Ontwerpomgevingsvisie Steenwijkerland 2025
Tekst van het document
We zorgen voor groene en blauwe verbindingen tussen de kernen en het land van Weerribben en Wieden, ontwikkelen water- en bodemsturend en waar rust en ruimte is om het hoofd leeg te maken. Robuust en veelzijdig mobiliteitssysteem, verkeersveiligheid en ontwikkeling spoorzone Om onze steden en kernen bruisend en toegankelijk te houden, investeren we in een robuust en veelzijdig mobiliteitssysteem. Dit betekent dat we streven naar een samenhangend netwerk van openbaar vervoer, fietsvoorzieningen en autowegen dat aansluit op de behoeften van inwoners, ondernemers en bezoekers. We stimuleren de inrichting van multimodale knooppunten waar verschillende vormen van vervoer naadloos op elkaar aansluiten. Denk hierbij aan verbeterde OV - verbindingen, zoals frequentere bus - en treindiensten, en de aanleg van hoogwaardige fietsroutes. Daarnaast onderzoeken we slimme mobiliteitsoplossingen, zoals deelvervoer en mobiliteitshubs, om de bereikbaarheid te vergroten en tegelijkertijd de druk op het wegennet te verminderen. Verkeersveiligheid is een prioriteit in onze visie, met specifieke aandacht voor de interactie tussen landbouwverkeer en andere weggebruikers. Landbouwvoertuigen spelen een belangrijke rol in onze regio, maar kunnen risico’s opleveren op smalle wegen of in drukke kernen. De spoorzone in Steenwijk biedt unieke kansen voor economische, ruimtelijke en sociale ontwikkeling.
We zetten in op de transformatie van dit gebied tot een levendig knooppunt dat wonen, werken en recreëren combineert. Een sleutelonderdeel van deze ontwikk eling is het verbeteren van de bereikbaarheid en veiligheid rondom het intercitystation in Steenwijk. Hiertoe wordt een fietstunnel gerealiseerd die een veilige en snelle verbinding biedt voor fietsers en voetgangers tussen beide zijden van het spoor. Daarnaast investeren we in de spoorzone in een hoogwaardige openbare ruimte, duurzame woningbouw en ruimte voor ondernemerschap, passend bij de identiteit van Steenwijk. Door deze maatregelen wordt de spoorzone een aantrekkelijke entree van de stad en een katalysator voor regionale ontwikkeling.
43 4.2 De kernen en steden van de stedelijke laag Binnen de kernen en steden hebben we – op basis van de analyse van de opgaven én de ruimtelijke en functionele verschillen tussen gebieden – gekozen voor een nadere onderverdeling. In deze paragraaf zoomen we in op de onderscheiden deelgebieden en geven we antwoord op vragen als: Wat is onze ambitie? Welke opgaven en kansen zien we? En: Welke ruimte zien we voor ontwikkeling? Bepaalde onderdelen komen in verschillende deelgebieden terug; de teksten van de onderscheiden deelgebieden zijn zo geschreven dat deze – bijvoorbeeld bij toetsing van een principeverzoek – afzonderlijk te lezen zijn. De onderscheiden deelgebieden binnen de kernen en steden zijn: 1. Beschermde stadsgezichten Vollenhove en Blokzijl 2. Beschermd dorpsgezicht Giethoorn 3. Historische vesting Steenwijk 4. Cultuurhistorisch waardevolle linten, kernen en gebieden 5. Woonwijken 1955-nu 6. Bedrijventerreinen 7. Groenblauwe raamwerk 8. Verblijfsrecreatiegebieden 9. Beoogde ontwikkel- en zoeklocaties
44 4.2.1 Beschermde stadsgezichten Vollenhove en Blokzijl 4.2.1.1 Deelgebied 4.2.1.2 Identiteit en kernkwaliteiten Bij Rijksbeschermde stadsgezichten gaat het om gebieden met een bijzonder historisch karakter. Dat karakter kan in de loop van eeuwen zijn gegroeid, zoals een historische binnenstad. Het kan ook gaan om ontworpen gebieden, bijvoorbeeld een vooroorlogse arbeiderswijk. De gemeente moet deze gebieden beschermen. Deze bescherming is bedoeld om de cultuurhistorische identiteit van een gebied te behouden en te benutten als kwaliteit bij ontwikkelingen. De beleving van het bijzondere karakter reikt verder dan het begrensde gebied. Het is belangrijk ook zichtlijnen en open terreinen rond het beschermde gezicht te betrekken: het gaat om de historische structuur en de samenhang in en om het gebied, en om het samenspel tussen bebouwing en openbare ruimtes. In Steenwijkerland kennen we twee Rijksbeschermde stadsgezichten: de historische kern van Vollenhove en de historische kern van Blokzijl. Vollenhove is een compacte stad, met de historische kern als centrale identiteitsdrager. De stad is strategisch gelegen op de uitloper van een stuwwal. Deze hoogteverschillen zijn nog goed waarneembaar, zeker daar waar bebouwing ontbreekt. De hoofdstructuur van de stad wordt bepaald door de oude haven en de daarop aansluitende parallelle straten die onderling verbonden zijn door stegen.
Karakteristiek voor de structuur zijn hier ook de hoge tuinmuren. Vollenhove wordt gekenmerkt door smalle straatjes, de karakteristieke panden en monumenten, en aan andere erfgoeddragers, zoals de ruïne van Toutenburg, de Binnenhaven, Park Oldruitenborgh, de restanten van historische havezaten, de stadsboerderijen,de grote kerk en Mariakerk. Maar ook aan het groen in de stad: de oude lanen, de grote bomen en het stadspark. Allen bakens in de tijd die het verhaal van ‘Veno’ vertellen. Dit vormt een fraai decor voor het corso, de Survivalrun, Typisch Vollenhove en andere mooie evenementen die van ver bezoekers trekken. De historische kern vormt ook in andere opzichten het hart van de stad. Het sociale hart, omdat je elkaar hier ontmoet: bij de bakker, de groenteboer, op de markt of in de supermarkt. En het functionele hart: in en rond de historische kern vind je de meest e voorzieningen. Deze concentratie aan voorzieningen draagt bij aan de levendigheid in de kern en zorgt voor combinatiebezoek en met andere publieksfuncties, waardoor de kern veel bezoekers trekt. De combinatie van voorzieningen, ontmoetingen en typerende evenementen zorgt voor een sterk gemeenschapsgevoel in Vollenhove. Quote participatietraject: “Wat meer plekken waar mensen elkaar kunnen tegenkomen zou geen kwaad kunnen. Niet per se weer een supermarkt, maar iets waar de buurt samenkomt of kan komen.”
45 Ook bij Blokzijl denkt men allereerst aan de historische kern. Blokzijl biedt een authentieke blik op het Nederland van de Gouden Eeuw. De kern kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 14 e eeuw en heeft veel van zijn historische charme behouden. Blikvangers zijn de centraal gelegen havenkolk en sluizen omgeven door karakteristieke monumentale panden, in het bijzonder de rijke koopmanshuizen aan de Bierkade en de bomenstructuur aan de kolk. De smalle gebogen straatjes met historische panden, de hoge kerktoren en natuurlijk de 17 e-eeuwse vestingwerken rond de compacte historische kern. Blokzijl ontstond aan de monding van de Steenwijker Aa. Vooral de turf die in het achterland gewonnen werd, zorgde in de havenkolk voor veel bedrijvigheid. Die bedrijvigheid vind je nog steeds in en om de havenkolk, maar nu ge richt op watersportliefhebbers. Vooral in de zomerperiode trekt Blokzijl veel bezoekers. Ook de ligging in de buurt van Weerribben-Wieden, met de nabije hoogwaardige natuur en boerenlandschappen, vergroot de aantrekkingskracht op bezoekers. 4.2.1.3 Ambitie Leefbare, vitale en aantrekkelijke kernen met een uitgesproken en herkenbaar historisch karakter , met duurzame woningen en een klimaatadaptieve openbare ruimte waar gezondheid van mensen en biodiversiteit voorop staan.
