Perspectiefnota 2020-2023.pdf
Tekst van het document
6 Financiën en overhead I/S 2019 2020 2021 2022 2023 6.1 Algemene uitkering septembercirculaire 2018 S 157.000 97.000 212.000 112.000 112.000 6.2 Accountantskosten S 17.278 26.278 26.278 26.278 26.278 6.3 Rentelasten > 1 jaar (afgesloten langlopende lening) S -22.200 -22.200 -22.200 -22.200 -22.200 6.4 Rentelasten < > 1 jaar (kortlopende en langlopende leningen) S -200.000 -45.000 -70.000 -80.000 -80.000 6.5 Hogere dividenduitkering Vitens N.V. S -37.138 -2.808 -134.104 -167.831 -167.831 6.6 Hogere dividenduitkering Enexis Holding N.V. I -38.987 6.7 Hogere dividenduitkering BNG Bank S -41.496 -41.496 -41.496 -41.496 -41.496 6.8 Vervroegde aflossing verstrekte lening Woonconcept I 19.584 6.9 Startersleningen S -30.000 -30.000 -30.000 -30.000 -30.000 6.10 Vervangingsinvesteringen Tractie 2019 I 10.000 10.000 Vervangingsinvesteringen t.l.v.
kapitaallasten bedrijfsvoering I -10.000 Vervangingsinvesteringen tgv kapitaallasten bedrijfsvoering S -30.000 -3.907 -3.853 -3.799 -3.745 -3.691 Vervangingsinvesteringen tgv kapitaallasten bedrijfsvoering S 3.907 3.853 3.799 3.745 3.691 Totaal Financiën en overhead -20.000 -175.959 -18.226 -59.522 -203.249 -203.249 Waarvan structureel S -156.556 -18.226 -59.522 -203.249 -203.249 Waarvan incidenteel I -19.403 0 0 0 0 I/S 2019 2020 2021 2022 2023 Algeheel totaal financiële mutaties: 1.679.795 3.361.326 3.892.831 3.848.713 4.154.346 Omschrijving Structureel S 1.815.015 3.276.421 3.551.337 3.651.835 4.032.981 Incidenteel I -135.220 84.905 341.494 196.878 121.365 Algeheel totaal: 1.679.795 3.361.326 3.892.831 3.848.713 4.154.346 - = voordeel 46 Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De bijdrage van gemeenten betreft al vanaf de start van het RIEC € 0,15 per inwoner. In het district IJsselland is afgesproken om de bijdrage te verhogen met € 0,08 per inwoner. Voor onze gemeente betekent dit een extra bedrag van € 3.520 per jaar. Welke maatregelen stellen we voor? De begroting vanaf het jaar 2019 structureel aan te passen met genoemd bedrag.
Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? De opgave voor de aanpak van ondermijning is de afgelopen jaren alleen maar gestegen, tegelijkertijd zijn ook de kosten voor de bedrijfsvoering van het RIEC toegenomen. Financiële mutatie nr. 1.3: Piketregeling bij calamiteiten OOV Wat is de aard en de omvang van de afwijking? In samenwerking met de gemeenten Kampen, Zwartewaterland en Staphorst zijn piketfunctionarissen aangewezen om piketdiensten te verrichten ten behoeve van de advisering van de burgemeesters van de vier gemeenten binnen de Veiligheidsregio IJsselland. Tot nu toe was deze piketdienst in regionaal verband niet geregeld. Wat zijn de oorzaken? Uitgangspunt is dat de piketfunctionaris functioneert als strategisch adviseur bij OOV-calamiteiten. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De piketvergoedingen die aan medewerkers betaald moeten worden bedragen in totaal € 7.500 per jaar. Welke maatregelen stellen we voor? De begroting vanaf het jaar 2019 structureel aan te passen met genoemd bedrag. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. Financiële mutatie nr.
1.4: Verhoging bijdrage Veiligheidsnetwerk Oost -Nederland Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Met de komst van de Nationale Politie is enkele jaren terug bij het openbaar bestuur in Oost-Nederland de wens ontstaan om zich ook meer op regionaal niveau te organiseren en richting te kunnen geven. Wat zijn de oorzaken? Door het bestuur van het netwerk is besloten om de Veiligheidsstrategie Oost- Nederland 2019 – 2022 in een nota vast te leggen. De nota baseert zich op de lokale veiligheidsprioriteiten, de prioriteiten van het O.M. en politie en op de evaluatie van de afgelopen beleidsperiode. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? De Veiligheidsstrategie is de uitwerking van de visie en de gezamenlijke koers van de netwerkpartners op het gebied van integrale veiligheid in Oost-Nederland. Het veiligheidsnetwerk is de afgelopen jaren gefinancierd door de zeven grootste gemeenten in Oost-Nederland. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Voor het uitvoeren van de Veiligheidsstrategie en het continueren van het netwerk is een bijdrage van de partners nodig voor de periode 2020 – 2023. Er wordt een bijdrage verwacht van € 0,07 per inwoner. Voor onze gemeente betekent dit een bedrag ter hoogte van € 3.080 per jaar.
