CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

RB 20.195 Vastgesteld Toelichting BP Zomerdijk 12 Wanneperveen

Politieke Markt 16 april 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Zomerdijk 12 Wanneperveen12.129 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze is te beschouwen als een milieucategorie 1 inrichting met een grootste normafstand van 10 meter. Ook daaraan wordt voldaan. Voorliggend project heeft niet tot gevolg dat nabijgelegen bedrijven en instellingen door de voorgenomen functiewijziging onevenredig zullen worden belemmerd. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van wederzijdse milieuhinder.

Gemeente Steenwijkerland Blad 30 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting 4.9 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Met de inwerkingtreding van de NSL op 1 augustus 2009 geldt de volgende bovengrens om als NIBM-project te worden aangemerkt: de bouw van 1500 woningen aan één ontsluitingsweg. Voorliggend plan is qua omvang en verkeersaantrekkende werking veel kleinschaliger als de bouw van 1500 woningen aan één ontsluitingsweg. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet nodig. 4.10 Verkeer en vervoer Nieuwe functies betekenen meestal ook dat er sprake is of zal zijn van een toename van verkeersbewegingen, alsmede ontstaat er een parkeerbehoefte. Uitgangspunt is dat nieuwe functies geen onevenredige extra hinder veroorzaken voor reeds aanwezige functies in de omgeving.

Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er op treden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren. Verkeersgeneratie Een vrijstaande woning heeft een verkeer aantrekkende werking van 7 motorvoertuigbewegingen per etmaal (gemiddeld, CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers Parkeren en Verkeersgeneratie’). Zowel in de huidige als toekomstige situatie is op het perceel sprake van één vrijstaande woning, waarbij er geen agrarische activiteiten meer aanwezig zijn en de verkeer aantrekkende werking juist minder gaat zijn. Er is geen sprake van belemmeringen. Parkeren Per woning zijn conform CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers Parkeren en Verkeersgeneratie’ twee parkeerplaatsen benodigd. Parkeren dient te geschieden op eigen terrein. Het perceel Zomerdijk 12 is voldoende groot om hierin te kunnen voorzien. 4.11 Water Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding.

Het plangebied valt Gemeente Steenwijkerland Blad 31 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting sinds 1 januari 2016 binnen het beheersgebied van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Voor het plan is de watertoets van Waterschap Drents Overijsselse Delta ingevuld. Het waterschap heeft daarop per mail van 24 mei 2023 gereageerd. Vanuit het Waterschap zijn enkele op- en aanmerkingen op het plan gegeven. Voor het waterschap is hier sprake van een belang met betrekking tot de regionale kering. Het is noodzakelijk dat de functie en stabiliteit van deze waterkering is gegarandeerd. De Keur stelt eisen voor activiteiten binnen de beschermingszone van de waterkering. Voor activiteiten binnen de beschermingszone-A van de waterkering is altijd een Watervergunning op grond van de Keur noodzakelijk. Voor activiteiten binnen een beschermingszone-B is in de meeste situaties een watervergunning nodig of men doet voor een aantal uitgezonderde situaties een melding. Vandaar dat vanuit het waterschap toch een korte procedure is opgesteld voor het plan. Hierna is de korte procedure weergegeven. STANDAARD WATERPARAGRAAF KORTE PROCEDURE Deze waterparagraaf heeft betrekking op Herbestemmen Zomerdijk 12 van agrarisch naar wonen.

Relevant beleid Het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Kadernotitie Stedelijk Water. Het proces watertoets kent verschillende fasen waarbij formeel een watertoets voorkomt bij de initiatief-, ontwikkel- en besluitvormingsfase. In elke fase spelen de initiatiefnemer en de waterbeheerder hun rol. Een goede vertaling van het beleid naar deze uitgangspuntennotitie is afhankelijk van de informatie die de initiatiefnemer van het plan heeft aangeleverd. Daarnaast zijn de Keur en Legger een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. U kunt onze kaartviewer raadplegen voor de meest recente data (Kaart viewer WDODelta) Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 cm. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte.

Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij Gemeente Steenwijkerland Blad 32 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem.

