RB 20.170 VastgesteldBP Toelichting N ter Maeth 2 Steenwijk.pdf
Tekst van het document
Het gaat hierbij immers om een ‘‘gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt’’. Binnen 100 meter van het plangebied liggen geen bedrijven die qua geur van belang zijn. Ter plaatse van het plangebied wordt voldaan aan de geur-norm. 4.9 Milieuzonering Nieuwe functies kunnen milieuhinderlijk zijn voor omringende woningen dan wel bedrijven. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie wel milieu hygiënisch inpasbaar is. Daartoe is beoordeeld hoe het bestemmingsplan zich verhoudt
Gemeente Steenwijkerland Blad 33 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 tot hetgeen is verwoord in de VNG-Reeks ‘Bedrijven en Milieuzonering’ en is daaraan getoetst en gemotiveerd. De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten. In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van de richtafstanden wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: - het betreft gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; - de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’; - de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten; - bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten kunnen deze activiteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij de ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen.
Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. Het is aan te bevelen deze afwijkingen te benoemen en te motiveren. Van belang is om na te gaan welke functies of bedrijven zich rondom het plangebied bevinden. Hierna volgt een weergave vanuit het bestemmingsplan waarbij de diverse bestemmingen rondom het plangebied zichtbaar zijn.
Gemeente Steenwijkerland Blad 34 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Aan de oostkant bevinden zich inmiddels woningen. Aan de noord-, west- en zuidzijde bevinden zich woningen. Tevens is nog een atelier (De Glazen Zee) aanwezig aan de westkant. Aan de zuidkant is nog sprake ook van en bestemming Gemengd. Maximaal mag hier bedrijvigheid aanwezigheid zijn van winkels en zakelijke dienstverlening die te beschouwen zijn als milieucategorie 1 met een grootste normafstand van 10 meter . De nieuwe woningen komen niet binnen 10 meter afstand te liggen van deze functies, zodat er geen milieuhinder te verwachten is. 4.10 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Met de inwerkingtreding van de NSL op 1 augustus 2009 geldt de volgende grens om als NIBM-project te worden aangemerkt: de bouw van 1500 woningen aan één ontsluitingsweg.
Voorliggend plan is qua omvang en verkeersaantrekkende werking veel kleinschaliger dan de bouw van 1500 woningen aan één ontsluitingsweg. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet nodig. 4.11 M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure (wijzigingsplanprocedure), of een milieuvergunningsprocedure. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.3 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen): indien: - De oppervlakte een aaneengesloten gebied betreft van 100 hectare en groter dan 2000 woningen betreft. Qua aard, omvang en ligging is voorliggend ruimtelijk plan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Echter, op 1 april 2011 heeft een wijziging van het Besluit m.e.r. plaatsgevonden.
Daardoor is nu een beoordeling van een activiteit zoals die voorkomt op lijst D noodzakelijk, zelfs al is de omvang van de activiteit ver onder de drempelwaarde gelegen. Gemeente Steenwijkerland Blad 35 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D -lijst en die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze vormvrije m.e.r. - beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: ➢ Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.- beoordeling noodzakelijk; ➢ Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. In bijlage III van de EU-richtlijn m.e.r staan de criteria genoemd waarnaar moet worden gekeken bij de beoordeling. Het algemene uitgangspunt bij een dergelijke beoordeling is dat er geen MER hoeft worden opgesteld, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect.
In de volgende tabel is opgesomd of er sprake is van significante nadelige invloed op het milieu. Archeologie Er is geen archeologische dubbelbestemming, het aspect archeologie wordt niet nadelig beïnvloed. Bodem Ten aanzien van het aspect lood is een nader, afperkend, onderzoek nodig. Externe veiligheid Er is geen belemmering vanuit externe veiligheid. Ecologie Indien rekening wordt gehouden met de aanbevelingen is het project uitvoerbaar vanuit de Wet natuurbescherming bezien. Geluid Er is sprake van een goed woon- en leefklimaaat in dit 30 km/uur gebied. Milieuhinder Het plan leidt niet tot wederzijdse milieuhinder van en naar de omgeving. Luchtkwaliteit Het project is aan te merken als Nibm, hetgeen betekent dat er geen nadelige invloed is op de luchtkwaliteit. Water Indien rekening wordt gehouden met de gedane aanbevelingen is het plan uitvoerbaar vanuit het aspect water. Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 – Omgevingsfactoren – is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben de locatie en de omgeving verder geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan verder kan worden afgezien van het verrichten van een verdergaande (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling.
