Perspectiefnota 2024-2028 gemeente Steenwijkerland
Tekst van het document
Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De energiekosten voor De Waterwyck stijgen met ingang van 2025 met een bedrag van € 325.000 per jaar. Het college is van mening dat een gedeelte van deze extra kosten (€ 200.000) kan worden vergoed en dat De Waterwyck ook zelf maatregelen moet treffen om het tekort terug te dringen. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Geen. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Er wordt geen bedrag bespaard. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2024 en wat is het structureel effect? 2024: € 38.660 2025: € 200.000 2026: € 200.000 2027: € 200.000 2028: € 200.000. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? In het bestedingsplan begroting 2024-2027 is een investering opgenomen voor het realiseren van een zonne-carport op de parkeerplaats bij zwembad/sporthal De Waterwyck. Deze investering is budgettair neutraal, omdat het plaatsen van zonnepanelen leidt tot energiebesparing bij De Waterwyck. Vandaar dat er met ingang van het jaar 2024 een bedrag van € 38.660 is gekort op de subsidie van De Waterwyck. Nu blijkt dat de zonne-carport nog niet is geplaatst, ontstaat er ook geen voordeel op de energiekosten voor De Waterwyck. Het gekorte bedrag op de subsidie over het jaar 2024 dient dan ook alsnog te worden uitbetaald. Financiële mutatie nr.
F 6.16: Steenwijkerdiep, incl. aankoop Welkooppand Wat is de aard en de omvang van de afwijking? In 2024 dient reeds een aanvang te worden gemaakt met de werkzaamheden waaronder de aankoop van de voormalige Welkooplocatie, sloop en sanering en verleggen van de rijbaan Ged. Turfhaven/tijdelijk P-terrein. In 2024 ontstaat er hierdoor een eenmalig nadeel van € 756.000. Met name door verkopen ontstaan en in de jaren daarna eenmalige voordelen. Doordat er in 2024 nog niet wordt begonnen met investeringen die leiden tot kapitaallasten is er in 2024 een vrijval van € 84.758. De investeringen in de inrichting parkeerterrein Steenwijkerdiep, rijbaan Tukseweg inclusief rotonde en aankoop voormalig Edah pand (wat later weer zal worden verkocht) zullen met name plaatsvinden in 2025, 2026 en 2027. Wat zijn de oorzaken? Voor de herontwikkeling van het Gedempte Steenwijkerdiep is ook de inrichting van het openbaar gebied een onderdeel. Aansluitend aan de inrichting van het parkeerterrein is het noodzakelijk om ook de Tukseweg aan te pakken voor een goede verkeersafwikkeling. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? In 2024 ontstaat er een eenmalig nadeel van € 756.000.
In de jaren 2025 tot en met 2028 ontstaat er in 2025, 2027 en 2028 een eenmalig voordeel van resp. € 937.000, € 224.000 en € 510.000. In 2026 ontstaat een eenmalig nadeel van € 90.000. Op de structurele reeks ontstaat er in 2024 een voordeel van € 84.758 en in 2025 ontstaat hier een voordeel van € 40.545. Op de structurele reeks ontstaat vanaf 2026 een nadeel van € 58.667, in 2027 van € 188.909 en in 2028 van € 186.126. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Niet van toepassing. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Niet van toepassing. 99 Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2024 en wat is het structureel effect? Incidenteel: Structureel: 2024: € -756.000 2024: € 84.758 2025: € 936.975 2025: € 40.545 2026: € -90.000 2026: € - 58.667 2027: € 223.625 2027: € -188.909 2028: € 510.000 2028: € -186.126 Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. 100 Financiën en dienstverlening + = voordeel Toelichting: FINANCIËLE GEVOLGEN MET BETREKKING TOT DIVERSE INFORMATIENOTA’S Algemene uitkering septembercirculaire 2023 Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De gemeente is voor haar inkomsten voor een groot gedeelte afhankelijk van de Rijksoverheid. Wij ontvangen jaarlijks tot nu toe ongeveer € 100 miljoen via de Algemene uitkering (A.U.) uit het gemeentefonds.
