CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting - Ontwerpbestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12.pdf

Politieke Markt 28 maart 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 1212.391 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Opdrachtgever: Rapportnummer: RB 20.200 Datum vrijgave: November 2022 Opsteller: Dhr. M. Beek Goedkeuring: Dhr. H. de Roo Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 Ontwerp

Gemeente Steenwijkerland Blad 2 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting Inhoudsopgave .......................................................................................................................................... 1 1 HOOFDSTUK 1 INLEIDEND HOOFDSTUK .......................................................... 4 1.1 Inleiding .................................................................................................................. 4 1.2 Aanleiding ............................................................................................................... 5 1.3 Planologisch kader ................................................................................................. 8 1.4 Doel ........................................................................................................................ 8 1.5 Verantwoording ...................................................................................................... 9 1.6 Leeswijzer ............................................................................................................... 9 2 HOOFDSTUK 2 LOCATIE EN HISTORIE ........................................................... 10 2.1 Ligging van het gebied .........................................................................................

10 2.2 Het perceel in zijn directe omgeving .................................................................... 12 2.3 Het gewenste plan ................................................................................................ 13 2.4 Landschappelijke inpassing .................................................................................. 14 3 HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ....................................................................... 16 3.1 Rijksbeleid ............................................................................................................ 16 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie ......................................................................... 16 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking ...................................................... 16 3.2 Provinciaal beleid ................................................................................................. 19 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel ........................................................................ 19 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel ............................................................ 19 3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ........................................... 20 3.2.4 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) ...............................................

26 3.3 Gemeentelijk beleid .............................................................................................. 27 3.3.1 Omgevingsvisie Steenwijkerland .............................................................. 27 3.3.2 Beleidsnotitie bestemmingsplan Buitengebied ......................................... 27 3.3.3 Welstandsnota Steenwijkerland ................................................................ 28 4 HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSFACTOREN ......................................................... 29 4.1 Archeologie ........................................................................................................... 29 4.2 Bodem .................................................................................................................. 31 4.3 Cultuurhistorie....................................................................................................... 31 4.4 Ecologie ................................................................................................................ 32 4.4.1 Gebiedsbescherming ................................................................................ 32 4.4.2 Houtopstanden .......................................................................................... 33 4.4.3 Stikstofdepositie op Natura 2000 ..............................................................

33 4.4.4 Soortenbescherming ................................................................................. 34 4.5 Externe (en fysieke) veiligheid.............................................................................. 35 4.5.2 Conclusie................................................................................................... 36 4.6 Geluid ................................................................................................................... 36 4.7 Luchtkwaliteit ........................................................................................................ 37 4.8 Milieu(hinder) ........................................................................................................ 38 4.9 Verkeer en vervoer en parkeren ........................................................................... 40 4.10 M.e.r.-beoordeling ................................................................................................ 42 4.11 Watertoets ............................................................................................................ 42 5 HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................... 43 6 HOOFDSTUK 6 OVERLEG EN INSPRAAK ........................................................ 44 7 HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE VORMGEVING ...................................................

45 Gemeente Steenwijkerland Blad 3 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting 7.1 Algemeen .............................................................................................................. 45 7.2 Toelichting op de Toelichting ................................................................................ 45 7.3 Toelichting op de planregels................................................................................. 46 BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ................................................................................. 47 Bijlage 1 van de toelichting – archeologisch onderzoek ................................................. 47 Bijlage 2 van de toelichting – verkennend bodemonderzoek ......................................... 48 Bijlage 3 van de toelichting – ecologische quickscan ..................................................... 49 Bijlage 4 van de toelichting – Aerius-berekening ............................................................ 50 Bijlage 5 van de toelichting – Watertoetsgegevens ........................................................ 51 Bijlage 6 van de toelichting – beleidskader voor kleine windmolens ..............................

52 Gemeente Steenwijkerland Blad 4 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting 1 Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk 1.1 Inleiding Voorliggend bestemmingsplan is bedoeld om het juridisch kader te bieden voor het kunnen uitvoeren van een ruimtelijk initiatief. Tevens biedt voorliggend bestemmingsplan de onderbouwing van waarom het gewenste ruimtelijk initiatief inpasbaar is op de door initiatiefnemer gewenste locatie, in dit geval het vergroten van het agrarisch bouwvlak ter plaatse van het perceel Jan van Nassauweg 12 te Giethoorn. Het vergrote bouwvlak is benodigd om zodoende bij een bestaande melkveehouderrij ter plaatse op het agrarisch bedrijf een gebouw voor de verwerking van zuivel te produceren. Op deze wijze wil het bestaande bedrijf meer en meer de kant op gaan van een biologisch melkveebedrijf en daarbij ter plaatse zuivelproducten te maken als verlengstuk van het eigen bedrijf. Op onderstaande foto’s is weergave gedaan van de ligging van het bedrijf vanuit de lucht gevolgd door een weergave op ‘straatniveau’ van het bestaande bedrijf aan de Jan van Nassauweg 12 te Giethoorn.