In de stadskernen is het goed samenleven, wonen, werken, ondernemen en ontspannen; nu en in de toekomst. 4.2.1.4 Richting voor de toekomst: a) De beschermde stadsgezichten van Vollenhove en Blokzijl zijn waardevol, en we koesteren het behoud van de woonfunctie. Bij het beoordelen van nieuwe initiatieven kijken we niet alleen naar het belang van de initiatiefnemer, maar wegen we ook draagvlak, de monumentale waarde en het behoud van een goed woon- en leefklimaat nadrukkelijk mee. b) Er is ruimte voor ontwikkeling op locaties waar de cultuurhistorische waarde in het bebouwingsbeeld of de ruimtelijke structuur is aangetast. Hier zien we kansen voor transformatie of herstructurering die aansluit bij de cultuurhistorische waarde van het omringende gebied. Door in te zetten op zulke projecten versterken we de herkenbaarheid en kwaliteit van de beschermde stadsgezichten, waardoor hun historische identiteit wordt benadrukt en verbeterd. c) Nieuwe ontwikkelingen binnen de beschermde stadsgezichten worden zorgvuldig afgestemd op de bestaande maat en schaal van de bebouwing. Hierbij vragen we bijzondere aandacht voor vormgeving, materiaalkeuze en integratie in het stedelijk landschap. Dit betekent dat nieuwe projecten harmonieus moeten aansluiten bij het bestaande karakter, met respect voor de historische co ntext en visuele samenhang.
d) In Vollenhove en Blokzijl zien we ruimte voor uitbreiding van op toeristen gerichte detailhandel, horeca, verblijfsrecreatie en cultuur. Bij de beoordeling van deze initiatieven houden we opnieuw rekening met draagvlak en het belang van een goed woon - en leefklimaat, naast de belangen van de initiatiefnemer. Dit zorgt ervoor dat economische groei hand in hand gaat met het behoud van de leefbaarheid voor bewoners. e) Bij ontwikkelingen binnen de beschermde stadsgezichten, zetten we in op een goede koppeling met energie- en klimaatopgaven, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen én op behoud van eigen karakter. Waar mogelijk koppelen we (ook) het vergroenen en/of verbeteren van (de kwaliteit van) de buitenruimte en het verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk mee. f) In Blokzijl realiseren we de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg die het autoverkeer om de stad heen leidt– biedt mogelijkheden om de historische kern meer autoluw in te richten. De kern kan dan meer gericht worden op wandelaars en fietsers, met een hoge verblijfskwaliteit, horeca , winkeltjes en voorzieningen. g) Een herinrichting van de publieke ruimte in Blokzijl biedt kansen om de historische betekenis van de stad meer zichtbaar en beleefbaar te maken.
Een bijzondere kans biedt bijvoorbeeld het beter inrichten van het Oude Verlaat, de plek van de gedempte Oude Sluis waar Blokzijl omheen is gebouwd. h) Vollenhove heeft een grote toeristische potentie. Daarbij is de relatie met de omgeving van belang, bij de havens specifiek de ligging van Vollenhove aan het water. Cultuurhistorie kan de toeristische en recreatieve aantrekkelijkheid vergroten, bijvoorbeeld door het ontwik kelen van nieuwe functies bij het water.. Historische schepen kunnen het havenbeeld verfraaien, in het bijzonder buiten het vaarseizoen. 4.2.1.5 Toelichting
46 ad a. De beschermde stadsgezichten vormen de gemeenschappelijke identiteit van Vollenhove en Blokzijl. De cultuurhistorische waarde is zeer hoog, met een historisch patroon van straten en bebouwing dat nog steeds herkenbaar is. Beide kernen kennen veel rijksmonumenten en karakteristieke bebouwing als tastbare verwijzingen naar hun ontstaansgeschiedenis. De kleinschaligheid en menselijke maat maken dat het hier goed wonen is. Deze woonfunctie is wezenlijk voor de levendigheid en gemeenschapszin. Bewoners verrijken en dragen de historische kernen en zetten zich actief in voor het behoud van het erfgoed. Het beleid koestert deze woonfunctie en weegt bij nieuwe initiatieven niet alleen het belang van de initiatiefnemer, maar ook het draagvlak, de monumentale waarde en het behoud van een goed woon- en leefklimaat. ad b. Er is ruimte voor ontwikkeling op locaties waar de cultuurhistorische waarde in het bebouwingsbeeld of de ruimtelijke structuur is aangetast. Door in te zetten op transformatie of herstructurering die aansluit bij de cultuurhistorische waarde van het omringende gebied, wordt de herkenbaarheid en kwaliteit van de beschermde stadsgezichten versterkt. Dit benadrukt en verbetert hun historische identiteit.
Tegelijkertijd biedt dit kansen om verpaupering van historische panden tegen te gaan en de ruimtelijke kwaliteit van stadsranden te verbeteren, zoals in Blokzijl waar het zicht op de vesting wordt belemmerd door campings en geparkeerde vrachtwagens. ad c. Nieuwe ontwikkelingen binnen de beschermde stadsgezichten worden zorgvuldig afgestemd op de bestaande maat en schaal van de bebouwing. Vormgeving, materiaalkeuze en integratie in het stedelijk landschap vragen bijzondere aandacht. Nieuwe projecten moeten harmonieus aansluiten bij het bestaande karakter, met respect voor de historische context en visuele samenhang. Dit is van belang in beide kernen, waar bewoners zich zorgen maken over de impact van de energietransitie op de beleving van de kwaliteit en eigenheid van hun woonomgeving. ad d. Vollenhove en Blokzijl bieden ruimte voor uitbreiding van toeristische detailhandel, horeca, verblijfsrecreatie en cultuur. Bij de beoordeling van deze initiatieven wordt rekening gehouden met draagvlak en het belang van een goed woon- en leefklimaat. Er zijn zorgen over de verhuur van woningen aan seizoenarbeiders en vakantiegangers, waardoor de historische kwaliteit en leefbaarheid onder druk komen te staan. Het beleid zorgt ervoor dat economische groei hand in hand gaat met het behoud van de leefbaarheid voor bewoners. ad e.
Door ontwikkelingen te koppelen aan bestaande opgaven, kan nieuw bestaand helpen met de aanpak van deze opgaven. Stappen zetten op de energie- en klimaatopgaven is noodzakelijk. Dit o.a. omdat we de ambitie hebben in 2045, waar mogelijk, alle woningen van het fossiele aardgas af te hebben, in 2050 van het fossiele aardgas af moeten zijn (Klimaatakkoord). Ook de inzet op natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en het zuinig omgaan met grondstoffen zien we als noodzakelijk. Dit laatste ook omdat we in 2050 volgens het Klimaatakkoord over moeten zijn op een volledig circulaire economie en in het Nationaal Programma Circulaire Economie halvering van het primaire grondstoffenverbruik in 2050 is vastgelegd. Door de gestegen energieprijzen hebben steeds meer mensen moeite om de energierekening te betalen. De groep mensen die onder de noemer energiearmoede3 vallen, neemt toe en is in onze gemeente bovengemiddeld. Vooral bij woningen die slecht geïsoleerd zijn, stegen de kosten enorm. Het verduurzamen van de woningvoorraad – én het besparen van energie - betekent het verlagen van de energierekening. En draagt bij aan de vraagbeperking: wat we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken.
Verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk is noodzakelijk om de capaciteitsknelpunten op te lossen - op alle niveaus, ook in de bestaande wijken; het huidige energienetwerk heeft onvoldoende capaciteit om vraag en aanbod van energie (op termijn) goed op te vangen.