Welke maatregelen stellen we voor? De begroting voor de periode 2020 – 2023 aan te passen met genoemd bedrag. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Het veiligheidsnetwerk en de financieringswijze worden in het jaar 2023 geëvalueerd. Financiële mutatie nr. 1.5: Veiligheidsregio IJsselland Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De Veiligheidsregio IJsselland heeft de jaarrekening 2018 vastgesteld. Deze jaarrekening sluit met een positief saldo van € 1,45 miljoen. Een gedeelte van dit overschot wordt terugbetaald aan de elf deelnemende gemeenten van de gemeenschappelijke regeling. Wij ontvangen hierdoor een bedrag van € 80.000. Wat zijn de oorzaken? Het positieve resultaat in de jaarrekening 2018 van de regio is voornamelijk ontstaan door het uitstellen van diverse (vervangings)investeringen. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van de (sub)doelstellingen? Geen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er wordt een niet begroot bedrag van € 80.000 terugontvangen van de Veiligheidsregio IJsselland. 47 Welke maatregelen stellen we voor? Voorgesteld wordt om het te ontvangen bedrag van € 80.000 op te nemen in de begroting 2019. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. Financiële mutatie nr.
1.6: Invoering Omgevingswet (implementatiekosten) Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Met ingang van 1 januari 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Momenteel wordt hard gewerkt aan de implementatie van de wet. De activiteiten die opgepakt worden vloeien voort uit een wettelijke verplichting. Hiervoor worden kosten gemaakt. Wat zijn de oorzaken? De invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2021 brengt kosten met zich mee.. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van de (sub)doelstellingen? Hieronder volgt een opsomming van de activiteiten die worden verricht: Opstellen van een omgevingsvisie Ontwikkelen van een omgevingsplan Ontwikkelen omgevingsprogramma Aansluiting op het digitale stelsel Omgevingswet Inrichten van de dienstverlening Training medewerkers Inzet programmateam en andere medewerkers van de gemeente Cultuurverandering. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? In de begroting 2019 is nu een bedrag opgenomen van € 579.000. Voor het jaar 2019 worden de kosten begroot op een bedrag van € 763.000. Een verschil van € 184.000. Welke maatregelen stellen we voor? Voorgesteld wordt om het extra bedrag van € 184.000 op te nemen in de begroting 2019. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Ook na het jaar 2019 worden er kosten gemaakt voor de implementatie van de Omgevingswet.
Deze worden zichtbaar bij de claim Omgevingswet over de jaren 2020 – 2023. Financiële mutatie nr. 1.7: Verkiezingen Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Verwachte overschrijding van het budget voor verkiezingen in 2019 met € 67.000,- Wat zijn de oorzaken? In de begroting is rekening gehouden met 1 verkiezing. Er vinden 3 verkiezingen plaats op 2 momenten in 2019, namelijk de waterschapsverkiezingen en Provinciale Statenverkiezingen en verkiezingen voor het Europese Parlement. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat een eenmalig nadeel in 2019 van € 67.000,-. Welke maatregelen stellen we voor? De begroting van het jaar 2019 aan te passen. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. Financiële mutatie nr. 1.8: Minder inkomsten uit reisdocumenten Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De inkomsten uit gemeentelijke leges voor reisdocumenten zijn naar verwachting in 2019 € 65.000,- lager dan begroot. Wat zijn de oorzaken? In 2014 is de geldigheid van reisdocumenten voor personen van 18 jaar en ouder verdubbeld van 5 naar 10 jaar. Verwacht wordt een sterke daling in het aantal aanvragen van paspoorten en identiteitskaarten van 2019 tot 2024 waardoor de inkomsten afnemen.
Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat op het gemeentelijk deel van de leges-inkomsten voor reisdocumenten een nadeel van € 65.000,- in 2019. 48 Welke maatregelen stellen we voor? De begroting 2019 bijstellen. Verder onderzoek volgt om de begroting 2020 en verder bij te stellen. Hierbij wordt ook gekeken naar mogelijke gevolgen voor de personele bezetting. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Steeds meer aanvragen van burgerzakenproducten kunnen digitaal gedaan worden. De eenvoudige handelingen aan de balie nemen daardoor af, maar de meer complexe verwerking in de back office neemt toe. Identiteitsfraude is een in belang toenemend fenomeen. Dat betekent dat er meer (complexe) onderzoeken gedaan moeten worden door de backoffice. Door de verlenging van de geldigheid van reisdocumenten is op korte termijn mogelijk minder personeel nodig, maar door andere ontwikkelingen is er op langere termijn meer backoffice personeel nodig. Duurzaam Financiële mutatie nr. 2.0: RTSC (inzameling textiel) Wat is de aard en de omvang van de afwijking? € 15.000 Wat zijn de oorzaken? Het RTSC sorteert textiel uit de ondergrondse containers in o.a. Steenwijkerland. De transportkosten (van de ondergrondse container naar het RTSC) bedragen per maand € 4.000.
Deze kosten zijn tot op heden voorgeschoten door ROVA. In overleg met ROVA en de drie andere deelnemende gemeenten is afgesproken de transportkosten voor 2018 en het eerste kwartaal van 2019, te delen (in totaal € 60.000). Dit betekent voor Steenwijkerland een kostenpost van € 15.000. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Budget niet toereikend en wordt overschreden. Welke maatregelen stellen we voor? € 15.000 beschikbaar stellen voor het dekken van deze kosten. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Vanaf het tweede kwartaal van 2019 is het RTSC verantwoordelijk voor deze kosten. Werk aan de Winkel Binnen het programma ‘Werk aan de Winkel’ is geen sprake van financiële mutaties. Samenredzaam Financiële mutatie nr. 4.1: BUIG-budget Participatiewet (raming oktober 2018) Wat is de aard en de omvang van de afwijking? In de begroting 2019 is de rijksbijdrage BUIG-budget Participatiewet geraamd op € 13.634.000. Op basis van de laatst bekende berekeningen daalt de rijksbijdrage structureel met een bedrag van € 1.2 miljoen. Dit levert een fors nadeel op in de meerjarenbegroting. Wat zijn de oorzaken? Vanaf het jaar 2019 is een nieuwe toevoeging gedaan aan het verdeelmodel voor het landelijk budget voor uitkeringen.
