Toelichting bestemmingsplan Steenwijk, Jan Steenstraat en omgeving.pdf
Tekst van het document
Steenwijk - Jan Steenstraat e.o. 2 bestemmingsplan Steenwijk - Jan Steenstraat e.o. (vastgesteld) Opdrachtgever: Woonconcept Postbus 154 7940 AD Meppel Adviseur: Adviesbureau Haver Droeze BNT Muurhuizen 165 3811 EG Amersfoort (033) 416 35 35 www.haverdroeze.nl Document informatie: Titel: bestemmingsplan Steenwijk - Jan Steenstraat e.o. Rapporttype: Toelichting, regels IMRO-IDN: NL.IMRO.1708.STWjanSteenstrBP-VA01 Ontwerp: 24 november 2021 tot en met 4 januari 2022 Vaststelling: 8 maart 2022 Beknopte inhoud: Herziening van het bestemmingsplan Steenwijk en Tuk ten behoeve van het vervangen van 66 woningen door 78 woningen.
Adviesbureau Haver Droeze BNT 3 Inhoudsopgave Toelichting 4 Hoofdstuk 1 INLEIDING 5 1.1 Aanleiding 5 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied 5 1.3 Vigerend bestemmingsplan 6 1.4 Opbouw en leeswijzer 6 Hoofdstuk 2 PLANBESCHRIJVING 7 2.1 Algemeen 7 2.2 Huidige situatie 7 2.3 Toekomstige situatie 9 Hoofdstuk 3 BELEIDSKADER 13 3.1 Rijksbeleid 13 3.2 Provinciaal beleid 16 3.3 Gemeentelijk beleid 19 Hoofdstuk 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN 25 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 25 4.2 Bedrijven en milieuzonering 27 4.3 Bodem 28 4.4 Duurzaamheid 29 4.5 Ecologie 30 4.6 Externe veiligheid 33 4.7 Geluid 33 4.8 Kabels en leidingen 34 4.9 Luchtkwaliteit 34 4.10 Milieueffectrapportage 35 4.11 Water 36 Hoofdstuk 5 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING 39 5.1 Planvorm 39 5.2 Artikelsgewijze toelichting 39 Hoofdstuk 6 UITVOERBAARHEID 42 6.1 Economische uitvoerbaarheid 42 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 42 Bijlagen bij de toelichting 43 Bijlage 1 Archeologisch onderzoek 44 Bijlage 2 Bodemonderzoek 45 Bijlage 3 Activiteitenplan sloop 46 Bijlage 4 Stikstofberekening 47 Bijlage 5 Akoestisch onderzoek 48 Bijlage 6 Aanmeldnotitie m.e.r. 49 4 bestemmingsplan Steenwijk - Jan Steenstraat e.o. (vastgesteld) Toelichting Adviesbureau Haver Droeze BNT 5 Hoofdstuk 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding In 2008 kwam de zogeheten wijkplan-aanpak van Steenwijk-West tot een afronding.
In de 10 jaar daaraan voorafgaand zijn een tweetal grote fysieke ingrepen uitgevoerd in het woningbestand van de wijk Steenwijk-West. Bijna 300 kleine en verouderde woningen werden gesloopt en vervangen door ongeveer 180 nieuwe woningen. Na het wijkplan kwam de wijkvisie. De wijkbewoners, de gemeente Steenwijkerland en Woonconcept hebben een wijkvisie opgesteld: een visie op de voortgang van de wijkvernieuwing. In de wijkvisie staat welke woningen nog op de rol staan om te slopen en te vervangen door nieuwbouw. Het gaat onder andere om de woningen aan de Jan Steenstraat en omgeving. Deze woningen zijn in slechte staat en niet geschikt voor renovatie. Door het lage dak is er bijvoorbeeld te weinig ruimte voor het plaatsen van installaties. Er is in opdracht van Woonconcept, de eigenaar van de woningen, en in samenwerking met de gemeente Steenwijkerland een plan opgesteld waarbij de 66 bestaande woningen worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Naast grondgebonden woningen, zullen ook appartementen worden gerealiseerd, waardoor het aantal woningen in het gebied toeneemt met circa 12 woningen. De nieuwe woningen betreffen sociale huurwoningen voor 1-2 persoonshuishoudens. In het plan wordt een deel van de Jan Steenstraat afgesloten voor autoverkeer, zodat een groot aaneengesloten autovrij gebied ontstaat en er ruimte komt voor groen, wateropvang, spelen en ontmoeten.
Dit wordt gecombineerd met het toevoegen van parkeerplaatsen. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld. 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied Het plangebied Jan Steenstraat e.o. ligt in Steenwijk-West en wordt globaal begrensd door de Vondelstraat in het noorden, de achtertuinen van de woningen aan de Rembrandtstraat in het oosten, de achtertuinen van de woningen aan de Paul Krugerstraat in het zuiden en de Admiraal d e Ruyterstraat in het westen (zie afbeelding 1). 6 bestemmingsplan Steenwijk - Jan Steenstraat e.o. (vastgesteld) Afbeelding 1: Locatie plangebied Bron: www.topotijdreis.nl 1.3 Vigerend bestemmingsplan Op het plangebied is het bestemmingsplan Steenwijk en Tuk van toepassing dat op 17 september 2013 is vastgesteld. Zie voor een uitgebreide beschrijving paragraaf 3.3.1. In het bestemmingsplan is de huidige situatie gedetailleerd bestemd. Dit betekent dat verschuivingen in bestemmingen (bijvoorbeeld tussen wonen en tuin) of bouwvlakken niet mogelijk zijn. Ook zijn gestapelde woningen niet toegestaan. Het bestemmingsplan dient dan ook te worden herzien. 1.4 Opbouw en leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting (inclusief bijlagen). Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de IMRO-standaarden en de SVBP2012.
Ook voldoet het plan aan de eisen uit de Wet ruimtelijke ordening inzake de digitale raadpleegbaarheid van bestemmingsplannen. De toelichting bestaat uit zes hoofdstukken. Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijv ing gegeven van de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan geformuleerd. De verschillende milieu - en omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op de ruimtelijke ontwikkel ing komen aan bod in hoofdstuk 4. Een toelichting op de juridische aspecten en bestemmingen van dit bestemmingsplan wordt gegeven in hoofdstuk 5. Afgesloten wordt met hoofdstuk 6 waarin de focus op de aspecten economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (de procedure) ligt. Adviesbureau Haver Droeze BNT 7 Hoofdstuk 2 PLANBESCHRIJVING 2.1 Algemeen De Jan Steenstraat ligt in de kern Steenwijk binnen de gemeente Steenwijkerland. De gemeente ligt in Noordwest Overijssel op de grens met Friesland, Drenthe en Flevoland. Dit gebied wordt ook wel 'de kop van Overijssel' genoemd. De gemeente Steenwijkerland is in 2001 ontstaan uit een samenvoeging van drie gemeenten: Steenwijk, Brederwiede en IJsselham. De ruimtelijke structuur van de gemeente wordt in belangrijke mate bepaald door infrastr uctuur: de rijksweg A32 en de spoorlijn Zwolle - Leeuwarden.
