CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Steenwijkerweg 235.pdf

Politieke Markt 14 april 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Bestemmingsplan Herontwikkeling locatie Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden17.243 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan " Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235" ID plan: NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 datum: Januari 2020 status: Ontwerp auteur: BJZ.nu Vastgesteld door de raad dd. de griffier, de voorzitter,

NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 2 TOELICHTING NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 3 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ........................................................................... 5 1.1 AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 1.2 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 1.4 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 1.5 PLANOLOGISCHE REGIME ............................................................................................................................... 6 1.6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7 HOOFDSTUK 2 RUIMTELIJKE STRUCTUUR EN DE HUIDIGE SITUATIE ............ 8 2.1 RUIMTELIJKE STRUCTUUR ..............................................................................................................................

8 2.2 HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ....................................................................................................................... 9 HOOFDSTUK 3 GEWENSTE SITUATIE ......................................................... 11 3.1 ACHTERGROND ......................................................................................................................................... 11 3.2 GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 11 3.3 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 12 HOOFDSTUK 4 GEBIEDSVISIE EN UITGANGSPUNTEN ................................ 14 4.1 PLANOLOGISCHE KADERS ............................................................................................................................. 14 4.2 RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 4.3 PROVINCIAAL BELEID ..................................................................................................................................

15 4.4 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................................................. 23 HOOFDSTUK 5 PLANOLOGISCHE RANDVOORWAARDEN ........................... 27 5.1 GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 27 5.2 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 29 5.3 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 30 5.4 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 31 5.5 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 35 5.6 GEUR ...................................................................................................................................................... 37 5.7 ECOLOGIE .................................................................................................................................................

38 5.8 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 42 5.9 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 43 HOOFDSTUK 6 WATERPARAGRAAF .......................................................... 44 6.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 44 6.2 BELEID TEN AANZIEN VAN DE WATERHUISHOUDING........................................................................................... 44 6.3 WATERTOETS ............................................................................................................................................ 45 HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE OPZET ............................................................ 48 7.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 48 7.2 UITGANGSPUNTEN .....................................................................................................................................

48 7.3 TOELICHTING OP DE PLANREGELS .................................................................................................................. 48 7.4 VERANTWOORDING VAN DE BESTEMMINGEN................................................................................................... 49 HOOFDSTUK 8 FINANCIËLE PARAGRAAF .................................................. 51 HOOFDSTUK 9 INSPRAAK, VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN ..................... 52 9.1 VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 52 9.2 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 52 NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 4 BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING .................................................................... 53 BIJLAGE 1 AKOESTISCH ONDERZOEK ..................................................................................................................... 53 BIJLAGE 2 BODEMONDERZOEK ...........................................................................................................................

54 BIJLAGE 3 NOTITIE EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................ 55 BIJLAGE 4 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................................................... 56 BIJLAGE 5 AERIUS-BEREKENING .......................................................................................................................... 57 BIJLAGE 6 ARCHEOLOGIE ................................................................................................................................... 58 NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 5 HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Aan de Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden staat een leegstaand horecapand en bedrijfswoning. In het pand was voorheen een café/wokrestaurant gevestigd. Initiatiefnemer is voornemens om de locatie te herontwikkelen met vijf woningen. Het gaat om twee tweekappers en één vrijstaande woning. Het leegstaande horecapand, met bedrijfswoning ter plaatse wordt hiervoor gesloopt. De herontwikkeling is nodig omdat de bebouwing sterk in verval is geraakt. Een alternatieve aanwendbaarheid van het pand is geen optie vanwege de matige technische- en economische staat van het pand.

In de geldende beheersverordening ‘Buitengebied Steenwijkerland 2014’ is het plangebied bestemd als ‘Horeca’. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de geldende beheersverordening. Daarom is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders. Er zal worden aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. 1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt aan de Steenwijkerweg 235 in de buurtschap Witte Paarden. Deze locatie ligt in het buitengebied van de gemeente Steenwijkerland en bevindt zich ten noord oosten van de kern Steenwijkerwold. Bij de gemeente Steenwijkerland is het plangebied kadastraal bekend als gemeente Steenwijkerwold, sectie E, perceelnummer 2720. In afbeelding 1.1 en 1.2 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kernen Steenwijkerwold en Tuk weergegeven. Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van de kernen Steenwijkerwold en Tuk (Bron: ArcGIS) NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 6 Afbeelding 1.2 Ligging van het plangebied in de buurtschap Witte Paarden (Bron: Ruimtelijke plannen.nl) 1.4 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” bestaat uit de volgende stukken:  verbeelding (tek.nr.

NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01) en een renvooi;  regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 1.5 Planologische regime De locatie ligt binnen de begrenzing van de beheersverordening ‘Buitengebied Steenwijkerland 2014’. De beheersverordening is op 9 december 2014 door de gemeenteraad van Steenwijkerland vastgesteld. Op basis van de beheersverordening heeft het plangebied de volgende bestemmingen en aanduidingen:  Enkelbestemming: Horeca;  Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 2;  Aanduiding: Horeca tot en met horecacategorie 3;  Aanduiding: Bouwvlak;  Aanduiding: Maximum bebouwingspercentage 41%. De gronden met de bestemming ‘Horeca’ zijn bestemd voor horeca al dan niet in combinatie met wonen in een bedrijfswoning. Daaraan ondergeschikt zijn tuinen, erven, groenvoorzieningen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzien ingen toegestaan. Ter plaatse is de aanduiding ‘horeca tot en met categorie 3’opgenomen.

Dit betekent dat de locatie specifiek is bestemd voor horeca tot categorie 3, zoals opgenomen in de begripsbepalingen van deze beheersverordening. Horeca van categorie 3 is een inrichting die gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 7 etenswaren die ter plaatse dienen te worden genuttigd, alsmede de gelegenheid biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar. Op het gehele perceel is doormiddel van de aanduiding ‘Bouwvlak’ bepaald waar de bedrijfswoning, horeca en bijgebouwen gesitueerd dienen te worden. Doormiddel van de aanduiding ‘Maximum bebouwingspercentage 41%’ is bepaald dat maximaal 41% van het bouwvlak mag worden bebouwd. De gronden met de bestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarde. 1.6 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 betreft de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het bele id van het Rijk, de Provincie Overijssel en de gemeente Steenwijkerland beschreven.

In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema’s de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de ju ridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg, inspraak en zienswijzen. NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 8 HOOFDSTUK 2 RUIMTELIJKE STRUCTUUR EN DE HUIDIGE SITUATIE 2.1 Ruimtelijke structuur Het plangebied ligt aan de Steenwijkerweg 235 te Witte Paarden. Het plangebied ligt aan een belangrijke ruimtelijke structuurdrager, namelijk de Steenwijkerweg. Deze weg is al voor 1850 aangelegd en nog steeds in gebruik. De ontwikkeling die het landschap heeft doorgemaakt is op onderstaande afbeeldingen goed waarneembaar. Zo zijn de houtwallen verdwenen en zijn er een spoorlijn en snelweg aangelegd. Afbeelding 2.1 Topografische kaarten van het plangebied en omgeving circa 1850, 1900, 1950 en 2018 (Bron: Toptijdreis.nl) Het plangebied bevindt zich aan de Steenwijkerweg (N761), de provinciale weg die loopt tussen Wolvega en Steenwijk. In de buurt van het plangebied is daarnaast ook de snelweg A32 en de spoorlijn tussen Steenwijk naar Wolvega gelegen.

NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 9 2.2 Huidige situatie plangebied Het plangebied aan de Steenwijkerweg 235 was voorheen functioneel ingericht ten behoeve van een horecabedrijf. Het plangebied is nagenoeg volledig bebouwd en verhard. De bebouwing in het plangebied bestaat uit het horecapand en een inpandige bedrijfswoning. Het pand is 700 m2 groot en is gedateerd. Inmiddels staat het pand enkele jaren leeg. De ontsluiting van het bestaande parkeerterrein vindt plaats via twee in - en uitritten op de Steenwijkerweg en de Witte Paarden. Het plangebied ligt op een centrale plek nabij de kruising Ten Holtheweg – Witte Paarden is de Steenwijkerweg. Het straatbeeld kenmerkt zich door haaks op de weg gesitueerd vrijstaande - en dubbele woningen. Daarnaast is in de directe omgeving een tankstation aanwezig. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto met daarin weergegeven de globale begrenzing van het plangebied. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding. In afbeelding 2.3 zijn diverse straatbeelden opgenomen van de huidige situatie in het plangebied.

