CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

RB 20.170 VastgesteldBP Toelichting N ter Maeth 2 Steenwijk.pdf

Politieke Markt 21 september 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Nicolaas ter Maethstraat 2, Steenwijk (oude bibliotheeklocatie)13.196 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Opdrachtgever: SCHEENSTRA PROJECTEN 2 BV Rapportnummer: RB 20.170 Datum vrijgave: Augustus 2021 Opsteller: De heer H. de Roo Goedkeuring: De heer M. Beek Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Vastgesteld

Gemeente Steenwijkerland Blad 2 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Inhoudsopgave .......................................................................................................................................... 1 1 HOOFDSTUK 1 INLEIDEND HOOFDSTUK ......................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................... 4 1.2 Vigerend bestemmingsplan .................................................................................... 7 1.3 Doel ........................................................................................................................ 7 1.4 Verantwoording ...................................................................................................... 7 1.5 Leeswijzer ............................................................................................................... 8 1.6 Uitgevoerde onderzoeken ...................................................................................... 8 2 HOOFDSTUK 2 LOCATIE EN PLANBESCHRIJVING ......................................... 9 2.1 Ligging en historie ..................................................................................................

9 2.2 Ligging plangebied binnen Steenwijk ................................................................... 11 2.3 Het gewenste bouwplan ....................................................................................... 13 3 HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ...................................................................... 17 3.1 Rijksbeleid ............................................................................................................ 17 3.1.1 Ruimtelijk – Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur ................................. 17 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking ...................................................... 17 3.2 Provinciaal beleid ................................................................................................. 18 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel ........................................................................ 18 3.2.2 Generieke beleidskeuzes .......................................................................... 18 3.2.3 Gebiedskenmerken ................................................................................... 19 3.2.4 Ontwikkelingsperspectieven ...................................................................... 20 3.2.5 Omgevingsverordening Overijssel 2017 ...................................................

20 3.3 Gemeentelijk beleid .............................................................................................. 21 3.3.1 Woonvisie Steenwijkerland 2017 – 2021 .................................................. 21 3.3.2 Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 ................................... 21 3.3.3 Omgevingsvisie Steenwijkerland .............................................................. 21 3.3.4 Welstandsnota ........................................................................................... 22 3.3.5 Nota Parkeernormen 2015 Gemeente Steenwijkerland ........................... 22 4 HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSASPECTEN ......................................................... 24 4.1 Inleiding ................................................................................................................ 24 4.2 Archeologie ........................................................................................................... 24 4.3 Bodem .................................................................................................................. 25 4.4 Cultuurhistorie....................................................................................................... 27 4.5 Ecologie ................................................................................................................

28 4.5.1 Gebiedsbescherming ................................................................................ 28 4.5.2 Soortbescherming ..................................................................................... 28 4.5.3 Stikstofdepositie ........................................................................................ 29 4.6 Externe en fysieke veiligheid ................................................................................ 29 4.6.2 Conclusie ................................................................................................... 31 4.7 Geluid ................................................................................................................... 31 4.8 Geur ...................................................................................................................... 32 4.9 Milieuzonering....................................................................................................... 32 4.10 Luchtkwaliteit ........................................................................................................ 34 4.11 M.e.r.-beoordeling ................................................................................................ 34 4.12 Verkeer en vervoer en parkeren ...........................................................................

36 4.13 Water .................................................................................................................... 36 Gemeente Steenwijkerland Blad 3 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .............................................................. 43 6 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ................................................... 44 7 JURIDISCHE TOELICHTING .............................................................................. 45 7.1 Algemeen .............................................................................................................. 45 7.1 Toelichting op de toelichting ................................................................................. 45 7.2 Toelichting op de planregels................................................................................. 46 Gemeente Steenwijkerland Blad 4 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 1 Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk 1.1 Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een herontwikkeling van de bibliotheeklocatie aan de Nicolaas ter Maethstraat 2 te Steenwijk. Hier staat nu nog het gebouw van de openbare bibliotheek ‘Kop van Overijssel’.

Deze zal ter plaatse worden gesloopt en hiervoor in de plaats komt er een woongebouw voor terug dat ruimte gaat bieden aan maximaal 14 appartementen. Op onderstaande luchtfoto is het plangebied bij benadering vanuit de lucht en vanaf ‘streetview’ zichtbaar gemaakt.

Gemeente Steenwijkerland Blad 5 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Het is zoals gezegd de bedoeling dat hier een woongebouw terug wordt gebouwd met 14 appartementen. Op onderstaande situatietekening is de beoogde terreininrichting zichtbaar gemaakt. Daarna volgt een beeld van het beoogde bouwplan. In Hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op de details van het bouwplan. Afb. 1.0a: Een weergave/ligging en beoogde inrichting van het plangebied.

Gemeente Steenwijkerland Blad 6 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Afb. 1.0b: Architectonische verbeelding nieuwbouw 14 appartementen Het project is in strijd met het bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het mogelijk maken van de gewenste herontwikkeling. De gemeente heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het project. Voorliggende bestemmingsplan is bedoeld om het planologisch-juridisch kader te bieden voor het kunnen uitvoeren van het project. Ook biedt het bestemmingsplan het toetskader voor de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit van het project. Daarnaast biedt het bestemmingsplan een ruimtelijke onderbouwing van waarom het gewenste ruimtelijk initiatief inpasbaar is op de door initiatiefnemer gewenste locatie.

Gemeente Steenwijkerland Blad 7 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 1.2 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied is gelegen in het geldende bestemmingsplan “Woldpoort”, vastgesteld d.d. 29 juni 2010. De gronden zijn voorzien van de bestemming “Maatschappelijk” met een bouwvlak en maatvoering-aanduiding ‘maximum bouwhoogte 6 m. Het bouwplan is in strijd met het geldende bestemmingsplan omdat de maatschappelijke bestemming niet voorziet in de bouw van een woongebouw voor 14 appartementen. Fig. 1.1: Een weergave van het bestemmingsplan met de genoemde bestemming als plangebied. Door voorliggend bestemmingsplan vast te stellen ontstaat een planologisch kader waardoor het gewenste bouwplan (woongebouw voor 14 appartementen) kan worden gerealiseerd. Ook kunnen de gronden van het plangebied daarna conform de woonbestemming worden gebruikt. 1.3 Doel In dit bestemmingsplan wordt ingegaan op de (ruimtelijke) gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling van het betreffende gebied. Ook wordt een beschrijving gegeven van het relevante ruimtelijk beleid. De wijziging van de bestemming dient niet in strijd te zijn met een goede ruimtelijke ordening. 1.4 Verantwoording Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is gebruik gemaakt van diverse (beleids)documenten en websites.

