Ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
Datum: 11 maart 2021 Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Zomerdijk Gemeente Steenwijkerland Pagina 2 van 75 PowerField Netherlands B.V. Veerdijk 40-D 1531 MS Wormer www.powerfield.nl T: +31 (0) 84 430 0038 E: info@powerfield.nl Disclaimer Dit document bevat betrouwbare informatie en is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Niets uit dit document mag zonder toestemming van PowerField worden gereproduceerd, gekopieerd, of worden doorgestuurd. PowerField heeft dit document samengesteld met de grootste zorgvuldigheid, aan de inhoud van dit document worden geen garanties verleend.
Pagina 3 van 75 Ruimtelijk onderbouwing Zonnepark Zomerdijk Pagina 4 van 75 Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE 4 1. INLEIDING 6 1.1 AANLEIDING 6 1.2 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED 6 1.3 GELDEND PLANOLOGISCH KADER 8 2. PROJECTOMSCHRIJVING 9 2.1 HUIDIGE SITUATIE 9 2.1.1 HUIDIG GEBRUIK 9 2.1.2 TOPOGRAFIE 9 2.1.3 OPENBARE WEGEN 10 2.1.4 AHN 10 2.1.5 LANDSCHAPSTYPE EN ONTWIKKELING 10 2.1.6 CONCLUSIE HUIDIGE SITUATIE 11 2.1 (RUIMTELIJKE) MOTIVATIE LOCATIEKEUZE 11 2.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE 14 2.3.1 HET ZONNEPARK 14 2.3.2 INRICHTINGSPLAN 14 2.3.3 ONTSLUITING EN VERKEER 16 2.3.4 BOUWWERKEN 16 2.3.5 REALISATIE 17 2.3.6 OPERATIONEEL 17 2.3.7 EXPLOITATIETERMIJN 17 2.3.8 ENERGIEDOELSTELLINGEN STEENWIJKERLAND 18 2.3.9 BEBOUWD OPPERVLAK TEN OPZICHTE VAN ENERGIEVERBRUIK 18 2.3 PARTICIPATIE 18 2.4.1 PROCESPARTICIPATIE 18 2.4.2 PROFIJT OMGEVING 18 3.
BELEIDSANALYSE 19 3.1 EUROPEES BELEID 19 3.2 RIJKSBELEID 20 3.2.1 STRUCTUURVISIE INFRASTRUCTUUR EN RUIMTE 20 3.2.2 BARRO EN BRO 20 3.2.3 ENERGIEAKKOORD VOOR DUURZAME GROEI 21 3.3 PROVINCIAAL BELEID 22 3.3.1 OMGEVINGSVISIE PROVINCIE OVERIJSSEL 22 Pagina 5 van 75 3.3.2 HANDREIKING ZONNEVELDEN 23 3.3.3 KWALITEITSIMPULS GROENE OMGEVING 30 3.3.4 CONTOUREN PROGRAMMA NIEUWE ENERGIE OVERIJSSEL 2017 32 3.3.5 OMGEVINGSVERORDENING PROVINCIE OVERIJSSEL 33 3.4 GEMEENTELIJK BELEID 34 3.4.1 COALITIEAKKOORD 2018-2022 ‘DOOR VERBINDING NAAR RESULTAAT’ 34 3.4.2 “RUIMTE VOOR ZONNEPANELEN OP (STEENWIJKER)LAND” 35 4. OMGEVINGSASPECTEN 42 4.1 ARCHEOLOGIE 42 4.2 BODEM 43 4.3 CULTUURHISTORIE 44 4.4 ECOLOGIE 44 4.5 ELEKTROMAGNETISCHE STRALING 47 4.6 EXTERNE VEILIGHEID 47 4.7 GELUID 49 4.8 LADDER DUURZAME VERSTEDELIJKING 50 4.9 LUCHTKWALITEIT 53 4.10 M.E.R.-(BEOORDELINGS)PLICHT 54 4.11 MILIEUZONERING 56 4.12 VERKEER EN LICHTREFLECTIE 56 4.13 WATER 57 4.13.1 WATERTOETSPROCES 57 4.13.2 OVERSTROMINGSRISICOPARAGRAAF 65 5.
UITVOERBAARHEID 67 5.1 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 67 5.2 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 67 5.3 TECHNISCHE UITVOERBAARHEID 67 5.4 CRISIS- EN HERSTELWET 68 BIJLAGEN 69 BIJLAGE 1A EN 1B – INRICHTINGSPLAN EN ONTWERP 70 BIJLAGE 2 – PARTICIPATIE: PROCES EN DEELNAME 71 BIJLAGE 3A – NATUURTOETS ZONNEPARK WANNEPERVEEN 72 BIJLAGE 3B – TOETSING NATURA2000 73 BIJLAGE 4 – AERIUS-BEREKENING 74 BIJLAGE 5 – VORMVRIJE M.E.R.- BEOORDELING 75 Pagina 6 van 75 1. Inleiding 1.1 Aanleiding De voorliggende ruimtelijk onderbouwing heeft betrekking op het Zonnepark Zomerdijk nabij het dorp Dinxterveen/Wanneperveen in de gemeente Steenwijkerland. Zie hiervoor de onderstaande figuur 1.1. De activiteit betreft het plaatsen van zonnepanelen en met de daarbij behorende voorzieningen. De initiatiefnemer heeft de beschikking over een aaneengeslot en stuk grond van circa 43,6 hectare onbebouwde agrarische gronden. Het voornemen is om voor een periode van 25 jaar te gebruiken voor een zonnepark. Van deze oppervlakte wordt 26,8 hectare (ofwel 61% van het bruto plangebied) hectare benut voor het zonnepark (panelen, beheerpaden en ontsluiting) . De overige ruimte wordt ingezet ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het zonnepark en voor een verbetering van de ecologische waarden op de gronden.
De locatie is gelegen op de kadastrale percelen Brederwiede D 254 – 257, 259 – 264, 266, 272, 275, 276, 281, 282, 528 en 529. Niet alle percelen worden in zijn geheel gebruikt; de gronden tussen de boerderij en de Zomerdijk zullen op extensieve wijze gaan worden gebruikt en beheerd. Zoals aangegeven past de ontwikkeling van het zonnepark niet binnen de geldende planologische kaders voor het gebied. Door de gemeente Steenwijkerl and is aangegeven dat op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), medewerking verleend kan worden aan de realisatie van het zonnepark . Dit houdt in dat een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan voor de duur van 25 jaar aangevraagd moet worden. Ten behoeve daarvan moet gemotiveerd worden dat met de afwijking sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin. 1.2 Ligging van het projectgebied Het projectgebied is gelegen in het zuidoosten van de gemeente Steenwijkerland. Zie onderstaand e figuur. Het projectgebied is gelegen nabij Meppel en langs het de weg N375, de Zomerdijk. Vanaf hier is de locatie te bereiken va naf de openbare weg. Het plan ligt op de grens met Drenthe. De grens tussen Overijssel en Drenthe loopt door de we g Nieuwedijk.
