Toelichting ontwerp bestemmingsplan Mauritsstraat Blokzijl
Tekst van het document
Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat ID plan: NL.IMRO.1708.BZLmauritsstraatBP-ON01 datum: 31 januari 2023 status: Ontwerp auteur: T. Melenhorst Vastgesteld door de raad dd. dd-maand-jjjj de griffier, de voorzitter,
Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat Inhoudsopgave toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1 1.2 Uitgangspunten voor het plan 1 1.3 Leeswijzer 1 Hoofdstuk 2 Huidige situatie 3 2.1 Ligging plangebied 3 2.2 Huidige planologische regime 4 2.3 Strijdigheid met het bestemmingsplan 7 2.4 Planbeschrijving 7 Hoofdstuk 3 Gebiedsvisie en uitgangspunten 8 3.1 Rijksbeleid 8 3.2 Provinciaal beleid 9 3.3 Gemeentelijk beleid 10 Hoofdstuk 4 Milieuhygiënische en planologische aspecten 13 4.1 Externe veiligheid 13 4.2 Flora en fauna 14 4.3 Bodem 17 4.4 Water 18 4.5 Parkeren en verkeer 22 4.6 Archeologie, landschap en cultuurhistorie 23 4.7 Bedrijven en milieuzonering 25 4.8 Luchtkwaliteit 27 4.9 Geluid 28 4.10 Vormvrije m.e.r-beoordeling 29 4.11 Conclusie 30 Hoofdstuk 5 Juridische opzet 31 5.1 Toelichting 31 5.2 Toelichting op de planregels 31 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 34 6.1 Economische uitvoerbaarheid 34 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 34 Bijlagen 35 Bijlage 1. Ecologische quickscan 35 Bijlage 2. Stikstofonderzoek 35 Bijlage 3. Vervolgonderzoek egel 35 Bijlage 4. Verkennend bodem- en asbestonderzoek 35 Bijlage 5. Nader asbestonderzoek 35 Bijlage 6. Digitale watertoets 35 Bijlage 7. Uitgangspuntennotitie waterschap 35 Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat Bijlage 8. Archeologisch onderzoek 35 Bijlage 9. Geuronderzoek 35 Bijlage 10.
Akoestisch onderzoek rioolgemaal 35 Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 1 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Ter plaatse van het noordelijk deel van de Mauritsstraat in Blokzijl bevindt zich een locatie die voorheen gebruikt werd ten behoeve van een bedrijf die rondvaarten verzorgde. Bin- nen het plangebied zijn nog een bedrijfswoning (Mauritsstraat 23) en een kantoortje beho- rende bij het voormalige bedrijf aanwezig. Verder bestaat een deel van het plangebied uit groen en bevindt zich aan de noordzijde een deel eigen water dat werd gebruikt voor de aanleg van boten. Aangrenzend aan het perceel bevindt zich een waterzuiveringsgebouw. Deze is nog in be- drijf. Het kantoortje en de bedrijfswoning hebben hun functie verloren. Daarom is gezocht naar een passende nieuwe invulling van het plangebied. Die invulling is gevonden in de vorm van woningbouw. Het plan voorziet er in om 2 woningen toe te voegen, het kantoor- gebouw ook te vervangen door een woning en de huidige bedrijfswoning (Mauritsstraat 23) een woonbestemming te geven. In totaal is daardoor sprake van 4 woningen. Op basis van het geldende bestemmingsplan is de voorziene woningbouwontwikkeling niet mogelijk. Om uitvoering te geven aan het woningbouwplan dient het bestemmings- plan gewijzigd te worden.
Voorliggend bestemmingsplan betreft de planologische veran- kering van de woningbouwontwikkeling. In artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening staat dat gemeenten ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening bestemmingsplannen vast kunnen stellen. De gemeente mag op basis van de Wet ruimtelijke ordening alleen meewerken aan planontwikkelingen die haalbaar en uitvoerbaar zijn. Ingevolge artikel 3.1.6 Bro dient de toelichting van een be- stemmingsplan inzichten te bevatten over de uitvoerbaarheid van een plan dat niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Voorliggende toelichting, als onderdeel van het nieuwe bestemmingsplan, biedt dit inzicht. 1.2 Uitgangspunten voor het plan Het plangebied ligt aan de rand van Blokzijl, gedeeltelijk grenzend aan water, aan een woonwijk en aan een waterzuiveringsgebouw. De locatie biedt mogelijkheden om voor het toevoegen van woningen, waarbij wel rekening gehouden moet worden met bepaalde randvoorwaarden.
De belangrijkste uitgangspunten daarbij zijn: - de voorziene woningen moeten passen binnen de ruimtelijke context van Blokzijl en moet bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en haar omgeving; - de woningen moeten niet leiden tot nadelige milieukundige effecten en belemme- ringen van omliggende functies; - het plan moet passen binnen de woonvisie en overig ruimtelijk relevant beleid; 1.3 Leeswijzer In de hierna volgende hoofdstukken van deze toelichting komen onder meer de volgende elementen aan de orde: - project- en gebiedsbeschrijving - toetsing aan het vigerende planologische regime; - beschrijving beleidskaders op diverse schaalniveaus; Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 2 - overeenstemming met toekomstige bestemming en ruimtelijke inrichting; - toetsing aan milieuwetgeving en andere ruimtelijke wetgeving met betrekking tot bestaande of potentiële belemmeringen in de omgeving van het project (geluids- overlast, bodemkwaliteit, waterparagraaf, archeologische waarden en natuurlijke en landschappelijke aspecten); - haalbaarheid (financieel en maatschappelijk). Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 3 Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de Mauritsstraat in de bebouwde kom van Blokzijl. Het plange- bied ligt op een soort landtong waar de Mauritsstraat doodloopt.
