CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2025-2029 (Definitieve versie 200525)

Raadsvergadering Behandeling Perspectiefnota 1 juli 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Perspectiefnota 2025-202941.009 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

We hebben daarom op basis van dit kader ook voorstellen niet gehonoree rd, waaronder een omvangrijke renovatie/herinrichting van het gemeentehuis, de (verdere) v erduurzaming van ons maatschappelijk vastgoed en een nadere aanpak in het kader van gebiedsgericht werken. De gemaakte beleidskeuzes zijn in onderstaande tabel opgenomen en daaronder toegelicht. Meerjarenbeeld (bedragen x € 1.000) I/S 2025 2026 2027 2028 2029 Stelposten o.b.v. de Voorjaarsnota Voorjaarsnota (extra middelen Jeugd) S 1.100 3.400 3.100 2.000 2.100 Reeds verwerkte stelpost S - - 727 - 540 - 640 - 640 Voorjaarsnota (extra algemene middelen) S 644 4.845 4.952 4.747 4.794 Reeds verwerkte stelpost S - - 3.000 - 3.000 - 3.000 - 3.000 Btw-compensatiefonds (jaarlijkse afrekening) S 848 848 848 848 848 Reeds verwerkte stelpost S - 530 - 530 - 530 - 530 - 530 Totaal meevallers 2.062 4.836 4.830 3.425 3.572 Waarvan structureel S 2.062 4.836 4.830 3.425 3.572 Waarvan incidenteel I - - - - - 50 Tabel 5: Beleidskeuzes + = voordeel B 2.1 Uitvoeren Woonagenda Het realiseren van de woningbouwopgave heeft grote prioriteit. Volgens de Woonagenda moeten in totaal 1.735 woningen worden toegevoegd in de komende jaren. Op 1 januari 2025 zijn er netto 384 woningen toegevoegd en is er nog voor 562 woningen harde plancapaciteit. Er is dus nog een flinke opgave om de benodigde plancapaciteit te realiseren.

Daarnaast is de ambitie om ca. 1 .000-1.500 extra woningen voor de bovenregionale opgave toe te voegen. Bij het vaststellen van de Woonagenda 2022 -2026 is voor een periode van 3 jaar incidenteel geld beschikbaar gesteld voor de lokale woningbouwopgave. Dit betekent dat er vanaf 2026 geen budget is om de woningbouwopgave uit te voeren. Voorgesteld wordt om nog eenmalig voor de huidige collegeperiode een bedrag beschikbaar te stellen. Besluitvorming over continuering van dit budget wordt aan de nieuwe coalitie overgelaten. B 2.2 Startersleningen Er is een bedrag van € 500.000 nodig om ook vanaf 2026 meerdere startersleningen aan te kunnen bieden. Omdat de gemeente Steenwijkerland focus heeft op het aanbieden van betaalbare woningen en ook kansen wil aanbieden aan de jongeren/starters in onze gemeente, is er sinds eind 2023 weer budget beschikbaar gesteld voor startersleningen via SVn.

Er zijn de afgelopen periode veel Beleidskeuzes (bedragen x € 1.000) I/S Investering 2026 2027 2028 2029 Woningbouw: B2.1 Woonagenda I - - 320 - B2.2 Startersleningen I - - 500 - - Onttrekking aan de Reserve Volkshuisvesting I - 500 - - - Totaal beleidskeuzes 'Woningbouw' - - 320 - - - Werk en economie: B3.1 Projectleider arbeidsmarktprojecten I - - 95 Beschikbaar budget voor arbeidsmarktbeleid I - 50 - - - Totaal beleidskeuzes 'Werk en economie' - - 45 - - - Vitaal Platteland: B5.1 Regie op initiatieven Vitaal Platteland I - - 100 Totaal beleidskeuzes 'Vitaal Platteland' - - 100 - - - Leefbare steden en kernen: B7.1 Uitwerking spoorzone Steenwijk I - - 200 - 200 - - B7.2 Herinrichting Conincksweg (riolering) (afschrijving + 3% rentelast) S - 437 - - - 20 - 20 Dekking via rioolbelasting (afschrijving + 1% omslagrente) S - - - 9 9 Herinrichting Conincksweg (overige maatregelen) S - 790 - - - 63 - 62 B7.3 Fietspad Oldemarkt-Ossenzijl S - 1.900 - 6 - 40 - 40 - 38 Subsidie Rijk: SPV 3e tranche S 850 - - - - Subsidie provincie: UVP S 425 - - - - B7.4 Levensduurverlengende maatregelen wegen S - 1.993 - - 119 - 133 - 130 Beschikbaar budget S 304 - - - - B7.5 Nieuwbouw school Blokzijl (van 2028 naar 2029) (incl.

vrijval kapitaallasten) S - 4.035 - - 90 - 105 Beschikbaar budget (IHP) S 1.820 - - - - Nieuwbouw school Blokzijl I - - - - 100 B7.6 Onderwijshuisvesting Vollenhove S - 13.600 - - - 791 - 779 Bijdragen vanuit scholen/KDV S 3.193 - - 176 173 Beschikbaar budget S 4.917 275 271 267 263 B7.7 Participatie wettelijke taak I - - 97 - - - B7.8 Zorgplicht bibliotheek I - - 100 - - - Verduurzaming eigen vastgoed I - - - - - Beschikbaar budget I - - - - - B7.9 Verbouw Dorsphuis Paasloo I - - 179 - 102 - - Beschikbaar budget/bijdragen/fondsen I - 95 28 - - Totaal beleidskeuzes 'Leefbare steden en kernen' - 11.246 - 212 - 162 - 505 - 789 Financiën en dienstverlening: B8.1 Archief hotspots I - - 72 - - - B8.2 Informatiebeveiliging S - - 80 - 80 - 80 - 80 Totaal beleidskeuzes 'Financiën en dienstverlening' - - 152 - 80 - 80 - 80 Totaal beleidskeuzes (incl. projecten) -11.246 -829 -242 -585 -869 Waarvan structureel S -11.246 189 32 -585 -769 Waarvan incidenteel I 0 -1.018 -274 0 -100 51 startersleningen aangevraagd. In 2024 zijn er 36 stuks verleend en er lopen nog 4 toewijzingen. In 2025 lopen er ook nog 4 toewijzingen (stand februari 2025). Rekening houdend met deze 8 toewijzingen en onze rekening courant bij de SVn betekent dit dat er nog maar ruimte is (als er geen afzeggingen komen) voor 3 nieuwe toewijzingen. Hieruit blijkt een duidelijke behoefte aan de starterslening. Voor 2026 e.v.

staan weer de nodige woningbouwprojecten op rol, binnen deze projecten wordt er ook weer veel ruimte en aandacht gegeven aan betaalbare woningen. Door weer nieuw budget beschikbaar te stellen, dragen we bij aan het jong en vitaal houden van onze gemeente. We bieden hiermee ruimte aan de meestal jonge starters op de woningmarkt om te kunnen blijven wonen in onze gemeente. Het benodigde bedrag wordt onttrokken aan de reserve Volkshuisvesting. Het bedrag wordt gestort in het fonds bij SVn voor de starterslening van de gemeente Steenwijkerland. Het is een revolverend fonds. De middelen komen weer terug in het fonds. Mocht de gemeente stoppen met de starterslening, dan komen de middelen, afhankelijk van de lo optijd van de dan nog lopende leningen, terug in het fonds. B 3.1 Projectleider arbeidsmarktprojecten De werkgelegenheid neemt harder toe dan het Nederlands gemiddelde. Dat wil niet zeggen dat zowel werkzoekenden als bedrijven daadwerkelijk kunnen kiezen: naast de kwantitatieve mismatch is ook sprake van een kwalitatieve mismatch op de arbeidsmarkt. De verandering van werk gaat zo snel dat de behoefte toeneemt aan mensen met specifieke opleidingen, kennis en vaardigheden. Ontgroening en vergrijzing zorgen voor krapte op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd zien we een toename van de werkloosheid onder jongeren.