Het dorp Dinxterveen is gelegen op een afstand van 1,3 kilometer van het plangebied, de afstand naar Wanneperveen is 1,5 kilometer. Aan de westkant grenst het plangebied aan Kiersche Wijde dat onderdeel is van het Nationaal Park Weerribben-Wieden. Binnen het plangebied is ook een perceel in eigendom van Natuurmonumenten aanwezig (in de noordwesthoek van het plangebied). Dit perceel maakt geen onderdeel uit van het plangebied. Tevens liggen er enkele watergangen binnen het plangebied die eigendom zijn van het waterschap. Pagina 7 van 75 Figuur 1 begrenzing plangebied
Pagina 8 van 75 1.3 Geldend planologisch kader Voor het plangebied geldt het beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014. Het perceel heeft in dit plan de bestemming ‘Agrarisch met waarden‘. Daarnaast is voor delen van het gebied Waarde – Archeologie 2 opgenomen. Tevens is een algemene aanduid ing ‘Geluidszone – industrie’ opgenomen. Binnen plangebied is tevens een bos van Natuurmonumenten gelegen met een bestemming ‘Agrarisch met waarden’ en watergang van het waterschap met de bestemming ‘water’. In de uiterste zuidwestpunt van het plangebied z ijn daarnaast de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: ‘wro -zone – natura 2000’, Waterstaat – waterkering’ en de gebiedsaanduiding ‘ecologische waarde’. Binnen deze laatste drie w orden geen bouwwerken geplaatst. De ontwikkeling van het zonnepark is niet mogelijk binnen het geldende planologische kader. Voor de gevallen waarbij buitenplans afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 1°of 2° Wabo niet mogelijk is, biedt artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3 Wabo de mogelijkheid om van het bestemmingsplan af te wijken met een omgevingsvergunning als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke ond erbouwing bevat.
In deze ruimtelijke onderbouwing komen alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening voor dit project aan de orde en toont aan dat het project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De ontwikkeling aan de zomer dijk past wel binnen het gemeentelijk beleidskader Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land. Echter, v oordat het college een besluit kan nemen moet de gemeenteraad een ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven. Deze ontwerp vvgb wordt tegelijkertijd met de ontwerp omgevingsvergunning ter inzage gelegd. De gemeente heeft specifiek beleid opgesteld met betrekking tot zonneparken, waarop in hoofdstuk 3 nader wordt ingegaan. Ook is hiervoor een inrichtingsplan worden opgesteld. Pagina 9 van 75 2. Projectomschrijving 2.1 Huidige situatie Hieronder wordt kort ingegaan op de relevante landschappelijke en overige kenmerken die de basis hebben gevormd voor de inrichting van het zonnepark. 2.1.1 Huidig gebruik Op dit moment kent het projectgebied een (intensief) agrarisch gebruik. Het gebied is bruto circa 43,6 hectare groot. Naast kavelsloten zijn er enkele hoofdwatergangen van het waterschap in het plangebied gelegen. Ten zuiden van het projectgebied zijn twee agrarisch erven a anwezig. In het noorden ligt binnen het plangebied een bos van natuurmonumenten. Aan de westzijde ligt het Nationaal Park Weerribben-Wieden.
Net ten zuidoosten van het plangebied ligt aan de andere zijde van het de gemeentegrens in de gemeente Meppel een bedrijventerrein. 2.1.2 Topografie Het plangebied ligt in het uiterste zuiden van de gemeente Steenwijkerland. Zie onderstaande figuur. Aan de noordzijde wordt het gebied begrensd door de Kooiweg. Langs de oostkant van het projectgebied ligt de Nieuwedijk, de weg van Meppel naar Dinxterveen. Ten zuiden van het plangebied ligt de N375, de Zomerdijk. De Zomerdijk loopt van Meppel naar Zwartsluis. Er staan relatief weinig woningen rondom de projectlocatie. Vanuit Dinxterveen is er nagenoeg geen zicht op de locatie door de afstand tot aan het zonnepark. Vanuit Meppel is er geen zicht op de locatie door het aangrenzende industrieterrein Oevers. Figuur 2 ligging plangebied
Pagina 10 van 75 2.1.3 Openbare wegen De zichtbaarheid van het zonnepark wordt voor een groot deel bepaald door de ligging van openbare wegen. De belangrijkste weg is in dit geval de Nieuwedijk die ten oosten langs het projectgebied loopt. Ten noorden wordt het projectgebied begrensd door de K ooiweg, ten zuiden van het projectgebied loopt de N375, de Zomerdijk die in Drenthe over gaat in de Bremenbergweg. 2.1.4 AHN Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is de digitale hoogtekaart voor heel Nederland. Het bevat gedetailleerde en precieze hoogtegegevens. In onderstaande figuur is een uitsnede van de hoogtekaart opgenomen. Het gebied heeft geen grote hoogteverschillen maar ligt wel lager ten opzichte van omliggende wegen en de kernen Meppel en Dinxterveen. Zie onderstaande afbeelding. Figuur 3 Hoogteverschillen in het projectgebied 2.1.5 Landschapstype en ontwikkeling Het terrein is gelegen in een Slagenlandschap. Het Slagenlandschap is een laaggelegen gebied. De wegen liggen op de hogere (en drogere) gedeelten. De lange smalle kavelstructuur is ontstaan door het afgraven van het veen. Op sommige plekken is het veen zover afgegraven d at er water is komen te staan.
Kenmerken van het landschap zijn: • een weids, open en nat landschap, • smalle opstrekkende kavels, • systeem van sloten en dwarssloten, • wegen hebben een licht kronkelend verloop De kenmerkende smalle opstrekkende kavels zijn door de decennia heen, wegens schaalvergroting in de landbouw, gedeeltelijk verdwenen (zie onderstaande figuren).
Pagina 11 van 75 Figuur 4 Historische kaart 1900 Figuur 5 Historische kaart 2000 2.1.6 Conclusie huidige situatie Het gebied kenmerkt zich door een smalle kavelstructuur ontstaan door veenafgravingen. Hierdoor is een grote openheid ontstaan. Vanaf de omliggende wegen wordt over het plangebied heen gekeken. Om het zonnepark aan het zicht te onttrekken moet gezocht worden naar oplossingen met beplanting die een hoogte bereikt vergelijkbaar met de hoogte van de zonnepanelen. In het inrichtingsplan wordt hier nader op ingegaan. 2.1 (Ruimtelijke) motivatie locatiekeuze Dagelijks wordt PowerField benaderd door makelaars, agrariërs en andere grondbezitters met de vraag of er interesse is in grond voor de ontwikkeling van zonneparken. Voordat een locatie wordt ontwikkeld, wordt deze grondig doorgelicht. Het overgrote merendeel (95%) van locaties die worden aangedragen, valt dan ook af. De belangrijkste randvoorwaarden bestaan uit de volgende: 1. Niet positief uit locatiescan; 2. Niet passend binnen vigerend beleid 3. Landschappelijke context maakt dat een zonnepark niet mogelijk is 4. Omgevingsaspecten en bijvoorbeeld kabels en leidingen 5. Financiële haalbaarheid en mogelijkheid tot aansluiten op het elektriciteitsnet Onderstaand worden deze vijf aspecten nader toegelicht in relatie tot de locatie. Ad. 1 Locatiescan PowerField ontwikkelt graag zonneparken op de beste locaties.
Voor het bepalen van die beste locaties zijn een groot aantal zaken en randvoorwaarden van belang. Voorbeelden zijn: • Natuurbestemming; • Bebouwing; • Nationaal Natuur Netwerk of Natura2000; • Bos en heide; • Rivieren en beken;
Pagina 12 van 75 • Archeologische gronden; • Hoeveelheid en afstand tot woningen in de omgeving; • Afstanden tot een geschikte netaansluiting; • Beschermde Essen; • Gemeentelijk of provinciaal beleid, wanneer dit opgesteld is. Om aan de hand van deze criteria de juiste plekken te vinden, zijn de genoemde criteria samengevat in een kaart; een locatiescan. Een locatiescan vertoont veel gelijkenissen met beleidskaarten van de gemeente maar hanteert daarnaast nog een aantal extra uitsluitingscriteria waardoor het zoekgebied voor zonneparken nog kleiner wordt. In onderstaande figuur is de locatiescan voor Steenwijkerland weergegeven. Figuur 6 locatiescan gemeente Steenwijkerland Uit de locatiescan blijkt dat een zeer groot gedeelte van de gemeente Steenwijkerland afvalt voor de ontwikkeling van zonneparken: • De licht - en donkerrode gebieden betreffen Natura -2000 gebieden en NNN. Het is niet mogelijk hier zonneparken te ontwikkelen. De li chtgele en oranje gebieden betreffen weidevogelgebieden. Het plangebied is niet gelegen binnen één van deze gebieden. Wel ligt het plangebied er tegenaan, maar doordat er geen mest meer uitgereden zal worden of gewasbestrijdingsmiddelen worden gebruikt en extra natuur zal worden gerealiseerd, kan het zonnepark juist een positieve bijdrage leveren aan het naastgelegen natuurgebied.
