Perspectiefnota 2020-2023.pdf
Tekst van het document
Perspectiefnota 2020-2023 2 Perspectiefnota 2020–2023 Voor u ligt de Perspectiefnota (PPN) 2020 –2023. Zoals gebruikelijk is de voortgangsinformatie zichtbaar gemaakt met behulp van een afzonderlijke ‘Hoofdlijnenrapportage’ en niet opgenomen in deze PPN. Voor het eerst zijn beide rapportages opgesteld volgens de nieuwe programmastructuur: De inwoner op 1, Duurzaam, Samenredzaam, Werk aan de winkel en Mijn Steenwijkerland. De Hoofdlijnenrapportage wordt ter kennisname aan u aangeboden, de PPN ter vaststelling. In de Hoofdlijnenrapportage 2019 staat vermeld dat we over de hele linie goed op koers liggen. Dat betekent dat we een goede start hebben gemaakt met de realisatie van onze ambities. Daar zijn we uiteraard blij mee. Ook de komende tijd blijven we sturen op het behalen van concrete resultaten, samen met onze partners in de samenleving. In de PPN presenteren we de financiële mutaties over 2019 en schetsen we de kaders voor de meerjarenbegroting 2020 -2023. De financiële uitgangspositie voor de komende jaren is niet goed. Eind vorig jaar werd dat al duidelijk toen de nadelige financiële gevolgen van de septembercirculaire 2018 van het gemeentefonds en het toegekend BUIG -budget bekend werden. Uw raad is daarover toen geïnformeerd (Informatienota 2018, nr. 29).
Naast deze nadelen worden we net als vel e andere gemeenten geconfronteerd met tekorten binnen het sociaal domein, met name bij de Jeugdhulp. In totaal is het nadelig effect vanaf 2020 circa € 3,5 miljoen structureel. U bent hier onlangs over geïnformeerd (Informatienota 2019, nr. 14). Wij hebben ervoor gekozen om u een PPN voor te leggen die voor alle jaren NIET sluitend is. Wel leggen we u een breed pakket aan maatregelen voor ter grootte van ongeveer € 2 miljoen structureel om onze uitgaven naar beneden bij te stellen. Dat leidt nog niet tot een sluitende begroting. We kiezen ervoor om de PPN niet sluitend aan te bieden, omdat we anders stevige extra maatregelen moeten voorstellen die mogelijk niet nodig zijn nu de rijksoverheid extra middelen heeft aangekondigd voor met name de jeugdhulp. Nu stevige maatregelen voorstellen , zou dan tot onnodige maatschappelijke onrust kunnen leiden. Ook willen we een krachtig signaal afgeven aan de rijksoverheid dat de middelen die we krijgen voor uitvoering van de jeugdhulp substantieel te laag zijn. Daarmee sluiten we aan bij de mening en oproep van de VNG en van vele andere gemeenten. Bij de meicirculaire zal duidelijk worden hoeveel extra middelen er voor onze gemeente beschikbaar komen en of er nog extra maatregelen nodig zijn voor een sluitende begroti ng.
Bij het opstellen van de Programmabegroting 2020 -2023 zal op basis van het dan geldende budgettaire beeld (met name de verwerking van de meicirculaire van het gemeentefonds) een nieuwe doorrekening worden gemaakt. Dan zal duidelijk worden of, en zo j a welke, aanvullende maatregelen nodig zijn om onze financiën op orde te houden. Burgemeester en wethouders van Steenwijkerland, de secretaris, de burgemeester, Judith de Groot Rob Bats 3 Inhoud Perspectiefnota 2020–2023 ............................................................................................................................. 2 1. Onze koers ................................................................................................................................................... 4 1.1 Speerpunten 2020-2023 (en latere jaren) ............................................................................................ 5 1.2. Financieel beeld en bestuurlijke herprioritering .............................................................................. 5 2. Wat zien we om ons heen? ........................................................................................................................ 7 2.1. Kansen ................................................................................................................................................... 7 2.2.
Uitdagingen .......................................................................................................................................... 8 3. Financieel beeld ......................................................................................................................................... 13 3.1. Begrotingspositie ................................................................................................................................ 13 3.2. Vermogenspositie .............................................................................................................................. 17 4. Kaders Programmabegroting 2020-2023 ................................................................................................ 18 4.1. Inleiding .............................................................................................................................................. 18 4.2. Kaders .................................................................................................................................................. 18 4.3. Loonkostenontwikkelingen .............................................................................................................. 18 4.4. Prijsinflatie exploitatiebudgetten en kostenplaatsen .................................................................... 18 4.5.
Prijsinflatie grondexploitatie ............................................................................................................ 19 4.6. Rente .................................................................................................................................................... 21 4.7. Loon –en prijsinflatie subsidies ........................................................................................................ 21 4.8. Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten ......................................................................... 21 4.9. Tarief 2020 voor het prestatiecontract ............................................................................................. 21 4.10. Groei aantal woningen .................................................................................................................... 21 4.11. Groei aantal inwoners ..................................................................................................................... 21 5. Te nemen besluiten ................................................................................................................................... 22 6. Bijlagen Perspectiefnota 2020-2023 ......................................................................................................... 23 6.1.
Bestuurlijke herprioritering .............................................................................................................. 23 6.2. Bestedingsplan 2020-2023 ................................................................................................................. 36 6.3. Budgetafwijkingen ............................................................................................................................. 44 4 1. Onze koers Op 13 november 2018 heeft uw raad de programma begroting 2019 -2022 vastge steld, de eerste begroting van het huidig college, gebaseerd op het coalitieakkoord ‘Door verbinding naar resultaat’. Dit coalitieakkoord kent een hoog ambitieniveau dat nader is uitgewerkt in vijf ambitiekaarten. Wij zijn ons ervan bewust dat het realise ren van deze ambities tijd en middelen vragen en u mag hierin dan ook van ons een gezonde dosis realisme verwachten. Anders gezegd, de tijd die wij hebben, zullen wij zo goed mogelijk besteden. Dit geldt ook voor de middelen. Hier past wel een toelichting. Vorig jaar hebben wij een beleidsarme PPN aan u gepresenteerd waarbij de nadruk lag op het lopende jaar. Er is toen voor gekozen om de besluitvorming over de claims voor 2019 en latere jaren uit te stellen tot de behandeling van de Programmabegroting 2019 -2022. Dit jaar ligt dat anders: Voor u ligt een beleidsrijke PPN 2020 -2023.
Dat heeft twee belangrijke oorzaken: 1) In de laatste programmabegroting staat vermeld dat een traject loopt om onze inkomsten en uitgaven nader in beeld te brengen en dat dit moge lijk zal leiden tot voorstellen voor herprioritering van bestaande plannen in relatie tot de plannen die er in het voorjaar van 2019 liggen. Dit traject is afgerond en het heeft daadwer kelijk geleid tot een aantal concrete voorstellen die we aan u voorlegg en. Naast de gebruikelijke claims bevat de PPN dit jaar d us ook voorstellen om zaken niet langer uit te voeren of anders te organiseren; 2) Het financieel beeld is op dit moment niet gunstig waardoor we noodgedwongen forse maatregelen moeten treffen om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting. Ook zijn we zeer terughoudend geweest met het honoreren van nieuwe claims. Uitdaging daarbij is om onze ambities uit de Programmabegroting 2019-2022 nog steeds te realiseren. Wij kunnen ons voorstellen dat besluiten om zaken niet langer uit te voeren of anders te organiseren vragen oproepen. Toch denken wij dat het goed is om kritisch naar het takenpakket van de gemeente te blijven kijken en daarbij af en toe nieuwe voorrangsregels toe te passen. In deze PPN hebben wij getracht een zorgvuldige afweging te maken tussen wat wij denken dat de Steenwijkerlandse samenleving voor de komende jaren nodig heeft en wat op dit moment minder urgent is.