47 Het vergroenen van de buitenruimte dient verschillende doelen. Denk aan het tegengaan van hittestress en wateroverlast (klimaatadaptatie), het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en aan het versterken van de biodiversiteit. Dit laatste geldt ook voor de inzet op het natuurinclusief bouwen. ad f. Het uitgangspunt is dat ieder project, ongeacht de omvang, bijdraagt aan de kwaliteit en eigenheid van de beschermde stadsgezichten. Of het nu gaat om een kleinschalige aanpassing of een grootschalige ontwikkeling, een initiatief moet de unieke identiteit van Vollenhove en Blokzijl versterken en de historische waarde van deze bijzondere kernen waarborgen. Dit is essentieel in een context waarin historische panden verpauperen en de ruimtelijke samenhang onder druk staat. ad g. In Blokzijl kruist de enige doorgaande straat het drukbevaren water. De frequente brugopeningen en smalle straatjes leiden tot wachtend verkeer en overlast voor bewoners en ondernemers. We werken aan de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg die het autoverkeer om de stad heen leidt. Hierdoor kan de historische kern autoluw worden ingericht, gericht op wandelaars en fietsers, met een hoge verblijfskwaliteit, horeca, winkeltjes en voorzieningen. De herinrichting van de publieke ruimte biedt kansen om de historische betekenis van Blokzijl meer zichtbaar en beleefbaar te maken.
Een bijzondere kans ligt bij het Oude Verlaat, de plek van de gedempte Oude Sluis waar Blokzijl omheen groeide. Deze locatie staat nu vol met geparkeerde auto’s, maar kan worden heringericht als historisch herkenbare en aantrekkelijke verblijfsplek. ad h. Vollenhove heeft grote toeristische potentie, mede door de ligging aan het water. De relatie met de omgeving is van belang, vooral bij de havens. Cultuurhistorie kan de toeristische en recreatieve aantrekkelijkheid vergroten, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van nieuwe functies bij het water. Het strandje en strandpaviljoen zijn hier een goed voorbeeld van. Historische schepen kunnen het havenbeeld verfraaien, vooral buiten het vaarseizoen. Tegelijkertijd is er in de historische kern sprake van verkeers- en parkeerhinder, en is de stadsentree bij de passantenhaven geen visitekaartje. Hier is een kwaliteitsimpuls gewenst, net als bij de binnenhaven.
48 4.2.2 Beschermd dorpsgezicht Giethoorn 4.2.2.1 Deelgebied 4.2.2.2 Identiteit en kernkwaliteiten Bij Rijksbeschermde stads – en dorpsgezichten gaat het om gebieden met een bijzonder historisch karakter. Dat karakter kan in de loop van eeuwen zijn gegroeid, zoals een historische binnenstad. Het kan ook gaan om ontworpen gebieden, bijvoorbeeld een vooroorlogse arbeiderswijk. De gemeente moet deze gebieden beschermen. Deze bescherming is bedoeld om de cultuurhistorische identiteit van een gebied te behouden en in te zetten bij ontwikkelingen. De beleving van het bijzondere karakter reikt overigens verder dan het begrensde gebied. Het is belangrijk ook zichtlijnen en open terreinen rond het beschermde gezicht te betrekken: het gaat om de historische structuur, de samenhang in en om het gebied en om het samenspel tussen bebouwing en openbare ruimtes. In Steenwijkerland kennen we één beschermd dorpsgezicht Giethoorn voor drie dorpen: Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen. Giethoorn ontstond als veenontginning. De lintbebouwing van het dorp lag aanvankelijk dicht bij het Giethoornse Meer, maar is met de ontginning van het veen stapsgewijs naar het oosten opgeschoven. Voor de turfwinning werden sloten verbreed en verbindende dwarsgrachten aangelegd. De huidige Dorpsgracht is zo’n dwarsgracht. Ook het huidige dorp Dwarsgracht, de naam verraadt het al, ontstond aan zo’n verbinding.
Deze typische vaardorpen hebben hun ontstaan daarmee te danken aan de turfwinning. Kenmerkend voor Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen zijn de organisch gegroeide bebouwingslinten gericht op het water, en de sterke verwevenheid met het landschap van Weerribben -Wieden. Water vormde de ruggengraat; vrijwel al het vervoer ging immers over water. Vaak ontbrak een weg in deze vaardorpen en was er alleen een pad. In Jonen is dit nog overigens nog steeds het geval. Het kleine vaardorp is niet bereikbaar per auto; Jonen is enkel per fiets, veer of boot bereikbaar. Giethoorn heeft het karakteristieke beeld van een vaardorp grotendeels behouden, met een gracht, een smal pad, uitneembare vonders, hoge smalle bruggen en kleine veelal rietgedekte boerderijen zijn gericht op het water. Ze worden van elkaar gescheiden door opvaarten. De Dorpsgracht vormt de groene ruggengraat van het unieke waterrijke woonmilieu van Giethoorn. De essen, eiken, wilgen en elzen langs deze gracht markeren het dorp al van ver in de omgeving. Water en groen zijn hier nog steeds een belangrijk on derdeel van de beleveniseconomie. De karakteristieken van Dwarsgracht en Jonen zijn vergelijkbaar. De hoge smalle bruggen ontbreken echter in Jonen: Jonen is een zogenaamd éénrijig vaardorp. Quote participatietraject: “Ik ben best tevreden hoor maar de drukte, vooral in Giethoorn, kan teveel zijn.
Het maakt het minder prettig om er gewoon even te zijn.”
49 4.2.2.3 Ambitie Leefbare, vitale en aantrekkelijke vaardorpen met een uitgesproken en herkenbaar historisch karakter dat we zorgvuldig behouden. In de vaardorpen is het goed samen leven, wonen, werken, ondernemen en ontspannen; nu en in de toekomst. 4.2.2.4 Richting voor de toekomst a) Het beschermd dorpsgezicht is een waardevolle schat die we met zorg bewaken, met bijzondere nadruk op de woonfunctie binnen deze gebieden. Nieuwe initiatieven worden niet zomaar toegelaten; bij elke afweging wegen we het belang van de initiatiefnemer af te gen het behoud van een goed woon - en leefklimaat. b) Ontwikkelingsmogelijkheden liggen vooral op plekken waar de cultuurhistorische waarde van het bebouwingsbeeld of de ruimtelijke structuur is aangetast. Hier bieden transformatie en herstructurering kansen om de aansluiting bij de cultuurhistorische waarden van het omringende gebied te verbeteren. Deze aanpak versterkt niet alleen de herkenbaarheid en kwaliteit van het beschermd dorpsgezicht, maar houdt ook rekening met de specifieke eigenheid van Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen. c) Nieuwe bebouwing moet zorgvuldig aansluiten bij de bestaande maat en schaal. Dit vraagt aandacht voor vormgeving, materiaalkeuze en integratie in het landschap.
De bebouwing blijft kleinschalig, met één laag, een (rieten) kap en materialen die harmoniëren met de omgeving, zodat het unieke karakter van deze dorpen behouden blijft. d) Uitbreiding of nieuwvesting van toeristische activiteiten zoals detailhandel, horeca, dagrecreatie of recreatiewoningen is binnen het beschermd dorpsgezicht niet mogelijk . Een uitzondering geldt voor kleinschalige, ondergeschikte detailhandel, bijvoorbeeld aan huis vervaardigde producten of streekproducten. Dit stimuleert lokale initiatieven die de authenticiteit versterken zonder de balans te verstoren. e) Bij ontwikkelingen binnen het beschermd dorpsgezicht zetten we in op een goede koppeling met energie- en klimaatopgaven, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen én op behoud van eigen karakter. Waar mogelijk koppelen we (ook) het vergroenen en/of verbeteren van (de kwaliteit van) de buitenruimte en het verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk mee. f) We zetten in op een integrale benadering van mobiliteit, waarbij verschillende vervoersmodaliteiten – zoals fiets, auto, openbaar vervoer en vervoer over water en weg– worden beschouwd als onderdelen van één samenhangend netwerk. Dit biedt kansen om veiligheid, doorstroming en leefbaarheid gebiedsgericht te optimaliseren. Daarnaast biedt Smart Mobility mogelijkheden om toeristische drukte beter te beheersen.