De gemeente is daardoor zowel per spoor als per auto goed bereikbaar. In het oosten van de gemeente bevindt zich het Drents Plateau. In het zuiden van de gemeente liggen de natuurgebieden Weerribben en De Wieden. Steenwijk is als voormalige vestingstad de grootste stedelijke kern in Noord-Overijssel en heeft regionale functies als wonen, werken en diverse voorzieningen. 2.2 Huidige situatie Stedenbouwkundige structuur Steenwijk West is ontstaan in de Wederopbouwperiode als uitbreidingswijk ten westen van de historische kern, die bestond uit de (lint)bebouwing langs de Verlaatseweg en de Gasthuislaan (de historische toegangswegen). De wijk heeft van oudsher een duidelijke landschappelijke begrenzin g als gevolg van de aanwezige hoogteverschillen. De wijk is gebouwd op een ten opzichte van de omgeving hoger gelegen gebied. De lagere gebieden waren te nat en bleven dus onbebouwd. Bijzonder is de ligging van Steenwijk West aan de groenstructuur van Steenwijk (park Rams Woerthe); deze groenstructuur loopt verder de wijk in. Ten westen van de wijk vormen het Broekslagenbos en de Ruxveense vijver belangrijke groenelementen. Aan de zuidzijde grenst de wijk aan open agrarisch gebied. Het plangebied ligt centraal in de wijk Steenwijk West en grenst aan enkele groenstructuren en speeltuinen, zoals de speeltuin aan de Piet Heinstraat en Klauterkampje (zie afbeelding 2).
8 bestemmingsplan Steenwijk - Jan Steenstraat e.o. (vastgesteld) Afbeelding 2: Jan Steenstraat en omgeving, Steenwijk West, 19 april 2021, SVP Bron: www.topotijdreis.nl De Jan Steenstraat is een eenrichtingsweg tussen de Vondelstraat en de Paul Krugerstraat. Ook de Admiraal de Ruyterstraat en de Rembrandtstraat, parallel aan de Jan Steenstraat, zijn eenrichtingswegen. De wegen worden begeleid door rijtjeswoningen en tweekappers in twee lagen, met een flauwe kap. De tweekappers staan juist haaks op de straat aan een kleine groene plek, wat zorgt voor een gevarieerd straatbeeld in de Jan Steenstraat. Groenstructuur Een belangrijk kenmerk van de Jan Steenstraat en omgeving is de groenstructuur. Niet alleen de kleine groene plekken in de Jan Steenstraat zelf, maar ook de speeltuinen aan de Admiraal de Ruyterstraat en de Vondelstraat en de open groene plek op de kruising Jan Steenstraat - Vondelstraat geven de buurt een groen karakter, met veel gelegenheden voor spelen en ontmoeting. Op iets grotere afstand liggen de grotere groenstructuren van het park Rams Woerthe in het noorden en het buitengebied aan de zuidkant van Steenwijk West. De kleine en grotere gro ene plekken staan echter veelal op zichzelf. Van de ene naar de andere plek moet telkens een weg worden overgestoken en wordt het groene beeld verstoord door auto's.
Adviesbureau Haver Droeze BNT 9 Woningaanbod De wijk Steenwijk West is in de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw verder uitgebreid met rijenwoningen. In de wijk staan relatief veel boven- en benedenwoningen; circa 30% bestaat uit flats/appartementen. Er zijn weinig vrijstaande en half vrijstaande woningen. Het grootste deel van de woningen is in eigendom van Woonconcept. Daarnaast worden er enkele woningen verhuurd door Omnia, een andere woningcorporatie. Om de balans tussen koop en huur te verbeteren zijn in het verleden huurwoningen afgestoten of vervangen door koopwoningen. Door gewijzigde wet - en regelgeving worden er de laatste jaren vrijwel geen koopwoningen meer toegevoegd ten koste van huurwoningen. De wijk is landschappelijk goed aangelegd. De bebouwing dateert echter uit dezelfde periode en is gedateerd. De woningen en de opzet van de wijk sluiten niet meer aan bij op de behoeften op het gebied van woninggrootte, woningtype en de wensen ten aanzien van tuinen en parkeren. Deze veranderende eisen en behoeften maken, in combinatie met de slechte staat van onderhoud, dat ingrepen noodzakelijk zijn. Uit de Sociale Atlas blijkt dat de wijk een oververtegenwoordiging kent aan bewoners met een laag inkomen en relatief veel uitkeringsgerechtigden. De waardering van de woonomgeving en de waardering zijn lager dan de rest van de gemeente.
In de wijk zijn weinig voorzieningen in de vorm van kleine winkels en horeca. Wel liggen er diverse maatschappelijke voorzieningen in de wijk, zoals basisscholen en een middelbare school, een kerk, een moskee, een dagbestedingscentrum en een buurtcentrum (De Korf). 2.3 Toekomstige situatie 2.3.1 Algemene uitgangspunten In Steenwijk West wordt gewerkt aan wijkvernieuwing. De gemeente heeft samen met Woonconcept en bewoners van de wijk de Wijkvisie 2025 Steenwijk West opgesteld. De wijkvisie gaat uit van een integrale fysieke en sociale aanpak voor het ontwikkelen van een duurzame en levensloopbestendige wijk, met een gevarieerd woningaanbod (huur- en koop) voor jong en oud, waarbij wordt ingespeeld op toekomstige veranderingen in de vraag naar woningtypen. Naast de woningvoorraad gaat de wijkvisie ook over de inrichting van de openbare ruimte en (het behouden van) de sociale structuur en buurtbinding in de wijk. 2.3.2 Stedenbouwkundige opzet en beeldkwaliteit Voor wat betreft de fysieke aanpak zijn in de wijkvisie vijf uitgangspunten geformul eerd, waaronder het behoud van de bestaande stedenbouwkundige structuur en het versterken van de groenstructuur en meer woningdifferentiatie. Op basis van deze uitgangspunten is een stedenbouwkundige verkenning uitgevoerd voor het plangebied. Hieruit is een aantal kansen naar voren gekomen.