Gemeente Steenwijkerland Blad 36 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 4.12 Verkeer en vervoer en parkeren Nieuwe functies betekenen meestal ook dat er sprake is of zal zijn van een toename van verkeersbewegingen, en er ontstaat een extra parkeerbehoefte. Uitgangspunt is dat nieuwe functies geen onevenredige extra hinder veroorzaken voor reeds aanwezige functies in de omgeving. De gemeente Steenwijkerland heeft parkeerbeleid vastgelegd in het document 'Nota Parkeernormen 2015'. Verkeer en parkeren Het plangebied wordt ontsloten door de omliggende wegen Nicolaas ter Maethstraaat en de Burgemeester H.G. Reinenstraat. Dit betreffen erfontsluitingswegen en maken deel uit van een 30 km-zone. Het plangebied wordt via de Burgemeester H.G. Reinenstraat ontsloten. Er zijn 8 bestaande parkeerplaatsen aanwezig in het openbaar gebied ter plaatse van het plangebied. Daar worden 3 parkeerplaatsen in het openbaar gebied aan toegevoegd. Op eigen terrein zijn er minimaal 12 parkeerplaatsen en 3 garageboxen. Specifiek is er in de gehele planvorming zodoende ruimte voor minimaal 18 parkeerplaatsen. Dat aantal is toereikend aangezien er ook parkeerplaatsen in de openbare ruimte toegankelijk zijn.
Op basis van de Nota zijn er voor het segment ‘koop, etage, midden in ‘rest bebouwde kom’ gemiddeld 14 x 1,5 = 21 parkeerplaatsen nodig. 4.13 Water Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De meerwaarde van de watertoets is dat zij zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.
Gemeente Steenwijkerland Blad 37 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Voordat de watertoets is uitgevoerd is eerst nagegaan met welke toename aan verhard oppervlakte er rekening moet worden gehouden bij de uit te voeren watertoets. Hierna volgt een weergave van de toename aan verhard oppervlakte van zowel de bebouwing als de bij het plan behorende (erf)verharding. Op 13 november 2020 is de watertoets uitgevoerd. Het plangebied is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta. Op 3 december is vanuit het waterschap het adviesdocument ontvangen. D it is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Onderstaand is deze nader uitgewerkt voor de relevante onderdelen van het plan. Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het stroomgebied Boezem Noordwest Overijssel. Het peilgebied heeft een maximumpeil van NAP -0,73m. Dit peil is de instelhoogte van het kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte. Figuur - Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied. - De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP +2,1m; - De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit zandgronden / kleigronden.
Er kunnen, door de aanwezigheid van slecht doorlatende lagen, schijngrondwaterstanden tot dicht onder het maaiveld voorkomen; - De maximale grondwaterstand ligt op 20-60cm boven NAP,1.80-1.40m onder het maaiveld; - Bij extreme neerslag wordt geen wateroverlast in of nabij het plangebied verwacht Uitgangspunten voor het plan op inrichtingsniveau
Gemeente Steenwijkerland Blad 38 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 De uitgangspunten die in deze paragraaf worden benoemd, moeten zichtbaar worden verwerkt in het plan. Dat houdt in dat de initiatiefnemer in de waterparagraaf aangeeft hoe wordt omgegaan met de uitgangspunten en op welke wijze deze worden vertaald naar het plangebied. De initiatiefnemer is vrij te bepalen op welke wijze wordt voldaan aan de uitgangspunten. Wateroverlast Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt worden afgevoerd, zonder dat dit leidt tot water-op-straat of wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel het waterschap als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast.