Het gebied wordt daar- door voornamelijk door bestemmingsverkeer gebruikt. Op de volgende afbeelding is de ligging weergegeven. Ligging plangebied. Aan de noordzijde wordt het plan begrensd door het water van het Noorderdiep en het zuiderdiep. Aan de overzijde van het water bevinden zich agrarische gronden en een re- creatieterrein. Aan de zuidwestzijde bevinden zich woningen. De achtertuinen van de wo- ningen grenzen aan het plangebied. Ten zuidoosten is een kleine passentenhaven aanwe- zig die bereikbaar is vanaf het Zuiderdiep door middel van een verbindingskanaal. Ten noorden van deze passantenhaven en ten oosten van het plangebied is een openlucht- zwembad aanwezig. Binnen het plangebied is bebouwing aanwezig in de vorm van een bedrijfswoning en een kantoor. Verder is een behoorlijk deel van het plangebied uit gras. Naast de opstallen van de voormalige bootverhuur is ook een waterzuiveringsgebouwtje van het waterschap Zuiderdiep Zwembad
Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 4 aanwezig. Dit gebouwtje blijft behouden, de situering van de nieuwe woningen wordt hier op afgestemd. Op de volgende afbeeldingen is een impressie van de bestaande situatie binnen en rondom het plangebied weergegeven. Zicht op de Mauritsstraat ter hoogte van het plangebied (Links) en het ver- bindingskanaal (rechts). Zicht op het waterzuiveringsgebouw met daar achter de bedrijfswoning en het voormalige kantoor. 2.2 Huidige planologische regime Ter plaatse van het bestemmingsplan geldt het bestemmingsplan ‘Vollenhove en Blokzijl’ (2013). De locatie heeft de bestemmingen ‘Groen’, ‘Waarde – archeologie 1’ en ‘Bedrijf’.
Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 5 Het gedeelte van het gebied waar zich de zuivering van het waterschap bevindt kent de bestemming ‘Bedrijf – Nutsvoorziening’. Het gedeelte van het plangebied waar de vier woningen zijn voorzien kent de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – rondvaartbe- drijf’. Op de volgende afbeelding is een uitsnede uit dit bestemmingsplan weergegeven. Verbeelding geldende bestemmingsplan. Verder is zijn bouwvlakken bepaald en zijn de maximum goot- en nokhoogten van de be- drijfsbebouwing opgenomen. Bedrijf De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse reeds legaal bestaande bedrijven, welke aanwezig zijn op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt; b. bedrijven en/of het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten die staan vermeld bij milieu- categorie 1 en 2, zoals die zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten ( Bij- lage 1 bij deze regels) en/of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrij- venen/of bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van: 1. geluidzoneringsplichtige inrichtingen, en; 2. risicovolle inrichtingen; c. de verkoop, bouw en verbouw/afbouw van boten en masten en de daarbij beho- rende voorzieningen, waaronder een botenberging, onderhoudswerkplaats,
Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 6 kantoor, ligplaatsen, mastenberging en spuitplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - jachtwerf'; d. het opslaan en tanken van motorbrandstoffen met uitzondering van lpg, uitslui- tend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - brandstof tank- punt'; e. een palingrokerij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - palingrokerij'; f. detailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; g. een rondvaartbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - rondvaartbedrijf'; Bedrijf- Nutsvoorziening De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. nutsvoorzieningen, met de daarbij behorende voorzieningen; met daaraan ondergeschikt: 1. ontsluitingsvoorzieningen; 2. groenvoorzieningen; 3. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Groen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a) groenvoorzieningen, zoals trapvelden, speelplaatsen, plantsoenen, waterpartijen met de daarbij behorende voet- en fietspaden en andere voorzieningen; b) structurele beplantingen; c) recreatief medegebruik; d) water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e) openbare nutsvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: 1.
standplaatsen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van ver- keer - standplaats' overeenkomstig de bepalingen in de Algemene Plaatselijke Ver- ordening (APV). Waarde - Archeologie 1 De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het bouwen en/of vergroten van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bestaande bebouwing wordt ver- groot met een oppervlakte van meer dan 100 m² en de bestaande fundering niet wordt be- nut, dient door de aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport te wor- den overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 7 a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen wor- den verstoord in voldoende mate zijn vastgelegd, en; b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden wor- den bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel; c. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwe- zig zijn. 2.3 Strijdigheid met het bestemmingsplan Voorliggend plan voorziet in het realiseren van vier vrijstaande woningen.
op basis van d e bedrijfsmatige bestemming is deze functie niet toegestaan. Daarnaast worden bouwwer- ken opgericht op plekken waar geen bouwvlak aanwezig is en wordt de maximale bouw- hoogte ter plaatse van de locatie waar wel een bouwvlak is opgenomen in het geldende be- stemmingsplan, overschreden. Verder zijn tuinen voorzien aan de noordzijde van het plangebied. Deze gronden hebben op basis van het geldende bestemmingsplan een be- drijfsmatige functie. 2.4 Planbeschrijving Het plan voorziet er in om 2 woningen toe te voegen, het kantoorgebouw te slopen en ter plekke een woning te realiseren en de huidige bedrijfswoning (Mauritsstraat 23) een woonbestemming te geven. De woningen zijn georiënteerd op het water en krijgen aan deze zijde een tuin. De afzonderlijke kavels zijn bereikbaar vanaf de Mauritsstraat, via een ontsluiting die langs het bestaande zuiveringsgebouw loopt. Rondom dit gebouwtje wordt ruimte gecreëerd om te parkeren.
Uitgangspunten verkaveling Bij de verkaveling zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - oriëntatie van de woningen richting het water van het Noorderdiep - de woningen worden met de waterlijn meegebouwd - ontsluiting vindt plaats vanaf de Mauritsstraat - het bestaande zuiveringsgebouw wordt ingepast - voldoende afstand tot dit zuiveringsgebouw in verband met geur en geluid (hier- over meer in hoofdstuk 4) - voldoende parkeerplaatsen Vertaling in het plan Voorgaande uitgangspunten zijn vertaald in een stedenbouwkundig plan/verkavelings- plan en de onderlegger voor de verbeelding van het bestemmingsplan is. De woningen zijn met de voorzijde naar het water gericht, de achterzijden richting het ge- maal. Dit biedt vanaf het water een mooi aanzicht richting de woningen en anderzijds een mooi uitzicht vanuit de woningen. De woningen voegen zich naar de waterlijn. Op het voorerfgebied van de woningen worden geen bouwwerken gerealiseerd om de ritmiek van de woningen niet te onderbreken. Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 8 Hoofdstuk 3 Gebiedsvisie en uitgangspunten 3.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau.