Door inzet van technologie gericht op verplaatsingsgedrag en communicatie kunnen bezoekersstromen actief worden gestuurd en kunnen passende alternatieven worden geboden bij overbelasting van gebieden zoals Giethoorn en Nationaal Park Weerribben-Wieden. g) Toerisme blijft een belangrijke economische pijler. Om de druk op bekende kernen te verlichten, zetten we in op het verrijken van de bezoekerservaring door het verbinden van iconische plekken. Dit stelt toeristen in staat heel Steenwijkerland te beleven en versterkt de economie van het hele gebied. Zo voorkomen we piekbelasting en behouden we de leefbaarheid, rust en ruimte die dit gebied zo bijzonder maken. 4.2.2.5 Toelichting ad a. Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen zijn door het Rijk grotendeels aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Deze status is bedoeld om de authentieke, organisch gegroeide dorpslinten te behouden als cultuurhistorische dragers van de vaardorpen. De landschappelijke en cultuurhistorische waarde van deze linten is zeer hoog en vormt een karakteristiek onderdeel van het Kraggenlandschap. Naast hun toeristische functie hebben deze dorpen een wezenlijke woonfunctie. Giethoorn is geen museumdorp: levendigheid en gemeenschapsgevoel moeten blijven bestaan, ook buiten het toeristenseizoen. Bewoners dragen het erfgoed en zetten zich actief in voor het behoud ervan.
Het beleid bewaakt deze woonfunctie zorgvuldig en weegt bij nieuwe initiatieven het belang van de initiatiefnemer af tegen het behoud van een goed woon- en leefklimaat.
50 ad b. Ruimte voor ontwikkeling moet er blijven, zodat de historische kernen vitaal en leefbaar blijven. Ontwikkelingsmogelijkheden liggen vooral op plekken waar de cultuurhistorische waarde van het bebouwingsbeeld of de ruimtelijke structuur is aangetast. Hier bieden transformatie en herstructurering kansen om de aansluiting bij de cultuurhistorische waarden van het omringende gebied te verbeteren. Deze aanpak versterkt de herkenbaarheid en kwaliteit van het beschermd dorpsgezicht en houdt rekening met de specifieke eigenheid van Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen. ad c. Nieuwe bebouwing moet aansluiten bij de bestaande maat en schaal. Dit vraagt aandacht voor vormgeving, materiaalkeuze en integratie in het landschap. De bebouwing blijft kleinschalig, met één laag, een (rieten) kap en materialen die harmoniëren met de omgeving. Zo blijft het unieke karakter van de dorpen behouden. De groeiende populariteit van de dorpen brengt extra druk op het kleinschalige karakter, waardoor zorgvuldige inpassing des te belangrijker wordt. ad d. Binnen het beschermd dorpsgezicht is geen ruimte meer voor uitbreiding van toeristische detailhandel, horeca en recreatiewoningen. Dit voorkomt dat het woon- en leefklimaat en de eigenheid van de vaardorpen verder onder druk komen te staan.
De toename van verhuur aan vakantiegangers tast de historische kwaliteit en leefbaarheid aan, waardoor het dorp steeds meer een toeristische bestemming wordt in plaats van een leefgemeenschap. Een uitzondering geldt voor kleinschalige, ondergeschikte detailhandel, zoals aan huis vervaardigde producten of streekproducten. Dit stimuleert lokale initiatieven die de authenticiteit versterken zonder de balans te verstoren. Zo blijft er ruimte voor bewoners om actief bij te dragen aan de levendigheid van hun dorp, zonder dat dit ten koste gaat van het dorpsgezicht. ad e. Door ontwikkelingen te koppelen aan bestaande opgaven, kan nieuw bestaand helpen met de aanpak van deze opgaven. Stappen zetten op de energie- en klimaatopgaven is noodzakelijk. Dit o.a. omdat we de ambitie hebben in 2045, waar mogelijk, alle woningen van het fossiele aardgas af te hebben, in 2050 van het fossiele aardgas af moeten zijn (Klimaatakkoord). Ook de inzet op natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en het zuinig omgaan met grondstoffen zien we als noodzakelijk. Dit laatste ook omdat we in 2050 volgens het Klimaatakkoord over moeten zijn op een volledig circulaire economie en in het Nationaal Programma Circulaire Economie halvering van het primaire grondstoffenverbruik in 2050 is vastgelegd. Door de gestegen energieprijzen hebben steeds meer mensen moeite om de energierekening te betalen.
De groep mensen die onder de noemer energiearmoede3 vallen, neemt toe en is in onze gemeente bovengemiddeld. Vooral bij woningen die slecht geïsoleerd zijn, stegen de kosten enorm. Het verduurzamen van de woningvoorraad – én het besparen van energie - betekent het verlagen van de energierekening. En draagt bij aan de vraagbeperking: wat we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken. Verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk is noodzakelijk om de capaciteitsknelpunten op te lossen - op alle niveaus, ook in de bestaande wijken; het huidige energienetwerk heeft onvoldoende capaciteit om vraag en aanbod van energie (op termijn) goed op te vangen. Het vergroenen van de buitenruimte dient verschillende doelen. Denk aan het tegengaan van hittestress en wateroverlast (klimaatadaptatie), het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en aan het versterken van de biodiversiteit. Dit laatste geldt ook voor de inzet op het natuurinclusief bouwen.
51 ad f. Mobiliteit moet volgens het Klimaatakkoord de komende jaren flink veranderen: het moet schoner, slimmer en anders. Denk bij schoner onder andere aan de transitie naar elektrisch rijden en varen, bij slimmer bijvoorbeeld aan het optimaliseren van verkeersstromen of het beter benutten van vervoercapaciteit, bij anders aan verandering van ons gedrag: vaker met de fiets en/of openbaar vervoer bijvoorbeeld. Of met andere emissievrije vormen van vervoer. De historische vaardorpen staan voor groeiende uitdagingen door toenemende bezoekersaantallen. Meer auto’s, tourbussen, campers, parkeerplaatsen, fietsen en boten zetten het dorpse karakter onder druk. Smart Mobility biedt kansen om deze overlast te verminderen. Technologie gericht op verplaatsingen en communicatie maakt het mogelijk om drukte te sturen en alternatieven aan te bieden wanneer de toeristische druk in Giethoorn of Nationaal Park Weerribben-Wieden te groot wordt. Ook moderne logistiek, zoals pakketbezorging, vraagt om slimme oplossingen die passen bij een autoluwe omgeving. ad g. Toerisme blijft een belangrijke economische pijler. Om de druk op bekende kernen te verlichten, zet het beleid in op het verrijken van de bezoekerservaring door het verbinden van iconische plekken. Zo kunnen toeristen heel Steenwijkerland beleven en wordt de economie van het hele gebied versterkt.
Dit voorkomt piekbelasting en behoudt de rust, ruimte en leefbaarheid die het gebied zo bijzonder maken. Bezoekers komen voor schoonheid en stilte, en het beleid zorgt ervoor dat deze kwaliteiten behouden blijven.
52 4.2.3 Historische vesting Steenwijk 4.2.3.1 Deelgebied 4.2.3.2 Identiteit en kernkwaliteiten De binnenstad van Steenwijk is een oude vestingstad. De contouren van deze vesting zijn nog duidelijk zichtbaar in de stadsplattegrond, en het erfgoed binnen de vestingwallen verwijst op veel plaatsen naar de rijke ontstaansgeschiedenis van de stad. De Ves tingstad Steenwijk vormt daarmee een uniek stedelijk milieu binnen Steenwijkerland, dat door het intercitystation bovendien goed verbonden is met andere kernen in de regio. Hier is dan ook ruimte voor een combinatie van wonen, werken en cultuur, waarbij we de bijzondere ontstaansgeschiedenis van Steenwijk altijd als uitgangspunt nemen en waar mogelijk versterken. De grachten en vestingwallen stammen uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog, toen Steenwijk een strategische plaats was in de strijd tussen de Re publiek der Verenigde Nederlanden en Spanje. De robuuste vestingwallen om de oude stad werden beschoten en ondermijnd; Steenwijk werd geplunderd en bijna platgebrand. Veel moois is gelukkig bewaard gebleven. En ‘d’olde veste’ is met zorg gerestaureerd. De oude vestingstad vormt in verschillende opzichten het hart van Steenwijk. Het sociale hart, omdat mensen elkaar hier ontmoeten: op de markt, bij de supermarkt of op een terrasje.
