Rapportage Transitievisie Warmte Samen aan de slag voor een aardgasvrij Steenwijkerland.pdf
Tekst van het document
Hier willen we van start gaan vanwege de aanwezigheid van een actieve groep bewoners: het buurtteam Energiek rondom de Middenweg. Het buurtteam heeft in het afgelopen jaar diverse alternatieven onder de loep genomen en heeft de voor- en nadelen van diverse (collectieve) varianten onderzocht. De Oostermeenthe is als wijk het meest geschikt voor een warmtenet vanwege zijn bebouwingsdichtheid. Ook in andere wijken en dorpen willen we vanuit een samenwerking met actieve inwoners kijken of we daar op korte termijn van start willen gaan. Tot slot is ons uitgangspunt voor de route tot 2030 is dat we gebruik maken van gemakkelijk beschikbare en betrouwbare bronnen. Daarbij worden de mogelijkheden en potentie van alternatieve warmtebronnen in deze tijd onderzocht. Besparen We starten overal in de gemeente met energiebesparen. Dat doen we door energiebesparende maatregelen, gedragsverandering en isolatie te stimuleren. Groen gas We zetten groen gas in uit biomassa als rietafval, bermgras en mest. Deze bron heeft relatief veel potentie in de gemeente. Dit doen we samen met partners zoals Rendo en gebiedscoöperatie Zuidwest Drenthe. Mix van bronnen Vervolgens zetten we in op individuele omgevingswarmte en warmtenetten daar waar kansrijk, zoals aquathermie.
Figuur 8: de route naar aardgasvrij in hoofdlijnen Figuur 9: Ligging van de startwijken Nieuwe Gagels, Oostermeenthe en Woldmeenthe NIEUWE GAGELS OOSTERMEENTHE WOLDMEENTHE Pagina 26 Transitievisie Warmte Steenwijkerland Waar we verder in Steenwijkerland willen starten hangt af van een aantal factoren, waaronder: ▪ De geplande activiteiten en renovaties in de openbare ruimte: werkzaamheden aan straten, wegen, riolering en andere ingrijpende werkzaamheden in de openbare ruimte kunnen een aanleiding zijn om bijvoorbeeld tegelijkertijd een warmtenet aan te leggen of elektra te verzwaren. Zo hoeft de straat maar één keer open waarmee overlast voor bewoners kan worden geminimaliseerd. Inzicht in de planning van toekomstige werkzaamheden biedt de mogelijkheid om op tijd het gesprek met elkaar aan te gaan en mee te koppelen. ▪ Nieuwe wijk- en dorpsvisies: in de wijken en dorpen waarin met diverse inwoners en belanghebbenden wordt gewerkt aan het opstellen van een toekomstbeeld in de vorm van een visie zien we kansen om hierin de warmtetransitie mee te nemen. Dit is bijvoorbeeld het geval in De Gagels en Steenwijkerwold. ▪ Het aandeel woningen in bezit van de woningcorporaties Omnia Wonen, Wetland Wonen Groep en Woonconcept: wanneer een groot aantal woningen van één eigenaar is (de woningcorporatie) kan dit de overgang naar alternatieve bronnen vereenvoudigen.
Het ‘gespikkeld bezit’ (particuliere woningeigenaren die in een gebied wonen met veel corporatiebezit) vormt hierbij een aandachtspunt: we gaan met elkaar op zoek naar een manier om hen goed te betrekken bij de opgave. ▪ De status van het gasnet: Steenwijkerland beschikt over een uitgebreid gasnet, dat we waar mogelijk willen behouden en inzetten in de warmtetransitie. We gebruiken het gasnet voor groen gas uit biomassa- reststromen of biogrondstoffen. ▪ De nabijheid van een warmtenet: Woningen die in de buurt van een bestaand warmtenet of die vlakbij een geplande uitbreiding van het warmtenet liggen worden bij voorkeur aangesloten op het warmtenet. Hoe dichterbij een bestaand of gepland net, hoe kansrijker de buurt om daar een begin te maken. We onderzoeken in dit kader bijvoorbeeld of de restwarmte van IJsbeer benut kan worden voor een warmtenet en of een LT warmtenet gekoppeld kan worden aan de RWZI. Dit leidt tot de volgende planning in hoofdlijnen: Tot 2023 De komende jaren zullen vooral in het teken staan van het concretiseren van de wijkuitvoeringsplannen. Dit gebeurt in zorgvuldige afstemming met de inwoners. Voor de eerste wijkuitvoeringsplannen is het voorstel om te richten op de drie startwijken Woldmeenthe, Oostermeenthe en Nieuwe Gagels. Parallel daaraan starten we met het faciliteren van lopende initiatieven en het stimuleren van no-regretmaatregelen.
Zo staan er kleinschalige renovaties van woningcorporatiewoningen in de planning om aan de BENG (bijna energieneutraal gebouw) en NOM (nul-op-de-meter) normen te voldoen. De gemeente wil breed inzetten op gedrag (besparen), gebouw (isolatie) en installatie (hybride systemen, zonnepanelen en all-electric) waar mogelijk. Tot 2030 We streven ernaar om voor 2030 de eerste wijkuitvoeringsplannen gereed te hebben en te starten met maatregelen richting aardgasvrij in deze wijken. Het is op dit moment nog onduidelijk in hoeverre in de stad Steenwijk een collectief warmtenet gerealiseerd kan worden vanuit restwarmte van afvalwater en/of IJsbeer. Als deze mogelijkheden er zijn, kan er worden gestart met de warmtetransitie in deze gebieden. In de buitengebieden en de lintbebouwing is de warmtetransitie van start met veelal groen gas in combinatie met een hybride warmtepomp en all-electric oplossingen. Dit start vanuit de lopende initiatieven en energiecoöperaties. De gemeente gaat verder met de isolatieopgave en warmtebesparingsopgave. Er wordt onderzocht wat mogelijke alternatieven zijn voor complexere panden zoals woningen met beschermde stads- en dorpsgezichten en andere monumentale panden verspreid over de gemeente, al dan niet duurzaam gas.
Na 2030 In 2050 zijn alle woningen en gebouwen over op hernieuwbare warmte, mogelijk middels technieken die we nu nog niet als kansrijke technieken zien. Daarom wordt de transitievisie warmte elke 5 jaar herzien, om zo ook de complexere woningen in 2050 van het aardgas af te krijgen. Pagina 27 Transitievisie Warmte Steenwijkerland ▪ 6 I Financiering en betaalbaarheid Op dit moment weten we nog niet precies wat de transitie naar aardgasvrij in Nederland gaat kosten. Daarbij is de financiële impact van de warmtetransitie voor woningen en andere gebouweigenaren voor iedereen verschillend. Er zijn dus nog veel onduidelijkheden. In de wijkuitvoeringsplannen wordt dit concreter inzichtelijk gemaakt. Voor nu stellen we de betaalbaarheid van de transitie in Steenwijkerland als belangrijk uitgangspunt centraal. Pagina 28 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 6. 6.1 Financieringsmogelijkheden De betaalbaarheid van de warmtetransitie is een belangrijk punt van aandacht. Daarom is betaalbaarheid als uitgangspunt in de Transitievisie Warmte voor Steenwijkerland opgenomen. Via gunstige financieringsconstructies gaan we het mogelijk maken om de investeringskosten op te brengen. Een belangrijke rol hierbij ligt bij het rijk.
