Politie Oost-Nederland - Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 v 1.1.pdf
Tekst van het document
In dit kader is het uitvoeringsplan Kracht van het verschil ONL opgesteld. Dit plan kent zes pijlers: van buiten naar binnen, netwerken, inclusieve werkcultuur, leiderschap, recruitment en aanpak discriminatie. Een groot deel van de activiteiten al loopt, zoals de bondgenoten methodiek en diverse netwerken. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 21 6. Organisatie- en innovatiestrategie De eenheid Oost-Nederland bestaat inmiddels zes jaar. Er is in die periode een belangrijk fundament gelegd voor de toekomst. Dat is nodig, want de politie staat voor grote (operationele) opgaven. We leven in een snel veranderende samenleving die onder andere wordt gekenmerkt door globalisering, individualisering, polarisering en digitalisering. Zo zijn internationale ontwikkelingen steeds vaker verbonden met ontwikkelingen in wijken en buurten. Voorbeelden daarvan zijn de migratieproblematiek, de gevolgen van terroristische aanslagen in Europese steden en de verharding op lokale en internationale schaal. Internet en soc iale media spelen hierin in toenemende mate een rol . Deze gebeurtenissen hebben invloed op wat van de politie wordt gevraagd en de wijze waarop zij in verbinding staat met de burgers in de wijken.
Welke politie past bij deze ontwikkelingen? We gaan samen met onze stakeholders, leidinggevenden en medewerkers activiteiten ondernemen om tot een strategische agenda voor de eenheid Oost- Nederland te komen. Daarbij sluiten we aan op de strategische thema’s van ‘de politie van overmorgen’. De politie van overmorgen: • is verbonden met wijk, web en wereld • werkt samen in nieuwe veiligheidscoalities, met pu blieke en private partners, vanuit ieders • grootste toegevoegde waarde • werkt met state of the art intelligence en technol ogie • is actief transparant over wat ze doet en wat niet • is een wendbare organisatie mét wendbare medewerke rs, die hun talenten en vaardigheden blijven ontwikkelen Binnen de eenheid zijn verschillende stappen gezet, om deze ‘politie van overmorgen’ te kunnen zijn, bijvoorbeeld op het terrein van ondermijning en cybercrime. In de strategische agenda van de eenheid gaan we nadrukkelijk aandacht besteden aan samenwerking. Criminaliteit overstijgt de grenzen van basisteams, districten en eenheden. Om daadwerkelijk verbonden te zijn met wijk, web en wereld, is intensivering van de samenwerking binnen en buiten de eenheid nodig. Om goed in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen, is samenwerking met publieke en private partners bijvoorbeeld essentieel.
Publiek private samenwerking is een effectieve manier om als overheid en bedrijfsleven gezamenlijk vorm te geven aan innovatieve ideeën op het terrein van veiligheid (bijvoorbeeld op het terrein van smart security en smart city, maar ook aan samenwerking met internet service providers in de aanpak van cybercrime en de samenwerking met banken in de aanpak van financieel economische criminaliteit). Het samen bedenken van deze innovatieve oplossingen en het bundelen van expertise is het antwoord op toekomstige vraagstukken en dilemma’s. Een andere uitdaging heeft betrekking op het streven om als politie een wendbare organisatie met wendbare medewerkers te zijn. Hiervoor is aandacht nodig voor de ontwikkeling van teams en medewerkers. De uitkomsten van de Medewerkersmonitor zullen bijvoorbeeld de komende periode gebruikt worden om richting te geven aan de ontwikkeling van teams en medewerkers. Daarnaast zal de werk- en roosterdruk een belangrijk onderwerp van gesprek zijn en blijven in de doorontwikkeling van de organisatie. Ook de komende periode zal uitvoering worden gegeven aan de initiatieven om deze werk- en roosterdruk terug te dringen. Deze en andere thema’s zullen bij het opstellen van de strategische agenda nader worden uitgewerkt. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 22 7.
