Steenwijk Zuidoost BKP 20230830
Tekst van het document
Steenwijk Zuidoost Beeldkwaliteitplan Betap Crilux 30 augustus 2023
Inhoud 1. Inleiding 4 1.1 Introductie ............................................. 4 1.2 Wettelijke kader ..................................... 4 1.3 Werkwijze .............................................. 4 2. Stedenbouwkundig plan 6 2.1 Concept ................................................ 6 2.2 Ambities ................................................ 6 2.3 Stedenbouwkundig plan ........................... 6 3. Criteria 8 3.1 Bebouwingskorrel ................................... 8 3.2 Algemene welstandsregels ....................... 8 3.3 Massa en positie ................................... 10 3.4 Architectuur ......................................... 12 3.5 Het ‘boerenerf’ .................................... 14 3.6 Materiaal en kleurgebruik ...................... 18 3.7 Daken, dakvorm .................................... 20 3.8 Regels voor bebouwing .......................... 22 3.9 Duurzame energie ................................. 29 3.10 Klimaatadaptatie en hittestress ............... 30 3.11 Natuurinclusieve maatregelen ................. 32 3.12 Groene voortuinen ................................ 36 3.13 Erfscheidingen - overgang openbaar privé ... 40 3.14 Samenvatting ....................................... 44 1.1 Introductie Dit beeldkwaliteitplan heeft betrekking op het voormalige terrein van de tapijtfabriek Betap Crilux.
Voor deze woonwijk Steenwijk Zuidoost fase I is een bestemmingsplan opgesteld. In het bestemmingsplan zijn (bouw)regels opgesteld waar de toekomstige bebouwing voor dit ontwikkelingsgebied aan moet voldoen. Ten aanzien van de welstandscriteria (hoofdstuk 3) geldt dat in alle gevallen de (bouw)-regels uit het bestemmingsplan leidend zijn. De welstandscriteria zijn opgesteld ten behoeve van het uiterlijk en de onderlinge samen- hang van de bebouwing. Via deze criteria wordt er gestuurd op ruimtelijke kwaliteit. Deze welstandsbeoordeling vindt normaliter plaats aan de hand van criteria uit de gemeentelijke Welstandsnota. Deze beoordeling is gekoppeld aan bepaalde gebieden en hun kenmerken. Voor deze nieuwe ontwikkeling zijn nieuwe uitgangspunten (criteria) ontwikkeld, passend bij de uitgangspunten voor dit gebied. Dit beeldkwaliteitplan geeft opdrachtgevers, ontwerpers en bouwers, vooraf informatie waaraan bouwplannen moeten voldoen en beoogt een inspiratiebron te zijn om een hoge kwaliteit te realiseren. 1.2 Wettelijke kader De gemeente Steenwijkerland wil zorgvuldig omgaan met de bebouwing in de gemeen- te. Zij wil ook de bouwers, woningcorporaties en ontwikkelaars inspireren en stimuleren zorgvuldig om te gaan met nieuwbouw. Dit beeldkwaliteitplan biedt de bouwers en aanvragers van een bouwaanvraag inzicht en verheldering over de beoordeling van (zijn of haar) bouwplannen.
Dit beeldkwaliteitsplan moet ook worden gezien als de welstandsnota voor dit gebied. De criteria waaraan getoetst wordt zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van dit beeldkwaliteitplan. Daarnaast is het welstandsbeleid verder uitgewerkt in gebiedsgerichte welstandscrite - ria. Naast de gebiedsgericht criteria kunnen ook specifieke criteria gelden, die in een beeldkwaliteitplan worden opgenomen. Voor Steenwijk Zuidoost fase I is een beeld - kwaliteitsplan opgesteld waaraan de bouwplannen worden getoetst. In de welstands - nota in het algemeen en dit beeldkwaliteitplan in het bijzonder wordt beschreven hoe de gemeente om wil gaan met de gebouwde omgeving en op welke aspecten en crite- ria de welstandscommissie zich daarbij baseert. Als laatste, maar zeker niet als minste, biedt de welstandsnota voor de welstandscommissie een beoordelingskader. Dit beeldkwaliteitplan fungeert derhalve als gebiedsgericht welstandskader voor dit spe- cifieke plangebied, en vervangt daarmee voor dit gedeelte de welstandsnota. Voor de overige aspecten (algemene criteria, reclamecriteria etc.) zijn ook de criteria opgeno - men in dit beeldkwaliteitplan. 1. Inleiding 1.3 Werkwijze Initiatiefnemers kunnen met kennisneming van de regels van het bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan een bouwplan ontwerpen. In gemeente Steenwijkerland wordt gewerkt met een gecombineerde welstands- en monumentencommissie.
Voor de welstandsadvisering maakt de gemeente Steenwijkerland gebruik van Het Oversticht, een adviesorganisatie voor ruimtelijke kwaliteit. Deze onafhankelijke commissie van des- kundigen brengt advies uit aan burgemeester en wethouders. Het gaat dan vooral om bouwplannen. Bij de welstandsadvisering gaat het om de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk, waarvoor een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend, wel of niet in strijd is met redelijke eisen van welstand en de welstandscri- teria in dit beeldkwaliteitplan. Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 4
Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 5
2. Stedenbouwkundig plan 2.3 Stedenbouwkundig plan De landschappelijke structuren scheiden verschillende bouwstroken van elkaar. Zo ont- staat een kleinschalig en intiem woongebied, waar korte zichtlijnen op bebouwing wor- den afgewisseld met lange zichtlijnen op het landschap in de richting van de stuwwal. Binnen het raamwerk wordt een informele en ontspannen woonsfeer ontwikkeld, met een afwisseling van rijenwoningen en twee-onder-één-kapwoningen. Er komen in prin - cipe geen appartementen in Fase I. Woningen bij de grondwal, aan het water of in de bosrand krijgen een bijzonder landschappelijk-typologisch karakter, en aan de Meppe - lerweg komt een ‘erf’ vergelijkbaar met de oorspronkelijke bebouwing aan deze oude uitvalsweg. De bebouwing bestaat uit bouwblokken van diverse grootte en vorm. Binnen een bouwblok is een variatie in woningtypen, maar zodanig dat het straatbeeld een eenheid vertoont. Dit betekend dat aan weerszijden van een straat rijwoningen en twee-onder- een-kap woningen voor komen. Variatie wordt verder bereikt door verschillen aan te brengen in gevelindeling en kleurgebruik van de gevels. 2.1 Concept In Steenwijk Zuidoost wordt het landschap verweven met het woongebied. Groene lij - nen dringen vanuit het omliggende landschap het woongebied binnen. Het zijn groen-, wadi- of ontsluitingsstructuren, of combinaties daarvan.