Pagina 13 van 75 • De zwarte cirkel betreft een zone van 3 kilometer rondom een LOFAR -antenne. Binnen deze zone zijn zonneparken weliswaar mogelijk , maar moeten deze voldoen aan strenge normen om storing op de antenne te voorkomen. Om die reden is dit gebied minder geschikt. • De gronden binnen het plangebied bevatten een lage grondwatertrap wat betekent dat deze van nature natter zijn en daardoor land bouwkundig gezien niet de beste gronden betreffen. Dit is een voordeel omdat op die manier niet de beste landbouwgrond wordt onttrokken voor het zonnepark. • Daarnaast bestaat een gedeelte van de ondergrond uit venige gronden. Het verlagen van de grondwaterstand ten behoeve van landbouwkundig gebruik van veengronden veroorzaakt veenoxidatie. Veenoxidatie is een grote veroorzaker van CO²-uitstoot. Het realiseren van een zonneparken op dergelijke gronden kan een bijdrage leveren aan het tegengaan van veenoxidatie. • In het midden en westen van de gemeente liggen gronden die mogelijk ook geschikt zijn voor zonneparken. In die gebieden bevinden zich echter ook veel actieve agrarische bedrijven. In de omgeving van het plangebied bevinden zich niet veel actieve agrarische bedrijven. Er kan dus niet gesproken worden over een intensief agrarisch gebied. Hierdoor heeft het initiatief voor een zonnepark op deze locatie geen nadelige gevolgen voor andere agrariërs.
• Er bevinden zich geen woningen op korte afstand van het zonnepark. Dit vergroot het draagvlak voor het project. De woningen die er zijn in de omgeving zullen do or de landschappelijke inpassing vrijwel geen zicht op de zonnepanelen hebben en hier ook geen hinder van ondervinden. • Tenslotte is het belangrijk het z onnepark aan te kunnen sluiten op het elektriciteitsnet. PowerField heeft de mogelijkheid om het zonnepark aan te sluiten. Ad 2. Beleid De provincie Overijssel en gemeente Steenwijkerland hebben beleid voor zonneparken opgesteld. Uit de beleidsanalyse in hoofdstuk 3 blijkt dat het zonnepark past binnen vigerend beleid. Ad 3. Landschappelijke context Een andere belangrijke factor is de la ndschappelijke context waarin het zonnepark zich bevindt. Daarbij kijken we of het zonnepark past in het type landschap en hoe het zonnepark landschappelijk in te passen is. Het plangebied ligt op de grens van natuurgebied en het open agrarisch landschap. Het betreft een ontginningengebied waarbij de agrarische percelen in een opstrekkende verkaveling zijn ontgonnen. Hierdoor is in de loop van de tijd een sterk verkaveld patroon ontstaan bestaande uit relatief smalle en lange percelen gescheiden door wate rgangen.
Wel is het zo dat lang niet alle watergangen goed zichtbaar zijn in het landschap; de meeste watergangen betreffen smalle sloten/greppels en behoren tot het intensief agrarisch gebruik. Met name wanneer dwars op het landschap wordt gekeken wordt de verkaveling niet gezien en worden de weilanden ervaren als een enkel weiland. Het gebied betreft Pagina 14 van 75 van oudsher al een ‘energielandschap’. Dit karakter, geschiedenis en de grootschaligheid van het landschap maakt dat hier ook een wat groter zonnepark bij past. Ad 4. Omgevings- en milieuaspecten Een vierde aspect dat van belang is betreft de verschillende omgevingsaspecten. Een van de belangrijkste uitgangspunten voor een locatie betreft eventuele overlast voor omwonenden . In onderhavige locatie bevinden zich drie woningen (twee woningen betreffen de woningen van de grondeigenaren en de woning aan de Zomerdijk 5 staat op circa 400 meter afstand) in de nabijheid van het plangebied. Om die reden is bewust gepaste afstand bewaard tot de Zomerdijk en is de rooilijn van het zonnepark achter het agrarisch bedrijf gehouden. Hierdoor wordt hinder voorkomen en komt het zonnepark niet ‘in de achtertuin’ van bewoners van de Zomerdijk. Door deze ruime afstand is het zonnepark landschappelijk goed in te passen en zal er geen hinder ontstaan.
Daarnaast dient het zonnepark bijvoorbeeld geen negatieve gevolgen te hebben voor flora en fauna. Hiertoe is een natuurtoets uitgevoerd. Op de volledige omgevingsaspecten wordt nader ingegaan in hoofdstuk 4. Ad 5. Financieel haalbaar Het plan moet ook financieel haalbaar zijn. Een belangrijk aspect hierin is de netaansluiting. Wanneer de aansluiting op het net te ver is, zijn de aansluitkosten te hoog en kan geen sluitende business case worden gemaakt. In dit geval kan worden aangesloten op het station Meppel dat op een redelijke afstand is gelegen waardoor de businesscase, bij een exploitatietermijn van 25 jaar, haalbaar is. 2.2 Toekomstige situatie 2.3.1 Het zonnepark Het voornemen is om het zonnepark voor een periode van 25 jaar te exploiteren. In totaal zal het zonnepark circa 28 megawattpiek (MWp) aan vermogen krijgen . Een zonnepark van een dergelijke omvang kan jaarlijks 26.600.000 kWh aan groene energie opwekken, dit staat gelijk aan het verbruik van circa 8.000 gemiddelde Nederlandse huishoudens. 2.3.2 Inrichtingsplan De locatie heeft een bruto oppervlakte van circa 43,6 hectare. 26,8 hectare zal gebruikt worden voor het plaatsen van het zonnepark, de overige ruimte voor versterking van ecologie en biodiversiteit en landschappelijke inpassing van het zonnepark . Het inrichtingsplan met een uitgebreide toelichting hierop is bijgevoegd in bijlage 1.
Een weergave van het inrichtingsplan is opgenomen in onderstaande figuur. Pagina 15 van 75 Figuur 7 inrichtingsplan zonnepark
Pagina 16 van 75 2.3.3 Ontsluiting en verkeer De locatie is te bereiken via de Kooiweg. Op de locatie zelf zal binnen het hekwerk kunnen worden geparkeerd op de aan te leggen beheerpaden die gebruikt kan worden voor onderhoud aan het zonnepark en het terrein. Enkel tijdens de aanleg en ontmantelingsfase zal sprake zijn van een toename van v erkeer. Tijdens de exploitatiefase, is het aantal verkeersbewegingen gering. Het gaat dan enkel om incidenteel onderhoud van het zonnepark zelf en beheer/onderhoud van de ondergrond en omliggende natuur. Om de bereikbaarheid en veiligheid te garanderen is afgestemd met de veiligheidsregio (brandweer). Deze overleggen hebben geresulteerd in enkele uitgangspunten voor het ontwerp. Alle transformatoren zijn via een (halfverhard) pad van voldoende breedte (4,5 meter) bereikbaar voor hulpdiensten. De zonnepanelen worden op voldoende afstand van bochten geplaatsDaarnaast worden enkele opstelplaatsen gerealiseerd . Tenslotte worden aan het eind van doodlopende paden keermogelijkheden gerealiseerd zodat het zonnepark ook weer snel kan worden verlaten. 2.3.4 Bouwwerken Er worden een aantal bouwwerken gerealiseerd. Allereerst worden er zonnepanelen op stellages geplaatst. De stellages met panelen worden maximaal 1,8 meter hoog (boven maaiveld) en de panelen worden geplaatst onder een hoek van +/- 15°.
