Politie Oost-Nederland - Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 v 1.1.pdf
Tekst van het document
OOST POLITIE OOST-NEDERLAND Ontwerp meerjarenbeleidsplan 2019-2022 Januari 2019 versie 1.1
Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 1 Colofon © Samengesteld door: Politie Oost-Nederland, Eenheidsstaf Versie Ten behoeve van Datum 0.1 Intern eenheid: ELO, EMO en OR januari 2019 1.0 RVO 31 januari 2019 1.1 DVO’s februari-maart 2.0 Bestuurscollege 2.1 Publicatie Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 2 Voorwoord De eenheid Oost-Nederland werkt met zo’n zevenduizend medewerkers aan een veiliger leefomgeving en aan een steeds beter presterende politie. Dat doen we in nauwe samenwerking en in afstemming met het lokaal gezag – de burgemeesters van de 76 gemeenten en het openbaar ministerie – en met diverse veiligheidspartners. Gezamenlijk investeren we in een effectieve aanpak van onveiligheid in de samenleving en het creëren van een sterk veiligheidsgevoel en vertrouwen van de burger in de personen en instanties die verantwoordelijkheid dragen voor een veilige leefomgeving. Focus In dit plan zetten we in samenhang met de Veiligheidsstrategie 2019-2022, op een rij hoe we in Oost- Nederland de komende periode werken aan veiligheid en welke doelen we stellen. Daarbij staan de aanpak van de lokale veiligheidsproblemen zoals afgesproken in de lokale driehoeken, de nationale prioriteiten, de met het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken en de thema’s benoemd in de Veiligheidsstrategie 2019-2022 centraal.
Door veranderingen in de maatschappij, verschuift de aard van deze veiligheidsproblemen en prioriteiten. Dit betekent dat we ons meer en meer moeten richten op andere vormen van criminaliteit, zoals cybercrime en ondermijning. En dat terwijl we ook de focus moeten houden op de meer ‘traditionele’ thema’s zoals woninginbraken. Dit vraagt de komende periode om goed overleg met ons bevoegd gezag over wat we wel maar ook over wat we niet doen. Buiten Het vertrouwen in de politie wordt in hoge mate bepaald door de wijze waarop wij contact hebben met verdachten en slachtoffers. De meeste zaken die bij de politie binnenkomen hebben minimaal één slachtoffer. Het is van belang om die slachtoffers duidelijk en transparant te informeren over de behandeling en afhandeling van hun zaak. Daarnaast willen we als politie zoveel mogelijk verdachten in die zaken opsporen. Voor zowel dader als slachtoffer is het van belang dat wordt gestuurd op een snelle en betekenisvolle (strafrechtelijke) afdoening, waarbij maatwerk wordt geleverd ten aanzien van de specifieke omstandigheden. Hierover zijn afspraken gemaakt met het OM. De komende periode zullen we zo transparant mogelijk in beeld brengen welk effect we met een betekenisvolle afdoening of interventie buiten bereiken. Innovatie De komende periode zullen we ons als politie verder ontwikkelen om ‘de politie van overmorgen’ te kunnen zijn.
Dit doen we aan de hand van de waarden die gelden voor de nationale politie: we willen een politie zijn die verbonden is met wijk, web en wereld, die samenwerkt in nieuwe veiligheidscoalities, die werkt met state of the art intelligence en technologie, die actief transparant is over wat ze wel of niet doet en die wendbaar is. Innovatie is voor Oost-Nederland een belangrijk middel om dit te bereiken. De uitdaging is om samen met medewerkers, gezagsdragers, partners en burgers constructieve ideeën tot stand te brengen, die ons helpen het operationeel vakmanschap in een snel veranderende wereld door te ontwikkelen en onze doelen voor de toekomst te bereiken. Ook de komende periode kunt u erop rekenen dat wij ons maximaal inzetten voor een veilig Oost- Nederland. Wij vertrouwen erop dat dit beleidsplan de veiligheid in de 76 gemeenten van Oost- Nederland, en in breder verband Nederland, versterkt. De driehoek van Oost-Nederland Drs. H.M.F. Bruls Mr. J.J. A. Lucas Mr. O.R. Dro s Regioburgemeester Hoofdofficier van Justitie Pol itiechef Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 3 Inhoudsopgave Voorwoord ........................................................................ 1 Inhoudsopgave .................................................................. 3 1. Inleiding ..................................................................... 4 2.
Veiligheidsstrategie: lokale prioriteiten .......................... 5 2.1 Kwetsbare personen ............................................................... 5 2.2 Ondermijning ........................................................................ 6 2.3 Aanpak cybercrime / -fraude ................................................... 7 2.4 Informatievoorziening ............................................................ 8 3. Landelijke prioriteiten ................................................ 10 3.1 Landelijke beleidsdoelstellingen ............................................ 10 3.2 Veiligheidsthema’s waar een intensivering loopt ...................... 12 3.3 Onderwerpen waarop het gezag landelijk belegd is .................. 13 3.4 Organisatieontwikkeling ....................................................... 14 4. Afspraken met het openbaar ministerie ......................... 15 5. Interne organisatie ..................................................... 17 6. Organisatie- en innovatiestrategie ................................ 21 7. Politiesterkte ............................................................. 22 8. Bijlagen .................................................................... 26 Bijlage 1 Doelen .............................................................................
26 Bijlage 2 Oost-Nederland in beeld .................................................... 27 Bijlage 3 Sterkteverdeling ............................................................... 28 Bijlage 4 Samenvatting Veiligheidsagenda ........................................ 31 Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 4 1. Inleiding Voor u ligt het Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 van de eenheid Oost-Nederland. In dit plan wordt de bijdrage van de politie aan een veilig Oost-Nederland beschreven. Een onderdeel daarvan is onze bijdrage aan de Veiligheidsstrategie Oost-Nederland, het gezamenlijke plan van gemeenten, OM en Politie in Oost-Nederland voor de aanpak van vier geselecteerde thema’s. In dit hoofdstuk geven we de samenhang weer en schetsen we de gezamenlijke basis. Veiligheidsnetwerk Oost-Nederland, partners in veiligheid In de Veiligheidsstrategie 2019-2022 geven we als partners in veiligheid richting aan de aanpak van veiligheid in Oost-Nederland. Met de afspraken in de Veiligheidsstrategie ondersteunen we gezamenlijk de primaire verantwoordelijkheid van de gemeente voor de veiligheid van inwoners en ondernemers in Oost-Nederland. Er zijn thema’s, die zich (boven)lokaal manifesteren en waarvoor een aanpak op districts- of regionaal niveau meer geëigend is.
De samenwerking is er op gericht regiobreed extra te investeren op enkele veiligheidsthema’s, naast de reguliere opgave van elke partner. Binnen de gekozen thema’s werken gemeenten, het openbaar ministerie en politie samen op basis van complementariteit en wederkerigheid. Elk van de vier thema’s heeft ook onze aandacht in de reguliere taakstelling van de politie. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 politie Oost-Nederland Naast de vier thema’s uit de Veiligheidsstrategie, beschrijven we de overige opgaven voor de politie voor de periode 2019-2022. Het gaat dan om de bijdragen aan de landelijke prioriteiten zoals deze door de minister, in goed overleg met de regioburgemeesters en de procureurs-generaal zijn vastgesteld. Verder beschrijven we in dit plan de afspraken met het openbaar ministerie. Gedeelde basis De Veiligheidsstrategie en het Meerjarenbeleidsplan hebben dezelfde ambities, strategische uitgangspunten en randvoorwaarden. Die gedeelde basis is een waarborg voor een samenhangend en effectief veiligheidsbeleid in Oost-Nederland. Met beide plannen hebben inwoners en het bevoegd gezag een beeld van de doelen voor het politiewerk in de periode 2019-2022, dat gecompleteerd kan worden in de lokale gezagsdriehoeken. Vanzelfsprekend is het zo dat veiligheid zich niet in alle opzichten laat plannen.
