Rapportage onderzoek kostprijzen en bekostiging GIs
Tekst van het document
Kostprijsonderzoek, landelijk tarief en bekostigingsvormen Gecertificeerde Instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering In opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid — 30 augustus 2023 2© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden. Opdracht en resultaat Rijk, gemeenten en GI’s willen bezien of het mogelijk is om te komen tot een vorm van landelijke tarieven voor regio’s en GI’s. Hierbij zijn twee onderzoeksopdrachten uitgezet die hebben geleid tot twee onderzoeksrapporten: 1. Een rapport dat zich focust op de kostprijsberekening. Het rapport vormt de basis voor het vaststellen van de componenten van een landelijk tarief. Het is een representatief rapport omdat de kosten van alle GI’s (behalve Nidos) onderdeel zijn van het onderzoek. In het rapport wordt een splitsing gemaakt tussen de kosten die toerekenbaar zijn aan drie wettelijke maatregelen (OTS, Voogdij en JR) en overige niet-wettelijke taken van GI’s. 2. Een rapport dat zich focust op mogelijke bekostigingsvormen. Beide rapporten zijn afzonderlijk opgesteld en vastgesteld door de opdrachtgever. Omdat beide rapporten met elkaar is verband staan, zijn de rapporten op verzoek van de opdrachtgever gezamenlijk opgenomen in dit ene document.
De reikwijdte • Het resultaat van het onderzoek geeft inzicht in de componenten van de kostprijs en een gemiddelde kostprijs op basis van de ontvangen relevante informatie. Het is aan JenV, GI’s en de VNG/gemeenten om tarieven vast te stellen voor de jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen. • Ten behoeve van de opdracht zijn door dertien GI’s1 aan KPMG (financiële) gegevens ter beschikking gesteld. De uitvraag in het kader van het onderzoek is gebaseerd op de realisatie van het jaar 2022. Op de ontvangen informatie is een plausibiliteitscheck uitgevoerd onder andere door deze aan te sluiten op de (voorlopige) jaarrekening 2022. • Het onderzoek heeft de aard van een data-uitvraag, aangevuld met interviews en werksessies. KPMG aanvaardt geen aansprakelijkheid voor het gebruik van de resultaten van het onderzoek anders dan waarvoor die zijn opgesteld, en aanvaardt geen aansprakelijkheid jegens andere partijen dan het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) als opdrachtgever. • JenV heeft KPMG niet verzocht een controleopdracht uit te voeren op deze gegevens. Voor alle duidelijkheid vermelden wij dat wij geen werkzaamheden hebben uitgevoerd die bij controle- of beoordelingsopdrachten van jaarrekeningen van toepassing zijn. Daarom kan aan ons onderzoek geen zekerheid met betrekking tot de getrouwheid van financiële of andere informatie worden ontleend.
• Wij benadrukken dat KPMG geen beslissingen neemt namens JenV noch participeert in enig besluitvormingsproces. In dit rapport worden derhalve geen keuzes gemaakt. • KPMG is niet verplicht het rapport te actualiseren naar aanleiding van gebeurtenissen die zich na de opleverdatum voordoen. Leeswijzer Het eerste rapport focust zich op de berekening van de gemiddelde landelijke kostprijs voor de uitvoering van maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering conform het KKPB. Het tweede rapport gaat in op mogelijke bekostigingsvormen voor de GI’s en bevat een advies over de bekostiging van GI’s. Toelichting op dit document 1 Gecertificeerde instelling Nidos valt buiten de reikwijdte van het onderzoek. Kostprijsonderzoek, landelijk tarief en bekostigingsvormen Gecertificeerde Instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering Deel 1: Kostprijzen In opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid — 30 augustus 2023 4© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden. Inhoudsopgave Pagina 1. Inleiding 5 2. Aanpak 8 3. Toelichting organisatie Gecertificeerde Instelling 10 4. Toelichting op het onderzoek 12 5. Opbouw en uitgangspunten landelijke kostprijs 15 6. Kostprijs per component 20 7.
Impact voor de GI’s 33 8. Algemene conclusie 38 Bijlagen 40 1. Overzicht deelnemers projectgroep 2. Overzicht besprekingen dataformats De contactpersonen bij KPMG voor dit rapport zijn: Bob Adams KPMG Advisory Partner Tel:(06) 2241 9360 adams.bob@kpmg.nl Dirk Bakker KPMG Advisory Senior manager Tel:(06) 2335 0321 bakker.dirk@kpmg.nl 5Document Classification: KPMG Confidential© 2023 KPMG N.V., a Dutch limited liability company and a member firm of the KPMG global organization of independent member f irms affiliated with KPMG International Limited, a private English company limited by guarantee. All rights reserved. 01 Inleiding 6© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden. Inleiding Een Gecertificeerde Instelling (GI) is een instelling die zich bezighoudt met kinderbeschermingsmaatregelen (jeugdbescherming en jeugdreclassering). De maatregelen jeugdbescherming (JB) en jeugdreclassering (JR) zijn ingrijpende maatregelen die door de rechter worden opgelegd. Deze maatregelen mogen alleen door GI’s uitgevoerd worden, omdat ze diep ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer van het kind en zijn gezin. Een GI voldoet aan kwaliteitseisen die de overheid hieraan stelt. Landelijk zijn er veertien GI’s actief.
Aanleiding De huidige tarieven van JB- en JR-maatregelen zijn veelal gebaseerd op een brochure van VNG/VWS/JenV (2014), aangevuld met verhogingen die voornamelijk regionaal bepaald zijn. De tarieven verschillen daardoor tussen regio’s en (samenwerkingsverbanden van) gemeenten. In de praktijk is er veel discussie over de bekostiging van GI’s, onder meer doordat sinds de decentralisatie in 2015 de complexiteit en juridisering zijn toegenomen. Het gevolg is dat de werkdruk van de jeugdbeschermers, in dienst van GI’s, als te hoog wordt ervaren, waardoor de kwaliteit en continuïteit van GI’s in het geding komen. Daarbij lukt het de lokale partijen niet of onvoldoende om tot een adequate bekostiging te komen. Als eerste stap is in 2023 het rapport Kwaliteitskader en prestatiebeschrijvingen Jeugdbescherming (KKPB) opgesteld. Het rapport bevat prestatiebeschrijvingen met urenbesteding (gemiddelde urennorm per maatregel) voor de jeugdbescherming. Een KKPB voor de jeugdreclassering volgt later dit jaar. Het KKPB geeft de basis voor de (directe en indirecte) cliëntgebonden tijd van jeugdbeschermers. Het is daarmee een bouwsteen voor de bekostiging. Rijk, gemeenten en GI’s willen vervolgens bezien of het mogelijk is om te komen tot een vorm van landelijke tarieven voor regio’s en GI’s.
Na gezamenlijke besluitvorming door Rijk, gemeenten en GI’s, zouden deze tarieven kunnen ingaan in 2024, als daarvoor dekking wordt gevonden (dit laatste valt buiten de scope van deze opdracht). Uw vraag Rijk, gemeenten en GI’s willen bezien of het mogelijk is om te komen tot een vorm van landelijke tarieven voor regio’s en GI’s. Hierbij zijn twee onderzoeksopdrachten uitgezet die hebben geleid tot twee onderzoeksrapporten: 1. Een rapport dat zich focust op de kostprijsberekening. Het rapport vormt de basis voor het vaststellen van de componenten van een landelijk tarief. Het is een representatief rapport omdat de kosten van alle GI’s (behalve Nidos) onderdeel zijn van het onderzoek. In het rapport wordt een splitsing gemaakt tussen de kosten die toerekenbaar zijn aan drie wettelijke maatregelen (OTS, Voogdij en JR) en overige niet-wettelijke taken van GI’s. 2. Een rapport dat zich focust op mogelijke bekostigingsvormen. Dit rapport richt zich op deel 1 van het onderzoek, de kostprijsberekening. Doelstelling onderzoek 1: Kostprijzen De primaire doelstelling van dit onderzoek is om te komen tot een transparante berekening van de kostencomponenten. De resultaten van het onderzoek vormen de basis voor het eventueel vaststellen van landelijke tarieven door het ministerie van Justitie en Veiligheid (hierna: JenV), gemeenten en GI’s.