Zo kan de buurt groener worden voor meer verblijfskwaliteit. Het aanwezige groen kan geïntegreerd worden in een netwerk of geclusterd worden door in het hart van de buurt extra groene ruimte toe te voegen. Voor een groe n netwerk kan een groene verbinding door de buurt worden gerealiseerd tussen Ram's Woerthe, Klauterkampje en Speeltuin Piet Heinstraat. Het autoverkeer kan beperkt worden door de Jan Steenstraat autovrij te maken en het 'blik' uit de straat te halen. Op basis hiervan zijn een aantal scenario's opgesteld, waaruit het scenario 'Groen Centraal' uiteindelijk is geselecteerd. In dit scenario worden circa 78 woningen gerealiseerd, waarvan 18 appartementen. Dit scenario is uitgewerkt in een schetsontwerp (zie afbeelding 3). 10 bestemmingsplan Steenwijk - Jan Steenstraat e.o. (vastgesteld) In het schetsontwerp wordt de Jan Steenstraat omgevormd naar een groene, autovrije en ecologische zone voor mens en dier, die de verschillende groene plekken in de omgeving met elkaar en het buitengebied verbindt. De straat wordt grotendeels autovrij door het parkeren te concentreren aan de noord- en zuidzijde van de straat. Een nieuwe groenzone tussen de Admiraal de Ruyterstraat en de Jan Steenstraat zorgt voor een verbinding met de speeltuin aan de Admiraal de Ruyterstraat. Deze kan in de toekomst eventueel nog worden doorgetrokken tot de Rembrandtstraat.
Zo ontstaat een groen assenkruis: een aaneengesloten groen en autovrij gebied waar volop gespeeld kan worden, waar mensen kunnen ontmoeten, maar waar ook ruimte is voor natuur en opvang van hemelwater in een wadi - een verlaging in het groen waar het water zich na een regenbui verzamelt en langzaam in de bodem trekt. Afbeelding 3: Schetsontwerp Jan Steenstraat Bron: SVP Adviesbureau Haver Droeze BNT 11 De buurt krijgt een natuurlijk karakter. De noord-zuidas van het groene assenkruis is een natuurlijke groenzone met een losse beplantingsstructuur. In een beplante wadi wordt het regenwater opgevangen. Sommige delen van de wadi kunnen als speelterrein worden gebruikt. De oost -westas is een groene speelstraat. De uitstraling en inrichting is hier functioneler en strakker, gericht op verblijven en spelen. De plantvakken langs de zijgevels en rond de parkeerkoffers zijn met gevarieerde struiken en heesters aangeplant. Gevarieerde beplanting zorgt voor een hogere natuurwaard e en biedt ruimte voor vogels, insecten en andere kleine dieren. Ook de bebouwing is natuurinclusief, door nestgelegenheden voor vogels, vleermuizen en insecten te integreren in de woningen. De bestaande bomen blijven zoveel mogelijk behouden. Daarnaast is er ruimte voor de aanplant van nieuwe bomen in verschillende soorten en maten.
Deze bomen zorgen samen met het overige groen in de wijk voor een afwisselend groen beeld in de buurt. De bomen ondersteunen het karakter van de straat of groene as. 2.3.3 Woningbouwprogramma In het plan is ruimte voor circa 78 woningen voor verschillende doelgroepen. Langs de straten en de groenzones staan 52 eengezinswoningen in twee bouwlagen met kap. Aan de zuidzijde, dichtbij de parkeerkoffer, zijn 8 levensloopbestendige woningen bedacht in één bouwlaag met kap. Deze woningen zijn wat breder, zodat deze levensloopbestendig kunnen worden ingericht, met een slaapkamer op de begane grond. In het midden, op de kruising van de twee groenzones, staat een bescheiden appartementengebouw met 18 studio’s in drie bouwlagen. 2.3.4 Beeldkwaliteit De verschillende typen woningen zorgen voor een gevarieerd beeld. Het groen vormt de verbindende factor. De bebouwing is ondergeschikt aan het groen, met een rustig kleur- en materiaalgebruik. Baksteen in aardetinten is het hoofdmateriaal, eventueel in combinatie met hout bij wijze van accent. Zo ontstaat een rustig en samenhangend beeld waarin het groen domineert. Bijzondere metselwerkdetails zorgen voor een verfijnde uitstraling. Bij de zijgevels die prominent in het zicht liggen is aandacht voor metselwerk en eventuele ramen. Alle woningen hebben een ‘Delftse stoep’ of een voortuin.
Een 'Delftse stoep' is een verharde zone voor de woning waar bewoners een bankje kunnen plaatsen of een geveltuintje kunnen aanleggen. De voortuinen worden omzoomd door een haag, die ruimte biedt voor vogels. Daar waar achter- en zijtuinen grenzen aan openbaar gebied worden de erfafscheidingen meeontworpen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een tuinmuur of een groenscherm. 2.3.5 Verkeer en parkeren Verkeersstructuur De Jan Steenstraat wordt grotendeels autovrij. Deze weg wordt ingericht als een natuurlijke groene zone met wadi. Daarnaast komt er in oost-westrichting een groene speelstraat die de buurt verbindt met het parkje aan de Admiraal de Ruyterstraat. Parkeren De gemeente heeft op 10 maart 2015 de Nota Parkeernormen 2015 vastgesteld. Hierin zijn parkeernormen vastgelegd om vraag en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in overeenstemming te brengen. De Parkeernota bevat daarmee het kader voor bouwaanvragen en stelt eisen met betrekking tot het aantal en de afmetingen van de per functie aan te leggen parkeerplaatsen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorz ieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers van het CROW. De door CROW opgestelde kencijfers hebben een bandbreedte. Deze bandbreedte betreft een minimaal en maximaal aantal te realiseren parkeerplaatsen.
Door de gemeente wordt d e minimumnorm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. Het is de ervaring dat in dat geval wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. 12 bestemmingsplan Steenwijk - Jan Steenstraat e.o. (vastgesteld) De parkeerbehoefte moet in beginsel op eigen terrein worden opgelost. In nieuwbouwwijken kan het hele plangebied als 'eigen terrein' worden beschouwd. Dat betekent dat er ook in de nieuwe openbare ruimte geparkeerd kan/moet worden. Voor onderhavig plan is uitgegaan van dezelfde benadering. Indien het parkeren in de openbare ruimte wordt gerealiseerd dienen de parkeerplaatsen voor woningen op maximaal 100m van de woning te liggen. Voor onderhavig plan dient te worden uitgegaan van een parkeernorm van: 1,2 parkeerplaats per woning (waarvan 0,3 parkeerplaats per woning voor bezoekers parkeren) voor grondgebonden woningen; 1 parkeerplaats per woning voor appartementen. Dit leidt tot een parkeerbehoefte van 90 parkeerplaatsen. Het plan voorziet in de aanleg van 90 parkeerplaatsen. Gesteld kan worden dat wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. De maatvoering van de aan te leggen parkeerplaatsen voldoet aan de eisen als vermeld in het ASVV 2012.
