CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing.pdf

Politieke Markt 14 april 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Aanvraag tijdelijke omgevingsvergunning - Het realiseren van een zonnepark nabij Wanneperveen20.313 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Inrichtingseisen oppervlaktewater • Inrichting van het oppervlaktewater : De inrichting van het oppervlaktewater is sterk afhankelijk van de functie van het oppervlaktewater. Dit is maatwerk. Neem contact op met het waterschap als extra aandacht aan de inrichting van het oppervlaktewater moeten worden besteed ten behoeve van de ecologische kwaliteit. • Doorspoeling oppervlaktewater: Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen worden vermeden. Het watersysteem wordt ontworpen met aandacht voor doorspoeling. • Peilbeheersing: het waterschap kan sturen in de waterkwaliteit door bijvoorbeeld water in te laten of juist af te voeren. Vooral in gebieden net droogvallende sloten is het belangrijk hier rekening mee te houden. We adviseren om watergangen en vijvers een minimale waterdiepte te geven van 100 cm. Verontreiniging • Microverontreiniging: Er worden geen uitloogbare materialen gebruikt die tot een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen leiden. • Agrarische terrein: de inrichting van het agrarische terrein moet dusdanig zijn dat een overmatige toevoer van stikstof en/of fosfaat naar het watersysteem wordt voorkomen. Er wordt onder andere rekening gehouden met bemestings- en spuitvrije zones langs watergangen.

• Schoonmaakmiddelen en waterkwaliteit : Alle toegelaten schoonmaakmiddelen zijn milieuvriendelijk, maar mogen niet zonder me er rechtstreeks in oppervlaktewater worden geloosd. Formeel is daar een vergunning op basis van Art. 6.2 lid 1 van de Waterwet (het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam) voor nodig. Een watervergunning wordt niet verleend wanneer een riolering in de buurt aanwezig is. De voorkeursvolgorde voor afvalwaterstromen is als volgt: o Indien aanwezig moet de afvalwaterstoom van reinigingswater met schoonmaakmiddel op de riolering worden geloosd; o Het opvangen van het afvalwater en de afvoer per as naar een riolering; o Lozing op het oppervlaktewater en/of infiltratie in de bodem via een bodempassage. Afweging Er wordt geen hemelwater afgevoerd; de ondergrond van het zonnepark wordt namelijk niet verhard. Hemelwater dat op de zonnepanelen valt zal tussen de panelen door (tussen elke twee panelen zit een spleet van circa 2 cm) in de bodem infiltreren. Daarnaast worden enkele bouwwerken geplaatst maar deze zijn van geringe omvang en ook hiervoor geldt dat hemelwater direct ernaast in de grond kan infiltreren. Pagina 62 van 75 Met het waterschap is overleg gevoerd over de te realiseren landschappelijke inpassing (onder andere natuurvriendelijke oevers).

Met betrekking tot de natuurvriendelijke oevers is afstemming gezocht over de functionaliteit, profilering en beheer en onderhoud. Dit heeft er toe geleid dat in het inrichtingsplan op een aantal plekken natuurvriendelijke oevers anders zijn ontworpen en deels achterwege gelaten vanwege het niet goed kunnen uitvoeren van beheer en onderhoud. Er worden geen geïsoleerde vijverpartijen of watergangen aangelegd. Het waterschap kan blijven sturen op de waterkwaliteit door bijvoorbeeld water in te laten of juist af te voeren. Conform het watergebiedsplan zal in de toekomst veel meer water worden afgevoerd via de A-watergang die door het gebied loopt. Circa 150 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich een gemaal van het waterschap waarmee het waterpeil kan worden beheerst. In de panelen of stellages worden geen uitloogbare materialen gebruikt. In de huidige situatie wor dt het terrein intensief agrarisch gebruikt, wat inhoudt dat de ondergrond ook bemest wordt. Gedurende de exploitatietijd van het zonnepark zal geen mest worden uitgereden. Daarnaast worden geen bestrijdingsmiddelen langs de watergangen. Doordat het in Ne derland regelmatig regent reinigen de zonnepanelen zich (door middel van hemelwater) grotendeels zelf.