Dit laat zien dat arbeidsmarktbeleid om structurele aandacht vraagt van de gemeente. Daarnaast blijft de zoektocht naar kwalitatief goed personeel één van de belangrijkste uitdagingen voor onze ondernemers. Vanuit het ‘Actieplan Werkt!’ hebben we de afgelopen jaren via verschillende projecten gewerkt aan de arbeidsmarkt. RPA is een van de voorbeeldprojecten die hieruit voort zijn gekomen. Deze projecten lopen voor een groot deel door in de nieuwe ‘Economische Koers Steenwijkerland.’ Voor de doorontwikkeling en verzelfstandiging van het RPA is een Regio Deal aanvraag gedaan en gehonoreerd. Met de regionale ‘Human Capital Agenda ’ (Regio Zwolle), die inzet op beschikbaarheid, wendbaarheid, inclusiviteit en arbeidsbesparende innovatie, willen we blijven d inzetten op een toekomstbestendige arbeidsmarkt zodat inwoners en ondernemers in staat zijn om actuele en toekomstige arbeidsmarktvraagstukken het hoofd te kunnen bieden. De middelen voor een projectleider arbeidsmarktprojecten zijn de afgelopen vier jaar incidenteel gefinancierd. Vorig jaar hebben we eenzelfde claim gedaan (structureel) en die is toen voor één jaar gehonoreerd. Inmiddels heeft de gemeente de toezegging gedaan om, onder voorbehoud van goedkeuring van de programmabegroting 2026-2029, een projectleider voor de RPA te leveren in de ‘Regio Deal’ aanvraag voor 2025 en 2026.

Vandaar dat we nogmaals eenmalig budget aanvragen. Het uitvoeren van de activiteiten uit de economische agenda is geen wettelijke taak. De raad heeft middels het accorderen van de begroting ingestemd met het opstellen en uitvoeren van een economische agenda. 52 B 5.1 Regie op initiatieven Vitaal Platteland Het programma ‘Regie op Vitaal Platteland ’ stuurt aan op initiatieven, die invulling geven aan de ambitie van proeftuin. Deze ambitie is gesteld om de ontwikkelingen in gang te kunnen zetten die van belang zijn voor ons vitaal platteland. Deze ambitie is gesteld om de ontwikkelingen in gang te kunnen zetten die van belang zijn voor ons vitaal platteland. Het gaat daarbij om het aanjagen, ondersteunen en samenwerken in initiatieven. Hiervoor is een budget van € 100.000 per jaar een vereiste. Dit budget was van 2023-2025 beschikbaar gesteld vanuit de speerpunten van het huidige coalitieprogramma en wordt voor 1 jaar gecontinueerd. Het wel of niet nemen van het besluit om na 2026 met dit beleid te stoppen, wordt overgelaten aan het nieuwe college. Als resultaat van een goed balans willen we dé proeftuin worden van Nederland. Daarbij horen aansprekende initiatieven die landelijk aandacht trekken.

Deze initiatieven zijn te realiseren met de volgende continue inzet: - We faciliteren en ondersteunen tenminste 5 initiatieven per jaar die bijdragen aan het resultaat van proeftuin, voor behoud van een gezonde balans. Hierbij gaan we uit van een bijdrage van € 10.000 per initiatief (exclusief de kosten van de betrokken ambte naren). - We doen algemene onderzoeken t.b.v. deze initiatieven en hebben middelen beschikbaar voor het huren van zaaltjes, organiseren van evenementen en voor extra inzet op communicatie etc. voor maximaal € 42.500 per jaar. - We blijven ook de komende periode de erfgoedcoaches financieel ondersteunen voor een bedrag van € 7.500 per jaar. B 7.1 Uitwerking spoorzone Steenwijk De spoorzone is een belangrijk project uit het bouwplan van het college. Het daartoe opgestelde ambitieplan is door de gemeenteraad eind 2024 richtinggevend vastgesteld. In 2025 wordt de spoorzone integraal meegenomen in de visie Steenwijk. Eind van dit ja ar neemt de gemeenteraad daarover nadere besluiten. De spoorzone Steenwijk is onderdeel van het Novex programma stationsomgevingen. Met 6 gemeenten is een propositie opgesteld richting Rijk. Centrale boodschap daarin is dat we door de investeringen in de spoorzones bijdragen aan de brede welvaart in de regio. We dragen fors bij aan de woningbouwopgave waardoor ook de regio leefbaar en bereikbaar blijft.

Dit vraagt investeringen die wij niet alleen kunnen dragen, en doen daarbij een beroep op het Rijk (BO MIRT). Momenteel wordt deze propositie (parapluplan) uitgewerkt in een maatregelenpakket en financieel door vertaald. Samen met deze Novex gemeenten zetten we deze stappen. Voor de uitvoering van de maatregelen zijn geen middelen gereserveerd in de begroting . B 7.2 Conincksweg e.o. Steenwijkerwold: vervangen riolering, klimaatmaatregelen en herinrichting De aanleidingen voor het project ‘Herinrichting Conincksweg/Ten Dale –Steenwijkerwold’ zijn de vervangingsopgave van rioleringen en het doorvoeren van klimaatadaptieve maatregelen (tegengaan wateroverlast). Op basis van deze aanleidingen wordt de bestaande riolering vervangen en wordt een regenwaterriool aangelegd. Door de omvang van deze w erkzaamheden ontstaan mogelijkheden en/of verplichtingen om de totale openbare ruimte opnieuw in te richten, in plaats van de bestaande inrichting na aanleg te herstellen. De belangen zijn: • Relationeel belang; het, door de bewoners, opgestelde dorpsplan vraagt, om bij rioolvervanging gelijktijdig klimaatadaptieve maatregelen uit te voeren. 53 • Subsidie voor het uitvoeren van klimaatadaptieve maatregelen met een uitvoeringsperiode t/m 2027. • Integraal werken, speerpunt vanuit Beheer Openbare Ruimte (BOR).

Door de noodzaak van het uitvoeren van ingrijpende werkzaamheden in openbare ruimte krijgen de overige clusters (wegen, groen en spelen), de kans en/of verplichting om aan te haken en een integrale herinrichting van de openbare ruimte te realiseren. Door h et integrale karakter krijgen aanwonenden eenmaal te maken met grootschalige werkzaamheden, waarna voor vele jaren geen onderhoud uitgevoerd behoeft te worden. Een toekomst bestendig ingerichte openbare ruimte waarbij gekeken wordt naar het huidige gebruik, de gevolgen van klimaatveranderingen en naar veranderingen van de openbare ruimte ten gevolge van toekomstige nieuwbouw. Er is op dit moment financiële dekking voor: rioolvervanging en het uitvoeren van klimaatadaptieve maatregelen (regenwater rioleringen en een bergings - of infiltratievoorziening) ad. € 904.000. Uit nadere analyse en onderzoek blijkt dit beschikbare budget onvoldoende en worden deze kosten geraamd op € 1.341.000 (een overschrijding van € 437.000). Voor de overige disciplines (wegen, groen, spelen etc.) zijn er nog geen middelen beschikbaar. De benodigde middelen hiervoor worden geraamd op € 790.000. Het totaal benodigde aanvullend e budget bedraagt daardoor € 1.227.000 ( € 437.000 + € 790.000). Bovengenoemde bedragen zijn indicatief. Het plan wordt nu verder uitgewerkt en voorbereid. Uitvoering 2026 en 2027.

B 7.3 Fietspad Oldemarkt-Ossenzijl Betreft de aanleg van een vrijliggend fietspad tussen Oldemarkt en Ossenzijl langs de Ossenzijlerweg. De Ossenzijlerweg is een ontsluitingsweg voor de regio. Er wordt veel te hard gereden. Fietsers moeten over de rijbaan. Vanuit de risicogestuurde aanpak verkeersveiligheid kent deze weg een hoog risicoprofiel. De aanleg van het fietspad is opgenomen in het Fietsplan Steenwijkerland (2023). B 7.4 Levensduurverlengende maatregelen wegen Bij inspectie van de kwaliteit van het wegen areaal in onze gemeente blijkt dat op een aantal wegen constructieve maatregelen noodzakelijk zijn. Onderhoud aan deze wegen vallen in de categorie Levensduur verlengend of vervanging. Dergelijke maatregelen mog en niet vanuit de voorziening wegen betaald worden , maar moeten vanuit een investering worden gedekt. In het meerjarenplan bij het beleidsplan wegen zijn deze maatregelen opgenomen. B 7.5 Nieuwbouw school Blokzijl In een separaat raadsvoorstel is de raad gevraagd in te stemmen met vervangende nieuwbouw voor de fusieschool in Blokzijl, incl. kinderopvang. In de begroting was eerder uitgegaan van vervangende nieuwbouw voor de Schutsluis. Omdat de fusieschool meer leerlingen kent en nieuwbouw een grotere investering vraagt, zijn die meerkosten meegenomen in het voorstel.

