CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting - Ontwerpbestemmingsplan Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a.pdf

Politieke Markt 28 maart 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a19.702 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 52 5.9.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet M.E.R.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan. Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 53 HOOFDSTUK 6 WATERPARAGRAAF 6.1 Inleiding Het is verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan te verantwoorden op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit is bepaald in artikel 3.1.6, eerste lid, sub b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze verantwoording wordt ook wel de waterparagraaf genoemd. Dit hoofdstuk kan als zodanig beschouwd w orden. 6.2 Beleid ten aanzien van de waterhuishouding 6.2.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015.

Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.2.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Wat erplan (NWP) 2022- 2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. 6.2.3 Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten.

De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.2.4 Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta (voorheen Reest en Wieden & Groot Salland), Vechtstromen en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 54 samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het nieuwe Waterbeheerplan is één van de resultaten van deze samenwerking. De opzet en grote delen van dit Waterbeheerplan zijn inhoudelijk hetzelfde als dat van de andere waterschappen in Rijn-Oost. Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft de taken vastgelegd in het Waterbeheerplan 2016 -2021. Hieronder volgt een toelichting op de doelen in het waterbeheerplan. • Overstromingen, wateroverlast of droogte te voorkomen of beperken.

Inwoners kunnen hierdoor op een goede manier wonen en werken. Boeren en natuurbeheerders kunnen goed gebruik maken van de grond. • Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het water in de volle breedte. Een goede ecologische en chemische kwaliteit van het (oppervlakte)water is belangrijk. Het water is schoon en gezond en inwoners kunnen hiervan genieten. Ook de doelen vo or waterkwaliteit die voortvloeien uit Europese wetgeving; de Kaderrichtlijn Water (KRW) maken onderdeel uit van het plan. • Afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties effectief en efficiënt behandelen. We proberen niet alleen schadelijke stoffen uit het water te halen. Ook willen we van deze stoffen nieuwe producten maken en nieuwe toepassingen zoeken. 6.2.5 Gemeentelijk watertakenplan (2016-2021) Per 1 januari 2016 is het Watertakenplan Fluvius van kracht geworden voor de gemeenten Hoogeveen, Meppel, De Wolden, Midden-Drenthe, Westerveld en Steenwijkerland en Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta). Gezamenlijk vormen ze het samenwerkingsverband Fluvius (Latijn voor rivier of stroom). In Fluvius werken de gemeenten en het waterschap samen aan stedelijk (afval)waterbeheer. Het Watertakenplan bevat een gezamenlijke visie en een uitvoeringsprogramma. Doel is om de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen en kostenstijgingen voor inwoners en bedrijven te beperken.

Het Watertakenplan geldt voor de periode 2016-2021. Een goed functionerende keten van riolering en afvalwaterzuivering (afvalwaterketen) draagt bij aan een goede volksgezondheid, een goede kwaliteit van het oppervlaktewater en het tegengaan van wateroverlast. Binnen de regio Fluvius beheren de gemeenten de riolering en het waterschap zeven afvalwaterzuiveringen. Een goed watersysteem beperkt wateroverlast en draagt bij aan een goed leefklimaat Daar is goed onderhoud voor nodig. Zowel gemeente als waterschap hebben hierin een taak, zoals het maaien van oevers en baggeren van watergangen. Zowel voor een goed beheer van de afvalwaterketen als voor het watersysteem is samenwerking tussen gemeente en waterschap dus van groot belang. Voorheen werden door de gemeenten en het waterschap afzonderlijk beleidsplannen gemaakt. Het nieuwe Watertakenplan Fluvius is het eerste gezamenlijke plan waarin het beleid en een aantal projecten voor het stedelijke (afval)waterbeheer op elkaar zijn afgestemd. Samenwerkingsprojecten in het plan zijn bijvoorbeeld gezamenlijk gemalenbeheer en het meten van waterstanden in de riolering. Door gebruik te maken van elkaars kennis en gezamenlijke projecten uit te voeren, wordt doelmatiger en efficiënter gewerkt.

6.3 Watertoets 6.3.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 55 worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.3.2 Watertoets Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde “korte procedure” van toepassing is. De hierbij behorende ‘Standaard waterparagraaf’ is opgenomen in bijlage 6.

6.3.2.1 Standaard waterparagraaf korte procedure Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m 2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur.

Als oppe rvlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT -riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 56 HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE OPZET 7.1 Inleiding In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het bewuste plangebied door voor de gronden een bestemming aan te wijzen. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (plankaart) in samenhang met de regels. In deze paragraaf wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht. 7.2 Uitgangspunten In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010.