Dit betekent dat voor iedereen helder en transparant is uit welke kostprijsonderdelen de tarieven zijn opgebouwd en welke waarden daarvoor zijn gebruikt. De hoogte van de kostprijscomponenten is gebaseerd op de gemiddelde kosten. De secundaire doelstelling van het kostprijsonderzoek is om inzichtelijk te maken hoe de gebruikte kostprijsonderdelen zich verhouden tot de gerealiseerde waarden en kostprijzen bij de GI’s. Inleiding (1/2) 7© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden. Resultaat Het resultaat van dit deel van het onderzoek is een rapport met daarin de bevindingen uit de objectieve analyse van de onderzoeksresultaten. Het rapport bevat de volgende elementen: 1. Bevindingen van een objectieve analyse van de onderzoeksresultaten. 2. Een inzicht in de gemiddelde kostprijs per maatregel (per cliënt, niet per gezin) die kostendekkend is voor een gemiddelde GI. 3. De verwachte financiële consequenties voor alle GI’s indien de kostprijzen als tarief zouden worden gehanteerd. Dit betreft een impactanalyse waarbij is nagegaan of elke individuele GI op basis van de gemiddelde kostprijs een kostendekkende exploitatie behaalt. 4.
Een kostprijsmodel dat helder en transparant weergeeft uit welke kostprijsonderdelen de berekening is opgebouwd en welke waarden hierbij zijn gebruikt. Dit model (in de vorm van een Excelbestand) met handleiding is eigendom van JenV. De resultaten van deel 1 van het onderzoek vormen een van de elementen voor deel 2 van het onderzoek dat betrekking heeft op de bekostiging. In het separate rapport van deel 2 van het onderzoek wordt ingegaan op de mogelijkheden om de resultaten van dit onderzoek te hanteren in de bekostiging van de GI’s. Onderwerpen als opslagen voor risico’s, middelen voor innovatie en indexatie, zijn onderdeel van het rapport van deel 2. De reikwijdte • Het resultaat van het onderzoek geeft inzicht in de componenten van de kostprijs en een gemiddelde kostprijs op basis van de ontvangen relevante informatie. Het is aan JenV, GI’s en de VNG/gemeenten om tarieven vast te stellen voor de jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen. • Ten behoeve van de opdracht zijn door dertien GI’s1 aan KPMG (financiële) gegevens ter beschikking gesteld. De basis voor het onderzoek is het jaar 2022. Op de ontvangen informatie is een plausibiliteitscheck uitgevoerd onder andere door deze aan te sluiten op de (voorlopige) jaarrekening 2022. • Het onderzoek heeft de aard van een data-uitvraag, aangevuld met interviews en werksessies.
KPMG aanvaardt geen aansprakelijkheid voor het gebruik van de resultaten van het onderzoek anders dan waarvoor die zijn opgesteld, en aanvaardt geen aansprakelijkheid jegens andere partijen dan het JenV als opdrachtgever. • JenV heeft KPMG niet verzocht een controleopdracht uit te voeren op deze gegevens. Voor alle duidelijkheid vermelden wij dat wij geen werkzaamheden hebben uitgevoerd die bij controle- of beoordelingsopdrachten van jaarrekeningen van toepassing zijn. Daarom kan aan ons onderzoek geen zekerheid met betrekking tot de getrouwheid van financiële of andere informatie worden ontleend. • Wij benadrukken dat KPMG geen beslissingen neemt namens JenV noch participeert in enig besluitvormingsproces. In dit rapport worden derhalve geen keuzes gemaakt. • KPMG is niet verplicht het rapport te actualiseren naar aanleiding van gebeurtenissen die zich na de opleverdatum voordoen. Leeswijzer Dit hoofdstuk beschrijft de inleiding, onderzoeksvragen, resultaten en reikwijdte van het onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt de aanpak van het onderzoek nader toegelicht. Hoofdstuk 3 bevat een korte beschrijving van een GI waarin wordt ingegaan op de specifieke kenmerken van een GI. Hoofdstuk 4 omvat een korte toelichting op de uitgangspunten bij het bepalen van de kostprijs. In hoofdstuk 5 is de berekening van de gemiddelde kostprijs opgenomen.
In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de effecten van de nieuwe tarieven op de opbrengsten van de individuele GI’s en de omvang van het directe personeel dat op basis van de resultaten van dit onderzoek benodigd is voor de uitvoering van de maatregelen 2022. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de deelnemers van de projectgroep en de bij het onderzoek betrokken GI’s. Inleiding (2/2) 1 Gecertificeerde instelling Nidos is niet meegenomen in het onderzoek. 8Document Classification: KPMG Confidential© 2023 KPMG N.V., a Dutch limited liability company and a member firm of the KPMG global organization of independent member f irms affiliated with KPMG International Limited, a private English company limited by guarantee. All rights reserved. 02 Aanpak 9© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden. Aanpak De aanpak van het onderzoek was erop gericht om in de beschikbare tijd van drie maanden, de twee onderzoeksopdrachten (kostprijs en bekostigingsvormen) uit te voeren op basis van de aangeleverde informatie van de GI’s. Het onderzoek is uitgevoerd in vier stappen die onderstaand zijn weergegeven.
De tussenresultaten en (concept)resultaten zijn besproken in de projectgroep van het onderzoek waarin JenV, de GI’s en VNG/gemeenten vertegenwoordigd waren. Een overzicht van de deelnemers van de projectgroep is opgenomen in bijlage 1. Daarnaast hebben aanvullende werksessies plaatsgevonden met de GI’s om bijzonderheden in de data te valideren. 1. Start onderzoek • Kick-off met afgevaardigden van de projectgroep waarin JenV, VWS, GI’s, en VNG/gemeenten vertegenwoordigd zijn, om de aanpak en tijdslijnen vast te stellen. • Na de kick-off zijn de GI’s geïnformeerd over het onderzoek. 2. Opstellen uitvraagtemplate In de tweede stap is een uitvraagtemplate opgesteld om inzicht te krijgen in de verschillende kostprijscomponenten. De template is afgestemd met JenV, VNG en een selectie van GI’s. De definitieve template is toegelicht tijdens een webinar met de GI’s waarin ook is ingegaan op de aanpak van het onderzoek. Deze activiteiten hebben geleid tot een duidelijke uitvraagtemplate die zo veel mogelijk aansluit bij het format van de GI’s zelf. 3. Valideren en vaststellen kostprijzen In de derde stap is het rekenmodel ontwikkeld aan de hand van de uitvraagtemplate en de uitgangspunten van de kostprijsberekening. De ontvangen data uit de templates is gevalideerd en tijdens een validatiesessie met iedere individuele GI besproken.
