CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

RB 20.205 VastgesteldBP Heetveld 16 Sint Jansklooster

Politieke Markt 14 mei 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Heetveld 16 Sint Jansklooster16.451 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze sporen kunnen zich ook onder water bevinden zoals bijvoorbeeld verdronken nederzettingen of scheepswrakken; 3. Cultuurlandschap/historische geografie: alle landschappelijke elementen die het gevolg zijn van menselijk handelen in het verleden, bijvoorbeeld verkavelingspatronen, pestbosjes, landgoederenzones of ontginningsassen. Voor het plangebied geldt geen dubbelbestemming ’Cultuurhistorie en/of landschappelijke waarden’. In het plangebied is het bestaande gebouw niet aangeduid als een beeldbepalend en/of karakteristiek pand. Ook de kern Heetveld en/of het gebied rondom het plangebied is niet gelegen in een beschermd dorpsgezicht. Het aspect cultuurhistorie staat de beoogde planvorming niet in de weg. 4.4 Bodem In de toelichting van het bestemmingsplan dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Gemeente Steenwijkerland Blad 30 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting Door AvA Milieuonderzoek is een Verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het rapport “Verkennend bodemonderzoek Heetveld 16 te Sint Jansklooster, d.d. 22 september 2023 23259-AvA”. Daar staan de volgende conclusie opgenomen.

Conclusies Kwaliteit bodem en herkomst verhoogde stoffen Visueel zijn in het opgeboorde bodemmateriaal zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een mogelijke (ernstige) bodemverontreiniging. Ook chemisch analytisch zijn in de grond geen verontreinigingen aangetoond. Tevens is er geen asbest op of in de bodem aangetroffen. Bij de gemeten gehalten zijn geen risico’s voor milieu en volksgezondheid aanwezig en hoeft geen vervolgonderzoek plaats te vinden. Met de gevolgde onderzoeksstrategie is de milieuhygiënische kwaliteit ter plaatse van de het perceel voldoende vastgelegd. Voor wat betreft de kwaliteit van de bodem hoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen beperkingen te worden gesteld aan het gebruik van de onderzochte locatie en zijn er geen bezwaren tegen de ingebruikname van het perceel als woonlocatie en de bouw van woningen op het perceel. 4.5 Ecologie De bescherming van plant- en diersoorten is in Nederland geregeld in Wet Natuurbescherming (verder te noemen WNB). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt ruim 900 soorten in Nederland voorkomende planten- en diersoorten. Gebiedsbescherming Heetveld ligt niet binnen een NNN-natuurgebied en een Natura 2000-gebied, maar rondom zijn wel dergelijke natuurgebieden aanwezig. Het plangebied is in het stedelijke gebied van Heetveld gelegen.

Het perceel is gelegen in een bestaande woonwijk. In de omgeving van de kern Heetveld zijn twee gebieden aangewezen als beschermingsgebied. Ten noorden, oosten en zuiden is op ca. 800 meter De Wieden gelegen en aangewezen in het kader van zowel de Vogel- als Habitatrichtlijn. Ten zuidwesten ligt het Zwarte Meer, een beschermingsgebied in het kader van de Vogelrichtlijn. Gemeente Steenwijkerland Blad 31 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting Fig. 4.2: Weergave van Natura 2000-gebieden t.o.v. het plangebied (bron: www.atlasleefomgeving.nl) Fig. 4.3: Weergave van NNN-gebieden t.o.v. het plangebied (bron: www.atlasleefomgeving.nl) Er is sprake van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die voorziet in een toename van 8 woningen. Of voorliggend project een bijdrage levert aan een toename van stikstofdepositie in het Natura 2000 gebied is nader onderzocht. Daartoe is een AERIUS-berekening voor de bouw- en gebruiksfase van het project uitgevoerd.

Gemeente Steenwijkerland Blad 32 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting Voortoets (stikstof) Door Econu is een zogeheten ‘voortoets (stikstof)’ uitgevoerd. In deze voortoets zijn tevens de Aerius-berekeningen voor de realisatie- en gebruiksfase opgenomen. Hierna volgen, volledig overgenomen uit het onderzoeksrapport, de conclusies en aanbevelingen van het uitgevoerde onderzoek. Conclusie en aanbevelingen De natuurtoets ten behoeve van de Wet natuurbescherming is uitgevoerd voor de sloop- en bouwwerkzaamheden op de locatie Heetvel 13-16 in Sint Jansklooster. Het plangebied bevindt zich in de nabijheid van Natura 2000-gebied De Wieden. Potentiële effecten die volgens de Effectenindicator een rol zouden kunnen spelen blijken na andere beschouwing niet relevant. De realisatie van de voorgenomen plannen leidt niet tot de aantasting van het Natura 2000-gebied ‘De Wieden’ en de instandhoudingsdoelen van dit gebied. Voor de toelichting en berekeningen wordt gewezen naar het betreffend rapport is als bijlage bijgevoegd. Soortbescherming Behalve de mogelijke effecten op natuurgebieden moet ook duidelijk zijn of het betreffende plan effecten heeft, en zo ja welke, op beschermde soorten. De soortenbescherming is vastgelegd in de Wet natuurbescherming.

Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt). Van belang is om na te gaan in hoeverre er sprake is of kan zijn van één of meerdere van de bovengenoemde ‘verboden activiteiten’. Ter voorbereiding op de werkzaamheden in het plangebied is door Alcedo Natuurprojecten een ‘Quickscan Flora & Fauna Heetveld 13 en 16 8326 BG, Sint- Jansklooster’ uitgevoerd. Op basis van deze QuickScan wordt het volgende geconcludeerd:

Gemeente Steenwijkerland Blad 33 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting Op basis van deze QuickScan wordt het volgende geadviseerd: Het rapport ‘Ruiter E.J. 2021. Quickscan Flora & Fauna Heetveld 13 en 16 Sint- Jansklooster. Alcedo Natuurprojecten rapport 2021 – 064’ is als bijlage bijgevoegd. Aanvullend ecologisch onderzoek Op basis van de conclusies is een aanvullend onderzoek uitgevoerd, bekend onder ‘Aanvullend onderzoek Vleermuizen, huismus en gierzwaluw, Heetveld 16 Sint Jansklooster. Alcedo Natuurprojecten rapportnummer 2022 – 035’ dat als bijlage is bijgevoegd. Hieronder worden op basis van de resultaten die dit aanvullend onderzoek heeft opgeleverd de conclusies daarvan gepresenteerd en, waar nodig, toegelicht. Vleermuizen Tijdens dit aanvullend onderzoek is de aanwezigheid vastgesteld van de volgende vleermuissoorten: • Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus • Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii • Laatvlieger Eptesicus serotinus • Rosse vleermuis Nycatalus noctua • Gewone grootoorvleermuis Plecotus auritus Conclusie • Geen van de aangetroffen soorten benut de onderzochte locatie c.q.

de te slopen bebouwing als vaste verblijfplaats of kraamkolonie; • Door de voorgenomen activiteit zullen geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen worden vernietigd; • De onderzochte locatie vormt geen belangrijk of onmisbaar foerageerbiotoop voor vleermuizen en fungeert marginaal als onderdeel van een vliegroute voor vleermuizen; • Door de voorgenomen ingreep zullen geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen worden vernietigd en zal geen essentieel foerageerbiotoop of vliegroute worden vernietigd. Huismus Tijdens dit aanvullend onderzoek is de aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen van gierzwaluwen niet vastgesteld. Door de voorgenomen activiteit zullen geen jaarrond beschermde nestplaatsen van huismussen worden vernietigd.

Gemeente Steenwijkerland Blad 34 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting Gierzwaluw Tijdens dit aanvullend onderzoek is de aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen van gierzwaluwen niet vastgesteld. Door de voorgenomen activiteit zullen geen jaarrond beschermde nestplaatsen van gierzwaluwen worden vernietigd. Aanbevelingen Hoewel er geen vaste verblijfplaatsen of kraamkolonies van vleermuizen zijn aangetroffen in de te slopen bebouwing, zijn er wel diverse vleermuissoorten aangetroffen in de directe omgeving daarvan. Voorts is geconstateerd dat er geen gierzwaluwen broeden en dat de omgeving van de onderzochte locatie arm is aan huismussen. Dit is een mooie aanleiding om de nieuwbouw te voorzien van inbouwkasten voor genoemde soorten. NB: dit is geen verplichting die voortvloeit uit de conclusies van dit onderzoek, maar een sterke aanbeveling. Wettelijk is het niet verplicht is om voorzieningen te treffen i.v.m. soortenbescherming, maar vanuit gemeentelijk beleid wel. Hier zal bij de verdere uitwerking rekening mee worden gehouden. 4.6 Externe en fysieke veiligheid Het Besluit richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het BEVI staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is.

Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten. Woningen zijn aan te merken als een (beperkt) kwetsbaar object, zodat op zich beoordeeld dient te worden of er in de nabijheid van het terrein eventueel Bevi-inrichtingen zijn die van invloed zijn/kunnen zijn op het woningbouwplan. Daartoe onderstaande weergave van de risicokaart. Fig. 4.5: Weergave van het plangebied en nabijgelegen risico’s en inrichtingen (bron: www.risicokaart.nl) 4.6.1.1 Bevi-inrichtingen binnen en buiten het plangebied Aan de overzijde van de straat (Heetveld 13) is een (voormalig) tankstation gelegen. Deze inrichting is niet meer actief. Vanuit het bestemmingsplan heeft het perceel een functieaanduiding “verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg”. Er is geen sprake van

Gemeente Steenwijkerland Blad 35 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting een risicovolle inrichting, die overigens binnen de bedrijvenbestemming is uitgesloten. Een actieve inrichting valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Binnen het plangebied bevinden zich geen Bevi-inrichtingen en/of bedrijven die invloed hebben op het plangebied. Nabij het plangebied is op ca. 290 meter een risicovolle inrichting gelegen ten noorden op het perceel Heetveld 1. Ter plaatse is camping met propaantank (bovengronds) gelegen. De risicocontour 10-6 van de propaantank bedraagt 10 meter. Het plangebied ligt niet in een inventarisatiegebied van een Bevi-inrichting. 4.6.1.2 Buisleidingen Nabij het plangebied bevinden zicht geen buisleidingen die van invloed zijn op de planlocatie. 4.6.1.3 Route gevaarlijke stoffen Nabij het plangebied bevinden zich geen route gevaarlijke stoffen die invloed hebben op de planlocatie. 4.6.1.4 Hoogspanningsleidingen Ten zuiden van het plangebied zijn hoogspanningsleidingen gelegen. Gezien de ruime afstand is dit leiding tracé niet van invloed op het plangebied. 4.6.2 Conclusie Het plan zelf voorziet niet in de oprichting van een risicovolle activiteit.