De inzet van het rijk is om een breed palet aan aantrekkelijke, toegankelijke en verantwoorde financieringsmogelijkheden te realiseren, zodat iedereen een vorm kan vinden die in de eigen situatie past. Steenwijkerland wil kiezen voor de beste optie, die ook betaalbaar is. In de transitie naar nieuwe bronnen worden investeringen gedaan. Die kunnen een besparing in energielasten opleveren. Dit betekent niet direct dat maatregelen betaalbaar en financierbaar zijn. Om dit mogelijk te maken zijn er subsidies en financieringsregelingen (duurzaamheidsleningen). Deze hebben we hiernaast weergegeven. Uit verder onderzoek in de startwijken zal moeten blijken welke financieringsinstrumenten nodig zijn en hoe deze eventueel gecombineerd kunnen worden. 6.2 Betaalbaarheid van de warmtetransitie In het Klimaatakkoord staat dat ‘de verduurzaming voor iedereen betaalbaar moet zijn, maar ook gefinancierd (moet) kunnen worden. Ook voor degenen die daar nu geen toegang toe hebben’. Het kabinet maakt de komende periode middelen vrij om gemeenten te ondersteunen bij de transitie naar aardgasvrije gebieden. De financieringsconstructies (zoals hiernaast weergegeven) kunnen de drempel tot het treffen van verduurzamingsmaatregelen voor bewoners een stuk verlagen.
Het streven van de gemeente Steenwijkerland is dat de woonlasten zoveel mogelijk gelijk blijven en daarmee de warmtetransitie betaalbaar is voor alle inwoners. Financiering en betaalbaarheid Subsidies Subsidies zijn er met name om de ‘onrendabele top’ af te dekken. Een nieuwe maatregel levert vaak besparing op, of meerwaarde voor de woning. Soms is dit niet genoeg om de maatregel terug te kunnen betalen, of is het goed om deze maatregel extra te stimuleren. Er zijn verschillende subsidies: ▪ Subsidies voor particulieren bij het uitvoeren van maatregelen of aanschaf van installaties (ISDE) ▪ Subsidies voor energieproducenten voor het produceren van duurzame energie (SDE+, SDE++) ▪ Proeftuinsubsidie aardgasvrije wijken voor gemeenten (PAW). ▪ Provinciale subsidies, zoals Subsidie Energiebesparende maatregelen, Subsidie Energielening Overijssel en Lokale energie- initiatieven 2.0 ▪ Isolatiesubsidie doe-het-zelfinitiatieven Steenwijkerland Duurzaamheidsleningen Duurzaamheidsleningen maken het mogelijk om duurzame maatregelen te treffen, zonder dat iemand veel eigen geld hoeft te gebruiken. Een maatregel kan namelijk een voordelige keus zijn, maar niet direct te financieren. Een duurzaamheidslening moet worden terugbetaald, maar kent in de regel een lage rente.
Er zijn verschillende duurzaamheidsleningen, waaronder: ▪ Sociale duurzaamheidslening isoleren en opwekken duurzame energie. Met deze duurzaamheidslening kunnen inwoners van Steenwijkerland met een laag inkomen geld lenen om maatregelen te nemen waarmee zij hun woning kunnen isoleren of duurzame energie kunnen opwekken. ▪ Energiebespaarfondsen voor particulieren. Deze bestaat er op nationaal (Nationaal Warmtefonds) en provinciaal niveau, maar ook op lokaal niveau. ▪ Energiefondsen voor initiatieven/organisaties (regionaal) Pagina 29 Transitievisie Warmte Steenwijkerland Wat de kosten worden voor woning- en gebouweigenaren weten we op dit moment nog niet. Dit hangt ook af van een aantal factoren, waaronder: ▪ het type gebouw: oppervlakte en het aantal buitenmuren van een woning zijn van invloed op de investeringskosten en maandlasten; ▪ de huidige staat van het gebouw: afhankelijk van de leeftijd van de woning en de mate van onderhoud en renovatie (inclusief de mate van isolatie); ▪ het warmtealternatief dat beschikbaar is in de gemeente: het ene alternatief zal duurder zijn dan het andere. Ook de kostenopbouw verschilt: in de ene optie gaat het vooral om kosten in de woning (all electric: isolatie, installatie) in de andere optie gaat het vooral om kosten buiten de woning (warmtelevering: infrastructuur).
Daarmee komen de investeringen bij verschillende partijen terecht (eigenaren, netbeheerders, bewoners, energieleveranciers. Het kader hiernaast gaat daar verder op in; ▪ ook zijn er externe factoren die de kosten van verduurzaming van een gebouw beïnvloeden, waarvan de belangrijkste marktwerking is. De Transitievisie Warmte wordt om de 5 jaar herzien. Gedurende die periode kunnen er ook op de markt dingen veranderen, waar we dan rekening mee kunnen houden. Tot slot zijn, naast energiebesparing en onderhoud, comfort, levensbestendigheid en waardevermeerdering van de woning ook argumenten om rekening mee te houden bij het opstellen van een business case. Als gemeente gaan we op zoek naar de maatschappelijk goedkoopste oplossing op basis van een optimale afstemming van de investeringen van en door woningeigenaren en -corporaties, gemeente en nuts-infrabedrijven en werken aan financieringsconstructies en betaalbare proposities voor woningeigenaren. Er is geen ‘one-size-fits-all’ oplossing. Gaandeweg de transitie moet actief gezocht worden naar de juiste financiële prikkels en instrumenten. Maatschappelijke kosten Dit zijn de totale financiële kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om in een wijk of dorp van het aardgas af te gaan, ongeacht wie die kosten betaalt. Dit is inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies.
Het gaat hier onder andere om de aanleg van een warmtenet, de verzwaring van het elektriciteitsnet, verwijderen van het gasnet en onderhoud van infrastructuur. Ook de investeringen van de bewoners zitten hierin. Kosten voor bewoners Kosten voor de bewoners kunnen worden onderverdeeld in investeringskosten en jaarlijkse kosten. Deze kosten geven weer welk deel van de kosten op de schouders van de bewoner valt. De investeringskosten zijn de eenmalige kosten voor de transitie naar een duurzamere warmtetechniek. De jaarlasten zijn de kosten voor de bewoner die jaarlijks betaald moet worden. Verschil in kosten tussen technieken Verschillende technieken brengen andere kosten met zich mee als het gaat om investeringen en de maandelijkse kosten voor eindgebruikers. Deze kosten worden nader berekend in de wijkuitvoeringsplannen. De actuele kosten voor woningeigenaren zijn te vinden op www.milieucentraal.nl en te berekenen met hun rekentool Verbeterjehuis.nl. Pagina 30 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 7 I Samenwerking, communicatie en participatie De warmtetransitie raakt ons allemaal. De gemeente vindt het belangrijk om de inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden in Steenwijkerland te betrekken bij de warmtetransitie. Een goede samenwerking, begrijpelijke taal en participatie zijn cruciaal voor het laten slagen van de warmtetransitie.
