CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

r_NL.IMRO.1708.GHNgiethoornTH-VA01_23042024

Politieke Markt 4 juni 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn34.581 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BESTEMMINGSPLAN ‘Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn’ Planstatus: vastgesteld Datum: 2024-04-23 IMRO code: NL.IMRO.1708.GHNgiethoornTH-VA01 Buro Stedenbouw bv Kerkplein 5 8121 BM Olst T 0570 563083 www.burostedenbouw.nl REGELS Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................... 4 1. Inleidende regels ............................................................................................................ 5 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 5 Artikel 2 Wijze van meten .................................................................................................................. 19 2. Bestemmingsregels ...................................................................................................... 20 Artikel 3 Agrarisch ............................................................................................................................. 20 Artikel 4 Bedrijf................................................................................................................................... 23 Artikel 5 Centrum ...............................................................................................................................

29 Artikel 6 Groen ................................................................................................................................... 33 Artikel 7 Horeca ................................................................................................................................. 35 Artikel 8 Natuur .................................................................................................................................. 39 Artikel 9 Recreatie .............................................................................................................................. 42 Artikel 10 Sport .................................................................................................................................. 45 Artikel 11 Tuin .................................................................................................................................... 48 Artikel 12 Verkeer .............................................................................................................................. 50 Artikel 13 Water ................................................................................................................................. 52 Artikel 14 Wonen - 1 ..........................................................................................................................

55 Artikel 15 Leiding - Riool .................................................................................................................... 63 Artikel 16 Waarde - Archeologie 2 ..................................................................................................... 65 Artikel 17 Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg .............................................................................. 68 Artikel 18 Waarde - Noordeinde Molenweg ...................................................................................... 71 Artikel 19 Waarde - Zuideinde Binnenpad ........................................................................................ 79 Artikel 20 Waarde - Zuideinde Zuiderpad ......................................................................................... 87 3. Algemene regels ........................................................................................................... 95 Artikel 21 Anti-dubbeltelregel ............................................................................................................ 95 Artikel 22 Algemene bouwregels ....................................................................................................... 96 Artikel 23 Algemene gebruiksregels .................................................................................................

97 Artikel 24 Algemene aanduidingsregels............................................................................................ 98 Artikel 25 Algemene afwijkingsregels ................................................................................................ 99 Artikel 26 Algemene procedureregels ............................................................................................. 101 Artikel 27 Overige regels ................................................................................................................. 102 4. Overgangs- en slotregels ........................................................................................... 103 Artikel 28 Overgangsrecht ............................................................................................................... 103 Artikel 29 Slotregel .......................................................................................................................... 104 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 5 1. Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' met identificatienummer NL.IMRO.1708.GHNgiethoornTH-VA01 van de gemeente .

1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanbouw/uitbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt. 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aan huis verbonden bedrijf: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid dat op kleine schaal in een woning of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende bedrijfsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, niet zijnde detailhandel, behoudens de ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten.

1.7 aan huis verbonden beroep: een dienstverlenend beroep dat op kleine schaal in een woning of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, niet zijnde detailhandel, behoudens de ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten. 1.8 achtergevel: gevel van een gebouw die is gelegen aan de van de weg of het water afgekeerde zijde en die in ruimtelijk opzicht de achterkant van het gebouw vormt. 1.9 agrarisch: het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.10 ambacht(elijk): het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, ver -/bewerken, herstellen of installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 6 activiteit, van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt, ondergeschikt aan de woonfunctie. Wanneer deze activiteit in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen plaatsvindt, dient de omvang van de activiteit zodanig te zijn dat de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd.

1.11 appartement: een recreatief nachtverblijf in een (deel van een) gebouw of bijgebouw waarbij een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct van het voetgangersniveau, gewaarborgd is 1.12 appartementen: boven dan wel beneden of naast elkaar gesitueerde recreatieve nachtverblijven in één gebouw of deel van een gebouw waarbij per recreatief nachtverblijf een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is. 1.13 archeologische deskundige: de provinciaal, gemeentelijk of regionaal archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. 1.14 archeologisch monument: terrein dat op basis van de Erfgoedwet is aangewezen als beschermd archeologisch monument. 1.15 archeologische verwachting: de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten. 1.16 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.17 architectonische waarde: de aan een bouwwerk toegekende waarde in verband met de vormgeving, het materiaalgebruik en/of detaillering.

