Ontwerpomgevingsvisie Steenwijkerland 2025
Tekst van het document
63 4.2.6 Bedrijventerreinen 4.2.6.1 Deelgebied 4.2.6.2 Identiteit en kernkwaliteiten Bedrijventerreinen zijn gebieden die bedoeld zijn voor bedrijfsactiviteiten die niet in andere gebieden kunnen landen. Het gaat hierbij doorgaans om bedrijven die behoefte hebben aan meer ruimte, bepaalde infrastructurele voorzieningen of een hogere milieucategorie. Deze gebieden zijn daardoor redelijk monofunctionele terreinen, vaak aan de rand van de bebouwde kom en in de buurt van infrastructurele knooppunten. De grotere bedrijventerreinen in Steenwijkerland vind je in Steenwijk, Vollenhove, Blokzijl en Oldemarkt. Deze bedrijventerreinen zijn goed bereikbaar via de provinciale wegen en hebben een korte reistijd naar de snelwegen A32 en A6. Een groot deel van de werkgelegenheid in Steenwijkerland is te vinden op deze bedrijventerreinen. Kenmerkend voor de werkgelegenheid in Steenwijkerland is dat een groot deel hiervan bestaat uit mkb, terwijl het aantal bedrijven met meer dan 100 werknemers beperkt is. Steenwijke rlanders zijn trots op het grote aantal familiebedrijven in de gemeente. Onderscheidende ontwikkelingen op de bedrijventerreinen in Steenwijkerland zijn bijvoorbeeld de hoogwaardige innovatieve maakindustrie op Groot Verlaat in Steenwijk en de energiehub op bedrijventerrein Eeserwold, waar lokale bedrijven samen energie opwekken, opslaan en gebruiken.
Op de bedrijventerreinen is plek voor milieubelastende activiteiten. Dit betekent dat we in deze gebieden ruimte bieden voor een hogere milieubelasting dan elders in de gemeente. Dit mag echter niet ten koste gaan van de gezonde leefomgeving in Steenwijkerland. Bij het beoordelen van nieuwe activiteiten wegen we altijd het effect op omliggende gebieden mee, zodat we de kwaliteit van de leefomgeving kunnen beschermen. 4.2.6.3 Ambitie Toekomstbestendige bedrijventerreinen die een aantrekkelijk en florerend ondernemersklimaat bieden met een groene en gezonde werkomgeving, die bijdragen aan klimaatdoelstellingen en die bestendig zijn voor de veranderende economie. Daarnaast een gevarieerde en actieve arbeidsmarkt met voldoende kans op werk en opleiding in Steenwijkerland. Quote participatietraject: “Er zijn wel banen, maar voor mensen met een hogere opleiding is het soms lastig om hier passend werk te vinden. Dan kijk je toch sneller buiten de stad of regio.”
64 4.2.6.4 Richting voor de toekomst a) We zetten allereerst in op het beter benutten, verduurzamen en toekomstbestendig maken van bestaande bedrijventerreinen. Het behouden van bedrijfsbestemmingen en milieucategorieën vormt daarbij het uitgangspunt. b) Bij hergebruik van leegstaande of vrijkomende bedrijfspanden en bij herstructurering van bedrijventerreinen koppelen we ontwikkelingen nadrukkelijk aan energie- en klimaatopgaven. We stimuleren innovatieve energieconcepten zoals energiehubs, zetten in op zuinig gebruik van grondstoffen en natuurinclusief bouwen. c) Voor zover het bestaande aanbod niet voorziet in de behoefte aan bedrijfskavels, creëren we ruimte voor uitbreiding van bedrijventerreinen. Daarbij hanteren we het principe van concentratie en regionale afstemming. Steenwijk kan voorzien in regionale bedrijventerreinbehoefte; in de overige kernen faciliteren we alleen lokale behoefte. d) Bij voorkeur zoeken we uitbreidingsruimte nabij het hoofdwegennet, met aandacht voor het bodem- en watersysteem. Nieuwe terreinen moeten klimaatrobuust, natuurinclusief en multimodaal ontsloten zijn: goed bereikbaar per fiets, auto, OV en met mogelijkheden voor duurzame ketenmobiliteit. e) Verduurzaming en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit staan centraal bij zowel uitbreiding als herontwikkeling van bedrijventerreinen.
Dit vraagt om kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte, aantrekkelijke architectuur en groen van formaat — geen snippergroen, maar landschappelijke kwaliteit met grote bomen en natuurlijke inrichting die uitnodigt tot bewegen en ontmoeting. f) Verbeterde fiets- en wandelverbindingen zorgen voor een betere relatie tussen bedrijventerreinen, de omliggende kernen en het landschap. Aandacht voor een zachte overgang tussen dorp en landschap versterkt de landschappelijke inpassing. g) Veiligheid en gezondheid zijn onmisbare randvoorwaarden. Afstanden tussen bedrijvigheid en woonwijken worden zorgvuldig meegewogen. h) We benutten cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten van bedrijventerreinen om het vestigingsklimaat te versterken en zo ook werkgelegenheid en toerisme te stimuleren. i) Samen met de gemeente Meppel verkennen we de mogelijkheid voor een regionaal bedrijventerrein aan de corridor A32. Dit kan bijdragen aan regionale samenwerking, duurzame energieopwekking en biedt groeikansen voor lokale bedrijven. j) In Vollenhove ligt een belangrijke kans voor verduurzaming en herstructurering op bedrijventerrein De Weyert, waar inbreiding, herontwikkeling of verplaatsing naar de rand van Vollenhove wordt onderzocht. Hiermee voorkomen we leegstand, versterken we economische functies en maken we bedrijventerreinen toekomstbestendig.
k) Waar bedrijvigheid geen toekomstperspectief meer heeft, maken we ruimte voor transformatie. In Vollenhove onderscheiden we daarbij locaties nabij de historische kern, die op termijn kunnen ‘verkleuren’ naar wonen. Dit draagt bij aan de kwaliteit en leefbaarheid van de kernen en voorkomt leegstand.
65 4.2.6.4 Toelichting ad a. Verouderde panden en terreinen verhogen het risico op leegstand, verpaupering en ondermijning. Vitaliteit van bedrijventerreinen in Steenwijkerland vraagt om investeringen in hernieuwbare energie, klimaatadaptatie, circulaire economie en natuurinclusieve omgevingen. ad b. In lijn met Europese doelen: 42,5% hernieuwbare energie (streefdoel 45%), 38% energie-efficiëntie en een circulaire economie in 2050. Netcongestie beperkt nieuwe grootverbruikersaansluitingen, wat groei van bedrijvigheid remt. ad c. Er is een tekort aan bedrijfskavels: 7–12 hectare in Steenwijk en 3 hectare in Vollenhove. Onder regie van de provincie maken we afspraken om vraag en aanbod van bedrijventerreinen in balans te houden, passend bij de (boven)regionale markt. ad d. Uitbreiding van bedrijventerreinen houdt rekening met het bodem- en watersysteem om klimaatrobuustheid te waarborgen en water- en klimaatopgaven niet te verergeren. In gebieden met bodemdaling, slappe bodems of waterbehoefte kiezen we voor alternatieve bouwmethoden, risicobeperkende maatregelen of andere locaties. • Door ontwikkelingen te koppelen aan bestaande opgaven, kan nieuw bestaand helpen met de aanpak van deze opgaven. Stappen zetten op de energie- en klimaatopgaven is noodzakelijk. Dit o.a.
omdat we de ambitie hebben in 2045, waar mogelijk, alle woningen van het fossiele aardgas af te hebben, in 2050 van het fossiele aardgas af moeten zijn (Klimaatakkoord). Ook de inzet op natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en het zuinig omgaan met grondstoffen zien we als noodzakelijk. Dit laatste ook omdat we in 2050 volgens het Klimaatakkoord over moeten zijn op een volledig circulaire economie en in het Nationaal Programma Circulaire Economie halvering van het primaire grondstoffenverbruik in 2050 is vastgelegd. ad e. Krappe, versteende openbare ruimtes vergroten hittestress en wateroverlast. Door het klimaatrobuust inrichten van deze terreinen komt er ruimte voor water en groen. De groeninrichting gaat niet alleen de hittestress tegen, maar zorgt ook voor een gezondere verblijfomgeving. ad f. De mobiliteitstransitie vraagt om schonere, slimmere mobiliteit. Betere ontsluiting voor fietsers, voetgangers, OV en duurzame ketenmobiliteit stimuleert gedragsverandering en een gezondere leefomgeving. Veel terreinen zijn echter slecht bereikbaar voor voetgangers en fietsers, met beperkte OV-verbindingen. ad g. Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor wonen, werken en vrije tijd is essentieel in de regionale concurrentie. De meeste bedrijventerreinen kenmerken zich door veel bebouwing/verharding en weinig groen, wat wateroverlast en hittestress veroorzaakt. ad h.
