CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing.pdf

Politieke Markt 14 april 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Aanvraag tijdelijke omgevingsvergunning - Het realiseren van een zonnepark nabij Eeserwold14.018 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT Zonnepark Eeserwold Ruimtelijke onderbouwing Klant: GroenLeven Referentie: BG1754TPRP2012160709 Status: S0/P01.01 Datum: 16 december 2020 P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 i HASKONINGDHV NEDERLAND B.V. Euvelgunnerweg 25A 9723 CV GRONINGEN Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 53 00 info@rhdhv.com royalhaskoningdhv.com T E W Titel document: Zonnepark Eeserwold Ondertitel: Referentie: BG1754TPRP2012160709 Status: P01.01/S0 Datum: 16 december 2020 Projectnaam: Projectnummer: BG1754-102-124 Auteur(s): dhr. J.W. Geuke Opgesteld door: dhr. J.W. Geuke Gecontroleerd door: dhr. R. Drewes Datum: 16 december 2020 Goedgekeurd door: dhr. R. Drewes Datum: 16 december 2020 Classificatie Projectgerelateerd Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd.

P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 ii Inhoud 1 Inleiding 1 1.1 Aanleiding 1 1.2 Nut en noodzaak 1 1.3 Locatie 2 1.4 Planologische regeling 3 1.5 Afwijken van het bestemmingsplan 4 1.6 Analoge en digitale beschikbaarstelling 4 1.7 Leeswijzer 5 2 Gebieds- en projectbeschrijving 6 2.1 Beschrijving projectgebied 6 2.2 Projectbeschrijving 7 2.3 Landschappelijke inpassing 10 2.4 Beheer 12 3 Beleidskader 13 3.1 Rijksbeleid 13 3.2 Provinciaal beleid 15 3.3 Gemeentelijk beleid 21 4 Omgevingsaspecten 24 4.1 Milieuzonering 24 4.2 Geluid 24 4.3 Water 25 4.4 Bodem 25 4.5 Archeologie en cultuurhistorie 26 4.6 Ecologie 28 4.7 Externe veiligheid 28 4.8 Luchtkwaliteit 29 4.9 Milieueffectrapportage 31 4.10 Reflectie en duisternis 31 4.11 Magnetische velden 32 5 Procedure en uitvoerbaarheid 33 5.1 Procedure 33 5.2 Participatie / overleg met de omgeving 33 P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 iii 5.3 Economische uitvoerbaarheid 34 5.4 Crisis- en herstelwet, zienswijzen en beroep 35 6 Conclusies 36 P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 1 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Ten noorden van de stad Steenwijk, in de gemeente Steenwijkerland, liggen aan de Eesveenseweg enkele agrarische percelen.

GroenLeven is voornemens om op deze agrarische percelen een zonnepark aan te leggen, met een netto-oppervlakte van ongeveer 19 hectare. Het totale oppervlak is inclusief de landschappelijke inpassing ongeveer 24 hectare. Binnen in het zonnepark worden zonnepanelen gerealiseerd met een gezamenlijk vermogen van ongeveer 20 megawattpiek (MWp). Deze hoeveelheid opgewekte stroom dekt 20% van de totale elektrische behoefte van de gemeente (zie figuur 1). Anders gezegd: met het geleverde vermogen kunnen meer dan 6.000 huishoudens van elektriciteit worden voorzien. Dit voornemen draagt duidelijk bij aan de taakstelling ten aanzien van duurzame energie van de provincie Overijssel. De provincie heeft zichzelf namelijk als taak gesteld om 0,5 petajoule aan duurzame energie op te wekken in 2023. Figuur 1. Elektrisch verbruik gem. Steenwijkerland (Bron: Energie in beeld). Het perceel is op dit moment hoofdzakelijk agrarisch bestemd en dat blijft ook zo. Voorts is een deel van het projectgebied bestemd als Water en een gedeelte als Recreatieve doeleinden. Het opwekken van duurzame energie is binnen de regels van de geldende beheersverordening echter niet toegestaan. Om die reden moet een procedure worden gevolgd in het kader van de aanvraag van een ‘omgevingsvergunning planologisch strijdig gebruik’.

Daarvoor moet een goede ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld, waarin het project wordt beschreven en wordt gemotiveerd waarom afwijking van de bestemmingen verantwoord is en of het project voldoet aan de te stellen beleids- en milieueisen. Het voorliggende document bevat die goede ruimtelijke onderbouwing. 1.2 Nut en noodzaak De uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de energiebehoefte kan worden beperkt door energiebesparing en door grootschalige inzet van duurzame energiebronnen. Een dergelijke omschakeling in de Nederlandse elektriciteitsvoorziening betekent een forse inspanning. Nederland heeft voor wat betreft de doelstelling op het gebied van duurzame energie aansluiting gezocht bij de taakstelling die in Europees verband is geformuleerd. Deze EU-taakstelling voor duurzame energie bedraagt voor Nederland 14% van het energiegebruik in 2020. De Nederlandse regering heeft met het Nationaal

P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 2 Energieakkoord die Europese taakstelling voor Nederland verhoogd naar 16% in het jaar 2023. In 2023 moet dus 16% van het totale jaarlijkse energieverbruik afkomstig zijn uit duurzame energiebronnen. Voor de overheid is zonne-energie, naast andere vormen van duurzame energie, een van de bronnen van duurzame energie die benut moet worden om aan die doelstelling te kunnen voldoen. Zonne-energie zal een belangrijk aandeel gaan leveren in de toekomstige duurzame energievoorziening. Zonne-energie is degelijk en betrouwbaar, flexibel te ontwikkelen en kan dicht bij de gebruiker worden gerealiseerd. Maar zonne-energie vraagt ook om ruimte. Deels kan die ruimte gevonden worden door bestaande bouwwerken te benutten en door extra functies aan een ruimte toe te voegen. Een goed voorbeeld hiervan is een parkeerterrein met zonnecarports. Maar dan nog is er veel extra ruimte nodig. Voor de komende tien jaar wordt de behoefte op zonne-energie ingeschat op 14 gigawatt (getallen gebaseerd op de Nationale Energieverkenning 2016). Wanneer daarvan een derde op daken van woningen en bedrijfspanden wordt gerealiseerd, blijft er nog steeds circa 10 gigawatt over die op land zal moeten worden opgesteld. Dit komt overeen met circa 10.000 hectare landgebruik ten behoeve van zonnepanelen.

Daarom is het noodzakelijk om ook (agrarische) locaties in het landelijk gebied (mede) te gebruiken voor de opwekking van zonne-energie. 1.3 Locatie Het projectgebied aan de westzijde bevindt zich de provinciale weg N855 (Eesveenseweg) en aan de oostelijke zijde de weg De Wulpen. De omgeving van het projectgebied bestaat uit voornamelijk agrarische percelen, lintbebouwing aan de Eesveenseweg en de rivier de Steenwijker Aa. Even verderop ligt in noordelijke richting, op anderhalve kilometer, de provinciale grens met Drenthe en in tegengestelde richting bevindt zich de stad Steenwijk. De onderstaande afbeeldingen geven de ligging van het projectgebied weer. Figuur 2. Situering projectlocatie (binnen rode stippellijn) in de omgeving (bron: Buro Stad en Land).