Het rijk laat jaarlijks een aantal keren weten hoeveel geld de gemeente aan A.U. kan verwachten. Stijging of daling van dit bedrag wordt voor een belangrijk deel bepaald door de koppeling aan de hoogte van de rijksuitgaven. De septembercirculaire 202 3 geeft als uitkomst voor Steenwijkerland tot en met 2027 een hoger budget ten opzichte van de meicirculaire 2023. De programmabegroting 2024-2027, behandeld door uw gemeenteraad in november 202 3, is nog gebaseerd op de bedragen die staan vermeld in de meicirculaire 202 3, omdat er geen tijd meer was om de septembercirculaire te verwerken in de begroting. Wel hebben wij aan u in november 2023 een informatienota gestuurd, met daarin de gevolgen van de septembercirculaire voor de Algemene uitkering en het begrotingssaldo. Wat zijn de oorzaken? Het rijk laat jaarlijks een aantal keren weten hoeveel geld de gemeente aan A.U. kan verwachten. De te ontvangen bedragen moeten verwerkt worden in de begroting. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Het betreft hier een ontvangst van de rijksoverheid.
Financiën en dienstverlening (bedragen x € 1.000) I/S Investering 2024 2025 2026 2027 2028 F 7.1 Rentelasten 2024 S - 750 - - - - F 7.2 Lagere dividenduitkering Enexis S - - 109 - 109 - 109 - 109 - 109 F 7.3 Onderhoudsronde functiewaarderingssysteem HR 21 S - - 30 - 35 - 40 - 40 - 40 F 7.4 Vervangingsinvesteringen tractie S - - - - 30 - 30 - 30 F 7.5 Afschrijvingslasten afgesloten investeringen S - 10 10 10 10 10 F 7.6 Aanpassing energiebudgetten: Gas S - - 85 - 89 - 89 - 89 - 89 Elektra S - - 15 - 35 - 35 - 35 - 35 Waarvan ten laste van de egalisatievoorziening riolering S - 14 22 22 22 22 Totaal 'Financiën en dienstverlening' - 535 - 237 - 272 - 272 - 272 101 Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De budgetten die extra zijn ontvangen binnen de Algemene uitkering bedragen: - 2024: € 1.316.000 - 2025: € 1.129.000 - 2026: € 968.000 - 2027: € 2.500.000. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Geen maatregelen. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Niet van toepassing. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2024 en wat is het structureel effect? Niet van toepassing. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen.
Algemene uitkering decembercirculaire 2023 Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De decembercirculaire heeft doorgaans een beperkte strekking. Het gaat primair om onderwerpen die vóór het einde van het jaar geregeld dienen te zijn, met het oog op de jaarafsluiting door het rijk en de gemeenten. Wij hebben aan u eind januari 2024 een informatienota gestuurd, met daarin de gevolgen van de decembercirculaire voor de Algemene uitkering en het begrotingssaldo. Wat zijn de oorzaken? Het rijk laat jaarlijks een aantal keren weten hoeveel geld de gemeente aan A.U. kan verwachten. De te ontvangen bedragen moeten verwerkt worden in de begroting. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Het betreft hier een ontvangst van de rijksoverheid. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De budgetten die extra zijn ontvangen binnen de Algemene uitkering bedragen: - 2024: € 203.000 - 2025: € 688.000 - 2026: € 533.000 - 2027: € 471.000. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Geen maatregelen. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Niet van toepassing. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2024 en wat is het structureel effect? Niet van toepassing. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen.
102 Buigbudget (te ontvangen budget van het rijk voor bijstandsuitkeringen) Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Op basis van de laatst bekende informatie van het rijk, de Miljoenennota en de begroting van het ministerie van SZW, wordt het Buigbudget berekend. Het budget wordt gedurende het begrotingsjaar door het rijk bijgesteld op basis van o.a. gerealiseerde aantallen op landelijk niveau en verstrekte loonkostensubsidies. Hierdoor ontstaan de volgende bijstelmomenten: • - voorlopige beschikking aan de hand van de Miljoenennota (oktober); • - nader voorlopige beschikking voorjaar van het lopende begrotingsjaar; • - definitief oktober van het lopende begrotingsjaar. Wij hebben de voorlopige beschikking met een bedrag van € 14.732.000 ontvangen van het ministerie van SZW. Dit jaar volgt dan ook nog de nader voorlopige en de definitieve beschikking 2024. Ten opzichte van het Buigbedrag wat opgenomen is in de begroting levert het nieuwe bedrag een structureel voordeel voor de begroting op ter hoogte van € 1.391.000. In november 2023 hebben wij aan u een informatienota gestuurd, met daarin ook de gevolgen van het nieuwe Buigbudget voor het begrotingssaldo. Wat zijn de oorzaken? Het rijk laat jaarlijks een aantal keren weten hoeveel geld de gemeente aan A.U. kan verwachten. De te ontvangen bedragen moeten verwerkt worden in de begroting.
Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat een structureel voordeel ter hoogte van € 1.391.000. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Geen. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Niet van toepassing. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2024 en wat is het structureel effect? Niet van toepassing. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. OVERIGE FINANCIËLE MUTATIES Financiële mutatie nr. F 7.1: Rentelasten 2024 Wat is de aard en de omvang van de afwijking? In 2024 zal de kortlopende rente naar waarschijnlijkheid € 750.000 lager uitvallen. Wat zijn de oorzaken? De omvang van de restantkredieten eind 2023 is verder toegenomen van € 38 mln. naar € 41 mln. Daarnaast maken we in de liquiditeit maximaal gebruik van door het rijk al betaalde voorschotten van € 8 mln. voor taken die nog uitgevoerd moeten worden. De vorderingen op het rijk omvatten ongeveer € 2,5 mln. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Ja, indirect wel.
De gemeente moet voldoen aan de voorschriften die zijn vastgelegd in de wet FIDO (wet Financiering Decentrale Overheid) en het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) 103 Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Niet van toepassing Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Geen tekort, maar een overschot op de rentelasten van € 750.000. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Om te voldoen aan de voorschriften wordt voorgesteld om de omslagrente van de algemene dienst en de grondexploitatie aan te p assen naar 0,9% en 0,8% (was 1% en 0,75%). Hiermee wordt voorkomen dat bij de jaarrekening 2024 een rechtmatigheidsfout wordt geconstateerd omdat de betaalde rente te veel afwijkt. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2024 en wat is het structureel effect? 2024: een overschot van € 750.000 Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? De rente is enigszins gestabiliseerd ronde 3%. Op 15 maart 2024 is een langlopende geldlening van € 15 mln. afgesloten (looptijd 10 jaar en rente 2,849%) Hiermee kunnen op basis van huidige inzichten in 2024 voldoen aan de wet FIDO. De geraamde kortlopende rente is dan in 2024 niet benodigd. Financiële mutatie nr.
F 7.2: Lagere dividenduitkering Enexis Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Lagere dividenduitkering N.V. Enexis. Wat zijn de oorzaken? Enexis moet meer investeren in het netwerk in verband met de energietransitie en netbelasting. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Nee. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Een lagere of geen dividenduitkering meer van N.V. Enexis. Over 2023 wordt een dividenduitkering verwacht van afgerond € 0,24 per aandeel. Aantal aandelen 304.012. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? De raming van de dividenduitkering structureel met € 109.433 te verlagen. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Geen. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2024 en wat is het structureel effect? 2024: € 109.433 2025: € 109.433 2026: € 109.433 2027: € 109.433 2028: € 109.433 104 Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Mogelijke vraag om een kapitaalinjectie van haar aandeelhouders in verband met de energietransitie en netbelasting. Dit naast de mogelijkheid dat het rijk haar een lening verstrekt, die gevolgen kan hebben voor de dividenduitkering van de aandeelhouders. Financiële mutatie nr.
F 7.3: Onderhoudsronde functiewaarderingssysteem HR 21 Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Er ontstaat een tekort op het formatiebudget van € 30.000 in 2024 tot oplopend € 40.000 in 2026 structureel. Wat zijn de oorzaken? Er is een volgende onderhoudsronde geweest ten aanzien van functiewaarderingssysteem HR 21. Dit heeft er toe geleid dat een a antal medewerkers hoger is ingeschaald. De gevolgen hiervan zijn € 30.000 in 2024 oplopend tot € 40.000 in 2026. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat een tekort op het formatiebudget van € 30.000 in 2024 oplopend tot € 40.000 in 2026. Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Niet van toepassing. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Niet van toepassing. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2024 en wat is het structureel effect? 2024: € 30.000 2025: € 35.000 2026: € 40.000 2027: € 40.000 2028: € 40.000 Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Er lopen nog meerdere zaken die waarschijnlijk financiële consequenties zullen hebben. Financiële mutatie nr.
