RB 20.195 Vastgesteld Toelichting BP Zomerdijk 12 Wanneperveen
Tekst van het document
Opdrachtgever: Rapportnummer: RB 20.195 Datum vrijgave: Februari 2024 Opsteller: De heer M. Beek Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Vastgesteld
Gemeente Steenwijkerland Blad 2 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting Inhoudsopgave .......................................................................................................................................... 1 1 HOOFDSTUK 1 INLEIDEND HOOFDSTUK ......................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................... 4 1.2 Vigerend bestemmingsplan .................................................................................... 4 1.3 Doel ........................................................................................................................ 5 1.4 Verantwoording ...................................................................................................... 5 1.5 Leeswijzer ............................................................................................................... 5 2 HOOFDSTUK 2 LOCATIE EN PLANBESCHRIJVING ......................................... 6 2.1 Ligging en historie .................................................................................................. 6 2.2 Toekomstige situatie ...............................................................................................
8 2.3 Landschappelijke inpassing .................................................................................. 10 3 HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ...................................................................... 12 3.1 Rijksbeleid ............................................................................................................ 12 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ............................................................ 12 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking ...................................................... 13 3.2 Provinciaal beleid ................................................................................................. 14 3.2.1 Actuele ontwikkelingen, opgaven en kansen ............................................ 14 3.2.2 Rode draden en beleidsambities .............................................................. 14 3.2.3 Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel ......................................... 15 3.2.4 Gebiedskenmerken ................................................................................... 16 3.3 Gemeentelijk beleid .............................................................................................. 17 3.3.1 Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 .................................. 17 3.3.2 Omgevingsvisie Steenwijkerland’ .............................................................
17 3.3.3 Beleidsnotitie bestemmingsplannen buitengebied ................................... 18 3.3.4 Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021..................................................... 19 4 HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSASPECTEN ......................................................... 20 4.1 Inleiding ................................................................................................................ 20 4.2 Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................. 20 4.2.1 Archeologie ............................................................................................... 20 4.2.2 Cultuurhistorie ........................................................................................... 20 4.3 Bodem .................................................................................................................. 21 4.4 Ecologie ................................................................................................................ 23 4.5 Externe en fysieke veiligheid ................................................................................ 25 4.6 Geluid ................................................................................................................... 26 4.6.1 Wegverkeerslawaai in relatie tot de boerderij ...........................................
27 4.6.2 Overige bronnen inrichting ........................................................................ 27 4.7 Geurhinder ............................................................................................................ 27 4.8 Bedrijven en milieuzonering ................................................................................. 28 4.9 Luchtkwaliteit ........................................................................................................ 30 4.10 Verkeer en vervoer............................................................................................... 30 4.11 Water .................................................................................................................... 30 4.12 M.e.r.-beoordeling ................................................................................................ 33 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .............................................................. 35 6 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ................................................... 36 7 JURIDISCHE TOELICHTING .............................................................................. 38 7.1 Algemeen ..............................................................................................................
38 Gemeente Steenwijkerland Blad 3 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting 7.1 Toelichting op de verbeelding............................................................................... 38 7.2 Toelichting op de planregels................................................................................. 39 Gemeente Steenwijkerland Blad 4 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting 1 Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk 1.1 Aanleiding Op het perceel Zomerdijk 12 te Wanneperveen was een agrarische bedrijf gevestigd. Het bedrijf is beëindigd en de gronden en opstallen zijn verkocht. De koper krijgt de plicht om de bestemming om te zetten naar wonen. De huidige bedrijfsgebouwen zijn inmiddels allemaal al gesloopt. De gemeente heeft te kennen gegeven hieraan mee te willen werken en daarbij zijn enkele mogelijkheden gegeven (bekend onder zaaknummer: 379091).
Initiatiefnemers kiezen voor de mogelijkheid nummer 3, hetgeen betekent dat het project omvat: • het omzetten van de agrarische bestemming naar wonen met als voorwaarde de sloop van de ligboxenstal, werktuigenberging, kapschuur, mestsilo, kuilvoerplaten en de huidige boerderij waarbij het geheel een woonbestemming krijgt en het toegestaan is om één woning van 1000 m3 en een bijgebouw van 100 m2 te plaatsen. • De plannen moeten wel voldoen aan een goede landschappelijke inpassing van het perceel of de percelen. Om het ‘regulier’ wonen mogelijk te maken op het perceel Zomerdijk 12 te Wanneperveen is een nieuw bestemmingsplan nodig. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de planologisch-juridische functiewijziging van de agrarische bestemming naar een passende woonbestemming. 1.2 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied is gelegen in de beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014. De gronden zijn voorzien van de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf 1’ met de aanduiding “bouwvlak”. Tevens geldt op het perceel een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en deels een functieaanduiding Onderstaand de verbeelding op basis van de geldende beheersverordening ter hoogte van het plangebied. Gemeente Steenwijkerland Blad 5 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting Fig.
1.2: Een weergave van het plangebied gelegen in de beheersverordening.. De voorgenomen functiewijziging naar een woonbestemming is in strijd met artikel 4.1 van de beheersverordening. De gemeente Steenwijkerland heeft aangegeven het bestemmingsplan voor dit project te willen wijzigen. 1.3 Doel In dit bestemmingsplan wordt ingegaan op de (ruimtelijke) gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling van het betreffende gebied. Ook wordt een beschrijving gegeven van het relevante ruimtelijk beleid. De wijziging van de bestemming dient niet in strijd te zijn met een goede ruimtelijke ordening. 1.4 Verantwoording Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is gebruik gemaakt van diverse (beleids)documenten en websites. Sommige (beleids)documenten en beeldbeschrijvende documenten zijn in voorkomende gevallen integraal overgenomen om de inhoud zoveel mogelijk te waarborgen. Daar waar bronnen zijn gebruikt is dat in de tekst weergegeven. 1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een weergave gegeven van de historie en ligging van het plangebied. In hoofdstuk 3 komen de relevante beleidsstukken voorbij die van toepassing zijn op het plan en uitgewerkt van provinciaal niveau tot gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 geeft de invloed weer van het plan tot de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 staat de economische uitvoerbaarheid centraal.