De bespreking leidde veelal tot kleine aanpassingen in de aangeleverde data. De data is vervolgens ingeladen in het ontwikkelde rekenmodel waarna de data is geanalyseerd en er een (gevalideerde) kostprijs per maatregel is opgesteld. Deze activiteiten hebben geleid tot een gevalideerde feitelijke kostprijs per maatregel (OTS, Voogdij, JR en overige niet-wettelijke taken) per GI en gemiddelde kostprijs over alle GI’s. 4. Opstellen eindrapport In de laatste stap is het eindrapport van het onderzoek opgesteld. De concepteindrapportage is besproken in de projectgroep, waarna het definitieve rapport is vastgesteld. De dataset is vervolgens overgedragen aan JenV. Deze activiteiten hebben geleid tot een onderbouwd voorstel voor een tarief per maatregel, opgenomen in een digitaal rapport met de resultaten van het onderzoek. 10Document Classification: KPMG Confidential© 2023 KPMG N.V., a Dutch limited liability company and a member firm of the KPMG global organization of independent member f irms affiliated with KPMG International Limited, a private English company limited by guarantee. All rights reserved. 03 Toelichting organisatie Gecertificeerde Instelling 11© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden.
De primaire dienstverlening van een GI heeft betrekking op het uitvoeren van maatregelen De primaire dienstverlening van GI’s bestaat uit het uitvoeren van wettelijke maatregelen (jeugdbescherming en jeugdreclassering) en niet-wettelijke taken zoals het voorkomen van een jeugdbeschermingsmaatregel. Jeugdbeschermingsmaatregelen worden opgelegd door de rechter ter bescherming van de jeugdige. Er bestaan twee soorten beschermingsmaatregelen (OTS en Voogdij) en meerdere jeugdreclasseringsmaatregelen. Onderstaand zijn de maatregelen nader toegelicht: • Ondertoezichtstelling (OTS) is een maatregel waarbij de ouders verplicht hulp en ondersteuning bij het opvoeden krijgen. • Voogdij is een gezagsbeëindigende maatregel waarbij de ouder(s) het gezag over het kind verliest. • Jeugdreclassering is een vorm van een wettelijke maatregel waarbij de jongere wordt geholpen, begeleid en gecontroleerd bij de terugkeer in de maatschappij na het delict. De strafrechter kan besluiten jeugdreclassering op te leggen aan jongeren tussen de 12 en 18 jaar die een delict hebben gepleegd. Er zijn verschillende jeugdreclasseringsmaatregelen. Welke maatregel een kind krijgt opgelegd, hangt af van het misdrijf dat het kind heeft gepleegd en van het verloop van de strafzaak. Naast wettelijke maatregelen, voert een GI ook niet-wettelijke taken uit zoals preventieve jeugdbescherming en consult en advies.
Het doel van deze niet wettelijke interventies is het voorkomen van een jeugdbeschermingsmaatregel. Ten slotte is een aantal GI’s onderdeel van een grotere organisatie die bijvoorbeeld ook verantwoordelijk is voor Veilig Thuis. De kosten van de bedrijfsvoering worden dan gedragen door beide organisaties. De primaire taken van een GI worden uitgevoerd door jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders De taken van de GI’s worden uitgevoerd door het directe personeel. Dit zijn veelal Stichting Kwaliteitskader Jeugd (SKJ)-gecertificeerde jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders. Het directe personeel wordt hierbij ondersteund door functies zoals gedragswetenschappers, secretariaat/administratie, GZ-psychologen en juristen. Daarnaast zijn er indirecte functies voor de uitvoering van de ondersteuning en bedrijfsvoering. Een jeugdbeschermer moet SKJ-geregistreerd zijn. Een SKJ-registratie is te behalen door het volgen van opleiding. Naast de SKJ-opleiding wordt de jeugdbeschermer opgeleid binnen een GI. Gedurende de opleiding neemt stapsgewijs het aantal jeugdigen waarvoor de jeugdbeschermer verantwoordelijk is toe tot een volledige caseload. De opleidingstijd is afhankelijk van de ervaring van de nieuwe jeugdbeschermer. In het onderzoek geven de GI’s aan dat de gemiddelde opleidingstijd negen maanden bedraagt.
De daadwerkelijke opleidingstijd is afhankelijk van het type instromer (starter, zij-instromer of overstapper). Tijdens de opleiding wordt de nieuwe jeugdbeschermer begeleid door ervaren collega’s. De activiteiten die een GI moet uitvoeren bij de jeugdbeschermingsmaatregelen zijn vastgelegd in het KKPB Jeugdbescherming. Een KKPB voor de jeugdreclassering wordt nog opgesteld in 2023. Een belangrijke voorwaarde waaraan een GI moet voldoen is dat binnen vijf dagen na het opleggen van een maatregel de jeugdige een jeugdbeschermer krijgt toegewezen. Ook dient de acute veiligheid van de jeugdige vanaf de eerste dag geborgd te worden. In het KKPB is ook de normatieve inzet in uren voor het directe personeel dat de maatregelen uitvoert, bepaald. De inzet op de niet-wettelijke taken is afhankelijk van de specifieke afspraken van de GI met de opdrachtgevende gemeenten en/of jeugdzorgregio, waardoor het niet mogelijk is om een normatieve inzet in uren te bepalen. GI’s zijn onder te verdelen in regionale GI’s en landelijk werkende GI’s Regionale GI’s zijn hoofdzakelijk werkzaam voor één of enkele jeugdzorgregio’s. De regio-indeling is gebaseerd op het werkgebied van de voormalige bureaus Jeugdzorg die vóór de decentralisatie verantwoordelijk waren voor de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering.
De regionale GI voert het overgrote deel van de jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen in haar regio uit. Naast de regionale GI’s zijn er twee landelijk werkende GI’s: de William Schrikker Groep (WSG), onderdeel van Partners voor Jeugd en het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (LJ&R). Waarbij de WSG zich specifiek focust op jeugdigen met een licht verstandelijke beperking (LVB-problematiek). Door drukte bij de (regionale) GI kan het voorkomen dat casussen worden opgepakt door de landelijk werkende GI’s en vice versa. Een Gecertificeerde Instelling voert primair jeugdbeschermings-en jeugdreclasseringsmaatregelen uit 12Document Classification: KPMG Confidential© 2023 KPMG N.V., a Dutch limited liability company and a member firm of the KPMG global organization of independent member f irms affiliated with KPMG International Limited, a private English company limited by guarantee. All rights reserved. 04 Toelichting op het onderzoek 13© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden. Achtergrond van het onderzoek Dit onderzoek is bedoeld om de mogelijkheid van een landelijk tarief te onderzoeken.
Aan de hand van de realisatie 2022 wordt onderzocht 1) uit welke onderdelen een tarief zou moeten bestaan 2) wat de (landelijk) gemiddelde kostprijs van de componenten is en 3) wat de onderliggende waarden zijn geweest voor het bepalen van de componenten. In het onderzoek worden de kosten doorgerekend naar een kostprijs (per fte, per uur personeel voor de uitvoering van jeugdbescherming- en jeugdreclasseringmaatregelen en per maatregel) om de effecten van het hanteren van een landelijk tarief gebaseerd op een landelijk gemiddelde kostprijs inzichtelijk te maken. Dit onderzoek stelt nadrukkelijk geen kostprijs of landelijk tarief vast. De keuze of een landelijk tarief wordt gehanteerd en zo ja, in welke vorm en welke hoogte het tarief wordt gehanteerd is voorzien om vast te leggen in een te sluiten convenant tussen GI’s, gemeenten en JenV. Het is aan de betrokken partijen om de keuze te maken of het tarief overeenkomstig met de (geïndexeerde) kostprijs 2022 zou moeten zijn of dat hierop nog aanvullende afspraken of aanpassingen gemaakt moeten worden. De aanvullende afspraken kunnen zowel betrekking hebben op de financiële parameters als op de niet-financiële parameters, zoals het aantal uur dat een fte beschikbaar is voor de uitvoering van maatregelen.