Als politie anticiperen we op nieuw opkomende fenomenen, op acute lokale of nationale veiligheidskwesties en op wijzigende lokale of nationale prioriteiten. Waar dat aan de orde is, zal dat ook de plannen van onze basisteams beïnvloeden. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 5 2. Veiligheidsstrategie: lokale prioriteiten Binnen de Veiligheidsstrategie zijn vier prioriteiten benoemd. Deze worden samen met het Veiligheidsnetwerk Oost-Nederland (VNON) uitgewerkt. De politie participeert in de werkgroepen die zijn ingesteld en zal een bijdrage leveren aan de gezamenlijk aanpak van het probleem. Aanvullend en aansluitend op die aanpak, zal binnen de politie de onderstaande aanpak worden uitgewerkt. 2.1 Kwetsbare personen Mensen zijn (sociaal) kwetsbaar als de draaglast van de ervaren problemen en tegenslagen te groot is voor de beschikbare draagkracht, waardoor ze worden bedreigd met maatschappelijke uitval of sociale uitsluiting. Personen met verward gedrag behoren tot die groep personen die door omstandigheden dreigen af te glijden en van wie het gedrag veel invloed kan hebben op de omgeving. Het aantal meldingen bij de politie over personen met verward gedrag is de afgelopen jaren toegenomen van ruim 11.300 in 2015 tot bijna 15.000 in 2018. Dit is een zorgelijke trend en daarom verdient deze doelgroep ook de komende jaren onze aandacht.
Daarnaast wordt in de periode 2019- 2020 extra aandacht besteed aan de doelgroep ‘Jongeren die doorgroeien naar crimineel gedrag’. Voor de periode 2021/2022 zal op basis van de actuele situatie opnieuw bepaald worden welke groep kwetsbare personen extra aandacht vraagt, bijvoorbeeld kinderen die slachtoffer zijn van mishandeling of ouderen. Aanpak personen met verward gedrag Om te voorkomen dat personen met verward gedrag overlast gaan plegen ten gevolge van het verschuiven van zorg in een kliniek naar de buurt 1, is het voor de politie van belang dat de preventie/wijkgerichte aanpak en vroeg signalering gerealiseerd wordt. Ook dient het vervoer van personen met verward gedrag te worden ingevuld. Een door het ministerie van VWS ingesteld ‘Schakelteam personen met verward gedrag’ is actief en heeft de opdracht regio’s en gemeenten te ondersteunen bij het ontwikkelen en implementeren van een goed werkende aanpak voor personen met verward gedrag. Wet verplichte ggz De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) gaat in op 1 januari 2020. Deze wet regelt de rechten van mensen die te maken hebben met verplichte zorg in de GGZ. Een belangrijke verandering (tov de BOPZ) is dat verplichte zorg straks ook buiten een GGZ-instelling opgelegd kan worden. De politie wil de komende jaren met de partners investeren in de sluitende aanpak en de implementatie van de Wet Verplichte GGZ.
Jongeren die doorgroeien naar crimineel gedrag Naar schatting komt 5 procent van alle jongeren met de politie in contact. Van deze kleine groep zal 3 tot 7 procent zich ontwikkelen tot ‘beroepscrimineel’. Deze groep is verantwoordelijk voor 40 tot 60 1 Uit meerjarenvisie GGZ Nederland periode 2013-2020: Als antwoord op de grote druk op de sector om de zorgkosten te beheersen heeft GGZ Nederland, in aanvulling op de bestaande beleidsagenda, in 2010 het pamflet ‘Zorg Werkt!’ opgesteld. Hierin is verwoord dat de zorg aan patiënten met een psychische ziekte beter en efficiënter kan. Door zorgaanbod te verschuiven van de kliniek naar de buurt, van de tweedelijns specialist naar de eerstelijns ggz en de huisarts kan de groei in de ggz worden beheerst. Deze verandering is lokaal al jaren geleden in gang gezet en gaat uit van de gedachte dat zorg aan patiënten zoveel mogelijk dicht bij huis plaatsvindt. De zorg is gericht op het herstel en op deelname van mensen met een psychische ziekte aan de maatschappij. Hiermee verbetert de kwaliteit van zorg omdat mensen vaak beter herstellen in hun eigen omgeving. Per 1 oktober 2018 heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om een sluitende aanpak te organiseren, zodat personen met verward gedrag niet meer terecht komen in een politieauto of een politiecel.
De politie ondersteunt, ook na 1 oktober, de partners zodat zij de juiste professionele zorg kunnen bieden aan deze mensen. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 6 procent van de jeugdcriminaliteit 2. Op jonge leeftijd ingrijpen, als afwijkend gedrag nog geen patroon heeft gevormd, geeft de meeste kans op een succesvolle interventie. De informatiepositie van de politie (zo mogelijk aangevuld met die van gemeenten) op het gebied van jongeren met criminele activiteiten en contacten, kan hieraan een bijdrage leveren. Doelen - Door implementatie van plannen van de sluitende a anpak van elke gemeente en het landelijke meldpunt, zou het aantal meldingen over personen met verward gedrag moeten dalen. - Met alle betrokken partners zal een escalatiemode l worden samengesteld onder leiding van een bestuurlijke regievoerder. - Samen met partners zorgen dat de kleine groep jon geren met een hoog risico op het plegen van ernstige delicten onderscheiden wordt van de grote groep (met wie het na de adolescentie weer goed zal gaan) en het stoppen van de criminele carrière van deze groep. Uitgangspunten voor de aanpak - De politie investeert in de sluitende aanpak en d e implementatie van de Wet Verplichte GGZ door voor de periode van twee jaar een projectleider vrij te maken.
- Zowel intern als extern maken we gebruik van de a mbassadeursstrategie, om de doelen op het gebied van verwarde personen te bereiken. We gebruiken bestaande netwerken om het onderwerp onder de aandacht te brengen en maken gebruik van bestaande overleggen en bijeenkomsten om een podium te krijgen. - De politie brengt binnen de regels van de AVG de hulpverlening in een goede uitgangspositie door vroegtijdig signalen door te geven over jongeren die dreigen te ontsporen. - Een landelijk functionerend risico-taxatie instru ment wordt ingezet, dat gebruik maakt van politiedata. Het instrument berekent de kans dat een jongere een ernstig delict pleegt. 2.2 Ondermijning Ondermijning is een maatschappelijk probleem, dat op alle niveaus voorkomt, van wijk tot wereld en van normvervaging in de buurt tot zware criminaliteit. Het verzwakt en misbruikt onze maatschappij met alle ontwrichtende gevolgen van dien. Uiteindelijk tast dit het vertrouwen van inwoners aan in bijvoorbeeld de overheid, politie en justitie en dus in de rechtstaat. Het is een probleem dat alleen aangepakt kan worden door de gehele overheid, in samenwerking met bedrijven en burgers. Aanpak van ondermijning Als politie hebben we de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het vergroten van de awareness intern en bij bestuur, gezag, partners en burgers.
Inmiddels zijn verantwoordelijkheden van partijen inzichtelijk en men is meer dan ooit bereid om de strijd tegen ondermijning aan te gaan. Gezamenlijk Oost-Nederland veiliger en weerbaarder maken tegen ondermijning is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Waarbij het frustreren van criminele ondermijnende netwerken, door het verstoren van hun business en verdienmodel, een belangrijk uitgangspunt is. Om de samenwerking op het gebied van criminele ondermijning verder te ontwikkelen, is een nieuwe aanpak nodig. Het profiel van deze aanpak is het tegengaan van ondermijning door integrale beeld- en visievorming, een integrale eenheidsbrede aanpak en de ontwikkeling van een nieuwe wijze van sturing (informatiegestuurd, dynamisch en wendbaar). In de eerste helft van 2019 zal deze nieuwe aanpak bestaansrecht hebben en verder worden doorontwikkeld. Daar staat tegenover dat 2 Moffitt, T.E. (1993). Adolescence-Limited and Life-Course-Persistent Antisocial Behavior: a Developmental Taxonomy. Pyschological Review, 100, 4, p. 674-701 Samen preventief en repressief optreden tegen alle deelprocessen die ondermijning succesvol maken, is volgens diverse wetenschappelijke studies dé methode om ondermijning tegen te gaan.
Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 7 maatschappelijke effecten nodig zijn om de voedingsbodem van ondermijning weg te nemen en de maatschappij weerbaarder te maken tegen ondermijning. Doel De belangrijkste ambitie op het gebied van ondermijning is het fors terugdringen van het aantal ’criminele fluïde netwerken’ dat zich bezighoudt met criminele ondermijnende activiteiten (hennepteelt, synthetische drugslabs, witwassen, wapens en geweldsmisdrijven). Uitgangspunten voor de aanpak - De aanpak vindt plaats vanuit een breed gedeeld e n gedragen ondermijningsbeeld (Regionale Informatie Expertise Centrum Oost-Nederland) op alle niveaus (basisteam, districtsrecherche, Dienst Regionale Informatie Organisatie, Dienst Regionale Recherche en de Landelijke Eenheid), samen met partners en met behulp van een gecoördineerde informatiegestuurde aanpak. - De bijdrage van de politie bestaat uit het opjage n van de criminele fluïde netwerken, het controleren van deze netwerken en het afpakken van op criminele wijze verworven vermogen, om daarmee hun ‘business en verdienmodel’ ernstig te verstoren. - De politie richt zich daarbij op het verdienen va n vermogen op illegale en/of criminele markten, de Nederlandse drugsindustrie (de drugsindustrie is de grootste illegale criminele markt van Nederland) en de digitalisering en technologisering binnen criminele ondermijning.
2.3 Aanpak cybercrime / -fraude Cybercrime is een dreiging waar de politie op moet investeren. De opkomst van een criminele dienstensector, een trend die vaak wordt geduid met de Engelstalige term Criminality as a service (CAAS), houdt in het geval van cybercrime in dat steeds meer criminelen cyberdelicten kunnen plegen zonder technische kennis eigen te maken. Deze kennis kan immers ingekocht worden. Gekoppeld aan steeds bredere beschikbaarheid van de meest complexe technologie ontstaat een gevaarlijke mix voor de toekomst. Alle reden dus om te investeren in de aanpak van cybercrime. Aanpak van cybercrime/-fraude De bijdrage van de politie op het terrein van cybercrime richt zich op de belangrijkste uitdagingen in het domein: - Het bijhouden van digitale innovaties en daar ade quaat op kunnen reageren. - Het hoofd bieden aan veelvoorkomende cybercrime e n gedigitaliseerde criminaliteit waar burgers veel last van hebben. - Het zicht krijgen op en de aanpak van complexe cy bercrime. Binnen de eenheid is een lid aan het eenheidsmanagementteam toegevoegd om de komende twee jaar het programma te leiden. De aanpak richt zich op de hierboven genoemde dilemma’s. Het doel is om het politieoptreden en aanwezigheid in het digitale domein structureel en efficiënt te maken.
Dit houdt onder andere in dat de burger erop kan vertrouwen dat de politie even goed in het digitale als in In Oost-Nederland zijn ondermijning en hennep onlosmakelijk met elkaar verbonden. De focus op hennep is logisch, aangezien veel georganiseerde criminele groepen zich hiermee bezighouden. Daarbij wordt niet uit het oog verloren dat criminelen over het algemeen actief zijn in meerdere criminele markten. Vanuit dit oogpunt is het zinvol de focus te richten op het netwerk van personen in plaats van op criminaliteitsthema’s. Op het gebied van cybercrime komt overal in het land (en dus ook in Oost-Nederland) ongeveer dezelfde top 5 aan criminaliteits- vormen in beeld: hacken, digitale fraude, phishing, afpersing en cyberpesten en sexting. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 8 het fysieke domein optreedt. Voor een efficiënte aanwezigheid en optreden is een combinatie nodig van brede digitalisering (de hele organisatie) en diepe deskundigheid (specialisten die een paar stappen verder kunnen).
Doelen - De samenwerking met partners en de preventie verb eteren; - De opsporing versterken, niet alleen door te zorg en voor voldoende capaciteit en specifieke kennis; maar ook door de invoering van de Wet Computercriminaliteit III; - Het aangifteproces beter bereikbaar maken voor sl achtoffers van cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit; en voorkomen dat zaken met digitale component onterecht geen opvolging krijgen. - Samenwerken met onderwijsinstituten en meewerken aan wetenschappelijk onderzoek. Uitgangspunten voor de aanpak - Veranderstrategie Digitaal Oost. Dit zorgt onder andere voor de doorontwikkeling van de platformorganisatie en voor betere ondersteuning en borging van initiatieven op het gebied van digitale innovatie en projectmatige samenwerking tussen digitale specialisten en collega’s uit verschillende delen van de organisatie. - We pakken niet alleen High Tech Crime aan, maar o ok Semi Tech Crime. Bij simpele zaken wordt gezorgd voor een snelle, efficiënte en overal gelijke afhandeling, dit naar analogie van de VVC- werkwijze.
- De meer complexe vormen van cybercrime wordt aang epakt door een netwerk dat bestaat uit een kern van digitaal specialisten, analisten en OSINT-deskundigen (Open Source Intelligence, het onderzoeken van publiek toegankelijke bronnen op internet en social media) met daar omheen een flexibele schil van vertegenwoordigers van cyber security bedrijven, universiteiten en andere onderwijsinstellingen, ethical hackers en mogelijk andere relevante partners met wie samengewerkt kan worden. Alle elementen van de aanpak leunen zwaar op samenwerking tussen verschillende specialisaties, teams en diensten. Alleen op die manier is cybercrime efficiënt aan te pakken. Binnen de eenheid is prioritering van cybercrime breed geaccepteerd maar deze prioritering moet nog vertaald worden naar de praktijk. Dit zal soms betekenen dat gekozen wordt om cybercrime aan te pakken boven andere meer traditionele delicten. Wat dat betreft werken wij aan draagvlak en brengen deskundigheid in daar waar dat nodig of gewenst is. 2.4 Informatievoorziening Bij de aanpak van criminaliteit en onveiligheid werken verschillende partners steeds meer samen. In feite gaat deze bijdrage over samenwerken. Het streven is om uiteindelijk als één overheid op te treden, daar waar dat nodig en gewenst is. Daarvoor is een gedeelde informatiepositie belangrijk.
Om dat te bereiken, stellen partijen over en weer informatie beschikbaar, om een strategie te bepalen hoe ze te werk willen gaan. Aanpak Voor een effectieve integrale samenwerking is een goede informatievoorziening van cruciaal belang. Vanuit de politie worden op dit terrein de volgende stappen gezet: - bijdragen aan de visie en ontwikkeling van de inf ormatievoorziening en het gebruik daarvan (de intelligencefunctie van de verschillende partners); - bijdragen aan het juridisch kader van het samenwe rken met verschillende partners (wat kan en mag in het kader van het uitwisselen van gegevens); Met ‘Informatievoorziening’ bedoelen wij in deze context alles wat ten dienste staat van die informatiepositie om goed te kunnen samenwerken. Dat zijn dus de gegevens (data), de technologie om die te verwerken en het juridisch instrumentarium om er mee te werken. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 9 - meewerken aan een gemeenschappelijk visie op het gebruik van data voor de doelen voor de Veiligheidsstrategie; - verstrekken van gegevens conform de Wet Politiege gevens voor de operationele doelen van de Veiligheidsstrategie. - op basis van wederkerigheid meewerken aan proeftu inen of pilots, met betrekking tot integrale dataverzamelingen ten behoeve van de Veiligheidsstrategie. - bijdragen aan de (doorontwikkeling) van verschill ende veiligheidsbeelden die worden geprioriteerd.