Schoon hemelwater (bijvoorbeeld va naf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Bij aanleg van bedrijventerreinen, wegen met een hoge verkeersbelasting, parkeerterreinen, marktpleinen, winkelstraten en tunnels dient de mogelijkheid voor lozing van hemelwater direct op open water met het waterschap te worden afgestemd. In dit geval is sprake van een bestaande verharde situatie, er wordt geen nieuwe verharding toegevoegd, waardoor het verhard oppervlak niet wordt vergroot. Er op het perceel door onder andere sloop van bedrijfsbebouwing afname van verharding. Hemelwater wordt teruggebracht in het milieu. Dit bestemmingsplan voorziet in een planologisch-juridische functiewijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. Er worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gefaciliteerd die van invloed zijn op het grondwater. Waterveiligheid Beschermen van inwoners tegen overstromingen van binnendijkse gebieden. Waarborgen van het veiligheidsniveau van dijken en beperken van gevolgen overstromingen door een water robuuste inrichting. Overstromingsrisico Voor het plangebied geldt een middelgrote kans op overstromingsrisico (volgens de risicokaart). De Veiligheidsregio IJsselland zet bij een mogelijke overstroming in op evacuatie naar hogere delen.

Gezien het feit dat de feitelijke situatie in het plangebied (een bestaande woning) niet veranderd is onderhavige ontwikkeling toelaatbaar voor wat betreft het veiligheidsrisico. Waterkeringen In het plan ligt een regionale kering. Voor waterkeringen hanteert het waterschap een kernzone en verschillende beschermingszones. Onderstaande punten zijn van belang: • Volgens het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) krijgen de gronden waarop een primaire waterkering ligt de dubbelbestemming “Waterstaat - Waterkering” (tot 4 m uit de teen van de waterkeringen). De gronden die deel uitmaken van de beschermingszone van de primaire waterkering krijgen de gebiedsaanduiding “beschermingszone-A” (Veelal tot 20m uit het hart van de waterkering, maar dit kan variëren per locatie). De gronden die deel uitmaken van de buitenbeschermingszone van de primaire waterkering krijgen de gebiedsaanduiding “beschermingszone-B” (Veelal tot max. 96m uit het hart van de waterkering, maar dit kan variëren per locatie); • De gronden waarop een regionale kering ligt, krijgen de dubbelbestemming “Waterstaat - Waterkering” (tot 4 m uit de teen van de waterkeringen); • Het is noodzakelijk dat de functie en stabiliteit van deze waterkering is gegarandeerd. De Keur stelt eisen voor activiteiten binnen de beschermingszone van de waterkering.

Voor activiteiten binnen de beschermingszone-A van de waterkering is altijd Watervergunning op grond van de Keur noodzakelijk. voor activiteiten binnen beschermingszone-B heeft u in de meeste situaties een watervergunning nodig of u doet voor een aantal uitgezonderde situaties een melding. Gemeente Steenwijkerland Blad 33 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting Watervergunning (of melding) op grond van de Keur Het wateradvies dat is afgegeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning of melding. Gaat u werkzaamheden verrichten in de beschermingszone van een waterstaatswerk (dus: een dijk of een watergang)? Wordt hemelwater afgevoerd op oppervlaktewater of wordt er grondwater onttrokken? Dan moet u een watervergunning aanvragen op de website www.omgevingsloket.nl of via www.wdodelta.nl. Op basis van de door u ingevulde gegevens ziet u hieronder welke watervergunning u nodig heeft. Indien hieronder geen specificatie staat, hoeft u geen watervergunning aan te vragen.

Als de activiteit die u wilt verrichten onder de Algemene regels valt en plaatsvindt in het te beschermen gebied van watergangen en dijken (zie Leggers) dan moet u deze minimaal twee weken voorafgaand aan uw activiteit melden op de website www.omgevingsloket.nl of via www.wdodelta.nl Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het Waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding in ruimtelijke zin. Deze conclusie is automatisch getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan. 4.12 M.e.r.-beoordeling Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is essentieel om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit een m.e.r. - (beoordelings)procedure moet worden doorlopen.

In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.2 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijzig ing of uitbreiding van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen). Fig. 4.9: Categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. met de kolommen: Activiteiten, gevallen, plannen en besluiten.

Gemeente Steenwijkerland Blad 34 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting De term 'stedelijk ontwikkelingsproject' in de zin van het Besluit m.e.r. is een term die niet gemakkelijk valt te definiëren. In een recente uitspraak (31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348) van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn aanknopingspunten te vinden over wat moet worden verstaan onder een (wijziging van een) 'stedelijk ontwikkelingsproject'. De afdeling overweegt dat, of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' in de zin van het Besluit m.e.r., het afhangt van d e concrete omstandigheden van het geval. Hierbij spelen onder meer de aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. Of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan, is niet van (doorslaggevende) betekenis. Daarbij wordt in de uitspraak overwogen dat wanneer er sprake is van een gedeeltelijke functiewijziging, en de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. In voorliggend plan is echter sprake van een volledige functiewijziging. Ten behoeve van de wijziging van de bestemming van het perceel zal een volledige functiewijziging plaatsvinden.