P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 3 Figuur 3. Aanzicht locatie vanaf de zuidzijde. (bron: Imagineers) Figuur 4. Aanzicht locatie vanaf de noordwestzijde. (bron: Imagineers) 1.4 Planologische regeling Ter plaatse van het projectgebied is van kracht: • de ‘Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014’ (vastgesteld 9 december 2014); Een uitsnede van de digitale verbeelding van de beheersverordening Buitengebied is hierna weergegeven, waarop de projectlocatie in rood (bij benadering) is aangeduid.

P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 4 Figuur 5. Fragment verbeelding beheersverordening Buitengebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). Op grond van de beheersverordening Buitengebied is de bestemming van de gronden binnen het projectgebied ‘Agrarisch’. Voor een deel van het projectgebied geldt bovendien de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig gebruik, agrarisch hobbymatig gebruik en daaraan ondergeschikte voorzieningen zoals ontsluitingen, tunnels en erven en water. De gronden waar de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ geldt, zijn mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Hierbij is bepaald dat bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 zijn toegestaan mits door middel van archeologisch onderzoek de archeologische waarden van de gronden worden vastgesteld, bewaard of gedocumenteerd, dan wel wordt aangetoond dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden geschaad. 1.5 Afwijken van het bestemmingsplan Om het voorgenomen zonnepark te realiseren is het onder andere nodig om bouwwerken te plaatsen op gronden. Zoals aangegeven hebben deze gronden volgens de ‘Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014’ de bestemming ‘Agrarisch’ en gedeeltelijk ‘Waarde – Archeologie 2’. De bouwregels (art.

3.2.2.) van de bestemming ‘Agrarisch’ laten de benodigde bouwwerken niet toe. Derhalve is het noodzakelijk om van de geldende beheersverordening af te wijken door middel van een zogeheten buitenplanse afwijking. Dat ismogelijk op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Daarvoor mag een project niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening en moet het afwijkingsbesluit worden voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Het voorliggende document bevat deze ruimtelijke onderbouwing. Hierin wordt ingegaan op alle planologische aspecten die voor dit project relevant zijn. Daarbij wordt aangetoond dat het project niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en tevens dat het project uitvoerbaar is. 1.6 Analoge en digitale beschikbaarstelling Gelet op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is zowel een analoog als een digitaal besluitvlak gemaakt, dat het gehele projectgebied omvat. Aan het besluitvlak zelf zijn geen bouw- of gebruiksregels verbonden. De omgevingsvergunning (het besluit), inclusief deze ruimtelijke onderbouwing, vormt namelijk de directe bouwtitel. Voor de aanleg van het zonnepark volgt een aparte procedure (omgevingsvergunning bouwen).

P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 5 1.7 Leeswijzer Het volgende hoofdstuk geeft de beschrijving van de bestaande situatie en het project weer. Het derde hoofdstuk gaat in op het van toepassing zijnde beleidskader. Hoofdstuk vier behandelt de omgevingsaspecten. Hoofdstuk vijf gaat in op de procedurele aspecten en de economische uitvoerbaarheid. Het zesde en laatste hoofdstuk geeft de conclusies van de onderbouwing weer. P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 6 2 Gebieds- en projectbeschrijving Voor dit project is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarin de landschappelijke inpassingsaspecten uitvoerig worden behandeld. Dit "Landschappelijk inpassingsplan - Zonnepark Eeserwold Steenwijk" (Buro Stad en Land, 11 november 2020) is als separate bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing beschikbaar. Met het Landschappelijk Inpassingsplan is zeer uitvoerig onderzoek gedaan naar de landschappelijke kwaliteiten, de oorspronkelijkheid en de ontwikkelingen in de tijd. Deze onderbouwing is daarom voor een belangrijk deel op het landschappelijk inpassingsplan gebaseerd. 2.1 Beschrijving projectgebied Het projectgebied bestaat in de huidige situatie uit een aantal agrarisch percelen, van elkaar gescheiden door kavelsloten. De percelen zijn agrarisch in gebruik.

Het totale projectgebied omvat circa 23 hectare. Het projectgebied typeert zich op dit moment voornamelijk als veenontginningslandschap. De invloeden van deze veenontginning zijn nog zichtbaar in de opstrekkende strokenverkaveling welke worden afgescheiden van elkaar door sloten en houtwallen. Ook zijn de smalle strokenverkaveling, lintvormige bebouwing en de aanwezigheid van een achterkade, zijkaden en leidijken kenmerkend voor de veenontginning. Het landschap wordt nu nog gedomineerd door houtwallen die de langgerekte strokenverkaveling markeren. Als gevolg van de ruilverkaveling in de periode 1954 tot 1984 kreeg het landschap een meer rationeler en doelmatiger karakter. In die periode was de tweede ruilverkavelingwet van kracht en kreeg landschap een iets prominentere rol (al dan niet met een landschapsplan), ten aanzien van het doel. De ruilverkaveling leidde in het projectgebied er vooral toe dat de een groot aantal sloten verdween. In de onderstaande afbeelding is het projectgebied (bij benadering) in het rood weergegeven op de topografische kaart van voorafgaand aan de ruilverkaveling. Figuur 6. Situatie projectlocatie jaar 1930 (bron: Buro Stad en Land)

P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 7 Figuur 7. Situatie 1980. (bron: Buro Stad en Land) Figuur 8. Situatie 2020 (Bron: Buro Stand en Land 2.2 Projectbeschrijving Kerncijfers Het totale projectgebied omvat ongeveer 23,1 hectare, waarvan 18,6 ha effectief gebruikt wordt voor de plaatsing van panelen. Op dit terrein is ruimte voor circa 58.000 zonnepanelen. De zonnepanelen hebben een gezamenlijk vermogen van ongeveer 20 MWp. Deze hoeveelheid opgewekte stroom dekt 20% van de

P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 8 totale elektrische behoefte van de gemeente. Anders gezegd: met het geleverde vermogen kunnen meer dan 6.000 huishoudens van elektriciteit worden voorzien. In het plangebied is een deel van circa 0,75 hectare beoogd als gebied ten behoeve van een postcoderoosproject. Daarmee kunnen woningeneigenaren gebruik maken van de Regeling Verlaagd Tarief.1 Mocht de postcoderoos niet gerealiseerd kunnen worden dan wordt op andere manier een financiële participatie aangeboden. Uitgangspunten voor de inrichting De inrichting is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: Landschappelijke kernkwaliteiten: • grootschalige open ruimten begrensd door bebouwings - en beplantingslinten en plaatselijke beeklopen; • nadrukkelijke aanwezigheid van (lineaire) structuren van watergangen, sloten, greppels, wegdorpen, vaarten en dijken; • opstrekkende strokenverkaveling haaks op ontginningsassen, vaak in een regelmatig patroon; • incidentele groene verdichtingen door moerasgeb ieden, erfelementen en niet ontgonnen veendijken; • aanwezigheid van overwegend open graslanden en grazige weilanden • opvallend weinig hoogteverschillen in maaiveld - en waterniveaus, behalve langs de Aa en veendijken.