1.18 bebouwde kom in verband met archeologie: voor het bepalen van de bebouwde kom als genoemd in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' wordt aangesloten bij de bebouwde kom volgens de Wegenwet. 1.19 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.20 bebouwingspercentage: een in de verbeelding of regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.21 bed & breakfast: het aanbieden van recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt binnen bestaande woongebouwen gericht op kortdurend verblijf, niet zijnde de uitoefening van een hotel, pension of ander bedrijf. Hieronder wordt niet verstaan het overnachten, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijk of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 7 1.22 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten. Aan huis verbonden beroepen en bedrijven niet daaronder begrepen. 1.23 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.

1.24 bedrijfsmatig: via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon deelnemen aan het economisch verkeer al dan niet met winstoogmerk, en activiteiten die hiermee naar aard, omvang en regelmaat zijn gelijk te stellen. 1.25 bedrijfsvloeroppervlak: het vloeroppervlak van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten. 1.26 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor één huishouden waarvan de huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw en/of terrein. 1.27 beeldkwaliteit: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde met betrekking tot de bouwkundige vormgeving en ruimtelijke en functionele aspecten. 1.28 begane grond: het gedeelte van een gebouw dat gelijk is aan het natuurlijk oppervlak van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aansluitende maaiveld of de gemiddelde hoogte. 1.29 bestaand: de op legale wijze gerealiseerde of realiseerbare bebouwing of het op legale wijze gerealiseerde of realiseerbare gebruik ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

1.30 bestaand legaal bedrijf Bedrijf dat was toegestaan krachtens de (voormalige) beheersverordening Giethoorn en feitelijk aanwezig was ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan 1.31 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.32 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.33 bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.34 bijgebouw: een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.35 boerderijkamer: appartement in een daarvoor ingericht bedrijfsgebouw op een agrarisch bedrijf, ten behoeve van recreatief nachtverblijf. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 8 1.36 botenhuis: een gebouw ten behoeve van het aanleggen en afmeren van boten. 1.37 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.38 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.39 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, zolder, dakopbouw of setback.

1.40 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.41 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel. 1.42 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.43 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.44 brug: een vaste (of beweegbare) verbinding voor het verkeer tussen twee punten die door water gescheiden zijn. 1.45 buitenopslag/open opslag: het opslaan, of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere materialen op de onbebouwde gronden van de bedrijfspercelen, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur en dergelijke. 1.46 coffeeshop: een horecabedrijf, waarin uitsluitend alcoholvrije dranken en eventueel kleine eetwaren worden verstrekt voor gebruik ter plaatse en waar softdrugs worden verstrekt voor gebruik ter plaatse of gebruik elders. 1.47 complementair daghorecabedrijf: een aan de hoofdfunctie ondergeschikt horecabedrijf dat is gericht op het hoofdzakelijk overdag verstrekken van dranken en etenswaren.

1.48 consument verzorgend ambacht/consument verzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten: het beroepsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot het aan huis verbonden beroep, gericht op consumentverzorging geheel of overwegend door middel van 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 9 handwerk en waarbij de omvang van de activiteit zodanig is dat als deze in een woning en daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.49 culturele voorzieningen: een atelier, een expositieruimte, een reativiteitscentrum, een museum en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. 1.50 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat in de loop van de geschiedenis is ontstaan door het gebruik dat de mens van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt. 1.51 cultuurlandschappelijke waarden: waarden die ontstaan zijn door het gebruik van de gronden door de mens in de loop van de geschiedenis. 1.52 dagrecreatie: het totaal van mogelijkheden en voorzieningen om te recreëren op een bepaalde plaats zonder overnachtingsmogelijkheden. 1.53 dak: een uitwendige scheidingsconstructie als bovenafsluiting van een bouwwerk.

1.54 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop, te huur of in lease aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, ter verhuur, ter leasing, het verkopen, het verhuren en/of leveren, van goederen aan diegenen die, die goederen kopen respectievelijk huren, voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.55 dienstverlening: bedrijf of instelling voor het bedrijfsmatig verrichten van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder in ieder geval zijn begrepen een kapperszaak, schoonheidsinstituut, fotostudio, uitzendbureau, stomerij, wasserette, apotheek, reisbureau en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf, een horecabedrijf, een centrum voor fysiotherapie, een fitnesscentrum, een seksinrichting en een coffeeshop. 1.56 eerste bouwlaag: bouwlaag op de begane grond. 1.57 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.58 erfafscheiding: afscheiding welke op een grens tussen twee erven of tussen een erf en openbaar gebied is geplaatst.