De opgewekte stroom wordt vanaf de zonnepanelen getransporteerd naar omvormers, veelal gemonteerd onder de panelen. Vanaf de omvormers wordt de stroom ondergronds getransporteerd naar één van de transformatorstations. Daarnaast wordt bij één van de entrees een opslagcontai ner geplaatst ten behoeve van reserveonderdelen. Deze wordt in een donkere kleurstelling (antraciet/grijs/donkergroen) geplaatst. Het zonnepark moet worden omsloten met een hekwerk , dit heeft onder andere te maken de veiligheid. Door te kiezen voor een grofmazig hekwerk (geen spijlen hekwerk) ontstaat een transparant beeld. Hierdoor blijft het open beeld behouden en is het hekwerk vrijwel niet zichtbaar vanaf grotere afstand. Het hekwerk zal niet hoger worden dan twee meter en zal op 10 cm van de grond worden geplaatst zodat klein wild in en uit het zonnepark kan migreren. Daarnaast worden de watergangen en aangrenzende beheerstroken vrijgehouden van hekwerken. Hierdoor kunnen zowel groter wil door het gebied migreren en kan het waterschap het beheer goed uit blijven voeren. Het hekwerk wordt tussen de zonnepanelen en landschappelijke inpassing geplaatst zodat deze vanuit de omgeving zo min mogelijk opvalt. Pagina 17 van 75 Figuur 8 Voorbeelden hekwerken 2.3.5 Realisatie De bouw van het project zal waar mogelijk gedaan worden met lokale partijen.
De start van de bouw is afhankelijk van de vergunningen en verkrijgen van SDE++ subsidie. Op het moment dat gestart wordt met de realisatie van het zonnepark zullen eerst la ndschappelijke inpassingselementen worden gerealiseerd. Zo worden op enkele plekken natuurvriendelijke oevers aangelegd. Hierbij wordt gewerkt met een gesloten grondbalans, er wordt geen grond afgevoerd en er is vanuit de aanleg van de landschappelijke inpassing dan ook geen toename in verkeer te verwachte. Bouwen van de stellages en leggen van de panelen en plaatsen van de omvormers zal enkele maanden in beslag nemen. Tijdens de bouw zal er tijdelijk een toename van verkeer (aanvoer van materialen via vrac htverkeer) plaatsvinden. Tijdens de bouw wordt gebruik gemaakt van (elektrisch) voertuigen zoals bobcats en minikraan. De bouw zal overdag plaatsvinden en materialen zullen worden aangevoerd via de Zomerdijk, Nieuwedijk en Kooiweg. Voorafgaand aan de bouw zal een verkeersplan worden opgesteld dat wordt afgestemd met de gemeente. Om het park aan te sluiten op het net zal Enexis de nodige aanpassingen moeten doen. Deze werkzaamheden kunnen 0,5 á 1 jaar in beslag nemen. 2.3.6 Operationeel Zodra het zonnepark gereali seerd is zal het beheerd worden. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het onderhoud van de systemen, maar ook het monitoren van het zonnepark en diverse administratieve werkzaamheden.
Het terrein kan daarbij op extensieve wijzen onderhouden worden door enkele malen te maaien of schapen te laten grazen tussen en onder de panelen. Door deze manier van onderhoud toe te passen wordt het park op ecologisch verantwoorde manier onderhouden en levert het werkgelegenheid op. Ook wordt hiermee invulling gegeven aan de provinciale wens om de gronden meervoudig te gebruiken (verhogen van de natuurwaarden t.o.v. de huidige situatie). 2.3.7 Exploitatietermijn De technische levensduur is 25 jaar. Aan het einde van de looptijd van de vergunning wordt het zonnepark opgeruimd en wordt de grond weer opgeleverd zoals hij in gebruik wordt verkregen , namelijk agrarisch (conform de onderliggende bestemming). Om zeker te stellen dat de opruimkosten gedekt zijn, zal jaarlijks een vast bedrag in een waa rborgfonds worden gestort. Aan het einde van de looptijd zijn extra investeringen in het landschap (landschappelijke inpassing) volwassen. Een deel van deze natuur/inpassingsmaatregelen kan daarna behouden blijven, zoals de natuurvriendelijke oevers.
Pagina 18 van 75 Hierdoor heeft het zonnepark bijgedragen aan het behouden en versterken van een robuuste groenstructuur (waar in het verleden groenstructuren juist zijn verdwenen). 2.3.8 Energiedoelstellingen Steenwijkerland De provincie Overijssel heeft tot doel gesteld dat in 2035 de bijdrage van duurzame energie aan het totale energieverbruik 35% is. Het zonnepark zal naar verwachting duurzame elektriciteit opwekken voor circa 8.000 gemiddelde Nederlandse huishoudens. Op 1 januari 2019 had de gemeente een inwoneraantal van 43.940. Rekening houdend met 2,2 personen per huishouden, betekent dit dat er ongeveer 19.973 huishoudens in de gemeente zijn. Het zonnepark voorziet daarmee in een duurzame stroom behoefte die overeenkomt met een aandeel van circa 40% van d e huishoudens. Hierbij is rekening gehouden met gemiddeld elektriciteitsverbruik van 3. 300 kWh . Met alle technologische ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld huisautomatisering en de overgang van brandstof aangedreven naar elektrisch aangedreven auto’s zal de behoefte van huishoudens aan elektriciteit in de toekomst mogelijk verder stijgen. 2.3.9 Bebouwd oppervlak ten opzichte van energieverbruik De gemeente Steenwijkerland heeft een totale oppervlakte van 321,59 km² (waarvan 33,32 km² water). De oppervlakte dat daadwerkelijk met zonnepanelen zal worden belegd bedraagt circa 0,268 km² (26,8 hectare) in beslag nemen.
Door 0,08% van de oppervlakte van de gemeente in te zetten voor een zonnepark, kan een grote bijdrage worden geleverd aan de doelstellingen. 2.3 Participatie 2.4.1 Procesparticipatie Inwoners en andere stakeholders van de gemeente Steenwijkerland hebben de gelegenheid gekregen om in een vroegtijdig mee te denken over het project. De uitkomsten van de gesprekken met omwonenden, dorpsbelang, natuurmonumenten en diverse overheidspartijen hebben, samen met de informatie opgehaald tijdens de informatieavond en online consultatie, geleid tot het definitieve plan. Het gehele participatieproces maakt onderdeel uit van bijlage 2 Participatie: proces en deelname. 2.4.2 Profijt omgeving PowerField vindt het belangrijk dat lusten en lasten eerlijk verdeeld worden. Hoe dit gebeurt, is per gemeente en per project maatw erk. De gemeente Steenwijkerland vindt het belangrijk dat een deel van de baten, vanwege de maatschappelijke impact, voor het gebied beschikbaar komt. In het hoofdstuk beleid en bijlage 2 wordt hier nader op ingegaan. Pagina 19 van 75 3. Beleidsanalyse 3.1 Europees beleid De b ehoefte aan energie in Europa groeit, maar de prijzen fluctueren sterk en de toevoer hapert. Bovendien wil de Europese Unie de energiesector milieuvriendelijker maken. Het energiebeleid van de EU richt zich vooral op continuïteit, concurrentievermogen en duurzaamheid.