Pagina 31 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 7. 7.1 Samenwerking tussen stakeholders De warmtetransitie is een collectieve opgave die vraagt om bundeling van kennis, investeringen en belangen. De samenwerking van veel verschillende stakeholders en een brede communicatie en participatie is daarom belangrijk. Stakeholders in de warmtetransitie zijn onder meer de woningbouwcorporaties, het bedrijfsleven, de netbeheerders, het waterschap, individuele bewoners, bewonerscollectieven en aannemers en installateurs. Het gaat om een gedeelde verantwoordelijkheid, waarin de gemeente de regie heeft. Een van de redenen om een intensieve en goede samenwerking tussen alle stakeholders te organiseren is het belang om de diverse planningen, zoals het opheffen van een verouderd gasnet, vervanging van het riool of de aanleg van een warmtenet, op elkaar af te stemmen. Op die manier voorkomen we desinvesteringen en onnodige overlast voor omwonenden. Dit vormt een centraal onderwerp in het op te stellen communicatieplan en straks in de wijkuitvoeringsplannen, evenals de omgang met interferentie in de bodem en mogelijke verzwaring van het elektriciteitsnet. De rollen van stakeholders veranderen, afhankelijk van de techniekkeuze voor een gebied en de omvang van de ontwikkeling. Zo is er een verschil tussen de rol van een bewoner bij de keuze voor een collectieve of individuele techniek.
Bij de laatste heeft de bewoner meer keuzemogelijkheden en is de bewoner zelf aan zet. Ook kunnen bewoners lokale initiatieven ontplooien om warmte op te wekken en te leveren (energiecoöperaties). De rollen worden diffuser. Hieronder staan de opgaves van de drie grootste stakeholders: Als eigenaren van 27% van de circa 20.000 woningen zijn de woningbouwcorporaties (Woonconcept, Wetland Wonen Groep en Omnia Wonen) voor een groot deel verantwoordelijk voor de benodigde investeringen. Zij werken aan een proces en planning om al hun vastgoed in 2050 of eerder CO2-neutraal te maken en de woningen betaalbaar te houden voor hun huurders. De aanpak richting aardgasvrij van de woningcorporaties toont veel overeenkomsten met die van de gemeente. De woningcorporaties starten met het beperken van de energievraag, waarbij zij sturen op de netto warmtevraag per woning. Het nemen van no-regret maatregelen zoals isoleren speelt daarbij een belangrijke rol. Op natuurlijke momenten nemen zij maatregelen en gaan zij over op alternatieve warmtebronnen. Een woonlastenneutrale transitie is daarbij een uitgangspunt van de corporaties. Particuliere woningbezitters zijn verantwoordelijk voor investeringen in hun woning, maar zijn daartoe op dit moment nog niet toe verplicht.
Op het gebied van communicatie richting de woningbezitters en straks in de wijkuitvoeringsplannen wordt daarom gezocht naar manieren om particulieren te stimuleren om over te gaan op aardgasvrije verwarming. Netbeheerders Rendo en Enexis beheren de gas- en elektriciteitsnetten en willen deze zo betrouwbaar en betaalbaar mogelijk houden. De netbeheerders zijn verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van de elektriciteits- en gasnetten. Aan de hand van de keuzes die de gemeente maakt, moeten deze netten worden aangepast. De uiteindelijke keuze voor warmte-oplossingen heeft impact op de energienetten en daarmee ook op de openbare ruimte. De keuze voor een volledig elektrische oplossing leidt bijvoorbeeld tot meer transformatorhuisjes in een wijk en verzwaring van het net. Daarnaast zijn er nieuwe stakeholders, zoals leveranciers van restwarmte en energiecoöperaties, waarmee afspraken gemaakt moeten worden over het leveren van warmte. Hun positie, verantwoordelijkheden en rol in de warmtetransitie moeten de komende jaren duidelijker worden. Samenwerking, communicatie en participatie Pagina 32 Transitievisie Warmte Steenwijkerland Het bewustzijn van de verschillende rollen, en dat de rol van een stakeholder kan verschillen per project en per fase, is van belang voor de samenwerking.
De betrokkenheid van stakeholders bij planvorming en uitvoering, is afhankelijk van het belang, de invloed en de rol. 7.2 De rol van de gemeente Steenwijkerland De gemeente vervult verschillende rollen binnen de warmtetransitie. De gemeente heeft allereerst vanuit de nationale overheid een regierol gekregen. De gemeente stuurt het proces en de organisatie aan van de Transitievisie Warmte en de wijkuitvoeringsplannen. De gemeente stelt deze plannen vast. De regierol laat zien dat de warmtetransitie vraagt om maatwerk op lokale schaal. In een zorgvuldig proces dat plaatsvind samen met de inwoners (zie uitgangspunt 4 in hoofdstuk 2) moet er gezamenlijk per wijk of buurt een afweging worden gemaakt wat de beste alternatieve warmte-oplossing is. De warmtetransitie moet op woningniveau worden uitgevoerd, terwijl de gemeente geen invloed heeft op de investeringen in woningen. De gemeente werkt daarom samen met andere partijen aan het creëren van maatschappelijk draagvlak en participatie, om ervoor te zorgen dat de plannen ook uitgevoerd kunnen worden. Als gemeente zijn we zelf ook eigenaar en hebben wij de taak om ons eigen vastgoed uiterlijk in 2050 aardgasvrij te hebben, waar mogelijk eerder.
Daarnaast heeft de gemeente een rol in het borgen van publieke belangen die in meer of mindere mate door de warmtetransitie beïnvloed worden, zoals betaalbaarheid, de kwaliteit van de leefomgeving, leveringszekerheid van warmte en energie, de voortgang van de transitie, de verdeling van warmtebronnen, keuzevrijheid en de ruimtelijke ordening in de boven- en ondergrond. Als gemeente willen wij ook een faciliterende rol op ons nemen voor projecten en initiatieven van marktpartijen en (groepen) bewoners. Dit willen wij doen door partijen bij elkaar te brengen en te helpen, bijvoorbeeld door praktische ondersteuning of bij ruimtelijke en vergunningprocedures. Afhankelijk van het type initiatief bekijkt de gemeente of ze daar actief in kan participeren. 7.3 Communicatie- en participatiestrategie De warmtetransitie is een uitdaging die ons allemaal raakt. De gemeente vindt het belangrijk om de inwoners, ondernemers, bedrijven en alle andere partijen in Steenwijkerland te betrekken bij de warmtetransitie. Hiervoor stelt de gemeente een communicatie- en participatiestrategie op die recht doet aan de (diverse) rollen en de invloed die de gemeente zelf heeft en die stakeholders hebben. Deze strategie geeft duidelijkheid aan inwoners, bedrijven, overheden, instellingen over wat ze kunnen verwachten. Deze strategie wordt per wijk in het wijkuitvoeringsplan (WUP) concreet gemaakt.
Dat houdt in dat per wijk wordt bekeken wat er nodig is voor optimale participatie, waarbij onder andere wordt gekeken naar het profiel van de wijk en het type woningen in de wijk. Voor de communicatie en participatie aanpak sluit de gemeente aan op de communicatiestrategie Programma Duurzaamheid: Samen naar een duurzaam Steenwijkerland. De gemeente ziet zichzelf als netwerkpartner die initiatieven uit de samenleving versterkt en verbindt. Dit doet de gemeente door ruimte te bieden aan initiatieven, door te faciliteren en te regisseren, door te verbinden en soms door zelf uit te voeren. De gemeente kiest voor een samenwerking in een lerend netwerk met alle betrokkenen, om zo: ▪ te versnellen door te verbinden: kennis en contacten te delen en uitdagingen en oplossingen bij elkaar te brengen; ▪ focus aan te brengen in de uitvoering: heldere en gedragen doelen, slim en snel schakelen en ieder doet waar hij goed in is, doelgroepgerichte samenwerking; ▪ en samen te leren en successen te delen. De gemeente spreekt de doelstelling uit om inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties inzicht te bieden in de mogelijkheden die er zijn om te besparen op aardgas en te activeren om zelf te handelen op het gebied van het besparen van aardgas.
