CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage Transitievisie Warmte Samen aan de slag voor een aardgasvrij Steenwijkerland.pdf

Politieke Markt 15 december 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Rapportage Transitievisie Warmte: Samen aan de slag voor een aardgasvrij Steenwijkerland16.551 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Steenwijkerland Rapportage Transitievisie Warmte Oktober 2021

Pagina 1 Transitievisie Warmte Steenwijkerland Inhoudsopgave De warmtetransitie in Steenwijkerland vogelvlucht……………………………..…………2 1. Inleiding ................................ ................................ ............................... 3 1.1 Waarom een Transitievisie Warmte? ................................ ............... 4 1.2 Een visie voor Steenwijkerland ................................ ......................... 4 1.3 Positie van de Transitievisie Warmte ................................ ................ 5 1.4 De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden ........................ 6 1.5 Samenwerking ................................ ................................ .................. 6 1.6 Opbouw van deze visie ................................ ................................ ..... 7 2. Uitgangspunten ................................ ................................ .................... 8 3. Over op duurzame warmtebronnen ................................ ................... 11 3.1 De start: isoleren ................................ ................................ ............ 12 3.2 Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen ..................... 12 3.3 Wat zijn de verschillen in temperatuur van de warmtebron? ........ 14 3.4 Hoe kom je tot de meest geschikte techniek? ................................ 14 4.

De transitieopgave in Steenwijkerland ................................ ............... 16 4.1 Naar een aardgasvrij Steenwijkerland ................................ ............ 17 4.2 De warmtevraag ................................ ................................ ............. 17 4.3 Beschikbare bronnen in de gemeente ................................ ............ 18 4.4 Energiemix Steenwijkerland ................................ ........................... 19 5. De route naar aardgasvrij ................................ ................................ ... 21 5.1 Mogelijke warmteoplossingen per gebied................................ ...... 22 5.2 Fasering ................................ ................................ .......................... 24 5.3 De route naar aardgasvrij ................................ ............................... 25 6. Financiering en betaalbaarheid ................................ .......................... 27 6.1 Financieringsmogelijkheden ................................ ........................... 28 6.2 Betaalbaarheid van de warmtetransitie ................................ ......... 28 7. Samenwerking, communicatie en participatie ................................ .... 30 7.1 Samenwerking tussen stakeholders ................................ ............... 31 7.2 De rol van de gemeente Steenwijkerland ................................ .......

32 7.3 Communicatie- en participatiestrategie ................................ ......... 32 7.4 Informatie- en communicatiekanalen................................ ............. 33 8. Vervolgstappen ................................ ................................ ................... 34 8.1 Wijkuitvoeringsplannen (WUP) ................................ ....................... 35 8.2 Waarmee kunnen bewoners al aan de slag? ................................ .. 35 8.3 Lokale initiatieven ondersteunen en stimuleren ............................ 36 BIJLAGE 1 – Bouwperiode en isolatiegraad ................................ ..................... 37 BIJLAGE 2 – Toelichting warmtetechnieken ................................ .................... 38 BIJLAGE 3 – Marktrijpheid en toepasbaarheid technieken .............................. 42 BIJLAGE 4 – Vergelijking CO2-uitstoot warmtealternatieven .......................... 43 BIJLAGE 5 – Startanalyse PBL, voorkeursscenario Steenwijkerland……............44 BIJLAGE 6– Handelingsperspectief voor bewoners ................................ ......... 48 Pagina 2 Transitievisie Warmte Steenwijkerland DE TRANSITIEVISIE WARMTE VAN TWENTERAND IN VOGELVLUCHT DE TRANSITIEVISIE WARMTE VAN STEENWIJKERLAND IN VOGELVLUCHT Huidige situatie De start: isoleren muurisolatie dakisolatie vloerisolatie HR++(+) glasisolatie Onze uitgangspunten: 1.

We starten met besparen en isoleren 2. De transitie is betaalbaar en betrouwbaar 3. We behouden het gasnet voor groen gas 4. We doen het samen, we zetten in opdraagvlak We starten daar in de gemeente waar al energie aanwezig is + 3.500 andere gebouwen = 20.000 woningen Alternatieven voor aardgas 40°C 70°C Warmtenetten (HT of LT) Duurzame gassen (groen gas) Elektrische oplossingen (warmtepomp) Samen richting aardgasvrij 1.000 TJ warmtevraag

Pagina 3 Transitievisie Warmte Steenwijkerland In de gemeente Steenwijkerland staan ongeveer 20.000 woningen en 3.500 andere gebouwen. Bij elkaar verbruiken we in Steenwijkerland ongeveer 30 miljoen kubieke meter aardgas. Voor alle bestaande gebouwen in Steenwijkerland moet er uiterlijk in 2050 een alternatief voor aardgas gevonden worden. We zetten vóór 2030 al de eerste stappen richting aardgasvrij. 1 I Introductie Transitievisie Warmte Pagina 4 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 1. Inleiding 1.1 Waarom een Transitievisie Warmte? In 2016 ondertekende Nederland het Klimaatakkoord van Parijs en committeerde zich daarmee aan het vergaand terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO₂. Eén van de manieren om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen is het verminderen van het aardgasgebruik. De Rijksoverheid heeft daarom het doel gesteld om uiterlijk in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. De energietransitie betekent de overgang van energiegebruik uit fossiele brandstoffen, zoals aardgas, naar volledig hernieuwbare energie uit zon, wind, water, bodem en biomassa. De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie. De warmtetransitie in Nederland betekent het overgaan van circa 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen op hernieuwbare warmte en elektriciteit.

Dit betekent dat er de komende jaren gefaseerd veel gebouwen van het aardgas af gaan. Naast klimaatverandering en het argument dat duurzame warmtebronnen leiden tot zuinige en comfortabele woningen, zijn de aardbevingen in Groningen, de afhankelijkheid van aardgas afkomstig uit het buitenland en de eindigheid van fossiele brandstoffen belangrijke redenen om de transitie te maken van aardgas naar hernieuwbare warmtebronnen. In Steenwijkerland gaan we net als alle andere gemeenten in Nederland van het aardgas af. Uiterlijk in 2050 zijn alle gebouwen over op een alternatieve, hernieuwbare warmtebron voor aardgas. Om dat te bereiken wordt in onze gemeente samengewerkt aan de lokale warmtetransitie. In de Transitievisie Warmte die voor u ligt geven we richting aan hoe de aardgasvrije gebouwde omgeving eruit gaat zien. De uitgangspunten voor deze visie zijn gezamenlijk met stakeholders en betrokkenen bepaald.

De Transitievisie heeft twee doelen: het bieden van inzicht in hernieuwbare warmtebronnen en alternatieven en het geven van een doorkijk naar de periode tot 2030 en de periode tussen 2030 en 2050: waar liggen kansen in de gemeente en waar kunnen we als eerste aan de slag? Figuur 1: planning in hoofdlijnen van de warmtetransitie 1.2 Een visie voor Steenwijkerland Ondanks dat de transitie naar aardgasvrij een opgave is voor heel Nederland en daardoor grotendeels generiek is, is Steenwijkerland uniek en vraagt de transitie om maatwerk. De uitgestrekte en waterrijke gemeente Steenwijkerland omvat in totaal meer dan dertig kernen en wijken, waaronder Blokzijl, Giethoorn, Oldemarkt, Steenwijk en Vollenhove. Elk van die kernen en wijken, maar ook buurtschappen en lintdorpen, heeft een eigen ontstaansgeschiedenis en een eigen identiteit. Dat zien we ook terug in de grote hoeveelheid beschermde stads- en dorpsgezichten, monumenten en oude gebouwen. De Transitievisie Warmte sluit aan op de kenmerken van de gemeente en haar inwoners, en zoekt de oplossingen die het beste zijn voor Steenwijkerland.