De Commissie werkt aan een Europese Energie -unie. Die moet zorgen voor een gegarandeerde, betaalbare en klimaatvriendelijke energie voor de burgers en bedrijven in de EU. Energie moet bovendien door de hele EU vrij kunnen circuleren, over de b innengrenzen heen. Door nieuwe technologie, efficiënter omgaan met energie en modernisering van de infrastructuur helpen we de energiekosten te beperken, nieuwe banen en ervaring of kennis te creëren en de groei en export te stimuleren. Europa moet zich ontwikkelen tot een duurzame, koolstofarme en milieuvriendelijke economie. Het zal het voortouw nemen op het gebied van duurzame energie en klimaatbescherming. De Energie-unie bouwt voort op het huidige EU -energiebeleid, waaronder het energie- en klimaatkade r voor 2030 de Europese strategie voor energiezekerheid. De EU heeft energie- en klimaatdoelstellingen geformuleerd voor 2020, 2030 en 2050: Doelstellingen voor 2020: • de uitstoot van broeikasgassen met minstens 20% verminderen ten opzichte van 1990 • 20% van alle energie opwekken op duurzame wijze • de energie-efficiëntie met 20% verbeteren Doelstellingen voor 2030: • de uitstoot van broeikasgassen met 40% verminderen • minstens 27% van de energie moet duurzaam worden opgewerkt • een energie-efficiëntieverbetering met 27-30% • 15% elektriciteitsinterconnectie (d.w.z.
dat 15% van alle in de EU opgewekte elektriciteit naar andere EU-landen kan worden getransporteerd) Doelstelling voor 2050: • Een vermindering van de broeikasgassenuitstoot met 80-95% ten opzichte va n 1990. Het Energiestappenplan 2050 laat zien hoe dit in zijn werk moet gaan. Afweging De ontwikkeling van het zonnepark draagt bij aan het opwekken duurzaam opwekken van energie en past daarmee binnen het Europees beleid. Pagina 20 van 75 3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat de visie van het Rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebru iker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn regels opgenomen om het beleid uit de SVIR te verwezenlijken. In de structuurvi sie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040. De ruimtelijke waarden die het nationaal belang waarborgen zijn opgenomen in 13 verschillende belangen. In de structuurvisie wordt ook aangegeven op welke manier het Rijk deze belangen wil verwezenlijke n. Dit zorgt voor een duidelijk overzicht in één document gezamenlijk met de doelen die het Rijk heeft opgesteld.
Afweging Relevant voor dit plan is dat de vraag naar elektriciteit zal blijven groeien. Vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot is een transitie naar duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig. Voor het opwekken van energie zal voldoende ruimte gereserveerd moeten worden. Het aandeel van duurzame energiebronnen (zoals zon) in de totale energievoorziening moet omhoog en deze hebben relatief veel ruimte nodig. In de SVIR wordt de ambitie uitgesproken dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie vergevorderd is. Dit plan volgt daarmee de lijn van de SVIR en maakt daarnaast geen inbreuk op de overige nationale belangen. 3.2.2 Barro en Bro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: • Project Mainportontwikkeling Rotterdam; • Kustfundament; • Grote rivieren; • Waddenzee en waddengebied; • Defensie; • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van het de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op dit plan. Wel is de term ‘Ecologische Hoofdstructuur gewijzigd in ‘Natuurnetwerk Nederland’ (‘NNN’). Pagina 21 van 75 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen, door de artikelen 1.1.1. en 3.1.6. Per 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij een nieuwe vereenvoudigde laddersystematiek geldt. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een optimale en zorgvuldige benutting van de ruimte nagestreefd. Gemotiveerd moet worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt voor het ruimtegebruik. Afweging Een zonnepark betreft een nieuw element in het Nederlandse landschap.
Ondanks dat een zonnepark wellicht over kan komen als een stedelijke ontwikkeling, is dit het niet. Dit is ook gebleken uit recente jurisprudentie (de rechtbank Overijssel heeft op 25 april 2018 een uitspraak gedaan dat zonneparken geen stedelijke ontwikkeling betreffen en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak van 23 januari 2019 tevens geoordeeld dat een zonnepark niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt). Daarbij geldt dat het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking het tegengaan van leegstand is (bijvoorbee ld het ontwikkelen van nieuwe kantoren terwijl er nog voldoende braakliggende terreinen of leegstaande panden voorradig zijn). In dit plan is hiervan geen sprake. De voorgenomen ontwikkeling betreft daarom geen stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro. 3.2.3 Energieakkoord voor duurzame groei In het Energieakkoord voor duurzame groei is de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie - en klimaatbeleid. Het akkoord biedt een langetermijnperspectief met afspraken voor de korte en middellange termijn. Eén van de te realiseren doelen is een toename van hernieuwbare energieopwekking naar 14% in 2020. Afweging De ontwikkeling van dit plan levert een bijdrage in de doelstelling van het Rijk om te komen tot een aandeel van 14% duurz aam opgewekte energie in 2020.
Geconcludeerd De ontwikkeling van het zonnepark past binnen het rijksbeleid. Pagina 22 van 75 3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Provincie Overijssel Algemeen met betrekking tot duurzame energie In de Omgevingsvisie ‘Beken kleur’ (vastgesteld op 12 april 2017), heeft de provincie Overijssel beleid op genomen met betrekking tot duurzame energie. De strekking van het beleid is als volgt: Installaties voor de opwekking van zonne-energie zijn onmisbaar voor de provinciale doelstelling voor de toepassing van hernieuwbare energie. Uit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik willen wij zonnepanelen en andere vormen van opwekking van zonne -energie zoveel mogelijk combineren met andere functies, bij voorkeur bebouwing . Daarom is de eerste trede van onze zonneladder dat zonnepanelen in principe geplaatst worden op gronden die bebouwd zijn (dus op daken) of bebouwd kunnen worden (zoals braakliggende bedrijventerreinen). In Overijssel zien we de volgende mogelijkheden voor zonne-energie: • In bestaand bebouwd gebied op daken, dan wel; • In bestaand bebouwd gebied op bedrijventerreinen en braakliggende gronden, dan wel; • In de groene omgeving op bestaande bouwvlakken. Nu is al te voorzien dat daarmee op korte termijn – gelet op technische en fiscale beperkingen – slechts in een deel van de opgave voor zonne-energie kan worden voorzien.
Daarom bieden wij de mogelijkheid om in de Groene Omgeving tijdelijke zelfstandige opstellingen van zonnepanelen te realiseren. Het gaat daarbij om opstellingen van zonnepanelen voor een periode van circa 25 jaar op een wijze die omkeerbaar is en waarbij de oorspronkelijke bestemming gehandhaafd blijft. Gelet op de impact die (ook tijdelijke) veldopstellingen van zonnepanelen kunn en hebben op hun omgeving, zal niet alleen de maatschappelijke meerwaarde van het initiatief moeten worden aangetoond, maar zal er doorgaans ook compensatie moeten plaatsvinden door extra te investeren in de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Het aantonen van de maatschappelijke meerwaarde van een initiatief voor zonnevelden in de Groene Omgeving kan door: a. de mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik b. maatregelen die getroffen worden om de impact te beperken en/of te compenseren (bijvoorbeeld verlaagd aanleggen of met een houtwal of wal eromheen) c. de mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied d. bijdrage aan maatschappelijke doelen (in ieder geval aan de provinciale doelen ten aanzien van duurzaamheid, maar ook aan andere maatschappelijke opgaven) Pagina 23 van 75 Afweging Het zonnepark wordt ontwikkeld in de zogenaamde Groene Omgeving. Het zonnepark wordt ontwikkeld voor de duur van 25 jaar.
De ondergrond wordt begraasd door schapen waardoor er sprake is van dubbel ruimtegebruik. De onderliggende bestemming, Agrarisch, wordt gehandhaafd. Hierdoor kan bij verwijdering van het zonnepark over 25 jaar, de grond volledig benut worden voor welke vorm van landbouw dan ook. De impact van het park op de omgeving is klein te noemen. Hiermee wordt zoveel mogelijk aangesloten op de karakteristieken van het gebied; het open weidse beeld blijft grotendeels gehandhaafd. De landschappelijke inpassing bestaat namelijk uit gebiedseigen elementen zoals natuurvriendelijke oevers en elzenbosjes. Daarnaast wordt een gedeelte van de gronden als natte hooilanden beheerd. Hierdoor ontstaat een gelaagdheid in het beeld vanaf de Zomerdijk bezien: eerst lagere natte hooilanden, vervolgens natuurvriendelijke oevers die het zonnepark in passen en in de verte (noordzijde) elzensingels. Dit beeldt is tevens aanwezig ten zuidwesten van het plangebied (langs de Zomerdijk). Het zonnepark draagt bij aan het provinciale doel om duurzame energie op te wekken. Daarnaast wordt met dit zonnepark extra natuur aangelegd op en rondom het zonnepark. Hierdoor wordt tevens invulling gegeven aan andere maatschappelijke opgaven. Er kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de algemene doestellingen in de Omgevingsvisie Overijssel.