Doel Om effectief samen te kunnen werken, is het gemeenschappelijke doel dat deelnemende partijen beschikken over een goed gezamenlijk beeld van de problematiek. Uitgangspunten voor de aanpak Bij de aanpak van ondermijning is het uitgangspunt dat alles wat integraal gedaan kan worden, ook daadwerkelijk integraal wordt aangepakt. Daarbij wordt onderzocht welke van de deelnemende partijen de beste kaarten heeft om een probleem aan te pakken en hoe partijen elkaar daarbij kunnen helpen. Bijvoorbeeld door bestuurlijke rapportages op te maken voor het bestuur. Naast de grotere veiligheidsproblemen, wordt ook integraal gewerkt aan casuïstiek op diverse casustafels. De informatiepleinen in de districten beogen hierbij een min of meer vaste structuur aan te bieden waar kennis en expertise beschikbaar is, in een duurzaam verband waar informatie kan worden gedeeld en verwerkt voor de verdere aanpak. Integrale projecten De samenwerking zal alleen nog maar toenemen omdat veiligheidsproblemen vrijwel nooit alleen maar tot het domein van één van de partners gerekend kan worden. De financiële bijdrage van het kabinet bij de aanpak van ondermijning op lokaal niveau gaat er ook van uit dat integraal wordt samengewerkt.
In de eenheid Oost-Nederland zijn al de nodige initiatieven genomen om op thema’s integrale projecten op te zetten zoals de aanpak van ‘problematische’ vakantieparken en de aanpak van synthetische drugs en hennep. Juridische basis Hoewel er al veel wordt samengewerkt en er al een stevige lijn is ingezet om daarbij ook informatie te delen tussen de deelnemende partners, is er nog wel een uitdaging voor de toekomst. De (informatie)technologie stelt ons steeds beter en meer in staat informatie (data) te verwerken. Daarbij komen verschillende vragen aan de orde die te maken hebben met de juridische basis waarop we informatie verwerken en de rol die technologie daarin speelt. Ook moet goed worden nagedacht over de vraag met welk doel we informatie delen en verwerken en waar dat toe bij moet dragen. Binnen het RIEC-convenant is een bestendig werkproces gemaakt dat voldoet om casuïstiek te agenderen. Dynamisch veiligheidsbeeld Met het oog op de toekomst is er meer behoefte aan een dynamische manier van werken met een permanent dynamisch beeld van de werkelijkheid, op het terrein van criminaliteit en veiligheid. Dat vraagt om andere weergaven van informatieposities. Daar ligt nog een enorme uitdaging. Op landelijk niveau is dit thema ook onderwerp van gesprek, maar in de eenheid Oost-Nederland willen we hier ook een bijdrage aan leveren.
Uiteindelijk is informatiedeling geen doel op zich, maar dient het de mogelijkheid tot samenwerking. Dat gebeurt op het niveau waar mensen daadwerkelijk de geagendeerde problematiek aanpakken en dat doen wij op het niveau van de eenheid en verbanden binnen de eenheid. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 10 3. Landelijke prioriteiten Op basis van artikel 18 PW2012 stelt de Minister eens per vier jaar landelijke beleidsdoelstellingen vast voor de politie. Deze laten de wettelijke toedeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden onverlet. In lijn met de afspraken in het LOVP, hebben het OM en de Regioburgemeesters gezamenlijk een voorstel voor de nieuwe Veilligheidsagenda gedaan. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft een verkenning gedaan naar mogelijke thematiek voor de agenda. Er wordt onderscheid gemaakt tussen landelijke afspraken, hybride afspraken (landelijk/lokaal), onderwerpen waarop het gezag landelijk belegd is en organisatieontwikkelvraagstukken. Voor wat betreft het onder de aandacht brengen van de belangen van Oost-Nederland en de implementatie van de afspraken, zijn de EMT-portefeuillehouders de verbindende schakel tussen het landelijke niveau en het eenheidsniveau. Hieronder treft u de thema’s aan. Vaststelling van de veiligheidsagenda vindt plaats in het LOVP van februari, daarna zijn de doelen pas definitief.
3.1 Landelijke beleidsdoelstellingen Het betreft hier de ‘harde’ landelijke beleidsdoelstellingen die de minister van Justitie en Veiligheid heeft afgesproken met de politie. Hieronder treft u een korte weergave van de thema’s aan, een samenvatting van de afspraken is in bijlage 4 opgenomen. Ondermijning Bij ondermijnende criminaliteit gaat het om een breed scala aan criminele fenomenen en de ondermijnende werking die daarvan uitgaat op de samenleving. De verwevenheid met de legale wereld heeft vergaande consequenties. Dit leidt tot aantasting van het rechtsgevoel en van de rechtsstaat en zijn instituties. Uit alle beschikbare bronnen blijkt dat de drugsindustrie qua omvang de grootste illegale markt is. De ondermijnende effecten van de drugsindustrie strekken zich ver uit, van gevaren als drugslabs in woonwijken tot bedreiging van lokale bestuurders en andere overheidsdienaren. Een breed offensief is nodig van overheid en maatschappelijke sectoren. Om de gewenste versterking en versnelling van de aanpak van ondermijnende criminaliteit te realiseren, zijn landelijk op de volgende gebieden afspraken gemaakt: 1. prioritering en samenwerking; 2. het aan de voorkant versterken van de informatie positie; 3. kwantificeerbaar maken van de (accenten binnen d e) aanpak; 4. de financiële invalshoek van de aanpak.
Doel voor Oost-Nederland In 2019 worden 91 criminele samenwerkingsverbanden (CSV’s) via strafrechtelijke weg aangepakt. Mensenhandel Mensenhandel is een vorm van criminaliteit die vaak onopgemerkt blijft als er geen gerichte aandacht voor is. Het is daarom van belang dat de kennis over dit fenomeen en de verschillende uitingsvormen verder toeneemt. Gevallen van (mogelijke) uitbuiting verschillen van aard (seksuele uitbuiting, criminele uitbuiting, arbeidsuitbuiting en gedwongen orgaanverwijdering) en context. De integrale aanpak van mensenhandel is vaak complex en arbeidsintensief. Het uiteindelijke doel is dat de politie meer en beter strategisch gekozen interventies gaat plegen om slachtoffers uit uitbuitingssituaties te bevrijden, daders aan te pakken, en slachtofferschap en daderschap te voorkomen (repressie en preventie). De afspraak : meer interventies met een grotere Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 11 maatschappelijke impact, waarbij de interventies lokaal, bovenlokaal, nationaal als internationaal kunnen zijn. Dit doet de politie onder gezag van en samen met het Openbaar Ministerie en gemeenten en met andere relevante partijen. Hiertoe moet politie haar informatiegestuurde werkwijze doorontwikkelen zowel in de fysieke als digitale wereld op alle vormen van (mogelijke) mensenhandel.
Er zijn landelijk kwalitatieve afspraken gemaakt over de aanpak van mensenhandel, bijvoorbeeld op het terrein van de inzet van gecertificeerde mensenhandelrechercheurs, doorontwikkeling van het informatiebeeld en bovenlokale en eenheidsoverstijgende samenwerking. Doel voor Oost-Nederland Er worden in 2019 24 verdachten van mensenhandel aangeleverd aan het OM. In 2020 26 verdachten en in 2021 en 2022 respectievelijk 28 en 30 verdachten. Cybercrime en online kindermisbruik Cybercrime heeft vele gezichten. De gevolgen kunnen zeer ingrijpend zijn en er zijn veel slachtoffers . Criminelen richten zich onder meer op het inbreken in computers voor nieuwe vormen van diefstal en afpersing van burgers en bedrijven, op het platleggen van websites en op bedrijfsspionage. Een zo veelomvattend fenomeen vraagt om een integrale aanpak van preventie, het voorkomen van dader- en slachtofferschap, opsporing en vervolging tot het terugdringen van recidive. Er zijn afspraken gemaakt over het aantal uit te voeren onderzoeken en over de organisatie- ontwikkeling (de wijze waarop kennis over cyberfenomenen wordt verbeterd). Ditzelfde geldt voor online kindermisbruik. Het aantal meldingen van online seksueel kindermisbruik is sinds 2014 exponentieel gestegen.