De oorspronkelijke agrarische ondergrond vormt de basis voor de structuur, een ‘transitielandschap’ dat verbonden wordt met de omgeving en ook waarde heeft voor de omgeving, waar gewoond en gerecreëerd wordt in een groene en dorpse setting. Om deze transitie goed vorm te kunnen geven, ligt het voor de hand om een raamwerk vorm te geven dat gebaseerd is op de oorspronkelijke ondergrond die doorschemert in de nieuwe structuur, en tegelijk worden er nieuwe elementen aan toegevoegd. Zo worden de houtwal, grondwal en bestaande bomen opgenomen in de nieuwe stedenbouwkundige structuur. Er wordt ingezet op een afwisselend landschappelijk casco, de structuren variëren in type (bijv. wadi of bomenlaan), in beplanting en in gebruik. Er wordt voldoende ruimte gereser- veerd voor spelen en ontmoeting. 2.2 Ambities De ruimtelijke ambities voor Steenwijk Zuidoost bestaat uit vier focus-thema’s: verbonden structuren, landschappelijk en natuurinclusief, water en waterberging en programma. Het wordt een nieuwe wijk waar alle structuren goed verbonden zijn met elkaar en de omge- ving. Waar fietsroutes zijn verbonden met de omgeving, waar het landschappelijk raam- werk van de nieuwe wijk ecologisch is verbonden met het omliggend landschap en waar verschillende structuren samenvallen in één ruimte (o.a. groen, spelen, waterretentie) Waar natuurinclusiviteit centraal staat op alle niveaus.
Op stedenbouwkundige schaal, in de openbare ruimte en rond de woningen. Overal in het landschappelijke en groen - blauwe raamwerk is natuurinclusiviteit terug te vinden, met rijke beplanting en voor - zieningen voor fauna. Waterretentie en klimaatadaptatie komen samen in een robuust systeem dat hemelwater opvangt, vasthoudt en vertraagd afvoert. Zo kunnen piekbui - en opgevangen worden en blijft overlast bij hevige neerslag beperkt, maar wordt ook droogte en hittestress tegengegaan. Een stelsel van wadi’s en een watergang maken een verbonden systeem. Bouwen voor de relevante doelgroepen is het devies voor Steenwijk Zuidoost. Daarbij gaat het om diverse doelgroepen zoals jongeren, starters, eenpersoonshuishoudens, senioren, etc. Maar het gaat ook om betaalbaarheid, met een bereikbare woning voor iedereen. In de nieuwe wijk komen specifieke typologieën voor de doelgroepen. Meppelerweg Oranje Gelderlandlaan watergang watergang Groene entreelaan Landschapelijke zone Parklaan Bosrand Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 6
Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 7
Om te komen tot een beeldkwaliteit voor Steenwijk Zuidoost met een ‘natuurinclusie - ve, herkenbare en landschappelijke identiteit’ als uitgangspunt, is voor de bebouwing een aantal welstandscriteria geformuleerd. De welstandscriteria betreffen architectuur in het algemeen, massa, materiaal-/ kleurgebruik, daken, erfscheidingen, voortuinen, natuurinclusieve maatregelen en duurzaamheid in het bijzonder. Deze welstandscriteria zijn middelen waarmee de sfeer gerealiseerd kan worden. De welstandscriteria beschrij- ven de voorgestane variatie als een keuzepalet waaruit gekozen kan worden. 3.1 Bebouwingskorrel De variatie is niet per woning (pandsgewijs), niet per blok en niet per straat. De variatie is per ‘gebouw’ (2 twee-onder-één-kapwoningen = samen 1 gebouw - 1 rijtje woningen = samen 1 gebouw). Deze bebouwingskorrel wordt toegepast om een dorps, ontspan- nen, landschappelijk en informele sfeer te creëren. Binnen één gebouw is één samen - hangende architectuur en\of één kleur /materiaalpalet toegepast. Het is belangrijk dat de gebouwen die naast elkaar staan niet hetzelfde zijn. Er zijn twee uitzonderingen voor de bebouwingskorrel. Het erf wordt als één geheel gezien en moeten allemaal hetzelfde uiterlijk krijgen, dit geldt ook voor de bebouwing aan het hof. 3. Criteria Criteria: • De variatie is niet per woning (pandsgewijs), niet per blok en niet per straat.
De va - riatie is per ‘gebouw’ (2 twee-onder-één-kapwoningen = samen 1 gebouw - 1 rijtje woningen = samen 1 gebouw). • Binnen één gebouw: één samenhangende architectuursignatuur en/of één kleur / materiaalpalet, en afwijkend van het buurgebouw. • Het erf en het hof als één bebouwingskorrel ontwerpen. dorpse bebouwingskorrel, eenheid in variatie 3.2 Algemene welstandsregels Afwijken van de welstandsregels Afwijken op inhoudelijke gronden Het college van burgemeester en wethouders kan op inhoudelijke grond afwijken van de welstandsregels indien zij tot het oordeel komt dat de van toepassing zijnde welstandsregels niet juist zijn geïnterpreteerd, of dat naar het oordeel van het college niet de juiste welstandsregels zijn toegepast. Voordat het besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning wordt genomen, maar binnen de daarvoor geldige afhandelingstermijn, wordt een second-opinion ge - vraagd bij een (andere) onafhankelijke adviescommissie. Deze second-opinion speelt een zware rol bij de verdere oordeelsvorming van het college van burgemeester en wethouders. Indien het college van burgemeester en wethouders op inhoudelijke grond afwijkt van het welstandsregels wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de omge- vingsvergunning gemotiveerd.
Afwijken om andere redenen Het college van burgemeester en wethouders heeft volgens artikel 2.10 lid 1d Wabo de mogelijkheid om bij strijd van een bouwplan met de welstandsregels, toch een om - gevingsvergunning te verlenen indien het college van oordeel is dat daarvoor andere redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning gemotiveerd. Welstandsregels voor excessen Voorkomende gevallen Er is sprake van een exces als een bouwwerk niet voldoet aan met één of meerdere van de volgende welstandsregels: a. een bouwwerk sluit zich visueel of fysiek af voor zijn omgeving; b. een ingreep in een bestaand bouwwerk ontkent of vernietigt architectonische bijzonderheden van het bestaande bouwwerk; c. een bouwwerk doorbreekt doet een te grove inbreuk op wat in de omgeving ge - bruikelijk is (zie daarvoor de gebiedsgerichte regels); d. een bouwwerk is uitgevoerd glimmende of spiegelende materialen of materialen die niet zijn bedoeld als bouwmaterialen; e. een bouwwerk is uitgevoerd in felle of fluorescerende kleuren; f. het bouwwerk heeft door verwaarlozing en verval een negatieve invloed op de omgeving. Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 8
Bebouwingskorrel Bron: Roosdom Tijhuis Identiteit: dorps, informeel, landelijk, herkenbaar Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 9
3.3 Massa en positie In Steenwijk Zuidoost komen twee-onder-één-kapwoningen, rijenwoningen, senioren - woningen en beneden bovenwoningen. De woningen bestaan in principe uit twee la - gen met een kap, incidenteel 1 laag met kap (bijv. seniorenwoningen). Alle rijenwonin- gen hebben een langskap met af en toe een accent aan de voorzijde. In het geval van twee-onder-één-kapwoningen dient er voor of naast de woning voldoende ruimte tot de voorzijde van de kavel te zijn voor 2 auto’s naast of achter elkaar (afhankelijk van de breedte en diepte van de kavel). Ten behoeve van een (groene) voortuin staat de voorzijde van de woning relatief ver vanaf de openbare ruimte: de rooilijn ligt op minimaal 2,00 meter en maximaal op 4,00 meter. Aan- en uitbouwen zoals kleine uitbouwen, erkers, veranda’s en/of loggia’s zor- gen voor een verrijking van de gevels. De erker, een luifel bij de voordeur, een gemet - selde plantenbak, doorlopende tuinmuur: alles draagt bij aan de geleidelijke overgang tussen binnen en buiten en tussen privé en openbaar. De toe te passen elementen worden zorgvuldig vormgegeven en komen op allerlei manieren tot uiting. Zijgevels die naar het openbaar gebied gericht zijn, zijn onderdeel van de totaalarchitectuur. Als er zo’n zijgevel is (kopwoningen, half-vrijstaande woningen), kan hier de woningentree komen en in ieder geval komen er gevelopeningen in de zijgevel.