Sommige (beleids)documenten en beeldbeschrijvende documenten zijn in voorkomende gevallen integraal overgenomen om de inhoud zoveel mogelijk te waarborgen. Daar waar bronnen zijn gebruikt is dat in de tekst weergegeven.

Gemeente Steenwijkerland Blad 8 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een weergave gegeven van de historie en ligging van het plangebied. In hoofdstuk 3 komen de verschillende relevante beleidsstukken voorbij die van toepassing zijn op het plan en uitgewerkt van provinciaal niveau tot gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 geeft de invloed weer van het plan tot de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 staat de economische uitvoerbaarheid centraal. Hoofdstuk 6 doet verslag van de inspraak- en overlegreacties, waarna hoofdstuk 7 ingaat op de juridische vertaling van het plan en vervolgens volgen de regels en de verbeelding. 1.6 Uitgevoerde onderzoeken Ten behoeve van het opstellen van voorliggend bestemmingsplan zijn diverse onderzoeken verricht en adviezen gegeven. Daarnaast is er informatie gebruikt uit onderzoeken en adviezen die in een ander kader zijn uitgevoerd. De conclusies uit de verschillende onderzoeken en adviezen zijn verwerkt in de toelichting.

Ter voorbereiding van het bestemmingsplan zijn de volgende onderzoeken verricht: - Bijlage 1 – Verkennend bodemonderzoek - Bijlage 2 – Ecologische quickscan; - Bijlage 3 – Aerius berekening - Bijlage 4 – Onderzoek externe veiligheid; - Bijlage 5 – Onderzoek akoestiek; - Bijlage 6 – Uitgevoerde watertoets d.d. 13 november 2020; - Bijlage 7 – Uitgangspuntennotitie waterschap; - Bijlage 8 – Verslag omgevingsparticipatie. Gemeente Steenwijkerland Blad 9 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 2 Hoofdstuk 2 Locatie en planbeschrijving 2.1 Ligging en historie De woningbouwlocatie ligt in de kern Steenwijk. Steenwijk is een plaats in de Overijsselse gemeente Steenwijkerland. Onderstaand een weergave van de ligging van Steenwijk vanuit een hoger perspectief. Fig. 2.1: Nederland, de provincie Overijssel, de gemeente Steenwijkerland en de ligging van Steenwijk in één oogopslag. Steenwijk Steenwijk (Nedersaksisch: Steenwiek of Stienwiek) is een stad in de Nederlandse provincie Overijssel. Het is met 17.115 inwoners de grootste plaats in de gemeente Steenwijkerland en na Kampen de grootste plaats in de Kop van Overijssel. Op 1 januari 2001 werden de gemeenten Steenwijk, Brederwiede en IJsselham samengevoegd tot de gemeente Steenwijk.

De inwoners van Brederwiede en IJsselha m waren het niet eens met deze 'nieuwe' naam, omdat het leek alsof deze gemeenten door Steenwijk waren geannexeerd. Ze gaven aan een naam als "Kop van Overijssel" of "Steenwijkerland" beter te vinden. Op 1 januari 2003 is de naam van de gemeente dan ook veranderd in Steenwijkerland. Tot die gemeente behoren tevens de steden

Gemeente Steenwijkerland Blad 10 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Blokzijl, Vollenhove, de dorpen Kuinre en Giethoorn en nog enkele kleinere dorpen en buurtschappen. Recente gebiedsontwikkelingen bij Steenwijk zijn Tuk-Noord, Kornputkwartier en Eeserwold. Van oorsprong is Steenwijk een oude vestingstad. De grachten en stadswallen stammen uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog, toen Steenwijk een strategische plaats was in de strijd tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en Spanje. Steenwijk ligt in de kop van Overijssel op de grens van enkele stuwwallen (de Woldberg en de Havelterberg) en het laagveengebied van Giethoorn, De Wieden en De Weerribben. Door Steenwijk stroomt van oorsprong een kleine rivier, de Steenwijker Aa, welke ontstaan is door smeltwater. Later is deze Steenwijker Aa gekanaliseerd en heet dan vanaf Steenwijk het Steenwijker Diep en deze maakte de stad bereikbaar voor scheepvaart. Aan het Steenwijker Diep ligt een kleine jachthaven. Het stadsbeeld wordt bepaald door de Sint Clemenstoren, met zijn hoogte van 87 meter de veertiende hoogste kerktoren van Nederland. De naam houdt verband met de vele zwerfstenen die in de omgeving in de grond zitten.

De stad heeft een regionale functie (winkels, scholen, werkgelegenheid) voor een grote regio (Kop van Overijssel, Zuidwest-Drenthe). Historie Steenwijk Over het vroegste verleden van Steenwijk is weinig bekend. In de stad zelf zijn uit de eerste eeuwen van haar bestaan geen geschreven bronnen bewaard. Deze zijn waarschijnlijk verloren gegaan bij een stadsbrand. Over de geschiedenis van Steenwijk als vestingstad heeft Alex Krijger in 1996 het boek ‘Steenwijk als militaire stad’ geschreven. Steenwijk is vanouds het centrum van de wijde regio, een gebied dat nu verdeeld is over de provincies Overijssel, Friesland en Drenthe. Het Friese deel van dat gebied werd in 1309 voor het eerst genoemd als Stellingwerf. De kerk van Steenwijk is de moederkerk van dat grote gebied. Dochterkerken zijn onder meer Oldeholtpade en Meppel. De oudste vermelding van Steenwijk komt voor in een akte van 13 maart 1141, waarbij de Utrechtse bisschop Hartbert de kerk van Steenwijk aan de Benedictijner abdij te Ruinen schonk. Vermoedelijk op 29 februari 1296 werd de parochiekerk van Steenwijk verheven tot de kapittelkerk van St. Clemens en werd het dorp Steenwijk verheven tot de stad Steenwijk. Voor de middeleeuwse geschiedenis van Steenwijk is een cartularium van het kapittel van St. Clemens, aangelegd rond 1500, van belang.