3.3.2 Handreiking zonnevelden De provincie Overijssel heeft voor het oprichten van zonneparken specifiek beleid ontwikkeld ; handreiking zonnevelden (21 april 2020). Dit betreft een herijking van het beleid van 2017. Vertrekpunt is de provinciale verordening, die de toepassing van de Kwaliteitsimpuls verplicht. In de nieuwe handreiking bestaat uit twee delen, waarop hierna wordt ingegaan. Overijsselse zonneladder De provincie volgt de zogenaamde zonneladder, waarbij allereerst wordt gekeken of het mogelijk is zonnepanelen te plaatsen op daken of bruikbare restruimte. PowerField streeft ook naar een efficiënt ruimtegebruik. Om de doelstellingen te behalen zullen zow el zoveel mogelijk daken moeten worden belegd als zonneparken moeten worden gerealiseerd. Ondanks dat het plaatsen van zonnepanelen op daken en braakliggende bedrijventerrein de eerste trede betreft, kan wettelijk gezien niet worden afgedwongen dat huis- en landeigenaren zonnepanelen op daken plaatsen. Voor de realisatie van het zonnepark zijn een groot aantal zonnepanelen benodigd. Deze schaalgrootte kan voordelig zijn bij de inkoop. PowerField wil omwonenden van het zonnepark en inwoners van het dorp Wanneperveen mee laten liften op dit inkoopvoordeel. Omdat PowerField ook de lokale werkgelegenheid wil stimuleren zal de installatie van de zonnepanelen zelf zoveel mogelijk worden gedaan met lokale installateurs.
Pagina 24 van 75 Het zonnepark zelf betreft een gebiedsont wikkeling in de groene omgeving en sluit aan op andere gebiedsontwikkelingen (ontwikkeling van natuur aan de westzijde en het sluit aan op het watergebiedsplan van het waterschap). Daarnaast wordt extra natuur gerealiseerd doordat de 80 -20 referentie wordt aangehouden: 80% ruimte voor het panelenveld en 20% ruimte voor groen en water. Een andere combinatie is de hierboven beschreven actie waarbij huishoudens en bedrijven zeer voordelig zonnepanelen kunnen plaatsen op hun daken. Hierdoor heeft het zonnepark ook een sociaal- maatschappelijke meerwaarde. Tenslotte wordt vanuit het zonnepark jaarlijks een afdracht gedaan in een lokaal fonds (zie ook gemeentelijk beleid). Kwaliteitsimpuls zonnevelden In de kwaliteitsimpuls zonnevelden is beleid opgenomen ten aanzien van zonneparken. Dit is gestoeld op het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. Centraal staan de vragen of een initiatief mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. Aan de hand van het uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (zie onderstaande figuur ) kan worden bepaald of een initiatief bijdraagt aan de ambities. Hierbij wordt gekeken of het plan past binnen de generieke beleidskeuzes (of), de ontwikkelingsperspectieven (waar), en gebiedskenmerken (hoe).
Figuur 9 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Generieke beleidskeuzes (of) De Overijsselse zonneladder geeft de voorkeursvolgorde aan voor het opwekken van zonne -energie. Daarbij b estaat trede 1 uit het bestaand gebied op daken, bedrijventerreinen en braakliggende
Pagina 25 van 75 gronden of in de Groene Omgeving op bestaande bouwvlakken. Via trede 2 kunnen zonneparken aanvullende daarop ook in de Groene Omgeving, niet zijnde natuur, worden ontwikke ld. De ontwikkeling van het zonnepark past binnen trede twee en is niet in strijd met overige beleidskeuzes zoals schoon drinkwater (het zonnepark heeft geen negatieve invloed op de waterkwaliteit) en droge voeten te garanderen (het zonnepark draagt niet b ij aan een verdere verharding van de ondergrond; hemelwater infiltreert ter plekke in de bodem). Omdat het initiatief past binnen de generieke beleidskeuzes en er nog niet is voldaan aan de energiedoelen, is de of-vraag positief te beantwoorden; er is sprake van een noodzaak. Ontwikkelingsperspectief (waar) De provincie onderscheid zes ontwikkelingsperspectieven. Op voorhand sluit de provincie in geen van de zes ontwikkelingsperspectieven zonneparken uit. Het ligt echter niet voor de hand zonneparken te ontwikkelen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Omdat het zonnepark niet binnen het NNN ligt, levert de waar -vraag geen belemmering op. Het plangebied ligt in het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap (zie onders taande figuur) . Binnen dit ontwikkelingsperspectief geeft de provincie ruimte aan het ontwikkelen van zonneparken.
Figuur 10 Zonnepark Veneweg Wanneperveen gelegen in ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap
Pagina 26 van 75 Gebiedskenmerken Om een goede ruimtelijke inpassing van het zonnepark te waarborgen, worden in de Catalogus Gebiedskenmerken randvoorwaarden gesteld. Hierbij worden de volgende lagen onderscheiden: 1. Natuurlijke laag 2. Laag van het agrarisch cultuurlandschap 3. Stedelijke laag 4. Laag van de beleving Ad 1 Natuurlijke laag De gronden van het zonnepark liggen binnen de Laagveengebieden (in cultuur gebracht) (zie onderstaande figuur). Figuur 11 Natuurlijke laag Norm Laagveengebieden • De laagveenrestanten krijgen een beschermende bestemmingsregelin g, gericht op instandhouding van de waterkwaliteit en de natuurkwaliteit. • De overige delen van de laagveengebieden krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op behoud van het veenpakket en het waterpeil is hier niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is.
Pagina 27 van 75 Richting Laagveengebieden • Als ontwikkelingen plaats vinden in de laagveenrestanten, dan dragen deze bij aan verhoging van het waterpeil om bodemdaling en verdwijnen van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend laagveen. Toetsing voorgenomen ontwikkeling aan natuurlijke laag Voor de realisatie en beheer van het zonnepark is het niet noodzakelijk dat water afgevoerd wordt. Na realisatie is onderhoud met zware machi nes niet nodig. Doordat de ondergrond van het zonnepark niet wordt verhard, blijft de ondergrond geschikt om water vast te houden. De éénzijdige opstelling maakt dat de onder begroeiing naar verwachting vergelijkbaar zal zijn aan dat van kruidenrijk grasla nd. Hierdoor blijft ook het bodemleven op peil en ten opzichte van akkerland neemt dit mogelijk zelfs toe. Daarnaast kan de landschappelijke inpassing aansluiten op het natte karakter van de omgeving door bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers aan te legge n Er kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de kaders behorend bij de natuurlijke laag. Ad 2 Laag van het agrarisch cultuurlandschap De gronden van het zonnepark liggen in het laagveenontginningen gebied (zie onderstaande figuur). In dit landschap werden de gronden in de loop der jaren ontgonnen.