Politiesterkte De politiewet 3 schrijft voor dat in het regionaal meerjarenbeleidsplan de verdeling van de beschikbare politiesterkte, waaronder de wijkagenten, over de o nderdelen van de regionale eenheid is opgenomen. Als kader geldt dat bij deze verdeling rekening wordt gehouden met het belang van een goede vervulling van de politietaak in alle betrokken gemeenten en de gestelde doelen. Historie De huidige verdeling van politiesterkte tussen de basisteams en districten binnen de eenheid Oost- Nederland is op verschillende verdeelsystemen gebaseerd. Ieder voormalig regiokorps maakte hierin haar eigen afweging. Bij de start van de Nationale Politie in 2013 is die oude sterkteverdeling per voormalig regiokorps als uitgangspunt gehanteerd voor de verdeling van de politiesterkte binnen de eenheid Oost-Nederland. Hierdoor was er vanaf het begin al sprake van een ongelijke verdeling van politiesterkte binnen de eenheid. Maatschappelijke ontwikkelingen, zoals bevolkingsgroei, horecavestigingen en regionaal klantenpotentieel, maar ook ontwikkelingen in meldingendruk en misdrijven, versterkten de behoefte bij zowel politie als gezagsdragers dat de huidige sterkteverdeling moet worden herzien.
HBVS+ Om die reden is in opdracht van het Regionaal Veiligheidsoverleg Oost-Nederland (RVO) door adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF) en de politie een onderzoek uitgevoerd naar de sterkteverdeling. Mede op advies van AEF en de politie is door het RVO besloten om het HBVS+ als verdeelsysteem te hanteren. Het HBVS+ is gebaseerd op het HBVS-verdeelsysteem dat ook landelijk wordt gehanteerd bij de verdeling van politiesterkte tussen de eenheden en is opgebouwd vanaf gemeenteniveau. Binnen het HBVS+ wordt naast omgevingskenmerken (zoals aantallen inwoners en horecagelegenheden, grens met het buitenland, oppervlakte water) ook werklast (zoals aantal prio 1- meldingen en aangiften) voor 20 procent meegewogen. De uitkomst van de HBVS+ verdeling per district is opgenomen in tabel 1. De HBVS+verdeelsleutel per basisteam is opgenomen in bijlage 3. District HBVS + verdeelsleutel District Gelderland-Midden 22,3% District Gelderland-Zuid 17,5% District IJsselland 15,8% District Noord- en Oost-Gelderland 23,3% District Twente 21,0% Totaal 100,0% Tabel 1 HBVS+ percentages per district Schaarste Een verdeelsysteem geeft geen indicatie van de capaciteit die nodig is voor het uitvoeren van alle politietaken. Het geeft slechts een uitkomst hoe schaarse politiecapaciteit het beste verdeeld kan worden.
Al langer geven chefs signalen dat het piept en kraakt in teams als gevolg van rooster- en werkdruk. De herverdeling van politiesterkte zal dit niet veranderen. Er zal blijvend vraag zijn naar meer politiesterkte. De totaal beschikbare capaciteit voor de politie is een keuze van de landelijke politiek. De verdeling van deze capaciteit binnen de eenheid en de keuze waarop de schaarse politiesterkte wordt ingezet is een verantwoordelijkheid van het gezag. De politieleiding is aanspreekbaar op de kwaliteit van het politiewerk en het welzijn van haar medewerkers. 3 Artikel 39 Politiewet 2012 Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 23 Regeerakkoord In het regeerakkoord van Rutte III zijn extra gelden beschikbaar gesteld voor meer politiesterkte. Afgesproken is dat deze sterkte-uitbreiding wordt gerealiseerd door in de sterkte van de eenheden een deel van de aspiranten te vervangen door volledig opgeleiden. De groep aspiranten die van de sterkte van de eenheden worden gehaald, worden form atief ondergebracht bij het politiedienstencentrum (PDC). Landelijk gezien gaat dat om 957 aspiranten. Er is afgesproken dat deze aspiranten op basis van vervangingsbehoefte (geprognosticeerde uitstroom en doorstroom) operationeel worden opgeleid en ingezet in de eenheden. Voor Oost-Nederland betekent dit dat 225,6 fte aspiranten worden vervangen door 225,6 volledig opgeleiden.