Ontwerpeisen en -uitgangspunten: • de ligging nabij een woongebied vraagt om een stevige landschappelijke begrenzing, ook langs de erfontsluitingsweg; • het panelenveld wordt ingepast overeenkomstig de huidige verkavelingsstructuur; • ontwikkeling van een bosplantsoen met bloemrijk gras en gesloten struweelvormig; • realisering van een infopunt; • erfontsluitingsweg te voorzien van opgaande beplanting; • organisch vormgeven van overgangsgebied met woonwijk, met brede oevers, elzen en wilgen (nieuw); • veendijk te voorzien van opgaande beplanting met boom- en struikvormers (bestaand); • verlenging opgaande beplanting met boom- en struikvormers (nieuw). Een belangrijk uitgangspunt c.q. ontwerpeis betreft de inpassing van het panelenveld ten opzichte van de huidige strokenverkaveling. In paragraaf 2.3 wordt hierop (en op andere landschappelijke inpassingsaspecten) nader ingegaan. Inrichtingstekening In figuur 9 is een afbeelding van de definitieve inrichtingstekening opgenomen (de inrichtingstekening op schaal is separaat beschikbaar). Op deze tekening is te zien dat de zonnepanelen in een zogeheten zuidopstelling worden gesitueerd. Daarmee ontstaat vrije ruimte tussen de zonnepanelen voor beheer en onderhoud en met het oog op extensief agrarisch gebruik (zie paragraaf 2.3).

Voor de toegang naar het zonnepark zal gebruik worden gemaakt van de bestaande weg gelegen in de zuidwesthoek naar de voormalige boerderij. 1 https://wetten.overheid.nl/BWBR0007168/2020-01-01#HoofdstukVI_Afdeling4_Artikel59a P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 9 Figuur 9. Uitsnede inrichtingsplan met situering zonnepanelen. (bron: Landschappelijk inpassingsplan) Toelichting: A. Het panelenveld wordt ingepast overeenkomstig de huidige verkavelingsstructuur B. Het bestaande erf is behouden waarbij de ecologische waarden zijn ingepast C. Bestaande opgaande beplanting met vooral struikvormers (wilg) op veendijk D. Nieuwe opgaande beplanting met vooral struikvormers (wilg) E. Nieuwe lage grondwal (1.00 m.) met wilgenstruweel en waterberging (verbreed profiel) F. Woongebied J vraagt landschappelijke begrenzing in de vorm van een gesloten bosplantsoenstrook met boomvormers, in combinatie met grondwal (1.80 m.) G. Er is een informatiepunt voorzien H. Bestaande opgaande beplanting I. Weidevogelgebied J. Woongebied K. Bestaande erfontsluitingsweg met opgaande boombeplanting L. Aanleg brede sloot t.b.v. waterberging en compensatie greppels De zonnepanelen worden op een palenconstructie aangebracht, op een werkbare hoogte. Daarvoor zijn geen ingrijpende graafwerkzaamheden nodig.

De aanleg van het park gaat dus niet gepaard met grootschalige inzet van zware graaf- of grondverzetmachines. Ook wordt er niet geheid. Alleen stroomkabels worden ongeveer één meter diep ingegraven.

P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 10 Aansluiting op het elektriciteitsnet Het zonnepark wordt, voor wat betreft de energielevering, aangesloten op het aansluitpunt ‘Steenwijk Onna’, even ten zuiden van Steenwijk. Van hieruit wordt de energie gebruikt door huishoudens en bedrijven in de omgeving. Met Enexis Netbeheer heeft initiatiefnemer inmiddels een overeenkomst gesloten, op grond waarvan de aansluiting uitvoerbaar is. Figuur 10. Situering zonnepark ten opzichte van omliggende functies en bebouwing. 2.3 Landschappelijke inpassing Het bestaande en omliggende landschap als aanknopingspunt Ter plaatse van het projectgebied zijn de invloeden van de veenontginning nog steeds zichtbaar in de strokenverkaveling (kavels en slotenpatroon). Deze verkaveling vormt een belangrijk aanknopingspunt voor de beoogde landschappelijke inpassing. Daarnaast vormt ook de van oudsher aanwezige houtwalstructuur een aanknopingspunt voor zowel de situering van beplanting als in de keuze voor soorten beplanting. Figuur 11. Situering zonnepark en historische ontginningsstructuur. Lintbebouwing N855 nabij Eesveen Woongebie d Eeserwold Verspreid e boerderije

P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 11 Meerwaarde zonnepark in groene omgeving Provincie Overijssel biedt de mogelijkheid om tijdelijk zelfstandige opstellingen te realiseren in de groene omgeving. Daarbij vraagt de provincie wel maatschappelijke meerwaarde van deze veldopstelling. Om deze meerwaarde te creëren zijn er een aantal mogelijkheden denkbaar, zoals: • de opstelling van de zonnepanelen in rijen aan te sluiten bij de strokenverkaveling c.q. slotenpatroon van het omliggende landschap; • het ontwikkelen van recreatieve paden door of rondom het zonnepark; • behoud en herstel van de bestaande (structuur van) veendijken en groensingels; • extensief agrarisch medegebruik. In dit geval kiest de ontwikkelaar voor een combinatie van maatregelen, die hierna worden toegelicht. Voor het gebied ten oosten van het plangebied is nog geen definitieve bestemming bekend. Tussen zonnepark en oostelijk ontwikkelgebied vormt een forse, landschappelijk waardevolle houtsingel een natuurlijke grens. De houtsingel is naar verwachting het resultaat van grotendeels spontane ontwikkeling op een niet ontgonnen veendijk. Het grondlichaam ligt hier nadrukkelijk hoger dan de omgeving, beplanting is inheems, streekeigen en bovenal natuurlijk, en kent een gevarieerde leeftijdsopbouw. Het doel is om deze houtsingel te behouden.

Opstelling zonnepanelen De panelen worden in lijn met de meest overheersende oorspronkelijke kavelrichting geplaatst, namelijk in zuidelijke opstelling. Het patroon van oorspronkelijke sloten wordt teruggevonden in het kaartbeeld door extra ruimte tussen de deelvelden. Invoegen in de aanwezige ruimtelijke structuur De bestaande (begroeide) veendijken worden zichtbaar gemaakt en/of hersteld door de bestaande groensingel door te zetten in een gesloten houtsingel aan de noordzijde. De oude veendijk aan de zuidoostzijde is reeds begroeid en blijft behouden, het beheer zal zich vooral richten op behoud en ontwikkeling van struikvormend wilgenstruweel. Aan de noordwestzijde wordt een grondlichaam met watergang als begrenzing gerealiseerd. Aan de zuidzijde komt een bosplantoen, langs een grondlichaam met een natuurgericht, extensief karakter. Extensief-recreatief medegebruik mogelijk Gelet op veiligheids- en verzekeringsaspecten is het panelenveld niet openbaar toegankelijk. Het gebied wordt wel ervaarbaar vanaf het infopunt. Een recreatief aspect is het zicht op grazende schapen (het terrein zal worden beheerd door begrazing met schapen, zo mogelijk middels commerciële initiatieven). Ook de bloemrijke randen (zie ook hierna) zijn een recreatief element.