Pagina 33 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 7.4 Informatie- en communicatiekanalen Woningeigenaren en gebouweigenaren beslissen zelf over de maatregelen in de woning en gebouwen. Bewoners kunnen bijdragen aan het versnellen van de transitie door te helpen bij het creëren van draagvlak. Dit gebeurt bijvoorbeeld door actieve vrijwilligersorganisaties en energiecoöperaties in Steenwijkerland. Daarnaast kunnen bewoners de warmtetransitie ondersteunen en versnellen door het nemen van maatregelen, bijvoorbeeld door te isoleren. Om aan de slag te kunnen hebben bewoners behoefte aan eenduidige en heldere informatie over de mogelijkheden en hoe zij zich kunnen voorbereiden op de warmtetransitie. De gemeente Steenwijkerland ondersteunt deze informatieverstrekking. Dit doet zij voornamelijk via de gemeentelijke website. Eerder is op de website ook de Energiekrant Steenwijkerland verschenen waarin de opgave voor Steenwijkerland en de lopende initiatieven worden beschreven. Een intensiever communicatietraject richting bewoners, inclusief een communicatieplan op wijkniveau, treedt in werking wanneer een wijk geselecteerd wordt om mee aan de slag te gaan. Daarnaast wordt gecommuniceerd via het Duurzaam Bouwloket. Op deze website is informatie te lezen over de verduurzaming van woningen. Ook kunnen inwoners daar online en een persoonlijk maatwerkadvies krijgen.
Daarnaast kunnen zij een individueel advies op maat krijgen van een energieadviseur. Tot slot organiseert de gemeente met enige regelmaat webinars. Dit zijn online informatiebijeenkomsten waarin uiteenlopende vragen aan bod komen zoals ‘hoe verduurzaam ik mijn huis slim en betaalbaar?’. Dit doet de gemeente samen met duurzaamheidscombinatie DCZ. Meer informatie hierover is te vinden op de website van de gemeente Steenwijkerland. Pagina 34 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 8 I Vervolgstappen Met deze eerste versie van de Transitievisie Warmte gaan we in Steenwijkerland voortvarend verder met het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Daarvoor dient deze visie te worden vastgesteld in de Raad. Vervolgens gaan we op wijk- en buurtniveau de warmtetransitie concretiseren en maken we plannen hoe de verschillende deelgebieden van het aardgas afgaan. Pagina 35 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 8. Vervolgstappen 8.1 Wijkuitvoeringsplannen Voor wijken waar we de komende tijd als eerste aan de slag gaan, worden wijkuitvoeringsplannen (WUP) opgesteld. Een WUP wordt vastgesteld door het college van Burgemeesters & Wethouders (B&W). Een WUP gaat niet per se over een officiële wijk, maar kan ook gaan om een deel van een wijk of een combinatie van wijken, afhankelijk van de samenhang die er is.
Samen met bewoners en andere stakeholders willen wij met een participatief proces een gedragen plan tot stand brengen over hoe het gebied van het aardgas af gaat. In het WUP bepaalt de gemeente met de betrokken stakeholders de warmtebron en -techniek voor het gebied en op welke datum de levering van aardgas daadwerkelijk beëindigd wordt. Daarnaast zijn belangrijke onderdelen in het WUP de financiering van de transitie en communicatie & participatie. Als uitgangspunt willen we de wijkuitvoeringsplannen starten met het organiseren van een actieve groep bewoners (een duurzaam netwerk), die in het gehele proces meewerken aan de totstandkoming en de uitvoering van het WUP. Onderdelen van een WUP zijn: ▪ Een uitgesproken bestuurlijke ambitie ▪ Een business case ▪ Participatieproces: welke vorm en welke doelgroepen? ▪ Technisch inzicht: welke warmtebronnen en wat betekent dat voor de woningen? ▪ Meekoppelkansen in beeld: welke benut je wel en welke benut je niet? ▪ Een risicoanalyse ▪ Inzicht in de gebouwgebonden financiering ▪ Financieringsmogelijkheden ▪ Organisatie van de transitie ▪ Een planning 8.2 Waarmee kunnen bewoners al aan de slag? In deze visie staat het besparen van energie en warmte centraal, in relatie tot ons belangrijkste uitgangspunt: we starten met besparen in de vorm van isoleren en gedragsmaatregelen.
Via het Duurzaam Bouwloket willen wij bewoners een handelingsperspectief bieden voor waar zij al mee aan de slag kunnen zonder dat precies duidelijk is wat de alternatieve warmtebron gaat worden. In bijlage 6 hebben wij het handelingsperspectief voor bewoners opgenomen. Dit zijn de maatregelen die hoe dan ook bijdragen aan een duurzamer huis en niet hoeven te worden teruggedraaid wanneer duidelijk is wat de alternatieve warmtebron en techniek zal zijn. Voorbeelden zijn rendabel isoleren en elektrisch koken. Daarnaast gaat de gemeente Steenwijkerland actief aan de slag met het informeren van inwoners over de warmtetransitie en de verschillende maatregelen die inwoners zelf al kunnen nemen. Ook als er de komende jaren nog geen wijkuitvoeringsplannen worden gestart in een bepaald gebied betekent dit niet dat inwoners nog niet met de warmtetransitie kunnen beginnen. Inwoners kunnen bijvoorbeeld aan de slag met no-regret (‘geen spijt’) maatregelen (zie figuur 10). Figuur 10: overzicht van de no-regretmaatregelen voor de inwoners van Steenwijkerland Pagina 36 Transitievisie Warmte Steenwijkerland De no-regretmaatregelen kunnen ongeacht de toekomstige techniekkeuze altijd worden genomen. Daarnaast zijn er aanvullende maatregelen die afhangen van de toekomstige techniek en het type woning. De aanvullende maatregelen worden in het wijkuitvoeringsplan verder uitgewerkt.
Door nu als bewoner wel al no- regretmaatregelen te nemen, is het mogelijk om geleidelijk over te gaan op een alternatief voor aardgas en hoeft niet alles in één keer. 8.3 Lokale initiatieven ondersteunen en stimuleren We beginnen niet vanaf nul; er lopen al initiatieven in Steenwijkerland. Daar zijn we ongelofelijk trots op en blij mee. De gemeente wil daarom alle bestaande, maar ook nieuwe initiatieven ondersteunen, faciliteren en verder helpen. Welke rol en middelen wij daarin hebben zal per initiatief verschillen. Het starten van een initiatief willen we zo aantrekkelijk mogelijk en daarom laagdrempelig houden. Hierover zullen we duidelijk communiceren via onder meer onze website en het Duurzaam Bouwloket. Pagina 37 Transitievisie Warmte Steenwijkerland BIJLAGE 1 – BOUWPERIODE EN ISOLATIEGRAAD Het bouwjaar van een woning geeft op hoofdlijnen inzicht in de mate van isolatie en daarmee geschiktheid voor HT- of LT-temperatuuroplossingen. Over het algemeen geldt: hoe ouder de woning, hoe slechter de isolatiewaarde en hoe hoger de benodigde temperatuur om de woning te kunnen verwarmen. Energielabels geven accurater dan het bouwjaar weer wat de isolatiewaarde is, maar van niet alle woningen is het energielabel bekend. Hieronder geven we per bouwperiode weer wat in de basis de benodigde isolatiemaatregelen zijn en welke warmtebron het beste past bij deze woningen.