Een kwaliteitsslag, in samenwerking met de Business Club Steenwijk en VOC, is nodig om bedrijven op de juiste plek te krijgen. Dit versterkt het vestigingsklimaat en voorkomt leegstand. ad i.
66 Steenwijk kan voorzien in regionale bedrijventerreinbehoefte; in de overige kernen faciliteren we alleen lokale behoefte. Duurzaamheid, natuurinclusief bouwen en directe fietsverbindingen zijn leidende principes. ad j. In Vollenhove ligt een belangrijke kans voor verduurzaming en herstructurering op bedrijventerrein De Weyert. Hiermee voorkomen we leegstand, versterken we economische functies en maken we bedrijventerreinen toekomstbestendig. ad k. In Vollenhove onderscheiden we locaties nabij de historische kern, die op termijn kunnen verkleuren naar wonen. Dit draagt bij aan de kwaliteit en leefbaarheid van de kernen en voorkomt leegstand.
67 4.2.7 Groenblauwe raamwerk 4.2.7.1 Deelgebied “Er moeten meer leuke plekken komen om te spelen, zoals een voetbalveldje, een pannakooi of een kabelbaan. En het moet er wel netjes uitzien, zonder hondenpoep.” 4.2.7.2 Identiteit en kernkwaliteiten Het groenblauwe raamwerk is de gemeentelijke hoofdstructuur van water en groen. Onderdeel van deze hoofdstructuur zijn zowel historische als nieuwe stedelijke structuren. Voorbeelden van historische structuren zijn de vestingwallen om de historische kern v an Blokzijl en Steenwijk, in het groen ingebedde waterwegen als de Steenwijker Aa en de door bomen begeleide historische wegen als de Laan van Toutenburgh in Vollenhove en oude dijken als de Weerdijk in Oldemarkt. Voorbeelden van nieuwe groenstructuren zij n de brede grasbermen met bomenrijen langs belangrijke ontsluitingswegen en grote groengebieden als de Groene Long in Steenwijk met sportvelden, fiets- en wandelpaden, waterpartijen en volks- en speeltuinen. 4.2.7.3 Ambitie Een robuust groenblauw raamwerk dat ruimte biedt voor sport, spelen, beweging, ontmoeting en ontspanning om de effecten van klimaatverandering als wateroverlast en hittestress te beperken, waterkwaliteit te verbeteren, Ook verbindt het groenblauwe raamwerk de ecologische structuren en gebieden in het buitengebied met het bebouwd gebied.
Daarmee wordt de biodiversiteit in het bebouwd gebied versterkt en natuur ‘tot aan de voordeur’ gebracht. 4.2.7.4 Richting voor de toekomst a. We zetten in op het behouden, benutten en waar mogelijk versterken van (de kwaliteiten van) het groenblauwe raamwerk met daarbij bijzondere aandacht voor: o het versterken van de biodiversiteit in bebouwd gebied – met de basiskwaliteit natuur (BKN) als richtlijn; o de mogelijkheden om effecten van klimaatverandering (wateroverlast, hittestress) te beperken; o de mogelijkheden om mensen te verleiden om te bewegen en te spelen, gezonde keuzes te maken, te ontspannen of elkaar te ontmoeten. b. We koesteren en versterken waar mogelijk de eigenheid, continuïteit en kwaliteit van historische structuren en patronen.
68 c. We zetten in op het vergroten van de relatie met en de recreatieve gebruiksmogelijkheden van het water. d. Daar waar de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor mensen met een beperking te wensen over laat gaan we aan de slag met het verbeteren van de toegankelijkheid. e. We zetten in op het aanvullen van ontbrekende schakels in het groenblauwe raamwerk. f. Uitbreiding van steden en kernen - met woningbouw of bedrijventerrein - gaat samen met uitbreiding van het groenblauwe raamwerk. Zie ook 4.2.9 Beoogde ontwikkel- en zoeklocaties. 4.2.7. 5 Toelichting ad a. Het groenblauwe raamwerk vervult belangrijke functies voor mens, natuur en economie: • het draagt bij aan de kwaliteit van onze (woon-, werk- en) leefomgeving (aantrekkelijk én gezond); • biedt ruimte voor ontmoeting en verbinding -> van belang voor de sociale cohesie en daarmee de leefbaarheid in de wijk/buurt, kan op die manier ook bijdragen aan de vermindering van eenzaamheid; • biedt ruimte voor sport, spelen, beweging en ontspanning -> van belang voor ons welzijn, onze gezondheid (kan bijdragen aan bijvoorbeeld de vermindering van overgewicht en daaraan gerelateerde ziekten zoals diabetes en hart- en vaatziekten, en aan geestelijk welzijn en welbevinden) • draagt bij aan het beperken van de effecten van klimaatverandering (wateroverlast, hittestress, welzijn, gezondheid); • zorgt voor behoud/verhoging
van de biodiversiteit en maakt natuurbeleving in de directe leefomgeving mogelijk; • geeft een meerwaarde aan onroerend goed; • draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven. In bepaalde delen laten het onderhoud en de kwaliteit van de openbare ruimte te wensen over. Bewoners vragen specifiek aandacht voor de grote bomen (“wees daar zuinig op!”), groen van formaat (“snippergroen heeft weinig toegevoegde waarde”) en de groter wordende groep ouderen. Dit laatste o.a. omdat op sommige plaatsen de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor mensen in een rolstoel of met een rollator te wensen over (dit geldt overigens ook voor mensen met een kinderwagen) – zie ook (ad) d. De bijzondere aandacht voor het versterken van de biodiversiteit, de mogelijkheden om effecten van klimaatverandering (wateroverlast, hittestress) te beperken en de mogelijkheden om mensen onder andere te verleiden om te bewegen, gezonde keuzes te maken, te ontspannen of elkaar te ontmoeten, komen voort uit overkoepelende opgaven: • De afgelopen decennia is de biodiversiteit (de verscheidenheid aan plant- en diersoorten) afgenomen. Wereldwijd verdwenen er o.a. kwetsbare planten, vogels en insectensoorten. • Door de klimaatverandering krijgen we vaker te maken met hevige regenbuien, perioden van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Ook in Steenwijkerland.
Zo laten de klimaatstresstesten onder andere zien dat er in delen van de steden en kernen bij hevige of aanhoudende regen sprake is van wateroverlast in lager gelegen delen. En zien we, vooral in dichter bebouwde delen van de steden en kernen met veel steen en weinig groen en water, bij hogere temperaturen een groter risico op hittestress. • Veranderingen in onze leefstijl hebben de afgelopen decennia onder andere geleid tot een forse toename van het aantal mensen met overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten. In Steenwijkerland is het totale percentage jongeren met overgewicht hoger dan in de regio (20% versus 15%), maar Steenwijkerland wijkt daarin niet of nauwelijks af van het landelijke beeld. Dit geldt ook voor de cijfers over eenzaamheid, een punt van zorg onder ouderen én jongeren. De laatste jaren zien we tevens een stijging van het aantal mensen met psychische klachten.