Gemeente Steenwijkerland Blad 5 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting 1.2 Aanleiding In 1938 zijn de opa en oma van de initiatiefnemer als eerste bewoners in de Giethoornse polder neergestreken. De initiatiefnemer is inmiddels de 3de generatie die op deze locatie boert. Het bedrijf is inmiddels een gespecialiseerd melkveebedrijf. De visie is om meer richting specifieke melkstromen te gaan met toegevoegde waarden en het verkorten van de keten. Op hun tweede locatie (Jan van Nassauweg 1) wordt sinds 2 jaar biologische A2A2 melk geproduceerd. Op de thuislocatie hebben ze zich ook georiënteerd om over te stappen op biologisch, maar wegens de onrust op de diverse markten hebben ze besloten om dit in eerste instantie uit te stellen. De wens is om de keten te verkorten door een deel van de melk te verwerken en risico te spreiden. Echter na een ontmoeting met een regionale ondernemer, begon dit meer vorm te krijgen. Deze ondernemer runt een klein zuivelverwerkingsbedrijf op het industrieterrein te Steenwijk. Zijn grote wens is om melk rechtstreeks vanaf de boerderij te kunnen verwerken. De expertise van initiatiefnemer om melk te produceren te combineren met de expertise van de zuivelondernemer om zo elkaar te kunnen versterken.

Het idee is om in eerste instantie ongeveer 450.000 kg melk te verwerken. Dit is datgene wat het zuivelverwerkingsbedrijf in Steenwijk momenteel op jaarbasis verwerkt. Afhankelijk van de marktontwikkelingen zal er maximaal 1.5 miljoen kg melk worden verwerkt tot dagverse zuivel. Dagverse zuivel is diverse soorten yoghurt, kwark, pap. De ontwikkeling betreft een uitbreiding van de activiteiten op de locatie van het bestaande Melkveebedrijf Batenburg aan de Jan van Nassauweg 12 te Giethoorn in samenwerking met een zuivelproducent, te weten het zuivelbedrijf Zagros Zuivel uit Steenwijk. Op dit moment wordt de melk van Melkveebedrijf Batenburg opgehaald en verwerkt door Friesland Campina. Het lange termijnperspectief voor de melkveehouderij in de

Gemeente Steenwijkerland Blad 6 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting “bulk” stroom lijkt moeizaam. Om deze reden zijn ze op zoek naar een andere melkstroom met meer toegevoegde waarde. De initiatiefnemer heeft het plan om het melkveebedrijf om te schakelen naar een biologisch melkveebedrijf en wil daarbij een extra stap zetten richting meer kringlooplandbouw, minder ammoniakemissie en met een hogere toegevoegde waarde. Hierbij wil het bedrijf de melk zo vers mogelijk lokaal verwerken, waardoor de keten wordt verkort, transportbewegingen wordt beperkt en er meer circulair gewerkt kan worden. Initiatiefnemer wil dit graag uitvoeren in samenwerking met Zagros Zuivel. Zagros Zuivel is al een tijd op zoek naar een grotere locatie en met zeer grote voorkeur dicht bij een melkveebedrijf, om zo goed in te kunnen spelen op de wensen van de klanten en een heel versproduct te kunnen verwerken zonder transport. Op deze manier kan Zagros Zuivel binnen de grenzen van Steenwijkerland blijven. Gevraagde situatie Voor dit plan is daarom een nieuw gebouw voor zuivelverwerking nodig. Dit gebouw past vanwege de gekozen ligging niet op het huidige bouwblok. Daarom wordt er gevraagd naar een vergroting van het agrarisch bouwvlak tot circa 4,4 ha.

Het idee is om het gebouw voor zuivelverwerking aan de noordzijde van het bouwblok te plaatsen. Dit gebouw zal een uitstraling krijgen die past bij de huidige gebouwen. Verder zou de initiatiefnemer ook gelijk een nieuwe kuilplaat, mestbassin en een waterbassin willen plaatsen. De ligging hiervan is op de afbeelding hieronder schematisch te zien. Hierna volgt nog een weergave van hoe het agrarisch erf er uit ziet na uitvoering van de werkzaamheden. Het betreft daarbij een weergave van het erfinrichtingsplan dat is opgesteld voor voorliggend bestemming. In hoofdstuk 2 zal nader op het erfinrichtingsplan worden ingegaan. Omwille van de leesbaarheid van deze tekening wordt tevens verwezen naar het volledige erfinrichtingsplan zoals opgenomen als bijlage 1 van de regels.

Gemeente Steenwijkerland Blad 7 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting In het nieuwe gebouw zal naast de zuivelverwerkingsruimte ook opslagruimte voor verpakkingsmateriaal, een koelcel voor de opslag van zuivelproducten, een hygiënesluis, een ontvangstruimte en een werkplaats zitten. Het gaat daarbij om een nieuw gebouw van circa 21 meter x 40 meter = 840 m2 bij een maximale bouwhoogte

Gemeente Steenwijkerland Blad 8 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting van 10 meter. Het dak van deze nieuwbouw zal aan de zuidkant worden voorzien van zonnepanelen. 1.3 Planologisch kader Het perceel Jan van Nassauweg 12 te Giethoorn bevindt zich in de Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland zoals dat op 18 juni 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad. Binnen deze beheersverordening is het bestaande bedrijf bestemd als ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf 1’ met een daarbij behorend bouwvlak van momenteel 1,5 hectare. Tevens is het perceel voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en is op het bouwvlak een maximumaantal wooneenheden van 2 geprojecteerd. Op onderstaande figuur is de bestaande situatie vanuit de beheersverordening in beeld gebracht. De locatie waar initiatiefnemer wil gaan uitbreiden met de bebouwing van het zuivelverwerkingsbedrijf bevindt zich op gronden met de enkelbestemming Agrarisch zonder bouwvlak. De gewenste bouw is daarmee in strijd met de beheersverordening. Op het totaal aan gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken, te weten de realisatie van een gebouw voor de zuivelverwerking en het vergroten van het agrarisch bouwvlak naar 4,42 hectare is een aanpassing van de beheersverordening nodig.