Bij de toename spelen ontwikkelingen in de samenleving een belangrijke rol: technologische ontwikkelingen, de beschikbaarheid van apparaten en toenemend gebruik van internet/sociale media die het vervaardigen, delen en verkrijgen van kinderporno vergemakkelijken. De focus bij de aanpak ligt onverminderd op het identificeren van slachtoffers, misbruikers, vervaardigers en keyplayers binnen (online) netwerken. Tegelijkertijd is het van belang dat er voor downloaders en verspreiders geen vrijplaats ontstaat. Er zijn landelijk afspraken gemaakt over: 1. het jaarlijks afleggen van verantwoording over d e categorieën plegers waar de inzet op gericht was, inclusief streefcijfers; 2. de resultaten van de inzet (aantallen daders en geïdentificeerde slachtoffers); 3. effectmeting en analyses, om inzicht te krijgen in sturing en gewenste resultaten. Doel voor Oost-Nederland In 2019 worden 46 reguliere onderzoeken uitgevoerd naar cybercrime. Executie Wie veroordeeld wordt, moet de straf ook ondergaan. Dat is belangrijk voor het slachtoffer, de samenleving en voor een geloofwaardig strafrechtsysteem. Op dit moment wordt 90% van de opgelegde vrijheidsstraffen binnen 24 maanden ten uitvoer gelegd. Van ongeveer 1% start de tenuitvoerlegging in het derde jaar na onherroepelijke veroordeling.
Er resteert een groep, die niet via het reguliere opsporingsproces wordt aangehouden met als gevolg openstaande vrijheidsstraffen. De politie is in operationele zin belast met de opsporing van veroordeelden met een openstaande vrijheidsstraf en is daarmee één van de partners in de keten. Bij het realiseren van prestaties is de politie in belangrijke mate afhankelijk van het presteren van ketenpartners die een rol hebben voordat de politie een opdracht krijgt in een executiedossier (bijvoorbeeld v.w.b. de kwaliteit van het executiedossier en de beschikbaarheid van verblijfsadressen). De politie is partner in het landelijk programma ‘Onvindbare veroordeelden’ (CJIB/OM/J&V/NP), dat zich voornamelijk richt op de tenuitvoerlegging van vrijheidsgestraften die eerder niet vindbaar bleken. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 12 Ten behoeve van de prioriteit executie zijn voor de komende periode kwantitatieve en kwalitatieve afspraken gemaakt. Het gaat dan bijvoorbeeld om het aantal dossiers dat doorlopend bij de politie in behandeling is (10 per eenheid) en om de afspraak dat 40% van de aangeleverde dossiers positief wordt afgedaan.
Doelen voor Oost-Nederland Het percentage positieve afdoening bedraagt: Principale vrijheidsstraffen 80% Omgezette taakstraffen 80% Geldboetes 70% Schadevergoedingsmaatregelen 80% Ontnemingsmaatregelen 70% 3.2 Veiligheidsthema’s waar een intensivering loopt Hierbij gaat het om onderwerpen die we allemaal belangrijk vinden maar er worden geen landelijk bindende kwantitatieve afspraken over gemaakt. Het gezag stuurt hier de politie op aan maar er is wel ruimte voor landelijke taskforces of anderszins en landelijke monitoring en bespreking in LOVP. Bestrijding terrorisme en extremisme De aanhoudende terroristische dreiging is complex en veranderlijk. De jihadistische dreiging vormt de meest bepalende terroristische dreiging voor Nederland. Ook in Nederland opereren jihadistische netwerken die de intentie hebben om aanslagen in Europa te plannen. De aanpak concentreert zich landelijk op het tijdig zicht krijgen op en duiden van (potentiële) dreigingen, het voorkomen en verstoren van extremisme en terrorisme en het verijdelen van aanslagen, het beschermen van personen, objecten en vitale processen tegen extremistische en terroristische dreigingen (ook online), het optimaal voorbereid zijn op extremistisch en terroristisch geweld en de gevolgen daarvan en het door vervolging handhaven van de democratische rechtsstaat tegen extremisme en terrorisme.
In Oost-Nederland hebben gemeenten, politie en OM de afgelopen jaren zowel een stevige integrale - als een strafrechtelijke aanpak van gewelddadig jihadisme neergezet, die de komende periode wordt voortgezet. Deze aanpak vindt plaats vanuit vijf districtelijke casustafels met alle relevante ketenpartners een bewustwordings- en professionaliseringsprogramma. Op de casustafels worden cases van mogelijk radicaliserende personen, uitreizigers en terugkeerders besproken, wat in de ideale situatie leidt tot een integraal plan van aanpak per subject. Ten behoeve van de strafrechtelijke aanpak, is een informatiecel en een apart rechercheteam in onze eenheid ingericht. Op basis van de ontwikkelingen in de maatschappij en de al ingezette koers, is een aantal bouwstenen voor de toekomstige aanpak geformuleerd. Deze bestaat uit: • het verduurzamen van de aanpak, waaronder het aans luiten op bestaande structuren en behouden van districtelijke casustafels; • verbreding van het thema, waarbij focus en sturing in de casustafels ligt op o.a.
terugkeerders, uitreizigers, moeders en (minderjarige) kinderen maar ook op dreigingen rechts- en linksextremisme, gewelddadig jihadisme en op de verbinding tussen een lokale casus en nationale en internationale verbindingen en netwerken; • Professionalisering door onder andere de doorontwi kkeling van kennis en kunde op de casustafels ten aanzien van de doelgroepen en rechts- en linksextremisme en overige vormen van radicalisering, • Extra training /oefening voor crisissituaties (zow el mono als multi). • Implementatie Manhunt (een georganiseerde klopjach t op een persoon die op basis van politieonderzoek, –informatie of –observatie mogelijk een bedreiging vormt voor Nederland). Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 13 High Impact Crime / mobiel banditisme Overvallen, straatroven, excessief geweld en woninginbraken zijn high impact crimes die een grote en soms blijvende impact hebben op slachtoffers, familie en andere betrokkenen. Aan deze beleidsdoelstelling zullen in tegenstelling tot de vorige Veiligheidsagenda (2015-2019) geen landelijke (kwalitatieve of kwantitatieve) afspraken meer worden verbonden. Publieke en private partners, waaronder de politie, zullen de taskforce Overvallen en straatroven continueren. Mobiel Banditisme is niet te omvatten binnen één strafbaar feit.
Het is de aanduiding voor een veelheid aan delicten (met name vermogensdelicten) gepleegd door rondreizende dadergroepen die op dit gebied stelselmatig en internationaal actief zijn. De taskforce mobiel banditisme wordt gecontinueerd met het streven verder te werken aan het samenbrengen van lopende initiatieven, het stimuleren van nieuwe preventieve maatregelen en het komen tot een integrale aanpak tussen de ketenpartners, waaronder politie. Kindermishandeling en huiselijk geweld Niet op school, niet op straat, maar thuis heb je de grootste kans om met geweld in aanraking te komen. Huiselijk geweld is in omvang (1/3 van alle geweldszaken) en impact één van de grootste geweldsvraagstukken van de samenleving. De aanpak vraagt om een optimaal samenspel tussen partners in de opsporing, zorg, strafrechtketen en binnen gemeenten met het oog op de veiligheid van het slachtoffer en het voorkomen van recidive. In het Interbestuurlijk Programma 2018-2021 en het programma huiselijk geweld en kindermishandeling 2018-2021 van de ministeries van VWS en JenV en de VNG is de aanpak en de bijdrage door de politie beschreven. OM, Politie, 3RO, Raad voor de Kinderbescherming, Rechtspraak en Veilig Thuis hebben een ontwikkelagenda opgesteld ter versterking van de samenwerking bij meldingen van strafbare vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling in de komende jaren.
