steenwijkerland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema’s de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg, inspraak en zienswijzen. NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 7 HOOFDSTUK 2 RUIMTELIJKE STRUCTUUR EN DE HUIDIGE SITUATIE 2.1 Ruimtelijke structuur Het plangebied ligt aan de Hoofdstraat in het dorp Oldemarkt.
Oldemarkt ligt deels op een stuwwal, op de grens van het veenlandschap en het zandlandschap. Oldemarkt ligt nog dan ook strategisch op een kruispunt van verschillende wegen. De Hoofdstraat is een belangrijke ruimtelijke structuurdrager van het plangebied. Het hart van het dorp wordt nog altijd gevormd door de historische dorpskern die is gesitueerd rond het Marktplein en de Hoofdstraat. De ruimtelijke structuur van dit historisch gegroeide deel van Oldemark t contrasteert met de structuur van de planmatig opgezette woonbuurten. De woongebieden weerspiegelen de stedenbouwkundige uitgangspunten van de verschillende periodes waarin ze zijn gerealiseerd. In het noordwesten van de kern bevindt zich een bedrijvente rrein. De kern van Oldemarkt wordt gevormd door vrijwel aaneengesloten lintbebouwing langs de Hoofdstraat en een aantal dwarsstraten. Het straatprofiel is over het algemeen smal. De meeste panden zijn in de rooilijn gelegen. De bebouwing in de kern is over wegend kleinschalig. De individueel vormgegeven woonhuizen zijn opgetrokken over één tot twee bouwlagen met een zadeldak met wolfseind of met topgevel, maar andere kapvormen in langs - en dwarsrichting komen ook voor. De gevelopeningen zijn verticaal. Op de begane grond langs de Hoofdstraat zijn enkele winkels gevestigd met uitgebroken puien, waardoor het oorspronkelijke beeld verstoord is.
Langs de dwarsstraten komen behalve woonhuizen ook ‘stadsboerderijtjes’ en kleine ambachtelijke bedrijfjes voor. Deze zijn herkenbaar aan de schuren en de bedrijfsdeuren aan de straatzijde. Ter plaatse van de twee kerken zijn openingen aanwezig in de stedelijke wand. Bij de Nederlands Hervormde kerk ligt een pleinvormige ruimte met hoge bomen. Het Veerhuis staat in de as a an het einde van het lint en markeert het begin van het Mallegat en het einde van de Hoofdstraat. De bebouwing langs de dwarsstraten van de Hoofdstraat is lager met meer tussenruimtes. Afbeelding 2.1 Topografische kaarten van het plangebied en omgeving circa 1850, 1900 en 1950 (Bron: Toptijdreis.nl) 2.2 Huidige situatie plangebied Het plangebied aan de Hoofdstraat 6-8 is een braakliggend terrein midden in het dorp Oldemarkt. Het straatbeeld betreft een combinatie van woonhuizen en winkels. De ontsluiting van de percelen vindt plaats aan Het Slingerland weg. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto met daarin weergegeven de globale begrenzing van het plangebied opgenomen. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding. In afbeelding 2.3 is een straatbeeld opgenomen van de huidige situatie in het plangebied.
NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 8 Afbeelding 2.2 Luchtfoto met betrekking tot het plangebied en de directe omgeving (Bron: Provincie Overijssel) Afbeelding 2.3 Straatbeeld van de huidige situatie in het plangebied (Bron: Google Street view) NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 9 HOOFDSTUK 3 GEWENSTE SITUATIE 3.1 Achtergrond Vanaf 2017 zijn er meerdere overleggen gevoerd met de gemeente over mogelijkheden van een kleinschalig woningbouwprogramma op het braakliggend terrein in Oldemarkt. Deze gesprekken hebben geresulteerd in een woningbouwontwikkeling. Hieronder wordt de ontwikkeling nader beschreven. 3.2 Gewenste ontwikkeling Het voornemen is om het braakliggend perceel in Oldemarkt te herontwikkelen met vier woningen, waarvan twee grondgebonden woningen en twee appartementen. De herontwikkeling van de locatie op de centrale plek in de kern Oldemarkt is een passende invulling van het braakliggend perceel in de kern van het dorp. Het planontwerp gaat uit van vier woningen die georiënteerd zijn op de Hoofdstraat (zie bijlage 1). De ontsluiting van de percelen zal plaatsvinden op de Hoofdstraat waarbij het parkeren opgelost dient te worden op het eigen terrein. De hoogtematen van de bebouwing sluiten aan bij het huidige straatbeeld om zo een eenduidig straatbeeld te creëren.