Pagina 5 Transitievisie Warmte Steenwijkerland In 2018 nam een groep inwoners van Steenwijkerland tijdens de burgertop G1000 samen een besluit over hoe Steenwijkerland het beste energieneutraal kan worden. De groep inwoners stemden over 21 beslispunten afkomstig uit negen voorstellen. Van de beslispunten zijn er 13 aangenomen en na ondertekening door de leden van de burgerraad aangeboden aan de burgemeester van Steenwijkerland. Eén van de beslispunten in dit Burgerbesluit is om in te zetten op zo veel als mogelijk aardgasvrije woningen in Steenwijkerland in 2035. Dit is een zeer ambitieus doel, dat samen gaat met een aantal benodigde ontwikkelingen en onzekerheden. Tegelijkertijd gaan wij ons best doen dit doel te blijven nastreven, met name door in te zetten op de ambities van groen gas van Netbeheerder Rendo. Rendo heeft als doel in 2030 alleen nog groen gas te leveren. Dit betekent echter niet dat de huidige aardgasvraag volledig door groen gas wordt vervangen, besparing van gas (bijvoorbeeld door isolatie) speelt hierbij ook een zeer grote rol. Meer hierover leest u in hoofdstuk 2. De overige beslispunten die gerelateerd zijn aan de warmtetransitie, zoals het opstellen van een beleidsvisie verduurzaming monumentale panden en ondersteuning van energiecoöperaties vormen belangrijke onderdelen in de uitvoering van de TVW. Dit gaan we concretiseren in de uitvoeringsplannen.

De gemeente vindt het belangrijk om inwoners, ondernemers en alle andere partijen in Steenwijkerland te blijven betrekken bij de warmtetransitie. Dit doen we om voldoende draagvlak te vinden: een voorwaarde voor een succesvolle transitie. We willen ervoor zorgen dat iedereen die mee wil doen in het proces daartoe de kans heeft. De betrokkenheid en energie die in Steenwijkerland aanwezig zijn bij onder andere bewonersinitiatieven (zoals energiecoöperaties) en lokale ondernemers, willen we benutten door samen te werken. We maken gebruik van lokale warmtebronnen en gebruiken de kansen die we zien om daarmee de lokale economie te versterken. Daarom werken we vanuit de kernboodschap: samen aan de slag voor een aardgasvrij Steenwijkerland! 1.3 Positie van de Transitievisie Warmte Uiterlijk in 2021 moet elke gemeente in Nederland een Transitievisie Warmte hebben vastgesteld. Daarin moet inzicht worden gegeven in de duurzame warmtealternatieven in de gemeente en een doorkijk in de tijd: waar liggen kansen om te starten met de warmtetransitie in de gemeente? De transitie Figuur 2: de energietransitie in de gemeente Steenwijkerland Pagina 6 Transitievisie Warmte Steenwijkerland moet leiden tot circa 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen die duurzaam worden verwarmd. De warmtetransitie vormt hiermee een belangrijk onderdeel van de energietransitie.

De energietransitie is de overgang van een energiesysteem gebaseerd op fossiele energiebronnen zoals kolen, olie en gas naar een energiesysteem gebaseerd op duurzame en CO2-neutrale energiebronnen, zoals zon, wind en water als bron van energie. In figuur 2 op de vorige pagina is weergegeven wat de energietransitie in Steenwijkerland inhoudt. Van de Transitievisie Warmte naar de (wijk)uitvoeringsplannen De concrete uitwerking van het duurzame warmte alternatief op wijk-, buurt, of gebiedsniveau vindt plaats in het wijkuitvoeringsplan (WUP). De term wijkuitvoeringsplannen (WUP’s) wordt gebruikt voor de gedetailleerde uitwerking per wijk. Uitvoeringsplannen voor andere deelgebieden zoals een dorp zijn echter ook mogelijk. In het WUP betrekt de gemeente bewoners, vastgoedeigenaren en andere stakeholders nauw bij de keuze voor de warmtebron en -techniek voor de wijk en op welk moment de wijk van het aardgas gaat. Samen maken we de keuze hoe de wijk wordt verduurzaamd op basis van wat technisch en financieel haalbaar is. Hierin trekken wij samen op met actieve bewoners in de wijk, zoals een bewonersinitiatief of een energiecoöperatie. De gemeente bepaalt in samenspraak met de betrokken stakeholders op welke datum daadwerkelijk de toelevering van aardgas wordt beëindigd, dit moment wordt vastgelegd in het WUP.

Bij het vaststellen van de termijn wordt zorgvuldig rekening gehouden met de benodigde tijd voor investeringsplannen van onder andere netbeheerders en gebouweigenaren, waaronder woningcorporaties en relevante instellingen. Dit biedt betrokkenen voldoende tijd om zich voor te bereiden op een andere warmtevoorziening en biedt ruimte voor het mee koppelen met andere opgaven in de wijk binnen de gekozen termijn, zoals groot onderhoud door de woningcorporatie of het vervangen van de riolering in de wijk. Een dynamisch document De visie is geen star document en wordt elke vijf jaar of zoveel eerder als nodig herzien. Op deze manier is het goed mogelijk om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Goede ideeën vanuit de gemeente en inwoners zullen de Transitievisie Warmte de komende jaren verder aanscherpen. De weg naar een aardgasvrije gebouwde gemeente is een reis op zich; deze Transitievisie Warmte is een eerste stap in deze richting. 1.4 De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden Alle inwoners, bedrijven, instellingen en andere partijen krijgen met de energietransitie te maken, maar geen enkele stakeholder kan deze transitie zelf en onafhankelijk van de ander doorlopen. De gemeente neemt de regie in dit proces, een belangrijke rol die hier vanuit het Rijk wordt neergelegd.

De Transitievisie Warmte geeft de gezamenlijke focus en richting die nodig is om met de warmtetransitie aan de slag te gaan. Het maakt keuzes inzichtelijk, borgt een zorgvuldige politieke besluitvorming en plaatst lopende en nieuwe initiatieven in een centraal kader. Dat vraagt om schakelen en verbinden: tussen overheid, bewoners en bedrijven, tussen individuele en collectieve mogelijkheden, en tussen schaalniveaus van regio tot woning. De gemeente Steenwijkerland vindt het belangrijk om een brede groep stakeholders, ondernemers en inwoners mee te nemen in de warmtetransitie waarbij een zorgvuldige belangenafweging centraal staat. We willen vernieuwende ideeën ophalen bij stakeholders en inwoners en helder communiceren, waarbij we geen verwachtingen wekken over de warmtetransitie die we niet kunnen waarmaken. De gemeente sluit in haar rol aan op de energie en kansen die in de wijken aanwezig zijn. De gemeente stelt zich faciliterend op waar energie bij de bewoners zit om aan de slag te gaan, of bij nieuwe initiatieven die zich melden. Soms zal een meer afwachtende rol gepast zijn, om de warmtetransitie niet te overhaasten en ruimte (tijd) te geven voor het ontwikkelen van draagvlak. 1.5 Samenwerking De energietransitie is een opgave waarvoor samenwerking belangrijk en noodzakelijk is.

Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte Steenwijkerland Pagina 7 Transitievisie Warmte Steenwijkerland werkte de gemeente samen met interne en externe stakeholders waaronder netbeheerders Enexis en RENDO, woningbouwcorporaties Wetland Wonen, Woonconcept en Omnia Wonen, energiecoöperaties, Waterschap Drents Overijsselse Delta, plaatselijke belangenverenigingen en ondernemersverenigingen. Vanuit de gemeente hebben medewerkers vanuit onder meer de beleidsvelden openbare ruimte, duurzaamheid, vastgoed, economie en wonen meegewerkt. In meerdere bijeenkomsten met verschillende deelnemers bespraken we techniek, communicatie en participatie. De bijeenkomsten gaven de input voor de Transitievisie Warmte. Een belangrijk element van de totstandkoming van deze Transitievisie Warmte is de tweedaagse ‘sprintsessie’ voor de gemeenten Steenwijkerland, Meppel en Zwartewaterland die plaatsvond in juni 2019 met de bovengenoemde partners. In de tweedaagse sessie is er veel kennis opgedaan en zijn de eerste technische oplossingen op buurtniveau geschetst en is een daarbij behorende routekaart opgesteld. 1.6 Opbouw van deze visie In het volgende hoofdstuk bekijken we de gezamenlijk opgestelde uitgangspunten voor Steenwijkerland. Deze zijn belangrijk voor het bepalen op welke wijze we van het aardgas af gaan.