F 7.4: Vervangingsinvesteringen tractie Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Vanaf 2026 ontstaat er een tekort op de kapitaallasten van investeringen in tractie van € 30.000. Wat zijn de oorzaken? Vorig jaar is de meerjarenplanning van de vervangingsinvesteringen in beeld gebracht. Door gestegen prijzen ontstaat er vanaf 2026 een tekort op de kapitaallasten. Dit tekort bedraagt vanaf 2026 € 30.000 structureel. Vervangingsinvesteringen staan bij een aantal teams (facilitair, UOR en ICT). De plussen en minnen daar worden verrekend met het budget aan vervangingsinvesteringen bij de directie (die ook is gevormd vanuit de vervangingsinvesteringen van de genoemde teams). Vanaf 2026 komen we in de min op h et totale budget bij de directie, vandaar dat ook met ingang van 2026 aanvullend budget wordt gemaakt. Dit is puur een gevolg van inflatiestijgingen bij de tractiemiddelen van uitvoering openbare ruimte. Het staat los van de wens om de vervoersmiddelen op termen te elektrificeren. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Niet van toepassing. 105 Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat een structureel nadeel op de kapitaallasten vanaf 2026 van € 30.000.
Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Niet van toepassing. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Niet van toepassing. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2024 en wat is het structureel effect? 2024: 2025: 2026: € 30.000 2027: € 30.000 2028: € 30.000 Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. Financiële mutatie nr. F 7.5: Afschrijvingslasten afgesloten investeringen Wat is de aard en de omvang van de afwijking? In de jaarrekening 2023 zijn meerdere investeringen gereed gemeld en afgesloten. Wat zijn de oorzaken? Na afronding van een investering worden de afschrijvingslasten (her) berekening op basis van de afschrijvingstermijnen zoals bepaald in de financiële verordening. Door een afronding binnen de beschikbaar gestelde kredieten ontstaat er een structureel voordeel op de afschrijvingslasten. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Nee, de mutatie is het gevolg van al uitgevoerde investeringen. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Niet van toepassing Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Een voordeel voor de meerjarenraming van structureel € 5.554.
Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Geen Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Niet van toepassing Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2024 en wat is het structureel effect? 2024: een overschot van € 10.308 2025: een overschot van € 10.308 2026: een overschot van € 10.308 2027: een overschot van € 10.308 Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen Financiële mutatie nr. F 7.6: Aanpassing energiebudgetten Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Voor gas is er een nadeel van € 84.806 en voor elektra € 14.818, waarvan € 13.929 voor riolering. 106 Wat zijn de oorzaken? Voor het jaar 2024 is weer sprake van een vast tarief voor energiebudgetten. Op basis van dit tarief zijn de budgetten voor 2024 bijgesteld. Dit betekent voor elektriciteit een nadeel van € 14.818 waarvan € 13.929 voor riolering (en derhalve de gesloten huishouding). Voor gas is er een nadeel van € 84.806. Is sprake van een wettelijke taak? Zo ja, welke? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat een tekort in 2024 van € 14.818 op elektra (waarvan € 13.929 riolering) en € 84.806 op gas. Voor 2025 gaan we uit van een inflatie van 2,0% conform PPN.