Daar waar nu de functie ‘agrarisch’ geldt, zal deze gewijzigd dienen te worden naar de functie 'wonen' om (de bestaande) bewoning (planologisch) mogelijk te kunnen maken. Daar komt bij dat de bebouwde oppervlakte niet toeneemt. De beoogde wijziging kan niet worden beschouwd als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' in de zin van categorie 11.2 van bijlage D van het Besluit m.e.r. Een (vormvrije) m.e.r.- beoordeling is voor dit plan dan ook niet aan de orde. Gemeente Steenwijkerland Blad 35 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting 5 Economische uitvoerbaarheid Voor wat betreft de gemeentelijke kosten, worden de kosten van het opstellen van het plan en het doorlopen van de procedure verhaald via leges. Verder is met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst afgesloten, waarin is vastgelegd dat eventuele kosten van planschade voor zijn rekening neemt. Daarmee is de economische uitvoerbaarheid voldoende verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk. Gemeente Steenwijkerland Blad 36 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld.

Aangegeven is dat het plan als voorontwerpplan ter inspraak wordt gelegd, zodat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart. Wettelijk (voor)overleg Het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan worden geïnformeerd. Te zijner tijd zullen de uitkomsten van het vooroverleg en de consequenties voor het bestemmingsplan worden beschreven in deze paragraaf. Inspraak De Wet ruimtelijke ordening zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken.

Burgerparticipatie De initiatiefnemer heeft alle bewoners van het buurtschap op de hoogte gesteld en die bewoners zijn het er helemaal over eens dat er weer gewoond en gebouwd gaat worden op nummer 12. Zij zullen geen bezwaar maken. Ook is gesproken met de projectleider De Wieden van Natuurmonumenten en die vond het alleen maar goed dat er een woonbestemming kwam en de agrarische verdween. Natuurmonumenten zal dus ook geen bezwaar maken. De plannen zijn goed ontvangen in de omgeving en er is voldaan aan het aspect burgerparticipatie. Ontwerpbestemmingsplan De ontwerpprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode kan een ieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Het plan zal daarna, al dan niet gewijzigd, ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf woensdag 27 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is één zienswijze tegen het plan ingediend. De zienswijze is ingediend door de Gasunie. Vanuit de Gasunie is aangegeven dat er in het plangebied sprake is van een 40 bar regionale aardgastransportleiding (leiding N- 550-32) die bij de Gasunie in beheer is.

De in het plangebied aanwezige leiding inclusief de belemmeringenstrook van 4 meter ter weerszijden van de hartlijn van de gasleiding is niet bestemd. De Gasunie heeft de gemeente dan ook verzocht de ontbrekende gastransportleiding inclusief belemmeringenstrook alsnog in het plan op te Gemeente Steenwijkerland Blad 37 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting nemen ( op de verbeelding en in de regels). In het vast te stellen bestemmingsplan is die leiding opgenomen en daarmee is aan de zienswijze tegemoet gekomen. Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. Gemeente Steenwijkerland Blad 38 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting 7 Juridische Toelichting 7.1 Algemeen Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied.

De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze per 1 oktober 2012 in werking is getreden. De verbeelding dient in samenhang met de planregels te worden gelezen. In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de minister iële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (hierna IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (hierna STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. Conform Wro en Bro wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting in digitale geautoriseerde bronbestanden vastgelegd en in die vorm vastgesteld. Daarnaast kent de Wro een papieren versie van (hetzelfde) bestemmingsplan.

Indien de inhoud van digitale stukken tot een andere uitleg leidt dan de stukken op papier, dan is de digitale inhoud beslissend. Het bestemmingsplan is daarmee een digitaal juridisch authentiek document. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De SVBP2012 geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De standaard heeft geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Er worden geen normen gesteld omtrent de vormgeving en inrichting van de analoge weergave van het bestemmingsplan. De SVBP2012 heeft ook geen betrekking op de totstandkoming van de inhoud van een Bestemmingsplan. Dit is de verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag. In de SVBP2012 is wel aangegeven hoe de inhoud van een bestemmingsplan digitaal moet worden weergegeven. De SVBP2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. De verbeelding en planregels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. 7.1 Toelichting op de verbeelding De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd.

