Scheerwolde - Woldlakeweg 2.pdf
Tekst van het document
Relevant beleid Het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het waterbeheerplan 2016-2021. Specifiek voor het stedelijke gebied heeft het waterschap het beleid geformuleerd in Water Raakt! Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden geen wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater.
Voorkeursbeleid hemelwater 30 Toelichting (ontwerp) bestemmingsplan Scheerwolde - Woldlakeweg 2 Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Met de beoogde ontwikkeling wordt aangesloten op het beleid van het waterschap. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Daarom wordt hemelwater geïnfiltreert. Momenteel wordt onderzocht of dit door middel van een wadi gaat gebeuren of dat er ondergrondse infiltratie wordt toegepast.
Toelichting (ontwerp) 31 bestemmingsplan Scheerwolde - Woldlakeweg 2 Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. 5.2 Toelichting op de bestemmingen Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2 Het gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente IJsselham, sextie x, nummer 772 dat in de huidige situatie de bestemming 'Agrarisch' heeft, krijgt met de beoogde ontwikkeling de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2'. Hiermee heeft het hele perceel aan de Woldlakeweg 2 dezelfde enkelbestemming. Het bouwvlak dat op het perceel ligt, wordt tevens met deze bestemming vergroot. Hiermee wordt de uitbreiding van de ligboxenstal mogelijk gemaakt.
Agrarisch Het deel van perceel kadastraal bekend gemeente IJsselham, sectie x, nummer 1055 wat voorheen als agrarisch bouwperceel (met de bestemming Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2) was bestemd, krijgt in dit bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch'. Deze grond is in de huidige situatie in gebruik als weiland en zal ook in de toekomstige situatie niet als bouwperceel worden aangewend. Waarde - Archeologie 2 Een groot deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de mogelijke archeologische waarden die in het gebied voorkomen. Ter plaatse is een omgevingsvergunning nodig wanneer het te bouwen oppervlakte groter is dan 2.500 m² (buiten de bebouwde kom). 32 Toelichting (ontwerp) bestemmingsplan Scheerwolde - Woldlakeweg 2 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. 6.1 Economische uitvoerbaarheid De economische uitvoerbaarheid van een plan wordt in eerste instantie bepaald door de financiële haalbaarheid ervan. Daarnaast is de grondexploitatieregeling uit de Wro van belang voor de economische uitvoerbaarheid. Deze regeling bepaalt dat de gemeente de door haar gemaakte kosten kan verhalen.
Het kostenverhaal heeft dus ook invloed op de haalbaarheid van het plan. Financiële haalbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. Aangenomen wordt dat deze over de financiële middelen beschikt om het plan uit te kunnen voeren en alle kosten voor de uitvoering voor rekening neemt. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, woningbouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De gemeente moet, volgens de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de gemaakte gemeentelijke kosten verhalen op de initiatiefnemers van de ontwikkeling. Dit geldt overigens alleen wanneer sprake is van bouwplannen, zoals opgenomen in het Bro.
Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. De gronden waarop de ontwikkelingen plaatsvinden, zijn eigendom van de initiatiefnemers. De realisatie heeft plaatsgevonden voor rekening en risico van initiatiefnemers en kende derhalve geen financiële risico's voor de gemeente. De kosten die verbonden zijn aan het doorlopen van de procedure worden verhaald op de initiatiefnemer op basis van de legesverordening. Mogelijke planschadekosten zijn eveneens voor rekening van de initiatiefnemer, hiervoor is een overeenkomst met de gemeente opgesteld. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In deze paragraaf worden, wanneer deze beschikbaar zijn en indien noodzakelijk, de resultaten van het overleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening uiteengezet. Ook de resultaten van de inspraak dan wel ter visie legging worden hier uiteengezet wanneer deze beschikbaar is. Belanghebbenden De omgeving is door de initiatief op 25 juni 2021 nogmaals op de hoogte gesteld van het plan en hebben het plan gezamelijk ondertekend. Vanuit de omgeving zijn geen bezwaren tegen het voornemen.
Overleg Toelichting (ontwerp) 33 bestemmingsplan Scheerwolde - Woldlakeweg 2 Omdat de gemeente de belanghebbenden wil betrekken bij de planvorming, wordt op basis van de Inspraakverordening van de gemeente het plan in deze periode aangeboden aan overlegpartners. De uitkomsten hiervan worden te zijner tijd verwerkt in dit hoofdstuk. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijzen in te dienden. Vaststelling Vervolgens wordt het bestemmingsplan vastgesteld. Uiteindelijk is tegen het vaststellingsbesluit beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. 34 Toelichting (ontwerp) bestemmingsplan Scheerwolde - Woldlakeweg 2 Bijlagen toelichting Bijlagen toelichting (ontwerp) 35 bestemmingsplan Scheerwolde - Woldlakeweg 2 Bijlage 1 Situatie tekening 36 Bijlagen toelichting (ontwerp) kadastrale gemeente sectie nummer schaal SITUATIE Ijsselham X 772 1:2000 N W O Z bestaande ligboxenstal uitbreiding ligboxenstal bestaande boerderij 22200 200 5000 5000 5000 2460 4400 4400 4400 4400 4400 4400 4400 4400 4400 4400 4400 4400 100 2400 3000 6500 3000 2200 2500 2400 100 voergang voergang tanklokaal melkstal 260 4600 4600 4600 4600 4600 140 voergang 20 ligplaatsen breed: 1150mm 70460 23400 18-22 mnd. 16 ligplaatsen JVE 10-18 mnd.
16 ligplaatsen JVE 6-10 mnd. 16 ligplaatsen JVE 2-6 mnd. 16 ligplaatsen JVE droge koeien 15 ligplaatsen GVE afkalfbox 16 ligplaatsen breed: 1150mm 18 ligplaatsen breed: 1100mm ligboxen 1100mmligboxen 950mmligboxen 800mmligboxen 600mm15 droge koeien 1150mm stroboxstrobox 6 JVE 6 JVE uitbreiding bestaande ligboxenstal machine kamer 110 ligboxen ca. 110 vreetplaatsen inrichtinggrens inrichtinggrensinrichtinggrens inrichtinggrens inrichtinggrens inrichtinggrens A A E E C C B B D D won ing prive Woldlakeweg erfverharding erfverharding erfverharding erfverharding erfverharding dieseltank 2000ltr. wa genberging stro en hooi opslag privé ruwvvoer opslag balen ruwvvoer opslag balen ruwvvoer opslag balen ruwvvoer opslag balen ruwvoer opslag ruwvoer opslag balen ruwvvoer opslag balen inrichtinggrens inrichtinggrens 30660 18950 26250 12950 6230 7230 vaste mestopslag inrichtinggrens kunstmest silo voer silo melktank mixput mixput emissie arme vloer emissie arme vloer 40 ligplaatsen breed: 1100mm 6 ligplaatsen breed: 1100mm 2 ligplaatsen 8 ligplaatsen breed: 1100mm bestaande ligboxstal uitbreiding ligboxstal erf singel erfsingels erfsingels aanplanten met streek eigenbeplanting erfsingels aanplanten met streek eigenbeplanting erfsingels aanplanten met streek eigenbeplanting 7200+bk. nok 2700+bk. goot peil = 0bk. rooster 1830-ok. kelder 21° 10250+bk. nok 2700+bk. goot peil = 0bk.