Afbeelding 2.2 Luchtfoto met betrekking tot het plangebied en de directe omgeving (Bron: Provincie Overijssel) NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 10 Afbeelding 2.3 Straatbeelden van de huidige situatie in het plangebied (Bron: Google Street view) NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 11 HOOFDSTUK 3 GEWENSTE SITUATIE 3.1 Achtergrond Vanaf 2017 zijn er meerdere overleggen gevoerd met buurtvereniging Witte Paarden/Baars, omwonenden en de gemeente over mogelijkheden van een kleinschalig woningbouwprogramma. Tevens is de haalbaarheid van een buurthuis onderzocht. De uiteindelijke conclusie is dat invulling van de locatie door maatschappelijke functies niet realistisch is, maar dat qua ruimtelijke inpassing de voorkeur uitgaat naar een projectie van maximaal vijf woningen. Resultaat van de gesprekken met betrokkenen is dat de voorgestelde verkaveling wordt gezien als een kwaliteitsimpuls voor de leefbaarheid van Witte Paarden. 3.2 Gewenste ontwikkeling Het voornemen is om het voormalige horecapand (café/wokrestaurant) met bedrijfswoning te slopen en het perceel te herontwikkelen. De herontwikkeling is nodig om dat de bebouwing sterk in verval is geraakt. Een alternatieve aanwendbaarheid van het pand is geen optie vanwege de matige technische- en economische staat van het pand.

De herontwikkeling van de locatie is op een centrale plek van de kern Witte Paarden is de meest gewenste ontwikkeling omdat de bebouwing slopen en het gebied open te laten liggen, ruimtelijke en financieel geen optie zijn. Het planontwerp gaat uit van twee tweekapper en één vrijstaande woning die georiënteerd zijn op de Steenwijkerweg. Het ontwerp voorziet in een ontsluiting van de percelen aan de weg Witte Paarden. Hierbij is het parkeren op eigen terrein ook aan deze zijde gesitueerd. De hoogtematen van de bebouwing zijn aangesloten bij het huidige straatbeeld. Deze zijn hoofdzakelijk éénlaags met kap. In afbeelding 3.1 is de toekomstige situatie in een schets weergegeven. In afbeelding 3.2 zijn verschillende impressiebeelden weergeven van de toekomstige situatie. Afbeelding 3.1 Toekomstige situatie nieuwbouw Steenwijkerweg 235 (bron: B&V Bouwmeesters) NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 12 Afbeelding 3.2 Impressiebeelden voor- en achterzijde toekomstige situatie (bron: B&V Bouwmeesters) 3.3 Verkeer en parkeren 3.3.1 Algemeen Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecte n op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. In dit geval wordt aangesloten bij de uitgangspunten uit de nota ‘Parkeernormen 2015’.

Voor de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de CROW-publicatie toekomstbestendig parkeren 381 (december 2018). Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 13 zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. Ook de stedelijkheidsgraad is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en dus op de hoogte van het parkeerkencijfer. Onder stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per vierkante kilometer. In de vermelde publicatie van het CROW worden parkeerkencijfers weergegeven onderve rdeeld naar functies, de stedelijke zone en de stedelijkheidsgraad. 3.3.2 Berekening parkeerbehoefte en verkeergeneratie In het voorliggende plan worden twee twee-kappers en één vrijstaande woning mogelijk gemaakt. Op basis van de nota ‘Parkeernormen 2015’ geldt voor deze functie de volgende parkeernorm: Woningtype Locatie Parkeernorm Totaal voor het plangebied Koop, vrijstaande woning Buitengebied 2 p.p. waarvan 0.3 bezoekers 2 p.p.