De Tachtigjarige Oorlog (1568 - 1648) maakte dat Steenwijk veelvuldig in beeld kwam in de vaderlandse geschiedenis. In 1568 wist het stadsbestuur de inkwartiering van Spaanse troepen door Alva nog af te kopen met 112 goudgulden, maar in 1572 namen de spanningen weer toe. Ditmaal was het Willem IV van den Bergh die Steenwijk voor Willem van Oranje veroverde. Deze staatse bezetting duurde echter slechts een paar maanden. De herovering van Zutphen door het Spaanse leger deed zulke gruwelijke berichten vooruitsnellen dat het Staatse leger al snel de stad verliet en Steenwijk weer koningsgezind werd. Gemeente Steenwijkerland Blad 11 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Tot maart 1577 zorgde een contingent militairen uit Wallonië voor handhaving van het Spaanse gezag. De Staten van Overijssel wisten echter door betaling van achterstal lige soldij deze bezettingsmacht weg te krijgen en kozen in maart 1580 de zijde van de Opstandelingen als reactie op het overlopen van de graaf van Rennenberg. De Overijsselse Staten hadden gezorgd voor de aanwezigheid van een compagnie soldaten onder leiding van kapitein Olthof. In oktober kwam nog een 2e compagnie onder leiding van Johan van den Kornput in Steenwijk aan.

Daags daarna begon de Spaansgezinde George de Lalaing, graaf van Rennenberg, met een leger van ruim 7.000 man zijn Beleg van Steenwijk (1580-1581). De beschietingen van november in dat jaar vernietigde een 70-tal woningen en vormden een ware beproeving voor de inwoners van de stad en de kleine verdedigingsmacht van slechts 600 soldaten. Het duurde tot december voordat er hulp kwam van het Staatse leger onder leiding van de Engelse overste John Norritz. Op 23 februari 1581 gaf graaf Rennenberg, inmiddels zelf zwaar ziek geworden, zijn beleg op en werd Steenwijk ontzet. Dat Steenwijk stand hield gedurende het vier maanden durende beleg was te danken aan het krachtdadige optreden van hopman Johan van den Kornput. De graaf van Rennenberg stierf enkele maanden later en werd begraven in de Martinikerk te Groningen. De uitgeputte Steenwijkers hadden overigens weinig weerstand meer en kregen in 158 1 ook nog eens met een pestepidemie te maken. Van de 2.500 inwoners stierven er in korte tijd 2.300. Al in november 1582 wisten de Spanjaarden onder leiding van Juan Baptista de Taxis Steenwijk opnieuw in bezit te nemen, waardoor de overgebleven protestan ten halsoverkop de stad ontvluchtten. Steenwijk werd een Spaans bolwerk, met nog slechts 50 van de oorspronkelijke bewoners, en vormde een constante bedreiging voor de Opstandelingen.

Alleen Zeeland, Holland, Utrecht en Friesland waren niet in Spaanse handen. De dreiging van een herovering door stadhouder Maurits van Oranje in 1591 zorgde voor een hernieuwde opbouw van de verdedigingswerken van de stad. In korte tijd wisten de Spanjaarden belangrijke verbeteringen aan te brengen en werd de legermacht uitgebreid tot ruim 1.000 man (vnl. Walen en Bourgondiërs) onder leiding van Anthonie de Coquel. Toch was het allemaal niet voldoende. Op 28 mei 1592 verschenen prins Maurits en Willem Lodewijk voor de stad met een leger van 8.000 man en sloot alle toegangswegen hermetisch af, waarna Steenwijk opnieuw een beleg moest ondergaan. Op 5 juli 1592 na een heftige strijd die 44 dagen duurde gaven de Spanjaarden zich over. Ook nu had Johan van den Kornput belangrijk bijgedragen aan de verovering van Steenwijk door het Staatse leger van Maurits en zijn neef Willem Lodewijk. Al deze oorlogen en bezettingen hadden echter wel hun tol gevergd; Steenwijk was praktisch volledig in puin geschoten en de verdedigingswerken waren aan een forse opknapbeurt toe. Het duurde echter tot 1597, na een mislukte aanval van de Spaansgezinde graaf Frederik van den Bergh, voordat de Raad van State de middelen beschikbaar stelde voor wederopbouw van de verdedigingswerken. 2.2 Ligging plangebied binnen Steenwijk Het plangebied ligt aan de noordwestkant van Steenwijk, in de wijk Torenlanden.

Op onderstaande figuur is de ligging van de wijk Torenlanden binnen Steenwijk zichtbaar Gemeente Steenwijkerland Blad 12 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 gemaakt, waarbij de rode ovaal aangeeft waar de wijk Torenlanden zich bevindt. De wijk Torenlanden is een ruime naoorlogse wijk. Onderstaand is nog demografische informatie weergegeven over de ontwikkeling van de wijk Torenlanden. Er is sprake van een gemiddelde groei van het aantal inwoners in deze periode met 4% vanaf 2013 tot en met nu. Op onderstaande kaartbeeld is de locatie van het plangebied binnen de wijk Torenlanden zichtbaar gemaakt binnen de oranje cirkel.

Gemeente Steenwijkerland Blad 13 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Het plangebied wordt omringd door woningen. Aan de westkant bevindt zich nog een voormalig kerkgebouw dat momenteel wordt gebruikt als een atelier voor het maken van glas in lood. 2.3 Het gewenste bouwplan Het project voorziet in het bouwen van een woongebouw dat ruimte gaat bieden aan maximaal 14 appartementen. Het woongebouw wordt uitgevoerd in de vorm van een driehoek en zal deels uit 3 bouwlagen bestaan. De maximale bouwhoogte gaat deels 10,5 meter bedragen.