B 7.6 Onderwijshuisvesting Vollenhove In een separaat raadsvoorstel is de raad gevraagd in te stemmen met de vervangende nieuwbouw voor 3 basisscholen in Vollenhove, incl. kinderopvang. De beoogde locatie hiervoor is achter De Burght. Voor de huidige gebruikers van deze locatie is compensatie dan wel een alternatief nodig. Deze kosten zijn meegenomen in het voorstel. 54 B 7.7 Participatie wettelijke taak Onder de omgevingswet hebben we een aantal verplichte wettelijke participatietaken. Dat omvat participatie bij omgevingsvisie, omgevingsplan en omgevingsvergunning en maakt de documentatie en verantwoording onderdeel uit van deze verplichting. Per 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal niveau van kracht geworden. Deze wet verplicht decentrale overheden om een participatieverordening op te stellen. Hierin moeten zij vastleggen hoe inwoners betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Daarnaast is het uitdaagrecht wettelijk verankerd, waardoor inwoners de mogelijkheid krijgen om taken van de overheid over te nemen als zij denken deze beter of efficiënter te kunnen uitvoeren. Er is inmiddels participatiebeleid opgesteld en er is een verordening en een handboek. Participatie is in basis van de projectleider of beleidsmedewerker of vergunningverlener.

Participatieadvies is nodig, enerzijds om de wettelijke instrumenten actueel te houden, anderzijds dat dit in de organisatie rechtmatig en doelmatig blijft worden uitgevoerd. Er worden veel vragen gesteld aan de participatieadviseur. De werkwijze is annex aan die van bijvoorbeeld een inkoopadviseur. B 7.8 Zorgplicht bibliotheek Met een aanpassing van de Bibliotheekwet wordt de huidige bevorderingstaak van gemeenten en provincies in 2025 omgezet in een ‘zorgplicht .’ Bibliotheken kunnen hierop met hun gemeenten en provincies voorsorteren door gezamenlijk plannen te maken over het herstellen, versterken en het toekomstgericht maken van bibliotheekvoorzieningen. Het ministerie ziet een toekomstgerichte bibliotheekvoorziening als een goed bereikbare openbare bibliotheek die de hele breedte aan maatschappelijke bibliotheekfuncties aanbiedt en daarmee van belang is voor de lokale gemeenschap. Het is een fysieke plek met een relevante digitale aanwezigheid en een robuuste bestuurlijke en financiële verankering. Over de periode 2023 -2024 hebben wij een specifieke uitkering ontvangen van het Rijk voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarna wordt een wettelijke zorgplicht voor gemeenten ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek. Voor het ui tvoeren van deze taak ontvangen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds.

In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen wij over het jaar 2025 en over het jaar 2026 een bedrag van € 134. 000 via de Algemene uitkering gemeentefonds (september 2024) ter voorbereiding op de periode van de zorgplicht. Genoemde twee bedragen zijn echter opgenomen in het begrotingssaldo en is niet toegevoegd aan het bibliotheek-budget. Zonder deze zorgplicht middelen kan de stichting met de huidige subsidiebijdrage de activiteiten niet voortzetten. De bibliotheek heeft 2 jaar geleden bij de gemeente aan de bel getrokken. De bibliotheek bleek zonder aanvullende middelen niet in staat om d e exploitatie sluitend te krijgen. Oorzaken: zowel gestegen kosten op gebied van huisvesting, energie, personeel als het bedienen van het grote verzorgingsgebied. In de praktijk betekent dat er meerdere vestigingen in de lucht wordt gehouden. Het is van belang dat extra middelen vanuit het Rijk over het jaar 2025 en 2026 beschikbaar worden gesteld waarvoor ze zijn bedoeld, namelijk ten behoeve voor uitvoering van het bibliotheekwerk. We zien het door het Rijk beschikbare bedrag als een onontkoombare uitgave. De verwachting is wel dat een bedrag van € 100.000 voor het jaar 2026 voldoende is. Voor het jaar 2025 is in deze Perspectiefnota ook een financiële mutatie opgenomen van € 134.000.

55 Voor de bibliotheek is vanaf 2027 gerekend met een subsidiebijdrage die in het normenkader is opgenomen. In dit normenkader is door het Rijk een advies van de hoogte van subsidiebijdrage per inwoner voor het bibliotheekwerk opgenomen. Voor Steenwijkerland betreft dit 24 euro per inwoner. Dit bedrag is exclusief huisvestingslasten. Vanaf het jaar 2027 verwachten we een extra bijdrage van het Rijk, reden waarom nu geen structurele bijdrage wordt gevraagd. B 7.9 Verbouw Dorpshuis Paasloo Sinds 1 oktober is de vereniging Paasloër Belang eigenaar geworden van het gebouw Paesloe in Paasloo. Het gebouw moet de locatie worden waar de Paasloërs elkaar kunnen ontmoeten. Dit is van klein tot groot. Voor de kleinen om met elkaar te spelen, bakken of bijvoorbeeld een film te kijken. Voor de ouderen om gezamenlijk activiteiten te doen. Voor 1 oktober werd het gebouw incidenteel gehuurd of werden activiteiten bij inwoners thuis georganiseerd. Nu Paasloër Belang eigenaar is geworden van Gebouw Paesloe, heeft de gemeenschap meer mogelijkheden om nieuwe activiteiten te ontwikkelen en te organiseren. Daarvoor dient het dorpshuis te worden gerenoveerd zodat het geschikt wordt voor een breder aanbod aan activiteiten en gaat voldoen aan de eisen van deze tijd.

Na de renovatie heeft Paasloër Belang de beschikking over een dorpshuis dat de ontmoetingsplek kan zijn voor de Paasloër gemeenschap waar diverse activiteiten kunnen worden georganiseerd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de activiteiten welke georganiseerd worden vanuit het dorpsbelang, het faciliteren van de begrafenissen als plek voor de kerk, de mogelijkheid tot het houden van vergaderingen voor de inwoners, het organiseren van activiteiten voor de kinderen en het koken van maaltijden voor de ouderen in Paasloo. B 8.1 Archief hotspots Het aanwijzen van hotspots is noodzakelijk om te voorkomen dat historisch waardevol archiefmateriaal vernietigd moet worden. Na aanwijzing van een gebeurtenis als hotspot kunnen archiefstukken, die kenmerkend zijn voor de gebeurtenis, uitgezonderd worden v an vernietiging. Sinds 2017 is het voor gemeenten verplicht om een hotspotmonitor bij te houden. Voor de periode 2017-2024 zijn daarom nu de hotspots in kaart gebracht. Het college heeft over die periode zes hotspots aangewezen. De inventarisatie van deze hotspots kost veel tijd waardoor dit niet naast de bestaande werkzaamheden kan worden gedaan. B 8.2 Informatiebeveiliging De dreiging op het gebied van cybersecurity neemt helaas steeds verder toe.

Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de onrust in de wereld en anderzijds brengt de komst van AI met zich mee dat het maken van geavanceerde cyberaanvallen eenvoudiger is geworden en nog verder is geautomatiseerd. Ook de veiligheidsregio en de informatiebeveiligingsdienst benadrukken de noodzaak voor het verhogen van de weerbaarheid. Hiervoor is het nodig om ons niveau van onze informatiebeveiliging verder te verhogen. De middelen worden ingezet om de actieve bewaking van de IT -omgeving verder uit te breiden door middel van software en dienstverlening. 56 3.6. Saldoverbeterende maatregelen De fina nciële positie inclusief de begrote uitkomsten van de Voorjaarsnota en de gemaakte beleidskeuzes leiden tot een begrotingstekort vanaf 2028. Gemeenten moeten, mede gezien de aard van het provinciale toezicht, in het laatste begrotingsjaar een structureel sluitende begroting presenteren. Om dit te bereiken zijn er saldoverbete rende maatregelen noodzakelijk. Daarvoor hebben we niet alleen naar de saldoverbeterende maatregelen gekeken zoals deze al in de Programmabegroting 2025 waren geïnventariseerd in de zogenaamde B-lijst, maar ook naar andere mogelijkheden. Bij de beoordeling hiervan hebben we besloten dat bepaalde maatregelen op dit moment (financieel) niet noodzakelijk zijn of naar verwachting op onvoldoende draagvlak kunnen rekenen.

Voorbeelden hiervan zijn: - zwembad Vollenhove: op dit moment loopt er een onderzoek naar mogelijkheden voor een alternatieve zwemvoor ziening en naar de exploitatiemogelijkheden van de huidige voorziening; - jeugd/WMO: in de Voorjaarsnota zijn diverse extra financiële middelen voorgesteld die we als stelpost verwerkt hebben in deze PPN; - huishoudelijke hulp: het beleid om tot een verlaging van de uitgaven te komen is reeds in gang gezet en verwerkt in de financiële mutaties (zie hoofdstuk 6.1); - betaald parkeren Giethoorn. Saldoverbeterende maatregelen verwerkt in kader We stellen voor om de volgende saldoverbeterende maatregelen op te nemen in het kader voor de Programmabegroting 2026. Tabel 6: Saldoverbeterende maatregelen, bedragen x € 1.000 Toelichting: • Besparing van 4 fte Elke portefeuillehouder beziet zijn eigen portefeuille op plekken waar de ambitie lager kan. Dit kan ook gerelateerd worden aan lopende vacatures, aflopende contracten of pensionering van medewerkers. Nadere uitwerking vindt plaats via de ambtelijke organisatie en de portefeuillehouder. • Verlagen eigen bijdrage gemeente NWG Met de NWG ( NoordWestGroep), ons arbeidsontwikkelbedrijf, zijn gesprekken gevoerd om de samenwerking inhoudelijk en financieel toekomstbestendig te maken.

Vanuit de uitvoering Sociaal Domein en het Fysiek Domein zijn er voor 2025 en verder nieuwe afspraken gemaakt die deze ambitie ondersteunen. Zo gaan we uit van marktconforme overheidstarieven voor het nieuwe 2026 2027 2028 2029 Taakstelling college (besparing formatie 4 fte) 320 320 320 320 Taakstelling NWG 200 200 200 200 Wmo (waaronder begeleiding) 50 100 150 200 Wijziging dekking bijdrage Stichting Duurzaam (SPUK-gelden) 25 25 25 25 VMR rondvaart (Giethoorn): vervallen tariefkorting uit coronaperiode 90 90 90 90 Totaal 685 735 785 835 57 contract Onderhoud Openbare Ruimte en zijn in de opdrachtbrief doelgroepen Sociaal Domein 2025 afspraken vastgelegd over de begeleiding en financiering van de doelgroep banenafspraak en beschut werk. Als gevolg hiervan achten wij een verbetering van het be drijfsresultaat en daarmee versneld een verlaging van de eigen bijdrage van de gemeente aan de NWG reëel. De NWG is zelf verantwoordelijk voor de invulling van deze taakstelling. • Wmo (waaronder begeleiding) De ontwikkeling van Wmo-begeleiding laat in 2024 een trendbreuk zien, namelijk een stijgende lijn in enerzijds de prijsontwikkeling en anderzijds een toename van de vraag. Deze trendbreuk resulteert in 2024 en verder in een structureel nadeel. In de financiële mutatie bij de PPN is opgenomen om deze trend te analyseren om te komen tot stabilisatie.

Het college kiest er op dit moment voor om taakstellend een besparing op te nemen van € 50.000 in 2026 oplopend tot € 200.000 in 2029. Nadere uitwerking vindt plaats via de ambtelijke organisatie. Daarbij wordt onderzocht of een nieuwe inkoopsystematiek en/of beleidsmatige veranderingen effect hebben op een daling van de prijsontwikkeling en daling van de vraag. Er is tijd nodig om dit te onderzoeken. Naar verwachting kan bij de Najaarsnota 2025 en Programmabegroting 2026 een concreter financieel beeld geleverd worden. • Wijziging dekking bijdrage Stichting Duurzaam Steenwijkerland (SPUK-gelden) De Stichting Duurzaam Steenwijkerland ontvangt structureel subsidie van de gemeente. Deze is tot en met 2026 verhoogd met € 75.000 per jaar om de Stichting daarmee voldoende middelen te geven als partner in het behalen van het duurzaamheidsdoel. Een gedeelte van de werkzaamheden van de Stichting zou ook gefinancierd kunnen worden uit de SPUK middelen die de gemeente als subsidie van het Rijk ontvangt. Nadere uitwerking vindt plaats via de ambtelijke organisatie. • Vermakelijkhedenretributie rondvaart (Giethoorn): vervallen tariefkorting uit coronaperiode Tijdens de coronaperiode is besloten om het tarief voor de rondvaarten in Giethoorn te verlagen vanwege de wegvallende inkomsten door coronasluiting en een periode dat er minder bezoekers in een boot mochten zitten.

Nu de bezoekersaantallen al weer enige tijd op niveau zijn, is het vanzelfsprekend om deze tariefkorting weer in te trekken. 3.7. Ontwikkeling reservepositie De voorstellen in de voorl iggende PPN leiden , vanwege de per saldo geraamde positieve begrotingssaldi, tot een verbetering van onze vermogenspositie. Incidentele uitgaven en inkomsten in de jaren 2026 tot en met 2029 komen ten laste van de Algemene reserve - vrij besteedbaar. Dat geldt niet voor de budgetafwijkingen 2025 . Deze komen ten laste/gunste van het begrotingssaldo/jaarrekeningresultaat. Hoe de Algemene reserve - vrij besteedbaar zich de komende jaren daadwerkelijk gaat ontwikkelen valt moeilijk te voorspellen, omdat dat mede afhankelijk is van de jaarrekeningresultaten. 58 4. Kaders Programmabegroting 4.1. Inleiding In dit hoofdstuk zijn de kaders voor de samenstelling van de Programmabegroting 20 26-2029 opgenomen. De financiële vertaling van een deel van deze kaders is reeds meegenomen in voorliggende PPN. De kaders zijn gebaseerd op de door uw raad vastgestelde ‘Kadernota Financieel beleid gemeente Steenwijkerland’11. 4.2. Kaders Onderstaand treft u de kaders aan voor o.a. de prijs- en loonindexcijfers en de te hanteren rekenrente. De met een (*) aangegeven onderdelen zijn reeds verwerkt in de Perspectiefnota.

Tabel 6: Kaders voor de Programmabegroting 2026-2029 Omschrijving Kader Raadsbesluiten (*) t/m de raadsvergadering van 13 mei 2025 Lonen (incl. sociale lasten) (*) 1,8% Prijsinflatie inkomstenbudgetten inclusief te ontvangen subsidies en belastingen (*) 2,7% Prijsinflatie uitgavenbudgetten inclusief te verstrekken subsidies en te betalen belastingen (*) 2,7% Prijsinflatie Grondexploitatie uitgavenbudgetten 3,0% Prijsinflatie Grondexploitatie inkomstenbudgetten 1,5% Rente Grondexploitaties 0,60% Rekenrente (omslagpercentage) Algemene middelen en Grondexploitatie 0,6% Marktrente (*) 3,0% Areaaluitbreiding door grondgebiedsbestemmingen: - openbaar groen - wegen en wegmeubilair - openbare verlichting 350 woningen Tarief 2026 voor het prestatiecontract € 104 Aantal woonruimten per 1-1-2025 (geraamde groei 2025) (*) 20.626 (350) Aantal inwoners per 1-1-2025 (geraamde groei 2025) (*) 45.717 (297) Algemene uitkering uit het gemeentefonds (*) Septembercirculaire 2024, Decembercirculaire 2024 NB de meicirculaire 2025 verschijnt eind mei/begin juni. Wij zullen uw raad daarover via een afzonderlijke informatienota informeren. 4.3. Loonkostenontwikkelingen De huidige CAO Gemeenten loopt af op 31 maart 2025. Op dit moment ligt er een voorstel voor een nieuwe CAO.