Criteria: • De bouwmassa mag niet de maximale bouwvolume uit het bestemmingsplan overschrijden. • Rooilijn voorzijde minimaal 2,00 meter en maximaal 4,00 meter. • Volumes verrijkt met kleine uitbouwen, erkers, veranda’s en/of loggia’s. • Erker of uitbouw mogelijk aan voor- en zijkant woning. Maximaal één bouwlaag, maximaal 1,50 meter uit de gevel (met uitzondering van een garage). • Aan- of uitbouwen maken onderdeel uit van de hoofdmassa, erkers zijn ‘toevoeging’ • Zijgevel is onderdeel van totale architectuur, met woningentrees en gevelopeningen • Op de hoeken tweezijdige oriëntatie toepassen. • Voor het ‘erf’ is alzijdige oriëntatie verplicht. Dit betekent dat er geen dichte gevels zijn toegestaan. hoofdmassa 2 lagen + kap 2m. - 4m. 1,5m. variatie in kaprichting zijgevel is onderdeel van totale architectuur, met woningentrees en gevelopeningen kleine uitbouwen, erkers, veranda’s en/of loggia’s bijgebouwen aangebouwde garages Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 10
Tweezijdige oriëntatie verplicht Belangrijke voorzijde - oriëntatie verplicht ‘eerste orde’ Tweezijdige oriëntatie gewenst Alzijdige oriëntatie verplicht Voorzijde - oriëntatie verplicht ‘tweede orde’ Oriëntatie woningen ERF Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 11
3.4 Architectuur De identiteit van Steenwijk Zuidoost fase I is dorps, ontspannen en landelijk. In de archi- tectuur vormen massa, compositie, materialen, kapvorm en richting op een evenwich- tige wijze een onlosmakelijk en samenhangend geheel. De architectuur zal meer een horizontale uitstraling hebben dan dat deze verticaal is. De architectuur is niet zo dat alle woningen hetzelfde zijn, maar ook niet dat alle woningen verschillend zijn (geen pandsgewijze variatie). Dit geldt in ieder geval voor rijenwoningen, waar voorkomen dient te worden dat in één blok alle woningen exact gelijk zijn. Ofwel: in een rijtje woningen (van 4 woningen of meer) dient minimaal één duidelijke ‘afwijking’ (verbij - zondering) te worden aangebracht. De variatie in de architectuur wordt bereikt door te wisselen in de ritmiek of detaillering van de gevel, de toepassing van verschillende kleu- ren of materialen, toevoegingen (erkers, uitbouwen) en accenten zoals dwarskappen of een verhoogde dakgoot. Tegelijk laat een hele gevel- of straatwand zich lezen als één samenhangende architectuur. dorpse bebouwingskorrel, eenheid in variatie Criteria: • Niet een uitgesproken kenmerkende stijl. • Bij rijenwoningen (4 woningen of meer) minimaal één verbijzondering. • Niet alle woningen hetzelfde, niet alle woningen verschillend (geen pandsgewijze variatie).
• Variatie in architectuur en tegelijk één samenhangende architectuur voor een gevel- of straatwand. • Toevoegingen aan voorgevel afstemmen op architectuur: erkers, luifels, overstekken, veranda’s, schermen, pergola’s, terrassen. Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 12
Architectonische korrel één bebouwingskorrel één bebouwingskorrel ERF Hof Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 13
3.5 Het ‘boerenerf’ Aan de rand van Betap-Crilux komt een ‘boerenerf’: een grotere kavel die om een sa - menhangende oplossing vraagt ten aanzien van de bebouwing en de openbare ruimte direct eromheen. Dit is een oplossing die zowel ruimtelijk als qua gebruik een bijzonder woonmilieu oplevert. Een boerenerf is een (erf)-ensemble van meerdere woongebouwen (een woongebouw is een 2^1-kapwoning of een rij woningen) die in samenhang rond een gedeelde open- bare ruimte zijn geplaatst; het erf als een soort hofje tussen boerderij- en schuur-ach- tige gebouwen. De bewoners wonen dus met de voordeur aan een gezamenlijk erf. Het erf-ensemble bestaat uit een collectief erf (openbaar), woningen en private tuinen. Het erf is de belangrijkste gezamenlijke buitenruimte van een erf-ensemble. Dit wordt bereikt door het erf vorm te geven als een gezamenlijk voorplein of hof voor de omwo- nenden. Daarom is het van belang dat het erf een collectieve inrichting krijgt en niet versnipperd wordt tot individuele voortuinen. Het erf moet een aangename verblijfs- en ontmoetingsruimte worden. Gewaakt moet worden dat het geen parkeerplaats wordt. Om dat te bereiken dient het parkeren op een integrale manier vormgegeven te worden met de erven.
Bijvoorbeeld door een samenhang in materialisering, door een kapschuur die meedoet in het ensemble van woonvolumes of een parkeerpocket verscholen op het boerenerf (zoveel mogelijk uit het zicht). Bebouwingskorrel De bebouwingskorrel is die van het erf als geheel (architectonische eenheid, als één geheel ontworpen). Dit betekent echter niet dat alle bebouwing op het erf exact dezelf- de uitstraling hoeft te krijgen. Een rijwoning kan als ‘schuur’ worden ontworpen, een vrijstaande woning als ‘voorhuis’. Zo ontstaat er een samenhangend ensemble. Positie In principe liggen alle woningen direct aan een gezamenlijk erf en zijn er geen voortui- nen. Verblijfsruimtes aan de voorkant voor de rijwoningen kunnen in de massa opgeno- men worden. Bij de grotere woningen is er wel een kleine voor- of zijtuin mogelijk, zoals deze op oorspronkelijke boerenerven soms te zien is. deze hebben geen erfafscheiding of zijn voorzien van lage haag of een laag hekwerk(0,7m) Variatie en ritmiek De architectonische eenheid is het erf, er zal goed gekeken moeten worden naar de relatie van de bebouwing tot elkaar en de openbare ruimte. De ‘rijwoningen’ op het erf moeten als één bouwvolume ontworpen worden. De bebouwing moet op elkaar aansluiten maar toch enigszins verschillen zodat er een natuurlijke harmonie ontstaat.