Gemeenten met meer dan 250.000 inwoners hebben het meeste profijt van dit nieuwe verdeelmodel. De middelgrote gemeenten leveren juist in. Wij behoren tot de top van gemeenten die er fors op achteruit gaan (-10,6%). Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen bijbehorend doel. 49 Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De verlaging van de BUIG-uitkering levert een structureel nadeel op in de begroting ter hoogte van € 1.2 miljoen. De gemeenteraad is al eerder op de hoogte gesteld van het nadeel op het BUIG-budget met een Informatienota in de begrotingsraad van november 2018. Welke maatregelen stellen we voor? Aanpassen van de begroting 2019 – 2022. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? De BUIG-uitkering is voorlopig vastgesteld. Er volgt in de loop van het jaar 2019 nog een nader voorlopige- en een definitieve beschikking. Deze kan afwijken van het nu gemelde budget. Financiële mutatie nr. 4.1: BUIG-budget Participatiewet (raming april 2019) Wat is de aard en de omvang van de afwijking? In de begroting 2019 is de rijksbijdrage BUIG-budget Participatiewet geraamd op € 13.634.000. In oktober 2018 is berekend dat de rijksbijdrage daalt met een bedrag van structureel € 1.2 miljoen. Dit levert een fors nadeel op in de meerjarenbegroting.
Onlangs heeft het ministerie van SZW bekend gemaakt dat sprake is van een extra nadeel van € 413.000 in 2019. Wij schatten in dat dit nadeel eveneens een structureel karakter heeft. Wat zijn de oorzaken? De BUIG-uitkering 2019 is voorlopig vastgesteld. Eind april is de nader voorlopige beschikking 2019 afgegeven door het ministerie. Door gunstige conjuncturele ontwikkelingen worden er landelijk minder uitkeringen verstrekt, waardoor het macrobudget ook daalt (met € 200 miljoen). In oktober volgt nog een definitieve beschikking. Deze kan afwijken van het nu gemelde budget. Het BUIG-budget is vanaf het jaar 2020 nog niet nader aangepast door het ministerie. De verwachting is wel dat dit in een later stadium alsnog gebeurt. Ook dit wordt bekendgemaakt in oktober 2019. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen bijbehorend doel. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Door de ‘nader voorlopige beschikking’ 2019, ontstaat voor het jaar 2019 ook nog een extra nadeel van € 413.000. Wij gaan ervan uit dat de daling van het budget vanwege de positieve economische ontwikkelingen een structureel karakter heeft. In onze ramingen in voorliggende PPN houden we daar rekening mee. Welke maatregelen stellen we voor? Aanpassen van de begroting 2019 – 2022.
Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? De BUIG-uitkering is voorlopig vastgesteld. Er volgt in de loop van het jaar 2019 nog een nader voorlopige- en een definitieve beschikking. Deze kan afwijken van het nu gemelde budget. Financiële mutatie nr. 4.2: GGD IJsselland (positief saldo jaarrekening 2018) Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De GGD IJsselland heeft de jaarrekening 2018 vastgesteld. Deze jaarrekening sluit met een positief saldo van € 1,84 miljoen. Het gehele overschot wordt terugbetaald aan de elf deelnemende gemeenten van de gemeenschappelijke regeling. Wij ontvangen hierdoor een bedrag van € 145.000. Wat zijn de oorzaken? Het positieve resultaat in de jaarrekening 2018 van de GGD heeft diverse oorzaken. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van de (sub)doelstellingen? Geen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er wordt een niet begroot bedrag van € 145.000 terugontvangen van de GGD IJsselland. Welke maatregelen stellen we voor? Voorgesteld wordt om het te ontvangen bedrag van € 145.000 op te nemen in de begroting 2019. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. Financiële mutatie nr. 4.3: 1 e wijziging begroting 2019 IGSD Wat is de aard en de omvang van de afwijking? In de raadsvergadering van 22 januari 2019 is de 1e begrotingswijziging 2019 van de IGSD behandeld.
Op deze wijziging is door de gemeenteraad een zienswijze ingediend bij het bestuur van de IGSD. Vervolgens is de gewijzigde begroting vastgesteld door het Algemeen bestuur met in achtneming van de zienswijze van de gemeenteraad. 50 Wat zijn de oorzaken? Door de IGSD is extra budget geclaimd voor personeel. Daarnaast is er de verwachting uitgesproken dat er minder geld wordt uitgegeven aan uitkeringen. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? In de begroting van de gemeente is een stelpost opgenomen van € 843.000 voor extra personeelskosten van de IGSD. Hiervan hoeft maar een bedrag van € 473.500 vrijgegeven te worden. Een bedrag ter hoogte van € 369.500 valt hierdoor vrij ten gunste van het saldo van de begroting. Ook is het de verwachting dat er minder uitkeringen (30) worden verstrekt. Dit levert een voordeel op van € 390.600. Welke maatregelen stellen we voor? Voorgesteld wordt om van genoemde stelpost een bedrag van € 473.500 vrij te geven ten behoeve van de IGSD, conform de ingediende zienswijze. Daarnaast wordt de begroting aangepast voor wat betreft de vrijval van de twee genoemde bedragen (*€ 369.500 en € 390.600).
Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Inmiddels is besloten om de IGSD Steenwijkerland – Westerveld met ingang van 1 januari 2020 op te heffen. De taken van de IGSD worden dan weer overgenomen door de afzonderlijke gemeenten. Financiële mutatie nr. 4.4: Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Op veiligheid, jeugdreclassering en opvang is op dit moment € 180.000 begroot. De verwachting is dat we in 2019 € 205.000 aan kosten op dit onderdeel hebben. Wat zijn de oorzaken? Door de invoering van de vernieuwde meldcode per 1 januari 2019 heeft Veilig Thuis IJsselland meer werkzaamheden. Er zijn grote achterstanden, waarvoor extra personeel is aangenomen. De kosten voor deze extra werkzaamheden worden verdeeld over de 11 regiogemeenten en betekenen voor Steenwijkerland een incidentele last van € 25.000 in 2019. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Veilig Thuis is het meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Situaties waarbij er acute en structurele onveiligheid is, kunnen eerder onderzocht worden door de medewerker van Veilig Thuis. Dit resulteert erin dat kinderen en volwassenen minder lang blootgesteld worden aan onveilige situaties.
Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Deze investering zorgt voor een groter beslag op de financiële middelen in het sociaal domein (€ 25.000). Welke maatregelen stellen we voor? In regioverband wordt er – in samenwerking met – Veilig Thuis gestuurd om de werkvoorraad en de doorlooptijd van meldingen op orde te krijgen. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Door de invoering van de vernieuwde meldcode – waarbij professionals eerder moeten melden bij onveilige situaties – ontvangt Veilig Thuis meer meldingen van onveilige situaties. Financiële mutatie nr. 4.5: Aanvullende prijscompensatie De Kop Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Het gaat hierbij om een structurele tekort bij Sociaal Werk De Kop van € 45.000. Wat zijn de oorzaken? In de PPN worden de kaders aangegeven voor de komende begroting. Een belangrijk cijfer daarin is de prijscompensatie. Hierbij wordt niet alleen naar het begrotingsjaar gekeken maar ook naar de in het verleden meegenomen prijscompensatie. Dit jaar heeft dit geleid tot een prijscompensatie van 0,1%. In diverse contracten die de gemeente heeft afgesloten wordt echter aangesloten bij een, door het CPB bepaald, indexeringscijfer.
Overigens hebben ook partijen die een relatief grote subsidie van de gemeente ontvangen, aangegeven dat zij last hebben van dit verschil in compensatie, en mogelijk in financiële problemen komen. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Zonder de middelen kunnen niet alle geformuleerde doelen volledig gehaald worden. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Structureel tekort van € 45.000. Welke maatregelen stellen we voor? In 2019 zijn de afgesproken indexeringen meegenomen. Het is niet mogelijk of heel moeilijk het indexeringseffect te verlagen. Het is misschien mogelijk om de overeenkomsten vanaf 2020 aan te passen. Dit betekent dan wel een afname van het aanbod zoals dat nu afgenomen wordt. (minder budget = minder activiteiten/zorg) Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. 51 Financiële mutatie nr. 4.6: Jeugdhulp Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Het gaat om een oplopend structureel tekort van € 550.000 in 2019 en van € 1.535.000 vanaf 2020. Wat zijn de oorzaken? De afgelopen jaren is gebleken dat de uitgaven van de Jeugdhulp hoger zijn dan in de begroting is meegenomen. Zo is bij de PPN van vorig jaar het budget eenmalig opgehoogd met een bedrag van € 550.000. Ook bij de NJN van 2018 is ditzelfde budget met nog eens € 1.000.000 opgehoogd, ditmaal ook voor 2019.
Wanneer uitgegaan wordt van eenzelfde uitgavenniveau als in 2018, en er is op dit moment geen reden aan te nemen dat dit anders zal zijn, dan ontstaat een tekort in 2019 van € 550.000. Vanaf 2020 gaat het om een structureel nadeel van € 1.535.000. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Het doel ‘Inwoners krijgen zo thuisnabij mogelijke ondersteuning’ kan niet gehaald worden. Het verlagen van de uitgaven vraagt om vergaande maatregelen die niet in één (of 2) jaar gerealiseerd kunnen worden. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Zie bij aard en omvang. Welke maatregelen stellen we voor? Structureel ophogen van het budget Jeugdhulp. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Er zijn signalen dat het Rijk bij de meicirculaire 2019 van het gemeentefonds extra financiële middelen beschikbaar stelt. Financiële mutatie nr. 4.7: NoordWestGroep (NWG) Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Het negatieve exploitatietekort voor 2019 van NWG is geraamd op € 1.457.000. Ook in de meerjarenbegroting 2020-2023 van de NWG zien we hogere uitgaven dan eerder was geraamd. In onze meerjarenbegroting is een gemeentelijke bijdrage opgenomen van € 915.000, waardoor structureel een extra bedrag nodig is van € 542.000.
Wat zijn de oorzaken? Voornaamste oorzaak van dit verschil is de herstructureringskosten als gevolg van de transitie die in 2018 is ingezet (€ 150.000), de gestegen loonkosten van het SW- personeel (€ 318.000) en de kosten van de uitvoering van Beschut Werk Nieuw (€ 74.000). Al deze kosten waren niet in de meerjarenbegroting van de NWG opgenomen, waardoor hier bij onze gemeentelijke bijdrage ook nog geen rekening mee is gehouden. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Door de extra bijdrage ontstaat een structureel tekort in de gemeentelijke begroting van € 542.000. De financiële effecten van de herstructurering worden pas op de langere termijn (vanaf 2020) gerealiseerd en zijn mede afhankelijk van de keuzes die nog gemaakt moeten worden over de toekomst van NWG. Welke maatregelen stellen we voor? Aanpassen van de gemeentebegroting voor 2019 en latere jaren. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? NWG is bezig met een verdere uitwerking van het transitieplan 2018 voor de komende jaren en het opstellen van een strategische toekomstvisie voor de periode 2020-2025. Financiële mutatie nr.
