CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpomgevingsvisie Steenwijkerland 2025

Politieke Markt 13 januari 2026, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Actualisatie Omgevingsvisie Steenwijkerland 202539.156 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · 93 pagina's · deel 5 van 5

De vastgoedmarkt was een aantrekkelijke markt geworden waar veel winst kon worden gemaakt. Hierdoor werd de positie van de gemeente minder dominant en moest er worden samengewerkt. Het voordeel was dat de gemeente ook niet meer het volledige risico droeg voor de ontwikkeling. Het werd ook aantrekkelijk om verouderde woon - en werklocaties te herontwikkelen. De private marktpartij ontfermde zich over de locatie en de gemeente pakte de openbare ruimte aan. De gemeente regelde de faciliteiten en kreeg er een beter functionerend gebied voor terug.

85 Op basis van de hiervoor beschreven ontwikkelingen heeft de gemeente een steeds meer faciliterende rol gekregen. Daarbij speelt ook de toenemende betrokkenheid van de eindgebruiker in de gebiedsontwikkeling. Er vindt een overgang plaats waarbij de markt wijzigt van aanbodgericht naar vraaggericht. Door een toenemende behoefte aan flexibiliteit van plannen (bijv. op het gebied van fasering en het bouwprogramma) speelt de beheersing van de (financiële) risico’s een omvangrijkere rol. Uit de Omgevingswet blijkt dat er meer ruimte geboden wordt voor een vraaggerichte en f lexibele aanpak van het grondbeleid, voor uitnodigingsplanologie en faciliterend grondbeleid. Bij faciliterend grondbeleid (ook wel passief grondbeleid genoemd) bezit de particuliere ontwikkelaar(exploitant) de grond en neemt hij de exploitatie van die gro nd voor zijn rekening en risico. De rol van de gemeente is met name faciliterend. De rol van de gemeente is beperkt tot het opstellen en toetsen van het omgevingsplan, toetsen aan gemeentelijke beleidskaders, kostenverhaal en het beheer van de openbare rui mte, nadat deze door ontwikkelaar is gerealiseerd en in eigendom aan de gemeente is overgedragen. Faciliterend grondbeleid kan nog onderverdeeld worden in pro -actief faciliterend en passief faciliterend grondbeleid.

Het grote verschil is dat bij pro -actief grondbeleid de gemeente meedenkt met de marktpartijen die de grondeigendom hebben, indien nodig marktpartijen stimuleert, en met elkaar in contact brengt om een ruimtelijke ontwikkeling van de grond te krijgen. Bij passief faciliterend grondbeleid neemt d e gemeente geen initiatief en faciliteert slechts door te toetsen aan de publiekrechtelijke kaders. De afweging tussen pro-actief en passief wordt o.a. bepaald door de bestuurlijke ambities en opgaven en prioritering van de ontwikkeling. Situationeel grondbeleid Hoewel de Omgevingswet vooral de mogelijkheden voor faciliterend grondbeleid versterkt en enkele (beoogde) woningbouwlocaties door ontwikkelaars ontwikkeld gaan worden in Steenwijkerland, is het vaak in de praktijk ook gewenst dat de gemeente actief grondbeleid toepast. Daarom past de gemeente situationeel grondbeleid toe, zodat de gemeente de vrijheid heeft om per situatie het grondbeleid toe te passen dat het meest geschikt is voor de beoogde situatie. De komende jaren voert de gemeente Steenwijkerland situationeel grondbeleid zodat de gemeente de vrijheid heeft om per situatie het grondbeleid (actief dan wel faciliterend) toe te passen dat het meest geschikt is voor de beoogde situatie rekening houden met o.a. volkshuisvestings- en/of economische redenen.

Financiële uitvoerbaarheid De gemeente Steenwijkerland heeft in de omgevingsvisie ambities en opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De financiële uitvoerbaarheid hiervan is dynamisch en voortdurend aan verandering onderhevig. Enerzijds is dit omdat nog niet alle ambit ies zijn uitgewerkt. Anderzijds is dit het geval, daadwerkelijke kosten en opbrengsten van projecten kunnen veranderen op basis van prijsontwikkelingen en aangescherpte eisen en regelgeving. Het is dan ook belangrijk om de financiële uitvoerbaarheid - op basis van dit soort nieuwe inzichten en projecten - periodiek te evalueren, te actualiseren en waar nodig bij te stellen. Op projectniveau maakt de financiële uitvoerbaarheid deel uit van het Omgevingsplan.