Het project voorziet in het realiseren en/of toevoegen van kwetsbare objecten (8 woningen) in het plangebied. Een verdere afweging of de planontwikkeling al dan niet leidt tot (on)aanvaardbaar risico in het kader van de externe veiligheid kan achterwege blijven. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het gewenste project. 4.7 Geluid Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

Gemeente Steenwijkerland Blad 36 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting 4.7.1 Wegverkeerslawaai in relatie tot de nieuwe woningen De nieuwe woningen zijn geluidsgevoelige objecten. Voor de wegen in het plangebied geldt dat er een maximale snelheid van 30 km per uur van toepassing is. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder geldt er geen zoneringsplicht voor wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Concreet betekent dit dat er geen rekening hoeft te worden gehouden met geluidscontouren van omliggende wegen. Tevens zijn de woningen niet gelegen binnen een onderzoekszone van een buiten het plan gelegen weg. Er behoeft daarom geen akoestisch onderzoek verricht te worden. Fig. 4.6: Weergave van de geluidbelasting (Lden) t.o.v. het plangebied (bron: www.atlasleefomgeving.nl) Woon- en leefklimaat Voor de nieuw te bouwen woningen gelden vanuit het Bouwbesluit 2012 voorschriften (afdeling 3.1) die bescherming tegen geluid van buiten biedt. Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering met een minimum van 20 dB.

Gelet op nieuwbouwvoorschriften Bouwbesluit alsmede de ligging in het bestaand woongebied kan geconcludeerd worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat van de bewoners. 4.7.2 Overige bronnen inrichting Er zijn geen overige geluidbronnen, zoals railverkeer of industrielawaai die van invloed zijn op het plangebied. De nabijgelegen bedrijven en instellingen met bijhorende geluidsnormen geven tevens geen belemmering. 4.8 Geur De nieuwe woningen zijn aan te merken als geurgevoelig object in de zin van de wet. Het gaat hierbij immers om een ‘‘gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt’’.

Gemeente Steenwijkerland Blad 37 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting Door onderzoeksbureau Rensen Milieu Advies is een geurberekening door middel van V-Stacks uitgevoerd ok te beoordelen of rondom gelegen agrarische bedrijven geurhinder veroorzaken richting het woningbouwplan. De berekening met bijbehorende toelichting is als bijlage aan het bestemmingsplan toegevoegd. Binnen de bebouwde kom is de geurnorm 2 ouE, buiten de bebouwde kom is de geurnorm 8 ouE. In dit geval gaan we dus uit van 8 ouE voor de geurnorm voor de 8 woningen. Uit de V-Stacks berekening is gebleken dat de geurbelasting in totaal niet hoger uitkomt dan 0,6 ouE gemeten op elke woning. In het kader van cumulatie treed er geen overschrijding op van de vastgestelde norm van 8 odeureenheden. 4.9 Bedrijven en milieuzonering Vanuit milieu hygiënisch oogpunt vergt het inpassen van nieuwe functies in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Binnen het plangebied is sprake van het toevoegen van een nieuwe woning. Nieuwe functies kunnen van invloed zijn voor omringende woningen dan wel bedrijven. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie wel milieu hygiënisch inpasbaar is.

Er dient daarom beoordeeld te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die gehinderd kunnen worden door onderhavig project of waarvan het project juist hinder ondervindt. De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten. In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van de richtafstanden wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • het betreft gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; • de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen „rustige woonwijk‟ en „rustig buitengebied‟; • de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten; • bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten kunnen deze activiteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij de ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast.

Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. Het is aan te bevelen deze afwijkingen te benoemen en te motiveren indien aan de orde. Gemeente Steenwijkerland Blad 38 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting Fig. 4.7: Weergave van het geldend bestemmingsplan waaruit blijkt de verschillende functies en bestemmingen rondom het plangebied. In het betreffende gebied is overwegend sprake van een woongebied. Daarbij is gezien de overige bestemmingen zoals groen, tuin, wonen, bedrijf (Heetveld 13) en verkeer sprake van een zekere menging van functies waardoor het omgevingstype is te karakteriseren als ‘gemengd gebied’ en daarom is een verlaging van de afstandsnormen te rechtvaardigen. Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. Onder andere woningen zijn milieugevoelige objecten. De VNG uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Van enige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geen sprake. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de functie binnen het plangebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving, en omgekeerd of omliggende bedrijven in

Gemeente Steenwijkerland Blad 39 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden worden belemmerd. In dit geval is de woning in het plangebied aan te merken als milieugevoelig object. In de omgeving van het plangebied bevindt zich nabij het plangebied een milieubelastende functie (Heetveld 13). Op de in dit kader relevante milieubelastende functie wordt hierna nader ingegaan. Bedrijfsbestemming Heetveld 13 Aan de Heetveld 13 is in de huidige situatie een voormalige bedrijfslocatie met een tankstation (zonder lpg) gevestigd. Momenteel staat het pand leeg en is geen sprake van een actieve inrichting. Vanuit het aspect milieuzonering wordt de bedrijvenbestemming Heetveld 13 planologisch gezien belemmerd door de naastgelegen woonbestemmingen Heetveld 11 en 15. Binnen de bedrijvenbestemming mag tot maximaal een milieucategorie 2 bedrijf zijn gelegen, met in ‘gemengd gebied’ een grootste richtafstand van 10 meter voor het aspect ‘geluid’. Aan deze afstand kan in beginsel niet worden voldaan aangezien het plangebied grenst op ca. 8 meter aan de gronden behorend tot deze inrichting.

Om te voorzien in een voldoende ruimtelijke scheiding (minimaal 10 meter) is er voor gekozen om tussen de nieuwe woonbestemming en de bestaande bedrijvenbestemming een (voor)gevellijn en/of bouwvlak voor de woningen op te nemen, waarbij de voorerf een tuinbestemming krijgt, zodanig dat de onderlinge afstand tussen de woon- en bedrijfsfunctie minimaal 10 meter bedraagt. Ter plaatse van de wordt de bestemming ‘Tuin’ opgenomen. Hiermee wordt uitgesloten dat deze gronden mogen worden gebruikt te behoeve van het wonen. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden. Fig. 4.8: Weergave van de situatietekening met de nieuwe woningen in het plangebied direct naast de bedrijvenbestemming Heetveld 13 gelegen. 12 m. Gemeente Steenwijkerland Blad 40 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting Het aspect ‘milieuzonering’ vormt geen belemmeringen voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.10 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit.