69 ad b. Het belang van het koesteren en waar mogelijk versterken van de eigenheid, continuïteit en kwaliteit van historische structuren en patronen ligt in het behoud van de leesbaarheid en de (streekeigen) identiteit van onze leefomgeving; mensen hebben niet alleen behoefte aan een aantrekkelijke, maar ook een herkenbare omgeving. ad c. Uit onderzoek van de provincie Overijssel blijkt dat een tekort aan zwemwater ontstaat bij groei van het aantal inwoners. In Steenwijkerland kun je, ondanks het vele water binnen de gemeentegrenzen, het water ook niet overal goed beleven: “Er is bijvoorbeeld nog weinig zwemwater met strandjes.” Meer plek voor waterrecreatie zien we dan ook als een belangrijke meekoppelkans, zeker bij de water- en klimaatopgaven. ad d. M.b.t. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte: een inclusieve samenleving creëert de noodzakelijk condities voor mensen met een beperking om naar wens en vermogen mee te doen in de samenleving. Een (fysiek) toegankelijke leefomgeving draagt hier aan bij. ad e. Met het toevoegen van ontbrekende schakels werken we toe naar een continu, samenhangend groenblauw raamwerk. Denk hierbij aan schakels binnen de kernen, maar ook in verbindingen met het omliggende landschap en de natuur ‘om de hoek’. Belangrijk voor mens, plant en dier.
Door dit te koppelen aan het wandel- en fietsnetwerk (ad f.) draagt het ook bij aan de noodzakelijke verandering van mobiliteit (schoner, slimmer en anders). En daarmee aan een schoner en gezonder leefmilieu en een betere gezondheid.
70 4.2.8 Verblijfsrecreatiegebieden 4.2.8.1 Deelgebied 4.2.8.2 Identiteit en kernkwaliteiten Onder verblijfsrecreatiegebieden verstaan we gebieden voor recreatieve en toeristische verblijfs - en overnachtingsmogelijkheden, zoals kampeerplaatsen en (complexen van) recreatiewoningen. In dit hoofdstuk richten we ons vooral op de campings en recreatiewoningen in vakantieparken. Deze liggen veelal in of gekoppeld aan aantrekkelijk landschappen in de gemeente. De kwaliteit van het landschap bepaalt vaak de aantrekkelijkheid van de camping of recreatiewoningen. Steenwijkerland kent een vitale verblijfssector. Het aanbod verblijfsrecreatie bestaat uit circa 275 accommodaties (recreatiewoningen, hotelkamers, ligplaatsen, kampeerplaatsen etc.) met naar schatting circa 24.500 slaapplaatsen. Circa 73% van deze slaappl aatsen zijn te vinden op de campings en in (complexen van) recreatiewoningen. Een aanzienlijk deel van deze campings en (complexen van) recreatiewoningen is te vinden aan het water (in onder andere Giethoorn, Ossenzijl en Wanneperveen) en in de bosrijke omgeving op het Hoge land (rondom Paasloo en in de directe omgeving van de Bult en de Eese). 4.2.8.3 Ambitie Een aantrekkelijk, gastvrij, vitaal, duurzaam, authentiek, onderscheidend en gedifferentieerd verblijfsaanbod, passend in het landschap en bij de identiteit van Steenwijkerland.
4.2.8.4 Richting voor de toekomst a) In de verblijfsrecreatiegebieden bewaren we de balans tussen natuur en toerisme. We gaan zorgvuldig om met de landschappelijke en ecologische kwaliteiten die deze gebieden aantrekkelijk maken. Rust, ruimte en biodiversiteit zijn daarbij kernwaarden. We koesteren het open landschap en de ecologische netwerken. Bij het toestaan van nieuwe verblijfsaccommodaties wegen we zorgvuldig de invloed op verkeersdrukte, ecologische impact en milieueffecten mee. b) Nieuwe ruimte voor aanbodontwikkeling, invulling van de ‘gele vlekken’ uit provinciaal beleid, zien we in de directe omgeving van goed bereikbare kernen in de schil rond het groenblauwe hart van Steenwijkerland, zoals Steenwijk, Oldemarkt, Blokzijl, Vollenhove en Kuinre — de entreekernen naar ons Quote participatietraject: “Toerisme is op zich prima, maar het mag niet ten koste gaan van de natuur en het wonen. Als je het beter spreidt en de druk op kwetsbare plekken vermindert, blijft het voor iedereen leefbaar.”
71 Nationaal Park Nieuwe Stijl. Hier ligt het accent op aanvullend aanbod en het versterken van plekken met draagvlak en potentie voor meer bezoek, inclusief minder bekende locaties. c) In Giethoorn en het deelgebied De Groene Schatkamer is geen ruimte voor uitbreiding van verblijfsrecreatie, tenzij sprake is van een innovatief concept dat bijdraagt aan versterking van de kwaliteit, eigenheid en beleving van het gebied. Ook kan nieuwe ontwikkeling hier onderdeel zijn van een kwaliteitsimpuls of verplaatsing van bestaande terreinen. d) In Giethoorn biedt verplaatsing van verblijfsrecreatieterreinen kansen om de kwaliteit en identiteit van het gebied te versterken. Hierdoor ontstaat ruimte voor oeverrecreatie, natuurherstel en vermindering van verkeersdrukte. Hoogwaardige verblijfsrecreatie kan aan de randen van het dorp worden gecombineerd met uitbreiding van het vaarlandschap en nieuwe natuur. Dit ontlast het beschermd dorpsgezicht en draagt bij aan een kwaliteitsimpuls voor de beleving van authentiek Giethoorn. e) Grootschaliger aanbodontwikkeling voor verblijfsrecreatie wordt nadrukkelijk alleen gezien op de zogenaamde ‘gele vlekken’: zoeklocaties voor nieuwe hoogwaardige verblijfsrecreatie. Hier kunnen kansen ontstaan voor uitbreiding van het vaarlandschap en het versterken van het onderscheidende profiel van Steenwijkerland.
f) We zetten in op kwaliteit en diversiteit van het verblijfsaanbod in plaats van kwantiteit. g) In nieuwe natuurgebieden kan verblijfsrecreatie worden verbonden aan de kwaliteiten van de omgeving en worden gedifferentieerd naar het karakter van de plek, passend binnen het groenblauwe raamwerk en de ecologische doelen. h) We stimuleren zowel het hogere segment (‘vijfsterrenverblijven’) als het eenvoudige, ‘back-to-basic’ kamperen voor avontuurlijke doelgroepen. Hiermee spelen we in op trends waarbij bezoekers op zoek zijn naar unieke en persoonlijke ervaringen. i) Het permanent bewonen van recreatiewoningen, waaronder chalets en stacaravans op recreatieparken, blijft niet toegestaan. Wel bestaat de mogelijkheid om solitaire recreatiewoningen een andere bestemming te geven. Om permanente bewoning te ontmoedigen, worden nieuwe recreatieve onderkomens gemaximaliseerd tot 70 m². j) Wanneer een vakantiepark of camping geen recreatief toekomstperspectief meer heeft, wordt transformatie naar andere functies mogelijk gemaakt. 4.2.8.5 Toelichting ad a. Verkeersstromen van en naar vakantieparken veroorzaken soms overlast, wat impact heeft op leefbaarheid en verkeersveiligheid. Recreatie en toerisme zijn belangrijke economische pijlers voor Steenwijkerland, maar op bepaalde plekken, zoals Giethoorn, staan leefbaarheid en natuur onder druk. ad b.
Een rijk en onderscheidend verblijfsaanbod is cruciaal voor de concurrentiekracht van Steenwijkerland als vakantiebestemming of uitje. Door verblijfsrecreatie sterker te verbinden met de omgeving wordt het aanbod specifieker, wat bijdraagt aan onderscheidend vermogen en versterking van de gebiedsidentiteit. ad c. Op bepaalde plekken, zoals Giethoorn, staan leefbaarheid en natuur onder druk. Bij verdere groei van het toerisme is inzetten op verrijking van de bezoekerservaring door verbinden van onze iconen/parels noodzakelijk.
72 ad d. Door verblijfsrecreatie sterker te verbinden met de omgeving wordt het aanbod specifieker, wat bijdraagt aan onderscheidend vermogen en versterking van de gebiedsidentiteit. Dit maakt terreinen ook onderdeel van het recreatieve netwerk. ad e. Het verblijfsrecreatie-aanbod in Steenwijkerland is relatief eenzijdig, mede door de overname van campings door grote partijen en de verschuiving naar chalet- en duurdere vakantieparken. Het hotelaanbod is beperkt, en een deel van de accommodaties wordt gebruikt voor andere doeleinden, zoals de opvang van Oekraïners. ad f. Ontwikkelingen op bestaande terreinen of beperkte uitbreiding daarvan moeten bijdragen aan differentiatie van het aanbod (niet ‘meer van hetzelfde’) en gaan idealiter gepaard met een duidelijke kwaliteitsimpuls. Denk aan landschappelijke versterking, verbetering van architectonische kwaliteit of een betere inpassing in het omringende landschap. ad g. Door verblijfsrecreatie sterker te verbinden met de omgeving wordt het aanbod specifieker, wat bijdraagt aan onderscheidend vermogen en versterking van de gebiedsidentiteit. Dit maakt terreinen ook onderdeel van het recreatieve netwerk. ad h. We stimuleren zowel het hogere segment (‘vijfsterrenverblijven’) als het eenvoudige, ‘back-to-basic’ kamperen voor avontuurlijke doelgroepen.