In hoofdstuk 3 gaan we in op de alternatieven van aardgas: welke warmtebronnen zijn er nog meer, en wat kenmerkt deze bronnen? In hoofdstuk 4 nemen we u mee in de opgave voor Steenwijkerland. We analyseren de warmtevraag en de potentie van bronnen in de gemeente. Vervolgens presenteren wij in hoofdstuk 5 de route naar een aardgasvrij Steenwijkerland. De betaalbaarheid van de warmtetransitie voor de verschillende doelgroepen en mogelijke instrumenten om de financiering te verbeteren, bespreken we in hoofdstuk 6. De warmtetransitie kan alleen succesvol verlopen als er draagvlak is voor de transitie. Een voorwaarde daarvoor is dat iedereen die betrokken wil worden, kan meedenken en meedoen én als alle mensen in Steenwijkerland goed geïnformeerd zijn. Hoofdstuk 7 gaat daarom over communicatie en participatie. Het laatste hoofdstuk gaat over uitvoering en realisatie; om van visie tot uitvoering te komen zal de gemeente activiteiten ontwikkelen en vraagt de gemeente aan haar inwoners om mee te denken en te doen. Pagina 8 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 2 I Uitgangspunten In samenwerking met de interne en externe stakeholders kwamen de uitgangspunten voor de Transitievisie Warmte van Steenwijkerland tot stand. De uitgangspunten helpen bij het vormgeven van de routekaart. In de routekaart geven we aan welke wijken wanneer van het aardgas gaan.

Pagina 9 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 2. Uitgangspunten Gezamenlijk met onze partners zijn de uitgangspunten voor de Transitievisie Warmte bepaald. Deze uitgangpunten vormen de basis voor de warmtetransitie van de gemeente Steenwijkerland en hanteren wij voor de route naar een aardgasvrije gemeente. Uitgangspunt 1: We starten met besparen: isoleren en gedrag Er zijn verschillende oplossingen en routes mogelijk op weg naar een aardgasvrije gemeente, maar het terugdringen van de warmtevraag is altijd zinvol en noodzakelijk om de transitie naar aardgasvrij mogelijk te maken. Door meer in te zetten op besparen hoeven we immers minder hernieuwbare energie op te wekken om te voldoen aan de vraag. Om gebouwen op een hernieuwbare en aardgasvrije wijze te kunnen verwarmen en koelen met een voldoende comfortniveau is goede isolatie een randvoorwaarde. Daarom is de warmtetransitie direct verbonden met de opgave om woning- en gebouweigenaren te stimuleren om te gaan isoleren. Een ander aspect in het ‘transitiegereed’ maken van gebouwen is het inzetten van daken en andere gebouwoppervlakken voor het opwekken van hernieuwbare energie. In deze visie gaan we uit van onderstaande interpretatie van de Trias Energetica (driestappenstrategie voor een energiezuinig ontwerp): 1. Isoleer, zoveel als rendabel is, om de energievraag te beperken 2.

Als er toch energiebehoefte blijft bestaan, gebruik dan hernieuwbare energie 3. Kies voor de energievoorziening de meest efficiënte technologie Onder rendabel isoleren verstaan we een bepaalde mate van isolatie die, door verlaging van de energierekening, binnen 15 jaar is terugverdiend. In theorie kan namelijk elke woning geïsoleerd worden tot een energielabel B of hoger. Dit is alleen niet altijd wenselijk of betaalbaar. Het is bijvoorbeeld zeer complex om panden met een monumentale status te isoleren. Isoleren kan niet alleen technisch complex zijn, maar kan ook een hoge investering zijn die niet altijd terug te verdienen is met een besparing op de energierekening. Hierdoor is niet elke woning geschikt te maken voor alle beschikbare technieken en warmtebronnen. Rendabel isoleren wordt altijd aanbevolen om de energiebehoefte omlaag te brengen, ongeacht de techniek waarop een woning uiteindelijk overgaat. Daarnaast speelt gedrag een belangrijke rol in de warmtetransitie; gedragsmaatregelen kunnen leiden tot lager energieverbruik. De verwarming een graad lager zetten is bijvoorbeeld al een hele effectieve maatregel voor energiebesparing. Hierbij moeten we echter alert zijn op het rebound-effect dat een averechts effect heeft: namelijk dat mensen juist meer energie gaan gebruiken omdat zij een duurzame woning hebben.

Om gedragsveranderingen te stimuleren worden in Steenwijkerland onder meer energiecoaches ingezet. Deze vrijwilligers komen bij de inwoners thuis om hun energieverbruik te bespreken en hen te informeren over energiebesparende maatregelen die ze kunnen nemen. Daarnaast geven de energiecoaches slimme en betaalbare tips en wijzen zij de weg naar subsidies. Zo krijgen inwoners praktisch advies op maat om energie én geld te besparen. Dit is een project van de gemeente, een aantal bewonersinitiatieven en de woningcorporaties Wetland Wonen en Woonconcept. Naast de inzet van de energiecoaches, ondersteunen we inwoners ook met informatie over maatregelen. Daarnaast laten we via goede voorbeeld zien hoe inwoners van Steenwijkerland al aan de slag zijn met energiebesparing. Ten slotte gaan we samen aan de slag met het bewonersinitiatief IK BEGIN!. Zo helpen we iedereen goed op weg. Uitgangspunt 2: De transitie is betaalbaar en betrouwbaar Ons uitgangspunt is een energievoorziening die betaalbaar en toegankelijk is voor alle bewoners, ondernemers en andere gebruikers. Het streven daarbij is dat de woonlasten zoveel mogelijk gelijk blijven. We zoeken dus naar de maatschappelijk goedkoopste oplossing op basis van een optimale Pagina 10 Transitievisie Warmte Steenwijkerland De vier uitgangspunten staan centraal in de totstandkoming én uitvoering van de visie.

Ze geven ons richting bij het bepalen van de route en strategie om te komen tot een aardgasvrij Steenwijkerland. afstemming van de investeringen van en door woningeigenaren- en corporaties, gemeente en nuts-infrabedrijven en werken aan financieringsconstructies en betaalbare proposities voor woningeigenaren. We sluiten hiermee aan op het nationale Klimaatakkoord dat woonlastenneutraliteit als uitgangspunt stelt. Om dit te bereiken zijn (nieuwe) manieren van financiering nodig om ervoor te zorgen dat iedereen de stap naar een aardgasvrije woning of gebouw kan maken. Subsidies, leningen en andere financieringsmaatregelen zijn nodig om inwoners financieel te ondersteunen in het aardgasvrij maken van de woning. Daarnaast dient de alternatieve warmtebron betrouwbaar en beschikbaar te zijn in alle weersomstandigheden. Betrouwbaarheid speelt ook een belangrijke rol, bijvoorbeeld wanneer restwarmte van een bedrijf afkomstig is of wanneer het elektriciteitsnet steeds zwaarder belast wordt. In deze situaties kan de betrouwbaarheid afnemen. Uitgangspunt 3: We behouden het gasnet voor groen gas In de gemeente Steenwijkerland is een goed en uitgebreid gasnet aanwezig. Dat willen we waar mogelijk behouden. Netbeheerder Rendo heeft als doel in 2030 alleen nog groen gas te leveren. Dit betekent niet dat de huidige aardgasvraag volledig door groen gas wordt vervangen.

Daarvoor is onvoldoende groen gas beschikbaar. Rendo zet daarom ook in op besparing en werkt op dat vlak samen met gemeenten bij het opstellen van de Transitievisies Warmte. Groen gas heeft relatief veel potentie in de gemeente door de aanwezige biomassa in de vorm van voornamelijk mest en in mindere mate ook organisch materiaal als rietsluiksel en bermgras. Door gebruik te maken van restromen dragen we bij aan een circulaire economie die niet uitgaat van afval, maar hergebruik van grondstoffen. Een deel van de woningen in de gemeente Steenwijkerland kan verwarmd worden met groen gas. Het is belangrijk om daarbij tegelijkertijd in te zetten op de besparingspotentie: om optimaal van groen gas gebruik te maken zijn isolatie en de toepassing van hybride warmtepompen van groot belang. De inzet van groen gas gaat wel gepaard met een aantal aandachtspunten. In het volgende hoofdstuk zetten we deze verder uiteen. Uitgangspunt 4: We doen het samen, we zetten in op draagvlak De keuze voor hernieuwbare energievormen kan alleen succesvol zijn als zij gedragen wordt door de samenleving. Wij willen daarom positieve reuring creëren rond de energietransitie. Wij streven er naar om het principe ‘de lusten en de lasten lokaal’ toe te passen op alle initiatieven en plannen.