In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Met de inwerkingtreding van de NSL op 1 augustus 2009 geldt de volgende bovengrens om als NIBM-project te worden aangemerkt: de bouw van 1500 woningen aan één ontsluitingsweg. Voorliggend plan is qua omvang en verkeer aantrekkende werking veel kleinschaliger als de bouw van 1500 woningen aan één ontsluitingsweg. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet nodig. 4.11 Verkeer en vervoer en parkeren Nieuwe functies betekenen meestal ook dat er sprake is of zal zijn van een toename van verkeersbewegingen, alsmede ontstaat er een parkeerbehoefte. Uitgangspunt is dat nieuwe functies geen onevenredige extra hinder veroorzaken voor reeds aanwezige functies in de omgeving. Door het toevoegen van woningen kan sprake zijn van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen. Het project heeft verhoudingsgewijs echter een minimaal verkeer aantrekkende werking. Ontsluiting De woningen aan de Heetveld ontsluiten rechtstreeks op de weg. Rechts naast de nieuwe woningen worden de overige woningen in het plangebied door een nieuwe ontsluitingsweg ontsloten op de weg Heetveld. Parkeren Er wordt een gemiddelde parkeernorm van 2,3 parkeerplaats per woning gehanteerd.

Voor de nieuwe woningen geldt dat parkeren in principe op eigen terrein dient plaats te vinden. Elke woning heeft op eigen terrein 2 parkeerplaatsen. In het plangebied zijn 3 ‘algemene’ parkeerplaatsen opgenomen, waardoor in totaal 19 parkeerplaatsen in het plan worden gerealiseerd. Daarmee wordt voldaan aan de gestelde parkeernormen voor dit plangebied. Gemeente Steenwijkerland Blad 41 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting Fig. 4.9: Weergave van de situatietekening met de nieuwe ontsluitingsweg in het plangebied en het parkeren. 4.12 Water Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De meerwaarde van de watertoets is dat zij zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Voordat de watertoets is uitgevoerd is eerst nagegaan met welke toename aan verhard oppervlakte er rekening moet worden gehouden bij de uit te voeren watertoets. In de bestaande situatie is er sprake van circa 1500 m2 aan bebouwing en er fharding. Na uitvoering van het project zal er circa 1260 m2 aan bebouwing en verharding aanwezig zijn.

Op 24 maart 2023 is de watertoets uitgevoerd. Het plangebied bevindt zich binnen het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta (DOD).

Gemeente Steenwijkerland Blad 42 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting Op basis van de uitgevoerde watertoets geldt dat de normale procedure van toepassing is en enkele gebieds- en planspecifieke aspecten aan de orde zijn. Op basis van de uitgevoerde watertoets is op 7 april 2023 de uitgangspuntennotitie ontvangen vanuit het waterschap. Het gehele watertoetsdocument is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. Hierna volgen nog de gebied specifieke adviezen vanuit het waterschap en daar waar mogelijk de manier waarop in de planvorming rekening is gehouden met de adviezen van het waterschap. Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het stroomgebied Vollenhover en Zwartemeer. Langs het plangebied ligt een B-watergang S12884, waarvan de verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer bij het waterschap ligt, maar de aanliggende eigenaar van de watergang verantwoordelijk is voor het onderhoud. Het peilgebied heeft een maximumpeil van NA P 0,45m/0,07m NAP. Dit peil is de instelhoogte bij een peilscheidend kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil, afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte. Figuur 4.10 - Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied.

- De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP 2.40m - 2,90m; - De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit voornamelijk uit Podzolgronden. Voor een analyse van diepere grondlagen kan gebruik worden gemaakt van Dinoloket.

Gemeente Steenwijkerland Blad 43 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting - De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt op 0-20 cm onder het maaiveld. - Bij extreme neerslag wordt er geen wateroverlast in of bij het plangebied verwacht (zie Klimaatatlas WDODelta). Watersysteem Aan- en afvoer van voldoende water en waarborgen van de kwaliteit en ruimte voor water. Watergangen Binnen het plangebied ligt (een beschermingszone van) een A-watergang van WDODelta, zoals weergegeven in de hiervoor opgenomen figuur. Het is noodzakelijk dat de functie van deze watergang(en) altijd is gegarandeerd, rekening houdend met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven en gevisualiseerd in de Legger. Voor deze watergangen gelden de binnen de Keur opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor activiteiten in of nabij een watergang of binnen de beschermingszone van een watergang doet u afhankelijk van wat voor activiteit u gaat doen een melding of een aanvraag voor een watervergunning bij WDODelta. Meer informatie vindt u hier op onze website: vergunningen. Het waterkwaliteitsbeheer van toepassing op alle typen watergangen (A-, B- en C- watergangen) in het watersysteem.

Criteria watergangen: Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit bij alle typen watergangen. • A-watergangen (>25 L/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar). Dit zijn watergangen waar wij verantwoordelijk zijn voor de inrichting en het beheer en onderhoud; • B-watergangen (>10 L/s afvoer en <25 L/s gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): Wij zijn verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer, maar de aanliggende eigenaar van de watergang is verantwoordelijk voor het onderhoud (we noemen dat onderhoudsplichtig ). In de B-watergangen is een bepaalde vorm van toezicht door het waterschap (dit noemen wij schouw). • C-watergangen (<10 L/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): De aanliggend eigenaar is verantwoordelijk voor het onderhoud1. Er geldt geen onderhoudsverplichting en wij houden geen toezicht of het onderhoud goed wordt uitgevoerd. Behalve als de C-watergang in beheer is van WDODelta en met de omgeving onderhoudsafspraken zijn gemaakt. Op de rand van het perceel in de noordoosthoek van het plangebied is sprake van een beschermingszone van de A-watergang. Die is ook zichtbaar als de blauwe lijn op de tekening bij figuur 4.10 op de vorige bladzijde. Als bij die A-watergandg geen activiteiten plaatsvinden dan kan dat worden aangegeven in het plan. Hierover kan worden aangegeven dat hier geen activiteiten plaatsvinden t.a.v.