Hiermee spelen we in op trends waarbij bezoekers op zoek zijn naar unieke en persoonlijke ervaringen. ad i. Recreatiewoningen voldoen vaak niet aan technische eisen voor permanente bewoning, zoals brandveiligheid. In Steenwijkerland is (semi)permanente bewoning, onder andere door arbeidsmigranten, ook een issue, wat impact heeft op het aanbod van verblijfsrecreatie en de klantbeleving. Steeds meer parken bieden onderdak aan kwetsbare personen en gezinnen die nergens anders terechtkunnen, wat risico’s met zich meebrengt zoals mensen die van de radar verdwijnen en een verhoogd risico op criminele activiteiten, zoals ondermijning. ad j. Beperkte transformatie naar wonen kan bijdragen aan het verminderen van de druk op de woningmarkt. Ook tijdelijke huisvesting op recreatieparken kan, mits regionaal afgestemd binnen het woonbeleid, worden ingezet als tussenoplossing. Dergelijke transformaties moeten echter altijd zorgvuldig worden afgewogen en gepaard gaan met kwaliteitsverbetering van het gebied.
73 4.2.9 Beoogde ontwikkel- en zoeklocaties 4.2.9.1 Deelgebied 4.2.9.2 Identiteit en kernkwaliteiten Steenwijkerland is een gemeente waar het landschap, de dorpen en de mensen samen een hechte gemeenschap vormen. Van de historische stad Steenwijk tot de karakteristieke kernen van Vollenhove, Oldemarkt, Blokzijl, Giethoorn, Wanneperveen, Tuk en Steenwijkerwold: elke plek draagt bij aan de unieke identiteit van onze gemeente. Het is een plek waar het fijn wonen, werken en recreëren is, midden in een omgeving van natuur, water en cultuurhistorie. Toch staan we ook voor belangrijke keuzes. De wereld verandert, en Steenwijkerland verandert mee. We zien een groeiende vraag naar woningen, een toenemende behoefte aan ruimte voor bedrijven en voorzieningen die aansluiten bij de wensen van onze inwoners. Jongeren die hier willen blijven, gezinnen die zich willen vestigen, ondernemers die kansen zien — zij vragen om nieuwe mogelijkheden. Die mogelijkheden willen we bieden, maar altijd op een manier die past bij de kernwaarden van Steenwijkerland. Groei mag nooit ten koste gaan van de kwaliteiten die onze gemeente zo bijzonder maken. Daarom kiezen we voor een ontwikkeling waarbij het groenblauwe raamwerk als fundament dient. Dit netwerk van natuur, water, groenstructuren en landschappen vormt de ruggengraat van nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen en voorzieningen.
Het zorgt voor leefomgevingen die niet alleen functioneel zijn, maar ook bijdragen aan biodiversiteit, klimaatbestendigheid en gezondheid. We bouwen natuurinclusief, waarbij flora en fauna vanaf het eerste ontwerp worden meegenomen en waar ruimte is voor water, groen en schaduw. Dit betekent niet alleen groene straten en pleinen, maar ook slimme verbindingen met het omringende landschap, de Groene schatkamer, het Hoge Land en aandacht voor duurzame energieinclusief en circulair bouwen. In dit hoofdstuk benoemen we de beoogde ontwikkelingslocaties voor woningbouw, bedrijventerreinen en voorzieningen. Denk aan het versterken van Steenwijk als stedelijk hart en economische motor, het behouden en versterken van levendige kernen als Vollenhove, Sint Jansklooster, Oldemarkt, Tuk en Steenwijkerwold, en het creëren van nieuwe woon- en werkmogelijkheden die aansluiten bij de schaal en het karakter van de verschillende kernen. We verkennen waar en hoe we ruimte willen maken voor groei - met respect voor het
74 landschap, de natuur en de mensen die hier wonen. Zo bouwen we samen aan een toekomstbestendig Steenwijkerland, waarin iedereen zich thuis kan blijven voelen. 4.2.9.3 Ambitie Steenwijkerland groeit met respect voor het landschap, de natuur en gemeenschap. We creëren ruimte voor wonen, werken en voorzieningen op plekken die passen bij de identiteit van onze kernen. Ontwikkelingen worden gedragen door het groenblauwe raamwerk, met aandacht voor natuurinclusief, klimaatbestendig en duurzaam bouwen. Zo bouwen we samen aan een toekomstbestendig Steenwijkerland waar iedereen zich thuis blijft voelen. 4.2.9.4 Beoogde ontwikkel- en zoeklocaties woningbouw Tot 2035 ligt er een opgave om 1.735 woningen toe te voegen voor de lokale behoefte in de hele gemeente. Voor Deze opgave is grotendeels ingevuld op inbreidingslocaties (deels gerealiseerd en deels op genomen in plannen). In het woonbeleid is tevens de amb itie uitgesproken om, aanvullend op de lokale behoefte, 1.000 tot 1.500 woningen toe te voegen tot 2040 in Steenwijk. In 2025 wordt in het nieuwe woonbeleid de lokale en bovenregionale woningopgave geactualiseerd. Met de bouw van nieuwe woningen wil de gem eente voorzien in genoeg passende woningen voor verschillende doelgroepen, zoals 0 -tredenwoningen, gezinswoningen, startersappartementen, seniorenwoningen en bijzondere woonconcepten.
Het uitgangspunt is dat er 30% sociale huurwoningen, 40% middeldure huur -of betaalbare koopwoningen en 30% vrije sectorwoningen gebouwd worden. Wat betreft de bestaande woningen is het belangrijk om deze te verduurzamen en levensloopbestendig te maken. De verdere uitwerking vindt plaats in het Volkshuisvestingsprogramma. 4.2.9.5. Ambitie We zetten in op de ontwikkeling van aantrekkelijke, groene en gezonde woonwijken die klimaatbestendig, natuurinclusief en duurzaam zijn. Deze wijken bieden een gevarieerd woningaanbod dat aansluit bij de behoeften van verschillende doelgroepen, waaronder o uderen, een - en tweepersoonshuishoudens en mensen met een bijzondere woonvraag. 4.2.9.64 Richting voor de toekomst • Bij het zoeken naar aanvullende ruimte voor woningbouw doen we dit in aansluiting op bestaand bebouwd gebied en zetten we in op een goede koppeling met energie- en klimaatopgaven, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen én op behoud van eigen karakter. Waar mogelijk koppelen we (ook) het vergroenen en/of verbeteren van (de kwaliteit van) de buitenruimte en het verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk mee.
• De realisatie van nieuwe woonwijken gaat samen met maximale inzet op opwek van energie, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief bouwen, veilige en directe fiets- en wandelverbindingen met de bestaande (voorzieningen in de) kern en uitbreiding van het groenblauwe raamwerk (zie 4.2.7). • Bij het uitwerken van nieuwe plannen ontwerpen we vanuit het belang van de langzame weggebruiker. Daarvoor hanteren we de volgorde: stappen, trappen, openbaar vervoer, mobiliteit als een dienst, personenauto (STOMP-principe). Lokale behoefte In Vollenhove ligt de focus op de transformatie van landelijke percelen naar een gevarieerd woongebied. Op Oppen Swolle wordt ingezet op een mix van huur en koop, passend bij verschillende doelgroepen. Clarenberglaan, Molenberglaan en Canneveltstraat bieden ruimte voor nieuwe woonvormen, waaronder ook seniorenhuisvesting. Steenwijkerwold en de noordoostelijke kernen worden versterkt door kleinschalige uitbreidingen en inbreidingen nabij voorzieningen. Holthinge Campweg en het gebied achter boerderij Linthorst krijgen nieuwe wooninitiatieven, en de Beek geldt als potentiële ontwikkellocatie. In Steenwijk en Tuk ligt de nadruk op grootschalige uitbreiding en binnenstedelijke verdichting. Kornputkwartier fase IV, Stormbaan en Steenwijk Zuidoost (Betap Crilux) maken deel uit van de plannen.