Zo houden wij vast aan het realiseren van onze doelen zoals verwoord in de am bitiekaarten. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2020 -2023 zal op basis van het dan geldende budgettaire beeld (onder andere de verwerking van de meicirculaire van het gemeentefonds ) een nieuwe doorrekening worden gemaakt van de gelden die wij on tvangen van het Rijk . Dan zal duidelijk worden of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om onze financiën op orde te houden. Streven is en blijft te komen tot een structureel sluitende meerjarenbegroting 2020 -2023. Uiteraard zullen wij uw raad zoals gebruikelijk, nog voor de behandeling van de PPN op 9 juli 2019, informeren over de financiële gevolgen van de meicirculaire van het gemeentefonds voor onze gemeente. 5 1.1 Speerpunten 2020-2023 (en latere jaren) In de programmabegroting 2019 -2022 zijn on ze ambities voor de komende jaren weergegeven, inclusief onze speerpunten: 1) Inwonersinitiatieven versterken vanuit een participerende overheid; 2) Dienstverlening aan de inwoner (vriendelijk en uitnodigend); 3) Schoolgebouwen; 4) Duurzaam en be-leefbaar toerisme; 5) Opwekking duurzame energie aanjagen; 6) De afhankelijkheid van gas verminderen; 7) Regionale samenwerking; 8) Maatwerk leveren in het sociaal domein; 9) Vergrijzing als kans; 10) Slimme en schone mobiliteit.
Deze speerpunten treft u tevens aan op de 5 ambitiekaarten die in 2019 zijn uitgebracht en waarbij alles overzichtelijk en visueel op kaart is gezet. In de Hoofdlijnenrapportage 2019 zijn d e ambitiekaarten opgenomen en is de stand van zaken geschetst. De speerpunten zijn onverkort van kracht voor de komende programmabegroting. 1.2. Financieel beeld en bestuurlijke herprioritering Een materieel en reëel sluitende begroting voor alle jaren is het uitgangspunt. Dat betekent dat de uitgaven en inkomsten in evenwicht zijn. Met de programmabegroting 2019 -2022 zijn wij daarin geslaagd. Tegelijker tijd bleek eind vorig jaar dat het accres - de jaarlijkse toe - of afname van de algemene uitkering uit het gemeentefonds - fors nadeliger uitviel ten opzichte van de stand meicirculaire 2018 waarmee was gerekend in de programmabegroting . Ook was op dat moment nieuwe informatie beschikbaar van het ministerie van SZW over de ontwikkeling van het zogenaamde BUIG-budget. Deze bedragen vielen fors lager uit dan in het voorjaar van 2018 bekend was gemaakt en waarop de programm abegroting van on ze gemeente is gebaseerd. Uw raad is hierover op 30 oktober 2018 via een informatienota geïnformeerd. Het totale financiële effect vanaf 2019 was circa € 1 ,4 miljoen nadelig . Hierdoor is het berekend, meerjarig begrotingssaldo vanaf 2019 niet langer positief (zie tabel 1).
Tabel 1: Financieel beeld na verwerking raadsbrief oktober 2018 (bedragen x € 1.000) Omschrijving 2019 2020 2021 2022 2023 Saldo (Programmabegroting 2019-2022, p. 14) -115.000 -360.000 -25.000 -316.000 -316.000 Amendement: Uitstellen verhoging tarief toeristenbelasting naar 2020 55.000 Saldo door de raad vastgestelde Programmabegroting 2019-2022 -60.000 -360.000 -25.000 -316.000 -316.000 Raadsbrief 30/10/18: Toegekend voorlopig BUIG-budget 1.242.000 1.239.000 1.230.000 1.228.000 1.228.000 Financiële effecten septembercirculaire gemeentefonds 157.000 96.000 212.000 111.000 111.000 Totaal financieel effect 1.399.000 1.335.000 1.442.000 1.339.000 1.339.000 Berekend begrotingssaldo 1.339.000 975.000 1.417.000 1.023.000 1.023.000 - = voordeel 6 In de genoemde informatienota staat vermeld dat de financiële gevolgen van de septembercirculaire 2018 en het (voorlopig) toegekende BUIG -budget, zoals gebruikelijk, worden verwerkt in de PPN 2020-2023. Zeer recent is duidelijk geworden dat de BUIG gelden nog verder naar beneden zijn bijgesteld met ongeveer € 400.000 structureel per jaar. In de toelichting over de financiële mutaties (paragraaf 6.3) is dit nader beschreven. Het traject om onze inkomsten en uitgaven nader in beeld te brengen is afgerond.
Met behulp van de uitkomsten is gekeken of herprioritering va n bestaande plannen mogelijk is, zodat we onze ambities kunnen realiseren en tegelijkertijd ons huishoudboekje op orde houden. De herprioritering is gelukt. Er ligt een pakket aan voorstellen waarmee in totaal meer dan € 2 miljoen structureel is gemoeid. Dat geld kan worden bespaard door zaken niet langer uit te voeren of anders te organiseren. In paragraaf 6.1 zijn alle voorstellen opgenomen, incl. toelichting. 7 2. Wat zien we om ons heen? In dit hoofdstuk schetsen we de context waarin we ons in Steenwijkerland bevinden en ons werk doen. Die context is in sterke mate bepalend voor wat kan en niet kan, voor wat gewenst en ongewenst is en voor de koers die we voor de komende jaren kiezen. 2.1. Kansen Steeds meer mensen willen zelf de regie houden. Regie in de producten en diensten die inwoners van ons afnemen en regie over hun omgeving. Om die regie mogelijk te maken moeten wij zorgen voor dienstverlening op maat, in bereikbaarheid, taal en kanaal. Continu monitoring en bijstelling van onze dienstverlening is essentieel. Daar waar die regie het zelf ontplooien van initiatieven betreft, treden wij meer faciliterend op. Dat vraagt een andere houding van onze medewerkers. Steeds meer hebben wij te maken met (complexe) vraagstukken van inwoners en ondernemers.
Naast de enkelvoudige vragen van inwoners en ondernemers zijn er vraagstukken die een integrale aanpak vereisen, van verschillende disciplines binnen de gemeente, maar ook met andere (netwerk - en samenwerkings)partners. Dat kan leiden tot betere, meer gedragen oplossingen, maar vraagt een andere werkwijze. O.a. de Omgevingswet sluit aan op deze ontwikkeling. Met de informatie die wij als gemeente beschik baar hebben, kunnen we dienstverlening verbeteren (gegevens die wij hebben hoef je niet uit te vragen; ‘big data’ kan helpen bij beleidsontwikkeling; klantsignalen inzetten om dienstverlening gericht te verbeteren). Websites lijken meer en meer doorontwikkelde apps, die bij ontwerp al geschikt zijn gemaakt voor mobiel gebruik (‘mobile first’) en waarbij in het ontwerp toegankelijkheid o.a. voor mensen met een (visuele) beperking al meegenomen is. Digitale toegankelijkheid is ook een wettelijke verplichting. Groei van het aantal buitenlandse toeristen in onze regio. Meer toeristen die ons gebied bezoeken, zullen meer besteden en daarmee de lokale economie een impuls geven. Keerzijde is dat de komst van meer toeristen ook negatieve gevolgen kan hebben voor de leefbaarheid. Met de ontvangen financiële steun vanuit de provincie voor het bidbook ‘Het land van Weerribben en Wieden’ zijn we in staat om onze ambities t.a.v. recreatie en toerisme te verwezenlijken.
Partners in de samenleving zijn meer en meer bereid tot concrete investeringen in onze regio. De aanpak m.b.t. de Human Capital (actieplan werk) heeft geleid tot veel positieve reacties. Met deelnemende partijen, zowel onderwijs als bedrijfsleven, k unnen we hier verder op bouwen en zijn we nog bezig met het indienen van een subsidieaanvraag (Human Capital Deal, een van de Regiodeals met het Rijk en de provincies). We zien een toenemende ontwikkeling in de lokale initiatieven op gebied van energietransitie. Woonconcept heeft grote ambities op het gebied van verduurzaming van haar woningbezit. 8 Er is weer oog voor woningbouw in de noordelijke kernen. Het nadrukkelijk intensiever lobbyen in Den Haag. Sociaal domein: Veel inwoners die zich wenden tot Sociaal Werk d e Kop hebben financiële problemen. De uitvoering van het preventief beleid op het gebied van schulddienstverlening lag tot nog toe bij de IGSD. Op dit moment wordt een pilot voorbereid waarbij De Kop uitvoering geeft aan (delen van) preventie van schulden. Wij zien dat samenwerking met huisarts en sterk is verbeterd door de komst van de praktijkondersteuners (POH -ers). Een praktijkondersteuner is een GGZ -specialist die bij de huisarts spreekuren houdt en de doorverwijzingen naar de GGZ beperkt. De verwijzingen naar de (lichte) tweedelijns jeugd GGZ zijn hierdoor drastisch teruggebracht.