Kleur en materiaal Het gevelmateriaal moet binnen een bouwvolume hetzelfde zijn (aaneengesloten rij - woningen hebben dezelfde materialisering). Toe te passen gevelmateriaal is baksteen in een kleurstelling van bruin tot geelbruin. Er mag ook voor een (deels) houten gevel gekozen worden met een rustieke uitstraling. Over het algemeen geldt dat alle kleuren onverzadigd zijn: een vergrijsd of ‘gedekt’ kleurpalet. Er mogen geen harde of felle kleuren voorkomen, accenten en draaiende delen uitgezonderd. Dak – kapvorm en materiaal De woningen op het erf worden gekenmerkt door een lage goothoogte en een domi - nant dakvlak. Aan de voorzijde zijn rijenwoningen maximaal 1,5 laag hoog (4,5m) met een langskap. Tweekappers zijn ook maximaal 1,5 laag met een kap. De kappen kun - nen wat steiler zijn waardoor drie verdiepingen (dus ook in de kap) gerealiseerd kunnen worden. Voor de kapvorm van de twee-onder-één-kapwoningen is meer vrijheid. Zo is een schildkap of een langskap met wolfseind goed denkbaar. Platte daken zijn uitgeslo- ten. De daken kunnen uitgevoerd worden met dakpannen, met riet of met hout en/of houten shingles. Aan-, bijgebouwen en garages Losse bijgebouwen, garages en schuren zijn mogelijk maar niet gewenst. Toch aan - wezig moeten ze zo ver mogelijk achter op de kavel geplaatst worden en zoveel als mogelijk mee doen in het architectonische ontwerp.
Ook kan er gekozen worden voor een gezamenlijke schuur/opslag. Bij aanbouwen en garages moet goed gelet worden dat deze zoveel mogelijk opgaan in de bouwmassa. Parkeren eigen terrein De parkeerplaatsen op eigen terrein moeten zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst wor- den. Een gezamenlijke parkeerschuur behoort ook tot de mogelijkheden. Criteria: • Samenhangend gebouw-ensemble rond collectief erf (hofje) met boerderij- en schuur-achtige gebouwen • Niet alle bebouwing op het erf krijgt exact dezelfde uitstraling • Het gevelmateriaal moet binnen een bouwvolume hetzelfde zijn • Toe te passen gevelmateriaal is baksteen (in een kleurstelling van bruin tot geelbruin) of hout • Toegepaste kleuren zijn ‘onverzadigd’ in een vergrijsd of ‘gedekt’ kleurpalet. Er mo- gen geen harde of felle kleuren voorkomen. • Gezamenlijk parkeren integraal vormgegeven en zoveel mogelijk uit zicht • (Groot) dakvlak met lage goot, geen platte daken toegestaan, • Geen individuele voortuinen (bij rijwoningen) • Geen erfscheidingen aan voorzijde • Erfscheidingen aan achterzijde uitvoeren als haag (passend in boerenerf-gedachte), bijvoorbeeld 1,2 m. en niet hoger dan 2,0 m. Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 14
Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 15
Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 16
Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 17
3.6 Materiaal en kleurgebruik Voor de gevels vormt baksteen het hoofdmateriaal. Variatie wordt aangebracht door het toepassen van verschillende baksteenkleuren, metselverbanden of voegwerk. Hierbij kan gedacht worden aan rollagen, verspringende lagen of een trasraam. Aanleiding voor wij- zigingen in baksteenkleur, metselverband of voegwerk is een ontmoeting van bouwdelen of een beëindiging hiervan. De kap bestaat uit antraciete (zwarte) dakpannen. De kleur van het metselwerk varieert doorgaans van geel tot bruin. Keimwerk in wit kan als accent in het gevelbeeld worden gebruikt. Hiervoor is een kleurpalet samengesteld. Hierin is een spectrum gegeven van verschillende baksteenkleuren. Toe te passen kleu- ren moeten zoveel mogelijk binnen dit spectrum vallen. Criteria: • Hoofdmateriaal gevel: baksteen, aangevuld met keimwerk. • Variatie door verschillende baksteenkleuren, metselverbanden, voegwerk, trasraam. • De kleur van het metselwerk varieert doorgaans van geel tot bruin. Toe te passen kleu- ren moeten zoveel mogelijk binnen het gegeven spectrum vallen (zie volgende pagina). • Keimwerk in wit kan als accent in het gevelbeeld worden gebruikt. • Dak wordt afgedekt met antraciete (zwarte) dakpannen. • Hout wordt toegepast als ondergeschikt materiaal, kozijnen en dak beëindigingen (evt. als decoratief element). Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 18
Één sfeer - verschillende bebouwing Kleurenspectrum Materialenpalet accenten in afwijkende kleur, keimwerk, hout, etc. Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 19
3.7 Daken, dakvorm Er komen langskappen met gedraaide kappen/dwarskappen als accent. Het dak heeft een hellingshoek van circa 40-50 graden. De uitkragende dakrand wordt uitgevoerd in de vorm van een overstek en komt zowel in de langsgevels als de kopgevels. De over - stek varieert tussen de 0,2 en 0,70 m. Het dak is afgedekt met mat zwarte (antraciet) dakpannen. De kap kan voorzien worden van een dakkapel, die aan de voorzijde on- dergeschikt is aan de kap. Platte daken komen alleen voor op kleine bouwmassa’s zoals bergingen, garages of serres. Criteria: • Materiaal: mat antraciete (zwarte) dakpannen (niet geglazuurd) • Het dakvlak heeft waar mogelijk een overstek tussen de 0,20 en 0,70 m. • De kaphelling van het dak is tussen 40° en 50° • Dakkapel voorzijde ondergeschikt aan de kap • De nok van het dak loopt parallel aan de langste zijde van het volume. • Incidenteel is een gedraaide kap (dwarskap) toegestaan Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 20
Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 21
3.8 Regels voor bebouwing Dakkapel Ik wil een dakkapel bouwen Mijn hoofdgebouw staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied Mijn dakkapel wordt geplaatst op het voordakvlak Een dakkapel op het voordakvlak voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze dakkapel wordt voldaan aan de welstandsregels voor vormgeving en kleur- en materiaalgebruik. Vormgeving • een dakkapel is een ondergeschikte toevoeging in het voordakvlak; • een dakkapel staat minimaal 0,60 meter of minimaal 2 dakpannen uit de onder-, boven- en zijrand van het dakvlak; • meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak van dezelfde woning staan uitsluitend naast elkaar en staan met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte; • meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak binnen een blok, rij of complex staan bij voorkeur met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte; • de hoogte van een dakkapel bedraagt niet meer dan 1,50 meter.
Kleur- en materiaalgebruik • het kleur- en materiaalgebruik van een dakkapel sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waar- bij: • het kleurgebruik van een dakkapel in ieder geval geen felle of fluorescerende kleuren kent; • het materiaalgebruik van een dakkapel in ieder geval niet uit glimmende of spie - gelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen en ramen aan de voor- zijde van de dakkapel, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat; • meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak binnen een blok, rij of complex staan bij voorkeur met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte; • minimaal 50% van het oppervlak van de voorkant van een dakkapel bestaat uit glas. Welstandsniveau groen | Gemeente Steenwijkerland | 3 Welstandsregels Ik wil een dakkapel bouwen Mijn hoofdgebouw staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied Mijn dakkapel wordt geplaatst op het voordakvlak Een dakkapel op het voordakvlak voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze dakkapel wordt voldaan aan de welstandsregels voor vormgeving en kleur- en materiaalgebruik.