23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 10 1.59 erker: een ondergeschikte uitbouw op de begane grond van de woning, die strekt ter vergroting van het woongenot. Een erker is gelegen aan de verblijfsruimte en zorgt voor een verbijzondering van de voor- of zijgevel zonder de architectuur wezenlijk aan te tasten. Een erker heeft een diepte van maximaal 1,00 meter en is aan drie zijden geheel of gedeeltelijk voorzien van glas. 1.60 evenement: een activiteit in de openlucht, dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden. 1.61 galerie een gebouw of gedeelte daarvan, dat dient ten behoeve van tentoonstellings- en verkoopruimte voor kunst 1.62 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.63 gevellijn: de bouwgrens die (nagenoeg) gelijk loopt aan de as van de weg of het water waarin een (of meer) gevel(s) van een gebouw is (zijn) geplaatst en die is gelegen aan de weg of het water grenzende perceelsgrens, ofwel de gevellijn als aangeduid op de verbeelding. Zie ook voorgevel 1.64 Gieterse/Hallenhuis boerderij: boerderijtype met smal voorhuis en breder, driebeukig achterhuis.

1.65 groepsaccommodatie: een gebouw dat periodiek dient voor recreatief nachtverblijf, waarbij wordt overnacht in gemeenschappelijke slaapzalen en/of kamers. 1.66 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.67 horeca: het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren en/of logies. 1.68 horeca van categorie 1: een horecabedrijf dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen en waar naast kleinere etenswaren in hoofdzaak alcoholvrije drank worden verstrekt. 1.69 horeca van categorie 2: een inrichting die is gericht op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen of kunnen worden genuttigd. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszaak, lunchroom, ijssalon/ijswinkel, koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant.

1.70 horeca van categorie 3: een inrichting die is gericht op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen te worden 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 11 genuttigd, alsmede de gelegenheid biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grand - café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar. 1.71 horeca van categorie 4: een inrichting die is gericht op het verstrekken van recreatief nachtverblijf met de daarbij behorende voorzieningen. Daaronder wordt begrepen: hotel, motel, pension en overige logiesverstrekkers. 1.72 horeca van categorie 5: een inrichting die is gericht op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met live muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen: discotheek / dancing, nacht-café en een zalencentrum (met nachtvergunning). 1.73 kamelenrug: kapvorm waarbij de hoger gelegen nok van het bedrijfsgedeelte (achterhuis) van een (voormalige) boerderij op een vloeiende wijze is verbonden met de lager gelegen nok van het woongedeelte (voorhuis). 1.74 kampeermiddel: a.

een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 lid 1a van de Wabo een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is, een en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtgebruik. 1.75 kampeerterrein: terrein of plaats waarop gelegenheid wordt gegeven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf. 1.76 kantoor een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard. 1.77 karakteristieke bebouwing te handhaven gebouw of bouwwerk, dat vanwege zijn architectonische vormgeving, schaal en cultuurhistorische waarde als kenmerkend voor een gebied kan worden beschouwd. 1.78 karakteristieke beplanting beeldbepalende en/of waardevolle beplanting welke kenmerkend is voor en past bij de omgeving. 1.79 kas: een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, groenten, bloemen of planten.

1.80 kleinschalig kampeerterrein (mini-camping) terrein of plaats met maximaal 15 kampeerplaatsen, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf, gedurende de periode van 15 maart tot 1 november van elk kalenderjaar. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 12 1.81 kleinschalige bedrijfsmatige activiteit: de in bijlage 1 (Bedrijvenlijst ontleend aan de brochure Bedrijven en Milieuzonering VNG) van de bijlagen bij de regels genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 1.82 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarden die gebaseerd zijn op de karakteristieken van dat gebied, welke tot uitdrukking komen in ieder geval de gebiedseigen beplanting, de ontginningsstructuur en de gebiedseigen bebouwingskarakteristieken. 1.83 maaiveld: bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging.

1.84 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. 1.85 maatvoeringsvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge een maatvoeringssymbool in het betreffende vlak bepaalde afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en/of aantallen, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn toegelaten. 1.86 manege: een niet-agrarisch bedrijf dat derden de mogelijkheid biedt om op het manegeterrein of in de omgeving ervan te rijden en/of te trainen (dressuur) met paarden. 1.87 mantelzorg: zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie. 1.88 milieubelasting: de beïnvloeding van de fysieke omgeving door het veroorzaken van lawaai, stank, hinder en/of door de uitworp van schadelijk (afval-)stoffen daarin. 1.89 milieucategorie: een aan een bedrijfsactiviteit toegekende categorie volgens de in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels op genomen toegesneden lijst van bedrijfstypen.