Er wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden die gemeenten stellen aan: • het benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; • het gescheiden houden van hemelwater; • de capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater; • de eisen die aan woningen, andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast. Hemelwater dat op het terrein en de daken valt wordt via een gescheiden hemelwater afvoer afgevoerd naar de vijverpartij/waterpartij die zich naast het plangebied bevindt. Op deze wijze wordt er rekening mee gehouden om de kans op wateroverlast zoveel als mogelijk is te voorkomen. Compensatie bij herstructurering Bij een herstructurering neemt vaak per saldo het verharde oppervlak niet toe of af. In dit geval vermindert het verhard oppervlak van 1040 m2 naar 880 m2. Toch zal het toekomstige gebied moeten voldoen aan het watersysteem zoals dat tegenwoordig wordt voorgesteld waarin rekening is gehouden met klimaatverandering.
Het waterschap adviseert onderstaande stappenplan te doorlopen bij herstructurering of reconstructies in bestaande stedelijk gebied: ➢ toon kwantitatief aan hoeveel hemelwater er binnen het plangebied vrijkomt bij een gebeurtenis die minimaal eenmaal in de 10 jaar voor komt; ➢ geef aan hoe in de huidige situatie met het hemelwater wordt omgegaan in het plangebied; ➢ geef aan of er in de huidige situatie knelpunten in het plangebied voorkomen met betrekking tot de afvoer van hemelwater; ➢ geef aan hoe in de nieuwe situatie hemelwater lokaal wordt benut, verwerkt en/of afgevoerd en beschrijf hoe hierbij aan de door gemeente en waterschap gestelde eisen wordt voldaan; ➢ beschrijf hoe de aanvoer van hemelwater op het watersysteem door de ontwikkeling wijzigt en stem met het waterschap af of dit mogelijk is. Dit onderdeel wordt nog nader onderzocht en uitgewerkt door de initiatiefnemer.
Grondwateroverlast Gemeente Steenwijkerland Blad 39 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 • Grondwateroverlast bij bebouwing: In gebieden waar grondwateroverlast op kan treden, adviseren wij de volgende voorkeursvolgorde toe te passen: (1) kruipruimteloos bouwen of het (2) ophogen van het plangebied; • Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem wordt geadviseerd om in overleg met het waterschap zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Dit kan in eerste instantie op basis van bestaande peilbuizen binnen of in de omgeving van het plangebied. Indien noodzakelijk kan de initiatiefnemer nieuwe peilbuizen plaatsen; • Aanleghoogte van bebouwing: Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een aanleghoogte van de vloer geadviseerd van minimaal 80 cm ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren.
Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. Het plangebied bevindt zich in een omgeving waar op basis van de maximale grondwaterstand er ook bij extreme neerslag geen wateroverlast wordt verwacht. Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Vuil water wordt afgevoerd via het bestaande rioolstelsel en zal niet in de naastliggende vijver terecht komen. Schoon hemelwater komt wel in de vijverpartij terecht, maar dit betreft schoon water en vormt daarmee geen risico voor mensen, planten en dieren. Afvoer hemelwater • Kwaliteit afvoer hemelwater: Als de keuze wordt gemaakt om het hemelwater af te voeren op oppervlaktewater dan mag alleen schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken of woonerven) direct worden afgevoerd. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. Licht vervuild hemelwater (bijvoorbeeld van een woonstraat) wordt via een bodempassage geloosd op het oppervlaktewater.
Bij aanleg van bedrijventerreinen, wegen met een hoge verkeersbelasting, parkeerterreinen, marktpleinen, winkelstraten en tunnels dient de mogelijkheid voor lozing van hemelwater op open water met het waterschap te worden afgestemd. Hieraan gaat worden voldaan, alleen het hemelwater afkomstig van daken en de gronden rondom worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Inrichtingseisen oppervlaktewater • Inrichting van het oppervlaktewater: De inrichting van het oppervlaktewater is sterk afhankelijk van de functie van het oppervlaktewater. Dit is maatwerk. Neem contact op met het waterschap als extra aandacht aan de inrichting van het Gemeente Steenwijkerland Blad 40 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 oppervlaktewater moeten worden besteed ten behoeve van de ecologische kwaliteit. • Doorspoeling oppervlaktewater: Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen worden vermeden. Het watersysteem wordt ontworpen met aandacht voor doorspoeling. • Peilbeheersing: het waterschap kan sturen in de waterkwaliteit door bijvoorbeeld water in te laten of juist af te voeren. Vooral in gebieden net droogvallende sloten is het belangrijk hier rekening mee te houden. We adviseren om watergangen en vijvers een minimale waterdiepte te geven van 100 cm.