Gemeente Steenwijkerland Blad 14 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 De ontsluiting van het bouwplan zal plaatsvinden via de Burgemeester H.G. Reinenstraat. Ten behoeve van het plan zullen op eigen terrein (14pp = 11 parkeerplaatsen en 3 garageboxen)) en in het aan de zuidkant gelegen openbaar gebied (3pp extra naast de reeds bestaande parkeervakken) in totaliteit 17 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De 11 parkeerplaatsen op eigenterrein worden in de vorm van ‘groene parkeerplaatsen’ aangelegd. Dit vanwege het reduceren van geluid (autobanden) en esthetische redenen. Het naast gelegen perceel nr 02 wordt van het parkeerterrein afgeschermd met een groene zone/haag. Daarnaast zijn er 4 parkeerplaatsen in de openbare ruimte beschikbaar. De hoofdentree van het woongebouw bevindt zich aan de zijde van de Nicolaas ter Maethstraat. De bergingen voor de bewoners zullen inpandig in het woongebouw worden gerealiseerd op de begane grond.

Gemeente Steenwijkerland Blad 15 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Op de hierna volgende tekeningen is weergave gedaan van de plattegronden van de verdiepingen, gevolgd door geveltekeningen van het ontwerp.

Gemeente Steenwijkerland Blad 16 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01

Gemeente Steenwijkerland Blad 17 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 3 Hoofdstuk 3 Beleidskader Binnen het ruimtelijk werkveld is door de verschillende overheidslagen veel beleid opgesteld. Middels dit beleid is getracht richting te geven aan de inrichting en het beheer van de ruimte. Getoetst wordt of het plan past binnen het vigerende planologisch kader en binnen het ruimtelijk beleid van de verschillende overheidslagen. In dit hoofdstuk staat een overzicht van het van toepassing zijnde beleid in relatie tot de gewenste ontwikkelingen van de gemeente Steenwijkerland op deze locatie. 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Ruimtelijk – Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 22 november 2011 onder aanvaarding van een aantal moties door de Tweede Kamer aangenomen en 13 maart 2012 vastgesteld. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Voor de projectlocatie zijn in de SVIR geen specifieke onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang waarmee rekening gehouden dient te worden. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Voorliggend plan gaat uit van het toevoegen van 14 nieuwe woningen aan de woningvoorraad. Momenteel is in jurisprudentie de lijn aanwezig dat een woningbouwproject vanaf twaalf woningen wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend project lijkt daarom aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Echter nog aandacht voor het volgende. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd.

Gemeente Steenwijkerland Blad 18 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Op basis van het geldende bestemmingsplan is er sprake van een maatschappelijke bestemming met een geprojecteerd bouwvlak van 1410 m 2 en een bouwhoogte van 6 meter. Uitgaande van de planologische mogelijkheden kan hier dus een gebouw staan bestaande uit 2 bouwlagen van ieders 1410 m2 is samen circa 2820 m2 bruto vloer oppervlakte. Het woongebouw wordt groot 952 m2 en zal deels bestaan uit 3 bouwlagen. De begane grond en de 1e verdieping zullen ieders 952 m2 aan bvo omvatten = samen 1904 m2. De tweede verdieping zal circa 400 m2 omvatten. In totaliteit is de bebouwing die er komt minder omvangrijk dan hetgeen er nu planologisch gezien mogelijk is. Het project is daarmee als niet ladderplichtig te beschouwen. Verder kan nog worden gesteld dat het plangebied goed bereikbaar is en tevens is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel In de Omgevingsvisie Overijssel (2017) wordt de visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel geschetst. De visie is daarbij gericht op 2030. Gekoppeld aan de Omgevingsvisie heeft de provincie een Omgevingsverordening (2017) opgesteld.

In de Omgevingsverordening worden regels gesteld ten aanzien van het provinciaal belang. De provincie wil de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren met het oog op een goed vestigingsklimaat, een veilige en aantrekkelijke woonomgeving en een fraai buitengebied. Deze leefomgeving moet geschikt zijn voor de grote diversiteit aan activiteiten die mensen in de provincie willen ondernemen. In de omgevingsvisie staat het uitvoeringsmodel centraal. In dit model draait het om drie vragen die antwoord geven op of, waar en hoe ontwikkelingen uitgevoerd worden. Bij de eerste vraag zijn generieke beleidskeuzes van belang. Bij de tweede vraag zijn ontwikkelingsperspectieven richtinggevend en bij de derde vraag gaat het om de inpassing in de kenmerken van het gebied. 3.2.2 Generieke beleidskeuzes Het gaat hier om algemene keuzes die bepalen of ontwikkelingen nodig, dan wel mogelijk zijn. Voor stedelijke ontwikkelingen hanteert de provincie de Ladder voor Duurzame verstedelijking. Dit betekent dat voor ontwikkelingen eerst bestaande bebouwing of herstructurering wordt benut, voordat er uitbreiding plaatsvindt. Het slopen van de bestaande bebouwing en het vervolgens nieuw bouwen van de woningen past binnen de genoemde generieke beleidskeuzes van de provincie.

De ontwikkeling vindt plaats door een herstructurering van een in het verleden al bebouwd perceel en de woonfunctie past in de sociaaleconomische structuur van de omgeving. Hierna wordt ingegaan op de gebiedskenmerken en ontwikkelingsperspectieven. Gemeente Steenwijkerland Blad 19 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 3.2.3 Gebiedskenmerken De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Hierbij zijn de gebiedskenmerken van provinciaal belang het uitgangspunt. Hierna wordt een korte samenvatting gegeven van de in het plangebied voorkomende gebiedskenmerken volgens de lagenbenadering: 3.2.3.1 de natuurlijke laag: dekzandvlakte en ruggen Ter plaatse is sprake van de natuurlijke laag ‘dekzandvlakten en ruggen’. De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk, door de wind gevormd, zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. Als ontwikkelingen plaatsvinden, dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem.