Bij onderstaande informatie is uitgegaan van gemiddelden. Het kan zijn dat een individuele woning uit een bepaald bouwjaar beter of slechter presteert dan de genoemde gemiddelde prestaties. Bestaande isolatie kan bijvoorbeeld slecht aangebracht zijn of degradeert na verloop van jaren, waardoor het een deel van de isolatiewaarde verliest. Woningen voor 1980 - Voor woningen van voor 1980 is het nodig om de woning beter te isoleren om van LT warmte gebruik te kunnen maken. Echter lopen de kosten van isolatie voor dit soort huizen snel op. Hierdoor kan het kostenefficiënter zijn om van een andere bron gebruik te maken (HT). Woningen van 1980 tot 1992 - Voor woningen van na 1980, maar voor 1992, is er een minimale isolatie van 5 cm in de spouwmuren aanwezig. De woningen hebben gemiddeld een RC waarde van 1,5. De RC waarde geeft het totale isolerende vermogen van een gebouw weer. RC staat voor Resistance of Construction, oftewel warmteweerstand. Bij deze woningen is het vaak voldoende om de vloer, de ramen en het dak extra te isoleren om naar LT- warmte over te gaan. Er dient dan ook een groter warmteafgifteoppervlak te worden gecreëerd. Vaak zit de spouwmuur van deze woningen al bijna vol met isolatie waardoor het navullen hiervan wel zinvol is, maar minder bijdraagt dan de reeds aanwezige isolatie.
Hierdoor is de terugverdientijd van muurisolatie voor dit soort woningen een stuk langer. Bouwbesluit 1992 - Dankzij de invoer van het bouwbesluit van 1992 zijn woningen met een bouwjaar van 1992 of later relatief goed geïsoleerd of ‘eenvoudiger’ te isoleren. Het bouwbesluit schrijft minimale isolatie standaarden voor. Zo is er een minimale RC-waarde voor gevels, ramen en vloeren van 2,5. Dit houdt onder andere in dat panden gebouwd onder het Bouwbesluit 1992 voorzien zijn van een gevulde spouwmuur en dubbel glas. Aanvullende isolatie en aanpassingen elders in het gebouw zijn wel aan te bevelen. Dit gaat voornamelijk om, wanneer het moment daar is, dubbel glas vervangen door minimaal HR++ en idealiter triple glas. Daarnaast zijn er voldoende grote warmteafgifteoppervlakten nodig (zoals grotere radiatoren, convectoren of vloerverwarming) om LT mogelijk te maken. Nieuwbouw - Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energietransitie (VET) in werking getreden en geldt dat alle nieuwbouwwoningen aardgasvrij moeten zijn. Omdat nieuwbouwwoningen zeer goed geïsoleerd zijn, kunnen deze goed aangesloten worden op een LT warmtenet of retourleiding van een MT of HT warmtenet, als deze beschikbaar is. Als een warmtenet niet mogelijk is, dan zijn deze woningen zeer geschikt voor een all-electric oplossing (warmtepomp).
Pagina 38 Transitievisie Warmte Steenwijkerland BIJLAGE 2 – TOELICHTING WARMTETECHNIEKEN Individuele of collectieve technieken Afhankelijk van het woningtype liggen bepaalde systemen meer voor de hand dan andere. Bij een lage bebouwingsdichtheid en oudere woningen, zoals vaak in het buitengebied en kleine kernen het geval is, is een individuele oplossing een geschikt systeem. In het geval van een nieuwe woning bij een lage bebouwingsdichtheid kan gebruik gemaakt worden van warmte uit de lucht of bodem in combinatie met een warmtepomp. Dit is een all-electric oplossing. Ook collectieve oplossingen die gebruik maken van het bestaande aardgasnet zoals groen gas of waterstofgas kunnen een goede optie zijn, omdat er geen nieuw transportnet geplaatst hoeft te worden. De kosten voor het plaatsen van een warmtenet of gasnet lopen bij een lage bebouwingsdichtheid snel op. Daarnaast is het logistiek gezien een enorme onderneming. De straat moet namelijk open worden gebroken, het warmtenet moet aangelegd worden en de oude gasleiding moet eruit. Hieronder staat in meer detail beschreven welke type warmtebronnen er zijn en of die zich lenen voor collectieve of individuele technieken en voor welk type gebieden zij geschikt zijn.
Techniek van collectieve warmtebronnen Collectieve warmtealternatieven zijn warmtesystemen waarbij meerdere gebouwen zijn aangesloten op dezelfde warmtebron (zoals het huidige gasnet of stadsverwarming). De warmte of brandstof wordt via een warmte- of gasnet getransporteerd naar de individuele panden. Een collectief systeem op een HT-systeem (> 70°C), zoals restwarmte van industrie of geothermie kan een woning direct verwarmen zonder dat daar aanpassingen voor nodig zijn zoals andere radiatoren. Een collectief systeem op MT (tussen 40°C en 70°C) verlangt wel goede isolatie. Ook is een tweede technologie nodig om warm tapwater te leveren, zoals een boiler. Een optie is om MT-warmte met een collectieve HT warmtepomp eerst centraal naar een HT te brengen en vervolgens alsnog via een warmtenet te transporteren. Bij deze HT is vergaande isolatie van de panden geen vereiste, maar rendabele isolatie wel gewenst om zoveel mogelijk energie te besparen en, indien mogelijk, meer panden op het warmtenet te kunnen aansluiten. HT en MT zijn zeer geschikt voor oude panden waarvan isolatie zeer kostbaar is. Voor een collectief warmtesysteem is een hogere bebouwingsdichtheid nodig met een minimaal aantal aansluitingen, omdat het anders financieel niet haalbaar is.
Een HT, collectief, systeem is bij hoogbouw en voor oude dorps- en stadskernen vaak de meest geschikte keuze vanwege de beperkte ruimte rondom het pand of geluidsoverlast van andere oplossingen, zoals de luchtwarmtepompen. Er moet echter nog wel voldoende ruimte vrij zijn in de bodem voor het plaatsen van het nieuwe net, indien dit nodig is. HT bronnen (bijvoorbeeld geothermie) in combinatie met een warmtenet vraagt vanwege de hoge investeringskosten vaak om minimaal 5000 woningen. Voorbeelden van collectieve systemen met lage temperatuur zijn warmte- koudeopslag (WKO) en thermische energie uit oppervlaktewater of afvalwater (aquathermie). Dit zijn bronnen die warmte winnen uit de bodem en het riool- of oppervlaktewater. Vanwege de lage temperatuur van de bronnen moet de temperatuur op individueel of collectief niveau met een warmtepomp omhoog gebracht worden naar ten minste 30°C. Bij deze vorm van warmtelevering is vergaande isolatie nodig. Het grootste nadeel van lage temperatuur (LT) warmtenetten is dat er zowel een warmtenet, als een warmtepomp nodig is. Soms ook warmteopslag. De energielasten kunnen hierdoor hoog oplopen. Voordeel is dat lage temperatuur warmtebronnen geschikt zijn voor kleinere warmtenetten van enkele honderden woningen.