Aan de zuidzijde van het zonnepark was aanvankelijk een parkachtige inrichting met plukfruit en wandelmogelijkheden ontworpen maar na bezwaar van omwonenden wordt dit voorstel gewijzigd naar een strook bosplantsoen. De huidige aanwezige ontsluitingsweg blijft behouden. Bijdragen aan natuur en biodiversiteit Het terrein wordt extensief beheerd. Bevordering van bloemrijkheid van de randen is onderdeel van dat beheer. Aan de Eesveenseweg is een imkerij (De Zwerm) gevestigd. De mogelijkheid wordt geboden om op het terrein bijenkasten te plaatsen. Met name de randen worden extensief beheerd en streekeigen (inheems) ingericht. Deze worden ingezaaid met insectenvriendelijk en bloemrijk grasmengsel. Hiermee wordt gerefereerd aan het landschappelijke karakter van het voormalig hooiland. Door de randen van het zonnepark met inheemse hagen in te richten levert het park tevens een bijdrage aan de biodiversiteit. P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 12 Overige inrichtingsaspecten Uiteraard zijn ook de bouwkundige constructies die bij een zonnepark horen van invloed op de landschappelijke inpassing. Daartoe wordt de bouwhoogte van de panelen beperkt tot 1,80 m. Terreinafscheidingen zijn, vanuit de omgeving gezien, uit het zicht geplaatst, achter houtsingel, grondlichaam of combinaties daarvan. Trafo’s, verdelers etc.

worden op logische (technisch) plekken gesitueerd, maar steeds in het stramien van de panelen. Meerwaarde buiten projectgrens In een eerder stadium van de projectvoorbereiding is de oppervlakte van het zonnepark verkleind (ten opzichte van de huidige aanvraag). Dit is gedaan met het oog op de instandhoudingsdoelstellingen van het weidevogelgebied. Het gevolg van de verkleining is wel dat, in het licht bezien van de financiële haalbaarheid van het project, er weinig reële mogelijkheden zijn voor maatregelen die een meerwaarde buiten de projectgrens opleveren. Groenleven is met Stichting Dorpsbelang Eesveen De Bult overeengekomen om in de nabijheid van het projectgebied invulling te geven aan streekeigen landschapsbeheer indien nodig in overleg met Landschap Overijssel. Dit beheer wordt uitgevoerd in het gebied tussen de Steenwijker Aa, provinciegrens met Drenthe en landgoed de Eese. Vanuit de exploitatie van het zonnepark wordt een (beheer)bijdrage geleverd aan deze landschappelijke versterkingen. Deze bijdrage wordt onder andere via de anterieure overeenkomst vastgelegd, zie ook paragraaf 5.3. 2.4 Beheer Het uitgangspunt is zo min mogelijk in de bodem te wijzigen en het maaiveld te handhaven. Want het terrein moet aan het einde van de exploitatie van het park weer in de huidige staat worden kunnen teruggebracht, met uitzondering van opgaande beplanting en paden rondom.

Over de staat en het opruimen zijn met de eigenaar afspraken gemaakt, die vastgelegd zijn in een overeenkomst. GroenLeven is (financieel) verantwoordelijk. In paragraaf 5.5. van het landschappelijk inrichtingsplan zijn de beheeraspecten van het project beschreven. De belangrijkste planologische facetten daarvan zijn hierna beschreven. Panelenveld In de uitwerking zijn panelenvelden voorzien welke zich nadrukkelijk vormt naar kavelvorm en richting. Het betreffen vlakke velden met schuin opgestelde panelen. De agrarische functie blijft op de locatie behouden door het terrein te (laten) beweiden met bijvoorbeeld schapen. Zo ontstaat een terrein met hogere natuurwaarden. Daarnaast worden de buitengrenzen visueel afgesloten en wordt een natuurvriendelijke inrichting van bloemrijke randen voorzien. Natuur- en nutspark Aan de zuidzijde is een inrichting met bosplantsoen ontworpen. Desgewenst kan het beheer daarvan, waartoe ook snoeien en maaien behoren, in samenwerking met particulieren en vrijwilligers worden uitgevoerd. Westrand De westrand wordt gevormd door wilgenstruweel oplopend richting panelenvelden op een laag grondlichaam (wal van 1 meter). Wilgenstruweel wordt gefaseerd gedund en teruggezet en boomvormers verwijderd om hoogte beperkt te houden (3-5m.max). Noordrand De noordrand wordt gevormd door bosplantsoen zonder boomvormers.

Na sluiting wordt het bosplantsoen vrijgezet. Aan de noordrand is een extra brede watergang voorzien ter compensatie van de waterberging. P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 13 3 Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het project, zoals in het vorige hoofdstuk is omschreven, verantwoord vanuit het beleid van de verschillende overheden (Rijk, Provincie, Gemeente). 3.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) beschrijft de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Het streven is een gezonde en veilige leefomgeving met goede omgevingskwaliteit. Eén van de urgente onderwerpen is Klimaatverandering en energietransitie. In de NOVI beschrijft de rijksoverheid hoe reeds aanwezige infrastructuur effectiever benut gaat worden en hoe in de komende jaren wordt geïnvesteerd. Energiezekerheid is daarbij een belangrijk economisch goed. De verdere integratie van de Europese energiemarkt maakt dat er een steeds groter beroep op internationale verbindingen wordt gedaan en hoogspanningsverbindingen mogelijk om uitbreiding vragen. Het Rijk wijst daarbij de tracés van hoogspanningsverbindingen (vanaf 220 kV) en locaties voor de opwekking van elektriciteit (vanaf 500 MW) aan en zorgt voor de inpassing hiervan. Het project valt hier niet onder, aangezien ongeveer 14,0 MWp wordt opgewekt.

Het Rijk zet in op een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening en het geschikt maken van de elektriciteitsinfrastructuur op de langere termijn voor meer decentrale opwekking van elektriciteit. In de NOVI geeft het Rijk aan dat het aandeel van duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie in de totale energievoorziening omhoog moet. De ambitie is dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie ver gevorderd is. Het is primair de taak van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening (zoals zonne-energie en biomassa). Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig, naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis. Het opstellen van deze omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing, welke wordt getoetst door de gemeente Steenwijkerland, past in die lijn. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De borging van de uitspraken uit de NOVI heeft in juridische zin plaatsgevonden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Ecologische Hoofdstructuur, erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeer-gebied. Het onderhavige project heeft geen betrekking op de Rijksbelangen zoals geformuleerd in het Barro. Ladder voor duurzame verstedelijking In de NOVI is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Bro opgenomen en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Daarin staat dat pas als herstructurering of transformatie van bestaand stedelijk gebied onvoldoende ruimte biedt om aan de ruimtevraag van het plan te voldoen, er sprake kan zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Het begrip “stedelijke ontwikkeling” is daarbij als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 14 Afweging Een zonnepark betreft geen stedelijke functie in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals hiervoor genoemd. De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 februari 2015 (201400570/1/R6) bevestigt dat functies die niet onder begripsbepaling zijn genoemd en ook niet in de handreiking zijn genoemd, niet als verstedelijking worden aangemerkt. Daarbij merkt de Afdeling op dat de strekking van de regeling gericht is op het tegengaan van leegstand. Het zonnepark leidt niet tot leegstand elders. Energieakkoord voor duurzame groei In september 2013 sloten meer dan veertig organisaties het Energieakkoord voor duurzame groei. Eén van de doelen is het vergroten van het aandeel van hernieuwbare energieopwekking (nu ruim 4%) naar 14% in 2020. Een verdere stijging van dit aandeel naar 16% is beoogd in 2023. Om dit te bereiken, is een tiental pijlers geformuleerd. De derde pijler gaat over het stimuleren van decentrale duurzame energie, waaronder zonne-energie.