In totaal zijn de kosten voor de Jeugd GGZ in 2018 ten opzichte van 2017 met 13% gedaald. De integrale aanpak, een heel actieve werkgroep en de vele vrijwilligers die zich samen sterk maken voor een passend aanbod voor de laaggeletterden , biedt kansen om te komen tot een nog passender ondersteuning bij het verminderen en voorkomen van laaggeletterdheid. Financiën: In paragraaf 2.2. staat vermeld dat de algemene uitkering van het gemeentefonds om verschillende redenen lager kan uitvallen dan geraamd. Het tegenovergestelde kan zic h echter ook voordoen. Als het R ijk meer geld uitgeeft dan werkt dit via het principe van ‘gelijk de trap op, gelijk de trap af’ positief door naar gemeenten (met een structureel effect). Ook is de VNG in gesprek is met het Rijk om te pleiten voor structureel extra geld voor Jeugdhulp op basis van een verdiepend onderzoek dat is uitgevoerd. We verwachten dat bij de meicirculaire 2019 via het gemeentefonds extra financiële middelen beschikbaar worden gesteld voor dit onderwerp. 2.2. Uitdagingen Om de duurzaamheidsambities te realiseren moeten er investeringen worden gedaan in het energienetwerk. Dit leidt mogelijk tot aanvullende investeringen in de openbare ruimte.
Door de voorbereiding e n uitvoering van diverse projecten en onderhoudsvraagstukken is er momenteel onvoldoende capaciteit om het beleidsplan IVOR 1 en beleidsnota groen in 2019 te actualiseren. De situatie in de bouwwereld is nog steeds overspannen te noemen. Hierdoor kunnen wachttijden en kosten oplopen. Het realiseren van de doelstellingen voor de bouwproductie kan onder druk komen te staan. 1 Integrale Visie Openbare Ruimte. 9 Niet alleen in de bouw is het moeilijk om aan goed, gekwalificeerd personeel te komen. Ook onze gemeente merkt dat er krapte is op de a rbeidsmarkt, waardoor het steeds lastiger wordt om tijdig de goede mensen aan te trekken. Informatie Privacy is een actueel onderwerp, doordat het vaak, meestal niet positief, in het nieuws is. Denk aan Cambridge Analytica dat gegevens van Facebook gebru ikte voor verkiezingscampagnes. Mensen zijn daardoor bezorgd over hun (online) privacy en willen (meer) regie over hun gegevens. De nieuwe AVG (algemene verordening gegevensbescherming) speelt hierin een belangrijke rol. De nieuwe AVG kan mogelijk op gesp annen voet staan met onze wens om inwoners vanuit oogpunt van dienstverlening op een pro-actieve manier te benaderen. De digitaal beschikbare informatie neemt exponentieel toe. Veel mensen gebruiken zoekmachines om informatie makkelijker te kunnen vinden op internet.
Digitale vindbaarheid is daarmee steeds belangrijker (SEO, Search Engine Optimization). We moeten continu monitoren of de vindbaarheid van digitale informatie voldoende is en zo nodig de website daarop aanpassen. Jongeren ontvangen hun informatie niet of nauwelijks via de traditionele kanalen (geen radio, tv of kranten). Daarmee samenhangend is de trend dat steeds meer mensen in een ‘informatiebubbel’ zitten. Dat wil zeggen dat zij alleen of voornamelijk informatie zien die past bij hun voorkeuren. Bij onze communicatie zullen we daar rekening mee moeten houden en ook andere media inzetten. Bijkomend voordeel is dat we informatie heel gericht kunnen inzetten. Mensen delen informatie en meningen snel en veel onder meer dankzij sociale media . Omdat (negatieve) informatie snel verspreid wordt, is het zaak snel en adequaat te reageren op klachten die via social media worden geuit. In 2018 is beleid ontwikkeld hoe we Facebook, Twitter en WhatsApp inzetten vanaf 2019. Een groeiend gebruik van digit ale toepassingen betekent niet automatisch dat daarmee ook de digitale vaardigheden toenemen. Dat geldt niet alleen voor laaggeletterden (in Steenwijkerland zijn dat relatief veel mensen), maar ook voor mensen die zijn opgegroeid met een andere taal of oud eren. Ook jongeren en hoger opgeleiden zijn niet allemaal voldoende digitaal vaardig.
We zullen daarom altijd oog moeten blijven houden voor hen en maatwerk leveren waar dat nodig is. Sociaal domein Sinds 1 januari 2015 is de jeugdwet gedecentraliseerd naar gemeenten. Hiermee zijn gemeenten zowel inhoudelijk als financieel verantwoordelijk geworden voor de hulp, ondersteuning en begeleiding van jongeren tot 18 jaar. D e afgelopen jaren is gebleken dat de uitgaven van de Jeugdhulp hoger zijn dan in de begro ting is meegenomen. Zo is bij de PPN van vorig jaar het budget eenmalig opgehoogd met een bedrag van € 550.000. Ook bij de Najaarsnota van 2018 is het budget met nog eens € 1.000.000 opgehoogd, ditmaal ook voor 2019. Wanneer uitgegaan wordt van eenzelfde uitgavenniveau als in 2018, en er is op dit moment geen reden aan te nemen dat dit anders zal zijn, dan zal in 2019 een tekort ontstaan van € 550.000. Vanaf 2020 gaat het om een structureel nadeel van € 1.535.000. In voorliggende PPN zijn deze bedragen opge nomen bij het onderdeel ‘budgetafwijkingen’ (paragraaf 6.3). 10 Onlangs is er een analyse uitgevoerd naar de kostenstijging in de jeugdhulp voor de jaren 2016, 2017 en 2018 in Steenwijkerland. De opgedane inzichten en analyses zijn omgezet naar concrete maatregelen en interventies in een plan van aanpak om grip te krijgen op de stijgende kosten in de jeugdhulp.
We verwachten minimaal twee jaar nodig te hebben om uitvoering te geven aan alle maatregelen in dit plan van aanpak en deze te borgen in het primaire proces. Tot die tijd vallen nieuwe financiële tegenvallers in de jeughulp niet uit te sluiten. Vanaf 2017 heeft de raad extra middelen beschikbaar gesteld voor de nieuwe organisatie voor sociaal werk voor de jaren 2018, 2019 en 2020. Argument hiervoor wa s dat met een verhoging van het budget beter kan worden bijdragen aan de hoofddoelen uit het beleidsplan sociaal domein. Onze eigen ervaringen, de tussentijdse rapportages en het jaarverslag van Sociaal Werk de Kop (SWDK) laten een positief beeld zien, z owel ten aanzien van het aantal inwoners dat ondersteund is als de tevredenheid met die ondersteuning. SWDK heeft in korte tijd een stevige positie opgebouwd op tal van onderwerpen en terreinen. Zij heeft zich ontwikkeld tot een initiërende en betrouwbare partner, niet alleen voor de gemeente, maar voor veel maatschappelijke partijen. Voor een objectief beeld over de opbrengsten en effecten van het sociaal werk in onze gemeente, wordt momenteel een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd. Het betreft een zogena amde maatschappelijke kosten - en batenanalyse (MKBA).
De MKBA geeft inzicht of, en zo ja, in de mate waarin de inzet van SWDK leidt tot opbrengsten en verminderde maatschappelijke kosten, zoals bijvoorbeeld een lager gebruik van maatwerkvoorzieningen. Dan wordt ook duidelijk of het noodzakelijk/wenselijk is om de raad te vragen ook voor de periode na 2020 extra budget beschikbaar te stellen. De levering van hulpmiddelen (o.a. rolstoelen, aangepaste fietsen e.d.) verloopt niet op een goede wijze. Dit uit z ich onder meer in lange levertijden. Het contract met de hulpmiddelen leverancier is opgezegd en een nieuwe aanbesteding loopt. Iedere gemeente is, in het kader van de Wmo 2015, verantwoordelijk voor het bieden van maatschappelijke opvang en beschermd wonen. In Steenwijkerland wordt dit uitgevoerd door de centrumgemeente Zwolle. Hoewel de financiële situatie tot en met 2017 in balans is geweest, zijn er nu wel enkele risico’s te noemen voor de korte en voor de langere termijn: De woningcorporaties mogen de regionale maatschappelijke opvang (de Herberg) vanaf 2020 niet meer op de huidige wijze financieren. In het regionaal bestuurlijk overleg Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang is afgesproken dat het tekort (€ 300.000 per jaar) vanaf 2020 volgens de g eldende verdeelsleutel door de regiogemeenten gefinancierd wordt.