Personen met verward gedrag Bij mensen met verward gedrag gaat het om mensen die (tijdelijk) de grip op hun leven (dreigen) te verliezen, waardoor de kans bestaat dat zij zichzelf of anderen schade berokkenen. Gemeenten en lokale partijen zijn in eerste instantie verantwoordelijk om de zorg aan deze mensen goed te organiseren. In het Interbestuurlijk programma is afgesproken dat de problematiek rondom personen met verward gedrag één van de thema’s is waarop Rijk en gemeenten zich de komende jaren gaan richten. Deze gemeenschappelijke ambitie sluit aan bij de verdere ontwikkeling en borging van het recent beëindigde schakelteam Personen met Verward gedrag. De politie is hierin een belangrijke partner. Het realiseren van preventie/wijkgerichte aanpak en vroegsignalering, waarbij 24/7 zorg in de wijk wordt gestimuleerd, zijn hierbij van belang. 3.3 Onderwerpen waarop het gezag landelijk belegd is Naast de landelijk benoemde thema’s waar het gezag lokaal ligt, kent de wet een beperkt aantal onderwerpen waarop het gezag landelijk belegd is. Om inzicht te geven in het totaal aan landelijke afspraken wordt hier in deze paragraaf op in gegaan. Landelijke gezag ligt op executie (separaat benoemd in paragraaf 3.1), bewaken en beveiligen in het centrale domein en op de migratietaak.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft het gezag over de politie met betrekking tot de migratietaak. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het toezichthouden op de naleving van de Vreemdelingenwet, het uitvoeren van identiteitsonderzoeken en het bestrijden van criminele activiteiten zoals mensenhandel. Het gezag bij de strafrechtelijke aanpak van criminele activiteiten ligt bij het OM. De uitvoering van de politiële migratietaak is belegd bij de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM). Daarnaast voert de Zeehavenpolitie (ZHP), onderdeel van de eenheid Rotterdam, grenscontroles en –bewaking uit in de Rotterdamse haven en op de Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 14 haventerreinen. Ten behoeve van migratietaken werkt de politie nauw samen met nationale partners en lokale partners om ook te faciliteren bij lokale veiligheidsvraagstukken. Afspraken over de migratietaak worden separaat gemaakt tussen JenV en de AVIM/ZHP. Deze afspraken gaan over uitvoering van vreemdelingrechtelijke toezichts- en handhavingstaken, uitvoering van (grens)toezichttaken conform EU en nationale wetgeving, aanpak van migratiecriminaliteit en Identificatie & Registratie (I&R) in de asielprocedure.
3.4 Organisatieontwikkeling De gezagen stellen de volgende onderwerpen voor, omdat zij die beschouwen als belangrijke onderdelen van de taakuitvoering of als randvoorwaardelijk voor het kunnen uitoefenen van hun gezagsrol: 1. Zorg ervoor dat de politie lokaal stevig veranke rd is op een manier die past bij de lokale context. 2. Wees zichtbaar in de samenleving en maak verbind ing met alle bevolkingsgroepen. Investeer in de gebiedsgebonden politiezorg (kwalitatief en kwantitatief), zorg voor diversiteit en zorg dat de burger er op kan vertrouwen dat de politie er staat wanneer nodig. Het aanpakken en voorkomen van discriminatie is hierbij een belangrijk element. 3. Zorg voor een kwalitatieve doorontwikkeling van de intelligence en de opsporing, zodat zowel de traditionele als de nieuwe criminaliteit aangepakt kan worden. Extra aandacht verdient de opsporing van de zgn. kleine of veelvoorkomende criminaliteit. De ontwikkeling daarvan zal, bijvoorbeeld aan de hand van de belangrijkste productiecijfers of kwalitatieve ontwikkelingen in dat domein, worden gemonitord en regelmatig besproken in het LOVP. 4. Zet de burger centraal, zowel in de vorm van bur gerparticipatie als er zijn voor kwetsbare personen. Het op een hoger niveau krijgen van de dienstverlening van de politie aan de burgers heeft de prioriteit. 5.
Integraal werken is het uitgangspunt: samen word t gewerkt aan een veilig Nederland. De politie zal haar werk meer en meer moeten doen in verbinding met andere publieke en private organisaties. Daarmee realiseer je de samenhang in de aanpak tussen de verschillende domeinen (zorg, sociaal, ruimtelijk en veiligheid) en externe partners, die nodig is voor het versterken van de veiligheid in de leefomgeving van onze inwoners. 6. Preventie en zorg waar kan, repressie waar moet. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 15 4. Afspraken met het openbaar ministerie Prognoses van productievolumes Het is belangrijk om slachtoffers duidelijk te informeren over de behandeling en afhandeling van hun zaak. Voor daders geldt, dat wordt gestuurd op een snelle en betekenisvolle (strafrechtelijke) afdoening, waarbij maatwerk wordt geleverd ten aanzien van de specifieke omstandigheden van slachtoffer(s) en dader. Een snelle betekenisvolle afdoening leidt tot een hogere herkenbaarheid van straffen in de maatschappij. Om hier goed invulling aan te kunnen geven, is het belangrijk om samen afspraken te maken en de werkprocessen van politie en OM goed op elkaar aan te laten sluiten. Afspraken zijn gemaakt over de kwaliteit van de aangeleverde zaken en over de inspannings- verplichting.
De focus van de politie is gericht op rijker verantwoorden en een kwalitatief goede afhandeling van zaken, omdat de overtuiging is dat hierdoor de kwantitatieve verwachtingen worden waargemaakt. Er worden nog aanvullende gezagsafspraken gemaakt m et het openbaar ministerie op inhoudelijke thema’s / prioriteiten. Kwalitatieve afspraken Onderwerp Afspraak Selectieproces (Politie en OM) Het selectieproces van te onderzoeken misdrijven wordt door politie en OM uitgevoerd conform de Aanwijzing voor de Opsporing en het Selectiviteitskader in VVC-zaken. Oude voorraad OZD’s (Politie) Aantal (nog niet naar het OM ingestuurde) verdachten dat langer dan een halfjaar in BOSZ staat geregistreerd (nu 36%) terugbrengen naar 15% per 1-7-2019. - een verschillende doorlooptijd per basisteam is mogelijk, afhankelijk van het aantal oude zaken op een basisteam - deze doelstelling draagt bij aan de landelijke doelstelling om de doorlooptijden in de keten verbeteren. Oude voorraad PD’s (OM) Aantal in BOSZ geregistreerde OM ZSM niet-vast voorraad ouder dan 60 dagen (nu 28%) terugbrengen naar 20% (10 of 15 %?) De doelstelling gaat ook bijdragen aan de landelijke doelstelling om de doorlooptijden in de keten verbeteren.