Mobiliteit Om te bepalen wat de effecten zijn van uitvoering van het plan op de verkeersintensiteiten ten opzichte van de huidige situatie is gebruik gemaakt van de CROW uitgave 'Toekomstbestendig parkeren' (publicatie 381). De gemeente Steenwijkerland heeft een omgevingsadressendichtheid van 590 adressen/km². Bij het maken van de berekeningen is daarom uitgegaan van de volgende basisgegevens: weinig stedelijk en rest bebouwde kom (bron: Nota Parkeernormen 2015). Op basis van de CROW-kencijfers bedraagt het maximum aantal verkeersbewegingen in de huidige situatie 396 per etmaal. Het maximum aantal verkeersbewegingen in de nieuwe situatie bedraagt 441 per etmaal. Functie Aantal Verkeersgeneratie per eenheid (max) Verkeersgeneratie plan (max) Huidige situatie Huur, huis, sociale huur 66 6,0 396 Toekomstige situatie Huur, huis, sociale huur 60 6,0 360 Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) 18 4,5 81 441 Per saldo leidt de wijkvernieuwing tot een gemiddelde toename van circa 45 verkeersbewegingen per dag. Dit betreft een geringe verkeerstoename, die de omliggende wegen kunnen opvangen. Adviesbureau Haver Droeze BNT 13 Hoofdstuk 3 BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het beleid dat ruimtelijk/functioneel relevant is voor het plangebied en de hier beoogde ontwikkeling.
Het betreft hier zowel ruimtelijk beleid als facet - en sectorbeleid op de verschillende beleidsniveaus. 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie, Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving (NOVI), 11 september 2020 De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en beschrijft op nationaal niveau een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving. De NOVI beschrijf t de manier waarop men op rijksniveau wil werken aan de volgende vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, duurzaam economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio's en als laatste toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Als uitgangspunt geldt dat Nederland mooier en sterker wordt gemaakt door voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is daarbij een kernbegrip en omvat zowel ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit. In de NOVI wordt uitgegaan van een integrale aanpak tussen overheden en maatschappelijke organisaties met meer regie vanuit het Rijk. In de NOVI geeft het Rijk de kaders en de richting aan voor zowel nationale als decentrale keuzes. Bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving zowel boven- als ondergronds voorop.
De NOVI onderscheidt daarbij 3 afwegingsprincipes: 1) combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) afwentelen wordt voorkomen. De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, die waar nodig jaarlijks wordt geactualiseerd, en waarin is aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. Tevens staat hierin een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op verschillende beleidsterreinen. Met het oog op de klimaatbestendigheid van Nederland moeten functies die gebruik maken van de fysieke leefomgeving meer worden afgesteld op de eigenschappen van het bodem-watersysteem. Ook dient de infrastructuur voor energie beter te worden afgestemd op de toename van transport en opslag van duurzame energie. Daarnaast is er een opgave voor het realiseren van bronnen van duurzame energie. In de NOVI worden richtingen meegegeven die bij de inpassing van energie - infrastructuur aandachtvragen met het oog op de kwaliteit van de leefomgeving. Vanuit de wens om de economie en energievoorziening duurzaam en circulair te maken en de kwaliteit van de leefomgeving te versterken, wordt ingezet op het actief clusteren van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (intern)nationale corridors.
Om de steden sterk, aantrekkelijk en gezond te houden wordt gewerkt aan een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's. Om te voorzien in de grote actuele woonbehoefte is een pakket aan maatregelen voorgesteld; ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden dienen daarbij hun groene karakter te behouden. Tegelijkertijd moet het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad worden verbeterd. De waarde van de natuur, het landschap en de toekomst van de landbouw staan onder druk, waarbij het verbeteren van de biodiversiteit niet alleen een ecologische maar ook economische uitdaging is. Voor de lange termijn wordt gewerkt aan een geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied, gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Op deze manier ontstaat een aantrekkelijk landelijk gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Anderzijds blijft op deze manier ook ruimte voor economisch vitale landbouw als belangrijkste drager van het platteland. Het plan past binnen de uitgangspunten van de NOVI.
Het levert een bijdrage aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving door het inspelen op klimaatverandering, vanwege het vergroenen van het plangebied. Daarnaast voorziet het plan in de actuele woonbehoefte in bestaand stedelijk gebied. 14 bestemmingsplan Steenwijk - Jan Steenstraat e.o. (vastgesteld) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Dit besluit is het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen van gemeenten moeten voldoen. In het Barro is een aantal projecten d ie van Rijksbelang zijn opgenomen. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Daarnaast kan het Barro provincies opdragen bepaalde thema's verder uit te werken of te borgen in een provinciale verordening. De ge meente is verplicht zich hieraan te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Inhoudelijk kan het daarbij gaan om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies zoals natuur in de ecologische hoofdstructuur. Bij de inwerkingtreding van het Barro waren zes 'projecten' beschreven: Project Mainport ontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
Na de publicatie van het Barro, is het besluit per 1 oktober 2012 gewijzigd. Met de wijziging zijn algemene regels voor bestemmingsplannen aan het besluit toegevoegd. Zo bepaalt het Barro onder meer dat bestemmingsplannen de doorvaart voor schepen niet mogen belemmeren als in het pla n een vrijwaringzone van een Rijksvaarweg ligt. Verder staat in dit besluit dat bestemmingsplannen binnen reserveringsgebieden geen plannen mogen bevatten die uitbreidingen van het spoor belemmeren. Een bestemmingsplanwijziging mag ook geen belemmering bev atten voor het gebruik en geschikt maken van elektriciteitsproductie-installaties, kernenergiecentrales, hoogspanningsverbindingen, buisleidingen, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), primaire waterkeringen (buiten het kustgebied) en het IJsselmeergebied. Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Toets Het bestemmingsplan voorziet niet in onderwerpen die op het plangebied van toepassing zijn. Dit houdt in dat voor het vaststellen van het bestemmingsplan geen beperkingen vanuit het Barro gelden.
3.1.3 Ladder voor Duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschrev en: 1. voorziet de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in een actuele regionale behoefte; 2. kan binnen bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio in de behoefte worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins; 3. wanneer blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld (m.a.w. zorgen voor optimale inpassing en bereikbaarheid). Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen (artikel 1.1.1, eerste lid, onder i van het Bro).
In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang van een stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt op grond van jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:2015:9221 en ABRvS 25 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:953)) dat in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen worden gerealiseerd. Adviesbureau Haver Droeze BNT 15 Toets De voorziene ontwikkeling ziet op de ontwikkeling van 78 woningen en wordt daarom aangemerkt als een 'stedelijke ontwikkeling'. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de uitg angspunten van de 'ladder voor duurzame verstedelijking': 1. Actuele regionale behoefte Met de sloop van 66 bouw- en woontechnische verouderde eengezinswoningen in de sociale huursfeer en het terug bouwen van 78 sociale huurwoningen in de vorm van eengezi nswoningen, levensloopbestendige woningen en appartementen wordt tegemoet gekomen aan de wens om meer betaalbaar aanbod in de gemeente Steenwijkerland te realiseren. Met de voorgestelde differentiatie worden er meerdere leeftijds- en huishoudengroepen bediend. De toevoeging van netto 12 sociale huurwoningen past binnen de prestatieafspraken tussen de gemeente Steenwijkerland en Woonconcept. 2.