Een deel (23,2 fte) van de uitbreiding is door de minister gelabeld voor de versterking van de aanpak van ondermijning en wordt onder gebracht bij de Dienst Regionale Recherche. Het resterende aantal fte (202,4 fte) wordt conform de HBVS+ verdeling verdeeld over de districten en basisteams. Van deze extra capaciteit is 9,2 fte door de minister gelabeld voor digitale expertise in de wijk. 2019 2020 2021 2022 Oost-Nederland 102,1 150,5 178,4 225,6 45% 66% 79% 100% Tabel 2 Fasering regeerakkoordgelden Team cybercrime Uit de loonsomberekening van de extra gelden die in het regeerakkoord aan de politie zijn toegekend blijkt dat er nog 16 fte operationele capaciteit resteert. In het RVO (29 november 2018) is het besluit genomen om deze capaciteit als collectief in te zetten op de aanpak van cybercrime. Op korte termijn wordt hiervoor op eenheidsniveau een tijdelijke werkorganisatie ingericht. De programmamanager cybercrime zal binnen twee jaar zorgdragen dat dit team wordt ingebed in de staande organisatie. Ook voor deze uitbreiding geldt dat er (16) aspirantenplaatsen worden omgezet naar (16) formatieplaatsen voor volledig opgeleiden. Voor deze uitbereiding is de aspirantenformatie van de DRR gekort. Nieuwe verdeling Politiesterkte De berekening van de nieuwe politiesterkte is in meerdere stappen uitgevoerd.
Allereerst is de nieuwe politiesterkte per district op basis van de HBVS+ verdeelsleutel vastgesteld, waarbij het aandeel van aspiranten voor alle districten is gefixeerd op 13 procent. Vervolgens is de totale omvang van de vijf districtsrecherches vastgesteld op 450 fte van het totale volume van de districten, overeenkomstig het inrichtingsplan van de eenheid. De onderlinge verhouding tussen – en daarmee de omvang van – de vijf districtsrecherches wordt bepaald door de ‘HBVS+-opsporingscomponent’. In het inrichtingsplan is daarnaast afgesproken dat voor ieder district 15 fte flex-capaciteit en 2 fte leiding is gereserveerd. De resterende sterkte is bestemd voor de basisteams. Ook hiervoor is de HBVS+ verdeelsleutel toegepast. Operationele capaciteit Na vaststelling van de totale politiesterkte is deze vertaald naar operationele capaciteit. Bij de operationele capaciteit telt een volledig opgeleide agent voor 1 fte en een aspirant voor 0,24 fte. Bij de berekening van de operationele capaciteit is ook rekening gehouden met de extra vervangingsbehoefte van districten. Onze eenheid krijgt hiervoor 72 aspiranten toegewezen vanuit de pool van 957 PDC-aspiranten. Voor de toedeling van deze aspiranten binnen de eenheid is naar de vervangingsbehoefte van de districten gekeken voor de komende vier jaar.
Hieruit blijkt dat de districten Gelderland-Midden en Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 24 Gelderland-Zuid kunnen volstaan met de 13 procent aspiranten die ieder district in de nieuwe sterkteverdeling heeft. De drie andere districten hebben ook dan nog te weinig formatieplaatsen om in de vervanging van medewerkers die uitstromen of doorstromen te kunnen voorzien en worden daarom gecompenseerd met dit totaal van 72 aspiranten, wat overeenkomt met 17,2 fte operationele capaciteit. Na de bestuurlijke consultatie is vervolgens in het bestuurscollege van 31 oktober 2018 een unaniem voorgenomen besluit genomen over de nieuwe politiesterkte en operationele capaciteit per basisteam. De nieuwe politiesterkte en operationele sterkte van de districten is opgenomen in tabel 3. District Politie- sterkte Operationele capaciteit 2022 Waarvan Districts- recherche PDC- aspiranten Flex capaciteit Leiding Gelderland-Midden 958,0 865,2 103,3 15 2 Gelderland-Zuid 753,5 680,5 78,1 15 2 IJsselland 680,7 621,2 68,0 6,4 15 2 NO-Gelderland 1.003,9 913,6 97,4 7,0 15 2 Twente 904,7 820,8 95,5 3,8 15 2 Tabel 3 Operationele sterkte district en Het overzicht van de nieuwe politiesterkte en operationele capaciteit per basisteam is opgenomen in de bijlage 3. Diensten Naast de politiesterkte van basisteams en districten stellen burgemeesters en de hoofdofficier van justitie ook de sterkte van de diensten vast.