In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ord ening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Voor alle plannen die vanaf 1 juli 2013 in procedure gaan, is de RO Standaarden 2012 verplicht. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); 4. Overgangs- en slotregels. De opzet en invulling van de regels worden hieronder nader toegelicht. 7.3 Toelichting op de planregels 7.3.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels.

Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: • Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. • Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 57 7.3.2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; • Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogt e, bebouwingspercentage, etc.); • Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarden mag afgeweken worden van de bouwregels; • Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; • Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarden mag afgeweken worden van de gebruiksregels van de aangegeven bestemming. In paragraaf 7.4 wordt de bestemming nader toegelicht. 7.3.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied.

D it hoofdstuk is opgebouwd uit: • Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. • Algemene bouwregels (Artikel 7) In dit artikel worden regels gesteld omtrent ondergronds bouwen. • Algemene gebruiksregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. • Algemene afwijkingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. • Overige regels (Artikel 10) In dit artikel is een voorrangsbepaling opgenomen ten aanzien van dubbelbestemmingen en de parkeerregels. 7.3.4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan.

In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd . 7.4 Verantwoording van de bestemmingen Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw - en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 58 Agrarisch met waarden (Artikel 3) Het deel van het voormalige agrarische bedrijfsperceel dat buiten de toekomstige woonpercelen ligt heeft de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ gekregen. Tevens Het deel van de huidige bedrijfsbestemming dat binnen het Natura 2000-gebied ‘De Wieden’ ligt heeft de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ gekregen.

Gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ zijn hoofdzakelijk bestemd voor: • agrarisch bedrijfsmatig gebruik; • agrarisch hobbymatig gebruik; • bescherming, instandhouding en versterking van de aanwezige natuurlijke en/of landschappelijk waarden; • instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuur- en landschapselementen, zoals houtopstanden, houtwallen, houtsingels, sloten, beken, waterlopen en overige waterpartijen, water- en oevervegetaties; • instandhouding, versterking en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke en/of ecologische waarden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ecologische waarde'; Tevens is geregeld dat in de bestemming agrarische met waarden een veld met zonnepanelen mag worden gerealiseerd waarmee duurzame energie kan worden opgewerkt. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wonen - Buitengebied (Artikel 4) De toekomstige woonpercelen hebben de aanduiding ‘Wonen – Buitengebied’ gekregen. De voor ‘Wonen – Buitengebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in een woning met daaraan ondergeschikt tuinen, erven en groenvoorzieningen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. De woningen dienen binnen een bouwvlak te worden aangeduid waarbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden 2’ twee woningen zijn toegestaan.

Ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden 2’ geldt eveneens de aanduiding ‘aaneengebouwd’ wat inhoudt dat de woningen uitsluitend aaneengebouwd mogen zijn. De inhoud van de woningen mag de bestaande inhoud bedragen danwel de inhoud die is aangegeven middels een aanduiding op de planverbeelding. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkende maatvoering’ geldt dat de inhoud meer mag bedragen aangezien hier inpandige bijgebouwen in het hoofdvolume worden gerealiseerd. Waarde – Archeologie 2 (Artikel 5) De gronden met de aanduiding ‘Waarde – Archeologie 2’ zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 59 HOOFDSTUK 8 FINANCIËLE PARAGRAAF Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen.

Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzake lijk is. In het voorliggende geval wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Steenwijkerland. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven. Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 60 HOOFDSTUK 9 INSPRAAK, VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN 9.1 Vooroverleg 9.1.1 Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale bela ngen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2 Provincie Overijssel Voorliggend bestemmingsplan zal ter vooroverleg worden voorgelegd aan de provincie Overijssel. 9.1.3 Waterschap Drents Overijsselse Delta Het waterschap is geïnformeerd door gebruik te maken van de ‘digitale watertoets’.

Hieruit bleek dat de zogenaamde ‘korte procedure’ van toepassing is. De bijbehorende standaard waterparagraaf is opgenomen in de bijlage 6. Het waterschap adviseert hiermee positief, waarmee het wettelijke vooroverleg is afgerond. 9.2 Inspraak Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Er zal een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd worden voor een periode van zes weken. 9.3 Zienswijzen Deze paragraaf zal worden ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen. Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 61 BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 62 Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 63 Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 64 Bijlage 3 Bodemonderzoek Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 65 Bijlage 4 Quickscan natuurwaarden Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 66 Bijlage 5 AERIUS-berekening Bestemmingsplan “Steenwijkerwold, Oldemarktseweg 103 en 103a” Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 67 Bijlage 6 Standaard waterparagraaf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/8552febc-5cf1-49c4-ad83-0af24612cfd1?agendaItemId=0988cd8a-557e-45c7-828f-b44d14e39a7f