Door middel van een bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wro kan het gewenste plan planologisch gezien mogelijk worden gemaakt. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. 1.4 Doel In dit bestemmingsplan wordt ingegaan op de (ruimtelijke) gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling van het betreffende gebied. De realisatie van de plannen om te komen tot de bouw van een zuivelverwerkingsbedrijf en het vergroten van het agrarisch bouwvlak op de gestelde locatie moet passen binnen deze visie en in overeenstemming zijn met een zogeheten ‘goede ruimtelijke ordening’.

Gemeente Steenwijkerland Blad 9 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting 1.5 Verantwoording Bij het opstellen van voorliggend wijzigingsplan is gebruik gemaakt van diverse (beleids)documenten en websites. Sommige (beleids)documenten en beeld beschrijvende documenten zijn in voorkomende gevallen integraal overgenomen om de inhoud zoveel mogelijk te waarborgen. Daar waar bronnen zijn gebruikt is dat in de tekst weergegeven. 1.6 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een uitgebreidere weergave gegeven van het plan mede in relatie tot het vigerende ruimtelijk beleid. In Hoofdstuk 3 komen de verschillende relevante beleidsstukken voorbij die van toepassing zijn op het plan en zijn hierbij uitgewerkt van provinciaal niveau tot gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 geeft de invloed weer van het plan tot de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 staat de economische uitvoerbaarheid centraal. Hoofdstuk 6 doet verslag van de inspraak- en overlegreacties, waarna hoofdstuk 7 ingaat op de juridische vertaling van het plan en vervolgens komen de regels. Samen met de eventuele bijlagen en de Verbeelding wordt zo het bestemmingsplan gevormd.

Gemeente Steenwijkerland Blad 10 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting 2 Hoofdstuk 2 Locatie en historie 2.1 Ligging van het gebied Het perceel ligt aan de Jan van Nassauweg 12 te Giethoorn. Giethoorn ligt binnen het grondgebied van de gemeente Steenwijkerland in de provincie Overijssel. Hieronder is een weergave (indicatief) gedaan van de ligging van het plangebied in de nabijheid van Giethoorn en binnen de provincie Overijssel. Nederland, provincie Overijssel, gemeente Steenwijkerland en indicatieve ligging plangebied in één oogopslag. Het perceel aan de Jan van Nassauweg 12 bevindt zich op een afstand van circa 1,7 kilometer ten noordwesten van het dorp Giethoorn en circa 3 kilometer afstand ten zuidwesten van Steenwijk Op onderstaande topografische kaart is het perceel zichtbaar gemaakt ten opzichte van Giethoorn en Steenwijk.

Gemeente Steenwijkerland Blad 11 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting Het perceel bevindt zich in het poldergebied van de Noordribben. Wat opvalt is de schuine hoek waaronder de kavels zich projecteren ten opzichte van de weg Jan van Nassauweg, zo ook het perceel aan de Jan van Nassauweg 12 te Giethoorn.

Gemeente Steenwijkerland Blad 12 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting 2.2 Het perceel in zijn directe omgeving Aan de overzijde van het perceel bevindt zich eveneens een agrarisch bedrijf. Ook naar het zuiden toe bevinden zich agrarische bedrijven. Het plangebied en de omgeving is dan ook ingericht voor het landbouwkundig gebruik. Onderstaande (lucht)foto’s laten dat geschetste beeld van een omgeving die zich richt op het agrarische grondgebruik goed zien.

Gemeente Steenwijkerland Blad 13 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting 2.3 Het gewenste plan De initiatiefnemer heeft zoals reeds verwoord het plan om het melkveebedrijf om te schakelen naar een biologisch melkveebedrijf en wil daarbij een extra stap zetten richting meer kringlooplandbouw, minder ammoniakemissie en met een hogere toegevoegde waarde. Hierbij wil het bedrijf de melk zo vers mogelijk lokaal verwerken, waardoor de keten wordt verkort, transportbewegingen wordt beperkt en er meer circulair gewerkt kan worden. Voor dit plan is daarom een nieuw gebouw voor zuivelverwerking nodig die op het agrarisch erf gaat worden gerealiseerd om zodoende onderdeel te gaan vormen van het bedrijf. Het idee is om het gebouw voor zuivelverwerking aan de noordzijde van het bouwblok te plaatsen. Dit gebouw zal een uitstraling krijgen die past bij de huidige gebouwen. Het gebouw zal een oppervlakte krijgen van circa 870 m 2. Verder wil de initiatiefnemer ook gelijk een nieuwe kuilplaat, mestbassin en een waterbassin plaatsen. De ligging hiervan is op de afbeelding hieronder schematisch te zien. Het idee is om in eerste instantie ongeveer 450.000 kg melk te verwerken. Dit is datgene wat Zagros Zuivel momenteel op jaarbasis verwerkt.

Afhankelijk van de marktontwikkelingen willen we maximaal 1.5 miljoen kg melk verwerken tot dagverse zuivel. Dagverse zuivel is diverse soorten yoghurt, kwark, pap. Verder is er nog het idee om een kleine windmolen te gaan realiseren. Om deze reden is dit bouwwerk meegenomen in het bestemmingsplan. Bij het plaatsen van dit bouwwerk zal initiatiefnemer aan moeten tonen dat voldaan is aan de voorwaarden en toetsingscriteria van de gemeentelijke beleidsnota 'Beleidskader voor kleine windmolens in de gemeente Steenwijkerland'. Om deze reden is dit beleidskader meegenomen in de bijlage van het bestemmingsplan.

Gemeente Steenwijkerland Blad 14 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting 2.4 Landschappelijke inpassing Omdat de ontwikkeling plaatsvindt in het buitengebied/landelijk gebied is tevens een plan gemaakt voor de beoogde landschappelijke inpassing van het perceel na uitvoering van de werkzaamheden. Het landschappelijk inpassingsplan is als bijlage 1 van de regels opgenomen. Voor de uitvoering ervan wordt een koppeling met de bestemmingsplanregels gemaakt in de vorm van een zogeheten ‘voorwaardelijke verplichting’. De aanvullende inzet voor de Kwaliteits Impuls Groene Omgeving (provinciaal beleid) is ook verwerkt in het landschappelijk inpassingsplan. Om deze reden zit dit ook geborgd in de voorwaardelijke verplichting. Onderstaand is de landschappelijke inpassing weergegeven. Omwille van de leesbaarheid van de tekening wordt verwezen naar bijlage 1 van de regels waar de tekening geheel goed leesbaar is. Gemeente Steenwijkerland Blad 15 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting

Gemeente Steenwijkerland Blad 16 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting 3 Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem - verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.

Voorbeelden hiervan zijn: • Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; • Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; • Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte; • Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem ; • Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; • Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; • Verbeteren en beschermen van biodiversiteit • Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten. De hoofdonderwerpen die in het beleid van de NOVI zullen worden gestimuleerd, zijn de volgende: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • Duurzaam economisch groeipotentieel • Sterke en gezonde steden en regio’s • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Door middel van voorliggend plan om te komen tot een verdergaande optimalisering van het bestaande bedrijf met de uitbreiding erbij van een gebouw voor de verwerking van ter plaatse geproduceerde zuivel is sprake van een verdergaande toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied en past zodoende binnen de doelstelling van de Nationale Omgevingsvisie.

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Gemeente Steenwijkerland Blad 17 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister ervoor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van over-programmering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio’s. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling 2.

Is de stedelijke ontwikkeling nieuw 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied De ladder duurzame verstedelijking is alleen van toepassing op projecten met een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De vraag is dan wat is een nieuwe stedelijke ontwikkeling? De definitie voor een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1, lid 1, Bro) luidt als volgt: Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Initiatief in relatie tot de ‘Ladder’ Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de vragen of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, in hoeverre wordt voorzien in een behoefte en in hoeverre vestiging op bestaande bedrijventerreinen respectievelijk binnen bestaand stedelijk gebied wenselijk en mogelijk is. Nieuwe stedelijke ontwikkeling: of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorziet het plan in de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'i n beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2.

Voor ontwikkelingen in de vorm van een terrein is 'in beginsel' geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Het initiatief dient te worden beschouwd als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er is namelijk sprake van uitbreiding van een bestaand agrarisch melkveebedrijf waarbij de uitbreiding ziet op de realisatie van meer dan 500 m2 (extra) bebouwing en/of meer dan 500 m2 gebruikswijziging van gronden.

Gemeente Steenwijkerland Blad 18 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting Behoefte: Bij het bepalen van de behoefte kan gebruik gemaakt worden van lange termijn prognoses over bedrijventerreinen voor het betreffende verzorgingsgebied in de komende 10 jaar. Alle ontwikkelingen van bedrijventerreinen in bestaande plancapaciteit die in de behoefte voorzien moeten worden meegewogen. Is er een kwantitatief overaanbod dan kan een planologische toevoeging om kwalitatieve redenen toch nodig worden geacht. Dat vergt wel een aanvullende motivering. Hoe meer de kwalitatieve aspecten publiekrechtelijk geborgd zijn, des te makkelijker de motivering. Kwalitatieve redenen kunnen bijvoorbeeld zijn: - Het aanbieden van grote kavels die binnen de bestaande harde plancapaciteit niet realiseerbaar zijn. - Hogere milieucategorieën dan mogelijk binnen de bestaande harde plancapaciteit. Voor zover er leegstand is van bestaande bedrijfsgebouwen, moet onderzocht worden of de leegstand geen optie biedt voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling. Verder dient gemotiveerd te worden, dat de planologische toevoeging geen onaanvaardbare extra leegstand tot gevolg heeft.