De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits aan- pak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruim- telijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwer- kingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) De juridische borging van de nationale belangen uit de SVIR vindt plaats in het Besluit al- gemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Besluit algemene regels ruimtelijke orde- ning (Barro) is op 22 augustus 2011 vastgesteld (en aangevuld op 28 augustus 2012) en heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen door- werken tot op lokaal niveau. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. De ladder voor duurzame verstedelijking is gericht op een zorgvuldige afweging en transpa- rante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt.
De ladder moet alleen worden doorlopen als er (in navolging van de artikelen 1.1.1 en 3.1.6 van de Bro) sprake is van een ontwikkeling in een bestaand stedelijk gebied of een stedelijke ontwikkeling. In de Bro worden deze begrippen als volgt gedefinieerd: Bestaand stedelijk gebied Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienst- verlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Stedelijke ontwikkeling Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, de- tailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De ladder is op 1 juli 2017 gewijzigd, waarmee ruimtelijke besluiten moeten worden gemo- tiveerd op basis van de volgende punten: - Beschrijving dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; - Beschrijving in hoeverre binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien, door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Jurisprudentie wijst uit dat een plan pas hoeft worden onderbouwd op basis van de Lad- der indien het om 12 woningen of meer gaat.
Onderliggend initiatief betreft geen stedelijke Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 9 ontwikkeling, omdat het om de ontwikkeling van minder dan 12 woningen gaat. Dit be- stemmingsplan voorziet in vier extra woning ten opzichte van het geldende bestemmings- plan. Derhalve hoeft het plan niet onderbouwd te worden aan de hand van de Ladder voor Duurzame verstedelijking. 3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel Provinciale staten van de provincie Overijssel hebben op 12 april 2017 de ‘Omgevingsvisie Overijssel 2017, Beken kleur’ vastgesteld. De visie gaat over hoe de provincie de leefomge- ving in de provincie wil inrichten en ontwikkelen. De Omgevingsverordening Overijssel 2017 is een vertaling van de Omgevingsvisie in bindende regels voor derden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel.
De provincie hanteert de volgende definitie van duurzaamheid: ‘duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien.’ Ruimtelijke kwaliteit definieert de provincie als: ‘datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is.’ Ruimtelijke kwaliteit gaat voor de provincie dus niet zozeer over ‘mooi’, maar vooral over ‘goed’: functioneel, mooi en toekomstbestendig. Deze benadering van ruimtelijke kwaliteit is in overeenstemming met de gangbare definitie. Deze is een optelsom van: - gebruikswaarde: functionaliteit, bereikbaarheid, toegankelijkheid, nut en nood- zaak van een initiatief dat ontwikkeld wordt - belevingswaarde: beeldkwaliteit, het ‘mooie’, de identiteit van een gebied, het ge- voel van (toekomstige) gebruikers en bewoners - toekomstwaarde: het vermogen om ruimtelijke gevolgen van veranderende om- standigheden op te vangen (flexibiliteit, beheerbaarheid) - Ruimtelijke kwaliteit is geen luxe, maar maatschappelijke noodzaak. Ruimtelijke kwaliteit is van grote betekenis voor het vestigingsklimaat voor bedrijven, bewo- ners en de toeristische mogelijkheden van een gebied. En daarmee ook voor de werkgelegenheid.
Met andere woorden: de inzet op ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan versterking van de sociaaleconomische positie van Overijssel. - De rode draad ‘sociale kwaliteit’ gaat over het welzijn of ‘goed voelen’ van de mens. Daarbij spelen zaken als gezondheid en vitaliteit een belangrijke rol, maar ook arbeidsparticipatie (mede in relatie tot onderwijs), sociale uitsluiting en ar- moede. In de Omgevingsvisie beperkt de provincie zich tot het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. De ambitie van Overijssel is om een vitale samenleving tot ontplooiing te laten komen in een mooi landschap. Een samenleving, waarin alle Overijsselaars zich thuis voelen en par- ticiperen. Met bloeiende steden als motoren voor cultuur en werkgelegenheid, ingebed in een landschap, waarin wonen, natuur, landbouw en water elkaar versterken. Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 10 Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarische cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoor- waarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en voor- waarden op basis van gebiedskenmerken, kunnen te maken hebben met landschappelijke inpassing, infrastructuur, milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water et cetera.
De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor onderliggend plan zijn de volgende gebiedskenmerken van toepassing: - Zeekleigebied en randmeren - Zeekleilandschap - Informele trage netwerk - ‘Steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken en streekcentra’ - ‘Woonwijken 1955 – nu’. Relatie met het initiatief Binnen de provinciale structuurvisie ligt het plangebied binnen de laag ‘Steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken en streekcentra’. Dat betekent dat er een passend en flexibel aanbod van woonmilieus moet zijn, die voorziet in een kwalitatieve en kwantitatieve vraag. Met onderliggend plan wordt hier in de vorm van sociale woningbouw invulling aan gegeven. Daarnaast ligt het plangebied binnen de laag ‘Woonwijken 1955 – nu’. Daarbinnen dienen bestaande kwaliteiten te worden beschermd. Door middel van onderliggend plan wordt tegengegaan dat de bestaande structuur wordt aangetast door geen passende functie aan het plangebied toe te kennen. In de bestaande situatie is een watersportbedrijf mogelijk, maar daar wordt al geruime tijd geen invulling aan gegeven. Het onbenut laten van het gebied leidt mogelijk tot aantasting van de ruimtelijke kwaliteit, voorliggend plan gaat dat tegen. De invulling van het plangebied sluit aan op de bestaande bebouwde omgeving. Zowel vanuit structuur als vanuit functie.
De ligging in zeekleigebied en randmeren heeft weinig effect op het plan. Dergelijke gebie- den zijn in de structuurvisie met name van toepassing voor het open landschap langs de voormalige Zuiderzeekust. Ten behoeve van ontwikkelingen in het zeekleilandschap is als norm gesteld dat het karakteristieke wielen- en dijkenpatroon, de grootschaligheid en openheid, de erven (al/ niet op terpen gelegen, als eilanden in een grote groene ruimte) en de terpen zelf met hun bijbehorende karakteristieke erven in stand worden gehouden. Voorliggend plan ligt in bestaand stedelijk gebied en tast geen open landschap aan. Ook zijn er geen beschermde dijkenstelsels ter plaatse van het projectgebied aanwezig. Ook zijn er geen karakteristiek wielenpatronen die in stand moeten worden gehouden. Onderliggend plan is in lijn met het provinciale beleid. 3.3 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie (2017) De Omgevingsvisie richt zich op de fysieke omgeving: de ruimte waarin bewoners, bezoe- kers, instellingen en ondernemingen van de gemeente zich bevinden en het leefgebied van mensen, planten en dieren. De gemeente Steenwijkerland wil met de Omgevingsvisie de omgevingskwaliteit van Steenwijkerland naar een hoger plan tillen.