In het Energieakkoord is aangegeven dat voor deze vorm vooral belemmeringen weggehaald moeten worden. Belemmeringen zijn onder meer (niet uitputtend) een goede ruimtelijke inpassing om belemmeringen bij vrijwaringsgebieden waar mogelijk weg te nemen, het actualiseren van bouwregelgeving aan een grotere inzet van hernieuwbare energie, het actualiseren van vergunningsprocedures gericht op snellere toepassing van innovaties en het verkorten van project doorlooptijden. Energierapport 2016 Begin 2016 is het nieuwe Energierapport gepresenteerd, met onder meer de volgende passage: ”Op 12 december 2015 zijn 195 landen onder auspiciën van de Verenigde Naties (VN) een belangrijk klimaatakkoord overeengekomen. In dit klimaatakkoord zijn doelen afgesproken zoals het beperken van de opwarming tot ruim onder de twee graden en het bereiken van een balans tussen de uitstoot en vastlegging van broeikasgassen in de tweede helft van deze eeuw. De Europese Raad heeft de komst van dit klimaatakkoord verwelkomd, omdat het een mondiaal en juridisch bindend akkoord betreft. Dit klimaatakkoord is ook van belang voor het Nederlandse energie- en klimaatbeleid.

Voor Nederland zijn daarbij de Europese afspraken leidend.” Het toenmalige demissionaire kabinet houdt dus onverkort vast aan de Europese afspraken voor 2020, 2030 en 2050 en aan de afspraken uit het Energieakkoord die samen met milieuorganisaties, bedrijfsleven en overheden zijn gesloten. Dit Energierapport geeft een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland. Het demissionair kabinet stelt voor de transitie naar duurzame energie drie uitgangspunten centraal: • sturen op CO2-reductie; • verzilveren de economische kansen die de energietransitie biedt; • integreren energie in het ruimtelijk beleid. Regeerakkoord Rutte-III Het regeerakkoord Rutte-III wil onder meer de uitstoot van broeikasgassen in 2050 terugdringen naar 95% ten opzichte van 1990. Bij een lineaire daling houdt dit in dat er een emissiereductiedoel is van 49% in 2030. In internationaal verband wordt gestreefd om dit doel te verhogen naar 55% emissiereductie in 2030. Op dit moment zijn we voor onze energievoorziening nog sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen. De energietransitie biedt bovendien kansen voor behoud en ontwikkeling van het Nederlandse verdienvermogen. Door de transitie naar een duurzame energievoorziening zal het uiterlijk van woonwijken, industrieterreinen en landelijke gebieden veranderen.

Die nieuwe elektriciteitsproductie komt voor een groot deel van de Noordzee, maar er zal ook veel productie plaatsvinden op land. Zonne- energie in de vorm van grondgebonden zonneparken is een van de vormen van deze duurzame energieproductie op land. P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 15 Concluderend heeft de energietransitie alleen kans van slagen als vroegtijdig en zorgvuldig het gesprek wordt aangegaan met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties over de ruimtelijke inpassing van productie, opslag en transport van energie. Zoveel mogelijk moet gezamenlijk de afweging plaatsvinden tussen de bijdrage van een initiatief aan de energievoorziening en de overlast of risico’s die dit voor omwonenden met zich meebrengt, dit wordt de ‘energiedialoog’ genoemd. Zonne-energie belangrijke bron Volgens het Energierapport 2016 zijn de belangrijkste vormen van hernieuwbare energie in Nederland zonne-energie, windenergie, bio-energie en aardwarmte. Een kleinere rol spelen waterkracht, omgevingswarmte (warmtepompen in woningen) en energie uit potentieel verschil zoet-zout (osmose- energie of ‘blue energy’). Hoewel grijze energie uit fossiele energiebronnen in de komende decennia nodig blijft, zal hernieuwbare energie een steeds groter onderdeel gaan uitmaken van de energiemix.

Zonne-energie speelt daarbij een belangrijke rol, omdat het relatief eenvoudig te installeren is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld wind op zee. Daarnaast is zonne-energie een beproefde technologie. 3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie/-verordening Op 12 april 2017 stelden Provinciale Staten van Overijssel de 'Omgevingsvisie Overijssel 2017 Beken kleur' vast. Deze visie, die sinds 1 mei 2017 van kracht is, beschrijft hoe de provincie de leefomgeving wil inrichten en ontwikkelen. De provincie Overijssel geeft daarbij aan dat, mede door de klimaatverandering, het besef doordringt dat verduurzaming noodzakelijk is. Efficiënter en zorgvuldiger omgaan met energie, grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen staat bij deze verduurzaming centraal, aldus de provincie. De provincie ziet daarbij de volgende mogelijkheden voor zonne-energie: • in bestaand bebouwd gebied op daken, dan wel • in bestaand bebouwd gebied op bedrijven­terreinen en braakliggende gronden, dan wel • in de groene omgeving op bestaande bouwvlakken. Het is nu al te voorzien dat daarmee op korte termijn in slechts een deel van de opgave voor zonne- energie kan worden voorzien, gelet op technische en fiscale beperkingen. Daarom biedt de provincie Overijssel de mogelijkheid om in de 'Groene Omgeving' tijdelijke, zelfstandige opstellingen van zonnepanelen te realiseren.

Het gaat daarbij om opstellingen van zonnepanelen, voor een periode van ongeveer vijfentwintig jaar, op een wijze die omkeerbaar is én waarbij de oorspronkelijke bestemming gehandhaafd blijft. De Omgevingsverordening Overijssel 2017 is een vertaling van de Omgevingsvisie in bindende regels voor derden. Van de omgevingsverordening is voor dit project artikel 2.1.8 'Kwaliteitsimpuls zonnevelden' het meest relevant. In de tekst hierna wordt de toelichting op dit artikel van de omgevingsverordening integraal (schuingedrukt) weergegeven. “Installaties voor de opwekking van zonne-energie zijn onmisbaar om de provinciale doelstelling voor de opwekking van hernieuwbare energie te halen. Uit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik willen wij zonnepanelen en andere vormen van opwekking van zonne-energie zoveel mogelijk combineren met andere functies, bij voorkeur met bebouwing. Daarom is de eerste trede van onze zonneladder dat zonnepanelen in principe geplaatst worden op gronden die bebouwd zijn (dus op daken) of bebouwd kunnen worden (zoals braakliggende bedrijventerreinen). Nu is al te voorzien dat daarmee op korte termijn – gelet op technische en fiscale beperkingen – slechts in een deel van de opgave ten aanzien van de provinciale doelstelling voor de opwekking van hernieuwbare energie kan worden voorzien.

Daarom bieden wij de mogelijkheid om, als uitzondering op de principes P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 16 van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, in de Groene Omgeving tijdelijke zelfstandige opstellingen van zonnepanelen te realiseren. Het gaat daarbij om opstellingen van zonnepanelen voor een periode van niet meer dan 25 jaar op een wijze die omkeerbaar is en waarbij de oorspronkelijke bestemming gehandhaafd blijft. Gelet op de impact die (ook tijdelijke) veldopstellingen van zonnepanelen kunnen hebben op hun omgeving, zal niet alleen de maatschappelijke meerwaarde van het initiatief moeten worden aangetoond, maar zal er ook compensatie moeten plaatsvinden door extra te investeren in de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Meerwaarde kan worden aangetoond vanuit de volgende criteria: a. De mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik (combinaties met andere functies). b. Maatregelen die getroffen worden om de impact te beperken en/of te compenseren. c. De mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied (gebiedseigen/gebiedsvreemd). d. Bijdrage aan maatschappelijke doelen (in ieder geval aan de provinciale doelen ten aanzien van duurzaamheid, maar ook aan draagvlak in de omgeving, bijdrage aan maatschappelijke cohesie, (financiële) bijdragen aan maatschappelijke opgaven, enz.).