86 Kostenverhaal en verevening De gemeente Steenwijkerland heeft in de Omgevingsvisie tal van ambities en opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De gemeente zal als trekker van deze maatschappelijke opgaven (een deel zal door andere partijen worden uitgevoerd) delen hiervan bekostigen. Ontwikkelaars van bouwlocaties hebben echter ook profijt van die investeringen. Daarom was de gemeente op grond van de Wet ruimtelijke ordening verplicht om de kosten die zij als gemeente maakt voor een bouwinitiatief, te verhalen op de initiatiefnemers. Dit gebeurt onder meer naar redelijkheid en mate van profijt. In grote lijnen is dit systeem overgenomen in het nieuwe stelsel van de Omgevingswet, maar er zijn ook wijzigingen. De Omgevingswet biedt ruimte voor de ontwikkeling van activiteiten in de fysieke leefomgeving. Voor de ontwikkeling van gebieden zal ook de overheid vaak kosten moeten maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van openbare voorzieningen, en het wijzigen van het omgevingsplan. Uitgangspunt is dat die kosten verhaald worden. In deze paragraaf wordt ingegaan op de mogelijkheden tot kostenverhaal bij actief grondbeleid en bij faciliterend grondbeleid. Kostenverhaal bij actief grondbeleid Bij actief grondbeleid vindt kostenverhaal plaats via de uitgifteprijs van de door de gemeente uit te geven bouwkavels.

Via de uitgifteprijs worden onder andere verhaald: • Verwervingskosten (m.b.t. de aankoop, onteigening en ontpachten); • Onderzoek- en apparaatskosten; • Tijdelijk beheer; • Rente; • Bouw – en woonrijpmaakkosten (bijv. sloop van panden en (bodem)sanering, aanleg • infrastructuur en inrichting van de openbare ruimte). Kostenverhaal bij faciliterend grondbeleid De Omgevingswet verplicht overheden om bij particuliere grondexploitatie de kosten (waaronder begrepen het verhalen van nadeelcompensatie (was: planschade)) voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. Dit is nodig voor de financieel -economische haalbaarheid van het omgevingsplan voor de gemeente. De Kostenverhaal in de wet Wetgeving rondom kostenverhaal en verevening staat in de aanvullingswet Grondeigendom die is opgenomen in de Omgevingswet. Met de Aanvullingswet grondeigendom wil de wetgever het instrumentarium voor faciliterend grondbeleid verbeteren en meer rekening hou den met de diverse ontwikkelopgaves waarin het eindbeeld onzeker is, waaronder organische gebiedsontwikkeling. Het instrumentarium bestaat twee hoofdgroepen, elk verdeeld naar twee subgroepen: • regulier kostenverhaal (wettelijke plicht om dit toe te passen): - bij integrale ontwikkeling; - bij organische ontwikkeling.

• kostenverhaal van financiële bijdragen (wettelijke bevoegdheid om dit toe te passen): - bij integrale ontwikkeling; - bij organische ontwikkeling. Voor de beide hoofdgroepen geldt ook nog dat het zowel privaat- als publiekrechtelijk toegepast kan worden. Indien de gemeente straks wenst te beschikken over de publiekrechtelijke mogelijkheid voor kostenverhaal voor financiële bijdragen, dan is de reikwijdte beperkt tot de limitatieve categorieënlijst uit artikel 8.20 Omgevingsbesluit. De financiële bijdragen kunnen gevraagd worden voor ontwikkelingen als kwalitatieve verbeteringen van landschap, natuur, water of de stikstofbalans, de aanleg of aanpassingen van infrastructuur en daartoe benodigde voorzieningen. Anterieur kunnen ook andere bijdragen worden gevraagd. In beide gevallen moet de functionele samenhang van de projecten waarvan een bijdrage wordt gevraagd en de projecten waarvoor een bijdrage wordt gevraagd onderbouwd worden in de omgevingsvisie of in een programma.