Vanuit de ontwikkeling van de woonbebouwing worden er geen inrichtingsmaatregelen getroffen voor de waterpartij. Deze inrichtingseisen zijn daarmee niet specifiek van toepassing op voorliggend bestemmingsplan. Verontreiniging • Microverontreiniging: Er worden geen uitloogbare materialen gebruikt die tot een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen leiden. • Agrarische terrein: de inrichting van het agrarische terrein moet dusdanig zijn dat een overmatige toevoer van stikstof en/of fosfaat naar het watersysteem wordt voorkomen. Er wordt onder andere rekening gehouden met bemestings- en spuitvrije zones langs watergangen. • Schoonmaakmiddelen en waterkwaliteit: Alle toegelaten schoonmaakmiddelen zijn milieuvriendelijk, maar mogen niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater worden geloosd. Formeel is daar een vergunning op basis van Art. 6.2 lid 1 van de Waterwet (het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam) voor nodig. Een watervergunning wordt niet verleend wanneer een riolering in de buurt aanwezig is. De voorkeursvolgorde voor afvalwaterstromen is als volgt: • Indien aanwezig moet de afvalwaterstoom van reinigingswater met schoonmaakmiddel op de riolering worden geloosd; • Het opvangen van het afvalwater en de afvoer per as naar een riolering; • Lozing op het oppervlaktewater en/of infiltratie in de bodem via een bodempassage.
Er zal geen wasplaats oid komen waar mensen hun auto kunnen wassen, zodat het aspect ‘schoonmaakmiddelen’ niet van toepassing is. Ook zal er rekening worden gehouden met de eis om zo weinig mogelijk gebruik te maken van uitloogbare materialen. Er is geen sprake van een agrarisch terrein. Riolering Optimaliseren aanvoeren afvalwater naar de rioolwaterzuivering. Verminderen van hydraulische belasting van de rioolwaterzuivering en beperken van riooloverstorten op het oppervlaktewater. Het vuil afvalwater wordt aangesloten op het bestaande gescheiden stelsel. Hemelwater wordt afgevoerd naar de naastliggende waterpartij. Hierdoor wordt de hydraulische belasting van de zuivering verminderd. Beleid en regelgeving • Gemeentelijk rioleringsbeleid: de gemeente heeft een zorgplicht voor doe lmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. In het plan wordt Gemeente Steenwijkerland Blad 41 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 rekening gehouden met het gemeentelijke rioleringsbeleid. Afvalwater en hemelwater worden op de perceelgrens gescheiden aangeboden. • Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater: Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat het afstromend hemelwater ter plaatse in het milieu worden teruggebracht (afkoppelen).
Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. Het waterschap heeft de voorkeur om daar waar mogelijk, het hemelwater oppervlakkig af te voeren en te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Zoals verwoord wordt vrijkomend hemelwater afgevoerd naar de naastliggende waterpartij. Dat is niet de primaire voorkeur voor infiltratie op eigen terrein maar wel prefererend boven het afvoeren via het rioolstelsel. Rioolcapaciteit • Rioolcapaciteit: De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel wordt rekening gehouden met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Het plan past binnen de huidige rioolcapaciteit. Het waterschap is blij te zien dat regenwater gescheiden naar het oppervlaktewater wordt afgevoerd. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden. Het betreft zowel waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterbeleving.