4.8: Hoarding (verzamelstoornis) Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Er worden kosten gemaakt voor het opruimen en reinigen van woningen als er sprake is van hoarding. Deze kosten zijn niet opgenomen in de begroting. Wat zijn de oorzaken? De laatste twee jaren zijn we handhavend gaan optreden bij vervuilde huishoudens. Hierbij worden kosten gemaakt voor het opruimen en reinigen van de woning. Deze kosten kunnen veelal niet verhaald worden op de veroorzaker(s). Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen bijbehorend doel. Wel wordt overlast in de buurt verminderd. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Op basis van ervaringscijfers is de verwachting dat er gemiddeld rond de drie acties per jaar plaatsvinden. Eén actie kost gemiddeld € 5.000. Tot nu toe was er geen budget beschikbaar in de begroting. Welke maatregelen stellen we voor? De begroting aan te passen met een bedrag van € 15.000 per jaar. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. 52 Mijn Steenwijkerland Financiële mutatie nr. 5.1 : Financiële vertaling IHP onderwijshuisvesting, gewijzigde normbedragen en fasering Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Op 23 januari 2018 heeft de gemeenteraad het Integraal Huisvestingsplan onderwijs Steenwijkerland “Ruimte voor talent” vastgesteld.
Tevens werd het besluit genomen de financiële consequenties van mee te nemen in de afwegingen bij de PPN 2019-2022. Deze is voor fase 1 van het IHP vastgesteld en de bedragen zijn opgenomen in de Programmabegroting 2019-2022. Er is nadere afstemming met de schoolbesturen geweest, wat heeft geresulteerd in bijgestelde afspraken en ambities. Voor de komende 4 jaar heeft de bijstelling van het IHP een gunstig financieel effect. De jaren erna stijgen de jaarlijkse lasten wel sneller. De afspraken en ambities gaan in een bijgesteld IHP in juni naar de raad, met de kanttekening dat de financiële consequenties integraal worden afgewogen bij de PPN 2020-2023. Wat zijn de oorzaken? Gewijzigde fasering; Gewijzigde (hogere) normbedragen; Nieuwe afspraken met schoolbesturen. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen gevolgen voor de beoogde beleidsdoelen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Geen voor de komende 4 jaar heeft de bijstelling van het IHP een gunstig financieel effect. De jaren erna stijgen de jaarlijkse lasten wel sneller. Welke maatregelen stellen we voor? Vertaling van het bijgestelde IHP in de volgende programmabegroting. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen Financiële mutatie nr. 5.2 : Inhuur t.b.v.
actualisatie IVOR en Beleidsnota Groen Wat is de aard en de omvang van de afwijking? € 50.000,- Wat zijn de oorzaken? Gebrek aan capaciteit in de organisatie Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Beleidsnota groen en IVOR zijn geactualiseerd Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Geen budget beschikbaar om te actualiseren Welke maatregelen stellen we voor? Incidentele verhoging van € 50.000 Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen Financiële mutatie nr. 5.3: Inhuur personeel welstandsbeleid Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De vereiste ambtelijke inzet kan niet volledig uit eigen capaciteit worden betrokken. Dankzij ondersteuning met ingehuurde capaciteit is gehele oplevering van het gedifferentieerde welstandsbeleid haalbaar in 2020. Wat zijn de oorzaken? Externe ondersteuning is nodig i.v.m. de extra vereiste inzet van het taakveld RO voor het Omgevingsplan en het Unesco-werelderfgoeddossier. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Met voldoende ondersteuning middels ingehuurde capaciteit zal het doel grotendeels worden behaald (gedifferentieerde welstand ingevoerd in 2019). Een deel van het gewenste resultaat (afronding van de oplevering) vindt plaats in 2020.
Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De vormgeving van het welstandsbeleid vindt plaats met ondersteuning van ingehuurde capaciteit. Die ondersteuning bedraagt € 72.000,-- voor geheel 2019. Welke maatregelen stellen we voor? Voortgaan met de externe ondersteuning voor 2019. 53 Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Nog niet bekend Financiële mutatie nr. 5.4: Doeluitkering verkeer en vervoer Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De volgende beschikkingen zijn afgegeven met de bijbehorende bedragen: Tukseweg fase 1: € 129.500; Tukseweg fase 2: € 122.500; Kruispunt Hooidijk/Melkweg: € 31.500; Veilige schoolomgeving: € 10.000; Gedragsbeïnvloeding: € 54.725. Wat zijn de oorzaken? In een informatienota is reeds aangekondigd dat er subsidies zijn aangevraagd in het kader van de Doeluitkering Verkeer en Vervoer. Hiervoor zijn door de Provincie beschikkingen afgegeven. Dit is voor de volgende projecten: Herinrichting Tukseweg fase 1 en fase 2 Kruispunt Hooidijk/Melkweg Veilige schoolomgeving Gedragsbeïnvloeding Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Niet van toepassing. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De inkomsten van de Provincie voor de gedragsbeïnvloeding is reeds verwerkt in de begroting.