Het functionele hart, omdat zich in en rond de oude vestingstad zich een concentratie van voorzieningen bevindt op het vlak van detailhandel, horeca en culturele voorzieningen. Ook het kernwinkelgebied is hier gelegen. En het emotionele hart, vanwege de gemeenschappelijke identiteit: denk je aan Steenwijk, dan denk je aan de oude vestingstad. De compacte bebouwingsstructuur binnen de vestingwallen kent een typische stedelijke structuur met gesloten gevelwanden direct aan de straat, die een fijnmazig web van straten vormen. Het oorspronkelijke middeleeuwse stratenpatroon is hier nog goed zichtba ar. De individuele panden in deze straten zijn door de eeuwen heen organisch gegroeid, en laten veel karakterverschillen zien op korte afstand van elkaar. Alleen de belangrijkste gebouwen steken uit boven de historische binnenstad. Blikvangers hier zijn de Steenwijker Toren, de centraal gelegen Markt en de vele monumenten en karakteristieke panden. Daaronder bevinden zich rijk gedecoreerde panden met trap- en halsgevels, te vinden rondom de Markt, in de Oosterstraat, Gasthuisstraat, het zuidelijke deel van de Kerkstraat en de Woldpromenade. Bijzonder is ook de ruimte achter de Gasthuisstraat, die altijd open en groen is gebleven.
Andere voorbeelden van karakteristieke elementen in Steenwijk zijn de van ver herkenbare kerken, de groene zoom van de vestingwall en om de compacte kern en Rams Woerthe, een van de mooiste Art Nouveau-parels die in Nederland bewaard is gebleven. Quote participatietraject: “Het centrum mag van mij best autoluw worden – geef fietsers en voetgangers de ruimte. Dat maakt het aangenamer en veiliger voor iedereen.”
53 4.2.3.3 Ambitie Een leefbare, vitale en aantrekkelijke binnenstad met een uitgesproken historisch karakter. In de binnenstad is het goed samen leven, wonen, werken, ondernemen en ontspannen; nu en in de toekomst. De vestingstad is goed verbonden met de omliggende wijken, dorpen, de Groene schatkamer en de regio. 4.2.3.4 Richting voor de toekomst a) De oude vestingstad Steenwijk koesteren we als een plek met een unieke identiteit en rijke historie. We zetten in op het versterken van deze identiteit en beleving door zorgvuldig om te gaan met de cultuurhistorische waarden en deze waar mogelijk te benadrukken. Daarbij besteden we speciale aandacht aan locaties waar de cultuurhistorie in het bebouwingsbeeld of de ruimtelijke structuur is aangetast, met respect voor vormgeving, materiaalkeuze en integratie in het stedelijk landschap. b) De woonfunctie in de vestingstad is van groot belang. We stimuleren een evenwichtiger bevolkingsopbouw door een gevarieerd woningaanbod te realiseren, zoals grondgebonden stadswoningen en wonen boven winkels. Ook streven we naar het verbeteren van woningen die niet voldoen aan moderne eisen op het gebied van energieprestatie en levensloopbestendigheid, om zo de woonkwaliteit te verhogen. c) Economisch richten we ons op een compacter kernwinkelgebied waarin ruimte is voor nieuwe functies zoals recreatie, toerisme en cultuur.
Het winkelaanbod krijgt een impuls door samenwerking tussen ondernemers te stimuleren en door nieuwe initiatieven en tij delijke invullingen van leegstaande panden te faciliteren. d) Het culturele fundament van de binnenstad krijgt extra aandacht. Voorbeelden hiervan zijn de transformatie van de Spijkervetstallen tot stadsmuseum met de collectie van Hildo Krop en de realisatie van een congresvoorziening bij theater de Meenthe. Ook de M arkt, het evenementenaanbod , de bibliotheek, kunst en cultuur en de diversiteit van de horeca verdienen aandacht om de binnenstad levendig en bruisend te houden. e) De verbindingen tussen de vestingstad en omliggende wijken, kernen en het landschap worden verbeterd. De groene gordel van vestingwallen speelt hierbij een belangrijke rol, net als het versterken van de entree bij de Oosterpoort en de verbinding tussen het intercitystation en de binnenstad. Bij de Oosterpoort liggen ook kansen om de identiteit van Steenwijk als vestingstad te versterken en tegelijk effecten van klimaatverandering te beperken, de verblijfskwaliteit te verhogen en de biodiversiteit te versterken. f) We onderzoeken de mogelijkheid om delen van de binnenstad autoluw te maken.
Dit draagt bij aan verkeersveiligheid, een beter leefklimaat en biedt ruimte voor vergroening, beleving, wandelen en fietsen, wat de verblijfskwaliteit en het klimaatadaptieve karakter van de binnenstad versterkt. g) Bij ontwikkelingen binnen de historische vesting van Steenwijk zetten we in op een goede koppeling met energie- en klimaatopgaven, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen én op behoud van het eigen karakter. Waar mogelijk koppelen we (ook) het vergroenen en/of verbeteren van (de kwaliteit van) de buitenruimte en het verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk mee. h) Voor de ontwikkeling van nieuwe maatschappelijke voorzieningen, zoals huisartspraktijken, zien we mogelijkheden in de transformatie van bestaande panden of nieuwbouw. Deze voorzieningen moeten goed en veilig bereikbaar zijn voor de inwoners van Steenwijk en omliggende kernen. i) De rol van religieuze gemeenschappen wordt gewaardeerd en ondersteund. Daarnaast wordt gekeken naar mogelijkheden voor nevenactiviteiten en culturele activiteiten in bestaande voorzieningen zoals kerken en wijkcentra. 4.2.3.5 Toelichting ad a. De oude vestingstad vormt de sociale en functionele kern van Steenwijk. De cultuurhistorische waarde van de kern is zeer hoog.
Het historisch patroon van straten en bebouwing dat eeuwen geleden is ontstaan, is nog steeds herkenbaar in de binnenstad. De historische vestingwallen en grachten zijn een herkenbaar onderdeel van de ontstaansgeschiedenis van Steenwijk. Monumenten zoals de oude Waag, het Swindermanpoortje, de stallen van Spijkervet en Rams Woerthe zijn tastbare verwijzingen naar het verleden. Deze elementen vormen de basis voor het beleid dat inzet op het versterken van identiteit en beleving door zorgvuldig om te gaan met cultuurhistorische waarden. Daarbij wordt speciale aandacht
54 besteed aan locaties waar deze waarden zijn aangetast, met respect voor vormgeving, materiaalkeuze en integratie in het stedelijk landschap. ad b. De woonfunctie in de vestingstad is essentieel voor het stedelijk leven. De bevolkingssamenstelling wijkt af van de rest van Steenwijk: 60% van de huishoudens bestaat uit eenpersoonshuishoudens, tegenover 32% in de hele stad. Slechts 12% van de huishoudens in de binnenstad heeft kinderen, vergeleken met 36% in Steenwijk als geheel. Van de 505 woningen is 75% huur en 25% koop, terwijl dit in Steenwijk 43% huur en 56% koop is. De helft van de huurwoningen is in handen van particuliere eigenaren van buiten de stad of provincie. Een deel van de woningen voldoet niet aan moderne eisen zoals energieprestatie en levensloopbestendigheid. Het beleid stimuleert een evenwichtiger bevolkingsopbouw door een gevarieerd woningaanbod te realiseren, zoals grondgebonden stadswoningen en wonen boven winkels, en door bestaande woningen te verbeteren. ad c. Door veranderingen in winkelgedrag, zoals de toename van online winkelen, stond in 2022 ongeveer één op de tien winkels in de binnenstad leeg. Deze leegstand en de daarmee gepaard gaande verrommeling hebben een negatieve impact op het leef- en ondernemersklimaat en verminderen de aantrekkingskracht van de binnenstad.