Ook Eeserwold en Oostercluft worden verder ontwikkeld, met aandacht voor verschillende woonbehoeften. In Eesveen wordt gekeken naar herbestemming van een oud horecacomplex. In Blokzijl, Oldemarkt, Sint Jansklooster, Belt-Schutsloot en Giethoorn zijn diverse initiatieven in samenwerking met woningcorporaties en ondernemers. Noordermaten IV, het oude gemeentehuis in Oldemarkt zijn in ontwikkeling. Ook Oosterbroek, Molenkampen IV en Vaste Belterweg maken deel uit van de lokale woningbouwagenda. Wanneperveen breidt uit met nieuwe woningen en een brede school en in Ossenzijl worden tijdelijke huisvestingsmogelijkheden voor starters gerealiseerd.
75 Bovenregionale opgave Als onderdeel van de regio Zwolle werkt Steenwijk mee aan de Verstedelijkingsstrategie ‘Warme Harten in een klimaatadaptieve Delta’ (2023). Als middelgrote kern met een intercitystation liggen in Steenwijk bijzondere kansen om bij te dragen aan de regional e ambities. Bij het intercitystation liggen er kansen voor verdichting en functiemenging, een mobiliteitsknoop voor stad en regio en stationsgebied waar je prettig kan verblijven en comfortabel fietsen. In Steenwijk liggen er kansen om nieuwbouw te realiseren met aandacht voor lokale identiteit, vitaliteit en klimaatopgaven. Steenwijk heeft de ambitie om als onderdeel van deze regionale strategie 1.000 tot 1.500 woningen te bouwen in Steenwijk tot 2040. Aan de hand van 7 ontwikkelprincipes uit de verstedelijkingsstrategie van regio Zwolle (Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta) wordt in de regio invulling gegeven aan het accommoderen van ontwikkelingen (wonen en werken, groen, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit), aan het versterken van de concurrentiekracht van de regio (economisch profiel en kwaliteit vestigingsklimaat), aan het bereikbaar blijven in de regio en in de stad (functionerend systeem en mobiliteitstransitie) en aan het benutten en versterken van kwaliteiten in bestaande en nieuwe gebieden (leefbaarheid, natuurinclusiviteit, landschap en energietransitie).
In Steenwijk liggen de woningen op steenworp afstand van winkels, vertier en voorzieningen. De stad blijft richting 2050 groeien en doet dit op de wijze die bij de stad past: in de nabijheid en met zorg ingepast in en aan de stad en op hogere gronden. Door de gebalanceerde mix van inbreiding en uitbreiding is er, naast ruimte voor de lokale opgave (820 woningen), ruimte voor de ambitie van 1.000 - 1.500 woningen, blijft er in de bestaande wijken ruimte voor groen en aan de stadsranden gaat de woningbouw hand in hand met de ontwikkeling van toegankelijke groene gebieden. Omliggende kernen met kenmerkende identiteit, zoals Zuidveen en Steenwijkerwold, blijven vrij gelegen van Steenwijk met groen en landschap rondom. De Oostermeenthe zuid is zeer geschikt om als stedelijke woonomgeving te ontwikkelen vanwege zijn centrale ligging nabij voorzieningen en het station. Daarbij zijn er mogelijkheden voor winkels, werken, voorzieningen en de vernieuwing van de scholen. Kansrijk is de herinrichtin g van de Steenwijker Aa met oog op wateropvang en infiltratie, voor de ecologie in en aan het water, en als wandel en fietsroute naar het buitengebied langs de historische loop van de Aa. Tuk noordwest is een kansrijke locatie voor woningbouw door de ligging op de hoge gronden en dicht bij de kern van Tuk.
Er liggen hier kansen voor een groene woonwijk met afwisselend brede open groene ruimtes die aansluit op het karakter van Tuk, het coulisselandschap en hoogteverschillen. De Kamp is geschikt als woningbouwlocatie door zijn gunstige ligging. Voorzieningen en vesting liggen om de hoek waardoor deze goed te voet en fiets te bereiken zijn. Het gebied is hoger gelegen waardoor het voor woningbouw vanuit het bodem en watersysteem geschikt is. Het gebied ligt aan bestaande wegen en paden waardoor er geen grote investeringen nodig zijn in nieuwe wegen. Daarnaast heeft de gemeente een groot deel van het gebied in eigendom en kan het sterk regie voeren op de ontwikkeling van zowel te ontwikkelen woongebied als het openbare groene landschap. Woningbouw komt tegen Steenwijk aan te liggen aan de noordzijde van het focusgebied. Er is ruimte voor circa 375 woningen. Hier liggen mogelijkheden om een gemengd programma te realiseren met veel betaalbare en middeldure woningen, grondgebonden en gestapeld en voor diverse doelgroepen (staters, ouderen en gezinnen). Tegen de hoge delen van de Kamp zijn de gebouwen laag. In de lagere delen kunnen ze wat hoger zijn. Het gebied is interessant voor bijzondere (collectieve) woonvormen. De Kamp is kansrijk als e en meer landschappelijk woonmilieu, niet door grote kavels, maar juist door kleinere kavels en woningen aan het openbare groen.
Daarbij past ook een hedendaagse aandacht voor energieneutraal, klimaatadaptief, natuurinclusief en biobased (houtbouw) bouwen. Steenwijk komt door de ontwikkeling weer meer aan de Kamp te liggen. Niet de Schansweg bepaalt het aangezicht, maar een groene woonwijk en landschapspark. De loop van historische routes en zichtlijnen op de Grote Kerk worden zorgvuldig ingepast. De Spoorzone is van strategisch belang als belangrijke multimodale (overstaps)locatie voor stad en regio. Investeringen in de knoop zorgen voor een beter functioneren van het intercitystation en voor betere verbindingen in de stad. Lopen, fietsen en ov krijgen een impuls. De spoorzone wordt daarnaast goed benut en ontwikkeld tot een prettige woon-, werk- en verblijfsplek. De Binnenstad speelt op talloze vlakken een centrale rol in Steenwijk. Het historische en dynamische hart van Steenwijk wordt ruimtelijk en programmatisch versterkt. De vesting wordt groener, met meer aandacht voor cultuurhistorie, verblijf en fietsen. De binnenstad is en blijft een aantrekkelijke ontmoetingsplek waar ook gewoond wordt.
76
77 4.2.9.7 Beoogde ontwikkel- en zoeklocaties Bedrijventerreinen Alle bedrijventerreinen in Steenwijk dragen bij aan een sterke, duurzame economie voor de stad en de regio. Er wordt geïnvesteerd in innovatieve bedrijven, circulaire economie en een groene inrichting van de bedrijventerreinen. Daarnaast wordt gezorgd voor voldoende werkgelegenheid en een interessante werkomgeving voor jongeren, bijvoorbeeld door ruimte aan start-ups te bieden. Er is op dit moment behoefte aan uitbreiding van bedrijventerreinen. De huidige behoefte aan bedrijventerrein overstijgt het aanbod met 12 hectare (Biro, Provincie Overijssel, Stec groep, gemeente Steenwijkerland). In regionaal verband is er een opgave voor bedrijventerreinen. Uit het onderzoek Ruimtelijke Economische Bouwsteen van de regio Zwolle, komt voort dat er een zoekopgave is voor terreinen langs de corridors van snelwegen. 4.2.9.8 Ambitie Toekomstbestendige bedrijventerreinen die een aantrekkelijk en florerend ondernemersklimaat bieden met een groene en gezonde werkomgeving, die bijdragen aan klimaatdoelstellingen en die bestendig zijn voor de veranderende economie. Daarnaast een gevarieerd e en actieve arbeidsmarkt met voldoende kans op werk en opleiding in Steenwijkerland. 4.2.9.9 Richting voor de toekomst • We zetten allereerst in op het beter benutten, verduurzamen en toekomstbestendig maken van bestaande bedrijventerreinen.
