CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Kerkweg 56, Giethoorn (1).pdf

Politieke Markt 11 oktober 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Kerkweg 56 te Giethoorn12.995 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

31 4.5.5.1 Onderzoek Het voorliggend initiatief betreft de planologische wijziging van perceel Kerkweg 56 van de bestemming ‘Bedrijf naar ‘Wonen’. Op dit perceel staat een woning, dit is een milieugevoelig object. Naast het perceel Kerkweg 56 is het perceel Kerkweg 58 -60 gelegen, ook dit perceel heeft een bedrijfsb estemming voor bedrijven en/of het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten die staan vermeld bij milieucat egorie 1 en 2. Categorie 1 bedrijven hebben een richtafstand van maximaal 10 meter tot ‘rustige woonwijk’ en 0 meter tot ‘gemengd gebied’. Categorie 2 bedrijven hebben een richtafstand van maximaal 30 meter tot ‘rustige woonwijk’ en 10 meter tot ‘gemengd gebied’. Op het perceel Kerkweg 58-60 is de activiteit (SBI-2008 nr. 9101) “bibliotheken, musea, ateliers e.d.” gevestigd. Dit heeft een milieucategori e 1 met een richtafstand van 10 meter. De woning op het perceel Kerkweg 56 ligt op een afstand van 18 meter van het perceel Kerkweg 58 -60. Deze afstand is voldoende om aan te tonen dat het woon- en leefklimaat van de bestaande woning is geborgd en dat het bedrijf niet belemmerd wordt in de bedrijfsvoering.

In het voorliggend bestemmingsplan is de besta ande woning voorzien van een 'bouwvlak', hiermee wordt geborgd dat de woning niet dichter bij de bedrijfsbestemming van perceel Kerkweg 58 -60 kan komen bi j een eventuele toekomstige herbouw of uitbreiding van de woning. Er is dus geen beperking voor het na astgelegen bedrijf. Geconcludeerd wordt dat het naastgelegen bedrijf niet in hun belangen geschaad worden en dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Omgekeerd heeft het bedrijf op het perceel Kerkweg 58 -60 ook voldoende ruimte om haar toekomstige bedrijf te exploiteren. Het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ zorgt niet voor een belemmering bij uitvoering van onderhavig initiatief. 4.5.5.2 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 32 4. 5.6 Ext erne veiligh eid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis v an de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen.

Daarbij gaat het vooral om de grote chemische be drijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG -tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleid ingen, spoor- , auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen . Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitv orming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevo lg van een ongeval met ge vaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en tran sportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een g roep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval me t gevaarlijke stoffen.

De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron g eldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) met de b ijbehorende Regeling exte rne veiligheid inrichtingen (Revi) Hierin zijn de risic onormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Circulaire effectafstanden LPG tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewe rkt voor LPG -tankstations. In beginsel zijn geen (beper kt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan. Naast de circulaire blijft ook d e toetsing aan het Bevi noodzakelijk. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel he t zogeheten Basisnet en d e bijbehorende regeling Basisnet.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). 33 Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangeho uden voor beheer en onder houd aan de buisleidingen. 4.5.6.1 Onderzoek Het perceel Kerkweg 56 is bestemd voor bedrijfsdoeleinden, het feitelijk gebruik voor woondoeleinden is niet in overeenstemming met het geldend bestemmingsplan. In het voorlig gend bestemmingsplan word t het perceel Kerkweg 56 voorzien van een nieuwe bestem mingsregeling. In de nieuwe situatie verandert er niets aan de bebouwde situatie van het perceel Kerkweg 56. Er wordt niet gebouwd of gesloopt. Het feitelijke gebruik voor woon doeleinden wordt juridisc h planologisch vastgelegd met een bestemmingsplanwijzig ing van ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen’. Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere s oorten risico's, zoals on gevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde.