Omgevingskwaliteit Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 11 wordt gedefinieerd als de integrale kwaliteit van ruimtes; het gaat er niet alleen om hoe deze ruimtes eruitzien, maar ook waartoe en op welke manier ze functioneren, hoe ze ge- bruikt worden en hoe de (functies van de) ruimtes met elkaar samenhangen en bijdragen aan het beter functioneren van de samenleving. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat voor alle kernen aandacht is. Daarbij wordt een aantal prioriteiten genoemd. Leefbaarheid is een dergelijke prioriteit. Doordat de Steenwij- kerlandse bevolking vergrijst en er op termijn sprake is van krimp, staat de leefbaarheid in verschillende kernen in de gemeente onder druk. Als er niet genoeg inwoners zijn om een voorziening als een school, bibliotheek of kerk in stand te houden, zal deze verdwijnen . Waar voorzieningen in de directe omgeving verdwijnen, neemt de betekenis van sociale samenhang en eigen inzet toe. Voortbouwend op de sterke sociale cohesie in Steenwijker- land en het sterke verenigingsleven binnen de kernen, spelen inwoners zelf een belangrijke rol om de leefbaarheid op peil te houden. Er ligt een stevige opgave om leegstand en verpaupering in de kernen tegen te gaan en de leefbaarheid op het huidige niveau te houden.
Daarom geeft de gemeente meer ruimte aan initiatiefnemers dan nu het geval is, om leegstaande gebouwen als scholen, kantoorpanden en leegstaande winkels om te vormen naar wonen of andere functies. Relatie met het initiatief Door woningen te realiseren ter plaatse van de (huidige) bedrijfsbestemming, wordt invul- ling gegeven aan een woningvraag en wordt de ruimtelijke kwaliteit van het gebied verbe- terd. In het kader van onderliggend plan worden zodoende de sociale cohesie, de leef- baarheid en de ruimtelijke kwaliteit bevorderd. De herontwikkeling van de locatie gebeurt in afstemming op de omgeving. Woonagenda 2022 - 2026 In de woonagenda staat concreet verwoord waar de gemeente in de periode 2022 -2026 wat betreft wonen op in wil zetten. In de gemeente Steenwijkerland wordt elke vier á vijf jaar een woningmarktonderzoek uitgevoerd om een actueel beeld te krijgen van de woning- markt. Het woningmarktonderzoek dat in de periode april tot oktober 2021 is uitgevoerd dient als onderlegger voor de woonagenda 2022 - 2026. De woningmarkt in Steenwijkerland wordt momenteel gedomineerd door schaarste , vooral op de koopmarkt. De huidige schaarste is het gevolg van een combinatie van facto- ren zoals achterblijvende woningbouw o.a. als gevolg van de crisis in het afgelopen decen- nium, maar ook door verdunning van huishoudens, o.a. door vergrijzing.
Om aan de lo- kale woningvraag te kunnen voldoen moeten er de komende 10 jaren in Steenwijkerland nog 1.735 woningen worden toegevoegd, waarvan 1.435 koopwoningen. Het woningmarktonderzoek toont aan dat in Steenwijkerland de woningvraag het grootst is in kernen met een goede bereikbaarheid en voldoende voorzieningen als supermarkt, basisschool of huisarts. De groei concentreert zich daardoor in de ‘voorzieningenkernen’ Steenwijk (inclusief Tuk), Vollenhove en Oldemarkt en de ‘basiskernen’ Steenwijkerwold, Blokzijl, Sint Jansklooster en Giethoorn. Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 12 Relatie met initiatief Uit het woningonderzoek blijkt dat in Blokzijl in de periode 2021 – 2031 behoefte is aan 45 – 60 koopwoningen. Onderliggend plan geeft invulling aan deze behoefte door drie vrij- staande koopwoningen te realiseren. De bestaande bedrijfswoning blijft behouden. Hier- mee wordt invulling gegeven aan het gemeentelijk beleid. Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 13 Hoofdstuk 4 Milieuhygiënische en planologische aspecten 4.1 Externe veiligheid Beleidskader In het kader van ruimtelijke procedures conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ont- staan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen.
Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikke- lingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veilig- heid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrij- ven gelden onder meer: - het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); - het Registratiebesluit externe veiligheid; - het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); - het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: - het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); - de Regeling basisnet; - de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsge- bied). - Het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit ex- terne veiligheid buisleidingen (Bevb).
Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Analyse Het onderhavige plan voorziet in een kwetsbare functie (wonen). In het kader van voorlig- gend plan is daarom de risicokaart geraadpleegd. Op de volgende afbeelding is een uitsnede van de risicokaart met daarbinnen de globale ligging van het plangebied weergegeven. Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 14 Uitsnede risicokaart met daarbinnen geel -omkaderd het plangebied . Bron: www.risicokaart.nl. Binnen het plangebied bevinden zich geen risicobronnen. Ten oosten van het plangebied bevindt zich een onoverdekt zwembad als onderdeel van een recreatieterrein. Het betreft 1 inrichting. Hier vindt(beperkt) opslag van chloor plaats. De risico-contour van het zwem- bad ligt echter buiten het plangebied en heeft zodoende geen invloed op het plan. Ook het bedrijf dat is gelegen aan de Duinweg en een plaatsgebonden risico-contour heeft, is niet van invloed op het plan. Conclusie Het aspect externe veiligheid is niet van invloed op voorliggend plan.