Ten aanzien van de overige projecten is er geen rekening gehouden met de bijdragen. De bijdragen worden verwerkt in de begroting en zorgen er mede voor dat de projecten kunnen worden gerealiseerd. Welke maatregelen stellen we voor? De inkomsten in de begroting te verwerken Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Niet van toepassing. Financiële mutatie nr. 5.5: Sanering terrein Kiekebelt Tukseweg Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Er moet nog een laatste termijn verplaatsingsbijdrage van € 34.150 betaald worden Wat zijn de oorzaken? Nu de vergunningverlening voor drie woningen op het perceel van de voormalige garage Kiekebelt definitief is, moet de laatste termijn van de toegezegde verplaatsingsbijdrage betaald worden. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De bijdrage heeft tot gevolg dat er een eenmalig budget van € 34.150 ten laste van het begrotingssaldo komt. Welke maatregelen stellen we voor? De begroting 2019 bijstellen met € 34.150 Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? n.v.t. Financiële mutatie nr. 5.6: Vervallen stelpost sportaccommodaties Wat is de aard en de omvang van de afwijking? € 5.781 in 2019 en € 6.039 vanaf 2020 structureel.
Wat zijn de oorzaken? Voor de aanpassingen van sportaccommodaties was geld gereserveerd op een stelpost. De afgesproken sportaccommodaties zijn inmiddels aangepast. Er resteert nog een gering bedrag van circa € 6.000 structureel. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? N.v.t. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Binnen de begroting resteert nog een bedrag van circa € 6.000 structureel. Welke maatregelen stellen we voor? De stelpost te laten vervallen en de begroting hierop aan te passen. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Bij de behandeling bij de PPN komen een aantal claims die voortvloeien uit het nog vast te stellen sportbeleid. 54 Financiële mutatie nr. 5.7: Subsidie sportevenementen Wat is de aard en de omvang van de afwijking? € 15.000 Wat zijn de oorzaken? We zien een stijging in het aantal aanvra gen voor subsidiëring van sportevenementen in de afgelopen jaren. Sportevenementen dragen bij aan het sportstimuleringsbeleid en ook aan de promotie van de gemeente.
De rol van evenementen om meer mensen aan het bewegen te krijgen of te houden neemt ook steeds verder toe Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Om de sportevenementen in dit kader nog meer te kunnen benutten bij het realiseren van onze doelstellingen van het sport- en beweegbeleid dienen we deze claim in. De claim komt voort uit de financiële vertaling van het concept sport- en beweegbeleid. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De maatregel kan volledig worden bekostigd door een verlaging van het subsidieplafond voor subsidiëring sportverenigingen met € 15.000 naar een bedrag van € 70.000. De afgelopen jaren is het totaalbedrag dat is verstrekt aan subsidie niet boven het bedrag van € 70.000 gekomen. De verwachting is dat deze verlaging van het subsidieplafond geen effect heeft. Welke maatregelen stellen we voor? Nog meer benutten van sportevenementen dan nu al het geval is. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? n.v.t. Financiële mutatie nr. 5.8: Herinrichting Indisch monument Wat is de aard en de omvang van de afwijking? € 19.450 Wat zijn de oorzaken? Met de stichting Herinnering Augustus 1945 is een inrichtingsplan ontwikkeld voor herinrichting van het Indisch Monument in het slingerbos te Steenwijk.
Na jaren van discussie en overleg ligt er nu een uitvoerbaar plan waaraan alle belanghebbenden zich committeren. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? N.v.t. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er zijn geen middelen beschikbaar in de begroting voor realisatie, er is een tekort van € 19.450. Welke maatregelen stellen we voor? Uitvoeren van het inrichtingsplan voor herinrichting van het Indisch Monument en het beschikbaar stellen van een eenmalig budget van € 19.450. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? geen Financiële mutatie nr. 5.9: Pilot langjarig beheer Willemsoord Wat is de aard en de omvang van de afwijking? € 50.005 Wat zijn de oorzaken? Voor de inzet van een extern adviseur die het proces begeleidt om te komen tot een bidbook voor het pilotproject langjarig beheer Willemsoord is een subsidiebeschikking ontvangen van de provincie. Dit geld wordt hiervoor ingezet. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? N.v.t. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De ontvangen inkomsten worden ingezet voor de uitvoering van het project. Welke maatregelen stellen we voor? De inkomsten en uitgaven voor een bedrag van € 50.005 te verwerken in de begroting.
Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen 55 Financiële mutatie nr. 5.10: Vervanging en onderhoud ANWB bewegwijzering Wat is de aard en de omvang van de afwijking? € 11.500 in 2020; € 14.225 in 2021; € 14.038 in 2021; € 13.850 in 2022. Daarnaast eenmalig voor groot onderhoud € 100.000 in 2020 en € 25.000 in 2021. Wat zijn de oorzaken? Onze gemeentelijke hoofdwegen zijn opgenomen in het landelijke systeem van verwijzingen. De bebording die hiervoor staat is uniform en herkenbaar. Het systeem van verwijzingen wordt beheerd door het Rijk, via de N ationale Bewegwijzeringsdienst (NB d). Het eigendom en het onderhoud is aan de verschillende wegbeheerders. De kwalite it van de verwijzingen is op veel locaties onvoldoende. Op sommige plekken vallen letters van bebording, verkleuren de verwijspijlen of bladert de verf van de palen. Hiervoor is een vervangingsplan opgesteld. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? N.v.t. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Voor het vervangen en actualiseren van de bebording zitten de middelen niet in de exploitatie. Op het onderhoudsdeel hoeft niet te worden afgeschreven. De nu noodzakelijke vervangingen zijn verdeeld over twee jaar. De ontvangen inkomsten worden ingezet voor de uitvoering van het project.