In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl) 34 Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: • zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); • zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. 4.5.6.2 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 35 4. 5.7 Vor mvr ij e m. e. r. -b eoo rd eling Algemeen Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmidd el om het milieu bij de voorb ereiding van plannen en projecten een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het daaruit voortvloeiende milieueffectrapport (MER) is een voorwaarde om het betreffende planologische beluit te kunnen nemen. Een m.e.r. is verplicht bij initiati even en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Wet milieubeheer regelt de m.e.r. -procedure en het Besluit m.e.r. regelt wel ke activiteiten m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn.

In de C - en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voo r de omvang van activitei ten gegeven. Boven de C - drempel geldt een m.e.r. -plicht. Tussen de C - en D-drempel geldt een m.e.r. -beoordelingsplicht. Onder de D - drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling indien: 1. het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r., 2. de omvang van die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde. Voor de vormvrije m.e.r. -beoordeling geldt dat het bevoegd gezag toetst of de activ iteit(en) belangri jke nadelige gevolgen voor het milie u hebben. Dit gebeurt aan de hand van de volgende inhoudelijke beoordelingscriteria: 1. De kenmerken van de activiteit. 2. De plaats van de activiteit. 3. De kenmerken van mogelijke effecten. In Bijlage III van de Europese M. e.r.-richtlijn staan bij deze drie c riteria verschillende subcriteria, zoals 'cumulatie met andere projecten'. 4.5.7.1 Onderzoek Het perceel Kerkweg 56 is bestemd voor bedrijfsdoeleinden, het feitelijk gebruik voor woondoeleinden is n iet in overeenstemming me t het geldend bestemmingsplan . In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel Kerkweg 56 voorzien van een nieuwe bestemm ingsregeling.

In de nieuwe situatie verandert er niets aan de bebouwde situatie van het perceel Kerkweg 5 6. Er wordt niet gebouwd of gesloopt. Het feitelijke gebruik voor woondoeleinden wordt juridisch planologisch vastgelegd met een bestemmingsplanwijzigi ng van ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen’. Het plan maakt geen activiteiten mogelijk die genoemd worden in onderd eel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. Een nadere beoordeling in een m.e.r -beoordeling of plan - m.e.r. is daarom niet noodzakelijk. 36 4.5.7.2 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r. -plichtig. Tevens z ijn geen nadelige milieug evolgen te verwachten als gev olg van de vaststelling van dit bestemmingsplan. 37 4.6 Kabels en leidingen In het kader van h et bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch r elevante leidingen (hoofd transportleidingen). Indien da artoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogeli jke beperkingen gelden. Aardgastransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen hoogspanningsleidingen . Rioolleidingen De rioolleidingen leiden voor dit plan niet tot enige belemmering.

De best emming ‘L eiding – Riool’ is opgenomen ter bescherming van de rioolleiding en de daarbij behorende voorzieningen. Op deze gronden mogen géén gebouwen worden gebouwd. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde die noodzakelijk zijn voor de aanleg en instandhouding van de bestaande rioolleiding(en), mogen worden gebouwd. Watertransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Straalverbindingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen straalverbindingen 4. 6.1 Conclusie In en nabij het projectgebied zijn p lanologisch rel evante leidingen en/of verbi ndingen aanwezig (riool). Er zijn echter geen belemmeringen te verwachten. 38 4.7 Verkeer en parkeren Het perceel Kerkweg 56 is best emd voor bedrijfsdoeleinden, het feitelijk gebruik voor woondoeleinden is niet in overeenstemming met het geldend bestemmingsplan. In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel Kerkweg 56 voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling. In de nieuwe sit uatie verandert er niets aan de bebouwde situatie van het perceel Kerkweg 56. Er wordt niet gebouwd of gesloopt. Het feitelijke gebruik voor woondoeleinden wordt juridisch planologisch vastgelegd met een bestemmingsplanwijziging van ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen’. Parkeren In de Nota Parkeernormen heeft de gemeente Steenwijkerland het parkee rbeleid vastgelegd.