De toekomstige bestemming zal aansluiten op de omliggende centrumfuncties waarbij meer dan alleen wonen is toegestaan. In afbeelding 3.1 is de toekomstige situatie in een schets weergegeven. In afbeelding 3.2 is een impressiebeeld weergeven van de toekomstige situatie. Afbeelding 3.1 Toekomstige situatie nieuwbouw Hoofdstraat 6-8 (bron: Kwik bouwkundig teken- en advies bureau) NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 10 Afbeelding 3.2 Impressiebeeld voorzijde toekomstige situatie (bron: Kwik bouwkundig teken- en advies bureau) 3.3 Verkeer en parkeren 3.3.1 Algemeen Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. In dit geval wordt aangesloten bij de uitgangspunten uit de nota ‘Parkeernormen 2015’ van de gemeente Steenwijkerland. Voor de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de CROW-publicatie toekomstbestendig parkeren 381 (december 2018). Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen.
Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. Ook de stedelijkheidsgraad is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en dus op de hoogte van het parkeerkencijfer. Onder stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per vierkante kilometer. In de vermelde publicatie van het CROW worden parkeerkencijfers weergegeven onderverdeeld naar functies, de stedelijke zone en de stedelijkheidsgraad. NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 11 3.3.2 Berekening parkeerbehoefte en verkeergeneratie In het voorliggende plan worden vier woningen mogelijk gemaakt. Op basis van de nota ‘Parkeernormen 2015’ geldt voor deze functie de volgende parkeernorm: Woningtype Locatie Parkeernorm inclusief bezoekers Totaal voor het plangebied Koop, tussen/hoek Rest bebouwde kom 1,6 p.p. 3,2 p.p. Koop, etage en midden Rest bebouwde kom 1,5 p.p. 3 p.p. De parkeerbehoefte in het plangebied Hoofdstraat 6-8 Oldemarkt komt gelet op het bovengenoemd uit op afgerond 6 parkeerplaatsen. Op eigen terrein zijn 5 parkeerplaatsen voorzien. De resterende parkeerplaats wordt op een andere wijze ondervangen. In afbeelding 3.1 is weergeven waar de parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Geconcludeerd wordt dat aan de parkeerbehoefte wordt voldaan.
3.3.3 Verkeersgeneratie en ontsluiting Gekeken wordt naar de verkeersgeneratie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling ten opzichte van de huidige planologische situatie. Op dit moment mogen ter plaatse twee woningen worden gebouwd. Het toegestane aantal woningen binnen het plangebied neemt hierdoor per saldo toe met twee woningen. Qua verkeersgeneratie worden voor de verstedelijkingsgraad en stedelijke zone de volgende uitgangspunten gehanteerd: - Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (gemeente Steenwijkerland) (Bron: CBS Statline) - Stedelijke zone: centrum - Functie: Koop, huis, tussen/hoek: gemiddelde verkeersgeneratie: 7,2 verkeersbewegingen per weekdag per woning; Uitgaande van de bovenstaande uitgangspunten is er sprake van een toename van 14,2 verkeersbewegingen ((7,2*3) - (7,2*2)) per weekdagetmaal als gevolg van voorgenomen ontwikkeling. Gelet op het vorenstaande is van een onevenredig toename van de verkeersbewegingen geen sprake. De Slingerland en direct omliggende wegen beschikken over voldoende capaciteit om de (zeer) beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen te kunnen afhandelen. NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 12 HOOFDSTUK 4 GEBIEDSVISIE EN UITGANGSPUNTEN 4.1 Planologische kaders Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid.
Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 4.2 Rijksbeleid 4.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 4.2.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk - en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.2.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door he t versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; • Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuur lijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: • Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; • Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwalit eit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; • Het tot stand brengen en beschermen van de NNN, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 13 • Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.
4.2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.2.2 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking is het van belang om te bekijken of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.6 lid 2 Bro. Op het real iseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921) van toepassing.
Uit deze uitspraak blijkt dat de realisatie van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing, aangezien sprake is van een toevoeging van vier woningen. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 4.3 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 13 november 2019 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Actualisatie Omgevingsvisie 2018/2019 van de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en de bijbehorende Actualisatie Omgevingsverordening 2018/2019 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 december 2019 zijn deze in werking getreden. NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 14 4.3.1 Uitgangspunten van de Omgevingsvisie Overijssel De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden.
• Enkele centrale ambities van de provincie: • goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typenwoningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); • versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; • veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; • investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 4.3.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel.
De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.3.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch - recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan.
Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 15 Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.3.3.1 Of – generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bep aald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.
4.3.3.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal -economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 16 een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.
4.3.3.3 Hoe – gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspi rerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.
4.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.3.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” wordt opgemerkt dat sprake is van een woningbouwontwikkeling in een dorpskern. Hierdoor zijn met name artikel 2.1.3, 2.1.5 en artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader ingegaan op de genoemde artikelen. Zuinig in zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 2.1.3): Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: • dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; • dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.
In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 17 Toetsing aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Met de gewenste ontwikkeling wordt er geen extra ruimtebeslag op de groene omgeving gelegd. Het betreft namelijk een inbreidingslocatie, waar reeds bouwmogelijkheden liggen en de bestaande bebouwing gesloopt is. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.3 uit de omgevingsverordening Overijssel. Principe van ruimtelijke kwaliteit (artikel 2.1.5; lid 1,2,3 en 5): 1. In de toelichting op een bestemmingsplan wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteiten conform de geldende gebiedskenmerken; 2.
In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd; 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welde wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening De nieuwbouwlocatie wordt ingepast in het aanwezige bebouwingsbeeld. Met het voorliggend initiatief wordt het huidige braakliggend terrein in de kern Oldemarkt een nieuwe invulling gegeven. De nieuwe invulling draagt bij aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in de kern Oldemarkt. In hoofdstuk 3 is beschreven hoe de toekomstige situatie ingepast wordt. In het vervolg van paragraaf 4.3 wordt aangetoond dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de het geldend e ontwikkelingsperspectief en de geldende gebiedskenmerken.
Er wordt dan ook geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5 uit de provinciale verordening. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsvisie Overijssel De voorliggende ontwikkeling betreft het bouwen van een viertal woningen. Deze lokale behoefte is aangetoond in het actuele woningmarkt en behoefte onderzoek van de gemeente Steenwijkerland. In paragraaf 4.4.3 wordt hier nader op ingegaan. Geconcludeerd wordt dat het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 18 4.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot de ontwikkelingsperspectieven ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’.
In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Afbeelding 4.2 Uitsnede perspectievenkaart waar, Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) “Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvighei d, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon -, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energi e door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten).
Toetsing van het initiatief aan de ´Ontwikkelingsperspectief´ De voorliggende ontwikkeling van vier woningen worden gerealiseerd voor de lokale woningmarkt. Uit het woningmarkt onderzoek, paragraaf 4.4.2, blijkt dat er in Oldemarkt vraag is naar grondgebonden koopwoningen voornamelijk tweekappers en vrijstaande woningen vanaf 300.000 euro. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 19 4.3.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch - cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en - opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Natuurlijke laag” en de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” kunnen in dit geval buiten beschouwing blijven aangezien de oorspronkelijke waarden van deze lagen niet meer voorkomen in het plangebied. Daarnaast wordt de “Laag van de beleving” buiten beschouwing gelaten omdat er geen kenmerken of elementen vanuit deze laag op het plangebied van toepassing zijn. 1. De “Stedelijke laag” In de “Stedelijke laag” ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen.
Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het plangebied is op gebiedskenmerkenkaart in de “Stedelijke laag” aangeduid met het gebiedstype “Historische centra, binnensteden en landstadjes”. In afbeelding 4.5 is dit weergegeven. Afbeelding 4.5 Stedelijke laag dorps kern Oldemarkt (Bron: Provincie Overijssel) “Historische centra, binnensteden en landstadjes” De historische centra, binnensteden en landstadjes vormen de functionele en emotionele kernen van de steden en dorpen. Ruimtelijk kenmerkend zijn de compacte bebouwingsstructuur, veelal binnen (voormalige) omwalling en veel individuele karakterverschillen op korte afst and. Veel historische centra, binnensteden en landstadjes herbergen bijzondere condities zoals een waterfront of stationsgebied en staan symbool voor de identiteit en eigenheid van de steden en stadjes. Functioneel worden deze gebieden gekenmerkt door een mix van functies waarvan de concentratie van voorzieningen op gebied van detailhandel, horeca, cultuur, onderwijs, gezondheidszorg et cetera een belangrijk deel vormt. Als ontwikkelingen plaats vinden in historische centra, binnensteden en landstadjes, da n dragen deze bij aan behoud en versterking de mix van functies, het historisch gegroeide patroon van wegen en openbare ruimten en de leefbaarheid.
Grote bouwopgaven, zoals bij herstructurering, inbreiding of intensivering van woon-, werk-, en voorzieningen milieus worden ingepast met respect voor de NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 20 historie, het individuele karakter van de bebouwing en de leefbaarheid, in relatie tot de problematiek van verkeer en parkeren. Toetsing van het initiatief aan de "Stedelijke laag” Met het voorliggend plan worden vier woningen gerealiseerd waarbij rekening wordt gehouden met de omliggende functies en bestaande bebouwingsstructuren. De bouwkenmerken worden afgestemd op de omgeving, zodat de woningen en de eventuele bijbehorende bouwwerk(en) qua bouwmassa en verschijningsvorm goed opgaan in het bebouwingskarakter van de omgeving. De invulling van het plangebied is in overeenstemming met de ter plekke geldende gebiedskenmerken van de ‘Stedelijke laag’. 2. De “Laag van de beleving” In deze laag kan ruimtelijke kwaliteit, belevenis, betekenis en identiteit worden toegevoegd door de kwaliteiten van de andere drie lagen te gebruiken. De ambitie is om de beleving, betekenis en kwaliteit van de leefomgeving te versterken. De locatie Hoofdstraat 6-8 (rode ster) ligt in een gebied waar ‘Donkerte’ een kwaliteit is.
Afbeelding 4.6 Laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel) ‘Donkerte’ Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek, zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 21 hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op - en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen.
Toetsing van het initiatief aan de "Laag van beleving” De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan de beleving van de omgevingskwaliteit donkerte, omdat de locatie zich bevindt in de kern Oldemarkt en omringd is met meerdere woningen, met de daarbij behorende uitstraling van kunstlicht. In de toekomstige situatie is sprake van een viertal woningen met de daarbij behorende uitstraling van kunstlicht. Onnodig kunstlicht zal zoveel mogelijk worden vermeden. Hiermee sluit de ontwikkeling goed aan op de ambities uit de laag van beleving. 4.3.5 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid, zoals genoemd in de Omgevingsvisie en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. 4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Omgevingsvisie Steenwijkerland (2017) De Omgevingsvisie richt zich op de fysieke omgeving: de ruimte waarin bewoners, bezoekers, instellingen en ondernemingen van de gemeente zich bevinden en het leefgebied van mensen, planten en dieren. De gemeente Steenwijkerland wil met de Omgevingsvisie de omgevingskwaliteit van Steenwijkerland naar een hoger plan tillen.