Hoofdstuk 6 doet verslag van de inspraak- en overlegreacties, waarna hoofdstuk 7 ingaat op de juridische vertaling van het plan en vervolgens volgen de regels en de verbeelding.
Gemeente Steenwijkerland Blad 6 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting 2 Hoofdstuk 2 Locatie en planbeschrijving 2.1 Ligging en historie Het plangebied is gelegen aan de Zomerdijk 12 (N375) in het buitengebied van Wanneperveen in de gemeente Steenwijkerland. Onderstaand een weergave van de globale ligging van het plangebied vanuit een hoger perspectief. Fig. 2.1: Nederland, de provincie Overijssel, de gemeente Steenwijkerland en de ligging van Wanneperveen in één oogopslag. Historie Wanneperveen De naam Wanneperveen wordt in 1284 voor het eerst genoemd in officiële papieren. Het dorp vierde dan ook in 1984 zijn 700-jarig bestaan. De naam Wanneperveen verwijst naar enerzijds het veen, anderzijds naar een klein riviertje dat vroeger ter plaatse van het dorp liep: wan betekent weinig en epe of apa betekent water. Wanneperveen is een typisch voorbeeld van een lintdorp. Dat komt doordat het vroeger gelegen was op een hoogveengebied, dat op systematische wijze is ontgonnen vanuit het Meppelerdiep. Het dorp lag oorspronkelijk verder naar het westen, maar omdat het land door de ontginning te nat werd, verschoof het dorp na de 15e eeuw naar het oosten. Er werd toen ook een nieuwe kerk gebouwd. Door de turfontginning en de turfverkoop aan Holland was Wanneperveen in de 16e en 17e eeuw relatief welvarend.
Op een gegeven moment was verdere turfontginning niet mogelijk, en de bevolking is
Gemeente Steenwijkerland Blad 7 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting toen gaan leven van agrarische activiteiten en eendenvangst, wat leidde tot armoede in de 18e eeuw. Beschrijving plangebied Het plangebied behoort tot de kern Wanneperveen, maar is gelegen in het buitengebied, ten zuiden van de kern en aan de noordzijde van het Meppelerdiep. Het plangebied is gelegen aan de Zomerdijk (N375), aan de doorgaande weg die Zwartslui s met Meppel verbindt. Het plangebied ligt in de buurtschap Doosje. Ter plaatse van het plangebied zijn overwegend woonfuncties aanwezig. Het plangebied voorziet in een voormalig agrarisch perceel met een boerderij en voormalige agrarische bebouwing. Fig. 2.2: In het oranje kader is het plangebied en voormalig agrarisch perceel gelegen.
Gemeente Steenwijkerland Blad 8 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting Fig. 2.2: De voormalige boerderij dat als ‘reguliere’ woning gebruikt gaat worden. Fig. 2.4: De boerderij op het perceel Zomerdijk 12 te Wanneperveen. De bebouwing achter de boerderij is inmiddels gesloopt. Ook de boerderij is nagenoeg volledig gesloopt. 2.2 Toekomstige situatie De woning Zomerdijk 12 wordt afgestoten als bedrijfswoning bij het voormalig agrarisch bedrijf. De functie van de bedrijfswoning (boerderij) en bijbehorende tuin wordt gewijzigd naar wonen. Daarbij is als voorwaarde gesteld de sloop van de ligboxenstal, werktuigenberging, kapschuur, mestsilo en kuilvoerplaat en ook de huidige boerderij waarbij het geheel daarna een woonbestemming krijgt en het toegestaan is om één woning van 1000 m3 en een bijgebouw of bijgebouwen tot gezamenlijk 100 m2 te plaatsen. De bedrijfsgebouwen zijn inmiddels grotendeel gesloopt, op een gedeelte van een oude ligboxenstal na waar nu nog sprake is van opslag van huisraad. Na voltooiing van de woning zal ook deze worden gesloopt. Ook de woning is nagenoeg volledig gesloopt en enkele buitenmuren zijn weer opgemetseld. Verder staat er nog een zeskantige hooischelf van 50 m2 deze blijft behouden en zal opgeknapt worden ten behoeve van de functie ‘bijbehorend bouwwerk’ bij de woning.
Deze staat binnen de bestemming Wonen. Ook is er nog sprake van een overkapping van 60 m2. Deze staat niet binnen de bestemming Wonen en zal binnen een half jaar na voltooiing van de woning worden verwijderd.
Gemeente Steenwijkerland Blad 9 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting De mestsilo op het perceel is al verwijderd en daar is nu een vijver gerealiseerd. Fig. 2.5: De boerderij gezien vanaf de Zomerdijk met zicht op de te slopen voormalige agrarische bebouwing Fig. 2.6: Zicht op de voormalige agrarische bebouwing, links van de boerderij. De voorste schuren zijn inmiddels gesloopt. De voormalige hooischelf blijft behouden en wordt opgeknapt. Onderstaand nog een weergave van de voorlopig te behouden overkapping. Ook deze wordt gesloopt binnen een half jaar na voltooiing van de woning. Gesloopte bebouwing Te handhaven hooischelf Gesloopte bebouwing Gemeente Steenwijkerland Blad 10 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting Op onderstaande foto is weergegeven waar deze hooimijt en schuur/overkapping staan. De hooimijt is daarbij weergegeven binnen het oranje kader en de schuur binnen het blauwe kader. De hooimijt blijft zoals aangegeven staan en wordt opgeknapt. 2.3 Landschappelijke inpassing Ten behoeve van de planvorming is een erfinrichtingsplan gemaakt van een door te voeren landschappelijke inpassing. Er zullen bestaande bomen blijven staan en nieuwe bomen worden geplant.