1.90 monumenten: alle bouwwerken conform de Erfgoedwet, alsmede gemeentelijke monumenten. 1.91 natuurbeheer: zorg voor onderhoud van het natuurlandschap. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 13 1.92 natuurlijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.93 nevenactiviteit: een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een perceel. 1.94 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.95 oever: de langs een vaarweg aanwezige natuurlijke oever of aangebrachte oevervoorziening met inbegrip van de daarvoor noodzakelijke verankering. 1.96 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.97 volumineuze detailhandel: detailhandel die vanwege de aard en omvang van de gevoerde artikelen een relatief groot oppervlakte nodig heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans, tuininrichtingsartikelen, grove bouwmaterialen, keukens, sanitair, meubelen, bouwmarkten en detailhandel in landbouwwerktuigen. 1.98 onderbouw/kelder: een gedeelte van een gebouw, dat is gelegen binnen de buitenwerkse gevelvlakken en wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven het peil is gelegen. 1.99 ondergeschikte functie: een functie die qua omvang en uitstraling ondergeschikt is aan een op dezelfde plaats voorkomende (hoofd)functie, maar indien dat in de bestemmingsomschrijving niet expliciet is aangegeven aan die functie niet ten dienste hoeft te staan c.q. daar functioneel mee verbonden hoeft te zijn. 1.100 onderkomens: voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief verblijf.

1.101 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 , alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.102 openbare nutsvoorziening: een gebouw of bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport dan wel de telecommunicatie, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje en een verdeelstation. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 14 1.103 opslag: het bewaren van goederen, materialen en stoffen, al dan niet in combinatie met de productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard. 1.104 ornithologische waarde: waarde voor vogels. 1.105 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.106 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een dak, dat niet of slechts aan één zijde is voorzien van een (bestaande) wand. 1.107 pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.108 parkeervoorzieningen: een al dan niet overdekte c.q. ondergrondse stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer: a. openbare parkeerplaatsen: parkeerplaatsen die in beginsel openbaar toegankelijk zijn; b. particuliere parkeerplaatsen: parkeerplaatsen die in beginsel niet openbaar toegankelijk zijn, zoals bijvoorbeeld parkeerplaatsen op eigen terrein. 1.109 parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode plaatsen van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen. 1.110 peil: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (NAP) of het ter plaatse geldende waterpeil. d.

voor bouwwerken die op het water zijn gebouwd maar waarvan de hoofdtoegang grenst aan het maaiveld en daarvandaan ook toegankelijk zijn wordt als peil gehanteerd: o indien bestaande beschoeiing aanwezig is de bovenzijde van die beschoeiing; o indien geen beschoeiing aanwezig de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw van de beschoeiing, buiten beschouwing blijven; 1.111 perifere detailhandel: detailhandel in producten die qua aard en/of omvang van het aangeboden product niet past binnen binnenstedelijke winkelgebieden, waaronder in elk geval worden verstaan: woninginrichting mits niet groter dan 1.000 m², keukens en badkamers, inclusief tegels en sanitair, bouwmarkten, auto's, motoren, boten, caravans, tenten, tuincentra (inclusief dierenverzorgingsartikelen), autoaccessoires, 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 15 in directe relatie met inbouw, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen, brand - en explosiegevaarlijke stoffen en diversen, zoals zonwering, vijvers, zwembaden, tuinhuisjes. 1.112 permanente bewoning: bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan als hoofdverblijf.

1.113 pleziervaartuig: een boot, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor niet-bedrijfsmatige varende recreatie. 1.114 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.115 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.116 recreatie: activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding. 1.117 recreatief medegebruik: het medegebruik van gronden voor recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, ruitersport en kanovaren, sportvisserijen, alsmede route-ondersteunende voorzieningen, zoals picknick-, uitzicht-, rust- en informatieplaatsen, voor zover de overige functies van de gronden dit toelaten. 1.118 recreatief nachtverblijf: verblijf door recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.119 recreatieve bewoning: de bewoning door derden, die niet zijnde de eigenaar van de woning, voor verblijfsrecreatieve doeleinden. 1.120 recreatiewoning: een gebouw dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatief gebruik en waarvan de gebruikers elders hun woonverblijf hebben.