We richten ons op een compacter kernwinkelgebied met ruimte voor nieuwe functies zoals recreatie, toerisme en cultuur. Samenwerking tussen ondernemers en tijdelijke invulling van leegstaande panden worden actief gestimuleerd om het winkelaanbod te versterken. ad d. Een aantrekkelijke binnenstad met een uitgesproken historisch karakter is van grote waarde voor economie en toerisme. Historische binnensteden trekken niet alleen toeristen en recreanten, maar zijn ook populair als woonplaats vanwege hun voorzieningen, uitstraling en evenementenaanbod. De transformatie van de Spijkervetstallen tot stadsmuseum met de collectie van Hildo Krop en de realisatie van een congresvoorziening bij theater De Meenthe zijn concrete voorbeelden van het versterken van het culturele fundament. Ook de Markt, het evenementenaanbod en de diversiteit van de horeca dragen bij aan een levendige en bruisende binnenstad. ad e. Goede verbindingen zijn essentieel, zowel met omliggende wijken, steden en kernen als met de bredere omgeving. De grote verkeersstromen door de vestingstad maken de oversteekbaarheid en veiligheid bij de Burgemeester Goeman Borgesiusstraat en de Kornputsingel tot een punt van zorg. Belangrijke verbindingen en entrees missen kwaliteit, vooral bij de Oosterpoort, de Paardenmarkt en de verbinding tussen intercitystation en binnenstad.
We richten ons op het verbeteren van deze verbindingen, waarbij de groene gordel van vestingwallen een belangrijke rol speelt. Bij de Oosterpoort liggen bovendien kansen om de identiteit van Steenwijk als vestingstad te versterken en tegelijk klimaatverandering te beperken, de verblijfskwaliteit te verhogen en de biodiversiteit te versterken. ad f. Het autoluw maken van delen van de binnenstad draagt bij aan verkeersveiligheid, een beter leefklimaat en biedt ruimte voor vergroening, beleving, wandelen en fietsen. Dit versterkt de verblijfskwaliteit en het klimaatadaptieve karakter van de binnenstad. De historische context en de ruimtelijke structuur van de vestingstad bieden kansen om deze transitie zorgvuldig vorm te geven. ad g. Door ontwikkelingen te koppelen aan bestaande opgaven, kan nieuw bestaand helpen met de aanpak van deze opgaven. Stappen zetten op de energie- en klimaatopgaven is noodzakelijk. Dit o.a. omdat we de ambitie hebben in 2045, waar mogelijk, alle woningen van het fossiele aardgas af te hebben, in 2050 van het fossiele aardgas af moeten zijn (Klimaatakkoord). Ook de inzet op natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en het zuinig omgaan met grondstoffen zien we als noodzakelijk. Dit laatste ook
55 omdat we in 2050 volgens het Klimaatakkoord over moeten zijn op een volledig circulaire economie en in het Nationaal Programma Circulaire Economie halvering van het primaire grondstoffenverbruik in 2050 is vastgelegd. Door de gestegen energieprijzen hebben steeds meer mensen moeite om de energierekening te betalen. De groep mensen die onder de noemer energiearmoede3 vallen, neemt toe en is in onze gemeente bovengemiddeld. Vooral bij woningen die slecht geïsoleerd zijn, stegen de kosten enorm. Het verduurzamen van de woningvoorraad – én het besparen van energie - betekent het verlagen van de energierekening. En draagt bij aan de vraagbeperking: wat we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken. Verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk is noodzakelijk om de capaciteitsknelpunten op te lossen - op alle niveaus, ook in de bestaande wijken; het huidige energienetwerk heeft onvoldoende capaciteit om vraag en aanbod van energie (op termijn) goed op te vangen. Het vergroenen van de buitenruimte dient verschillende doelen. Denk aan het tegengaan van hittestress en wateroverlast (klimaatadaptatie), het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en aan het versterken van de biodiversiteit. Dit laatste geldt ook voor de inzet op het natuurinclusief bouwen. ad h. Voorzieningen zoals huisartsen- en tandartspraktijken zijn essentieel voor de leefbaarheid van de binnenstad.
Wij zien kansen in de transformatie van bestaande panden of in nieuwbouw, mits deze voorzieningen goed en veilig bereikbaar zijn voor inwoners van Steenwijk en omliggende kernen. Dit draagt bij aan een inclusieve en toegankelijke binnenstad. ad i. Religieuze gebouwen vormen herkenningspunten in het centrum en spelen een belangrijke rol in de beleving en verbinding binnen de stad. De rol van religieuze gemeenschappen wordt gewaardeerd en ondersteund. Daarnaast wordt gekeken naar mogelijkheden voor nevenactiviteiten in bestaande voorzieningen zoals kerken en wijkcentra, waarmee de maatschappelijke functie van deze gebouwen wordt versterkt.
56 4.2.4 Cultuurhistorisch waardevolle linten, buurtschappen en wijken 4.2.4.1 Deelgebied 4.2.4.2 Identiteit en kernkwaliteiten De cultuurhistorisch waardevolle linten, buurtschappen en wijken vertellen het verhaal van de rijke ontstaansgeschiedenis van Steenwijkerland. De historische beleving en de inbedding in het landschap worden hoog gewaardeerd. De relatie tussen de ondergrond en de patronen van wegen, bebouwing en opgaande beplanting die eeuwen geleden zijn ontstaan, zijn nog steeds herkenbaar. Het Hoge Land Vooral op het Hoge land is de diversiteit in gebiedstypen hoog. Hier vind je op de hoogste plekken in het landschap cultuurhistorisch waardevolle buurtschappen als Paasloo of Gelderingen, op de randen van de stuwwal de agrarische linten als Barsbeek en de Leeuwte en langs oude routes of verbindingswegen de meer verdichte bebouwingslinten zoals in Tuk, Sint Jansklooster en Oldemarkt. Ook de historische landgoederen als de Eese, de Oldenhof en de Bult, met monumentale landhuizen, historische tuinen en waardevolle boerderijen, zijn alle op het Hoge Land te vinden. Opvallend op het Hoge land is Willemsoord, onderdeel van de oorspronkelijk aangelegde Koloniën van Weldadigheid. Ondanks recentere toevoegingen is het regelmatige en ontworpen karakter nog steeds herkenbaar.
De Groene Schatkamer In de Groene Schatkamer bevinden zich de voor de Weerribben -Wieden typische waterlinten: langgerekte, organisch gegroeide bebouwingslinten aan een of twee zijden van een natuurlijke of gegraven waterloop. Voorbeelden zijn: Belt -Schutsloot, Kalenberg, Neder land, Ossenzijl, Wetering en natuurlijk de beschermde dorpsgezichten Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen (zie ook paragraaf 4.2.2 Beschermd dorpsgezicht Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen ). Minder op het water gericht is het bebouwingslint langs de Beulakerweg in Giethoorn, waarvan de oude verbindingsweg naar Steenwijk de ruggengraat vormt. Het lint aan de Hoofdstraat in Ossenzijl heeft de oude dijk als ruggengraat, min of meer parallel aan de Linde. Op de Grens van ’t Oude en Nieuwe Land Op de grens van ’t Oude en Nieuwe land heeft de Zuiderzee grote invloed gehad op de bewoningsgeschiedenis: hier konden gevaarlijk hoge waterstanden optreden. De oude, cultuurhistorisch waardevolle bebouwingslinten van Quote participatietraject: “Voorzieningen zoals onderwijs mogen best wat dichterbij blijven. Het is fijn als kinderen in hun eigen dorp naar school kunnen, of dat de kleinere kernen hierin wat meer worden meegenomen.”
57 Blankenham en Kuinre liggen dan ook niet voor niets op dijkhoogte. Blankenham ligt binnendijks, op de voormalige Zuiderzeedijk van Blokzijl naar Kuinre. De vele kolken getuigen hier nog van de watersnoodramp van 1825. Kuinre ligt op een brede kade die de waterscheiding vormt tussen twee gegraven waterwegen, in het mondingsgebied van de Linde en de Kuinder. Bijzonder aan Kuinre is de markante ruimtelijke structuur die tot stand kwam na eeuwen van sleutelen aan rivierlopen. Vestingstad Steenwijk Ook in Steenwijk kennen we enkele gebieden die cultuurhistorisch waardevol zijn. Dit betreft vooral de stadsuitbreidingen net buiten de oude vestingstad, gebouwd in de periode 1880 -1940. Stadsuitbreidingen met enerzijds een projectmatige opzet en samenhang ende bebouwingswanden zoals aan de Gasthuislaan, bij de Irisstraat en aan de Oostwijkstraat, de eerste stadsuitbreiding van Steenwijk buiten de vesting. Meer geleidelijk gegroeide stadsuitbreidingen met individuele of geschakelde bebouwing zijn de vinden bij de Meppelerweg, de J.H. Tromp Meestersstraat en de Tramlaan. Beekdalen Net buiten Steenwijk, aan de rand van het beekdal van de Steenwijker Aa, liggen de cultuurhistorisch waardevolle bebouwingslinten van Kallenkote en Eesveen. De Steenwijker Aa trad ’s winters regelmatig buiten z’n oevers; bij hoogwater reikt het water tot aan Eesveen en Kallenkote.