Vormgeving • een dakkapel is een ondergeschikte toevoeging in het voordakvlak; • een dakkapel staat minimaal 0,60 meter of minimaal 2 dakpannen uit de onder-, boven- en zijrand van het dakvlak; • meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak van dezelfde woning staan uitsluitend naast elkaar en staan met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte; • meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak binnen een blok, rij of complex staan bij voorkeur met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte; • de hoogte van een dakkapel bedraagt niet meer dan 1,50 meter. Kleur- en materiaalgebruik • het kleur- en materiaalgebruik van een dakkapel sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waarbij: • het kleurgebruik van een dakkapel in ieder geval geen felle of fluorescerende kleuren kent; • het materiaalgebruik van een dakkapel in ieder geval niet uit glimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen en ramen aan de voorzijde van de dakkapel, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat; • minimaal 50% van het oppervlak van de voorkant van een dakkapel bestaat uit glas. Dakkapel max. 1,50 m hoog min. 0,60 m of 2 dakpannen afstand van rand min. 0,60 m of 2 dakpannen afstand van rand min.
0,60 m of 2 dakpannen afstand van rand Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 22
Dakkapel Mijn dakkapel wordt geplaatst op het zijdakvlak Een dakkapel op het zijdakvlak voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze dakkapel wordt voldaan aan de welstandsregels voor vormgeving en kleur- en materiaalgebruik. Vormgeving • een dakkapel is een ondergeschikte toevoeging in het zijdakvlak; • een dakkapel staat minimaal 0,60 meter of minimaal 2 dakpannen uit de onder-, boven- en zijrand van het dakvlak; • meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak van dezelfde woning staan uitsluitend naast elkaar en staan met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte; • meerdere dakkapellen in hetzelfde dakvlak staan uitsluitend naast elkaar en staan met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte; • de hoogte van een dakkapel bedraagt niet meer dan 1,50 meter.
Kleur- en materiaalgebruik • het kleur- en materiaalgebruik van een dakkapel sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waar- bij: • het kleurgebruik van een dakkapel in ieder geval geen felle of fluorescerende kleuren kent; • het materiaalgebruik van een dakkapel in ieder geval niet uit glimmende of spie - gelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen en ramen aan de voor- zijde van de dakkapel, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat; • meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak binnen een blok, rij of complex staan bij voorkeur met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte; • minimaal 50% van het oppervlak van de voorkant van een dakkapel bestaat uit glas. Welstandsniveau groen | Gemeente Steenwijkerland | 4 Welstandsregels Mijn dakkapel wordt geplaatst op het zijdakvlak Een dakkapel op het zijdakvlak voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze dakkapel wordt voldaan aan de welstandsregels voor vormgeving en kleur- en materiaalgebruik.
Vormgeving • een dakkapel is een ondergeschikte toevoeging in het zijdakvlak; • een dakkapel staat minimaal 0,60 meter of minimaal 2 dakpannen uit de onder-, boven- en zijrand van het dakvlak; • meerdere dakkapellen in hetzelfde dakvlak staan uitsluitend naast elkaar en staan met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte; • de hoogte van een dakkapel bedraagt niet meer dan 1,50 meter. Kleur- en materiaalgebruik • het kleur- en materiaalgebruik van een dakkapel sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waarbij: • het kleurgebruik van een dakkapel in ieder geval geen felle of fluorescerende kleuren kent; • het materiaalgebruik van een dakkapel in ieder geval niet uit glimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen en ramen aan de voorzijde van de dakkapel, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat; • minimaal 50% van het oppervlak van de voorkant van een dakkapel bestaat uit glas. Dakkapel max. 1,50 m hoog min. 0,60 m of 2 dakpannen afstand van rand min. 0,60 m of 2 dakpannen afstand van rand min. 0,60 m of 2 dakpannen afstand van rand Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 23
Welstandsniveau groen | Gemeente Steenwijkerland | 6 Welstandsregels Ik wil een aan- of uitbouw bouwen Mijn hoofdgebouw staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied Een aan- of uitbouw van een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze aan- of uitbouw wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een aan- of uitbouw bepalen. Kleur- en materiaalgebruik • het kleur- en materiaalgebruik van een aan- of uitbouw sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waarbij: • het kleurgebruik van een aan- of uitbouw geen felle of fluorescerende kleuren kent; • het materiaalgebruik van een aan- of uitbouw niet uit glimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen, ramen en deuren, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat. • minimaal 50% van het oppervlak van de voorkant van een aan- of uitbouw bestaat uit glas.
Aan- of uitbouw Dakkapel Mijn dakkapel wordt geplaatst op het achterdakvlak Een dakkapel op het achterdakvlak voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze dakkapel wordt voldaan aan de welstandsregels voor vormgeving en kleur- en materiaalgebruik. Vormgeving • een dakkapel staat minimaal 0,60 meter of minimaal 2 dakpannen uit de onder-, boven- en zijrand van het dakvlak; • meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak van dezelfde woning staan uitsluitend naast elkaar en staan met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte; • meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak binnen een blok, rij of complex staan bij voorkeur met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte; • de hoogte van een dakkapel bedraagt niet meer dan 1,75 meter. Kleur- en materiaalgebruik • het kleur- en materiaalgebruik van een dakkapel sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waar- bij: • het kleurgebruik van een dakkapel in ieder geval geen felle of fluorescerende kleuren kent; • het materiaalgebruik van een dakkapel in ieder geval niet uit glimmende of spie - gelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen en ramen aan de voor- zijde van de dakkapel, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat.
Aan- of uitbouw Ik wil een aan- of uitbouw bouwen Mijn hoofdgebouw staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied Een aan- of uitbouw van een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze aan- of uitbouw wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een aan- of uitbouw bepalen. Kleur- en materiaalgebruik • het kleur- en materiaalgebruik van een aan- of uitbouw sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waarbij: • het kleurgebruik van een aan- of uitbouw geen felle of fluorescerende kleuren kent; • het materiaalgebruik van een aan- of uitbouw niet uit glimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen, ramen en deuren, en/of ma - terialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat. • minimaal 50% van het oppervlak van de voorkant van een aan- of uitbouw bestaat uit glas.
Welstandsniveau groen | Gemeente Steenwijkerland | 5 Welstandsregels Mijn dakkapel wordt geplaatst op het achterdakvlak Een dakkapel op het achterdakvlak voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze dakkapel wordt voldaan aan de welstandsregels voor vormgeving en kleur- en materiaalgebruik. Vormgeving • een dakkapel staat minimaal 0,60 meter of minimaal 2 dakpannen uit de onder-, boven- en zijrand van het dakvlak; • meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak van dezelfde woning staan uitsluitend naast elkaar en staan met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte; • meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak binnen een blok, rij of complex staan bij voorkeur met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte; • de hoogte van een dakkapel bedraagt niet meer dan 1,75 meter.