Te denken valt aan de ondersteuning van lokale energiecorporaties, werkgelegenheid in de regio en financiële participatie van de omgeving in projecten. Daarnaast kunnen we een bijdrage leveren aan dit proces door samen te gaan werken in de verkenning naar een regionaal of gemeentelijk energiebedrijf. We richten een proces in waarin mensen zich gehoord en voldoende geïnformeerd worden, ook wanneer ze het niet eens zijn met wat er gaat gebeuren. Het creëren van besef en bewustzijn vinden we belangrijk. We pakken de warmtetransitie in Steenwijkerland daarom gefaseerd aan, om voldoende tijd te creëren voor de ontwikkeling van draagvlak. In die tijd stemmen we daarom de keuzes af met gebouweigenaren en bewoners en betrekken hen in de uitvoering. Het heeft de voorkeur daar te starten waar al bewonersinitiatieven op gebied van duurzaamheid en energie actief zijn. Pagina 11 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 3 I Over op hernieuwbare warmtebronnen In de transitie naar aardgasvrij zijn er twee belangrijke stappen te zetten: het ‘transitiegereed’ maken van de gebouwde omgeving en het aardgasvrij maken van gebouwen (en uiteindelijk wijken), door middel van de overgang naar een alternatieve, hernieuwbare warmte- voorziening. In Steenwijkerland maken we ons klaar voor deze stappen. Pagina 12 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 3.

3.1 De start: isoleren Het isoleren van een gebouw is een no-regretmaatregel. Welke alternatieve warmtebron er ook komt, het is altijd nuttig en positief voor de energierekening omdat er een energievraagreductie wordt gerealiseerd. Des te beter de isolatie van een gebouw, des te minder warmteverlies. Des te lager de warmtevraag van woningen, des te meer woningen er verwarmd kunnen worden vanuit dezelfde warmtebron. Daarnaast zorgt isoleren voor een lagere piekvraag, wat voordelig is voor de energie-infrastructuur. Isolatie is ook belangrijk in relatie tot de groeiende koeltebehoefte op warme zomerdagen. De kosten voor het isoleren van een woning kunnen flink oplopen. Dit geldt met name voor oudere huizen, waar de buitengevel volledig vervangen moet worden om een voldoende isolatiewaarde te bereiken. Vanaf 1992 is in het Bouwbesluit een eis opgenomen voor de isolatiewaarde van een nieuwbouwwoning. Bij woningen gebouwd voor 1992 varieert de isolatiewaarde aanzienlijk en moet deze per woning worden vastgesteld. In deze visie is daarom vaak een onderscheid gemaakt bij een techniekkeuze tussen woningen gebouwd na 1992 en woningen gebouwd voor 1992.

In realiteit hoeft deze grens niet zo scherp te zijn en zijn ook veel woningen gebouwd na 1980 geschikt voor lage temperatuurwarmte wanneer vloer, ramen en dak zijn geïsoleerd en LT-verwarming (LT-radiatoren of vloerverwarming) wordt gerealiseerd. In bijlage 1 is meer te lezen over isolatie in relatie tot de bouwjaren van woningen. Woningen in de gemeente Steenwijkerland zijn van verschillende bouwjaren. De meeste woningen zijn gebouwd in de periode na 1992 en tussen 1975- 1991. De verwachting is daarmee dat zeker de helft van de woningen in Steenwijkerland geschikt te maken is voor lage temperatuurwarmte. De precieze isolatieopgave wordt in de wijkuitvoeringsplannen nader uitgewerkt. 3.2 Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen Om in 2050 een aardgasvrije gemeente te zijn gaan van alle woningen die nu nog op aardgas aangesloten zijn ook over op andere manieren van koken en verwarmen. Daarnaast gaan ook bedrijven en instellingen van het aardgas af. Een grote en ambitieuze opgave, waarmee we zo snel mogelijk willen starten. Technisch gezien zijn er veel verschillende mogelijkheden om van het aardgas af te stappen in de gebouwde omgeving, met verschillende technieken en met verschillende temperaturen.

We maken daarbij onderscheid in collectieve oplossingen (bijvoorbeeld warmtenetten) waarbij het een voorwaarde is dat meer dan één woning, vaak een heel gebied, op een bepaalde technologie overstapt en individuele oplossingen die voor iedere woning los kunnen worden toegepast (bijvoorbeeld een warmtepomp). De marktrijpheid (zie bijlage 3) van deze technieken verschilt. In deze Transitievisie Warmte maken wij onderscheid in drie typen: bronnen waarbij gebruik wordt gemaakt van het bestaande gasnet, warmtenetten en overige (individuele) hernieuwbare bronnen. Deze zetten wij hieronder verder uiteen. Gebruik (bestaand) gasnet - via bestaande of nieuwe gasnetten kunnen hernieuwbare gassen als groen gas of, op termijn, waterstof worden vervoerd. De toekomstige beschikbaarheid van deze hernieuwbare gassen is nog grotendeels onbekend. In de gemeente Steenwijkerland heeft groen gas relatief veel potentie (zie hoofdstuk 4). De inzet van groen gas gaat gepaard met een aantal aandachtspunten: ▪ Enerzijds is dit gericht op het verdelingsvraagstuk van groen gas, zowel regionaal als sectoraal. Gezien de brede inzetbaarheid van groen gas hecht de overheid er waarde aan dat groen gas daar ingezet wordt waar het de hoogste toegevoegde waarde heeft, in het bijzonder waar alternatieve energiebronnen technisch of economisch niet haalbaar zijn.

Er is nog onduidelijkheid over de beschikbaarheid van groen gas voor de gebouwde omgeving: na 2030 wordt naar verwachting een groeiende Over op hernieuwbare warmtebronnen Pagina 13 Transitievisie Warmte Steenwijkerland vraag naar groen gas verwacht vanuit industrie en mobiliteit (zwaar verkeer), omdat er voor deze sectoren beperkte andere mogelijkheden zijn om te verduurzamen. ▪ Daarnaast heeft sommige biomassa een hogere waarde dan vergisting en kan het beter elders worden ingezet als bijvoorbeeld bouwmateriaal ▪ Er speelt op dit moment een maatschappelijke discussie: deze discussie gaat over de duurzaamheidsaspecten van met name houtige biomassa, onder andere gericht op de uitstoot van fijnstof en roet bij verbranding en de herkomst van het organisch materiaal. Biomassa kan echter ook worden omgezet in biogas door vergisting. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar deze vorm. Bij vergisten bevindt de biomassa zich in een verwarmde, luchtdichte tank en zetten bacteriën de biomassa om in een mengsel van methaan en kooldioxide (biogas). ▪ Tot slot is de inzet van groen gas uit mest in relatie tot een transitie naar kringlooplandbouw een aandachtspunt. Dit betekent een omslag naar een sterke en duurzame landbouw waarbij wet- en regelgeving wordt aangepast om het gebruik van kunstmest terug te dringen en dierlijke mest te bevorderen.