Het behouden van bedrijfsbestemmingen en milieucategorieën vormt daarbij het uitgangspunt. • Bij hergebruik van leegstaande of vrijkomende bedrijfspanden en bij herstructurering van bedrijventerreinen koppelen we ontwikkelingen nadrukkelijk aan energie- en klimaatopgaven. We stimuleren innovatieve energieconcepten zoals energiehubs, zetten in op zuinig gebruik van grondstoffen en natuurinclusief bouwen. • Uitbreiding van bedrijventerrein gaat samen met uitbreiding van het groenblauwe raamwerk o Van belang zijn: voldoende groen (geen snippergroen maar groen van formaat, grote bomen en natuurlijke spelmogelijkheden), een omgeving die uitnodigt tot bewegen, “passend in de omgeving”. En, naast het robuust inrichten, ook het robuust verbinden van nieuwe uitbreidingen. Denk aan directe fietsverbindingen met (de voorzieningen in) de (omliggende) kern(en) en aan het beter verbinden van ontwikkelingen met het landelijk gebied en de natuur ‘om de hoek’ (door bij ontwikkelingen het routenetwerk voor langzaam verkeer te verdichten en daarmee de recreatie- en uitloopmogelijkheden uit te breiden). Een nieuw bedrijventerrein van 12 ha, binnen de A32 corridor met Meppel en Steenwijk en dichtbij de stad voorziet in de lokale behoefte. Dit werkgebied heeft oog voor de leefomgeving en de brede welvaart van de inwoners, zowel in de aangrenzende woonwijken als stadsbreed.
In nauwe samenwerking met Meppel verkent de gemeente mogelijkheden voor een regionaal bedrijventerrein langs de snelweg tussen Steenwijk en Meppel. Met de komst van een nieuw bedrijventerrein ten zuidwesten van Tuk, van bruto 12 hectare groot (netto 7 ha. bedrijfkavels), voorziet Steenwijk in een lokale behoefte. Dit sluit aan bij het karakter van de compacte stad Steenwijk met wonen, werken en de dyn amiek van de binnenstad dicht bij elkaar. Het terrein krijgt een eigen en onderscheidende identiteit. Hier is met name plek voor kleinere bedrijven die bijdragen aan de innovatie en brede welvaart in Steenwijk. De kavels zijn niet groter dan 5.000 m2. Ondernemers worden uitgedaagd op duurzaamheid (energiezuinig, klimaatadaptief, circulair en biobased), innovatie van het bedrijf, de interactie tussen bedrijven en de verbinding met de stad. Om dit kracht bij te zetten wordt het bedrijventerrein met ruimte voo r ontmoeting en groen. Naast kavels voor individuele percelen komt er ook een gezamenlijke flexwerkplek en ontmoetingsplek centraal in het gebied. Ontmoeting wordt hier gestimuleerd mede door een groot groen verblijfshart in het gebied dat comfortabel toegankelijk is voor fietser en voetgangers. De bedrijven zijn georiënteerd op zowel het centrale ontmoetingshart als de randen.
Etalages en werkruimtes zijn gelegen aan de N334, Hooidijk, aan de noordkant en aan het groene hart zodat de bedrijven met trots kunnen laten zien waaraan gewerkt wordt. Deze randen moeten als groene voorkanten ingericht worden. Samen met Tuk Noordwest vormt het bedrijventerrein één geheel van een groene afwisselende dorpsrand met open velden, houtwallen, wadi’s en waterlopen, woon - en werkvelden en doorlopende routes voor actief verkeer.
78 Binnen het plangebied ten westen van de Ruxveenseweg en ten zuiden van de Hooidijk wordt gekeken naar mogelijkheden voor het realiseren van bedrijfsmatige activiteiten, alsmede het mogelijk realiseren van een crematorium. In Vollenhove zien we een mogelijke toekomstige verplaatsing van de Weijert richting het westen tot een van de mogelijkheden om te voorzien in een bedrijventerrein voor de lokale behoefte. De huidige locatie van het bedrijventerrein kan worden getransformeerd naar wonen of een andere functie.
79 4.2.9.10 Beoogde ontwikkel- en zoeklocaties voorzieningen Steenwijkerland is een groene en toekomstgerichte gemeente en verbonden met haar kernen. De identiteit van Steenwijkerland wordt gekenmerkt door een sterke relatie tussen mens, natuur en landschap. De gemeente koestert haar open landschap, historische stad en dorpen, en zet in op een gezonde leefomgeving waarin duurzaamheid, bereikbaarheid en leefkwaliteit centraal staan. 4.2.9.11 Ambitie Steenwijkerland werkt aan een duurzame, gezonde en verbonden leefomgeving, waarin energie, mobiliteit, onderwijs, sport en recreatie slim samenkomen. We zetten in op toekomstbestendige voorzieningen, klimaatneutrale energieopwekking, sterke sociale infrastructuur en een landschap dat uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en ontwikkelen. 4.2.9.12. Richting voor de toekomst • We zetten in op een lokale energieopwekking met wind, zon en waterstof, en werken toe naar een aardgasvrije gemeente in 2045. • We zetten in op een goede koppeling met energie- en klimaatopgaven, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen én op behoud van eigen karakter. Waar mogelijk koppelen we (ook) het vergroenen en/of verbeteren van (de kwaliteit van) de buitenruimte en het verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk mee.
• We ontwikkelen Woldmeenthe Noord tot een groen sport- en recreatiegebied, goed bereikbaar en passend in het landschap. • We verbeteren de mobiliteit met een comfortabele multimodale stationsomgeving en nieuwe verbindingen die de stad ontlasten. • We spelen flexibel in op demografische veranderingen door schoollocaties te transformeren en nieuwe onderwijshuisvesting te realiseren, waaronder een unilocatie voor voortgezet onderwijs. Energie In 2050 is er minimaal 80GWh aan opwek door middel van windturbines aanwezig in onze gemeente. In 2050 moet de energievraag van onze gemeente volledig duurzaam worden opgewekt. Dit lukt niet geheel binnen onze eigen gemeente. Voor energie opwek zijn we deels afhankelijk van andere gemeenten en wind op zee. De opgave voor de langere termijn vraagt nog om een zorgvuldige belangenafweging, onder andere in relatie tot onze ambitie voor Nationaal Park Nieuwe Stijl, recreatie en toerisme, weidevogels, het landschap en de leefbaarheid. Bij een stedelijke ontwikkeling zetten we in op het mee koppelen van de energieopgaven. Steenwijkerland werkt toe naar aardgasvrij zijn in 2045, door te investeren in het lokaal opwekken van duurzame energie (o.a. met zonnepanelen en waterstof). Tot ca. 2034 zijn er geen nieuwe (grootverbruik) aansluitingen mogelijk.
De vraag naar energie is groot en daardoor ontstaan er knelpunten op het energienet (netcongestie).Dat wordt aangepakt door het energienet te versterken, de vraag naar energie te beperken, en het energieverbruik door bedrijven slim af te stemmen. Sport en recreatie Woldmeenthe Noord in Steenwijk is strategisch gelegen gebied. Enerzijds is het gebied makkelijk en verkeersveilig te bereiken met de fiets en te voet vanuit Tuk en Steenwijk en anderzijds kunnen sporters uit de regio eenvoudig met het openbaar vervoer (bus- en intercitystation Steenwijk) of de auto (vanaf de A32) naar de velden komen. Er is geen overlast van autoverkeer en parkeren in de woonwijken. Daarmee is Woldmeenthe een geschikte locatie voor de verhuizing van de sportclubs uit Oostermeenthe Zuid. Het gebied biedt ruimte tot circa 8,5 veld en clubgebouw. Voldoende voor de bestaande clubs en de groeiende bevolking van Steenwijk. Woldmeenthe en de Groene long zijn daarmee de twee groene sportgebieden van Steenwijk. Naast de sport is er ruimte voor recreatie in het gebied, in aansluiting op het landschap. De omgeving krijgt een impuls wat gunstig is voor het bestaande hotel. Zowel sportvelden als recreatievoorzieningen blijven op afstand van de Aa en de woonwijk Woldmeenthe.