Omgevingskwaliteit wordt gedefinieerd als de integrale kwaliteit van ruimtes; het gaat er niet alleen om hoe deze ruimtes eruitzien, maar ook waartoe en op welke manier ze functioneren, hoe ze gebruikt worden en hoe de (functies van de) ruimtes met elkaar samenhangen en bijdragen aan het beter functioneren van de samenleving. Voorloper van de Omgevingsvisie was de Strategische Toekomstvisie 2030. De strategisc he toekomstvisie bevatte een integrale (en globale) visie op de ontwikkeling van de hele gemeente tot 2030. Eén van de belangrijkste uitgangspunten van de Toekomstvisie was dat de kwaliteit van Steenwijkerland leidend zijn voor de toekomstige ontwikkelinge n. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de versterking van Steenwijkerland. De Toekomstvisie had als uitgangspunt dat ontwikkelingsruimte wordt geboden voor wonen, werken en recreëren. De Strategische Toekomstvisie is geïntegreerd in de Omgevingsvisie 2017. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat voor alle kernen aandacht is. Daarbij wordt een aantal prioriteiten genoemd. Leefbaarheid is een dergelijke prioriteit. Doordat de Steenwijkerlandse bevolking vergrijst en er op termijn sprake is van krimp, staat de leefbaarheid in verschillende kernen in de gemeente onder druk. Als er niet genoeg inwoners zijn om een voorziening als een school, bibliotheek of kerk in stand te houden, zal deze verdwijnen.
In Blankenham is dat met de school gebeurd. Waar voorzieningen in de directe omgeving verdwijnen, neemt de betekenis van sociale samenhang en eigen inzet toe. Voortbouwend op de sterke sociale cohesie in Steenwijkerland en het sterke verenigingsleven binnen de kernen, spelen inwoners zelf een belangrijke rol om de leefbaarheid op peil te houden. De gemeente zal de kernen zoveel mogelijk ondersteunen bij het ontwikkelen van nieuwe praktische vormen van onderlinge betrokkenheid en inzet. NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 22 4.4.1.1 Toetsing aan de Omgevingsvisie Steenwijkerland (2017) In het kader van onderliggend plan worden de sociale cohesie, de leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit bevorderd. Dit gebeurt vanuit de gemeente door actief mee te werken aan de nieuwe woonfunctie voor dit braakliggend terrein in Oldemarkt. 4.4.2 Woningmarkt- en behoeftenonderzoek 2016 en Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021 De kern Oldemarkt is één van de noordelijke kernen van de gemeente Steenwijkerland. In 2016 is voor de noordelijke kernen een woningmarkt- en woonbehoefteonderzoek uitgevoerd. Per kern is de prognose huishoudens tot 2025 afgezet tegen het totaal aantal woningen tot 2025. Voor de kern Oldemarkt betekend dit dat er tot 2025 een tekort is van 50 woningen.
Uit de woningmarkt behoeftenonderzoek blijkt dat er voornamelijk behoefte is aan grondgebonden koopwoningen. Met name om tweekappers en vrijstaande woningen vanaf 300.000 euro. In de Woonvisie 2017 – 2021 wordt voor de noordelijke kernen een zestal uitgangspunten genoemd waaraan nieuwe ontwikkelingen dienen te werken: 1. Woningprogrammering die aansluit bij de vraag, zowel in aantallen als woningtypen. Voorkomen van waardedaling en uitval van bestaande woningen als gevolg van overprogrammering van nieuwbouw; 2. In stand houden mogelijkheid van kleinschalig toevoegen van particuliere woningen buiten de huidige plancapaciteit op basis van beleidsregels en voorwaarden concrete behoefte; 3. Voldoende goedkope en betaalbare sociale huurwoningen in de noordelijke kernen, voor gezinnen, maar met name ook voor kleine huishoudens; 4. Inwoners zijn zich bewust van wat zij zelf kunnen doen aan langer zelfstandig wonen; 5. Partijen, actief op het gebied van wonen, welzijn en zorg, werken kerngericht samen aan een goede samenhangende structuur van wonen, welzijn en zorg, zodat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen; 6. Leegstand en verpaupering in de noordelijke kernen voorkomen, zowel bij leegkomend vastgoed in de kernen als voor karakteristieke monumentale voormalige boerderijen in het buitengebied.