Dit betekent dat de hoeveelheid mest beschikbaar voor groen gas in de toekomst sterk kan afnemen. Bij gebruik van waterstof kan, net als bij groen gas, ook het bestaande gasnet gebruikt worden. Een overstap naar waterstof heeft het voordeel dat het geen grote ingrepen in de openbare ruimte vraagt en relatief beperkte ingrepen in de woning. Waterstof is echter nog niet marktrijp voor de gebouwde omgeving. Wel wil de gemeente meebewegen met de landelijke ontwikkeling en pilots met waterstof een kans geven. Groene waterstof, gemaakt met energie met hernieuwbare elektriciteit zoals zonne- en windenergie, is echter nog schaars en zal dat voorlopig waarschijnlijk blijven. Er moet dus kritisch gekeken worden waar waterstof het meest logisch is om in te zetten. Door de meeste partijen worden de industrie en zwaar transport gezien als de sectoren waar groene waterstof het meest bijdraagt aan verduurzaming. De verwarming van gebouwen is een minder logische keuze, omdat daar alternatieven met een minder hoog energieverbruik voorhanden zijn. Warmtenetten - dit zijn collectieve netwerken van warm water waarmee woningen en andere gebouwen verwarmd worden. Afhankelijk van de bron en de mate van isolatie van en woning of gebouw kan het gaan om een hoge temperatuur (HT), midden temperatuur (MT) of lage temperatuur (LT) warmte.

Hierbij geldt dat hoe lager de temperatuur van de warmte is, hoe beter je de woning moet isoleren. Warmtenetten hebben veel impact op de omgeving. Om een warmtenet aan te leggen moet namelijk de straat open. Daarbij moet er ook een aansluiting naar de woning komen. Dat vereist graafwerk onder de stoep en straat om de leidingen aan te leggen. De aanleg van een warmtenet is duur en daarom alleen geschikt als er veel woningen of gebouwen aangesloten worden op het warmtenet. Mogelijke bronnen voor een warmtenet zijn restwarmte, geothermie en aquathermie. Restwarmte is warmte die over is en niet meer binnen een bedrijf zelf kan worden gebruikt. Restwarmte wordt vaak ingezet in combinatie met andere warmtebronnen: bijvoorbeeld restwarmte voor de levering van de basislast en andere warmtebronnen voor wanneer er een hoge warmtevraag is (bijvoorbeeld op koude winterdagen). Aquathermie is een overkoepelende term voor warmte uit oppervlakte-, afval- en drinkwater. Warmte vanuit riolering noemen we riothermie. Geothermie heet ook wel aardwarmte, warmte afkomstig uit de aarde (hoe dieper in de aarde, hoe hoger de temperatuur). Overige (individuele) bronnen – tot slot kan gebruik worden gemaakt van omgevingswarmte. Dit gebeurt met een gebouwgebonden voorziening, in de meeste gevallen een warmtepomp.

Warmtepompen maken gebruik van omgevingswarmte (lucht-, bodem- of water) en verwarmen met lage temperatuur, waardoor er vaak isolatie van het betreffende gebouw nodig is voor het bereiken van een voldoende comfortniveau. Om een heel gebied geschikt te maken voor dit soort all-electric oplossingen, moet het elektriciteitsnet vaak verzwaard worden. Daarvoor is afstemming met de netbeheerders van groot belang. Dit gebeurt dan ook wanneer de keuze voor Pagina 14 Transitievisie Warmte Steenwijkerland een wijk all-electric is. Individuele, all-electric technieken hebben enige impact op de omgeving en gebouweigenaren. In bijlage 2 gaan we dieper in op de verschillende warmtetechnieken. 3.3 Wat zijn de verschillen in temperatuur van de warmtebron? De temperatuur van een warmtebron die toegepast wordt om een gebouw te verwarmen is één van de belangrijkste onderscheidende kenmerken. De temperatuur van die warmtebron bepaalt namelijk welke isolatie en warmteafgifte maatregelen de woning moet hebben. Hoge temperatuur (HT) warmtebronnen zijn vaak makkelijker in te passen in bestaande huizen; er hoeven minder aanpassingen plaats te vinden. Bij lage temperatuur (LT) warmtebronnen moet de warmteafgifte infrastructuur relatief intensiever worden aangepast (aanpassing van warmteafgifte) en moet de woning goed geïsoleerd zijn.

Omdat er vaak onvoldoende HT warmtebronnen voor handen zijn, is het belangrijk om LT warmtebronnen altijd daar toe te passen waar ze relatief makkelijk ingepast kunnen worden. Voorbeelden zijn in nieuwere panden en panden die goed geïsoleerd zijn. Figuur 3 geeft het temperatuurniveau van diverse warmtebronnen weer op een schaal van LT naar HT. 3.4 Hoe kom je tot de meest geschikte techniek en warmtebron? Duidelijk is dat er een grote verscheidenheid in technieken en warmtebronnen is. De eerste stap in de warmtetransitie is om te bepalen welke techniek en warmtebron het meest geschikt en voordeligste zijn voor een bepaald gebied. Hiervoor zijn vier onderwerpen van belang. 1. Woningtype – aspecten als hoogbouw/laagbouw en de woningdichtheid bepalen of een individuele of collectieve techniek voor de hand ligt. 2. Bouwjaar en isolatiegraad – het bouwjaar van een woning geeft vaak inzicht in de mate van isolatie en daarmee de geschiktheid voor HT of LT. Hetzelfde kan gezegd worden over energielabels; deze geven Figuur 3: temperatuurniveau van diverse warmtebronnen, van laag (LT) naar hoog (HT)

Pagina 15 Transitievisie Warmte Steenwijkerland Tot slot kunnen de CO2-effecten van de verschillende warmtetechnieken met elkaar worden vergeleken. Deze berekeningen worden gemaakt op basis van kengetallen. Deze berekeningen worden niet gebruikt om conclusies te trekken over welke warmtetechnieken voor Steenwijkerland het beste ingezet kunnen worden. Wel komt uit de berekeningen naar voren welke technieken de meeste impact hebben wat betreft CO2-emissies. In bijlage 4 is deze vergelijking opgenomen. accurater weer wat de isolatiewaarde is. Echter is niet van alle woningen in Nederland het energielabel bekend. 3. Beschikbare technieken – er moet gekeken worden welke bronnen er in de omgeving beschikbaar zijn. Zo is de potentie voor thermische energie uit oppervlaktewater sterk afhankelijk van de aanwezige hoeveelheid oppervlaktewater en stroomsnelheid en verschilt per gebied de mogelijkheid voor diepe geothermie. 4. Techniek en marktrijpheid – nog niet elke techniek is financieel haalbaar of marktrijp. Zo is geothermie vaak pas financieel haalbaar vanaf een groot aantal aan te sluiten huishoudens. In figuur 4 is te zien hoe deze gezamenlijk tot de keuze voor de meest geschikte techniek leiden. In de praktijk zal vaak een combinatie van verschillende technieken in een wijk nodig zijn.

Gezien de diversiteit van de gebouwde omgeving gaan we per gebied op zoek naar een ideale mix (energieconcept) voor de overstap naar hernieuwbare warmte. Figuur 4: keuzemodel meest geschikte warmtetechniek

Pagina 16 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 4 I De opgave in Steenwijkerland De opgave voor Steenwijkerland start met inzicht in de huidige warmtevraag en de verschillende warmtebronnen die beschikbaar zijn in de gemeente. Op basis daarvan gaan we op zoek naar de match: hoe laten we vraag en aanbod op elkaar aansluiten? Pagina 17 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 4. 4.1 Naar een aardgasvrij Steenwijkerland Steenwijkerland is op weg om in 2050 aardgasvrij te zijn, in lijn met de nationale doelstelling. In dit hoofdstuk gaan we in op wat deze transitieopgave inhoudt specifiek voor Steenwijkerland en welke bronnen er binnen de gemeente aanwezig zijn om in warmte te voorzien. 4.2 De warmtevraag Steenwijkerland heeft een warmtevraag in de gebouwde omgeving van 1.000 TJ (data uit 2018). Dit is de vraag naar warmte van alle gebouwen, inclusief kantoorpanden, maar exclusief proceswarmte: warmte die de industrie vraagt voor haar (industriële) processen. De Transitievisie Warmte gaat enkel over de warmtevraag van gebouwen. De gemeente Steenwijkerland telt circa 44.000 inwoners (1-1-2019), verdeeld over 109 buurten. Zij wonen in circa 20.000 woningen, waarvan 27% in het bezit is van woningcorporaties, met name in Steenwijk en Steenwijkerwold. Daarnaast zijn er nog circa 3.500 utiliteitsgebouwen in de gemeente.