87 Omgevingswet biedt in artikel 13.6 (Kostenverhaal bij bouwactiviteiten en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen) van de Omgevingswet het instrumentarium voor kostenverhaal. De verplichting tot kostenverhaal bij bepaalde bouwplannen Artikel 13.11 verplicht de gemeente tot kostenverhaal bij de in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit omschreven bouwactiviteiten en bij gebruiksactiviteiten die mogelijk worden op grond van een nieuw toegedeelde functie. Behalve dat de plicht tot kostenverhaal is begrensd tot de activiteiten als aangewezen in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit, zijn ook de typen kosten die kunnen worden verhaald beperkt. Artikel 8.15 van het Omgevingsbesluit bepaalt dat de te verhalen kosten beperkt zijn tot de kosten die op de kostensoortenlijst van Bijlage IV bij het Omgevingsbesluit staan. De gemeente mag volgens artikel 13.11 de kosten alleen verhalen als ze voldoen aa n drie criteria: profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid (PPT -criteria). Ook moet de locatie het kostenverhaal kunnen dragen. Dat houdt in dat er niet meer kosten mogen worden verhaald dan dat er opbrengsten zijn. De kosten moeten proportioneel zijn in verhouding tot het profijt dat het kostenverhaalgebied van de kostensoorten heeft. Voor het berekenen van de hoogte van de te verhalen kosten wordt de zogenaamde ‘plankostenscan’ gehanteerd uit de Omgevingsregeling.

Er hoeft geen kostenverhaal plaats te vinden bij een in artikel 8.13 genoemde bouwactiviteit als er sprake is van ‘kruimelgevallen’. Het gaat dan volgens artikel 8.15 Omgevingsbesluit om gevallen waarbij: • Het totaal van de te verhalen kosten niet meer bedraagt dan €10.000; • Er geen verhaalbare kosten zijn gemaakt die vallen in de specifieke kostensoorten • (gemaakt ten behoeve van de uitvoering van fysieke werkzaamheden) die in A5 tot en met A9 van Bijlage IV bij het Omgevingsbesluit worden genoemd, of • De verhaalbare kosten uitsluitend de kosten voor de aansluiting van de bouwlocatie op de openbare ruimte of de aansluiting op de nutsvoorzieningen betreffen. De mogelijkheid om ook kostenverhaal achterwege te kunnen laten indien de kosten uitsluitend voor de aansluiting van de bouwlocatie op nutsvoorzieningen zijn, is gelet op de energietransitie wellicht geen reden meer om af te zien van kostenverhaal bij kruimelgevallen. In deze ‘kruimelgevallen’ wegen de kosten van het kostenverhaal niet op tegen de te ontvangen bedragen. Op basis van artikel 8.15 Omgevingsbesluit kan de gemeenteraad een vrijstelling van het kostenverhaal verlenen. Op dat moment zijn de gebruikelijke leges verschuldigd.

De gemeente Steenwijkerland kiest ervoor om bij ‘kruimelgevallen’ met uitzondering van de kosten voor aansluiting van de bouwlocatie op nutsvoorzieningen, geen kostenverhaal toe te passen (kruimelontheffing), maar in die gevallen wél de leges te heffen. Verbod op bouwen zonder kostenverhaal (anterieure overeenkomst) Artikel 13.12 van de Omgevingswet bepaalt dat het verboden is om een bouwactiviteit die op grond van artikel 8.13 Omgevingsbesluit is aangewezen te verrichten, voordat de verschuldigde kosten zijn betaald. Op deze regel kan een uitzondering worden gemaakt ingeval kostenverhaal plaatsvindt op basis van een overeenkomst waarin een later tijdstip en een zekerheidstelling voor de betaling is overeengekomen. Het privaatrechtelijk spoor (anterieure overeenkomst) In Afdeling 13.6 (Kostenverhaal bij bouwactiviteiten en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen) van de Omgevingswet is een gemengd stelstel voor kostenverhaal gehandhaafd met zowel een privaatrechtelijk als publiekrechtelijk spoor, waarbij vrijwillige privaatrechtelijke samenwerking voorop staat en het publiekrechtelijke instrumentarium als achtervang geldt. Bij het privaatrechtelijke spoor sluit de gemeente met de particuliere exploitant een overeenkomst waarin het kostenverhaal is verzekerd.

Op grond van artikel 13.13 Omgevingswet kunnen de gemeente en een initiatiefnemer een overeenkomst sluiten over kostenverhaal voorafgaand aan het besluit dat de aangewezen activiteit mogelijk maakt: een zogenoemde ‘anterieure overeenkomst’. In lid 3 van artikel 13.13 is bepaald dat een publiekrechtelijke verankering van het kostenverhaal achterwege kan blijven voor zover het verhalen van kosten is verzekerd door een overeenkomst. Tot aan de vaststelling van het planologische besluit, zoals het omgevingsplan, bestaat er contractvrijheid.