80 Mobiliteit en bereikbaarheid Om van intercitystation Steenwijk een hub voor stad en regio te maken en te laten functioneren als verbindende schakel in de groeiende gemeente is een kwaliteitsslag noodzakelijk. Het stationsgebouw en de stationsomgeving hebben een opfrisbuurt gekregen en de grotere pote ntie wordt zichtbaar. Opgave is om een stap verder te gaan. In de toekomst is de multimodale stationsknoop Steenwijk logisch en comfortabel ingericht. De bus ligt naast het intercitystation aan de Tramlaan en het stationsgebouw is vernieuwd. Via de voetgangers- en fietstunnel onder het spoor door loop je direct vanuit de P+R naar het perron of door naar het theater en de binnenstad. De P+R is aan de noordzijde van het spoor gesitueerd en is een gebouwde parkeervoorziening voor auto en fiets. De gebouwde parkeervoorziening past mooi bij maat en schaal van de noordzijde van de spoorzone. De parkeervoorziening heeft een maximale bouwhoogte van 4 bouwlagen. Met de ontwikkeling van Woldmeenthe Noord komt er een nieuwe recreatieve verbinding tussen de recreatiegebieden op de Bult en de vesting van Steenwijk. Deze route is een aantrekkelijk alternatief voor de meer functionele route over de Eesveenseweg. Tot slot is de ontsluiting van de sportvelden ook in potentie een nieuwe verbindingsweg tussen het noorden van Steenwijk en Tuk.
Hiermee kan autoverkeer door de binnenstad en voorlangs het intercitystation beperkt worden. De verbindingsweg kan aansluiten op de Pr oductieweg met een tunnel onder het spoor. Onderwijshuisvesting De komende jaren staat Steenwijkerland, net als veel andere gemeenten, voor ingrijpende demografische en maatschappelijke veranderingen. Een belangrijke ontwikkeling die hieruit voortvloeit, is de mogelijke toekomstige transformatie van bestaande schoollocaties in verschillende kernen van onze gemeente. Door veranderende bevolkingssamenstelling, zoals vergrijzing en krimp in sommige dorpen, ontstaat in bepaalde kernen een afname van het aantal schoolgaande kinderen. Dit kan ertoe leiden dat sommige scholen in de toekomst leeg komen te staan of geconfronte erd worden met fusies of sluitingen. Deze ontwikkeling vraagt om een doordachte en flexibele benadering van de vrijkomende schoollocaties. In de omgevingsvisie willen wij ruimte creëren voor het herbestemmen van deze locaties naar andere maatschappelijke, sociale of ruimtelijke functies. Afhankelijk van de specifieke kenmerken en behoeften van de betreffende kern kan gedacht worden aan functies zoals wonen, zorg & welzijn, maatschappelijke functies of werk & ondernemerschap. Naast de transformatie van bestaande schoollocaties naar bijvoorbeeld wonen of maatschappelijke functies, is er ook ruimte voor nieuwe schoollocaties.
Uitgangspunt hierbij is het zoveel mogelijk clusteren van volumes en activiteiten, zoals onderwijs en kinderopvang. In Wanneperveen wordt een nieuwe school gerealiseerd ten noorden van de sportvelden, in Vollenhove wordt gekeken naar de mogelijkheden voor het realiseren van een nieuwe school in de buurt van de Burght en ook in Blokzijl zijn er plannen voor het realiseren van een nieuwe school. Sinds medio 2021 werken we aan de realisatie van een unilocatie in Steenwijk. De gemeenteraad heeft in 2025 ingestemd met de realisatie van de unilocatie voor het Voortgezet Onderwijs in Steenwijkerland aan de Lijsterbesstraat in Steenwijk. Met een unilocatie kan kwalitatief hoogstaand onderwijs aangeboden worden en is er ruimte voor de ambities van het VO op het gebied van techniek, sport en passend onderwijs.
81 5. Uitvoeringsparagraaf 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de visie willen operationaliseren. Als gemeente staan we hiervoor niet alleen zelf ‘aan de lat’. Samen met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en partners gaan we aan de slag om Steenwijkerland nog mooier te maken. Hierom beschrijven we in sommige gevallen ook wat er moet gebeuren om een project of ontwikkeling van de grond te krijgen, zodat dit betrokken kan worden in gesprekken over initiatieven. In dit hoofdstuk beschrijven we verder de doorwerking van de omgevingsvisie in de andere Omgevingswet - instrumenten. Daarnaast geven we aan hoe we als gemeente de uitvoering van onze gestelde ambities in de visie gaan monitoren en hoe we omgaan met het actualiseren van de visie. 5.2 Sturingsfilosofie Het uitgangspunt van de Omgevingswet is ontwikkelingen mogelijk maken en tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen. Met de omgevingsvisie laten we inhoudelijk op hoofdlijnen zien hoe we in Steenwijkerland initiatieven willen ondersteunen w aarmee tegelijkertijd een bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit van de leefomgeving. Met deze visie als onderlegger gaan we daar de komende tijd concreet mee aan de slag. De concrete uitwerking van de omgevingsvisie hangt ook af van de rol die de gemeente aanneemt.
We hebben als overheid diverse rollen en sturingsfilosofieën tot onze beschikking. We hebben als gemeente hoge ambities om de democratie van onderaf beter te faciliteren, meer gebiedsgericht en van buiten naar binnen te werken. Dit past goed bij de geest van de Omgevingswet. Deze visie sluit goed aan bij de 'netwerkende' en 'responsieve' overheid. Hierbij staat 'van buiten naar binnen werken' centraal en draagt de samenleving initiatieven aan. Dat is voor ons een belangrijke leidraad. We zetten daarom in op alliantievorming, het zoeken naar partners om gezamenlijke doelen of belangen te behalen. Dit doen we met een relatiegerichte houding en we moedigen actief burgerschap aan. Hier, bij de ontwikkeling naar een meer netwerkende en responsieve overheid, ligt ook een organisatorische opgave.
82 Dit neemt niet weg dat het belangrijk is te benoemen dat we op verschillende thema's en/of gebieden verschillende sturingsfilosofieën nodig zullen hebben om het gewenste resultaat te behalen. Op onderdelen zal er dus een andere sturingsfilosofie gekozen kunnen worden. We werken dit verder uit bij concrete projecten. De sturingsfilosofie gaat overigens niet alleen over de rolneming van de gemeente ten opzichte van de samenleving maar ook over de rolneming van de raad ten opzichte van het college. In Steenwijkerland vinden we het belangrijk dat de raad nauw betrokken blijft bij de uitvoering van de visie. 5.3 Operationalisering in Omgevingswetinstrumenten Relatie met ow-instrumenten De Omgevingswet voorziet in een zestal Omgevingswet -instrumenten waarvan de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsprogramma’s de belangrijkste beleidsmatige instrumenten zijn. De omgevingsvisie heeft een duidelijke relatie met de overige Omgevingswet-instrumenten. De Omgevingswet gaat namelijk uit van beleidsontwikkeling op basis van de beleidscyclus. De verschillende instrumenten worden in samenhang ontwikkeld en actief gemonitord en aangescherpt. De omgevingsvisie vormt de eerste stap in deze cyclus en is een dynamisch document dat we als gemeente samen met betrokkenen blijven aanscherpen.