Voor Steenwijkerland komt dit neer op maximaal € 42.150 per jaar voor de periode 2020-2024, met als voorwaarde een evaluatie na 2 jaar. Het huidig financieringsmodel waarbij de middelen aan de Centrumgemeente(n) beschikbaar worden gesteld komt per 1 -1-2021 te vervallen. Vanaf dat moment ontvangen de individuele gemeenten ‘eigen’ middelen voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. De voorlopige uitkomsten van het verdeelmodel ‘beschermd wonen, maatschappelijke opvang en Wmo 2015 begeleiding ’ zijn op 6 maart 2019 gepublic eerd. Ondanks dat dit niet de definitieve verdeling is, is een afname voor de regio IJssel-Vecht van 11 € 26,3 miljoen opgenomen. Overleg hierover vindt op landelijk niveau plaats. Duidelijkheid hierover verwachten we in de meicirculaire van 2020. De zorg wordt steeds vaker ambulant ingezet. De kosten voor beschermd wonen nemen hierdoor naar verwachting af, maar de lokale kosten voor de Wmo -voorzieningen begeleiding en dagbesteding nemen juist toe. Financiën De kans bestaat dat het Rijk in 2018 minder heef t uitgegeven dan was begroot (onderuitputting op de rijksbegroting). Dit werkt via het principe van ‘gelijk de trap op, gelijk de trap af’ door naar gemeenten. Lagere rijksuitgaven in 2018 leiden tot een lagere algemene uitkering van het gemeentefonds in 2019 (met een structureel effect).
Het Rijk en gemeenten hebben in mei 2018 afgesproken om de verdeling van de middelen in het sociaal domein en de verdeling van de andere middelen in het gemeentefonds vanaf 2021 integraal te herzien. Gemeenten hebben in het sociaal en het fysiek domein meer taken gekregen en ook maatschappelijke ontwikkelingen zijn door gegaan. De financiële verhouding moet bij deze ontwikkelingen aansluiten. In de verdeelmodellen van het sociaal domein zitten discrepanties die ervoor zorgen dat sommige gemeenten minder geld van het R ijk ontvangen voor het sociaal domein dan zij op basis van hun kostenstructuur nodig hebben. De herziening van de verdeelmodellen sociaal domein is erop gericht om de financiële problemen van deze gemeenten als gevolg van een verkeerde verdeling op te lossen. Een positief herverdeeleffect voor de ene gemeente leidt echter altijd tot een negatief herverdeeleffect bij een andere gemeente. De herziening van de verdeelmodellen sociaal domein kan dus voor onze gemee nte tot een financieel nadeel leiden. Met betrekking tot de rioolheffing lopen nog altijd twee beroepszaken, waarover u de afgelopen jaren meerdere keren bent geïnformeerd. Het beeld dat is geschetst in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicomanagement’ in de Programmabegroting 2019 -2022 is nog steeds actueel.
Het gaat om een bedrag van circa € 500.000 aan rioolheffing per jaar, dus de financiële belangen zijn erg groot. Mogelijk worden de gevolgen nog groter, doordat inmiddels de aanslagen 2016 tot en met 2019 op dezelfde wijze zijn opgelegd en hiertegen ook b ezwaar is gemaakt. Ten aanzien van de tarieven voor 2020 en verder zullen de tarieven voor de afvalstoffenheffing verder onder druk komen te staan. Dit komt met name door dalende opbrengsten en stijgende verwerkingskosten bij de recycling van grondstoffen door marktontwikkelingen. Dit zien we onder andere bij de vergoedingen PMD 2. De rijksbelasting op afval (afvalstoffenbelasting) is voor de gemeente Steenwijkerland tot 1 juli 2021 nog niet van toepassing. Er is in december 2018 een overgangsregeling afgesproken van 3 jaar voor die gemeenten die tot en met 2018 nog niet werden aangeslagen. De verwachting voor de periode daarna is dat deze kosten alleen maar hoger worden. Met ingang van 1 januari 2016 geldt voor de gemeente een vennootschapsbelastingplicht. Een inventarisatie is gemaakt van de activiteiten die hieronder vallen. De activiteiten van de gemeente worden continu gemonitord op de fiscale consequenties om fouten te voorkomen, de 2 Plastic Metalen Drankenkartons. 12 juiste beslissingen te nemen en alleen terecht deze belasting te betalen.
Het is daarom zaak feiten en omstandigheden op de juiste wijze te presenteren en alert te zijn op (wijzigingen in) bijvoorbeeld het gemeentelijk vastgoedbeleid. Dit geldt tevens voor activiteiten, zoals detachering van personeel, werkzaamheden voor der den en samenwerkingsovereenkomsten. De invoering vergt een flinke investering voor de gemeente door de extra (structurele) werkzaamheden, benodigde inhuur van externe adviseurs en opleidingen van personeel. De gemeente Steenwijkerland declareert BTW op g rond van het BTW compensatiefonds . Landelijk gezien is hieraan een plafond ingevoerd. Als dit plafond wordt bereikt, word en de hogere uitgaven door het R ijk gekort op de algemene uitkering. Door de mindere economische omstandigheden van de afgelopen jaren is dit plafond niet bereikt, maar dit komt door de aantrekkende economie wel eerder in beeld. De impact is zeer moeilijk te bepalen omdat het een macronorm betreft waarvan de rapportage van het ministerie van Financiën dient te komen. In de programmabegr oting 2019 -2022 is een structurele dividenduitkering van € 1,5 miljoen geraamd van de N.V. Rendo Holding . Uit de meerjarenraming tot en met 2030 van de Rendo blijkt dat de dividenduitkering de komende jaren onder druk staat.
Dit wordt onder andere veroorzaakt door de invoering van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI), nieuwe eisen die worden gesteld aan de balansstructuur van Rendo, het vervallen van de precariovergoeding en diverse geplande investeringen. Op basis van ervaringscijfer s over het voorgaande jaar houden we rekening met lagere WOZ- waarden als gevolg van ingediende bezwaarschriften . Dat betekent dat we vooraf in de programmabegroting een bedrag in mindering brengen op de geraamde OZB -opbrengsten. In 2019 zijn we geconfronte erd met een relatief hoog aantal schriftelijk bezwaren. Als een vergelijkbaar percentage als voorgaande jaren wordt toegekend, valt de feitelijke OZB - opbrengst over 2019 lager uit dan geraamd. 13 3. Financieel beeld 3.1. Begrotingspositie Zoals uit tabel 2 kan worden opgemaakt is er sprake van een negatief saldo voor de jaren 20 20 t/m 2023. Bij de opstelling van de Programmabegroting 2020-2023 wordt op basis van het dan geldende budgettaire beeld (onder meer de verwerking van de meicirc ulaire) duidelijk of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Tabel 2: Financieel beeld Omschrijving I/S 2019 2020 2021 2022 2023 Saldo (Programmabegroting 2019-2022, p.
14) S -115.000 -360.000 -25.000 -316.000 -316.000 Amendement: Uitstellen verhoging tarief toeristenbelasting naar 2020 S 55.000 Saldo door de raad vastgestelde Programmabegroting 2019-2022 -60.000 -360.000 -25.000 -316.000 -316.000 Incidentele baten en lasten (Programmabegroting 2019-2022, p.46) I -161.000 Materieel saldo (Programmabegroting 2019-2022, p. 46) -221.000 -360.000 -25.000 -316.000 -316.000 Diverse raadsbesluiten: 18/09/18: Aankoop boerderij De Deukten (rente- en kapitaallasten) S 49.000 48.825 48.650 48.475 48.300 18/12/18: Vaststellen (belasting)verordeningen 2019, forensenbelasting I 30.000 18/12/18: Aanpassen geraamde inkomsten OZB S 100.952 100.952 100.952 100.952 100.952 18/12/18: Vervroegde afschrijving Brinkschool S -4.784 -4.784 -4.784 -4.784 -4.784 18/12/18: Investeringsopgave sociale huur I 524.000 22/01/19: Opheffing IGSD I 270.000 Totaal raadsbesluiten tot en met april 2019 969.168 144.993 144.818 144.643 144.468 Herprioritering: Structureel S -423.987 -1.922.299 -1.892.294 -1.963.939 -1.956.405 Incidenteel I - -191.095 -125.000 -125.000 -125.000 Totaal herprioritering -423.987 -2.113.394 -2.017.294 -2.088.939 -2.081.405 Overige mutaties: Budgetafwijkingen (structureel) S 1.815.015 3.276.421 3.551.337 3.651.835 4.032.981 Budgetafwijkingen (incidenteel) I -135.220 84.905 341.494 196.878 121.365 Prijscompensatie (1,6%) uitgaven S 608.768 598.786 599.596
624.975 Prijscompensatie (1,6%) inkomsten S -185.235 -185.235 -185.107 -185.107 Indexatie (1,9%) lonen en sociale lasten S 467.499 459.480 458.321 458.321 Areaaluitbreiding, extra uitgaven S 44.356 44.356 44.356 44.356 Aanpassen jaarschijf 2023 S 187.637 Algemene uitkering gemeentefonds (o.b.v. septembercirculaire 2018): Correctie begrotingsjaar 2022 (o.b.v. meicirculaire 2018) S 105.116 105.116 Stelpost: Compensatie lonen en prijzen S - -1.282.425 -1.286.175 -1.287.294 -1.288.485 Stelpost: Hoeveelheidsverschillen S -211.247 -374.495 -387.525 -400.765 -389.067 Stelpost: Onderuitputting 2018 S 500.000 250.000 250.000 250.000 250.000 Taakmutatie: Aanpassing budget Participatiewet (inkomsten van het Rijk) S 191.760 Taakmutatie: Uitgaven i.h.k.v. de Participatiewet S -191.760 Totaal overige mutaties 1.968.548 2.889.794 3.386.518 3.432.936 3.962.092 Structureel (beschikbaar voor Bestedingsplan 2020-2023) S 1.764.949 667.583 1.272.548 1.100.762 1.712.790 Incidenteel I 527.780 -106.190 216.494 71.878 -3.635 Subtotaal: 2.292.729 561.393 1.489.042 1.172.640 1.709.155 14 In de tabel is onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele inkomsten en uitgaven (I/S). In principe vallen onder 'Incidenteel’ de uitgaven en in komsten met een eenmalig karakter en een looptijd van maximaal drie jaar.
De incidentele uitgaven worden gedekt door een onttrekking aan de Al gemene Reserve vrij besteedbaar, met uitzondering van nieuwe incidentele uitgaven in het lopend jaar (2019) 3. Voor de jaren 20 20 tot en met 202 3 wordt een beroep gedaan op de Algemene reserve vrij besteedbaar tot een bedrag van afgerond € 2,8 miljoen. Toelichting begrotingspositie. De perspectiefnota start met het saldo van de Programmabegroting 2019-2022 (pagina’s 14 en 46). Het saldo is als volgt opgebouwd: Tabel 3: Opbouw van het begrotingssaldo Diverse begrotingswijzigingen De financiële gevolgen van de besluiten tot en met de raadsvergaderingen in april 2019 zijn verwerkt in deze nota. Herprioritering Alle maatregelen in het kader van de bestuurlijke herprioritering zijn toegelicht in bijlage 6.1. 3 Uitzondering zijn de financiële gevolgen van twee raadsbesluiten (‘Investeringsopgave sociale huur’ en ‘Opheffing IGSD’) met financiële gevolgen in 2019. In totaal is daarmee een bedrag gemoeid van € 2.870.000 die wel ten laste komt van de Algemene Reserve vrij besteedbaar.
Omschrijving I/S 2019 2020 2021 2022 2023 Bestedingsplan 2020-2023: Structureel S - 123.048 170.390 193.457 232.571 Incidenteel I 33.000 1.327.150 728.150 395.000 290.000 Totaal bestedingsplan 2020-2023 33.000 1.450.198 898.540 588.457 522.571 Saldo perspectiefnota, vóór aanvullende maatregelen S 1.531.729 790.631 1.442.938 1.294.219 1.945.361 Saldoverbeterende maatregelen Structueel S -554.384 -549.393 -549.798 -866.059 Incidenteel I - - - -140.486 Totaal saldoverbeterende maatregelen - -554.384 -549.393 -549.798 -1.006.545 Totaal perspectiefnota 2020-2023: Structureel S 1.764.949 236.247 893.545 744.421 1.079.303 Incidenteel I 560.780 1.220.960 944.644 466.878 145.879 Reserve Volkshuisvesting I -524.000 Algemene Reserve vrij besteedbaar I -270.000 -1.220.960 -944.644 -466.878 -145.879 Saldo perspectiefnota S 1.531.729 236.247 893.545 744.421 1.079.303 - = voordeel Omschrijving I/S 2019 2020 2021 2022 2023 Saldo (Programmabegroting 2019-2022, p. 14 en p. 46) S -115.000 -360.000 -25.000 -316.000 -316.000 Amendement: Uitstellen verhoging tarief toeristenbelasting naar 2020 S 55.000 Saldo door de raad vastgestelde Programmabegroting 2019-2022 -60.000 -360.000 -25.000 -316.000 -316.000 Incidentele baten en lasten (Programmabegroting 2019-2022, p.46) I -161.000 Materieel saldo (Programmabegroting 2019-2022, p.
46) -221.000 -360.000 -25.000 -316.000 -316.000 - = voordeel 15 Overige mutaties Budgetafwijkingen structureel en incidenteel In hoofdstuk 6.2 zijn de structurele en incidentele budgetafwijkingen vermeld en van een nadere toelichting voorzien. Prijscompensatie 1,6% uitgaven en inkomsten De prijscompensatie voor 2020 ten opzichte van 201 9 komt uit op 1,6%4. Dit is overeenkomstig de ‘Kadernota Financieel beleid gemeente Steenwijkerland 2018’ waarin op pagina 11 staat vermeld dat de berekening van de prijsontwikkeling wordt bepaald aan de hand van de gegevens van het Centraal Planbureau (CPB). Meer specifiek gaat het om de index ‘prijscompensatie voor intermediair verbruik’. Eventuele bijstellingen over voorgaande jaren worden meegenomen bij de berekening van het percentage voor prijsontwikkeling voor het komende begrotingsjaar. Lonen en sociale lasten + periodieke verhogingen 2023 De huidige Cao Gemeenten kent een looptijd tot 1 januari 2019. Voor 2019 is in de programmabegroting uitgegaan van een stijging van de lonen en sociale lasten van 3% op basis van de beschikbare informatie van het CPB (raming voorjaar 2018). Voor 2020 wordt op basis van de actuele ramingen van het CPB uitgegaan van een stijging van de lonen en sociale lasten van 1,9%5.
Uiteraard vindt een bijstelling van het geraamde percentage voor de salariskosten en sociale lasten plaats, zodra hierover meer duidelijkheid bestaat. Daarnaast wordt jaarlijks een bedrag van € 125.000 opgenomen voor de stijging van de loonkosten als gevolg van periodieke verhogingen. Aanpassen jaarschijf 2023 Het betreft een bijstelling van de jaarschijf 2023 t.o.v. 2022. Algemene uitkering gemeentefonds (AU) Het R ijk informeert de gemeenten in circulaires over de gemeentefondsuitk eringen. De ontwikkeling hiervan wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoogte van de rijksuitgaven. Wijziging in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de algemene uitkering (‘samen de trap op, samen de trap af’). In paragraaf 1.2 staat vermeld dat de financiële gevolgen van de septembercirculaire 2018 van het gemeentefonds worden verwerkt in de Perspectiefnota 2020 - 2023. In dit geval zijn de financiële effecten nadelig voor onze gemeente. Algemene uitkering: Correctie begrotingsjaar 2022 (o.b.v. meicirculaire 2018) In de Programmabegroting 2019 -2022 is voor het begrotingsjaar 2022 met een te hoog bedrag voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds gerekend op basis van de meicirculaire 2018. Voorafgaand aan de begrotingsbehan deling op 13 november 2018 is dat geconstateerd en uw raad is daar toen over geïnformeerd .
Wij hebben toen voorgesteld om de programmabegroting op dit punt niet te wijzigen, maar in plaats daarvan bij de PPN 2020 -2023 voor alle begrotingsjaren een nieuwe doorrekening te maken op basis van de septembercirculaire 2018. 4 Prijs intermediair verbruik (kerngegevenstabel 2017-2020, Centraal Economisch Plan, CPB, maart 2019). 5 Prijs overheidsconsumptie beloning werknemers (kerngegevenstabel 2017-2020, Centraal Economisch Plan, CPB, maart 2019). 16 Algemene uitkering gemeentefonds: Compensatie lonen en prijzen (stelpost) Op basis van de septembercirculaire 2018 wordt voor 2020 en volgende jaren een hogere algemene uitkering uit het gem eentefonds voor prijs - en loonontwikkelingen (inclusief sociale lasten) verwacht. Algemene uitkering gemeentefonds: Hoeveelheidsverschillen (volume) Het betreft hier een bijstelling van de algemene uitkering op basis van aantallen en hoeveelheden. Voorbeelden hiervan zijn het aantal inwoners en het aantal bijstandsontvangers. Algemene uitkering gemeentefonds: Aanpassing jaarschijf 2023 De jaarschijf 2023 is ten opzichte van 2022 aangepast. Stelpost: Onderuitputting 2018 Wij houden rekening met lagere rijksuitgaven dan verwacht in de septembercirculaire 2018. Dit leidt volgens het principe van ‘samen de trap op, samen de trap af’ een lager accres voor 2018 .
De afrekening volgt in de meicirculaire 2019 en kent een structureel en incidenteel element. Bestedingsplan 2020-2023 Het bestedingsplan 2020-2023 is toegelicht in bijlage 6.2. Saldoverbeterende maatregelen Vanwege het negatief meerjarig begrotingssaldo zijn wij genoodzaakt aanvullende maatregelen te treffen om het saldo te verbeteren. Deze maatregelen zijn als volgt: Tabel 4: Saldoverbeterende maatregelen Maatregelen om de kosten Jeugdhulp te beheersen. Het primaire uitgangspunt is passende ondersteuning voor elk kind in Steenwijkerland. Het plan van aanpak Jeugdhulp is gericht op het krijgen van grip op de kosten. We zetten erop in dat het plan van aanpak een structurele kostenbesparing kan opleveren oplopend tot € 250.000 in 2023. Hierbij liggen er met name mogelijkheden om kosten te besparen door inzet van maatregelen als het verminderen van 24-uurs zorg en het doorbreken van langdurige trajecten. We willen ‘het blijven doorbehandelen zonder merkbaar resultaat’ verminderen. Bovendien ontwikkelen we een effectieve aanpak voor het ontzorgen en normaliseren van problemen in gezinnen (preventie). Doordat maatregelen pas op termijn effect sorteren, is het niet reëel om de volledige kostenreductie vanaf 2021 ‘in te boeken’. Daarom is gekozen om in de jaren 2020 tot en met 2021 bedragen ten laste te brengen van de ‘Reserve opvangen tekorten Sociaal Domein’.
In totaal gaat dat om een Nr. Maatregel I/S Investering 2019 2020 2021 2022 2023 1. Maatregelen om kosten Jeugdhulp te beheersen S -150.000 -200.000 -250.000 Inzet Reserve opvangen tekorten Sociaal Domein I -250.000 -100.000 -50.000 0 2. Uitstel bouw school in Sint Jansklooster S -6.213.707 -303.571 Vrijval van eenmalige kosten I -140.486 3. Prijsindex voor de helft uitkeren (0,8% i.p.v. 1,6%) -304.384 -299.393 -299.798 -312.488 Totaal maatregelen -6.213.707 -554.384 -549.393 -549.798 -1.006.545 Waarvan saldoverbeterend -554.384 -549.393 -549.798 -866.059 - = voordeel 17 bijdrage van € 400.000. Uw raad moet dan wel instemmen met het voorgestelde besluit om de looptijd van deze reserve te verlengen van ‘minimaal tot en met 2020’ naar ‘tot en met 2022’. Uitstel bouw school in Sint Jansklooster Een andere saldoverbeterende maatregel is het met een jaar uitstellen van het bouwen van een school in Sint Jansklooster. Dit leidt tot lagere kapitaallasten in 2023. Prijsindex voor de helft uitkeren (0,8% in plaats van 1,6%) Zoals reeds vermeld, komt de prijscompensatie voor 2020 ten opzichte van 2019 uit op 1,6%. Het niet volledig uitkeren van de prijsindex – namelijk de helft, ofwel 0,8% - levert een besparing op in de uitgaven.
Daarmee wordt de systematiek die we jaarlijks hanteren, en die door raad is vastgelegd in de ‘Kadernota Financieel beleid gemeente Steenwijkerland 2018’, losgelaten. 3.2. Vermogenspositie In de volgende tabel hebben wij de ontwikkeling van de vermogenspositie per 1 -1-2020 voor u in beeld gebracht. De raadsbesluiten t ot en met de vergadering en van april 2019 zijn in dit overzicht verwerkt. Tabel 5: Ontwikkeling van de vermogenspositie (Bedragen x € 1.000) Ten opzichte van de programmabegroting is er sprake van een verslechtering van ruim € 2 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door een aantal onttrekkingen aan bestemmingsreserves. Een voorbeeld is de onttrekking aan de Reserve Volkshuisvesting die verband houdt met investeringsopgave sociale huur (raadsbesluit 18/12/18). In de tabel is nog geen rekening gehouden met het resultaat van de jaarrekening 201 8. De vaststelling van de jaarrekening 2018 staat eveneens op de raadsagenda van 9 juli 2019. De incidentele uitgaven die verband houden met de budgetafwijkingen 2019 zoals opgenomen in bijlage 6.1. komen niet ten laste van de Alg emene Reserve vrij besteedbaar. Mutaties in het lopend jaar komen namelijk ten laste van het begrotingssaldo.
Ontwikkeling van de vermogenspositie Programmabegroting 2019-2022 Perspectiefnota 2020-2023 Verschil Algemene reserves 26.625 27.455 830 waarvan AR (vaste buffer) 11.166 11.166 - waarvan AR vrij besteedbaar 15.459 16.289 830 Bestemmingsreserves 13.691 10.693 - 2.998 40.316 38.148 - 2.168 18 4. Kaders Programmabegroting 2020-2023 4.1. Inleiding In dit hoofdstuk zijn de kaders voor de samenstelling van de Programmabegroting 20 20-2023 opgenomen. De financiële vertaling van een deel van de ze kaders is reeds meegenomen in deze perspectiefnota. De kaders zijn gebaseerd op de door uw raad vastgestelde nota’s behorende bij de kadernota. 4.2. Kaders Onderstaand treft u de kaders aan voor o.a. de prijs- en loonindexcijfers en de te hanteren rekenrente. De met een (*) aangegeven onderdelen zijn reeds verwerkt in de perspectiefnota. Tabel 6: Kaders voor de Programmabegroting 2020-2023 Omschrijving Kader Raadsbesluiten Tot en met de raadsvergaderingen in april 2019 Lonen (incl.
sociale lasten) (*) 1,9% Prijsinflatie inkomstenbudgetten (*) 1,6% Prijsinflatie uitgavenbudgetten (*) 1,6% (0,8% na saldoverbeterende maatregel) Prijsinflatie grondexploitatie uitgavenbudgetten 2,0% Prijsinflatie grondexploitatie inkomstenbudgetten 1,5% Rente grondexploitaties 1,0% Rekenrente (omslagpercentage) 1,25% Marktrente (*) 1,5% Prijsinflatie verstrekte subsidies (*) 1,6% Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten (*) 1,6% Tarief 2020 voor het prestatiecontract € 90,00 Aantal woonruimten per 1-1-2019 (geraamde groei 2019) 20.324 (117) Aantal inwoners per 1-1-2019 (geraamde groei 2019) 43.935 (147) Algemene uitkering uit het Gemeentefonds (*) Septembercirculaire 2018 (de Meicirculaire 2019 verschijnt eind mei/begin juni 201 9; wij zullen uw raa d daarover via een afzonderlijke informatienota over informeren). 4.3. Loonkostenontwikkelingen Voor een toelichting op de verwachte loonkostenontwikkelingen verwijzen wij naar hoofdstuk 3. In de Programmabegroting 20 20-2023 wordt voor 20 20 rekening ge houden met een stijging van de loonkosten inclusief sociale lasten van 1,9%. 4.4. Prijsinflatie exploitatiebudgetten en kostenplaatsen De prijscompensatie voor intermediair verbruik bedraagt voor 2020 ten opzichte van 2019 1,6% (0,8% na het treffen van de genoemde saldoverbeterende maatregel) . In onderstaande tabel treft u de achterliggende berekening aan.