De diensten Regionale Recherche (DRR), Regionale Informatie Organisatie (DRIO), Regionaal Operationeel Centrum (DROC), Regionale Operationele Samenwerking (DROS) en de eenheidsstaf/bedrijfsvoering ondersteunen de basisteams en districten met specifieke expertise. Een overzicht met de sterkte van alle organisatieonderdelen is opgenomen in de bijlage. De volgende formatiewijzigingen zijn hierbij doorgevoerd (RVO besluit 7 december 2017). • Versterken heterdaadkracht (inzet en ontwikkeling apparatuur) ondergebracht bij DRR: 4,5 fte ten laste van de DRR; • VIDEX (uitlezen en bewerken van camerabeelden) on dergebracht bij DRR: 5,0 fte ten laste van de DRR; • Beslaghuis ondergebracht bij DROS: 4,7 fte ten la ste van de DRR, 4,6 fte ten laste van de DROS en 9,3 fte ten laste van de PDC; • Gemeenschappelijke BOB Kamer ondergebracht bij DR R: 16 fte ten laste van de DRR. De aangekondigde formatiewijziging ten behoeve van de inrichting van een PV-administratie dient nog eerst nader uitgewerkt te worden alvorens deze vertaald kan worden naar formatie. Tot slot wordt als gevolg van de uitbreiding van de operationele sterkte (regeerakkoord), ook de ondersteuning (bedrijfsvoering) volgens een gestandaardiseerde component uitgebreid. Voor de eenheid Oost- Nederland betekent dit dat er aan de eenheidsstaf 3 fte niet-operationele capaciteit wordt toegevoegd.
In onderstaande tabel staat in aanvulling op tabel 3 de overige operationele sterkte van de eenheid weergegeven. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 25 District Politie- sterkte Operationele capaciteit 2022 Dienst Regionaal Operationeel Centrum (ON) 139,8 13 9,8 Dienst Regionale Recherche (ON) 1.016,9 1.009,4 Dienst Regionale Informatieorganisatie (ON) 451,2 4 47,4 Dienst Regionale Operationele Samenwerking (ON) 775,4 756,4 Leiding Eenheid Oost-Nederland 4,0 4,0 Staf regionale eenheid (ON) 26,0 26,0 Tabel 4 Operationele sterkte diensten, eenheidsleiding en staf Vervolg Nadat de operationele capaciteit bestuurlijk is vastgesteld, wordt de vertaling gemaakt naar functies per team. Het overzicht laat op functieniveau de gewenste eindsituatie zien. De verwachting is dat dit overzicht medio 2019 gereed is. Tevens wordt gewerkt aan een uitvoeringsplan waarin is opgenomen op welke wijze de teams in 2022 de eindsituatie bereiken. Daarbij wordt zo veel als mogelijk geanticipeerd op de verwachte uit- en doorstroom. De belangrijkste instrumenten om de instroom te beïnvloeden zijn het gericht toewijzen van aspiranten en vacaturestelling. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 26 8. Bijlagen Bijlage 1 Doelen In onderstaand overzicht staan de cijfermatige doelen op een rij. De landelijke afspraken uit de veiligheidsagenda zijn pas definitief na vaststelling in het LOVP van februari.
Onderwerp 2019 Telefonische bereikbaarheid Servicenummer politie (0900-8844) • Beantwoorden < 20 seconden • Aanbieden aan meldkamer < 10 sec 80% 90% Alarmnummer 112 • Beantwoorden < 10 seconden 90% Incidentafhandeling spoedeisend (prio 1) • < 15 minuten ter plaatse 85% Aantal misdrijven Prognose werkaanbod / Doelstelling Alle misdrijven Geen afspraken op eenheidsniveau High Impact Crime • Overvallen • Straatroven • Woninginbraken (excl. schuur e.d.) (incl. poging) • Voltooide woninginbraken • Geweld Inspanningsverplichting (Ketenbeheerafspraken) 21.000 parketnummers (kwalitatieve afspraken: zie pag. 15) High Impact Crime (HIC) specifiek • Overvallen oplossingpercentage • Straatroven oplossingpercentage • Woninginbraken oplossingpercentage Geen afspraken op eenheidsniveau Kinderporno • Prognose aantal onderzoekdossiers Geen afspraak op eenheidsniveau Mensenhandel • OM verdachten 24 Ondermijning • Aan te pakken CSV’s 91 Criminele vreemdelingen • % ID-onderzoeken voldoet aan kwaliteitseisen • % PV’s voorzien van vreemdelingennummer 90% 100% Cybercrime • Reguliere zaken Politie 46 Executie Prestatieafspraken OM % positieve afdoening inzake: • Principale vrijheidsstraffen • Omgezette taakstraffen • Geldboetes • Schadevergoedingsmaatregelen • Ontnemingmaatregelen 80% 80% 70% 80% 70% Afpakken Afspraken vanuit Programma • Beslagwaarde • Bij minimaal 5% van de zaken t.a.v.