Dit zijn gebouwen die geen woonbestemming hebben zoals fabrieken, kantoren, scholen en opslagruimtes. In deze Transitievisie Warmte zoeken we naar het meest optimale pakket aan energiemaatregelen, dat wil zeggen een combinatie van isolatie en een bijpassende warmtevoorziening in combinatie met het betaalbaarheidsaspect. Minder energie gebruiken is vaak de eerste en belangrijkste stap. De woningen in Steenwijkerland zijn van verschillende bouwjaren (zie figuur 5). Ruim een kwart van de woningen is na 1992 gebouwd, wat betekent dat ze relatief goed geïsoleerd zijn en geschikt te maken voor een LT warmtebron. Ook is er een groot aandeel (22%) woningen uit de periode 1975-1992. Deze zijn vaak goed te isoleren tot een hoger energielabel (B), waardoor overstappen naar LT warmte mogelijk wordt. In de gemeente Steenwijkerland wordt stevig ingezet op energiebesparing: de zogenaamde ‘no regret maatregelen’. Op plekken waar all-electric oplossingen overwegend naar voren komen, zal een goede isolatie van de woningen (nog) prangender zijn dan bij andere woningen. Maar zolang de prijs van warmte (wettelijk) gekoppeld is aan de gasprijs, is een goede isolatie ook van (financieel) belang voor woningen die op een (LT/MT) warmtenet aan kunnen sluiten of voorlopig nog niet overschakelen op een hernieuwbare warmtevoorziening.

20% 14% 15%22% 29% Totaal aantal woningen Steenwijkerland: 19.726 t/m 1945 1946-1964 1965-1975 1975-1991 1992-heden De transitieopgave in Steenwijkerland Figuur 5: verdeling woningen Steenwijkerland naar bouwjaar Pagina 18 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 4.3 Beschikbare bronnen in de gemeente Om te voorzien in de warmtevraag in de gebouwde omgeving van 1.000 TJ kunnen verschillende bronnen en technieken worden ingezet. De ene techniek heeft daarbij meer potentie dan de andere. In de rest van de paragraaf zetten we daarom de potentie van de verschillende warmtetechnieken verder uiteen. We maken hierbij onderscheid in bronnen met relatief veel potentie, beperkte potentie en weinig potentie in de gemeente Steenwijkerland. Biogas afkomstig uit mest, GFT en reststromen van de akkerbouw kan een belangrijke rol spelen in een deel van de warmtevraag in Steenwijkerland. Met name in de vorm van groen gas: groen gas wordt geproduceerd door opwerking van biogas tot aardgaskwaliteit dat door het bestaande gasnet getransporteerd kan worden. Groen gas wordt al beperkt geproduceerd in de gemeente. Het is van belang dat deze productie de komende jaren flink opgeschaald wordt, bijvoorbeeld door in te zetten op pilots voor de productie van groen gas. Uit onderzoek is gebleken dat het potentieel uit groen gas circa 45% van de warmtevraag in Steenwijkerland kan vervullen.

Na isolatie kunnen meer woningen worden voorzien van dezelfde hoeveelheid groen gas. Er zijn verschillende aandachtspunten en onzekerheden die de potentie van groen gas voor Steenwijkerland beïnvloeden, deze zijn in hoofdstuk 3 beschreven. Een belangrijk aandachtspunt is dat de verdeling van groen gas nog onbekend is: we weten nog niet wel deel van het groen gas ingezet gaat worden voor de verwarming van woningen en andere gebouwen. Rekening houdend met deze onzekerheden gaan we er voorlopig vanuit dat we circa één derde deel van de warmtevraag met groen gas kunnen voorzien. Daarnaast is in een groot deel van Steenwijkerland bodemenergie mogelijk. Er bestaan individuele en (kleine) collectieve vormen van bodemenergie, open en gesloten systemen. In de gemeente is er allereerst veel potentie voor bodemlussen (individueel). Dit houdt in dat een bodemwarmtewisselaar een mengsel van water met een koelvloeistof rondpompt in een gesloten systeem van bodemlussen. Afhankelijk van het seizoen wordt warmte of koude onttrokken uit de bodem en afgegeven aan het gebouw. Bodemlussen zijn mogelijk wanneer woningen niet te dicht op elkaar staan, zoals in het buitengebied. Warmtekoude-opslag (WKO) biedt de mogelijkheid om warmte uit andere bronnen op te slaan.

Dit maakt dat seizoenale bronnen zoals thermische energie uit oppervlaktewater in het winterseizoen ingezet kunnen worden en dat er geen warmtepotentie verloren gaat. De gewonnen warmte is echter wel laagtemperatuur en zal moeten worden gecombineerd met een (collectieve) warmtepomp. Een WKO-net vraagt om een minimum van 50 tot 100 woningen of gebouwen die aansluiten. Dit aantal woningen of gebouwen ligt hoger wanneer er warmte wordt gewonnen uit oppervlaktewater of afvalwater. Voor WKO-systemen zijn er weinig geografische belemmeringen in de gemeente. Uitzonderingen voor bodemwarmte zijn de drinkwatergebieden rondom Sint Jansklooster en Buitengebied Onna, aangezien een WKO-systeem veel grondwater verplaatst dat mogelijk bodem- of grondwaterverontreinig- ingen kan bevatten. Aandachtspunt bij WKO is interferentie in de bodem. Dit houdt in dat er teveel bodemsystemen bij elkaar in de grond zich bevinden, wat het rendement van het systeem negatief kan beïnvloeden. Hiermee kunnen we rekening houden door gebieden waarin we een grote dichtheid van bodemenergiesystemen verwachten aan te wijzen als interferentiegebied. Relatief veel potentie voor groen gas Relatief veel potentie voor bodemlussen Relatief veel potentie voor WKO

Pagina 19 Transitievisie Warmte Steenwijkerland De kansen voor de inzet van restwarmte (warmte uit bedrijfsprocessen en wat niet meer binnen het bedrijf zelf kan worden gebruikt) is beperkt. In Steenwijkerland zijn enkele bedrijven die mogelijk lage temperatuur restwarmte kunnen leveren. Dit biedt mogelijkheden voor enkele kleine warmtenetten. Ook uit de twee rioolwaterzuivingsinstallaties (RWZI) in de gemeente en enkele gemalen kan restwarmte worden gewonnen. Voordeel van riothermie is dat het een constante warmtebron is die zowel ‘s zomers als ’s winters beschikbaar is. Het is een lage temperatuurbron, die collectief (via een warmtenet) ingezet kan worden. Het potentieel van riothermie is 5600 GJ/jaar, wat gelijk staat aan ongeveer 200 woningen op basis van hun warmtevraag in 2020. Bij een hogere isolatiegraad van de omringende woningen kan dit aantal toenemen, wat de rendabiliteit van dit warmtenet vergroot. Ook is er onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor aquathermie in de gemeente. Aangezien Steenwijkerland een gemeente is met veel oppervlakte water was de verwachting dat deze bron een grote potentie heeft. Aquathermie is een bron die lokaal gebruikt kan worden, het transporteren van de warmte van aquathermie over lange afstanden is over het algemeen economisch niet haalbaar.

Daarom is een analyse gemaakt welke aquathermie bronnen in de buurt van woonkernen voldoende potentie hebben om in de warmtebehoefte van deze wijken of kernen te voorzien. Voor deze woonkernen is het interessant om aquathermie als bron verder te onderzoeken, bijvoorbeeld in wijkuitvoeringsplannen. Er is een verdere selectie gemaakt op basis van wijken met een grote kans op een economisch haalbaar warmtenet met aquathermie als bron. Dit zijn de meest kansrijke wijken voor de toepassing van aquathermie. Deze wijken bevinden zich vooral in het stedelijk gebied van Steenwijk, zoals Steenwijkerdiep. De potentie van aquathermie in Steenwijkerland is ruim een kwart van de totale warmtevraag. Bij geothermie wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen: ondiepe geothermie (tussen de 0 – 500 meter) en diepe geothermie (tot wel 7.000 meter). Uit onderzoek in Steenwijkerland is gebleken dat de bodem in de gemeente niet geschikt is voor diepe geothermie. Diepe geothermie heeft dus geen potentie. Waterstofgas wordt op dit moment nog niet als geschikte potentiële bron voor Steenwijkerland gezien om (grootschalig) woningen en andere gebouwen te verwarmen. Het is tot tenminste 2030 nog onzeker of waterstofgas beschikbaar wordt voor woningen. Anno 2021 wordt waterstof vooral gemaakt uit aardgas waarbij CO2 vrijkomt. Groene waterstof wordt gemaakt uit water en hernieuwbare elektriciteit.