In het rapport over bekostigingsvormen zijn een aantal aspecten uitgewerkt die bij gesprekken over het convenant betrokken kunnen worden. Het onderzoek raamt in hoofdstuk 7 wel de financiële impact wanneer de berekende gemiddelde kostprijs over 2022 gehanteerd zou zijn als landelijk tarief in 2022. Deze berekende financiële impact biedt een indicatie voor de verwachte kosten. De kostprijzen zijn gebaseerd op de realisatie 2022 De keuze om een gerealiseerde periode als basis voor het onderzoek te nemen, heeft als voordeel dat alle benodigde gegevens (kosten, opbrengsten, arbeidscapaciteit, productiecapaciteit, etc.) in samenhang beschikbaar zijn. Er hoeven daardoor geen aannames ten aanzien van normering en verhoudingen gemaakt te worden, waarvan het onzeker is of deze gerealiseerd kunnen worden. Een nadeel van het hanteren van een gerealiseerde periode kan zijn dat de gerealiseerde periode niet representatief is om te extrapoleren naar latere jaren. Daar waar mogelijk zijn niet-representatieve waarden uitgesloten bij het vaststellen van de landelijk gemiddelden. Dit is, indien van toepassing, vermeld in het rapport.
Het KKPB vormt de normatieve basis voor de kostprijsberekening over 2022 voor de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering Het KKPB omvat het samenvattend kwaliteitskader voor de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregelen (OTS en Voogdij) en prestatiebeschrijvingen voor deze maatregelen. Als onderdeel van de prestatiebeschrijvingen zijn de gemiddelde tijdsbestedingen voor de uitvoering van de maatregelen opgenomen gegeven een verhouding tussen complexe (90%) en zeer complexe casussen (10%). Deze tijdsbestedingen zijn uitgedrukt in benodigde uren van een jeugdbeschermer per maatregel. Ten tijde van dit onderzoek is voor de jeugdreclassering nog geen KKPB vastgesteld. Bij het onderzoek is in afstemming met de projectgroep een mutatie ten opzichte van de huidig geldende normering gehanteerd, in vergelijkbare omvang als bij de jeugdbeschermingsmaatregel OTS. Om de tijdsbestedingen uit het KKPB als basis voor het tarief te kunnen gebruiken, is het noodzakelijk om een integrale kostprijs per uur dan wel integraal uurtarief voor het personeel dat bij de uitvoering van de maatregel betrokken is, vast te stellen. Dat wil zeggen dat alle kosten die nodig zijn om de maatregel uit te voeren, inclusief de ondersteunende en indirecte arbeidscapaciteit en alle niet-personele kosten worden uitgedrukt in een bedrag per uur.
Dit integrale bedrag vermenigvuldigt met het aantal benodigde uren per maatregel bepaalt dan de kostprijs per maatregel. De personele kosten van een GI zijn primair afhankelijk van het aantal fte dat de organisatie in dienst heeft. In de regel zijn medewerkers in dienst en worden dus per maand verloond en niet (met uitzondering van externe medewerkers) per uur. Een belangrijke component voor het tarief is dus het aantal uren dat het personeel dat maatregelen uitvoert kan besteden aan het daadwerkelijk uitvoeren van die primaire taken. Zaken zoals ziekteverzuim, inwerken van nieuwe collega’s en het uitvoeren van andere taken dan de maatregelen hebben invloed op het aantal uren dat per fte beschikbaar is voor de uitvoering van de maatregelen. Alle niet-beschikbare uren voor het uitvoeren van maatregelen door medewerkers die daarvoor zijn aangetrokken, leiden bij gelijkblijvende werklast per medewerker dus tot kostenverhoging omdat het totaal aantal benodigde uren voor maatregelen dan met meer fte’s moet worden verkregen. Aandachtspunten bij het bepalen van een landelijke kostprijs (1/2) 14© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden.
De kostprijscomponenten worden geraamd op basis van het landelijk gemiddelde Het uitgangspunt van het onderzoek is dat de kostprijs gebaseerd wordt op de gemiddelde kosten. Om te borgen dat het gemiddelde ook aansluit bij de werkelijkheid, worden de GI’s onderling vergeleken op de onderliggende parameters van de kostprijs. Dit om inzicht te krijgen in eventuele bijzonderheden of afwijkingen ten opzichte van het gemiddelde. Bij het vaststellen van het gemiddelde hebben we naar het ongewogen en gewogen gemiddelde gekeken. Bij het ongewogen gemiddelde telt elke GI even zwaar mee en is het gemiddelde bepaald ongeacht het aantal maatregelen dat een GI uitvoert of het aantal fte dat bij de GI werkzaam is. Bij het gewogen gemiddelde wordt bij de berekening van het gemiddelde rekening gehouden met de omvang van de GI voor de uitvoering van maatregelen. Afhankelijk van de betreffende parameter is dit de omvang van de totale kosten of het personeel dat betrekking heeft op de uitvoering van de maatregelen. Hoe groter de omvang, hoe zwaarder de GI wordt meegenomen in de berekening van het gemiddelde. Representatief gemiddelde door het niet mee laten wegen van uitschieters Naast het gewogen en ongewogen gemiddelde is (per component) bepaald of het gemiddelde representatief is voor de (meeste) andere GI’s.
Wanneer de waarden van één of enkele GI’s sterk afwijken van het gemiddelde van de andere GI’s is er sprake van een uitschieters. Deze uitschieters worden niet meegenomen bij het bepalen van het gemiddelde. Een GI die (bijvoorbeeld als gevolg van een grote omvang) een grote efficiency kan behalen, zou als het een uitschieter is, het rekenkundig dusdanig beïnvloeden dat de gemiddelde kostprijs voor de andere GI’s niet kostendekkend zou zijn. Evenzo zouden het meenemen van uitschieters aan de bovenkant tot tot overfinanciering van de GI’s kunnen leiden. De totale kostprijs per maatregel is opgebouwd uit landelijke representatieve componenten. Het toepassen van de kostprijs als tarief biedt daarmee voor het merendeel van de GI’s tot een afdoende dekking van de kosten voor de uitvoering van de maatregelen. Nota bene: Omdat uitschieters worden uitgesloten bij het bepalen van de representatieve gemiddelden, zullen de ramingen van de totale kosten op basis van het gemiddelde afwijken van de gerealiseerde kosten. Bij een aantal GI’s blijkt het inwerken van nieuw personeel een bovenmatige invloed hebben op de beschikbaarheid van capaciteit voor de uitvoering van maatregelen Bij het uitvoeren van het onderzoek is duidelijk geworden dat een aantal GI’s een (veel) hoger dan gemiddeld verloop hebben.
Het gevolg daarvan is dat er relatief veel nieuw personeel geworven en ingewerkt moet worden. Met name het inwerken heeft een pas laat in het onderzoek duidelijk geworden effect op de beschikbaarheid voor het uitvoeren van maatregelen. Bij een aantal van de GI’s is sprake van een verloop van tientallen procenten van het personeelsbestand. Het inwerken van zoveel nieuw personeel heeft een merkbaar effect op de beschikbare tijd (per fte) voor het uitvoeren van maatregelen. Omdat de GI’s waarvoor dit effect optreedt bij het bepalen van de voor het uitvoeren van maatregelen beschikbare uren per fte een uitschieter vormen, zijn ze niet meegewogen in het gemiddelde. Voor deze GI’s is het mogelijk dat een tarief op basis van de berekende prijzen niet afdoende zijn om de voldoende capaciteit voor het uitvoeren van maatregelen beschikbaar te hebben. De door GI’s opgegeven kosten voor uitvoering van maatregelen vormen de basis van het onderzoek GI’s kunnen naast de opbrengsten voor het uitvoeren van maatregelen andere opbrengsten hebben. Deze opbrengsten kunnen verschillende vormen hebben. Een aantal GI’s wordt bekostigd voor het uitvoeren van preventie taken, taken die in het verlengde liggen van het uitvoeren van de maatrelen (zoals zorgcoördinatie voor de gemeente).