Waar het merendeel van de schuren staan zal dit terrein na sloop van alle bebouwing + funderingen als grasland worden ingericht en er zal daardoor doorzicht naar het achterland ontstaan. Op onderstaande figuur is die inpassing weergegeven en is ook in beeld gebracht waar de inmiddels gesloopte
Gemeente Steenwijkerland Blad 11 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting schuren staan en waar de te handhaven hooimijt staat. Op die wijze wordt ook meer de aansluiting gevonden met de beoogde verdergaande natuurontwikkeling in het gebied van De Wieden. Door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting is de uitvoering van het erfinrichtingsplan ook geborgd en afdwingbaar. Omwille van de leesbaarheid van dit erfinrichtingsplan wordt tevens verwezen naar bijlage 1 van de regels – Erfinrichtingsplan Zomerdijk 12 Wanneperveen waar de tekeningen beter te raadplegen zijn.
Gemeente Steenwijkerland Blad 12 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting 3 Hoofdstuk 3 Beleidskader Binnen het ruimtelijk werkveld is door de verschillende overheidslagen veel beleid opgesteld. Middels dit beleid is getracht richting te geven aan de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Getoetst wordt of het plan past binnen het vigerende planologisch kader en binnen het ruimtelijk beleid van de verschillende overheidslagen. In dit hoofdstuk staat een overzicht van het van toepassing zijnde beleid in relatie tot de gewenste ontwikkelingen van de gemeente Steenwijkerland op deze locatie. 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3.
Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Gemeente Steenwijkerland Blad 13 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting Conclusie Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad in Nederland met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot. De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk.
Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in een planologisch-juridische functiewijziging van een agrarische bestemming naar een passende woonbestemming. Hierbij zijn geen nationale belangen in het geding. Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd (nationaal belang 13). De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft een handreiking beschikbaar gesteld als hulpmiddel bij de toepassing van de ladder.
In het gewijzigde Bro, van kracht sinds 1 juli 2017, is artikel 3.1.6, lid 2 gewijzigd in: “De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied“. De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebie den. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in een planologisch-juridische functiewijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. Er wordt dus niet voorzien in een woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro.
De in het plan voorziene ontwikkeling kan dan ook niet worden aangemerkt als een Gemeente Steenwijkerland Blad 14 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. Jurisprudentie laat als algemene lijn zien, dat bij herbestemming c.q. functiewijziging van bestaande gebouwen “geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij functiewijziging sec” hetgeen betekent dat als er sprake is van een functiewijziging binnen de bestaande schil van een gebouw zonder toename bebouwd oppervlakte er geen sprake is van een ladderplichtige activiteit. 3.2 Provinciaal beleid De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel en heeft een wettelijke basis in het omgevingsrecht (straks: de Omgevingswet). In de omgevingsvisie worden onderwerpen bekeken zoals ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de provinciale leefomgeving. Het beleid voor de fysieke leefomgeving staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel. Ontwikkeling die nodig is om Overijssel toekomstbestendig te houden.
3.2.1 Actuele ontwikkelingen, opgaven en kansen De provincie ziet verschillende veranderingen op haar afkomen die invloed (kunnen) hebben op de leefomgeving. De focus ligt hierbij op de ‘grote’ thema’s klimaat, energie en regionale economie. 3.2.2 Rode draden en beleidsambities De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze worden benaderd vanuit de – overkoepelende – rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit, waarvoor de provincie – thema-overstijgende – kwaliteitsambities hebben geformuleerd. In dit hoofdstuk is een toelichting op de drie rode draden, de daarbij behorende thema - overstijgende kwaliteitsambities en een overzicht van de centrale beleidsambities, te lezen. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. In deze paragraaf worden de begrippen ‘duurzaamheid’, ‘ruimtelijke kwaliteit’ en ‘sociale kwaliteit’, gedefinieerd. De provincie heeft per rode draad de bijbehorende kwaliteitsambities benoemd en schetsen zij hoe provinciale ambities kunnen worden gerealiseerd.
3.2.2.1 Hoe ruimtelijke kwaliteit te realiseren? Ruimtelijke kwaliteit wil de provincie realiseren door nieuwe initiatieven in de fysieke leefomgeving te verbinden met de bestaande kwaliteiten van Overijssel. Dit betekent niet alleen het koesteren en beschermen van bestaande kwaliteiten, maar juist ook h et versterken en vernieuwen van deze kwaliteiten door ze ontwikkelingsgericht in te zetten. Versterken en vernieuwen draagt zo bij aan de herkenbaarheid en Gemeente Steenwijkerland Blad 15 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting onderscheidenheid van de plek. Daarnaast biedt het leggen van nieuwe verbindingen tussen bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe initiatieven natuurlijk ook kansen voor het toevoegen van nieuwe kwaliteiten, nieuwe identiteiten en nieuwe verhalen.