rooster 6500+bk. nok peil = 0bk. rooster 2700+bk. goot 1000-25° 5000+bk. nok 2640+bk. goot peil = 0bk. vloer 11300+bk. nok 2400+bk. goot peil = 0bk. vloer 45° Streekeigen beplanting Quercus robur = zomereik 40 % Acer rubrum = esdoorn 20 % Alnus glutinosa = els 20 % hoeveelheid soort maat 10-12 cm 10-12 cm 10-12 cm Liquidambar styraciflua = amberboom 20 % 10-12 cm Bomen Salix aurita = geoorde wilg Cornus sanguinea = kornoeille Acer campestre = veldesdoorn soort maat 60-100 cm 60-100 cm 60-100 cm Betula nigra = zwarte berk 100-125 cm Bosplantsoen - plantafstand 1.5 x 1.5m project opdrachtgever D e z e t e k e n i n g b l i j f t o n s e i g e n d o m e n m a g z o n d e r o n z e t o e s t e m m i n g n i e t w o r d e n g e k o p i e e r d © c o p y r i g h t B o u w k u n d i g B u r e a u H a v e r k a m p schaal formaat project nr. blad nr. Tsjûkemarwei 2 8521 NA Sint Nicolaasga 0513 432888 info@bbhaverkamp.nl www.bbhaverkamp.nl kenmerk 2 1 versie 3 Uitbreiding ligboxenstal Dhr. G.H. Schipper Woldlakeweg 2 8371 TC Scheerwolde Woldlakeweg 2 8371 TC Scheerwolde P-91 20138 1:200 594x1260 20138 / 06 / P-91 / 10-07-2020 H.A.T. 30-04-2021 H.A.T. vooroverleg 05-07-2021 H.A.T.
05-07-2021 schaal 1 : 200 plattegrond nieuw schaal 1 : 200 Doorsnede A-A schaal 1 : 200 Doorsnede B-B schaal 1 : 200 Doorsnede C-C schaal 1 : 200 Doorsnede D-D schaal 1 : 200 Doorsnede E-E bestemmingsplan Scheerwolde - Woldlakeweg 2 Bijlage 2 Ecologisch onderzoek 38 Bijlagen toelichting (ontwerp) DE HEER G. H. SCHIPPER QUICKSCAN ECOLOGIE WOLDLAKEWEG 2 SCHEERWOLDE 24 MAART 2021 WSP NEDERLAND B.V. ORIONWEG 28 8938 AH LEEUWARDEN wsp.com PROJECTNUMMER SOL016341 DOCUMENTNUMMER SOL016341.RAP001., versie 1.0
COLOFON CONTACTPERSOON WSP NEDERLAND B.V. De heer ing. W.H. Lemstra Tel: +31 6 212 683 07 Email: Walter.Lemstra@wsp.com OPDRACHTGEVER De heer G.H. Schipper Woldlakeweg 2 8371 TC Scheerwolde AUTORISATIE PROJECTNUMMER DOCUMENTNUMMER VERSIE STATUS SOL016341 SOL016341.RAP001. 1.0 Definitief OPGESTELD DOOR FUNCTIE DATUM PARAAF De heer L. Westenbroek Junior Adviseur 24 maart 2021 GOEDGEKEURD DOOR FUNCTIE DATUM PARAAF De heer ing. W. Lemstra Ecoloog 24 maart 2021
INHOUDS- OPGAVE 1 INLEIDING 5 2 PLANGEBIED 6 2.1 Planontwikkeling 8 3 WETTELIJK KADER 9 4 ONDERZOEKSOPZET 11 4.1 Beschikbare gegevens 11 4.2 Veldbezoek 11 4.3 Effectenbeoordeling 11 5 BESCHERMDE SOORTEN 12 5.1 planten 12 5.2 Grondgebonden zoogdieren 13 5.3 Vleermuizen 13 5.4 Amfibieën en reptielen 14 5.5 Vogels 14 6 BESCHERMDE GEBIEDEN 15 6.1 Natura 2000-gebieden 15 6.2 Natuurnetwerk Nederland 16 7 EFFECTBEOORDELING 17 7.1 Toetsing beschermde soorten 17 7.2 Toetsing beschermde gebieden 18 7.3 Conclusie 18 7.4 Geldigheid onderzoeksgegevens 19 OVERZICHT BIJLAGE(N) Bijlage 1 — Regionale ligging Bijlage 2 — Literatuurlijst Bijlage 3 — Wetgeving en beleid Quickscan Ecologie Woldlakeweg 2 Scheerwolde SOL016341, versie 1.0 De heer G. H. Schipper WSP 24 maart 2021 pagina 5/19 1 INLEIDING WSP Nederland B.V. heeft een quickscan ecologie uitgevoerd ter plaatse van het plangebied aan de Woldlakeweg 2 te Scheerwolde. Aanleiding voor deze quickscan is de voorgenomen uitbreiding van de huidige ligboxenstal. De quickscan ecologie vormt de eerste fase in het kader van de procedure van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) en Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN). In bijlage 1 wordt de natuurwetgeving en het natuurbeleid nader toegelicht. De voorliggende toets leent zich niet direct voor een eventueel noodzakelijke ontheffingsaanvraag voor de geplande planontwikkeling.
Het doel van de quickscan is, om op basis van een literatuuronderzoek en een veldonderzoek, een inschatting te maken of: - Beschermde planten- en diersoorten in het plangebied of directe omgeving (binnen een straal van maximaal 2 kilometer) van het plangebied kunnen voorkomen. Gezien binnen het plangebied geen open water aanwezig is en de watergang ten zuiden van het plangebied bij de herontwikkeling ongemoeid blijft wordt het voorkomen van beschermde vissensoorten uitgesloten; - De planontwikkeling mogelijk effect(en) heeft op de al dan niet aanwezige beschermde planten - en diersoorten en daarmee mogelijk strijdig is met de soortenbescherming conform de Wnb; - Een noodzaak aanwezig is voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar de mogelijk voorkomende beschermde planten- en diersoorten, door een gerichte veldinventarisatie volgens de geldende protocollen; - De planontwikkeling plaatsvindt in of nabij een beschermd natuurgebied (Natura 2000-gebied) of het NNN en of daarbij sprake is van de noodzaak voor nadere toetsing en vergunning in het kader van gebiedsbescherming conform de Wnb, inclusief externe werking en/of het provinciale beleid omtrent h et NNN. Zowel bij mogelijke effecten als bij onvoldoende gegevens over de mogelijke aanwezige beschermde soorten of gebieden, volgt doorgaans het advies voor het uitvoeren van een nader onderzoek en/of toetsing.