vermogenscriminaliteit en t.a.v. Opiumwetzaken wordt door de politie beslag gelegd op (crimineel) vermogen. Nog niet bekend CONCEPT 27 Bijlage 2 Oost-Nederland in beeld Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 28
Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 29 Bijlage 3 Sterkteverdeling Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 30 Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 31 Bijlage 4 Samenvatting Landelijke beleidsdoelstellingen Ondermijning Het regeerakkoord bevat een structurele investering van €5 mln. in 2018, oplopend tot € 10 miljoen vanaf 2019 en een eenmalig anti- ondermijningsfonds van € 100 mln. Deze middelen worden toegedeeld aan de regionale en landelijke partners, op basis van de voorstellen die zij eind september 2018 hebben ingediend. Op landelijk niveau is het Strategisch beraad Ondermijning (SBO) ingericht waarin alle partners zijn vertegenwoordigd, onder onafhankelijk voorzitterschap. Ook is een aanjaagteam ingericht dat het land in gaat om de operationele partijen te faciliteren in het concreet verbeteren en versnellen van de aanpak. Om de gewenste versterking en versnelling van de aanpak van ondermijnende criminaliteit te realiseren zijn de volgende afspraken gemaakt: 1. Prioritering en samenwerking a. als het criminaliteitsbeeld daar aanleiding toe geeft, werken eenheden samen aan de opsporing van ondermijnende en zware criminaliteit, zodat robuuste verbanden ontstaan en slagvaardiger onderzoek wordt gedaan naar regio-overstijgende CSV’s.. b. er is aandacht voor regio- of landsgrensoverstij gende aspecten en als hier sprake van is, wordt hiermee rekening gehouden bij de keuze van de interventies. 2.
Informatiepositie aan de voorkant wordt versterkt De informatiepositie aan de voorkant van het proces wordt verbeterd, als basis voor interventies in de aanpak van ondermijnende criminaliteit (opwerken van signalen in de wijk, mutatie daarvan en organiseren van opvolging via opsporing of andere interventies) . a. vanuit de basisteams wordt een inspanning geleve rd om bewustzijn en signalering te vergroten. b. binnen de eenheden worden afspraken gemaakt tuss en de basisteams, informatieorganisatie en recherche over opvolging van ondermijningssignalen. Vanuit de recherche wordt de inspanning geleverd om meer aan de opvolging van de signalen uit de basisteams te doen. Ook wordt bezien of er in de districtsrecherche meer aan de aanpak van ondermijning moet worden gedaan. 3. Kwantificeerbaar maken van de (accenten binnen de) aanpak Het doel is het beter kwantificeerbaar maken van de resultaten van de aanpak van ondermijning, in het bijzonder voor wat betreft de accenten in de aanpak te weten illegale wapens en drugs. a. In 2019 worden met landelijke en regionale partn ers indicatoren ontwikkeld waarmee kwalitatieve en kwantitatieve resultaten en maatschappelijk effecten van de aanpak worden uitgedrukt. b.
tot die tijd wordt “het aantal via strafrechtelijke weg aangepakte csv’s” en de bijdrage van de politie aan integrale handhavingsacties gemonitord, met het realisatiecijfer van 2018 als uitgangspunt (aantal onderzoeken per aandachtgebied, waaronder de accenten illegale wapens en drugs). 4. Financiële invalshoek aanpak a. Elk preweegdocument bevat een financiële paragra af met financieel-economische aspecten en onderzoeksmogelijkheden. De politie levert hier een bijdrage aan, inclusief advies over de inzet van financiële expertise. Met betrokken partners wordt op basis hiervan aangegeven wat de meest kansrijke wijze van afpakken is: strafrechtelijk, fiscaal of bestuurlijk, of een combinatie. b. In alle ondermijningzaken wordt financieel onder zoek ingezet, tenzij uit de financiële paragraaf evident naar voren komt dat dit geen meerwaarde heeft. OM en politie bespreken op reguliere basis in de daarvoor geëigende gremia de voortgang en mogelijke verbeteringen op dit punt. c. Partners ontwikkelen in 2019 een ‘afpakmonitor’ die inzicht geeft in de resultaten van het integraal afpakken, met gebruik van de beschikbare registraties.