De inrichting van het gebied dient zodanig te zijn, dat het beheer en onderhoud van het watersysteem op efficiënte en effectieve wijze mogelijk is. Bij nieuw aan te leggen water vindt overleg met het waterschap plaats. • Wijze van onderhoud watersysteem: Er wordt rekening gehouden met de wijze van onderhoud (varend of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden. Voor werkzaamheden binnen de aangegeven zones van het waterschap is een vergunning op grond van de Waterwet noodzakelijk. • Varend onderhoud: Varend onderhoud is mogelijk bij een doorvaarbare watergang. In principe moet met een minimale totale oeverlengte van 300 m of een totale oppervlakte van 1.500 m2 rekening gehouden worden. Er wordt rekening gehouden met een minimale doorvaarhoogte van 1,55 m ten opzichte van het maximale waterpeil. De doorvaarbreedte is minimaal 2,50 m. Voor varend onderhoud geldt tevens een minimale diepte van 1 m met een aanleg- en onderhoudsdiepte van 1,30 m. Elk onderhoudswater heeft een goed bereikbare inlaadplaats voor de boot en minimaal 1 losplaats ten behoeve van het maaisel per 100 m oeverlengte. • Beheer en onderhoudsafspraken nieuwe watergangen: Voor nieuwe watergangen moeten beheer en onderhoudsafspraken worden vastgelegd.
Het waterschap neemt nieuwe primaire A-watergangen in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld dat deze watergangen voldoen aan de daarvoor geldende criteria. • Nieuwe bomen langs een watergang zijn vergunningsplichtig of meldingsplichtig. • Toegankelijkheid van water: alle wateren die een functie hebben in de waterhuishouding (afvoer, aanvoer of berging) liggen in openbaar gebied. Gemeente Steenwijkerland Blad 42 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Indien al van toepassing zal met bovengenoemde aspecten rekening worden gehouden. Gemeente Steenwijkerland Blad 43 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 5 Economische uitvoerbaarheid De kosten die gemoeid zijn met het uitvoeren van het ruimtelijk plan zijn voor rekening van de initiatiefnemers. Met hen wordt tevens een planschade-overeenkomst afgesloten. Gemeente Steenwijkerland Blad 44 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In deze paragraaf worden, wanneer deze beschikbaar zijn en indien noodzakelijk , de resultaten van het overleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening uiteengezet.
Ook de resultaten van de inspraak dan wel ter visie legging worden hier uiteengezet wanneer deze beschikbaar is. Omgevingsparticipatie Voor de lokale omgeving zijn door de initiatiefnemers een drietal infoavonden georganiseerd en daarnaast is de directe buurt geïnformeerd via een ‘omwonenden- brief’. Een verslaglegging van de gehouden informatiebijeenkomsten is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft, met de bijbehorende stukken, met ingang van 6 mei 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Gemeente Steenwijkerland Blad 45 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 7 Juridische Toelichting 7.1 Algemeen Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze op 1 oktober 2012 in werking is getreden. De verbeelding dient in samenhang met de planregels te worden gelezen.
In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (hierna IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (hierna STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. Conform Wro en Bro wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toeli chting in digitale geautoriseerde bronbestanden vastgelegd en in die vorm vastgesteld. Daarnaast kent de Wro een papieren versie van (hetzelfde) bestemmingsplan. Indien de inhoud van digitale stukken tot een andere uitleg leidt dan de stukken op papier, dan is de digitale inhoud beslissend. Het bestemmingsplan is daarmee een digitaal juridisch authentiek document. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd.
De SVBP2012 geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De standaard heeft geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Er worden geen normen gesteld omtrent de vormgeving en inrichting van de analoge weergave van het bestemmingsplan. De SVBP2012 heeft ook geen betrekking op de totstandkoming van de inhoud van een Bestemmingsplan. Dit is de verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag. In de SVBP2012 is wel aangegeven hoe de inhoud van een bestemmingsplan digitaal moet worden weergegeven. De SVBP2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. De verbeelding en planregels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. 7.1 Toelichting op de toelichting De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. Gemeente Steenwijkerland Blad 46 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 De digitale verbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante bestemmingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van (plan)kaart en regels met de toelichting.
Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. De relevante bestemmingsplaninformatie heeft betrekking op de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen met bijbehorende regels in het bestemmingsplan. Voor zowel bestemmingen als aanduidingen geldt, dat deze zonder interactie zichtbaar moeten zijn in de digitale verbeelding. Uit interactie met de digitale verbeelding blijkt dan de inhoud van de bestemming en/of aanduiding. 7.2 Toelichting op de planregels De inrichting van de planregels is deels voorgeschreven door de SVBP2012. De groepering van de planregels, de naamgeving van een aantal planregels en zelfs de inrichting van bestemmingen is deels bepaald door de ministeriële regeling. Een aantal planregels is zelfs geheel voorgeschreven: het overgangsrecht, de anti-dubbeltelregel en de slotregel. De regels zijn standaard ingedeeld in vier hoofdstukken. Toelichting Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 : Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen.
Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. Artikel 2 : Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 : Groen Groen is voor de gemeente een identiteitsbepalend bestemmingsplanelement. De omgevingskwaliteit is van zo’n essentieel belang, dat doorwerking in het bestemmingsplan vereist is, wil de voorsprong in woonomgevingkwaliteit gegarandeerd blijven. 1.Structuurbepalende groenzones zijn derhalve als ‘Groen’ bestemd. Artikel 4 : Tuin De gronden binnen deze bestemming zijn bedoeld voor onbebouwde tuinen bij woningen. Het betreft (delen van) percelen behorende bij een woning, maar waarop bebouwing niet gewenst is, meestal de voortuinen.
Op deze gronden mogen geen Gemeente Steenwijkerland Blad 47 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 gebouwen in de vorm van erkers en bouwwerken, geen gebouwen zijnde , worden opgericht. Andere bebouwing is op deze gronden niet wenselijk. Het is stedenbouwkundig ongewenst dat bouwvergunningsvrije bouwwerken nabij het woongebouw geplaatst kunnen worden. In de behoefte aan bergruimte (fietsenberging etc.) is inpandig voorzien. Daarom is in dit artikel expliciet opgenomen dat de bestemming niet beschouwd kan worden als achtererf in de zin van het Besluit omgevingsrecht. Artikel 5 : Verkeer Deze bestemming heeft betrekking op de in het plangebied voorkomende dan wel daarvoor aangewezen verkeersvoorzieningen. De bestemming Verkeer heeft vooral betrekking op het doorgaande verkeer. Artikel 6 : Wonen - Woongebouw Deze bestemming betreft het te realiseren woongebouw dat wordt ingericht ten behoeve van de 14 appartementen. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 : Anti-dubbeltelregel Deze regel is geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (in artikel 3.2.4 Bro).
Deze standaardbepaling strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, nogmaals zou kunnen worden gebruik gemaakt. Artikel 8 : Algemene gebruiksregels In dit artikel is geformuleerd wat wordt gezien als strijdig gebruik en welk gebruik wel is toegestaan. Artikel 9 : Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn de algemene afwijkingsregels geformuleerd en is zichtbaar met welke afwijkingen binnen het plan het bevoegd gezag, onder genoemde voorwaarden, mee wenst te werken aan (kleinschalige) afwijkingen van het bestemmingsplan. Artikel 10 : Algemene procedureregels In dit artikel is bepaald hoe met een afwijking of nadere eis procedureel gezien omgegaan dient te worden. Artikel 11 : Overige regels In deze regel is de koppeling gelegd met de Nota Parkeernormen 2015 en is aangegeven hoe de voorrangregels gelden bij de eventuele aanwezigheid van dubbelbestemmingen.
Gemeente Steenwijkerland Blad 48 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 : Overgangsrecht Deze regels zijn geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Bro). Omdat een bestemmingsplan elke tien jaar moet worden herzien, betreffen de meeste bestemmingsplannen gebieden die reeds in gebruik en ingericht zijn. Een bestemmingsplan kan ruimte bieden voor ontwikkelingen en daarom soms ander gebruik en/of bebouwing toelaten dan er in werkelijkheid in het gebied aanwezig is. Bestaande rechten worden beschermd met overgangsrecht. Er is overgangsrecht voor bouwwerken en overgangsrecht voor gebruik van de gronden en bouwwerken. Artikel 12 : Slotregel Deze regel is geheel voorgeschreven door de Ministeriële regeling Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen. Deze regel geeft aan hoe de planregels van dit plan kunnen worden aangehaald. Hiermee wordt de naam van het bestemmingsplan vastgelegd. Voor de digitale uitwisseling van plannen krijgt elk plan ook een unieke code van letters en cijfers.
Gemeente Steenwijkerland Blad 49 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Projectgegevens Project : Bouw woongebouw 14 woningen Steenwijk Projectnummer : RB 20.170 IMRO : NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Versie : 01 Datum : Augustus 2021