Ook zijn een aantal GI’s in 2022 aanvullend bekostigd voor werklastverlichting en het opvangen van de effecten van bovenmatig ziekteverzuim. Bij het bepalen van de impact op de kosten en opbrengsten van de GI’s in dit onderzoek zijn deze opbrengsten en de bijbehorende kosten buiten beschouwing gelaten. Dit betekent dus dat niet alle opbrengsten van GI’s geraakt zullen worden door een landelijk tarief. Zaken op de wachtlijst / monitorlijst zijn niet apart beschouwd Bij een aantal GI’s zijn in 2022 tot enkele honderden casussen op de monitorlijst gekomen. Bij het bepalen van de impact in dit onderzoek is geen rekening gehouden met het feit dat de inzet voor deze casussen anders is geweest. De aanname is dat bij afdoende bekostiging deze zaken als normale zaken zouden zijn opgepakt. Aandachtspunten bij het bepalen van een landelijke kostprijs (2/2) 15Document Classification: KPMG Confidential© 2023 KPMG N.V., a Dutch limited liability company and a member firm of the KPMG global organization of independent member f irms affiliated with KPMG International Limited, a private English company limited by guarantee. All rights reserved. 05 Opbouw en uitgangspunten landelijke kostprijs 16© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit.
Alle rechten voorbehouden. De hoogte van de kostprijs is afhankelijk van de gehanteerde uitgangspunten In het onderzoek is bij dertien GI’s (Nidos wordt niet meegenomen in het onderzoek) informatie opgevraagd om de kostprijs van de componenten te bepalen. De hoogte en de opbouw van de kostprijs zijn afhankelijk van de gehanteerde uitgangspunten, die in dit hoofdstuk nader zijn toegelicht. Kostendrager voor het landelijk tarief is het personeel dat maatregelen uitvoert Het doel van het onderzoek is om de componenten en de gemiddelde kosten vast te stellen voor de landelijke kostprijs van de GI’s. De landelijke kostprijs in combinatie met de normatieve tijdsbesteding per maatregel, zoals is vastgelegd in het KKPB, vormt de basis voor de landelijke tarieven. Om te borgen dat de kostprijs en onderliggende componenten aansluiten bij de normatieve tijdsbesteding uit het KKPB, is in de bepaling van de kostprijs het personeel voor de uitvoering van de maatregelen als kostendrager gehanteerd.
In het onderzoek onderkende kostencomponenten De opbouw van de kostprijs volgt de opzet van de dienstverlening van de GI’s en is opgebouwd uit de volgende componenten: • Kosten voor personeel voor uitvoering van maatregelen (personeel voor maatregelen): Dit betreft de loonkosten1 plus overige personele kosten als reiskosten en opleiding voor medewerkers die taken uitvoeren die zijn opgenomen in het KKPB. Dit zijn voornamelijk SKJ-gecertificeerde jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders, aangevuld met personeel dat maatregelen uitvoert en (nog) niet SKJ-geregistreerd is, zoals een ondersteunende jeugdbeschermer of een jeugdbeschermer in opleiding. • Kosten voor functies waarvan de omvang gerelateerd is aan de omvang van het personeel voor de uitvoering van maatregelen: Dit betreft alle loonkosten1 voor personeel waarvan de omvang een direct verband heeft met de primaire dienstverlening (maatregelen en niet-wettelijke taken), maar dat de diensten niet zelf direct uitvoert, plus overige personele kosten. De kosten van deze functies zijn afhankelijk van de gehanteerde span of control ten opzichte van het personeel dat maatregelen uitvoert. • Kosten voor overig en indirect personeel: Dit betreft alle loonkosten1 voor personeel dat niet een direct verband heeft met de inzet van de uitvoering van de maatregelen, plus overige personele kosten.
De omvang is het gevolg van inrichtingskeuzes van (het bestuur van de) organisatie. • Overige indirecte kosten (niet pupilgebonden): Dit betreft kosten voor huisvesting, automatisering, afschrijvingen en apparaat. • Pupilgebonden kosten: Dit betreft de kosten die door een GI voor een jeugdige moeten worden gemaakt die niet te verhalen zijn op de ouders. De kosten hebben betrekking op algemene kosten zoals schoolkeuzeadvies, identiteitsbewijzen, ziektekosten zoals de aanvullende verzekering, en de kosten voor forensische diagnostiek. De pupilgebonden kosten worden bij een aantal GI’s buiten de tarieven om gefinancierd of periodiek separaat afgerekend. In het onderzoek komt naar voren dat de spreiding van de pupilgebonden kosten per maatregel groot is, waardoor het niet mogelijk is een representatief landelijk gemiddelde te bepalen. De pupilgebonden kosten zijn derhalve niet als onderdeel van de landelijke kostprijs opgenomen.
De kostendrager voor het landelijke tarief is het personeel voor de uitvoering van de maatregelen Personeel voor maatregelen Personeel gerelateerd aan personeel maatregelen Overig en indirect personeel Overige kosten De personeelskosten van het personeel dat de maatregelen uitvoert De personeelskosten van medewerkers waarvan de omvang gerelateerd is aan de omvang van personeel dat maatregelen uitvoert, zoals gedragswetenschappers en teamsecretaresses De personeelskosten van het overige personeel waarvan de omvang niet te koppelen is aan het directe personeel zoals de PIOFACH-functies en het management, maar ook functies die werkzaamheden uitvoeren ten behoeve van jeugdigen Kosten voor het apparaat, huisvesting, IT en overige bedrijfskosten Opbouw van de kosten personeel voor maatregelen 1 Salariskosten gebaseerd op afspraken in cao’s, vakantietoeslag, 13e maand, premies, pensioenen, arbeidsmarkttoeslagen, toeslag op brutoloon voor diensten buiten gangbare werkdagen/tijden en kosten voor beroepskrachten die anders dan o.b.v. een arbeidsovereenkomst bij een aanbieder werken. Pupilgebonden kosten Bijzondere kosten jeugdige die niet te verhalen zijn op de ouders 17© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden.
In het KKPB is voor een maatregel de tijdsbesteding opgenomen in uren; om de aansluiting met het KKPB te borgen, leidt het onderzoek ook tot een kostprijs per uur In het KKPB Jeugdbescherming is aangegeven dat de gemiddelde tijdsbesteding per jaar voor een OTS 102 uur en voor Voogdij 78 uur bedraagt. Hierbij is rekening gehouden met de complexiteit van casussen, in het KKPB is gerekend met 90% voor complexe casussen en 10% voor extra complexe casussen. Het KKPB voor de jeugdreclassering inclusief bijbehorende tijdsbesteding is momenteel in ontwikkeling. Het ministerie van Justitie en Veiligheid geeft aan dat totdat het KKPB beschikbaar is, voor jeugdreclassering een tijd van 87,6 uur gehanteerd wordt. Deze 87,6 uur is gebaseerd op de normtijd uit 2014 van 73 uur, verhoogd met 20% conform de verhoging van de uren bij OTS. Om de kostprijs van een maatregel te kunnen berekenen, worden de kosten van het directe personeel (dat belast is met de uitvoering van wettelijke maatregelen) vertaald naar een kostprijs per uur. De kostprijs per uur wordt vervolgens vermenigvuldigd met het aantal uren van een maatregel om te komen tot een kostprijs per maatregel. Dit vermenigvuldigd met het aantal maatregelen van een GI, leidt tot de totale kosten per maatregel voor een GI.