4.4.2.1 Toetsing aan het woningmarkt- en behoeftenonderzoek 2016 en Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021 Het voorliggend initiatief voorziet in het herontwikkelen van een braakliggend terrein in Oldemarkt. In het plangebied komen vier geschakelde woningen waarvan 2 nieuwe woningen worden toegevoegd. Het plan voorziet in een kleinschalige mate in de invulling van de woonbehoefte van 50 woningen van de kern Oldemarkt tot 2025. Het plan sluit aan bij de zestal uitgangspunten, doordat het woningbouwprogramma aansluit op de lokale vraag qua woningtypen. Gesteld wordt dat het initiatief passend is binnen de woonvisie en het woningmarktonderzoek. 4.4.3 Welstandsnota Steenwijkerland De gemeente Steenwijkerland heeft haar gemeentelijke welstandsbeleid opgenomen in de Welstandsnota. Deze geeft de gemeente de mogelijkheid om de cultuurhistorische , stedenbouwkundige en architectonische waarden die in een bepaald gebied aanwezig zijn, te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Hiertoe zijn onder andere voor het plangebied van dit bestemmingsplan een aantal welstandscriteria opgesteld, waaraan het bouwplan zal moeten voldoen. Het uitgangspunt is dat het bouwplan een definitief positief welstandsadvies krijgt. Het plangebied ligt in het welstandsgebied 'Stuwwallenlandschap tussen Oldemarkt en De Eese', in het gedeelte de ‘Kern’.
Oldemarkt bestaat uit een aantal onderdelen, die in hun kwaliteit, functie en NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 23 gaafheid nogal verschillen. Met name het oudere deel van Oldemarkt (de kern) is bepalend voor de karakteristiek van het dorp. De bebouwing in de kern dient dan ook met zorg te worden behandeld. De woonwijken daarom heen en het bedrijventerrein zijn niet typisch voor Oldemarkt en vragen daarom om een andere aanpak. In de woonwijken dient de basiskwaliteit te worden behouden. Het bedrijventerrein dient beter ingepast te worden in de omgeving, zowel naar het landelijk gebied als naar de openbare ruimte van het dorp. Dit met name vanwege het erg functionele karakter van de vormgeving van de bebouwing. De volgende welstandcriteria worden er gehanteerd voor plangebied: Situering Kern 1. De situering van de gebouwen dient naar de openbare ruimte gericht te zijn en afgestemd te worden op de plaatselijke situatie. 2. Afwijkingen in de situering zijn mogelijk mits het de vervanging van een stedenbouwkundig ensemble betreft. 3. Bijgebouwen dienen zodanig gesitueerd te zijn dat zij ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw. Vormgeving Kern 1. Bij verbouwingen en uitbreidingen aan bestaande bebouwing dienen de bebouwingskarakteristieken zoals in de gebiedsbeschrijving te worden behouden. 2. Bij nieuwbouw is vernieuwing mogelijk.
Speciale aandachtspunten zijn maat, schaal, kapvorm en een verticaal gerichte gevelindeling. Deze bouwplannen worden ook beoordeeld aan de hand van de criteria voor architectonische kwaliteit uit paragraaf 6.2 van het welstandsbeleid. 3. De plaats, afmeting en verhoudingen van de raam- en deuropeningen dienen goed op elkaar afgestemd te zijn. Detaillering, kleuren en materialen Kern 1. Diverse kleuren en materialen zijn toegestaan mits deze harmoniëren met de directe omgeving. 2. Bij veranderingen aan bestaande bebouwing dient de detaillering aan te sluiten bij de oorspronkelijke detaillering van het gebouw. 3. Bij veranderingen aan de gevels van bestaande gebouwen dient gestreefd te worden naar herstellen van de architectonische samenhang tussen onder- en bovenbouw. 4.4.3.1 Toetsing aan Welstandsnota Steenwijkerland Het voorliggend plan is door de stedenbouwkundige als voorontwerp aan de welstand voorgelegd. Informeel is hierop een akkoord gegeven door de welstand. In het kader van de vergunningstraject zal het ontwerp door de welstand getoetst worden. 4.4.4 Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Steenwijkerland (2017), Woningmarkt- en behoeftenonderzoek 2016 en Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021 en de Welstandsnota.
NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 24 HOOFDSTUK 5 PLANOLOGISCHE RANDVOORWAARDEN Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moe t in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet - en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de voor het nieuw op te stellen bestemmingsplan relevante milieuaspecten. De resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid worden beschreven. Het betreffen de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage. 5.1 Geluid (Wet geluidhinder) 5.1.1 Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai.
De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2 Situatie plangebied In dit geval is sprake van een nieuwe geluidsgevoelige objecten namelijk vier woningen. 5.1.2.1 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woning wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand van het plangebied is gelegen. 5.1.2.3 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel.
Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied 1 of 2 rijstroken 200 m 250 m 3 of 4 rijstroken 350 m 400 m 5 of meer rijstroken 350 m 600 m De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); • wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2). NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 25 In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte afhankelijk is van het aantal rijstroken en van de ligging van het plangebied (binnenstedelijk gebied of buitenstedelijk gebied). Het plangebied ligt in ‘binnenstedelijk’ gebied binnen de wettelijk vastgestelde geluidszone, als bedoeld in artikel 74 van de Wet geluidhinder, van de Hoofdstraat. De voorkeurswaarde voor de geluidbelasting op de gevels van een woning ten gevolge van een weg bedraagt 48 dB. Indien vooraf aangenomen kan worden dat er niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden vo ldaan, dient er een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Gezien de locatie van het plangebied is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd.
In de bijlage 2 zijn de volledige resultaten van het akoestisch onderzoek opgenomen. Hieronder staan de belangrijkste conclusies. Conclusie akoestisch onderzoek De geluidsbelasting ten gevolgde van wegverkeerslawaai bedraagt hoogstens 59 dB als gevolg van wegverkeerslawaai. In de Wgh wordt een gevelbelasting van 48 dB (de voorkeurswaarde). Aanvaardbaar geacht. Deze waarde wordt overschreden. Bron- en overdrachtsmaatregelen om aan de 48 dB te voldoen kunnen rekenen op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Met een combinatie van gevelmaatregelen kan een binnenniveau van 33 db gerealiseerd worden. In tabel 5 van de toelichting is per gevel weergegeven hoe hoog de gevelwering dient te zijn. Er is dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wat betreft het aspect wegverkeerslawaai ter plaatse van de te realiseren woningen, indien de benodigde gevelwering gerealiseerd wordt. 5.1.3 Conclusie Mits voldaan wordt aan de benodigde gevelwering wordt geconcludeerd dat er voldaan wordt aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.2 Bodemkwaliteit 5.2.1 Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd.
Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740 en NEN 5707. 5.2.2 Situatie plangebied AvA Milieuonderzoek heeft voor de locatie Hoofdstraat 6-8 in Oldemarkt in 2019 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hieronder wordt de resultaten van het uitgevoerde onderzoek weergegeven. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 3. Verkennend bodemonderzoek (NEN-5740) In de onderzochte bodem (grond en grondwater) zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. In de bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan PAK gemeten en zijn enkele individuele Pfas-componenten licht verhoogd aangetoond. In de puinhoudende ondergrond bij boring 02 zijn enkele zware metalen en PAK licht verhoogd aangetoond. In het mengmonster van de ondergrond van het overig deel van de locatie zijn geen verhoogde waarden gemeten. Het grondwater bevat een van nature verhoogde concentratie aan barium. De gemeten verhoogde NL.IMRO.1708.ODMHoofdstr6en8BP-VA01 “Oldemarkt – Hoofdstraat 6-8” 26 gehalten aan zware metalen en PAK in de grond kunnen worden gerelateerd aan de bijmenging met puin in de zandige toplaag van de bodem. Bij de gemeten gehalten zijn geen risico's voor milieu en volksgezondheid aanwezig en hoeft geen vervolgonderzoek plaats te vinden.