Kleur- en materiaalgebruik • het kleur- en materiaalgebruik van een dakkapel sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waarbij: • het kleurgebruik van een dakkapel in ieder geval geen felle of fluorescerende kleuren kent; • het materiaalgebruik van een dakkapel in ieder geval niet uit glimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen en ramen aan de voorzijde van de dakkapel, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat. Dakkapel max. 1,75 m hoog min. 0,60 m of 2 dakpannen afstand van rand min. 0,60 m of 2 dakpannen afstand van rand min. 0,60 m of 2 dakpannen afstand van rand Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 24
Overkapping Ik wil een overkapping aan mijn hoofdgebouw bouwen Mijn hoofdgebouw staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied Een overkapping aan een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze overkapping wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een aan- of uitbouw bepalen. Kleur- en materiaalgebruik • het kleur- en materiaalgebruik van een overkapping aan het hoofdgebouw sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waarbij: • het kleurgebruik van een overkapping geen felle of fluorescerende kleuren kent; • het materiaalgebruik van een overkapping niet uit glimmende of spiegelende ma- terialen, met uitzondering van glas in kozijnen, ramen en deuren, en/of mate - rialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat. Bijgebouw of overkapping Ik wil een vrijstaand bijgebouw of overkapping bouwen Mijn vrijstaande bijgebouw of overkapping staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied Een vrijstaand bijgebouw of overkapping bij een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van dit gebouw wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik.
In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een vrijstaand bijgebouw of overkapping bepalen. Kleur- en materiaalgebruik • het materiaalgebruik van een vrijstaand bijgebouw of overkapping bestaat niet uit glimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen, ramen en deuren, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat; • het kleurgebruik van een vrijstaand bijgebouw of overkapping kent geen felle of fluorescerende kleuren. Welstandsniveau groen | Gemeente Steenwijkerland | 7 Welstandsregels Ik wil een overkapping aan mijn hoofdgebouw bouwen Mijn hoofdgebouw staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied Een overkapping aan een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze overkapping wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een aan- of uitbouw bepalen.
Kleur- en materiaalgebruik • het kleur- en materiaalgebruik van een overkapping aan het hoofdgebouw sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waarbij: • het kleurgebruik van een overkapping geen felle of fluorescerende kleuren kent; • het materiaalgebruik van een overkapping niet uit glimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen, ramen en deuren, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat. Overkapping Welstandsniveau groen | Gemeente Steenwijkerland | 8 Welstandsregels Ik wil een vrijstaand bijgebouw of overkapping bouwen Mijn vrijstaande bijgebouw of overkapping staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied Een vrijstaand bijgebouw of overkapping bij een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van dit gebouw wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een vrijstaand bijgebouw of overkapping bepalen.
Kleur- en materiaalgebruik • het materiaalgebruik van een vrijstaand bijgebouw of overkapping bestaat niet uit glimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen, ramen en deuren, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat; • het kleurgebruik van een vrijstaand bijgebouw of overkapping kent geen felle of fluorescerende kleuren. Bijgebouw of overkapping Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 25
Erfafscheiding Ik wil een erfafscheiding plaatsen Mijn perceel ligt in een naoorlogs uitbreidingsgebied Een erfafscheiding voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze erfafscheiding wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een erfafscheiding bepalen. Kleur- en materiaalgebruik • het materiaalgebruik van een erfafscheiding bestaat niet uit glimmende of spiege - lende materialen en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebou - wing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat; • het kleurgebruik van een erfafscheiding kent geen felle of fluorescerende kleuren. Gevelindeling Ik wil de gevelindeling wijzigen Mijn hoofdgebouw staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied Een wijziging van de gevel van een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het wijzigen van de gevelindeling wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik.
Kleur- en materiaalgebruik • het kleur- en materiaalgebruik van een gevelwijziging sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waarbij: • het kleurgebruik van een van een gevelwijziging geen felle of fluorescerende kleu- ren kent; • het materiaalgebruik van een gevelwijziging niet uit glimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen, ramen en deuren, en/of ma - terialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat. Welstandsniveau groen | Gemeente Steenwijkerland | 9 Welstandsregels Ik wil een erfafscheiding plaatsen Mijn perceel ligt in een naoorlogs uitbreidingsgebied Een erfafscheiding voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze erfafscheiding wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een erfafscheiding bepalen. Kleur- en materiaalgebruik • het materiaalgebruik van een erfafscheiding bestaat niet uit glimmende of spiegelende materialen en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat; • het kleurgebruik van een erfafscheiding kent geen felle of fluorescerende kleuren.
Erfafscheiding Welstandsniveau groen | Gemeente Steenwijkerland | 10 Welstandsregels Ik wil de gevelindeling wijzigen Mijn hoofdgebouw staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied Een wijziging van de gevel van een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het wijzigen van de gevelindeling wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. Kleur- en materiaalgebruik • het kleur- en materiaalgebruik van een gevelwijziging sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waarbij: • het kleurgebruik van een van een gevelwijziging geen felle of fluorescerende kleuren kent; • het materiaalgebruik van een gevelwijziging niet uit glimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen, ramen en deuren, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat. Gevelindeling Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 26
Rolluik Ik wil een Rolluik plaatsen Mijn hoofdgebouw staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied Het plaatsen van een rolluik aan een hoofdgebouw dat is bestemd bedrijf, bedrijventerrein, centrum, detailhandel, gemengd, horeca, kantoor, maatschappelijk of sport voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het plaatsen van het rolluik wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. Kleur- en materiaalgebruik • het kleur- en materiaalgebruik van een rolluik sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waarbij: • het kleurgebruik van een rolluik kent geen felle of fluorescerende kleuren. • het materiaalgebruik van een rolluik niet uit glimmende of spiegelende materialen of materialen die specifiek zijn bedoeld voor industriële bebouwing, zoals bijvoor- beeld damwandprofielplaat, bestaat. • minimaal 75% van het oppervlak van een rolluik transparant is. Reclame-uiting Mijn gebouw is bestemd als wonen Een reclame-uiting bij een beroep en/of bedrijf aan huis in de bestemming wonen voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het plaatsen van deze reclame- uiting wordt voldaan aan de welstandsregels voor hoofdvorm en vormgeving.
Hoofdvorm • een reclame-uiting kan op de volgende wijze worden geplaatst: • vlak op de naar de weg gekeerde gevel; • op de aan de weg gelegen zijde van het perceel; • het maximum aantal reclame-uitingen bedraagt twee: één reclame-uiting vlak op de naar de weg gekeerde gevel en één reclame-uiting op de aan de weg gelegen zijde van het perceel. Vormgeving • het maximum aantal reclame-uitingen bedraagt twee: één reclame-uiting vlak op de naar de weg gekeerde gevel en één reclame-uiting op de aan de weg gelegen zijde van het perceel. • de afmeting van een reclame-uiting vlak op de naar de weg gekeerde gevel bedraagt maximaal 0,20 meter hoog en 0,30 meter breed; • de afmeting van een reclame-uiting op de aan de weg gelegen zijde van het perceel bedraagt maximaal 1,00 meter hoog en 0,30 meter breed; • een reclame-uiting in de vorm van een lichtkrant en/of het toepassen van verlichting is niet toegestaan. Welstandsniveau groen | Gemeente Steenwijkerland | 11 Welstandsregels Ik wil een Rolluik plaatsen Mijn hoofdgebouw staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied Het plaatsen van een rolluik aan een hoofdgebouw dat is bestemd bedrijf, bedrijventerrein, centrum, detailhandel, gemengd, horeca, kantoor, maatschappelijk of sport voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het plaatsen van het rolluik wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik.