Vanwege droogleggingseisen vanuit de landbouw wordt het waterpeil steeds lager gehouden; hierdoor verdampt (oxideert) veen en wat bodemdaling tot gevolg heeft. Figuur 12 Laag van het agrarisch landschap
Pagina 28 van 75 Norm laagveenontginningenlandschap • De laagveenontginningen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de ter plaatse karakteristieke maat en schaal van de ruimte, met onderscheid tussen gebieden met grote open ruimtes en gebieden met een langgerekte kavelstructuur met beplanting. • In de laagveenontginningen is het waterpeil niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is. • De Polder Mastenbroek krijg t een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van het grootschalige open karakter met zijn wegen en lintengrid en aanliggende huisterpen en het patroon van dijken. Richting laagveenontginngingenlandschap • Als ontwikkelingen plaats vinden in de laagveenontginningen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van het lint als karakteristieke bebouwingsstructuur. • Het slotenpatroon en, waar aanwezig, de houtsingels als accentuering van de ruimtelijke structuur respecteren en versterken bij de verdere ontwikkeling van de agrarische functie. Toetsing voorgenomen ontwikkeling aan agrarische laag Het plangebied betreft een open landschap met daarin enkele opgaande elementen (bos en riet). Het inrichtingsplan is opgesteld dat hierbij aanslui t: de lineaire structuren van de waterlopen behouden blijven en worden versterkt.
Door het zonnepark in zijn totaliteit binnen één ruimte te realiseren, wordt aangesloten bij de aanwezige ruimtematen. Er kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de kaders behorend bij de agrarische laag. Ad 3 Stedelijke laag Het plangebied ligt in het buitengebied. Er zijn geen thema’s van toepassing op het plangebied. Ad 4 Laag van de beleving In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Het plangebied valt hierbij binnen een donkerte gebied (zie onderstaande figuur). Het geeft een indicatie van het ‘buitengebied’ van Overijssel, een plek waar het ’s nachts nog echt donker is. Pagina 29 van 75 Figuur 13 Laag van de beleving Norm donkerte: • Geen Richting donkerte: • In de donkere gebieden alleen minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht. Dit vereist het selectief inzetten en ‘richten’ van kunstlicht. • Veel aandacht voor vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied Toetsing voorgenomen ontwikkeling aan de laag van de beleving Voor het realiseren van het zonnepark is geen kunstlicht vereist. In tegenstelling, een zonnepark betreft een ‘rustige’ ontwikkeling waar weinig rond om heen gebeurt. De aanwezige donkerte wordt hierbij behouden. Er kan worden geconcludeerd dat het initiatief past binnen de kaders behorend bij de laag van de beleving.
Basisinspanning voor zonnevelden Om aan de basisinspanning te vo ldoen, moet een inrichtingsplan worden opgesteld dat past binnen onderstaande drie schaalniveaus met bijbehorende ontwerpprincipes.
Pagina 30 van 75 • Schaalniveau 1: Het omringende landschap: aansluiten op karakteristieken van het gebied Het inrichtingsplan voor het zonnepark is opgesteld zodat de aanwezige groene karakteristieken niet worden aangetast. Het zonnepark ligt zo laag mogelijk met een lage vorm van landschappelijke inpassing in het open landschap. • Schaalniveau 2: De directe omgeving: aansluiten op omgeving, maak randen met kwaliteit Het plangebied ligt vrij geïsoleerd. De randen van het zonnepark worden landschappelijk ingepast door middel van een robuuste groenstructuur. Deze bestaat deels uit natuurvriendelijke oevers en deels uit opgaande beplanting in de vorm van groensingels. • Schaalniveau 3: Het zonneveld zelf : eenvoudige hekwerken en poorten, logische opstelling panelen, eenvoudige transformator- en bijgebouwen De zonnepanelen worden op eenvoudige stellages geplaatst en hebben een maximale hoogte van 18 0 cm. Door deze geringe hoogte vallen ze minder op in het landschap. De panelen hebben daarnaast allemaal een zuidoriëntatie zodat het beeld rustig is. De omvormers en transformator staan als een geordend principe in het midden van het zonnepark. Door deze afstand tot aan het omliggende fietspad, springen deze minder in het oog. Het hekwerk dat wordt geplaatst bestaat uit een grofmazig hekwerk (geen spijlen) in een groene kleur. Hierdoor valt het hekwerk niet op.
Daarnaast wordt het hekwerk en het zonnepark grotendeels gemaskeerd door de landschappelijke maatregelen. Het hekwerk wordt op circa 10 cm van de grond geplaatst zodat klein wild en uit het zonnepark kan migreren. 3.3.3 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Gemeenten staan voor de uitdaging de Omgevingsvisie te vertalen naar de gemeentelijke praktijk. Binnen de randvoorwaarden uit de Omgevingsvisie hebben gemeenten de ruimte om eigen beleid te ontwikkelen. Eén van die hoofdlijnen van beleid is de zogenaamde Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Kort gezegd betekent dit dat er in het buitengebied ruimte is voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen, meer dan in het Streekplan het geval was, mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Ontwikkelingsruimte en kwaliteitsprestaties moeten in evenwicht zijn. Twee principes uit de Omgevingsvisie Overijssel vormen het vertrekpunt: 1. elke ontwikkeling dient bij te dragen aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit; 2. de ontwikkelingsruimte die men krijgt dient in evenwicht te zijn met investeringen (prestaties) in de ruimtelijke kwaliteit. Uit punt twee volgt dat als met kwaliteitsprestaties op het ‘eigen erf’ (de basisinspanning ruimtelijke kwaliteit) dat evenwicht niet bereikt kan worden, er aanvullende kwaliteitsprestaties in de omgeving nodig zijn.
Er is dan sprake van een meer gebiedsgerichte benadering. De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is dan van toepassing. Dit geldt voor nieuwe functies en grootschalige uitbreiding v an bestaande functies in het buitengebied. Pagina 31 van 75 Afweging: Het zonnepark kan worden gezien als een nieuwe en grootschalige functie in het buitengebied. Om die reden worden, naast het lands chappelijk inpassen van het zonnepark, tevens extra investeringen in het landschap gedaan. Zo is er een verhouding van minimaal 80-20 aangehouden tussen de gronden die worden belegd met zonnepanelen en gronden waarop natuur/groen wordt gerealiseerd. Dit resulteert in extra, bredere, stroken landschappelijke inpassing aan de randen dan noodzakelijk vanuit inpassingsoogpunt bezien. Hierbij wordt in totaal 6,8 hectare wordt ingezet voor landschappelijke inpassing. De inpassingsmaatregelen vinden met name langs de west - noord- en oostzijde plaats en bestaat voornamelijk uit natuurvriendelijke oevers in combinatie met ruigte/riet en kruidenrijk grasland. Het grootste gedeelte van de inpassingsmaatregelen willen we in het kader van de KGO niet tijdelijk realiseren, maar permanent. Dit betekent dat de te ontwikkelen natuur niet enkel intact wordt gelaten tijdens de looptijd van het zonnepark, maar zal worden blijven behouden wanneer het zonnepark wordt opgeruimd.
Concreet bestaan de permanente ingrepen uit: • Kruidenrijk grasland (met name langs de watergangen en onderhoudspaden): 1,6 hectare; • Ecologische oevers: 1 hectare; • Ruigte met riet (lichtgroene vlakken langs de ecologische oevers): 2,3 hectare; • Kruidenrijke ruigte met inheems struweel (aan noordzijde langs Kooiweg): 0,8 hectare. Hiermee draagt de realisatie van het zonnepark bij aan 5,7 hectare permanente natuur. De inpassingsmaatregel die niet permanent is, is de 1,1 hectare te ontwikkelingen hooiland aan de zuidzijde van het zonnepark (bruine vlakken). Dit bevindt zich namelijk na opruimen van het zonnepark op een locatie midden in de landerijen, wat niet logisch en praktisch is. Daarnaast wordt de ondergrond onder de panelen 25 jaar lang extensief beheerd waardoor de biodiversiteit op de gronden (nu intensief gebruikt en bemest agrarisch grasland) zal worden verhoogd. Dit heeft op zijn beurt voordeel voor het gehalte stikstof in de grond en het verhogen van de biodiversiteit zal ook ten goede komen van het naastgelegen natuurgebied. In het kader van de KGO wordt tenslotte nog een extra investering gedaan.