Op basis daarvan kan een vergunning en/of ontheffing bij het bevoegd gezag aangevraagd worden. Als in het plangebied geen beschermde soorten of functies (onder andere verblijfplaatsen) aanwezig zijn , en het plangebied geen functie heeft voor deze soorten is het aanvragen van een ontheffing en het nemen van soortgerichte maatregelen niet noodzakelijk. Bij het voorkomen van algemene (niet strikt beschermde) soorten geldt wel de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb). WSP Nederland B.V. is door Kiwa gecertificeerd voor de ISO 9001- en de 14001-normen en heeft een eigen kwaliteitssysteem. De medewerkers van WSP Nederland B.V. voor de uitvoer van flora- en faunaonderzoeken zijn allen VCA gecertificeerd. Daarnaast is WSP actief lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Quickscan Ecologie Woldlakeweg 2 Scheerwolde SOL016341, versie 1.0 De heer G. H. Schipper WSP 24 maart 2021 pagina 6/19 2 PLANGEBIED Het plangebied ligt aan de Woldlakeweg 2 te Scheerwolde. (zie figuur 2.1 en bijlage 1 voor de regionale ligging). Het plangebied betreft de achtergevel van de bestaande ligboxenstal, de betonverharding achter de ligboxenstal en een stukje braakliggende grond tussen de betonverharding achter de stal en de ruwvoeropslag verharding. De achterwand en de zijwanden van de ligboxenstal zijn opgetrokken uit een gemetselde bakstenen muur zonder spouw.
Een deel van de achtergevel is bekleed met ijzeren damwandplaten. Het (enkelzijdige) dak bestaat uit golfplaten zonder een isolatieruimte. De nok bestaat uit een deels open lichtstraat. Aan de zuidoostkant , tussen de stal en de watergang, bevinden zich bosschages bestaande uit o.a. hulst, wilg, berk. De figuren 2.2 t/2.9 geven een impressie van het plangebied. Figuur 2.1: Ligging plangebied (rood omlijnd) Figuur 2.2: Achtergevel stal Figuur 2.3: Zijgevel stal noordwesttzijde
Quickscan Ecologie Woldlakeweg 2 Scheerwolde SOL016341, versie 1.0 De heer G. H. Schipper WSP 24 maart 2021 pagina 7/19 Figuur 2.4 Zijgevel stal zuidoostzijde Figuur 2.5: Binnenzijde stal Figuur 2.6: Plangebied, achterzijde stal Figuur 2.8: Bosschages/bomenrij langs zuidzijde van de stal Figuur 2.7: Braakliggend terrein tussen de betonverharding (achterzijde plangebied) en de ruwvoeropslag verharding Figuur 2.9: Bosschages/bomenrij langs zuidzijde van de stal
Quickscan Ecologie Woldlakeweg 2 Scheerwolde SOL016341, versie 1.0 De heer G. H. Schipper WSP 24 maart 2021 pagina 8/19 2.1 PLANONTWIKKELING De planontwikkeling betreft het verlengen van de bestaande ligboxenstal. Hierbij zal de achtergevel van de stal worden verwijderd. Er wordt van uitgegaan dat de bestaande bosschages/bomenrij langs de watergang en de aanwezige watergang aan de zuidoostkant van de stal ongemoeid worden gelaten. Ook wordt ervan uitgegaan dat er ter plaatse van de zuidwestzijde van de ligboxenstal geen werkzaamheden plaatsvinden. Quickscan Ecologie Woldlakeweg 2 Scheerwolde SOL016341, versie 1.0 De heer G. H. Schipper WSP 24 maart 2021 pagina 9/19 3 WETTELIJK KADER De Wnb voorziet in de bescherming van Natura 2000-gebieden, planten- en diersoorten (zie bijlage 1). De basis wordt gevormd door de zorgplicht (artikel 1.11; zie box 1). Box 1: Zorgplicht Een belangrijk overkoepelend instrument is de zorgplicht (artikel 1.11), waarin gesteld wordt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
Deze zorg houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor alle in het wild levende dieren en planten: - Dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel; - De noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of; - Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Het nalaten van de zorgplicht (voor alle in het wild levende dieren) is een overtreding van de Wnb en kan gevolgen hebben. 3.1 SOORTENBESCHERMING In de Wnb onderdeel soortenbescherming zijn, op basis van internationale afspraken, drie beschermingsregimes opgesteld voor strikt beschermde soorten (zie tabel 3.1). Tabel 3.1: verboden uit de Wet natuurbescherming SOORTEN ARTIKEL VERBODEN Vogelrichtlijn-soorten 3.1 Lid 1. Opzettelijk doden/vangen Lid 2. Opzettelijk vernielen, wegnemen of beschadigen van nesten/eieren Lid 3. Eieren rapen/onder zich hebben Lid 4 en 5. Opzettelijk verstoren (indien van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding) Habitatrichtlijn-soorten, soorten uit bijlage I en II van de Bern conventie en bijlage I van de Bonn conventie 3.5 Lid 1. Opzettelijk doden/vangen Lid 2. Opzettelijk verstoren Lid 3. Eieren te rapen of vernielen Lid 4. Beschadigen of vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen Lid 5.
Opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten Andere beschermde soorten 3.10 Lid 1 a. Opzettelijk doden/vangen van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden (vernoemd in onderdeel A) Lid 1 b. Beschadigen of vernielen van rust- en voortplantingsplaatsen van soorten (als bedoeld in onderdeel A) Lid 1 c. Opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten (als bedoeld in onderdeel B) Voor de eerste twee beschermingsregimes sluiten deze nauw aan bij de verboden en uitzonderingen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere soorten geldt een minder strikt regime. Elk van de drie beschermingsregimes kent zijn eigen soortenlijsten met daarbij eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffingsverlening. Quickscan Ecologie Woldlakeweg 2 Scheerwolde SOL016341, versie 1.0 De heer G. H. Schipper WSP 24 maart 2021 pagina 10/19 3.2 GEBIEDENBESCHERMING De Wnb onderdeel ‘Gebieden’ voorziet in de bescherming van natuurgebieden van Europees belang welke behoren tot het Natura 2000-netwerk. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen.
Naast de wettelijke bescherming van de Natura 2000-gebieden heeft Nederland de bescherming van andere gebieden planologische vastgelegd. Onder de planologische bescherming vallen onder andere weidevogelgebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van het NNN vindt plaats door toetsing van de bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen aan het NNN -beleid. Quickscan Ecologie Woldlakeweg 2 Scheerwolde SOL016341, versie 1.0 De heer G. H. Schipper WSP 24 maart 2021 pagina 11/19 4 ONDERZOEKSOPZET Het voorliggende onderzoek bestaat uit het raadplegen van beschikbare gegevens (paragraaf 4.1), gevolgd door een veldbezoek (paragraaf 4.2) en tot slot een effectenbeoordeling (paragraaf 4.3) van de beschikbare gegevens en het veldbezoek. Hieruit worden conclusies getrokken en advies gegeven met betrekking tot de Wet natuurbescherming en globale toetsing van het provinciaal beleid. 4.1 BESCHIKBARE GEGEVENS Grote delen van Nederland zijn in de afgelopen jaren reeds onderzocht op aanwezige beschermde soorten. De gegevens afkomstig van deze onderzoeken worden grotendeels gepubliceerd in boeken (soortverspreidingsatlassen), rapportages of zijn op internet te raadplegen. De geraadpleegde literatuur en internetbronnen staan weergegeven in de literatuurlijst.