88 Onder de Omgevingswet zijn de overeenkomsten over kostenverhaal (was: grondexploitatie) ook nog onder te verdelen in anterieure en posterieure overeenkomsten. Een anterieure overeenkomst is een overeenkomst tussen de gemeente en de particuliere eigenaar over kostenverhaal, gesloten vóór de vaststelling van een planologische maatregel. De posterieure overeenkomst wordt gesloten na de vaststelling van de planologische maatregel. Het sluiten van een anterieure overeenkomst heeft zowel voor gemeente als voor een particuliere eigenaar voordelen. Bij een anterieure overeenkomst hebben partijen veel onderhandelingsruimte en zijn ze niet gebonden aan het publiekrechtelijke kader van het omgevingsplan. Al vroeg in het proces krijgen partijen helderheid en zekerheid over de ontwikkeling van de locatie, het te realiseren programma, bijzondere locatie-eisen en kostenverhaal via de verschuldigde exploitatiebijdrage. De particuliere exploitant kan via onderhandelingen zelf ook invloed hebben op de inhoud van de overeenkomst. In een anterieure overeenkomst kan de gemeente meer maatwerkafspraken vastleggen dan in het omgevingsplan.

De anterieure overeenkomst regelt onder andere de inspanningsverplichting van de gemeente voor de planologische maatregel, het verhalen van kosten, nadeelcompensatie (was: planschade), aansprakelijkheid voor bouwschade, een onderhoudsplicht voor de openbare ruimte, de overdracht van de openbare ruimte en hoe en op welk tijdstip de exploitatiebijdrage wordt betaald (kostenverhaal). Ter zekerheidstelling van het kostenverhaal kan overeengekomen worden dat er een bankgarantie afgegeven wordt of dat er een recht van hypotheek gevestigd wordt. In een anterieure overeenkomst mogen naast afspraken over kostenverhaal ook afspraken gemaakt worden over het betalen van financiële bijdragen voor ontwikkelingen van gebieden. Planschade uit de Wet ruimtelijke ordening wordt in artikel 15.1 van de Omgevingswet aangemerkt als nadeelcompensatie. Voor het verhalen van nadeelcompensatie uitsluitend als gevolg van een omgevingsplan of omgevingsvergunning kan een overeenkomst gesloten worden (was: planschadeverhaalsovereenkomst). Het publiekrechtelijke spoor Als er geen anterieure overeenkomst tot stand komt, moet het kostenverhaal publiekrechtelijk verhaald worden. Het exploitatieplan uit de Wet ruimtelijke ordening is met de invoering van de Omgevingswet verdwenen.

Publiekrechtelijk verhaal in de Omgevingswet wordt geregeld in het omgevingsplan of in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (= afwijking van het omgevingsplan, ook wel “Bopa” genoemd). Dat kan door kostenverhaalsregels in het omgevingsplan op te nemen of het kostenverhaal te regelen in de omgevingsvergunning. Kostenverhaal langs publiekrechtelijke weg kan zowel met tijdvak als zonder tijdvak In artikel 13.14 wordt het publiekrechtelijk kostenverhaal met tijdvak geregeld en in artikel 13.15 het publiekrechtelijk kostenverhaal in het omgevingsplan zonder tijdvak. Bij publiekrechtelijk verhaal met tijdvak neemt het bevoegde gezag in het besluit d at de activiteit mogelijk maakt regels of voorschriften op over kostenverhaal. Deze besluiten zijn een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsactiviteit (Bopa) of een projectbesluit.