De berekeningswijze is overeenkomstig de ‘Kadernota Financieel beleid gemeente Steenwijkerland 2018’ waarin op pagina 11 staat vermeld dat eventuele bijstellingen 19 over voorgaande jaren worden meegenomen bij de berekening van het percentage voor prijsontwikkeling voor het komende begrotingsjaar. Tabel 7: Berekening prijsinflatie6 Prijs intermediair verbruik (%) Prijsstijging 2017 1,3 In begroting 2019-2022 opgenomen 1,8 -0,5 Prijsstijging 2018 1,7 In begroting 2019-2022 opgenomen 1,9 -0,2 Prijsstijging 2019 2,0 In begroting 2019-2022 opgenomen 2,1 -0,1 Prijsstijging 2020 2,4 Prijsstijging 2020 t.o.v. 2019 1,6 4.5. Prijsinflatie grondexploitatie Voor de gemeentelijke grondexploitaties wordt een afwijkend percentage gehanteerd voor zowel de kosten- als de opbrengstenkant. De wijze waarop deze parameters worden bepaald is vastgelegd in de Nota Grondprijzenbeleid 2016-2020. Kostenstijging In de Nota Grondprijzenbeleid 2016 -2020 is vastgelegd dat de parameter kostenstijging wordt gebaseerd op het langjarig gemidde lde van de GWW -index (Grond, Weg - en Waterbouw). We hanteren de GWW -index omdat deze index de prijsontwikkeling van civieltechnische kosten in beeld brengt. De civieltechnische kosten zijn de voornaamste kosten binnen de grondexploitaties.
De GWW -index is opgebouwd uit de gemiddelde prijsstijgingen en -dalingen van de diverse productgroepen zoals loonkosten, gasolie, elektriciteit, betonproducten, cement, kunststof, (beton)staal en (wegenbouw)bitumen. Op dit moment hanteren we in de grondexploitaties een p arameter kostenstijging van 2,0%. De gemiddelde GWW-index over de afgelopen 10 jaar bedraagt 1,5% (zie tabel 8). De verwachtingen voor de korte termijn zijn echter bovengemiddeld. De GWW-kosten stijgen hard doordat de prijzen van grondstoffen en materia len onder druk staan. Bovendien is er sprake van een groeiend tekort aan geschikt personeel. Ook markteffecten spelen een rol. Door de aantrekkende economie zijn de portefeuilles van aannemers van civiele werken goed gevuld. Hierdoor worden ze selectiever in het aannemen van 6 Bron: kerngegevenstabel 2016-2019 uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB, maart 2018. 20 opdrachten. De mogelijkheden tot het realiseren van aanbestedingsvoordelen bij civiele werken wordt steeds kleiner. Tabel 8: GWW-index, procentuele mutatie t.o.v. van voorgaande jaar (%) 7 Jaar (%) 2009 0,4 2010 2,1 2011 3,0 2012 3,1 2013 0,2 2014 -0,1 2015 -1,5 2016 -0,7 2017 4,1 2018 4,6 Gemiddelde 2009 t/m 2018 (10-jaarsgemiddelde) 1,5 Voor de komende begrotingsperiode (MBG 2020 -2023) wordt daarom de parameter kostenstijging van 2,0% geconsolideerd.
Opbrengstenstijging Er is in Nederland geen database beschikbaar waarin de prijsontwikkeling van bouwgrond wordt bijgehouden. In de Nota Grondprijzenbeleid 2016 -2020 is daarom vastgelegd dat de parameter opbrengstenstijging wordt gebaseerd op het langjarig gemiddelde van de Consumentenprijsindex (CPI) van het CBS. Op dit moment hanteren we in de grondexploitaties een parameter opbrengstenstijging van 1,5%. Het gemiddelde van de CPI in de afgelopen 10 jaar bedraagt circa 1,5% (zie tabel 9 ). In lijn met het economisch herstel is de CPI in 2018 met 1,7% gestegen ten opzichte van 2017. De verwachting is dat de inflatie de komende jaren bescheiden blijft, mede door de stijgende eurokoers. Tabel 9: Consumentenprijzen; prijsindex (2015=100) 8 Jaar CPI Jaarmutatie CPI (%) 2009 90,4 1,2 2010 91,6 1,3 2011 93,7 2,3 2012 96,0 2,5 2013 98,4 2,5 2014 99,4 1,0 2015 100,0 0,6 2016 100,3 0,3 2017 101,7 1,4 2018 103,4 1,7 gemiddelde 2009 t/m 2018 (10-jaarsgemiddelde) 1,5 7 Er is rekening gehouden met het aandeel/belang van de individuele indexen van de verschillende productgroepen in het bouw- en woonrijpmaken van een gemiddeld woningbouwproject. 8 Bron: CBS Statline. 21 Voor de komende begrotingsperiode (MBG 2020 -2023) wordt d aarom de parameter opbrengstenstijging van 1,5% geconsolideerd. 4.6.
Rente De rekenrente (omslagpercentage) is gebaseerd op de te betalen minus te ontvangen rente in een jaar gedeeld door 1% van de boekwaarde van de investeringen per 1/1 van het jaar. Voor het aantrekken van langlopende geldleningen ter financiering van de geraamde investeringen en toekomstige investeringen (bestedingsplan) wordt een marktrente van 1, 50% gehanteerd. Het totaal benodigde rentebedrag wordt herrekend en opgenomen in de prog rammabegroting op basis van het bestedingsplan dat op dat moment voorligt aan de raad ter vaststelling. 4.7. Loon –en prijsinflatie subsidies In vele gevallen kennen gesubsidieerde instellingen voor hun producten eenzelfde kostenopbouw als gemeenten. De bekostiging van deze producten vindt (deels) plaats door gemeenten in de vorm van een subsidie. Hiervoor wordt de gemeente niet afzonderlijk gecompenseerd in het accres van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Compensatie van de gesubsidieerde ins tellingen vindt normaliter plaats overeenkomstig het percentage voor prijsstijgingen ter grootte van 1,6%. Voorstel is om de prijscompensatie voor 2020 voor de helft uit te keren (0,8% in plaats van 1,6%), als een van de saldoverbeterende maatregelen uit hoofdstuk 3. 4.8. Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten Voor gemeentelijke belastingen en rechten wordt dezelfde prijsindex als voor exploitatiebudgetten gehanteerd.
Voor 2020 t.o.v. 2019 komt dit uit op 1,6%. 4.9. Tarief 2020 voor het prestatiecontract Met het prestatiecontract kunnen interne uren worden doorbelast aan projecten. In april 2017 heeft de raad besloten het prestatiecontract te beperken tot de investeringen in gesloten huishoudingen, de grondexploitaties en de subsidiabele proj ecten voor zover de toegerekende uren van deze projecten subsidiabel zijn. Reden is dat door veranderde regelgeving (BBV) de exploitatiebegroting voor een steeds groter deel zou worden belast met kosten voor interne uren als het prestatiecontract volledig zou zijn gehandhaafd. Jaarlijks wordt het uurtarief opnieuw berekend door rekening te houden met de stijging van de loonkosten. Voor 2019 geldt een tarief van € 88,00. Als rekening wordt gehouden met een stijging van de loonkosten met 1,9%, komt het tarief voor 2020 uit op afgerond € 90,00. 4.10. Groei aantal woningen Op basis van de kadernota mag bij de rioolrechten, de afvalstoffenheffing, het huishoudelijk afval, de onroerende-zaakbelastingen en de hondenbelasting rekening worden gehouden met de groei van het aantal woningen in 201 9. Er wordt rekening gehouden met een groei van 117 woningen, gebaseerd op de Woonvisie Steenwijkerland 2017-20219. 4.11. Groei aantal inwoners Per 1-1-2019 heeft de gemeente Steenwijkerland 43.935 inwoners.