Tevens is gebruik gemaakt van de informatie uit de Nationale Databank Flora en Fauna van 2011 tot en met 2021 (NDFF, 2021). De beschikbare gegevens over het voorkomen van beschermde natu urwaarden in en binnen de invloedsfeer (binnen een straal van maximaal twee kilometer) van het plangebied zijn voorafgaand aan het veldbezoek geanalyseerd en in het veld geverifieerd. 4.2 VELDBEZOEK Inzicht in het voorkomen van beschermde soorten wordt verkreg en door het uitvoeren van een oriënterend veldbezoek. Met dit veldbezoek kan beoordeeld worden of de soorten die in de bestaande gegevens zijn genoemd, ook daadwerkelijk in het gebied voorkomen of verwacht kunnen worden. Daarnaast wordt beoordeeld of ook a ndere beschermde soorten voorkomen of te verwachten zijn op basis van de aanwezige terreinkenmerken en het beheer. Het veldonderzoek is door WSP Nederland B.V. op 4 maart 2021 uitgevoerd door de heer L. Westenbroek. Ten tijde van de inspectie was het gemiddeld 4oC, bewolkt met een zwakke noordenwind (2 Bft). 4.3 EFFECTENBEOORDELING De omvang van de werkzaamheden en de veranderingen die worden aangebracht in het plangebied vormen de basis voor de effectenbeoordeling (zie paragraaf 2.2). De effectenbeoordeling h oudt rekening met tijdelijke effecten (gedurende de uitvoering van de werkzaamheden) en langdurige effecten (na de uitvoering).
In hoeverre het mogelijk is om een complete effectenanalyse te maken, is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de uit te voeren werkzaamheden en uitvoeringsplanning. In de effectenbeoordeling wordt ervan uitgegaan dat de werkzaamheden gedurende daglichtperiode worden uitgevoerd. Omdat de exacte werkzaamheden en uitvoeringsperiode en -duur nog niet bekend zijn, wordt in de effectenbeoordeling aangegeven in welke periode veel dan wel weinig (of geen) effecten worden verwacht. Wanneer aanvullend onderzoek noodzakelijk blijkt, is dat beschreven. Quickscan Ecologie Woldlakeweg 2 Scheerwolde SOL016341, versie 1.0 De heer G. H. Schipper WSP 24 maart 2021 pagina 12/19 5 BESCHERMDE SOORTEN 5.1 PLANTEN Uit verspreidingsgegevens blijkt dat in de omgeving van het pla ngebied (tot twee kilometer) de afgelopen tien jaar geen beschermde plantensoorten zijn aangetroffen (NDFF, 2021). Tijdens het veldbezoek zijn nagenoeg geen planten op planlocatie aangetroffen. De locatie bestaat namelijk uit een betonverharding een stuk braakliggend terrein. Dit braakliggende terrein bleek tijdens het veldbezoek nauwelijks begroeid (zie figuur 5.1).
Op basis van de terreinkenmerken, het beheer, habitateisen en recente verspreidingsgegevens wordt het voorkomen van beschermde plantensoorte n binnen het plangebied en binnen de invloedsfeer van het plangebied uitgesloten. Figuur 5.1: Braakliggende terrein in plangebied
Quickscan Ecologie Woldlakeweg 2 Scheerwolde SOL016341, versie 1.0 De heer G. H. Schipper WSP 24 maart 2021 pagina 13/19 5.2 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN Vanuit de verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) zijn in de omgeving van het plangebied diverse waarnemingen bekend van grondgebonden zoogdieren. Voor een aantal van de mogelijk voorkomende soorten (onder andere: bosmuis, ree, egel, veldmuis) geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling (Provincie Overijssel, 2016). Voor de in de omgeving (tot twee kilometer) van het plangebied voorkomende boommater, bunzing, damhert, das, eekhoorn, hermelijn, otter, steenmarter, wezel en waterspitsmuis gel dt geen vrijstelling. Gezien het ontbreken van geschikt habitat (planlocatie bestaat uit braakliggende onbegroeid terrein, beton verharding en gemetselde muur zonder spouw) wordt het voorkomen van de boommater, damhert, das, otter en eekhoorn op voorhand uitgesloten. Binnen en direct rondom het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen vraatsporen, looproutes, uitwerpselen of andere sporen waargenomen die duiden op aanwezigheid grondgebonden zoogdieren. Het voorkomen van verblijfplaatsen van marterachtigen (bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel) binnen het plangebied wordt uitgesloten. Mogelijk wordt het plangebied wel gebruikt als niet essentieel foerageergebied.
De planontwikkeling leidt mogelijk tot een tijdelijk verlies aan niet essentieel foerageergebied. Gezien er voldoende alternatief foerageergebied beschikbaar is in de directe omgeving zijn negatieve effecten bij voorbaat uitgesloten. Daarnaast zijn er waarnemingen van de waterspitsmuis bekend. De waterspitmuis leeft langs schoon, niet voedse lrijk, vrij stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. De oever dient voldoende schuilmogelijkheden te bevatten waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken. De waterspitsmuis maakt relatief grote nesten van onder andere gras aan de oevers van de oeverzones. Het plangebied biedt geen habitat zoals hiervoor beschreven. Het voorkomen van andere strikt beschermde grondgebonden zoogdieren wordt uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikt habitat. 5.3 VLEERMUIZEN Vanuit de verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) zijn in de omgeving van het plangebied verschillende soorten vleermuizen waargenomen. Dit betreft de baardvleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en de watervleermuis. De binnen het plangebied aanwezige achtergevel van de stal biedt geen geschikt onderdak voor de in de omgeving voorkomende vleermuizen. Mede doordat er geen spouwmuur of tochtvrije verblijfplaatsen aanwezig zijn.
Binnen het plangebied zijn geen geschikte bomen (met holten) aanwezig. Het voorkomen van verblijfplaatsen van gebouw- en boombewonende soorten, binnen het plangebied, wordt uitgesloten. Het erf, de watergang, de bomenrij (langs de watergang) en het weilandperceel naast de stal bieden voldoende plekken waar vleermuizen kunnen foerageren. Mogelijk gebruiken de in de omgeving van het plangebied waargenomen vleermuissoorten het plangebied als onderdeel van het foerageergebied. De bomenrij langs de watergang, aan de zuidoostzijde van het plangebied, wordt mogelijk gebruikt als vliegroute. Aangezien de bomenrij buiten de scope van de werkzaamheden vallen en de werkzaamheden gedurende de dag periode plaatsvinden worden negatieve effecten op de vliegroute uitgesloten. Quickscan Ecologie Woldlakeweg 2 Scheerwolde SOL016341, versie 1.0 De heer G. H. Schipper WSP 24 maart 2021 pagina 14/19 De werkzaamheden leiden mogelijk tot een tijdelijk verlies aan niet essentieel foerageer gebied. Gezien de vleermuizen ’s nachts het plangebied kunnen blijven gebruiken als foerageergebied en er tevens voldoende alternatief foerageergebied beschikbaar is in de direct omgeving, zijn negatieve effecten bij voorbaat uitgesloten.