In het besluit, zoals het omgevingsplan: • worden kostenverhaalsgebieden aangewezen, • worden per kostenverhaalsgebied bepaald welke kostensoort waarvan het gebied ten dele profijt heeft, naar evenredigheid aan dat kostenverhaalsgebied toegerekend, • wordt per kostenverhaalsgebied een raming van de kosten en opbrengsten opgenomen, • wordt per kostenverhaalsgebied regels gesteld over de verdeling van kosten over activiteiten en de eindafrekening, en • is maximaal kostenverhaal mogelijk ten hoogte van de opbrengsten (= macro-aftopping). Als geen overeenkomst is aangegaan, wordt de verschuldigde geldsom bij beschikking vastgesteld: “de beschikking bestuursrechtelijke geldschuld”. Op deze beschikking is Titel 4.4 Awb van toepassing. De procedurele bepalingen zijn opgenomen in Hoofdstuk 16 van de Omgevingswet. Het moment van betaling en de mogelijkheid voor aanvullende zekerheden wordt geregeld in artikel 13.19 Omgevingswet. Pas na betaling mag een initiatiefnemer gaan bouwen. Artikel 13.15 Omgevingswet bevat de regeling voor kostenverhaal in een omgevingsplan zonder tijdvak. Deze wijze van kostenverhaal is bedoeld voor zogenaamde organische gebiedsontwikkeling, waar ten aanzien van zowel de voor de gebiedsontwikkeling benodigde periode als de concrete invulling van de ontwikkeling bij vaststelling van het omgevingsplan nog sprake is van relatief veel onzekerheid.

89 Het algemeen beeld van een organische gebiedsontwikkeling is dat er meer sprake is van een procesmatige aanpak, een open-einde karakter, ruimte voor (kleinschalige) initiatieven van partijen, meer flexibiliteit en een meer faciliterende rol van de gemeente, dan bij een omgevingsplan met tijdvak (integrale gebiedsontwikkeling). De verschillen tussen integrale gebiedsontwikkeling (met tijdvak) en organische gebiedsontwikkeling zijn verder op het vlak van de rekenwijze, de kostensoorten en de begrenzing van het kostenverhaal. De locatie-eisen zijn in de Omgevingswet niet meer in de afdeling kostenverhaal geregeld maar in de afdeling omtrent het omgevingsplan zelf zoals de artikelen 4.1 (fysieke leefomgeving) en 4.2 (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) van de Omgevingswet. Nadat de planologische maatregel door de raad is vastgesteld, kunnen er tussen de gemeente en particuliere grondexploitanten met wie niet reeds een anterieure overeenkomst is gesloten, overeenkomsten gesloten worden over kostenverhaal. Deze overeenkomsten worden posterieure overeenkomsten genoemd en mogen niet afwijken van het vastgestelde kostenverhaal uit het omgevingsplan. Verder moeten er posterieure overeenkomsten bij publiekrechtelijk kostenverhaal gesloten worden om bepaalde privaatrechtelijke zaken te regelen.

Dit omdat het omgevingsplan of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) onder andere niet de eigendomsoverdracht van de openbare ruimte aan de gemeente of het vestigen van zakelijke rechten voor nutsvoorzieningen regelt. Sinds de invoering van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 in Nederland vastgestelde bestemmingsplannen is kostenverhaal bij particuliere grondexploitatie voor 95% geregeld via anterieure overeenkomsten en voor 5 % via een exploitatieplan. In Steenwijkerland zijn geen exploitatieplannen vastgesteld. Eindafrekening Omdat het bij betaling vaak nog om geraamde kosten gaat, kunnen de werkelijke kosten aanzienlijk afwijken. Als bij de eindafrekening blijkt dat de verhaalde kosten hoger zijn dan de daadwerkelijk gemaakte kosten, vindt een evenredige terugbetaling plaats. De gemeente mag een meevaller van maximaal 5% van de betaalde bijdrage houden. Degene die betaald heeft kan vanaf 5 jaar na de betaling om een eindafrekening voor zijn betaalde bijdrage vragen. Digitalisering Kostenverhaalsregels in het omgevingsplan moeten digitaal conform standaarden worden vastgesteld. Deze eis zal later gaan gelden voor omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor de anterieure en posterieure overeenkomst en de kostenverhaalsbeschikking zijn nog geen plannen voor digitalisering.

Bij particuliere grondexploitatie geeft de gemeente de voorkeur aan het privaatrechtelijke spoor. Als de gemeente geen anterieure overeenkomst onder het privaatrechtelijk spoor kan sluiten, wordt het publiekrechtelijke spoor gevolgd. Kostenverhaal en leges Op het moment dat er sprake is van kostenverhaal op basis van afdeling 13.6 van de Omgevingswet (via een anterieure overeenkomst, omgevingsplan, omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of posterieure overeenkomst) dan zijn er (beh oudens de ‘kruimelgevallen’) geen leges verschuldigd die betrekking hebben op diensten en producten in het kader van de planologische medewerking. In de legesverordening van de gemeente Steenwijkerland is hiervoor een ontheffing opgenomen (zie artikel 4 li d d van de legesverordening). Anders zouden bepaalde kosten dubbel in rekening kunnen worden gebracht. Ten overvloede, maar de legesverordening blijft onverwijld van kracht voor andersoortige vergunningen (omgevingsvergunning etc.). Financiële bijdragen voor ontwikkeling van gebieden In Afdeling 13.7 van de Omgevingswet wordt het mogelijk gemaakt om bijdragen voor gebiedsontwikkeling op zowel privaatrechtelijke als op publiekrechtelijke wijze te verkrijgen. Privaatrechtelijk Op grond van artikel 13.22 Omgevingswet kan een vrijwillige financiële bijdrage voor gebiedsontwikkeling worden overeengekomen.