De aanname is dat deze afspraak en de Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 32 extra middelen die door het Kabinet zijn uitgetrokken voor versteviging van het afpakken leidt tot verhoging van het beslag en van afgepakte middelen zowel strafrechtelijk, fiscaal als bestuurlijk. d. Partners ontwikkelen in 2019 kwantitatieve resul taat- en effectdoelstellingen met betrekking tot strafrechtelijk afpakken dan wel het leggen van beslag waar het de inzet van de politie betreft. Tot slot is afgesproken dat ten minste een maal per jaar, na voorbereiding in het Strategisch Beraad Ondermijning, in LOVP-verband gesproken over de voortgang van de (integrale) aanpak van ondermijning, in het bijzonder waar het gaat om de inzet van de politie en de daarmee geboekte resultaten. Doel van dat gesprek is het identificeren en in gang zetten van verbeteringen binnen de aanpak door de politie. Mensenhandel Eerder zijn middelen beschikbaar gesteld aan het OM en de politie ten behoeve van de intensivering van de aanpak van mensenhandel (2 miljoen euro structureel). Met de middelen uit het Regeerakkoord worden bovendien politieliaisons aangesteld voor de aanpak van mensenhandel. Voor de politie is de volgende beleidsdoelstelling afgesproken: Meer interventies met een grotere maatschappelijke impact, waarbij de interventies lokaal, bovenlokaal, nationaal als internationaal kunnen zijn. 1.
Beoogde kwalitatieve resultaten en inspanningen Onder het gezag van het openbaar ministerie wordt de signalering en informatiegestuurde aanpak op alle vormen van mensenhandel in de fysieke en digitale wereld versterkt en geborgd door o.a.: a. Optimaliseren van de inzet van gecertificeerde m ensenhandelrechercheurs; b. Een doorontwikkeling van het (landelijk; bovenlo kaal en lokaal) (realtime) informatiebeeld door het veredelen van informatie. Hiertoe wordt onder meer een werkwijze ontwikkeld waarbij intelligence, opsporing (breder dan de AVIM teams migratiecriminaliteit en mensenhandel) en de gebiedsgebonden politiezorg nauwer met elkaar zijn verbonden en die zich uitstrekt tot zowel de fysieke als digitale wereld. Dit omvat ook een versterkte samenwerking met het landelijke samenwerkingsverband EMM en andere externe partners. c. Het investeren in een politie-breed bewustzijn v an het fenomeen, met oog voor het oppikken, registreren en verwerken van signalen die duiden op uitbuiting; d. De bovenlokale samenwerking op mensenhandel bij complexe multiproblematiek of eenheids- / grens overstijgende problematiek wordt verstrekt. Dit vergt een intensivering van de samenwerking met het Openbaar Ministerie en andere relevante partners.
De bijdrage van de politie aan deze samenwerking is in ieder geval het leveren van een goed informatiebeeld en het daarop organiseren van de beschikbare capaciteit. e. Versterken van de bijdrage van politie aan het a anpakken van mensenhandelaren samen met en door andere landen door a. relevante informatie te delen met Europol, andere landen (onder andere in het kader van EMPACT THB) en andere relevante gremia; en f. politieliaisons in bronlanden optimaal te benutt en door hen met duidelijke opdrachten en goede lokale inbedding te plaatsen in relevante landen en te zorgen voor een goede verbinding met de eenheden gericht op het uitvoeren van betekenisvolle interventies. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 33 2. Beoogde kwantitatieve resultaten a. Toename aantal gemelde slachtoffers door de poli tie bij Comensha. b. Streefcijfers aantal OM-verdachten van mensenhan del 2019 2020 2021 2022 190 205 220 240 Toelichting Het aantal OM-verdachten van mensenhandel dat vanuit de politie instroomt is in de afgelopen jaren sterk gedaald; van 261 in 2012 naar 153 in 2017. Slachtoffers zijn voor daders makkelijk vervangbaar. het is daarom cruciaal om het aantal opgespoorde daders omhoog te brengen. Voor de komende jaar is afgesproken het aantal OM-verdachten aan te leveren dat gemiddeld is bereikt de afgelopen vijf jaar, waarna een jaarlijkse verdere groei volgt van 5%.