Beide zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. De natuurlijke laag verzet zich niet tegen voorgenomen ontwikkeling, de voorgenomen ontwikkeling en bebouwing is hiervoor te klein, daarbij komt ook dat het plangebied in de bestaande situatie reeds bebouwd is. 3.2.3.2 de laag van het agrarisch cultuurlandschap: Oude hoevenlandschap De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Ook hier geldt dat de erftransformatie perceelsgebonden is en daarom geen afbreuk doet aan deze kenmerken van het gebied. 3.2.3.3 de stedelijke laag : historische centra, binnensteden De ambitie voor dit gebied is vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. Het eigen karakter van het centrum wordt opgezocht en versterkt. Het patroon van straten, pleinen en andere openbare ruimten wordt in stand gehouden en waar mogelijk versterkt of hersteld. Archeologische en historische waarden worden zichtbaar gemaakt en ingezet ter versterking van de eigen identiteit van gebieden. Cultuurhistorisch waardevolle en beeldbepalende gebouwen krijgen waar nodig nieuwe functies en economische dragers. Bijzondere condities (waterfront, stationsgebied) worden benut.

Behouden en versterken van de leefbaarheid van de centra door het behouden en versterken van de mix van functies (bijvoorbeeld door het stimuleren van wonen boven winkels) en integrale oplossingen voor de funct ionele claim op de openbare ruimte (bijvoorbeeld door het toepassen ‘shared space’ concept: een integrale herinrichting van weg en omgeving met minimaal gebruik van verkeersborden, belijning, gescheiden rijbanen, drempels etc Gemeente Steenwijkerland Blad 20 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 3.2.3.4 de lust- en leisurelaag is niet van toepassing 3.2.4 Ontwikkelingsperspectieven Op basis van de gebiedskenmerken zijn verschillende 'ontwikkelingsperspectieven' opgesteld. Een nieuwe ontwikkeling moet passen binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Het plangebied is gelegen binnen het deel van de stedelijke omgeving waar als ontwikkelingsperspectief het ontwikkelen van een gemengd en divers woon- en werkmilieu is geformuleerd (woonwijk). In het gebied is tevens ruimte voor herstructurering. 3.2.5 Omgevingsverordening Overijssel 2017 Hoe aan het beleid uit de Omgevingsvisie uitvoering moet worden gegeven is vastgelegd in de Omgevingsverordening.

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is een uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie en is opgesteld in de vorm van regels. In veel regels is gekozen voor proces- en motiveringsvereisten. In de Omgevingsverordening moet elk inhoudelijk thema geregeld zijn, waar de provincie de mogelijkheid op wil hebben om juridische instrumenten in te kunnen zetten. Het inzetten van juridische instrumenten vindt plaats op basis van de interventieladder. In hoofdstuk 2 van de verordening worden de regels gegeven die betrekking hebben op de ruimtelijke ordening. In artikel 2.1.5 van de verordening worden regels gegeven gericht op de ruimtelijke kwaliteit van nieuwe ontwikkelingen. Deze moeten bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In paragraaf 3.2.1 is reeds beschreven dat de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de gebiedskenmerken. In artikel 2.2.2 worden de regels gegeven die betrekking hebben op de realisatie van nieuwe woningen. Woningbouw is toegestaan als hiervoor de behoefte is aangetoond en deze behoefte is vastgelegd in de woonafspraken tussen de provincie en gemeenten. Deze afspraken zijn opgenomen in Regionale Woningbouwprogrammering West-Overijssel 2017.

In dit document is afgesproken dat nieuwe ontwikkelingen getoetst moeten worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. Dat betekent dat beschreven moet worden dat voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in hoeverre deze binnen bestaand stedelijk gebied voorzien kan worden. In dit bestemmingsplan is sprake van een toename van 14 woningen ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden. In de gemaakte woonafspraken is nog voldoende ruimte voor de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maken. De nieuw te bouwen woningen voldoen aan de huidige wensen op het gebied van het woongenot. Deze ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Aan de ladder van duurzame verstedelijking wordt derhalve voldaan. De regels uit de verordening verzetten zich dan ook niet tegen de ontwikkelingen in het plangebied. Gemeente Steenwijkerland Blad 21 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Woonvisie Steenwijkerland 2017 – 2021 De woonvisie Steenwijkerland 2017-2012 ‘Goed wonen komt met elkaar voor elkaar’, verwoordt wat de gemeente voor ogen heeft bij het wonen in Steenwijkerland, wat ze daaraan zelf bijdraagt en wat van derden wordt gevraagd.

De gemeente wil focussen op nieuwe initiatieven op het gebied van wonen en transformatie en het beter faciliteren hiervan. In feite is hier sprake van een transformatielocatie. De bibliotheek is verouderd, deze wordt gesloopt en hier komt woningbouw voor terug. Het verzoek past in het woonbeleid. 3.3.2 Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 De gemeente Steenwijkerland heeft de Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 (2009) ontwikkeld. Deze visie bevat een integrale visie op de ontwikkeling van de gehele gemeente tot 2030. De visie gaat uit van het koesteren en versterken van bestaande kwaliteiten. Daarbij gaat het om de kwaliteiten van de landschappen, de st eden en de overige kernen en de potenties van het gebied. In de visie wordt gesteld dat Steenwijkerland een streekfunctie voor wonen, werken en voorzieningen heeft. Een van de belangrijkste uitgangspunten van de Toekomstvisie is dat de kwaliteit van Steenwijkerland leidend is voor de toekomstige ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de versterking van Steenwijkerland. Binnen dit uitgangspunt is de ontwikkelingsruimte voor wonen, werken en recreëren onderzocht. Gebleken is dat er voldoende ruimte beschikbaar is om te kunnen voorzien in de behoeften van de toekomstige bewoner, werknemer en recreant. De toekomstvisie biedt eveneens perspectief voor de plattelandseconomie.

Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de versterking van Steenwijkerland. Het aantal huishoudens stijgt zeker tot het jaar 2025. Het beleid is om voor de lokale bevolking te bouwen met aantrekkelijke woningen op de juiste plek. Dit bestemmingsplan voorziet in het slopen van een voormalige bibliotheek waarna er woningbouw voor terug komt. Het te slopen bibliotheekgebouw is als verouderd en niet meer van deze tijd aan te merken. De terug te bouwen nieuwbouw in de vorm van het woongebouw zal door zijn architectonische kwaliteit bijdragen aan een kwaliteitsimpuls voor Steenwijk in dit gebied. De ontwikkeling past daarom ook in het gemeentelijke beleid. 3.3.3 Omgevingsvisie Steenwijkerland De Omgevingsvisie (juni 2017) is een visie op hoofdlijnen. Of anders gezegd: het fundament ligt er. Heldere kaders die ervoor moeten zorgen, dat Steenwijkerland ook over 15 jaar nog steeds een fijne plek om te wonen, werken en recreëren is. Want dat is én blijft het uitgangspunt. Binnen de kaders die met elkaar zijn vastgesteld, is er volop ruimte voor ontwikkeling en maatwerk. Dat wordt nader met elkaar uitwerken, waarbij Gemeente Steenwijkerland Blad 22 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 flexibiliteit het sleutelwoord is.

Dat past bij Steenwijkerland én het sluit aan bij de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingsvisie richt zich op de fysieke omgeving: de ruimte waarin bewoners, bezoekers, instellingen en ondernemingen van de gemeente zich bevinden en het leefgebied van mensen, planten en dieren. Het woord omgeving veronderstelt ‘iets of iemand’ in deze ruimte: de mens, het bedrijf, dier en plant staan hierin centraal. Doel van de Omgevingsvisie is de leefbaarheid en de economische kracht van de gemeente te vergroten door de omgevingskwaliteiten van de gemeente te behouden en te versterken. Deze ambitie is er niet een van verre horizonten, maar juist een van realisme en aansluiten bij de identiteit. In samenwerking tussen inwoners, ondernemers en overheid willen we de kansen benutten die Steenwijkerland biedt. Passende woningprogrammering en zuinig ruimtegebruik Voor de nieuwe woningen die tot 2025 nodig zijn zetten we vooral in op realisatie van de harde plancapaciteit. Duurzaamheid De groene gemeente Steenwijkerland heeft hoge ambities op het gebied van duurzaamheid. Voor het plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan. Het project is in elk geval niet strijdig met de Omgevingsvisie. De nieuwe woningen zijn duurzaam en worden energiezuinig gebouwd. 3.3.4 Welstandsnota De gemeente Steenwijkerland heeft haar gemeentelijke welstandsbeleid opgenomen in de Welstandsnota.

Deze geeft de gemeente de mogelijkheid om de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden die in een bepaald gebied aanwezig zijn, te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Hiertoe zijn onder andere voor het plangebied van dit bestemmingsplan een aantal welstandscriteria opgesteld, waaraan het bouwplan moet voldoen. Bij de uiteindelijk aanvraag omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit vindt een toetsing aan de welstandscriteria plaats. Hiermee wordt gewaarborgd dat de woningen passend zullen zijn in de omgeving. 3.3.5 Nota Parkeernormen 2015 Gemeente Steenwijkerland Als gevolg van een wijziging van de Woningwet (De Reparatiewet BZK 2014) verliezen de stedenbouwkundige bepalingen van de bouwverordening, waaronder de regeling betreffende het parkeren, hun werking. Dat betekent dat gemeenten deze parkeerregels voortaan in de bestemmingsplannen of beheer verordening moeten opnemen. Om te voorkomen dat in elk bestemmingsplan de parkeernormen moet worden beschreven, is het mogelijk om een Nota Parkeernormen vast te stellen. In deze nota wordt de parkeernormering van elke te (her)ontwikkelen functie binnen de gemeente Gemeente Steenwijkerland Blad 23 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Steenwijkerland afgedekt.

Vanuit het betreffende bestemmingsplan kan naar de Nota Parkeernormen worden verwezen. Omgekeerd dient deze nota ook als een toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld of waarvoor een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan wordt verleend. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwb ouw, verbouw, herontwikkeling etc.) ontstaat extra parkeerbehoefte. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. In het ASVV2012 en de CROW - publicatie 317 zijn actuele parkeerkencijfers opgenomen en richtlijnen voor de maatvoering van de verschillende parkeervakken vastgelegd. In paragraaf 4.12 is de verkeersparagraaf weergegeven die de relatie heeft met de gemeentelijk Nota Parkeernormen.

Gemeente Steenwijkerland Blad 24 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 4 Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Inleiding Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op de omgeving. Anderzijds kan ook de zichtbare en soms niet zichtbare omgeving van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van de voorgenomen plannen. In dit hoofdstuk worden de omgevingsfactoren beschreven. Daarnaast wordt per omgevingsfactor beoordeeld wat de invloed op het plan kan zijn. 4.2 Archeologie In de toelichting moet worden aangegeven hoe het cultureel erfgoed wordt beschermd in relatie tot de wettelijke bepalingen (Wet op de archeologische monumentenzorg) en hoe met het oog op het noodzakelijk onderzoek met het aspect archeologie is omgegaan. Eventuele onderzoeksrapporten moeten als bijlage bij de toelichting worden gevoegd. Op basis van het geldende bestemmingsplan geldt er geen archeologische dubbelbestemming, zodat nader onderzoek niet nodig is naar archeologie. Wel is de gemeente nog bezig met het opstellen van een nieuwe gemeentelijke archeologische beleidskaart. Voor een deel van het plangebied geldt dan een dubbelbestemming die onderzoekt noodzakelijk acht op het moment dar er sprake van een nieuwe ruimtelijke en daarmee gepaard gaande bodemverstorende activiteit die groter is dan 100 m2.

Op onderstaande figuur is zichtbaar gemaakt (het rode deel) waar daar sprake van kan zijn binnen voorliggend plan. Het rode deel is echter 61 m 2 groot en daarmee minder groot dan de onderzoeksnorm. Er is geen onderzoek nodig.