Gedurende de looptijd van het zonnepark wordt het landschap en de biodiversiteit verder versterkt, door het agrarisch gebruik te extensiveren van de percelen tussen het zonnepark en de Zomerdijk/N375, die niet voor het zonnepark of landschappelijke inpassing worden gebruik t. Deze oppervlakte betreft circa 7 ,9 hectare. Deze gronden worden op dit moment intensief agrarisch gebruikt; bemest en beweid. De ecologische meerwaarde en aanwezige biodiversiteit is zeer gering te noemen (dit blijkt ook uit de natuurtoets). Als alternatief hierop worden de gronden extensief gebruikt en beheerd zodat aangesloten wordt bij het beeld dat aanwezig is verder naar het zuidwesten (kruiden- en faunarijk grasland). Concreet wordt ingezet op botanische randen rondom de percelen en extensief behee rd grasland op de overige grond. Daarbij wordt het volgende beheer toegepast (sluit aan bij A05a Kruidenrijk grasland): Pagina 32 van 75 Botanische randen: • de sloten worden duurzaam beheerd; • langs de randen van de percelen beheren op botanische randen van 10 meter breed; • op de botanische randen mag max 20 ton per ha ruwe mest worden uitgereden; • de botanische randen worden extensief beheerd, max 2 keer per jaar maaien buiten broedseizoen (voor 1-4 en na 15-6); • chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, tenzij noodzakelijk om (uitheemse) invasieve exoten te onderdrukken.
Overig extensief beheerd grasland • de overige grond beheren als extensief beheerd grasland; • dit grasland heeft een rustperiode tussen 1 april en 15 juni (geen beweiding, bewerking en bemesting); • het grasland mag bemest worden vóór 1-4 en ná 15-6 met ruwe mest; • beweiding is toegestaan tussen 15-6 en 1-4 met max 1 GVE per ha; • maaien en afvoeren op het grasland tussen 15-6 en 1-4; • grasland mag niet gescheurd, heringezaaid worden; • chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, tenzij noodzakelijk om (uitheemse) invasieve exoten te onderdrukken. Voor grondeigenaren die dit type beheer uitvoeren op gronden gelegen binnen de begrenzing van ‘leefgebieden’ in het Provinciaal Natuurbeheerplan, is het mogelijk subsidie aan te vragen. Voor dit type gebruik/beheer staat een vergoeding van € 1250,54 per hectare per jaar, voor de duur van 6 jaar. Aangezien de gronden echter niet binnen de begrenzing van het Provinciaal Natuurbeheerplan zijn gelegen, komen deze gronden niet in aanmerking voor subsidie. De locatie aangrenzend aan Natura2000 maakt echter wel dat dit vanuit natuur zeer interessant is. In het kader van de KGO zal PowerField zorg dragen dat gedurende de looptijd van het zonnepark, zijnde 25 jaar, deze gronden op dusdanige wijze worden gebruikt en beheerd.
Uitgaande van een oppervlakte van circa 7,9 hectare, betekent dit dat er in het kader van de KGO een investering in het landschap wordt gedaan van circa € 1.250,54 * 7,9 hectare * 25 jaar = € 246.981,65. 3.3.4 Contouren Programma Nieuwe Energie Overijssel 2017 In 2016 is de provincie Overijssel samen met kernpartners van start gegaan met de ontwikkeling van het Programma Nieuwe Energie Ov erijssel. Dit programma heeft als doel om in 2023 20% hernieuwbare energie te realiseren en besparings- en efficiencymaatregelen in verschillende sectoren te stimuleren. Hiertoe is een uitvoeringsstrategie opgesteld waarin wordt ingezet op besparing van energie en het opwekken van duurzame energie middels wind, zon en biomassa en geothermie. M.b.t. zonne-energie is de doelstelling 2-3 PJ in 2023. Dit betekent maximaal 1.000 ha aan oppervlak. Dat is minder dan 1% van het oppervlak van Overijssel. Als indicat ieve verdeling is 40% op daken aangehouden en 60% in veldopstellingen. Van groot belang is om een sterk maatschappelijk en politiek Pagina 33 van 75 draagvlak hiervoor te verkrijgen. Het tijdig betrekken van stakeholders en een transparante open communicatie is hierbij essentieel om vertragingen te voorkomen. Afweging Het inactief draagt bij aan de doelstelling om hernieuwbare energie te realiseren.
Stakeholders en inwoners zijn vanaf de start van het initiatief betrokken bij de planvorming. 3.3.5 Omgevingsverordening Provincie Overijssel De Omgevingsverordening Overijssel 201 7 regelt dat wat nodig is voor het belang uit de Omgevingsvisie. Het wordt ingezet om bepaalde essentiële onderdelen van het beleid juridisch te borgen. Gemeenten en waterschappen krijgen zoveel mogelijk r uimte daar zelf nadere invulling aan te geven. In de Omgevingsverordening zijn specifieke regels opgenomen voor de realisatie van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen: Artikel 2.1.8 Kwaliteitsimpuls zonnevelden lid 1 In de Groene Omgeving mogen zelfstandige opstellingen van zonnepanelen uitsluitend worden toegestaan als tijdelijk (mede)gebruik van de gronden. Afweging Het zonnepark wordt voor 25 jaar geëxploiteerd. De ondergrond wordt op extensieve wijze beheert (om natuurwaarden te creëren) door middel van schapen. Doordat daarnaast het land niet meer intensief agrarisch gebruikt wordt zal deze minder inklinken en een gedeeltelijke bijdrage leveren aan het tegengaan van veenoxidatie. Tenslotte wordt met h et zonnepark tevens extra natuur aangelegd. Ook wordt de ondergrond van het zonnepark niet meer bemest en worden er geen gewasbestrijdingsmiddelen gebruikt. Hierdoor ontstaat een grotere biodiversiteit onder de panelen. Er is dus sprake van meervoudig gebr uik van de gronden.
Geconcludeerd kan worden dat het plan past binnen lid 1. lid 2 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de opstelling van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen in de Groene Omgeving als de maatschappelijke meerwaarde is aangetoond én is aangetoond dat het verlies van ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Afweging De maatschappelijke meerwaarde van het zon nepark zit hem allereerst in de aantoonbare behoefte aan duurzame energie. Initiatiefnemer zal daarnaast een inkoopactie op zetten waarbij getracht wordt om zoveel daken vol te leggen met panelen . Uit het ecologisch onderzoek en AERIUS berekening die zijn u itgevoerd (zie hoofdstuk 4) blijkt dat er geen Pagina 34 van 75 negatieve gevolgen zijn voor flora en fauna. Tenslotte wordt op verschillende plekken nieuwe natuur ontwikkeld. Daarmee wordt ook een maatschappelijke meerwaarde gecreëerd. Geconcludeerd kan worden dat het plan past binnen lid 2.
lid 3 De maatschappelijke meerwaarde als bedoeld in lid 2 moet worden onderbouwd vanuit de volgende criteria: a) de mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik; b) maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken en/of te compenseren; c) de mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied; Afweging Zie voorgaande alinea. Er is sprake van meervoudig ruimtegebruik doordat duurzame energie wordt opgewekt in combinatie het gedeeltelijk tegengaan van veenoxidatie en ontwikkeling van natuurwaarden onder, tussen en naast de panelen . Om de impact te beperken worden investeringen i n het landschap gedaan . Hierdoor wordt het zonnepark landschappelijk ingepast. Deze passen bij de karakteristieken va n het gebied , zoals ook blijkt uit de beleidsanalyse en het inrichtingsplan. Geconcludeerd kan worden dat het plan past binnen lid 3. lid 4 In aanvulling op het gestelde onder 2 geldt voor nieuwe ontwikkelingen die plaatsvinden op gronden die vallen binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water en die niet zijn aangeduid als Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), geldt de voorwaarde dat de compensatie door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving gericht moeten zijn op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap.