CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2020-2023.pdf

Raadsvergadering 9 juli 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Hoofdlijnenrapportage 2019 en Perspectiefnota 202025.952 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit leidt tot meer kostenbewustzijn; 2 Duurzaam I/S Investering 2019 2020 2021 2022 2023 2.1 Routekaart EnergieNeutraal Maatschappelijk Vastgoed 2050 (post in huidig bestedingsplan): Niet gasloos voor bestaande gebouwen S -383.706 -9.912 -19.697 -29.354 -28.970 2.2 Herstructureren Beheer en Onderhoud Maatschappelijk Vastgoed S -160.000 -175.000 -190.000 -195.000 2.3 Duurzame Maatschappelijk Vastgoed Portefeuille I -125.000 -125.000 -125.000 -125.000 2.4 Stelpost: Afval evenementen S -17.000 -27.000 -37.000 -37.000 Totaal herprioritering 'Duurzaam' -383.706 - -311.912 -346.697 -381.354 -385.970 Waarvan structureel S - -186.912 -221.697 -256.354 -260.970 Waarvan incidenteel I - -125.000 -125.000 -125.000 -125.000 25 - Wensen rondom verbouwingen/verbeteringen van de huisvesting van het ambtelijk apparaat niet meer vanuit budget beheer en onderhoud beta len, maar onderdeel te maken van integrale afweging; - Actief privatiseren van accommodaties, welke geen primair onderdeel voor de bedrijfsvoering en/of een wettelijke taak zijn. Desgewenst kan dit worden vastgelegd in een nog te formuleren accommodatiebeleid. Ad 2.3: Duurzame Maatschappelijk Vastgoed Portefeuille Een duurzame vastgoedportefeuille staat voor een goede ‘bezetting’ van het vastgoed, met een kostendekkende exploitatie.

Onderdeel daarvan is het privatiseren of zelfs afstoten van een deel van het maatschappelijk vastgoed. We stellen voor accommodatiebeleid op te stellen met daarin opgenomen een prioritering voor de komende jaren , u itgaande van een jaarlijkse her - prioriteringsopgave van € 125.000 tot en met 2023. De ervaring leert dat privatiseren (en soms afstoten) een betere bezetting, exploitatie en betrokkenheid bewerkstelligt. Indien dit besluit wordt genomen, wordt uw raad nader geïnformeerd met behulp van een actuele lijst van objecten waarop staat vermeld welk maatschappelijk vastgoed kan worden afgestoten. Ad 2.4: Stelpost: Afval evenementen Op dit moment wordt het afval dat vrijkomt na evenementen, ongeachte de hoeveelheid, door ons kosteloos afgevoerd. We zien de kosten voor het afvoeren van dit afval de laatste jaren explosief toenemen. Ons voorstel is, om in overleg met de evenementenorganisatoren, ervoor te zorgen dat er minder restafval vrijkomt. Ook stellen we voor een vergoeding per evenement (zonder winstoogmerk) beschikbaar te stellen waardoor de evenementenorganisatoren worden u itgedaagd op een ander manier met hun afval om te gaan. Deze vergoeding bouwen we af. Het oorspronkelijk doel was: kosten laag houden voor organisatoren van evenementen.

Omdat wij de kosten voor de afvoer van het evenementenafval betalen, is er geen prikk el voor de organisatoren om minder restafval te generen. Dit botst met de ambitie: minder restafval. Ook bij commerciële evenementen die ‘winst maken’ wordt momenteel kosteloos het afval afgevoerd. De grootste kosten zijn gemoeid met de grote evenementen (corso’s en gondelvaarten). Tabel 12: Bestuurlijke herprioritering, Programma ‘Werk aan de Winkel’ Ad 3.1: Aanleg breedband buitengebied Het project aanleg breedband in het buitengebied is in uitvoering. Het is nu aan andere partijen om daar verder uitvoering aan te geven. 3 Werk aan de winkel I/S Investering 2019 2020 2021 2022 2023 3.1 Aanleg breedband buitengebied I -66.095 3.2 Regio Zwolle (basisbijdrage)/Ontwikkelfonds S -30.100 -27.950 -25.800 -23.650 3.3 Vrijval budget TRAP S -35.595 -35.595 -35.595 -35.595 Totaal herprioritering 'Werk aan de winkel' 0 - -131.790 -63.545 -61.395 -59.245 Waarvan structureel S - -65.695 -63.545 -61.395 -59.245 Waarvan incidenteel I - -66.095 - - - 26 Ad 3.2: Regio Zwolle (basisbijdrage)/Ontwikkelfonds Structureel is 1 euro per inwoner in de begroting opgenomen voor de Regio Zwolle. In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met een toename van de basisbijdrage aan de Regio Zwolle (van 1 naar 2 euro, en van 2 naar 3 euro).

Er is bewust een marge aangehouden, aangezien bij het opstellen van de begroting de exacte verhoging nog niet bekend was. Inmiddels is dit bedrag bekend. Vanaf 2020 wordt het bedrag € 2,75 per inwoner, ofwel een verhoging van € 1,75. Uitgaande van (afgerond 44.000) inwoners betekent dit een toename van € 77.000. Begroot is € 86.000. Dit leidt tot een besparing van € 9.000. Binnen de regio Zwolle hebben we een aantal prioriteiten benoemd. Het gaat om profilering (zie eerder genoemde koppositie) de human capital agenda (In Steenwijkerland hernoemd tot actieplan Werk) en kennis & expertise rondom de slimme maakindustrie. Voor de human capital (en de regio deal) zijn middelen gereserveerd in de begroting. Aangezien we de slimme maa kindustrie kunnen integreren in ons excellent vestigingsklimaat en acquisitie, kunnen we het ontwikkelfonds voor de regio Zwolle (dat m.n. was bedoeld om nieuwe kansrijke initiatieven te ontplooien) verkleinen tot € 20.000 per jaar. Dat levert een besparing op van € 18.000. Ad 3.3: Vrijval budget TRAP In het kader van Toeristisch Recreatief Actie Plan (TRAP) is in 2007 structureel budget ter beschikking gesteld. In 2009 is er een Visie Toerisme & Recreatie vastgesteld. Er is daaropvolgend een Stuurgroep To eristische Ontwikkeling Steenwijkerland (STOS) gekomen (een voorganger van de Stichting Weerribben-Wieden).

De raad heeft toen het betreffende budget gemandateerd aan het college die daarover mocht besluiten onder de voorwaarde dat dit was afgestemd binnen de STOS. Bij de komst van de Stichting is de STOS verdwenen/geïntegreerd in de Stichting. De bedoeling is altijd geweest dit gemeentelijk budget niet over te hevelen aan de Stichting, maar te gebruiken voor mogelijke extra cofinanciering. Wanneer dit budget komt te vervallen betekent dit dat er geen extra gemeentelijk budget voor cofinanciering van projecten meer aanwezig is. Minder uitgaven aan initiatieven voor Toerisme & Recreatie heeft geen direct aanwijsbare impact op de samenleving , zeker nu met and ere middelen de komende jaren fors wordt geïnvesteerd (bijvoorbeeld via het Bidbook).

Tabel 13: Bestuurlijke herprioritering, Programma ‘Samenredzaam’ 4 Samenredzaam I/S Investering 2019 2020 2021 2022 2023 4.1 Kortdurende peuteropvang S -210.000 -210.000 -210.000 -210.000 4.2 IGSD - beperken externe inhuur S -200.000 -200.000 -200.000 -200.000 4.3 Apparaatskosten RSJ S -50.000 -50.000 -50.000 -50.000 4.4 Dyslexiezorg overhevelen naar het onderwijs S -50.000 -50.000 -50.000 -50.000 4.5 MindFit S -23.869 -23.869 -23.869 -23.869 4.6 Zorgintensieve gezinnen S -225.000 -225.000 -225.000 -225.000 4.7 Integrale begeleidingstrajecten S -25.000 -25.000 -25.000 -25.000 4.8 WMO woningaanpassingen S -50.000 -50.000 -50.000 -50.000 4.9 Mantelzorgcompliment S -50.000 -50.000 -50.000 -50.000 4.10 Verwijsindex Risicojongeren (VIR) S -15.000 -15.000 -15.000 -15.000 4.11 Onderwijsbegeleiding S -79.502 -79.502 -79.502 -79.502 Totaal herprioritering 'Samenredzaam' 0 - -978.371 -978.371 -978.371 -978.371 Waarvan structureel S - -978.371 -978.371 -978.371 -978.371 Waarvan incidenteel I - - - - - 27 Ad 4.1: Kortdurende peuteropvang Vanaf 2018 is een nieuw stelsel in werking getreden voor kindero pvang en peuterspeelzalen. Een wijziging is dat het R ijk een deel van de kosten voor kortdurende peuteropvang (voorheen peuterspeelzaalwerk) op zich heeft genomen.

De gemeente hoeft nu alleen nog de kortdurende peuteropvang te betalen van ouders die geen r echt hebben op kinderopvangtoeslag. Omdat Steenwijkerland structureel een fors bedrag voor de kortdurende peuteropvang in de begroting heeft opgenomen, houden we vanaf 2019 structureel een bedrag over op het gemeentelijke budget voor de kortdurende peuteropvang. Voorstel is om het budget hiervoor aan te passen. Risico’s: 1. Als de economie slechter draait, zijn er meer kinderen die geen recht op kinderopvangtoeslag hebben. De groep kinderen waarvoor wij financieel verantwoordelijk zijn, stijgt dan en op dat moment hebben we minder middelen om die stijging te betalen; 2. we hebben geen geld meer voor maatregelen om eventuele ‘witte vlekken’ te voorkomen, terwijl het voorkomen van witte vlekken wel onderdeel uitmaakt van het door de raad vastgestelde beleid. Er zij n nu signalen dat in sommige gebieden de peuteropvang niet rendabel is. Als we het volledige bedrag voor de herprioritering inzetten, dan hebben we geen budget meer voor het voorkomen van witte vlekken. Ad 4.2: IGSD - beperken externe inhuur Bij de realisatie van de integrale toegang sociaal domein per 1 januari 2020 worden de kosten van de relatief dure externe inhuur van de IGSD tot een minimum beperkt.

Door personeel in vaste dienst te nemen verwachten we een besparing op personeelslasten van de IGSD te kunnen bewerkstelligen. Ad 4.3: Apparaatskosten RSJ Doordat de facturatie van de jeugdhulp bij het Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (RSJ) is gedecentraliseerd aan de 11 deelnemende gemeenten, zijn de apparaatskosten van het RSJ aanzienlijk gedaald van € 2,4 miljoen in 2019 naar € 1,8 miljoen in 2020. Steenwijkerland betaalt 8,11% van de apparaatskosten van het RSJ. Hierdoor wordt de structurele bijdrage van de gemeente Steenwijkerland op jaarbasis met € 50.000 verlaagd. Ad 4.4: Dyslexiezorg overhevelen naar het onderwijs Met dit voorstel willen we het onderwijs verantwoordelijk maken voor de gehele dyslexiezorg. Op dit moment bestaat er nog een knip tussen de EED (ernstige enkelvoudige dyslexie) en andere vormen van dyslexie. EED wordt behandeld doo r de gespecialiseerde dyslexiezorg (GGZ - aanbieder). EED is op grond van de Jeugdwet de verantwoordelijkheid van de gemeente en wordt betaald uit het budget individuele voorzieningen natura Jeugd. Dyslexie heeft een nauwe verbinding met het leesonderwijs en wordt meestal in groep 4 gesignaleerd. Door het onderwijs verantwoordelijk te maken voor de gehele dyslexiezorg kunnen er schaalvoordelen worden behaald (behandeling op school, inhoudelijke samenhang behandeling/onderwijs, eerdere signalering).

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat circa 4% van de leerlingen EED heeft. In de praktijk blijken veel meer kinderen hiervoor behandeld te worden, terwijl er geen aanleiding is voor lokale of regionale verschillen. We brengen het budget naar het onderwijs en gaan hierbij uit van landelijke percentages. Cijfermatige onderbouwing Uit onderzoek blijkt dat 3,5 tot 4 procent van de leerlingen EED heeft. Omdat er niet altijd duidelijk is of er sprake is van EED vindt er altijd eerst diagnostiek plaats. Dit is te rechtvaardigen voor 28 ongeveer 7 procent van de leerlingen. Onderzoek en een behandeltraject wordt in principe een keer in de schoolcarrière van de leerling aangeboden. Het vermoeden van EED ontstaat meestal in groep 4 (na drie vereiste meetmomenten). Er zijn in ons inkoopmodel op dit moment 2 arrangementen voor dyslexie (met gemiddelde trajectbedragen): 1. Diagnostiek á € 1350,- 2. Behandeling á € 5000,- Er zijn geen redenen voor regionale of lokale verschillen, waardoor dyslexiezorg op basis van eerdergenoemde percentages reëel wordt geacht. In groep 4 zijn er in Steenwijkerland op dit moment ongeveer 360 leerlingen (peildatum 1 oktober 2018).

Als dit financieel wordt door vertaald komen we tot het volgende: Diagnostiek 7% van 360 x € 1350 = € 34.020,- Behandeling 4% van 360 x € 5000 = € 72.000,- Totale dyslexiebudget per jaar € 106.020 Als we kijken naar de declaraties in het jaar 2018 zien we het volgende: Diagnostiek 27 leerlingen x € 1350 = € 36.450,- Behandeling 35 leerlingen x € 5000 = € 175.000,- Totale dyslexiebudget in 2018 € 211.450,- We willen een deel van het voordeel inboeken. De dyslexiezorg wordt dichter bij leerlingen gebracht en geeft de onderwijssector de verantwoordelijkheid en het budget om het leesonderwijs in verbinding te bren gen met de dyslexiezorg (zowel fysiek als inhoudelijk). We zijn hierbij wel afhankelijk van de bereidheid van het onderwijs om deze vorm van zorg ‘over te nemen’. Ad 4.5: MindFit MindFit is een programma voor preventieve GGZ voor volwassenen. De subsidie is reeds per 1 januari 2020 opgezegd, omdat het programma niet het gewenste resultaat opleverde. Dit onderdeel zit ook in de agenda publieke gezondheid 2019 t/m 2023 van de GGD. Het thema nemen we ook mee in de gehele transformatieopgave binnen het sociaal domein. De cursussen MindFit worden niet meer aangeboden. De vraag naar deze cursussen was zeer beperkt. De verwachting is dat de maatschappelijke impact nihil is.

Ad 4.6: Zorgintensieve gezinnen Binnen het sociaal domein zijn er gezinnen die een beroep doen op verschillende voorzieningen uit de participatiewet, wet maatschappelijke ondersteuning en de jeugdwet. In 2018 waren er alleen al 12 jongeren die per persoon een zorgvraag hadden die meer dan een ton (€ 100.000) besloeg. In totaal hadden deze jongeren in 2018 een financieel beslag van € 1,5 miljoen op alleen het jeugdhulpbudget. Op een deel van deze zorg hebben wij geen invloed omdat deze bepaald wordt door een gecertificeerde instelling (gedwongen kader). Door slimmer te organiseren, de zorg binnen een gezin of rond een jongere beter af te stemmen en zware zorg af te schalen naar andere vormen denken we te kunnen besparen. Er zijn hierbij allerlei concrete interventies mogelijk, zoals maximale behandelduur, stevige procesregie binnen de drie domein en, inzet van gezinscoaches, maximumbudget per gezin/jongere, afschalen van instellingszorg etc. Op dit moment doen we 29 onderzoek naar welke inzet voor Steenwijkerland een meerwaarde kan hebben. Dit voorstel is ook onderdeel van de transforma tieopgave in he t sociaal domein en er is een verbinding met het plan van aanpak Jeugd. De besparing wordt op het macrobudget Jeugd geboekt, maar manifesteert zich ook in de budgetten van WMO en Participatie.

We verwachten meer passende en beter afgestemde zorg in een ge zin te kunnen organiseren. Er is een risico dat het gewenste herprioriteringbedrag niet direct in het eerste jaar volledig zijn beslag krijgt. Bovendien zijn we afhankelijk van de medewerking van de gecertificeerde instellingen die ook hulp binnen het jeug ddomein beschikken. Het voorstel vraagt ook een andere manier van werken voor de uitvoerende medewerkers in het sociaal domein. We verwachten dat het tijd kost om deze omslag van werken te borgen. Ad 4.7: Integrale begeleidingstrajecten Binnen de jeugdhul p, WMO en Participatiewet worden verschillende vormen van begeleiding gehanteerd (individuele begeleiding, begeleiding groep, begeleid op het werk, gezinsbegeleiding, etc.). Er zijn personen en gezinnen die verschillende vormen van begeleiding afnemen. Een voorbeeld is: een werknemer van de NWG die begeleiding op het werk krijgt, schuldhulpverlening afneemt en ook begeleiding thuiskrijgt. We willen de begeleidingsvragen op elkaar afstemmen en beter regisseren. Naar verwachting kunnen dergelijke integrale begeleidingstrajecten een besparing realiseren. De precieze opbrengst is onzeker en moet nog verder onderzocht worden. De besparing zal zich met name manifesteren in de budgetten WMO en Participatie.

We verwachten dat de inwoner met een begeleidingsvraag e ffectievere en doelmatiger wordt geholpen bij een begeleidingsvraag. Omdat we de financiële effecten niet direct goed kunnen inschatten verwachten we in het eerste jaar een besparing te kunnen realiseren van € 25.000. In de jaren erna loopt dit mogelijk op. Een doorrekening hiervan moet nog gemaakt worden. Ad 4.8: WMO woningaanpassingen Woningaanpassingen binnen de WMO komen niet regelmatig voor, maar kunnen wel een grote impact hebben. Door niet meer standaard aanbouwen van steen te vergoeden, maar te wer ken met mobile units is er een besparing van gemiddeld € 10.000 per aanpassing mogelijk. Andere gemeenten hebben hier al positieve ervaringen mee. In Steenwijkerland komt een dergelijke aanpassing 5 à 10 keer per jaar voor. Een dergelijke herprioritering v raagt ook bereidheid bij onze maatschappelijke partners (woningbouwcorporaties). Ad 4.9: Mantelzorgcompliment De gemeente is volgens de WMO verplicht om zorg te dragen voor een jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de gemee nte. Er wordt niet voorgeschreven hoe deze invulling eruit moet zien. In Steenwijkerland hebben we 1.200 mantelzorgers waarvan er 1.032 een mantelzorgcompliment hebben gekregen in 2019. Mantelzorgers krijgen jaarlijks een geldbedrag (€ 100) als blijk van waardering.

Er zijn mogelijkheden om aan deze plicht een andere invulling te geven door andere criteria op te stellen of op een ander wijze invulling te geven aan de waardering die het college heeft voor mantelzorgers. Ad 4.10: Verwijsindex Risicojongeren (VIR) De Verwijsindex Risicojongeren (VIR) is een landelijk hulpmiddel om onderlinge afstemming tussen professionals te versterken. De Verwijsindex is een systeem waarin hulpverleners en andere professionals de persoonsgegevens registreren van de jeugdigen en jongvolwassenen (tot 23 jaar) 30 waarover zij zich zorgen maken. Deze registratie bevat geen inhoudelijke informatie, maar het wordt duidelijk welke andere hulpverlener zich mogelijk ook actief met d e situatie van dit kind (jongere) bezighoudt. Het geeft hulpverleners binnen verschillende organisaties inzicht in elkaars betrokkenheid bij een individuele jongere. Het gebruik van de verwijsindex draagt bij aan effectiever samenwerken van hulpverleners en gemeenten. We zijn wettelijk verplicht om aangesloten te zijn bij de VIR. In Steenwijkerland ervaren de hulpverleners geen meerwaarde van de VIR en het systeem wordt ook niet gebruikt. Wijziging van het systeem is nu onderdeel van de discussie binnen h et RSJ. De vernieuwde meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling ondervangt een deel van de gebruiksmogelijkheden van de VIR.

Het contract 2020 moet voor 1 oktober worden opgezegd. In regionaal verband (11 gemeenten) wordt op dit moment onderzocht of er andere mogelijkheden/scenario’s zijn om aan onze wettelijke plicht te voldoen met een systeem dat draagvlak heeft onder de professionals binnen de Jeugdhulp. De verwachting is dat hierover meer duidelijk is in september 2019. We lopen een bestuurlijk e n maatschappelijk risico wanneer er zich een ernstig incident met een jeugdige voordoet en hulpverleners langs elkaar heen hebben gewerkt. Theoretisch zijn we nu ‘beschermd’ met de aansluiting bij de VIR, ook al wordt deze niet gebruikt. Door de vernieuwde meldcode wordt de kans op incidenten wel beperkt, maar niet uitgesloten. Bovendien is het een wettelijke verplichting en voldoen we bij opzegging van het contract niet meer aan deze verplichting. Ad 4.11: Onderwijsbegeleiding Jaarlijks kunnen de schoolbe sturen in het primair onderwijs een subsidie aanvragen voor leerlingbegeleiding op basis van het leerlingenaantal. Dit betreft een langlopende subsidie, welke jaarlijks wordt aangevraagd en afgegeven. Er wordt vanuit de gemeente nog niet gestuurd op de opbrengsten en resultaten. Scholen gebruiken de (minimale) bedragen voor de begeleiding van leerlingen, voor de inzet van een orthopedagoog en/of taalcoach.

De gemeente heeft geen wettelijke taak (meer) op het gebied van het verzorgen van leerlingbegeleiding binnen het onderwijs. Tot op heden is de gemeente scholen hierin wel blijven ondersteunen waardoor scholen een hoger niveau begeleiding van kwetsbare kinderen kunnen realiseren. Daarnaast ondersteunt de gemeente scholen via het onderwijsachterstandenbeleid (het toekomstig lokaal educatie akkoord). Omdat deze subsidie geen wettelijke taak betreft, kan de subsidie worden beëindigd zonder consequenties voor de mate waarin de gemeente aan haar wettelijke opdracht voldoet. Omdat het een langlopende subsidie betreft moet rekening worden gehouden met een redelijke opzegtermijn. Als we voor de zomer 2019 de gesprekken hierover aangaan, kunnen scholen zich tijdig voorbereiden op het wegvallen van deze subsidie. Dit betekent dat de scholen voor het primair onderwijs vanaf 2020 dit bedrag niet meer kunnen aanvragen voor onderwijsbegeleiding van kwetsbare kinderen en dat gemeentelijke ondersteuning wordt beperkt tot de afspraken die in het kader van het nieuwe lokaal onderwijsachterstandenbeleid worden gemaakt. 31 Tabel 14: Bestuurlijke herprioritering, Programma ‘Mijn Steenwijkerland’ Wegen en Verkeer Ad 5.1: Onderhoudsbudget wegen verlagen (kwaliteitsniveau blijft ‘basis’) Verlagen van het onderhou dsbudget groot onderhoud wegen.

Deze besparing kan worden gerealiseerd door het groot onderhoud slimmer te organiseren: integraal, werk met werk maken en scherp aanbesteden. Het onderhoud wordt nog steeds uitgevoerd op kwaliteitsniveau ‘basis’. Ad 5.2: Wegen: Verhogen inkomsten leges kabels en leidingen en degenerat ievergoedingen Verhogen inkomsten leges kabels en leidingen en degeneratieve rgoedingen budget wegen. Zodra de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (A VOI) van toepassing is, wordt er meer bijgedragen door netbeheerders aan herstel van schades. Ad 5.3: Fasering versterken bermen Een deel van de geplande investeringen in te versterken bermen word t uitgesteld. Hierdoor wordt een verlaging van de kapitaallasten gerealiseerd. Er worden minder bermen versterkt waardoor de bermen gevoeliger zijn voor uitwijkend verkeer. Hierdoor is meer onderhoud nodig n.a.v. klachten. Ad 5.4: Fasering levensduurverlengende maatregelen De geplande investeringen in 2020, 2021 en 202 2 worden een jaar uitgesteld. Hierdoor wordt een verlaging van de kapitaallasten gere aliseerd. Uitstel van werkzaamheden kan leiden tot kapitaalvernietiging waardoor meer klein onderhoud nodig is. Ad 5.5: Verlagen onderhoudsbudget openbare verlichting Er zijn minder storingen in de openbare verlichting geweest dan verwacht. Daarom is in de afgelopen drie jaar een deel van het beschikbare budget niet uitgegeven.

Verwacht wordt dat door 5 Mijn Steenwijkerland I/S Investering 2019 2020 2021 2022 2023 Wegen en Verkeer 5.1 Onderhoudsbudget wegen verlagen (kwaliteitsniveau blijft 'basis') S -25.000 -25.000 -25.000 -25.000 5.2 Wegen: Verhogen inkomsten leges kabels en leidingen en degeneratievergoedingen S -25.000 -25.000 -25.000 -25.000 5.3 Fasering versterken bermen S -264.000 - -6.600 -13.200 -13.200 5.4 Fasering levensduurverlengende maatregelen S -9.350 -7.100 -20.061 -20.061 5.5 Verlagen onderhoudsbudget openbare verlichting S -25.000 -25.000 -25.000 -25.000 5.6 Fasering investeringen in openbare verlichting (masten) S -19.425 -11.640 -13.050 -13.793 -13.793 Fasering investeringen in openbare verlichting (armaturen) S -4.996 -4.798 -4.098 -3.732 -3.732 5.7 Parkeergarage Gasthuispoort: Zelf uitvoeren onderdelen van het onderhoudscontract S -10.000 -10.000 -10.000 -10.000 5.8 Fasering investeringen, afschrijvingslasten S -350.000 -242.367 -143.733 -109.033 -13.233 -13.233 Fasering investeringen, rentelasten S -66.000 -42.000 -9.000 -11.000 -7.000 5.9 Energie openbare verlichting en overige gebouwen S -30.000 -30.000 -30.000 -30.000 Groen en Spelen 5.10 Speelvoorzieningen S -20.000 -20.000 -20.000 -20.000 Overig 5.11 Zwembad De Waterwyck S -40.000 -40.000 -40.000 -40.000 5.12 Toename inkomsten begraafrechten S -60.000 -60.000 -60.000 -60.000 5.13 Herprioritering overhead en taken Scala S

-100.000 -100.000 5.14 Herprioritering budget aankopen kunst S -30.000 -30.000 -30.000 -30.000 5.15 Verlagen exploitatiebudget Wijkvisie Steenwijk West S -20.000 -20.000 -20.000 -20.000 5.16 Schoonmaak budgetten gemeentelijke gebouwen S -20.000 -20.000 -20.000 -20.000 Totaal herprioritering 'Mijn Steenwijkerland' -614.000 -332.788 -516.521 -453.881 -480.019 -476.019 Waarvan structureel S -332.788 -516.521 -453.881 -480.019 -476.019 Waarvan incidenteel I - - - - - 32 de vervanging van verlichting door LED, de meevaller van de afgelopen jaren structureel is. LED verlichting geeft minder storingen. Ad 5.6: Fasering investeringen in openbare verlichting (masten en armaturen) De geplande investeringen worden met 1 jaar uitgesteld. Hierdoor wordt een verlaging van de kapitaallasten gerealiseerd. Gevolg is wel dat er vertraging ontstaat in het verminderen van het energieverbruik en er mogelijk meer klachten binnen komen als de investeringen worden uitgesteld. Ad 5.7: Parkeergarage Gasthuispoort: Zelf uitvoeren onderdelen van het onderhoudscontract Zelf uitvoeren van onderdelen van het onderhoudscontract Parkeergarage Gasthuisp oort in Steenwijk (belijning, groen, verlichting). Deze werkzaamheden zijn nu uitbesteed bij BFM Beheer BV.

Ad 5.8: Fasering investeringen, afschrijvingslasten en rentelasten In het kader van realistisch begroten is kritisch gekeken naar de planning van d e verschillende projecten. Dit betekent niet dat er de komende jaren geen kosten zullen worden gemaakt. Er wordt echter pas begonnen met afschrijven op het moment dat het project ook daadwerkelijk gerealiseerd is. Dit heeft er toe geleid dat de verwachting is dat de volgende projecten nog niet in 2019 zijn afgerond: - Poller markt in Steenwijk; - Aanleg en parkeerplaats in Blankenham; - Bereikbaarheid van der Gootplantsoen in Giethoorn; - Herinrichting Molenstraat in Sint Jansklooster. De volgende projecten worden ook nog niet in 2020 afgerond: - MFC Tuk gebouw en openbare ruimte; - Projectplan Canneveltstraat in Vollenhove. Het volgende project wordt ook nog niet in 2021 afgerond: - Realisatie Steenwijkerdiep in Steenwijk. Hierbij gaan we ervan uit dat de laatste afronding begin 2022 plaatsvindt en dat we met ingang van 2022 beginnen met afschrijven. Daarnaast is ook gekeken of er ook projecten zijn die worden afgesloten met een positief restant. De verwachting is dat er 2 projecten zijn waarvan we op dit moment weten dat ze worden afgesloten met een overschot, namelijk: - Herinrichting de wijk Torenlanden in Steenwijk; - Uitwateringssluis tussen Vollenhove en Blokzijl.

De fasering van de hierboven genoemde projecten leidt ook tot lagere rentelasten. Ad 5.9: Energie openbare verlichting en energie overige gebouwen De lampen in de openbare verlichting zijn vervangen door LED. Deze verlichting is energiezuinig en daardoor is een besparing mogelijk op het bestaand budget. Ook zien we dat de energiekosten bij de overige gebouwen lager uitvallen dan geraamd. 33 Groen en Spelen Ad 5.10: Speelvoorzieningen Niet vervangen van toestellen bij afschrijving van bestaande toestellen. Doordat een deel van de toestellen niet wordt vervangen, is er minder aanleiding voor kinderen om te spelen. Dit kan leiden tot minder beweging van kinderen. Uitgangspunt is dat alle aanwezige speeltoestellen veilig zijn. Een toestel dat niet meer aan de veiligheidseisen voldoet, wordt uiteraard verwijderd. Overig Ad 5.11: Zwembad De Waterwyck Van de sub sidie aan zwembad De Waterwyck wordt een bedrag van € 40.000 vooralsnog niet gebruikt. Dit bedrag kan meerjarig vrijvallen. Ad 5.12: Toename inkomsten begraafrechten De afgelopen jaren zien we aan de inkomstenkant een steeds grotere plus. Dat heeft te mak en met de verruimde grafrechtmogelijkheden sinds 2016 (de verschillende uitgifte - en verlengingstermijnen), maar ook met het aantal verlengingen dat plaatsvindt. Gezien de stop op onbepaalde tijd grafrechten (zgn.

eeuwigdurend) eind jaren ’70, komen nu ste eds meer graven in aanmerking voor al dan niet verlengen. Omdat eerder termijnen van 30 jaar werden aangehouden, maar na de herindeling voornamelijk voor 20 jaar, komen er nu en de komende jaren dus ook steeds meer verlengingsvragen bij. De verwachting is dan ook dat we de komende jaren structureel meer inkomsten hebben. Deze toenemende inkomsten boeken we in. Ad 5.13: Herprioritering overhead en taken Scala De overhead van Scala is ongeveer even groot als het budget voor de door haar uitgevoerde taken. Dat is veel. In overleg met de verenigingen voor wie deze taken worden uitgevoerd en in overleg met Scala wordt bekeken op welke wijze dit anders georganiseerd kan worden. Cultuureducatie en ondersteuning amateurkunst zijn voor ons van groot belang. Momente el wordt een groot deel van deze activiteiten uitgevoerd door Scala (Meppel). De uitvoering vindt plaats in De Meenthe (dependance van Scala) maar ook in scholen en in een enkel geval in dorpshuizen. Naast cultuureducatie en amateurkunst geeft Scala muziekonderwijs aan kinderen tot 18 jaar. Om deze besparing op het budget voor stimulering van een brede cultuurparticipatie te realiseren wordt de subsidierelatie met Scala worden afgebouwd. Om dit op een verantwoorde wijze te doen , en door realistischer te begroten, vindt de besparing met ingang van 2022 plaats.

Ad 5.14: Herprioritering budget aankopen kunst Het jaarlijkse budget voor aankopen van kunst is de afgelopen jaren niet volledig gebruikt en kan worden verlaagd. Er resteert nu nog een budget voor k unstaankopen voor bijdragen aan realisatie kunst in wijken en kernen en instandhouding collecties. Mocht een grotere investering gedaan worden in verband met het realiseren van nieuwe kunstwerken, dan vragen wij krediet aan bij uw raad. Ad 5.15: Verlagen exploitatiebudget Wijkvisie Steenwijk West Verlaging van het exploitatiebudget Wijkvisie Steenwijk West zonder dat het ten koste gaat van de uitvoering van de Wijkvisie. 34 Ad 5.16: Schoonmaak budgetten gemeentelijke gebouwen Over de volledige vastgoedport efeuille bestaat de mogelijkheid om op schoonmaak circa 10% op onkosten te besparen. Tabel 15: Bestuurlijke herprioritering, Programma ‘Financiën en overhead’ Ad 6.1: Inkomsten KCC ZWL Het KCC van Zwartewaterland is gehuisvest in het KCC van Steenwi jkerland. De gemeente Zwartewaterland betaalt hiervoor een vergoeding. Deze vergoeding is deels bestemd voor de werkplekken, inclusief applicaties en deels voor de aansturing die plaatsvindt vanuit het KCC Steenwijkerland. Deze inkomsten werden eerder niet begroot, maar zijn wel zichtbaar bij de jaarrekening.

Ad 6.2: ICT: wijziging antivirus software en onderhoud hardware Door wijziging van antivirus software kan € 12.500 per jaar worden bespaard. Voor onderhoud hardware voor opslag is door wijziging supportvoorwaarden een jaarlijkse besparing van € 17.000 mogelijk. Ad 6.3: ICT: verlagen vervangingsinvesteringen (kapitaallasten) Binnen de noo dzakelijke vervangingsinvesteringen voor ICT kunnen een aantal benodigde investeringen worden verlaagd. Ad 6.4: ICT: verlagen investering in E-HRM (kapitaallasten) Het benodigde krediet voor e-HRM is niet volledig benodigd. Een bedrag van € 25.000 kan wo rden afgeraamd en leidt tot lagere kapitaallasten. Ad 6.5: Kantoorbenodigdheden Door intern kritischer te zijn op het bestellen van kantoorartikelen kan een besparing worden gerealiseerd. Ad 6.6: Verlagen VVI kapitaallasten De benodigde v ervangingsinvesteringen (VVI) op het gebied van bedrijfsvoering zijn geïnventariseerd. Dit leidt ertoe dat een voordeel ontstaat ten opzichte van de beschikbare kapitaallasten voor de vervangingsinvesteringen. 6 Financiën en overhead I/S Investering 2019 2020 2021 2022 2023 6.1 Inkomsten KCC Zwartewaterland (werkplekken incl.

applicaties) S -33.914 -33.914 -33.914 -33.914 -33.914 Inkomsten KCC Zwartewaterland (dagelijkse aansturing en gesprekken) S -9.085 -9.085 -9.085 -9.085 -9.085 6.2 ICT: wijziging antivirus software en onderhoud hardware S -29.500 -29.500 -29.500 -29.500 -29.500 6.3 ICT: verlagen vervangingsvesteringen (kapitaallasten) S -2.000 -2.000 -15.000 -15.000 6.4 ICT: verlagen investering in E-HRM (kapitaallasten) S -6.000 -6.000 -6.000 6.5 Kantoorbenodigdheden S -7.500 -7.500 -7.500 -7.500 6.6 Verlagen VVI kapitaallasten S -12.001 -12.001 -12.001 -12.001 Totaal herprioritering 'Financiën en overhead' 0 -72.499 -100.000 -100.000 -113.000 -107.000 Waarvan structureel S -72.499 -100.000 -100.000 -113.000 -107.000 Waarvan incidenteel I - - - - - 35 Tabel 16: Bestuurlijke herprioritering, totalen In totaa l is vanaf 2020 met de bestuurlijke herprioritering een bedrag gemoeid ter grootte van ongeveer € 2 miljoen structureel om onze uitgaven naar beneden bij te stellen. Algeheel totaal herprioritering I/S Investering 2019 2020 2021 2022 2023 -997.706 -423.987 -2.113.394 -2.017.294 -2.088.939 -2.081.405 Omschrijving Structureel -423.987 -1.922.299 -1.892.294 -1.963.939 -1.956.405 Incidenteel - -191.095 -125.000 -125.000 -125.000 Algeheel totaal -423.987 -2.113.394 -2.017.294 -2.088.939 -2.081.405 - = voordeel 36 6.2.

Bestedingsplan 2020-2023 Hieronder treft u het voorgestelde Beste dingsplan 2020-2023 aan. Aan het einde van het plan staat de dekking van de voorgenomen investeringen vermeld. De investeringen met een structureel effect voor de exploitatie komen ten laste van het begrotingssaldo. Investeringen met een incidenteel karakter (maximaal 3 jaar) worden ten laste van de Algemene Reserve vrij besteedbaar gebracht. Daar waar een opgevoerde maatregel een relatie heeft met een van de zogenaamde ‘PM -claims’ in de Programmabegroting 2019-2022 is dat steeds aangegeven. Tabel 17: Bestedingsplan 2020-2023 Nr. Programma I/S Investering 2019 2020 2021 2022 2023 De inwoner op 1 1. Invoering Omgevingswet (implementatiekosten) I - 912.000 541.000 265.000 - 2. Actualisatie archeologische verwachtingskaart buitengebied I - 30.000 - - - Totaal bestedingsplan 'De inwoner op 1' 0 - 942.000 541.000 265.000 - Duurzaam 3. Investeren in zonnepanelen in tijdelijke opstelling, locatie Oldemarkt: kapitaallasten S -177.000 83.545 82.522 81.499 80.476 Investeren in zonnepanelen in tijdelijke opstelling, locatie Oldemarkt: onderhoud S 15.401 15.929 16.460 16.993 Investeren in zonnepanelen in tijdelijke opstelling, locatie Oldemarkt: subsidie S -61.319 -60.309 -59.295 -58.275 Investeren in zonnepanelen in tijdelijke opstelling, locatie Oldemarkt: terugleveringen S -37.627 -38.142 -38.664 -39.194 4.

Isoleren is besparen I - 80.000 80.000 80.000 5. Warmtetransitie in praktijk brengen I - 50.000 50.000 50.000 Totaal bestedingsplan 'Duurzaam' -177.000 - 130.000 130.000 130.000 - Werk aan de winkel 6. Inzet slimme technologie t.b.v. monitoring varen in Giethoorn I 30.000 30.000 - - - Totaal bestedingsplan 'Werk aan de winkel' 0 30.000 30.000 - - - Samenredzaam 7. De Herberg (nachtopvang) I 42.150 42.150 - - Totaal bestedingsplan 'Samenredzaam' 0 - 42.150 42.150 - - Mijn Steenwijkerland 8. Verkeersmaatregelen zwaar verkeer Blokzijl I 50.000 9.A Bespeelbaarheid sportvelden niveau basis (variant 1) Investering en bijbehorende kapitaallasten S 1.420.000 47.366 70.469 99.849 Eenmalige kosten I 15.000 Jaarlijks onderhoud S 51.000 51.000 51.000 51.000 9.B Bespeelbaarheid sportvelden niveau basis + (variant 2) Investering en bijbehorende kapitaallasten S 31.500 2.048 2.024 1.988 1.972 Eenmalige kosten I 3.000 93.000 - - - Jaarlijks onderhoud S - - - 10. Start uitvoering strategische mobiliteitsvisie I 40.000 - - - 11. Verkeersveiligheid Tukseweg fase 3 S 9.750 Verkeersveiligheid Tukseweg fase 3 I 290.000 Totaal bestedingsplan 'Mijn Steenwijkerland' 1.451.500 3.000 236.048 115.390 123.457 452.571 Financiën en overhead 12.

Structureel inzetten formatie als security specialist ICT S 70.000 70.000 70.000 70.000 Totaal bestedingsplan 'Financiën en overhead' 0 - 70.000 70.000 70.000 70.000 Totaal bestuursprogramma's Structureel S - 123.048 170.390 193.457 232.571 Incidenteel I 33.000 1.327.150 728.150 395.000 290.000 Totaal aan claims 1.274.500 33.000 1.450.198 898.540 588.457 522.571 37 Toelichting 1. Invoering Omgevingswet (PM-claim in de programmabegroting 2019-2022) De omgevingswet gaat op 1 januari 2021 in. Momenteel wordt vanuit het programma invoering omgevingswet gewerkt aan de implementatie van de wet . Deze implementatie brengt drie soorten kosten met zich mee: implementatiekosten, exploitatiekosten en mogelijke frictiekosten. Deze claim heeft betrekking op de implementatiekosten: de ‘piek’-middelen die eenmalig nodig zijn om de wet in te voeren. In werkelijkheid bestaat de ‘claim’ uit de middelen die nodig zijn voor de periode 2019- 2023. Omdat de claims nu voor de periode 2020 -2023 worden behandeld, worden de (aanvullende) benodigde middelen voor het jaar 2019 opgenomen via een financiële mutatie (begrotingswijziging). De claim hieronder heeft daarmee betrekking op de benodigde middelen voor de periode 2020-2023. Het VNG financieel dialoogmodel In de begroting 2019 -2022 is een schatting van de implementatiekosten gegeven: € 3,1 miljoen voor de periode van 2019 tot en met 2024.

Dit bedrag is gebaseerd op het zogenaamde VNG dialoogmodel. Dit is een model dat is bedoeld om de kosten voor de omgevingswet in te schatten, gebaseerd op de input van tientallen gemeenten. Met de start van het programma invoering omgevingwet , begin 2019, is het inmiddels steeds beter mogelijk om een scherpere kostenraming te maken. De uitkomst van dit model is dat het college momenteel inschat voor de periode 2019-2023 in totaal € 2,781 miljoen aan extra kosten te maken voor de invoering van de omgevingswet. De verdeling hierbij is:  2019: € 763.000  2020-2023: € 2.018.000 Zoals gezegd heeft deze claim alleen betrekking op het bedrag voor de periode 2020 -2023. Het jaar 2024 en verder valt buiten de komende begroting, maar voor die periode is ook structureel budget beschikbaar. Activiteiten Om een beeld te geven van de activiteiten in het kader van de omgevingswet volgt hieronder een korte indicatieve opsom ming van belangrijke onderdelen met daarbij het bedrag zoal s dat in het model is berekend:  Opstellen van omgevingsvisie 2.0 en omgevingsvisie 3.0 : € 300.000. Kosten betreffen bijvoorbeeld organisatie van participatie, communicatie, MER -onderzoek, adviezen op thema’s als gezondheid;  Ontwikkelen van het omgevingsplan : € 400.000.

Bijvoorbeeld updaten MER -onderzoek, advisering rondom de bruidsschat (bij voorbeeld milieu), advies over c onsequenties principiële keuzes;  Ontwikkelen omgevingsprogramma: € 50.000;  Aansluiting op het digitale stelsel omgevingswet, software voor de VTH -taken en omgevingsdocumenten, digitale ambitiekaart: € 200.000 - € 400.000;  Inrichten van de dienstverlening aan de hand van serviceformules: € 50.000  Trainen van medewerkers (KCC, vergunningverlening, etc.) om te werken volgens de omgevingswet, met nieuwe systemen en werkwijzen: € 100.000 - € 200.000; Financiële dekking 2019 2020 2021 2022 2023 Ten laste van de Algemene Reserve - vrij besteedbaar I 33.000 1.327.150 728.150 395.000 290.000 Ten laste van het saldo S - 123.048 170.390 193.457 232.571 Totaal financiering 33.000 1.450.198 898.540 588.457 522.571 38  Inzet programmateam en andere medewerkers van onze gemeente: € 1.050.000;  Cultuurverandering: € 150.000. Veel van bovengenoemde activiteiten komen voort uit een wettelijke verplichting. Voor de periode 2020 -2023 worden de kosten van de invoering ingeschat op € 2,018 miljoen. Rekening houdende met de reeds beschikbare budgetten komt de claim als gevolg hiervan in totaal uit op € 1,718 miljoen. Gedurende 2019/2020 (en in 2021/2022 in mindere mate) wordt ongeveer 10 fte ingezet voor de invoering van de wet.

Binnen de claim is voor de pe riode voor 2,85 fte aan personele capaciteit opgenomen en daarnaast 2fte aan programma- en verandermanagement. De overige inzet komt ‘uit de lijn’ en vindt zijn weerslag dus niet in deze claim en het overzicht van kosten. Het is op dit moment nog niet mo gelijk inzicht te geven in de wijzigingen in de gemeentelijke exploitatie als gevolg van de omgevingswet (denk aan wijzigingen in leges) en mogelijke frictiekosten als gevolg van veranderingen in de organisatie. Via de voor - en najaarsmomenten zal het college de raad blijven informeren over de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen, zowel met betrekking tot de invoering als de exploitatie daarna. Tevens is tijdens een werkbijeenkomst met de raad afgesproken dat de komende jaren regelmatig bijeenkomsten met de raad worden georganiseerd over (elementen van) de omgevingswet. Een raadswerkgroep zal helpen bij de voorbereiding hiervan. 2. Actualisatie archeologische verwachtingskaart buitengebied Archeologie is voor Steenwijkerland van groot belang. Het is een wezenlijk deel van onze geschiedenis. Het bodemarchief laat zich lezen als een spannend boek: alles wat de mensen in een (ver) verleden hebben gedaan, heeft zijn sporen achtergelaten. En in Steenwijkerland zijn resten terug te vinden uit alle perioden.

He t is niet alleen nu een hele prettige plaats om te wonen en werken, dat was het in vroeger e tijden ook. Van sommige perioden is de kennis die uit de bodem komt de enige bron van informatie, van andere perioden is het een aanvulling op dat wat we uit de bronnen weten. Samen vertellen de verschillende bronnen het verhaal van Steenwijkerland. En dat is heel belangrijk, want zonder verleden is er geen toekomst. De komst van de Omgevingswet brengt allerlei veranderingen met zich mee. Ook voor archeologie en het opstellen van archeologisch beleid gaat een en ander veranderen. Het archeologisch beleid van de gemeente Steenwijkerland is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische beleids - en waardenkaart. Deze kaart is in 2007 opgesteld en vastgesteld door de raad . Er is een aantal redenen waarom de kaart aan actualisatie toe is:  De gemeentelijke archeologische beleids- en waardenkaart heeft een hele grove detaillering (de schaal is 1:50.000/1:25.000), dit komt omdat de voornaamste bron de bodemkaart is geweest. De keuze voor de bodemkaart was logisch: er is een relatie tussen bodemkundige eenheden en archeologische vindplaatsen. Maar omdat de bodemkaart al meer dan 60 jaar oud is, is dit niet een hele betrouwbare bron. In de afgelopen 60 jaar is er veel veranderd in de Nederlandse bodem.

Denk alleen maar aan schaalvergroting in de landbouw, grootschalige ruilverkavelingsprojecten en landbouwmachines die steeds groter en zwaarder worden. Dat alles heeft effect op onze bodem. En die effecten zijn niet altijd doorver taald naar de 39 gemeentelijke archeologische beleids- en waardenkaart. Met als gevolg dat er onderzoek wordt gevraagd waar dat misschien helemaal niet nodig is.  In de nieuwe wet (amendement CDA, E. Ronnes) wordt uitgegaan van een aantoonbare archeologische verwachting. Dit vraagt een andere manier van onderzoek doen voor het opstellen van de archeologische gemeentelijke verwachtingenkaart. De nieuwe kaart moet verfijnd worden ten aanzien van het gebruik van nauwkeurige(re) specifiek lokale, actuele bodemkaarten, de toepassing van specifiek lokale archeologische kennis en het gebruik van inventarisaties van specifiek lokale verstoringen  Wanneer er zienswijzen op het gebied van archeologie worden ingediend zal bij de Raad van State, op basis van de huidige kaar t, omdat deze niet uitgaat van aantoonbare archeologische verwachtingen, de gemeente de zaak verliezen.  Een archeologische kaart voor toepassing in Omgevingsplannen moet met de geometrische plaatsbepaling en begrenzingen aansluiten bij de kaartschaal en he t detailniveau van de ondergrond van het omgevingsplan.

Een omgevingsplan is uitgewerkt tot op perceelsniveau en heeft een schaal van 1:10.000 tot 1:2.500. De huidige kaart heeft een schaal van 1:50.000/1:25.000.  De nieuwe wetgeving gaat uit van een vermi nderde regeldruk voor de burger. De nieuwe, geactualiseerde archeologische kaart werkt mee aan een verlaging van de regeldruk. Er is al heel veel onderzoek uitgevoerd de afgelopen jaren. Wanneer dit verwerkt is in de geactualiseerde kaart kunnen grotere gebieden vrijgesteld worden van onderzoek. 3. Investeren in zonnepanelen in tijdelijke opstelling, locatie Oldemarkt (kapitaallasten en inkomsten) In het aanvullend bestedingsplan in de Programmabegroting 2019 -2022 is onder andere als maatregel opgenomen om e en blok van 1,5 hectare op het nieuwe bedrijventerrein Oldemarkt tijdelijk te gebruiken als zonneveld. Hiervoor heeft uw raad een krediet van € 1.200.000 beschikbaar gesteld. Dit krediet kan worden bijgesteld naar € 1.023.000. Met dit investeringsgeld onts taat een terugverdienmodel. Er dient sprake te zijn van een netto voordeel (uitgangspunt is terugverdientijd, technische levensduur of gebruiksduur) om een investering te doen. Het verdienmodel is inmiddels bekend en daarom opgenomen in voorliggende PPN. Tegenover kapitaallasten staan inkomsten uit teruglevering energie en subsidie. 4.

Isoleren is besparen In de gebouwde omgeving staan we voor een grote opgave om alle gebouwen aardgasvrij te verwarmen. Belangrijk daarbij is om ook de behoefte aan warmte te verkleinen door te isoleren. De Rijksoverheid heeft aangegeven dat de energieloketten hier een nog grotere rol in moeten gaan vervullen. We verwachten dan ook een uitbreiding van de taken. Uitgaande van 2/3de van het particulier woningbezit (circa 8.000 een heden) waar nog veel te besparen valt, stellen we voor jaarlijks € 80.000 te begroten voor de uitbreiding van de taken van he t energieloket om de energiebesparing de komende jaren aan te jagen. 5. Warmtetransitie in praktijk brengen (PM-claim in de programmabegroting 2019-2022) In de gebouwde omgeving staan we voor een grote opgave om alle gebouwen aardgasvrij te verwarmen. Dit gaan we doen met behulp van wijkuitvoeringsplannen. Per 2018 heeft het Rijk gemeenten de verantwoordelijkheid gegeven om een regiero l te vervullen voor het aardgasvrij maken van bestaande woonwijken en bedrijventerreinen. In onze integrale wijkaanpakken dient dit onderwerp meegenomen te worden in onze projectmatige aanpak. Om dit 40 aan te jagen, stellen we een tijdelijke extra belasting van de projectleiding voor. Het gaat hier om een 1/2 fte personele capaciteit. 6. Inzet slimme technologie t.b.v. monitoring varen in Giethoorn Inzet slimme technologie t.b.v.

monitoren varen in Giethoorn. Doel is het verzamelen van relevante informatie t.b.v. het actualiseren van de Vaarverordening door inzet slimme technologie (voorbeeld sensoren). Om het vaarbeleid verder te ontwikkelen, is het belangrijk om een helder beeld te krijgen. Vervolgens kan op basis van de verkregen informatie worden bepaald wel ke maatregelen noodzakelijk zijn. De financiële gevolgen van deze maatregelen zijn daarom nog niet in beeld gebracht. 7. De Herberg (nachtopvang) In oktober 2018 zijn er door het regionaal bestuurlijk overleg besluiten genomen over de Herberg m.b.t. het ontwikkelingsperspectief en de dekking van de kosten. De Herberg is een regionale instelling voor nachtopvang in Zwolle. Het tekort van € 300.000 per jaar op de huidige begroting van de Herberg door het wegvallen per 2020 van de bijdrage van de woningcorpo raties, wordt door de gemeenten gecompenseerd (vloeit voort uit de reeds genomen besluiten). De bijdrage is maximaal € 300.000 per jaar, onder voorwaarde van een plan van aanpak voor de doorontwikkeling van maatschappelijke opvang. Deze doorontwikkeling wordt tussentijds geëvalueerd na 2 jaar. Voor het berekenen van de lokale bijdragen wordt het in het convenant regionale samenwerking regio IJssel-Vecht afgesproken vereveningsmodel gebruikt. De gemeenten dienen dit bedrag op te nemen in hun lokale begroting of perspectiefnota voor 2020.

Voor Steenwijkerland komt dit neer op maximaal € 42.150 per jaar vanaf 2020. Na 2021 is er sprake van een mogelijk herindeling MO voorziening als gevolg van doordecentralisatie middelen naar alle gemeenten i.p.v. centrumgemeenten. De Herberg wordt dan meeg enomen binnen deze herverdeelde middelen. 8. Verkeersmaatregelen zwaar verkeer Blokzijl Treffen van (tijdelijke) verkeersmaatregelen om het zware verkeer in Blokzijl verder te beperken. Met de inw oners van Blokzijl gaan we in gesprek over welke specifieke oplossingen het meest passend zijn. Dit kan zijn in de vorm van fysieke beheersmaatregelen, tijdelijke verkeersinstallaties, spiegels, inzet van verkeersregelaars etc. 9. Bespeelbaarheid sportvelden De raad heeft het college in een motie gevraagd een pl an van aanpak op te stellen voor de bespeelbaarheid van de sportvelden met daarbij een investeringsvoorstel voor de perspectiefnota. Er is een plan ‘Aanpak bespeelbaarheid sportvelden’ opgesteld dat is opgebouwd in drie niveaus: basis, basis + en hoog. Aan de verschillende wensen en ambities hangen verschillende prijskaartjes. De raad is hierover geïnformeerd. Er is sprake van een relatie tussen deze niveaus. Kiezen voor een hoog ambitieniveau kan niet zonder dat je de basis van beheer en onderhoud op ord e hebt.

Heb je deze basis namelijk niet op orde, dan gaat dit uiteindelijk alsnog ten koste van de bespeelbaarheid van de velden in de breedte van de sportvoorzieningen. Daarmee zijn er drie keuzes: 1. Kiezen voor maatregelen in pakket 1 (basis); 2. Kiezen voor maatregelen in pakket 1 en 2 (basis en basis +); 41 3. Kiezen voor maatregelen in pakket 1, 2 en 3 (basisniveau en basis + en hoog) . Deze drie keuzes zijn uitgewerkt in 3 claimformulieren. Hier zit dus een samenhang in. Aan de raad is gemeld dat het college bij het opstellen van PPN 2020 -2023 een afweging zal maken over de genoemde varianten, waarbij naar alle plannen uit de PPN wor dt gekeken (integrale afweging) en dat de gemeenteraad in het kader van de behandeling van de PPN daarover een besluit moet nemen. 9.A. Bespeelbaarheid sportvelden niveau basis (variant 1) Deze claim heeft betrekking op niveau basis Verhoging van jaarlijks budget beheer en onderhoud Budget om de komende jaren het benodigde onderhoud van de sportvelden uit te kunnen voere n. Dit komt voort uit: - een toename in aantal velden (2 velden); - kosten voor onderhoud kunstgrasvelden komen met ingang van 2019 ten last e van regulier onderhoudsbudget; - uitvoering van structurele extra maatregelen in verband met de klimatologische veranderingen.

Vervangingsinvesteringen kunstgras en kunststofbaan 2021 t/m 2025 - Toplaag veld 1 sportpark Parallelweg (2021); - Toplaag veld 2 sportpark Parallelweg (2021); - Belijning kunststofbaan atletiek sportpark de Nieuwe Gagels (2021); - Toplaag veld 2 sportpark Monnikenmolen (2022); - Toplaag kunststofbaan atletiek sportpark de Nieuwe Gagels (2023); - Toplaag en onderbouwd hockey veld 1 sportpark de Nieuwe Gagels (2024); - Toplaag hockey veld 2 sportpark de Nieuwe Gagels (2025). De gepresenteerde vervangingsjaren zijn op basis van de huidige conditie van de velden ingeschat. De werkelijke restlevensduur is afhankelijk van de gebruiksintensiteit van de velden en het gevoerde onderhoud. Het kan zijn dat de vervanging eerder of later moet worden uitgevoerd waarbij de onzekerheid verder in de tijd (na 2022) toeneemt. 9.B. Bespeelbaarheid sportvelden niveau basis + (variant 2) Deze claim heeft betrekking op niveau basis + Beregeningsinstallaties sportvelden Aanschaf van (extra) beregeningsinstallaties voor SV Blokzijl, VV Scheerwolde en VV Willemsoord, Oranje Zwart, Samen Één, V.E.N.O. en Noveas en aanpassing van de drukleiding bij VHK. Verplaatsen veldverlichting Willemsoord Op dit moment heeft VV Willemsoord alleen veldverlichting op een klein trainingsveld. Door het verplaatsen van veldverlichting van veld 3 naar 2 kan VV Willemsoord de druk op de trainingsvelden verdelen.

VV Willemsoord gaat dan zelf op zoek naar alternatieve verlichting voor het trainingsveld. Voor het plaatsen van verlichting dient wel het bestem mingsplan gewijzigd te worden. 42 Plaatsen veldverlichting V.E.N.O. Door het plaatsen van veldverlichting bij één van de wedstrijdvelden kan V.E.N.O. ook op doordeweekse avonden wedstrijden inplannen gedurende het hele seizoen. Deze wedstrijden gaan dan niet ten koste van de capaciteit van de trainingsvelden. Voor het plaatsen van verlichting dient wel het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Extra beluchting velden Eenmalig wordt op velden van SV Giethoorn, VV Kuinre, VHK, Olde Veste, Steenwijkerwold, FC Oldemarkt en V.E.N.O. de toplaag extra belucht door middel van schutfrees. Deze maatregel zorgt ervoor dat bij regen het regenwater sneller in het veld zakt en via de drainage wordt afgevoerd. Het is een eenmalige investering. Vervolgwerkzaamheden maken onde rdeel uit van het regulier beheer en onderhoud. Aanbrengen drainage veld 5 Steenwijkerwold Om de kwaliteit van de sportvelden te vergroten stellen we voor de drainage bij SVBS en Steenwijkerwold op veld 5 te vervangen. Bij SVBS is voor veld 1 en 2 het bu dget nog beschikbaar vanuit het eerdere budget dat beschikbaar is gesteld voor verbetering van de drainage. Destijds is veld 5 van Steenwijkerwold niet meegenomen omdat dit toen nog niet noodzakelijk leek.

Voor deze maatregel is daarom extra budget nodig. Drainage veld 2 FC Oldemarkt Om de kwaliteit van veld 2 bij FC Oldemarkt te vergroten heeft de vereniging aangegeven ook daar graag drainage te willen plaatsen. Destijds is dit veld niet meegenomen in het programma voor vervanging/aanleg van drainage, omdat dit niet noodzakelijk was voor het kwaliteitsniveau van het veld. Voor deze maatregel is daarom extra budget nodig. 10. Start uitvoering strategische mobiliteitsvisie Dit jaar wordt samen met verschillende partners een strategische mobiliteitsvisie o pgesteld. Hierbij wordt een lijst met concrete acties opgesteld. Deze claim heeft tot doel om na vaststelling van de Mobiliteitsvisie een eerste aanzet te kunnen leveren met het uitvoeren van het actieplan. Hierbij kan gedacht worden aan het plaatsen van l aadpalen en kleine verbeteringen in het lokale OV-netwerk. 11. Verkeersveiligheid Tukseweg fase 3 Het verbeteren van de verkeersveiligheid op het deel vanaf de rotonde Hooidijk tot aan het in 2018/19 heringerichte deel. Hierbij wordt het asfalt in de weg opgebroken en voorzien van straatwerk. De plannen moeten nog uitgewerkt worden met het dorp. 12. Structureel inzetten formatie als security specialist ICT Het structureel maken van de tijdelijke formatie op de functie van security specialist ICT.

In 2017 is er extra capaciteit geclaimd en toegekend voor het aanstellen van een security specialist ICT. Informatiebeveiliging is en wordt een steeds belangrijker aspect van onze bedrijfsvoering. De inzet van ICT als middel om te communiceren met onze inwoners e n om deze zo goed en efficiënt mogelijk te helpen is een must. Aan de inzet van die ICT middelen is ook een risico verbonden en dat zijn alle mogelijke technische dreigingen die op onze organisatie afkomen. Veel van die dreigingen kunnen we technisch opvan gen en daarmee beperken we het risico op de verregaande 43 gevolgen ervan aanzienlijk. Dat vraagt om specialistische kennis. In de afgelopen periode is deze ingevuld met behulp van een tijdelijke formatie-uitbreiding. Gebleken is dat deze inzet noodzakelijk is. We hebben onze technische beveiliging goed op orde en daar waar het schuurt met organisatiebelangen is gebleken dat de specialist adviezen heeft kunnen geven die goed werkbaar waren. De toekomst gaat steeds meer innovatie op het gebied van ICT brengen w aardoor we onze organisatie digitaal steeds meer gaan openstellen. Dat sluit aan bij wat er van ons verwacht wordt en het vraagt extra alertheid op de beveiligingsaspecten. De vraagstukken worden alleen maar complexer en zullen toenemen.

Tevens gaan we ste eds meer gebruik maken van SAAS applicaties waarbij veel van onze gegevens via internet worden beheerd en ontsloten. Ook dat vraagt om een intensievere beveiliging. Om die reden is het noodzakelijk dat we de functie van security specialist structureel opnemen in de formatie. Het betreft 1 fte structureel. 44 6.3. Budgetafwijkingen In deze paragraaf treft u de ze budgetafwijkingen voor het jaar 2019 aan, inclusief de doorwerking naar latere jaren. De toelichting op deze afwijkingen vindt u na de presentatie van de totaaltabel. Tabel 18: Totaaloverzicht met budgetafwijkingen 1 De inwoner op 1 I/S 2019 2020 2021 2022 2023 1.1 25 jarig jubileum Herzebrock-Clarholz I 5.000 1.2 Verhoging bijdrage Regionaal Informatie- en Expertisecetrum S 3.520 3.520 3.520 3.520 3.520 1.3 Piketregeling bij calamiteiten OOV S 7.500 7.500 7.500 7.500 7.500 1.4 Verhoging bijdrage Veiligheidsnetwerk Oost-Nederland S 0 3.080 3.080 3.080 3.080 1.5 Veiligheidsregio IJsselland I -80.000 1.6 Invoering Omgevingswet (implementatiekosten) I 184.000 1.7 Verkiezingen I 67.000 1.8 Minder inkomsten uit reisdocumenten I 65.000 Totaal De inwoner op 1 0 252.020 14.100 14.100 14.100 14.100 Waarvan structureel S 11.020 14.100 14.100 14.100 14.100 Waarvan incidenteel I 241.000 0 0 0 0 2 Duurzaam I/S 2019 2020 2021 2022 2023 2.0 RTSC (inzameling Textiel) I 15.000 Totaal Duurzaam 0 15.000 0 0 0 0 Waarvan

structureel S Waarvan incidenteel I 15.000 0 0 0 0 3 Werk aan de winkel I/S 2019 2020 2021 2022 2023 Geen financiële mutaties aangeleverd. 4 Samenredzaam I/S 2019 2020 2021 2022 2023 4.1 BUIG-budget Participatiewet (raming oktober 2018) S 1.242.000 1.239.000 1.230.000 1.228.000 1.228.000 BUIG-budget Participatiewet (raming april 2019) S 413.000 413.000 413.000 413.000 413.000 4.2 GGD IJsselland (positief saldo jaarrekening 2018) I -145.000 4.3 1e wijziging begroting 2019 IGSD (apparaatskosten, vrijval stelpost) I -369.500 1e wijziging begroting IGSD (besparing uitkeringslasten) I -390.600 4.4 Veiligheid, jeugdreclassering en opvang I 25.000 4.5 Aanvullende prijscompensatie De Kop S 45.000 45.000 45.000 45.000 45.000 4.6 Jeugdhulp S 550.000 1.535.000 1.535.000 1.535.000 1.535.000 4.7 NoordWestGroep I 542.000 S 542.000 579.000 540.000 540.000 4.8 Hoarding (verzamelstoornis) S 15.000 15.000 15.000 15.000 15.000 Totaal Samenredzaam 0 1.926.900 3.789.000 3.817.000 3.776.000 3.776.000 Waarvan structureel S 2.265.000 3.789.000 3.817.000 3.776.000 3.776.000 Waarvan incidenteel I -338.100 0 0 0 0 5 Mijn Steenwijkerland I/S 2019 2020 2021 2022 2023 5.1 Financiële vertaling IHP onderwijshuisvesting, gewijzigde normbedragen en fasering (kapitaallasten) S 9.368.000 -298.662 -513.908 -228.421 56.991 438.325 Financiële vertaling IHP onderwijshuisvesting eenmalige kosten (uit reserve) I

-209.317 -15.095 316.494 196.878 121.365 5.2 Inhuur t.b.v. actualisatie IVOR en Beleidsnota Groen I 50.000 5.3 Inhuur personeel welstandsbeleid I 72.000 5.4 Doeluitkering verkeer en vervoer I -293.500 Inzetten doeluitkering verkeer en vervoer I 293.500 5.5 Sanering terrein Kiekebelt Tuksweg I 34.150 5.6 Vervallen stelpost sportaccommodaties S -5.787 -6.045 -6.045 -6.045 -6.045 5.7 Subsidie sportevenementen S 15.000 15.000 15.000 15.000 Inzet vanuit bestaand budget S -15.000 -15.000 -15.000 -15.000 5.8 Herinrichting Indisch monument I 19.450 5.9 Pilot langjarig beheer Willemsoord I 50.005 Subsidie provincie I -50.005 5.10 Vervanging ANWB bewegwijzering S 11.500 14.225 14.038 13.850 Onderhoud ANWB bewegwijzering I 100.000 25.000 0 0 Totaal Mijn Steenwijkerland 9.368.000 -338.166 -423.548 121.253 261.862 567.495 Waarvan structureel S -304.449 -508.453 -220.241 64.984 446.130 Waarvan incidenteel I -33.717 84.905 341.494 196.878 121.365 45 Toelichting De inwoner op 1 Financiële mutatie nr. 1.1: 25 jarig jubileum Herzebrock-Clarholz Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Dit jaar viert de stichting jumelage Steenwijkerland Herzebrock-Clarholz haar 25- jarig bestaan. Hiervoor heeft het bestuur van de jumelage een programma opgesteld met diverse activiteiten. Wat zijn de oorzaken? In de Middeleeuwen liep er een monnikenspoor uit het klooster Clarholz naar Vollenhove.

Vanwege deze historische band is er in 1994 een officieel partnerschap gesloten tussen de gemeenten Herzebrock–Clarholz en de voormalige gemeente Brederwiede. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? geen Wat zijn de gevolgen voor de beschikbare middelen (personeel, financiën en faciliteiten)? Als gevolg van een bijdrage aan het 25 jarig jumelage Steenwijkerland Herzebrock-Clarholz wordt het budget van bestuurlijke samenwerking in 2019 met € 5.000 overschreden. Welke maatregelen stellen we voor? Het bedrag eenmalig meenemen in het jaar 2019. Welke externe ontwikkelingen doen zich nog voor? Geen. Financiële mutatie nr. 1.2: Verhoging bijdrage Region aal Informatie- en Expertisecentrum Wat is de aard en de omvang van de afwijking? Het RIEC-Oost Nederland werkt al 10 jaar vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid aan de bestuurlijke- en geïntegreerde aanpak van georganiseerde criminaliteit. De tijd van pionieren is inmiddels voorbij en de tijd is aangebroken om een volgende stap te maken. Wat zijn de oorzaken? De focus verschuift meer van het bewustmaken en signaleren naar het leveren van expertise en het uitvoeren van interventies. Deze veranderingen kosten inspanning, tijd en geld. Wat zijn de gevolgen voor de realisatie van het bijbehorend doel? .Zie hierboven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/c4c2d6e5-0a42-41e7-9d10-2ac8a87ce1b2?agendaItemId=f4bf2af5-11de-412d-b19a-a5faa93db3cf