Bestaand stedelijk gebied Jan Steenstraat en omgeving betreft een herstructurering binnen stedelijk gebied. 3. Ontsluiting Omdat de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt is dit aspect niet relevant. Provincie Overijssel heeft een eigen uitwerking gegeven aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Daarbij is naast behoefte en zorgvuldig ruimtegebruik tevens een koppeling gelegd met het principe van concentratie. Het gaat hierbij om dat woningen gebouwd worden om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Bestemmingsplannen kunnen ook voorzien in woningbouw om te voldoen aan een bovenregionale behoefte voor zover dit een gebied betreft welke deel uitmaakt van stedelijk netwerken of wanneer deze past binnen de regionale programmering. Voorliggend plan gaat uit van transformatie van een bestaande woonwijk waarbij verouderde woningen worden vervangen door nieuwe woningen. Het plan maakt deel uit van de prestatieafspraken die tussen de gemeente en Woonconcept zijn gemaakt. Het plan is daarmee ook in overeenstemming met de Overijsselse Ladder voor Duurzame Verstedelijking. 3.1.4 Crisis- en herstelwet Op 31 maart 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels voor versnelling van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Met de Chw zijn een aantal procedurele versnellingen geregeld.
Hierdoor kan een gemeente of provincie bijvoorbeeld sneller een besluit nemen over een ruimtelijk plan. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk om een pro forma beroepschrift in te dienen, de beroepsgronden kunnen na afloop van de beroepstermijn niet meer worden aangevuld en de bestuursrechter doet binnen 6 maanden na afloop van de beroepstermijn uitspraak. Concrete projecten waar de versnellingen voor gelden staan in bijlage 2. Categorieën besluiten of plannen staan in bijlage 1. Het gaat daarbij om: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Toets In dit geval is de Crisis- en herstelwet van toepassing, want het gaat om een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen. 16 bestemmingsplan Steenwijk - Jan Steenstraat e.o.
(vastgesteld) 3.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving is vastgelegd in de Provinciale Omgevingsvisie, welke is verankerd in de Provinciale Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei 2017 zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. Op 13 november 2019 hebben Provinciale Staten de Actualisatie 2018-2019 vastgesteld. 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie is een integrale provinciale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ' rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel.
Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: een klimaatbestendig Overijssel dat beschermd is tegen overstromingen, besc hikt over voldoende schoon drinkwater voor bewoners, natuur en (landbouw)bedrijven en waarbij de stad, zelfs bij extreem heet weer, een fijne en gezonde plek blijft om te wonen; beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur, waarbij gedacht wordt aan dat bestaande ruimte, bebouwing en infrastructuur beter en slimmer worden benut, zoals bijvoorbeeld het hergebruiken en herbestemmen van vrijkomend vastgoed (in stedelijk en landelijk gebied). Hiermee wordt niet alleen bijgedragen aan een meer duurzame verstelijking maar wordt ook de kwaliteit van de leefomgeving op peil gehouden. het versterken van het contrast tussen dynamische en luwe gebieden: het beleid om aan de hand van de Overijsselse Ladder voor Duurzame Verstedelijking te sturen op herstructurering voor uitbreiding draagt hieraan bij; het koesteren en waar mogelijk duurzaam versterken van het Overijssels noaberschap. Om de provinciale ambities waar te kunnen maken, bevat de Omgevingsvisie een Uitvoeringsmodel. In paragraaf 3.2.3 komt het Uitvoeringsmodel aan de orde. 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening.
Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. Voor de behandeling van de voorgenomen ontwikkeling aan het provinciaal beleid vindt er in paragraaf 3.2.3 een toetsing aan het Uitvoeringmodel Omgevingsvisie en aan de regels gesteld in de Omgevingsverordening plaats. 3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, wordt gebruik gemaakt van het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch- recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. Generieke beleidskeuzes - of Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van behoefte aan een bepaalde voorziening.
Daarnaast zijn er in de Omgevingsvisie gebiedsgerichte beleidskeuzes opgenomen met het oog op het beschermen van waardevolle gebieden en aandachtsgebieden. Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn de volgende artikelen van belang: artikel 2.1.2 Principe van concentratie; artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit; artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen. Adviesbureau Haver Droeze BNT 17 Artikel 2.1.2 Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Daarnaast kunnen bestemmingsplannen ook voorzien in woningbouw om te voldoen aan een bovenregionale behoefte voor zover dit een gebied betreft welke deel uitmaakt van stedelijk netwerken of wanneer deze past binnen de regionale programmering. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit Nieuwe ontwikkelingen in bestemmingsplannen kunnen mogelijk worden gemaakt indien deze de ruimtelijke kwaliteit versterken conform de geldende gebiedskenmerken en wordt gemotiveerd dat de ontwikkeling past binnen het geldende ontwikkelingsperspectief. De mogelijkheid bestaat om van het ontwikkelingsperspectief af te wijken indien er sprake is van een sociaaleconomische en/of maatschappelijk belang en voldoende verzekerd is dat er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplan voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van een actueel onderzoek woningbouw. De woningbehoefte dient te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Toets De voorgenomen ontwikkeling omvat de bouw van 52 grondgebonden gezinsw oningen, 8 levensloopbestendige woningen en 18 appartementen binnen bestaand bebouwd gebied binnen de bebouwde kom van Steenwijk. Het is een kleinschalige woningbouwontwikkeling welke voorziet in de behoefte van een regionaal karakter. Dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken is nader onderbouwd in de volgende twee paragrafen. De woningbehoefte is nader onderbouwd in paragraaf 3.3.7. Ontwikkelingsperspectieven - waar In de Omgevingsvisie worden zes ontwikkelingsperspectieven onderscheiden, drie voor de Groene Omgeving en drie voor de Stedelijke omgeving. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids - en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden.
Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief "Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken". Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toets Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt onder andere door de groene invulling van het plangebied rekening gehouden met de effecten van de klimaatverandering. Het plangebied bestaat uit een groen assenkruis, waarbij de noord-zuidas een natuurlijke groenzone vormt met een losse beplantingsstructuur. In een beplante wadi wordt het regenwater opgevangen. De oost -westas is een groene speelstraat.
De bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden dan wel verplant en aangevuld met nieuwe bomen. In het kader van de energietransitie wordt gestreefd om de woningen als 'nul op de meter'-woning uit te voeren. 18 bestemmingsplan Steenwijk - Jan Steenstraat e.o. (vastgesteld) Gebiedskenmerken - hoe Nieuwe ruimtelijke opgaven dienen verbonden te worden met bestaande gebiedskenmerken. D e gebiedskenmerken spelen zo een belangrijke rol bij de vraag hoe een initiatief invulling kan krijgen. Onder gebiedskenmerken verstaan we de ruimtelijke kenmerken van een gebied of een gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor de gebiedskenmerken welke zijn onderverdeeld in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De Catalogus Gebiedskenmerken maakt deel uit van de verordening.