Dit betekent een stijging van de lasten voor gas van € 4.520 en voor elektra van € 13.198 Welke maatregelen stellen we voor binnen het bestuursprogramma (bestaande budgetten)? Niet van toepassing. Welk bedrag wordt daarmee bespaard? Niet van toepassing. Welk bedrag komen we per saldo tekort in 2024 en wat is het structureel effect? 2024: gas € 84.806 2024: elektra € 14.828 (waarvan € 13.929 tlv voorziening) 2025: gas € 89.326 2025: elektra € 35.405 (waarvan € 22.207 tlv voorziening) 2026: € 89.326 2026: elektra € 35.405 (waarvan € 22.207 tlv voorziening) 2027: € 89.326 2027: elektra € 35.405 (waarvan € 22.207 tlv voorziening) 2028: € 89.326 2028: elektra € 35.405 (waarvan € 22.207 tlv voorziening) Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Over voorgaande jaren worden nog steeds afrekeningen ontvangen. Bij de najaarsnota zal nog een aanpassing hiervoor plaatsvinden voor het boekjaar 2024. 107 6.2. Onontkoombare uitgaven 2025-2028 Vanwege de financiële tekorten vanaf 2026 hebben we bij de totstandkoming van voorliggende PPN geen inventarisatie gedaan naar nieuwe plannen/wensen. Wel wordt onze gemeente geconfronteerd met extra uitgaven voortkomend uit wettelijke opgaven. Deze ‘onontkoombare’ uitgaven hebben veelal een structureel karakter en zijn in onderstaande tabel opgenomen en daaronder toegelicht.
+ = voordeel Onontkoombare uitgaven (bedragen x € 1.000) I/S Investering 2024 2025 2026 2027 2028 Samenredzaam: O 3.1 Senior beleidsmedewerker (1 fte) voor opvang ontheemden en statushouders I - - - 106 - 106 - - O 3.2 Vroegsignalering schuldhulpverlening: 1 fte structureel, bestaande medewerker die 3 jaar tijdelijk is ingezet S - - - 87 - 87 - 87 - 87 0,7 fte, tijdelijk voor 2 jaar I - - - 61 - 61 - - Totaal onontkoombare uitgaven 'Samenredzaam' - - - 253 - 253 - 87 - 87 Vitaal Platteland: O 4.1 Implementatie Omgevingwet/Omgevingsplan S - - - - 410 - 410 - 410 Dekking binnen de begroting: adviseur milieu S - - - 43 43 43 Inzet specialistische capaciteit I - - - 150 - - - Totaal onontkoombare uitgaven 'Vitaal Platteland' - - - 150 - 367 - 367 - 367 Leefbare steden en kernen: O 6.1 OHV Vollenhove, extra investering t.o.v. IHP: Waarvan extra investering door hoger leerlingenaantal S - 332 - - 1 - 15 - 18 - 18 Totaal onontkoombare uitgaven 'Leefbare steden en kernen' - 332 - - 1 - 15 - 18 - 18 108 + = voordeel Toelichting O 3.1 Senior beleidsmedewerker (1 fte) voor opvang ontheemden en statushouders Vanaf 2022 is het opvanglandschap binnen Nederland en daarmee ook binnen de gemeente Steenwijkerland ingrijpend veranderd. De oorlo g tussen Rusland en Oekraïne en de haperende asielketen maken dat gemeente een grotere (wettelijke) verantwoordelijkheid hebben gek regen in deze opgave.
Opvang ontheemden Bij het uitbreken van de oorlog en de noodzaak om snel opvang voor Oekraïense ontheemden te organiseren heeft de organisatie ervoor gekozen om dit als (tijdelijk) project op te pakken. Hiervoor is binnen de gemeente een compact (project)team ingericht die inmiddels binnen onze gemeente, gefinancierd met incidentele (rijks)middelen (Spuk), dagelijks aan meer dan 500 ontheemden huisvesting en dergelijke biedt. Het ziet er daarbi j niet naar uit dat de oorlog en daarmee de opvang binnen afzienbare tijd zal eindigen. Spreidingswet en statushouders De haperende asielketen maakt dat er eind 2023 ruim 16.000 statushouders in ACZ ’s wonen die wachten op reguliere huisvesting . Dit probleem, samen met een gestage toestroom van asielzoekers naar Nederland maakt dat de vraag naar asiel(opvang)plekken fors o ploopt. Dit heeft ervoor gezorgd dat per 1 februari 2024 de zogenaamde spreidingwet van kracht is. Deze spreidingwet geeft gemeenten de opdracht om, in regionaal of provinciaal verband, opvangplekken voor asielzoekers te realiseren.