Niet in alle gevallen zal de meerwaarde op alle genoemde criteria in gelijke mate te bereiken zijn. Het hangt immers van het geval en de locatie af waar de kansen en opgaven te vinden zijn om maatschappelijke meerwaarde te bereiken. De gemeente zal in de toelichting op het bestemmingsplan moeten onderbouwen dat er sprake is van maatschappelijke meerwaarde die de impact van een zelfstandige opstelling in de Groene Omgeving rechtvaardigt. De extra investering in ruimtelijke kwaliteit is geformuleerd als een bijzondere vorm van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving zoals die is opgenomen in artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening. In de balans tussen ontwikkeling en kwaliteitsinvestering mag rekening gehouden worden met feit dat een zelfstandige opstelling voor zonnepanelen alleen als tijdelijk gebruik kan worden toegestaan. Aan de andere kant geldt dat er wel degelijk sprake is van langdurige impact op de omgeving omdat het tijdelijke gebruik een periode van niet meer dan 25 jaar kan beslaan. Deze regeling voor zonnevelden in de Omgevingsverordening wordt begeleid met een handreiking aan gemeenten en initiatiefnemers, een voorbeeldenboek en informatieve bijeenkomsten.” Zonneladder De Overijsselse zonneladder geeft de voorkeursvolgorde aan voor het opwekken van zonne-energie. De Provincie Overijssel rekent niet elk initiatief afzonderlijk af op het doorlopen van de zonneladder.

Wel worden gemeenten gevraagd zich maximaal in te spannen om initiatieven voor zonne-energie zoveel mogelijk te integreren met bebouwing (trede 1 van de zonneladder). Bij het monitoren van de effectiviteit van de Omgevingsvisie wordt hier aandacht aan besteed. Hoeveel ruimte nodig is voor zonnepanelen op daken en velden is afhankelijk van de totale energiemix. De energiemix is de combinatie van duurzame bronnen, waar de gemeente op inzet om haar energiedoelen te halen. Dus de optelsom van windenergie, zonne-energie, bio-energie, bodemenergie en overige duurzame bronnen. De Overijsselse zonneladder geeft de voorkeursvolgorde aan voor het opwekken van zonne-energie: P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 17 • Trede 1: in bestaand bebouwd gebied op daken, dan wel in bestaand bebou wd gebied op bedrijventerreinen en braakliggende gronden, dan wel in de Groene Omgeving op bestaande bouwvlakken; • Trede 2: aanvullend in de Groene Omgeving, niet zijnde natuur. Onder verwijzing naar paragraaf 1.2. van deze ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd waarom van Trede 1 locaties er onvoldoende aanwezig zijn om te voorzien in de behoefte aan duurzame energie. Het initiatief betreft met name een ontwikkeling die voldoet aan Trede 2.

Op deze manier kan, op betrekkelijk eenvoudige én (landschappelijk) inpasbare wijze, een substantiële bijdrage worden geleverd aan de verduurzaming van de energieopwekking in Steenwijkerland. Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Door de Omgevingsvisie is het eerdere detailkader, zoals onder andere 'Rood voor Rood', 'Rood voor Groen' en 'Nieuwe landgoederen' vervallen en is er een nieuw document opgesteld: de 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving' (KGO). De KGO is vastgelegd in de provinciale verordening (artikel 2.1.6). De KGO gaat ervan uit dat er ruimte is voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe functies in het buitengebied, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn en er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Dit plan voegt een nieuwe functie toe aan het bestaande gebruik van een agrarisch perceel in het buitengebied. In de toekomstige situatie blijven beide functies naast elkaar bestaan. In de Omgevingsvisie, de Omgevingsverordening en de toelichting daarop is al een aantal categorieën van ontwikkelingen genoemd, waarvoor in principe de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving van toepassing is. Voor het primair doel ontwikkelingsruimte gaat het om de hierna genoemde ontwikkelingen.

Nieuwvestiging van: • agrarisch bedrijf; • woningen; • niet-agrarische bedrijvigheid; • verblijfsrecreatie. Grootschalige uitbreiding van: • agrarisch bouwperceel; • niet-agrarisch bedrijf; • bestaande verblijfsrecreatie; • mestvergisting. Functiewijziging: • boomteelt en ondersteunend glas; • vrijkomend agrarisch bedrijf. Voor het plaatsen van zonnepanelen moet eveneens rekening worden gehouden met de KGO, aangezien de Handreiking Kwaliteitsimpuls Zonnevelden (zie hierna) een verbijzondering is van de KGO. Het uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel is in de volgende paragraaf uitgewerkt, in samenhang met de Handreiking Kwaliteitsimpuls Zonnevelden. Op dit punt voldoet het project aan het KGO-beleid, zoals vastgelegd in artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening. Daarnaast is door Provincie Overijssel als voorwaarde gesteld dat van het totaal te benutten oppervlak voor herinrichting minimaal 25% wordt ingevuld als gebiedseigen, waardevolle inrichting waarbij de gebiedskenmerken van de plek dienen te worden versterkt. In paragraaf 1.2 van het landschappelijk P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 18 inpassingsplan is hiertoe een balans opgemaakt, waaruit blijkt dat van totaal 23.1 ha aan zonnepark 18.6 ha en aan landschappelijke inrichting 4.4 ha is besteed. Hierdoor wordt aan het genoemde percentage voldaan.

Handreiking Kwaliteitsimpuls Zonnevelden Op grond van het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel kan worden bepaald of een initiatief mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. Dit is ook van toepassing op initiatieven voor zonnevelden, zo blijkt uit de provinciale handreiking: “Voordat nagedacht wordt over de ruimtelijke inpassing van een zonneveld (de hoe vraag), zal altijd eerst onderbouwd moeten worden dat er vanuit de of- en/of de waar-vraag geen onoverkomelijke belemmeringen zijn. Zolang er niet aan de energiedoelen is voldaan, is de of-vraag positief te beantwoorden: er is immers sprake van een noodzaak. De waar-vraag levert in veel gevallen ook geen belemmeringen op: zonnevelden zijn op voorhand nergens uitgesloten. Het ligt echter niet voor de hand om zonnevelden te realiseren binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS.)” De provincie verwacht dat op lange termijn veldopstellingen van zonnepanelen in de Groene Omgeving (buitengebied) niet meer nodig zijn, omdat innovatie en prijsdaling ertoe zullen leiden dat zonnepanelen kunnen worden verwerkt in gevelbekleding, beglazing en andere producten. Gronden die worden ingezet voor een zonnepark mogen niet blijvend onttrokken worden aan de oorspronkelijke, vaak agrarische, bestemming.

Dit betekent dat de aanleg van zonnevelden in het buitengebied alleen is toestaan als tijdelijk (mede)gebruik, met een maximale termijn van 25 jaar. Dit is langer dan gebruikelijk. De provincie doet dit omdat er, om een sluitende businesscase te krijgen voor een zonneveld, zicht moet zijn op een exploitatietermijn van minimaal 15 jaar. De provincie adviseert om zonnevelden te realiseren via een omgevingsvergunning. Daarmee kan voor een bepaalde termijn toestemming worden verleend om - in afwijking van de geldende bestemming – zelfstandige veldopstellingen met zonnepanelen te ontwikkelen. De bestemming blijft ondertussen gehandhaafd, zodat duidelijk is wat is toegestaan als het zonneveld is opgeruimd. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen in de Groene Omgeving geldt dat een goede ruimtelijke inpassing verplicht is. In het kort komt het er op neer, dat bij ontwerp en realisatie de aanwijzingen uit de Catalogus Gebiedskenmerken worden opgevolgd. Deze catalogus geeft de volgende typering van het projectgebied: • natuurlijke laag: Laagveengebieden; • laag van het agrarisch cultuurlandschap: Laagveenontginningen; • stedelijke laag: Informele trage netwerk; • laag van de beleving: Donkerte. In de tekst hierna wordt ingegaan op de uitgangspunten die er per laag zijn geformuleerd.