4.2 Flora en fauna Beleidskader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond hoe de ontwikkelingen die hierin moge- lijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van ge- bieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld in de Wet natuurbescherming. Op het gebied van gebiedsbescherming regelt de wet de be- scherming van zes verschillende soorten natuurgebieden: het natuurnetwerk Nederland,
Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 15 bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, nationale parken, bijzondere nationale natuurgebieden en Natura 2000 -gebieden. Bij activiteiten of ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op instandhoudingsdoelen voor een van deze gebieden moet een vergunning worden aangevraagd. Analyse In het kader van voorliggend plan heeft een ecologische Quickscan plaatsgevonden. De re- sultaten zijn opgenomen als bijlage 1. De QuickScan flora en fauna beschrijft in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) de effec- ten van de ingreep op soortenbescherming en gebiedsbescherming (Natura 2000 en Na- tuurnetwerk Nederland) en op houtopstanden. Uit de QuickScan moet blijken of de plan- nen (mogelijk) leiden tot aantasting van beschermde soorten en/of gebieden en of vervolg- stappen noodzakelijk zijn, zoals nader onderzoek, een ontheffing en/of een vergunning. De resultaten van het onderzoek zijn als volgt. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft De Wieden op circa 100 meter afstand hemelsbreed ten oosten van het plangebied.
Gezien de tussenliggende afstand kan, als gevolg van de voorgenomen ingreep, alleen sprake zijn van negatieve effecten op Rijntakken door externe werking. Externe negatieve effecten kunnen ontstaan door stikstofdepositie, geluidsoverlast en grondwaterontrekking. Om na te gaan of daadwerkelijk sprake is van negatieve effecten, is ee n Aerius berekening in het kader van de Wet natuurbescherming nodig, zie daarvoor de volgende paragraaf. Stikstofdepositie Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat het plan leidt tot een toename van stikstof- depositie op Natura2000-gebieden. Daarom heeft in het kader van voorliggend plan een stikstof onderzoek op basis van de AERIUS-calculator plaatsgevonden. Het onderzoek is als bijlage 2 opgenomen. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het plan kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurge- bieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onder- zoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000 -gebieden.
Bij een pro- jecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten. De relevante emissies van stikstofoxiden (Nox) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materi- alen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de werkzaamheden. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase met peiljaar 2022 is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is groter dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk project- effect zal het beoogde plan voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten niet worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek met de Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 16 aannames die nu zijn gemaakt (Zie Aerius-berekeningen, bijlage 2) blijkt dat er geen ver- gunning benodigd is voor het aspect stikstof. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.
Soortenbescherming Op basis van het uitgevoerde ecologische onderzoek kunnen de volgende conclusies wor- den getrokken: • Voor broedvogels wordt geadviseerd om buiten het broedseizoen (half maart tot en met half juli) te werken, als toch binnen het broedseizoen wordt gewerkt is het goed om een broedvogelcheck uit te laten voeren. • Voor vleermuizen wordt geadviseerd om niet ’s nachts te werken in verband met de mogelijke verstoring door verlichting te voorkomen. • Voor zoogdieren wordt er geadviseerd een habitatsgeschiktheidsonderzoek voor egel te laten uitvoeren. • Voor amfibieën en reptielen (ringslang) wordt er geadviseerd indien de werk- zaamheden in de overwinteringsperiode (globaal november – half maart) plaats- vinden, om voorafgaand aan de werkzaamheden de bosschages en onderliggende strooisellaag onder ecologische begeleiding te verwijderen. Dit dient te worden be- schreven in een ecologisch werkprotocol. • Natuurlijk moet voor elke soortgroep de zorgplicht ten alle tijden gehandhaafd worden. In voorgaande conclusies is als uitgangspunt genomen dat de bosschage aan de Maurits- straat is/wordt verwijderd. Er hebben snoeiwerkzaamheden plaatsgevonden, maar er is streekeigen beplanting teruggeplant. Hierdoor is geen sprake van verstoring. Zoals hiervoor is aangegeven komt uit het onderzoek komt naar voren dat het plangebied mogelijk geschikt is voor de egel.
Daarom heeft vervolgonderzoek plaatsgevonden. Het vervolgonderzoek is opgenomen als bijlage 3. In het kader van het vervolgonderzoek naar de egel is een ecologische functiekaart ge- maakt. Op basis van de ecologische functiekaart voor egel kan gesteld worden dat in het plangebied en directe omgeving één potentiële nest-/rustplaats, zeven potentiële dek- king en schuilplaatsen en ter plaatse van de Mauritsstraat en Beatrixstraat twee mogelijke verbindingszones aanwezig zijn. Uitgaande van het herstel van de enige potentiële nest-/rustplaats worden er binnen het plangebied en de directe omgeving geen nest-/rustplaatsen verwijderd. Hiermee wordt dus geen een negatief effect op de egel verwacht. Derhalve, zijn geen vervolgstapp en noodzakelijk. Uitgaande van de geplande werkzaamheden wordt één potentiële dekking en schuilplaat- sen verwijderd. Aangezien in de nabije omgeving veel alternatieven aanwezig zijn heeft het verwijderen van een potentiële dekking en schuilplaats geen negatief effect op de egel. Derhalve, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk voor het verwijderen van de potentiële dekking en schuilplaats. Wel wordt geadviseerd om groene structuren binnen het plange- bied terug te brengen om deze potentiële dekking en schuilplaats te herstellen. Dit is in- middels gedaan.
Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 17 Uitgaande van de geplande werkzaamheden worden de twee potentiële verbindingszones ter plaatse van de Mauritsstraat en Beatrixstraat niet verwijderd of onderbroken. Derhalve, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Conclusie Indien de aanbevelingen uit de ecologische quickscan en het aanvullende onderzoek naar de egel worden nageleefd, is het plan op basis van het aspect ecologie uitvoerbaar. 4.3 Bodem Beleidskader Bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan en/of bestemmingsplan dient rekening te wor- den gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aan- wezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde be- stemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Voor een bestem- ming zoals wonen, gelden andere normen dan voor bijvoorbeeld de bestemming bedrij- ven. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreini- ging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerk- zaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Analyse Ter plaatse van het plangebied heeft in 2019 een verkennend bodem- en asbestonderzoek op basis van NEN 5740 (ONV-NL) en NEN 5707 (VED-HE) plaatsgevonden.