Conform paragraaf 3.3 van de Nota Parkeernormen wordt in geval van een functiewijziging van een gebouw of het perceel bij de berekening van de parkeernorme n als uitgangspunt gehanteerd dat (eventuele) problemen uit het verleden niet op de nieuwe functie worden afgewikkeld. Er is in dit geval sprake van een functiewijziging van het perceel. Op grond van het huidige bestemmingsplan heeft het perceel een bedrij fsbestemming. Op grond van het nieuwe bestemmingsplan zal het perceel een woonbes temming krijgen. In diezelfde paragraaf van de parkeernota is aangegeven dat het verschil in parkeerplaatsen tussen de huidige bestemming en de nieuwe ontwikkeling op een t heoretische manier wordt berekend. Het aantal te realiseren parkeerplaatsen = par keernormen huidige situatie minus parkeernormen nieuwe situatie. Is dit een positief getal dan zijn er voldoende (of teveel) parkeerplaatsen. Op grond van bijlage 1 onder 2 . Hoofdgroep 'Werken' is de parkeernorm voor een 'bedrijf arbeidsintensief' in de rest bebouwde kom 2,1 per 100 m2 bruto vloeroppervlak (bvo). Op het perceel Kerkweg 56 staat circa 500 m2 aan bebouwing. Dit betekent een parkeernorm van 10,5 parkeerplaatsen . Op grond van het nieuwe bestemmingsplan zal het perceel een woonbestemming krijgen. Op grond van bijlage 1 onder 1.

Hoofdgroep 'Wonen' is de parkeernorm voor een 'vrijstaande woning' in de rest bebouwde kom 1,9 per woning. Wanneer we de rekensom uit p aragraaf 3.4 van de Parkeernorm maken, dan komen we uit op een positief getal. Er zijn voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) gea ccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Verkeer Door de realisatie van het plan neemt het aantal verkeersbewegingen in de omgeving van het plangebied niet toe. Het aantal woningen blijft gelijk. 4. 7.1 Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect verkeer en parkeren 39 5 Juridische aspecten 5.1 Opzet van het plan 5. 1.1 In leiding In de andere ho ofdstukken van deze toelichting is ingegaan op het plange bied, het rele vante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten.

De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische bindende deel van het bestemmingspla n: de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het ge bruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regel s, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In de volgende paragraaf wordt de systematiek van planregels uiteengezet en wordt e en uitleg per bestemming gegeven. 5. 1.2 Plan method i ek Algemeen In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke orden ing is vastgelegd dat de Stand aard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplanne n. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumente n normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplanne n te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplann en leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid.

De benaming van de bestemmingen en de volgorde van de regels, evenals de weergave van de beste mmingen in het plan komen overeen met de SVBP 2012. In deze paragraa f wordt de systematiek van de regels en de wijze wa arop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om e en eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is de wijze bepaald waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 40 Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouw- en gebruiksregels en, eventueel, ook regels voor het 'uitvo eren van een werk, geen bouwwer k zijnde, of van werk zaamheden' opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofds tuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgor de, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel van de hoofdbestemmingen kent, eveneens conform de 'RO standaarden 2012', een vaste opzet. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het he le plan.

Het zijn achtereenvolgens: a. antidubbeltelregel: Deze bepaling regelt dat grond die reeds eerder bij een verleende bouw- of omgevingsvergunning is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning mag worden meegenomen. Deze regel is wettelijk verplicht om op te nemen in een bestemmingsplan en is rechtstreeks overgenomen uit het Bro; b. algemene bouwregels: Hierin worden algemene bouwregels opgenomen die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. Zo wordt hierin het ondergronds bouwen geregeld en worden bouwwerken die afwijken van de regeling in het bestemmingsplan, maar wel met een vergunning zijn gebouwd, 'positief' bestemd; c. algemene gebruiksregels: In dit artikel wordt een algemeen gebruiksverbod gegeven, wat geldt voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan, voor gebruik in str ijd met de bestemming; d. algemene aanduidingsregels: Binnen dit artikel is de aanduiding ‘overige zone - beschermd dorpsgezicht Giethoorn’ opgenomen die regelt dat de gronden binnen het beschermde dorpsgezicht zijn bedoeld voor behoud, herstel en ontwikkeling van het beschermd dorpsgezicht, zoals dit nader tot uitdrukking komt in het aanwijzingsbesluit tot beschermd dorpsgezicht en voor behoud, herstel en ontwikkeling van het cultuurhistorisch waardevolle gebieden. e.