Gemeente Steenwijkerland Blad 25 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 4.3 Bodem In het bestemmingsplan dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Tevens dient, op basis van de Mor (Ministeriële regeling omgevingsrecht), bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een rapportage van een recent uitgevoerd verkennend bodemonderzoek toegevoegd te worden. Voor verkennend bodemonderzoek op een locatie wordt de norm NEN 5740 gehanteerd (onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek). De bodemonderzoeksplicht geldt alleen voor bouwwerken waarvoor: • een reguliere omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is vereist; • waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend (1,5 of meer uren per dag) mensen kunnen verblijven; • die de grond raken; • waarvan het bestaande gebruik wijzigt (interne verbouwing van niet-verblijfsruimte naar verblijfsruimte); • die niet naar aard en omvang gelijk zijn aan een bouwwerk genoemd in het Besluit bouwwerken; • waarvan geen reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten aanwezig zijn; • die geen tijdelijk bouwwerk betreffen waarbij uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie onverdacht is. Er wordt straks voorzien in de bouw van 14 woningen in de vorm van een woongebouw.

Een woning is aan te merken als een verblijfsruimte waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend verbleven kan worden. Zodoende is een verkennend bodemonderzoek nodig. Door onderzoeksbureau Sigma Bouw en Milieu uit Emmen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het plangebied. Het bij het onderzoek behoren de rapport is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgt een uiteenzetting van het resultaat van het uitgevoerde onderzoek: Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal plaatselijk baksteenresten en keramiekresten waargenomen. Boring 2 is in de ondergrond gestaakt op een handmatig niet te doorboren obstructie. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in onderstaande tabel. Gemeente Steenwijkerland Blad 26 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte kwik, lood (zware metalen) en PCB’s (som 7) t.o.v.

de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar mening van het onderzoeksbureau, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s som 10) en PCB’s (som 7) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar mening van het onderzoeksbureau, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrondmonster MM4 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en een verhoogd gehalte koper, kwik (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte lood het ondergrondmonster MM4 overschrijdt de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en geeft daardoor aanleiding tot het instellen van nader, afperkend, onderzoek.

Middels een nader (afperkend) onderzoek kan worden vastgesteld of er in het onderhavige geval al dan niet sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming.

Gemeente Steenwijkerland Blad 27 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Er is sprake van ernstige verontreiniging van bodem of sediment als voor tenminste 1 verontreinigende stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde. De verhoogd gemeten gehalten koper, kwik (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in het ondergrondmonster MM4 overschrijden de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) / bodemindex waarde (>0.5) niet zodat er voor deze stoffen uit milieuhygiënische overweging, naar mening van het onderzoeksbureau, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. grondwater peilbuis 1 (2.5-3.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt.

Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De ondergrond t.p.v boring 2 bevat een gehalte lood (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5), aanvullend onderzoek wordt in dit geval geadviseerd. Voor het overige bevat de grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigingen t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. De overige licht verhoogd gemeten chemische verontreinigingen in de grond en het grondwater overschrijden de tussenwaarde/ bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen niet overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “onverdacht” dient formeel verworpen te worden. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. 4.4 Cultuurhistorie In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Het plangebied kent geen specifieke cultuurhistorische waarden. Omdat dit bestemmingsplan perceelsgebonden is op een locatie waar reeds bebouwing aanwezig is, wordt geen afbreuk gedaan aan de structuren in de omgeving.

De te bouwen woningen zijn afgestemd op de kenmerken van de omgeving. De ontwikkeling past binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur qua functie en volume , ook gezien Gemeente Steenwijkerland Blad 28 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 de omvang van de bebouwing wat er stond qua oppervlakte. Het is dan ook niet noodzakelijk om nadere regels te stellen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. 4.5 Ecologie Bij elk ruimtelijk plan dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de gebiedsbescherming en soortenbescherming. De bescherming van plant- en diersoorten is geregeld in Wet natuurbescherming (verder te noemen Wnb). De Wnb is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt ruim 900 in Nederland voorkomende planten- en diersoorten. Hierbij dient te worden aangetoond dat als gevolg van de geplande activiteiten de gunstige staat van instandhouding van waardevolle dier- en plantensoorten niet in het geding komt. 4.5.1 Gebiedsbescherming Met betrekking tot gebiedsbescherming is de ligging van de aangewezen Natura 2000 - gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) van belang.

Steenwijk ligt niet binnen het Natura 2000-gebieden, maar rondom Steenwijk zijn wel Natura 2000-gebieden gelegen, waarvan de meest nabij gelegen (De Weerribben) op circa 2,2 kilometer afstand. De aard van de geplande werkzaamheden is van dien aard dat de kernwaarden van deze gebieden niet zullen worden aangetast. De onderzochte locatie ligt op minder de 3 kilometer afstand van Natuurnetwerk Overijssel. De aard van de geplande werkzaamheden is van dien aard dat er geen invloed is op het NNN gebied. 4.5.2 Soortbescherming Behalve de mogelijke effecten op natuurgebieden moet ook duidelijk zijn of het betreffende plan effecten heeft, en zo ja welke, op beschermde soorten. De soortenbescherming is vastgelegd in de Wet natuurbescherming.

Gemeente Steenwijkerland Blad 29 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Ten aanzien van de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. De (oude) bebouwing in de vorm van de bibliotheek op het perceel dient nog gesloopt te worden. Alcedo Natuurprojecten heeft de locatie onderzocht. Het rapport ‘Ecologische Quickscan Nicolaas ter Maethstraat 2 Steenwijk’ is als bijlage bijgevoegd. In het rapport zijn de volgende conclusies en aanbevelingen te lezen. Op basis van deze quickscan kan het volgende worden geconcludeerd: • Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aangetroffen; • Ten aanzien van de voorgenomen plannen is het niet noodzakelijk vervolgonderzoek uit te voeren volgens kennisdocumenten huismus, kerkuil of steenuil; • Ten aanzien van de voorgenomen plannen is het noodzakelijk vervolgonderzoek uit te laten voeren volgens het vleermuisprotocol 2017, omdat niet kan worden uitgesloten dat er ter plaatse vaste verblijfplaatsen aanwezig zijn.