Een substantieel deel van de aangiften leidt uiteindelijk niet tot het in beeld komen van een verdachte, terwijl er wel opsporingshandelingen zijn verricht. De politie zal deze inspanningen meenemen in de kwalitatieve bespreking van de voortgang. 3. Toename complexe onderzoeken en interventies met oog voor: a) Criminele samenwerkingsverbanden; b) Eenheidsoverstijgende onderzoeken; c) Samenwerking met partners in het kader van het barrièremodel; d) Versterking internationale samenwerking Er wordt gestreefd naar een jaarlijkse toename van complexe onderzoeken en interventies (referentie- jaar 2019), hierop wordt. Het is mogelijk dat het aantal OM-verdachten niet wordt gehaald door: - een toename van complexe onderzoeken - het aantal opsporingshandelingen dat niet leidt t ot een vervolging of sepotbeslissing - wezenlijke bijdragen van politie aan andersoortig e interventies zoals bestuurlijke rapportages. De resultaten zullen dan ook in samenhang met elkaar moeten worden bekeken en geduid. Randvoorwaardelijk is dat de kennis van politie voor de aanpak van het fenomeen mensenhandel binnen en buiten de AVIM op peil wordt gebracht en op peil blijft (daarna), inclusief financieel, internationaal en opsporen en investeer (gedurende VA) extra in het vergroten van de actuele kennis van het fenomeen.
De in 2018 af te spreken doorontwikkeling van het EMM moet tijdens de VA gerealiseerd worden. Daarnaast worden de mogelijkheden tot informatiedeling tussen partners verbeterd. Cybercrime en online seksueel kindermisbruik Met betrekking tot de bestrijding van cybercrime zijn afspraken gemaakt ten aanzien van het aantal uit te voeren onderzoeken en ten aanzien van organisatieontwikkeling. Onderzoeken De onderzoeken zijn verdeeld in: a. reguliere onderzoeken uitgevoerd op regionaal ni veau b. fenomeenonderzoeken, die gericht zijn op de bred e bestrijding van eenheidsoverstijgende cybercriminele fenomenen en dadergroepen c. onderzoeken van het Team High Tech Crime, waar h et gaat om onderzoeken met een high tech component. Om een zo groot mogelijk maatschappelijk effect te bereiken, worden de doelstellingen geduid in opsporingsonderzoeken en alternatieve interventies. De doelstellingen zijn als volgt: Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 34 2019 2020 2021 2022 regulier onderzoeken 310 ntb ntb ntb Waarvan 25% alternatieve of aanvullende interventies 77 ntb Ntb ntb fenomeen onderzoeken 41 ntb ntb ntb Waarvan 50% alternatieve of aanvullende interventies 20 ntb ntb ntb THTC onderzoeken 20 ntb ntb ntb Totaal 371 In de tweede helft van 2019 worden deze doelstellingen en onderliggende definities geëvalueerd.
Op basis van deze evaluatie, waaronder de inzichten in benodigde inzet voor fenomeenonderzoeken, en rekening houdend met de effectieve groei van capaciteit vanaf 2020 worden vervolgafspraken gemaakt over het aantal onderzoeken. Daarbij is het maatschappelijk effect het uitgangspunt. Voor de rest van de looptijd van de Veiligheidsagenda is de verwachting dat de ambitie verder kan groeien. Organisatieontwikkeling Daarnaast zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop in de intake en service onderdelen van de basisteams de kennis over deze cyberfenomenen zal worden verbeterd zodat ook op dit terrein een beter aangifteproces mogelijk is, en signalen eerder gezien worden. Het basiskennisniveau van de medewerkers binnen de basisteams en opsporing wordt verder verhoogd en actueel gehouden. Daarnaast is er speciale aandacht voor medewerkers van het Regionaal Service Centrum en Intake&Service ten behoeve van de kwaliteit van het aangifteproces en de dienstverlening. Hierbij kan o.a. gedacht worden aan het jaarlijks uitbrengen van een cybercrime beeld per eenheid en het aanbieden van specifieke trainingen. De politie rapporteert 1 keer per jaar in het jaarverslag over de activiteiten die op dit vlak zijn uitgevoerd. Online kindermisbruik De aanpak van online seksueel kindermisbruik vraagt specifieke expertise binnen de politie.