In de Catalogus Gebiedskenmerken is vervolgens voor alle gebiedstypen beschreven wat de kenmerken zijn, hoe het landschap zich ontwikkeld heeft, wat de provinciale ambities zijn ten aanzien van het gebiedstype en met welke sturing deze visie zal worden bewerkstelligd. Hiermee is gedefinieerd hoe aan het provinciaal belang in ruimtelijke kwaliteit invulling gegeven wordt en hoe deze belangen dienen door te werken in gemeentelijke bestemmingsplannen . Natuurlijke laag - zandgebieden Bij de natuurlijke laag maakt het plangebied onderdeel uit van het zandgebied, met specifiek de aanduidingen 'dekzandvlakte en ruggen' en 'stuwwallen'. Als ontwikkelingen plaats vinden op de dekzandvlakte dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkeling is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisselen van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Als ontwikkelingen plaats vinden op de stuwwallen, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving en aan versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de 'natte voet' van de stuwwal.
Laag van het agrarisch cultuurlandschap – Essenlandschap Bij de laag van het agrarisch cultuurlandschap maakt het plangebied onderdeel uit van het zandgebied, met specifiek de aanduiding 'essenlandschap'. Als ontwikkelingen plaats vinden dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking De voorgenomen ontwikkeling is gesitueerd binnen bestaand stedelijk gebied. Met deze ontwikkeling worden de voornoemde natuurlijke- en landschappelijke kenmerken niet (verder) aangetast. Stedelijke laag - Woonwijken 1955 - nu Binnen de stedelijke laag is het plangebied aangeduid als 'Woonwijken 1955 – nu'. Als ontwikkelingen plaats vinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijk ontwerp. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de omgeving. In grote lijnen wordt aangesloten bij de bestaande verkaveling, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor groen. Laag van beleving - IJssellinie inundatieveld Op de laag van de beleving heeft het plangebied geen specifieke aanduidingen. Toets Het voorliggende plan draagt bij aan de diverse ambities uit de Omgevingsvisie.
Zo biedt herstructurering van een bestaand woongebied kansen om te anticiperen op klimaatverandering. In het ontwerp wordt hittestress tegengegaan door middel van een groene invulling van het plangebied. Het plangebied bestaat uit een groen assenkruis, waarbij de noord-zuidas een natuurlijke groenzone vormt met een losse beplantingsstructuur. In een beplante wadi wordt het regenwater opgevangen. De oost-westas is een groene speelstraat. De bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden. Daarnaast wordt gestreefd naar zogenaamde 'nul op de meter-woningen'. Adviesbureau Haver Droeze BNT 19 Er wordt ook een bijdrage geleverd aan de sociale kwaliteit. Het Overijssels noaberschap wordt versterkt doordat er mogelijkheid is tot ontmoeting in de groene buitenruimte. Ten slotte sluit het plan door herstructurering van een bestaande woonwijk in plaats van uitbreiding buiten de kern kwaliteit aan bij de Overijsselse Ladder voor Duurzame Verstedelijking. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Bestemmingsplan Steenwijk en Tuk Het bestemmingsplan Steenwijk en Tuk (vastgesteld 17 september 2013) is het geldende bestemmingsplan voor het plangebied. De bestaande (te slopen) woningen hebben hierin de bestemming 'Wonen - 2' (artikel 33), met een bouwvlak. De voortuinen zijn voorzien van de bestemming 'Tuin' (artikel 28).
Het grasveld met bomen aan de noordzijde van het plangebied heeft de bestemming 'Groen' (artikel 18). De Jan Steenstraat heeft de bestemming 'Verkeer'. Daarnaast hebben de gronden de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' (artikel 41). Zie afbeelding 4 voor een uitsnede van de verbeelding. Afbeelding 4: Uitsnede bestemmingsplan Steenwijk en Tuk Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl De gronden met de bestemming 'Wonen - 2' zijn bestemd voor wonen met daaraan ondergeschikt tuinen, parkeervoorzieningen op eigen terrein, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen de bestemming 'Wonen - 2' zijn bouwvlakken aangegeven. In de regels is aangegeven dat een maximale goothoogte van 5m en een maximale bouwhoogte van 9m geldt. De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen, parkeren, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op de gronden met de bestemming 'Tuin' mogen alleen bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd. 20 bestemmingsplan Steenwijk - Jan Steenstraat e.o. (vastgesteld) De gronden met de bestemming 'Groen' zijn bestemd voor groenvoorzieningen, zoals trapveldjes, speelplaatsen, plantsoenen, waterpartijen en de daarbij behorende voorzieningen zoals voet- en fietspaden.
Tevens zijn de gronden bestemd voor structurele beplantingen, recreatief medegebruik, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en herdenkingsmonumenten. Bebouwing mag in beginsel alleen worden opgericht ter plaatse van een bouwvlak; uitzondering hierop vormen de gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen die ook buiten een bouwvlak mogen worden gebouwd. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor verkeersdoeleinden, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, paden, wegen en straten. De voor 'Waarde - Archeologie 2' bestemde gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. In geval van strijdigheid tussen een bestemming en een dubbelbestemming, gaat de dubbelbestemming voor (artikel 62.1). Uit artikel 41.2 volgt dat bij ingrepen binnen de bebouwde kom die een oppervlakte beslaan van meer dan 250 m² en die dieper de grond in gaan dan 50 cm een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. De aanvraag om omgevingsvergunning dient vergezeld te gaan door een archeologisch onderzoek. Ook voor het ophogen van gronden, het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren of het aanleggen van drainage, het verwijderen of aanplanten van bomen en diepwortelende beplanting en het aanleggen van ondergrondse leidingen geldt een omgevingsvergunningplicht (artikel 41.3).
Het plan voor sloop en herbouw van grondgebonden woningen past niet binnen de kad ers van het geldende bestemmingsplan, omdat de nieuwe woningen niet alleen binnen de bestemmings - en bouwvlakken van de woonbestemming worden geprojecteerd. Daarnaast passen gestapelde woningen niet binnen het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan wordt daarom herzien. 3.3.2 Voorbereidingsbesluit Aanscherpen planregels Wonen en Correctieve herziening wonen Voor het plangebied geldt het voorbereidingsbesluit 'Aanscherpen Planregels Wonen'. Er wordt een parapluplan 'Aanscherpen Planregels Wonen' voorbereid voor het gehele grondgebied van de gemeente Steenwijkerland. Aanleiding voor het parapluplan is een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State waaruit is gebleken dat in de bestemmingsplannen binnen de gemeente Steenwijkerland geen juridische koppeling is gemaakt tussen de bestemming wonen en het begrip woning. In het voorbereidingsbesluit is een bepaling opgenomen dat het verboden is om het gebruik van gronden of bouwwerken, gelegen binnen een bestemming waar wonen al dan niet via een functieaanduiding is toegestaan, zodanig te wijzigen dat sprake is van meer dan één huishouden per woning. In het ontwerpbestemmingsplan 'Correctieve herziening wonen bestemmingsplan Steenwijk en Tuk' is dit vertaald in de regels.