De digitale verbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante bestemmingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van (plan)kaart en regels met de toelichting. Gemeente Steenwijkerland Blad 39 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. De relevante bestemmingsplaninformatie heeft betrekking op de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen met bijbehorende regels in het bestemmingsplan. Voor zowel bestemmingen als aanduidingen geldt, dat deze zonder interactie zichtbaar moeten zijn in de digitale verbeelding. Uit interactie met de digitale verbeelding blijkt dan de inhoud van de bestemming en/of aanduiding. 7.2 Toelichting op de planregels De inrichting van de planregels is deels voorgeschreven door de SVBP2012. De groepering van de planregels, de naamgeving van een aantal planregels en zelfs de inrichting van bestemmingen is deels bepaald door de ministeriële regeling. Een aantal planregels is zelfs geheel voorgeschreven: het overgangsrecht, de anti-dubbeltelregel en de slotregel. De regels zijn standaard ingedeeld in vier hoofdstukken.

Toelichting Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 : Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Artikel 2 : Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3: Agrarisch met Waarden Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig en hobbymatig gebruik en bijbehorende voorzieningen. Daarnaast is deze bestemming bedoeld voor de instandhouding van natuur- en landschapselementen. Alleen bestaande gebouwen zijn toegestaan. Artikel 4: Bestemming Tuin Binnen deze bestemming zijn tuinen behorende bij op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen toegestaan. Daarnaast voorziet deze bestemming in parkeren en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Artikel 5: Bestemming Wonen - Buitengebied Binnen deze bestemming is wonen toegestaan en tevens de uitoefening van een beroep aan huis binnen het hoofd- en bijgebouw (tot maximaal 100 m²).

Tevens zijn de daarbij behorende voorzieningen, zoals tuinen, erven, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen toegestaan. Gemeente Steenwijkerland Blad 40 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting Artikel 6: Bestemming Waarde – Archeologie 2 Deze dubbelbestemming geldt naast de bestemming ‘Wonen’ en dient ter bescherming en behoud van de voorkomende archeologische waarden. Bij strijd tussen deze bepalingen prevaleren de bepalingen van de dubbelbestemming. De belangen van de dubbelbestemming wegen zwaarder dan die van de hoofdbestemming. In de dubbelbestemmingen is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op archeologische waarden in de bodem . Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 : Anti-dubbeltelregel Deze regel is geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (in artikel 3.2.4 Bro). Deze standaardbepaling strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, nogmaals zou kunnen worden gebruik gemaakt. Artikel 8 : Algemene bouwregels In dit artikel is bepaald hoe er met ondergronds bouwen omgegaan moet worden.

Artikel 9 : Algemene gebruiksregels In dit artikel is geformuleerd wat wordt gezien als strijdig gebruik. Artikel 10 : Algemene aanduidingsregels In dit artikel is de koppeling gelegd met de bescherming van NNN-gebieden. Artikel 11 : Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn de algemene afwijkingsregels geformuleerd en is zichtbaar met welke afwijkingen binnen het plan het bevoegd gezag, onder genoemde voorwaarden, mee wenst te werken aan (kleinschalige) afwijkingen van het bestemmingsplan. Artikel 12 : Overige algemene regels In deze regel is bepaald welke voorrang er geldt bij dubbelbestemmingen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 : Overgangsregels Deze regels zijn geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Bro). Omdat een bestemmingsplan elke tien jaar moet worden herzien, betreffen de meeste bestemmingsplannen gebieden die reeds in gebruik en ingericht zijn. Een bestemmingsplan kan ruimte bieden voor ontwikkelingen en daarom soms ander gebruik en/of bebouwing toelaten dan er in werkelijkheid in het gebied aanwezig is. Bestaande rechten worden beschermd met overgangsrecht. Er is overgangsrecht voor bouwwerken en overgangsrecht voor gebruik van de gronden en bouwwerken. Artikel 14 : Slotregel Deze regel is geheel voorgeschreven door de Ministeriële regeling Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen.

Deze regel geeft aan hoe de planregels van dit plan kunnen worden aangehaald. Hiermee wordt de naam van het bestemmingsplan Gemeente Steenwijkerland Blad 41 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting vastgelegd. Voor de digitale uitwisseling van plannen krijgt elk plan ook een unieke code van letters en cijfers. Gemeente Steenwijkerland Blad 42 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting Projectgegevens Project : Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Projectnummer : RB 20.195 IMRO : NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Versie : 01 Datum : Februari 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/6b1e8b2e-9525-44b5-a039-fd9d212f74d6?agendaItemId=df4cd892-1a17-4aeb-8156-a29acf5bcc1b