5.4 AMFIBIEËN EN REPTIELEN De verspreidingsgegevens van amfibieën en reptielen (NDFF, 2021) geven aan dat in de omgeving van het plangebied (tot twee kilometer) diverse soorten kunnen worden aangetroffen. Voor de binnen de omgeving van het plangebied voorkomende soorten bastaardkikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling (provincie Overijssel, 2016). In de omgeving van het plangebied is onder andere de heikikker waargenomen. De heikikker heeft een dui delijke voorkeur voor de landschapstypen heide, hoogveen, laagveen en half natuurlijk grasland met vegetatierijke watergangen. De kikker plant zich voort in ondiep, zon beschenen, voedselarm en vaak relatief zuur stilstaand water. Het plangebied biedt geen geschikt biotoop. Het voorkomen van de heikikker binnen of in de directe omgeving van het plangebied wordt uitgesloten. Daarnaast zijn er in de omgeving van het plangebied waarnemingen gedaan van de ringslang. De soort gebruikt (dood) opgehoopt organisch materiaal om eieren in af te zetten, zogeheten broeihopen. Door het ontbreken van broeihopen binnen en nabij het plangebied wordt het voorkomen van de ringslang binnen het plangebied uitgesloten.
De aanwezigheid van overige beschermde amfibieën- en reptielensoorten wordt op basis van verspreidingsgegevens en vanwege het ontbreken van geschikt habitat binnen het plangebied uitgesloten. Mogelijk wordt de watergang en de daaraan aangrenzende bosschages, aan de zuidzijde van de stal, gebruikt door algemene amfibieënsoorten. 5.5 VOGELS Algemene broedvogels Vanuit de verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) zijn verschillende waarnemingen bekend van algemene broedvogels i n de omgeving van het plangebied. De aanwezige stal, bosschages (aan de zuidzijde van de stal), het weilandperceel en de watergang met rietvegetatie biedt voldoende broedplekken voor algemene broedvogels. Op basis hiervan worden algemene broedvogels in de nabijheid van het plangebied verwacht. Vogels met een jaar rond beschermde nestplaats Vanuit de verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) zijn verschillende waarnemingen van jaarrond beschermde nesten bekend. Dit betreffen onder andere de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus, kerkuil, ooievaar, huismus, ransuil, roek, sperwer, steenuil en wespendief. Dit zijn overwegend boom-/gebouw bewonende soorten, behalve de grote gele kwikstaart die langs stromend water in een nis in een muur of ond er een brug een nest maakt. Tijdens het veldbezoek zijn binnen in de ligboxenstal foeragerende huismussen ( circa 20 exemplaren) waargenomen.
Binnen in de stal zijn geen nesten aangetroffen en zijn er, binnen het plangebied, geen nest indicerende waarnemingen gedaan van de huismus. De huismussen hebben hun verblijfplaatsen mogelijk in één van de andere stallen of binnen de zuidwestzijde van de onderhavige ligboxenstal. Tijdens het veldbezoek zijn in en binnen de invloedsfeer van het plangebied ook geen nes ten of aanwijzingen van de overige vogels met een jaarrond beschermd nest aangetroffen. Gezien het ontbreken van geschikte muren en dak binnen het plangebied (zuidoostelijke deel van de ligboxenstal) en het ontbreken van bomen met grote nesten op de locatie worden deze ook niet verwacht. Quickscan Ecologie Woldlakeweg 2 Scheerwolde SOL016341, versie 1.0 De heer G. H. Schipper WSP 24 maart 2021 pagina 15/19 6 BESCHERMDE GEBIEDEN Binnen dit hoofdstuk wordt de status van het plangebied beschreven als Natura 2000 -gebied (paragraaf 6.1) en NNN- gebied (paragraaf 6.2). 6.1 NATURA 2000-GEBIEDEN Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-geibed. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is de ‘Weerribben’’ op circa 800 meter afstand ten westen van het plangebied. In figuur 6.1 is het Natura 2000 -gebied ten opzichte van het plangebied weergegeven. Figuur 6.1: Ligging plangebied (rood omcirkeld) t.o.v. het Natura 2000-gebied (licht groen gearceerd)
Quickscan Ecologie Woldlakeweg 2 Scheerwolde SOL016341, versie 1.0 De heer G. H. Schipper WSP 24 maart 2021 pagina 16/19 6.2 NATUURNETWERK NEDERLAND Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NNN (zie figuur 6.2). Het dichtstbijzijnde NNN -gebied ligt op ongeveer 100 meter ten zuidwesten van het plangebied. Figuur 6.2: Ligging plangebied (rood omcirkeld) t.o.v. NNN -gebied (grijs gearceerd )
Quickscan Ecologie Woldlakeweg 2 Scheerwolde SOL016341, versie 1.0 De heer G. H. Schipper WSP 24 maart 2021 pagina 17/19 7 EFFECTBEOORDELING In dit hoofdstuk worden de effecten op de verwachte natuurwaarden besproken op basis van de in hoofdstuk 2 omschreven planontwikkeling. Op basis van de verwachte effecten wordt inzicht gegeven over de kans dat de werkzaamheden leiden tot een overtreding van de Wnb (tabel 3.1). Waar een overtreding niet zonder meer kan worden uitgesloten wordt, waar mogelijk, een praktisch advies gegeven om de werkzaamheden alsnog zonder ontheffing (en overtreding) te kunnen laten doorgaan. Deze informatie wordt overzichtelijk gepresenteerd in de conclusie (paragraaf 7.3). 7.1 TOETSING BESCHERMDE SOORTEN Op basis van het literatuuronderzoek, het veldbezoek en de planontwikkeling wordt geconcludeerd dat er beschermde soorten grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en algemene (broed)vogels verwacht worden binnen het plangebied. Algemeen beschermde zoogdieren In het plangebied komen naar verwachting algemeen beschermde grondgebonden zoogdieren (zoals veldmuis) voor waarvoor een vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkeling (Provincie Overijsel, 2016). Dit wil zeggen dat voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling geen ontheffing van de Wnb hoeft te worden aangevraagd.
Voor deze soorten geldt echter te allen tijde de zorgplicht (zie box 1 in paragraaf 3.1). Vleermuizen Het plangebied biedt voldoende plekken waar vleermuizen kunnen foerageren. Het is goed mogelijk dat het erf, de watergang met oever, bomenrij en het weilandperceel worden gebruikt als niet essentieel foerageergebied en/of als vliegroute. De werkzaamheden zorgen (mogelijk) voor een minimaal verlies aan foerageergebied, echter zijn er in de omgeving voldoende uitwijkmogelijkheden. Omdat de werkzaamheden tevens overdag plaatsvinden ondervinden de vleermuizen geen hinder van de werkzaamheden. De gunstige staat van instandhouding van de soorten komt hiermee niet in gevaar. Advies: Voor vleermuizen (en andere nacht actieve-/lichtgevoelige dieren zoals uilen) dient rekening te worden gehouden met mogelijk lichtverstoring. Door uitsluitend overdag te werken of vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken wordt verstoring van deze soorten voorkomen. Ook wordt aanbevolen in de toekomstige situa tie gebruik te maken van vleermuisvriendelijke verlichting. Vogels (algemeen) Het plangebied biedt in potentie mogelijkheden als broedlocatie van diverse algemene vogelsoorten. Werkzaamheden die tijdens de broedactiviteit worden uitgevoerd kunnen leiden tot verstoring of vernietiging van (nesten van) broedende vogels.