de bouwwerkzaamheden. De beschermingszone van de A-watergang ligt in het stuk groenbestemming. Wijzigingen aan het watersysteem Dempen of graven wateren: Voor het graven of dempen van watergangen (ook die niet in beheer zijn bij WDODelta) zijn regels. Voor de activiteit kan een melding of vergunning nodig zijn. Voor meer informatie zie: Vergunningen. U kunt hierover met ons Gemeente Steenwijkerland Blad 44 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting overleggen en wij kunnen u hierover adviseren. WDODelta neemt nieuwe A - watergangen in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld of deze nieuwe watergangen voldoen aan de daarvoor geldende (bovenstaande) criteria. Het is aan de initiatiefnemer om aan te tonen dat de watergang voldoet aan deze criteria. Ten aanzien van het aspect dempen en graven kan worden aangegeven dat dat niet aan de orde is. Bestaande sloten worden ook gehandhaafd. Wateroverlast Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag u hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt, afvoeren, zonder dat dit leidt tot wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt.

De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel het waterschap als ook de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast. De uitvoerder van het plan dient rekening te houden met de randvoorwaarden die gemeenten stellen aan: • Vasthouden-bergen-afvoeren; • Benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; • Gescheiden houden van hemelwater en rioolwater; • Capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater; • Eisen die aan woningen, andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast. Bij een herstructurering neemt vaak het verharde oppervlak niet toe of af. Toch moet het toekomstige gebied voldoen aan het watersysteem, waarin rekening is gehouden met klimaatverandering. Wij hanteren onderstaande stappenplan bij nieuwe stedelijke ontwikkeling of herstructurering: • geef aan hoe u in de huidige situatie met het hemelwater in het plangebied om gaat; • geef aan of er in de huidige situatie knelpunten in het plangebied voorkomen met de afvoer van hemelwater; • geef aan hoe u in de nieuwe situatie hemelwater lokaal benut, verwerkt en/of afvoert en beschrijf hoe u hierbij aan de door gemeente en waterschap gestelde eisen voldoet; • beschrijf hoe de aanvoer van hemelwater op het watersysteem door de ontwikkeling wijzigt en stem met ons af of dit mogelijk is.

Vanuit de initiatiefnemer is aangegeven dat hemelwater wordt afgevoerd naar de omliggende sloten, deze zijn reeds aanwezig. Richting de sloten wordt gebruik gemaakt van aan te leggen wadi’s en ook zal er gebruik worden gemaakt van een debietbegrenzer die zorgdraagt voor het vertraagd afvoeren van water. De hoeveelheid afgevoerd water mag niet groter zijn dan de landelijke afvoernorm van 1.6 liter/seconde/hectare. Verder geeft de initiatiefnemer aan dat er daarnaast ook nog infiltratiekratten worden toegepast in de groenzone naast de weg (noordoostzijde). Ook geeft initiatiefnemer aan dat er in de bestaande situatie geen knelpunten aanwezig zij voor wat betreft de afvoer van hemelwater. Het is niet de bedoeling dat de aanvoer van Gemeente Steenwijkerland Blad 45 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting hemelwater wijzigt, dit onderdeel hoeft daarmee niet te worden afgestemd met het waterschap. Compensatie nieuwbouw kleine plannen en uitbreidingslocaties (stedelijk gebied & landelijk gebied < 1500 m2) Voor kleine plannen geldt als regel dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet voor berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater. In het plan wordt een verhard oppervlak gerealiseerd.

Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak wordt aangelegd waarin maximaal 30 cm peilstijging is toegestaan. Geadviseerd wordt om de waterberging te ontwerpen op basis van bij voorkeur een vertraagde afvoer, een infiltratiesituatie. Het ligt niet in de lijn van de ontwikkelende partij om extra watercompensatie te realiseren. Grondwateroverlast en kwel • Grondwateroverlast bij bebouwing: In gebieden waar grondwateroverlast op kan treden, adviseren wij de volgende voorkeursvolgorde toe te passen: (1) kruipruimteloos bouwen of het (2) ophogen van het plangebied. • Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem adviseren wij om in overleg met ons zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Dit kan in eerste instantie op basis van bestaande peilbuizen binnen of in de omgeving van het plangebied. Indien noodzakelijk kan de initiatiefnemer nieuwe peilbuizen plaatsen. Mogelijk hebben wij ook peilbuizen op de locatie staan. • Aanleghoogte van bebouwing: Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) adviseren wij een aanleghoogte van de vloer van minimaal 80 cm ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kunt u volstaan met een geringere ontwateringsdiepte (verschil grondwaterstand en maaiveld).

Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen, adviseren wij om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager (beneden het maaiveld_ gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) is het noodzakelijk om aandacht te besteden aan het voorkomen van wateroverlast. De aanleghoogte van de bebouwing zal nader worden bepaald op basis van de hoogte van de daadwerkelijke omgeving. De genoemde waarden kunnen daarbij leidend zijn voor de daadwerkelijke aanleghoogtes. De initiatiefnemer zal hierover nader in gesprek gaan met de gemeente en het waterschap om zodoende een optimale aanleghoogte te hebben zonder dat het plangebied dermate hoeft te worden opgehoogd dat omringende percelen last krijgen van afstromend hemelwater. Waterkwaliteit Afvoer hemelwater • Kwaliteit afvoer hemelwater: o Schoon hemelwater mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater (dakoppervlakken). o Voor overige afvoer en verwerking van hemelwater (vanaf verharding) is het gewenst om dit via een bodempassage te lozen op het oppervlaktewater. Gemeente Steenwijkerland Blad 46 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting o In alle situaties geldt een voorkeur voor bovengronds afvoeren (zichtbaar).