In gevallen wanneer de panelen toch extra gereinigd moeten worden om de opbrengst te behouden, worden geen (chemische) schoonmaakmiddelen gebruikt die le iden tot een verontreiniging van het oppervlaktewater. Er komen geen afvalstromen vrij. Externe werking ruimtelijk plan Beschermen en handhaven grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen. • Relatie oppervlaktewater en grondwater : In nieuw te ontwikkelen gebied worden de waterstanden binnen het in te richten gebied tijdens of na het bouwrijp maken niet structureel verlaagd. Voor tijdelijke of structurele grondwateronttrekking is op grond van de Waterw et een melding of vergunning van het waterschap nodig. • Grondwaterstanden veengebieden: In zettingsgevoelige gebieden wordt rekening gehouden met de bodemgesteldheid en de relatief hoge grondwaterstanden. Bestaand grondwaterpeil wordt gehandhaafd en de bouwwijze wordt hierop aangepast. • Peilbeheer grasland: Het plan ligt in een agrarisch gebied met grasland. Het peilbeheer in graslanden kent hogere waterstanden dan bij akkerbouw. In extreme neerslagsituaties kan op grasland/maïsland groter dan 1/10 jaar wateroverlast optreden en op akkerbouwgebieden groter dan 1/25 jaar wateroverlast optreden. Het peilbeheer is hierop aangepast, dus houdt rekening met deze hogere waterstanden.

• Verdroging/ vernatting: Het waterschap gaat bij het plan uit van het bestaande grond - en oppervlaktewaterregime. Indien bij ontwikkelingen van grasland naar bebouwd gebied het waterpeil wordt gewijzigd is op grond van de Waterwet een vergunning van het waterschap nodig. Pagina 63 van 75 Afweging Voor de bouw van het zonnepark is het verlagen van de waterstand niet nodig. Sowieso is een structureel lage grondwaterstand voor het zonnepark niet vereist. De grondwaterstand in dit gebied wordt gehandhaafd en ook in de toekomt zal het peil hetzelfde blijven zoals dat in het watergebiedsplan van het waterschap is opgenomen. Voor de realisatie van de zonnepanelen en overige bouwwerken voldoet de grondwaterstand. Ook de (tijdelijke) aanwezigheid van veel hemelwater in het geval van extreme neerslagsituaties vormt geen probleem voor de realisatie van het zonnepark. De realisatie van een zonnepark betreft niet een ontwikkeling van grasland naar bebouwd gebied. De panelen zelf zijn uiteraard van hard, waterdicht materiaal, maar de ondergrond blijft onverhard. Het waterpeil wordt dan ook niet gewijzigd en een vergunning is niet nodig. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden. Het betreft zowel waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterbeleving.

De inri chting van het gebied dient zodanig te zijn, dat het beheer en onderhoud van het watersysteem op efficiënte en effectieve wijze mogelijk is. Bij nieuw aan te leggen water vindt overleg met het waterschap plaats. • Wijze van onderhoud watersysteem: Er wordt rekening gehouden met de wijze van onderhoud (varend en/of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden. Voor werkzaamheden binnen de aangegeven zones van het waterschap is een vergunning op grond van de Waterwet noodzakelijk. o Rijdend onderhoud vanaf de kant: Bij onderhoud vanaf de kant geldt een obstakelvrije zone van 5 m vanaf de boven insteek van de watergang. o Varend onderhoud: Varend onderhoud is mogelijk bij een doorvaarbare watergang. In principe moet met een minimale totale oeverlengte van 300 m of een totale oppervlakte van 1.500 m2 rekening gehouden worden. Er wordt rekening gehouden met een minimale doorvaarhoogte van 1,55 m ten opzichte van het maximale waterpeil. De doorvaarbreedte is minimaal 2,50 m. Voor varend onderhoud geldt tevens een minimale diepte van 1 m met een aanleg- en onderhoudsdiepte van 1,30 m. Elk onderhoudswater heeft een goed bereikbare inlaadplaats voor de boot en minimaal 1 losplaats ten behoeve van het maaisel per 100 m oeverlengte. • Beheer en onderhoudsafspraken nieuwe watergangen: Voor nieuwe watergangen moeten beheer en onderhoudsafspraken worden vastgelegd.