Verstoring van nesten met eieren of kuikens is niet toegestaan en hier wordt geen ontheffing voor verleend. Buiten het broedseizoen zijn onbezette nesten niet beschermd, behalve als het nesten van vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest betreft (zie bijlage 2). Advies: Werken buiten broedseizoen (globaal de periode tussen 15 maart tot 15 augustus) en/of broedvogelcheck laten uitvoeren. Quickscan Ecologie Woldlakeweg 2 Scheerwolde SOL016341, versie 1.0 De heer G. H. Schipper WSP 24 maart 2021 pagina 18/19 7.2 TOETSING BESCHERMDE GEBIEDEN Het plangebied heeft geen status als Natura-2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Weerribben) ligt op circa 800 meter ten westen van het plangebied. Gezien de aard van de ingreep en de afstand van het plangebied tot de Natura 2000-gebieden worden externe effecten zoals trillingen, verstoring door geluid en mechanische effecten niet verwacht, deze rijken doorgaans tot enkele honderden meters. Het Natura 2000-gebied ‘De Weerribben’ is aangewezen als stikstofgevoelig (linkeddata.overheid.nl). Gezien de aard van de ingreep doet het voornemen naar verwachting geen afbreuk aan de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. Om vast te stellen dat er geen stikstofdepositie optreedt op het Natura 2000-gebied wordt voorgesteld een stikstofberekening uit te voeren.
Het plangebied heeft geen status in het kader van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied is aanwezig op circa 100 meter ten westen van het plangebied. Het voornemen heeft door zijn locatie, aard en omvang geen negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Vanuit het provinciale natuurbeleid is er daarom geen bezwaar tegen de voorgenomen ingreep. Een nadere beoordeling (‘nee, tenzij’ -toetsing) is niet nodig. 7.3 CONCLUSIE De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van beschermde diersoorten.
Op basis van het bureauonderzoek en het oriënterend veldbezoek kunnen de volgende conclusies met betrekking tot beschermde natuurwaa rden worden getrokken: Tabel 7.1: Samenvatting aanwezige natuurwaarden in het plangebied SOORTGROEP (NEGATIEVE) EFFECTEN VAN DE WERKZAAMHEDEN ADVIES ONTHEFFING NOODZAKELIJK? Soortenbescherming (Wet Natuurbescherming) Planten Geen Geen Nee Grondgebonden zoogdieren Verstoring-/doden algemene soorten Zorgplicht Nee Amfibieën Verstoring-/ doden algemene soorten Zorgplicht Nee Vleermuizen Mogelijk verstoring wanneer werkzaamheden ’s nachts worden uitgevoerd Werken overdag-/ met vleermuisvriendelijke verlichting Nee Vogels (algemeen) Mogelijke verstoring van een vastgestelde broedplaats door de werkzaamheden Werken buiten broedseizoen-/ broedvogelcheck door ecoloog Nee Quickscan Ecologie Woldlakeweg 2 Scheerwolde SOL016341, versie 1.0 De heer G. H.
Schipper WSP 24 maart 2021 pagina 19/19 SOORTGROEP (NEGATIEVE) EFFECTEN VAN DE WERKZAAMHEDEN ADVIES ONTHEFFING NOODZAKELIJK? Vogels (jaarrond) Geen, ter plaatse van de zuidoostelijke wand (binnen plangebied; zie figuur 2.1) van de stal Mogelijk, ter plaatse van de zuidwestelijke deel van de stal Geen, ter plaatse van de zuidoostelijke wand (binnen plangebied; zie figuur 2.1) van de stal Nader onderzoek huismus wanneer er werkzaamheden worden uitgevoerd ter plaatse van het zuidwestelijke deel van de stal Geen, ter plaatse van de zuidoostelijke wand (binnen plangebied; zie figuur 2.1) van de stal Mogelijk Gebiedsbescherming (Wet Natuurbescherming en NNN) Natura 2000- gebieden Ja Mogelijk Stikstofberekening (advies) NNN-gebieden Geen; op geruime afstand Geen Nee Geen vervolgonderzoek/ acties noodzakelijk voor de geplande werkzaamheden De geplande werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd mits het gegeven advies wordt opgevolgd. Vervolgonderzoek: er is onvoldoende inzicht verkregen om de effecten van de werkzaamheden te bepalen Ontheffing is noodzakelijk. De werkzaamheden zullen leiden tot een negatief effect. 7.4 GELDIGHEID ONDERZOEKSGEGEVENS Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen.
Het bevoegd gezag hanteert over het algemeen de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens mogen maximaal 3 jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.” OVERZICHT BIJLAGE(N) Bijlage 1 — Regionale ligging van de onderzoekslocatie Bijlage 2 — Literatuurlijst Bijlage 3 — Wetgeving en beleid BIJLAGE 1 REGIONALE LIGGING LEGENDA 250 1.250m0 500 750 1.000 1: 25.000 Ligging onderzoekslocatie Schaal: Tekenaar: Gezien door: Bijlage: Datum: Formaat: Documentnaam: Projectnummer: Adres: Opdrachtgever: Titel: Kaartblad(en): Best4Best B.V. SOL016341 Regionale ligging Woldlakeweg 2 te Scheerwolde E.P. van Hunnik 22 maart 2021 L. Westenbroek 1 A4 SOL016341.dwg 16D Ondergronden zijn afkomstig van het Kadaster Orionweg 28 8938 AH Leeuwarden +3188 910 2000 www.wsp.com BIJLAGE 2 LITERATUURLIJST Literatuurlijst NDFF (2010-2021). Bekende verspreidingsgegevens van soorten ten opzichte van het plangebied, levering vanuit https://ndff-ecogrid.nl/ https://regelink.nl/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ Provincie Overijsel , 2016, Besluit van Gedeputeerde Staten van Overijsel van 8 juni 2016 BIJ12, 2017a, Kennisdocument grote modderkruiper ‘Misgurnus fossilis, d.d. juli 2017, bij12.nl.
Websites: www.pdok.nl/viewer www.sovon.nl www.telmee.nl www.zoogdiervereniging.nl BIJLAGE 3 WETGEVING EN BELEID Wetgeving en beleid WET NATUURBESCHERMING De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) vervangt vanaf 1 januari 2017 d e Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en de Boswet en voorziet hiermee in een gemoderniseerd wettelijk kader voor de bescherming van natuurgebieden, dier- en plantensoorten en houtopstanden. Een belangrijk deel van de in de wet opgenomen regels bestaat uit de omzetting van de internationale verplichtingen op het vlak van bescherming van de biologische diversiteit, in het bijzonder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wnb richt zich in basis op: - het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit, - het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van ma atschappelijke functies, en - het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. De wet geeft ook invulling aan de in het bestuursakkoord natuur gemaakte afspraken over decentralisatie van taken en verantwoordelijkheden van het Rijk naar de provincies.