1.121 rondvaartboot: een vaartuig dat bedrijfsmatig wordt gebruikt voor het vervoer van personen of beschikbaar wordt gesteld aan een of meer personen ten behoeve van varende dagrecreatie. 1.122 ruimtelijke kwaliteit: de kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van die ruimte. 1.123 seksinrichting: de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar in bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch -pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 16 1.124 sociaal-maatschappelijke activiteiten: voorzieningen gericht op informatievoorziening, ontmoeting en activiteiten in de buurt, alsook ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen. 1.125 sociale veiligheid: een ruimtelijke situatie die overzichtelijk, herkenbaar en sociaal controleerbaar is. 1.126 Staat van bedrijfsactiviteiten: de lijst van bedrijven bevattende basisinformatie voor milieuzonering, zoals die lijst is opgenomen in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels.

1.127 stedenbouwkundig beeld: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte. 1.128 straatmeubilair: de op of bij de weg behorende bouwwerken, zoals verkeersgeleiders, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, parkeermeters, stadsplattegronden, oplaadpunten voor elektrische auto's zitbanken, bloem- en plantenbakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, kunstobjecten, draagconstructies voor reclame alsmede telefooncellen, abri's en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.129 strooilicht: belichting met lampen die leidt tot lichtuitstraling op gebieden die, gezien vanuit hun functie, niet belicht moeten worden. 1.130 terras: een plek van een horecagelegenheid waar men buiten kan zitten.

1.131 vaartuig: alle soorten van varende en drijvende voorwerpen welke gebezigd kunnen worden e/of ingericht zijn voor vervoer te water van personen en /of goederen waaronder mede vaartuigen dienende tot beoefening van de watersport of in gebruik ten behoeve van de sportvisserij, evenals vaartuigen dienende tot uitvoering van werkzaamheden onder in of boven water zoals baggermolens, zandbakken,vlotten en drijvende inrichtingen, elevators, dokken, sleepboten, duwboten en daarmee gelijk te stellen vaartuigen alsmede woonschepen. 1.132 verbeelding: de weergave van de inhoud van een bestemmingsplan conform het gestelde in de Regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening 2012. Onder het begrip 'verbeelding' wordt zowel de analoge wijze als de digitale wijze verstaan. 1.133 verblijfsrecreatie het totaal van mogelijkheden en voorzieningen om te recreëren op een bepaalde plaats waarbij recreatief nachtverblijf centraal staat. 1.134 verdieping: een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag, welke is gelegen ter plaatse van de begane grond.

23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 17 1.135 verkeersveiligheid: de veiligheid voor het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers. 1.136 verkoopvloeroppervlakte: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel, niet zijnde de netto-vloeroppervlakte. 1.137 vloeroppervlak: de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en bijgebouwen op de begane grond. 1.138 voorerf: de gronden die behoren bij een hoofdgebouw en gelegen zijn voor de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw. 1.139 voorgevel: gevel van een gebouw die is gelegen aan de zijde van de weg of het water dan wel die in ruimtelijk opzicht de voorkant van het gebouw vormt. In voorkomende gevallen is de voorgevel op de verbeelding aangegeven middels de aanduiding 'gevellijn'.

1.140 voorgevelrooilijn: de denkbeeldige lijn, die direct langs de voorgevel van een gebouw en in het verlengde daarvan, over de gehele breedte van het bouwperceel, getrokken kan worden; 1.141 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.142 weg: een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerplaatsen. 1.143 winterperiode: de periode van 1 november tot 1 maart van elk kalenderjaar. 1.144 woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.145 woningsplitsing: het bouwkundig en functioneel splitsen van een bestaande woning in twee of meer zelfstandige woningen. 1.146 woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst, waaronder niet begrepen een caravan.

1.147 zakelijke dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, zoals banken, verzekeringswezen, exploitatie van handel in onroerende zaken, adviesbureaus en verhuurbedrijven, met uitsluiting van detailhandel. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 18 1.148 zolder: ruimte(n) in een gebouw die hoofdzakelijk is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht geen deel uitmaakt van (de) daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 19 Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.2 het bebouwingspercentage: het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd. Voor zover op de verbeelding bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen.

2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 de horizontale diepte van een bouwwerk: de lengte van een bouwwerk, gemeten loodrecht vanaf de voorgevel. 2.7 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand. 2.9 de ondergeschikte bouwdelen: Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel - en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,00 m.