Kleur- en materiaalgebruik • het kleur- en materiaalgebruik van een rolluik sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waarbij: • het kleurgebruik van een rolluik geen felle of fluorescerende kleuren kent; • het materiaalgebruik van een rolluik niet uit glimmende of spiegelende materialen of materialen die specifiek zijn bedoeld voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat. • minimaal 75% van het oppervlak van een rolluik transparant is. Rolluik Welstandsniveau groen | Gemeente Steenwijkerland | 15 Welstandsregels Mijn gebouw is bestemd als wonen Een reclame-uiting bij een beroep en/of bedrijf aan huis in de bestemming wonen voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het plaatsen van deze reclame-uiting wordt voldaan aan de welstandsregels voor hoofdvorm en vormgeving. Hoofdvorm • een reclame-uiting kan op de volgende wijze worden geplaatst: • vlak op de naar de weg gekeerde gevel; • op de aan de weg gelegen zijde van het perceel; • het maximum aantal reclame-uitingen bedraagt twee: één reclame-uiting vlak op de naar de weg gekeerde gevel en één reclame-uiting op de aan de weg gelegen zijde van het perceel.
Vormgeving • het maximum aantal reclame-uitingen bedraagt twee: één reclame-uiting vlak op de naar de weg gekeerde gevel en één reclame-uiting op de aan de weg gelegen zijde van het perceel. • de afmeting van een reclame-uiting vlak op de naar de weg gekeerde gevel bedraagt maximaal 0,20 meter hoog en 0,30 meter breed; • de afmeting van een reclame-uiting op de aan de weg gelegen zijde van het perceel bedraagt maximaal 1,00 meter hoog en 0,30 meter breed; • een reclame-uiting in de vorm van een lichtkrant en/of het toepassen van verlichting is niet toegestaan. Reclame-uiting max. 0,20m hoog max. 0,30m breed max. 1m hoog max. 0,30m breed Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 27
Reclame-uiting Mijn terrein is bestemd als groen of verkeer Een reclame-uiting op terreinen met de bestemmingen groen of verkeer voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het plaatsen van deze reclame-uiting wordt voldaan aan de welstandsregels voor hoofdvorm en . Kleur- en materiaalgebruik • een reclame-uiting kan op de volgende wijze worden geplaatst: • als een vrijstaand reclamezuil of -bord; • als een reclamebord aan een lichtmast. Vormgeving • de afmeting van een reclamezuil of -bord bedraagt maximaal 2,50 meter hoog en 1,00 meter breed; • de afmeting van een reclamebord aan een lichtmast bedraagt maximaal 0,80 meter hoog en 0,80 meter breed. Reclame-uiting Bedrijfsgebouw Een bedrijfsgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van dit bedrijfsgebouw wordt voldaan aan de welstandsregels voor hoofdvorm en kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een hoofdgebouw bepalen. Hoofdvorm • een bedrijfsgebouw heeft een eenvoudige hoofdvorm; • kantoren, showrooms en entrees vormen een accent. Vormgeving • het materiaalgebruik van een bedrijfsgebouw bestaat niet uit glimmende of spiege - lende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen, ramen en deuren; • het kleurgebruik van een bedrijfsgebouw kent geen felle of fluorescerende kleuren.
Welstandsniveau groen | Gemeente Steenwijkerland | 17 Welstandsregels Mijn terrein is bestemd als groen of verkeer Een reclame-uiting op terreinen met de bestemmingen groen of verkeer voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het plaatsen van deze reclame-uiting wordt voldaan aan de welstandsregels voor hoofdvorm en . Positie • een reclame-uiting kan op de volgende wijze worden geplaatst: • als een vrijstaand reclamezuil of -bord; • als een reclamebord aan een lichtmast. Vormgeving • de afmeting van een reclamezuil of -bord bedraagt maximaal 2,50 meter hoog en 1,00 meter breed; • de afmeting van een reclamebord aan een lichtmast bedraagt maximaal 0,80 meter hoog en 0,80 meter breed. max. 1m breed max. 0,80m hoog max. 0,80m breed max. 2,50m hoog Reclame-uiting Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 28
Criteria: • All black zonnepanelen, geen aluminium omlijsting • Geen ‘willekeurige’ positie van zonnepanelen, • Warmtepompen zo min mogelijk in het zicht 3.9 Duurzame energie Om het contrast met pv-panelen zo klein mogelijk te maken worden alle daken uitge - voerd in zwarte of antraciet pannen. Zonnepanelen kunnen worden toegepast in ‘all black’, het is niet toegestaan om een aluminium omlijsting te plaatsen. De positie van de zonnepanelen mag niet willekeurig geplaatst worden. De panelen zo veel mogelijk geïntegreerd in het ontwerp. Bijvoorbeeld door het ritme van panelen mee te laten doen in het ritme van ramen en andere elementen in de voorgevel en het dak. Warmtepompen zo min mogelijk in het zicht plaatsen. Geen rode (oranje) dakpannen Geen ‘willekeurige’ positie, Geen aluminium omlijsting All black zonnepanelen Zwarte (antraciete dakpannen Eenduidige positie (‘samenhangende compositie’) Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 29
3.10 Klimaatadaptatie en hittestress Hemelwater dat afstroomt van (verharde) private oppervlakten zoals daken en tuinen wordt afgekoppeld van het gemengde openbare rioleringsstelsel. Het afstromend wa- ter kan herbruikt worden (circulariteit), afwateren richting een groenzone en water - doorlatende verharding om daar te infiltreren. Het op grotere schaal afkoppelen van re- genpijpen ontlast het rioolstelsel. Dit principe is het meest interessant om toe te passen bij het realiseren van een waterbergende (groen)voorziening. Een regenton is wellicht de meest eenvoudige manier om hemelwater op te vangen. Deze vorm van waterber - ging is eenvoudig te koppelen aan de bestaande regenpijp. Het opgevangen water kan worden hergebruikt voor het bewateren van de tuin of voor schoonmaakwerkzaamhe- den. Een regenwaterschutting is een zeer platte variant van de regenton en kan worden gebruikt als erfafscheiding. Het voordeel hiervan is dat het relatief weinig ruimte in beslag neemt. Waterspuwer ‘Hemelwater-steen’ Overstortsteen Afkoppelen op eigen terrein Waterspuwer met creatieve afwatering Aanbevelingen: • Afkoppelen van regenpijpen ontlast het rioolstelsel. • Hemelwater opvangen voor waterberging.