Anders is het noodzakelijke voorzieningen te treffen om eventuele foutieve ondergrondse aansluitingen te kunnen vaststellen. Idealiter houden wij hemelwater vast en alvorens een vertraagde afvoer. De ideale situatie bij hemelwater volgt deze reeks: 1. benutten van hemelwater; 2. infiltreren van hemelwater; 3. vasthouden en vertraagd afvoeren van hemelwater. Wij adviseren om in het ontwerp geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken en duurzaam gebruik te maken van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. Er zullen zo weinig mogelijk uitlogende materialen worden gebruikt in de uitvoering van het bouwplan. • Verversing oppervlaktewater: Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen vermijden. Het is nodig dat het watersysteem zo ontworpen wordt dat er aandacht is voor verversing en wateraanvoer. Stilstaand water - zeker bij opwarming en droogte – is kwetsbaar (met als gevolg bijvoorbeeld vissterfte). • Peilbeheersing: Wij kunnen sturen in de waterkwaliteit door bijvoorbeeld water in te laten of juist af te voeren. In gebieden waar sloten droogvallen en wij geen water kunnen aanvoeren, is dit niet mogelijk. We adviseren om bij droogvallende watergangen een minimale waterdiepte te geven van 100 cm om te voorkomen dat ze droogvallen.

Verontreiniging Bij het voorkomen van vervuiling van het oppervlaktewater gelden een aantal belangrijke punten: • Microverontreiniging : we adviseren om gebruik van de volgende toepassingen te beperken: o Uitloogbare materialen (zoals bijvoorbeeld koper, lood of zink) die een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen veroorzaken; o Chemische onkruidbestrijdingsmiddelen; o Verduurzaamd hout als oeverbeschoeiing. • Stoffen en waterkwaliteit: Stoffen, bijv. schoonmaakmiddelen, (ook milieuvriendelijke) mogen niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater komen. Daar is een vergunning op basis van Art. 6.2 lid 1 van de Waterwet (het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam) voor nodig, welke kan worden aangevraagd bij het waterschap. Het waterschap verleent geen watervergunning wanneer een riolering in de buurt aanwezig is. Let op: dit kan ook bij andere afvalwaterstromen en stoffen gelden. Neem hiervoor gerust contact op met het waterschap. De voorkeursvolgorde voor afvalwaterstromen is als volgt: 1. Voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalwater en verontreiniging; 2. Indien aanwezig (de afvalstroom van huishoudelijk afvalwater): de afvalwaterstoom op de riolering lozen; 3.

Het opvangen van het afvalwater en de afvoer per as naar een riolering afvoeren; Gemeente Steenwijkerland Blad 47 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting 4. Lozing op het oppervlaktewater en/of infiltratie in de bodem via een bodempassage, dit gaat met een vergunning op basis van Art 6.2 lid 1 van de Waterwet (zie onderstaand kader). 5. Voor verwerking van ander afvalwater dan huishoudelijk afvalwater is H.10 van de Wet Milieu Beheer een verdere uiteenzetting gemaakt. Riolering Het waterschap heeft als doel de waterkwaliteit te beschermen door onder andere een doelmatige werking van de rioolwaterzuivering na te streven en de vuillast vanuit riolering naar oppervlaktewater te beperken. Hiervoor is een goede afstemming over aanvoer naar de rioolwaterzuivering en een juiste werking van de riolering noodzakelijk. afvoer vanuit riolering. Dit wil het waterschap bereiken door aandacht te hebben voor de volgende onderwerpen. Beleid en regelgeving • Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat bij nieuwe ontwikkelingen het afstromend hemelwater niet naar de rioolwaterzuivering gaat, maar ter plaatse in het milieu komt. Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater.

• Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen: Wij adviseren om, daar waar mogelijk, het hemelwater bovengronds af te voeren en te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie met bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Het is noodzakelijk dat de ontwikkelaar de keuze van waterafvoer aan het waterschap voorlegt. • Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich ontdoet) op oppervlaktewater vanuit een woning of een inrichting gelden de diverse wetten, besluiten en regels waaronder: o Voor lozingen van huishoudelijk afvalwater vanuit woningen geldt het “Besluit lozing afvalwater huishoudens” (Blah). Uitgangspunt is dat u het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel loost. Indien dit niet mogelijk is, is het nodig om een voorziening te treffen, die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt. o Voor lozingen van afvalwater vanuit een inrichting geldt onder andere de Waterwet en het “Activiteitenbesluit.

Gemeente Steenwijkerland Blad 48 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting o Voor lozingen vanuit niet-inrichtingen geldt het “Besluit lozen buiten inrichtingen” (Blbi). • Gemeentelijk rioleringsbeleid: de gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. In het plan houdt u rekening met het gemeentelijke rioleringsbeleid. Afvalwater en hemelwater biedt u op de perceelgrens gescheiden aan. Eventueel geldt er een bergingseis (zie wateroverlast). Bekijk hiervoor altijd het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en rioolverordening van de desbetreffende gemeente. Hemelwaterafvoer van daken zal rechtstreeks worden afgevoerd op het plaatselijk milieu door berging in oppervlaktewater (sloot). Verder wordt voorzien in het gebruiken van infiltratiekratten en wadi’s. Op deze wijze wordt een te snelle afvoer van hemelwater voorkomen. Rioolcapaciteit • Rioolcapaciteit: De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel houdt u rekening met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Deze informatie is te vinden in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP).