Daarnaast zijn er meer lage en midden temperatuur (MT) beschikbaar in vergelijking tot hoge temperatuur (HT) restwarmte, die schaars is. Tot slot geeft een LT warmtenet vaak de mogelijkheid tot koudelevering in de zomer. Pagina 39 Transitievisie Warmte Steenwijkerland Techniek van individuele warmtebronnen Individuele alternatieven zijn warmtesystemen die per individueel pand worden toegepast. Voorbeelden zijn warmtepompen waarbij de toevoer aan warmte afkomstig kan zijn uit de lucht, bodem(lus), riool, warmte- koudeopslag (WKO) of oppervlaktewater uit de directe nabijheid van het gebouw. Zonneboilers zijn ook hernieuwbare warmte alternatieven. Voor een individuele warmtepomp (LT warmte) moet een woning vergaand geïsoleerd zijn of worden, om in de wintermaanden voldoende comfort te kunnen garanderen. Is volledige isolatie te kostbaar omdat het pand oud is? Dan is een hybride warmtepomp een optie. In de meeste gevallen van een hybride warmtepomp is spouw-, vloer- en dakisolatie en HR++-glas nodig. Het pand blijft bij een hybride warmtepomp aangesloten op het bestaande gasnet. Dan worden de piekvragen (de warmtevraag op erg koude dagen) met (hernieuwbaar) gas ingevuld.
Bij LT-oplossingen zal de manier van warmteafgifte in de woning vaak moeten worden aangepast; ruimteverwarming gaat dan niet meer via traditionele radiatoren, maar met grote radiatoren, convectoren of vloerverwarming, omdat deze een groter oppervlak voor warmteafgifte hebben. Deze LT/all-electric opties lenen zich met name voor relatief nieuwe panden, van na 1992, waarbij isoleren relatief ‘eenvoudig’ is of niet nodig. Een houtpellet gestookte ketel is een individuele HT variant. De duurzaamheid van deze optie is omstreden wanneer de houtpellets niet geproduceerd zijn met hout uit de regio. Daarnaast duurt het tientallen jaren voordat de CO2 die vrijkomt bij verbranding weer opgenomen wordt door bomen. Op korte termijn zorgt dit daarom niet voor CO2-reductie. Tenslotte levert het discussies op over luchtkwaliteit, zeker in dichtbebouwde gebieden. Daarom kan de houtpellet kachel worden gezien als een optie voor het buitengebied waar de woningdichtheid laag is. Alle alternatieven op een rij Elektrische warmtepomp – elektriciteit Een warmtepomp maakt het elektrisch verwarmen van een goed geïsoleerde woning mogelijk. Het brengt warmte afkomstig uit lucht, bodem of grondwater middels elektriciteit naar een hogere temperatuur geschikt voor het verwarmen van een woning en het leveren van warm water.
Omdat ook na het elektrisch verwarmen de warmte nog steeds een lage temperatuur betreft is een goed geïsoleerd huis noodzakelijk om onnodig veel elektriciteitsgebruik te voorkomen. Een woning moet geschikt zijn of gemaakt worden voor lage temperatuur verwarming. Dit houdt in dat je een groter oppervlak nodig hebt dat warmte uitstraalt. Vloerverwarming of andere radiatoren zijn dan noodzakelijk om voldoende warmte in de woning te krijgen. WKO – warmtenet en elektriciteit Op ondiepe schaal kan middels een warmte-koude-opslag (WKO) een kantoorpand of een woonwijk verwarmd worden. Een WKO is als het ware een opslagvat onder de grond dat warmte vast kan houden. Een WKO zorgt voor opslag van warmte in de zomer die in de winter gebruikt kan worden om te verwarmen en opslag van koude in de winter die in de zomer gebruikt kan worden om te koelen. Het in balans houden van een WKO is essentieel. Dit betekent dat een WKO alleen geschikt is voor wijken of gebieden die naast een warmtevraag ook te maken hebben met een koudevraag, waardoor een WKO niet overal toepasbaar is. Daarnaast levert een WKO lage temperatuurwarmte waardoor woningen net als bij een elektrische warmtepomp geschikt moeten zijn voor lage temperatuur verwarming of de temperatuur collectief in de wijk naar een hogere temperatuur gebracht dient te worden.
Aquathermie – warmtenet en elektriciteit Aquathermie gaat over het gebruiken van warmte uit oppervlaktewater (TEO), drinkwater (TED) en afvalwater (TED). Warmte uit drinkwater ontstaat bij het afkoelen van drinkwater, voordat het in het net gaat. Warmte uit Pagina 40 Transitievisie Warmte Steenwijkerland oppervlaktewater en afvalwater kan direct uit de bron (rivier, rioolwaterzuivering) worden gewonnen. De warmte van deze 3 bronnen zorgt voor de verwarming van een lage temperatuur warmtenet. Bij oppervlaktewater wordt hierbij vaak een koppeling gemaakt met een WKO, omdat de warmte in de winter nodig is, maar vooral in de zomer aanwezig is en daarom opgeslagen moet worden. Het gebruik van warmte uit rioolwater heet ook wel riothermie. Geothermie - warmtenet Geothermie is warmte afkomstig uit de bodem en aarde en kan middels verschillende technieken een woning van warmte voorzien. Met geothermie in de warmtetransitie bedoelt men meestal het gebruik van warmte uit diepe aardlagen die gebruikt kan worden voor de verwarming van water in een warmtenet. In diepe aardlagen (dieper dan 500 meter) wordt de aarde verwarmd door de kern van de aarde. Hierdoor kunnen we ‘onbeperkt’ grondwater uit deze diepe lagen oppompen en hier afgekoeld water voor terug in de plaats stoppen.
Dit afgekoelde water warmt vervolgens op den duur vanzelf weer op en de warmte die vrijkomt gebruiken we om een hoge temperatuur warmtenet te realiseren. In Nederland kunnen we echter niet overal in de grond boren en niet elke aardlaag is geschikt voor geothermie. Daarnaast zijn de investeringen voor het oppompen van water uit diepe aardlagen hoog, waardoor er veel woningen dichtbij de bron nodig zijn om het betaalbaar te houden. Een warmtenet gevoed door geothermie is daarom lang niet overal mogelijk. Restwarmte – warmtenet Warmte kan ook afkomstig zijn van bedrijven. In dit geval spreken we vaak van restwarmte. Bij industriële processen ontstaat er soms warmte die een bedrijf zelf niet meer nuttig kan gebruiken en een warmtenet van warmte kan voorzien. Voordat een restwarmtebron als bron voor een warmtenet wordt gekozen moet er altijd een garantie komen dat ook als het bedrijf weg gaat 1 Tapwater (water voor douche/bad/keuken) moet tot minimaal 55 ⁰C verwarmd worden in verband met legionella. een andere bron het net van warmte kan voorzien. Dit in verband met de leveringszekerheid. Daarnaast is van veel bedrijven onvoldoende bekend hoeveel restwarmte er in potentie beschikbaar is en hoe zich dat in de toekomst ontwikkelt.