Dat is een bijdrage voor ontwikkelingen die niet onder het kostenverhaal vallen, maar wel bijdragen aan de kwaliteit van het geb ied. Het gaat dan om bijdragen ten behoeve van o.a. landschap, infrastructuur, natuur, stedelijke herstructurering, recreatie, energie en sociale woningbouw, zoals is aangegeven in artikel 8.20 van het Omgevingsbesluit. De vrijwillige bijdrage vindt een ba sis in deze omgevingsvisie of programma. Deze omgevingsvisie of het programma moeten de hoofdlijnen van de bekostiging en planning van de ontwikkeling uiteenzetten, dus:

90 • het gebied omschrijven of aangeven dat ontwikkeld wordt, • het verband aangeven tussen de activiteit en de ontwikkeling waaraan wordt bijgedragen, • ingaan op de financiering van de ontwikkeling, • een indicatie geven van de gewenste bijdrage, en • ingaan op de planning en realisatie van de ontwikkeling. Het kostenverhaal en de vrijwillige financiële bijdragen hebben beide een eigen zelfstandige grondslag, namelijk respectievelijk artikel 13.13 en 13.22., die twee afzonderlijke onderdelen in een anterieure overeenkomst vormen. Als geen overeenkomst over kostenverhaal is gesloten, dan moet het betalen van de bijdrage op publiekrechtelijke wijze via een beschikking vastgesteld worden (artikel 13.24 onder a Omgevingswet). Ter voorkoming van discussies over ‘betaalplanologie’ en dat de betaalde bijdrage daarom teruggevorderd wordt wegens onverschuldigde betaling is het raadzaam om het verhalen van de financiële bijdrage ook publiekrechtelijk te regelen. Publiekrechtelijk Op grond van de artikelen 13.23 en 13.24 kunnen via een beschikking bestuursrechtelijke geldschuld financiële bijdragen in een omgevingsplan verhaald worden. De criteria die hiervoor zijn: ter verbetering van kwaliteit fysieke leefomgeving functionele samenhang bouwplan en ontwikkeling bekostiging is niet anderszins verzekerd gemaximeerd op opbrengsten (met tijdvak)/waardevermindering (zonder tijdvak).

De functionele samenhang kan ook in een omgevingsvisie of programma onderbouwd worden. Bij publiekrechtelijk verhaal van financiële bijdragen geldt wel dat het verhalen van de bijdrage beperkt is tot de activiteiten die als kostenverhaalsplichtig bouwplan uit artikel 8.21 Omgevingsbesluit aangemerkt worden. Dit betekent dat het verhalen van een financiële bijdrage voor de realisatie van een zonnepark wel privaatrechtelijk mogelijk is maar niet publiekrechtelijk. Het verhalen ten behoeve van sociale woningbouw (ter compensatie van het realiseren van te weinig sociale huurwoningen in een bepaald gebied) en bovenwijkse/bovenplanse infrastructuur (bijv. parkeer of mobiliteitsfonds) is wel publiekrechtelijk mogelijk. Eigenlijk gaat het niet om een ‘fonds’, maar om een balanspost ‘vooruit ontvangen bedragen’. Een en ander kan dan geregeld worden in een separate voorziening of in de balans waarin tot uitdrukking komt wat de tegenprestatie vormt. Bovenwijkse Voorzieningen in de Omgevingswet Ten tijde van de Wet ruimtelijke ordening hadden veel gemeenten een nota Bovenwijkse Voorzieningen/Fonds Bovenwijks. Hierin was vastgelegd dat ontwikkelaars van woningen en/of bedrijfsruimte naast de kosten die rechtstreeks verband hielden met de betreffende ontwikkeling, ook een bijdrage moesten leveren aan de in de nota genoemde voorzieningen voor de totale gemeente.