De behoefte aan bedrijfspercelen voor agrarische verwerkingsbedrijven zoals deze zuivelverwerking vloeit voort uit de trend van grootschaliger agrarische bedrijven en specialisatie in de landbouw. Door deze schaalvergroting en specialisatie ontstaat een ‘knip’ in de keten tussen productie (agrarische bedrijven) en verwerking (agrarische verwerkingsbedrijven). Waar vroeger de boer zijn eigen producten (bijvoorbeeld) sorteerde, waste en verpakte, gebeurt dit meer en meer door daartoe gespecialiseerde bedrijven. Er is voorts een logische behoefte aan mogelijkheden om producten in de directe nabijheid van de agrarische bedrijven te (laten) verwerken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de wijze van transport van de productie. Door het weghalen van de ‘schakel’ van het bedrijf naar de zuivelverwerker zijn er minder transportbewegingen nodig. Mogelijkheid voor vestiging op bestaande bedrijventerreinen: De in de gemeente Steenwijk aanwezige bestaande bedrijventerreinen zijn minder (lees: grotendeels niet) geschikt voor de vestiging van agrarische verwerkingsbedrijven zoals deze zuivelverwerker Dit heeft vooral te maken met het ruimtebeslag van de bedrijven, de aard en ruimtelijke uitstraling van de bedrijvigheid, de aard van de transportbewegingen van en naar het bedrijf etc.

De gemeente Steenwijkerland beschikt niet of nauwelijks over bedrijfsgronden binnen bestaand stedelijk geschikt, die geschikt zijn om plaats te bieden aan agrarische verwerkingsbedrijven. Conclusie De vestiging van het gewenste agrarische verwerkingsbedrijf in de vorm van een zuivelverwerker op voormalige agrarische bedrijfspercelen in het landelijk gebied kan beschouwd worden als een gewenste ontwikkeling, waaraan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet in de weg staat. Met de vestiging van dit bedrijf bij een bestaand agrarisch bedrijf in het landelijk gebied is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. De bedrijvigheid heeft een sterke binding met het landelijk gebied (transport van producten gaat ook omlaag). Voorts is de aard en omvang van de aanwezige bebouwing minder geschikt voor plaatsing binnen het Gemeente Steenwijkerland Blad 19 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting bestaand stedelijk gebied. Naar hun aard, omvang en uitstraling passen agrarische verwerkingsbedrijven niet goed op bestaande bedrijventerreinen. De Ladder voor duurzame verstedelijking staat niet in de weg aan vaststelling v an het bestemmingsplan. 3.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen.

Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. • Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. • Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. • Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens.

In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

Gemeente Steenwijkerland Blad 20 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting 3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 3.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd.

Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vormgegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebied specifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 3.2.3.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van z es ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving.

Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze Gemeente Steenwijkerland Blad 21 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting consistent door vertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 3.2.3.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Onderstaande afbeelding geeft dit schematisch weer. 3.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.

3.2.3.5 Of - generieke beleidskeuzes Kaartlaag natuurlijke laag De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo

Gemeente Steenwijkerland Blad 22 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. De ruimtelijke kwaliteitsambities in de natuurlijke laag zijn: • natuur als ruggengraat: de ontwikkeling van een robuust, aaneengesloten natuurlijk landschap • een continu en beleefbaar watersysteem als dragende structuur van Overijssel De kaartlaag ‘Natuurlijke Laag’ geeft aan dat ter plaatse sprake is van zogeheten ‘laagveengebied (in cultuur gebracht)’. Van belang is dat de kwaliteiten van de natuurlijke laag, zoals aardkundige waarden en natuurlijk reliëf behouden dienen te blijven. Dit bestemmingsplan voorziet in een perceel gebonden ontwikkeling waar reeds sprake is van een ruim agrarisch bouwvlak en waar wordt voorzien in een extra deel bouwvlak. De gronden waar de uitbreiding plaatsvindt zijn in de afgelopen jaren meerdere keren gewoeld/geploegd en egaal gemaakt.

Er vinden geen (nieuwe) ingrepen plaats waardoor geen sprake is van een aantasting van het laagveengebied. 3.2.3.6 Laag van het agrarisch cultuurlandschap Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als ‘consumptielandschap’ voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. Veel mensen hechten aan de rust, de ruimte, de mogelijkheden om te fietsen, wandelen, et cetera. En aan de kwaliteit: vooral de herkenbaarheid, de contrasten en de afwisseling van verschillende landschapstypen worden gewaardeerd. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit.

Gemeente Steenwijkerland Blad 23 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting De kwaliteit van het agrarisch cultuurlandschap wordt in Overijssel bepaald door de variatie op twee schaalniveaus: provinciaal en regionaal. Binnen de regionale landschappen is er vaak op korte afstand sprake van verschillen. Ruimtelijke kwaliteitsambities De ruimtelijke kwaliteitsambities in de laag van het agrarisch cultuurlandschap zijn: • De ruimtelijke kwaliteitsambitie in de laag van het agrarisch cultuurlandschap is: Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen; het palet van agrarische cultuurlandschappen versterken en contrasten tussen de landschappen behouden en ontwikkelen Het is de inzet alle ontwikkelingen bij te laten dragen aan de instandhouding en versterking van bestaande en toevoeging van nieuwe kwaliteiten in de laag van het agrarisch cultuurlandschap. Ambitie is daarbij ook het versterken van de samenhang of het creëren van nieuwe samenhang tussen dorp, erf en landschap. De kaartlaag ‘Laag agrarisch-cultuur landschap” geeft aan dat ter plaatse sprake is van zogeheten ‘Laagveenontginningen’. De ambitie is de cultuurhistorische kwaliteiten van het laagveenlandschap zoveel als mogelijk in stand te houden en beleefbaar te maken.