De instrumenten en begrippenkaders van de Wnb zijn zo goed mogelijk afgestemd op andere onderdelen van het omgevingsrecht, in het bijz onder de toekomstige Omgevingswet. In de Wnb zijn, behalve meer algemene bepalingen over bevoegdheden, natuur - en landschapsbeleid, beleidsmonitoring en instrumenten ter bescherming van natuur en landschap ook specifieke regels opgenomen ter bescherming van bijzonder natuurwaarden. Het gaat dan in het bijzonder om de bescherming van natuurgebieden van Europees belang (Natura 2000-gebieden) en de bescherming van soorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen die een specifieke bescherming behoeven. Deze onderwerpen zullen hieronder worden toegelicht. ZORGPLICHT Een belangrijk overkoepelend instrument is de zorgplicht (artikel 1.11) waarin gesteld wordt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
Deze zorg houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaa kt voor in het wild levende dieren en planten: - dergelijke handelingen achterwege laat dan wel - indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatrege len treft om die gevolgen te voorkomen, of - voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk beperkt of ongedaan maakt (mitigatie). GEBIEDSBESCHERMING In de Wnb zijn regels opgenomen die de bescherming van natuurgebieden van Euro pees belang die behoren tot het Natura 2000-netwerk. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen. Voor plannen of projecten met mogelijke schadelijke handelingen is in de Wnb een vergunningensy steem opgenomen. Hier aan gekoppeld kan het bevoegd gezag preventieve dwingende maatregelen opleggen om schadelijke effecten te voorkomen. Op basis van de Wnb wordt alleen nog bescherming geboden aan de zogenaamde Natura 2000-gebieden, welke onderdeel zijn van het Europese netwerk van natuurgebieden. De eerder nationaal beschermde natuurmonumenten worden niet meer beschermd op grond van nationale wetgeving.
Wel kunnen provincies ‘bijzond ere provinciale natuurgebieden’ en bijzondere provinciale landschappen’ aanwijzen. Provincies kunnen eventueel zelf regelgeving opstellen voor deze gebieden. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van aangewezen habitats en soorten binnen de gebieden. Significant negatieve effecten op het beschermde gebied zijn niet toegestaan, tenzij sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang, er geen alternatieven voorhanden zijn en alle schade wordt gecompenseerd. De wet voorziet eveneens in het beschermen van het gebied tegen handelingen buiten het Natura 200 0-gebied met een mogelijk negatief effect op de beschermde habitats en hieraan gekoppelde soorten. Dit is geregeld op basis van de zogenaamde externe werking. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden komen de uitvoeringsbevoegdheden voor het overgrote deel b ij de provincies te liggen, met uitzondering van het aanwijzen van Natura 2000-gebieden en het vaststellen van de instandhoudingsdoelstellingen. Ten aanzien van de uitvoering is de provin cie waarin een ingreep plaatsvindt, bevoegd. Voor rijkswateren blijft de rijksoverheid bevoegd. SOORTENBESCHERMING De in de Wnb gestelde regels ter bescherming van soorten voorzien in voorschriften ter bescherming van de van nature in het wild levende planten- en diersoorten.
In dit deel staan de verplichte instrumenten van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern, Bonn en het biodiversiteitsverdrag centraal. Het is er op gericht om voor de beschermde soorten een gunstige staat van instandhouding te bereiken of te herstellen. VERBODSBEPALINGEN De verboden, afwijkingsmogelijkheden en andere beschermingsmiddelen zijn direct overgenomen uit deze richtlijnen en verdragen en worden in de Wnb opgedeeld in drie beschermingsregimes. Elk van de drie beschermingsregimes kent zijn eigen soortenlijsten met daarbij eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffingsverlening. Voor de eerste twee beschermingsregimes sluiten deze nauw aan bij de verboden en uitzonderingen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de an dere soorten geldt een minder strikt regime. Vogelrichtlijnsoorten: De bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogels van soorten die voorkomen in de EU als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en de niet in die bijlage genoemde geregeld voorkomende trekvogelsoorten (artikel 3.1; zie bijlage 1).
Voor deze soorten gelden de volgende verboden: Habitatrichtlijnsoorten: De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU (zie bijlage 1) op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV en V) en soorten van de Conventie van Bern Appendix II en de Conventie van Bonn Appendix I (art. 3.5; zie bijlage 1). Voor deze soorten zijn in de Wnb de volgende verboden opgenomen: Lid 1: Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Lid 3: Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen va n dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Lid 5: Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opz ettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Andere soorten: De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wnb (art. 3.10; zie bijlage 2). Voor deze soorten is onverminderd artikel 3.5 eerste, vierde en vijfde lid het verboden om: Lid 1a: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. Lid 1b: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel A opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Lid 1c: vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor de zoogdier-, amfibie- en reptielsoorten opgenomen in de bijlage van artikel 3.10 geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege ecologische redenen of de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming beho even. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier - en plantsoorten te beschermen.
NESTEN De Wnb kent geen standaardperiode voor het broedseizoen van vogels. Het gaat erom of er een broedgeval is. Verblijfplaatsen van vogels die hun verblijfplaats het hele jaar gebruiken, zijn jaarrond beschermd. Slechts een beperkt aantal soorten bewoont het nest permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat om een nieuw nest te maken. Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van artikel 1.3 lid 2 van de Wnb. U heeft voor deze soorten geen ontheffing nodig voor werkzaamheden buiten het broedseizoen. En ook niet als u maatregelen treft die voorkomen dat deze soorten zich op de bouwplaats vestigen tijdens het broedseizoen. U mag dus buiten het broedseizoen nesten verplaatsen of verwijderen, maar daar zijn uitz onderingen op. Nesten die het hele jaar door zijn beschermd Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van artikel 1.3 lid 2 van de Wnb het gehele seizoen: 1. nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). 2. nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop.
De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). 3. nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). 4. vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in s taat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Deze categorieën zijn terug te vinden in de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’. Nesten die niet het hele jaar door zijn beschermd In de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ worden de volgende soorten aangegeven als categorie 5. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. 5. nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten De aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten is indicatief en niet uitpu ttend.
Als aanvulling op de vorige lijst zijn ook vogelsoorten opgenomen met niet jaarrond beschermde nesten. De soorten uit bovenstaande categorie 5 vragen extra onderzoek, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd. Categorie 5 -soorten zijn namelijk wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. bestemmingsplan Scheerwolde - Woldlakeweg 2 Bijlage 3 WNB Gebiedsbescherming besluit positieve weigering Woldlakeweg 2 in Scheerwolde Bijlagen toelichting (ontwerp) 67 Datum verzending Geachte heer Schipper, U heeft een aanvraag om een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming – Natura 2000- gebieden (verder Wnb – Natura 2000-gebieden) bij ons ingediend. Deze hebben wij op 13 februari 20191 ontvangen. De aanvraag betreft het in werking hebben van een melkveehouderij aan de Woldlakeweg 2 in Scheerwolde. In deze brief geven wij onze voorgenomen beslissing weer. Besluit Wij weigeren de vergunning2 omdat deze niet nodig is, voor het in werking hebben van een melkveehouderij aan de Woldlakeweg 2 in Scheerwolde (positieve weigering). De motivering voor ons besluit is in bijlage 1 (overwegingen) weergegeven.