Koop, twee-onder-een kap Buitengebied 1,8 p.p. waarvan 0,3 bezoekers 7,2 p.p. De parkeerbehoefte in het plangebied Steenwijkerweg 235 komt gelet op het bovengenoemd uit op afgerond 10 parkeerplaatsen. Gelet op de omvang van de woonpercelen is er voldoende ruimte om de parkeerbehoefte op eigen erf op te vangen zoals weergeven is op afbeelding 3.2. Geconcludeerd wordt dat de parkeerbehoefte eenvoudig op eigen terrein kan worden opgelost. 3.3.3 Verkeersgeneratie en ontsluiting Gekeken wordt naar de verkeersgeneratie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling ten opzichte van de huidige planologische situatie. Qua verkeersgeneratie worden voor de verstedelijkingsgraad en stedelijke zone de volgende uitgangspunten gehanteerd: - Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (gemeente Steenwijkerland) (Bron: CBS Statline) - Stedelijke zone: buitengebied - Functie: Koop, vrijstaand: gemiddelde verkeersgeneratie: 8,2 verkeersbewegingen per weekdag per woning; - Functie Koop, huis, twee-onder-een-kap: gemiddelde verkeersgeneratie: 7,8 verkeersbewegingen per weekdag per woning. Het aantal verkeersbewegingen zal in totaal (7,8 *4) + 8,2 = 39,4 verkeersbewegingen per weekdag per woning betreffen. Voor de locatie geldt dat de te verwachten verkeerseffecten niet zal toenemen. Het betreft namelijk een bestaande horecapand van 700 m2 met de daarbij behorende verkeersgeneratie wat gesloopt wordt.

Gezien de grootte van het pand en de grootte van het parkeerterrein (minimaal 20 auto’s staan) zal in het geval van het horecapand de verkeersgeneratie hoger liggen dan in de toekomstige situatie. Logischer wijze is het aannemelijk dat er meer dan 23 gasten per dag bij het horecapand kwamen. Gezien de verwachte afname van de verkeersintensiteit wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwik keling. NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 14 HOOFDSTUK 4 GEBIEDSVISIE EN UITGANGSPUNTEN 4.1 Planologische kaders Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit pla ngebied geldende uitgangspunten weergegeven. 4.2 Rijksbeleid 4.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 4.2.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving.

Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.2.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;  Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;  Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan.

Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn:  Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol;  Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw;  Het tot stand brengen en beschermen van de NNN, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 15  Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. 4.2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd.

Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.2.2 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken gewees t over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen zijn ondermeer de uitspraken ABRvS 27 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3223 en ABRvS 11 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2077 van toepassing. Uit deze uitspraken blijkt dat het realiseren van 7 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro.

In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing, aangezien sprake is van een toevoeging van vijf woningen. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 4.3 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei 2017 zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 16 4.3.1 Uitgangspunten van de Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste g roei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: • Duurzaamheid; • Ruimtelijke kwaliteit.

Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn:  door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon -, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen;  investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan;  zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken;  ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. 4.3.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren.

Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.3.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt geb ruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch - recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan.

Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 17 Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.3.3.1 Of – generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.

4.3.3.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal -economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 18 dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Na ast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

4.3.3.3 Hoe – gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en k waliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspec tief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

4.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.3.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” wordt opgeme rkt dat sprake is van een woningbouwontwikkeling in een dorpskern. Hierdoor zijn met name artikel 2.1.2 (lid 1), 2.1.3, 2.1.5 en artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader ingegaan op de genoemde artikelen. Zuinig in zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 2.1.3): Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt:  dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie;  dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 19 Toetsing aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Met de gewenste ontwikkeling wordt er geen extra ruimtebeslag op de groene omg eving gelegd. Het betreft namelijk een inbreidingslocatie waarvoor in de plaatst een bestaand pand gesloopt wordt. Per saldo is er zelfs sprake van een ‘vergroening’ van de situatie, aangezien het plangebied in de huidige situatie volledig is bebouwd en verhard. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.3 uit de omgevingsverordening Overijssel. Principe van ruimtelijke kwaliteit (artikel 2.1.5; lid 1,2,3 en 5): 1. In de toelichting op een bestemmingsplan wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteiten conform de geldende gebiedskenmerken; 2.