Dit uitvoeren van het noodzakelijke vervolgonderzoek wordt als voorwaarde aan de omgevingsvergunning gekoppeld en zal in die hoedanigheid ook worden uitgevoerd. De opdracht daarvoor is reeds verstrekt. • De aanvraag voor een ontheffing inzake de Wnb bij Provincie Overijssel is niet noodzakelijk. Op basis van deze quickscan wordt het volgende geadviseerd: ➢ Laat aanvullend onderzoek uitvoeren op basis van het Vleermuisprotocol 2021 (is vanaf 1 januari van kracht) om aan te tonen of uit te sluiten dat er op de onderzochte locatie vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. 4.5.3 Stikstofdepositie Woningbouwplannen of vergelijkbare projecten kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000 - gebied. Deze toename van de stikstofdepositie kan het gevolg zijn van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase (bijvoorbeeld als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen naar en grondverzet op de bouwplaats) en de gebruiksfase. Gezien de nabije ligging van Natura 2000 gebieden is een zogeheten Aerius berekening uitgevoerd. De volledige Aerius-berekening met bijbehorende toelichting is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. De berekeningen hebben geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Er is geen vergunning Wet natuurbescherming nodig.

4.6 Externe en fysieke veiligheid Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het Bevi staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten. Gemeente Steenwijkerland Blad 30 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Woningen zijn niet aangemerkt als (risico veroorzakende) inrichting. Woningen zijn echter aan te merken als een (beperkt) kwetsbaar object, zodat op zich beoordeeld dient te worden of er in de nabijheid van het terrein eventueel Bevi-inrichtingen zijn die van invloed zijn/kunnen zijn op het woningbouwplan. Daartoe onderstaande weergave van de risicokaart. 4.6.1.1 Bevi-inrichtingen binnen en buiten het plangebied Binnen en buiten het plangebied bevinden zich geen Bevi-inrichtingen en/of bedrijven die invloed hebben op het plangebied. Het plangebied ligt niet in een inventarisatiegebied van een Bevi-inrichting en/of bedrijf. 4.6.1.2 Buisleidingen Ten zuiden van het plangebied bevindt zich op nabije afstand (ruim 18 meter) een hogedrukgasleiding (aardgasleiding).

Het betreft een leiding met een uitwendige diameter van circa 16 centimeter en een maximale werkdruk van 40,0 bar en een veiligheidszone van 4m weerszijde en een inventarisatieafstand van 50m. Dat wil zeggen dat als er sprake is van de realisatie van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten (zoals woningen) er nader onderzoek naar externe veiligheid moet plaatsvinden. Hiertoe is een zogeheten QRA berekening noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Respec.

Gemeente Steenwijkerland Blad 31 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse worden de volgende conclusies getrokken: • Met onderliggend plan (appartementencomplex) wordt geen nieuwe risicobron geïntroduceerd; • Met het onderliggende plan wordt evenmin een nieuw kwetsbaar object of beperkt kwetsbaar object geïntroduceerd binnen bestaande plaatsgebonden risicocontouren; • Het uitgangspunt dat er geen (beperkt) kwetsbare objecten worden gebouwd binnen een plaatsgebonden risicocontour van 10-6, blijft gerespecteerd; • De kwantitatieve risicobeoordeling op basis van het CAROLA wijst uit dat fN curve als maat voor het groepsrisico ruimschoots beneden de oriëntatiewaarde blijft. Daarmee is er sprake van een verantwoord/aanvaardbaar groepsrisico. Op basis van deze externe veiligheidsrapportage kan worden geconcludeerd dat er voor wat betreft omgevingsveiligheid-aspecten geen aanleiding bestaat om het plan af te wijzen of verdere beperkende maatregelen voor te schrijven. Vanuit de initiatiefnemer is verder reeds aangegeven dat er rekening wordt gehouden met de buisleiding door: 1. de vluchtroute en verzamelplaatsen niet richting de gasleiding plaatsen, maar op het zij- en achterterrein. Dit houdt in dat de hoofdentree geen vluchtroute is; 2.

Indeling appartementen, deze worden zo ontworpen dat de slaapkamers van de gasleiding af liggen, dus niet evenwijdig aan de Nicolaas ter Maethstraat, muv het tussenappartement, 1 slaapkamer + balkon wordt aan deze straat gesitueerd ; 4.6.1.3 Route gevaarlijke stoffen Nabij het plangebied bevindt zich geen route gevaarlijke stoffen die invloed heeft op de planlocatie. 4.6.1.4 Hoogspanningsleidingen Er zijn geen hoogspanningslijnen aanwezig. 4.6.2 Conclusie Er is geen belemmering vanuit het aspect externe veiligheid. 4.7 Geluid De eventuele verplichting tot uitvoering van een akoestisch onderzoek is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een wijzigingsplan, indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Een eventueel akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen.

Gemeente Steenwijkerland Blad 32 van 49 Bestemmingsplan Steenwijk - Nicolaas ter Maethstraat 2 Augustus 2021 Versie 01 Toelichting NL.IMRO.1708.STWntermaethstr2BP-VA01 Ter plaatse is sprake van een gebied waar maximaal 30 km/uur mag worden gereden. Voor dergelijke gebieden geldt dat er geen formele grond is vanuit de Wet geluid hinder voor het moeten uitvoeren van een akoestisch onderzoek. Het plangebied bevindt zich ook niet binnen de geluidszone van industrie of bedrijventerreinen. Wel is het zaak om vanuit een goede ruimtelijke ordening aan te kunnen tonen of er ter plaatse van het plangebied sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaaat vanuit het aspect lawaai. Daartoe is gebruik gemaakt van onderstaande geluidskaart vanuit de Atlas van de Leefomgeving. Daar waar de woningen gebouwd gaan worden is sprake van een goed tot redelijk woon- en leefklimaat. Vanuit het Bouwbesluit 2012 zullen de woningen dusdanig worden gebouwd dat wordt voldaan aan de geluidsvoorschriften vanuit het Bouwbesluit 2012 voor het binnenniveau. Er zal voldoende geluidwering worden aangebracht. 4.8 Geur De nieuwe woningen zijn aan te merken als geurgevoelig object in de zin van de Wet Geurhinder en veehouderij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/021a0311-4027-4c2d-bc3d-d20552aa7091?agendaItemId=4f70631c-93d8-41db-b679-1bf0d0895eb1