Slagenlandschap Zonder Veen Cultuurhistorisch waardevol zijn ook de bebouwingslinten van Zuidveen en Wanneperveen. Beide plaatsnamen verwijzen naar het veen dat hier in de ondergrond aanwezig was. De ligging van Zuidveen is anders dan de meer typische veenontginningen: Zuidveen is wa arschijnlijk pas vanaf de 16e eeuw ontstaan toen turfgravers zich vestigden aan de rand van het veengebied. 4.2.4.3 Ambitie Leefbare, vitale, natuur inclusieve en aantrekkelijke buurtschappen, linten en wijken; elk met een eigen karakter, eigen kwaliteiten en eigen inbedding in het landschap. In de buurtschappen, linten en wijken is het goed samen leven; nu en in de toekomst. 4.2.4.4 Richting voor de toekomst a) De linten, buurtschappen en wijken van Steenwijkerland vertellen het verhaal van de ontstaansgeschiedenis van het gebied. We zetten deze op de kaart als cultuurhistorisch waardevol om hun karakter, identiteit en bijzondere erven te behouden voor de toekomst. b) Wonen is een wezenlijk onderdeel van deze gebieden. De aanwezigheid van bewoners draagt bij aan de levendigheid, gemeenschapszin en het behoud van het erfgoed. Het zijn de bewoners die deze plekken verrijken, in stand houden en doorgeven aan volgende generaties. c) We willen ruimte blijven bieden voor ontwikkeling zodat deze gebieden vitaal en leefbaar blijven en kunnen meebewegen met nieuwe wensen en opgaven.
Ontwikkelingen moeten aansluiten bij de bestaande karakteristieken en bijdragen aan de kwaliteit van de omge ving. Daarnaast zetten we in op een goede koppeling met energie - en klimaatopgaven, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen én op behoud van het eigen karakter. Waar mogelijk koppelen we (ook) het vergroenen en/of verbeteren van (de kwaliteit van) de buitenruimte en het verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk mee. d) Uitbreiding van het toeristisch aanbod zien we uitsluitend in de bebouwingslinten van Kuinre en Oldemarkt, waar draagvlak en potentie bestaan voor meer bezoek. e) Door de verwachte afname van agrarische bedrijvigheid komen erven en boerderijen vrij. Deze vrijkomende agrarische erven bieden kansen voor ontspannen wonen en werken zonder extra verstening van het buitengebied. Door hergebruik, transformatie of herbouw kunnen meerdere huishoudens op een erf gehuisvest worden, waarmee we bijdragen aan de woningvoorraad, de diversiteit aan woonmilieus en het behoud van cultuurhistorisch waardevol agrarisch erfgoed. Dit erfgoed vormt een belangrijk en beeldbepalend onderdeel van het boerenlandschap van Steenwijkerland. f) De groei van het toerisme vraagt aandacht.
We zien een goede kans om toeristische ontwikkelingen te stimuleren in goed bereikbare kernen aan de rand van het groenblauwe hart, met name in Kuinre en Oldemarkt. Deze kernen hebben niet alleen potentie voor meer bezoekers, maar kunnen ook profiteren
58 van de economische impulsen die toerisme biedt. Dit versterkt de lokale economie, zorgt voor behoud van voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer, en draagt bij aan de leefbaarheid van de dorpen. 4.2.4.5 Toelichting ad a. Binnen veel linten en buurtschappen zijn de historische boerderijen van beeldbepalend belang. Leegstand gaat vaak hand in hand met achterstallig onderhoud, verpaupering en verloedering. Ook is het risico op ondermijnende activiteiten vergroot. ad b. Er zijn zorgen over het toenemende gebruik van woningen als vakantiehuis, of voor verhuur aan vakantiegangers. Dit zet de leefbaarheid in de vaardorpen onder druk. ad c. Erftransformaties leiden soms tot krimp van erven en het verlies van de vanzelfsprekende samenhang tussen erf en landschap. In de meer verdichte bebouwingslinten ontstaat een risico op ruimtelijke verschraling door verlies van de karakteristieke functiemix van wonen en kleinschalige bedrijvigheid. Door ontwikkelingen te koppelen aan bestaande opgaven, kan nieuw bestaand helpen met de aanpak van deze opgaven. Stappen zetten op de energie- en klimaatopgaven is noodzakelijk. Dit o.a. omdat we de ambitie hebben in 2045, waar mogelijk, alle woningen van het fossiele aardgas af te hebben, in 2050 van het fossiele aardgas af moeten zijn (Klimaatakkoord).
Ook de inzet op natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en het zuinig omgaan met grondstoffen zien we als noodzakelijk. Dit laatste ook omdat we in 2050 volgens het Klimaatakkoord over moeten zijn op een volledig circulaire economie en in het Nationaal Programma Circulaire Economie halvering van het primaire grondstoffenverbruik in 2050 is vastgelegd. Door de gestegen energieprijzen hebben steeds meer mensen moeite om de energierekening te betalen. De groep mensen die onder de noemer energiearmoede3 vallen, neemt toe en is in onze gemeente bovengemiddeld. Vooral bij woningen die slecht geïsoleerd zijn, stegen de kosten enorm. Het verduurzamen van de woningvoorraad – én het besparen van energie - betekent het verlagen van de energierekening. En draagt bij aan de vraagbeperking: wat we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken. Verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk is noodzakelijk om de capaciteitsknelpunten op te lossen - op alle niveaus, ook in de bestaande wijken; het huidige energienetwerk heeft onvoldoende capaciteit om vraag en aanbod van energie (op termijn) goed op te vangen. Het vergroenen van de buitenruimte dient verschillende doelen. Denk aan het tegengaan van hittestress en wateroverlast (klimaatadaptatie), het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en aan het versterken van de biodiversiteit.
Dit laatste geldt ook voor de inzet op het natuurinclusief bouwen. ad d. In de meer verdichte bebouwingslinten, zoals Kuinre en Oldemarkt, zijn verkeer en parkeren beeldbepalend geworden voor de openbare ruimte. Deze kernen hebben potentie voor meer bezoekers, maar vragen ook om zorgvuldige ruimtelijke afwegingen. ad e. De verwachting is dat een groot deel van de boeren de komende jaren gaat stoppen en dat gebouwen daardoor leeg komen te staan. Door hergebruik, transformatie of herbouw kunnen meerdere huishoudens op een erf gehuisvest worden, waarmee we bijdragen aan de woningvoorraad, de diversiteit aan woonmilieus en het behoud van cultuurhistorisch waardevol agrarisch erfgoed.
59 ad f. De groei van het toerisme vraagt aandacht. In Kuinre en Oldemarkt kan toerisme bijdragen aan de lokale economie, het behoud van voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer, en de leefbaarheid van dorpen.
60 4.2.5 Woonwijken 1955-nu 4.2.5.1 Deelgebied 4.2.5.2 Identiteit en kernkwaliteiten De woonwijken die sinds 1955 zijn gebouwd, zijn vaak monofunctionele woonbuurten met een gepland of planmatig karakter. Ze hebben verkavelingsstructuren die verschillende ordeningsprincipes volgen, afhankelijk van de bouwperiode. Denk bijvoorbeeld aan de repeterende stempels van de wederopbouwwijken of de woonerven uit de jaren ’70 en ’80. Het beeld van deze wijken varieert van een grote mate van uniformiteit en collectiviteit in bijvoorbeeld Oostermeenthe tot juist een grote mate van variatie. 4.2.5.3 Ambitie Leefbare, aantrekkelijke, groene, gezonde, klimaatbestendige, natuurinclusieve en duurzame woonwijken waar het goed en plezierig wonen is, nu en in de toekomst. 4.2.5.4 Richting voor de toekomst a) We zetten in op het behouden en versterken van de diversiteit aan woonmilieus, zowel in woningtypen als in woonomgeving. Daarbij streven we naar aantrekkelijke, leefbare wijken die aansluiten bij de specifieke kenmerken van iedere kern. b) In bestaande wijken stimuleren we inbreiding en herstructurering met aandacht voor voldoende nultredenwoningen, geclusterde woonvormen en zorggeschikte woningen voor ouderen, bij voorkeur in de nabijheid van voorzieningen.