In de begroting 2025 zijn we uitgegaan van 4,4%, terwijl de huidige inschatting van het Centraal Planbureau (C PB) op 6,2 uitkomt. Voor 2026 wordt op basis van de actuele ramingen van het CPB uitgegaan van een stijging van de lonen en sociale lasten van 1,8%12. 11 Laatst gewijzigd op 13 mei 2025. 12 Centraal Economisch Plan, Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers, CPB februari 2025. 59 4.4. Prijsinflatie exploitatiebudgetten en kostenplaatsen Voor de uitgaven- en inkomstenbudgetten in 2026 gaan we uit van een prijsindexatie van 2,7%. Dit percentage is overeenkomstig de meest actuele index voor het prijsgedeelte van het Bruto Binnenlands Product (BBP)13. Dit prijsindexcijfer cijfer hanteren we zowel voor de inkomsten - als uitgavenbudgetten, tenzij er bijvoorbeeld andere contractuele afspraken zijn gemaakt, bijvoorbeeld met aanbieders in het sociaal domein. Deze afspraken zijn veelal in regionaal verband gemaakt. Zo hebben we in voorliggende PPN voor het sociaal domein voor 2026 veelal gerekend met een prijscompensatie van 4%. 4.5. Prijsinflatie Grondexploitatie Voor de gemeentelijke Grondexploitaties wordt een afwijkend percentage gehanteerd voor zowel de kosten- als de opbrengstenkant. Kostenstijging In de gemeente Steenwijkerland is het gebruikelijk om de parameter kostenstijging te baseren op het langjarig gemiddelde van de GWW -index (Grond, Weg - en Waterbouw).

Deze index wordt toegepast op basis van de ‘bouwkostenindex’, een reeks gebaseerd op de directe kosten voor arbeid, materieel en materiaal. De index blijft ongewijzigd ten opzichte van de huidige Programmabegroting. Opbrengstenstijging Er is in Nederland geen database beschikbaar waarin de prijsontwikkeling van bouwgrond wordt bijgehouden. In de gemeente Steenwijkerland wordt de parameter opbrengstenstijging gewoonlijk gebaseerd op het langjarig gemiddelde van de Consumentenprijsindex (CPI) van het CBS. Op dit moment hanteren we in de Grondexploitaties een parameter opbrengstenstijging van 1,5%. Voor de komende begrotingsperiode wordt de parameter opbrengstenstijging van 1,5% geconsolideerd. Dit zullen we apart voor u in beeld brengen in de nog op te stellen Meerjaren Begroting Grondexploitaties (als bijlage bij de Programmabegroting). 4.6. Rente De rekenrente (het omslagpercentage) is gebaseerd op de te betalen minus te ontvangen rente in een jaar gedeeld door 0,6% van de boekwaarde van de investeringen per 1 januari van het desbetreffende jaar. Voor het aantrekken van langlopende geldleningen voor de financiering van de geraamde investeringen en toekomstige investeringen (bestedingsp lan) wordt een marktrente van 3,0% gehanteerd.

Het totaal benodigde rentebedrag wordt herrekend en opgenomen in de programmabegroting op basis van het bestedingsplan dat op dat moment voorligt aan de raad ter vaststelling. 4.7. Loon- en prijsinflatie subsidies In vele gevallen kennen gesubsidieerde instellingen voor hun producten een vergelijkbare kostenopbouw als gemeenten. De bekostiging van deze producten vindt (deels) plaats door gemeenten in de vorm van een subsidie. Hiervoor wordt de gemeente niet afzonderlijk gecompenseerd in het accres van de Algemene uitkering van het gemeentefonds. Compensatie van 13 Centraal Economisch Plan, Prijs Bruto Binnenlands Product, CPB, februari 2025. 60 de ge subsidieerde instellingen vindt normaliter plaats overeenkomstig het door de gemeente gehanteerde percentage voor prijsstijgingen . Voor 202 6 wordt voor te verstrekken subsidies een loon- en prijsinflatiepercentage gehanteerd van 2,7%. 4.8. Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten Voor gemeentelijke belastingen en rechten wordt dezelfde prijsindex als voor exploitatiebudgetten gehanteerd. Voor 2026 komt dit uit op 2,7%. Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing worden wijzigingen in de kosten verhaald door de betreffende tarieven dienovereenkomstig aan te passen (gesloten huishouding).

Bij het vas tstellen van de begroting 2025 is een extra stijging van het afvalstoffentarief (2026 € 29; 2027 € 14 en 2028 € 2) en de rioolbelasting (2026 t/m 2028 5%) voorzien. Om grote tariefschommelingen te voorkomen, maken we gebruik van de egalisatievoorziening reiniging en de egalisatievoorziening riolering. De tarieven voor afval en riool in 2026 zijn op dit moment niet bekend. In de Programmabegroting 2026- 2029 zullen we de precieze kosten voor uw raad inzichtelijk maken en een voorstel doen voor de daarvan afgeleide tarieven in 2026. 4.9. Tarief voor het prestatiecontract Met het prestatiecontract kunnen interne uren worden doorbelast aan projecten. Jaarlijks wordt het uurtarief opnieuw berekend door rekening te houden met de stijging van de loonkosten. Voor 20 25 hanteren we een tarief van € 102. Als rekening wordt gehouden met een stijging van de loonkosten met 1,8%, komt het tarief voor 2026 uit op afgerond € 104. 4.10. Groei aantal woningen Op basis van de kadernota mag bij de rioolrechten, de afvalstoffenheffing, het huishoudelijk afval en de onroerendezaakbelastingen rekening worden gehouden met de groei van het aantal woningen in 2026. We houden rekening met een groei van 350 woningen. 4.11. Groei aantal inwoners Per 1-1-2025 heeft de gemeente Steenwijkerland 45.717 inwoners. Ten opzichte van de stand 1-1-2024 zien we een toename van 245 inwoners.

De gemiddelde groei over de laatste vijf jaar bedraagt: 297 inwoners. Voor 2026 wordt dit ook als raming gehanteerd. 61 5. Te nemen besluiten en gevraagde adviezen De gemeenteraad besluit: 1. Kennis te nemen van: a) De voortgangsinformatie over het begrotingsjaar 2025, inclusief de kansen en uitdagingen zoals vermeld in hoofdstuk 2; b) Het financieel beeld zoals weergegeven in hoofdstuk 3. 2. In te stemmen met: a) De begrotingspositie zoals weergegeven in hoofdstuk 3.3 voor zover het de jaarschijf 2025 betreft; b) De financiële mutaties zoals opgenomen in bijlage 6.1; c) Het wijzigen van de Programmabegroting 2025-2028 overeenkomstig lid 2a en 2b; d) Het wijzigen van de renteomslag 2025 naar 0,6% (was 1,0%). 3. Voor 2025 een (aanvullend) krediet beschikbaar te stellen van in totaal € 2.067.000 voor: a) Molenstraat Sint Jansklooster van € 470.000; b) Bijdrage Voorpoort van € 50.000; c) J. van Riebeeckstraat Steenwijk van € 50.000; d) Vervanging riolering Oostwijken van € 50.000; e) Vervanging riolering Bergweg Tuk van € 55.000; f) Vervanging riolering Wetering van € 220.000; g) Vervanging Noordermatenbrug en Matenbrug Blokzijl van € 500.000; h) Vervanging Keermuur Vollenhove van € 162.000; i) Fietspad Kalenbergweg van € 110.000; j) Verduurzaming en renovatie MFC Dalzicht van € 200.000; k) Riolering en andere aanpassingen Clarenberglaan en Molenberg Vollenhove van € 200.000. 4.