algemene afwijkingsregels: In dit artikel wordt aangegeven in hoeverre met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor algemene en geringe afwijkingen van de bouwregels (maatvoering) voor zover al elders in de planregels in afwijkingen is voorzien. Hiermee kan in specifieke situaties maatwerk worden geboden en biedt het bestemmingsplan voldoende flexibiliteit. f. algemene procedureregels: In deze bepaling wordt aangegeven welke procedure moeten worden doorlopen bij het stellen van nadere eisen. De procedure voor het wijzigen of het afwijken van het bestemmingsplan is al bij wet geregeld. g. overige regels: In dit artikel zijn voorrangsbepalingen opgenomen, die de volgorde van prioriteit tussen de diverse bestemmingen en dubbelbestemmingen regelen. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotre gel opgenomen. a. overgangsregels: Deze regel is wettelijk verplicht om op te nemen in een bestemmingsplan en is rechtstreeks overgenomen uit het Bro. Dit artikel bevat regels die als doel hebben bestaande situaties (gebruik of bouwwerken), welke niet in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan, te regelen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebruik en bouwen.

Het overgangsrecht met betrekking tot 41 bouwen en bouwwerken regelt dat bouwwerken die aanwezig waren ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, maar in strijd zijn met het bestemmingsplan, onder overgangsrechtelijke bescherming vallen. Dat wil zeggen dat deze bouwwerken mogen blijven bestaan. Deze bescherming geldt ook voor bouwwerken die op deze peildatum legaal kunnen wor den gebouwd, maar nog niet zijn gebouwd. De regeling bevat voorts een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders om bij een omgevingsvergunning af te wijken ten behoeve van een beperkte uitbreiding (maximaal 10%) van het niet in het nieuwe bestemmingsplan passende bouwwerk. Bouwwerken die wel bestonden op de genoemde peildatum, maar zijn gebouwd zonder (omgevings)vergunning, zijn expliciet uitgesloten van de beschermende werking van het overgangsrecht. Het overgangsrecht voor met het nieuwe bestemmingsplan strijdig gebruik regelt dat het gebruik van gronden dat bestaat op het moment dat het nieuwe bestemmingsplan van kracht wordt, mag worden voortgezet. Het bestaande gebruik dat (ook) in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan, is echter van deze beschermende werking van het overgangsrecht uitgesloten, indien het op grond van het recht nog mogelijk is om hiertegen op te treden. b. slotregel: Dit artikel bevat de titel (naam) van het vast te stellen bestemmingsplan 5.

1.3 To elich tin g op de best emmin gen In deze paragraaf wordt een korte toelichting gegeven omtrent doel en inhoud van de opgenomen bestemmingen in het plan. Tuin De gronden binnen deze bestemming zijn bedoeld voor o nbebouwde tuinen. De bestemming ‘Tuin’ betreft een deel van het perceel behore nde bij een woning, maar waarop bebouwing niet gewenst is. Binnen d e bestemming Tuin is wel enige bebouwing mogelijk en mogen in hoofdzaak uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Wonen - 1 Voor het betreffende perceel wordt de bestemming 'Wonen - 1' toegekend. De regels zijn in overeenstemming met de geldende regels uit het bestemmingsplan 'Giethoor n' en het bestemmingsplan 'Correc tieve herziening wonen Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen en overige plannen'. De grond wordt bestemd voor he t wonen, met dien verstande dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan 1. De grond is verder bestemd voor: • tuinen; • groenvoorzieningen; • water en waterhuishoudkundige voorzieningen; • bruggen; • bijbehorende ontsluitings- en parkeervoorzieningen Er is sprake van een strak bouwvlak conform de systematiek van het g eldende bestemmingsplan. Hier is het hoofdgebouw toegestaan. De goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal re spectievelijk 4 meter en 7,5 meter. Bijgebouwen en b ijbehorende bouwwerken zijn toegestaan binnen de aanduiding bijgebouwen.

De maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is afha nkelijk van de groo tte van het bouwperceel. De maximale goot - en nokhoogte van bijgebouwen bedraagt respectievelijk 3,5 meter en 4 42 meter. Een overkapping mag maximaal 3 meter hoog zijn, overige bouwwerken geen gebouw zijnde mogen maximaal 6 meter hoog zijn. Een aan huis g ebonden beroep is rechtstreeks toegestaan onder de voorwaarde dat maximaal 35% va n de toegestane bebouwde opp ervlakte van de woning en de bijgebouwen wordt gebruikt voor een aan huis gebonden beroep. Aan huis gebonden beroepen zijn dus v rij, voor zover de woonfunctie volledig gehandhaafd blijft Detailhandel als ondergeschikte activi teit is niet rechtstreeks to egestaan, maar slechts via een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan.

Het uitoefenen van een bed & break fast van maximaal 10 slaapplaatsen per bouwperceel ten behoeve van een gelijktijdig nachtverblijf va n maximaal 10 personen is ev eneens slechts toegestaan via een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan, mits de slaapplaatsen worden ge realiseerd in het h oofdgebouw, maximaal 35% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw voor bed - en breakfastactiviteiten wordt gebruikt en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de verkeersveilighe id, het woon - en leefklimaat, de milieusituatie en d e gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Als extra voorwaarde geldt dat niet meer dan 35 % van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de verschillende nevenactiviteit en tezamen. Het realiseren van een nieuwe woning door middel van inpandig bouwen (woningsplitsing) is binnen de bestemmingen onder voorwaarden toeges taan. Daarbij gelden de voor waarden dat het oorspronkelijke gebouw een inhoud van ten minste 600 m3 dien t te hebben, da t de afzonderlijke woningen na splits ing een inhoud van tenminste 250 m3 dienen te bezitten en dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder. Het samenvoegen van woningen is niet toegestaan. Het realiseren van mantelzorgvoorzieningen binnen d e woonbestemming is onder voorwaarden mogelijk, mits gerealiseerd in de woning of binnen bestaande vrijstaande bijgebouwen.

Leiding - Riool De bestemming ‘Leiding – Riool’ is o pgenomen ter bescherming van de rioolleiding en de daarbij behorende voorzieningen. Op deze gronden mogen géén gebouwen worden gebouwd. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde die noodzakelijk zijn voor de aanleg en instan dhouding van de bestaande rio olleiding(en), mogen worden gebouwd. Waarde - Archeologie 2 De bestemmin g ‘Waarde – Archeologie 2’ is gericht op bescherming van gebieden met een hoge archeologische verwachting. In deze gebieden geldt op basis van geologisc he en bodemkundige opbouw en aangetroffen archeologische vondsten en relicten een hoge archeologische ve rwachting. Zones waar, op historische en archeologis che gronden archeologische resten vermoed worden zonder dat de exacte begrenzing daarvan kan worden aangewezen, zijn eveneens als ‘met hoge verwachting’ aangemerkt. Op de binnen deze bestemmingen gelegen archeologische m onumenten is tevens het dienaangaand e uit de Monumentenwet van toepassing.

Ter bescherming van de waarden kunnen aan de omgevingsver gunning voor het bouwen nader e voorwaarden worden gekoppeld, zoals de verplichting tot het treffen van t echnische maatre gelen, waardoor de 43 archeologische wa arden in de bodem kunnen worden behouden, of de verplichting tot het doen van opgravingen, of de ver plichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een des kundige op het t errein van archeologische monumenten zorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. Waarde - Zuideinde Binnenpad Ten behoeve van bescherming en behoud van de cultuurhistorisch en oudheidkundig w aardevolle elementen en structuren van het beschermd dorpsgezicht zijn de specifieke ruimtelijke kwaliteiten beschreven die de identiteit van Giethoorn bepalen. Op de voor 'Waarde - Zuideinde Binnenpad' aangewezen gronden gelden in aanvulling op en/of in a fwijking van de bou wregels van die onderliggende bestemming de regels binnen dit artikel.