Bij een verandering of aanleg van het rioolsysteem is het nodig om het waterschap in de initiatief fase te betrekken. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden. Het betreft zowel waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterbeleving. Het is nodig dat de inrichting van het gebied zo is, dat het efficiënt en effectief beheer en onderhoud va n het watersysteem mogelijk is. Bij nieuw aan te leggen water vindt overleg met ons plaats. • Wijze van onderhoud watersysteem: U houdt rekening met de wijze van onderhoud (varend of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden. Voor activiteiten binnen de aangegeven zones van WDODelta, is een vergunning op grond van de Waterwet of algemene regels bij de Keur en straks de waterschap verordening noodzakelijk. De eisen voor stedelijk water zijn bij ons op te vragen. Hieronder zijn de belangrijkste punten samengevat: o Rijdend onderhoud vanaf de kant: Bij onderhoud vanaf de kant geldt een obstakelvrije zone van 5 m vanaf de boven insteek van de watergang o Varend onderhoud: Varend onderhoud is mogelijk bij een doorvaarbare watergang. In principe houdt u rekening met een minimale totale oeverlengte van 300 m of een totale oppervlakte van 1.500 m2. U houdt rekening met een minimale doorvaarhoogte van 1,25 m ten opzichte van het maximale waterpeil. De doorvaarbreedte is minimaal 2,50 m.

Voor varend onderhoud geldt bovendien een minimale diepte van 1,10 m met een aanleg- en onderhoudsdiepte van 1,30 m. Elk onderhoudswater heeft een goed bereikbare inlaadplaats voor de boot en minimaal 1 losplaats voor het maaisel per 100 m oeverlengte. • Beheer en onderhoudsafspraken nieuwe watergangen: Voor nieuwe watergangen is het nodig om afspraken over beheer en onderhoud met ons vaste te leggen. Wij nemen nieuwe primaire A-watergangen, inclusief de peil regulerende kunstwerken in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld dat deze watergangen voldoen aan de daarvoor geldende criteria (zie hoofdstuk watersysteem). Een uitzondering Gemeente Steenwijkerland Blad 49 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting hierop zijn de kunstwerken voor het vaarwegbeheer. Deze komen niet in bij ons in beheer en onderhoud. • Nieuwe bomen langs een watergang zijn vergunning plichtig of melding plichtig. Zie de Keur. • Toegankelijkheid van water: Het is noodzakelijk dat alle wateren die een functie hebben in de waterhuishouding (afvoer, aanvoer of berging) voor ons toegankelijk zijn. Advies grondwaterbeschermingsgebied drinkwater De provincie is bevoegd gezag voor het diepe grondwater.

Bij de provincie dient nagevraagd te worden door de planontwikkelaar of er aanvullende voorwaarden zijn voor het plan. Het plangebied of een gedeelte daarvan ligt in een grondwaterbeschermingsgebied of intrekgebied van een drinkwaterwinning. In deze gebieden is het beleid gericht op het verminderen van de risico’s op de verontreiniging van het grondwater. Voor het plan zal geen gebruik worden gemaakt van uitlogende bouwmaterialen om eventuele verontreiniging van grondwater te voorkomen. Advies B watergangen (schouwsloten) In het plan bevindt zich een B-watergang. B-watergangen (of schouwsloten) hebben een belangrijke functie voor de waterafvoer- en berging. Deze watergangen staan op de legger van het waterschap en de Keur is van toepassing. Volgens de Keur zijn alle activiteiten die plaatsvinden in, op of langs watergangen van het waterschap vergunningsplichtig. Voor minder ingrijpende activiteiten hebben zijn algemene regels vastgesteld. Hierdoor kan er sprake zijn van vrijstelling of hoeven deze activiteiten alleen te worden gemeld. Er is in het plan rekening gehouden met de Keur van het waterschap. Er wordt tijdig melding gemaakt of een vergunning aangevraagd. 4.13 M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven.

De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplan of bestemmingsplanprocedure. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.2 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen: indien: • De oppervlakte een aaneengesloten gebied betreft van 100 hectare en groter dan 2000 woningen betreft. Qua aard, omvang en ligging is voorliggend ruimtelijk plan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r., immers hier is sprake van de bouw van maximaal één woning. Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 is ook voldoende inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder Gemeente Steenwijkerland Blad 50 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting hebben de locatie en de omgeving geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief.

Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan kan worden afgezien van het verrichten van een verdergaande (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling. Gemeente Steenwijkerland Blad 51 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting 5 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Het is echter mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Voor wat betreft de gemeentelijke kosten, worden de kosten van het opstellen van het plan en het doorlopen van de procedure verhaald via leges. Verder is met de initiatiefnemer een koop- en planschadeovereenkomst afgesloten, waarin is vastgelegd dat eventuele kosten van planschade voor zijn rekening neemt. Daarmee is de economische uitvoerbaarheid voldoende verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk.

Gemeente Steenwijkerland Blad 52 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In deze paragraaf worden, wanneer deze beschikbaar zijn en indien noodzakelijk, de resultaten van het overleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening uiteengezet. Ook de resultaten van de inspraak dan wel ter visie legging worden hier uiteengezet wanneer deze beschikbaar is. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft, met de daarbij behorende stukken, gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Gemeente Steenwijkerland Blad 53 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting 7 Juridische Toelichting 7.1 Algemeen Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze per 1 oktober 2012 in werking is getreden. De verbeelding dient in samenhang met de planregels te worden gelezen.