Het onder- zoek is opgenomen als bijlage 4. Resultaten en conclusies Het doel van het bodemonderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwa- liteit. Ook dient te worden bepaald of de voormalige carrousel van de waterzuivering nog in de ondergrond aanwezig is. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op een veront reini- ging met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. De gestelde hypothese dat lichte tot matige verhogingen in de grond kunnen worden ver- wacht is bevestigd. Er zijn lichte tot matige verhogingen met metalen en PCB’s aange- toond. Ter plaatse van de carroussel van de voormalige waterzuivering is in de onder- grond een matig verhoogd gehalte lood aangetoond. De carrousel zelf is niet meer in de bodem aanwezig. In het grondwater zijn geen verhogingen aangetoond. De aangetoonde verhogingen vormen geen aanleiding om een aanvullend onderzoek te verrichten. De gestelde hypothese dat de bovengrond verdacht is op het voorkomen van asbest, is bevestigd. In de bovengrond van gat 02 is asbesthoudend materiaal aangetro ffen > 2 cm. Ook in de grondfractie < 2 cm is asbest aangetoond. Voor de bodem is een indicatief as- bestgehalte bepaald van 60 mg/kg ds (worst case). Deze waarde overschrijdt de toets- waarde voor nader onderzoek.
Daarnaast is in een mengmonster op het overig terreindeel (ASB02) een asbestgehalte van 21 mg/kg in de fijne fractie aangetoond. Op basis van de onderzoeksinspanning van het verkennend onderzoek kan niet worden uitgesloten dat het Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 18 gehalte aan asbest in de bodem de interventiewaarde overschrijdt. Om dit te beoordelen is een nader onderzoek naar asbest uitgevoerd. De resultaten van dat onde rzoek zijn opge- nomen als bijlage 5. Tijdens het asbestonderzoek is geen asbest aangetoond in de onder- zochte grondmonsters. Tijdens voorgaand onderzoek van Grondslag uit 2019 is de inter- ventiewaarde voor asbest (100 mg/kg.ds) niet overschreden. Hieruit wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemver- ontreiniging met asbest op de locatie. Conclusie De onderzoeksresultaten van het chemisch onderzoek vormen geen belemmeringen voor de afgifte van een omgevingsvergunning. ook het nader asbestonderzoek toont dit aan. het plangebied is op basis van het aspect bodemkwaliteit uitvoerbaar. 4.4 Water Beleidskader Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam water- systeem nagestreefd.
De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, advise- ren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende wa- terhuishoudkundige aspecten. Het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het waterbe- heerplan 2016-2021. Specifiek voor het stedelijke gebied heeft het waterschap het beleid ge- formuleerd in ‘Water Raakt!’. Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellen d instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De genoemde docu- menten zijn te raadplegen op de site www.wdodelta.nl. Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het Waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van de watertoets is toegepast. De bestem- ming en de grootte van het plan hebben invloed op de waterhuishouding in ruimtelijke zin. In het kader van de normale procedure heeft het waterschap een Uitgangspuntennoti- tie opgesteld. Deze uitgangspuntennotitie is als bijlage 7 van deze toelichting opgenomen en is in de navolgende paragrafen verwerkt. Bestaande situatie waterhuishouding Het plan ligt in het stroomgebied Boezem NW. Rond het plangebied liggen primaire wa- tergangen W5550, W5555, W5570 en vaarweg Blauwe Hand-Blokzijl.
Waarbij de watergan- gen in het beheer van het waterschap zijn. Het peilgebied heeft een maximumpeil van NAP -0,73 & -0,83m. Dit peil is de instelhoogte van het kunstwerk. Lokaal kunnen er ver- schillen optreden in het peil afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte. Op de vol- gende afbeelding is de ligging weergegeven. Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 19 Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied, Primaire Watergang (donkerblauw lijn), Vaarweg (Rode lijn), Beschermingszone watergang (5meter)( rood onderbroken lijn). De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP +0,41m. De bodem (dek- laag) bestaat voornamelijk uit bebouwing. De maximale grondwaterstand is onbekend door bebouwing. Bij extreme neerslag wordt beperkte wateroverlast in of nabij het plange- bied verwacht. Uitgangspunten voor het plan op inrichtingsniveau Watersysteem Uitgangspunt is de aan- en afvoer van voldoende water, waarborg van de waterkwaliteit en ruimte voor water. Binnen het plangebied ligt een beschermingszone van een primaire A -watergang en/of se- cundaire B-watergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De functie van deze watergang(en) moet te allen tijde worden gegarandeerd. In voorliggend plan wordt hier rekening mee gehouden door een beschermingszone op te nemen in het bestemmingsplan.
Met betrekking tot deze watergangen gelden de binnen de Keur opgenomen gebods - en verbodsbepalingen. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Water- vergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Wijzigingen aan het watersysteem Onderdeel van het plan is het vergroten van een watergang. Voor het dempen, verleggen of graven van wateren (ook die niet in beheer zijn bij het waterschap) dient altijd een
Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 20 Watervergunning te worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Dat is in de regels van het bestemmingsplan geborgd. Waterveiligheid Uitgangspunt is het beschermen van inwoners tegen overstromingen van binnendijkse ge- bieden. Waarborgen van het veiligheidsniveau van dijken en beperken van gevolgen over- stromingen door een waterrobuuste inrichting. Het plan ligt in een dijkringgebied. Als er gebouwd wordt in dijkringgebieden (gebieden met een risico op overstromingen) verplicht de provincie Overijssel in het bestemmings- plan een overstromingsrisicoparagraaf op te nemen. Deze paragraaf heeft aandacht voor voorzieningen die zorgen dat er bij een overstroming minder slachtoffers vallen en dat de schade beperkt blijft. Overstromingsrisico Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebie- den bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. De kans op overstromingen in het plangebied is klein en de mate van overstro- ming is niet groot. Desondanks kunnen bij de planuitwerking maatregelen worden geno- men.
Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan technische aspecten als: voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, zodanige inrichting gebouw dat bij even- tuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtst- bijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft. Wateroverlast Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt worden afgevoerd, zonder dat dit leidt tot water-op-straat of waterover- last benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel het waterschap als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast. Er wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden die gemeenten stellen aan: - het benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; - het gescheiden houden van hemelwater; - de capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater; - de eisen die aan woningen, andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast.