Omgevingsplan Belangrijk is de bepaling in de Omgevingswet dat een gemeente één omgevingsplan kent. Ook alle onderdelen uit de verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten in het omgevingsplan worden opgenomen. Het omgevingsplan is het enige kerninstrument uit de Omgevingswet dat de burger, bedrijven, andere overheden en de gemeente bindt. De omgevingsvisie is zelfbindend: ze bindt alleen het bestuursorgaan (bevoegd gezag) dat het document heeft vastgesteld. De omgevingsvisie wordt zodanig opges teld dat de stap naar het omgevingsplan beleidsmatig relatief eenvoudig is te maken. We hebben namelijk in deze omgevingsvisie al de kernkwaliteiten en beleidsprioriteiten van Steenwijkerland als geheel - en per deelgebied - opgenomen die in het omgevingsplan verder uitgewerkt kan worden. Het doel is dat in het omgevingsplan een deel van de verzoeken snel kan worden afgedaan en dat voor een deel een nadere afweging nodig is. Als een initiatief niet blijkt te passen
83 in het omgevingsplan, dan kan hiervan afgeweken worden en kunnen we terugvallen op de omgevingsvisie. Hiervoor zal het integrale inspiratie - en afwegingskader in deze paragraaf worden opgenomen. Dit is het kwalitatieve kader waarmee de gemeenteraad de beoordeling van initiatieven in vertrouwen loslaat aan het college van burgemeester en wethouders. Omgevingsprogramma De omgevingsvisie stelt ambities voor de toekomst en formuleert hiervoor het strategisch beleid aan de hand van kaders en richtlijnen. Gewenste verdere uitwerking van het strategisch beleid kan op tactisch/ operationeel niveau plaatsvinden via het (vrijwil lige/onverplichte) programma-instrument. De integrale afweging vindt op hoofdlijnen plaats in de omgevingsvisie, in de programma’s wordt daarop voortgeborduurd en worden de lijnen voor de uitvoering uitgezet. Het omgevingsprogramma is een flexibel instrum ent dat de gemeente kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. Een programma heeft verschillende kenmerken en is zelfbindend. Het wordt vastgesteld door het college. Deze kunnen gebiedsgericht of thematisch van aard zijn.
Momenteel beoogt de gemeente te werken aan de volgende programma’s: - Programma kostenverhaal en financiële bijdragen - Warmteprogramma - Volkshuisvestingsprogramma - Programma groen en biodiversiteit Omgevingswaarden De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om in het Omgevingsplan voor de gehele gemeente omgevingswaarden vast te leggen. Bijvoorbeeld ten aanzien van de uitstoot van schadelijke stoffen, de productie van geluid of andere vormen van hinder of mogelijke overla st. In dat geval is ook een programma verplicht. In dat geval ligt het voor de hand dit in de Omgevingsvisie al aan te geven. Vooralsnog zien wij echter geen noodzaak om omgevingswaarden te stellen. Mocht in de toekomst blijken dat bepaalde ‘doelen’ niet w orden gehaald dan kunnen we alsnog overwegen om in het Omgevingsplan omgevingswaarden vast te stellen en deze te koppelen aan een programma. Dit is ook een aspect wat aan bod komt bij de monitoring en evaluatie van deze eerste Omgevingsvisie. Uitvoeringsprogramma De omgevingsvisie gaat uit van realisatie van initiatieven door eenieder die in de gemeente Steenwijkerland woont, werkt of recreëert of er op een andere manier bij betrokken is.
Als gemeente stimuleren en ondersteunen (leveren van kennis, zorgen voor verb inding) we initiatieven die bijdragen aan de ambities, de richting voor de toekomst, beleidskeuzes per deelgebied en gebiedsprioriteiten in de omgevingsvisie. De gezamenlijk gestelde waarden zijn de basis geweest voor het beschrijven van de beleidsdoelstel lingen uit deze visie en voor het formuleren van gebiedsgerichte uitgangspunten. In de uitvoering geven we daadwerkelijk vorm aan de gestelde ambities in de praktijk. Naar wens vindt de uitwerking plaats in thematische of gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s. Inspiratie- en afwegingskader De omgevingsvisie wordt uitgevoerd door het opstellen van het omgevingsplan en programma’s, maar is op zichzelf ook een instrument voor het toetsen van nieuwe ontwikkelingen. Hierbij hanteren we als gemeente de ‘Ja, mits - benadering’ uit de Omgevingswet. Het is van belang daarbij de balans tussen borgen van kwaliteiten en ruimte bieden voor ontwikkelingen inzichtelijk te maken. De volgende beginselen uit de Omgevingswet en afwegingsprincipes uit de NOVI zijn nuttige algemene kaders.
Milieubeginselen Omgevingswet en Afwegingsprincipes NOVI: - het voorzorgsbeginsel; - het beginsel van preventief handelen; - het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden; - het beginsel dat de vervuiler betaalt; - combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; - kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en; - afwenteling wordt voorkomen.
84 Aanvullend op deze algemene kaders bieden het integrale afwegingskader en de afwegingskaders voor de deelgebieden uit de omgevingsvisie inhoudelijke en gebiedsgerichte richting voor initiatieven. Richting voor de nadere uitwerking in programma’s en het omg evingsplan alsmede een toetsing van de wenselijkheid van een nieuwe ontwikkeling. 5.4 Lokale – regionale samenwerking De ontwikkelingen in Steenwijkerland staan natuurlijk niet op zichzelf. Ook in de regio vinden allerlei ontwikkelingen plaats die van invloed kunnen zijn op onze gemeente. Daarom hebben we actief contact met buurgemeenten, de provincie Overijssel en ketenpartners en nemen we deel aan verschillende regionale samenwerkingsverbanden. In hoofdstuk 3. De Landelijke Laag is gereflecteerd op een aantal belangrijke regionale visies van onze partners. Samen met die partners blijven we werk maken van belangrijke regionale opgaven. Alle aangrenzende gemeenten waren uitgenodigd om deel te nemen aan ketenpartnersessies tijdens de totstandkoming van deze Omgevingsvisie. Vooroverlegpartners provincie Overijssel en waterschap WDOD hebben in het kader van vooroverleg positief gereageerd op de omgevingsvisie. Daarnaast hebben alle ketenpartners een uitnodiging gekregen om te reageren op de Omgevingsvisie tijdens de inzageperiode.
5.5 Uitvoering De gemeente wil actief werk maken van de ambities die neergelegd zijn in de Omgevingsvisie. Dat kan in de vorm van een programma zijn, het ontwikkelen van nieuw beleid, de juridische vertaling in het Omgevingsplan, het stimuleren van gedrag door subsidies en educatie of daadwerkelijke projecten. 5.6 Grond en Financiën Wie de grond in eigendom had bepaalde in beginsel de koers van een gebiedsontwikkeling. Gemeenten hadden via de bestemmingsplannen ook (publiekrechtelijk) al een duidelijke rol daarin. Echter, door het bezit van de grond kon de gemeente de ontwikkeling nog meer bepalen en ook de winst van de ontwikkeling naar zich toe trekken. Tot eind jaren tachtig van de vorige eeuw was de positie van de gemeente bij locatieontwikkeling dominant. Er was toen vooral sprake van actief grondbeleid (traditioneel model). Private ontwikkelaars hebben zich in de laatste decennia ook op de grondmarkt begeven. Gemeenten en private ontwikkelaar waren daardoor genoodzaakt samen te werken. Als gevolg van de invoering van de Grondexploitatiewet in 2008 en de (vastgoed)crisis werd de samenwerking opnieuw geordend. De rol van de gemeente is steeds meer faciliterend geworden. De verwachting is dat door de invoering van de Omgevingswet de faciliterende rol verder zal toenemen.
Door de Omgevingswet komt er meer nadruk te liggen op participat ie en samenwerking en de benadering vanuit de initiatiefnemer. Maar omdat de markt het bij gebiedsontwikkeling op bepaalde vlakken soms laat afweten is er momenteel zeker ook behoefte aan een overheid die meer de regie neemt bij gebiedsontwikkeling en daar door ook een meer actievere rol op zich neemt. Actief grondbeleid Bij actief grondbeleid verwerft de gemeente zelf de in exploitatie te brengen gronden. De gemeente voert zelf de grondexploitatie en regie, en maakt het plangebied bouw - en woonrijp. De gemeente verhaalt de kosten van het in exploitatie nemen van dat plan via de uitgifte van bouwkavels. De gemeente draagt dan volledig het risico, maar bepaalt ook zelf de uitgifteprijzen, de fasering van de werkzaamheden en het moment van uitgifte. Risicofactoren waaraan onder andere gedacht moet worden zijn de verwervingskosten, rente, (bodem) sanering en het afzetrisico. Van actief grondbeleid is op dit moment sprake bij onder andere de woningbouwplannen Noordermaten _ te Blokzijl, Van den Kornputkwartier Steenwijk, en de bedrijventerreinen Boterberg Oldemarkt, De Weg van R ollecate (De Weijert) (de voormalige Siebrand-locatie) en (de uitbreiding van) Schaarkampen te Vollenhove. Faciliterend grondbeleid Sinds eind jaren tachtig zijn ook veel gronden verworven door particuliere projectontwikkelaars.