In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd; 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welde wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening De nieuwbouwlocatie wordt ingepast conform de geldende gebiedskenmerken. Het slopen van het leegstaand horecapand van 700 m2 en zorgen voor een nieuw invulling van het perceel zorgt ervoor dat de ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in de kern van Witte Paarden. In hoofdstuk 3 is beschreven hoe de toekomstige situatie ingepast wordt. In het vervolg van paragraaf 4.3 wordt aangetoond dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de het geldende ontwikkelingsperspectief en de geldende gebiedskenmerken.

Er wordt dan ook geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5 uit de provinciale verordening. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder ge val geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsvisie Overijssel De voorliggende ontwikkeling betreft het bouwen van een vijftal woningen. Deze lokale behoefte is aangetoond in het actuele woningmarkt en behoefte onderzoek van de gemeente Steenwijkerland. In paragraaf 4.4.3 wordt hier nader op ingegaan. Daarnaast wordt op deze plaats alvast aangegeven dat er reeds twee kavels verkocht zijn en de lokale makelaar aangegeven heeft er voldoende vraag is naar deze woningen. Geconcludeerd wordt dat het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.

NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 20 4.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot de ontwikkelingsperspectieven ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Afbeelding 4.2 Uitsnede perspectievenkaart waar, Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap” Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschali ge mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Toetsing van het initiatief aan de ´Ontwikkelingsperspectief´ Binnen het geldende ontwikkelingsperspectief wordt ruimte geboden aan een diversiteit van functies waaronder (niet) agrarische bedrijvigheid en wonen. In dit geval is sprake van een locatie binnen de kern Witte Paarden. Op de locatie wordt het voormalige horecapand gesloopt en komen een vijftal woningen voor in de plaats. De voorgenomen ontwikkeling is vanuit ruimtelijk- en functioneel oogpunt passend op de locatie.

Van belemmeringen ten aanzien van de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven of andere functies is geen sprake. Verwezen wordt naar hoofdstuk 5 waar nader wordt ingegaan op diverse milieu- en omgevingsaspecten. De ontwikkeling wordt op een adequate wijze ingepast, waarbij rekening wordt gehouden met de voor het gebied kenmerkende structuren en kwaliteiten. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 4.3.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch - cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. In voorliggende situatie is vanwege ligging in het buitengebied de Stedelijke laag niet van toepassing en wordt daarom buiten beschouwing gelaten. NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 21 1. De “Natuurlijke laag“ Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlij ke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden.

Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de "Natuurlijke laag" aangeduid met het gebiedstype "Stuwwallen". In afbeelding 4.3 is dat aangegeven. Afbeelding 4.3 Natuurlijke laag: “Stuwwallen” (Bron: Provincie Overijssel) “Stuwwallen” De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. De ambitie is het eigen karakter van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De hoogteverschillen zijn ter plaatse niet meer waarneembaar vanwege de omliggende bebouwing van de kern Witte Paarden. Het opnieuw beleefbaar maken van de hoogteverschillen is in het voorliggend ook niet mogelijk omdat er geen zichtlijnen mogelijk zijn om het hoogteverschil tussen de overgang van de stuwwal en de omgeving beleefbaar te maken.

Geconcludeerd wordt dat met het voorliggend plan zover mogelijk r ekening gehouden is met het beleefbaar maken van overgang en daarmee in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag”. 2. De “Laag van het agrarische cultuurlandschap” In de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” gaat het er altijd om d at de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” gelegen in het landschapstype “Oude Hoevenlandschap”. In afbeelding 4.4 is dat weergegeven. NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 22 Afbeelding 4.4 Laag van het agrarisch cultuurlandschap: “Oude Hoevenlandschap” (Bron: Provincie Overijssel) “Oude Hoevenlandschap” Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren.

Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteris tieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap” De voorliggende locatie ligt in de kern Witte Paarden. Door B&V Bouwmeesters is op zorgvuldige wijze een passende situatie gemaakt. In hoofdstuk 3 is hier al nader op ingegaan. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. 3. De “Stedelijke laag” Het plangebied heeft op de gebiedskenmerkenkaart van de “Stedelijke laag” geen bijzondere eigenschappen. Deze gebiedskenmerken kunnen derhalve buiten beschou wing worden gelaten. 4.