De grote open ruimtes, het patroon van sloten met beplantingen, de vochtige bloemrijke weides geven dit landschap grote belevingswaarde en zijn essentieel voor de leefomgeving van weidevogels. De grondgebonden landbouw is de drager van deze kwaliteiten, echter een nieuw perspectief op een gebiedsgerichte bedrijfsvoering - eventueel in combinatie met andere functies - is voor de toekomst van deze gebieden zeer wenselijk. Het karakteristieke bebouwingspatroon (voorkant aan de openbare weg; achterkant aan het landschap) vormt vertrekpunt bij herstructurering, verdichting en uitbreiding van de agrarische bebouwing en de woon-/ werkmilieus. Ontwikkelingen in de laagveenontginning dragen bij aan behoud en versterking van het lint als bebouwingsstructuur. Verder moet het slotenpatroon en, waar aanwezig, de houtsingels als accentuering van de ruimtelijke structuur gerespecteerd of versterkt worden bij de verdere ontwikkeling van de agrarische functie. Verder dient er bij elke ruimtelijke

Gemeente Steenwijkerland Blad 24 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting ontwikkeling te worden gestuurd op de ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit. Plan specifiek Het uitbreiden van het bouwvlak ten behoeve van een gebouw voor de zuivelverwerking kan het doorzicht naar het open landschap verstoren. Echter kan er met een verbeterde landschappelijke inpassing wel meer ruimtelijke kwaliteit en beleving van het gebied ontstaan. Specifiek het patroon van sloten met beplantingen (die het landschap grote belevingswaarde en essentieel zijn voor de leefomgeving van weidevogels) kunnen en zullen flink verbeterd gaan worden op het perceel. Initiatiefnemer heeft dat aangetoond in het opgestelde erfinrichtingsplan. 3.2.3.7 Stedelijke laag De stedelijke laag is niet van toepassing. 3.2.3.8 Laag van de beleving In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identi teit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving.

De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteite n zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het ‘belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar oo k zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe ‘erfgoed’ van de provinci e.

Ruimtelijke kwaliteitsambities De ruimtelijke kwaliteitsambities in de laag van de beleving zijn: • Zichtbaar en beleefbaar mooi landschap • Sterke ruimtelijke identiteiten als merken van Overijssel Op basis van de kaartlaag is hier sprake van zogeheten ‘donkerte’. Gemeente Steenwijkerland Blad 25 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting Het contrast tussen lichte en donkere en drukke en stille gebieden is groot. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de ‘lichte’ gebieden. Plan specifiek Het initiatief lijkt op voorhand niet te passen bij de ambitie voor het gebiedskenmerk Donkerte.

Een uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten kan zorgen voor een ontwikkeling waarbij er sprake is van een intensivering van lichthinder. Vanuit de ambitie voor het gebiedskenmerk Donkerte zal de initiatiefnemer aan moeten tonen dat ze alleen minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht gebruiken. Dit vereist het selectief inzetten en ‘richten’ van het kunstlicht. Met het toepassen van verlichting zal gebruik gaan worden gemaakt van energiezuinige Ledverlichting. Deze zal naar beneden worden gericht om lichtuitstraling naar boven toe tot een minimum te beperken. Daar waar mogelijk zal ook gebruik gaan worden gemaakt van bewegingssensoren zodat verlichting ook niet langer dan strikt noodzakelijk aan hoeft te staan.

Gemeente Steenwijkerland Blad 26 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting 3.2.4 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) De kwaliteitsimpuls groene omgeving kan van invloed zijn o.b.v. de volgende drie punten: 1. Het initiatief betreft een grootschalige uitbreiding; 2. Het initiatief betreft een nieuwvestiging; 3. Het initiatief betreft een functiewijziging. 1. Wanneer is er sprake van een grootschalige uitbreiding? - Wanneer er een agrarisch bouwperceel ontstaat die groter is dan 1,5 ha; - Impact van de uitbreiding op de omgeving is groot. Dit is vaak het geval wanneer een gebiedsvreemde functie wordt toegevoegd. Hierbij zijn er vaker gebruikseffecten die een negatieve invloed kunnen hebben op de omgeving. Hierbij valt de denken aan een negatieve invloed op ontwikkelingsmogelijkheden van functies in de omgeving, maar ook aan aspecten als verkeer, milieu, geurgevoeligheid etc. Voor een gebiedsvreemde functie kan er dus eer der sprake zijn van een grootschalige uitbreiding waardoor KGO van toepassing is. Plan specifiek Op basis van het gegeven advies van de Omgevingsdienst is bij het voorliggend initiatief geen impact te verwachten o.b.v. geurhinder, geluid, fijn stof, verkeer aantrekkende werking en ammoniak.