In te stemmen met: a) De kaders, zoals opgenomen in hoofdstuk 4, voor de samenstelling van de Programmabegroting 2026-2029; b) Het betrekken van het saldo van de jaarschijven 2026 t/m 2029, zoals opgenomen in de hoofdstukken 3.3, 3.4, 3.5 en 3.6, bij de samenstelling van de Programmabegroting 2026- 2029. 62 6. Bijlage Perspectiefnota 2025-2029 6.1. Budgetafwijkingen voor 2025 In deze paragraaf treft u de budgetafwijkingen of financiële mutaties voor het jaar 2025 aan, inclusief de doorwerking naar latere jaren. De toelichting op deze afwijkingen vindt u na de presentatie van de totaaltabel. + = voordeel Totaaloverzicht Financiële mutaties (bedragen x € 1.000) I/S Investering 2025 2026 2027 2028 2029 Financiële mutaties: Woningbouw - - 37 - 31 - 17 - 14 - 12 Werk en economie - 43 43 43 43 43 Samenredzaam - - 2.380 - 1.669 - 2.664 - 2.149 - 1.984 Vitaal Platteland - - - - - - Duurzaam - - - - - - Leefbare steden en kernen - 2.067 - 2.346 - 1.802 - 1.850 - 1.818 - 1.852 Financiën en dienstverlening - 929 1.888 1.820 1.879 1.979 Totaal financiële mutaties - 2.067 - 3.791 - 1.570 - 2.668 - 2.059 - 1.826 Waarvan structureel S - 4.168 - 2.953 - 2.668 - 2.059 - 1.826 Waarvan incidenteel I 377 1.382 - - - 63 Woningbouw + = voordeel Toelichting: Financiële mutatie F 1.1: Startersleningen Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Er is een bedrag van € 500.000 nodig om in 2025

meerdere startersleningen aan te kunnen bieden. Wat zijn de oorzaken? Omdat de Gemeente Steenwijkerland focus heeft op het aanbieden van betaalbare woningen en ook kansen wil aanbieden aan de jongeren/starters in onze Gemeente, is er sinds eind 2023 weer budget beschikbaar gesteld voor startersleningen via SVn. Er zijn de af gelopen periode veel startersleningen aangevraagd. In 2024 zijn er 36 stuks verleend en er lopen nog 4 toewijzingen. In 2025 lopen er ook nog 4 toewijzingen (stand februari 2025). Rekening houdend met deze 8 toewijzingen en onze rekening courant bij de SVn betekent dit dat er nog maar ruimte is (als er geen afzeggingen komen) voor 3 nieuwe toewijzingen. Hieruit blijkt een duidelijke behoefte aan de starterslening. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? N.v.t. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? We helpen starters op de woningmarkt om eerder een woning te kunnen kopen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Dit bedrag wordt onttrokken aan de reserve Volkshuisvesting. Het bedrag wordt gestort in het fonds bij SVn voor de starterslening van de gemeente Steenwijkerland. Het is een revolverend fonds. De middelen komen weer terug in het fonds.

Mocht de gemeente stoppen met de st arterslening, dan komen de middelen, afhankelijk van de looptijd van de dan nog lopende leningen, terug in het fonds. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? N.v.t. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? N.v.t. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2025 en wat is het structureel effect? Het gaat om een eenmalige storting in 2025. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? N.v.t. Woningbouw (bedragen x € 1.000) I/S Investering 2025 2026 2027 2028 2029 1 Startersleningen I - - 500 - - - - 1 Onttrekking aan de Reserve Volkshuisvesting I - 500 - - - - 2 Wet betaalbare huur S - - 37 - 31 - 17 - 14 - 12 Totaal 'Woningbouw' - - 37 - 31 - 17 - 14 - 12 64 Financiële mutatie F 1.2: Wet betaalbare huur Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De ontvangen rijksuitkering voor het uitvoeren van de Wet betaalbare huur van € 37.000 benutten voor de wet. Wat zijn de oorzaken? Vanaf 1 juli 2024 geldt de Wet betaalbare huur. Het doel van de Wet betaalbare huur is om te zorgen voor meer betaalbare huurwoningen en kamers. Of beter gezegd: meer woningen en kamers krijgen met een huurprijs die past bij de kwaliteit. De kwaliteit van een woning wordt bepaald met het woningwaarderingsstelsel (WWS). Het WWS is een puntensysteem en werkt eenvoudig: iedere woning of kamer krijgt punten voor de kwaliteit.

Bijvoorbeeld het aantal vierkante meters, het energielabel, de WOZ-waarde, welke voorzieningen er in de keuken aanwezig zijn en of er een tuin of balkon is. Deze punten tel je bij elkaar op. Het totale aantal WWS-punten – de kwaliteit van een woning dus – bepaalt de maximale huurprijs. Voor onzelfstandige woningen (zoals kamers) geldt een apart puntenstelsel: het woningwaarderingsstelsel voor onzelfstandige woningen (WWSO). Naast de reguliere route voor het laten toetsen van de huurprijs bij de Huurcommissie, hebben huurders vanaf 1 januari 2025 een tweede mogelijkheid voor het laten toetsen van de huurprijs, namelijk via de gemeente. Gemeenten hebben de bevoegdheid om toezicht te houden en over te gaan tot handhaving indien dat nodig is. In tegenstelling tot de Huurcommissie, kunnen gemeenten verhuurders ook sancties opleggen wanneer bij een toetsing van de huurprijs blijkt dat de huurprijs te hoog is. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Ja, gemeenten zijn verplicht om een meldpunt te hebben voor huurders als verhuurder zich niet aan de regels houdt. Daarnaast hebben gemeent en de bevoegdheid om toezicht te houden en over te gaan tot handhaving indien dat nodig is. In tegenstelling tot de Huurcommissie, kunnen gemeenten verhuurders ook sancties opleggen wanneer bij een toetsing van de huurprijs blijkt dat de huurprijs te hoog is.

Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Huurders hebben door de wet betere huurbescherming. Eerder moesten zij zelf een maximale huurprijs afdwingen bij hun verhuurder, maar niet alle huurders waren daartoe in staat. Huurders kunnen nu laagdrempelig een melding maken bij het meldpunt op onze website. Gemeenten kunnen vanaf 1 januari 2025 ingrijpen als verhuurders te veel huur vragen. Om de wettelijke taak uit te voeren hebben we als gemeente de middelen nodig om een partij in te huren, die het meldpunt b eheert en de afhandeling voor gemeente doet. Denk o.a. aan opvragen stukken, hoor en wederhoor en adviezen richting de melder. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Structureel tekort. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? N.v.t. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? N.v.t. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2025 en wat is het structureel effect? Structureel 2025 € 37.000 (aflopend tot € 12.000 in 2029). Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? N.v.t. 65 Werk en economie + = voordeel Toelichting: Financiële mutatie nr. F 2.1: Wat is de aard en de omvang van de afwijking? In de begroting is een structureel budget opgenomen voor zakelijke lasten op het product Grondzaken.

Wat zijn de oorzaken? Het budget voor zakelijke lasten wordt al meerdere jaren niet besteed. Hierdoor ontstaat er een structureel voordeel voor de programmabegroting van € 43.000. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Nee. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? N.v.t. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Voor het jaar 2025 en voor de programmabegroting 2026 -2029 ontstaat er een structureel voordeel van € 43.000. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Aanpassing van de begroting met structureel € 43.000. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? N.v.t. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2025 en wat is het structureel effect? Er ontstaat een structureel overschot van € 43.000. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? N.v.t. Werk en economie (bedragen x € 1.000) I/S Investering 2025 2026 2027 2028 2029 1 Beheer overige gebouwen en gronden S - 43 43 43 43 43 Totaal 'Werk en economie' - 43 43 43 43 43 66 Samenredzaam + = voordeel Toelichting: Financiële mutatie nr. F 3.1: Sociaal Medische Indicatie kinderopvang (SMI) Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Het budget voor kinderdagopvang n.a.v. Sociaal Medische Indicatie is in 2024 incidenteel verhoogd met € 170.000, maar de stijging blijkt structureel te zijn.