In de Omgevingswet staat dat de gemeente verplicht is om de kosten die rechtsreeks verband houden met een ontwikkeling, bij de initiatiefnemer in rekening te brengen. Hiervoor geldt het principe dat er sprake moet zijn van Profijt, Toerekenbaarheid en Proportionaliteit. Dit valt onder het reguliere kostenverhaal. Daarnaast kan de gemeente dus een financiële bijdrage vragen voor investeringen in de gemeente, die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving verbeteren. Er moet dan sprake zijn van functionele samenhang, dat wil zeggen dat de toekomstige bewoners/gebruikers voordeel hebben van de investering, maar dat de investering niet rechtstreeks met de ontwikkeling verbonden is. Het gaat dan bijvoorbeeld om aanpassingen van de openbare ruimte en het voorzieningenniveau die noodzakelijk zijn omdat de kern groeit en waar alle bewoners gebruik van maken. Het betreft dus investeringen die tot de invoering van de Omgevingswet via de Bijdrage Bovenwijkse voorzieningen in rekening werden gebracht. In de Omgevingswet wordt de term Bovenwijkse voorzieningen echter gebruikt voor voorzieningen die toegerekend moeten worden aan meerdere ontwikkelingen, maar die wel onder het reguliere kostenverhaal vallen. De voorzieningen waarvoor de gemeenten voorheen de Bijdrage Bovenwijks in rekening bracht voldoen niet aan deze nieuwe omschrijving.

De bijdrage die we voorheen Bovenwijks noemden, wordt daarom voortaan in rekening gebracht op basis van de nieuwe mogelijkheid in de Omgevingswet, de vrijwillige financiële bijdrage. De gemeente zal voorzieningen treffen, zoals het instellen van ‘fondsen’, zowel privaatrechtelijk als publiekrechtelijk voor de verevening sociale woningbouw, bovenplanse/bovenwijkse infrastructuur, zonneparken. Overgangsrecht (Invoeringswet Omgevingswet) De Wet ruimtelijke ordening blijft gelden als de anterieure overeenkomst voor de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is gesloten (artikel 4.112 Invoeringswet Omgevingswet). Als voor de inwerkingtreding van de

91 Omgevingswet een aanvraag is ingediend om een besluit op grond de Wro of Wabo blijft op die aanvraag het oude recht van toepassing (artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet). 5.7 Voorkeursrecht Als gemeente kunnen we een ‘voorkeursrecht’ vestigen op gronden van anderen. Besluit een eigenaar tot verkoop dan wordt die grond eerst aan de gemeente aangeboden. De gemeente mag de grond daardoor als eerste aankopen. Hiermee kan de gemeente ervoor zorgen dat bepaalde gronden een functie krijgen die de gemeente in de Omgevingsvisie voor ogen heeft. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het mogelijk maken van woningbouw op nu nog agrarische grond. 5.8. Samenhang milieueffectrapportage Milieubelang Een milieueffectrapportage (m.e.r .; het proces) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvormingsprocedure een plaats te geven. Een Milieueffectrapport (MER; het product) brengt op voorgeschreven wijze de milieugevolgen van een plan of project in beeld voordat het besluit wordt genomen of het plan wordt vastgesteld. Zo kan het bevoegd gezag de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken en krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming over projecten en plannen met mogelijk aanzie nlijke gevolgen voor het milieu. De omgevingsvisie vormt het strategische kader voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Steenwijkerland.

Deze visie bevat de lange termijndoelen en beleidsuitgangspunten die richting geven aan toekomstige plannen en projecten. Voor de uitvoering van deze omgevingsvisie zijn geen directe uitvoeringshandelingen of concrete projecten opgenomen die significante effecten op het milieu kunnen veroorzaken. Op grond van artikel 7.2 van de Wet milieubeheer en de richtlijnen van de Europese Strategic Environmental Assessment (SEA)-richtlijn (2001/42/EG) is beoordeeld of voor deze omgevingsvisie een milieueffectrapportage (MER) verplicht is. De omgevingsvisie is strategisch en abstract van aard en legt geen concrete activiteiten vast die directe milieugevolgen hebben. Daarnaast zijn de in de visie opgenomen beleidsvoornemens flexibel en worden deze nader uitgewerkt in vervolgplannen of -projecten, waarvoor, indie n nodig, afzonderlijke MER -procedures worden doorlopen. Op basis van deze beoordeling is geconcludeerd dat de omgevingsvisie niet MER-plichtig is. De uitvoering van de visie vindt plaats via nadere uitwerking in omgevingsplannen, programma’s en projecten. Bij deze uitvoeringsinstrumenten wordt, conform de wettelijke verplichtingen, getoetst of een MER noodzakelijk is, afhankelijk van de aard en schaal van de voorgenomen activiteiten. Hiermee wordt gewaarborgd dat milieuaspecten tijdig en zorgvuldig worden meegewogen in de besluitvorming.