Er is de komende jaren echter onvoldoende hernieuwbare elektriciteit beschikbaar om op grote schaal groene waterstof te produceren, zonder dat dat ten koste gaat van andere manieren om die elektriciteit te gebruiken. Het is desondanks denkbaar dat in de toekomst waterstofgas de energietransitie (waaronder de warmtetransitie) een impuls geeft. Om die mogelijkheid te onderzoeken is het belangrijk dat we openstaan voor proeven, pilots en initiatieven. Deze geven ons inzicht in de haalbaarheid van waterstofgas voor warmte. De transitievisie wordt elke vijf jaar of zoveel eerder als nodig herzien. Op deze manier is het goed mogelijk in te spelen op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van waterstofgas en de transitievisie daarop aan te passen wanneer daar aanleiding toe is. 4.4 Energiemix Steenwijkerland Met bovenstaande omschrijving van de aanwezige warmtebronnen in Steenwijkerland is de inschatting in figuur 6 gemaakt van de energiemix in 2050; dat is de wijze waarop we in de toekomst onze gebouwen voorzien van Beperkte potentie voor restwarmte Beperkte potentie voor aquathermie Weinig tot geen potentie voor diepe geothermie Weinig potentie voor waterstofgas op korte termijn

Pagina 20 Transitievisie Warmte Steenwijkerland warmte, anders dan aardgas. In deze TVW gaan we ervan uit dat een derde deel van de warmtevraag kan worden ingevuld door groen gas (zie paragraaf 4.3). Daarnaast is uit het aquathermie-onderzoek gebleken dat met aquathermie in ongeveer 26% van de totale warmtevraag kan worden voorzien. Voor het overige deel van de warmtevraag (41%) zien we overige bronnen en technieken, zoals individuele (all electric) oplossingen en kleinschalige warmtenetten (bijvoorbeeld WKO, bodemlussen en restwarmte) als beste alternatief. Onderzoek in de komende jaren zal laten zien of dit inderdaad de energiemix is, of dat de potentie van bepaalde bronnen hoger of lager is. 33% 26% 41% Energiemix Steenwijkerland Totaal aantal woningen: 19.726 Groen gas (i.c.m. hybride warmtepomp) (Kleinschalige) warmtenetten zoals aquathermie Individuele technieken Figuur 6: een inschatting van de energiemix in Steenwijkerland Pagina 21 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 5 I De route naar aardgasvrij In het vorige hoofdstuk hebben we de warmtevraag en de warmtebronnen in kaart gebracht. In dit hoofdstuk zoomen we in op de wijken en buurten. We maken een start met het matchen van de warmtebronnen en de warmtevraag op wijkniveau.

Daarnaast maken we een doorkijk naar de (nabije) toekomst: hoe bepalen we nu waar de transitie begint? En waar in Steenwijkerland gaan we (als eerste) in gesprek over een alternatief voor aardgas? De routekaart geeft inzicht in de weg naar aardgasvrij. Pagina 22 Transitievisie Warmte Steenwijkerland 5. 5.1 Mogelijke warmteoplossingen per gebied Het vinden van de beste warmteoplossing per buurt en woning is een complexe opgave. De woningtypes en bouwjaren in Steenwijkerland zijn divers. De meest geschikte techniek verschilt daarom sterk op wijk-, buurt- en woningniveau, omdat dit afhankelijk is van het type woning. In de zoektocht naar mogelijke warmteoplossingen per gebied kan worden gewerkt met instrumenten op basis van data zoals de Leidraad Startanalyse. Daarnaast is in verschillende sessies met stakeholders in de gemeente onderzocht wat logische gebiedsclusters zijn en wat daar de beste warmte oplossing zou zijn. De inzichten hieruit zetten we in deze paragraaf uiteen. Voorkeursalternatieven vanuit de Leidraad Startanalyse Het Rijk ondersteunt gemeenten met verschillende instrumenten voor de te maken keuzes. De Leidraad Startanalyse is één van die instrumenten. In de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zijn voor alle buurten in Nederland scenario’s berekend die de laagste nationale kosten geven.

In bijlage 5 is het overzicht te vinden van de voorkeursscenario per buurt in Steenwijkerland. Het model kent vijf warmtealternatieven: een individuele warmtepomp, warmtenet met MT-HT bron, warmtenet met LT-bron, groen gas en waterstof. Voor groen gas en waterstofgas wordt aangegeven dat deze niet voor 2030 als logisch alternatief gelden; deze zullen vóór 2030 niet op grote schaal beschikbaar komen voor de gebouwde omgeving. Voor waterstof is de beschikbaarheid na 2030 onbekend. De Startanalyse geeft een beeld van de mogelijkheden en biedt hiermee handvatten bij het gesprek over de alternatieven voor aardgas; de Startanalyse vormt géén advies. Hiernaast in figuur 7 zijn de voorkeursalternatieven per buurt aangegeven voor Steenwijkerland. Op de bovenste kaart is te zien dat in elke buurt groen gas de voorkeur heeft, al dan niet in combinatie met een hybride warmtepomp (wat de De route naar aardgasvrij Figuur 7: Voorkeursalternatieven per buurt, uitgaande van een situatie met groen gas (boven) en zonder (onder) (bron: Leidraad Startanalyse) Pagina 23 Transitievisie Warmte Steenwijkerland voorkeur heeft). Dit scenario is gebaseerd op de laagste nationale kosten. Zoals in deze transitievisie wordt beschreven gaat de inzet van groen gas gepaard met een aantal aandachtspunten en onzekerheden.

Op de onderste kaart is het voorkeursscenario weergegeven waarop groen gas niet is meegenomen. Hierop is te zien dat zeven buurten in de gemeente potentie hebben om aan te sluiten op een lage temperatuur warmtenet. In deze zeven buurten is echter de (lucht)warmtepomp ook een geschikt alternatief. In de overige buurten komt de (lucht) warmtepomp als beste alternatief naar voren. Mogelijke warmteoplossingen per gebiedscluster Naast de Startanalyse is in verschillende sessies met stakeholders in de gemeente onderzocht wat logische gebiedsclusters zijn en wat daar de beste warmteoplossing zou zijn. De inzichten hieruit zetten we in deze paragraaf uiteen. Voor verschillende clusters in Steenwijkerland is de voorkeur uitgesproken voor één of meerdere technieken. Deze keuze is gebaseerd op de eerder genoemde redenen, zoals het bouwjaar van woningen, aanwezigheid van bronnen en bebouwingsdichtheid. Daarnaast zijn lopende initiatieven meegenomen. In deze paragraaf beschrijven we per type gebied/cluster waarom bepaalde technieken de voorkeur hebben. Beschermde stads- en dorpsgezichten / monumentale gebouwen In de gemeente liggen verschillende monumentale kernen: denk aan het centrum van Steenwijk, Kuinre, Vollenhove, Blokzijl en Giethoorn en omgeving. Daarnaast zijn er veel losse monumentale panden die verspreid in de gemeente liggen.

Deze panden hebben een hoge (cultuur)historische waarde en pandgebonden aanpassingen zijn (bijna) niet mogelijk of erg kostbaar. In de openbare ruimte is ook weinig plek voor de aanleg van hoge temperatuur (HT) warmtenetten. Daarom hebben we de voorkeur om het schaars beschikbare hernieuwbare gas hier naartoe te leiden. Op korte termijn (voor 2030) gaat het dan om groen gas en op lange termijn (na 2030) mogelijk om waterstofgas. Buitengebied en lintbebouwing In de lintdorpen en verspreide bebouwing in het buitengebied is er door de ruime opstelling van woningen voldoende ruimte om bodemwarmte toe te passen. Vanwege de lage bebouwingsdichtheden en diversiteit in ouderdom en isolatieniveau, liggen grootschalige collectieve oplossingen niet voor de hand. Individuele of kleinschalige collectieve oplossingen zijn hier wel goed mogelijk. In verband met drinkwaterwinning gelden er beperkingen in het gebied rondom Sint Jansklooster en Buitengebied Onna voor bodemwarmte, afhankelijk van de diepte. Naast bodemwarmte moet ook de inzet van lokale (aquatische) biomassa nader worden onderzocht. Mogelijk kan hier warmte uit gewonnen worden en kunnen problemen zoals rookoverlast worden opgelost. Tot slot willen we daar starten waar al bewonersinitiatieven op gebied van duurzaamheid en energie actief zijn.