Restwarmte is daarom als warmtebron voor een warmtenet organisatorisch vaak complexer te realiseren, als er geen grote restwarmtebronnen aanwezig zijn, dan bijvoorbeeld aqua- of geothermie. Afhankelijk van de leveringstemperatuur kan het nodig zijn om (op buurtniveau of individueel) met warmtepompen de temperatuur van het tapwater op te hogen naar minimaal 55-60 ⁰C1 en ruimteverwarming van minimaal 35 ⁰C. Biomassa – warmtenet Biomassa is plantaardig en dierlijk restmateriaal (GFT, mest, snoeiafval, etc.) dat gebruikt kan worden om warmte uit te krijgen. Door biomassa, vooral snoeiafval, in een biomassacentrale te verstoken ontstaat warmte. Doordat er bij dit proces fijnstof vrijkomt en er geen ongelimiteerde regionale biomassavoorraad is, wordt deze warmtebron minder snel gekozen. Groen gas – gas Biogas ontstaat door het vergisten van biomassa. Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van mest, GFT-afval en rioolslib. Door dit te vergisten ontstaat biogas. Biogas kunnen we echter niet zomaar in ons bestaande aardgasnet invoeren. De eigenschappen (calorische waarde) van biogas verschillen te sterk van aardgas. Daarom kan biogas worden opgewaardeerd naar groen gas. Door biogas te zuiveren en te drogen ontstaat een (groen) gas met dezelfde eigenschappen als aardgas, waardoor het in het bestaande gasnet kan worden ingevoerd. Groen gas is een hoge temperatuur warmtebron.
Doordat groen gas dezelfde eigenschappen als aardgas heeft vraagt dit weinig aanpassingen aan de bestaande infrastructuur en woningen. We kunnen immers onze woning middels gas blijven verwarmen. Dit klinkt aantrekkelijk, maar de benodigde biomassa is slechts beperkt aanwezig, Pagina 41 Transitievisie Warmte Steenwijkerland waardoor we zuinig om moeten gaan met de inzet van groen gas. Dit betekent dat ook woningen die aangesloten blijven op een gasnet hun warmtevraag naar beneden moeten brengen. Dit kan door goed te isoleren en door gebruik te maken van een hybride warmtepomp in combinatie met een HR ketel. Hierbij zorgt elektriciteit voor verwarming op de warme dagen en wordt alleen het groen gas gebruikt als het buiten te koud is of voor verwarming van tapwater. Waterstofgas - gas Waterstofgas is geen bron die van nature voorkomt. Waterstof ontstaat op dit moment vooral door een chemische reactie waarbij aardgas wordt omgezet naar waterstof en CO2. Waterstof kan echter ook worden verkregen door met veel elektriciteit water te splitsen, waarbij waterstof en zuurstof vrijkomt. In dit laatste geval waarbij alleen gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare energie spreken we over groene waterstof, een alternatief voor aardgas. Productie van deze groene waterstof vindt op dit moment nog nauwelijks plaats.
Of en hoe de productie en het gebruik van groene waterstof zich gaat ontwikkelen is nog onbekend. Waarschijnlijk wordt een groot deel van de groene waterstofproductie door de industrie en mobiliteitssector gebruikt. Of en hoeveel er voor de woningen overblijft en tegen welke prijs is nog onzeker. Wij houden daarom de optie voor waterstofgas in de toekomst zeker open, maar kiezen daar waar andere opties beschikbaar zijn voor andere, meer toekomst zekere alternatieven voor aardgas. Andere alternatieven Naast bovengenoemde alternatieven zijn er nog andere alternatieven voor aardgas beschikbaar. Dit zijn veelal alternatieven die op individueel niveau en kleine schaal worden toegepast. Deze alternatieven worden daarom nooit voor een gehele wijk aangewezen, maar bieden op individueel niveau soms wel uitkomsten. Het gaat bijvoorbeeld om de pelletkachel die hoge temperatuurwarmte kan leveren aan oude panden in het buitengebied, zolang de fijnstofuitstoot wordt beperkt. Of melkveehouders die warmte uit melk kunnen halen om hun woning te verwarmen. Daarnaast is het de verwachting dat er in de toekomst meerdere alternatieven voor aardgas geschikt worden voor de woningmarkt, zoals de hoge temperatuur warmtepomp. Pagina 42 Transitievisie Warmte Steenwijkerland BIJLAGE 3 – (HUIDIGE) MARKTRIJPHEID EN TOEPASBAARHEID VOOR WONINGEN VAN TECHNIEKEN
Pagina 43 Transitievisie Warmte Steenwijkerland BIJLAGE 4 – VERGELIJKING CO2-UITSTOOT WARMTEALTERNATIEVEN In onderstaande figuren zijn de verschillende warmtealternatieven afgezet tegen de CO2-uitstoot per woning per jaar. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen woningen met label C en A, waarbij is te zien dat de CO2-uitstoot lager is bij woningen met een beter energielabel. Voor de berekeningen zijn de kengetallen gebruikt van CE Delft die zijn aangevuld voor aquathermie en een warmtenet op restwarmte. Daarnaast hebben de berekeningen betrekking op de huidige situatie van ons s stroomaanbod, met nu nog een groot aandeel fossiel opgewekte stroom. Een warmtepomp is in principe naar verwachting in 2050 CO2-neutraal. Deze berekeningen worden niet gebruikt om conclusies te trekken over welke warmtetechnieken voor Steenwijkerland het beste ingezet kunnen worden. Wel komt uit de berekeningen naar voren welke technieken de meeste impact hebben wat betreft CO2-emissies.
Pagina 44 Transitievisie Warmte Steenwijkerland BIJLAGE 5 – STARTANALYSE PBL, VOORKEURSSCENARIO STEENWIJKERLAND De Startanalyse aardgasvrije buurten helpt het Planbureau voor de Leefomgeving gemeenten bij het bepalen welke technieken in specifieke buurten de meest geschikte zijn voor het verwarmen van gebouwen zonder aardgas. De Startanalyse biedt per buurt kostencijfers voor de verschillende mogelijkheden om aardgasvrij te worden. Daarmee is het mogelijk om per buurt de strategie te vinden die tegen de laagste nationale kosten de verwarmingssystemen aardgasvrij kan maken. De Startanalyse van het PBL is géén advies, maar een hulpmiddel bij het maken van een passende keuze. De Startanalyse geeft inzicht tijdens de eerste verkenning van alternatieve warmtebronnen. Uiteindelijk wordt samen met de inwoners gekeken naar het best passende alternatief. De Startanalyse geeft informatie over de nationale kosten van de verschillende aardgasvrije verwarmingsstrategieën. Nationale kosten zijn de totale kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om ergens (bijvoorbeeld in een buurt) een strategie uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt. In de berekening daarvan zijn ook de baten van energiebesparing verrekend.
Wie de nationale kosten uiteindelijk gaat betalen en met name hoe die kosten over eindgebruikers (burgers, bedrijven en overheden) verdeeld worden, hangt af van hoe en welke belastingen, heffingen en subsidies worden ingezet en hoe wetten en regelingen worden aangepast, zoals de Warmtewet en de Energiewet. In de tabel hiernaast is per buurt in Steenwijkerland de verwarmingsstrategie aangegeven die gebaseerd op laagste nationale kosten volgens de uitgangspunten van de Startanalyse het beste alternatief vormt. Eigenlijk is het advies voor de gehele gemeente groen gas, deels in combinatie met een hybride warmtepomp en deels in combinatie met een HR ketel. Dit komt overeen met de kaartjes die in paragraaf 5.1 zijn getoond. Echter: in de bijgevoegde tabel is te zien dat ook warmtenetten en individuele technieken worden genoemd. In deze gevallen is alsnog groen gas de meest passende optie op basis van laagste nationale kosten, maar omdat het kostenverschil in deze buurten kleiner is en groen gas beperkt, wijst het model het eerstvolgende beste scenario aan. De reden dat dit het geval is, is omdat vanuit technisch oogpunt groen gas toepasbaar is in alle buurten en het voor veel buurten de goedkoopste verduurzamingsoptie zal zijn. Aangezien groen gas echter beperkt beschikbaar is voor de gebouwde omgeving, moeten scherpe keuzes worden gemaakt in de toepassing ervan.