Bij grotere uitbreidingslocaties wordt gevraagd een waterhuishoudings- en rioleringsplan op te stellen en daarover vroegtijdig met het waterschap over de uitgangspunten in ge- sprek te gaan. Van een grootschalige uitbreidingslocatie is in voorliggend plan geen sprake. Voor kleine plannen geldt als regel dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet voor berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater. In het plan wordt een verhard oppervlak van circa 1000 m2 gerealiseerd. Dit houdt in dat Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 21 een waterbergend oppervlak van circa 100 m2 wordt aangelegd waarin maximaal 30 cm peilstijging is toegestaan. Geadviseerd wordt om de waterberging te ontwerpen op basis van een bij voorkeur vertraagde afvoer anders een infiltratiesituatie. Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid cre- eert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Afvoer hemelwater Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. In voorliggend geval wordt daar mogelijk in voorzien door af te wateren op de nieuwe watergang. Uitgangspunt is echter dat water op eigen terrein wordt geïnfiltreerd of wordt afgevoerd op basis van het bestaande stelsel.
Verontreiniging Er worden geen uitloogbare materialen gebruikt die tot een verontreiniging van het opper- vlaktewater kunnen leiden. Riolering De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel wordt rekening gehouden met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. In het kader van voorliggend plan wordt met de ge- meente een rioleringsplan opgesteld. Uitgangspunt is dat zoveel mogelijk wordt aangeslo- ten op het bestaande stelsel. Kaartbeeld bestaande persleidingbeschermingszone in het plangebied
Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 22 In het plangebied ligt een aanvoerleiding van het rioolgemaal (zie onderstaande figuur). Er moet worden aangetoond dat het voornemen geen negatieve impact heeft op deze persle i- ding. Daar is sprake van doordat de bouwvlakken in voorliggend bestemmingsplan buiten de invloedssfeer van de persleiding liggen. Hierdoor is redelijkerwijs aannemelijk dat geen bodemkundige activiteiten plaats vinden die de persleiding aantasten. Kaartbeeld bestaande persleiding in het plangebied. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden. Het betreft zowel waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterbeleving. De inrichting van het ge- bied dient zodanig te zijn, dat het beheer en onderhoud van het watersysteem op ef ficiënte en effectieve wijze mogelijk is. Conclusie Onderliggend plan heeft effecten op de waterhuishouding. Daarom dient in het kader van het plan afstemming plaats te vinden met het waterschap. De uitkomsten van dit overleg worden verwerkt in het bestemmingsplan. 4.5 Parkeren en verkeer Beleidskader Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening gehouden worden met de par- keerbehoefte die ontstaat bij de nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen wor- den uitgevoerd op basis van de Nota parkeernormen 2015 van de gemeente
Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 23 Steenwijkerland. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelin- gen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerken- cijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor in- frastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. In het ASVV2012 en de CROW -publica- tie 317 zijn actuele parkeerkencijfers opgenomen en richtlijnen voor de maatvoering van de verschillende parkeervakken vastgelegd. Analyse Onderliggend plan voorziet in de transformatie van een bedrijfslocatie waarbij een be- drijfswoning wordt omgezet in een reguliere woning, een kantoorgebouwtje wordt ge- sloopt en daarvoor drie woningen terug worden gebouwd. Per saldo zijn in het plangeb ied zodoende vier vrijstaande woningen voorzien, waarvan één bestaande. Ten aanzien van de parkeernorm geldt voor de vrijstaande koopwoningen (niet stedelijk, rest bebouwde kom) een norm van 1,9 parkeerplaatsen per woning. Dat is inclusief 0,3 parkeerplaatsen per woning voor bezoekers. Dat betekent een opgave van 4 x 1,9 = 8 (7,6) parkeerplaatsen. In voorliggend plan worden per woning 2 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Daarnaast is in openbaar gebied, ten zuidwesten van het zuiveringsgebouw, ruimte voor parkeren.
In totaal kunnen meer dan de 8 noodzakelijke parkeerplaatsen worden gereali- seerd. De ontsluiting van het gebied vindt plaats vis de Mauritsstraat. Ter hoogte van het plange- bied loop de weg dood. Daardoor is redelijkerwijs te verwachten dat, zoals dat nu ook het geval is, alleen bestemmingsverkeer van en naar het plangebied zal rijden. Het aantal ver- keerbewegingen is dusdanig beperkt dat dit naar verwachting niet tot problemen zal lei- den. Conclusie Ten aanzien van het aspect parkeren wordt voldaan aan de gestelde normen. Parkeren wordt binnen het plangebied opgelost. Het gebied wordt ontsloten via de Mauritsstraat, zoals dat nu ook gebeurt. 4.6 Archeologie, landschap en cultuurhistorie Beleidskader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is per die datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Zolang de Omge- vingswet nog niet van kracht is, zijn deze artikelen opgenomen in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven. Het gaat hierbij, onder an- dere, om verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het ge- bied van archeologie. Analyse Archeologie Het plangebied heeft op basis van het geldende bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde archeologie 1’.
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 24 behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de be- scherming van archeologische waarden. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het bouwen en/of vergroten van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bestaande bebouwing wordt ver- groot met een oppervlakte van meer dan 100 m² en de bestaande fundering niet wordt be- nut, dient door de aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport te wor- den overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: a) de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen wor- den verstoord in voldoende mate zijn vastgelegd, en; b) in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden wor- den bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel; c) in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwe- zig zijn. Omdat in het kader van voorliggend plan bodemingrepen worden verricht over een op- pervlakte van meer dan 100 m², heeft archeologisch onderzoek plaatsgevonden. De bevin- dingen uitkomsten van dit onderzoek dat als bijlage 8 van deze toelichting is opgenomen zijn als volgt.
Het doel van het onderzoek is het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over de bekende of verwachte archeologische resten, binnen een omschreven ge- bied, om daarmee tot een gespecificeerde archeologische verwachting te komen. Deze ver- wachting is vervolgens in het veld getoetst aan de hand van een archeologisch booronder- zoek. Het resultaat is een rapport op basis waarvan door de bevoegde overheid een beslis- sing genomen kan worden ten aanzien van eventuele vervolgstappen. Op basis van de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek en het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen wordt geadviseerd aan het onderhavig plange- bied in de Mauritsstraat een lage archeologische verwachting toe te schrijven. De kans dat bij de voorgenomen bodemingrepen ten behoeve van de realisatie van woningbouw bin- nen het plangebied archeologische waarden worden verstoord of vernietigd wordt als laag ingeschat. De archeologische verwachting binnen onderhavig plangebied kan naar bene- den worden bijgesteld tot laag. Daartoe wordt geadviseerd het plangebied voor wat betreft het aspect archeologie vrij te stellen van nader archeologisch onderzoek. Conclusie Het plan is op basis van het aspect ‘archeologie’ uitvoerbaar. Cultuurhistorie en landschap In en nabij het plangebied zijn geen historische gebouwen aanwezig.