Stad Steenwijk In Stad Steenwijk zien we enkele mogelijke opties voor een collectieve warmteoplossing. In Steenwijk is IJsbeer Energie gevestigd waar groene elektriciteit wordt geproduceerd uit biomassa en is de rioolwaterzuivingsinstallatie (RWZI) Steenwijk gevestigd. Voor wat betreft de RWZI kan mogelijk restwarmte worden gebruikt voor een collectief lage temperatuur (LT) warmtenet voor circa 200 woningen. Er lopen renovatieprojecten van de woningcorporaties in deze buurten, wat we beschouwen als een goede meekoppelkans. Van de IJsbeercentrale is het warmtepotentieel en de temperatuur nog onbekend. Buurten die in de buurt liggen van deze potentiële bronnen zijn Torenlanden, Oostwijken, de Beitel, Clingenborgh, Tuk, Steenwijk-west, Steenwijkerdiep en industrieterrein Dolderkanaal en Groot Verlaat. De afstand tussen de woningen en de warmtebron is hierbij van belang, waarbij het bereik van een mogelijk warmtenet onderzocht dient te worden. In de wijken Woldmeenthe, Oostermeenthe en Nieuwe Gagels is er een groep actieve bewoners onder de naam buurtteam Energiek rondom de Middenweg bezig met het onderzoeken van geschikte warmtealternatieven voor hun buurten. Daarnaast wordt de haalbaarheid voor een lage temperatuur (LT) warmtenet nog onderzocht voor het deel van Kornputkwartier dat in de toekomst bouwrijp wordt gemaakt.

Hier kan mogelijk gebruik worden Pagina 24 Transitievisie Warmte Steenwijkerland gemaakt uit warmte uit de bodem, waarbij de aanwezigheid van het waterwingebied een aandachtspunt vormt. Uit het haalbaarheidsonderzoek is gebleken dat voor Woldmeenthe en Oostermeenthe een warmtenet een mogelijkheid is vanwege de hogere warmtevraagdichtheid (>1000 GJ/h). De voorlopige verwachting is echter wel dat een warmtenet tegen hoge kosten te realiseren en exploiteren is. Voor Nieuwe Gagels is een warmtenet niet haalbaar door de lage en gefragmenteerde warmtevraagdichtheid. Hier is er voorkeur voor het inzetten van een warmtepomp of hybride warmtepomp in combinatie met groen gas. Hybride warmtepomp als tussenoplossing De hybride warmtepomp neemt voor het grootste gedeelte het werk van de cv-ketel op gas over, waardoor een grote reductie (tot wel twee derde deel) van de gasvraag oplevert. Behalve op momenten dat het écht nodig is, bijvoorbeeld op een heel koude winterdag, dan springt de cv-ketel bij voor extra warmte in huis. We zien dit vooral als tussenoplossing en nog niet als (aardgasvrije) eindoplossing. Een hybride warmtepomp doet echter geen afbreuk aan het comfort en vraagt relatief weinig investering en aanpassingen aan woningen. Het stimuleert bovendien ook de toepassing van volledige warmtepompen op de lange termijn.

Door nu stappen te zetten met hybride warmtepompen, is het pad naar andere eindoplossingen gemakkelijker. Op lange termijn wordt toegewerkt naar een all-electric oplossing zoals een (niet hybride) warmtepomp. Waar dit onmogelijk is kan worden gekozen voor de inzet van groen gas. Steenwijkerwold en De Gagels Steenwijkerwold en De Gagels zijn samengenomen omdat een groot deel in bezit is van de woningbouwcorporatie Woonconcept, die voor 2030 aan de slag gaat met een wijk/dorpsvisie. In deze visie wordt integraal gekeken naar diverse opgaven, waaronder woningbouw, sociale problematiek en de energietransitie. De bouwjaren in deze kernen zijn gevarieerd. De oplossingsrichting voor deze buurten moeten we nader onderzoeken. Waar mogelijk, zetten we voor nu in op een warmtepomp. We spelen in op logische en natuurlijke investeringsmomenten Er is altijd maatwerk nodig om de duurzame invulling van de warmtevraag te bepalen en de volgordelijkheid van wijken, blokken, straten en gebouwen daarin. ‘Natuurlijke momenten’ zijn bijvoorbeeld verhuizingen, verbouwing van de keuken (voor elektrisch koken), vervanging van cv-ketel of het aanleggen van zonnepanelen (in combinatie met dakisolatie) of het aanpassen van de riolering en lokale initiatieven.

Vanuit de brede communicatieaanpak willen wij inwoners op deze momenten bewust maken van de duurzame keuzes en stimuleren tot het zetten van stappen richting aardgasvrij. 5.2 Fasering Niet alle wijken in Steenwijkerland kunnen tegelijk de route naar een aardgasvrije warmtevoorziening inzetten, een gefaseerde aanpak is nodig. De transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving is namelijk een complexe uitdaging. Wil je iedereen aan boord houden, is het van belang dit stap voor stap te doen. Het realisatietempo wordt bepaald door de mate waarin een redelijk alternatief beschikbaar is. Dat is ook afhankelijk van financiële ondersteuning en instrumenten vanuit het nationale Klimaatakkoord. De fasering, of het tijdspad, waarop wijken van alternatieven voor aardgas worden voorzien in Steenwijkerland noemen we de routekaart. Bij de routekaart en de indeling horen een paar aantekeningen: Wanneer een gebied vooraan de routekaart staat, betekent dit niet dat er meteen gestart wordt met het aardgasvrij maken, wel dat we het proces daarvan in gang gaan zetten. Starten betekent dat we, samen met inwoners en andere belanghebbenden, beginnen met een haalbaarheidsstudie voor de benoemde alternatieve warmtebron en het maken van afspraken tussen verschillende stakeholders over het proces. Ook willen we met een brede groep inwoners en stakeholders tot de wijkuitvoeringsplannen komen.

Een proces naar een aardgasvrij gebied kan wel 5 tot 20 jaar duren afhankelijk van de complexiteit en grootte van het gebied en de investeringen, zoals de Pagina 25 Transitievisie Warmte Steenwijkerland verzwaring van het elektriciteitsnet, die gedaan moeten worden. Starten met isoleren is echter wel altijd belangrijk en aan te raden. Daarnaast is de fasering in de routekaart richtinggevend. De fasering kan veranderen door initiatieven die het tempo versnellen, toekomstige ontwikkelingen en nieuwe inzichten. De warmtetransitie is een proces van ervaring opdoen en leren in de eerste wijken, dus ruimte geven aan initiatief en rekening houden met flexibiliteit in de uitvoering en fasering zijn belangrijk. 5.3 De route naar aardgasvrij tot 2030 Hoe bepalen we nu waar de transitie gaat beginnen? En waar in Steenwijkerland gaan we (als eerste) in gesprek over een alternatief voor aardgas? Hoe, waar en wanneer we overgaan op aardgasvrij gaan we de komende tijd verder concretiseren. In hoofdlijnen hebben we onze route al wel scherp: we zetten in op besparen, de inzet van groen gas en kleinschalige collectieve oplossingen waar mogelijk (zie figuur 8). Voor drie wijken weten we al dat we daar van start willen gaan. Dit zijn Woldmeenthe, Oostermeenthe en Nieuwe Gagels (zie figuur 9).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/68ce1366-318d-4d4a-a24c-3e24850a59ab?agendaItemId=b0843a64-177b-4570-a770-1ffef56a21f2