Ten opzichte van de stand 1-1-2018 zien we een toename van 167 inwoners. De gemiddelde groei over de laatste 5 jaar komt uit op 147 inwoners. Voor 2019 wordt dit aantal als raming gehanteerd. 9 In de Woonvisie staat vermeld dat de gemeente Steenwijkerland tot 2025 groeit met circa 1.170 huishoudens. Het betreft hier een periode van 10 jaar. 22 5. Te nemen besluiten De gemeenteraad wordt voorgesteld: 1. Kennis te nemen van: a) het algemene beeld van de genoemde speerpunten zoals vermeld in hoofdstuk 1; b) de geschetste kansen en uitdagingen zoals vermeld in hoofdstuk 2; c) het financieel beeld zoals weergegeven in hoofdstuk 3, inclusief saldoverbeterende maatregelen; d) De bestuurlijke herprioritering zoals opgenomen in hoofdstuk 6.1; e) Het bestedingsplan 2020-2023 zoals opgenomen in hoofdstuk 6.2. 2. In te stemmen met: a) de begrotingspositie zoals weergegeven in hoofdstuk 3.1. voor zover het de jaarschijf 2019 betreft; b) het saldo van de jaarschijf 2019 te betrekken bij de Najaarsnota 2019; c) het saldo van de jaarschijven 2020 t/m 2023 te betrekken bij de samenstelling van de Programmabegroting 2020-2023; d) de budgetafwijkingen zoals opgenomen in hoofdstuk 6.3.; e) de programmabegroting 2019-2022 overeenkomstig 2a tot en met 2d te wijzigen; f) de kaders voor de samenstelling van de Programmabegroting 20 20-2023 zoals opgenomen in hoofdstuk 4. 3.
In te stemmen met: Verlenging van de looptijd van de ‘Reserve o pvangen tekorten Sociaal Domein’ met twee jaar van ‘minimaal tot en met 2020’ naar ‘tot en met 2022’. 4. Voor 2019 een krediet beschikbaar te stellen van € 9.448.000 voor: a) ‘Financiële vertaling IHP onderwijshuisvesting, gewijzigde normbedragen en fasering’ van € 9.368.000; b) Vervangingsinvesteringen Tractie van € 80.000. 5. Voor 2019 een krediet in te trekken van € 100.000 voor: Vervangingsinvesteringen Tractie. 23 6. Bijlagen Perspectiefnota 2020-2023 6.1. Bestuurlijke herprioritering Op 13 november 2018 heeft uw raad een ‘materieel en reëel sluitende’ programmabegroting 2019- 2022 vastgesteld met daarin een ambitieus bestedingsplan. Naast vele concrete plannen omvat het bestedingsplan een aantal ‘PM-posten’ zoals (de uitgaven voor) de implementatie van de Omgevingswet en het opheffen van de IGSD. Deze plannen waren nog onvoldoende uitgewerkt om op geld te kunnen zetten. In de begroting staat vermeld dat een traject loopt om onze inkomsten en uitgaven nader in beeld te brengen en dat dit mogelijk leidt tot voorstellen voor herprioritering van bestaande plannen in relatie tot de plannen die er komend voorjaar liggen. Dat traject is inmiddels afgerond.
Mede vanwege het feit dat een aantal PM posten nog niet op geld is gezet en de laatste ramingen voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de zogenaamde BUIG-gelden negatief uitwerken voor onze gemeente, heeft het college besloten een vervolg te geven aan het traject herprioritering. Dat houdt concreet in dat de ambtelijke organisatie is gevraagd met concrete voorstellen te komen. Kan geld worden bespaard door zaken niet langer te doen of anders te organiseren? Daarbij is gevraagd kritisch te kijken naar het bestedingsplan in de Programmabegroting 2019-2022. In deze paragraaf zijn alle voorstellen opgenomen, incl. toelichting. Daar waar een opgevoerde maatregel een relatie heeft met het bestedingsplan in de Programmabegroting 2019 -2022 is dat aangegeven. Tabel 10: Bestuurlijke herprioritering, Programma ‘De inwoner op 1’ Ad 1.1: Vrijval (deel) aanjaagbudget programma ‘Inwoner op 1’ (post in huidig bestedingsplan) ‘Inwoner op 1’ is het programma dat als ‘satéprikker’ door alle ander programma’s heen gaat. Om die reden heeft dit programma een aanjaagbudget gekregen. Het blijkt dat het aanjaagbudget niet geheel benodigd is, om dat sommige ‘posten’ al beschikbaar zijn binnen andere budgetten van de begroting. De gedeeltelijke vrijval heeft dus geen gevolgen voor onze ambities.
Ad 1.2: Herprioritering budget media, lokale omroep SLOS (post in huidig bestedingsplan) Vanaf 2020 is een bedrag van € 10.000 beschikbaar gesteld voor een eventuele verhuizing van de lokale omroep SLOS. Aangezien er op dit moment geen concrete verhuisplannen zijn, is dit budget 1 De inwoner op 1 I/S Investering 2019 2020 2021 2022 2023 1.1 Vrijval (deel) aanjaagbudget programma ‘Inwoner op 1’ (post in huidig bestedingsplan) S -31.100 -31.100 -31.100 -31.100 1.2 Herprioritering budget media, lokale omroep SLOS (post in huidig bestedingsplan) S -10.000 -10.000 -10.000 -10.000 1.3 Stoppen project internationale samenwerking S -12.700 -12.700 -12.700 -12.700 -12.700 1.4 Verlagen budget representatie S -15.000 -15.000 -15.000 -15.000 1.5 Verlagen budget jongerenparticipatie S -6.000 -6.000 -6.000 -6.000 -6.000 Totaal herprioritering 'De inwoner op 1' 0 -18.700 -74.800 -74.800 -74.800 -74.800 Waarvan structureel S -18.700 -74.800 -74.800 -74.800 -74.800 Waarvan incidenteel I - - - - - 24 niet meer nodig. Deze verlaging van het budget heeft geen invloed op de bestaan de reguliere subsidie aan de omroep. Ad 1.3: Stoppen project internationale samenwerking Voor internationale samenwerking is jaarlijks een budget beschikbaar van € 12.700.
Dit budget is een aantal jaren gebruikt om deel te nemen aan het landelijke program ma ‘Talent for Governance’, waarbij jonge ambtenaren uit ontwikkelingslanden de gelegenheid krijgen een leerprogramma te volgen gericht op het lokaal bestuur. De raad heeft hier in 2013 voor gekozen. De bijdrage aan dit programma was circa € 5.000 op jaarbasis. De rest van het budget van € 12.700 is de laatste jaren niet besteed. Inmiddels wordt het landelijke programma ‘Talent for Governance’ geëvalueerd. In 2019 zijn er in ieder geval geen activiteiten. Deze herprioritering leidt er niet toe dat er wordt gestopt met internationale samenwerking. Ad 1.4: Verlagen budget representatie Voor representatie is jaarlijks een budget beschikbaar. De zaken die hiervan bekostigd worden zijn zeer divers en vallen deels onder andere programma’s. Hier kan scherper op w orden begroot. Voorstel is dit budget te verlagen. Ad 1.5: Verlagen budget jongerenparticipatie Geen afzonderlijk budget voor initiatieven vanuit jongeren bovenop het bedrag dat beschikbaar is voor jaarlijks terugkerende activiteiten. Het restantbedrag is in lijn met de begroting van de Jongeren Actie Raad. Daarnaast is er voor projecten een eenm alig budget van € 80.000 beschikbaar onder de noemer ‘goede initiatieven zijn goud waard’.
Tabel 11: Bestuurlijke herprioritering, Programma ‘Duurzaam’ Ad 2.1: Routekaart EnergieNeutraal Maatschappelijk Vastgoed 2050 (post in huidig bestedings - plan): Niet gasloos voor bestaande gebouwen Het afkoppelen van bestaande gebouwen van de gasaansluiting uit de ‘Routekaart EnergieNeutraal Maatschappelijk Vastgoed 2050 ‘ halen. Dit betekent dat de gemiddelde jaarlijkse investering circa 25% lager uitvalt. Ons reeds bestaande maatschappelijk vastgoed is de komende 30 jaar niet van het gas afgekoppeld. Wel komen er steeds meer mogelijkheden met ‘groen’ gas om onze ambities te realiseren. Ad 2.2: Herstructureren Beheer en Onderhoud Maatschappelijk Vastgoed Deze maatregel houdt verschillende zaken in: - Onderhoudscontracten beleggen bij gebruikers (zoals in overeenkomsten ook opgenomen). Geldt voor sportaccommodaties, brandweer (OD) en jachthavens; - Het onderhoud van het gemeentehuis bij facilitair beleggen.