Het waterschap neemt nieuwe primaire A - watergangen in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld dat deze watergangen voldoen aan de daarvoor geldende criteria2. • Nieuwe bomen langs een watergang zijn vergunningsplichtig of meldingsplichtig. 2 Hierover vindt nadere afstemming plaats met het waterschap Pagina 64 van 75 • Toegankelijkheid van water: alle wateren die een functie hebben in de waterhuishouding (afvoer, aanvoer of berging) liggen in openbaar gebied. Waterkeringen • Wijze van onderhoud waterkeringen : Er wordt rekening gehoud en met de wijze van onderhoud en de daarbij geldende voorwaarden. Vanuit beheer en onderhoud zijn er bepaalde uitgangspunten voor de inrichting van het waterstaatswerk. o Toegankelijkheid: De kering en percelen op de kering moeten ten alle tijden bereikbaar zijn, zodat de schouw plaats kan vinden, schade hersteld kan worden en er gemaaid kan worden. Als er een hek geplaatst wordt moet deze met het oog op de toegankelijkheid een minimale breedte hebben van 4 m. o Rijdend onderhoud op het waterstaatswerk: Bij ond erhoud van de kering geldt een obstakelvrije zone op de kering en de onderhoudsstroken van de kering. Rijdend onderhoud is mogelijk vanaf een helling van 1 op 3 of flauwer. Het maaisel moet op een logisch plek kunnen worden neergelegd, zoals op een onderhoudsstrook aan de onderzijde van de waterkering.

o Pacht: Stukken dijk die eigendom zijn van het waterschap kunnen verpacht worden. Afweging In het inrichtingsplan is rekening gehouden met 5 meter brede beheer - en onderhoudsstroken voor het waterschap. Er worden geen nieuwe watergangen gegraven. Tevens worden geen nieuwe bomen aangeplant; er hoeft dan ook geen vergunning te worden aangevraagd of melding te worden gedaan. Alle A - en B -watergangen in en rondom het plangebied zijn toegankelijk. Er wordt een hekwerk rondom de zonnepanelen geplaatst maar die zal buiten de beheerstrook staan. Energiewinning Door de energietransitie doen zich verschillende ontwikkelingen voor op het gebied van duurzame energiewinning die mogelijk ook impact hebben op de waterhuishouding. Algemeen uitgangspunt is dat ontwikkelingen niet mogen leiden tot een verslechtering van het watersysteem (inclusief het onderhoud ervan). Zonneparken op land • Zonnepark als bouwwerk : Zonneparken op land worden getoetst als b ouwwerk in verband met ligging ten opzichte van (toegang tot) watergangen, waterbergingen en onderhoudsstroken (minimaal 5 m) en (toegang tot) ten opzichte van waterkering en beschermingszones. • Wateroverlast: Voor de gebouwen (onder andere trafo/converter-omkasting) geldt in landelijk gebied de norm is T=10. Dit betekent dat de kans op wateroverlast vanuit het watersysteem hoger is dan in het stedelijk gebied.

Hier dient bij ontwerp rekening mee gehouden te worden; gevoelige objecten worden extra hoog aangelegd of waterdicht gemaakt. Pagina 65 van 75 • Kwaliteit afstromend hemelwater: Een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater dient ten allen tijden gegarandeerd te zijn. De hemelwaterafvoer (HWA) van de panelen kan binnen het plangebied worden geloosd op de bodem en bi j oppervlakkige afstroming op het oppervlaktewater (afhankelijk van oppervlak: reguleren om schade aan oevers te voorkomen: buisje/taludbescherming). Afweging In het inrichtingsplan is rekening gehouden met 5 meter brede beheer - en onderhoudsstroken voor het waterschap. Ook is de waterkering toegankelijk. In het onderhavige plan worden zonnepanelen, een beheerdersschuur, enkele transformatoren en een inkoopstation geplaatst. De panelen worden op stellages geplaatst en de kabels in de grond gelegd. Deze worden wanneer nodig waterdicht gemaakt. Hemelwater dat op de zonnepanelen valt zal tussen de panelen door (tussen elke twee panelen zit een spleet van circa 2 cm) in de bodem infiltreren. Daarnaast worden enkele bouwwerken geplaatst maar deze zijn van geri nge omvang en ook hiervoor geldt dat hemelwater direct ernaast in de grond kan infiltreren. 4.13.2 Overstromingsrisicoparagraaf Volgens de viewer van de provincie Overijssel ligt het plangebied in overstroombaar gebied (zie onderstaande figuur).