2.10 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.11 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.12 de verticale diepte van een bouwwerk: de diepte van een bouwwerk, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer. 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 20 2. Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch hobbymatig gebruik; b. agrarisch bedrijfsmatig gebruik; c. een parkeerterrein, ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; met daaraan ondergeschikt: d. perceelsontsluitingswegen ten behoeve van ontsluiting van omliggende bouwpercelen; e. bruggen; f. recreatief medegebruik, voor zover dit geen onevenredige verkeersaantrekkende werking tot gevolg heeft; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 27.1.

Voor zover ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorie Beulakerweg' een strijdigheid bestaat tussen de bouwregels van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg' en de bouwregels van artikel 3.2 gelden de krachtens de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg' gestelde bouwregels. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen géén bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van: a. omheiningen en/of erfafscheidingen, uitsluitend in de vorm van draadomheiningen en/of draaderfafscheidingen, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 1,00 meter bedraagt; b. bruggen met een bouwhoogte van maximaal 0,50 meter; c. voederruiven, drinkbakken en/of picknickplaatsen, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 1,50 meter bedraagt. 3.3 Nadere eisen 3.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen, met toepassing van de procedure als bedoeld in artikel 26.1 n adere eisen stellen ten aanzien van: 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 21 a. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van bebouwing; b. de situering van erfafscheidingen; c.

voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing. 3.3.2 Toepassingscriteria De in artikel 3.3.1 genoemde onderwerpen voor het stellen van nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: a. het stedenbouwkundig beeld; b. de landschappelijke inpassing; c. de milieusituatie; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; e. instandhouding van omliggende waarden; f. ruimtelijke kwaliteit. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens; b. paardenbak, terras, tennisbaan en zwembad; c. minicamping; d. het beproeven van en/of racen met voertuigen, al dan niet in wedstrijdverband; e. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, waaronder reclame-uitingen; f. boom- en fruitteelt; g. de opslag van afbraak- en bouwmaterialen grond en bodemspecie; h. buitenopslag voor zover geen opslag bedoeld in sub g, waaronder de opslag van mest(stoffen), behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijdelijke gebruik; i. ligplaats voor vaartuigen, anders dan voor eigen gebruik; j. verhuur van fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen; k.

verhuur van vaartuigen. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. het wijzigen van de kavelstructuur; b. het zaaien of inplanten van bomen en andere houtopstanden; c. het aanleggen, verharden of verwijderen van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen of verwijderen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 50 m²; d. het scheuren van grasland, anders dan voor graslandverbetering; e. het dempen of graven van sloten, vaarten, poelen en daarmee gelijk te stellen waterpartijen; f. het aanbrengen van walbeschoeiingen, niet zijnde bouwwerken en aanleggelegenheden; g. het verrichten van exploratieboringen en/of seismologisch onderzoek; 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 22 h. het aanleggen van ondergrondse transport- energie- en/of telecommunicatieleidingen, exclusief drainageleidingen, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen ten behoeve van de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet.

3.5.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 3.5.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. 3.5.3 Toepassingscriteria De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.5.1 k an alleen worden verleend indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 3.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 3.5.4 Inwinnen advies bevoegd waterschapsgezag In de volgende gevallen vraagt het bevoegd gezag advies aan het ter plaatse bevoegde waterschapsgezag, alvorens de in artikel 3.5.1 genoemde vergunning te verlenen: a. wanneer er sprake is van een toename van verhard oppervlak groter dan 750 m²; b. wanneer gronden worden afgegraven met als doel permanent oppervlaktewater met een oppervlakte groter dan 750 m² te realiseren.

23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 23 Artikel 4 Bedrijf 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven en/of het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten die staan vermeld bij milieucategorie 1 en 2, zoals die zijn opgenomen in de in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten en/of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrijven en/of bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van: 1. geluidzoneringsplichtige inrichtingen, en; 2. risicovolle inrichtingen; tenzij het de gronden betreft ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 1', in welk geval het bepaalde onder b van toepassing is; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 1' de volgende bedrijven: 1. bedrijven en/of het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten staan vermeld bij milieucategorie 1, zoals die zijn opgenomen in de in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels o pgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten en/of daarmee qua milieueffecten gelijk te stellen bedrijven en/of bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen en risicovolle inrichtingen; 2. een bedrijf in grond-, weg- en waterbouw en groenvoorziening, waarbij de werkzaamheden elders worden uitgevoerd; c.