Voor de voorgenomen ontwikkeling is dit voorbereidingsbesluit of het nieuwe parapluplan geen belemmering, aangezien het niet de bedoeling is meer huishoudens per woning toe te staan. Adviesbureau Haver Droeze BNT 21 3.3.3 Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 De gemeente Steenwijkerland heeft de Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 (2009) ontwikkeld. Deze visie bevat een integrale visie op de ontwikkeling van de gehele gemeente tot 2030. De visie gaat uit van het koesteren en versterken van bestaande kwaliteiten. Daarbij gaat het om d e kwaliteiten van de landschappen, de stad en de overige kernen en de potenties van het gebied. In de visie wordt gesteld dat Steenwijkerland een streekfunctie voor wonen, werken en voorzieningen heeft. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de versterking van het Steenwijkerland. Het aantal huishoudens stijgt zeker tot het jaar 2025. Het beleid is om voor de lokale bevolking te bouwen met aantrekkelijke woningen op de juiste plek. Steenwijk kiest voor kwaliteitsverbetering en intensivering van het bestaande stedelijk gebied, uiteraard met respect voor de kwaliteit van stedelijke structuur en de landschappelijke waarden. Binnen de stedelijke contouren van Steenwijk kan tot 2030 ruimte worden gevonden voor circa 1.150 woningen. Met dit bestemmingsplan wordt een bestaande woonwijk heringericht.
De bouw van 78 woningen past binnen de genoemde aantallen van 1.150 woningen tot 2030 voor de gemeente Steenwijkerland. De ontwikkeling is daarmee passend binnen de ambitie van de Strategische Toekomstvisie. 3.3.4 Nota Parkeernormen De gemeente Steenwijkerland heeft op 10 maart 2015 de Nota Parkeernormen 2015 vastgesteld. Deze bevat de uitgangspunten voor parkeren bij nieuwe (ver)bouwontwikkelingen en functiewijzigingen. De uitwerking van het aspect parkeren is opgenomen in paragraaf 2.3.5. In de planregels is een verwijzing naar de Parkeernota opgenomen. 3.3.5 Facetbeleid In de Beleidsnotitie Facetbeleid, vastgesteld d.d. 1 maart 2011, is voor een breed scala aan onderwerpen facetbeleid opgesteld. Deze facetten (beleidsaspecten) zijn ondergebracht in een aantal thema’s. Hierbij wordt gedacht aan onder andere beleid ten aanzien van aan -huis-verbonden- beroepen en mantelzorg, archeologie en parkeren. In deze notitie is per thema achtereenvolgens het huidige Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid samengevat, waarna dit wordt toegepast op de facetten waarvoor nieuw dan wel aanvullend beleid gewenst is. Per facet wordt vervolgens een uitgangspunt geformuleerd dat richting geeft aan de definitieve uitwerking van het b eleid. Die uitgangspunten betreffen sectorale wensen. Toets Bij de uitwerking van het plan is rekening gehouden met de diverse aspecten.
3.3.6 Beleidsplan Verkeer Steenwijkerland 2017 - 2020 Het Beleidsplan Verkeer Steenwijkerland is een integraal plan waarin acties en maatregelen in de tijd worden weggezet die de verkeersveiligheid en leefbaarheid voor iedere weggebruiker verbeteren. In het beleidsplan is op basis van verschillende speerpunten (verkeersveilig en leefbaar, (wegennet) up to date, bekend en bereikbaar, onderhoud op maat, inspirerend partnerschap) een wensenkaart opgesteld. Op de wensenkaart staan niet alleen de gewenste verkeersmaatregelen, maar ook de onderhoudsmaatregelen aan de weg. Op de wensenkaart zijn voor het plangebied geen wensen opgenomen. Het aspect verkeer is uitgewerkt in paragraaf 2.3.5. Hieruit blijkt dat het plangebied in de toekomstige situatie goed is ontsloten voor zowel gemotoriseerd verkeer als voor langzaam verkeer. Het plan is in overeenstemming met de uitgangspunten die zijn opgenomen in het Beleidsplan Verkeer. 22 bestemmingsplan Steenwijk - Jan Steenstraat e.o. (vastgesteld) 3.3.7 Woonbeleid Woonagenda West-Overijssel 2021-2025 Op 16 maart 2021 hebben gemeenten en de provincie Overijssel de Woonagenda West -Overijssel 2021-2025 vastgesteld. In de regionale woonagenda maken de provincie Overijssel en de gemeenten afspraken over opgaven en ambities voor de periode 2021-2025.
De visie op het wonen in West- Overijssel is: een inclusieve woningmarkt: wonen voor iedereen; een toekomstbestendige leefomgeving: sterke steden en vitale kernen en buitengebied; een duurzaam en circulair woningbestand. Dit wordt bereikt door: Ruim baan voor lokale woningbehoefte en tekorten Gemeenten zetten zich in om te voorzien in de lokale behoefte, zoveel mogelijk adaptief programmeren, binnen de bandbreedtes van de lange termijn-woningbehoefteprognoses. Gemeenten nemen de verantwoordelijkheid om hun woningbouwprogramma daarbij zoveel mogelijk aan te sluiten op de huidige en de te verwachten toekomstige woningvraag. Versnellingsaanpak De opgave om tot 2030 35.000 - 40.000 woningen te realiseren is fors. Het betekent dat er de komende tijd jaarlijks gemiddeld 3.500 - 4.000 woningen moeten worden toegevoegd. Dat is de helft meer dan de afgelopen jaren is gebouwd (gemiddeld 2.600 woningen per jaar). Dit vraagt om een gezamenlijke inzet. Verkenning accommoderen extra plancapaciteiten na 2025 Regiobreed wordt gezocht naar geschikte locaties en strategieën voor het toevoegen van 9.000 - 14.000 woningen extra plancapaciteit na 2025. Er wordt gekeken naar de volle breedte van stedelijk, centraal en ontspannen wonen. Er wordt gekeken naar inbreiding, maar ook naar nieuwe uitleglocaties.