Natuurlijke laag: Laagveengebieden Het semi-natuurlijk laagveenrestant van de Weerribben en de Wieden bestaat uit relicten van dit gebiedstype met een hoge waterkwaliteit en natuurkwaliteit. Samengesteld landschap van rietland op een pakket veenlagen (kraggen) en vaarten, afgewisseld met bos. In deze veenweidelandschappen is een hoog waterpeil van belang om inklinking tegen te gaan. Het open karakter is zowel ruimtelijk waardevol, als voor weidevogels en ganzen. Laag van het agrarisch cultuurlandschap: laagveenontginningen Het laagveenontginningslandschap kenmerkt zich door open, laag en nat landschap ontstaan door occupatie vanuit de bewoonde hogere randen. Deels door vervening, deels door alleen ontwatering. Verder gaat het om kenmerkende zonering van intensief gebruik langs de bewoonde randen en extensief gebruik naar het achterland en boerderijen langs vaarten en wegen. De ambitie is de cultuurhistorische kwaliteiten van het laagveenlandschap zoveel als mogelijk in stand te houden en beleefbaar te maken. De P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 19 grote open ruimtes, het patroon van sloten met beplantingen, de vochtige bloemrijke weides met weidevogels geven dit landschap grote belevingswaarde.

De grondgebonden landbouw is de drager van deze kwaliteiten, echter een nieuw perspectief op een gebiedsgerichte bedrijfsvoering - eventueel in combinatie met andere functies - is voor de toekomst van deze gebieden zeer wenselijk. Stedelijke laag: verspreide bebouwing + informele en trage netwerk Als ontwikkelingen plaats vinden op erven, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de kenmerkende erfstructuur en volumematen, blijft er een duidelijk onderscheid voorkant- achterkant en vindt koppeling van het erf aan landschap plaats. Toegankelijkheid wordt erdoor verbeterd. De inrichting van de voorruimte als belevingsgebied, met zit- en speelplekken en ruimte om de fiets te stallen levert een positieve impuls aan het informele trage netwerk, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. Deze laag is voor het onderhavig plan in beginsel niet van toepassing. Wel is het principe van integratie van zonnepark met de landschappelijke en bebouwde omgeving gevolgd. Laag van de beleving: donkerte In de donkere gebieden alleen minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht. Dit vereist het selectief inzetten en ‘richten’ van kunstlicht. Veel aandacht voor vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied.

Voor het overige wordt de locatie aangemerkt met: • mogelijkheden voor nieuwe recreatiewoningen onder voorwaarden – Recreatie; • glastuinbouw niet toegestaan – Glastuinbouwlocaties; • gebieden waarvoor een peilbesluit moet worden vastgesteld – Waterkeringen en peilbesluiten; • primaire watergebieden – Watergebiedsreserveringen; • windturbines onder voorwaarden toegestaan – Windturbines; • regionale verdringingsreeks onttrekking IJsselmeergebied – Waterkeringen en peilbesluiten. In de paragraaf water wordt ingegaan op het primaire watergebied. De overige zaken hebben verder geen directe relatie met het project. Conclusie lagen Het project heeft geen effect op het reliëf van de locatie. De opstellingen voor zonnepanelen zelf zijn niet gevoelig voor hogere (grond)waterstanden. Het project veroorzaakt geen belemmeringen in de grondwaterstroming. De randen van het zonnepark worden met inheemse hagen ingericht. Hierdoor draagt het park bij aan de biodiversiteit. De panelen worden in lijn met de meest overheersende oorspronkelijke kavelrichting geplaatst. Het patroon van oorspronkelijke sloten wordt teruggevonden in het kaartbeeld door extra ruimte tussen de deelvelden. Uitgangspunt is behoud en versterking van het veenlandschap en extra (natte) natuurontwikkeling. Deze openheid is voor een deel een belangrijk landschappelijk thema.

Het ruimtebeslag van de huidige agrarische gebruiksfunctie blijft gehandhaafd en zal daarvoor ook benut blijven worden door het (laten) weiden van schapen. Daarmee is volledig sprake van meervoudig ruimtegebruik. De ontsluiting van het perceel wordt via het erf van het agrarisch bedrijf gerealiseerd en sluit daarmee aan bij de huidige inrittenstructuur. Het project voorziet niet in verlichting en heeft daarmee geen invloed op de beleving van donkerte. Landschappelijke kwaliteit conform het beleid Paragraaf 5.2 van het landschappelijk inpassingsplan gaat per onderdeel van het planontwerp in op het behoud van landschappelijke kwaliteit conform het beleid. Voor de volledige toelichting wordt daarnaar P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 20 verwezen. In de navolgende tekst wordt op de hoofdlijn ingegaan. De omvang (zo’n 20 ha) is afgestemd op en sluit aan bij de grootschaligheid van het veenontginningslandschap. Er is ruim afstand gehouden tot het bebouwingslint Eesveen (ruim 350 m). De gebiedskenmerken blijven behouden en de ruimtelijke structuur (richting, maat, ruimte) gerespecteerd, de openheid zal wel worden beperkt. De hoofdvorm is eenvoudig (afgeschuinde rechthoek). De recreatieve kwaliteit kan versterkt worden door een recreatieve rand met wandelpad, uitkijkpunt en pluktuin. Dit voorstel is echter door de omwonenden afgewezen.

Het onderhoud en beheer kan door lokale arbeidskrachten worden verzorgd. Er is een locatie aangegeven waar een informatiepaneel is voorzien. Het panelenveld biedt ruimte voor excursies, stage en onderzoek (scholen) en zal in overleg met de omgeving nader worden uitgewerkt. Figuur 12. Bosplantsoen en informatiepunt Contouren Programma Nieuwe Energie Overijssel 2017 - 2023 In 2016 is de provincie Overijssel samen met kernpartners van start gegaan met de ontwikkeling van het Programma Nieuwe Energie Overijssel. Dit programma heeft als doel om in 2023 20% hernieuwbare energie te realiseren en besparings- en efficiencymaatregelen in verschillende sectoren te stimuleren. Het tussenresultaat bestaat uit vijf thematische contouren (hernieuwbare energie, gebouwde omgeving, industrie en bedrijven, duurzame mobiliteit, lokale initiatieven) met daarin een eerste inventarisatie van ideeën en projecten. Met betrekking tot zonne-energie is de doelstelling 2-3 petajoule (PJ) in 2023. Dit is ongeveer 1.000 hectare aan panelen (ofwel minder dan 1% van het oppervlak van Overijssel). Als indicatieve verdeling is 40% op daken aangehouden en 60% in veldopstellingen. De doelstelling van 600 hectare aan veldopstellingen in 2023 lijkt realiseerbaar met een 100-200 hectare momenteel in de pijplijn, maar de eerste projecten moeten nog wel gerealiseerd worden.