Uit onze overweging blijkt dat de stikstofdepositie van het aangevraagde project niet toeneemt ten opzichte van een op de Europese referentiedatum aanwezige milieutoestemming, waarbij de laagst toegestane depositie vanaf de referentiedatum geldt. Dan is op grond van objectieve gegevens uitgesloten dat die wijziging significante gevolgen heeft. Sinds 1 januari 2020 geldt er dan geen vergunningplicht meer. Door de afstand van uw bedrijf tot Natura 2000-gebieden zijn er geen andere activiteiten die negatief zijn voor de instandhoudingsdoelen. Op grond van de Wnb is vergunningsplicht niet aan de orde. 1 EDO-kenmerk 2019/0045203 2 Op basis van art. 2.7, tweede lid Wet natuurbescherming G.H. Schipper De heer G.H. Schipper Woldlakeweg 2 8371 TC SCHEERWOLDE Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 088 11 88 671 overijssel.nl postbus@overijssel.nl KvK 51048329 IBAN NL45 RABO 0397 3411 21 Inlichtingen bij Eline de Lange telefoon 038 499 77 14 E.d.Lange@overijssel.nl Zaaknummer 5252226 Datum 01.04.2021 Kenmerk 2021/0069379 Bijlagen Uw brief Uw kenmerk Onderwerp: Vergunning Wet natuurbescherming Vergunning Wet natuurbescherming Pagina 2 De volgende stukken maken onderdeel uit van dit besluit: • AERIUS verschilberekening d.d.
23 november 2020 met kenmerk RuGFVaPpABxP (bijlage 2) Aangevraagde diercategorieën en stalsystemen: Stalnr Diercategorie Aantal dieren Rav-code 1 bestaand Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar 15 A 1.100 1 bestaand Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar, -5% (maatregel PAS 2015.08-02) 66 A 1.100 1 bestaand Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (BWL 2010.34.V8) -5% (maatregel PAS 2015.08-02) 8 A 1.13 1 uitbreiding Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (BWL 2010.34.V8) -5% (maatregel PAS 2015.08-02) 36 A 1.13 1 Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar 85 A 3.100 Als er wijzigingen worden aangebracht in diercategorieën, toename van aantallen (buiten de normale fluctuaties binnen het bedrijf om), wijzigingen in stalsystemen of wijzigingen in de bedrijfsvoering op het agrarisch bedrijf kunt u dit melden bij postbus@overijssel.nl, ter attentie van team PDV, onder vermelding van de naam en locatie van uw bedrijf. Voor deze wijzigingen kunt u opnieuw een effectbeoordeling op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden toevoegen. Uitgangspunten bij het besluit Wij hebben het besluit genomen op basis van de volgende uitgangspunten: 1. De door u ingediende gegevens zijn correct en volledig. 2. U realiseert het project conform uw ingediende aanvraag.
Wij wijzen u erop dat uw activiteiten moeten voldoen aan de geldende wet- en regelgeving, ondanks het feit dat geen vergunning Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Als u daarover vragen heeft, kunt u contact opnemen met de provincie. Dit besluit (de positieve weigering) bevat een beoordeling op grond van de huidige plannen, het huidige recht (de huidige wet- en regelgeving en jurisprudentie) en het huidige beleid. Indien de plannen in vorm of omvang veranderen of het recht, het beleid of de berekeningsmethodiek wijzigen, kan dat tot gevolg hebben dat aan dit besluit (de positieve weigering) geen rechten meer kunnen worden ontleend. Voorgaande betekent dat wanneer het recht of het beleid verandert of wanneer er een nieuwe berekeningsmethodiek (een nieuwe AERIUS versie) is vóórdat de bouw-voorbereidende werkzaamheden aanvangen u opnieuw zult moeten toetsen of er een vergunningplicht is op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. Wanneer u de werkzaamheden op een andere wijze dan in de aanvraag en de aanvullende informatie door u is aangegeven uitvoert, dient u opnieuw te toetsen of er een vergunningplicht is. Ook als de in dit besluit opgenomen uitgangspunten (beperkingen) en/of (rand)voorwaarden niet worden nageleefd of veranderen kan sprake zijn van een vergunningplicht op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb.
Vergunning Wet natuurbescherming Pagina 3 Leges U bent voor het in behandeling nemen van uw aanvraag leges verschuldigd. De verschuldigde leges zijn: Artikel Code Artikel omschrijving Leges bedrag 7.2.1 WNB aanvraag verg. art. 2.7 2e en 3e onder b. met art. 2.8 lid 9 agrarische act. in of nabij N2000 € 821,00 3.4OverigA - Vermindering met 50% alleen indien voldaan aan art. 3.3 Belastingver. (bedrag>€150) € -410,50 Totaal leges € 410,50 Voor betaling van dit bedrag ontvangt u een factuur. Op deze factuur staat tevens vermeld hoe u eventueel bezwaar kunt aantekenen tegen de hoogte van het legesbedrag en de gehanteerde grondslagen. Vragen Heeft u vragen? Dan kunt u bellen met het Overijssel Loket (telefoon 038 – 499 88 99, keuze 2). Het loket is bereikbaar van ma t/m vrij van 8.30 tot 17.00 uur). Daarnaast kunt u voor het onderdeel stikstofdepositie de website van BIJ12 (www.bij12.nl) raadplegen. U gaat dan naar het onderwerp ‘Helpdesk stikstof en Natura 2000’. Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Overijssel, Lars Wuijster, teamleider Vergunningverlening Bijlage 1 Overwegingen bij het besluit Bijlage 2 AERIUS verschilberekening d.d. 23 november 2020 met kenmerk RuGFVaPpABxP Afschriften Een afschrift van dit besluit is tevens verzonden aan: Burgemeesters en wethouders van de gemeente Steenwijkerwold; Alfa accountants en adviseurs, B. Lowijs.
Vergunning Wet natuurbescherming Pagina 4 Als u het niet eens bent met dit besluit kunt u bezwaar maken Stuurt u dan een bezwaarschrift aan ons. Wij controleren dan of wij een juist besluit hebben genomen. Uw bezwaarschrift is een brief die aan een aantal eisen moet voldoen. De wet stelt eisen aan uw bezwaarschrift. Die eisen zijn: 1. U zegt met welk besluit u het niet eens bent. Dit doet u door in uw bezwaarschrift het kenmerk te vermelden dat op onze brief staat. 2. U zegt waarom u het niet eens bent met dit besluit. 3. U zet uw naam, adres, handtekening en de datum op uw bezwaarschrift. 4. U verstuurt het bezwaarschrift op tijd. Op onze brief staat een verzenddatum. U stuurt ons binnen zes weken na die datum uw bezwaarschrift. Uw bezwaarschrift kunt u op 3 manieren aan ons versturen. 1. Met de post naar: Gedeputeerde Staten van Overijssel, Team Juridische zaken, Postbus 10078, 8000 GB Zwolle. 2. Via internet. U gebruikt daarvoor ons digitale bezwaarformulier. U vindt het formulier via https://forms.overijssel.nl/bezwaar-klacht/bezwaar-beslissing/. 3. Met een faxbericht. Het faxnummer van het team Juridische Zaken is: 088 - 118 86 73. Wat als u niet kunt wachten tot er een nieuw besluit is genomen? Ook als u bezwaar maakt treedt dit besluit gewoon in werking. Dat kan vervelende gevolgen voor u hebben.