Om deze redenen hoeft het initiatief niet als een grootschalige uitbreiding gezien te worden. 2. Nieuwvestiging Het initiatief betreft een nieuwvestiging. Wanneer is er sprake van nieuwvestiging? Volgens het werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, alles wat niet als bestaande functie kan worden aangemerkt is te beschouwen als nieuwvestiging en hiervoor geldt de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Plan specifiek Het toevoegen van een zuivelverwerkingsgebouw is niet mogelijk binnen het huidige bouwvlak en bestemming. Het voorliggende initiatief gaat daarom om nieuwvestiging op het buitengebied. 3. Functiewijziging In algemene zin gaat het dan over nieuwe vormen van grondgebruik die van invloed zijn op de omgevingskwaliteiten. Functiewijzigingen die nieuwe bouwmogelijkheden inhouden zijn bijvoorbeeld vrijkomende agrarische erven of verbreding van agrarische bedrijven. Plan specifiek Het initiatief betreft het verbreden van het agrarisch bedrijf met een groter bouwvlak en zuivelverwerkingsgebouw. Om deze reden kan er gesteld worden dat met dit initiatief er een functiewijziging op het buitengebied plaats moet vinden. Conclusie Het initiatief betreft een nieuwvestiging en een functiewijziging in het buitengebied, waardoor KGO van toepassing is.

Initiatiefnemer zal een plan voor een aanvullende inspanning aan moeten leveren en met een ruimtelijke onderbouwing aan moeten tonen of de ontwikkeling en de kwaliteitsinvestering in balans is met elkaar. Gemeente Steenwijkerland Blad 27 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting Als bijlage bij dit bestemmingsplan is een erfinrichtingsplan opgenomen waarmee is aangetoond dat er een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit is te bereiken en het perceel op een gedegen wijze landschappelijk gaat worden ingepast. De aanvullende inzet voor de Kwaliteits Impuls Groene Omgeving (provinciaal beleid) is ook verwerkt in het landschappelijk inpassingsplan. Om deze reden zit dit ook geborgd in de voorwaardelijke verplichting. De aanvullende inzet voor de KGO bestaat onder andere uit: • Groente en pluktuin; • Boomgaard als rustpunt; • Naast de basisinspanning (landschappelijke inpassing) wordt een grote hoeveelheid aan beplanting toegevoegd (zie beplantingsplan); • Er zal een grote plasdras-zone gecreëerd worden. Deze wordt 8 meter breed over een lengte van 125 meter. Dit brengt de totaal oppervlakte van de te realiseren plasdras-zone tot ongeveer 1000 m2.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Steenwijkerland Uitgangspunt is dat agrarische ontwikkelingen in harmonie met omgevingswaarden moeten staan. De ontwikkelingen van de agrarische sector zullen een stevige stempel drukken op het buitengebied. Het gaat om de ontwikkeling van grotere bedrijfsgebouwen, de behoefte aan meer ruimte voor verbreding en om de veranderin g van de erfinrichting, de inrichting van gebieden (verkaveling) en ontsluiting. Grootschaligheid kan botsen met landschappelijke en recreatieve waarden. Toch moet er ruimte zijn voor de ontwikkeling van de agrarische sector. We willen binnen de kaders van omgevingswaarden (geur, geluid, gezondheid, landschap) agrarische ontwikkelingen ruimte bieden. Plan specifiek Het voorliggende plan is past binnen de omgevingsvisie, waarbij ruimte geboden kan worden voor ontwikkelingen van de agrarische sector. De gemeente Steenwijkerland kan bij dit initiatief de ‘ja, mits-principe’ toepassen, wat inhoudt dat, mits de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten in het buitengebied behouden of versterkt worden, ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn.

3.3.2 Beleidsnotitie bestemmingsplan Buitengebied Uitbreiding van agrarische bedrijven is alleen toegestaan na een ruimtelijke afweging en onder voorwaarde dat de agrarische bedrijven een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving middels inpassing en kwaliteitsverbetering. Uitgangspunt is een zo compact mogelijk agrarisch bouwperceel. Agrarische bedrijven die uitbreiden moeten aantonen op welke wijze ze een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de omgeving. Of anders gezegd, wanneer de uitvoering van plannen van een ondernemer effecten heeft op de omgeving, moet deze een compensatie leveren die gericht is op verbetering van die omgeving. Welke compensatie dit betreft, wordt per situatie bepaald. Dit is onder andere afhankelijk van de ligging. De gemeente Steenwijkerland past hiermee het ‘ja, mits-principe’ toe wat inhoudt dat, mits de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten in het buitengebied behouden of versterkt worden, ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn. Naast uitbreiding wordt ook vormverandering van het bouwperceel Gemeente Steenwijkerland Blad 28 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting toegestaan om medewerking te kunnen verlenen aan toekomstige verantwoorde ontwikkelingen.