De ruimtelijke kwaliteit benaderen door: • bevorderen van een weloverwogen locatiekeuze, vormgeving en inrichting van initiatieven, passend bij de identiteit van de plek • beogen dat ontwikkelingen en projecten in een tijdsperspectief worden geplaatst en ook in de verdere toekomst nog een functie kunnen vervullen • de bestaande en hooggewaardeerde verscheidenheid in Overijssel willen behouden en versterken en zo de belevingswaarde vergroten De ambitie is dat elk project en elk initiatief, groot of klein, bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de provinciale leefomgeving. Om ruimtelijke kwaliteit te realiseren zijn drie zaken van belang: • een brede gebiedsgerichte blik en aanpak • aandacht voor ruimtelijke kwaliteit in alle fases van het planproces • een creatief, ontwerpend proces Instrumenten De provincie heeft met de Catalogus Gebiedskenmerken, als onderdeel van de provinciale verordening, een krachtig beleidsinstrument in handen om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. De Catalogus Gebiedskenmerken beschrijft voor alle gebiedstypen in Overijssel welke kwaliteiten en kenmerken behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden. 3.2.3 Generieke beleidskeuzes voor heel Overijssel 3.2.3.1 Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking In heel Overijssel is een aantal beleidskeuzes van toepassing op nagenoeg alle thema’s en locaties.
Dit zijn: • integraliteit • toekomstbestendigheid • concentratiebeleid • (boven)regionale afstemming • zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Samen geven deze beleidskeuzes invulling aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Deze Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking geeft een nadere invulling aan de stappen die gemeenten in de onderbouwing van nieuwe stedelijke ontwikkelingen op grond van de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening) moeten doorlopen (paragraaf 3.1.2). Deze Ladder voor duurzame verstedelijking stelt immers ook eisen aan het onderbouwen van de (regionale) behoefte en de regionale afstemming van stedelijke ontwikkelingen. De Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vormgegeven moet worden. Gemeente Steenwijkerland Blad 16 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting 3.2.3.2 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik in relatie tot het plangebied Het voorkomen van onnodig ruimtebeslag begint bij de vraag of er wel een maatschappelijke behoefte is aan de beoogde ontwikkeling.
Voor de beantwoording van de vraag naar nut en noodzaak, gelden voor sommige functies op grond van het provinciale beleid specifieke motiveringseisen. Dit geldt in ieder geval voor wonen, de ontwikkeling van bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel. Ter plaatse is een bestaande boerderij aanwezig. Deze bestaande boerderij, die niet meer agrarisch wordt gebruikt, gaat worden herbestemd naar wonen toe Er is in die zin sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. 3.2.4 Gebiedskenmerken Nieuwe ruimtelijke opgaven worden verbonden met bestaande gebiedskenmerken. De gebiedskenmerken spelen zo een belangrijke rol bij de vraag hoe een initiatief invulling kan krijgen. Onder gebiedskenmerken verstaat de provincie de ruimtelijke kenmerken van een gebied of een gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de vier lagen die worden onderscheiden en – per laag – een samenvatting van de inzet of ambitie. Catalogus Gebiedskenmerken De gebiedskenmerken met een provinciaal belang zijn opgenomen in de Catalogus Gebiedskenmerken. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is beschreven welke kwaliteiten en kenmerken in de vier lagen behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden.
De kwaliteitsopgaven en -voorwaarden in de catalogus zijn integraal, in de zin dat ze aspecten als milieu, water, cultuur, landschap en infrastructuur omvatten voor zover ze te koppelen zijn aan een gebiedstype. De gebiedskenmerken onderscheiden we in vier lagen: 1. de natuurlijke laag 2. de laag van het agrarisch cultuurlandschap 3. de stedelijke laag 4. de laag van de beleving De natuurlijke laag: Laagveengebieden Het plangebied is onderdeel van de natuurlijke laag van de laagveengebieden (in cultuur gebracht). Dit bestemmingsplan voorziet slechts in een perceel gebonden ontwikkeling waarbij de agrarische bestemming wordt gewijzigd naar wonen. Er vinden geen ingrepen plaats die invloed hebben op de natuurlijke laag. De laag van het agrarisch cultuurlandschap: Laagveenontginningen Het plangebied is onderdeel van de laag van het agrarisch cultuurlandschap van de laagveengebieden (in cultuur gebracht). Dit bestemmingsplan voorziet slechts in een perceel gebonden ontwikkeling waarbij de agrarische bestemming wordt gewijzigd naar wonen, zonder extra bebouwing. Er vinden geen ingrepen plaats die invloed hebben op deze laag.
Gemeente Steenwijkerland Blad 17 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting De stedelijke laag is niet van toepassing De laag van de beleving : donkerte Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Met deze insteek zal rekening worden gehouden . 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 De gemeente Steenwijkerland heeft de Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 (2009) ontwikkeld. Deze visie bevat een integrale visie op de ontwikkeling van de gehele gemeente tot 2030. De visie gaat uit van het koesteren en versterken van bestaande kwaliteiten. Daarbij gaat het om de kwaliteiten van de landschappen, de stad en de overige kernen en de potenties van het gebied. In de visie wordt gesteld dat Steenwijkerland een streekfunctie voor wonen, werken en voorzieningen heeft. Een van de belangrijkste uitgangspunten van de Toekomstvisie is dat de kwaliteit van Steenwijkerland leidend is voor de toekomstige ontwikkelingen.
Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de versterking van Steenwijkerland. Binnen dit uitgangspunt is de ontwikkelingsruimte voor wonen, werken en recreëren onderzocht. Gebleken is dat er voldoende ruimte beschikbaar is om te kunnen voorzien in de behoeften van de toekomstige bewoner, werknemer en recreant. De toekomstvisie biedt eveneens perspectief voor de plattelandseconomie. In de belangrijkste landbouwontwikkelingsgebieden blijft alle ruimte aanwezig voor de agrarische sector. Daarnaast zijn koppelingen mogelijk tussen plattelandseconomie en de vrijetijdseconomie. Voor het plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan. Het project is in elk geval niet strijdig met het gemeentelijk beleid. 3.3.2 Omgevingsvisie Steenwijkerland’ De Omgevingsvisie (juni 2017) is een visie op hoofdlijnen. Of anders gezegd: het fundament ligt er. Heldere kaders die ervoor moeten zorgen, dat Steenwijkerland ook over 15 jaar nog steeds een fijne plek om te wonen, werken en recreëren is. Want dat is én blijft het uitgangspunt. Binnen de kaders die met elkaar zijn vastgesteld, is er volop ruimte voor ontwikkeling en maatwerk. Dat wordt nader met elkaar uitwerken, waarbij flexibiliteit het sleutelwoord is. Dat past bij Steenwijkerland én het sluit aan bij de nieuwe Omgevingswet.
De Omgevingsvisie richt zich op de fysieke omgeving: de ruimte waarin bewoners, bezoekers, instellingen en ondernemingen van de gemeente zich bevinden en het leefgebied van mensen, planten en dieren. Het woord omgeving veronderstelt ‘iets of iemand’ in deze ruimte: de mens, het bedrijf, dier en plant staan hierin centraal. Gemeente Steenwijkerland Blad 18 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting Doel van de Omgevingsvisie is de leefbaarheid en de economische kracht van de gemeente te vergroten door de omgevingskwaliteiten van de gemeente te behouden en te versterken. Deze ambitie is er niet een van verre horizonten, maar juist een van realisme en aansluiten bij de identiteit. De visie draagt bij aan het versterken van de omgevingskwaliteit. Deze kwaliteit is niet te meten. Alleen elementen ervan zijn meetbaar (zoals geluidswaarden) of aanwijsbaar (cultureel erfgoed). Een deel van de omgevingskwaliteit kun je slechts ervaren (sfeer, veiligheid). Het is de som der delen die de uiteindelijke kwaliteit bepaalt. Deze nieuwe definitie is betekenisvol: omgevingskwaliteit is het centrale doel van al het ruimtelijk handelen. Doorwerking plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in een planologisch-juridische functiewijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming.
De woonfunctie op het perceel blijft daarmee in principe ongewijzigd. Er vinden geen ingrepen plaats en de situatie in het plangebied blijft verder ongewijzigd. Behalve het slopen van meerdere voormalige agrarische schuren en de boerderij, waarmee de omgevingskwaliteit aanzienlijk wordt verbeterd. Geconcludeerd wordt dat de Omgevingsvisie niet in de weg staat aan onderhavige bestemmingswijziging. 3.3.3 Beleidsnotitie bestemmingsplannen buitengebied De uitgangspunten voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied zijn uitgewerkt in de 'Beleidsnotitie bestemmingsplan Buitengebied Steenwijkerland'. Deze is vastgesteld door de gemeenteraad op 27 maart 2012 en geeft weer waar de gemeente Steenwijkerland zich op richt bij de verdere ontwikkeling van haar buitengebied. Het voornaamste doel van de notitie is het verschaffen van helderheid over uitgangspunten van gebruiks- en bouwmogelijkheden voor ontwikkelingen in het buitengebied. Daarmee is de notitie bepalend voor de inhoud van het nieuwe bestemmingsplan. Het buitengebied van de gemeente Steenwijkerland kent vele functies. Deze functies zijn onder de volgende noemers onder te brengen: landbouw, natuur, wonen en recreatie.
De onderlinge verhouding tussen de vier hoofdfuncties is aan het veranderen, onder meer als gevolg van de toenemende waardering voor natuur en landschap, en de veranderende vorm en schaal van de landbouw en recreatie. Het algemene beleid is gericht op het weren van burgerwoningen in het buitengebied. Grondslag hiervoor is het niet toestaan van functies die niet gebonden zijn aan het buitengebied en het voorkomen van een verdere verstening van het buitengebied. Doorwerking plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in een planologisch-juridische functiewijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. Op de plek van de bestaande bedrijfswoning wordt een nieuwe woning herbouwd. De functie en het gebruik van een woning voor het wonen zal door de functiewijziging niet anders worden. Er is immers reeds sprake van wonen. Er is geen sprake van een nieuwe woonfunctie. De ontwikkeling past dan ook binnen de uitgangspunten van het algemene beleid. Gemeente Steenwijkerland Blad 19 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting 3.3.4 Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021 De woonvisie Steenwijkerland 2017-2021 ‘Goed wonen komt met elkaar voor elkaar’, verwoordt wat de gemeente voor ogen heeft bij het wonen in Steenwijkerland, wat ze daaraan zelf bijdraagt en wat van derden wordt gevraagd.
In de Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021 is beschreven dat de gemeente nieuwe woningbouw niet aanmoedigt. De gemeente wil namelijk focussen op nieuwe initiatieven op het gebied van wonen en transformatie en het beter faciliteren hiervan. Doorwerking plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in een planologisch-juridische functiewijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. De functie en het gebruik van de bedrijfswoning zal door de functiewijziging niet anders worden. Er is immers sprake van wonen. Er is geen sprake van een nieuwe woonfunctie. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik doordat de bestaande woning kan worden behouden nadat deze op dezelfde contour is herbouwd. Ook wordt er geen bebouwing toegevoegd. Op deze manier blijft de woning en bijbehorende tuinen passend in de omgeving. Gezien het voorgaande wordt geconcludeerd dat onderhavig initiatief in lijn is met de Woonvisie Steenwijkerland. Gemeente Steenwijkerland Blad 20 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting 4 Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Inleiding Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op de omgeving. Anderzijds kan ook de zichtbare en soms niet zichtbare omgeving van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van de voorgenomen plannen. In dit hoofdstuk worden de omgevingsfactoren beschreven.