Hierdoor ontstaat grote druk op de ambtelijke organisatie en is extra inzet noodzakelijk om de, nieuwe, taken goed uit te kunnen voeren Onontkoombare uitgaven (vervolg) I/S Investering 2024 2025 2026 2027 2028 Financiën en dienstverlening: O 7.1 Informatievoorziening 2025-2028 I - - - 950 - - - Totaal onontkoombare uitgaven 'Financiën en dienstverlening' - - - 950 - - - Totaal onontkoombare uitgaven - 332 - - 1.354 - 634 - 472 - 471 Waarvan structureel - - 87 - 468 - 472 - 471 Waarvan incidenteel - - 1.266 - 166 - - 109 NB Het is niet bekend of het rijk voor deze extra taak ook middelen beschikbaar stelt. Mocht dit zo zijn, dan worden deze op de claim in mindering gebracht. O 3.2 Vroegsignalering schuldhulpverlening Omzetten van 1 fte schuldhulpverlening tijdelijk naar structureel op basis van nieuwe wettelijke taak per 1-1-2021 vroegsignalering betaalachterstanden en het bieden van schuldhulpverlening aan zelfstandig ondernemers met financiële problemen en de inzet op het geldloket. Inzet van 0,73 fte schuldhulpverlening tijdelijk voor 2 jaar om regievoering op verhoogde instroom naar aanleiding van succesvolle inzet op genoemde wettelijke taken te kunnen conti nueren en de komende twee jaar te monitoren of de huidige ontwikkeling zich voortzet.
Vanuit een nieuwe wettelijke taak per 1 -1-2021 is de gemeente verantwoordelijk geworden voor vroegsignalering betaalachterstanden op basis van signalen door derden en het bieden van schuldhulpverlening aan zelfstandig ondernemers met financiële problemen. De afgelopen periode is op genoemde onderdelen behoorlijke inzet gepleegd, waardoor het aantal dossiers sinds januari 2023 met 46% is toegenomen. Hierdoor is het noodzakelijk 1 fte tijdelijk, structureel te maken ingaande 01- 01-2025 en daarnaast is 0,7 fte extra noodzakelijk gedurende 2 jaar om de regie op de toename van dossiers te kunnen blijven voeren en deze periode te monito ren of de huidige ontwikkeling ten aanzien van de vroegsignalering en ondernemers zich doorzet. Zonder extra financiële middelen kunnen de wettelijke taken zoals benoemd niet meer worden uitgevoerd, te weten het matchen van de maandelijkse vroegsignalen, de huisbezoeken, brieven etc, maar ook de toename van dossiers vanuit de vroegsignalering (in 2023 23, in 2024 en verder verwachting 75 op jaarbasis) en de toestroom van ondernemers (inmiddels 23 verwacht 30 op jaarbasis) met complexe schuldenproblematiek.
Daarnaast kan de samenwerking met de Kop ten aanzien van het geldloket niet worden gecontinueerd, dit betekent dat er geen spreekuren meer zijn op locatie, dat we niet meer aan kunnen sluiten bij de voedselbank, niet meer deel kunnen nemen aan de straatacties gewoon besparen etc. O 4.1 Implementatie Omgevingswet/Omgevingsplan Op 1 januari 2023 is de omgevingswet van kracht geworden. Datgene wat in elk geval noodzakelijk is om te implementeren is in Steenwijkerland daadwerkelijk geïmplementeerd. Van rechtswege kennen we nu omgevingsplannen. We staan nu voor de zogeheten overgang sfase. Hoofdonderdeel hiervan is dat er voor 01 -01- 2032 een gebied dekkend omgevingsplan is opgesteld, waarin alle huidige bestemmingsplannen, beleidsdocumenten en de verordening fysieke leefomgeving moeten zijn opgenomen. Dat zijn er voor onze gemeente 456. Er is een start gemaakt met het opstellen van de basis van een omgevingsplan onder begeleiding van een extern bureau. Het res ultaat van dit traject is een casco omgevingsplan, waarin de wettelijke verplichtingen zijn opgenomen. In de aankomende jaren zal e r verder gebouwd gaan worden aan een nieuw gebied dekkend 110 omgevingsplan. De regels in het nieuwe deel komen deels tot stand door bestaande regels uit het tijdelijke deel om te zetten naar het nieuwe deel.