De stijging wordt ingeschat op een bedrag ter hoogte van € 230.000 structureel. Wat zijn de oorzaken? De inzet van SMI is in de laatste jaren structureel toegenomen. Een grotere bekendheid van het product en een toegenomen doelgroep ouders met complexe psychische- en sociale problematiek ligt hieraan ten grondslag. Daarnaast wordt met de inzet van SMI mogelijke inzet van duurdere zorgvormen als jeugdhulp en WMO -begeleiding voorkomen. De stijging is een landelijke trend. De verwachting is dat het Rijk de komende jaren de middelen voor SMI, gezien de al ontvangen bedragen die ook niet zo hoog zijn, maar beperkt zal gaan verhogen. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Ja, SMI is een vangnetregeling die is ingesteld met het ingaan van de Wet kinderopvang in 2005. Iedere gemeente dient deze vangnet-regeling te hebben voor kwetsbare gezinnen die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Er is geen bijbehorend programmadoel geformuleerd. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat voor het jaar 2025 e.v. een tekort ter hoogte van € 230.000. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? In 2024 zijn de verordening en de beleidsregels opnieuw vastgesteld.

Het in praktijk brengen en uitvoeren van deze nieuwe regels wordt in 2025 gerealiseerd. Met name het beoordelingsproces zal opnieuw worden ingericht. Naar verwachting zal dit leiden tot e en vermindering van inzet door het intensiever begeleiden van inwoners naar zelfredzaamheid en lagere kosten door o.a. het toenemende gebruik van voorliggende voorzieningen. Samenredzaam (bedragen x € 1.000) I/S Investering 2025 2026 2027 2028 2029 1 Sociaal Medische Indicatie kinderopvang S - - 230 - 230 - 230 - 230 - 230 2 Huishoudelijke hulp S - - 625 - 600 - 400 - 200 - 200 3 WMO Begeleiding S - - 400 - 400 - 400 - 400 - 400 4 Inkomensregelingen S - - 1.635 - 894 - 894 - 894 - 894 5 Participatiebudget S - - 130 - 130 - 130 - 130 - 130 Dekking bestaand budget I - 30 - - - - 6 Toezicht en handhaving kinderopvangvoorzieningen S - - 55 - 55 - 55 - 55 - 55 7 Schoolmaatschappelijk werk S - - 110 - 175 - 100 85 250 8 Leerlingenvervoer S - - 225 - 185 - 155 - 125 - 125 9 Beschermd wonen I - 1.400 1.400 - - - 10 Jeugdzorg: Niet gecontracteerde jeugdzorg S - - 350 - 350 - 250 - 150 - 150 Jeugdzorg: Regiobijdrage Veilig Thuis S - - 50 - 50 - 50 - 50 - 50 Totaal 'Samenredzaam' - - 2.380 - 1.669 - 2.664 - 2.149 - 1.984 67 Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Naar verwachting kan daar € 50.000 mee worden bespaard.

Er is gekeken naar de mogelijkheid om het tekort te dekken vanuit andere kinderopvangbudgetten. Dit levert geen mogelijkheden op. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2025 en wat is het structureel effect? Rekening houdend met de besparing van € 50.000 komt het tekort op een bedrag van € 230.000 structureel. Na deze aanvulling bedraagt het budget € 580.000 terwijl de uitgaven in 2024 uit zijn gekomen op € 637.000. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? N.v.t. Financiële mutatie nr. F 3.2: Huishoudelijke hulp Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De afwijking over het jaar 2025 bedraagt € 625.000, dit bedrag loopt af naar € 200.000 vanaf het jaar 2028. Wat zijn de oorzaken? Oorzaken zijn een groei van het aantal inwoners en de indexatie n.a.v. de nieuwe aanbesteding. Ontwikkeling die zijn ingezet om te komen tot een beheersing van de kosten zijn in 2025 ingang gezet. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Het betreft hier een wettelijke taak met betrekking tot de WMO-2015. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? N.v.t. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De beschikbare budgetten in de begroting moeten worden opgehoogd.

Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Vanaf het tweede kwartaal 2025 gaan we werken volgens een nieuw Normenkader (HHM 2025). De verwachting is, dat dit op termijn gaat leiden tot een daling van het gemiddelde aantal uren en daarmee een gefaseerde daling van de kosten. Consulenten worden in april 2025 geschoold om dit normenkader te hanteren. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Het effect van het hanteren van een nieuw normenkader en een striktere toegangscontrole wordt vanaf het jaar 2026 zichtbaar. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2025 en wat is het structureel effect? In 2025 € 625.000. In 2026 € 600.000. In 2027 € 400.000. In 2028 e.v. € 200.000. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? N.v.t. Financiële mutatie nr. F 3.3: WMO Begeleiding Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De verwachte afwijking is € 400.000. Wat zijn de oorzaken? Er is vooral een toename van de begeleidingscliënten in de leeftijdscategorie 20 – 44 jaar. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? WMO -2015: De gemeente is wettelijk verplicht passende professionele ondersteuning te bieden aan de inwoners daar waar de sociale basis niet meer voldoende of passend is. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? N.v.t.

Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De beschikbare budgetten in de begroting moeten worden opgehoogd. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? In 2025 start wordt gestart met een verkenning en planvorming voor de herinrichting van het aanbod gebaseerd op de huidige situatie. Wij bereiden ons hierbij voor op een aanbesteding in 2026. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? De verwachting is dat de kosten door deze maatregelen niet verder zullen stijgen (m.u.v. de autonome groei t.g.v. indexeringen en demografische ontwikkelingen). Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2025 en wat is het structureel effect? Het verwachte tekort bedraagt € 400.000 structureel. Daarnaast zal bij het afsluiten van nieuwe contracten na de aanbesteding rekening moeten worden gehouden met de vereiste “Amvb reële prijzen“, waardoor de kosten naar verwachting verder gaan stijgen. 68 Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? N.v.t. Financiële mutatie nr. F 3.4: Inkomensregelingen Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Er wordt een tekort van € 894.160 verwacht op het taakveld inkomensregelingen, waaronder de Participatiewet-uitkeringen, Loonkostensubsidies (LKS), Ioaw/Ioaz, Bijzondere bijstand, minima-regelingen en schuldhulpverlening vallen.

Op de meeste onderdelen blijven we binnen het budget. Echter op de te verstrekken P w-uitkeringen en de LKS stijgen de uitgaven. De verwachting is dat het te ontvangen Buigbudget ook gaat stijgen. Hiervoor nemen we een stelpost op ter hoogte van € 741.000. Wat zijn de oorzaken? Een hogere indexatie van de uitkeringen dan waarmee we rekening hebben gehouden en de toename van het aantal uitkeringsgerech tigden zorgen samen voor hogere uitgaven. Anderzijds stromen er mensen uit de Ioaw/Ioaz en gaan er steeds meer mensen (deels) aan het werk met behulp van een loonkostensubsidie. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Het verstrekken van bijstandsuitkeringen en van loonkostensubsidies is een wettelijke taak. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? N.v.t. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat met ingang van het jaar 2025 een structureel tekort ter hoogte van € 894.160. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? N.v.t. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? N.v.t. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2025 en wat is het structureel effect? Een structureel bedrag van € 894.160. Voor een nadere toelichting op het bedrag zie hieronder.

Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Door de stijging van het aantal uitkeringen en de LKS is het de verwachting dat het te ontvangen Buigbudget van het Rijk (voo r het verstrekken van uitkeringen) ook stijgt. Vanaf het jaar 2026 houden we rekening met een stijging van € 741.000. Hierdoor bedraagt het totale tekort € 894.160. Nadere toelichting op de afwijking Inkomensregelingen: • Het budget voor bijzondere bijstand wordt niet geheel gebruikt, waardoor er een structureel voordeel ontstaat van € 20.000. • Het aantal inwoners met een Ioaw/Ioaz uitkering neemt af van gemiddeld 30 naar gemiddeld 21 vanaf het jaar 2025. De gemiddelde prijs van een uitkering neemt toe van € 17.500 in 2024 naar € 17.800 in 2025. Het berekende voordeel bedraagt structureel € 151.200. • Het aantal inwoners met een Pw-uitkering neemt toe van gemiddeld 660 naar gemiddeld 723 vanaf het jaar 2025. De gemiddelde prijs van een uitkering neemt toe van € 16.600 in 2024 naar € 17.200 in 2025. Het berekende nadeel bedraagt structureel € 1.506.360. • Het budget voor Loonkostensubsidies neemt toe met een structureel bedrag van € 300.000. • Het te ontvangen Buigbudget wordt opgehoogd (als stelpost) met een bedrag ter hoogte van € 741.000. 69 Financiële mutatie nr.