De “Laag van de beleving” In deze laag kan ruimtelijke kwaliteit, belevenis, betekenis en identiteit worden toegevoegd door de kwaliteiten van de andere drie lagen te gebruiken. De ambitie is om de beleving, betekenis en kwaliteit van de leefomgeving te versterken. De locatie Steenwijkerweg 235 (rode cirkel) ligt in een gebied waar ‘Donkerte’ een kwaliteit is. NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 23 Afbeelding 4.5 Laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de "Laag van beleving” De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan de beleving van de omgevingskwaliteit donkerte. Zo wordt door de ontwikkeling op de locatie een horecapand gesloopt, met de daarbij behorende uitstraling van kunstlicht, wat de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. In de toekomstige situatie is sprake van een vijftal woningen met de daarbij behorende uitstraling van kunstlicht. Onnodig kunstlicht zal zoveel mogelijk worden vermeden. Hiermee sluit de ontwikkeling goed aan op de ambities uit de laag van beleving. 4.3.5 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid, zoals genoemd in de Omgevingsvisie en veranderd in de Omgevingsverordening Overijssel.

4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Omgevingsvisie Steenwijkerland (2017) De Omgevingsvisie richt zich op de fysieke omgeving: de ruimte waarin bewoners, bezoekers, instellingen en ondernemingen van de gemeente zich bevinden en het leefgebied van mensen, planten en dieren. De gemeente Steenwijkerland wil met de Omgevingsvisie de omgevingskwaliteit van Steenwijkerland naar een hoger plan tillen. Omgevingskwaliteit wordt gedefinieerd als de integrale kwaliteit van ruimtes; het gaat er niet alleen om hoe deze ruimtes eruitzien, maar ook waartoe en op welke manier ze functioneren, hoe ze gebruikt worden en hoe de (functies van de) ruimtes met elkaar samenhangen en bijdragen aan het beter functioneren van de samenleving. Voorloper van de Omgevingsvisie was de Strategische Toekomstvisie 2030. De strategische toekomstvisie bevatte een integrale (en globale) visie op de ontwikkeling van de hele gemeente tot 2030. Eén van de belangrijkste uitgangspunten van de Toekomstvisie was dat de kwaliteit van Steenwijkerland leidend zijn voor de toekomstige ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de versterking van Steenwijkerland. De Toekomstvisie had als uitgangspunt dat ontwikkelingsruimte wordt geboden voor wonen, werken en recreëren. De Strategische Toekomstvisie is geïntegreerd in de Omgevingsvisie 2017.

NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 24 In de Omgevingsvisie is opgenomen dat voor alle kernen aandacht is. Daarbij word t een aantal prioriteiten genoemd. Leefbaarheid is een dergelijke prioriteit. Doordat de Steenwijkerlandse bevolking vergrijst en er op termijn sprake is van krimp, staat de leefbaarheid in verschillende kernen in de gemeente onder druk. Als er niet genoeg inwoners zijn om een voorziening als een school, bibliotheek of kerk in stand te houden, zal deze verdwijnen. In Blankenham is dat met de school gebeurd. Waar voorzieningen in de directe omgeving verdwijnen, neemt de betekenis van sociale samenhang en eigen inzet toe. Voortbouwend op de sterke sociale cohesie in Steenwijkerland en het sterke verenigingsleven binnen de kernen, spelen inwoners zelf een belangrijke rol om de leefbaarheid op peil te houden. De gemeente zal de kernen zoveel mogelijk ondersteune n bij het ontwikkelen van nieuwe praktische vormen van onderlinge betrokkenheid en inzet. 4.4.1 Toetsing aan de Omgevingsvisie Steenwijkerland (2017) In het kader van onderliggend plan worden de sociale cohesie, de leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit bevorderd. Het verwaarloosde pand wordt namelijk gesloopt en de locatie wordt opnieuw ingericht waarbij binnenstedelijk invulling wordt gegaan aan de vraag naar woningen.