Plan specifiek Volgens de beleidsnotitie bestemmingsplan buitengebied kan voor het initiatief ruimte worden geboden, mits het een verantwoorde ontwikkeling is en er ruimtelijke kwaliteit behaald wordt. 3.3.3 Welstandsnota Steenwijkerland Het bouwplan zal worden getoetst aan de in dat welstandsgebied geldende welstandscriteria zoals die gelden op het moment van indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning. Gemeente Steenwijkerland Blad 29 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting 4 Hoofdstuk 4 Omgevingsfactoren Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op de omgeving. Anderzijds kan ook de zichtbare en soms niet zichtbare omgeving van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van de voorgenomen plannen. In dit hoofdstuk worden de omgevingsfactoren beschreven. Daarnaast wordt per omgevingsfactor beoordeeld wat de invloed op het plan kan zijn. 4.1 Archeologie In de toelichting moet worden aangegeven hoe het cultureel erfgoed wordt beschermd in relatie tot de wettelijke bepalingen (Erfgoedwet 2016) en hoe met het oog op het noodzakelijk onderzoek met het aspect archeologie is omgegaan. Eventuele onderzoeksrapporten moeten als bijlage bij de toelichting worden gevoegd. Op basis van de geldende beheersverordening geldt voor het plangebied een archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’.

Het betreffen daarmee gebieden waarvoor geldt dat voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken: 1. met een oppervlakte groter dan 250 m² (én dieper dan 50 centimeter beneden het maaiveld) wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom, dan wel, 2. met een oppervlakte groter dan 2.500 m² (én dieper dan 50 centimeter beneden het maaiveld) wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom; door de aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport dient te worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard of gedocumenteerd, dan wel: c. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. In dit geval is er sprake van een ontwikkeling buiten de bebouwde kom. Ten behoeve van het plan is door onderzoeksbureau Econsultancy een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport daarvan is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.

Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Gemeente Steenwijkerland Blad 30 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van het archeologisch bureauonderzoek had het plangebied een middelhoge verwachting voor de periodes (Laat-)Paleolithicum t/m Mesolithicum.

Voor de periodes Neolithicum t/m Nieuwe tijd gold een lage verwachting op het voorkomen van archeologische resten. Het plangebied is vanaf het Neolithicum overgroeid met veen waardoor het plangebied niet geschikt was voor bewoning. Alleen de hogere delen in het landschap waren hier geschikt voor, zoals de dekzandwelvingen waar het plangebied tussen ligt en het stuwwallencomplex bij Steenwijk. Het terrein is in 1934 ontgonnen waarna het in gebruik is geweest als grasland. Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit de resultaten van het verkennend booronderzoek blijkt dat in het noordwesten van het gebied een veen- en kleilaag aanwezig is. Vermoedelijk zijn deze afkomstig uit de tijd dat in dit deel van het plangebied een brede sloot gelegen heeft, de Steenen Gracht, ten tijde dat het nog veengebied was. Deze lagen zijn in het oostelijke deel van het plangebied niet aangetroffen. Hier bestond de ondergrond uit 40 cm dik opgebrachte grond met daaronder een scherpe overgang naar de C-horizont. Dit betreffen verspoelde dekzandafzettingen. Direct onder de opgebrachte laag was de C -horizont wat ver-stoord. Tijdens de boringen zijn geen archeologische resten aangetroffen, al was dit niet de insteek van het onderzoek. Daarnaast is er geen archeologi sch relevante laag aangetroffen.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanwege de afwezigheid van een archeologisch relevante laag, het feit dat de bodem verstoord is tot in de C-horizont, de ligging in verspoeld dekzand en het feit dat rondom het plangebied gunstigere bewoningsplekken zijn, zoals de dekzandwelvingen, de in het bureauonderzoek opgestelde middelhoge verwachting voor de periodes (Laat-)Paleolithicum – Mesolithicum, bijgesteld kan worden naar een lage verwachting. De lage verwachting voor Neolithicum – Nieuwe tijd kan gehandhaafd blijven. Advies Op grond van de resultaten van het bureau- en verkennend booronderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen het plangebied geen verder vervolgonderzoek te laten uitvoeren en om het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkeling. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Zij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat de bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Steenwijkerland), die vervolgens een besluit neemt.

Gemeente Steenwijkerland Blad 31 van 53 Bestemmingsplan Giethoorn, Jan van Nassauweg 12 November 2022 Versie 01 NL.IMRO.1708.GHNjvNassauweg12BP-ON01 Toelichting Zorgplicht Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed2). Beoordeling archeologisch onderzoek Met inachtneming van enkele gewenste tekstuele opmerkingen heeft de gemeente ingestemd met het archeologisch onderzoek. Verder is op basis van het uitgevoerde onderzoek voor een deel van het plangebied de archeologische dubbelbestemming weggehaald. 4.2 Bodem In het bestemmingsplan dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Op basis van de Ministeriële regeling omgevingsrecht is bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen tevens een rapportage van een recent uitgevoerd verkennend bodemonderzoek toegevoegd te worden. Voor verkennend bodemonderzoek op een locatie wordt de norm NEN 5740 gehanteerd (onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek). Door onderzoeksbureau AvA Milieuonderzoek is voor het project een verkennend bodemonderzoek (conform de NEN 5740) uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/9e35e8f4-4342-4678-996b-8056e39bf740?agendaItemId=323bf4ca-5087-467b-884b-84124bb66341