F 3.5: Participatiebudget Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Er wordt een structureel tekort van € 130.000 verwacht op het Participatiebudget. Wat zijn de oorzaken? In 2024 was de instroom in de doelgroep Banenafspraak hoger dan verwacht. Tevens moest het tarief voor jobcoaching van deze g roep geïndexeerd worden voor de loonstijgingen. Ook zijn de kosten voor de module Arbeidsmarkt en Participatie (verplicht onderdeel van het Inburgeringstraject maar niet bekostigd uit de Specifieke Uitkering) gestegen. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Het verstrekken van loonkostensubsidies is een wettelijke taak. Hieraan hangen afspraken die regionaal gemaakt zijn rondom jobcoaching voor deze groep. Deze afspraken zijn gebaseerd op landelijke adviezen en hebben tot doel duurzame uitplaatsing in betaald werk. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Beide activiteiten zijn belangrijk voor de realisatie van onze visie op meedoen en voor het bevorderen van financiële redzaamheid van onze inwoners. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat een tekort ter hoogte van € 130.000 op het Participatiebudget. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? In het jaar 2025 valt een bedrag van € 30.000 vrij vanuit het budget Inburgering.

De verwachting is dat dit incidenteel is. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Een bedrag van € 30.000 in het jaar 2025. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2025 en wat is het structureel effect? Een bedrag van € 100.000 in 2025. Vanaf het jaar 2026 komen we een bedrag tekort van € 130.000. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Naar verwachting zullen er meer mensen in blijven stromen in de regeling loonkostensubsidie. Voor zover wij kunnen voorzien zal ook de Wet Inburgering niet inhoudelijk wijzigen. Het is daarom reëel te verwachten dat de ophoging van het Participatiebudget structureel nodig is. Financiële mutatie nr. F 3.6: Toezicht en handhaving kinderopvangvoorzieningen Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Afwijking op de te verwachten kosten voor Toezicht en handhaving kinderopvangvoorzieningen in 2025 en volgende jaren . Er wordt een structureel tekort verwacht van € 55.000. Wat zijn de oorzaken? Wijziging in de Wet Kinderopvang, uitbreiding van inspectie- en kwaliteitseisen. Hogere indexatie. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Ja, vanuit de Wet Kinderopvang zijn gemeenten verantwoordelijk voor de kwaliteit van kinderopvangvoorzieningen. Uitvoering van de inspectie hierop is vanuit de overheid belegd bij de GGD (kosten voor gemeenten). Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? N.v.t.

Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? We komen een structureel bedrag tekort ter hoogte van € 55.000. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? De beschikbare budgetten in de begroting moeten worden opgehoogd. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? N.v.t. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2025 en wat is het structureel effect? Een structureel tekort ter hoogte van € 55.000. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Vanaf 2027 worden er naar verwachting vanuit wetgeving opnieuw extra kwaliteits - en proceseisen gesteld aan de kinderopvangvoorzieningen die voorschoolse educatie bieden. Dit gaat leiden tot hogere kosten voor Toezicht en handhaving. De omvang is nog niet bekend. 70 Financiële mutatie nr. F 3.7: Schoolmaatschappelijk werk Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Het college heeft op 13 januari 2025 besloten om in te stemmen met het omzetten van de pilot zorg – onderwijs naar een reguliere werkstructuur. In deze werkstructuur wordt de functie van schoolmaatschappelijk werk en jeugdconsulent structureel toegevoegd aan de zorg-adviesteams op scholen. Wat zijn de oorzaken? De werkwijze heeft als structureel voordeel een verwachte lagere instroom van Jeugdzorg. Er wordt een project gestart voor uitbreiding schoolmaatschappelijk werk.

Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? De werkwijze sluit aan op aanpakken uit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd, namelijk een maatregel om de beoogde afnemende instroom van de jeugdzorg te bewerkstelligen en een betaalbaar jeugdstelsel. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Het project heeft in de jaren 2025 t/m 2027 een negatief resultaat waarna deze positief wordt. Op basis van de pilot is gecon stateerd dat het aantal doorverwijzingen naar de gespecialiseerde hulp (ggz aanbieders) afneemt. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Voor de periode 2025-2028 wordt schoolmaatschappelijk werk via Sociaal Werk De Kop gerealiseerd. De inzet is gebaseerd op basis van 64 uur per week voor 3 jaar hetgeen resulteert in een incidenteel totaalbedrag van € 630.000. Een deel van de jeugdigen wordt door de gemeentelijke toegang begeleid. Dit vraagt voor de periode 2025 - 2028 een aanvullende formatie bij de gemeentelijke toegang (jeugdconsulent) van 24 uur in totaal € 195.000 Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Zie onderstaande tabel voor de financiële gevolgen.

Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Op basis van inschattingen van de pilot en het prognosemodel jeugdzorg is ingeschat dat er een besparing is te realiseren met ingang van het jaar 2026 van € 100.00 oplopend tot een structureel bedrag van € 250.000 vanaf het jaar 2028. Deze besparing komt met name door een lagere instroom van jeugdigen waardoor het aantal met jeugdzorg in de periode 2026 - 2028 daalt. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2025 en wat is het structureel effect? Het tekort wijzigt vanaf het jaar 2028 in een voordeel. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? N.v.t. Financiële mutatie nr. F 3.8: Leerlingenvervoer Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Er wordt een structureel tekort verwacht op het leerlingenvervoer. Wat zijn de oorzaken? Er maken meer kinderen gebruik van het leerlingenvervoer en er worden grotere afstanden afgelegd. Ook is er in het kader van de saldo verbeterende maatregelen in de begroting met ingang van het jaar 2025 een taakstelling ingeboekt ter hoogte van € 100.000. Invulling geven aan de taakstelling heeft tijd nodig en gaat geleidelijk. Vanaf 2026 wordt dit zichtbaar. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Ja, leerlingenvervoer verzorgen voor kinderen die vanwege beperking of afstand niet zelfstandig naar de dichtstbijzijnde passende school kunnen reizen is wettelijk verplicht.

Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? N.v.t. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Een tekort van € 225.000 in 2025. Dit tekort gaat naar € 125.000 structureel vanaf het jaar 2028.

71 Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? We zijn heel kritisch op het toekennen van leerlingenvervoer. We hebben geen mogelijkheden om de aanspraak te beperken. Als onderdeel van de taakstelling zullen we naar individuele casuïstiek moeten kijken. Zijn er dure routes, waarvan ouders met een (forse) km-vergoeding bijvoorbeeld wel zelf het vervoer naar school kunnen organiseren Welk bedrag wordt daarmee bespaard? N.v.t. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2025 en wat is het structureel effect? € 225.000 in 2025 € 185.000 in 2026 € 155.000 in 2027 € 125.000 in 2028 (structureel). Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? N.v.t. Financiële mutatie nr. F 3.9: Beschermd wonen Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Een overschot op Beschermd wonen. Dit wordt uitgevoerd voor de regio door de gemeente Zwolle. Net als voorgaande jaren is er budget overgebleven en is het de verwachting dat dit over de jaren 2025 en 2026 ook het geval zal zijn. Wat zijn de oorzaken? Zie hierboven. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Beschermd wonen is een wettelijke taak. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? N.v.t. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Een voordeel op Beschermd wonen van € 1,4 miljoen in het jaar 2025 en in het jaar 2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/0db2fa48-dc4e-4daa-b5c5-93a47426391a?agendaItemId=5336a75d-be1d-4ab6-8b86-a6c39c22e2eb