Bij GI’s wordt geen tijd geschreven, waardoor de tijd die beschikbaar is voor de activiteiten behorend bij het uitvoeren van de maatregelen per fte moet worden benaderd Medewerkers van een GI registreren geen tijd. In het onderzoek is de beschikbare tijd van personeel dat maatregelen uitvoert benaderd op basis van de volgende elementen: • De contracturen van een medewerker conform de cao Jeugdzorg. • Het gemiddeld aantal feestdagen per jaar conform de cao Jeugdzorg. • Het ziekteverzuim bij de GI’s op basis van een opgave van de GI’s conform de definitie van het CBS. • Het aantal verlofdagen per fte conform de cao Jeugdzorg • Het aantal bijzonder verlofdagen. Dit is het bijzondere verlof in de cao Jeugdzorg excl. zwangerschaps- en ouderschapsverlof, omdat hiervoor compensatie wordt ontvangen vanuit het UWV. De bijzondere verlofdagen zijn gebaseerd op een opgave van de GI’s over 2022. • Het gemiddeld aantal uren vitaliteitsverlof, gebaseerd op een opgave van de GI’s over 2022. • Het gemiddeld aantal uren opleiding per jaar – niet zijnde de initiële opleiding – is gebaseerd op een opgave van de GI’s. • Het gemiddeld aantal uren per fte voor organisatie-overleggen (niet cliënt- inhoudelijk), teamuitjes en meewerken aan inspectieonderzoeken. Dit aantal uren is gebaseerd op een opgave van de GI’s.
• Het gemiddeld aantal uren dat nieuwe medewerkers op jaarbasis voor hun opleiding en inwerken niet beschikbaar zijn voor maatregelen. Dit aantal uren is gebaseerd op een opgave van de GI’s. • Het gemiddeld aantal uren dat op jaarbasis gemiddeld besteed wordt per fte aan cliëntgebonden activiteiten die geen onderdeel zijn van het KKPB, zoals intervisie, supervisie, begeleiden/opleiden van nieuwe medewerkers en voorlichting. Dit aantal uren is gebaseerd op een opgave van de GI’s. De opbouw van de berekening van de tijd die beschikbaar is voor de uitvoering van maatregelen is weergegeven in de tabel op de volgende pagina. 1 7 Het kostprijsonderzoek leidt tot een kostprijs per uur voor de uitvoering van maatregelen Integrale kosten per uur Normuren per maatregel Aantal maatregelen van een GI Totale kosten per maatregel van een GI X X = 18© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden. De basis voor de kostprijsberekening is de jaarrekening 2022 De kostprijs per maatregel is gebaseerd op de gerealiseerde kosten 2022 van de dertien GI’s conform de (voorlopige) jaarrekening 2022. De loonkosten zijn daarbij, indien noodzakelijk, gecorrigeerd voor de gevolgen van de cao Jeugdzorg 2021-2023 die in 2022 is afgesloten.
Onderdeel van de cao-afspraken was een loonsverhoging van 2% over 2021, die met terugwerkende kracht in 2022 is uitbetaald. Een aantal GI’s had voor deze verhoging eind 2021 voorzien op de balans. Bij een aantal GI’s is de uitbetaling over 2021 onderdeel van de kosten over 2022. Om voor dit effect te corrigeren, zijn de personeelskosten van de GI’s die deze niet hadden voorzien, verlaagd met de uitbetaling over 2021. De kosten zijn gesplitst tussen de uitvoering van de jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen en de overige activiteiten van de GI’s De GI’s voeren naast de jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen ook activiteiten uit zoals het voorkomen van maatregelen, of zijn onderdeel van een grotere organisatie waar ook Veilig Thuis onderdeel van is. In het onderzoek zijn de kosten voor de andere activiteiten gesplitst tussen de kosten voor de jeugdbescherming en jeugdreclassering en de overige activiteiten die de individuele GI uitvoert. Een deel van de GI’s beschikt over een aparte jaarrekening voor de jeugdbescherming en jeugdreclassering. In dat geval is de jaarrekening gevolgd. De overige kosten zijn direct toegewezen of toegerekend op basis van de inzet van personeel die maatregelen uitvoert. De toewijzing van het personeel aan de verschillende maatregelen en de andere activiteiten die de GI uitvoert is in het onderzoek aangeleverd door de GI’s.
Het uitgangspunt voor het bepalen van landelijke kostprijzen is het gemiddelde De kosten van de GI’s en de onderliggende parameters die van invloed zijn op de kostprijs per maatregel zijn, zoals eerder aangegeven, door middel van een uitvraagformat opgevraagd bij de GI’s. Het uitgangspunt van het onderzoek is dat de kostprijs per maatregel gebaseerd wordt op de gemiddelde kosten. Om te borgen dat het gemiddelde ook aansluit bij de werkelijkheid, worden de GI’s onderling vergeleken op de onderliggende parameters van de kostprijs. Dit om inzicht te krijgen in eventuele bijzonderheden of afwijkingen ten opzichte van het gemiddelde. Eventuele uitschieters zijn niet meegenomen in de berekening van het gemiddelde. Drie parameters waarbij mogelijk kan worden afgeweken van het gemiddelde Het bezien van de mogelijkheid voor een landelijk tarief komt mede voort uit de hoge werkdruk die wordt ervaren bij de GI’s. De landelijke afspraken hebben mede tot doel deze werkdruk te verlagen. Ziekte en de tijd die wordt besteed aan het opleiden van nieuwe medewerkers zijn van invloed op de tijd die beschikbaar is voor het uitvoeren van maatregelen. Een vermindering van het ziekteverzuim en van de benodigde tijd voor inwerken (met verloop als indicator) leiden ertoe dat de tijd per fte die beschikbaar is voor maatregelen wordt verhoogd. Dit heeft een positief effect op de gemiddelde werklast.
Drie parameters in het onderzoek worden mogelijk beïnvloed door het verlagen van de werkdruk. Voor deze parameters kan het een mogelijkheid zijn om in het onderzoek af te wijken van het gemiddelde bij de bepaling van de kostprijs. Deze drie parameters zijn nader toegelicht op de volgende pagina. 1 8 De kostprijzen zijn gebaseerd op de gerealiseerde kosten 2022 (1/2) Onderdeel Uren Contracturen op jaarbasis conform cao Feestdagen Subtotaal werkdagen Ziekteverzuim % Ziekte uren o.b.v. het ziekteverzuim Vakantie-uren cao Gemiddeld aantal uren bijzonder verlof per fte conform cao Gemiddeld aantal uren vitaliteitsverlof per fte conform cao Subtotaal Totaal beschikbaar Gemiddeld aantal uren opleiding (niet initieel) per jaar per fte Gemiddeld aantal uren medewerker in initiële opleiding Subtotaal Gemiddeld aantal uren organisatie-overleggen per fte Gemiddeld aantal uren aan cliëntgebonden activiteiten die geen onderdeel zijn van KKPB Totaal indirecte uren Totaal beschikbaar voor maatregelen in uren 19© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden.
• Aandeel externe inhuur: De hoge werkdruk kan leiden tot een relatief hoog ziekteverzuim en een hoog verloop, waardoor een GI meer gebruik moet maken van externe inhuur om de dienstverlening te kunnen continueren. • Het ziekteverzuim: Zoals eerder aangegeven, wordt het huidige ziekteverzuim als hoog ervaren. De invoering van een landelijk tarief, gebaseerd op de tijdsbesteding per maatregel conform KKPB, zal naar verwachting de werkdruk verlichten. Als men dat effect wil incalculeren zou dat aanleiding kunnen zijn om een ander verzuimpercentage te hanteren. • Het verloop: Het verloop leidt ertoe dat nieuwe jeugdbeschermers moeten worden opgeleid. Het duurt een aantal maanden voordat een jeugdbeschermer volledig inzetbaar is (inwerktijd). Tijdens de opleiding worden nieuwe medewerkers begeleid door directe medewerkers die daardoor ook minder inzetbaar zijn. Het huidige relatief hoge verloop is een van de aanleidingen voor het landelijk tarief. Een beter passend tarief zou de hoge werkdruk als een van de oorzaken van het hoge verloop kunnen verlagen. De invoering van het landelijk tarief, gebaseerd op de tijdsbesteding van het KKPB, en de verwachte doorwerking daarvan in een lagere werkdruk kan aanleiding geven om een lager verlooppercentage te hanteren. Indien voor bovenstaande parameters een ander uitgangspunt is gehanteerd, dan is dit toegelicht in de berekening.