De opsporing wordt gedaan door 150 FTE netto capaciteit, verdeeld over 11 gespecialiseerde teams die centraal worden aangestuurd. Het maken van duidelijke keuzes bij de inzet van de capaciteit is een belangrijke voorwaarde voor een effectieve inzet van die capaciteit. Er wordt steeds gestreefd naar een zo groot mogelijk maatschappelijk effect. De focus bij de aanpak van online seksueel kindermisbruik ligt daarom onverminderd op het identificeren van slachtoffers, misbruikers, vervaardigers en keyplayers binnen (online) netwerken. Tegelijkertijd is het van belang dat er voor downloaders en verspreiders geen vrijplaats ontstaat, ook hier dient capaciteit voor beschikbaar te blijven. Door en met JenV wordt daarnaast middels de Hernieuwde aanpak online seksueel kindermisbruik sinds 2018 ingezet op een brede maatschappelijke aanpak die tevens ziet op preventie en verstoring. Hierdoor kunnen politie en OM zich (blijven) richten op acuut misbruik. Om deze aanpak effectief te laten zijn worden voor deze agenda ten aanzien van de politie de volgende resultaatsafspraken gemaakt: 1. De resultaatsafspraken weerspiegelen waar de inz et op gericht wordt. Jaarlijks wordt verantwoording afgelegd over de categorieën plegers waar de inzet op gericht was (de keuze aan de voorkant), te weten: Misbruiker/vervaardiger, Keyplayer of facilitator binnen netwerk en Bezitter/verspreider.
Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 35 2. De ambities zijn voor de volgende jaren hieraan gekoppeld: Jaar: 2019 2020 2021 2022 A: Vervaardigers/ misbruikers 100 100 100 100 B: Keyplayers (/netwerken) 15 15 15 15 C: Bezitters/versp reiders 400 400 400 400 TOTAAL 515 515 515 515 Deze streefcijfers weerspiegelen de focus op onderzoeken ten aanzien van de verschillende categorieën plegers (verdachten/verdenkingen).Meer dan voorgaande jaren wordt het zwaartepunt daarbij gelegd op zwaardere (en arbeidsintensieve) onderzoeken in de categorieën A en B. 3. Tevens wordt gekeken naar de resultaten van de i nzet. Daarom wordt in de jaarrapportage tevens gerapporteerd waar bovengenoemde gepleegde inzet toe geleid heeft (het resultaat aan de achterkant). Daarbij gaat het naast de aantallen daders bovenal om de hoeveelheid slachtoffers die door inzet van de 150 FTE zijn geïdentificeerd. 4. Door zowel de inzet (aan de voorkant) als het re sultaat te meten (aan de achterkant) kan gekeken worden naar het effect. Dit biedt mogelijkheden tot analyses waaruit we kunnen leren of en wanneer onze sturing leidt tot de gewenste resultaten. Executie In de Veiligheidsagenda zijn ten behoeve van de prioriteit executie de volgende afspraken gemaakt. Afspraken: 1. De politie ontvangt de dossiers die voldoen aan de definitie “er is sprake van een opsporingsindicatie binnen Nederland”.
Aan die definitie zijn kwalitatieve randvoorwaarden verbonden die nader zijn omschreven. 2. De politie verricht vervolgens opsporingshandeli ngen binnen de huidige opsporingscapaciteit ten aanzien van deze dossiers om op die manier het dossier positief af te doen. Dit betekent uiteraard bij voorkeur dat de veroordeelde wordt aangehouden. 3. Voor de in behandeling genomen dossiers geldt ve rvolgens een inspanningsverplichting, die inhoudt dat een percentage van 40% van de aangeleverde dossiers positief wordt afgedaan. Over de definitie van ‘positief afdoen’ staat verderop in de tekst meer duiding. 4. Er zijn doorlopend 1008 dossiers bij de politie in behandeling waaraan actief wordt gewerkt. Dit betreft 10 per politie-eenheid. Met deze afspraken wordt invulling gegeven aan de volgende doelstelling: “eenduidige kwalitatieve en kwantitatieve afspraken te maken met inachtneming van de daarbij behorende randvoorwaarden. Het gaat hier om de in het opsporingsregister opgenomen (oude voorraad van) veroordeelden met lagere straffen die niet primair binnen het aandachtsgebied van FASTvallen ”. Door middel van de bovenstaande afspraken wordt invulling gegeven aan deze doelstelling. Daarbij wordt ook, aanvullend hierop, een (eerste) afspraak gemaakt over het voorkomen dat nieuwe zaken dreigen terecht te komen in de passieve signalering van E&S (voormalig Opsporingsregister).