Onder overstroombaar gebied verstaan we gebieden die normaal gesproken niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan) als gevolg van een extreme gebeurtenis. Het gaat zowel om buitendijkse gebieden die bij hoogwater overstromen (bijvoorbeeld uiterwaarden) als om de beschermde gebieden achter de dijk (binnendijkse gebieden) die alleen bij een calamiteit onder water komen te staan. Figuur 25 Plangebied ligt in 'overstroombaar gebied'

Pagina 66 van 75 Ruimtelijke plannen die betrekking hebben op het ‘Overstroombaar gebied’ voorzien alleen in nieuwe stedelijke functies binnen deze gebieden als in het betreffende plan zodanige voorwaarden worden gesteld dat de veiligheid ook al lange termijn voldoende is gewaarborgd. De toelichting op ruimtelijke plannen die betrekking hebben op deze gebieden, voorzien in een overstromingsrisicoparagraaf die inzicht biedt in: • De risico’s bij overstroming. • De maatregelen en de voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen dan wel te beperken. Afweging Dit plan betreft de realisatie van een zonnepark. Hierbij worden zonnepanelen op stellages geplaatst. De onderzijde van de zonnepanelen worden op circa 70 cm hoogte geplaatst. De kabels en omvormers zijn van dusdanige kwaliteit dat deze tegen water kunnen. De kabels liggen immers in de grond en de omvormers hangen onder de panelen/staan in diverse bouwwerken. Een eventuele overstroming zal dan ook geen gevaarlijke situaties opleveren. Daarnaast is er geen sprake van een gevoelige functie. In tegenstelling, het betreft een extensieve functie. In geval van overstroming zullen er dan ook geen mensen hoeven te worden geëvacueerd. Pagina 67 van 75 5.

Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid Wanneer er sprake is van een bouwplan als bepaald in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening in samenhang met artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening moet men hiervoor in beginsel een exploitatieplan vaststellen. Hiervan kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. De realisatie van een zonnepark is geen bouwplan als bepaald in de genoemde artikelen. Daarnaast wordt er een overeenkomst gesloten tussen gemeente Steenwijkerland en de ontwikkelende partij, waarin het kostenverhaal, waaronder planschade, is geregeld. De vaststelling van een exploitatieplan is bij deze ruimtelijke onderbouwing niet nodig. Voor de totstandkoming van het zonnepark wordt een subsidie op gr ond van de Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE++) aangevraagd. Deze subsidie is in de exploitatie noodzakelijk voor de bedrijfseconomische haalbaarheid. 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procesparticipatie De initiatiefnemer is met omwonenden en andere stakeholders, zoals het waterschap, gemeente en provincie in gesprek gegaan om draagvlak te creëren voor het zonnepark. In een vroegtijdig stadium zijn bewoners betrokken bij de plannen . Opmerkingen en input is waar mogelijk meegenomen in de uitwerking van het plan. In bijlage 2 Participatie: proces en deelname, is dit volledig beschreven.

Terinzagelegging Deze ruimtelijke onderbouwing wordt in het kader van het omgevingsvergunningtraject voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Eenieder wordt daarbij in de gelegenheid gesteld om een zienswijze tegen de ontwerp omgevingsvergunning in te dienen. De resultaten daarvan zullen te zijner tijd in dit hoofdstuk worden verwerkt. 5.3 Technische uitvoerbaarheid Voor dit zonnepark heeft de Enexis bevestigd dat het zonnepark aangesloten kan worden op het elektriciteitsnet. Daarnaast is door initiatiefnemer tevens transportcapaciteit vastgelegd, wat inhoudt dat de opgewekte elektriciteit ook daadwerkelijk aan het net kan worden geleverd. Pagina 68 van 75 5.4 Crisis- en herstelwet Sinds 25 april 2013 heeft de Crisis- en herstelwet (Chw) een permanent karakter gekregen. Voor deze omgevingsvergunning is deze wet relevant. In Bijlage I Chw is een aantal categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten opgenomen. Eén daarvan is "Duurzame energie". Als een project onder één van de (sub)categorieën (en de bijbehorende voorwaarden) valt, dan is voor alle besluiten en dus ook besluiten op grond van de Wabo de stroomlijning van procedures voor projecten van afdeling 2, hoofdstuk 1 Chw van toepassing (zoals bijvoorbeeld toepassing van het relativiteitsbeginsel bij beoordelen beroepsgronden).

Pagina 69 van 75 Bijlagen Pagina 70 van 75 Bijlage 1A en 1B – Inrichtingsplan en ontwerp Pagina 71 van 75 Bijlage 2 – Participatie: proces en deelname Pagina 72 van 75 Bijlage 3A – Natuurtoets zonnepark Wanneperveen Pagina 73 van 75 Bijlage 3B – Toetsing Natura2000 Pagina 74 van 75 Bijlage 4 – AERIUS-berekening Pagina 75 van 75 Bijlage 5 – Vormvrije m.e.r.- beoordeling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/a6b66bb8-0f81-4cd2-ac94-8f440b616320?agendaItemId=783e278c-9754-4f70-9324-3951ac27fedc