• Afstromend water herbruiken (circulariteit) of afwateren naar groenzones natuurinclusief klimaatadaptief beleving kosten verminderen hittestress voedsel - variatie belevingswaarden indicatie aanlegkosten indicatie beheerskosten Natuur- en klimaatscore Referenties verminderen wateroverlast tegengaan droogte veiligheid - verblijf verbinding - verplaatsing 35 16. Regenton / bovengrondse waterberging Een regenton is wellicht de meest eenvoudige manier om hemelwater op te vangen. Deze vorm van waterberging is eenvoudig te koppelen aan de bestaande regenpijp. Het opgevangen water kan worden hergebruikt voor het bewateren van de tuin of voor schoonmaak-werkzaamheden. Een slimme regenton is gekoppeld aan de weersvoorspelling, zodat deze kan worden geleegd voor de verwachte extreme neerslag. Een regenwaterschutting is een zeer platte variant van de regenton en kan worden gebruikt als schutting. Het voordeel hiervan is dat het relatief weinig ruimte in beslag neemt. REGENTON Regeton design - Bron: Studio Bas Sala Kleine regenbuffer voor bevloeiing van tuinplantenGrote regenton GEBOUW Afkoppelen hemelwater van privaat domein: Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 30
natuurinclusief klimaatadaptief beleving kosten verminderen hittestress voedsel - variatie belevingswaarden indicatie aanlegkosten indicatie beheerskosten Referenties Natuur- en klimaatscore verminderen wateroverlast tegengaan droogte veiligheid - verblijf verbinding - verplaatsing 34CENTRUMKWADRAAT ENSCHEDE KLIMAATBESTENDIG EN NATUURINCLUSIEF 15. Afkoppelen hemelwater van privaat domein In dit principe wordt het verzamelde hemelwater dat afstroomt van (verharde) private oppervlakten zoals daken en tuinen afgekoppeld van het bestaande (al dan niet) gemengde openbare rioleringsstelsel. Het afstromend water kan ofwel herbruikt worden (circulariteit) of afwateren richting een groenzone of waterdoorlatende verharding om daar te infiltreren. Indien dit niet mogelijk is kan het ondergronds aangesloten worden op een gescheiden rioleringsstelsel. Dit principe is het meest interessant om toe te passen bij het realiseren van een waterbergende (groen)voorziening. Het op grotere schaal afkoppelen van regenpijpen ontlast het rioolstelsel.
Regen wordt direct afgevoerd naar de geveltuin Zichtbare afwatering van private regenpijpen via een molgootje, referentie: Ramboll Studio Dreiseitl - Arkadien, Winnenden Afkoppel tegel bij een project in Maasbracht, referentie: GWW Totaal GEBOUW Kleine regenbuffer voor bevloeiing van tuinplanten Regenton als schutting Slimme regenton Regenton in de tuin Regenton in de tuin als bloempot Regenton/ bovengrondse waterberging: Beeldkwaliteitplan Betap Crilux | Steenwijk Zuidoost 31
3.11 Natuurinclusieve maatregelen Door natuurinclusief te bouwen wordt niet alleen bijgedragen aan de waterhuishouding van het plan maar de toepassing van groene daken of gevels heeft tevens een verkoe- lend effect. Daarnaast zijn deze ook zeer geschikt voor de leefomgeving van insecten en vogels. Het ontwikkelen van mens- en milieuvriendelijke woonmilieus biedt kansen om meer te vergroenen en verhardingen in de private en openbare ruimte tegen te gaan. Bewoners kunnen betrokken worden bij het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van het groen. Zo ontstaat er gevoel van eigenaarschap en bewustwording. In basis komt het erop neer dat er gezorgd wordt voor nestgelegenheid en voedsel. Dit kan door op slimme plekken extra groen toe te voegen of in de woningen nestgelegen- heden te bouwen. De insteek is dit te doen voor soorten die nu al in de directe omge - ving leven zoals de gewone dwergvleermuis, gierzwaluw, huismus, zwarte roodstaart, egel, wilde bijen en vlinders. Dit soort maatregelen dienen meegenomen te worden bij de ontwikkeling, aangezien ze voor het behoud van deze soorten cruciaal zijn. Andere maatregelen van natuurinclusief bouwen zijn groene gevels (bijvoorbeeld als kopgevel) en groene daken (in overleg met gemeente en ecogroen nader te bepalen). Dit zijn toepassingen die zowel voor de waterhuishouding als voor vogels en insecten van toe- gevoegde waarde zijn.
Natuurinclusief bouwen en ontwerpen gebruikt onder meer de mogelijkheden van da - ken en gevels. Groene daken zorgen voor een geringere opwarming van het dakop- pervlak, ze houden regenwater vast en hebben een positief effect op biodiversiteit. Extensieve groendaken werken verkoelend in de zomer en werken als een extra deken in de winter. Op groendaken wordt het regenwater opgeslagen in planten en in het substraat. Ook is het mogelijk om een dunne laag kratten aan te brengen onder de ve- getatie voor extra ruimte voor het bergen van hemelwater. Door verdamping verdwijnt een gedeelte van het water weer terug in de atmosfeer. Bij het streven naar een hoge biodiversiteit is het belangrijk om waar mogelijk platte en licht hellende daken van een groen dak te voorzien en vooral te werken met inheems plantmateriaal (in overleg met gemeente en ecogroen nader te bepalen). Op dergelijke daken zijn plantensoorten van droge, zandige, voedselarme en zonnige omstandigheden het best op hun plaats en leiden tot een verhoging van de biodiversiteit. Sedumdaken met vetplanten als muur - peper, tripmadam en wit vetkruid zijn kant en klaar te koop en kunnen worden verrijkt door lage inheemse planten van droge en voedselarme omstandigheden bij te zaaien. Ook zijn lokale inheemse zaadmengsels beschikbaar om groene daken mee te creëren (Eco groen, 2022).
Groendaken kunnen gecombineerd worden met zonnepanelen. Het rendement van de panelen is zelfs hoger door de lagere temperatuur van het dak. Daarnaast draagt een groen dak bij aan de levensduur van de dakbedekking. Begroeide gevels kunnen ontstaan door klimplanten die zich hechten aan het gevelop- pervlak. Er zijn echter ook klimplanten die klimhulp nodig hebben. Architectuur, plant - soort en oriëntatie van de gevel hangen daarom sterk samen. Naar gelang de soort kan worden gekozen voor een ruw hechtoppervlak, een raster of kabels. Een groene gevel vormt als het ware een extra laag op de gebouwschil en biedt schuilplaatsen voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Sommige vogels kunnen hier zelfs hun nest bouwen en bij andere vogels kan het groen goed gecombineerd worden met nestvoor- zieningen. Daarbij vangt gevelbeplanting veel fijnstof af. Voor een geveltuin is een strook van circa 60 centimeter breed al genoeg om planten te laten uit groeien. Door een geveltuin te beplanten met (inheemse) vaste nectarplanten, lage en hoge besdragende en/of dichte heesters en klimplanten wordt een geschikt biotoop aangelegd voor insecten en vogels (Eco groen, 2022). Een groene gevel kan ook als ladder dienen om naar een hoger gelegen groendak te kunnen migreren. Kabels of een pergola constructie kunnen de klimplanten ook horizontaal laten groeien en zo voor schaduw zorgen.