Daarnaast wordt per omgevingsfactor beoordeeld wat de invloed op het plan kan zijn. 4.2 Archeologie en cultuurhistorie De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een ruimtelijke onderbouwing dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het is daarmee dus verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het beleid van de provincie Overijssel sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal. 4.2.1 Archeologie Door dubbelbestemmingen heeft de gemeente Steenwijkerland de archeologische verwachtingswaarde vastgelegd in het bestemmingsplan. Het plangebied heeft de dubbelbestemming “Waarde – archeologie 2”. Daarmee worden mogelijke archeologische waarden beschermd.
Het is verplicht om te onderzoeken of de mogelijkheid bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn wanneer er bodemingrepen worden gedaan die groter zijn dan 2.500 m2 Dit bestemmingsplan voorziet in een planologisch-juridische functiewijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. Er worden geen nieuwe bodemingrepen mogelijk gemaakt. De drempelwaarde wordt dan ook niet overschreden. Om de archeologische waarden te beschermen is in dit bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ onverkort opgenomen. 4.2.2 Cultuurhistorie Het plangebied ligt nabij het Natura 2000-gebied de Weerribben-Wieben. Een klein gedeelte van het perceel is hierin gelegen (zie figuur 4.2). Dit bestemmingsplan voorziet in een planologisch-juridische functiewijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. De bestaande bedrijfswoning is en blijft in gebruik voor woondoeleinden. Er wordt geen bebouwing toegevoegd. Daarmee is het initiatief niet van invloed op het beschermde en cultuurhistorisch waardevolle landschap van de Weerribben-Wieden.
Gemeente Steenwijkerland Blad 21 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting Uit de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Overijssel (figuur 4.1) blijkt dat er in het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied geen cultuurhistorische waarden voorkomen. Fig. 4.1: Uitsnede cultuurhistorische atlas Overijssel (bron: beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014) 4.3 Bodem Op grond van het Bro moet in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. De Wet bodembescherming (Wbb) bevat de voorwaarden die (kunnen) worden verbonden aan het verrichten van handelingen in of op de bodem. Primair komt bescherming en sanering in de wet aan bod. Het is daardoor noodzakelijk om de bodemkwaliteit binnen het gehele plangebied vast te stellen. Hiervoor is een bodemonderzoek uitgevoerd. Door onderzoeksbureau Sigma Bouw en Milieu is verkennend bodemonderzoek (23- M10657 d.d. 8 februari 2023) uitgevoerd. Het verkennend bodemonderzoek is toegevoegd als bijlage. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming).
Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in de hierna volgende tabel.
Gemeente Steenwijkerland Blad 22 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting grond boven- en ondergrond (0.1-1.0 m-mv) De boven- en ondergrondmonster van boring 101, 103, 105 en 107 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. De bovengrondmonsters van boring 102, 104 en 108 bevatten een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het bovengrondmonster van de boring 104 bevat een verhoogd gehalte PAK t.o.v. de tussenwaarde/bodemindex > 0,5. Het grondmonster van het onderliggende traject (0.6 - 0.9 m-mv) bevat een verhoogd gehalte PAK t.o.v. de achtergrondwaarde. Verspreiding in grond Op basis van het actualiserend onderzoek blijkt dat de eerder vastgestelde verontreinigingscontour in de grond niet is bevestigd. Ter plaatse van de eerder vastgestelde contour is in een geval een overschrijding van de tussenwaarde/bodemindex >0,5 gemeten. In de overige gevallen zijn geen tot lichte verhogingen PAK gemeten (zie bijlage 2A). De vooraf gehanteerde doelstelling van het onderzoek (actualisatie) alsmede de bekende onderzoeksresultatenzijn voldoende om conclusies te verbinden betreffende de kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie.
Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C1 resp. NEN 5897 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Wel kan daar nog over worden aangegeven dat er voor de asbestsanering al een asbestinventarisatie is geweest. In dit rapport is ook de omgeving en het erf, in ieder geval visueel beoordeeld en de conclusie in dat rapport was dan ook, dat er alleen op de daken asbesthoudend materiaal aanwezig was. Ook voor de aanvang van de
Gemeente Steenwijkerland Blad 23 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting sanering is er nog een inventarisatie geweest en ook daarbij is naar de omgeving van de gebouwen gekeken. Er is ook toen door de rapporteur geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Indien wenselijk wordt dat onderzoek verstrekt aan de gemeente. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C1 of NEN 5897. 4.4 Ecologie De bescherming van plant- en diersoorten is in Nederland geregeld in Wet Natuurbescherming (verder te noemen WNB). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt ruim 900 soorten in Nederland voorkomende planten- en diersoorten. In de huidige situatie was het perceel van het plangebied in gebruik als bedrijf. Op het perceel Zomerdijk 12 zijn een bedrijfswoning en meerdere bedrijfsbebouwing aanwezig. Een deel van het perceel is in gebruik als tuin, er zijn enkele bomen, struiken en gras aanwezig. Ook zijn in het agrarisch bouwblok voormalige kuilopslag en verharding ten behoeve van de bedrijfsvoering aanwezig.