In kwetsbare wijken streven we naar een evenwichtiger bevolkingsopbouw door toevoeging van een passend woningaanbod, met behoud van het eigen karakter van de wijk. c) Bij ontwikkelingen binnen de bestaande woonwijken zetten we in op een goede koppeling met energie- en klimaatopgaven, op het zuinig omgaan met grondstoffen, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen én op behoud van het eigen karakter. Waar mogelijk koppelen we (ook) het vergroenen en/of verbeteren van (de kwaliteit van) de buitenruimte en het verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk mee. Quote participatietraject: “Er moeten meer woningen komen voor zowel jongeren als ouderen. Als ouderen kunnen doorstromen, komt er ook weer plek vrij voor starters.”
61 d) We verbeteren en breiden fiets- en wandelverbindingen uit, waardoor woonwijken beter worden verbonden met omliggende wijken, het landschap en recreatiemogelijkheden. Dit bevordert een gezonde leefstijl, vergroot de beleefbaarheid van het buitengebied en stimuleert bewegen. e) Bij het toevoegen van functies in bestaande wijken kijken we eerst naar het hergebruiken of transformeren van ruimte, zoals parkeervoorzieningen. Hierbij blijft een goede parkeercapaciteit leidend, maar slimme mobiliteitsoplossingen, multifunctioneel ruimtegebruik en innovatieve voorzieningen zoals solar-carports helpen bij het efficiënt inzetten van schaarse ruimte. f) Woningbouw wordt strategisch gepland in aansluiting op bestaande bebouwing in kernen zoals Oldemarkt, Sint Jansklooster en Steenwijkerwold, met oog voor het bodem- en watersysteem en met aandacht voor toekomstbestendige, klimaatrobuuste woonomgevingen. g) In Steenwijk zijn uitbreidingslocaties mogelijk aan de rand van bestaande kernen. In Tuk kan ruimte tot aan de N334 benut worden voor nieuwe woningen met landschappelijke inpassing, waarmee de groene dorpsrand behouden blijft. Aan de Schansweg, nabij de binnenstad en voorzieningen, biedt de Kamp ruimte voor woningbouw.
Tegelijkertijd werken we hier aan verkeersveiligheid, onder andere door de mogelijke invoering van een 30 km/u-regime op de Schansweg en Zuidveenseweg, en de aanleg van een groen landschapspark dat het open karakter langs de Burgemeester G.W. Stroïnkweg versterkt. Zie hiervoor ook paragraaf 4.2.9.5 Beoogde ontwikkel- en zoeklocaties woningbouw. h) In Vollenhove richten we ons op inbreidingslocaties zoals Molenberg/Clarenberglaan en Canneveltstraat, met een accent op wonen en zorg dankzij de nabijheid van voorzieningen. Ook stimuleren we zelfbouw, bijvoorbeeld via CPO-initiatieven zoals aan het Roer in plan Noordwal. We realiseren een compacte, autoluwe uitbreidingswijk die goed is verbonden met het centrum en de landgoederenzone via fiets- en wandelroutes, met autoverkeer afgewikkeld via de provinciale weg Oppen Swolle. Zie hiervoor ook paragraaf 4.2.9.5 Beoogde ontwikkel- en zoeklocaties woningbouw. 4.2.5.5 Toelichting ad a. Het behouden en versterken van diverse woonmilieus sluit aan bij de uiteenlopende woonwensen en financiële draagkracht van bewoners en woningzoekenden. In wijken met een eenzijdige bevolkingsopbouw of eigendomssituatie kan een gevarieerd woningaanbod de leefbaarheid verbeteren. ad b.
De nadruk ligt op woningen voor kleine huishoudens, zoals betaalbare starterswoningen en grondgebonden nultreden woningen met een slaap- en badkamer op de begane grond voor ouderen of andere kleine huishoudens. Nultreden, zorggeschikte en geclusterde woningen zijn nog niet opgenomen in het volkshuisvestingsprogramma. ad c. In naoorlogse wijken uit de jaren zeventig en tachtig is de buitenruimte vaak versteend, wat hittestress kan veroorzaken en de gezondheid beïnvloedt. Bij hevige regen is er wateroverlast in lagergelegen gebieden. Veel bestaande woningen voldoen niet aan moderne kwaliteitseisen, zoals energieprestatie. Door ontwikkelingen te koppelen aan bestaande opgaven, kan nieuw bestaand helpen met de aanpak van deze opgaven. Stappen zetten op de energie- en klimaatopgaven is noodzakelijk. Dit o.a. omdat we de ambitie hebben in 2045, waar mogelijk, alle woningen van het fossiele aardgas af te hebben, in 2050 van het fossiele aardgas af moeten zijn (Klimaatakkoord). Ook de inzet op natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en het zuinig omgaan met grondstoffen zien we als noodzakelijk. Dit laatste ook omdat we in 2050 volgens het Klimaatakkoord over moeten zijn op een volledig circulaire economie en in het Nationaal Programma Circulaire Economie halvering van het primaire grondstoffenverbruik in 2050 is vastgelegd.
62 Door de gestegen energieprijzen hebben steeds meer mensen moeite om de energierekening te betalen. De groep mensen die onder de noemer energiearmoede3 vallen, neemt toe en is in onze gemeente bovengemiddeld. Vooral bij woningen die slecht geïsoleerd zijn, stegen de kosten enorm. Het verduurzamen van de woningvoorraad – én het besparen van energie - betekent het verlagen van de energierekening. En draagt bij aan de vraagbeperking: wat we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken. Verzwaren en uitbreiden van het energienetwerk is noodzakelijk om de capaciteitsknelpunten op te lossen - op alle niveaus, ook in de bestaande wijken; het huidige energienetwerk heeft onvoldoende capaciteit om vraag en aanbod van energie (op termijn) goed op te vangen. Het vergroenen van de buitenruimte dient verschillende doelen. Denk aan het tegengaan van hittestress en wateroverlast (klimaatadaptatie), het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en aan het versterken van de biodiversiteit. Dit laatste geldt ook voor de inzet op het natuurinclusief bouwen. ad d. Nieuwe woningbouwlocaties worden gezocht nabij bestaand bebouwd gebied, met aandacht voor het bodem- en watersysteem. Dit is essentieel om met een veranderend klimaat te kunnen blijven wonen en werken, vooral in gebieden met bodemdaling, slappe bodems of waterbeheeruitdagingen. ad e.
Het volkshuisvestingsprogramma streeft naar een passende woning voor iedereen, met een gedifferentieerd woningbouwprogramma per kern. Multifunctioneel ruimtegebruik en innovatieve voorzieningen zoals solar-carports helpen bij het efficiënt inzetten van schaarse ruimte. ad f. Uitbreiding vindt alleen plaats op het Hoge Land, niet in laaggelegen gebieden zoals de Beekdalen, om problemen met water- en klimaatopgaven te voorkomen. Dit sluit aan bij de koerswijziging van het Rijk en de provincie Overijssel, waarbij ruimtegebruik zich aanpast aan het bodem- en watersysteem. ad g. Nieuwe woningbouwlocaties worden gezocht nabij bestaand bebouwd gebied, met aandacht voor het bodem- en watersysteem. Opties zijn anders bouwen, extra maatregelen om risico’s te beperken of alternatieve locaties kiezen. ad h. Met een toename van 65-plussers en een- en tweepersoonshuishoudens is er vraag naar goedkopere, kleinere, duurzamere en levensloopbestendige woningen. I