Het terugdringen van rework Door implementatie van het ZSM-harmonisatieproces en de politiefunctionaris bij ZSM (nieuwe stijl) waarbij de SCC- kwaliteitsacties en de acties Retour OM als belangrijke prestatie-indicatoren zullen worden benut. Tijdigheid inzenden procesdossier (Politie) Aantal dossiers te laat (>20 dagen) ingezonden (nu 20%) terugbrengen naar 5% per 1-1-2019. Technisch sepot (Politie en OM) Percentage terugbre ngen naar onder de 20%. Vermijdbaar technisch sepot (Politie en OM) Percentage (nu 3%) monitoren op elkaars werkproces (kwaliteit dossier Politie, beoordeling en registratie door OM). Registratie van stuurploeg- besluiten (Politie en OM) 100% van alle besluiten in de stuurploegen (DR en DRR) worden geregistreerd in BOSZ. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 16 Inspanningsverplichting Inspanningsverplichting Politie / OM 21.000 parketnummers Ketensamenwerking Om het presterend vermogen van de strafrechtketen te verbeteren, trekken het OM en de politie in Oost-Nederland samen op in een (virtueel) Bureau Ketensamenwerking (BKS). Vanuit dit bureau wordt gewerkt aan verschillende initiatieven om het resultaat van de strafrechtketen en de kwaliteit van de opsporing te verbeteren. Voor 2019 zijn de volgende ambities geformuleerd: • Het implementeren van het Selectiviteitskader met als doel bij te dragen aan een betere triage (oa.
casescreening en vroegtijdig beëindigen) van potentiele opsporingszaken. • Verzorgen workshops Kwaliteitsdashboard Opsporing en Vervolging en daarmee inzicht geven in kwantitatieve en kwalitatieve (BOSZ) data in de opsporing op eenheids-, districts- en teamniveau. • Ontwikkelen van benchmarks en trends met als doel de lijnorganisatie “benchmarks en trends” aan te bieden op het gebied van opsporingsprestaties (maar ook rework en uitval), waardoor meer sturing en dus focus kan worden aangebracht op de te realiseren verbeteringen. • Permanente analyse van knelpunten in de ketensamen werking en het aanreiken van verbeterinitiatieven en gevraagd en ongevraagd advies geven over het verbeteren van de prestaties in de keten (opsporing & vervolging) • Het implementeren van het project Zicht op Zaken ( datakoppeling tussen de bronsystemen van politie [BVH] en het OM [GPS] ) met als doel de uitstroom van de politie richting het OM gedigitaliseerd te synchroniseren met de instroom van het OM. Een goede controle op de juiste invoer van BVH-data. • Het ondersteunen van de implementatie van het geha rmoniseerde ZSM proces. • Het verminderen van het rework in de BOB aanvragen , waarbij de eerste inzet gericht moet zijn op het beschikbaar komen van een meetinstrument.
• Optimalisatie van het beslagproces omdat beslagene n en rechthebbenden recht hebben op een snelle en eenduidige afwerking van het beslag. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 17 5. Interne organisatie In dit onderdeel van het meerjarenbeleidsplan komen de interne onderwerpen op het vlak van bedrijfsvoering aan de orde, zoals welzijn van medewerkers, mobiel werken, huisvesting, mobiliteit/vervoer en duurzaamheid. Welzijn medewerkers Inzetbaarheid en verzuim Ondanks vele maatregelen is de gewenste daling van het ziekteverzuim onder politiemedewerkers nog niet bereikt. Het gemiddelde verzuim ligt sinds 2016 op 7%, waar het korps streeft naar 6% en lager. Hoewel met de stabilisatie een einde is gekomen aan de stijging van het verzuimpercentage vanaf 2014, is de landelijk vastgestelde gewenste daling naar 5,9% nog niet gerealiseerd. Op peildatum 31 augustus 2018 was het gemiddelde verzuim over de voorgaande twaalf maanden 6,8%. Er is inmiddels een programmamanager aangesteld om de inzetbaarheid van medewerkers te vergroten en het ziekteverzuim (verder) terug te dringen . Voor de komende twee jaar is een uitdagende maar ook zeker realistische doelstelling geformuleerd, te weten 5,6%. Vanaf 2019 betekent dit per jaar een daling van 0,3%.
Wij kiezen voor een aanpak waarbij de focus wordt gelegd enerzijds op het verhogen van de inzetbaarheid - en het zijn van een vitale organisatie (de preventieve kant) - en anderzijds op het verlagen van het verzuim. De aanpak wordt vooral dicht bij de teams, met de teamleiding en ondersteuning en passend in de context georganiseerd. De lijn is verantwoordelijk en aan zet. Onderdeel van het plan is: - onderzoeken wat binnen de eenheid Oost-Nederland en vooral per team nodig is, teams daarin prioriteren; - gebruik maken van de landelijke interventies die bedacht worden; - ‘best practices’ uit het land en uit Oost-Nederla nd uitbouwen en uitleren. Medewerkersmonitor (MEMO) De politie streeft naar gemotiveerde, gezonde, weerbare medewerkers, zodat zij hun taak goed kunnen uitoefenen en optimaal kunnen bijdragen aan de veiligheid in Nederland. Hoe gemotiveerd, gezond en weerbaar collega’s in alle onderdelen van de organisatie zijn, wordt mede onderzocht door de Medewerkersmonitor (MEMO). De MEMO/Risico Inventarisatie & Evaluatie Psycho Sociale Arbeidsbelasting geeft inzage in: - De werkbeleving van medewerkers; - De risico’s die medewerkers/teams lopen op inzetb aarheid; - De prioriteiten in de ontwikkeling van de teams e n het korps.
Het onderzoek is de afgelopen jaren uitgevoerd binnen de basisteams, alle rechercheonderdelen, de operationele diensten, het team capaciteitsmanagement en de eenheidsstaf. Op basis van de resultaten zijn medewerkers en leidinggevenden op teamniveau in gesprek gegaan en zij hebben gezamenlijk een plan van aanpak gemaakt. De activiteiten in deze plannen van aanpak hebben betrekking op een aantal jaren. De MEMO wordt periodiek (om de drie jaar) herhaald, zodat de uitkomsten steeds kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de teams en het korps. Medewerkersparticipatie Medewerkersparticipatie blijft een belangrijk onderdeel van het medezeggenschapsmodel. De kern van medewerkersparticipatie is medewerkers de professionele ruimte te geven om de goede dingen goed te doen. We zien medewerkersparticipatie als een organisatieontwikkeling. Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 18 Met de initiatieven in het verleden hebben we een eerste fundament gelegd, maar wij zijn ons ervan bewust dat, willen we dit echt laten werken, er de komende periode meer nodig is. Zo zien we ook nu mooie voorbeelden in teams, maar ook teams waarin dit nog niet echt handen en voeten krijgt. Samen met de ondernemingsraad gaan we bepalen op welke wijze we dit proces verder brengen.
Hierin past dat zowel de bestuurder als medezeggenschap een eensluidende opvatting over medewerkersparticipatie uitdragen en dat deze binnen de organisatie landt. We zullen op vaste momenten samen met de leden van de ondernemingsraad terugkijken op onze gezamenlijke aanpak. Huisvesting Het Huisvestingsplan 2017-2025 bevat de lange termijnstrategie voor huisvesting, met als doel dat huisvesting meer aansluit op en ondersteunend is aan de organisatiestrategie. De eenheid Oost- Nederland heeft in aanvulling op de algemene huisvestingsvisie van de politie, een aantal doelstellingen. Het overall doel is het faciliteren van de werkprocessen van de eenheid. Bij de spreiding van de organisatie en daarmee ook van de huisvesting over het grondgebied van de eenheid, wordt uitgegaan van een effectieve en efficiënte verdeling volgens het principe van ‘werken waar het werk is’ en van een passende dienstverlening met voorzieningen, zowel in de steden als in het buitengebied. Ook wordt rekening gehouden met de verdeling en opbouw van de bevolking en de verdeling van criminaliteit (de sterkteverdeling van het HBVS wordt voor dit plan als gegeven beschouwd).