5.9 Een levend document Monitoring en evaluatie Met de omgevingsvisie hebben we als gemeente een koers en een integraal afwegingskader voor de inrichting van onze fysieke leefomgeving. We beschouwen de omgevingsvisie, en in het verlengende daarvan alle Omgevingswetinstrumenten, als levende documenten. De wereld verandert continu en daarom moeten we dus ook regelmatig onze instrumenten herijken. Liggen we nog op koers, zijn er nieuwe ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden, halen we onze ambities wel met onze huidige aanpak? Met een monitoringssysteem houden we als gemeente zicht op de voortgang van onze koers. Het gebruikmaken van meetbare indicatoren is een logische stap bij de verdere aanscherping van de omgevingsvisie. Er is geen wettelijke actualiseringstermijn meer zoals dat bij de structuurvisie en bestemmingsplannen wel altijd het geval was. Op enig moment zullen we tot de conclusie komen dat een bepaald thema toch nog onvoldoende is uitgewerkt of dat de situatie voor een gebied dusdanig is veranderd dat herziening van de visie nodig is. We kiezen als gemeente voor een actualiseringscyclus van eens per twee jaar om de omgevingsvisie voldoende scherp en bij de tijd te houden. We kiezen voor deze korte cyclus omdat de Omgevingswet en bijbehorende instrumenten nieuw zijn. Op termijn bekijken we of we de tijdsdoorloop van de cyclus kunnen verlengen naar vier jaar.

92 Stap richting omgevingsvisie 2.0 Deze eerste omgevingsvisie voor de gemeente Steenwijkerland zet een stap richting volledige strategische beleidsintegratie. Het uiteindelijke doel is dat de omgevingsvisie de centrale plek wordt voor al het strategisch ruimtelijk beleid. Dat betekent dat v anaf nu geen andere thematische visies meer als losstaand beleid worden vastgesteld. Om die beleidsintegratie te realiseren beschouwen we de omgevingsvisie als een ‘levend’ document dat continu aangescherpt wordt. Vanzelfsprekend gaan we als gemeente wel verder met het uitwerken van bepaalde thema’s parallel aan de omgevingsvisie. Dit wordt dan alleen niet opgenomen in losstaande beleidsstukken, maar integraal meegenomen in een herziening van deze omgevingsvisie. Vi a programma’s werken we bijvoorbeeld aan de uitwerking van een bepaald thema, een specifieke gebiedsuitwerking of anderszins. De strategische uitspraken van een verdiepingsslag moeten uiteindelijk weer landen in de Omgevingsvisie en vanwege eventuele jurid ische consequenties verwerkt worden in het omgevingsplan. In deze zogenaamde 1.0 versie van de omgevingsvisie hebben we alle ruimtelijke thema’s en de verschillende (bestaande) beleidstrajecten en ontwikkelingen met elkaar verbonden.

In de omgevingsvisie 2.0 zetten we een volgende stap in het integreren van nieuw strategisch ruimtelijk beleid en de aangegeven thematische/gebiedsgerichte programma’s. Er zijn een aantal thema’s die nog een verdere discussie behoeven, alvorens we daar een keuze over maken. Vanaf 2027 starten we met de eerste actualisatieslag waar we deze onderwerpen verder integreren in een volgende versie van onze omgevingsvisie (de zogenaamde versie 2.0): • De Veenweidestrategie van de provincie Overijssel • Sponsstrategie • Volkshuisvestingsprogramma

93 Bijlagen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Paginanummers tellen de pagina's van het PDF, niet de nummers die op de pagina's gedrukt staan. Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/ce61a4b2-f363-46a7-af7a-d45d90cb525d?agendaItemId=f24e2796-d520-44b3-9918-a99613472e91