Dit bestemmingsplan voorziet in een planologisch-juridische functiewijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. Er worden 2 voormalige schuren gesloopt en kuilopslag verwijderd. Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is de Weerribben-Wieben. Het plangebied ligt voor een gedeelte in dit Natura 2000 gebied (een gedeelte van de tuin / schuur). Gezien het huidige gebruik en de aard van het initiatief, namelijk een planologisch-juridische functiewijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming, zijn significant negatieve effecten op voorhand uit te sluiten. Tevens is er geen sprake van een verkeersaantrekkende werking. Gemeente Steenwijkerland Blad 24 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting Fig. 4.2: Weergave van Natura 2000-gebieden t.o.v. het plangebied (bron: www.atlasleefomgeving.nl) Fig. 4.3: Weergave van NNN-gebieden t.o.v. het plangebied (bron: www.atlasleefomgeving.nl) Soortbescherming Behalve de mogelijke effecten op natuurgebieden moet ook duidelijk zijn of het betreffende plan effecten heeft, en zo ja welke, op beschermde soorten. De soortenbescherming is vastgelegd in de Wet natuurbescherming.
Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt). Van belang is om na te gaan in hoeverre er sprake is of kan zijn van één of meerdere van de bovengenoemde ‘verboden activiteiten’. In het plangebied zijn inmiddels de voormalige agrarische schuren gesloopt Door Alcedo Natuurprojecten is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport daarvan is als bijlage bijgevoegd.
Gemeente Steenwijkerland Blad 25 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting Op basis van deze QuickScan wordt het volgende geconcludeerd: • Er is geen via de Wnb beschermde flora aangetroffen en wordt deze ter plaatse ook niet verwacht; • Er zijn geen vaste verblijfplaatsen aangetroffen van beschermde grondgebonden zoogdiersoorten; • Er wordt geen functioneel leefgebied van grondgebonden zoogdieren dusdanig aangetast dat er sprake is van het in gevaar komen van de gunstige staat van instandhouding; • De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen worden uitgesloten; • De aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen worden uitgesloten; • De aanwezigheid van beschermde amfibieën-, reptielen- en vissensoorten worden uitgesloten; • De aanwezigheid van beschermde insectensoorten en andere ongewervelden worden uitgesloten; • De onderzochte locatie ligt binnen de begrenzing van het NNN en op 0,04 kilometer afstand van een N2000 gebied, maar de aard van de geplande werkzaamheden is van dien aard dat de kernwaarden van het NNN en N2000 niet zullen worden aangetast. Op basis van deze quickscan wordt het volgende vrijblijvende adviezen gedaan: • Richt de omgeving en de (ver)nieuwbouw in op een natuur-inclusieve wijze.
Dat kan door middel van: • Plaatsen van nestkasten voor huismussen en vleermuizen • Plaatsen van een kerkuilenkast • Plaatsen van kunstnesten voor boerenzwaluw • Plaatsen van een zwaluwentil voor huiszwaluwen • Inrichten van de omgeving met inheems bosplantsoen en uitstrooien van maaisel van graslanden elders uit De Wieden. Conclusie Het aspect natuur en ecologie vormt derhalve geen belemmering voor het initiatief. Stikstofdepositie Ook is ten behoeve van het plan nog een stikstofberekening uitgevoerd door Bouwbureau Jansman. Als bijlage is de stikstofberekening bijgevoegd. Op basis van de uitgevoerde berekening blijkt dat de maximaal berekende stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden 0,01 mol N/ha/jaar bedraagt. Gezien de hoogste berekende depositie ruim onder de kritische waarde ligt en de toename minimaal is en dit alleen tijdens de bouwfase plaats vind zal dit geen negatieve effecten op het milieu hebben. Als de bouwfase gereed is zal de belasting op de natuur extra afnemen doordat er geen gebruik meer wordt gemaakt van het stoken op gas. Er zal geen gasverbruik meer op het perceel zijn. 4.5 Externe en fysieke veiligheid Het Besluit richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het BEVI staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is.
Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten. Woningen zijn aan te merken als een (beperkt) Gemeente Steenwijkerland Blad 26 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting kwetsbaar object, zodat op zich beoordeeld dient te worden of er in de nabijheid van het terrein eventueel Bevi-inrichtingen zijn die van invloed zijn/kunnen zijn op het woningbouwplan. Daartoe onderstaande weergave van de risicokaart. Fig. 4.5: Weergave van het plangebied en nabijgelegen risico’s en inrichtingen (bron: www.risicokaart.nl) Conclusie Dit bestemmingsplan maakt op het perceel Zomerdijk 12 een kwetsbaar object, namelijk een burgerwoning, mogelijk. Uit de risicokaart blijkt dat direct naast het perceel een aardgasleiding (buisleiding N-550-32) ligt. Overige risicobronnen zoals een (Bevi)inrichting, route gevaarlijke stoffen of hoogspanningsmasten zijn in nabijheid van het plangebied niet aanwezig. Dit bestemmingsplan voorziet in een planologisch-juridische functiewijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. Dit betekent dat het feitelijke gebruik van het wonen op de plaats van de (voormalige bedrijfs)woning niet wijzigt. Daarbij leidt het initiatief ook niet tot een toename van de personendichtheid binnen het plangebied.