Welke maatregelen stellen we voor? De inkomsten en uitgaven van de genoemde bedragen te verwerken in de begroting. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen Financiën en overhead Financiële mutatie nr. 6.1: Algemene uitkering septembercirculaire 2018 Wat is de aard en de omvang van de afwijking? In de septembercirculaire worden de ontwikkelingen van de Algemene uitkering (AU) weergegeven. Financiële effecten van verschillende onderdelen zijn verwerkt: Accresontwikkeling 2018-2023, plafond BTW compensatiefonds, uitkeringsbasis. Wat zijn de oorzaken? In de septembercirculaire 2018 is de raming van de accressen bijgesteld op basis van de Miljoenennota 2018. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? 2019 nadeel € 157.000 2020 nadeel € 97.000 2021 nadeel € 212.000 2022-2023 nadeel € 112.000 Welke maatregelen stellen we voor? De begroting overeenkomstig aan te passen. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Onderuitputting 2018; in 2018 is hoogstwaarschijnlijk minder door de rijksoverheid uitgegeven dan geraamd. Heroverweging financiële verhoudingen en evaluatie verdeelmodellen sociaal domein. Financiële mutatie nr.
6.2: Accountantskosten Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De Europese aanbesteding van accountantsdiensten voor de periode 2019 -2022 is in januari afgerond. De lasten die hieruit voortvloeien zijn voor 2019 € 17.278 en vanaf 2020 € 26.278 hoger dan begroot. Wat zijn de oorzaken? De raad heeft op 12 februari 2019 besloten BDO aan te wijzen als accountant van de gemeente Steenwijkerland voor de periode van 2019 -2022. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De lasten voor de controle van de gemeentelijke jaarstukken vertonen een stijging van € 17.278 in 2019 en vanaf 2020 € 26.278. 56 Welke maatregelen stellen we voor? Het nadelige financiële effect ten laste brengen van het begrotingssaldo van de meerjarenbegroting 2019-2022. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? In de Europese aanbesteding is de optie opgenomen om na afloop- van 4 jaren, de overeenkomst met maximaal 4 jaar te verlengen. Financiële mutatie nr. 6.3: Rentelasten > 1 jaar (afgesloten langlopende lening) Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De rente van de aangetrokken langlopende geldlening valt € 22.200 lager uit dan opgenomen in de begroting 2019 -2022.
Wat zijn de oorzaken? In de begroting is in de liquiditeitsplanning rekening gehouden met een rentepercentage van 1,75%. In september 2018 is door de gemeente Steenwijkerland een langlopende geldlening van € 6.000.000 tegen een rentepercentage van 1,38% met een looptijd van 25 jaar, zonder tussentijdse renteaanpassing. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De rentelasten vallen structureel € 22.200 mee. Welke maatregelen stellen we voor? Het structurele voordeel van € 22.200 toevoegen aan het saldo van de meerjarenbegroting 2019 -2022. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? De rente is op dit moment historisch laag. De ontwikkelingen voor de korte en middellange termijn zijn moeilijk in te schatten. Financiële mutatie nr. 6.4: Rentelasten < > 1 jaar (kortlopende en langlopende leningen) Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De rente van langlopende geldleningen zal voor 2019 lager uitvallen dan opgenomen in de begroting 2019 -2022. Wat zijn de oorzaken? In de begroting 2019 – 2020 is in de liquiditeitsplanning rekening gehouden met een rentepercentage van 1,75%. Deze marktrente kan op basis van de renteontwikkelingen bijgesteld worden naar 1,5%.
Met name over 2019 vallen de lasten mee, omdat per januari 2019 nog voor een bedrag van € 16,8 miljoen aan kredieten openstaat en de investeringen in de programmabegroting nog niet zijn besteed. De liquiditeitspositie van de gemeente is in 2018 sterk beïnvloed door de aantrekkende verkopen binnen de grondexploitatie. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? Geen Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? De rentelasten vallen structureel mee: 2019: € 200.000 2020: € 45.000 2021: € 70.000 2022: € 80.000 2023: € 80.000 Welke maatregelen stellen we voor? Het structurele financiële voordeel toevoegen aan het saldo van de meerjarenbegroting 2019 -2022. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? De rente is op dit moment historisch laag. Als de rente gaat stijgen zal dit direct tot financiële nadelige effecten leiden voor de begroting van de gemeente Steenwijkerland en ook voor de tarieven van de heffingen afval en rioolrechten. Financiële mutatie nr. 6.5: Hogere dividenduitkering Vitens N.V. Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Een hogere dividenduitkering van Vitens N.V. voor de komende jaren n.a.v. prognose van de aandeelhoudersvergadering van 28 november 2018. Wat zijn de oorzaken? Een hogere gerealiseerde nettowinst bij Vitens N.V..
Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van de (sub)doelstellingen? Geen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat een structureel voordeel van: 2019 € 37.138 2020 € 2.808 2021 € 134.104 2022 € 167.831 57 Welke maatregelen stellen we voor? De bedragen van de hogere dividenduitkering mee te nemen in de betreffende jaarschijven van de programmabegroting. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Vaststelling van de vermogenskostenvoet door de Autoriteit Consument en Markt (WACC). Financiële mutatie nr. 6.6: Hogere dividenduitkering Enexis Holding N.V. Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Een hogere dividenduitkering van Enexis over 2018. De dividenduitkering bedraagt € 0,82 per aandeel, hetgeen neerkomt op een totale dividenduitkering van € 249.200. In de programmabegroting wordt rekening gehouden met een dividenduitkering van € 210.213. Wat zijn de oorzaken? Een hogere gerealiseerde nettowinst bij Enexis. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van de (sub)doelstellingen? Geen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat een eenmalig voordeel van € 38.987. Welke maatregelen stellen we voor? Het bedrag van de hogere dividenduitkering meenemen voor 2019.
Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Vaststelling van de vermogenskostenvoet door de Autoriteit Consument en Markt (WACC) en gevolgen van de energietransitie, etc.. Financiële mutatie nr. 6.7: Hogere dividenduitkering BNG Bank Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Een hogere dividenduitkering van BNG Bank. De dividenduitkering bedraagt € 2,85 per aandeel. (2017: € 2,53). Daarnaast wordt het uitkeringspercentage verhoogd naar 50% (was: 37,5%). Wat zijn de oorzaken? Verhoging van het uitkeringspercentage van 37,5% naar 50%. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van de (sub)doelstellingen? Geen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat een structureel voordeel van € 41.496. Welke maatregelen stellen we voor? De bedragen van de hogere dividenduitkering structureel mee te nemen bij de programmabegroting. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Toenemende investeringen door woningcorporaties in nieuwe woningen en een toename van duurzaamheidsinvesteringen, zoals die in hernieuwbare energie. Financiële mutatie nr. 6.8: Vervroegde aflossing verstrekte lening Woonconcept Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Eenmalig nadeel van € 19.584 in 2019 in verband met vervroegde aflossing van de verstrekte lening door Woonconcept.
Wat zijn de oorzaken? Woonconcept heeft de verstrekte lening 1 jaar eerder afgelost. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van de (sub)doelstellingen? Geen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat een eenmalig nadeel van 2019 € 19.584 Welke maatregelen stellen we voor? Het bedrag eenmalig meenemen in de programmabegroting. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. Financiële mutatie nr. 6.9: Startersleningen Wat is de aard en de omvang van de afwijking? De renteopbrengsten en kosten van startersleningen kunnen door het besluit van de raad structureel in de begroting opgenomen worden. De kosten bedragen gemiddeld € 11.000 en de rentebijschrijving € 41.000. Wat zijn de oorzaken? De raad heeft op 19 december 2017 besloten door te gaan met het verstrekken van startersleningen. 58 Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van de (sub)doelstellingen? Geen extra effect, de raad heeft door te besluiten door te gaan met de startersleningen beoogd om meer inwoners de kans te bieden om een woningen aan te kopen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er ontstaat een structureel voordeel van € 30.000. Welke maatregelen stellen we voor? De bedragen van de rentebijschrijving en kosten van per saldo € 30.000 structureel toe te voegen aan het saldo van de begroting.
Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Op de korte termijn niet te verwachten. Bij een toekomstig besluit om het instrument van starterleningen stop te zetten ontstaat een nadelig financieel effect van € 30.000. Financiële mutatie nr. 6.10: Vervangingsinvesteringen Tractie 2019 Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Binnen het vervangingsinvesteringsbudget van grootboeknummer 79900551 (Ford Transit 2018) blijft € 60.000,- over als gevolg van efficiëntere bedrijfsvoering qua aanschaf van bedrijfsvoertuigen. De stoommachine voor het verwijderen van onkruid (grootboeknummer 79900553) op de begraafplaatsen wordt niet aangeschaft. € 30.000,- blijft dus over. De Ducker Klepelmaaier 2019 (grootboeknummer 79900572) hoeft nog niet vervangen te worden. Er blijft € 10.000,- over. Wat zijn de oorzaken? Er wordt een voertuig minder aangeschaft dan eerder begroot. Over het onkruid verwijderen op de begraafplaatsen zijn hernieuwde afspraken met de Noordwestgroep gemaakt. De Ducker Klepelmaaier is technisch nog niet afgeschreven. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van de (sub)doelstellingen? Geen. Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Er blijft € 100.000,- over op de vervangingsinvesteringen. Dit leidt tot lagere structurele kapitaallasten van € 13.671 in 2019 aflopend tot € 12.931 in 2023.
De incidenteel lagere kosten in 2019 bedragen € 10.000. Voorgesteld wordt een deel van de vrijvallende gelden voor € 80.000 in te zetten. Dit leidt tot hogere kapitaallasten van € 9.764 in 2019 aflopend tot € 9.240 in 2023. De incidenteel hogere kosten in 2019 bedragen € 20.000. Het verschil van structureel lagere lasten van € 3.907 vanaf 2019 en incidenteel hogere lasten in 2019 van € 10.000 worden verrekend met de vrijvallende kapitaallasten voor de vervangingsinvesteringen binnen de bedrijfsvoering. Welke maatregelen stellen we voor? De vrijvallende gelden willen we anders inzetten. De volgende wijzigingen worden voorgesteld: 1.Het verduurzamen van de Ford Transit Bus van de monteurs (09-VVH-2). Op dit grootboeknummer staat € 40.000,- begroot. In kader van het verduurzamen van het wagenpark bij de buitendienst wordt er geen diesel gedreven bus meer aangeschaft maar een elektrisch aangedreven bus. Daarvoor is het huidige budget niet toereikend en dient verhoogd te worden met € 30.000,- 2. Voor het verbeteren van de werkomstandigheden van de straters van de buitendienst willen we een minishovel aanschaffen. De straters werken met zware materialen. Met het ouder worden wordt het werk fysiek steeds zwaarder met meer kans op uitval en ziekteverzuim.
Daarom willen we in het kader van duurzaam personeelsbeleid hun ontlasten door een minishovel aan te schaffen voor de zwaardere werkzaamheden. Kosten bedragen ongeveer € 30.000. Deze minishovel wordt daarnaast integraal gebruikt zijn voor alle teams van de buitendienst. 3. De ruwterreinmaaier (Sherpa) aangeschaft in 2012 en economisch in 2020 afgeschreven is dit jaar technisch aan vervanging toe. Het apparaat wordt veel gebruikt en heeft veel te lijden. Kosten zijn € 20.000,- 59 Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Verduurzamen van wagenpark van de buitendienst.