In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de minister iële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (hierna IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (hierna STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. Conform Wro en Bro wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting in digitale geautoriseerde bronbestanden vastgelegd en in die vorm vastgesteld. Daarnaast kent de Wro een papieren versie van (hetzelfde) bestemmingsplan. Indien de inhoud van digitale stukken tot een andere uitleg leidt dan de stukken op papier, dan is de digitale inhoud beslissend. Het bestemmingsplan is daarmee een digitaal juridisch authentiek document. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd.

De SVBP2012 geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De standaard heeft geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Er worden geen normen gesteld omtrent de vormgeving en inrichting van de analoge weergave van het bestemmingsplan. De SVBP2012 heeft ook geen betrekking op de totstandkoming van de inhoud van een Bestemmingsplan. Dit is de verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag. In de SVBP2012 is wel aangegeven hoe de inhoud van een bestemmingsplan digitaal moet worden weergegeven. De SVBP2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. De verbeelding en planregels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. 7.1 Toelichting op de verbeelding De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. Gemeente Steenwijkerland Blad 54 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting De digitale verbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante bestemmingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van (plan)kaart en regels met de toelichting.

Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. De relevante bestemmingsplaninformatie heeft betrekking op de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen met bijbehorende regels in het bestemmingsplan. Voor zowel bestemmingen als aanduidingen geldt, dat deze zonder interactie zichtbaar moeten zijn in de digitale verbeelding. Uit interactie met de digitale verbeelding blijkt dan de inhoud van de bestemming en/of aanduiding. 7.2 Toelichting op de planregels De inrichting van de planregels is deels voorgeschreven door de SVBP2012. De groepering van de planregels, de naamgeving van een aantal planregels en zelfs de inrichting van bestemmingen is deels bepaald door de ministeriële regeling. Een aantal planregels is zelfs geheel voorgeschreven: het overgangsrecht, de anti-dubbeltelregel en de slotregel. De regels zijn standaard ingedeeld in vier hoofdstukken. Toelichting Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1: Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen.

Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. Artikel 2: Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3: Groen Structuurbepalende groenzones zijn derhalve als ‘Groen' bestemd. Binnen de bestemming ‘Groen' zijn groenvoorzieningen, zoals, plantsoenen toegestaan, maar ook waterpartijen met de daarbij behorende voet- en fietspaden en andere voorzieningen, structurele beplantingen, water(gangen), sloten en waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. Op deze gronden is bebouwing in principe uitgesloten. In de specifieke gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen inzake de erfinrichting.

Gemeente Steenwijkerland Blad 55 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting Artikel 4: Tuin De bestemming 'Tuin' is bedoeld voor het inrichten van de gronden als tuin. Eventuele erkers zijn binnen de bestemming toegestaan. Ook is het parkeren bij de woningen mogelijk binnen de bestemming Artikel 5: Verkeer De gronden ter plaatse van de bestemming 'Verkeer' zijn naast de afwikkeling van het verkeer tevens bedoeld als verblijfsgebied. Binnen de bestemming zijn straten, fiets - en voetpaden, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Artikel 6: Wonen De bestemming 'Wonen - 1' is bedoeld voor grondgebonden woningen. Voor hoofdgebouwen (woningen) geldt dat deze alleen ter plaatse van een bouwvlak mogen worden gebouwd. Middels de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven wat de goot- en bouwhoogte bedraagt. Aanbouwen van de woningen hebben een plat dak. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7: Anti-dubbeltelregel Deze regel is geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (in artikel 3.2.4 Bro).

Deze standaardbepaling strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, nogmaals zou kunnen worden gebruik gemaakt. Artikel 8: Algemene bouwregels In dit artikel is bepaald dat er geen windmolens zijn toegestaan en hoe omgegaan kan worden met geringe overschrijdingen van plangrenzen en bouwvlakken. Artikel 9: Algemene gebruiksregels In dit artikel is geformuleerd wat wordt gezien als strijdig gebruik en welk gebruik wel is toegestaan. Artikel 10: Algemene aanduidingsregels In dit artikel is bepaald hoe omgegaan dient te worden met de beschermingsrels voor grondwatergebieden en waterwingebieden. Artikel 11: Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn de algemene afwijkingsregels geformuleerd en is zichtbaar met welke afwijkingen binnen het plan het bevoegd gezag, onder genoemde voorwaarden, mee wenst te werken aan (kleinschalige) afwijkingen van het bestemmingsplan.

Gemeente Steenwijkerland Blad 56 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12: Overgangsregels Deze regels zijn geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Bro). Omdat een bestemmingsplan elke tien jaar moet worden herzien, betreffen de meeste bestemmingsplannen gebieden die reeds in gebruik en ingericht zijn. Een bestemmingsplan kan ruimte bieden voor ontwikkelingen en daarom soms ander gebruik en/of bebouwing toelaten dan er in werkelijkheid in het gebied aanwezig is. Bestaande rechten worden beschermd met overgangsrecht. Er is overgangsrecht voor bouwwerken en overgangsrecht voor gebruik van de gronden en bouwwerken. Artikel 13: Slotregel Deze regel is geheel voorgeschreven door de Ministeriële regeling Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen. Deze regel geeft aan hoe de planregels van dit plan kunnen worden aangehaald. Hiermee wordt de naam van het bestemmingsplan vastgelegd. Voor de digitale uitwisseling van plannen krijgt elk plan ook een unieke code van letters en cijfers.

Gemeente Steenwijkerland Blad 57 van 57 Bestemmingsplan Sint Jansklooster, Heetveld 16 (woningbouwlocatie) Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Toelichting Projectgegevens Project : Heetveld 16 te Sint Jansklooster Projectnummer : RB 20.205 IMRO : NL.IMRO.1708.SJKHeetveld16BP-VA01 Versie : 01 Datum : Februari 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/a14ac46e-4c6e-4f23-9af5-6d6b6f032b02?agendaItemId=1f1a8b9c-6f9a-4f44-8d86-249292865c38