In onderdeel 2 van het onderzoek wordt ingegaan op de wijze waarop de deze parameters onderdeel zijn van de bekostiging van de GI’s. Opslagen voor risico’s of innovatie of de wijze van indexatie zijn onderdeel van deel 2 van het onderzoek dat zich focust op de bekostiging Het is mogelijk om opslagen toe te passen op de gemiddelde kostprijs voor bijvoorbeeld het afdekken van risico’s. De hoogte van eventuele risico-opslagen is afhankelijk van de verdeling van de risico’s tussen de individuele GI en de gemeente en de wijze van bekostiging. Deze onderwerpen zijn onderdeel van deel 2 van het onderzoek en zijn opgenomen in het rapport van dat onderzoek. 1 9 De kostprijzen zijn gebaseerd op de gerealiseerde kosten 2022 (2/2) 20Document Classification: KPMG Confidential© 2023 KPMG N.V., a Dutch limited liability company and a member firm of the KPMG global organization of independent member f irms affiliated with KPMG International Limited, a private English company limited by guarantee. All rights reserved. 06 Kostprijs per component 21© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden.
De gemiddelde kostprijzen van een jeugdbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregelen zijn berekend op basis van informatie die is opgevraagd bij de dertien GI’s. De opbouw van de gemiddelde kostprijs per fte personeel voor maatregelen is rechts weergegeven. De totale kosten per fte zijn vervolgens gedeeld door het aantal uren dat personeel voor maatregelen gemiddeld jaarlijks beschikbaar heeft voor de uitvoering van de maatregelen, om te komen tot een kostprijs per uur. Deze kostprijs per uur is vermenigvuldigd met de gemiddelde tijdsbesteding per type maatregel (OTS, Voogdij en jeugdreclassering) zoals opgenomen in het KKPB, om te komen tot een gemiddelde kostprijs per type maatregel. De berekening van de individuele componenten en de raming van de beschikbare tijd van personeel voor maatregelen, zijn toegelicht op de volgende pagina’s. De berekening van de kostprijs bevat een aantal aandachtspunten: • De kosten van het personeel zijn inclusief de overige personele kosten, zoals reiskosten en opleidingskosten. • De kosten van het overige en indirecte personeel hebben ook betrekking op functies die activiteiten uitvoeren voor jeugdigen, zoals juristen en financiële medewerkers die nalatenschappen afhandelen (zie p. 22). • De hoogte van de kosten van het overige en indirecte personeel en de materiële kosten staan met elkaar in verband.
De inrichting van de organisatie is gebaseerd op gemaakte keuzes ten aanzien van het extern of intern beleggen van bedrijfsvoeringsactiviteiten. Het extern beleggen van activiteiten leidt tot een verschuiving van overig en indirect personeel naar de overige kosten (zie p. 24). • De spreiding van de pupilgebonden kosten is te groot om een representatief gemiddelde te bepalen, doordat er geen causaal verband of correlatie tussen de hoogte van de pupilgebonden kosten en het aantal maatregelen is vast te stellen. Ook verschilt de wijze van toekenning per gemeente (zie p. 26). Het hanteren van een gemiddelde kostprijs betekent dat de inkomsten voor een deel van de GI’s lager en voor een deel hoger worden dan in de huidige situatie De kosten van de individuele componenten zijn gebaseerd op landelijke gemiddelden. In het onderzoek is op verschillende onderdelen een spreiding zichtbaar. Deze spreiding wordt mede veroorzaakt door keuzes in de inrichting van de organisaties en specifieke omstandigheden. De kostprijzen van de maatregelen zijn berekend op basis van een gemiddelde kostprijs per uur van EUR 1191 Personeel voor maatregelen EUR 78.903 (p. 20-21) Personeel gerelateerd aan personeel maatregelen EUR 18.115 (p. 22-23) Overig en indirect personeel EUR 23.816 (p. 24) Overige kosten EUR 21.354 (p. 24-25) Pupilgebonden kosten Nader te bepalen (p. 26) Totaal EUR 142.185 (p.
27) Uren beschikbaar voor maatregel 1.197 uur (p. 28-29) Integrale kostprijs per uur EUR 119 (p. 30) Uren OTS per jaar vlgs. KKPB: 102 uur Kostprijs OTS EUR 12.138 Uren Voogdij per jaar vlgs. KKPB: 78 uur Kostprijs Voogdij EUR 9.282 Uren jeugdreclassering per jaar vlgs. KKPB: 87,6 uur Kostprijs jeugdreclassering EUR 10.424 A B C D 1 De gemiddelde kostprijs is berekend op basis van het gewogen gemiddelde. E F G H 22© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden. De directe activiteiten die zijn opgenomen in het KKPB worden uitgevoerd door verschillende functies In het onderzoek is in totaal 2.941 fte door de aanleverende GI’s aangemerkt als personeel voor maatregelen waarvan 2.625 fte jeugdbescherming, jeugdreclassering en gezinsmanagement met een maatregel uitvoert. De overige 316 fte personeel voor maatregelen voert niet- wettelijke taken uit, zoals het voorkomen van jeugdbeschermingsmaatregelen¹. De werkzaamheden die zijn opgenomen in het KKPB, worden, zo volgt uit het onderzoek, voor 95,5% uitgevoerd door SKJ- geregistreerde jeugdbeschermers die al dan niet in loondienst zijn. De GI’s geven aan dat zij ter ondersteuning van de jeugdbeschermers gebruikmaken van medewerkers die niet SKJ-geregistreerd zijn.
Niet-SKJ-geregistreerde medewerkers hebben geen contact met de jeugdige, maar bereiden bijvoorbeeld documenten voor de jeugdbeschermer voor of ondersteunen de jeugdbeschermer bij het zoeken naar passende zorg. Dit om de werklast voor de jeugdbeschermers te beperken. Aangezien deze ondersteunende medewerkers KKPB-activiteiten uitvoeren die anders door de jeugdbeschermer zouden moeten worden uitgevoerd, zijn deze ondersteunende medewerkers en zorgcoördinatoren in het onderzoek aangemerkt als personeel dat maatregelen uitvoert (personeel voor maatregelen). Nieuwe medewerkers stromen deels direct in als jeugdbeschermer De instroom van nieuwe medewerkers lag in 2022 op gemiddeld 19% van de totale populatie personeel voor maatregelen (2.941 fte). De instroom bestaat uit schoolverlaters, zij-instromers en overstappers van een andere GI’s. In de opgave van de GI’s is een lager aantal fte (63) aangemerkt als jeugdbeschermers in opleiding dan op basis van de instroom van 19% zou worden verwacht, doordat jeugdbeschermers direct kunnen instromen in de schaal van een SKJ- geregistreerde jeugdbeschermer (schaal 10). In de data is niet zichtbaar welk deel van de jeugdbeschermers in schaal 10 te bestempelen is als ‘jeugdbeschermers in opleiding’. Enkele GI’s hebben daarnaast de werving van nieuwe jeugdbeschermers uitbesteed aan externe bureaus.