volumineuze detailhandel in boten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - volumineus boten'; d. een timmerwerkfabriek, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - timmerwerkfabriek', met dien verstande dat het productieoppervlak maximaal 200 m² mag bedragen; e. een punterwerf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - punterwerf'; f. een museum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'museum'; g. complementaire daghoreca, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - daghoreca'; h. opslag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag'; i. wonen in een bedrijfswoning, al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroepen en bedrijven die staan vermeld in bijlage 2 van de bijlagen bij de regels, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; met daaraan ondergeschikt: j. bijbehorende ontsluitings- en parkeervoorzieningen; k. bijbehorende kantoorruimtes; l. groenvoorzieningen; m. bruggen; n. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 27.1.

Voor zover ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorie Beulakerweg' een strijdigheid bestaat tussen de bouwregels van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg' en 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 24 de bouwregels van artikel 4.2 gelden de krachtens de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg' gestelde bouwregels. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op de voor 'Bedrijf' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten behoeve van de in artikel 4.1 genoemde bestemming, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak'; b. één bedrijfswoning, uitsluitend binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; c. de bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; d. een botenhuis, ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en 'specifieke bouwaanduiding - botenhuis', uitsluitend gelegen aan bevaarbaar water; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in artikel 4.1 genoemde bestemming, zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak'; met inachtneming van de volgende regels (artikel 4.2.2 tot en met artikel 4.2.6). 4.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van de gebouwen als bedoeld in artikel 4.2.1, sub a gelden de volgende regels: a.

gebouwen worden met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt; b. de goothoogte van een bedrijfsgebouw bedraagt maximaal 4,00 meter, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' de aangeduide maximale goothoogte geldt; c. de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw bedraagt maximaal 13,00 meter, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' de aangeduide maximale bouwhoogte geldt; d. het bebouwingspercentage van het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' bedraagt maximaal het aangegeven percentage. 4.2.3 Bedrijfswoning Voor het bouwen van de bedrijfswoning gelden de volgende regels: a. per bedrijf is slechts één bedrijfswoning toegestaan; b. de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 600 m³ of maximaal de bestaande inhoud indien deze groter is, c. de bedrijfswoning wordt op een afstand van minimaal 3,00 meter uit de zijdelingse perceelsgrens gebouwd; d. de goothoogte van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 4,00 meter, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' de aangeduide maximale goothoogte geldt; e. de bouwhoogte van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 10,00 meter, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' de aangeduide maximale bouwhoogte geldt; f.

de bedrijfswoning wordt met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt. 4.2.4 Bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen behorende bij de bedrijfswoning gelden de volgende regels: 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 25 a. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen, met uitzondering van carports bedraagt maximaal 75 m²; b. bijgebouwen worden gebouwd op ten minste 3,00 meter achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning; c. bijgebouwen zullen met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° worden afgedekt; d. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3,50 meter; e. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 80% van de bouwhoogte van de bedrijfswoning. 4.2.5 Botenhuizen Voor het bouwen van botenhuizen gelden de volgende regels: a. de goothoogte van een botenhuis bedraagt maximaal 3,50 meter; b. de bouwhoogte van een botenhuis bedraagt maximaal 4,00 meter; c. een botenhuis wordt met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt; d. de oppervlakte van een botenhuis bedraagt maximaal 25 m²; e. er mag maximaal één botenhuis per bouwperceel worden opgericht. 4.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden op een afstand van minimaal 3,00 meter uit de zijdelingse perceelsgrens gebouwd; b. een overkapping wordt op een afstand van minimaal 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van een overkapping maximaal 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte van een overkapping maximaal 20 m² bedraagt; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw, met uitzondering van erfafscheidingen; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder lichtmasten, bedraagt maximaal 6,00 meter, met uitzondering van erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte: 1. voor de onder sub c. bedoelde voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter bedraagt, en, 2. achter de onder sub c. bedoelde voorgevelrooilijn maximaal 2,00 meter bedraagt; e. in afwijking van het onder b. en c. bepaalde geldt indien binnen een bestemmingsvlak een bedrijfswoning aanwezig is en de afstand tussen de voorgevel van deze bedrijfswoning en de weg korter is dan de afstand tussen de voorgevel van het hoofdgebouw en de weg de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning als de onder b. en c. bedoelde voorgevelrooilijn.

4.3 Nadere eisen 4.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen, met toepassing van de procedure als bedoeld in artikel 26.1 n adere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de hoogte van de bebouwing; b. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; c. het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan; d. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing. 4.3.2 Toepassingscriteria De in artikel 4.3.1 genoemde onderwerpen voor het stellen van nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 26 a. het stedenbouwkundig beeld; b. de landschappelijke inpassing c. de verkeerssituatie; d. de milieusituatie; e. de sociale veiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; g. instandhouding van omliggende waarden; h. ruimtelijke kwaliteit. 4.4 Afwijken van de bouwregels 4.4.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de bedrijfswoning en het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.3 ten behoeve van het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak en/of het vergroten van de inhoud van de bedrijfswoning, met dien verstande dat: a.

het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak alleen betrekking heeft op de uitbreiding van een al gebouwde bedrijfswoning binnen het bouwvlak; b. een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; c. de inhoud van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 750 m³; d. de uitbreiding uitsluitend achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning mag plaatsvinden; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 4. de landschappelijke en/of archeologische waarden van de gronden; 5. de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden. 4.4.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van dakhelling Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.2, artikel 4.2.3, artikel 4.2.4 en artikel 4.2.5 ten behoeve van het verkleinen van de dakhelling tot 0°, met dien verstande dat het vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is. 4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Complementaire daghoreca Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - daghoreca' is een complementair daghorecabedrijf toegestaan met een maximale oppervlakte van 100 m² (inclusief terras).

4.5.2 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. de vestiging van een bedrijf en/of het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten, anders dan bedoeld in artikel 4.1.1; b. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer - en vaartuigen en van wagens, een en ander met uitzondering van parkeren ten behoeve van het op de bestemming gericht gebruik als bedoeld in artikel 4.1.1; c. wonen, anders dan in de bedrijfswoning; d. een aan huis verbonden beroep of bedrijf in de woning en/of in de vrijstaande bijgebouwen, anders dan bedoeld in artikel 4.5.3; 23 april 2024 | Bestemmingsplan 'Technische herziening bestemmingsplan Giethoorn' | Buro Stedenbouw 27 e. recreatief nachtverblijf en verblijfsrecreatieve doeleinden; f. detailhandel (o.a. perifere detailhandel en detailhandel in ter plaatse vervaardigde of bewerkte goederen), anders dan bedoeld in artikel 4.1.1; g. shop-in-shop formules; h. timmerwerkfabriek, anders dan bedoeld in artikel 4.1.1; i. horeca, anders dan bedoeld in artikel 4.1.1; j. zelfstandig kantoor, anders dan bedoeld in artikel 4.1.1; k.

buitenopslag, anders dan bedoeld in artikel 4.1.1, behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijdelijke gebruik en dan niet voor de voorgevel van het hoofdgebouw. Ter plaatse van de aanduiding 'opslag uitgesloten' is opslag niet toegestaan; l. verlichting waarbij strooilicht ontstaat. 4.5.3 Aan huis verbonden beroepen Een aan huis verbonden beroep, als opgenomen in bijlage 2 van de bijlagen bij de regels overzicht aan huis verbonden beroepen, is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een aan huis verbonden beroep uitsluitend wordt uitgeoefend in de bedrijfswoning of in de daarbij behorende bijgebouwen; b. maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen wordt gebruikt voor aan huis verbonden beroep(en); c. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; d. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de bedrijfswoning is; e. er is ten hoogste één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter; f. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; g.

in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; h. er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende beroep gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden beroep gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt. 4.6 Afwijken van de gebruiksregels 4.6.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van detailhandel in ter plaatse vervaardigde of bewerkte goederen als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.5.2, ten behoeve van het gebruik voor detailhandel in ter plaatse vervaardigde of bewerkte goederen als nevenactiviteit naast de bedrijfsfunctie, met dien verstande dat: a. de oppervlakte van productiegebonden detailhandel bedraagt maximaal 10% van het bruto vloeroppervlak, tot een maximum van 150 m²; b. de oppervlakte van afhaalpunten van internetwinkels bedraagt maximaal 15 m², met dien verstande dat detailhandel anders dan in de aan het hoofd assortiment ondergeschikte artikelen niet is toegestaan; c. etalages niet zijn toegestaan; d. verkoop van etenswaren, dranken en genotmiddelen niet is toegestaan; e.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/109a80a1-2624-4265-b54d-9ae8840e0b0c?agendaItemId=0f7453c8-dcd2-4492-a27d-aea63019aa12