Behalve door ge- bouwde monumenten wordt de cultuurhistorische waarde ook bepaald door de aanwezig- heid van historische patronen en lijnen, waarbinnen of waarlangs de historische ontwikke- ling zich heeft voltrokken. Doorgaans betreft dit landschappelijke eenheden of elementen. Het plangebied is onderdeel van het zeekleilandschap, open landschap langs de voorma- lige Zuiderzeekust. Dit is eerder bij de beschouwing van het provinciale beleid weergege- ven. Ten behoeve van ontwikkelingen in het zeekleilandschap is als norm gesteld dat het karak- teristieke wielen- en dijkenpatroon, de grootschaligheid en openheid, de erven (al/ niet op Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 25 terpen gelegen, als eilanden in een grote groene ruimte) en de terpen zelf met hun bijbeho- rende karakteristieke erven in stand worden gehouden. Voorliggend plan ligt in bestaand stedelijk gebied en tast geen open landschap aan. Ook zijn er geen bescherm de dijkenstel- sels ter plaatse van het projectgebied aanwezig. Ook zijn er geen karakteristiek wielenpa- tronen die in stand moeten worden gehouden. Conclusie Het plan is op basis van de aspecten archeologie, cultuur en landschap uitvoerbaar.
4.7 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of bedrijven in de omgeving worden belemmerd door de ontwikkeling en of ter plaatse van gevoelige functies, zoals woningen, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG, editie 2009). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, de richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of an- dere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds als uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De in de handreiking opgenomen afstanden zijn indicatief en kunnen per gebiedstype, waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden, verschillen. Hierbij is het uitgangspunt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. Wanneer het plangebied en omgeving gety- peerd kunnen worden als 'gemengd gebied' bedragen de hindercontouren minder. De VNG-publicatie omschrijft een gemengd gebied als: ‘Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging.
Direct naast woningen komen andere functies voor zoa ls winkels horeca en kleine bedrijven.’ Analyse Het plangebied is op basis van de omliggende functies (wonen, bedrijvigheid, recreatie) aan te merken als gemengd gebied. Op basis van de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is beoordeeld of voldaan wordt aan de richtafstanden voor inpassing in gemengd gebied. Rioolgemaal De voorziene woningen worden gerealiseerd naast een waterzuiveringsgebouw waaruit geuroverlast ervaren kan worden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening om te bepalen of er sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de geplande woningbouw is er onderzoek verricht naar het aspect geurhinder. Het onderzoek is opge- nomen als bijlage 9. De geuremissie is bepaald aan de hand van geurkengetallen uit de Activiteitenregeling en de kenmerken van het rioolgemaal. De geurimmissie is bepaald middels het uitvoeren van verspreidingsberekeningen met een daarvoor goedgekeurd rekenmodel. De berekende geurimmissie is vervolgens getoetst aan het toetsingskader uit het provinciale geurbeleid van de provincie Overijssel. Middels dit toetsingskader is het mogelijk om een objectieve afweging te maken ten aanzien van de geurhinderbeleving in de omgeving.
Bestemmingsplan Blokzijl - Mauritsstraat 26 Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat de maximale geurconcentratie minder dan 0, 75 ouE/m3 als 98-percentiel bedraagt ter hoogte van de gevel van de meest dichtbijgelegen geprojecteerde woning in het plangebied. Deze waarde ligt marginaal boven de richtwaarde en ruim onder de grenswaarde van het toetsingskader uit het provinciaal geurbeleid. Indien de grenswaarde wordt overschreden is er sprake van een onaanvaardbaar geurhinderni- veau. Daar is in dit geval geen sprake van. Uit de berekeningen blijkt dat e r geen woning binnen de geurcontour van de grenswaarde ligt. Er zal geen sprake zijn van een onaanvaard- baar geurhinderniveau bij de beoogde woningen. Naast geur ten gevolge van het rioolgemaal, heeft ook akoestisch onderzoek ten gevolge van het gemaal plaatsgevonden. Hierover meer in paragraaf 4.9. Zwembad Ten oosten van het plangebied bevindt zich een onoverdekt zwembad als onderdeel van een recreatiebedrijf. Het perceel heeft de bestemming ‘bedrijfsrecreatieve doeleinden’. Er is sprake van één inrichtin g en de effecten van dit zwembad worden gezien de aard en om- vang dan ook als onderdeel van een verblijfsrecreatieve inrichting (kampeerterrein, vakan- tiecentra) beschouwd.
Op basis van de VNG -publicatie Bedrijven en milieuzonering geldt ten aanzien van kam- peerterreinen en vakantiecentra een maximale richtafstand van 50 meter ten aanzien van het aspect ‘geluid’. In gemengd gebied (waar hier gesprake van is door de mening van recreatie, wonen en bedrijfsmatige functies) geldt een richtafstand van 30 meter. De woning die het dichtst is gelegen bij het recreatieterrein ligt op circa 35 meter. Dat is buiten de richtafstand van 30 meter. Passantenhaven Ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich een passantenhaven. Het plangebied is op basis van de omliggende functies (wonen, bedrijvigheid, recreatie) aan te merken als ge- mengd gebied. Op basis van de VNG -publicatie bedrijven en milieuzonering is de richtaf- stand tot een passantenhaven op basis van het aspect ‘geluid’ in gemengd gebied 30 meter. De voorziene woningen ligging op meer dan 30 meter, waardoor de passantenhaven geen effect heeft op het plan. Recreatieterrein Ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een recreatieterrein. Op basis van de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering is de richtafstand tot een kampeerterrein en vakantiecentra (met keuken) op basis van het aspect ‘geluid’ in gemengd gebied 30 meter.