Overige zone – beschermd dorpsgezicht Giethoorn Ter plaats e van de aanduiding 'overige zon e - beschermd dorpsgezicht Giethoorn' zijn de gronden mede bedoeld voor behoud, herstel en ontwikkeling van het beschermd do rpsgezicht, zoals dit nader tot uitdrukking komt in het artikel 'Waarde - Zuideinde Binnenpad', conf orm het aanwijzingsbesluit besch ermd dorpsgezicht Giethoorn. 5. 1.4 Ver beeldin g De regels m oeten worden geleze n in samenhang met de verbeelding . De verbeelding geeft op een zodanige wijze informatie dat hierop kan worden afgelezen waar en hoe er gebouwd kan worden. In de reg els wordt deze informatie nader toegelicht, uitgewerkt en juridisch vast gelegd. Het laatste betekent dat de regels uiteindelijk bepalen op welke wijze de informatie op de verbeelding moet worden geïnterpreteerd. Het is dus altijd van belang om de regels te bekijken in samenhang met de verbeelding, als er daadwerkelijk gebouwd gaat worden, of als andere ontwikkelingen worden gep land. Bij het voorliggend bestemmingsplan hoort ook een verbeelding. Op deze verbeelding is het plangebied weergegeven. 44 6 Economische uitvoerbaarheid Op grond van afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke orde ning rust op de geme ente de verplichting tot het ver haal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan.

De gemeente kan hiervan afzien in bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen, of indien: 1. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is; 2. het bepalen van een tijdvak waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden of een fasering van de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen, en zo nodig koppelingen hiertussen niet noodzakelijk is, en 3. het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels over respectievelijk: 1. werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied, 2. regels omtrent het uitvoeren van de onder a bedoelde werken en werkzaamheden, 3. een uitwerking van de regels omtrent de uitvoerbaarheid voor de woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is. Met de initiatiefnemer wordt een overeenkomst g esloten alvorens de planologische procedure zal worden gestart. In deze overeenkomst legt de initiati efnemer zich vast om alle met h et initiatief gemoeide kosten op zich te nemen voor eigen rekening en ri sico. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee g eacht te zijn aangetoond. 45 7 Inspraak, overleg en zienswijzen 7.1 Inspraak De procedures voor de v aststelling van een bestemmings plan zijn door de wetgever geregeld.

Met betrekking tot de inspraak beva t de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geen procedurere gels en is in de Wro zelf niet verplicht gesteld. Er is geen gelegenheid tot inspraak voor dit bes temmingsplan omdat een wijzigin g betreft op het moederplan met beperkte ruimtelijke consequenties. Besloten is om het bestemmingsplan als ontwerp ter inzag e te leggen, uiteraard wel met behoud van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Ook wordt het plan voorgelegd aan de overlegpartners in het kader van art. 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ord ening. 7.2 Vooroverleg Bij de voorbereiding van e en bestemmingsplan moet in het kader van het overleg als bedoeld in art. 3.1.1. van het Besluit ruimt elijke ordening overleg worden g epleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zi jn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Tegeli jkertijd wordt het bestemmingsplan voorgelegd aan andere relevante instanties. Het bestemmingsplan 'Giethoorn - Kerkweg 56 ‘is toegestuurd aan de belanghebbende instanties. Van de provincie is een overlegreactie ontvangen. De provincie heeft aangegeven dat de ontwikkeling niet in strijd is met het provinciale beleid en ze geen belemmeringen zien wanneer dit plan in deze vorm in procedure wordt gebracht.

7.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan ' Giethoorn - Kerkweg 56' heeft van PM voor zes weken ter inzage gelegen. Er zijn in deze periode wel/geen zienswijzen ingediend. 46 Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Watertoets

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/7d2a4ac1-368f-4fc9-9945-ca26dde1b294?agendaItemId=26eae4a2-5161-4547-a345-a8cbd14afe87