Van groot belang is het verkrijgen van een breed gedragen maatschappelijk en politiek draagvlak. Daarnaast is het tijdig betrekken van stakeholders en een transparante communicatie van belang om vertragingen te voorkomen, aldus de provincie. Conclusie Uit het voorgaande blijkt dat de realisering van het zonnepark binnen het projectgebied past binnen de provinciale doelstellingen om in 2023 20% hernieuwbare energie te realiseren, waarvan 2-3 PJ zonne- energie.

P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 21 Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap, sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel en continu en beleefbaar watersysteem. Binnen dit ontwikkelingsperspectief krijgen modernisering en schaalvergroting van de landbouw de ruimte, in combinatie met verduurzaming en kwaliteitsinvesteringen. Onder verduurzaming verstaan we hier onder andere de bijdrage aan de energietransitie, waaronder zonnepanelen. 3.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Steenwijkerland De gemeente Steenwijkerland wil met de Omgevingsvisie de omgevingskwaliteit van Steenwijkerland naar een hoger plan tillen. In de visie definieert de gemeente Steenwijkerland omgevingskwaliteit als de integrale kwaliteit van ruimtes; het gaat er niet alleen om hoe deze ruimtes eruitzien, maar ook waartoe en op welke manier ze functioneren, hoe ze gebruikt worden en hoe de (functies van de) ruimtes met elkaar samenhangen en bijdragen aan het beter functioneren van de samenleving.

Het is daarmee de kapstok voor beleid, programma’s en projecten rondom ruimtelijke ontwikkelingen en álles wat daarmee samenhangt. Bij elke keuze die de gemeente wil maken vraagt het zich af: past dit bij de Omgevingsvisie die de gemeente heeft vastgesteld? De visie maakt vervolgens onderscheid in drie verschillende gebieden en het thema nieuwe energie. De onderstaande tekst besteedt daarbij aandacht aan de voor het projectvoornemen relevante onderwerpen: thema ‘Landelijk gebied’ en ‘Nieuwe energie in de gemeente’. Thema ‘Landelijk gebied’: authentiek in het hier en nu Ten aanzien van het landelijke gebied geldt dat de gemeente het Nationale Park dat in haar gemeentegrenzen ligt, nog steeds de “belangrijkste parel” van het landelijke gebied moet zijn over vijftien jaar. Het Nationaal Park is daarmee een belangrijke stimulans voor de economie in de regio. Ook streeft de gemeente ernaar om de kwaliteit van het landelijke gebied voorop te stellen. De gemeente erkent de waarde van de karakteristieke landschapselementen van en voor het gemeentelijke gebied. De gemeente Steenwijkerland geeft aan dat men moet denken aan houtwallen, hoogteverschillen en beplanting. Daarnaast streeft de gemeente om over vijftien jaar nog steeds inwoners de ruimte te geven om te ondernemen zodat de agrarische sector in het landelijke gebied voor werkgelegenheid blijft zorgen.

Tot slot is het landelijke gebied ook geschikt voor recreatie en toerisme maar mag dat niet leiden tot massatoerisme. Om daartoe te komen zijn volgens de gemeente nodig: • meer hoogwaardige verblijfsrecreatie; • een toegankelijk gebied voor de bezoeker die wil genieten; • maatwerk bij agrarische ontwikkelingen; • ‘bestaand gebouw, nieuw gebruik’. Nieuwe energie in de gemeente In 2030 moet de gemeente Steenwijkerland groen en duurzaam zijn. Daar waar het past in het landschap wordt duurzame energie opgewekt. Naast zonneparken zijn er met name kleinschalige, groene initiatieven van inwoners die met elkaar samenwerken. Op veel daken liggen zonnepanelen. Om dat allemaal te realiseren zijn hoge ambities nodig en dus sluit de gemeente Steenwijkerland niets uit. Duurzame initiatieven en creatieve oplossingen worden aangemoedigd en de gemeente maakt werk van energiebesparing. P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 22 Conclusie Het project is in overeenstemming met het beleid uit de structuurvisie van de gemeente Steenwijkerland omdat het aansluit bij de doelen die de gemeente Steenwijkerland wil bereiken ten aanzien van nieuwe energie, alsmede bij de doelen ten aanzien van het behoud van landschappelijke waarden. Beleidskader Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker-)land Het beleidskader is opgesteld en op 21 mei 2019 vastgesteld.

Het kader geeft richting WAAR en HOE zonnepanelen op land mogelijk zijn. In de Omgevingsvisie Steenwijkerland is het doel voor energie als volgt geformuleerd: Steenwijkerland moet nog een forse inspanning leveren om de energiedoelstellingen te halen (“in 2020 wordt in de gemeente een volume aan nieuwe energie opgewekt ter grootte van het huishoudelijke energiegebruik binnen de gemeente”). Bij de uitvoering van dit beleid wordt ‘de zonneladder’ gehanteerd. • Trede 1: in bestaand bebouwd gebied op daken dan wel in de groene omgeving op bestaande bouwvlakken; • Trede 2: in bestaand bebouwd gebied op bedrijventerreinen en braakliggende gronden; • Trede 3: aanvullend in de groene omgeving, niet zijnde natuur. De treden zijn vertaald naar een kaart, zie figuur 13. Figuur 13. Fragment kaart 'Ruimte voor zon op land' (projectgebied ter hoogte van gele cirkel). Voor de indeling van de kaart zijn de volgende gebiedskenmerken gehanteerd: 1. Bestaand bebouwd gebied/bestaande bebouwing. 2. Beschermd stads- of dorpsgezicht, monument of (gebied of gebouw met) Waarde cultuurhistorie. 3. NatuurNetwerkNederland/Natura 2000-gebied. 4. 4(a+b) Leefgebied agrarisch natuurbeheer. a. Weidevogelgebied. b. ‘Droge dooradering’-gebied. 5. Overig gebied. Voor elk van de bovengenoemde gebieden zijn de randvoorwaarden voor het aanleggen van zonneparken omschreven.

Het zonnepark wordt aangelegd op agrarische percelen aan de rand van de

P r o j e c t g e r e l a t e e r d 16 december 2020 BG1754TPRP2012160709 23 toekomstige bebouwing Eeserwold (Overig gebied). De strekking van het beleid voor deze categorie is als volgt geformuleerd: In dit gebied is ruimte voor opstellingen van zonnepanelen op land, mits de mogelijkheden om dakvlak(ken) of ruimte binnen bouwvlak(ken) te benutten voor zonnepanelen worden meegenomen; daarbij worden ook de mogelijkheden om werk met werk te maken onderzocht (denk bijvoorbeeld aan asbest eraf, zon er op). Binnen het onderhavige project(gebied) zijn geen mogelijkheden om op dakvlakken van bebouwing zonnepanelen te realiseren. Het beleidskader schrijft voorts een financiële bijdrage voor van het zonnepark aan de lokale omgeving van € 1.000,- per MW geïnstalleerd vermogen. In de exploitatie van het project is dit bedrag (vrijwillig) opgenomen. De lokale afdracht zal in overleg met de gemeente worden bepaald en vastgelegd in de anterieure overeenkomst. In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op de afstemming van afspraken met de omgeving. De gemeente heeft de verwachting dat op lange termijn zonnepanelen op land niet meer nodig zijn (innovatie, prijsdaling, gevelbekleding/beglazing) en gronden niet blijvend willen onttrekken aan de oorspronkelijke bestemming, daarom wordt een maximale termijn van 25 jaar voor een omgevingsvergunning gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/10c30ef0-de78-4422-a136-6fc764c3924a?agendaItemId=bc433707-0bd9-4c71-89af-c8efcea924a6