In 2017 is geconstateerd dat we in Oost-Nederland nog niet volledig voldoen aan de landelijke uitgangspunten voor de huisvesting van de Nationale Politie, zoals geformuleerd in het Strategisch Huisvestingplan en de door ons geformuleerde visie en doelstellingen. De volgende initiatieven zijn daarom genomen voor de huisvesting van de eenheid Oost-Nederland in 2025: - realiseren van kleine steunpunten conform de LOVP -afspraken; - aanpassen van teambureaus op de nieuwe functie (2 e teambureau / 2e opkomstlocatie) qua omvang en voorzieningen, om de slagkracht en efficiëntie te vergroten; - realiseren van de meldkamerlocatie op de door de minister van Veiligheid en Justitie aangewezen locatie in Apeldoorn; - meer geconcentreerd huisvesten van DRR, DRIO en D ROS op de districtsbureaus; - realiseren van geconcentreerde en centraal gelege n locatie voor tweedelijns voorziening Forensische Opsporing en een toekomstbestendige centraal gelegen locatie voor het Regionaal Beslaghuis; - meer centralisatie van cellencomplexen vanuit eff iciency-oogpunt. - verbeteren van de kwaliteit van de districtsburea us van IJsselland, Gelderland-Midden en Gelderland-Zuid (zowel technisch als functioneel).
Mobiliteit De politie heeft in 2018 een aanzet tot nieuw mobiliteitsbeleid vastgesteld, waarin de eenheden taakstellend de opdracht hebben gekregen minder en duurzamer te reizen, zowel zakelijk als woon- werk, zowel persoonsvervoer als goederenvervoer. In 2018 is het woon-werkverkeer binnen de eenheid onderzocht. Opvallende uitkomst is dat 80% van de medewerkers met de auto reist. De reistijd is hiervoor de belangrijkste motivatie. In andere eenheden is het percentage lager. Verder wordt er op dit moment nog relatief weinig thuis gewerkt of gebruik gemaakt van video-conferencing. Ook is opvallend dat in onze eenheid de elektrische fiets relatief (ten opzichte van andere eenheden) veel wordt gebruikt in het woon-werkverkeer. De parkeerdruk bij de politiebureaus in ons gebied is groot. Daarom gaan we gaan we de komende jaren experimenteren met: - het gebruik van (snelle) elektrische fietsen (ond er meer speed pedelecs), waarbij de eenheidsbreed informatie wordt verstrekt, bewustwording wordt gecreëerd en medewerkers worden verleid tot ander reis- en rijgedrag; Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 19 - emissieloze voertuigen (pilot binnen het landelij k programma om de toepassingsmogelijkheden en bijbehorende meerwaarde van emissieloze vervoersmiddelen binnen het operationele politiewerk te onderzoeken).
Duurzaamheid Naast het toegroeien naar meer duurzaam vervoer, werken we de komende jaren uit hoe we andere maatregelen kunnen nemen om bij te dragen aan de landelijke milieudoelstellingen. Doorontwikkeling Bedrijfsvoering De volgende omvangrijke landelijke ontwikkelingen binnen de bedrijfsvoering zullen de komende jaren ook in Oost-Nederland directe gevolgen hebben op de operatie. Next Level Dienstverlening Politiedienstencentrum Onderdeel van de Flexibiliseringsagenda (opgesteld naar aanleiding van het evaluatieonderzoek van de Commissie Kuijken naar de Evaluatie van de Politiewet) is de beweging om de bedrijfsvoering en operatie beter op elkaar te laten aansluiten en meer ruimte te creëren voor maatwerk. Het Politiedienstencentrum (PDC) wil in aansluiting hierop de dienstverlening naar een Next Level niveau tillen, met als doel: - het vergroten van de zeggenschap en invloed van d e operatie op de bedrijfsvoering; - het optimaliseren van processen binnen het PDC; - het verbeteren van de bedrijfsvoering ondersteuni ng aan de operatie. Dit traject zal de komende jaren invulling krijgen en de verwachting is dat dit de operatie in staat stelt zich meer te concentreren op hun kerntaak; het stelt de operationele collega’s in de gelegenheid om hun kostbare tijd zo min mogelijk te besteden aan interne procedures, trage processen en bureaucratie.
Vernieuwend registreren De politie beschikt nu over een landelijk dekkende infrastructuur en is daarmee in staat informatie landelijk, op moderne manieren op te vragen en te verwerken. Politiemedewerkers delen meer dan ooit dezelfde systemen en dezelfde informatie. De huidige registratieve informatievoorziening is echter onvoldoende flexibel, aanpassingen kosten veel tijd, meervoudige invoer in systemen is vaak nog nodig en systemen zijn technisch verouderd, met als gevolg dat de gebruiksvriendelijkheid te wensen over laat. Landelijk wordt de doorstap gemaakt naar het vernieuwen van de voor het politiewerk noodzakelijke operationele registratieve systemen. Het vernieuwen van deze registratieve systemen is complex: het raakt vrijwel alle operationele werkprocessen, wet- en regelgeving (waaronder de Wpg), maar ook de business intelligence en de samenwerking met ketenpartners. Dit Programma “Vernieuwend Registreren” is dan ook een veelomvattend ambitieus programma waarin alle vernieuwing in het politiewerk, in de ondersteunende systemen en de toepassing van allerlei nieuwe informatietechnologie bij elkaar komen. Mobiel werken We groeien in de komende vier jaar van vaste werkplekken naar steeds meer mobiele werkplekken; de visie op werkplekken is verschoven van vaste apparatuur (tot 2016 het beleid) naar meer mobiele apparatuur.
Op de bureaus zullen vaste werkplekken de uitzondering zijn. Deze zijn slechts aanwezig bij balies, meldkamers en specialistische afdelingen die specifieke randapparatuur of applicaties gebruiken die niet virtueel beschikbaar zijn. In deze categorie vallen ook de werkplekken waarmee hoger gerubriceerde systemen ontsloten worden. Ook op straat willen we nog meer mobiele apparatuur beschikbaar hebben, zodat het werk zo veel mogelijk op locatie kan worden uitgevoerd. Dienstverlening De wereld verandert exponentieel. Niet alleen op het gebied van criminaliteit maar ook economisch, demografisch en technologisch. Daarbij nemen wensen en verwachtingen van burgers ten aanzien Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 20 van dienstverlening toe. Uit verschillende bronnen blijkt, dat het huidige contact tussen samenleving en politie op gespannen voet staat met de eisen van vandaag, laat staan met die van morgen. Om te zorgen dat de politie van overmorgen nog steeds relevant is, is een redesign van onze dienstverlening noodzakelijk. Deze ontwikkeling van dienstverlening betekent, dat de politie de komende jaren dient te investeren in niet alleen technologie maar ook in houding en gedrag, om aan te kunnen sluiten bij de behoefte van de samenleving. De wens van de burger die contact legt met de politie staat centraal.
Dit betekent focus op het verlenen van de dienst en het doen van de interventie die zo goed mogelijk aansluit bij het oplossen van het probleem waarmee de burger bij ons komt. In 2019 beginnen we hiermee door webcare voor de hele eenheid te implementeren. Dit betekent dat van 07.00 uur ’s tot 23.00 uur burgers via sociale mediakanalen in direct contact kunnen komen met een politiefunctionaris uit het webcareteam, die hun vraag of niet-spoed melding (de zogenoemde ‘later meldingen’) gelijk in behandeling neemt. Daarnaast zijn we gestart met een pilot binnen het Regionaal Service Centrum (RSC). Hierin wordt gewerkt aan interventies om het servicelevel binnen het RSC naar de afgesproken normen te brengen en daarmee de kwaliteit van dienstverlening te verhogen. Als laatste wordt de tweede fase van de individuele beoordeling geïmplementeerd. Naast de basisteams worden nu ook de recherche, RSC en het operationeel centrum opgeleid, om slachtoffers individueel te beoordelen om onder andere herhaald slachtofferschap te voorkomen. Kracht van het Verschil Centraal staat “wij zijn een politie van een ieder”. Het afgelopen jaar zijn diverse ontwikkelingen in gang gezet om een meer diverse politieorganisatie te worden. Het moment is nu daar om nog concreter te investeren in meer diversiteit. Landelijk loopt er al geruime tijd een programma “De kracht van het verschil”.