Geconcludeerd wordt dat het voorliggend plan de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van Witte Paarden bevorderd. 4.4.2 Woningmarkt- en behoeftenonderzoek 2016 en Woonvisie Steenwijkerland 2017 -2021 De kern Witte Paarden is één van de noordelijke kernen van de gemeente Steenwijkerland. In 2016 is voor de noordelijke kernen een woningmarkt- en woonbehoefteonderzoek uitgevoerd. Per kern is de prognose huishoudens tot 2025 afgezet tegen het totaal aantal woningen tot 2025. Voor de kern Witte Paarden betekend dit dat er tot 2025 een tekort is van 10 woningen. Uit de woningmarkt behoeftenonderzoek blijkt dat er voornamelijk behoefte is aan 2"1 kappers en vrijstaande woningen. In de Woonvisie 2017 – 2021 wordt voor de noordelijke kernen een zestal uitgangspunten genoemd waaraan nieuwe ontwikkelingen dienen te werken: 1. Woningprogrammering die aansluit bij de vraag, zowel in aantallen als woningtypen. Voorkomen van waardedaling en uitval van bestaande woningen als gevolg van overprogrammering van nieuwbouw; 2. In stand houden mogelijkheid van kleinschalig toevoegen van particuliere woningen buiten de huidige plancapaciteit op basis van beleidsregels en voorwaarden concrete behoefte; 3. Voldoende goedkope en betaalbare sociale huurwoningen in de noordelijke kernen, voor gezinnen, maar met name ook voor kleine huishoudens; 4.

Inwoners zijn zich bewust van wat zij zelf kunnen doen aan langer zelfstandig wonen; 5. Partijen, actief op het gebied van wonen, welzijn en zorg, werken kerngericht samen aan een goede samenhangende structuur van wonen, welzijn en zorg, zodat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen; 6. Leegstand en verpaupering in de noordelijke kernen voorkomen, zowel bij leegkomend vastgoed in de kernen als voor karakteristieke monumentale voormalige boerderijen in het buitengebied. 4.4.2 Toetsing aan het woningmarkt- en behoeftenonderzoek 2016 en Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021 Het voorliggend initiatief voorziet in het slopen van een leegstand horecapand en de herontwikkeling van het plangebied met twee twee-kappers en één vrijstaande woning. Het plan voorziet in een kleinschalige opzet, in een gebied waar de woonbehoefte is van tien woningen in de komende jaren. Het plan sluit aan bij de zestal uitgangspunten doordat leegstand en nog verdere verpaupering van NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 25 het horecapand tegengegaan wordt. Daarnaast is er een lokale behoefte aan de woningen. De lokale behoefte is door de makelaardij aangegeven welke op deze lokale markt de marktkenner is. Tot slot zijn inmiddels voor twee woningen al kopers gevonden.

Gesteld wordt dat het initiatief passend is binnen de woonvisie en het woningmarktonderzoek. 4.4.3 Beleidsnotitie Bestemmingsplan Buitengebied Steenwijkerland Op 27 maart 2012 is de beleidsnotitie buitengebied vastgesteld. In deze notitie is als uitgangspunt opgenomen dat ontwikkeling van de plattelandseconomie zoveel mogelijk ondersteunt dient te worden. Ontwikkeling van de plattelandseconomie is wenselijk, omdat dit onder meer bijdraagt aan sterke dorpen en vitale steden. In de beleidsnotitie zijn belangrijke uitgangspunten genoemd voor het opstellen van het bestemmingsplan Buitengebied. Ook dit bestemmingsplan moet in lijn zijn met de opgestelde uitgangspunten. Hieronder worden alleen de relevante uitgangspunten besproken :  Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, mits de kernkwaliteiten van het landschap behouden of versterkt worden (ja, mits-principe);  Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zeker in het buitengebied, dienen bij te dragen aan de versterking en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Om het begrip ruimtelijke kwaliteit handen en voeten te geven wordt een notitie ‘Ruimtelijke kwaliteit b uitengebied’ (RKB) opgesteld die in verband staat met het bestemmingsplan; 4.4.3.1 Toetsing aan Beleidsnotie Bestemmingsplan Buitengebied Steenwijkerland Op 5 maart 2019 heeft het college een positieve beoordeling gegeven voor het hier voorliggende ontwikkeling.