Het streven is daarom om groen gas alleen in te zetten in buurten waar alternatieve warmtevoorziening veel duurder of technisch niet haalbaar is. In deze buurten kunnen er veel kosten uitgespaard worden als wordt gekozen voor groen gas in plaats van een van de andere warmteopties. Dit zal in het bijzonder het geval zijn in stadscentra met oude en monumentale bebouwing en bij de pieklast van warmtevoorziening in warmtenetten. Buurt Strategie Centrum Steenwijk 70°C warmtenet met LT bron Steenwijk West Individuele elektrische warmtepomp Steenwijkerdiep Individuele elektrische warmtepomp Torenlanden 70°C warmtenet met LT bron Oostwijken De Beitel 70°C warmtenet met LT bron Clingenborgh 70°C warmtenet met LT bron Dolderkanaal 70°C warmtenet met LT bron Woldmeenthe Individuele elektrische warmtepomp Oostermeenthe Individuele elektrische warmtepomp Pagina 45 Transitievisie Warmte Steenwijkerland Meentherand Individuele elektrische warmtepomp Nieuwe gagels Groen gas met hybride warmtepomp De gagels Groen gas met hybride warmtepomp Groot Verlaat Individuele elektrische warmtepomp Eeserwold Individuele elektrische warmtepomp Paddenpoel en Kornputkwartier Individuele elektrische warmtepomp Buitengebied Steenwijk Groen gas met hybride warmtepomp Oldemarkt Groen gas met hybride warmtepomp De Boterberg Individuele elektrische warmtepomp Verspreide huizen Oldemarkt Groen gas met HR ketel
Kalenberg Groen gas met hybride warmtepomp Verspreide huizen Kalenberg Groen gas met HR ketel Kuinre Groen gas met hybride warmtepomp Verspreide huizen Lindedijk en Rondebroek Groen gas met HR ketel Verspreide huizen Kuinre Groen gas met hybride warmtepomp Kerkbuurt Individuele elektrische warmtepomp Dijkdorp Blankenham Individuele elektrische warmtepomp Buitengebied Blankenham Groen gas met HR ketel Scheerwolde Individuele elektrische warmtepomp Verspreide huizen polder Gelderingen IJsselham Groen gas met HR ketel Verspreide huizen Scheerwolde en Wetering Groen gas met hybride warmtepomp Vollenhove Groen gas met HR ketel Moespot-Leeuwte Individuele elektrische warmtepomp Schaarkampen Individuele elektrische warmtepomp Verspreide huizen Vollenhove Groen gas met HR ketel Sint Jansklooster Groen gas met hybride warmtepomp Verspreide huizen Sint Jansklooster Groen gas met hybride warmtepomp Verspreide huizen Leeuwte (gedeeltelijk) Groen gas met hybride warmtepomp Tussen Sint Jans Klooster en Heetveld Groen gas met hybride warmtepomp Heetveld Groen gas met hybride warmtepomp Verspreide huizen Kadoelen e.o.
Individuele elektrische warmtepomp Verspreide huizen Barsbeek Groen gas met hybride warmtepomp Belt-Schutsloot Groen gas met hybride warmtepomp Buitengebied Belt Schutsloot Groen gas met hybride warmtepomp Wanneperveen Groen gas met hybride warmtepomp Blauwehand 70°C warmtenet met LT bron Pagina 46 Transitievisie Warmte Steenwijkerland Buitengebied Wanneperveen Individuele elektrische warmtepomp Ronduite Individuele elektrische warmtepomp Dinxterveen Groen gas met hybride warmtepomp Roekebos Groen gas met hybride warmtepomp Klosse Groen gas met hybride warmtepomp Verspreide huizen Zomerdijk Groen gas met hybride warmtepomp Blokzijl Groen gas met hybride warmtepomp Scheepsdiep Individuele elektrische warmtepomp Verspreide huizen ten noorden van Blokzijl Groen gas met hybride warmtepomp Verspreide huizen ten zuiden van Blokzijl Groen gas met hybride warmtepomp Verspreide huizen polder Halfweg Groen gas met hybride warmtepomp Verspreide huizen Giethoorn-Noord Individuele elektrische warmtepomp Overig Giethoorn-Noord Groen gas met hybride warmtepomp Giethoorn-Noord kern Groen gas met hybride warmtepomp Giethoorn-Zuid Groen gas met hybride warmtepomp Verspreide huizen polder Giethoorn-Zuid Individuele elektrische warmtepomp Dwarsgracht Groen gas met hybride warmtepomp Verspreide huizen Jonen Groen gas met hybride warmtepomp Zuidveen Groen gas met hybride warmtepomp Buitengebied
Zuidveen Groen gas met HR ketel Onna Groen gas met hybride warmtepomp Buitengebied Onna Groen gas met hybride warmtepomp Kallenkote Groen gas met hybride warmtepomp Buitengebied Kallenkote Groen gas met HR ketel Eesveen Groen gas met hybride warmtepomp Buitengebied Eesveen Groen gas met hybride warmtepomp De Bult Individuele elektrische warmtepomp Baars Groen gas met hybride warmtepomp Witte Paarden Groen gas met hybride warmtepomp Buitengebied Witte Paarden Groen gas met hybride warmtepomp De Pol Groen gas met hybride warmtepomp Willemsoord Groen gas met hybride warmtepomp Buitengebied Willemsoord Groen gas met hybride warmtepomp Marijenkampen Groen gas met hybride warmtepomp Tuk Groen gas met hybride warmtepomp Buitengebied Tuk Groen gas met hybride warmtepomp Steenwijkerwold Groen gas met hybride warmtepomp Pagina 47 Transitievisie Warmte Steenwijkerland Buitengebied Steenwijkerwold Groen gas met hybride warmtepomp Basse Groen gas met hybride warmtepomp Buitengebied Basse Groen gas met hybride warmtepomp Paasloo Individuele elektrische warmtepomp IJsselham Groen gas met hybride warmtepomp Ossenzijl Individuele elektrische warmtepomp Buitengebied Ossenzijl Individuele elektrische warmtepomp Wetering Groen gas met hybride warmtepomp Buitengebied Wetering Geen advies Baarlo Groen gas met hybride warmtepomp Pagina 48 Transitievisie Warmte Steenwijkerland BIJLAGE 6 –
HANDELINGSPERSPECTIEF VOOR BEWONERS Handelingsperspectief voor verschillende bouwjaren Handelingsperspectief voor verschillende warmte technieken Pagina 49 Transitievisie Warmte Steenwijkerland Verantwoording Titel Samen aan de slag voor een aardgasvrij Steenwijkerland Opdrachtgever Gemeente Steenwijkerland Auteur Adviesbureau TAUW Tweede lezer Gemeente Steenwijkerland Aantal pagina’s 49 Datum 27 oktober 2021 Status Definitief Australiëlaan 5 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com Verantwoording