De nieuwe jeugdbeschermers worden dan eerst voor een bepaalde periode ingehuurd alvorens ze worden overgenomen door de GI. Welk deel van de externe inhuur betrekking heeft op jeugdbeschermers in opleiding is niet zichtbaar in de data. De personeelskosten bedragen circa EUR 79.000 per fte personeel voor maatregelen Er zijn voor het bepalen van de gemiddelde kosten per functie twee methoden gehanteerd. Bij de ongewogen methode is per functie per GI bepaald wat de gemiddelde kosten per fte zijn. Deze gemiddelden per GI zijn opgeteld en gedeeld door het totaal aantal GI’s. Dit betekent dat elke GI even zwaar meetelt ongeacht de grootte (het aantal fte) van de GI. Bij het gewogen gemiddelde is het aandeel van de individuele GI in het gemiddelde afhankelijk van het totaal aantal fte (per functie). In het onderzoek worden beide gemiddeldes getoond. Voor de bepaling van de kostprijs is uiteindelijk het gewogen gemiddelde gehanteerd omdat door de weging het gewogen gemiddelde beter aansluit bij de daadwerkelijke uitvoering van maatregelen. De ongewogen gemiddelde personeelskosten van het personeel voor maatregelen bedragen EUR 79.180 per fte en het gewogen gemiddelde EUR 78.903. Omdat beide gemiddelden dicht bij elkaar liggen, is het hanteren van een van beide waardes representatief voor alle GI’s. A.
De gemiddelde personeelskosten van personeel voor maatregelen bedragen EUR 78.903 per fte Kosten per fte personeel voor maatregelen (EUR) Functie Fte % fte Kosten per fte (ongewogen) Kosten per fte (gewogen) St. dev. CV- waarde Jeugdbeschermer / Jeugdreclasseerder (SKJ) 2.369 90,3% 73.465 73.279 1.484 2,0% Externe inhuur Jeugdbeschermer / Jeugdreclasseerder (SKJ) 137 5,2% 124.293 117.989 20.234 16,3% Ondersteunende Jeugdbeschermers 47 1,8% 55.285 55.821 4.908 8,9% Zorgcoördinator 9 0,3% 81.786 82.145 31.547 38,6% Jeugdbeschermer in opleiding 63 2,4% 58.016 56.282 9.754 16,8% Totaal loonkosten 2.625 100% 74.917 74.917 2.298 3,1% Opslag overige personeelskosten 4.263 3.986 Totaal personeelskosten 79.180 78.903 ¹ De inzet van Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) is voor 66% meegenomen in de berekening. JBRA maakt in de uitvoering geen onderscheid tussen gezinnen met en zonder een maatregel. In de gesprekken is aangegeven dat circa 66% van de gezinnen een maatregel heeft. Derhalve is JBRA voor dit deel m eegenomen in het onderzoek. 23© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden.
Om inzicht te krijgen in de spreiding van de gemiddelde kosten per individuele GI, is de standaarddeviatie opgenomen Standaarddeviatie of standaardafwijking is de maat voor de spreiding van een variabele of een verdeling van een populatie. Het is de gemiddelde afwijking van het gemiddelde. Hoe groter de standaarddeviatie, des te variabeler de dataset is. De standaarddeviatie is een absolute waarde. Om inzicht te geven in de impact van de standaarddeviatie, is ook de variatiecoëfficiënt (CV)-waarde opgenomen. De CV- waarde is een maat voor relatieve spreiding; dit betekent dat de spreiding wordt gemeten ten opzichte van het gemiddelde. Het is de verhouding tussen de standaardafwijking en het gemiddelde. Hoe hoger de variatiecoëfficiënt, hoe groter de spreiding rond het gemiddelde. De CV-waarde ligt voor de totale kosten per fte personeel voor maatregelen op 3,1%. Dit betekent dat de spreiding ten opzichte van het gemiddelde relatief laag is. Een lage CV-waarde geeft aan dat het gemiddelde representatief is voor de GI’s en daarmee geschikt is om te hanteren als onderdeel van de gemiddelde kostprijs.
De loonkosten van een SKJ geregistreerde jeugdbeschermer of jeugdreclasseerder sluiten aan bij schaal 10 trede 9-10 van de cao Jeugdzorg De loonkosten van een SKJ-geregistreerde jeugdbeschermer of jeugdreclasseerder bedragen op basis van het ongewogen gemiddelde EUR 73.465 en het gewogen gemiddelde EUR 73.279. De loonkosten bevatten ook de uitgaven voor pensioen en werkgeverslasten. Indien het bedrag aan loonkosten wordt teruggerekend naar het brutoloon per maand exclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering, sluit dit op basis van de salaristabel in de cao Jeugdzorg per 1 januari 2022 aan bij het salaris dat tussen trede 9 en 10 van schaal 10 ligt. Het gemiddelde percentage externe inhuur bedraagt 5,2% van de totale populatie personeel voor maatregelen Het percentage externe inhuur verschilt per GI en is afhankelijk van de specifieke situatie van de GI, de arbeidsmarkt en de wijze waarop de werving is ingericht. Een aantal GI’s heeft te maken met een daling van het aantal jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen, waardoor de benodigde omvang van het personeel voor maatregelen daalt en de noodzaak voor externe inhuur ontbreekt. Andere GI’s hebben een tekort aan personeel voor maatregelen of hebben te maken met een wachtlijst waarvoor externe capaciteit wordt ingehuurd. Ook worden nieuwe jeugdbeschermers eerst extern ingehuurd alvorens zij in loondienst komen.
Het gemiddelde percentage van 5,2% ligt onder de gemiddelde PNIL-inzet van 8,8% in de jeugdzorg1, waardoor er geen aanleiding is om dit percentage naar beneden bij te stellen. De loonkosten van personeel voor maatregelen zijn verhoogd met een opslag voor overige personeelskosten De loonkosten van het personeel voor maatregelen zijn verhoogd met een opslag voor overige personeelskosten als reiskosten en opleidingskosten. Dit om inzicht te geven in de integrale kosten van een fte personeel voor maatregelen. De opslag is berekend op basis van de gemiddelde overige personeelskosten en bedraagt 5,68% bij het ongewogen en 5,32% bij het gewogen gemiddelde. De berekening is toegelicht op pagina 25. De personeelskosten van een fte personeel voor maatregelen bedragen bij het ongewogen gemiddelde EUR 79.180 en bij het gewogen gemiddelde EUR 78.903. A. De loonkosten van personeel voor maatregelen zijn verhoogd met een opslag voor overige personeelskosten 1 Zzp’er in de zorg 24© 2023 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden.
Personeel voor maatregelen wordt bij uitvoering van jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen door diverse functies ondersteund De GI’s is gevraagd om aan te geven welke functies personeel voor maatregelen ondersteunen bij de uitvoering van jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen conform het KKPB. Op hoofdlijnen betreft dit de volgende functies: • Gedragswetenschapper/GZ-psycholoog: Een gedragswetenschapper ondersteunt de jeugdbeschermer bij het nemen van beslissingen ten aanzien van het gezin en de jeugdige en biedt bijvoorbeeld werkbegeleiding. • Teamsecretaresses: Teamsecretaresses verwerken de maatregelen en andere documenten in de administratie van de GI’s. • Teamleiders: Teamleiders (en werkbegeleiders) zijn verantwoordelijk voor het team en sturen het team aan. • Jurist: Juristen ondersteunen en adviseren bij de beantwoording van juridische vragen die een jeugdbeschermer krijgt, bijvoorbeeld over voogdij. Daarnaast werken ze aan klachtafhandelingen. • Financiële ondersteuning: De ondersteuning bij het beheer van de financiën van de jeugdige en de afhandeling van nalatenschappen van jeugdigen die onder voogdij staan. • Crisisinterventie: Medewerkers die buiten kantoortijden beschikbaar zijn voor het uitvoeren van crisisinterventies.