Daarnaast neemt de gemeente in het nieuwe deel nieuwe regels op voor ruimtelijke ontwikkelingen en beleid. Dit vraagt de komende jaren om zowel financiële als personele inzet van interne medewerkers en externe partijen. De claim dient om in structurele zin geld en capaciteit te hebben voor de invoering van het omgevingsplan en capacitair voor de omgevingswet. Mogelijke dekking uit leges Kosten die een initiatiefnemer in het verleden kwijt was aan een adviesbureau voor het opstellen van een verbeelding en regel s voor het bestemmingsplan, zouden toekomstig kunnen worden verwerkt in de leges voor het opstellen van het omgevingsplan. Nu is tijdens het opstellen van de legesverordening, eind 2023, nog niet de keuze gemaakt om de leges te verhogen voor de hie rboven beschreven handelingen, simpelweg omdat op dit moment moeilijk is aan te geven hoeveel extra werk er op ons af komt bij het in behandeling nemen van een omgevingsplan. Het zou voor 2024 goed zijn om te monitoren hoeveel extra tijd, van met name regieteam, vereist is om te werken aan een gebiedsdekkend omgevingsplan en de kosten die initiatiefnemers normaal hebben bij het laten opstellen van een bestemmingsplan, vanaf 2025 deels te verreken in de hoogte van de leges. Hoeveel dat precies zal moeten zijn is op dit moment niet te zeggen, maar daar kan in de loop van dit jaar een goed inzicht in worden verkregen.
Daarna is het aan de raad om het kader van het aanpassen van de legesverordening al dan niet in te stemmen met het voorstel v oor een wijziging van de leges en een deel van de kosten hierboven gevraagd structureel via de leges te gaan dekken. O 6.1 OHV Vollenhove, extra investering t.o.v. IHP Het leerlingenaantal van de St Martinus in Vollenhove is gegroeid en stabiliseert zich op een hoger niveau dan in het IHP van uit gegaan is. Dit vraagt een extra investering van € 331.738 boven op het bedrag wat in het IHP was opgenomen voor de vervangende nieuwbouw van deze school. Deze extra investering zien wij als een onontkoombare uitgave. Daarnaast is ook de wens om de Voorpoort mee te nemen en onder 1 dak te huisvesten. Dit vraagt een extra investering van 1.29 3.657. Als locatie is een voetbalveld van Veno beoogd. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat VENO gecompenseerd wordt door middel va n de aanleg van een kunstgrasveld. Kosten € 540.000. Vanuit de stadsvisie komt een duidelijk richting voor de gewenste schoollocatie. Dit lost o.a. de verkeersproblemen op, levert mooie he rontwikkellocaties op voor de woningbouw en zorgt voor een concentratie van voorzieningen in de kern. Ook met het oog op de toekomst van het onderwijs is het goed om volumes te concentreren. Kleine scholen hebben steeds minder toekomstperspectief.
111 Zowel de extra investering als gevolg van de groei van het leerlingenaantal (onontkoombare uitgave) als de extra investering om ook de Voorpoort mee te nemen (een beleidskeuze) in de vervangende nieuwbouw leggen we in voorliggende PPN aan u voor. Via een separaat raadsvoorstel bent u geïnformeerd over het totale plan voor onderwijshuisvesting in Vollenhove. O 7.1 Informatievoorziening 2025-2028 Komende jaren moeten een aantal projecten worden gedaan rondom onze informatievoorziening. Deze kosten zijn onontkoombaar vanwege aflopende contracten of wettelijke verplichtingen. Concreet gaat het om de volgende ontwikkelingen: - Vervanging zaaksysteem - Vervanging klantcontactsysteem - Vervanging financieel systeem - Vervanging Geografisch Informatie Systeem (GIS) - Uitfasering Virtual Desktop omgeving - Extra beveiligingsmaatregelen op verschillende componenten - Inrichting e-depot - Overbrenging van archieven Deze projecten leiden tot hogere structurele kosten. Er wordt echter ook aan gewerkt om op andere onderdelen tot besparingen te komen. Voor de periode 2025-2028 is daarom alleen een incidenteel budget nodig. Als er geen financiële middelen beschikbaar komen dan lukt het niet om te voldoen aan wetgeving en ontstaan er meer risico’s op informatiebeveiliging.