Gesteld wordt dat deze nieuwe ruimtelijke ontwikkeling bijdraagt aan het versterken en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit aangezien een verwaarloosd leegstaand horecapand gesloopt wordt. Hierdoor verbeterd de ruimtelijke kwaliteit in de kern Wi tte Paarden. 4.4.4 Welstandsnota Steenwijkerland De gemeente Steenwijkerland heeft haar gemeentelijke welstandsbeleid opgenomen in de Welstandsnota. Deze geeft de gemeente de mogelijkheid om de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden die in een bepaald gebied aanwezig zijn, te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Hiertoe zijn onder andere voor het plangebied van dit bestemmingsplan een aantal welstandscriteria opgesteld, waaraan het bouwplan zal moeten voldoen. Het uitgangspunt is dat het bouwplan een definitief positief welstandsadvies krijgt. Het plangebied ligt in het welstandsgebied 'Stuwwallenlandschap tussen Oldemarkt en De Eese', deelgebied 'Kampenlandschap'. In dit deelgebied zijn de oorspronkelijke boerderijen overheersend. Veel oorspronkelijke boerderijen en bijbehorende erven zijn ook nog gaaf in situering, hoofdvorm en gevelindeling. De bebouwingskarakteristieken van deze gebouwen zijn dan ook bepalend voor het aanzien van dit gebied waarmee het historische karakter van het gebied nog goed afleesbaar is.

Het beleid is er dan ook op gericht het oorspronkelijke karakter van het gebied te bewaren en bij nieuwe ontwikkelingen voorzichtigheid te betrachten. Bij nieuwbouw, vervanging en grote uitbreidingen aan andere bestaande gebouwen dienen de bebouwingskarakteristieken te worden gerespecteerd. NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 26 4.4.4.1 Toetsing aan Welstandsnota Steenwijkerland Het te slopen horecapand betreft geen karakteristieke bebouwing. Daarnaast worden d e nieuw te bouwen woningen aangesloten bij het huidige straatbeeld. Daarom wordt gesteld dat Welstandsnota geen belemmering vorm voor het voorliggend plan. 4.4.5 Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid zoals genoemd in de Strategische toekomstvisie, concept omgevingsvisie Steenwijkerland, Woningmarkt- en behoeftenonderzoek 2016 en Woonvisie Steenwijkerland 2017 - 2021, Beleidsnotitie Bestemmingsplan Buitengebied Steenwijkerland en de Welstandsnota.

NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 27 HOOFDSTUK 5 PLANOLOGISCHE RANDVOORWAARDEN Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijz e waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet - en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de voor het nieuw op te stellen bestemmingsplan relevante milieuaspecten. De resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarhe id worden beschreven. Het betreffen de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage. 5.1 Geluid (Wet geluidhinder) 5.1.1 Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai.

De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2 Situatie plangebied In dit geval is sprake van een nieuw geluidsgevoelig object namelijk de realisatie van een vijf nieuwe woningen. 5.1.2.1 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woning wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Op een afstand van 300 meter van het plangebied ligt een spoorlijn . Op basis van het geluidsregister bedraagt het referentiepunt 54,6 dB. Daarmee bedraagt de zone 100 meter van de spoorlijn. Daarmee ligt het plangebied buiten de zone van de spoorlijn en is voor railverkeerslawaai geen akoestisch onderzoek nodig.

5.1.2.3 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied 1 of 2 rijstroken 200 m 250 m 3 of 4 rijstroken 350 m 400 m 5 of meer rijstroken 350 m 600 m De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: NL.IMRO.1708.WPASteenwweg235BP-ON01 “Witte Paarden - Herontwikkeling Steenwijkerweg 235” 28  wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2);  wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2). In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte afhankelijk is van het aantal rijstroken en van de ligging van het plangebied (binnenstedelijk gebied of buitenstedelijk gebied). Het plangebied ligt in ‘buitenstedelijk’ gebied binnen de wettelijk vastgestelde geluidszone, als bedoeld in artikel 74 van de Wet geluidhinder, van de Steenwijkerweg. De voorkeurswaarde voor de geluidbelasting op de gevels van een woning ten gevolge van een weg bedraa gt 48 dB. Gezien de locatie van het plangebied is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. In de bijlage 1 zijn de volledige resultaten van het akoestisch onderzoek opgenomen. Hieronder staan de belangrijkste conclusies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/6dc90104-44e7-46ce-9209-3852e6a7d9c1?agendaItemId=66bc0aa7-8f34-488d-be1e-86c00d5b4e64