In het bijzonder is aandacht voor mogelijkheden om unieke woonmilieus en woningtypologieën toe te voegen en zo een gedifferentieerd aanbod in de regio te realiseren Aan de slag met de bestaande woningvoorraad Naast het toevoegen van nieuwe woningen ligt er een grote opgave voor de bestaande wijken en dorpen. In de meeste gemeenten zijn negen van de tien woningen die er in 2040 st aan al gebouwd. Een groot deel van deze woningen in met name de jaren ‘70/’80 wijken is technisch en energetisch verouderd. Daarnaast past de totale voorraad niet goed bij de toekomstige vraag en liggen er in veel dorpen en wijken opgaven op gebied van leefbaarheid, energietransitie en klimaatadaptatie. De regio vindt het belangrijk om de komende jaren samen met huurders, woningeigenaren en woningcorporaties lokaal te gaan investeren in de bestaande woningvoorraad. Toegankelijkheid en slaagkansen woningmarkt Er wordt gestreefd naar een inclusieve woningmarkt. Iedereen moet in deze regio kunnen wonen in een woning die past. Naast voldoende en passende woningen gaat het ook om toegankelijkheid en betaalbaarheid. Met name starters, jonge huishoudens en mensen m et de laagste inkomens hebben steeds meer moeite om in de gemeenten van deze regio woningen te vinden. Er zijn afspraken gemaakt om de toegankelijkheid en slaagkansen tot 2025 te bevorderen.
Duurzaam wonen en circulair bouwen De woonopgave wordt nadrukkelijk gekoppeld aan opgaven op gebied van duurzaamheid, bereikbaarheid, klimaatadaptatie en landschapsontwikkeling. De basis om te komen tot het gewenste resultaat is samenwerking. Gemeenten en provincie staan in nauw contact met elkaar rondom deze thema’s. Zo wordt de komende jaren ingezet op het professionaliseren van de energieloketten, een belangrijke vorm van dienstverlening die bijdraagt aan het verduurzamen van de bestaande bouw. De rolverdeling hierin, die tot een succesvolle samenwerking leidt, is de afgelopen jaren op natuurlijke wijze gegroeid; gemeenten voeren uit, de provincie ondersteunt op basis van de gemeentelijke behoefte. Deze werkwijze wordt doorgezet. In de Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 (uit 2009) staat dat binnen de s tedelijke contouren van Steenwijk tot 2030 ruimte kan worden gevonden voor circa 1.150 woningen. De lokale woningbehoefte in Steenwijkerland bedraagt tot 2030 echter 1.250 woningen. Op dit moment is er een harde plancapaciteit van circa 510 woningen en een zachte plancapaciteit van circa 360 woningen. Er is tot 2030 voor de lokale behoefte nog een tekort aan plannen voor circa 370 woningen. De gemeente laat een woningmarktonderzoek uitvoeren over in welke kernen de nog niet ingevulde plancapaciteit dient te landen.
Daarnaast is er nog een verwachte bovenlokale woningvraag, onder andere vanuit de bredere regio en door de overloop vanuit de Randstad naar de regio. Adviesbureau Haver Droeze BNT 23 De grootte van deze bovenlokale vraag en waar in de regio deze vooral zal landen wordt vanaf 202 1 in regionaal verband nader uitgezocht. De druk op de woningmarkt is groot met stijgende prijzen voor koopwoningen en lange wachttijden voor sociale huur. Bij zowel de provincie als de gemeente is er een sterke ambitie om de woningbouw in de gemeente te versnellen. Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021 De Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021 beschrijft de ambities ten aanzien van wonen in de periode 2017 - 2021. Algemeen geldt dat de leefbaarheid door bewoners als ruim voldoende wordt beoordeeld. Wel is er risico op leegstand en verpaupering in sommige kernen en in het buitengebied. In die periode richt het beleid zich op het realiseren van passende woonruimte voor mensen met een laag inkomen, de groeiende groep senioren (ook als deze zorg nodig hebben), jongeren, statushouders en specifieke kwetsbare groepen. Een ander speerpunt is het voorkomen van leegstand. Daarbij streeft de gemeente naar woningen van goede kwaliteit, ook als het gaat om het energielabel. Uitgangspunt is dat in 2021 45% van alle koopwoningen energielabel B heeft. Dat energielabel wordt ook gevraagd aan woningcorporaties.
Nieuwbouw is bij voorkeur energieneutraal. Ook geldt als uitgangspunt dat nieuwbouw op de beschikbare locaties binnen de bebouwde kom wordt ontwikkeld. Er zijn in Steenwijkerland verschillende woningcorporaties actief; daarvan is Woonconcept er één. In de gemeente staan circa 7.335 huurwoningen, daarvan zijn circa 5.385 sociale huurwoningen in het bezit van woningcorporaties. Dit percentage is groter dan in andere Overijsselse gemeenten. Door middel van een 'bod' geven woningcorporaties een overzicht van voorgenomen werkzaamheden. Uitgaande van de biedingen woningcorporaties (juli 2016) wordt een beperkte afname voorzien van de voorraad sociale woningen door herstructurering en verkoop. Het woningmarkt onderzoek Steenwijkerland (2016) geeft aan dat er vooral in Steenwijk een toenemende vraag naar sociale huurwoningen wordt verwacht. De gewenste voorraad aan sociale woningen ligt tussen 5.150 en 5.650 woningen in 2025. Als gevolg van het verplichte 'passend toewijzen' is de verwachting dat de druk op goedkope woningen en woningen voor specifieke kwetsbare inwoners toe zal nemen. Hoewel gelijkvloerse woningen moeilijk verhuurd worden, wordt verwacht dat de vraag naar gelijkvloerse woningen toe zal nemen als gevolg van de toenemende vergrijzing. Mogelijk is het huidige aanbod te gedateerd en ligt hier een transformatieopgave.
Voor onderhavig plangebied is relevant dat de gemeente de volgende doelen heeft geformuleerd: leefbare wijken waar betrokken inwoners zich inzetten voor hun leefomgeving en met plannen komen voor het verbeteren van hun wijk; voldoende aanbod van betaalbare en beschikbare woningen voor alle doelgroepen; het ontwikkelen van beschutte woonvormen; samenhang als het gaat om de combinatie van wonen, welzijn en zorg zodat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Voor de periode 2022-2026 wordt een lokale woonagenda voorbereid als opvolger van de woonvisie Steenwijkerland 2017-2021. Prestatieafspraken Tussen de gemeente Steenwijkerland en de woningcorporaties, zoals Woonconcept, zijn in 2017 meerjarige prestatieafspraken tot en met 2022 gemaakt. De prestatieafspraken hebben betrekking op betaalbaarheid, voorraad en beschikbaarheid, kwaliteit en duurzaamheid, leefbaarheid en bijzondere doelgroepen en wonen, welzijn en zorg. Deze hebben allen betrekking op de gezamenlijke opgave. De kernopgave van de prestatieafspraken is het borgen van voldoende woningen voor de primaire doelgroep en een gedifferentieerd aanbod. Voor Steenwijk geldt dat de reguliere sociale huurwoningvoorraad geconsolideerd blijft tot licht groeit. 24 bestemmingsplan Steenwijk - Jan Steenstraat e.o.