Een verantwoording aan het plaatsgebonden- en groepsrisico is niet noodzakelijk. Het aspect externe veiligheid leidt niet tot belemmeringen voor onderhavig initiatief. 4.6 Geluid Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh ). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
Gemeente Steenwijkerland Blad 27 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting 4.6.1 Wegverkeerslawaai in relatie tot de boerderij De locatie is gelegen binnen de wettelijke geluidzone (250 meter) van de provinciale weg Zomerdijk N375. Door middel van een uitgevoerd akoestisch onderzoek door onderzoeksbureau Geluidmeesters BV is onderzocht of ter plaatse van de te herbouwen woning wordt voldaan aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. De geluidbelasting als gevolg van het verkeer op het Zomerdijk N375 bedraagt ten hoogste 53 dB Lden en overschrijdt daarmee de wettelijke voorkeurswaarde van 48 dB Lden. De maximale ontheffingswaarde van 58 dB Lden voor vervangende nieuwbouw in buitenstedelijk gebied wordt niet overschreden. Ook is er geen sprake van een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur en neemt het aantal geluidgehinderden niet toe. Redelijkerwijs zijn er geen doelmatige en/of effectieve maatregelen in de vorm van bron en overdracht mogelijk om de geluidbelasting te reduceren tot de wettelijke voorkeurswaarde. Er wordt ruimschoots voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 58 dB Lden, er is geen sprake van relevante cumulatie en de woning beschikt over meerdere geluidluwe gevels. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Om de woning op deze locatie te herbouwen dient bij de gemeente een hogere waarde procedure te worden doorlopen. De benodigde hogere waarde bedraagt 53 dB Lden voor de Zomerdijk N375. Door de Omgevingsdienst IJsselland is de ontwerp-beschikking opgesteld voor de te verlenen ontheffing hogere grenswaarde. De relevante stukken daartoe zijn als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. 4.6.2 Overige bronnen inrichting Er zijn geen overige geluidbronnen, zoals railverkeer of industrielawaai die van invloed zijn op het plangebied. De nabijgelegen bedrijven en instellingen met bijhorende geluidsnormen geven tevens geen belemmering. 4.7 Geurhinder De Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) vormt sinds 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv is bedoeld om mensen te beschermen tegen geuroverlast vanuit veehouderijbedrijven. In principe bepaalt de Wgv de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijbedrijven op het gebied van geurbelasting. In de Wgv wordt alleen de ontwikkeling of belemmering van veehouderijbedrijven gereguleerd. De Wgv vormt daarmee het toetsingskader van de veehouderijbedrijven, de wet vormt geen toetsingskader van de toelaatbaarheid van andere functies. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is aangegeven dat sprake dient te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Het is daarom noodzakelijk om tweeledig naar dit aspect te kijken. Enerzijds mag de ontwikkeling niet leiden tot een belemmering van veehouderijbedrijven, en anderzijds dient sprake te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Gemeente Steenwijkerland Blad 28 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting Gemeenten mogen bij verordening van de normen van de Wgv afwijken (artikel 6 Wgv), binnen bepaalde grenzen. Het hanteren van afwijkende normen moet worden onderbouwd vanuit een ruimtelijke visie op de ontwikkeling van het gebied, de zogenaamde “gebiedsvisie”. De gemeente Steenwijkerland heeft op 11 maart 2014 de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Steenwijkerland vastgesteld. Op basis van deze verordening geldt voor vaste afstandsdieren ten opzichte van geurgevoelige objecten gelegen binnen de bebouwde kom een minimale afstand van 100 meter en voor geurgevoelige objecten gelegen buiten de bebouwde kom een minimale afstand van 25 meter. Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in een planologisch-juridische functiewijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. Dit betekent dat het feitelijke gebruik van de (voormalige bedrijfs)woning niet wijzigt en het initiatief leidt niet tot nie uw geurgevoelig object.
Binnen 25 meter vanaf het plangebied is geen omliggende veehouderij gelegen. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling daarmee op geen enkele wijze een belemmering vormt voor de omliggende veehouderijen. 4.8 Bedrijven en milieuzonering Vanuit milieu hygiënisch oogpunt vergt het inpassen van nieuwe functies in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Binnen het plangebied is sprake van het toevoegen van een nieuwe woning. Nieuwe functies kunnen van invloed zijn voor omringende woningen dan wel bedrijven. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie wel milieu hygiënisch inpasbaar is. Er dient daarom beoordeeld te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die gehinderd kunnen worden door onderhavig project of waarvan het project juist hinder ondervindt. De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten. In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
Bij het bepalen van de richtafstanden wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • het betreft gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; • de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen „rustige woonwijk‟ en „rustig buitengebied‟; • de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten; • bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten kunnen deze activiteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij de ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. Het is aan te bevelen deze afwijkingen te benoemen en te motiveren indien aan de orde. Gemeente Steenwijkerland Blad 29 van 42 Bestemmingsplan Wanneperveen, Zomerdijk 12 Februari 2024 Versie 01 NL.IMRO.1708.BPZomerdijk12-VA01 Toelichting Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in een planologisch-juridische functiewijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming.
Deze woningen zijn echter in het kader van milieuzonering niet aan te merken milieugevoelig en woningen (onderling) hebben geen minimaal aan te houden richtafstanden ten opzichte van elkaar. In het betreffende gebied is overwegend sprake van een rustig landelijk gebied met overwegend andere woonfuncties. Op ca. 110 meter in oostelijke richting is wel een bedrijfsbestemming (aannemersbedrijf) gelegen, waarbij de afstand van de te bouwen woning aan de Zomerdijk 12 naar de grens van die bedrijfsbestemming circa 110 meter bedraagt. Er is daarbij sprake van een aannemersbedrijf. Op basis van de VNG-Reeks ‘Bedrijven en Milieuzonering’ is een aannemersbedrijf te beschouwen als een milieucategorie 2.0 inrichting als deze minder dan 1000 m2 aan bvo bedraagt en als een milieucategorie 3.1 inrichting als deze meer dan 1000 m2 aan bvo bedraagt. Bij een dergelijke inrichting behoort een grootste normafstand voor milieuhinder van 50 meter voor het aspect ‘geluid’ als het een milieucategorie 3.1 inrichting betreft. De afstand is meer dan 50 meter (feitelijk 110 meter), zodat er geen milieuhinder te verwachten is vanaf het aannemersbedrijf naar de woning Zomerdijk 12 toe. Verder is vanuit dossieronderzoek duidelijk geworden dat op circa 20 meer afstand nog een vakantie aanwezig is (vakantiehuis Marcanda).